GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

weinigen uitverkoren?

03-02-2019 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 3 februari 2019 te Urk

In Matteüs 22 vinden we de gelijkenis van het koninklijk bruiloftsmaal. Wat bedoelde de Heer daar mee te zeggen en waar gaat het over? En wat te denken van de raadselachtige uitspraak aan het einde: “Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren”? Betekent dit dat het hopeloos is wanneer je niet tot de uitverkorenen behoort?

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de gelijkenis van het koninklijk bruiloftsmaal uit Matteüs 22 en weerlegt de gangbare opvatting over uitverkiezing. De eerste twee roepingen waren gericht aan Israël, de oorspronkelijke genodigden, maar na hun afwijzing volgt een derde roeping aan de hele wereld vlak voor het aanbreken van het Koninkrijk. De uitspraak 'weinigen uitverkoren' toont aan dat het behoren tot het genodigde of uitverkoren volk geen garantie is voor daadwerkelijke deelname aan het feest. Tot slot benadrukt de tekst dat deze gelijkenis niet spreekt over de tegenwoordige tijd en de bediening van Paulus, waarin de geroepenen direct gerechtvaardigd zijn en deel uitmaken van de zoon van de koning.

“Je kunt wel uitverkoren zijn — genodigd — maar dat zegt op zichzelf helemaal niets.”

Introductie: de Gelijkenis van het Koninklijk Bruiloftsmaal ↑ hoofdstukken

Een hele goede middag, vrienden. Wat goed om hier weer te mogen zijn. Het onderwerp waar we het over gaan hebben, zou u zomaar op een verkeerd spoor kunnen zetten, alsof ik vanmiddag wil gaan spreken over het onderwerp uitverkiezing. Maar dat is een misverstand. De titel van deze toespraak – of deze studie, hoe u het ook maar noemen wilt – is ontleend aan een tekst uit Matteüs 22, en de meesten van ons zullen die wel kennen. Als u een Urker achtergrond hebt, dan moet u die tekst zeker kennen, namelijk de woorden: “Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.”

We vinden die tekst inderdaad in Matteüs 22, in vers 14 om precies te zijn. Ik moet er trouwens bij zeggen dat aan de tekst die ik zojuist citeerde nog één woordje voorafgaat, namelijk: “Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.” Dat betekent dus dat het een verklaring is van het voorgaande. Dat geeft mij meteen de vrijmoedigheid – sterker nog, het is zelfs noodzakelijk – om die zin pas aan het einde aan de orde te laten komen. We moeten het namelijk eerst over het voorgaande gaan hebben.

Wat ik mij heb voorgenomen, is te spreken over de gelijkenis waar dit veertiende vers een onderdeel of de verklaring van is. Boven de gelijkenis in mijn Bijbel, de NBG-vertaling, staat: “Het koninklijk bruiloftsmaal”. Deze gelijkenis vinden we trouwens maar op één plaats in de Bijbel, en dat is hier. Om het even in een historische context te plaatsen: dit speelt zich af één of twee dagen na de beroemde intocht van Jezus in Jeruzalem. We spreken dus over de laatste week die de Heer heeft doorgebracht in de stad, vlak voorafgaand aan Zijn kruisiging.

Ik zei al dat we deze gelijkenis uitsluitend hier aantreffen. Ik moet er wel bij zeggen dat we in Lukas 14 een gelijkenis tegenkomen die er verdraaid veel op lijkt, en toch is dat een ander verhaal. Als u dat goed leest, ziet u dat het in veel opzichten afwijkt. Ik blijf er dus bij dat deze gelijkenis uniek is; alleen hier in Matteüs 22 wordt zij aangetroffen. Het lijkt mij het meest logisch om dit gewoon vanaf het eerste vers te bespreken en na te gaan wat er nu eigenlijk precies staat.

“Jezus antwoordde…” Ik moet er overigens ook nog bij zeggen dat dit direct aansluit op een gelijkenis die we er pal aan voorafgaand vinden en die ook overeenkomsten vertoont met deze geschiedenis. De bespreking daarvan laat ik echter even voor wat die is: de gelijkenis van de onrechtvaardige pachters. Aan de gelijkenis van het koninklijk bruiloftsmaal hebben we onze handen al vol, dus ik stel voor dat we ons daartoe beperken.

Het Doel van Gelijkenissen: Verbergen in Plaats van Verduidelijken ↑ hoofdstukken

En dan staat er: “En Jezus antwoordde en sprak weer in gelijkenissen tot hen.” Hij sprak weer in gelijkenissen tot hen, dat is dus bij herhaling. Sommige mensen hebben het idee — sterker nog, ik denk dat het heel vaak zo wordt gebracht — dat de Heer in gelijkenissen sprak om de dingen duidelijk te maken voor Zijn publiek. Dat is een hele logische gedachte. Zoals een schooljuffrouw illustraties gebruikt om iets duidelijk te maken; het ligt voor de hand om het zo te benaderen. Men denkt dus dat de Heer die gelijkenissen vertelde om iets te verduidelijken, maar de waarheid is dat het precies omgekeerd is.

Als ik me tenminste alleen maar beperk tot het Matteüs-evangelie en de uitleg lees en beluister die Jezus Zelf heeft gegeven over waarom Hij spreekt in gelijkenissen. Want de vraag is: waarom sprak Hij tot hen in gelijkenissen? Met “hen” worden trouwens de leidslieden bedoeld, de “baaslieden”, zo noemt Hij ze trouwens ook. Er staat in hoofdstuk 21 vers 45 nog: “En toen de overpriesters en de Farizeeën Zijn gelijkenis hadden gehoord, begrepen zij dat Hij hen bedoelde.” Dat was hen wel duidelijk. En vervolgens spreekt Hij dus tot hen, de overpriesters en de Farizeeën. Waarna de vraag vervolgens weer is: waarom sprak Hij tot hen in gelijkenissen? Daarvoor gaan we even terugbladeren naar Matteüs 13, want daar worden we op onze wenken bediend.

Jezus beantwoordt daar direct de vraag die ik nu eigenlijk ook opper. Laat ik het voorlezen: “En de discipelen kwamen en zeiden tot Hem: Waarom spreekt U tot hen in gelijkenissen?” Die “hen” is hier misschien iets afwijkend van Matteüs 22, omdat het daar in hoofdstuk 13 gaat over de hele schare in Galilea, maar goed: “Waarom spreekt U tot hen in gelijkenissen?” En dan lezen we: “Hij antwoordde en zei tegen hen: Aan jullie is het gegeven te kennen de geheimen (of de verborgenheden) van het Koninkrijk van de hemelen, maar aan hen is dat niet gegeven.”

Ik moet er trouwens wel bij zeggen dat wanneer er staat “aan jullie is het gegeven” — jullie, de discipelen dus — dat niet per se betekent dat het aan hen op dat moment meteen al duidelijk is. Je leest wel vaker dat Jezus zegt: “Jullie zullen het verstaan na dezen.” Het gaat dus even niet om het tijdstip, maar om de groep. Aan jullie is het gegeven, ook al is dat pas op een veel later tijdstip. Eerlijk gezegd denk ik — en ik hoop dat straks ook nog wel nader duidelijk te maken — dat dit ook de gelijkenis van Matteüs 22 betreft. Dat het pas veel later aan de discipelen duidelijk is geworden wat de Heer daarmee bedoelde te zeggen.

Want ik moet er trouwens ook nog bij zeggen dat van veel gelijkenissen — lang niet allemaal, maar van veel — een uitleg ontbreekt. Bekend is natuurlijk de uitleg van de gelijkenis van de zaaier, waar de Heer zegt dat het zaad het woord van het Koninkrijk is, en de zaaier is… nou ja, et cetera. En dan heb je de goede aarde en de doornstruiken; de akker is de wereld. Kijk, dat soort uitleg maakt het zodanig dat het ook meteen door ons begrepen wordt. Maar wat de Heer zegt is: “Aan jullie is het gegeven te kennen de geheimen, maar aan hen is dat niet gegeven.”

Zij horen dus een gelijkenis, maar als je vervolgens niet verteld wordt wat het betekent, dan blijft het een illustratie, maar van wat? Dan is het dus helemaal niet ter verduidelijking, maar dan verbergt zo’n gelijkenis juist de betekenis. Ook de gelijkenis van het koninklijk bruiloftsmaal wordt niet uitgelegd. Ik lees nu even verder in vers 13, dat is misschien wel de meest sprekende tekst: “Daarom spreek Ik in gelijkenissen tot hen.” Het is aan jullie gegeven, maar aan hen niet, “zodat zij ziende niet zien en horende niet horen, noch begrijpen.”

De gangbare uitleg dat Jezus gelijkenissen vertelde om dingen duidelijk te maken, zodat ze de dingen die ze horen en zien meteen zouden begrijpen, is dus eigenlijk precies bezijden de waarheid. Het is zelfs tegenovergesteld aan de waarheid; het is exact het tegendeel. Hij sprak tot hen in gelijkenissen zodat ze het niet zouden zien, en terwijl ze luisteren, het niet horen en ook niet begrijpen. Dat was dus ook de doelstelling.

Het is dus niet zo dat de Heer gelijkenissen vertelde om iets duidelijk te maken, maar juist om iets te verbergen. En waarom dat ook in Matteüs 22 het geval is, als het gaat om de gelijkenis van dat koninklijk bruiloftsmaal, dat zal in de loop van dit uur ook wel duidelijk worden. Afijn, dan zegt de Heer dit.

De Koning Die een Bruiloft Aanricht voor Zijn Zoon ↑ hoofdstukken

Het Koninkrijk van de hemelen – dat betekent dus niet, zoals meen ik de Willibrord-vertaling het heeft, het ‘Koninkrijk in de hemelen’. Nee, het is het Koninkrijk van de hemelen. Dat wil zeggen: het zijn de hemelen die regeren over de aarde. Het geeft ook iets aan van de oorsprong: het komt uit de hemelen en behoort ook aan de hemelen toe, en ook aan God. Want wat Matteüs steevast het Koninkrijk van de hemelen noemt, dat is in het Lucas-evangelie en het Marcus-evangelie steevast het Koninkrijk Gods. Waarmee in ieder geval gezegd is dat die twee alles met elkaar te maken hebben.

Maar we hebben het hier wel over een werkelijk, concreet koninkrijk. Het is helemaal geënt op wat we in de Hebreeuwse Bijbel daarover vinden, namelijk dat uiteindelijk de wereldrijken, zoals we die in het verleden gehad hebben, definitief vervangen zullen worden door het ene Koninkrijk van God. De Koning zal regeren op de plaats waar de Koning hoort te regeren, namelijk in Jeruzalem. En vanuit Jeruzalem zal dat Koninkrijk over Israël, maar uiteindelijk over de hele volkerenwereld gevestigd worden. Over dat Koninkrijk hebben we het.

Maar goed, we hebben het ook over alles wat daaraan voorafgaat. Want voordat dat Koninkrijk daadwerkelijk geopenbaard wordt en baan breekt in de wereld, gaat er het een en ander aan vooraf. En dat is wat hier aan de orde gesteld wordt: het Koninkrijk van de hemelen is gelijkend op een koning. Dat lijkt me vrij duidelijk; een koning kun je heel goed vergelijken met iets dat een koning betreft. Die voor zijn zoon – dat wordt niet uitgelegd, maar dat lijkt me een inkoppertje in dit geval: God en Zijn Zoon – die voor zijn zoon een bruiloft aanricht.

Eigenlijk, als je het hier in de interlineaire vertaling ziet, is het een meervoudsvorm, en vandaar ook dat je het zou moeten weergeven met zoiets als ‘huwelijksfestiviteiten’. Het woord gamous kennen wij trouwens ook nog. Dat is het Griekse woord voor huwelijk of bruiloft. Wij kennen dat terug in ons woordje monogamie of polygamie, maar dat woordje ‘-gamie’ komt dus rechtstreeks uit het Grieks. Dat geldt trouwens ook voor de woorden ‘mono’ en ‘poly’; dat is ook allemaal Grieks. We kennen zoveel meer Grieks dan we ooit voor mogelijk hebben gehouden.

Maar in ieder geval, dat wordt hier gebruikt: een huwelijk dat gestart wordt, vandaar een bruiloft. Ik moet erbij zeggen – en dat lijkt mij een heel evident gegeven – dat dit zo’n bekend beeld is van het Koninkrijk, het beloofde Koninkrijk dat hier op aarde zal worden gevestigd. In het Oude Testament zie je dat al, en ik verwijs hier naar Jesaja 25, maar hoeveel meer teksten had ik niet kunnen noemen? Openbaring 19, de bruiloft van het Lam… In al die gevallen is er sprake van de Bruidegom en ook van een bruiloft. Ook in de letterlijke zin een bruiloft, dat wil zeggen: de Heer die trouwt met Zijn volk.

Want het oude verbond had het karakter van een huwelijksverbond, en dat geldt ook voor het nieuwe verbond dat God in de toekomst weer zal sluiten met het volk. Een nieuw, definitief verbond heeft ook weer het karakter van een huwelijksverbond. De Bruidegom en de bruid, dat wordt gevierd. Er is sprake van een echtelijke woning en ook van genodigden. In ieder geval, dat hele idee van een bruiloft als type of als beeld – of als een gelijkend iets van het Koninkrijk dat gaat komen – dat behoeft niet zoveel uitleg. Dat worden we geacht te kennen.

Afijn, dat Koninkrijk lijkt dus op een koning die voor zijn zoon een bruiloft aanricht. En dan moet ik er nog wel één ding bijzeggen: het is ‘gelijkend op’, het is niet hetzelfde als ‘gelijk aan’. We praten over beeldspraak, en dat zeg ik in dit geval ook even omdat je de gelijkenis niet moet overvragen en er niet allerlei dingen in moet gaan projecteren die verder geen rol spelen. Bijvoorbeeld: de bruid wordt hier niet genoemd. Dus die moet je hier verder ook niet in verwerken. Het is eigenlijk nog wat sterker: het volk dat wordt genodigd, is feitelijk ook de bruid. Terwijl ik het nu zeg, denk ik: nu maak ik het zelf verwarrend. Maar ik bedoel dit te zeggen: je moet de gelijkenis niet overvragen en dan bijvoorbeeld de vraag stellen waar de bruid is. Die speelt hier geen rol. Dat is ook niet het punt wat hier in de schijnwerpers geplaatst wordt. Bedenk dat wel bij een gelijkenis. Maar in feite wordt in dit tweede vers aangegeven: dit is waar het allemaal om begonnen is. De gelijkenis luidt dat het Koninkrijk gelijkt op een bruiloft die zal worden aangericht door een koning voor zijn zoon.

Nou, en dan staat er…

De Eerste en Tweede Roeping aan de Genodigden (israël) ↑ hoofdstukken

En hij stuurde zijn slaven, die koning stuurde zijn slaven om de genodigden te roepen tot de bruiloft. Nou, de genodigden in dit geval – dat lijkt mij op voorhand al duidelijk – dat is dus niet iedereen. De genodigden, dat is een hele selecte groep. En wie zijn die genodigden hier? Dat blijkt trouwens uit het vervolg; zelfs zonder uitleg struikel je daar al over. Dat kan niet anders dan dat inderdaad het geval is: die groep is hier Israël. Zij zijn bestemd voor de bruiloft; zij zijn hier inderdaad de genodigden.

Die slaven worden erop uitgestuurd om de genodigden te roepen tot de bruiloft. Misschien hadden we – zit ik ineens te denken – er verstandig aan gedaan om eerst even de gelijkenis of het hele gedeelte met elkaar te lezen. Ik ben er nu eigenlijk een beetje gemakshalver van uitgegaan dat we de gelijkenissen allemaal kennen. Misschien is dat zo, maar als je de rest inmiddels er ook nog even bij betrekt, dan is het in één oogopslag duidelijk dat het hier gaat over de bediening van de apostelen in die dagen. Dat wil zeggen, we praten hier over de week die direct voorafgaat aan Jezus’ kruisiging.

En er zijn jaren geweest waarin de Heere Jezus inderdaad de zijnen – ik bedoel degenen die hij geroepen had – onderwezen had. Zijn leerlingen, zijn discipelen, die hij erop uitgestuurd had. Ze werden dus tot apostelen, ‘gezondenen’, en zij waren slaven. Dat wil zeggen: ze waren in feite gewoon bestemd om een taak uit te oefenen en ze waren dat ook verplicht te doen, namelijk om de genodigden te roepen tot de bruiloft. De bruiloft staat aanstaande en jullie, Israël, jullie zijn de genodigden. En ja, wat dacht je wat? De slaven, de discipelen, de apostelen, die waren ook inderdaad exclusief gezonden tot het huis van Israël. Niet naar iedereen, nee. De Heer had gezegd – je leest dat in Matteüs 10 en Lukas 10, maar er zijn wel meer plaatsen – zoals de Heere Jezus zelf trouwens ook uitsluitend gezonden was. We hebben dat bij een andere gelegenheid ook wel eens besproken: uitsluitend gezonden tot het huis van Israël. En dat gold ook voor de twaalf. En later trouwens, als er nog weer tweeënzeventig bij komen, dan zijn ze dus met vierentachtig man – nog zeven keer meer. Die worden ook uitgezonden en ook zij, dat lees je dan in Lukas 10, worden uitsluitend gezonden naar Israël.

Zij zijn de genodigden. Zij waren genodigd en bestemd om bij die bruiloft te zijn, om dat feest mee te maken en om hen te roepen tot de bruiloft. En dan staat er zo bij in één kort zinnetje: ‘Maar zij wilden niet komen.’ In feite is dit al de samenvatting van drie jaar arbeid die de Heer erop had zitten. Hij was zelf gezonden tot de genodigden en hij had zijn discipelen ertoe uitgestuurd, maar wat hij kreeg was nul op het rekest, zoals ze dat zeggen. Het duidt op de nationale afwijzing van Jezus’ boodschap. Inderdaad, dat kon nu zo wel worden vastgesteld, want enkele dagen later zou Jezus zelf ook worden gekruisigd. De Heer had zichzelf trouwens ook voorgesteld als de Bruidegom. Je leest dat in Johannes 3 ook, dat de Heer zegt… hij had Johannes de Doper genoemd, de vriend van de Bruidegom, en hij zegt: ‘Ik ben de Bruidegom.’ Ook dan is niet helemaal duidelijk wie bedoeld wordt met de bruid, maar in ieder geval: hij is de Bruidegom. Nou, dit is wat de reactie was van de genodigden. Zij die bestemd waren om daar te zijn, zij hadden geen interesse; ze wilden niet komen.

En dan staat er: ‘Wederom stuurde hij andere slaven, zeggende: zegt tot de genodigden: neem waar!’ Eerst even dit: ‘wederom stuurde hij andere slaven’. Dat is een tweede missie. Dus eerst was daar een missie geweest om de genodigden op te roepen tot de bruiloft, of ja, te komen tot de bruiloft. Zij wilden niet komen en nu opnieuw stuurt hij ze eigenlijk feitelijk met een nieuwe missie, en daardoor ook in die zin andere slaven, om wederom naar de genodigden toe te gaan. En zoals die eerste missie spreekt van dat wat de apostelen hebben gedaan vóór de kruisiging, zo spreekt deze nieuwe missie – ‘wederom stuurde hij’ – van dat wat de apostelen hebben gedaan in een hele nieuwe bediening, een nieuwe zendingsopdracht zeg maar, om opnieuw naar de genodigden toe te gaan. Het eerste dus vóór de kruisiging, het tweede na de opstanding van Jezus Christus.

Dat blijkt ook wel, want let even op hoe het dan geformuleerd wordt: ‘Zeg tot de genodigden: neem waar! Mijn maaltijd heb ik gereed gemaakt, de stieren en de vetgemeste beesten zijn geslacht en alles is gereed. Kom hier, tot de bruiloft!’ Dit is feitelijk de samenvatting van – in beeldende, illustrerende termen van de gelijkenis van een bruiloft en een uitnodiging tot een maaltijd – de boodschap die de twaalf apostelen hebben gebracht in de dagen van het boek Handelingen. Al eerder hadden ze het volk uitgenodigd, maar nu opnieuw met dat verschil dat hier nu benadrukt wordt: alles is inmiddels ook gereed. ‘De maaltijd heb ik gereed gemaakt, alles is gereed’ – alles is, ik zou haast zeggen, alles is volbracht.

En dan is de boodschap van de twaalf – lees het maar na in het boek Handelingen – dat ze zeggen: ‘Jullie hebben Jezus gekruisigd, dat is waar, maar dat hebben jullie in onwetendheid gedaan. Want zo heeft God in vervulling doen gaan wat hij bij monde van zijn profeten al had gesproken, namelijk dat de Christus moest lijden en sterven.’ Zulke woorden. Met andere woorden: dat móést gebeuren. Nu is alles gereed en Jezus is inmiddels daadwerkelijk ook de Christus geworden. Eigenlijk was dat voor zijn kruisiging allemaal nog wat prematuur taalgebruik, want hij werd juist de Christus door zijn opstanding uit de doden. Toen heeft God hem tot Heer en Christus gemaakt. Nu was alles gereed.

En de oproep in het boek Handelingen is altijd… een heel karakteristiek voorbeeld vind je dat in Handelingen 3, waar Petrus ook op het tempelplein zegt tegen de genodigden: ‘Kom tot berouw, kom tot omdenken, opdat de Christus die nu in de hemel is terug zal keren.’ En dan zullen alle beloften die gedaan zijn aan het volk door de profeten in vervulling gaan. Kortom, dan zou het Koninkrijk daadwerkelijk hier op aarde aanbreken. De belofte is er al, en die zou dan inderdaad aanvangen. Dat is dus ook de unieke prediking in het boek Handelingen.

En let op, die was bestemd voor Israël. Je leest trouwens in datzelfde Handelingen 3 waar ik zojuist uit citeer, dat Petrus ook zegt dat God ‘in de eerste plaats voor jullie’ – en hij adresseert het dus tot zijn volksgenoten, tot Israëlieten – ‘voor jullie in de eerste plaats de Christus heeft opgewekt.’ Dat wil zeggen: zij zijn de genodigden en zij zijn eigenlijk ook cruciaal in dat hele feest en in de vestiging van het Koninkrijk. Het komt er eigenlijk zelfs op neer – het feit dat het Koninkrijk nu, even tussendoor gezegd, nog steeds niet is aangebroken op aarde – dat heeft te maken met wat Israël tweeduizend jaar geleden heeft gedaan, namelijk bij herhaling heeft ze de Messias, hún Messias, afgewezen. Net zo goed als dat het Koninkrijk straks – nou loop ik een beetje vooruit natuurlijk – daadwerkelijk geopenbaard gaat worden juist doordat Israël dan wel tot bekering zal komen. Alles heeft te maken… het lot van de wereld is eigenlijk in handen, als ik het zo mag zeggen, of is direct gekoppeld – laat ik het iets voorzichtiger zeggen – aan de reactie van Israël.

Goed, we lezen verder. Dit was dus de tweede keer dat de slaven eropuit gestuurd werden, nu met dat verschil dat inmiddels werkelijk alles gereed is. En dan is de reactie dezelfde. Nou, het gaat eigenlijk nog veel verder. Daar staat: “Zij bekommerden zich er niet om en zij gingen heen, de één naar zijn veld en de ander naar zijn handelswaar.”

Met andere woorden: men gaf niet thuis, letterlijk of figuurlijk, maar in elk geval was men niet geïnteresseerd. Er waren belangrijkere dingen: het werk, enzovoorts. Ze bekommerden zich domweg niet om deze uitnodiging. Het gaat zelfs nog veel verder, het is extreem. Dan staat er: “De overigen nu” – namelijk van de genodigden dus, daar praten we over. Dus niet alleen dat men de uitnodiging bij herhaling in de wind slaat, maar ze doen ook nog iets anders met degenen die de uitnodiging deden uitgaan, namelijk de slaven.

De overigen nu grepen zijn slaven en beledigden hen… de NBG zegt dat ze hen mishandelden. Maar goed, het eind van het liedje is dat ze hen zelfs doodden. En dat is precies ook wat er is gebeurd met de slaven; ik bedoel met degenen die eropuit gestuurd waren om de genodigden op te roepen tot de bruiloft te komen. Dit is het lot van de twaalf apostelen, de genodigden. Ze werden gehaat en zelfs omgebracht, eigenlijk ook zonder uitzondering, door het volk, door Israël.

De vijandschap die zij ondervonden, kwam inderdaad van Israëls kant. De genodigden. Dus het is niet alleen maar het afwijzen van de uitnodiging, het gaat nog veel verder. Ze hebben namelijk zelfs zijn slaven beledigd en gedood. Nou, dat gaat heel ver. Wat ook heel ver gaat, is trouwens het vervolg, want dan staat er:

De Verwoesting van de Stad en de Derde Roeping ↑ hoofdstukken

Maar de koning werd boos, en dat kan ik me goed voorstellen als zoiets gebeurt. Maar goed, dit is het verhaal: de koning werd boos en hij zond zijn legers en bracht die moordenaars om. Er staat bij: hun stad stak hij in brand. Kijk, als je het verhaal gewoon leest in termen van een koning, een maaltijd en een uitnodiging, dan is dit zo extreem. Maar op het moment dat je de gelijkenis ziet en de link kunt leggen met wat er daadwerkelijk gebeurd is, dan is het ineens niet meer extreem. Dat is namelijk precies wat er heeft plaatsgevonden.

Eerst ging de uitnodiging voor de kruisiging uit, maar er was geen interesse. Vervolgens werden de slaven eropuit gestuurd toen alles gereed was. Wat er gebeurde in de dagen van het boek Handelingen, is dat de slaven uiteindelijk zelfs gedood zijn, bovenop het miskennen van en de desinteresse in de uitnodiging.

Nota bene, daar moet ik eigenlijk nog even bij zeggen – dat moet u ook nog even bedenken: zij waren genodigden. Dat waren ze feitelijk al. Dat had ik eigenlijk al eerder moeten aangeven toen ik het had over het feit dat de genodigden geroepen werden. Kijk, zij waren al genodigden, gewoon in de dagen van de profeten. Israël wist: wij zijn cruciaal en nemen de eerste plaats in bij dat feest wat straks gaat beginnen. Zij waren al genodigd, en vervolgens, als de Messias daadwerkelijk gekomen is, dan worden de genodigden geroepen. En nog een keer geroepen als het echt helemaal gereed is. En dan volgt de reactie van desinteresse, de afwijzing van de uitnodiging en zelfs het ombrengen van degenen die de uitnodiging lieten uitgaan.

Dit is de reactie. Zoals ik al zei: dit is precies wat er is gebeurd in die dagen, de dagen van de eerste eeuw van onze jaartelling. Er zijn legers gekomen en die hebben de moordenaars – in dit geval de moordenaars van al die slaven, van de apostelen – omgebracht. De Joodse staat is toentertijd min of meer vernietigd. In elk geval is de hele stad compleet in vlammen opgegaan. De tempel is afgebroken; er is geen steen op de andere gebleven. Dat is precies wat veertig jaar later heeft plaatsgevonden. Ik bedoel veertig jaar na de dood van de Heer. Ik ga er even vanuit dat de Heer is gestorven in het jaar 30 van onze jaartelling. Precies veertig jaar later – een getal dat trouwens nogal cruciaal is – is de stad daadwerkelijk in brand gestoken. Helemaal! De tempel werd afgebroken en er heeft een gigantisch bloedbad plaatsgevonden. Als ik me niet vergis, zijn er toen zelfs anderhalf miljoen mensen in de stad omgekomen. Dat is gigantisch geweest. De Romeinen zijn gekomen en dat is het lot geweest van de Joodse staat toentertijd, van de stad Jeruzalem en van de tempel in die dagen. Het is afschuwelijk geweest wat er toen heeft plaatsgevonden.

Hoe zit het nu verder? Wat blijft er daarbij? Hoe zit het met die bruiloft? Nu worden we verplaatst naar de toekomst, naar wat er uiteindelijk gaat gebeuren. Lees maar even met me mee: “Toen zei hij tegen zijn slaven: de bruiloft is wel gereed, maar de genodigden waren het niet waardig.” Dat is eigenlijk in dubbele zin waar: de uitnodiging was hen niet waardig, en zij waren de uitnodiging niet waardig. Het tweede is waar vanwege het eerste. Zij waren de uitnodiging niet waardig omdat zij voor de uitnodiging zelf geen interesse toonden. Niettemin: dat feest gaat door, de bruiloft is gereed.

En dan staat er: “Ga dan op de kruispunten van de wegen” – zo staat het er eigenlijk letterlijk – of de knooppunten. Hier staat eigenlijk een woord: di-exodus. Dat laatste deel kennen we natuurlijk allemaal: exodus. Dat betekent letterlijk de uittocht. Dit woord komt maar één keer voor in het Nieuwe Testament. Het heeft te maken met de uitgang en met de knooppunten waar de wegen uitkomen; het plein waar men de stad uitgaat. Ga daarheen en roep zovelen als jullie maar vinden tot de bruiloft. De conclusie over de genodigden is duidelijk. Maar nu luidt het: “Ga dan op naar de kruispunten van de wegen en roep zoveel als jullie maar vinden tot de bruiloft.”

Dit is wat er in de nabije toekomst gaat gebeuren. De tijd waarin wij nu leven – ik kom daar straks aan het einde nog even op terug – wordt in deze gelijkenis min of meer overgeslagen. Bij deze laatste uitzending worden we verplaatst naar de toekomst, naar de dag dat de bruiloft daadwerkelijk gaat aanbreken. Dat zullen we zo direct zien.

Wat gaat er gebeuren als de bruiloft straks daadwerkelijk aanbreekt en het Koninkrijk op deze aarde gevestigd wordt? Daaraan voorafgaand, aan het einde van deze aion, vlak voor de toekomende aion, zal het evangelie van het Koninkrijk in heel de wereld worden gepredikt. We lezen nu in Matteüs 22, maar als je in Matteüs 24 leest, dan bevindt de Heer zich op de Olijfberg. Hij kijkt uit over de stad en het tempelplein en spreekt over het einde van deze aion. Hij zegt daar dat dit evangelie van het Koninkrijk in heel de wereld tot een getuigenis voor alle volkeren gepredikt zal worden. Zonder uitzondering dus. Heel de wereld, wie het maar horen wil: zovelen als jullie maar vinden. Zij worden uitgenodigd tot de bruiloft. Die bruiloft gaat hoe dan ook beginnen en zal gevierd worden.

Dit is de derde uitzending. De succesvolle, want dit is de laatste. Nu gaat de bruiloft daadwerkelijk aanvangen. “Roep zovelen als jullie maar vinden tot de bruiloft.” Die slaven gingen de wegen op en verzamelden allen die zij vonden. Er staat bij: “boosaardigen zowel als goeden”. Het maakt dus geen enkel verschil; iedereen werd uitgenodigd. Niet meer alleen in de stad, maar gewoon iedereen die ze konden vinden en iedereen die maar wilde. En er staat dan: “de bruiloft werd vol van hen die aan tafel aanlagen”.

Aha. Kijk, ik zei al dat die eerste twee uitzendingen ons bepalen bij het verleden. De eerste uitzending van de slaven was in de dagen van de evangeliën, voor de kruisiging. De tweede uitzending was in de dagen van het boek Handelingen, toen Israël wederom geconfronteerd werd met de uitnodiging. En deze derde uitzending gaat direct vooraf aan het daadwerkelijk aanbreken van het Koninkrijk, oftewel het begin van de bruiloft. De bruiloft werd immers vol van hen die aan tafel aanlagen.

U weet, men lag aan tafel. Heel comfortabel eigenlijk, misschien zelfs comfortabeler dan hoe wij dat gewend zijn te doen; wij zitten. Maar afijn, waar het om gaat is dat de bruiloft alsnog vol werd. Dit spreekt van de aanvang van de toekomende eeuw, de toekomende aion. Dat toekomende wereldtijdperk dat als een bruiloft gevierd zal worden.

De Gast Zonder Bruiloftskleding en de Buitenste Duisternis ↑ hoofdstukken

De gelijkenis sluit af met een scène waarin de koning de zaal binnenkomt. Toen de koning nu binnenkwam – opnieuw een term die ons direct doet denken aan het arriveren van de koning in de bruiloftszaal. Dat heeft alles te maken met zijn parousia, zijn presentie. Dan breekt de bruiloft aan en is de koning ook daadwerkelijk present. Toen de koning nu binnenkwam om degenen die aan tafel aanlagen gade te slaan, nam hij een mens waar die geen bruiloftskleding aangetrokken had.

Termen als deze vind je ook bij de profeten. Ik vond er zo een paar in Jesaja 61. Daar wordt in de vertaling gesproken over de klederen des heils, of de kleding van de redding, de mantel der gerechtigheid of een lofgewaad. Hoe staat het er? Een mantel van rouw zal plaatsmaken voor een lofgewaad. Zulke terminologie doet hier meteen aan denken: feestkleding. Als je naar een feest gaat, dan zorg je ervoor dat je kleding daarbij passend is. Deze mens had echter geen bruiloftskleding aan.

Je zou je de vraag kunnen stellen: wat doet hij daar nou eigenlijk? Dat is niet alleen de conclusie die ik trek, maar die conclusie trok de koning ook. Hij zei tot hem: “Kameraad, hoe kwam jij hier binnen zonder bruiloftskleding?” Dat “hoe” heeft hier de gedachte: met welk motief? Het betekent dus niet: via welke deur of iets dergelijks. Er staat: hij verstomde. Waarom? Hij had niets te zeggen. Hij kon niets zeggen of hij was te trots om iets te zeggen. Eerlijk gezegd denk ik vooral dat laatste, maar dat blijkt uit de reactie. Hij was in elk geval niet voorbereid op het feest; dat lijkt me duidelijk. Daarom had hij daar ook niets te zoeken.

Ik lees even verder. We komen nu steeds dichter bij de titel van de dia, maar ook dit dertiende vers en de termen die daar gebruikt worden, hebben al voor heel wat hoofdbrekens gezorgd. Ik wil daar graag toch wat over zeggen. Eerst dit: toen zei de koning tegen de bedienden: “Bind zijn handen en voeten.” Hij is dus zeer verbolgen over het feit dat deze bewuste man daar binnen is; die hoort daar helemaal niet. “Werp hem uit in de buitenste duisternis.” Die term vinden we vaker in de evangeliën: de buitenste duisternis. Eigenlijk moet je je het zo voorstellen: je hebt de feestzaal, die is verlicht. Als je daaruit gaat, dan ben je in de duisternis buiten. Als je helemaal buiten komt, heb je helemaal geen verlichting meer; dan is het pik- en pikdonker. Het is buiten de verlichte feestzaal. De terminologie van de buitenste duisternis is dus gekoppeld aan de verlichte feestzaal.

Ik neem u even mee terug in het Matteüs-evangelie, naar Matteüs 8. Dat werpt meteen heel veel licht op de betekenis van deze gelijkenis. De context laat ik even voor wat die is – het gaat over de hoofdman in Capernaüm – maar de Heer Jezus zegt tegen de omstanders: “Ik zeg tegen jullie dat velen vanuit het oosten en het westen zullen arriveren en ze zullen aanliggen met Abraham, Izaäk en Jakob in het Koninkrijk van de hemelen.” Haha, even terug: het Koninkrijk van de hemelen, aanliggen. Wie zijn daar dan allemaal? Het gaat over de toekomst. Het Koninkrijk – er hoort hier een ‘n’ tussen, ik moet thuis nog wat doen. Maar goed, als straks het Koninkrijk hier op aarde gevestigd gaat worden, zullen ook mannen als Abraham, Izaäk en Jakob en velen van Israël opstaan bij die gelegenheid. Daniël spreekt daar ook over. Zij zullen dan inderdaad dat Koninkrijk meemaken en beleven.

Bij die gelegenheid zullen er velen arriveren vanuit het oosten en het westen. De gedachte is dat ze vanuit heel de wereld zullen komen en arriveren in de feestzaal. Ik denk zelfs dat die feestzaal hier het land Israël is, want ze komen uit het oosten en het westen, ze arriveren en ze zullen aanliggen. Die feestzaal is daar dus in het land en daar zullen zij Abraham, Izaäk en Jakob aantreffen, namen die natuurlijk direct gekoppeld zijn aan de grote belofte die God aan Israël had gegeven. Dat zal het Koninkrijk der hemelen zijn.

En nou komt het: “Maar de zonen van het Koninkrijk zullen buitengeworpen worden.” De eigenlijke erfgenamen, het volk dat daar aanspraak op zou kunnen maken, waarvan je zou zeggen dat ze er in ieder geval bij horen. Zij zijn de eigenlijke erfgenamen, oftewel wat in Matteüs 22 de genodigden heet. Dat heet hier de zonen van het Koninkrijk; het gaat over Israëlieten. Ze zullen komen van oost en west, vanuit de hele wereld, maar de zonen van het Koninkrijk zullen buitengeworpen worden. Dat staat niet bij allen, maar generaliserend gesproken zullen de zonen van het Koninkrijk buitengeworpen worden tot in de buitenste duisternis.

Dan staat erbij wat we in Matteüs 22 ook vinden: “Daar zal het geween zijn en het knarsen van de tanden.” Waar het hier om gaat, is in feite dezelfde gedachte als in Matteüs 22, namelijk dat de genodigden uit Israël er niet bij zullen zijn. Althans, velen zullen daar ontbreken, terwijl ze juist van oost en west wel zullen komen om het mee te maken. Zij dachten misschien: wij maken aanspraak op het Koninkrijk en wij zijn de eigenlijke erfgenamen, maar zij zullen buitengeworpen worden. Dat is pijnlijk. Je kunt je voorstellen hoe de Heer met zulke woorden tegen de schenen van de leidslieden en van het volk in het algemeen heeft geschopt, door te zeggen dat velen uit de natiën zullen komen om die feestelijke maaltijd of die bruiloft mee te maken, maar degenen die dachten dat het voor hen was, buitengeworpen zullen worden. Dat is pijnlijk. Zij zullen het verlichte feest niet meemaken, maar buiten staan in het donker, in het duister. Daar zal het geween zijn, het gehuil; het verdriet over het feit dat uitgerekend zij, de genodigden die meenden de eerste aanspraak te kunnen maken, buiten staan.

Daar zullen ze buiten staan en daar zal het geween zijn en het knarsen van de tanden. Dat is een term die vaak wordt uitgelegd als een uiting van pijn. Althans, zo heb ik het altijd begrepen uit de uitleggingen die ik hoorde; meestal was de gedachte dat er tandenknarsen zou zijn van de pijn. Maar als je nagaat waar die uitdrukking nog meer wordt gebezigd – de duidelijkste vind ik in Handelingen 7 vers 54 – dan zie je dat het niet gaat over pijn, maar over woede. Als je woedend bent, ga je tandenknarsen. In Handelingen 7 gaat het over de leidslieden, het Sanhedrin, dat bij die gelegenheid Stefanus ombrengt en stenigt. Stefanus spreekt daar striemende woorden uit en dan lees je: “Toen zij dit hoorden, sneed het hun door het hart en zij knarsten hun tanden tegen hem.” Ze begonnen luidkeels te schreeuwen, stopten hun oren dicht en stormden als één man op hem los. Die waren compleet woedend doordat hij zulke dingen tegen hen durfde te zeggen. Het is daar dus niet alleen het geween van verdriet, maar ook de woede.

De Ware Betekenis: Velen Geroepen, Weinigen Uitverkoren ↑ hoofdstukken

We zijn nu uitgekomen bij vers 14. Daarmee is de cirkel feitelijk weer rond, want zo eindigt deze gelijkenis: met ‘want’. Het is duidelijk dat deze zin een nadere verklaring is van het voorgaande; je kunt deze zin dus ook alleen begrijpen als je eerst het voorafgaande hebt gelezen.

Velen zijn geroepen. Dat is wat in deze gelijkenis besproken werd. Bij de eerste twee uitzendingen was er op zijn zachtst gezegd totaal geen interesse. Pas bij de derde uitzending, vlak voorafgaand aan de bruiloft — de eigenlijke aanbreker van het Koninkrijk — worden allen die de slaven maar vonden, geroepen. En dat waren er velen.

Ik zeg er even bij dat er geen tegenstelling is tussen velen en allen. Integendeel: allen zijn velen. Ik noem dit omdat dit in andere discussies weleens anders naar voren wordt gebracht. Als Paulus over velen spreekt, zegt men soms: “Ja, daar staat velen, maar dat is dus niet allen.” Dat is echter geen correcte tegenstelling. Allen zijn velen. In deze gelijkenis gaat het inderdaad over allen die zij maar vonden. Velen zijn geroepen; feitelijk werd er helemaal geen uitzondering gemaakt. De koning zegt: wie maar wil, die kan komen.

Het gaat hier, ik benadruk het nog een keer, over de toekomende aion. Dit wereldtijdperk zal worden afgesloten en straks zal het Koninkrijk hier op aarde gevestigd worden. Dan zullen er velen zijn die geroepen zijn uit oost en west, vanuit alle natiën. Maar, zegt de Heer: “Weinigen zijn uitverkoren.” De betekenis hiervan is precies tegenovergesteld aan wat men hier altijd over zegt, en wat ik in het verleden trouwens ook dacht. Men denkt vaak: van alle aanwezigen in de feestzaal waren er relatief weinig uitverkoren, en die uitverkorenen zijn de genodigden. Het idee is dan: er worden velen geroepen, maar als je niet uitverkoren bent, dan kom je er niet. Zo wordt het heel vaak verteld, en wellicht vandaag op Urk ook.

De uitleg hier is echter precies tegenovergesteld. Je kunt wel uitverkoren zijn — genodigd — maar dat zegt op zichzelf helemaal niets. Want als jij geen gehoor geeft aan de roep, dan zijn er velen die niet uitverkoren zijn maar wel geroepen, en zij zullen toch deel uitmaken van het feest. De uitdrukking dat er maar weinigen uitverkoren zijn, wordt vaak gebruikt om te zeggen: “Als je niet uitverkoren bent, kom je er niet.” Maar het zit precies andersom. Je kunt wel uitverkoren zijn, maar dat zegt niets.

Het feit dat je deel uitmaakt van het uitverkoren volk Israël, betekent niet dat je dus ook automatisch straks deel uit zult maken van dat feestmaal en het Koninkrijk op aarde zult gaan beleven. Dat is een heel ander inzicht dan wat doorgaans wordt gedacht. Weinigen van de uitverkorenen zullen er inderdaad bij zijn. Hoewel de schare die verzameld wordt een grote menigte zal zijn die niemand tellen kan, zullen er relatief gezien — vergeleken met degenen die uit de volkerenwereld aankomen — van de genodigden heel veel ontbreken. Je kunt dus uitverkoren zijn, maar dat zegt in dit verband niet zoveel.

Conclusies en het Verschil met de Tegenwoordige Tijd ↑ hoofdstukken

Laten we aan het einde een paar conclusies op een rijtje zetten. Het lijkt me van belang om het allemaal nog eens even puntsgewijs neer te zetten. Deze gelijkenis spreekt van beide roepingen, of twee roepingen, in de dagen van het Nieuwe Testament aan het genodigde Israël. Eerst de nodiging voor het kruis, vervolgens de nodiging na de opstanding in de dagen van het boek Handelingen. Dat liep uiteindelijk, vanwege de reactie van Israël — de genodigden die geen interesse hadden en sterker nog: de slaven die de uitnodiging deden uitgaan verwierpen en zelfs doodden — uit op Jeruzalems verwoesting in het jaar 70 AD.

Deze gelijkenis spreekt ook van de derde uitzending, en dat is de uitzending die direct voorafgaat aan de bruiloft: de toekomende aion, het aanbreken of de vestiging van het koninkrijk in deze wereld. Dat is de conclusie waar we het zojuist over hadden in vers 14: tot het uitverkoren volk behoren, oftewel uitgenodigd zijn, is geen garantie voor deelname aan de bruiloft. Dat is feitelijk wat deze gelijkenis duidelijk maakt.

Wat ik ook nog naar voren wil brengen — en feitelijk heb ik dat impliciet in de voorgaande punten al gezegd — is dat deze gelijkenis niet gaat over de prediking in de tegenwoordige tijd. De tegenwoordige tijd speelt daarin geen rol. Het gaat hier daadwerkelijk over de uitnodiging tot het koninkrijk van de genodigden in het verleden en over de uitnodiging die er zal uitgaan vlak voorafgaand aan het openbaar worden van het koninkrijk hier op aarde. De tegenwoordige tijd is niet in beeld, not in the picture. Dat was om zo te zeggen een geheimenis. Dat wordt later aan Paulus verteld; dat is de bediening van deze apostel.

Dat heeft trouwens ook weer alles te maken met het feit dat Paulus geen deel uitmaakte van de twaalf. Paulus werd als dertiende apostel geroepen, juist na het fiasco van de twaalf. Ik bedoel met het fiasco dit: dat hun uitnodiging op niets uitliep. Men had geen interesse en toen riep God een dertiende. Maar dat maakt geen deel uit van deze gelijkenis. Je zou het eigenlijk zo mogen zeggen: wij maken geen deel uit van die slaven. Wat voor ons bestemd is, is de Paulus-boodschap: wij maken deel uit van de zoon van de koning.

Trouwens, er is nog iets wat ik wil zeggen. Ik heb dat nu hier niet in verwerkt, maar nog één ding over dat wat vandaag gepredikt wordt. Degenen die God vandaag roept, die rechtvaardigt Hij ook. Ik had daar graag even een diaatje van gemaakt, maar dat is me ontgaan. Want hoe zegt Paulus dat in Romeinen 8? Degenen die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook tevoren bestemd. En die Hij bestemt, die roept Hij ook. En die Hij roept, die rechtvaardigt Hij ook. En die Hij rechtvaardigt, die verheerlijkt Hij ook. Dat is een gouden ketting. Daar zit geen enkel aandeel van menselijke verantwoordelijkheid in. Totaal niet. God kent tevoren, God bestemt tevoren en degenen die Hij tevoren bestemt, die roept Hij. En degenen die Hij roept, die rechtvaardigt Hij. Dus vandaag is degene die geroepen wordt ook daadwerkelijk degene die gerechtvaardigd wordt, vandaag al, en deel uitmaakt van het lichaam van Christus — om zo te zeggen: de zoon van de koning.

Dus dat wat we lezen in de brieven van Paulus moet je niet in deze gelijkenis betrekken. In het algemeen — en dat is waar we het wel vaker over gehad hebben — is dat wat we in de evangeliën aantreffen gericht aan Israël. Ik zeg er nu even bij: het is niet goed om het brood dat bestemd is voor de kinderen Israëls aan de hondjes te geven. Je moet dit niet buiten zijn context plaatsen. Dat wat in de evangeliën gesproken is, is geadresseerd aan Israël en kan ook alleen maar in dat kader geplaatst worden.

En die bruiloft, ja, dat is die toekomende aion. Is dat het einde? Nee, natuurlijk niet. Want natuurlijk is dat ook altijd weer de gedachte van: “Ja, als straks die bruiloft aanbreekt, dat is dan de eeuwige bruiloft” en dan bedoelt men daarmee dat er nooit meer een eind aan komt. Maar dat is niet de Bijbelse gedachte. Er zijn nog aionen te gaan en die komen tot voleinding, tot voltooiing. Laat u zich niets wijsmaken: de Schrift zegt dat God tot Zijn doel komt met heel de schepping en met alle mensen. Maar dat is niet het bruiloftsmaal, want uiteindelijk is die bruiloft de periode die straks gaat aanbreken: de duizend jaren. In feite is dat de bruiloftsdag. Dat is Johannes 2 trouwens: op de derde dag was er een bruiloft. Met deze cryptische zin wou ik het voor vandaag maar laten.

🎧 weinigen uitverkoren?

Powered by RedCircle

Delen: