Psalm 150 – alles wat adem heeft…
10-09-2017 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 10 september 2017 te Zoetermeer
Psalm 150 is de laatste psalm in een lange serie. Een passend slot waarin alle instrumenten in het heiligdom moeten meedoen in de ode aan de ene GOD. Alle registers worden open getrokken. Opdat alles wat adem heeft JAHWEH zal prijzen. En alle tong zál ook juichen!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- De Vijf Boeken van de Psalmen en de Goddelijke Compositie
- De Inwaartse Structuur van Psalm 150
- Het Wezenlijke Verschil Tussen Danken, Loven en Aanbidden
- Looft God in Zijn Aardse en Hemelse Heiligdom
- Looft Hem Om Zijn Machtige Daden en Veelvuldige Grootheid
- De Shofar: de Profetische Roep van de Ramshoorn
- De Zeven Instrumenten van de Lofzang
- Muziek als Weerspiegeling van Gods Woord en Handelen
- De Zekere Profetie: Alles Wat Adem Heeft, Zal Loven
De Vijf Boeken van de Psalmen en de Goddelijke Compositie ↑ hoofdstukken
Ik wil u vanmorgen eens meenemen naar de allerlaatste psalm. We hadden vroeger thuis in het trapgat – en Dirk, mijn broer, kan dat bevestigen – een bordje met daarop gekalligrafeerd deze woorden: "Alles wat adem heeft, loof de HERE." En dat is het slotakkoord, zou je kunnen zeggen, van het hele boek der Psalmen.
Maar als ik dat zeg, dan zeg ik meteen al een fout. Want dat is weliswaar het gangbare idee en ook de gebruikelijke frase, 'het boek der Psalmen', maar in werkelijkheid gaat het over een vijftal boeken der Psalmen. Dat gaan we vanmorgen niet uitwerken, maar als u kijkt bij Psalm 42, dan staat er in uw Bijbeltje boven – als u tenminste een goede Bijbel heeft – 'het tweede boek der Psalmen'. En boven Psalm 73: 'het derde boek der Psalmen'. Dus er zijn vijf boeken der Psalmen. Heel boeiend allemaal, want die structuren verraden heel veel.
Wat namelijk blijkt, is dat die vijf boeken corresponderen en parallel lopen met de Pentateuch. Dat is ook een mooi woord. Pentateuch betekent 'penta', dus vijf: de vijf boeken van Mozes. Wat de Joden dan noemen, eigenlijk de Bijbelse benaming, dat is de Torah. Dat zijn de vijf boeken van Mozes. En het bijzondere is dat het eerste boek correspondeert met Genesis, het tweede boek met Exodus en het derde boek met Leviticus. Nou ja, je kunt het zelf dan verder invullen: het vierde boek met Numeri en het vijfde boek met Deuteronomium.
Dat blijkt vervolgens uiteraard uit de inhoud. Wat je dan ziet is dat de eerste 41 psalmen vooral gaan over de mens. Precies zoals het boek Genesis eigenlijk ook de oorsprongen van de mensheid bespreekt en belicht. Het tweede boek gaat over Israël als natie. Dat correspondeert met Exodus, waar Israël als natie ook geboren wordt uit de volkeren. En met recht ook geboren wordt: de wateren breken, ze gaat uit moeder Egypte en dan wordt de navelstreng doorgeknipt, et cetera.
Het derde boek komt overeen met Leviticus. In dat derde boek, vanaf Psalm 73 tot en met 89, gaat het namelijk vooral om de tempel en het heiligdom. Nou, u weet, het boek Leviticus spreekt daar van het begin tot het einde over, over alles wat er met het heiligdom van doen heeft.
Het vierde boek heeft dan te maken met Israël en de natiën, wat dus correspondeert met Numeri. Ik ga dat nu verder niet uitwerken, maar ik geef u zomaar wat hints. Want dit zijn structuren die schitterend zijn, waaruit ook weer blijkt hoe dat alles een goddelijke compositie vormt.
Deuteronomium komt dan overeen met het laatste boek der Psalmen, waar we ons dus vanmorgen mee bezighouden: met de laatste psalm van het laatste boek der Psalmen. En daar gaat het vooral over God en Zijn woord, zoals dat in Deuteronomium ook het geval is. Deuteronomium betekent de tweede keer de wet, de tweede keer de Torah, de tweede set van woorden die God aan Zijn volk gaf.
Daar komt trouwens nog iets bij. Oh ja, dat wil ik ook nog even vermelden, want het bijzondere daarvan is de gebruikelijke telling. Kijk het maar eens een keertje na of lees erover op Wikipedia, dan zult u zien dat de Bijbel een verzameling is van 66 boeken. Maar dan tellen ze de psalmen allemaal als één boek. Als je het feit respecteert en meeneemt waar we het zojuist over hadden, namelijk dat de Psalmen víjf boeken zijn, dan betekent dat dus dat er vier boeken bij komen. En dan ben je ook meteen af van dat vreselijke getal 66. Want dat ruikt wel héél erg naar de mens.
Zeventig daarentegen, daarvan kan je zeggen: dat heeft een goddelijke handtekening. Er is ook nog een andere telling mogelijk, daar ga ik het nu even niet over hebben, maar het leek me wel de moeite waard om dit ook even gezegd te hebben. Zeventig boeken. De bibliotheek is compleet. Zeven, dat is het getal van de volheid. En maal tien, dat is trouwens een aanduiding van de woorden Gods, de tien woorden. Nou ja, dat zijn zomaar van die overwegingen.
Heb ik trouwens nog iets? Want als we het hebben over de Pentateuch, de vijf boeken, die zie je dan ook weer in die láátste vijf psalmen gedemonstreerd. Want als je Psalm 146, 147, 148, 149 en 150 hebt, dan zie je diezelfde structuur ook weer terugkomen. Namelijk dat Psalm 146 vooral refereert aan Genesis, 147 aan Exodus, 148 aan Leviticus, Psalm 149 aan Numeri en de 150e psalm van vanmorgen dus met het boek Deuteronomium.
Waarom dat dan zo vooral is? Kijk het maar eens een keer na wat de linken zijn tussen Psalm 146 en Genesis. Kent u Psalm 146? Dat is een hele beroemde. Ja, ik zeg nou 'beroemde', dat was hem ja: "Zalig hij, die in dit leven Jakobs God..." Jakob, welk boek? Genesis, precies ja. Nou, zo gaat dat dan maar door.
Wat je dus in die laatste vijf psalmen ziet, is wat je in de vijf boeken van de Psalmen ook ziet: namelijk weer de structuur van de woorden Gods. De Torah, de Pentateuch. Heel boeiend. Boeiend, wat zeg ik... Dat ademt ook weer die hele goddelijke achtergrond en oorsprong van heel de Schrift. Het ádemt.
En als we het over adem hebben, dan komen we vanzelf op Psalm 150. Want alles wat adem heeft... Ja, waarom ádemen we nou eigenlijk? Nou, om één reden. Om één fundamentele reden. En alle andere redenen die je er nog bij bedenkt, die veronderstellen dit. Namelijk: om Hem te loven. Ik kom daar straks op terug, want uiteindelijk is dat de laatste zin van deze 150e psalm.
De Inwaartse Structuur van Psalm 150 ↑ hoofdstukken
Trouwens, als we het dan nog steeds over structuren hebben, dan wil ik Psalm 150 even in de picture zetten. En dan zie je dit: het begint met Hallelujah en het eindigt met Hallelujah.
In het eerste vers gaat het dan over het heiligdom, en het grootste gedeelte van de psalm gaat over de instrumenten van het heiligdom. En dan het middelste. Dat staat allemaal al in vers 2. Het is dus de inhoudelijke structuur, dat is het grote motief van waarom Hij geloofd zou worden. Namelijk vanwege JAHWEH's machtige daden en vervolgens ook vanwege zijn veelvuldige grootheid. Zodat de psalm naar binnen wijst. Die structuur noemen ze inversie: het gaat naar binnen toe en het begint waar het eindigt.
En dan deze corresponderende lijnen. Het heiligdom en de instrumenten van het heiligdom. Dit is het hart van de psalm. Namelijk waarom JAHWEH inderdaad geloofd zou worden. En als ik zeg 'geloofd zou worden', dat is dubbelzinnig in het Nederlands tenminste. Want daar kun je onder verstaan dat je Hem zou geloven, Hem zou beamen in wat Hij zegt. Maar als ik zeg dat Hij geloofd zou worden, kan het ook betekenen – en zo bedoelde ik het trouwens nu ook – dat je Hem zou loven. Nou, over de eigenaardigheid van het woordje 'loven', daar komen we straks nog over te spreken.
Maar eerst eventjes dus dit: de geweldige eenvoudige structuur van deze korte psalm. Want er zijn maar zes verzen. Maar ik heb begrepen, want ja, ik heb deze samenkomst, deze studie, deze toespraak zo u wilt, voorbereid: het is nog weer een hele volle bak geworden.
Nou, laten we eerst maar eens even kijken. Hallelujah! Zo begint de psalm. En dat betekent dus... oh wacht even, ik moet het eventjes zo zeggen. Hallelujah, dat woord 'hallel' betekent loven of prijzen, of lofprijzen. En 'JAH', dat is de afkorting, zoals je dat heel veel vindt. Ook in namen trouwens: Jesaja, ja, Jeremia, ja, enzo. Dat is de afkorting van de helft eigenlijk van de naam van God. Zijn naam is ook verdeeld en zou verenigd worden. Een heel boeiend verhaal, maar daar gaan we het dus niet over hebben.
Maar Hij zou geloofd worden. Looft JAHWEH! En nou ja, u weet het, dat is hét grote thema van het hele boek de Psalmen. Of nou zeg ik het weer verkeerd: van de boeken der Psalmen. Hallelujah!
En dat is een woord, dat is één van die woorden die echt internationaal zijn. Want in welke taal je het ook zegt en hoe je het ook uitspreekt, je herkent het direct. In alle talen is dit Hebreeuwse woord opgenomen. Net zoals het woord 'Amen', wat betekent: waar, het is waar, het is betrouwbaar, het is te geloven. Afijn, dat is een Hebreeuws woord en zo begint het, en zo eindigt het ook weer. En dan wou ik er inderdaad nog dit bij zeggen.
Het Wezenlijke Verschil Tussen Danken, Loven en Aanbidden ↑ hoofdstukken
Dat er een verschil is tussen danken en loven... beide betekenissen lopen heel gemakkelijk in elkaar over, maar feitelijk is loven nog meer. Het gaat uit boven danken. God danken wil zeggen: je bent Hem erkentelijk voor dat wat Hij geeft. Dat doe je immers; als iemand jou iets geeft, dan bedank je. Waarom? Wel, vanwege het geschenk, dat wat je van hem ontvangt. Daarom dank je.
Maar God loven gaat daar bovenuit. En God loven, dat is Hem prijzen om wie Hij is en eventueel ook wat Hij doet, maar zonder dat belang, als ik het zo mag zeggen, wat jij er zelf aan hebt. Want als je voor iets dankt, dan ben je Hem erkentelijk voor iets wat jij ontvangen hebt. Je zou kunnen zeggen dat je bij danken nog steeds heel erg denkt aan jezelf. Dat bedoel ik helemaal niet negatief, maar het gaat om dat wat jij krijgt.
Maar als je God looft, dan prijs je Hem gewoon om wie Hij is. Dat je daar zelf heel veel profijt van hebt, dat mag dan zo zijn, maar daar gaat het niet om. Het gaat om wie Hij is en waaruit dan blijkt wie Hij is in wat Hij doet. Maar het is zoveel grootser. We zijn daar zo gemakkelijk in. De vorige keer hadden we het daar trouwens over, toen ging het over gebed zonder eind. Toen had ik het over bidden en danken. Danken gaat boven bidden uit.
Maar loven gaat daar nog weer boven uit. En ik heb iemand horen zeggen – of het helemaal waar is weet ik niet – die zei: "En aanbidden gaat nog weer daarboven uit." Want als je looft, dan spreek je over wie Hij is en ben je vol daarvan. En als je aanbidt, dan houdt het op met de woorden. Dan heb je geen woorden meer en dan zwijg je. Ik geef het even ter overweging, want of het helemaal waar is weet ik niet. Maar in ieder geval zie je daarin toch bepaalde treden van de trap, zeg maar. Je begint met bidden, danken, loven en dan zijn er geen woorden meer.
Je leest dat ook in het boek Openbaring, dat die vierentwintig oudsten dan danken en loven en uiteindelijk – nou, dan lees je: ze vielen voor Gods aangezicht neer. Zo, punt. Ze hadden niks meer te zeggen, daarmee was het helemaal... U komt een lofzang toe, maar ook stilheid, hè? Dan zwijg je, dan is er niks meer te zeggen. Hallelujah!
Looft God in Zijn Aardse en Hemelse Heiligdom ↑ hoofdstukken
Looft God in Zijn heiligdom. Dat is de locatie. Dat woordje 'in', dat kom je iedere keer weer tegen. Ik heb het heel letterlijk ook in de vertaling meegenomen. Soms lijkt het wat krom, maar in dit geval niet. Looft God in Zijn heiligdom. Dat wijst dus de locatie aan. Nou, waar stond dat heiligdom? Dat was de tabernakel, laat ik het dan maar eventjes zo zeggen. Dat is namelijk de plaats waar God woont. Zijn heiligdom, die later in Jeruzalem kwam te staan. De tent in de dagen van David, en zijn zoon bouwde daar een tempel. Dat was Gods heiligdom.
En dat het inderdaad om dat heiligdom gaat, dat blijkt mij sindsdien vrij duidelijk vanwege de instrumenten die vervolgens allemaal genoemd worden. Die deden namelijk stuk voor stuk dienst in dat heiligdom. Want je zou natuurlijk ook kunnen verdedigen dat dat heiligdom gewoon de hemelen zijn. Wat helemaal niet zo gek is. Want als je Psalm 148, waar we het zojuist al even over hadden, erbij betrekt, dan staat er: "Hallelujah, looft de HEERE in de hemel. Looft Hem in de hoge. Looft Hem, al Zijn engelen. Looft Hem, al Zijn heerscharen," enzovoorts.
Dan gaat het inderdaad over al die hemelingen. Al die wezens die zich onttrekken aan ons oog, maar die daarboven zijn. En trouwens ook de zon, de maan en de sterren. Kortom, al die hemellichamen die worden opgeroepen om in koor Hem te loven. Maar ik denk niet dat het nodig is om daar nou een keuze in te maken. Want wat blijkt, is dat het heiligdom dat God Zich verkozen heeft op aarde – terzijde, vandaag woont Hij helemaal niet in een gebouw met handen gemaakt, straks ook weer wel, maar nu niet – maar dat heiligdom, dat is een type van de hemelen.
Als u het niet geloven wil, ik heb Hebreeën 9 er even bij gezet. Want het hele hoofdstuk gaat er eigenlijk over dat het heiligdom, en dan gaat het vooral over de tabernakel, een uitgespannen tent, een uitspansel dus, dat die uitgespannen tent een type is van de hemel. En dan wordt het ook vergeleken met de hogepriester die dan eens per jaar dat heiligdom inging. Wel, zo is de Hogepriester naar de orde van Melchizedek, de Koning-Priester, vandaag in het hemelse heiligdom. Zo zeggen we dat dan ook. In de hemel en daarin dat uitspansel.
Zodat de vraag rijst: gaat het over het uitspansel op aarde of in de hemelen? Nou, dat uitspansel op aarde is een type, een schaduw – zo wordt het ook genoemd – van dat heiligdom. Het ware heiligdom. Het échte dus. Dus je hoeft die keuze helemaal niet te maken. Looft God in Zijn heiligdom. Looft Hem in Zijn machtig uitspansel. Want dat uitspansel noemt God dan vervolgens. Hij spant de hemelen uit als een tent om daarin te wonen. Dus met recht een uitspansel. En God noemde dat uitspansel de hemelen.
Dus het gaat niet alleen maar over het loven van God hier op aarde. Dat is te klein. Psalm 150 is in zijn perspectieven zó groot. Nou, dat blijkt wel in het uiteindelijke slot: alles moet meedoen in de lof aan Hem. Hij is de Creator, de Designer. Degene die alles bedacht heeft en gemaakt heeft. Die een geweldig plan uitwerkt. En ja, die God, die Zijn heerlijkheid ook openbaart en weerspiegelt in dat wat Hij doet. Al Zijn werken getuigen van wie Hij is. Dat staat ook in Psalm 19: "De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk."
Alles wat Hij doet, dat zegt iets over wie Hij is. Het zegt niet alleen maar dát Hij er is. Als je naar welk stukje natuur dan ook kijkt... Ik had gisteravond nog even een gesprek met iemand die zich heel uitdrukkelijk afficheert als een atheïst. En ja, u moet het me maar niet kwalijk nemen, maar ik heb niet zoveel respect voor die visie. Ik geef er wel ruimte voor, begrijp me goed. Ik ben allang blij als ik wat ruimte krijg om te vertellen wat ík te melden heb. Maar nee, alles roept mij toe: design! Alles is ontworpen. Alles waar ik naar kijk en waar ik op inzoom, dan zie ik het en denk ik: hoe is het mogelijk? Wie bedenkt dat? En als iemand dan zegt: "Ja, dat is allemaal door een oerknal gekomen", dan denk ik van: spoor jij wel? Nou ja.
Kijk, het is een leugen die de mens elkaar dan gewoon wijsmaakt. En de waarheid van de Schepper, die wordt ten onder gehouden. Dat lees je ook in Romeinen 1. Maar het is dwaasheid natuurlijk. Iedereen die het ziet... Als ik naar een horloge kijk, dan denk ik: wauw, wat knap is dat bedacht. Maar elk stukje van de schepping, al is het maar één celletje, een amoebe... dat is zoveel meer complex en bevat ook zoveel meer data – om het even in computertermen te zeggen. De zin zeg ik nu verkeerd geloof ik. Ik bedoel te zeggen, even overnieuw: één celletje dat we met het blote oog niet kunnen zien, is zóveel complexer dan zoiets als een uurwerk. En iedereen zou zeggen dat het waar is dat het zomaar vanzelf kan ontstaan? Ik bedoel: alles getuigt, daar gaat het maar om, van wie Hij is en hoe groots Hij alles bedacht heeft.
Looft Hem Om Zijn Machtige Daden en Veelvuldige Grootheid ↑ hoofdstukken
Looft Hem daarom, looft Hem in zijn machtige daden. Ja, om zijn machtige daden, maar ook dat 'in' staat hier. Ik had het er zojuist al even over. Dat betekent dus ook 'te midden van'. Te midden van al die machtige daden die Hij doet. In Psalm 145, even terugbladeren, en dan lees je: "Generatie aan generatie zal uw daden roemen." Dat is dus ook een profetie. Het zal zo gaan. We hadden het ook over het toekomende koninkrijk. Als dat gevestigd zal worden, daar in Jeruzalem. En dan zal men uw daden roemen en uw machtige daden, daar heb je het weer, en uw machtige daden vertellen. Dat wat Hij doet. Looft Hem te midden van zijn machtige daden. Looft Hem naar – hier wordt er wel gesproken over 'naar', hier niet over 'in' – maar looft Hem 'naar', of in overeenstemming met, de veelvuldigheid van zijn grootheid.
Het woord dat hier gebruikt wordt, dat heeft te maken met 'veel' dus. Zijn grootheid is niet alleen veelomvattend, maar heeft ook zoveel kanten. Groot in wat dan? Hij is groot, kijk het maar na. Ik heb het eens een keertje even opgezocht in de concordantie en daar kun je zo'n hele lijst maken. Waarin is Hij dan groot? Wel, als God. Als degene die alles plaatst. Hij is groot in vele opzichten. In zijn macht, in zijn heerlijkheid, dat wil zeggen zijn glorie. Zijn naam, hoe vaak wordt dat niet met name ook in de psalmen gezegd? Zijn naam is groot en ook wonderbaar. In de wonderen die Hij doet. Groot in de wonderdaden die je doen verwonderen van: hoe is het mogelijk? Hij is groot in... hoe vaak staat dat ook niet? In zijn goedertierenheid. Groot van goedertierenheid. Nou ja, ik kan nog even doorgaan. Daar is het te veelomvattend voor. Hij is eigenlijk groot in alle aspecten. Groots. Heerlijk. En dat geeft iedere keer weer opnieuw een motief om Hem te loven.
Even nog. Het is heerlijk en geweldig en terecht om Hem te danken. Ja, want dat doe je toch als je iets ontvangt? Maar om dan eventjes het geschenk terzijde te leggen en dan te kijken naar de Gever. En wie Hij is en hoe groot dat is. Dat is waarom een mens leeft. Om die heerlijkheid te ontdekken en dat vervult dan.
Zijn machtige daden en de veelvuldigheid van zijn grootheid. Dat geldt trouwens ook voor de tijd waarin Hij zich vandaag verbergt. Want dat doet Hij. Daarom kunnen er ook atheïsten zijn, mensen die een goed argument hebben om toch wel... nou, weer spreek ik mezelf een beetje tegen, maar die een goed argument hebben om te zeggen van: "Nou, ik zie niks van Hem hoor." Nee, Hij verbergt zich ook. Maar zelfs daarin kun je spreken van de veelvuldigheid van zijn grootheid. Nou, en dan gaat de muziekkast open.
De Shofar: de Profetische Roep van de Ramshoorn ↑ hoofdstukken
Looft Hem in het blazen van de bazuin. Nou ja, van de bazuin... Eigenlijk staat er in het Hebreeuws sjofar. Dat is een ramshoorn. Dat kan er zo eentje zijn, maar dit is wel een hele mooie, vind ik. Maar looft Hem in het blazen van de sjofar. Dat is heel mooi, want een sjofar is eigenlijk het restant van een dier dat eerder geslacht is. Denk daar even over door: er is een dier geslacht en wat er overblijft, dat is een hoorn. Wat doe je daarmee? Geluid voortbrengen dat je kunt horen. Nou ja, dat dan weer wel.
Maar een hoorn in de Bijbel is trouwens een type, een beeld van koningschap. De tien hoornen, dat wordt tegen Daniël gezegd, en tegen Johannes trouwens ook: de tien hoornen die je zag, dat zijn tien koningen. Een hoorn is een koning. "Gij hebt mij een hoorn verhoogd." Dat wil zeggen: de koning heeft de plaats gekregen, hij is verhoogd. Dus alleen al als je het hebt over de sjofar, die ramshoorn, dan spreekt dat al van de Messias.
Maar dan moet je eens kijken waar die ramshoorn klinkt. Dat is eigenlijk een studieserie apart hoor, maar ik wil u even de smaak te pakken geven. De ramshoorn werd bijvoorbeeld geblazen bij de Sinaï. Kijk, er staat hier in de presentatie Genesis, maar ik bedoel Exodus. Je leest dat Israël zich moest afzonderen en heiligen. En dan wordt er tegen Mozes gezegd, en hij moest dat tegen het volk zeggen: "Want op de derde dag zal de Heere neerdalen ten aanschouwen van het ganse volk, onder het geluid van de ramshoorn." Een schitterend type natuurlijk, dat de Heere op de derde dag zal neerdalen voor de ogen van het ganse volk op de berg. Ja, dan werd de ramshoorn geblazen.
Je leest vaker over de ramshoorn, al lezen we in onze vertalingen dan meestal 'bazuin'. Dat is een beetje een lastige kwestie, want een bazuin is bij ons vooral een koperinstrument en dus niet een ramshoorn, hoewel de geluiden wel enigszins overeenkomen. Alles wat ik vanmorgen trouwens over muziek zeg, zeg ik met grote voorzichtigheid. Want ik denk dat ik hier niet eens geluid uit krijg. Bij ons thuis stonden er vroeger een groot orgel en een prachtige piano, en ik kan nog niet eens 'Vader Jacob' spelen. Ja, een schande. En dat staat hier dan vanmorgen een uur te praten over muziek. Hoe durft hij, hè?
Op de ramshoorn werd ook geblazen bij Jericho. Weet u wel, dat was nadat Israël rond de stad was gelopen. Op de zevende dag moesten ze zeven keer lopen. Dus in totaal dertien keer. Ja toch? Zeg ik het goed? Na die dertiende ronde viel de stad en er werd op de hoorn geblazen. Dat wil zeggen: de overwinning was behaald op die stad die daar zo in de diepte lag, wat weer een beeld is van de wereld.
Ik noem hier zeven en dertien. Op het getal zeven komen we straks nog terug, want er zijn zeven instrumenten die genoemd worden in Psalm 150. Het getal zeven speelt sowieso een hele grote rol. In het geval van Jericho is het de zevende dag, de sabbat. Maar zeven in de natuur, dat is ook zo bijzonder. Want degene die dit boek, deze bibliotheek, ons heeft nagelaten en heeft geïnspireerd, dat is dezelfde God die ook de schepping gemaakt heeft. En in de natuur, maar ook in de muziek, speelt dat getal zeven een hele grote rol. Denk aan de zeven stamtonen. Na die zevende krijg je de achtste, het octaaf, en dan begin je weer opnieuw. Net als bij de zeven kleuren van de regenboog. Ja, waarom speelt dat getal zeven dan zo'n grote rol? Alles heeft een betekenis.
Maar trouwens ook die dertien: na die dertiende ronde viel de stad. Ik zal u wat vertellen, en dat is direct de aanleiding waarom ik het vandaag over Psalm 150 heb. Ik was vorige week in Aalsmeer, wij waren bij onze moeder en oma. Toen was daar iemand die sprak over Psalm 150. De hele toespraak ging erover, maar inhoudelijk heb ik er eigenlijk niks over gehoord. Ik werd daardoor zó getriggerd, dat ik dacht: ik ga het zélf hebben over Psalm 150! Die spreker zei bijvoorbeeld: er wordt elf keer gesproken over loven in Psalm 150. Ik ging tellen, maar dat klopt niet. Het is namelijk dertien keer. Je moet namelijk ook het 'Hallelujah' aan het begin en aan het eind meerekenen. Dat is namelijk hallel, dat is loven of prijzen. Dus dertien keer! Na de twaalf krijg je de omwenteling, dat is de dertiende. En dat is eigenlijk ook weer de eerste, denk maar aan dertien uur op de klok. Ja, ik geef toe, het zijn allemaal even wat losse fladders.
Maar nog eentje. Wanneer klonk zo'n ramshoorn? Je leest dat als Ehud – een prachtige geschiedenis – de overwinning behaald heeft, dat dan de ramshoorn wordt geblazen. Later lees je dat ook weer in verband met Gideon. Het klinken van die ramshoorn gebeurde altijd, ook als het volk verzameld moest worden. Een ramshoorn brengt weliswaar veel geluid voort, maar je kunt er geen melodieën op spelen. Je geeft vooral een stoot, een geluidsstoot, en dat was dan een signaal dat het volk zich zou verzamelen voor de strijd bijvoorbeeld. Of voor het feest, dat kan ook nog. Want je leest in Psalm 81 dat de ramshoorn elke nieuwe maand zou klinken. Dus ook bij het nieuwe jaar. Het nieuwe jaar heet zelfs de Dag van de Bazuin of de Dag van de Ramshoorn. Dan begint er namelijk een hele nieuwe reeks van maanden. En als de nieuwe maand begon, wat in de Bijbelse kalender dan ook meteen nieuwe maan is, dan klinkt de ramshoorn, de bazuin. Het is in feite een heel profetisch instrument. Als de bazuin zal klinken, als het bazuingeschal des Heeren klinkt! Looft Hem in het blazen van de sjofar. Ja, ik zei al...
De Zeven Instrumenten van de Lofzang ↑ hoofdstukken
De psalm noemt zeven instrumenten: de sjofar, de citer, de harp, de tamboerijn, het snarenspel, de fluit en dan de cymbalen. Eigenlijk wordt hier het hele arsenaal van de drie basistypen instrumenten die er zijn genoemd. Namelijk twee blaasinstrumenten, waar je lucht, geest of adem inbrengt. Je beademt ze feitelijk en daardoor komt er ook leven voort. Je zegt misschien: wat voor leven? Geluid! Ik kom daar straks misschien nog even op terug.
Er zijn dus twee blaasinstrumenten, drie snaarinstrumenten – de harp, de citer en het meer algemene snarenspel – en twee slaginstrumenten. Dat zijn de drie grote basistypen van instrumenten die er nu eenmaal zijn, met in dit geval de tamboerijn en de cymbalen. Deze deden allemaal dienst in het heiligdom. Er is nog meer over te zeggen, maar hier worden er zeven, een volheid, opgesomd.
Trouwens, als ik u eens even meeneem naar hoe dat er in het heiligdom inderdaad aan toe ging, dan lezen we in 1 Kronieken 23 over David. Daar staat: "En vierduizend zullen JAHWEH prijzen op de instrumenten die ik voor het lofprijzen heb laten maken." Voor het hallel! Vierduizend man! Dan krijg je wel concurrentie, hè? En dan zonder keyboard, want die worden helemaal niet genoemd. Elektrische instrumenten ontbreken volledig. Ik ken echte muzikanten die zeggen: dat zijn eigenlijk ook geen instrumenten, dat is gewoon allemaal nep.
Maar goed, het zou boeiend zijn om eens een heel weekend te gaan nadenken over de typologie van muziek en muziekinstrumenten. Al die instrumenten komen vanmorgen even voorbij. Ik vertel zo wat over de sjofar, maar ook over de hele muziektheorie die daarachter ligt, want dat is zo bijzonder. Het gaat er nu echter even om dat die vierduizend man, Levieten, daar in dat heiligdom waren en allemaal werden aangerukt om JAHWEH te loven. Daar hadden ze gewoon een dagtaak aan. Dat is pas een muzikaal team.
En dan lees je later in de geschiedenis van Salomo: "Daar stonden al de Levitische zangers met cymbalen, harpen en citers; bij hen waren honderdtwintig priesters die op de trompetten bliezen." Daar gaat het inderdaad over trompetten, niet over de sjofar. "Toen zij tezamen trompetten en eenstemmig een lied lieten horen..." – dus ook nog met zang erbij, om de samenzang te begeleiden – "...om JAHWEH te loven en te prijzen, en de stem verhieven bij trompetten, cymbalen en andere muziekinstrumenten. En JAHWEH aldus prezen: Want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is tot in de aeon." Het gaat daar natuurlijk nog verder, maar ik wil er maar mee zeggen: in dat heiligdom werd God geloofd, en dan werden, om het even muzikaal te zeggen, ook echt alle registers opengetrokken. Mijn vader was kerkorganist, oké, we gaan even verder.
"Looft Hem in het blazen van de sjofar, looft Hem in citer en harp." Die twee worden heel vaak in één adem genoemd. Waarom dat zo is, is niet zo moeilijk. Dit is dan de citer. Ik kan natuurlijk niet te diep op al die dingen ingaan, want ik zie dat de tijd gewoon doorgaat, maar die harp is een heel bijzonder ding. In het Hebreeuws heet de harp de kinoor. Waarom zeg ik dat? Omdat er in het noorden van Israël een meer ligt. Wij noemen dat Gennesaret, maar in het Hebreeuws is dat eigenlijk het meer van Kinneret. Het meer van de kinoor! Je hoeft niet veel fantasie te hebben om te zien dat dit inderdaad de vorm van een harp heeft. Dit is de plaats waar de Heer een groot gedeelte van Zijn publieke bediening heeft gesproken en onderwezen, onder andere in gelijkenissen en verborgenheden.
Dan denk ik aan Psalm 49 vers 4. Daar staat in de vertaling: "Ik zal mijn verborgen rede openen op de harp," op de kinoor. Dat tokkelinstrument, die harp, dient ter begeleiding. Je geeft melodie aan dat wat je spreekt. Die melodie moet ook corresponderen met wat je zegt. Elke muzikant weet hoe dat werkt. Als iets uitbundig gezegd wordt, als het inhoudelijk uitbundig is, dan moet de melodie daaraan meedoen. Daarom is het ook een kunstvorm die een innerlijke gedachte tot uitdrukking, tot expressie brengt. Zo zien we ook David – een type van de Zoon van David – die daar bij de kinoor gelijkenissen en verborgen dingen vertelde. Hij bracht een melodie voort. Een melodie is eigenlijk een opeenvolging van klanken met een begin en een einde, maar er zit een heel verhaal in.
"Looft Hem in de citer en de harp, looft Hem in tamboerijn." Eigenlijk ben ik erachter gekomen dat het hier niet om de tamboerijn gaat, maar om de handtrom. Het verschil is – en dat wist ik ook niet, hoor – dat een handtrom namelijk geen belletjes heeft. De handtrom waar het hier over gaat, had dus geen belletjes, zoals de tamboerijn bij ons. Het was gewoon een trommel die je in de hand hield. Uiteraard is dit een slaginstrument dat alleen voor het ritme dient en geen melodie voortbrengt zoals een snaarinstrument. Dat ritme is een heel belangrijk onderdeel van muziek, zeker van moderne muziek. Of dat dan nog muziek is? Nou ja, looft Hem! Het is maar goed dat mijn vader hier niet bij zit, want die bracht moderne muziek meteen in verband met de binnenlanden van Afrika, waar ze door de ritmes in trance worden gebracht. Maar ik bedoel dat helemaal niet negatief!
Het idee van ritme is immers een essentieel onderdeel van de muziek. Trouwens, in al Gods werken gaat het om regelmaat, om ritme, toch? Het is niet alleen een verhaal intoneren waarbij een klank wordt voortgebracht die direct tot het hart doordringt, het is ook ritme in álles. Er was vroeger een lied dat ingezonden werd voor het Eurovisie Songfestival: 'Alles heeft een ritme'. Ja, dat is ook karakteristiek voor de schepping. Kijk maar eens naar het hemelgewelf, dat is gewoon een uurwerk. Het is heel ritmisch hoe alles samen is gesteld en bedacht.
"Looft Hem in de tamboerijn", of letterlijk dus die handtrom, "en de reidans". Die reidans heeft niets te maken met een rij mensen. Dat schrijf je met een lange ij. Nee, 'rei' met een korte ei is een oud-Nederlands woord voor een ronde. Een rondedans! Ik had het daar vroeger een beetje moeilijk mee, want als je calvinistisch bent grootgebracht, zoals ik, dan was het woord dansen uit den boze. En als je er dan op wees dat niemand zó uitbundig kon dansen als iemand als David... nog ongekleed ook! Maar het gaat hier om een reidans, een rondedans dus. Het heeft altijd die vrolijke noten en met recht: "U hebt mijn rouwklacht veranderd in een reidans," in een rondedans. Uitbundige vreugde!
Die handtrom werd trouwens ook dikwijls door vrouwen bediend. We hadden het een paar weken geleden over de dochter van Jefta, weet je nog? Zij kwam hem in vreugde tegemoet met de tamboerijn. Van Mirjam lees je het ook, toen zij na de verlossing uit Egypte de lofzang aanhief.
"Looft Hem in tamboerijn en reidans, looft Hem in snarenspel en fluit." Eigenlijk staat dit in het meervoud: looft Hem in snaarinstrumenten, ongeacht welke dat dan ook zijn. Dat kan een gitaar zijn. Hoewel die geloof ik tamelijk modern is, die zal David nog niet gekend hebben. Of een viool, of een bas. Of wat dacht u van dit: een piano? Ik dacht vroeger altijd dat een piano een slaginstrument was, maar dat is dus niet zo. Het gaat om de snaren. Wat ook weer het gevoel raakt... zo fijn besnaard.
Zo het gevoel, het hart aanraakt. Wat zo ook de emoties kan opwekken als juist deze instrumenten. En de fluit, ja, in de Statenvertaling staat die anders hè. 'Looft Hem met snarenspel en orgel', ja, die is wel leuk. Nou, voordat u nou denkt dat dat een belachelijke vertaling is, dat valt wel mee hoor. Want een orgel is eigenlijk gewoon een blaasinstrument. U zegt: 'Hè?' Ja, natuurlijk. En ook de betekenis van dat woord orgel gaat daarop terug. Een organ, eigenlijk een orgaan, een instrument, maar waarin dan geblazen wordt. Dat is ook de reden, en dat is precies wat hier ook staat. Een fluit. Eigenlijk is het niet zo moeilijk om de overeenkomst te zien tussen dit en dit. Nou ja, het is wat handzamer, dat geef ik toe.
Iemand merkt op: 'André, Calvijn noemde dat de fluit van de duivel.'
Dit? Ja. Ja, Calvijn, heb ik me ook laten vertellen. Calvijn was een tegenstander van het orgel. En dan te bedenken dat er geen calvinistische kerk tegenwoordig nog te vinden is waar geen orgel staat. Maar goed, de andere kant van het verhaal is dat het orgel wel langzamerhand zijn tijd heeft gehad. Want mijn vader beklaagde zich juist vorige week nog... die is al tweeënzeventig jaar organist. Er is geen organist tegenwoordig meer te vinden. Niemand speelt meer orgel. Dus nou ja goed. Het is een beetje een tijdgebonden vertaling natuurlijk. Maar het idee is gewoon een fluit, namelijk waarop je dus blaast.
Waarschijnlijk een houten fluit, hier in de vertaling van ISA wordt het een herdersfluit genoemd. 'Looft Hem in snarenspel en fluit.' En ik zeg bij al deze vermeldingen, bij al die zeven instrumenten die hier aan de orde komen: kijk het maar eens na in de concordantie waar het gebezigd wordt om inderdaad ook de meer specifieke betekenis ervan te achterhalen.
Looft Hem in klinkende cymbalen, of weerklinkende, in de zin van echoënde cymbalen. Een cymbaal is eigenlijk een bekken. Dus hetzelfde, een cymbaal of een bekken, maar ja, daar heb je ook weer allerlei varianten in. Hier worden er trouwens ook twee genoemd: de klinkende, in de zin dus waarschijnlijk van de weerklinkende, echoënde cymbalen, maar ook de cymbalen van gejuich, de schallende cymbalen waarbij geschald wordt.
Want eigenlijk een cymbaal, dat is leuk in het Hebreeuws... Ik zag dat staan in de grondbetekenis van het woord cymbaal. Dat is eigenlijk, ik las het in het Engels, 'noise'. Dat betekent gewoon lawaai. Wat doet een cymbaal? Ja, herrie maken. Lawaai. Het gaat vooral om volume te produceren. Je kan er geen melodie mee maken of zo. Nou, heel lastig, maar dat is het idee ook niet.
Het werd gebruikt bij overwinning en bij vreugde, als er gejuicht moet worden, om volume te produceren. Er zijn van die geluiden, elke eerste maandag van de maand. Dan gaat er een sirene af. Ik wil niet zeggen dat dat een cymbaal is, maar waarom is dat? Om te alarmeren. Net zo goed als waarom de wekker afgaat, dat is niet om een mooi geluid, maar gewoon om je attent te maken. Eigenlijk om lawaai te maken met welk doel dan ook. En vooral als er gejuicht wordt, dan moet er geluid geproduceerd worden. En dat is hier ook het idee.
Looft Hem met het hele arsenaal: blaas-, snaar- en slaginstrumenten. Alles wordt aangegrepen om Hem te loven. Dat is wat het idee is. En inderdaad, het begon met de ramshoorn en eindigt uiteindelijk met de cymbalen van gejuich. Het is allemaal één grote uitbundigheid om Hem in het licht te stellen, en Zijn machtige daden en de veelvuldige grootheid van Hem. En ja, muziek hoort thuis in dat heiligdom.
Muziek als Weerspiegeling van Gods Woord en Handelen ↑ hoofdstukken
Feitelijk is muziek, en ik hoop dat u dat ook tussen de regels inmiddels al zo beluisterd hebt van wat ik gezegd heb, eigenlijk een geweldig type. Ik heb het over muziek en meteen, ik roep het gewoon op, is het een type van het woord dat God laat klinken. Het is een uitdrukking, ook van Zijn machtige daden in de heilshistorie.
En zet maar eens een keertje, nou ja we hadden het er zojuist even over, het is zomaar een aanzet om daar nog eens veel uitgebreider bij stil te staan. De overeenkomsten tussen muziek en de machtige daden van God, en dat wat Hij spreekt. Karakteristiek voor de muziek is ritme. Maar dat is precies ook de wijze waarop God opereert, ook in de heilsgeschiedenis. Alles heeft inderdaad een ritme, en ook een melodie. Er zit een begin en een einde aan.
En ik had het over die zeven stamtonen, waarna de achtste komt. Het octaaf, de achtste, een nieuw begin. Wat was het ook alweer? Do, re, mi, fa, sol, la, ti. En dan? Do. Dan ben je weer terug bij af, maar dan wel een niveau hoger. De achtste is dus eigenlijk weer de eerste. Zoals deze eerste dag van de week, wat de achtste dag is, want het is na de zevende dag toch? Overal vind je dat in terug in de muziek.
Dan het contrast. God werkt door contrast. Muziek, en dat geldt trouwens voor elke kunstvorm, moet het hebben van contrast. Dat is niet alleen in de beeldende kunst zo, maar God maakt dingen duidelijk door contrast. Dat is juist wat kunst ook kunst maakt. In de muziek is dat bekend. Je hebt vele contrasten natuurlijk, van hard en zacht, hoog en laag. Maar wat dacht u daarvan? Dat spreekt vooral het gevoel aan: mineur en majeur.
Deze kan ik ook niet nalaten. Jij had het net over die C en die vijfde, dan noem ik even de grote terts. Luister naar een klassieke zender en elke aankondiging, of bijna elke aankondiging, gaat over de mineur, of de kleine terts en de grote terts. Dat vind ik zo leuk, want de grote terts, de terts is gewoon de derde. En dat heeft te maken met de derde toon die een verhoging... nee, een ander mag dat voor mij beter uitleggen, want daar ga ik me echt niet aan wagen. Maar het is de grote derde.
Nou, als u nou dit onthoudt: de derde, dat is een symbool. Bij de derde vindt er een... dat is groots. Dat kan op allerlei manieren. Dat kan ook in mineur zijn. Moet je maar eens een keer aan die bakker en die schenker vragen. Die bakker werd bij de derde vernederd, en de schenker werd bij de derde verhoogd. Nee, ik weet het, beide werden verhoogd, maar de verhoging van de bakker was eigenlijk een vernedering. Waarom zeg ik dit? De derde spreekt in de Bijbel altijd van de dag van de opstanding.
En waarom? Muziek in majeur heeft altijd iets van vrolijkheid, uitbundigheid. Mineur heeft juist iets van triestheid, van verdriet. Niet per definitie, maar zo worden die termen tegenwoordig ook gebruikt. Als iets eindigt in mineur, dan betekent dat het een verdrietig einde heeft. Ja, het is ook nog een... maar daar had u niet aan gedacht, aan iemand die mijnen ontmantelt. Maar dat is echt een heel andere betekenis. Er is ook een mineur, en als hij dat niet goed doet, dan eindigt het ook in mineur.
Maar de majeur, de grote derde. En op de derde dag, toen vond er een verhoging plaats, en daarom is er reden om aan te heffen in majeur, in vrolijkheid. Dat is toch geweldig, zulke ideeën en zulke gedachten die de muziektheorie, zeg maar, allemaal al oproept. Het raakt ook direct het hart. Muziek is de taal van God en daarmee dus ook een beeld van Zijn woord. Hij is in staat om het hart te raken.
Als u het geloven wilt, dan zou je dat even aan koning Saul moeten vragen, die dat ook al aan den lijve ondervond. Die was ook depressief en als dan David met zijn citer of met zijn harp kwam, en hij speelde de snaren en hij raakte de gevoelige snaar... en het sprak direct tot zijn hart. Dan lees je ook dat hij werd... hij kreeg de geest weer. Het brengt een mens weer op een hoger niveau. Het verhoogt een mens. Het brengt hem in majeur. Dat is allemaal waar muziek toe in staat is.
Het is een type van Gods woord. En alles ook, dat is ook wat muziek doet: muziek maakt namelijk dat het harmonieert. Hoezeer er ook sprake is van stem en tegenstem en contrasten, Hij brengt alles tot één groot akkoord. Hij brengt het bijeen in een harmonie. Dat is karakteristiek voor heel Gods handelen, en daarom...
De Zekere Profetie: Alles Wat Adem Heeft, Zal Loven ↑ hoofdstukken
En nou zijn we aangekomen bij het zesde vers van Psalm 150. Alles wat adem heeft looft Jah, oftewel Hallelujah. Dat is een oproep. In de NBG-vertaling staat: "Loven, ja. Alles wat adem heeft, love de Here."
Ik wilde er zojuist al even wat over zeggen, maar loven is inderdaad ook leven. 'Alles wat adem heeft...', dat is in de Bijbel een synoniem voor dat wat leeft. Je begint ook te leven als je begint te ademen. Dan beginnen we ook de leeftijd te tellen. Toch? Vanaf je geboorte. Het leven begint bij de veertig. Na veertig weken, dan begin je te leven. Nou, dan begin je te ademen.
Maar dat is ook wat loven is. Loven is leven. Dat vind ik heel grappig, want in het Nederlands... die twee woorden zijn eigenlijk hetzelfde. Alleen het klinkt anders. Alleen de klinker is anders. Loven, leven. Maar het is ook liefde. 'Love', ja, in het Engels zie je dat heel duidelijk. Loven, maar het is liefde. Leven. Grappig, in het Oud-Nederlands was het: leven, lieven, loven. Er is zelfs een lied: "Ware leven, lieven, loven is slechts waar men Jezus ziet." Leven, lieven, loven.
Weet u waar het op neerkomt? Als je leeft, dan loof je Hem. En dan heb je ook inderdaad de liefde gevonden. Want je looft Hem omdat je helemaal verrukt bent om wie Hij is en wat Hij doet. En hoe groot en alomvattend Hij is. Elke ademtocht heeft slechts waarde omdat je bedenkt wie Hij is, en dat het tot Zijn eer is. Hij geeft ons adem. En Hij geeft en Hij neemt, en Hij geeft aan allen uiteindelijk ook opnieuw adem. De Geest, met een hoofdletter, onsterfelijkheid. En wie anders zou daarvoor geprezen worden dan Hij?
Maar het allermooiste nog vind ik dat dit niet slechts een oproep is, het is een profetie! Alles wat adem heeft looft Jahweh, zál Jahweh loven. Dus niet alleen maar van: dat behoort zo. Het is een aankondiging, een voorzegging. Alles wat adem heeft, dat zal Hem loven.
Je leest in Filippenzen 2 dat dat eigenlijk het grote slotakkoord is. Niet alleen van de boeken der Psalmen, maar het is ook het slotakkoord van heel de heilshistorie. De grote Componist is pas tevreden als alles wat adem heeft in koor Hem zal loven. En zo zal het ook gaan, want je leest in Jesaja al dat God dit gezworen heeft. Dat doet Hij zelden, maar God heeft gezworen dat elke knie gaat buigen en elke tong... en dan zeg ik het met de woorden van Filippenzen 2... en alle tong – het is geen lippendienst hoor, maar alle tong, de binnenkant – zal juichen.
Dan wordt er een woord gebruikt dat betekent dat het van binnenuit komt. En alle tong zou toejuichen dat Jezus – Jahweh is Redder – Jezus Christus de Gezalfde, Heer is, Kurios, de Eigenaar is. En dat zal zijn tot heerlijkheid van God. Namelijk de Vader uit wie alle dingen zijn, de Vader. En die ook inderdaad alles draagt en ook alles weer brengt tot Zijn hart. Dat is God, degene die het plaatst, maar ook de Vader. Die Zich bekommert om elk schepsel en ook elk schepsel gaat brengen waar Hij het hebben wil. En dan zal elke tong, of alles wat adem heeft, Hem loven.
Abba. Ja... Nee, ik zat even te aarzelen of ik wat zou zeggen over het Hebreeuwse woord Abba, want dat is... Maar dat doe ik niet. Maar onthoud dit. Onthoud dit, ja.
Alles wat adem heeft, dat zal Hem daadwerkelijk gaan loven en heel de schepping zal in koor getuigen van wie Hij is. En ik ben zo verschrikkelijk blij dat ik dat nu al mag doen. Dat mijn leven nu al betekenis heeft, sterker nog, dat ik nu al leef. Een heleboel mensen die bestaan alleen maar, die existeren. Maar ze leven niet. Je leeft pas wanneer je bestaan een zin heeft. Een betekenis, een reden van bestaan, dat je uitzicht hebt. Dat je weet dat je bent geliefd, dat je een creatie bent. Dat je ook werkelijk weet dat heel de schepping gedragen wordt door liefde. God is liefde.
Dat is toch geweldig? Dan leef je, dan loof je Hem en dan ken je ook werkelijk Zijn liefde. Zullen we daarvan zingen? Andreas.
UltimateGoodNews