GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

wederkomst ophanden? (2)

17-09-2017 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op 17 september 2017 te Urk

In deze tweede studie gaan we dieper in op de beide grote tekenen die Johannes zag aan de hemel, beschreven in Openbaring 12:1 t/m 5. Vooral op de mannelijke zoon die wordt gebaard en linea recta weggerukt wordt tot God en zijn troon. Maar ook op de vrouw die vervolgens vlucht naar een gereserveerd onderduikadres in de woestijn. Hoe aanstaande is dit alles?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie onderzoekt de actuele verwachting rondom de wederkomst in het licht van het zich vormende profetische decor in het Midden-Oosten en bijzondere sterrenconstellaties. Aan de hand van Openbaring 12 wordt uiteengezet dat de vrouw het volk Israël voorstelt en geen letterlijk sterrenbeeld is. De 'mannelijke zoon' die weggerukt wordt naar Gods troon, blijkt de Ecclesia te zijn, die bestemd is om in de toekomst met Christus te heersen. Tot slot wordt Israëls toekomstige vlucht naar Bosra in de woestijn besproken, waar het volk gedurende 1260 dagen bewaard en gevoed zal worden, mogelijk zelfs door de eerder weggerukte Ecclesia.

“Als de vrouw een aanduiding is van een volk, namelijk Israël, hoe logisch is het dan niet om aan te nemen dat die mannelijke zoon net zo goed een volk is?”

Inleiding: Leven in een Scharniertijd ↑ hoofdstukken

Een hele goede middag, vrienden, beste geliefde Urkers en omstreken, moet ik erbij zeggen. Want ja, we komen uit Gelderland, uit Friesland, Groningen — dat is toch Gelderland? Ja, ik had eraan gedacht. En Zuid-Holland, maar daar hoor ik zelf dus bij.

Wij gaan ons vanmiddag opnieuw weer bezighouden met dit onderwerp. U ziet het, het is de tweede keer dat we ons met dit thema 'De wederkomst ophanden?', met een vraagteken, gaan bezighouden. Dat betekent dat we dat al een keer eerder hebben gedaan. Dat was een bespreking van Openbaring 12 en had een specifieke aanleiding; daar kom ik zo nog even op terug. Misschien is het goed, al was het maar omdat niet iedereen daar de vorige keer ook bij was, om de inleiding even samen te vatten als een soort van uitvalsbasis van waaruit we verdergegaan zijn. We begonnen met de vaststelling dat er in het algemeen in de wereld een besef is dat we in een scharniertijd leven. Dat wil zeggen: een eindtijd, de laatste fase van een bepaalde era, van een tijdperk, en dat er iets heel anders op handen is.

We hebben daar het een en ander over opgemerkt vanuit de wereld, gewoon vanuit de seculiere sfeer. Denk aan mensen die heel dramatisch denken over wat er met het klimaat gaande is, of wat dacht u van de nucleaire dreiging of dreigingen? Ook dat wat er met de technologie aan de hand is, de ontwikkelingen daarin. Afijn, ook vanuit seculier oogpunt zijn er allerlei geluiden dat we ons momenteel in een hele belangrijke, cruciale fase bevinden.

Met name hebben we ons beziggehouden met dat besef dat ook in de godsdienstige wereld leeft. In het Jodendom denk ik dan met name aan de oprichting van de Joodse staat in de vorige eeuw, inmiddels bijna zeventig jaar geleden. In 1948 was dat, dus volgend jaar is dat zeventig jaar geleden. Dat moet toch een heel markant gebeuren zijn. Dat besef leeft ook heel sterk in het Jodendom, nadat er tweeduizend jaar lang geen Joodse staat is geweest. Na die verstrooiing onder de heidenen en onder de heidenvolkeren is daar in het Midden-Oosten — tot ergernis natuurlijk van alle omliggende landen — weer dat volkje Israël. Dat staat weer op de kaart. Wat is de volgende fase? Jeruzalem werd een aantal decennia later, in 1967, vervolgens ook Joods bezit. Dit jaar is dat trouwens precies vijftig jaar geleden. De volgende fase zou dan toch moeten zijn, ook in de Joodse beleving: het herstel van de offerdienst, de tempeldienst die weer zou moeten hervatten. Maar ja, daar zijn nogal wat obstakels en hindernissen te nemen.

Met die overwegingen is er ook nog iets anders aan de hand. Dat eindtijdbezef leeft niet alleen in het Jodendom en in de seculiere wereld, maar ook in de islam. Die twee hebben eigenlijk ook alles met elkaar te maken. De herleving van met name de politieke islam en de djihad is dagelijks voorpaginanieuws. Die herleving van de islam loopt parallel met het succes van het zionisme. Sinds de oprichting van de Joodse staat, maar eigenlijk al enige decennia daarvoor toen alles daaromtrent in beweging was, ontstond juist in de moslimwereld de gedachte: dit mag niet gebeuren. Gebied dat al zoveel eeuwen van de islam is, mag niet onteigend worden.

Daar komt trouwens bij dat ook in de islam de eindtijd — hun eschatologie, om het even theologisch te zeggen — gecombineerd is met de bevrijding van Jeruzalem. Zij weten, en er zijn allerlei geschriften — de Hadieth bijvoorbeeld; ik ben daar niet zo heel erg in thuis, maar ik heb daar ooit eens een keertje een aparte studie naar gedaan. Het is heel boeiend om te lezen hoe allerlei geschriften naast de Koran, die zeer gezaghebbend zijn, erop wijzen dat in de eindtijd voor de komst van de Al Mahdi (want dat is degene die zij verwachten), Jeruzalem 'bevrijd' zal worden. Dat wil zeggen vanuit hun oogpunt: Jeruzalem zal weer islamitisch gebied worden. Dat is direct gelinkt aan de eindtijd.

Dus die oprichting van de Joodse staat als vervulling van de zionistische droom gaat gelijk op met die herleving van de islam. In beide gevallen roept dat het besef op van: dit is eindtijdelijk, dit is eschatologisch. De Joden zeggen dat dit voorafgaat aan de komst van de Messias, terwijl in de moslimwereld heel sterk het besef leeft dat dit vooraf moet gaan aan de komst van de Al Mahdi. Kortom, alles wijst in die richting; vanuit allerlei godsdienstige richtingen wordt in die sfeer gedacht.

Het Herstel van het Profetisch Decor in het Midden-oosten ↑ hoofdstukken

En dan hebben we met name ook gedacht aan het Bijbelse perspectief. In feite heb ik daar al het een en ander over gezegd. Het hele profetisch decor — datgene wat de Bijbel zegt over wat vooraf zal gaan aan de komst van de Messias, of anders gezegd: de terugkeer van Christus naar deze wereld — gaat gepaard met een decor dat weer opgebouwd wordt en waarin allerlei landen een rol spelen. We hebben er al even op gewezen, uiteraard in het bijzonder de oprichting van de Joodse staat Israël, maar ook het feit dat Jeruzalem weer Joods bezit is geworden.

Maar wat dacht je wat? Niet alleen dit land, Israël, is na tweeduizend jaar weer op de kaart gezet, maar ook Syrië, dat eeuwenlang, ja, duizenden jaren lang — net als Egypte en Libanon — eigenlijk onder vreemde heerschappij bestond. Dat geldt trouwens nog voor meer landen in het Midden-Oosten die in de vorige eeuw weer zelfstandige naties geworden zijn onder de aloude namen, exact zoals we ze ook tegenkomen in de Bijbel bij de profeten.

Het gaat dus om het hele herstel, zoals dat genoemd wordt in Handelingen 3. Hoe staat het daar ook alweer precies? Het herstel of de reconstructie van alles waarvan de profeten hebben gesproken. De profeten spraken over Israël, over Jeruzalem, over Syrië, over Egypte en over Libanon. Welnu, dat was duizenden jaren lang weg, maar het is weer terug. Het is terug van weggeweest; het is letterlijk en figuurlijk weer op de kaart gezet. Daarmee is het hele decor opgebouwd.

En wat dacht je wat? Ook de Filistijnen, dat wil zeggen de aloude vijand van Israël, zijn weer terug. Onder dezelfde naam zelfs. Wij maken dan onderscheid tussen Filistijnen en Palestijnen als twee verschillende begrippen, maar als je het in het Hebreeuws zegt — trouwens in het Arabisch ook — is dat exact hetzelfde woord. Dus met de oprichting van de Joodse staat is ook meteen de aloude vijand onder dezelfde naam terug. Ik zeg daarmee niet dat de Palestijnen de nakomelingen zouden zijn van de Filistijnen van weleer, maar het zijn wel hun erfgenamen. Dat wil zeggen: ze hebben de erfenis van de Filistijnen van destijds en ze zitten zelfs in dezelfde strook, de Gazastrook. De Filistijnen hadden hun gebied in die vijf steden daar bij Gaza en Askelon, en dat is nu nog steeds zo. Dat is heel eigenaardig allemaal.

Dat hele decor is dus weer in aanbouw. Ik zeg bewust 'in aanbouw', want ik wil bepaald niet beweren dat het al gereed is. Maar goed, in de laatste eeuw is er heel veel gebeurd en daar moeten we natuurlijk niet aan voorbijgaan. Dat lijkt me, om een understatement te gebruiken, niet onbelangrijk. De termijn is domweg aan het verstrijken. Het hele verhaal is — zonder dat nu op het jaar nauwkeurig te berekenen, hoewel ik me daar bij andere gelegenheden persoonlijk ook wel eens mee heb beziggehouden — dat het jaar 6000 bijna aanstaande is.

Dat wil zeggen: als je rekent vanaf Adam, gewoon volgens de Bijbelse chronologie, dan kom je ergens in de jaren dertig van deze eeuw uit als zijnde het jaar 6000. Ik denk 2034, maar begrijp me overigens goed: als ik zo'n jaartal noem, zeg ik daarmee helemaal niets. In ieder geval zeg ik daarmee niet wat er dan precies zal gebeuren, maar het lijkt me toch opmerkelijk. Het is het opmerken waard dat dat een heel markant getal is. Vooral als je je realiseert hoe God rekent in Bijbels opzicht, waarbij duizend jaar als één dag is. Dat betekent dat er in het jaar 6000 zes dagen voorbij zijn. Zes dagen, zes millennia, en de zevende dag gaat dan aanbreken.

Overigens moet ik er ook nog bij zeggen dat in de jaren dertig van deze eeuw — dus over ruim een decennium — er ook tweeduizend jaar voorbij zijn sinds de hemelvaart van de Heer Jezus. Of de Heer Jezus nu is gekruisigd, gestorven, opgestaan en ten hemel gevaren in het jaar 30, 31, 32 of 33 — ik weet dat daar discussie over is — dat maakt voor deze typering geen verschil. Eén ding is zeker: die twee millennia zijn dan binnenkort ook voorbij. Dat valt allemaal zo samen en dat maakt de tijd waarin wij nu leven zo buitengewoon spannend. Daar heb ik de vorige keer iets uitgebreider bij stilgestaan, maar ik vind het toch goed om dat even opnieuw in herinnering te roepen. Dat is er aan de hand.

De Sterrenconstellatie van 23 September Kritisch Bekeken ↑ hoofdstukken

En dan was er nog iets bij, en dat is de echte directe aanleiding voor deze studie, of deze twee studies. Namelijk dat er aankomende zaterdag – kan ik inmiddels zeggen, dat is de 23ste – een heel speciale constellatie van sterren aan de hemel staat. Al vele jaren wordt daarop gewezen, maar u begrijpt dat naarmate deze datum vordert, de spanning daaromtrent toeneemt. Dan zie je namelijk een sterrenconstellatie die exact overeenkomt, of laat ik het voorzichtig zeggen: zou komen, met wat we vinden in Openbaring 12 vers 1.

Daar wordt gesproken – ik kom er zo nog even op terug – over een vrouw. "Ik zag een groot teken aan de hemel: een vrouw met de zon bekleed en met de maan onder haar voeten en met een kroon van twaalf sterren op haar hoofd." Welnu, die situatie doet zich dus aankomende zaterdag voor. Dan staat de zon in het sterrenbeeld de Maagd, de vrouw, en de maan is onder haar voeten. En met de Leeuw (Leo)... dat zijn in totaal negen sterren. Maar het bijzondere is dat er nu – kijk, u ziet ze, de negen sterren van het sterrenbeeld de Leeuw – drie planeten, dwaalsterren, bij gekomen zijn, te weten Venus, Mars en Mercurius. Zodat op het hoofd van de Maagd niet alleen de negen sterren van dit sterrenbeeld geplaatst zijn, maar ook nog eens een keertje de drie andere sterren. En dat is uniek. Zodat er dus in totaal twaalf sterren op haar hoofd zijn.

Dat lijkt me toch markant. Dat zou dan precies de situatie geweest zijn die Johannes in Openbaring 12 gezien heeft. Dat is wat er gezegd wordt, maar is dat ook zo? Nu zou je kunnen zeggen: weet je wat, we geven daar gewoon in oktober een studie over, want dan kun je met wat meer zekerheid over deze dingen spreken en wat er al of niet gaat plaatsvinden. Maar goed, om de zaak weer scherp te krijgen: er is wel wat op die uitleg aan te merken.

Het belangrijkste is denk ik dit: het tweede teken dat Johannes in de hemel ziet. Je moet goed opletten als je Openbaring 12 leest: hij ziet niet één teken, hij ziet twee tekenen. Het tweede teken dat hij ziet in de hemel – vers 3 is dat, als ik me niet vergis – is een grote rode draak met zeven koppen en tien horens. En de eigenaardigheid is: dat is geen sterrenbeeld. Dat verzwakt het idee enorm dat het eerste teken dan wél een sterrenbeeld zou zijn. Als het eerste teken een sterrenbeeld is – wat op zich een hele zinnige gedachte is – dan moet je ook consequent zijn en dan is het tweede teken dat ook. Dat blijkt echter niet het geval te zijn.

Er is weliswaar een sterrenbeeld de Draak, en de Slang trouwens ook, maar die voldoen niet aan deze beschrijving. Sinds ik deze Bijbelstudie heb gegeven, heb ik heel wat mailtjes gekregen van mensen die me probeerden te overtuigen dat het wel zo zou zijn. Zij wezen allemaal zonder uitzondering op Planet X, Nibiru. Maar dat is echt een verlegenheidsverklaring, want dat is niet zomaar direct aan de hemel aan te wijzen. Het is allemaal heel obscuur en ook zwaar omstreden. Daar komt trouwens nog bij dat die andere kenmerken daar ook niet in terug te vinden zijn. Ik kreeg deze week een mail over Nibiru, een planeet die binnenkort nabij de aarde zou komen. Dat is een nogal ingewikkeld verhaal, maar daarvan zegt men dat die wellicht zeven manen heeft. Maar ja, dan heb je de tien horens nog niet verklaard. Het is allemaal een verlegenheidsconstructie, ik kan het niet anders zien. Zo helder als de uitleg van vers 1 op zich zou zijn, zo wazig en obscuur is de uitleg van dat andere teken. Het voldoet domweg niet. Ik zeg het een beetje boud, maar ik kan het niet anders inzien.

We hebben het trouwens ook gezien, maar daar wil ik nu op voortborduren als we verdergaan in de bespreking: de vrouw in Openbaring 12 is geen sterrenbeeld, maar het is de voorstelling van Israël. Dat blijkt ook wel, want die vrouw is niet alleen maar een teken in de hemel; je leest vervolgens dat ze een mannelijke zoon baart en vlucht naar de woestijn, waar ze wordt onderhouden. Het verhaal gaat dus verder.

Er is nog iets dat ik leuk en boeiend vind om in dit verband te vermelden. Er wordt nu heel veel geroepen – zo gaat dat op internet, en dat is trouwens een algemeen menselijk verschijnsel: als er iets sensationeels wordt aangekondigd, hebben mensen de neiging om dat ongecontroleerd na te roepen. Iemand stuurde mij een kaartje op van een sterrenprogramma. Je kunt op je mobiel een prachtige app downloaden waarmee je precies kunt aanwijzen welk sterrenbeeld daar staat en welke sterren er te vinden zijn. Met een iets ingewikkelder programma kun je zelfs precies zien wat er op een willekeurige datum aan de hemel te zien is, in het noorden, zuiden, of waar dan ook.

Hij stuurde mij een screenshot van het jaar 2036, ook op 23 september trouwens. Op dat tijdstip – tot op de seconde nauwkeurig – zie je ook weer de Maagd, met de maan écht onder haar voeten; niet ernaast, maar eronder. Je ziet ook weer het sterrenbeeld de Leeuw met de negen vaste sterren, maar daarbij ook Venus, Saturnus en Mercurius. Dan heb je ook twaalf sterren. Weliswaar zijn dat drie andere planeten dan die aanstaande zaterdag te zien zijn, maar niettemin maakt dat het plaatje compleet dat de Maagd gekroond is met twaalf sterren. Men zegt wel dat de constellatie van aanstaande zaterdag zo uniek is dat deze maar eens in de zoveel duizend jaar of zelfs helemaal nooit plaatsvindt, maar er is reden om dat zwaar te relativeren. Over negentien jaar zie je namelijk weer ditzelfde fenomeen, waarbij Openbaring 12 vers 1 feitelijk aan de sterrenhemel te zien is. Dat was nog even een kanttekening.

De Vrouw uit Openbaring 12: Israël Bekleed met de Zon ↑ hoofdstukken

We hebben gezien dat — en ik heb inmiddels Openbaring 12 voor me liggen, wat wel handig is, want dat is eigenlijk wat we bespreken naar aanleiding van de actualiteit — de vrouw een type is van Israël. Ze spreekt niet van Maria, zoals de Rooms-Katholieken zeggen, en ze spreekt ook niet van de kerk, zoals de gangbare protestantse uitleg luidt. Ik ben daar eerder al dieper op ingegaan. Nee, het gaat over Israël zoals God het ziet: echt in de hemel. Hoezo dat? Wel, het is het volk dat de Messias voortbrengt, de mannelijke zoon. En het kan niet missen: die mannelijke zoon, dat is Christus. We zullen dat straks nog wat uitgebreider zien. Ik moet er ook bij zeggen dat, zoals de vrouw een volk voorstelt, die mannelijke zoon ook een volk is, maar ik loop nu eventjes voor de muziek uit. In ieder geval is die mannelijke zoon een aanduiding van Christus; dat kan echt niet missen. Het is trouwens ook onomstreden wat ik nu zeg; ik heb nog nooit een andere uitleg gehoord en het kan ook niet anders.

Wat ook duidelijk maakt dat die vrouw een type is van Israël, is dat ze wordt geassocieerd met de zon, de maan en de sterren. Dat wist Jakob ooit al en dat is een uitbeelding van Jakobs familie. U kent het nog wel van Jozefs droom: de zon en de maan en de sterren. Wel, denk je nou werkelijk dat onze familie, Jakobs huis, zal neerbuigen voor Jozef? Zoals de uitleg daar was, is de link hier ook heel duidelijk. Het feit dat het niet alleen maar sterren zijn, maar specifiek twaalf sterren, is ook weer een bevestiging dat we moeten denken aan Israël met de bestemming om te heersen, gekroond met een kroon van heerschappij met twaalf sterren.

Twaalf is sowieso de reeks van de heerschappij in het algemeen; er zijn daar hele mooie voorbeelden van. Het mooiste is misschien nog wel dat de heerschappij over de tijd ook wordt gekenmerkt door de twaalf. De zon was gesteld tot heerschappij over de dag. En hoeveel uren gaan er in een dag? Twaalf. Nee, niet vierentwintig, dat is een etmaal. Er gaan twaalf uren in een dag. Een dag is wat God 'lichtdag' noemde en een dag duurt gemiddeld, waar dan ook ter wereld trouwens, zelfs aan de Noord- of Zuidpool, gemiddeld twaalf uur. Afijn, twaalf sterren dus.

Dan wordt het tijd om naar het vervolg van Openbaring 12 te gaan. Je leest dan: "En ze is zwanger en ze schreeuwt in haar barensweeën en pijn om te baren." Het is de inleiding tot het eigenlijke van wat Johannes ziet, maar dit gaat eraan vooraf. Als die vrouw dus Israël is, dan is het niet moeilijk om in deze beschrijving een zinnenbeeldige verwijzing te zien naar Israëls moeite alvorens de mannelijke zoon wordt voortgebracht. Inmiddels weten we: tweeduizend jaar verstrooid onder de natiën, inderdaad onder vele moeite en pijnen. En er werd een ander teken in de hemel gezien.

Het Tweede Teken: de Vuurrode Draak en de Oude Slang ↑ hoofdstukken

Ook hier weer: het gaat hier echt om de tegenstander die wordt waargenomen, maar dan de tegenstander zoals God deze ziet. In de hemel gezien. Er werd een ander teken in de hemel gezien en neem waar: zie, een grote... In de NBG-vertaling staat 'rossige', maar er staat eigenlijk pyros, en dat heeft te maken met pur, het woord voor vuur. Omdat het een kleur is, is ons woord vuurrood perfect. Het is een prima weergave van wat Johannes ziet: een vuurrode draak, waarbij de gedachte inderdaad vuur is en rood. Vuur, ja, de associaties en de karakteristieken van de eindtijd komen daarmee eigenlijk ook meteen weer op de voorgrond. Vuur als een aanduiding van toorn en rood van bloed. Dat dat geassocieerd is met die draak lijkt me niet zo moeilijk, want dat zijn inderdaad de twee kenmerken waarmee ze opereert.

De draak wordt trouwens even later geïdentificeerd in vers 9 van ditzelfde hoofdstuk. De grote draak werd op de aarde geworpen, nadat die mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en zijn troon. Dan vindt er vervolgens een strijd in de hemel plaats en dan wordt de Satan met heel zijn huishouding, al zijn trawanten en al zijn personeel – om het anders te zeggen – op de aarde geworpen. En de grote draak werd op de aarde geworpen. Als je dan wilt weten wie dat is, nou, dan staat het erbij: dat is de oude slang, die genaamd wordt de diabolos, degene die alles door elkaar gooit. Ons woord duivel komt eigenlijk van diabolos. En de Satan. Diabolos is Grieks en betekent dat hij de boel door elkaar gooit. Dat beschrijft perfect wat hij doet en hoe hij opereert en te werk gaat met het Woord van God. Eigenlijk is dit vooral wat hij doet met het Woord van God: namelijk door elkaar gooien. 'God heeft zeker wel gezegd dat...' Het is eigenlijk dus een theologische activiteit. Hij hanteert het Woord, hij is bezig met de interpretatie van Gods Woord, alleen doet hij dat karakteristiek door het door elkaar te gooien. Dat is een hele goede manier om Gods Woord tegen te staan, en dat is wat het Hebreeuwse woord 'Satan' dan betekent: tegenstander. Het is niet zozeer een eigen naam, als wel een functie. Wat doet hij? Hij staat tegen.

En die de hele wereld verleidt. Dat is ook precies wat je vooral in het navolgende hoofdstuk leest over dat beest dat hersteld is van zijn dodelijke wond. Dan lees je dat alle natiën daarachteraan gaan, helemaal versteld en onder hypnose gebracht door dat fenomeen. Maar wie daar eigenlijk achter steekt, dat is de oude slang, oftewel degene die genoemd wordt de diabolos, oftewel de Satan. Nou, hoe duidelijk wilt u het hebben? Het is de slang vanouds, vandaar 'de oude' dus. Wat is een draak met meerdere koppen? Zeven koppen, nou, dan hebben we het over zeven hoofden of koppen. Dat wordt trouwens ook uitgelegd. Dat is het mooie van het boek Openbaring: het sluit direct aan op de profetieën die we vinden in de Hebreeuwse Bijbel, van Daniël, Ezechiël, Jesaja, Jeremia, noem maar op. Daar vinden we de uitleggingen van de verschillende beelden. Maar ook in het boek Openbaring zelf wordt dat gedaan, want als je leest over die zeven hoofden – die kom je in hoofdstuk 13 weer tegen en in hoofdstuk 17 ook, bij het beest van de eindtijd – dan wordt er uitgelegd dat het zeven bergen zijn.

Er zijn meerdere plaatsen die daarvoor in aanmerking komen. En dan bedoel ik niet het Nederlandse plaatsje Zevenbergen. Nee, meestal wordt er gezegd: 'O, dat is Rome.' Want Rome is inderdaad bekend als de stad die gebouwd is op zeven bergen. Maar er is nog een stad die daarvoor in aanmerking komt, en dat is Jeruzalem. Dat is ook gebouwd op zeven bergen. Vraag me niet om ze allemaal te benoemen, maar een paar ken ik er wel: de Olijfberg bijvoorbeeld, dat is er één van de zeven. Maar ook Scopus en de berg Sion uiteraard. In totaal zijn er zeven bergen. Trouwens, de zeven bergen waar Rome op gebouwd is, kan ik ook niet zo opnoemen. Maar goed, dat wordt in Openbaring 17 uitgelegd. Ik wil dat nu eigenlijk wat parkeren. Ik noem het vooral om te vermelden dat het elders in het boek Openbaring wordt uitgelegd. Dan lees je in Openbaring 17 dat hij een hoer ziet, ook weer een vrouw dus, maar dan in haar goddeloze hoedanigheid, namelijk als hoer die zich afgeeft met andere mannen. Dat is eigenlijk ook weer zo'n aanduiding die je zo dikwijls bij de profeten aantreft: dat Israël beschuldigd wordt van hoererij. Dat is eigenlijk afgoderij. Ze was getrouwd met God, met JAHWEH, en op het moment dat ze een andere man achterna loopt... Andere mannen, dat zijn andere goden. Dus het is een hele duidelijke beeldspraak.

In Openbaring 17 lees je in ieder geval over die hoer die gezeten is op zeven bergen. En dat is Babel. Ik geef toe, deze aanduiding, wat ik hier in deze tweede zin heb gezegd... ik kan me voorstellen dat als ik dat zo zeg, dat het abracadabra is. Waarvan trouwens onlangs tegen mij gezegd werd – weet je waar dat vandaan komt, abracadabra? – diegene zei dat het 'Allah Akbar' zou betekenen, een verhaspeling van Allah Akbar. Trouwens, dat betekent 'God is groter' en daar ben ik het helemaal mee eens. Oei, wat heb ik nu gezegd? Nee, ik ga daar nu eventjes aan voorbij. Eén ding is duidelijk, en misschien is het goed om dat wel even gezegd te hebben: ik gaf al aan dat wat we de laatste decennia of laatste eeuwen – om het even ruim te nemen – gezien hebben, de aanbouw is van dat profetisch decor. Maar het is nog steeds bezig, want er moet nog wel wat gebeuren.

Bijvoorbeeld, en ik weet dat het meestal vergeestelijkt wordt, men zegt dat het Babylon dat in het boek Openbaring genoemd wordt niet echt Babylon is, maar een aanduiding van... en dan zegt men meestal Rome. Maar er zijn hele goede redenen om aan te nemen dat we echt moeten denken aan die stad daar ooit, waar het ooit allemaal ook begonnen is trouwens. Daar in de delta van de Eufraat en de Tigris, waar de bakermat van de beschaving ligt. Waar het na de zondvloed allemaal is begonnen. Daar waar het ooit begonnen is, daar zal het ook weer eindigen. Dat is een hele goede reden om dat heel letterlijk te nemen. En dat daar in die stad ook juist weer de Joden een grote rol zullen spelen: de dochter Sions. Dat Jeruzalem naar daar verplaatst zal worden en zich in die vallei zal gaan vestigen. De dochter Sions. Als u daar meer over wilt weten – dat is het laatste wat ik erover zeg – dan moet u dat eens nalezen in het boek Zacharia. Daar vindt u een visioen over een vrouw in de efa. En die wordt dan verplaatst; het is een goddeloze vrouw, lees je dan, en die wordt verplaatst naar de vlakte van Siniar. Dat wil zeggen: waar Babel, Babylon, is gebouwd. Dat komt dan weer terug in het boek Openbaring. In het boek Openbaring vindt alles zijn vervulling en daar komen alle puzzelstukjes bij elkaar. Afijn, daar hebben die zeven hoofden alles mee te maken. En alsof ik het nog niet ingewikkeld genoeg gezegd heb, heeft het ook nog met een zevental opeenvolgende koningen te maken. Het staat allemaal geschreven in Openbaring 17. Verzin het niet, u kunt het zo nalezen. En dan wordt er ook nog gezegd: en tien horens, en op zijn hoofden zeven diademen of zeven kronen.

Tien horens worden ook uitgelegd: dat zijn namelijk tien koningen. Een hoorn in de Bijbel is een koning, of een hoorn spreekt van koningschap. Dat zien we op talloze manieren en in Daniël wordt dat ook uitdrukkelijk gezegd, evenals in Openbaring 17 vers 12: "De tien horens die gij zaagt, dat zijn tien koningen." Dat hoeven wij dus niet te verklaren; dat is de verklaring.

Het is heel tricky om dat in het boek Openbaring te doen. Dan zie je bijvoorbeeld: de vrouw die jij zaagt, dat is Babylon. Dat is de uitleg die de Bijbel zelf geeft. En weet u wat wij dan doen? Dan zeggen we: "Ja, maar Babylon betekent Rome." Maar wacht even, nu ga je een Bijbelse uitleg zelf weer uitleggen. De vraag is niet wat Babylon betekent. Het punt is: Babylon is juist de uitleg. De vrouw die je zag, dát is Babylon. Dan moeten we niet gaan vragen wat Babylon betekent, want dat is namelijk precies de verklaring. Net zo goed als de tien horens tien koningen zijn. Het kan niet missen wie die tien koningen dan ook zijn en hoe dat straks zal gaan.

We worden hier uiteraard verplaatst naar de tijd van het einde, de tijd van dat beest. Tien koningen die een alliantie gaan vormen in het Midden-Oosten. Dat is ook wat je vindt in het boek Daniël. Er waren al allerlei andere beesten geweest, zoals de leeuw en de beer. Dat waren allemaal wereldrijken met Babel als hoofdstad. Het Babylonische Rijk had Babel als hoofdstad, maar het Medo-Perzische en het Griekse rijk ook. Alexander de Grote is er zelfs op zeer jonge leeftijd gestorven. En het laatste wereldrijk, het vierde, zal ook weer daar in Babel zijn, dat wil zeggen: in het Midden-Oosten.

Ik ga verder met de bespreking. In vers 4 lees je over zijn staart, de staart van de draak. Dat is ook interessant, want ergens in Jesaja staat een prachtige uitleg. In het Nederlands hebben we de uitdrukking dat het venijn in de staart zit. Dat herinnert aan schorpioenen, die juist daar hun gif mee spuiten. Maar in Jesaja 9 vers 15 lees je: "de profeet die leugen onderwijst, die is de staart." Daar zit inderdaad het venijn. De valse profeet, de pseudo-profeet, de profeet die leugen onderwijst — wie is dat dan? Als je doorbladert naar Openbaring 13, zie je dat het tweede beest uit de aarde de valse profeet is; dat is die staart.

De staart sleept het derde deel van de sterren van de hemel mee en werpt ze in het land. In de NBG-vertaling en waarschijnlijk in de Statenvertaling staat "op de aarde", maar letterlijk is het "tot in de aarde". Over de woorden aarde en land hebben we het de vorige keer ook al gehad. In het Hebreeuws en het Grieks zijn dat exact dezelfde woorden. Wij maken het verschil tussen aarde en land, maar God noemde het droge "aarde" of Hij noemde het droge "land". Dat is de Bijbelse definitie.

Die sterren van de hemel worden geworpen in het land. Als je het zo zegt, word je meteen getriggerd, want dat doet denken aan hét land: Israël. Daar denk ik inderdaad ook aan. Kijk maar in Daniël 8. Ik neem u even mee, hoewel het een nadeel is om naar andere Schriftplaatsen te gaan omdat je dan weer meer moet uitleggen, maar ik wil dat hier beperken. Er staat in Daniël 8: "En uit één daarvan kwam weer een hoorn voort." Moet je dat met dubbel 'o' schrijven? Ja. Een hoorn die klein begon, maar die zeer groot werd tegen het zuiden, tegen het oosten en tegen het Sieraad. "Het Sieraad" is in Daniël meerdere keren een aanduiding voor het land Israël. Zijn grootheid reikte tot aan het heer des hemels en hij deed ervan — van het heer, namelijk van de sterren — ter aarde vallen en vertrapte ze. Als je naar het verband kijkt, gaat het juist over de inwoners van het land Israël; dat zijn namelijk de sterren.

Waarom? Je leest dat ook in Openbaring 12. De "mannelijke", de verstandigen onder Israël, zullen stralen als de sterren des hemels. Maar ze worden neergetild en op het land geworpen; ze worden vertreden door dat beest. We hoeven nu geen moeite te doen om het hele scenario scherp te stellen. Bovendien denk ik dat het ons straks toch weer voor verrassingen zal stellen, van welke kant we het ook zullen meemaken. Maar de Schrift en de profeten zeggen er heel veel over. Het gaat er nu niet om precies te laten zien wat er in welke volgorde en hoe exact zal verlopen. We moeten alleen zien waar die aanduidingen voor staan. De staart heeft te maken met de valse profeet en de sterren van de hemel hebben te maken met het gelovig Israël dat ter aarde wordt geworpen.

De draak staat in het zicht van de vrouw. Johannes is nog steeds bezig met het beschrijven van de twee tekens die hij ziet. De draak staat in het zicht van de vrouw die op het punt staat te baren, opdat hij haar kind zal verslinden zodra zij het baart. Verslinden, opeten, vreten. Ik ga dan meteen door naar vers 5, want dat is het belangrijke gedeelte.

De Mannelijke Zoon en de Heerschappij met een Ijzeren Staf ↑ hoofdstukken

En zij baarde een zoon, mannelijk. Dat lijkt dubbelop, want dat is nogal wiedes: als je een zoon baart, dan is dat mannelijk. Toch is dat niet zomaar zo gezegd. Het is weliswaar een stijlfiguur, maar geen stijlfout. Het is een zoon, mannelijk, namelijk bedoeld en bestemd voor de heerschappij. Dat is ook wat 'mannelijk' hier betekent. Je mag het tegenwoordig in een geëmancipeerd land natuurlijk bijna niet meer hardop zeggen, maar heerschappij is een mannelijke eigenschap.

Het heeft trouwens ook nog alles te maken met het embleem van heerschappij: een staf, of zoals de Statenvertaling zegt: een roede. Dat zijn mannelijke emblemen. De tekst zegt: "En zij baarde een zoon, mannelijk, die op het punt staat te hoeden al de natiën in een ijzeren knots." Dit is een rechtstreekse verwijzing naar de Psalmen, naar de ijzeren staf.

Laten we even naar Psalm 2 toe gaan, want dat is ook weer zo'n psalm die over de eindtijd gaat. U weet hoe het begint: "Waarom woelen de natiën en zinnen de volkeren op ijdelheid?" Hij die in de hemel zetelt, die lacht; de Heer spot met hen. Ik kan hier niet alles citeren, maar er staat: "Ik heb immers Mijn koning gesteld over Sion, Mijn heilige berg." Dan kunnen die Verenigde Naties wel tekeergaan en optrekken naar het land, maar als God besloten heeft, dan gebeurt dat zo, punt. Psalm 2 beschrijft precies hoe dat straks ook in de eindtijd zal gaan. Vers 7 zegt: "Mijn zoon zijt gij, Ik heb u heden verwekt." En dan staat er vervolgens: "Vraag Mij en Ik zal volkeren geven tot jouw erfdeel." Dat wil zeggen: die koning die gesteld is over Sion, Zijn zoon die Hij verwekt, krijgt de volkeren tot Zijn erfdeel en de einden der aarde — daar waar het droge ophoudt, de kuststroken — tot Zijn bezit. Hij zal hen verpletteren met een ijzeren knots en stukslaan als pottenbakkerswerk.

Hier hebben we de link. Als er in Openbaring 12 gesproken wordt over een zoon die wordt voortgebracht door die vrouw, een mannelijke zoon die op het punt staat alle natiën te hoeden met een ijzeren knots, dan weten we over wie het gaat. Het gaat namelijk over degenen die door God zijn gesteld tot koning over Sion. Hij zal niet alleen over Israël heersen, maar de volkeren zullen Hem tot erfdeel worden gegeven. En als zij eens tegensputteren, dan krijgen ze te maken met Zijn kracht. Dan zullen ze onder de voeten gesteld worden tot een voetbank voor Zijn voeten. Hij maakt er korte metten mee. Dat is echt — ik geef toe — geen vrouwelijke, maar mannelijke taal. "Wie luisteren wil," onder dat motto zal het gaan straks bij de vestiging van het Koninkrijk.

Kijk even naar de huidige huishouding van genade. Nu treedt God niet zo op; Hij verbergt Zich. Nu zwijgt Hij in Zijn liefde. Maar straks gaat Hij spreken. En als Hij straks Zijn koning zal stellen op de heilige berg over Sion, dan zal Hij vanaf Zijn troon Zijn heerschappij gaan vestigen over Israël, maar ook over al de natiën. Dat zal een ijzeren heerschappij zijn, een rechtvaardige, ijzeren discipline. Het is geen dictatuur waarbij de vrijheid ontnomen wordt, maar het is wel rechtvaardig en streng. Een straffe en strenge heerschappij, dat zijn de karakteristieken van dat Koninkrijk.

Dat Koninkrijk zal geen democratisch koninkrijk zijn. Nee, het is met recht een Koninkrijk. Dat wil zeggen: een koning heerst in recht en gerechtigheid. Trouwens, dat is het grootste ideaal dat je kunt hebben over een samenleving: een samenleving waar geheerst wordt in recht en gerechtigheid. Het grootste ideaal is immers niet de weg waarlangs die koning daar komt of hoe dat bestuur er komt; het gaat erom dat gerechtigheid en vrede worden veiliggesteld en gegarandeerd. Dat zal dan het geval zijn. Wat de stemming op dat moment is, dat is totaal niet aan de orde.

Goed, zij baarden een zoon, mannelijk, die op het punt staat alle natiën te hoeden met een ijzeren knots. Daarmee is die mannelijke zoon geïdentificeerd, tenminste ten dele. Want er staat ook: "En weggerukt wordt het kind van haar naar God toe en naar de troon van Hem." Naar God dus.

De Wegrukking (harpazo) van de Ecclesia als de Mannelijke Zoon ↑ hoofdstukken

En nu komen we op een ander punt dat heel belangrijk is, want hier voldoet de gangbare uitleg niet langer. Men stelt meestal dat het kind, die mannelijke zoon, de Messias is. Ik moet mijn bezwaar even goed formuleren: het voldoet niet wanneer je zegt dat dit uitsluitend over Jezus gaat. Meestal zegt men dat die wegrukking spreekt van de hemelvaart in het verleden, maar dat past in dit verband helemaal niet. Dit hele gebeuren heeft namelijk een eindtijdelijke context. Als die vrouw gebaard heeft, vlucht ze direct naar de woestijn en dan lees je over die 1260 dagen. Dat heeft alles te maken met de eindtijd.

Bovendien was de hemelvaart helemaal geen wegrukking. Het woord 'weggerukt' is echt een term waarbij iets weggegrist wordt, waarbij geweld wordt gebruikt. Het Engelse woord 'rapture' is eigenlijk wel frappant; dat komt van hetzelfde stamwoord als 'rape'. Er is echt sprake van kracht, van een wegrukking. In het Nederlands noemen we dat vaak heel braaf een 'opname'. Nou ja, dat kan trouwens ook heel plotseling gaan hoor, als je wordt opgenomen door 1-1-2 ofzo. Maar 'opnemen' is eigenlijk te zwak uitgedrukt. De hemelvaart was niet een gebeuren waarbij de Heer op een lichte wolkenwagen werd gedragen; dat was geen 'rapture', geen wegrukking. Dat vond plaats in alle triomf en in alle rust.

Dus de vraag is: wie is dat kind? Laat ik u dan meteen zeggen waar ik aan denk, want de logica ligt voor het oprapen. Als de vrouw een aanduiding is van een volk, namelijk Israël, hoe logisch is het dan niet om aan te nemen dat die mannelijke zoon net zo goed een volk is? Als we het hebben over Christus en je kent de brieven van Paulus en het grote geheim van wie de Christus is, dan weet je dat de Christus niet alleen maar het Hoofd is, maar Hoofd én leden tezamen. Die vormen tezamen de Christus. Laten we eens een aantal dingen op een rijtje zetten, een profiel van die mannelijke zoon zoals je dat vindt in Openbaring 12.

Als het een volk is, dan moet het een volk zijn dat één lichaam is met Christus en één is met Hem. Wel, wij kennen zo’n volk. Als je op de hoogte bent van de brieven van Paulus, dan weet je dat er een volk is, een Ecclesia, dat eengemaakt is met Hem, zodanig dat Hij het Hoofd is en wij het lichaam zijn. Het is een volmaakte eenheid. Sterker nog, als je 1 Korinthe 12 vers 12 en 13 leest, dan wordt zelfs gezegd dat dat lichaam, Hoofd en lichaam tezamen, 'de Christus' is. De Christus is dus niet alleen maar Jezus, maar dat is inclusief Zijn lichaam.

Die mannelijke zoon moet weggerukt worden. Wel, wij weten dat er een volk is dat weggerukt wordt, en dat is precies dit volk waar Paulus ook over spreekt. Het is een volk dat weggerukt wordt ter beveiliging voor de toorn. Het gaat hierbij niet zozeer om de toorn van God, maar om de toorn van die draak, die het op die mannelijke zoon heeft gemunt. Die draak staat namelijk op het punt om, zodra die mannelijke zoon is gebaard, die te treffen en te verslinden. We lazen dat zojuist: om hem op te eten. De wegrukking dient juist om de zoon voor dat gevaar te behoeden en te bewaken. In 1 Thessalonika 1 vers 10 lees je inderdaad dat Paulus zegt dat Hij ons zal redden — je zou bijna kunnen zeggen: evacueren — voor de komende toorn.

U moet zich goed realiseren dat die mannelijke zoon feitelijk een rivaal is voor de draak. Je leest over de overheden en de machten in de hemelse gewesten waar we een strijd tegen hebben. Waarom? Wel, zij bevinden zich nu in die hemelse gewesten. Op het moment dat de Ecclesia wordt weggerukt tot God en Zijn troon, gaan zij naar buiten of naar beneden. Dat is waar Openbaring 12 over spreekt: de een gaat omhoog voor de heerschappij, maar dat betekent ook dat de ander vernederd wordt. De verhoging van de een is de vernedering van de ander. Vandaar die rivaliteit. Die draak heeft het juist op die mannelijke zoon gemunt.

Het is een volk dat bestemd is voor de troon. Paulus zegt: "Weten jullie dan niet dat jullie de wereld en zelfs de engelen zullen oordelen en richten?" Dat is logica. We zijn een bestuurlijk lichaam. Vergeet niet: het is mannelijk, het is voor de heerschappij. In Efeze 4 vers 13 wordt gesproken over een volk dat mannelijk is, een volwassen man. De Ecclesia beantwoordt volledig aan al deze kenmerken van de mannelijke zoon in Openbaring 12. Bovendien is het een volk dat voortkomt uit Israël. In Galaten 4 spreekt Paulus over het Jeruzalem dat 'opwaarts' is, het Jeruzalem dat omhoog kijkt. Hij zegt: "Dat is onze moeder, daar komen we uit voort."

Dit zijn zo een aantal kenmerken van de mannelijke zoon die volledig van toepassing zijn op de Ecclesia. En als er dan staat dat het kind weggerukt wordt zodra het geboren is, weggerukt naar God en de troon, dan wordt daar het Griekse woord 'harpazo' gebezigd. Dat woord gebruikt Paulus ook in 1 Thessalonika 4. Hij zegt: "Vervolgens zullen wij, de overlevenden, samen met hen worden weggerukt in wolken tot ontmoeting van de Heer in de lucht. En zo zullen wij altijd samen zijn met de Heer." Dat is toch een geweldige verwachting? Maar het is niet zomaar 'samen zijn', nee, het is ook bestemd voor de troon, voor de heerschappij. Onze eigenlijke taak wacht nog.

Ik heb ooit in het Engels een uitdrukking opgepakt die ik in het Nederlands niet zo mooi kan zeggen: "Lifetime is training time for reigning time." Dat wil zeggen dat de tijd dat we hier leven een trainingstijd is om straks te regeren. Dat is waar we in de toekomende aionen voor bestemd zijn: om met Hem te heersen, niet alleen over de aarde, maar over hemel en aarde. Dat is onvoorstelbaar. Zeker als je beseft wie God daarvoor uitkiest. Eigenlijk een volk dat je menselijkerwijs totaal niet daarvoor in aanmerking zou laten komen. God heeft het dwaze, het krachteloze en het zwakke uitverkoren om de wereld te beschamen. Dát heeft Hij bestemd om samen met de Christus het heelal, hemel en aarde, onder Zijn voeten te brengen. Onvoorstelbaar. Ik wilde hier nog veel meer over zeggen, maar ik zie dat het uur alweer voorbij is. Zo gaat dat.

Israëls Vlucht Naar Bosra (edom) en de 1260 Dagen ↑ hoofdstukken

En de vrouw vluchtte... Laten we het scenario even goed in de gaten houden. Het is eigenlijk vrij simpel hier: de vrouw baart de mannelijke zoon, en die mannelijke zoon wordt vervolgens weggerukt tot God en Zijn troon. Vervolgens staat er dat de vrouw vluchtte tot in de wildernis of in de woestijn. Dat gebeurt dus na de geboorte en de wegrukking van die mannelijke zoon. Het is een daad van evacuatie, plotseling en met geweld. Die vrouw gaat lineair naar de wildernis, naar de woestijn, waar zij een plaats heeft die door God gereed is gemaakt. Dat is een onderwerp op zich: wat daar allemaal in die wildernis, in de woestijn van Edom zal gaan plaatsvinden. Die plaats wordt ook echt bij name genoemd. Meestal wordt er gezegd dat het Petra is, en dat is ongetwijfeld juist, maar de Bijbelse benaming is vooral Bosra. Wat precies het verschil is, of dat er überhaupt een verschil is, laat ik even in het midden, maar de Bijbelse benaming is in ieder geval Bosra.

Weet u trouwens wat Bosra betekent? Schaapskooi. En wat gebeurt er in een schaapskooi? Dan wordt de kudde verzameld. Bosra is de plaats in de woestijn van Edom. Er is één tekst in Miga 2 waar staat: "Ik zal Jakob verzamelen, allen van u bijeenbrengen; ik zal het overblijfsel van Israël samenbrengen als een kudde kleinvee in Bosra." Als je dat ook in Jesaja 63 leest: "Wat is het rood aan uw klederen? Wie komt daar uit Edom met bloedbesprenkelde klederen van Bosra?" Kijk het maar na in Jesaja 63 vers 1 en 2. Daar lees je dat God zelf vanuit deze streek inderdaad de wijnpers zal betreden en de volkeren zal richten. Het is een enorme, met recht bloederige tijd. Het heet niet voor niets Edom, want Edom betekent 'rood'.

Maar het bijzondere is dat God Zijn volk daarheen brengt. Als de mannelijke zoon is weggerukt tot God in Zijn troon, wat gebeurt er dan? Dan vlucht de vrouw naar de woestijn. Daar heeft zij een plaats, een door God gereserveerde plaats die is bereid als een onderduikadres. En dan staat erbij: "opdat zij haar daar zullen voeden, 1260 dagen." Eén ding is daarbij duidelijk: die wegrukking vindt plaats vóór die 1260 dagen. Ik weet dat er veel discussie over bestaat wanneer die wegrukking plaatsvindt, maar één ding lijkt mij volstrekt helder: voordat Israël vlucht naar de woestijn, is die mannelijke zoon al weggerukt tot God en Zijn troon.

Op die locatie, op dat onderduikadres, zal Israël worden bewaakt en bewaard, maar ook worden gevoed. Er zijn echt nog Bijbelse aanwijzingen dat het misschien weer een herhaling wordt van hoe het ooit ging. Zoals God Zijn volk Israël, toen Hij het verloste uit Egypte, naar het beloofde land bracht, zo heeft het volk daar in de woestijn voeding gekregen van God, met manna en kwakkels uit de hemel. Er staat letterlijk: "opdat zij haar daar zullen voeden." De NBG-vertaling heeft het wegvertaald, maar de Statenvertaling is hier correct. Dan vraag je je af: wie zijn die 'zij'? Wie zijn dat nu weer?

Als die mannelijke zoon dat volk is, dan denk je: dat zijn de leden van de mannelijke zoon. Dat is eigenlijk wel hun eerste activiteit hier op aarde. Dat 'zij' moet verwijzen naar een collectief, een gezelschap dat zojuist in de context was genoemd. De enige die in mijn ogen hiervoor in aanmerking komt – en als u het anders leest, houd ik me aanbevolen – is het volk van die mannelijke zoon. Boeiend hè? Dat je je realiseert: we zijn bestemd voor de troon, maar straks, als Israël in die grote verdrukking zal zijn, dan hebben wij een taak om dat volk op die plaats te voeden. Vraag me niet hoe ik me dat moet voorstellen, maar wij krijgen daarin een taak. Dat vind ik echt imponerend en bijzonder.

Dan die 1260 dagen; dat is de beroemde termijn die zo vaak genoemd wordt. Als je een hoofdstuk terugleest in Openbaring 11, dan vind je dat ook. Daar zie je heel duidelijk dat het hiermee te maken heeft, tenzij je alles wegvergeestelijkt en zegt dat die 1260 dagen geen echte dagen zijn. Maar het wordt zo benoemd en er is ook bewijs voor. Als we naar Openbaring 11 gaan, lees je dat de natiën de heilige stad zullen vertreden gedurende 42 maanden. Pak de calculator er maar bij: 42 maanden is 1260 dagen, oftewel 12 keer 30. Elders wordt het 3 jaar en 6 maanden genoemd, en weer elders wordt gesproken over een tijd, tijden en een halve tijd – een jaar, twee jaar en een half jaar. Is het zo nog niet duidelijk dat we het inderdaad over een hele specifieke termijn hebben?

Het is trouwens opvallend dat wanneer er gesproken wordt over iets negatiefs, zoals het vertreden van Jeruzalem, dit wordt aangeduid in termen van maanden. De maan is gesteld tot heerschappij over de nacht; de nachtvorst, zeg maar. Maar als het gaat over goddelijke activiteiten, wordt het aangeduid in termen van dagen. De vrouw wordt gevoed in de woestijn op een door God gereserveerde plaats, en ze wordt daar 1260 dagen gevoed. Niet 42 maanden, maar 1260 dagen. Dat heeft te maken met de dag, met het licht en met de zon. Hier zie je dat ook: de stad wordt 42 maanden vertreden, maar over de twee getuigen staat er: "Ik zal geven aan de twee getuigen van Mij, en zij zullen profeteren 1260 dagen, omhuld zijnde in zakken."

Zij zullen gedurende die tijd bekwaamd en beveiligd worden, terwijl ze zich in het hol van de leeuw bevinden. Terwijl Jeruzalem vertreden wordt, staan daar twee getuigen en niemand is in staat hen iets aan te doen. Begrijp me goed: dit is allemaal na de wegrukking van die mannelijke zoon. Als u vraagt of wij dat ook zullen meemaken, dan zeg ik: jawel, maar in ieder geval op een hoger niveau. Na de wegrukking van de mannelijke zoon begint God weer een nieuw getuigenis, en dat begint gewoon weer met twee getuigen. Zij zullen dan ook inderdaad zeggen: "Maak dat je wegkomt naar de woestijn!" Dat moet je dan ook echt doen, want als je dat niet doet, ben je te laat. Vandaar ook dat er velen zullen omkomen in dat land gedurende die tijd. Er is zoveel over te melden, maar we zijn nu door deze zes verzen heen gelopen. Eén ding moet in ieder geval duidelijk geworden zijn: de wegrukking waarover hier gesproken wordt, is inderdaad de wegrukking waar ook Paulus over spreekt, namelijk die van het lichaam van Christus, en daarmee is dit onze verwachting.

Conclusie: Waarom de Wegrukking Niet Aanstaande Zaterdag Is ↑ hoofdstukken

Als u nou aan mij vraagt: gaat dat dus aankomende zaterdag gebeuren? Dat was eigenlijk de oorspronkelijke, actuele vraag. Gaat dat aanstaande zaterdag nou gebeuren? Nou, als u het mij vraagt: nee. Want dat is een onderwerp apart, maar er zijn nog een aantal dingen die moeten gaan gebeuren.

Voordat die 1260 dagen gaan aanbreken, is een van de dingen die het begin van die periode zullen markeren het plaatsen van een afgodsbeeld op het tempelplein. Sterker nog, dan wordt de offerdienst gestaakt en wordt er een afgodsbeeld op dat tempelplein geplaatst: een gruwel van verwoesting. Ja, en dat is het moment dat die grote verdrukking — die hier dus ook genoemd wordt: 42 maanden, 1260 dagen — dan zal beginnen.

Kan dat aankomende zaterdag gebeuren? Nee, want die offerdienst kan nog niet gestaakt worden. Hoezo gestaakt? Die is nog niet eens begonnen. Dus we moeten daarin ook nuchter zijn. Daarom durf ik ook gerust — Deo volente, dat uiteraard wel — de volgende Bijbelstudie aan te kondigen. Maar dat gaan we straks trouwens doen. Ik stel voor dat we eerst nog een lied gaan zingen met elkaar.

🎧 wederkomst ophanden? (2)
Delen: