jom kipoer
01-10-2017 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 1 oktober 2017 te Rotterdam
Jom kipoer valt dit jaar in het jodendom op de 30e september. Het geldt als de allerheiligste dag op de Hebreeuwse kalender. Maar wát maakt deze dag zo bijzonder? Welke sprake gaat er van uit? En in het bijzonder: wat betekent het profetisch?
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding op Jom Kippoer
- De Werkelijke Betekenis van Verzoenen (bedekken)
- De Bijbelse Bronnen en de Profetische Feestenkalender
- De Handelingen van de Hogepriester en de Twee Bokken
- De Ware Betekenis: Christus in het Hemels Heiligdom
- De Hebreeënbrief over de Zittende Hogepriester
- De Verschijning van de Hogepriester aan Zijn Volk
Inleiding op Jom Kippoer ↑ hoofdstukken
Een hele goedemorgen, ook van mijn kant. Vrienden, broeders en zusters, dames en heren, jongens en meisjes, het is me een genoegen om vanmorgen met u eens na te denken over wat zojuist al is aangekondigd: een bekend – ja, men noemt dat dan een Joods feest, maar strikt genomen is dat niet eens een juiste benaming. Het is niet zozeer Joods, het is een ‘hoogtij des Heren’, zoals dat heet. Een hoogtij van Hem, van God zelf. Het is niet zomaar iets wat aan het volk van de Joden is gegeven; nee, het zijn de tijden, de hoogtijden die God zelf bepaald heeft en gegeven heeft aan zijn volk Israël. Daar komt trouwens bij dat het strikt genomen ook niet eens een feest is. In elk geval is de beleving juist die van verootmoediging. Dat wordt ook uitdrukkelijk iedere keer zo genoemd als er in de Bijbel gesproken wordt over Jom Kipoer, want daarover hebben we het vanmorgen.
Het is eigenlijk eigenaardig dat we deze hoogtij allemaal ook met zijn Hebreeuwse benaming kennen. Dat heeft wel een historische reden en dat is, althans voor de meesten van u... nou ja, terwijl ik zo om me heen kijk, weet ik niet helemaal of dat voor iedereen waar is, maar ik denk het dan toch wel. Velen herinneren zich nog vrij goed – ik weet het zelf nog goed, ik was twaalf jaar – dat de Jom Kipoer-oorlog uitbrak. Dat was 6 oktober 1973, een heel spannend moment in de geschiedenis van Israël; ik zou zelfs zeggen dat het een heel spannend moment was in de hele wereldpolitiek in die dagen.
Waarom was dat zo’n bijzondere gebeurtenis? Het was een vrij kortdurende oorlog, maar buitengewoon heftig. Israël werd namelijk van alle kanten, zowel vanuit Syrië als vanuit Egypte, aangevallen. De hele Arabische wereld stond daarachter en ze vielen Israël aan op het eigenlijk zwakste tijdstip. Waarom? Omdat het net die dag Jom Kipoer was in het land en dan ligt alles plat. Het is een volkomen sabbat, zo lees je dat ook in de Bijbel. Er werd niet gewerkt, het openbaar vervoer functioneerde niet; het hele openbare leven lag plat. Dus ja, als je een volk wilt aanvallen, dan is dat het meest uitgelezen moment. Dat gebeurde ook, maar dat is de Arabische wereld trouwens erg duur komen te staan. U kent de afloop daarvan; heel bijzonder trouwens.
Maar goed, die oorlog is de geschiedenis ingegaan als de Jom Kipoer-oorlog. Gisteren werd deze dag in Israël gevierd, zo zeg ik het dan toch maar. Want in feite zit daar ook wel degelijk een feestelijk element in en ik zal daar straks uiteraard nog wel op terugkomen. Gisteren was het dus 30 september en dat betekent dat het op de Hebreeuwse kalender toen 10 Tishri was. En 10 Tishri, de tiende van de zevende maand, dat is de dag dat Jom Kipoer gevierd wordt. Dat wordt gevierd van avond tot avond, zo loopt dat in de Hebreeuwse kalender altijd: van de avond van de negende tot de avond van de tiende, dus gisteravond hield dat dan weer op.
Op die dag vindt er nu nog steeds van alles plaats, maar het is vooral een sabbat, een gedenkdag. Eigenlijk moet ik er ook bij zeggen dat de belangrijkste elementen al bijna tweeduizend jaar niet meer onderhouden kunnen worden. Want wat belangrijk was en de essentie vormde op zo’n dag, was juist dat er een hogepriester is die inging in het heiligdom en daar handelingen verrichtte. Dat was het meest bijzondere. Maar aangezien er al sinds het jaar 70 van onze jaartelling, dus al bijna tweeduizend jaar, helemaal niet meer zoiets is als een heiligdom daar in Jeruzalem, kunnen de belangrijkste opdrachten en de belangrijkste elementen van die hoogtijd niet eens onderhouden worden. Dat is onmogelijk. Het is eigenlijk ook wel heel eigenaardig dat net in deze tweeduizend jaar Israël eigenlijk geen hogepriester heeft en ook geen heiligdom. Maar het is er wel, alleen verborgen. En ook dat wordt feitelijk allemaal al uitgedrukt in de rituelen die op die dag plaatsvonden. Laat ik eerst eventjes nog inzoomen op dat woord zelf.
De Werkelijke Betekenis van Verzoenen (bedekken) ↑ hoofdstukken
Jom Kipoer. 'Jom' betekent dag en 'kipoer' betekent verzoening. Jom ha-kipurim, zo wordt de dag ook wel genoemd. Het woord kipoer is afgeleid van het werkwoord kaphar. Dat is makkelijk te onthouden, want in het Engels is het 'to cover'. Het betekent namelijk ook letterlijk bedekken.
Het is interessant om te kijken naar de eerste keer dat dit werkwoord in de Bijbel wordt gebruikt. Dat is in de geschiedenis van Noach, als hij die reusachtige boot moet maken, de ark. Je leest daar dat hij het houten schip, wanneer hij het in gereedheid heeft gebracht, moet bedekken met pek. Het woord 'bedekken' dat daar gebruikt wordt, is hetzelfde woord dat elders vertaald wordt met verzoenen. De grondgedachte is dus eigenlijk bedekken, beschutten of beschermen.
In de Nederlandse taal zit daar een probleem aan vast. Ons woord 'verzoenen' is namelijk een homoniem. Dat betekent dat het één woord is met twee totaal verschillende betekenissen. In het Engels hebben ze dat probleem niet, in het Duits en Frans naar ik begrijp ook niet. Eigenlijk is het Nederlands de enige taal die hiermee kampt, dus ik moet dat even toelichten. Want als wij het woordje verzoenen gebruiken, kunnen we daar twee verschillende dingen mee bedoelen.
In de eerste plaats is er de primaire betekenis. Als u het met uw buurman of collega’s over verzoenen hebt, denken zij ongetwijfeld aan deze betekenis: dat er twee vijandige of vervreemde partijen zijn die weer tot vrede komen. Denk aan een man en een vrouw die in conflict zijn en uit elkaar gingen, maar die zich naderhand weer tot elkaar verzoenen. Er vindt verzoening plaats. Zo gebruiken we dat ook voor landen die in conflict zijn. Het is boeiend dat die betekenis ook in de Bijbel een grote rol speelt, vooral in de brieven van Paulus. Paulus is de enige die dit woord zo’n prominente en vooraanstaande plaats geeft. Hij zegt in 2 Korinthe 5 dat God ons de bediening van de verzoening heeft gegeven; dat God in Christus de wereld met Zich verzoenende was. Dat wil zeggen: de wereld was vijandig – niet God hoor, God is nooit een vijand geweest – maar de wereld was vijandig en God verzoent die wereld met Zich. Hoe Hij dat doet? Wel, dat heeft alles te maken met het kruis. Men heeft Zijn Zoon aan het kruis geslagen en Hij heeft het allemaal gedragen en verdragen. Zo maakt Hij het hart van die wereld week en bewijst Hij Zijn liefde, zodat die wereld haar vijandschap laat varen en er vrede ontstaat. Dat is verzoening in de meest fundamentele zin van het woord. Voor de helderheid is het handig om het ook zo te gebruiken: twee vijandige partijen die tot vrede komen. In het Engels spreken ze dan over 'conciliation' of 'reconciliation'.
Er is echter een andere betekenis, en dat is wanneer we spreken over zonden of schuld die bedekt worden. Ook dat noemen wij verzoenen, maar dat is eigenlijk meer verzoenen in de godsdienstige zin van het woord. De gedachte is dan heel anders. Het gaat dan niet over personen die in conflict zijn, maar over zonden die bedekt moeten worden zodat ze niet meer gezien worden en God er geen gedachten meer aan heeft. In andere talen kent men dat verschil en maakt men dat ook duidelijk, maar in het Nederlands moet je dat altijd even toelichten.
Als we het vandaag hebben over de Verzoendag, Jom Kipoer, dan bedoel ik het in deze tweede zin. De Verzoendag is de dag dat God een volkomen bedekking geeft. Zoals ik straks zal laten zien vanuit de Bijbel, verschaft God een bedekking zodat Hij niet meer gedenkt aan het verleden en aan alles wat de mens, of specifiek Israël, misdoet. Hij ziet het niet meer; het is beschermd en bedekt.
De Bijbelse Bronnen en de Profetische Feestenkalender ↑ hoofdstukken
Om te begrijpen wat Jom Kipoer, de Verzoendag, inhoudt, moet je je uiteraard richten tot de Bijbel. Dat ligt nogal voor de hand. De belangrijkste bronnen daarvan vinden we in de eerste plaats in Leviticus 16. Dat is een heel hoofdstuk, een vrij lang hoofdstuk zelfs, dat spreekt over alles wat op die dag zou plaatsvinden. Verder heb je nog Leviticus 23, waar de zeven hoogtijden worden genoemd die Israël jaarlijks zou onderhouden. Daarin speelt Jom Kipoer, de Verzoendag, een grote rol.
Het is het zesde feest. Je hebt drie hoogtijden in de eerste maand en drie hoogtijden in de zevende maand. Even voor de goede orde; het is makkelijk te onthouden. Want als je eenmaal weet wat het geheim is en waar het op betrekking heeft, dan blijken de hoogtijden in de eerste maand te maken te hebben met de eerste komst van Christus. De hoogtijden in de zevende maand – wanneer alles tot volheid komt, zeven – hebben alles te maken met de tijd dat de Heer terugkomt. Wanneer de bazuin zal klinken, wanneer het de Verzoendag zal zijn op de tiende van de zevende maand, en dan vervolgens vijf dagen later het Soekot, het Loofhuttenfeest. Dat is een geweldig uitbundig feest. Zeven dagen lang, nou ja, eigenlijk acht dagen. Het is geweldig hoe God al eeuwen voordat de Messias kwam al Zijn hoogtijden had gefixeerd. Dan zal de dag zijn dat het Pascha geslacht gaat worden, dan zal de dag zijn van de Eersteling. Dat is perfect vervuld: de Heer stierf op de dag dat het lam van Pascha geslacht werd en de Heer stond op op de dag van de Eersteling. Dat is profetisch al vastgelegd en dat zijn wonderbaarlijke dingen. God voorzegt: zo zal het gaan.
Dat gaat ook op voor die groep feesten, de hoogtijden in de zevende maand. Afijn, in Leviticus 23 vind je dat allemaal op een rijtje gezet en ook de Verzoendag, Jom Kipoer, wordt daarin genoemd en beschreven. En – dat moet ik in dit verband zeker genoemd hebben, daar komen we straks vanzelf nog wel op – we hebben de uitleg van Jom Kipoer in de Hebreeënbrief. Feitelijk zou je kunnen zeggen, en ik weet dat ik dan overdrijf, maar je zou goed kunnen verdedigen dat de hele Hebreeënbrief één groot commentaar is op wat er plaatsvindt op Jom Kipoer. Dat is heel boeiend om te weten.
Je moet weten dat de Hebreeënbrief geschreven is aan – je raadt het nooit – de Hebreeën. Daarmee bedoel ik de Israëlieten, mensen die Hebreeuws spraken en bovendien in Jeruzalem woonden. De auteur noemt zijn naam niet, dat is een verrassing. Nou ja, er is meer over te zeggen dan ik nu doe. Die brief is geschreven vlak voor de val van de stad Jeruzalem en dus ook vlak voor de verwoesting van de tempel, Israëls heiligdom. In die brief worden de gelovige Hebreeën – ik zal het maar zo zeggen, want dat is de aanduiding die we tegenwoordig bezigen: Messiasbelijdende Joden, mensen die Jezus als de Messias erkenden en dat waren er velen – bemoedigd en aangemoedigd, maar ook alvast gewaarswd voor het drama dat zich binnenkort zou gaan voltrekken in het land en in de stad. Ze worden eigenlijk ook al aangemoedigd om de stad te verlaten, want er zou niets heel blijven van de stad en van die tempel. Daarmee zou ook de hele eredienst gewoon verdwijnen.
Dat is de brief waarin Paulus – nu heb ik zijn naam toch genoemd – die Hebreeën erop wijst wat een machtige betekenis schuilt in alles wat God voordien in de Hebreeuwse Bijbel had vastgelegd. Het gaat ook over het hogepriesterschap; over wie de echte hogepriester is en wat het ware heiligdom is. En wat de diepe betekenis is van Jom Kipoer. Want het blijkt dat al die details – laat ik het zo zeggen – spreken van Hem die komen zou en waar de hele Bijbel over gaat: Jezus, Yesjoea zo u wilt, de Christus, Hamashiach. Hij is het. Nu is Hij onttrokken aan het oog, maar daar spreekt Jom Kipoer ook van. Hij die nu onttrokken is aan het oog, maar straks zal verschijnen.
We gaan nog wat meer inzoomen, want er vond wel meer plaats op die dag. Er werden bijvoorbeeld vele offers gebracht, zeventien in totaal, maar het bekendst is de dag vanwege de twee bokken. Je leest in vers 4 van Leviticus 16: "En van de vergadering der Israëlieten zal hij – dat is de hogepriester – twee geitenbokken ten zondoffer nemen." Die twee offers, of nee, het was één offer maar het waren twee bokken die bij elkaar hoorden; er werden twee bokken genomen. En die twee bokken spelen de hoofdrol gedurende die dag.
De Handelingen van de Hogepriester en de Twee Bokken ↑ hoofdstukken
Laten we het eens op een rijtje zetten: wat vond er op die dag precies plaats? We weten nu wanneer het plaatsvond en hoe groot de rol is die deze dag speelt in de beleving van Israël. Maar wat deed zo’n hogepriester daar? Ik zei al dat er momenteel helemaal geen hogepriester is in het jodendom; men heeft geen heiligdom. Maar wat wordt er dan gezegd over wat die hogepriester destijds deed? Daarvoor moet je met name in Leviticus 16 zijn. Ik wil het voor u op een rijtje zetten zonder dat we nu alles woord voor woord gaan lezen; u kunt het heel gemakkelijk voor uzelf nagaan.
Laat ik het in tien punten neerzetten. Over de twee geitenbokken waar ik het zojuist over had, werd het lot geworpen. Dat betekent dat God Zijn besluit zou nemen welke bok de eerste en welke de tweede zou zijn. Dat werd niet door een mens gekozen of bepaald; nee, dat deed God Zelf. Eigenlijk is dat het fundamentele idee van het lotwerpen: op het moment dat je het lot werpt, geef je het als mens uit handen. Je zegt: "Het is aan God, daar hebben wij geen invloed op." Bij ons is het lotwerpen vaak iets joligs, maar in de Bijbel zie je heel vaak dat het een beslissing van de Heer is. Je geeft het uit handen en Hij moet het maar zeggen. Wij weten het niet, maar Hij wel; Hij heeft namelijk het lot in handen. We zeggen wel eens: "Toeval bestaat niet." Nou, toeval bestaat wel. Ik ken een broeder die dat altijd heel leuk zei: "Ik geloof wel in toeval; je moet eens weten wat God mij allemaal doet toevallen!" Ja, het is maar hoe je het bekijkt. Wie heeft het lot in handen? Dat waarvan wij de uitkomst niet kunnen bepalen, kan Hij wel. Hij beschikt dat. Afijn, er waren twee geitenbokken en daar werd het lot over geworpen.
De eerste bok waarover het lot geworpen was, werd geslacht. Ik moet daarbij zeggen dat wij vaak denken dat het alleen maar gaat om die slachting, maar feitelijk is dat niet waar. Het is het begin. De echte rituelen, de dingen die vervolgens plaatsvonden, waren allemaal uitdrukkelijk ná en op grond van de slachting. De slachting was waar het mee begon, maar het ging om wat er daarna plaatsvond. Als ik het zo formuleer, hoop ik u daarmee meteen in het denken op het spoor gezet te hebben. Die slachting is over het algemeen wel bekend onder christenen; zij weten dat dieren in het Oude Testament werden geslacht en dat dit spreekt van Golgotha. Dat klopt. Maar men zegt dan ook vaak — en dat is mijns inziens niet juist en correct — dat die offers in het Oude Testament allemaal op Golgotha slaan. Nee, de slachting spreekt van Golgotha. Wanneer een onschuldig dier werd geslacht en zijn bloed vloeide, spreekt dat inderdaad van wat op Golgotha plaatsvond. Maar wat daarna plaatsvond met dat bloed, en het feit dat het vervolgens bijvoorbeeld op de Grote Verzoendag op het altaar opsteeg tot een lieflijke reuk voor God, dat spreekt niet van Golgotha. Dat spreekt over wat na de slachting plaatsvond, namelijk toen de Heer opstond uit de dood als de Eersteling. Eigenlijk is het dus zo dat die offers spreken van Golgotha én van Zijn verrijzenis, toen Hij opsteeg tot een lieflijke reuk voor God. Of, ik spreek even voor mijn beurt, wanneer het bloed het heiligdom binnenging. Houd dat even vast.
De eerste bok werd dus geslacht. Vervolgens trok de hogepriester een wit linnen kleed aan. Hij trok zijn gebruikelijke ambtsgewaad uit, een prachtig hemelblauw kleed met diverse kleuren, dat ook uitgebreid en schitterend wordt beschreven. Van dat alles gaat een geweldige sprake uit, al was het maar vanwege de kleuren en de stoffen die daarvoor werden gebruikt. Afijn, hij trok zijn hogepriesterlijke gewaad uit, met de borstlap, de eefot en de schouderstukken met de stenen van de stammen van Israël erop. Mooi hoor, die hogepriester die de zijnen voortdroeg op zijn hart en op zijn schouders, gedragen door zijn liefde en door zijn kracht. Maar bij die gelegenheid, op die ene dag in het jaar, trok hij dat kleed uit en ging hij het heiligdom binnen in een wit linnen kleed. Heel licht. Het idee is ook dat de priester niet mocht zweten. In Ezechiël wordt erbij gezegd dat de priester linnen droeg opdat hij niet zou zweten: geen eigen werk. Denk daar maar eens over na. Het gaat er dus om wat er op die dag plaatsvond en vooral wat de hogepriester tijdens die dag deed. De bok werd geslacht, hij trok een wit kleed aan en bracht vervolgens het bloed van die eerste bok in het Heilige der Heiligen.
Ik heb er een plaatje bij gezet; een dwarsdoorsnede van dat heiligdom. Je ziet daar de tabernakel met een omheining eromheen. Binnen die omheining heb je eerst het brandofferaltaar en een wasvat. Als je dan het eigenlijke heiligdom binnenging, bestond dat uit twee compartimenten. Het eerste deel was het Heilige. Daar stond een kandelaar, de tafel van de toonbroden en een reukofferaltaar. Allemaal gedreven goud, ook dat wordt uitgebreid beschreven. Hier kwam de priester dagelijks, al was het maar om de broden te vervangen of om de kandelaar brandende te houden met olijfolie. Schitterende betekenissen, maar daar gaan we het nu niet over hebben. Wat Jom Kipoer zo bijzonder maakt, is dat de hogepriester het Heilige der Heiligen binnenging. Dat gebeurde maar één keer per jaar. Om in het Heilige te komen moest hij een gordijn passeren, maar om in het Heilige der Heiligen te komen, moest hij nóg een gordijn passeren. Daar kwam nooit iemand, uitgezonderd die ene hogepriester, één keer in het jaar. Dat Heilige der Heiligen, het Allerheiligste, was de eigenlijke woonplaats van God. Je leest ook dat de Shechina, de wolk des Heren, daar was. Een heel bijzonder fenomeen.
Wat daar ook was — en dat moet ik vervolgens zeggen — was de ark van het verbond. De hogepriester sprenkelde het bloed in het Heilige der Heiligen op het verzoendeksel. Wat is dat verzoendeksel? Kijk, dit is de ark van het verbond. Dat was het allerheiligste voorwerp van de hele eredienst van Israël. In die ark bevonden zich de stenen tafelen, de staf van Aäron die gebloeid had en een kruik met manna. Op die houten kist, overtrokken met zuiver goud, bevonden zich de cherubs die zich met hun vleugels over dat deksel hadden gekeerd. Dit is het verzoendeksel. Eigenlijk is het een 'beschuttingsdeksel', maar omdat die term niet zo is ingeburgerd, doe ik even deze concessie: het verzoendeksel. Daar sprenkelde hij dan het bloed op. Dat was eigenlijk de essentie van de handeling: dat God het bloed zou zien. Ik kom straks op de betekenis daarvan. Als hij met alles gereed was, verkleedde hij zich weer. Dat wil zeggen: hij trok het linnen kleed uit en trok zijn hogepriesterlijke gewaad weer aan.
Om dan vervolgens in dat hemelblauwe gewaad naar buiten te komen. Daar wachtte het volk, want dat was de grote vraag: als die hogepriester in dat heiligdom zou komen, zou hij daar dan weer levend uitkomen? Dat klinkt misschien wat lachwekkend als ik het zo zeg, maar dat is het absoluut niet; dat is met recht doodserieus.
Afijn, die hogepriester kwam dan vervolgens in zijn hemelblauwe gewaad naar buiten en legde zijn handen op de tweede bok. Hij beleed de zonden van het volk, terwijl hij de bok de handen had opgelegd. Dat is feitelijk ook de voltooiing van die beschutting, van de verzoening; van het Kipoer.
Dit is trouwens een heel bekende handeling, want zoals Jom Kipoer een bekend begrip is, kennen we ook allemaal deze bok. Dit is namelijk de beroemde zondebok. Ja, dit is de zondebok. Dit is die tweede bok en als het ware werden al de zonden van het volk — alles wat het volk misdaan had — op hem gelegd. Dat wordt heel uitdrukkelijk diverse keren benadrukt: alles wat het volk misdaan had, werd op de kop van dat dier gelegd.
Vervolgens werd die zondebok weggestuurd, de wildernis in, de woestijn in. En zo werd heel het volk gereinigd en verzoend — of beter: beschut en beschermd. Dat is Jom Kipoer. Dat zijn de belangrijkste handelingen van de hogepriester tijdens Jom Kipoer. Nu hebben we in ieder geval een idee van wat er zoal plaatsvond op die dag.
De Ware Betekenis: Christus in het Hemels Heiligdom ↑ hoofdstukken
Maar nu komen we natuurlijk op het allerbelangrijkste en dat is: waar spreekt het van? Laat ik eens schematisch voorstellen wat er eigenlijk plaatsvond die dag. Eerst werd die eerste bok geslacht. Vervolgens was de hogepriester in het heiligdom, waarna hij weer naar buiten kwam en de tweede bok levend werd weggestuurd de woestijn in, beladen met de zonden van dat volk. Zodat het volk vrij was, beschut en beschermd. Dit is de schematische voorstelling van Jom Kipoer.
Maar nu de betekenis, want dat is wat in de Hebreeënbrief zo schitterend wordt uitgelegd. Het is soms wat kauwen en doorbijten, dat geef ik direct toe, maar het is een juweeltje van een brief. Natuurlijk is deze gericht aan de Hebreeën, maar over hun schouders lezen we maar wat graag mee; bovendien hebben wij er enorm veel aan. Want het spreekt juist over het belangrijkste van Jom Kipoer, namelijk dat de hogepriester het heiligdom, het Heilige der Heiligen, inging. Dat spreekt van de tegenwoordige tijd.
Laat ik u meteen dit zeggen: Jom Kipoer is een plaatje van het werk dat de hogepriester nu doet. De eerste bok werd geslacht; dat spreekt van Golgotha. Het bloed werd gestort en dat bokje werd onschuldig geslacht. Was daarmee het verhaal met dat bokje ten einde? Nee, integendeel. Toen begon het pas, want het bloed werd opgevangen en vervolgens ging de hogepriester met dat bloed het heiligdom in. Welnu, de Hebreeënbrief laat het zien – ik zal het straks ook bewijzen voor zover u dat nog niet kent. Die hogepriester ging dus het heiligdom in en dat spreekt van de hemelvaart. De Heer is het heiligdom ingegaan. Dat heiligdom is een beeld, zoals de hele tabernakel trouwens een beeld is van de hele schepping, zo is dat heiligdom een beeld van de hemel. De plaats waar God woont, waar alles goud is en alles spreekt van Zijn aanwezigheid.
De hogepriester is ingegaan in het heiligdom en daar verblijft hij een zekere tijd. Ik zeg: tweeduizend jaar, dat is inmiddels gewoon een vaststelling. Ik kan u ook verklappen dat daarmee bijbels gezien de termijn zo ongeveer is afgesloten, maar dat is een ander onderwerp. In ieder geval verblijft de hogepriester in het heiligdom en is hij onttrokken aan het oog. Het volk ziet hem helemaal niet. Trouwens, wie ziet hem wel? Ja, God. Hij is onttrokken aan het oog en dat is heel wezenlijk. Dat is ook typerend voor de tijd waarin wij leven, tot ons verdriet misschien soms. Het wordt ons ook wel verweten: "Jullie geloven in iemand die je niet eens ziet." Daar hebben ze een punt, maar dat is nu juist de clue: de hogepriester is daar in het heiligdom.
Het wachten is, met recht, op het moment dat die hogepriester uit dat heiligdom komt en acte de présence zal geven om zich voor te stellen aan het volk dat hem heeft opgewacht. Dan zal het volk ook daadwerkelijk haar hogepriester herkennen. De Bijbel zegt het ook: Israël zal tot erkenning komen van wie ze ooit hebben verworpen en wie ze ooit hebben geslacht. Dan zullen ze belijdenis doen en zullen de woorden van Jesaja 53 op hun lippen zijn. U weet wel, dat hoofdstuk waarin gezegd wordt: "Om onze overtredingen werd hij geslacht." Als een lam werd hij ter slachting geleid; als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open. Dan zullen ze hem zien en dat belijden. Heel het volk zal hem zien, de hogepriester. Dat is het grote geheim van Jom Kipoer.
Dan zal er ook een ontmoeting plaatsvinden in de woestijn. Ik geloof werkelijk dat die bok in feite ook weer een beeld is van de Heer Jezus. Hij zal de zonde wegdragen en inderdaad naar de woestijn gaan. Maar dat is weer een verhaal apart, daar wil ik nu niet teveel over zeggen. In ieder geval ziet u hier feitelijk het hele verhaal: de slachting, de hogepriester die inging in het hemelse heiligdom, die straks bij gelegenheid weer naar buiten zal komen om vervolgens het werk af te maken, waarmee de verzoening compleet is. Laat ik u een paar verzen lezen.
De Hebreeënbrief over de Zittende Hogepriester ↑ hoofdstukken
Hebreeën 9, daar lees je... Want ja, u wilt natuurlijk wel de bonnetjes. U hebt nu nog maar weinig Bijbelverzen gelezen en die eist u natuurlijk wel van een spreker. Ja, nou, bij deze dan. Hebreeën 9, daar lees je: Christus echter – dus een wat letterlijke weergave van wat daar is opgetekend – Christus echter, de Messias, naderend hogepriester van de komende goede dingen. Prachtig! Je moet je voorstellen: Hij is de hogepriester. Dat wordt in die Hebreeënbrief dan ook uitgelegd. Hij is niet zomaar een hogepriester, Hij is bovendien nog koning. Koning-priester naar de ordening van Melchizedek. Dus Hij is niet alleen de priester, maar ook nog eens een keertje de koning. Hij verenigde twee ambten in één. Ook dat was al voorzegd. Onder het oude verbond was het onmogelijk, maar Hij is dat. En die goede dingen liggen daar als het ware opgeslagen in het heiligdom. Straks komt Hij daarmee naar buiten met al die goede dingen, om het volk te zegenen en het goede hen te geven en te spreken.
Christus echter, naderend hogepriester van de komende goede dingen, is door de grotere en volmaaktere tent, niet met handen gemaakt, dat is niet van deze schepping. Dat wil zeggen: het spreekt dus van de hemel. Hij is door een grotere en een volmaaktere tent gegaan, dat wil zeggen: het hemelruim. Dat heiligdom dat zich in de tabernakel bevond, of later in de tempel van Jeruzalem, dat was eigenlijk alleen maar een schaduw, een beeld. Een representatie, een maquette daarvan. Natuurlijk hebben al die details betekenis, maar het echte, dat is de hemel. Afijn, daar is Hij nu. Hij is de hogepriester van de komende goede dingen en is door de grotere en de volmaaktere tent gegaan, niet met handen gemaakt. Dat is geen mensenwerk, dat is niet van deze schepping. Ook niet door bloed van geitenbokken en van kalveren, maar door zijn eigen bloed kwam Hij binnen, eenmaal, tot in de heilige plaatsen.
Het is eigenaardig dat al die details... Hij is dus niet alleen die hogepriester, Hij is ook nog eens die bok die geslacht is. Wat in het beeld natuurlijk niet allemaal verenigd kon worden, dat is in de werkelijkheid waar het een uitbeelding van is wel allemaal één. Dat wil zeggen: dat bokje werd geslacht, Hij werd geslacht. En vervolgens is Dezelfde die ooit geslacht werd, weer opgewekt uit de doden. Hij is op grond van zijn opstanding de hogepriester en Hij is ingegaan in het heiligdom. In dat echte heiligdom, om het zo te zeggen.
Nu bladeren we even terug naar Hebreeën 8. Ik kan er niet te diep op ingaan, maar ik wil u even laten zien hoe de Hebreeënbrief dit verwoordt. Evert heeft zojuist ook, voordat ik hier op het podium kwam, voorgelezen uit Hebreeën 9. Ik zei al: de Hebreeënbrief is van begin tot eind een toelichting op Jom Kipoer. Er is nog meer, maar dat speelt een grote rol. Dan zegt de schrijver in Hebreeën 8: "De hoofdsom nu van de dingen die gezegd worden..." Dat is altijd wel handig als iets even samengevat wordt. Als je de draad kwijtgeraakt bent, dan vraag je: waar ging het nou eigenlijk om? De schrijver is ons daarin ter wille. Hij zegt: de hoofdzaak, om het even samen te vatten van alles wat we nu zeggen – en dat is heel veel: "Wij hebben zulk een hogepriester, die is gaan zitten aan de rechterzijde van de troon van de Majesteit in de hemelen."
Dan moet ik er nog iets bij zeggen wat ik nog niet vermeld heb. Die ark is inderdaad een beeld van de troon van God. Kan je dat bewijzen? Ja. Ga je dat ook doen? Nee. Maar het staat op verschillende plaatsen in het Oude Testament. En daar is Hij gezeten. De Hebreeënbrief wijst niet alleen op de parallellen, de overeenkomsten tussen alles wat bijvoorbeeld op Jom Kipoer plaatsvond en de echte Jom Kipoer, de echte hogepriester en het echte heiligdom. Hij wijst ook op de contrasten. Niet zozeer het beeld, maar juist op de schaduwen, op het contrast. Kijk, die hogepriester die het heiligdom inging, die stond. Er was geen stoel in dat heiligdom. Dat wordt ook uitgelegd. De schrijver zegt: wat dacht je wat? Er is geen stoel omdat het iedere keer herhaald moest worden. Het was maar een beeld. Maar deze werkelijkheid spreekt van iets wat eenmalig is. "Eénmaal", dat wordt vaak benadrukt. Hij is gaan zitten. Het werk is af. En daar is Hij nu gezeten aan Gods rechterhand, zoals trouwens ook voorzegd is.
Dat is in feite de samenvatting. En het mooie is – niet alleen voor die Hebreeën, maar ook voor ons – dat wij niet hoeven te wachten tot die hogepriester het heiligdom uitkomt. In zekere zin doen wij dat ook hoor, maar wij mogen nu al, zoals ook in de Hebreeënbrief wordt uitgelegd, met vrijmoedigheid ingaan. De weg is geopend. We weten nu al wat er is en we mogen nu al genieten van de dingen die boven zijn en dat bedenken. Daarop gaan staan en daaruit leven. Daar is ons leven, daar bevinden wij ons. Zo ziet God dat, zo rekent God. Dat is anders dan wij rekenen, maar dat is de hoofdzaak. Wij hebben zulk een hogepriester die is gaan zitten; het werk is volbracht. Eens voor altijd.
Lieve mensen, als we het over Jom Kipoer hebben, dan moet dit gezegd zijn: het is zo geweldig wat er volbracht is en wat God door Hem gedaan heeft en doet. Dat is alomvattend. Het werk is volbracht en God houdt van niet alleen Israël, maar van elk schepsel. Dat laat Hij nooit varen. Door alles heen komt Hij tot zijn doel. Feitelijk is dat ook de boodschap van Jom Kipoer. Hij verzoent, Hij bedekt alle dingen. Zoals Johannes zegt: "Hij is een verzoening voor onze zonden." En niet alleen voor de onze, zegt hij, nee, voor de hele wereld. 1 Johannes 2 vers 2: de hele wereld! Laat mensen dan maar zeggen dat het een dwaalleer of een ketterij is, maar dit is nu juist het evangelie. Puur om niet. Geloof dat nu maar, en als je het niet gelooft, blijft het trouwens toch waar hoor. Dat vind ik helemaal mooi: het blijft waar.
Afijn. Hij is gaan zitten. Hij zit. Ziet u Hem zitten? Hij is gaan zitten aan de rechterzijde – dat spreekt van voorrang – van de troon van de Majesteit in de hemelen. Hij is bovendien een bedienaar van de heilige dingen en van de ware tent. Want daar vond nog meer plaats in dat heiligdom, maar dat is nu allemaal niet het onderwerp. En tenslotte, dat is het laatste vers wat ik dan wil laten zien.
De Verschijning van de Hogepriester aan Zijn Volk ↑ hoofdstukken
Wat we zojuist trouwens ook vooraf hebben gelezen, staat in Hebreeën 9 vers 28. U begrijpt, hier wordt een vergelijking afgemaakt. Het gaat erom hoe dat destijds ging en zoals dat bij Jom Kipoer geregeld was. Wel, zo zal ook de Christus, nadat Hij eenmaal geofferd werd om de zonden van velen opwaarts te dragen – de eerste bok, één keer. Waarom één keer? Wel, het was volmaakt. Dat hoeft ook niet herhaald te worden. Zo zal ook de Christus, nadat Hij eenmaal geofferd werd om de zonde van velen opwaarts te dragen, voor de tweede keer zonder zonde gezien worden door degenen die Hem tot redding afwachten.
Hier hebt u het plaatje eigenlijk compleet van wat ik u vertelde over die eerste bok die geslacht werd. Het bloed werd in het heiligdom gebracht, maar straks zal de Christus voor de tweede keer gezien worden en verschijnen. Zonder zonde, dat wil zeggen: het probleem van de zonde is dan helemaal definitief voorbij. En dan zal Hij inderdaad verschijnen. Ik probeer eraan te denken dat die Hogepriester nu al tweeduizend jaar – om in Bijbelse termen te zeggen: twee dagen, twee millennia, zo rekent God – aan het oog is onttrokken. Israëls Messias, Hij is daar, Hij is de Koning. Wat wordt daarvan gezien? Nou, ik zie er niks van hoor. U toch ook niet? Heerst Hij dan? Ja, Hij heerst in genade. Dat betekent dat Hij niks doet; niet ingrijpen bedoel ik.
Maar straks zal Hij komen als de Koning-Priester, in vol ornaat, gekroond, en dan zal Hij verschijnen voor Zijn volk. Hij zal hen brengen naar de woestijn enzovoorts. Dan zal Hij Zijn heerschappij vestigen en de goede dingen presenteren. Hij is de Hogepriester van die goede dingen; dan zal Hij die goede dingen over deze wereld in die aion presenteren. En er gaat nog zoveel veel meer moois daarna ook gebeuren. Maar op die Hogepriester is het voor dat volk ook wachten. Men wacht op de Messias, maar wat zal blijken is dat wanneer Hij komt, het Zijn wederkomst zal zijn. Dat moment is aanstaande en dan zal Israël ook definitief in de praktijk gaan erkennen wie Hij is, wie haar Hogepriester is. Maar vooral ook: dan zullen de zonden bedekt zijn en men zal er zich van bewust worden wie Hij is die ingegaan is en die daar nu is.
Nou, dat wilde ik u vanmorgen graag eens vertellen over die Hogepriester, over Jom Kipoer en over de geweldige verwachting die dat met zich meebrengt. Ik vind het geweldig, maar dat zei ik al. Dus het wordt tijd om te stoppen, want anders val je teveel in herhaling. Ik vind het prachtig dat wij al weten en een kijkje mogen nemen, aanbiddend in dat hemels heiligdom waar Hij nu is.
UltimateGoodNews