waarom blindgeboren?
08-01-2017 - Geplaatst door Andre PietPresentatie van samenkomst gehouden te Zoetermeer op zondag 8 januari 2017
Misschien wel het grootste raadsel in ons bestaan: waarom het lijden? En vanwaar al het kwaad? Door te filosoferen of te theologiseren belanden we in een doolhof van opinies. Het is de Schrift die voorziet in onze grote vragen van hart en verstand. Helder, logisch, solide en verblijdend! Kortom Goddelijke antwoorden.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: Christus Buiten de Gevestigde Religie
- De Ontmoeting met de Blindgeborene en een Foute Vooronderstelling
- Ligt de Oorzaak in het Verleden? over Reïncarnatie en Erfschuld
- Het Antwoord van Jezus: de Blik Gericht op de Toekomst
- Het Boek Job en de Dwaasheid van Menselijke Hoogmoed
- Het Universele Principe: Waarom God het Kwaad een Plaats Geeft
- Gods Feilloze Regie: Pijn voor Vandaag Is Winst voor Morgen
Introductie: Christus Buiten de Gevestigde Religie ↑ hoofdstukken
Ook van mijn kant een hele goede morgen, vrienden. Dankjewel Dirk voor deze introductie. Het is prachtig om daaraan herinnerd te worden, aan zulke geweldige voorbeelden en typen in de schepping. Ik wil u vanmorgen meenemen naar Johannes 9. Vorige keer, dat was vorig jaar, twee weken geleden op eerste kerstdag, hadden we het met elkaar over Johannes 10. Dat ging over het vernieuwingsfeest, het feest van Ghanouka, het feest van het licht dat in de winter plaatsvond. En nu is het geheel toeval — wat mij betreft tenminste — dat de keuze is gevallen op Johannes 9.
Ik heb het als titel meegegeven: "Waarom eigenlijk blind geboren?". Johannes 9 is namelijk een hoofdstuk waarin een lange geschiedenis verteld wordt over een man die blind geboren was. Het begint met een conversatie over de vraag: "Waarom eigenlijk?". Het grootste gedeelte van het hoofdstuk wordt vervolgens in beslag genomen door de geschiedenis van hoe de Heer hem op een sabbat geneest en hoe dat reacties oproept binnen de synagoge. Er volgt een twistgesprek met de Joodse leiders, maar dat alles wil ik nu even voorbij laten gaan; daar zullen we deze keer geen aandacht aan geven.
Ik wil u eerst meenemen naar het laatste vers van Johannes 8. Ik pak mijn eigen Bijbeltje er even bij, dat is wel zo makkelijk. Johannes 8, het laatste vers. Dat moet ik meteen even toelichten, want er vond daar een hele scherpe confrontatie plaats. Dat is typerend voor het Johannes-evangelie: die scherpe confrontatie tussen Jezus en de Joodse leidslieden in de tempel. De Heer had een aantal dingen gezegd die voor hen volstrekt een brug te ver waren. Dan lees je: "Zij pakken dan stenen op". U ziet hier een vertaling die vooral aansluit op de interlineair die u hieronder ziet.
De Heer had zojuist gezegd in het voorgaande vers: "Eer Abraham wordt, ben ik." Er staat niet "was", maar "wordt". Als u daar trouwens meer over wilt weten, dan zou u over twee weken in Den Haag moeten komen, want daar ga ik juist over deze geschiedenis wat vertellen. Maar goed, daar gaan we het nu niet over hebben. De Heer had dus gezegd: "Eer Abraham wordt, ben ik." Zij vatten dat op als godslastering en dat is precies de reden waarom zij stenen opnemen. Later lees je overigens dat ze dat nog een keertje doen in Johannes 10, de geschiedenis waar we het de vorige keer over hadden. Ze pakken stenen op om naar Hem te werpen en dan lees je: "Jezus echter werd verborgen."
Het is opmerkelijk dat vrijwel alle vertalingen die ik geraadpleegd heb, zeggen dat Jezus "Zich verborg". Maar er staat niet dat Hij Zich verborg, er staat: "Hij werd verborgen". In de passieve zin dus. Hoe ik me dat moet voorstellen, weet ik niet; je kunt daar allerlei dingen bij bedenken, zoals dat Zijn discipelen zich over de Heer hebben ontfermd of Hem hebben beschermd, maar er staat simpelweg: Hij werd verborgen. Vervolgens staat er: "En Hij kwam uit, vanuit de tempel." Ze konden Hem niks doen. De directe reden daarvoor is iets wat je in het Johannes-evangelie veel vaker vindt: "Want Zijn uur was nog niet gekomen." Bij alle gelegenheden wordt dat gezegd. Je leest het al in het begin van het evangelie bij de bruiloft in Kana, het eerste publieke teken dat Hij deed. Daar zegt Hij ook al: "Mijn uur is nog niet gekomen." Een van de thema's die door Johannes benaderd worden, is dat alles perfect getimed is en de Heer daarvan op de hoogte is. Hier wilden zij Hem stenigen, wat overigens de straf was op godslastering, maar Hij werd verborgen en kwam vanuit de tempel naar buiten.
Ik kan het niet nalaten om te vertellen dat dit weer zo'n prachtig ding in het Johannes-evangelie is. In Bodegraven houden we ons nu al uitgebreid op vele avonden bezig met dit evangelie, en er zullen bij leven en welzijn nog vele volgen. Je ziet steeds dat het niet alleen historie is, maar ook typologisch blijkt te zijn. Er zit een laag onder die spreekt van Gods handelen en van de tegenwoordige tijd. In dit geval willen ze Christus stenigen, maar Hij werd verborgen en kwam uit de tempel. Dit is een type van Christus in de tegenwoordige tijd: verworpen door de Joden en de Joodse godsdienst, bevindt Hij Zich "buiten de legerplaats". De legerplaats is hier een aanduiding voor de tempel, de gevestigde religie en het oude verbond dat zich conserveerde.
U moet zich dat realiseren: dat conserverende oude verbond. God had bij monde van Jeremia al — pakweg zes eeuwen tevoren — gezegd dat er dagen zouden komen dat Hij met het huis van Juda en het huis van Israël, die twaalf stammen, een nieuw verbond zou sluiten. Niet zoals Hij dat deed in de dagen dat zij uittogen uit Egypte, maar een nieuw verbond. Hij zou de wet niet langer "op" hen leggen, maar de wet in hun harten schrijven, zodat ze het van binnenuit zouden doen. In dat hoofdstuk lees je zeven keer: "Ik zal, Ik zal, Ik zal". Er wordt geen enkel gebod of conditie aan de mens voorgeschreven. Daarom is dat nieuwe verbond dat God met Israël gaat sluiten ook per definitie succesvol, want niets hangt van de mens af. God belooft enkel wat Hij gaat doen. Van Israël wordt daarin niets meer verwacht.
Het Jodendom heeft zich echter heel conservatief opgesteld; men heeft dat oude verbond willen conserveren. Men hield vast aan het oude, terwijl God al het nieuwe had aangekondigd. Feitelijk had Hij door iets nieuws aan te kondigen, het bestaande verbond voor verouderd verklaard. Als u dat niet geloven wilt, moet u dat maar eens nalezen in Hebreeën 8, want daar staat het min of meer woordelijk: door te spreken van een nieuw verbond, had Hij het bestaande verbond voor oud en verouderd verklaard.
Welnu, hier verlaat de Heer de tempel. De tempel als embleem van de Joodse godsdienst en van dat conservatieve — en dan gebruik ik dat woord in de negatieve zin: het willen vasthouden en bewaren van het oude terwijl er iets nieuws zou komen. De Heer verlaat de tempel en Hij is verborgen; Hij werd verborgen van Godswege. Deze drie kenmerken typeren Christus vandaag: Hij is verworpen door het Jodendom, Hij bevindt zich buiten de gevestigde religie (de religie die ooit van Godswege was) en Hij is verborgen. Dat is een thema dat je heel dikwijls terugvindt in het Johannes-evangelie. Men zegt weleens dat dit evangelie simpel is, en inderdaad maakt het veel gebruik van scherpe contrasten: licht en duister, leven en dood, haat en liefde.
De Ontmoeting met de Blindgeborene en een Foute Vooronderstelling ↑ hoofdstukken
Maar dan zie je ook even wat daaraan voorafgegaan is. Hij kwam uit, Hij ging vanuit de tempel en dan staat er: "en passerende nam Hij waar een mens". Hij ging voorbij. Dit 'passerende' verbindt het voorgaande hoofdstuk met hoofdstuk 9, zowel geschiedkundig als thematisch. Dat wil zeggen: typologisch, of qua betekenis en onderwerp, sluit het een op het ander aan. Terwijl de Heer de tempel verlaten had op een Sabbat – dat weten we uit het vervolg – neemt Hij een mens waar. Zo staat er: een mens, anthropos.
En die man was blind vanaf, of eigenlijk letterlijk: vanuit de geboorte. Sinds zijn geboorte. Hij werd geboren en toen reeds was hij blind. Hij had dus nog nooit gezien. Je leest wel vaker in de Bijbel dat de Heer de ogen van blinden opende, maar van deze man lees je dat hij blind was vanaf zijn geboorte. Vanuit de geboorte al. En dan lees je dat de discipelen... De Heer ziet hem. Want als er staat dat Hij hem waarnam, dan is dat niet zomaar een observatie en that's it. Als de Heer iets of iemand ziet, dan ziet Hij hem ook echt zitten. Dat bedoel ik dubbelzinnig; dat geldt voor dit soort woorden, heel mooi.
Van de week hadden we het nog over het woordje 'voorzien'. God voorziet de dingen; Hij ziet van tevoren wat er gebeurt. Dat is voorzien. Maar als God voorziet, dan geeft Hij ook. Dan is Hij daarbij betrokken en geeft Hij wat nodig is. Hij voorziet, dat is dus dubbel. Het is veel meer dan alleen maar weten wat er van tevoren gaat gebeuren; Hij ziet het, Hij neemt het waar. En dat is met deze man ook: Hij ziet hem, Hij neemt hem waar. En dan gebeurt er ook wat.
Het zijn dan de leerlingen van Jezus die naar Hem toe komen; zij zien dat blijkbaar ook zo. Misschien heeft de Heer daarbij stilgestaan, dat weet ik niet, maar in ieder geval vragen zij Hem: "Rabbi, wie zondigde?" Kennelijk was het al bij hen bekend dat deze man blind was vanaf zijn geboorte en dat hij nooit gezien had. Zij vragen: "Rabbi" – want dat was wat de Heer was: een Meester, een leraar, een Joodse leraar – "wie zondigde?" Alleen de vraag is al heel... tja, daar zit natuurlijk een veronderstelling in. En die vooronderstelling van de vraag is al fout.
Men zegt weleens dat er geen foute vragen bestaan, alleen maar foute antwoorden. Vaak is dat zo, maar niet altijd. Een vraag kán fout zijn. Dat is hier ook het geval: "Rabbi, wie zondigde?" Dan veronderstel je namelijk al dat er sprake is van een zonde als oorzaak van het feit dat deze man vanaf zijn geboorte blind was. Hij was al veertig jaar, zo lees je later in deze geschiedenis. Zij veronderstelden dat er zonde in het spel moest zijn ter verklaring van het feit dat deze man al die jaren, al die veertig jaren – want dat was hij minimaal – al blind was. "Wie zondigde?" En dan zijn ze wel zo 'open-minded' om daar nog de opties te noemen, maar één ding staat voor hen op voorhand al vast. Dat is eigenlijk zo typisch menselijk, en vooral ook heel typisch godsdienstig: om meteen een verband te suggereren. Zo is de hele mindset. Er is sprake van lijden, van kwaad of van leed, dus moet de oorzaak wel de zonde zijn.
Komt u dit bekend voor? Dat is altijd zo. Ook nu nog steeds, zelfs in de christelijke dogmatiek, zegt men: hoe komt het dat er lijden en kwaad in de wereld is? Dat komt, hoe dan ook en van wie dan ook, door de zonde. Overigens, laat ik proberen daarin zo evenwichtig mogelijk te zijn: daar is Bijbels gezien wel wat voor te zeggen. Door één zonde, door één misdaad, is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood. Maar dat is pas de helft van het verhaal. Het is in ieder geval niet de diepste reden.
Voordat ik bij het antwoord en de reactie van de Heer aankom, wil ik nog even verdergaan. Zij veronderstellen in ieder geval dat er een direct verband moet bestaan met het lijden van deze man. En dat is nogal wat. Want het is niet alleen maar zo dat die man daar bij de ingang of de uitgang van de tempel ligt. Dat is op zich de beste plaats waar je je kunt bevinden, want je mag barmhartigheid verwachten van degenen die de tempel in- of uitgaan. Die man kon niet werken en was dus al die jaren genoodzaakt om te bedelen. Hij was helemaal afhankelijk van de barmhartigheid van mensen. Nou, dan ben je over het algemeen slecht af als je het van mensen moet verwachten.
Maar realiseert u zich: we praten hier niet over een abstract gesprek of een theoretische discussie over het waarom van het kwaad in het algemeen. Nee, het gaat hier over een concreet iemand, over een persoon die ze daar zien liggen en van wie ze weten dat hij vanaf zijn geboorte al blind was. Zoveel leed. Niet alleen die handicap, maar ook nog eens de gevolgen daarvan. En dat al zoveel jaren lang; wij zouden zeggen dat zijn hele jeugd verpest is door het feit dat hij zo gehandicapt was. Dus de vraag is: hoe komt dat nou? De oorzaak moet dan wel in het verleden liggen.
Trouwens, dat is niet alleen een godsdienstige gedachte. Zelfs als je het vraagt aan iemand uit de wereld – de mens die de wijsheid van de wereld volgt en God heeft weggeredeneerd, wat natuurlijk pure dwaasheid is – dan nog luidt de vraag: zal ik leed aan God toeschrijven? Dat Hij daar de schuld van heeft? Dat kan toch niet? God heeft ook helemaal geen schuld. Daarom vind ik het prachtig om dit gedeelte juist vanmorgen met u te bespreken, want het antwoord is – dat kan ik u nu al vertellen – werkelijk magnifiek. Zo geweldig.
In het algemeen is het zo dat ook de wereld de oorzaak van het leed altijd in relatie brengt met iets in het verleden. Ook als je geen religieus of godsdienstig antwoord geeft, dan zeggen we: "Tja, dat komt door iets in het DNA" of "er is iets medisch misgegaan in de moederschoot". En ook daar is weer wat voor te zeggen. Zoals ik zojuist al zei over het godsdienstige antwoord dat kwaad met zonde te maken heeft: dat is waar, en natuurlijk kun je dit ook puur wetenschappelijk bekijken. Dan zeg je: "Dat leed komt door die en die reden, een evolutionair defect ofzo." De oorzaak zoekt men dus in het verleden. Goed.
Ligt de Oorzaak in het Verleden? over Reïncarnatie en Erfschuld ↑ hoofdstukken
Zij zeggen: wie zondigde nou eigenlijk? En dan beginnen ze met de vraag: deze man, of de ouders van hem? Nou, dat eerste lijkt me sowieso al vrij absurd, maar goed, je moet toch wat? "Deze man zelf..." Maar dan moet je dus veronderstellen dat hij al gezondigd had vóór zijn geboorte. Ik was ooit in Eilat en kwam daar in gesprek met iemand die zei: "Weet je dat de Bijbel ook reïncarnatie leert?" Het verbaasde mij, maar hij had een argument en dat was Johannes 9 vers 2. Dat weet ik nog heel goed, hoewel het inmiddels vele jaren geleden is. Want daar staat: "is deze man blind geboren?" De discipelen geloofden in reïncarnatie, zo beweerde hij. Want zij opperen dat deze man zelf, die blind was geboren, dat dit te maken zou kunnen hebben met zijn eigen zonde. Maar dat betekent dus dat hij kennelijk een voorgaand leven had gehad; dat hij zich in een vorig leven misdragen of gezondigd heeft, en dat dit de reden of het motief is voor het feit dat hij nu blind geboren werd en al die jaren blind was.
Kijk, als argument kun je dat natuurlijk nooit echt gebruiken. Ik zal u besparen hoe het gesprek verderging. Binnen het Jodendom heeft men trouwens ook wel gezegd dat een mens al in de moederschoot kan zondigen. Dat is echt waar, ik heb dat in citaten gelezen. Want in de moederschoot kan er ook al van alles gebeuren. Je leest dat bijvoorbeeld naar aanleiding van de geschiedenis van Jakob en Ezau; dat zij in hun moederschoot al... hoe staat het er ook alweer? De een stiet de ander. En toen hebben de rabbi's daaruit geconcludeerd dat er toen al een conflict was. Ik ben haast geneigd om het te zeggen zoals Fons Jansen: "prenataal gedonderjaag". Dat daar dus al conflict zou zijn, maar u begrijpt dat dit natuurlijk allemaal absurd is.
In ieder geval vind je geen van dat soort fantasieën in de Schrift terug. Dat kun je er niet uit halen. Je kunt het er eventueel in leggen en erin projecteren als je die gedachte al hebt, maar het staat er niet. De gedachte dat men zondigt in de moederschoot is absurd.
Of de ouders van hem? Wie heeft er nou gezondigd? Heeft hij het zelf gedaan — wat een vrij absurde veronderstelling is — of misschien de ouders van hem? Ook voor die gedachte is natuurlijk weer wat te zeggen, want je kunt altijd beweren dat een kind opgezadeld zit met de zonden van zijn ouders. Om maar wat te noemen: als je als moeder tijdens de zwangerschap drinkt of rookt, dan heeft dat zijn weerslag op de geboorte van het kind en daar kan het een leven lang de last van dragen. Zoiets dus.
Maar bij de optie "of de ouders van hem" ziet u een term die u waarschijnlijk wel kent. Als u christelijk grootgebracht bent en wat theologische kennis en termen hebt vernomen, dan heeft u ooit wel eens het woord "erfschuld" of "erfzonde" gelezen. Men zegt dan dat de mens gewoon erfelijk belast is. Dat we erfelijk belast zijn, lijkt me vrij duidelijk, maar wist u dat de term "erfschuld" in de hele Bijbel nergens voorkomt? Dat is heel gek. Er zijn zoveel termen die wij kennen en waarvan we denken dat ze bij het algemeen christelijk gedachtegoed horen, dat je zou vermoeden dat het op elke bladzijde van de Bijbel staat. Maar als je het gaat nazoeken: het staat helemaal nergens. Nergens!
Het idee van erfschuld staat nergens. Je leest inderdaad dat wij stervelingen zijn. De Bijbel suggereert "erfdood". Dat wil zeggen: door één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, waarin allen zondigen. Dat wil zeggen: waarin mist de mens zijn doel? In het feit dat wij net als Adam stervelingen zijn. Via Adam is de dood in de wereld gekomen, Adam werd een sterveling en daarmee al zijn nakomelingen ook. Wat we dus erven, is simpelweg zijn sterfelijkheid. Maar erfschuld vindt u nergens in de Bijbel. Wel het tegendeel trouwens: dat een mens niet verantwoordelijk gehouden wordt voor wat zijn vader of moeder of zijn voorgeslacht gedaan heeft.
Om nog even terug te komen op wat deze discipelen suggereren in hun vraag: heeft deze man nou gezondigd, of zijn ouders, of zijn voorgeslacht in het algemeen? Dan komen we eigenlijk dicht bij het idee waarmee we bijna allemaal groot geworden zijn. In een christelijk land, zeker als je een calvinistisch verleden hebt — wat op zich helemaal niet zo vanzelfsprekend is — ken je dat idee: "Het ligt allemaal aan Adam." Het is begonnen bij Adam en toen is het fout gegaan. Door zijn zonde zijn wij belast en daardoor is in het algemeen het kwaad in de wereld gekomen en hebben we te maken met leed en lijden. En nu, in dit geval, zien deze leerlingen deze concrete man. Hoe komt dat? Heeft hij gezondigd, of zijn ouders, dat hij blind geboren zou worden? Waarom is dat zo? Is het zijn zonde of die van zijn ouders? Nou, en nu komen we bij vers 3.
Het Antwoord van Jezus: de Blik Gericht op de Toekomst ↑ hoofdstukken
En daar moeten we dus goed op inzoomen. De vraag is duidelijk, maar er zit een suggestie, een veronderstelling in. In Jezus’ antwoord zie je dat hij daar volledig aan voorbijgaat. Hij gaat niet mee in hun veronderstelling van 'deze of die'. Hij wijst helemaal niet naar het verleden; hij wijst naar de toekomst.
Luister naar wat de Heer zegt: "Jezus antwoordde: noch deze zondigde, noch de ouders van hem." Dat wil zeggen: niet als motief, niet als de reden dat deze man blind geboren was. Want dat was het punt. Daarmee wordt niet ontkend dat deze man gezondigd zou hebben, of dat zijn ouders niet gezondigd zouden hebben. Wat Hij zegt is: dat is niet de reden dat deze man blind geboren is. De reden dat deze man blind geboren is en al die jaren gehandicapt was, met al het leed dat hem ten deel viel — waarom is dat? Dat heeft niet te maken met zijn zonde.
Trouwens, de Heer zegt: "Niet deze, noch de ouders van hem," maar daarmee wordt ook in het algemeen het voorgeslacht niet als oorzaak aangewezen. Sowieso wordt de zonde niet als oorzaak genoemd van de blindheid van deze man. Wat dan wel? Want dat wil je weten. Maar er staat: "...opdat de werken van de God openbaar gemaakt zouden worden in hem."
Dit antwoord — ik gaf het u zojuist al even aan — is zo totaal afwijkend. Het passeert de veronderstelling, de oogkleppen van deze discipelen die meteen in een bepaald stramien denken. En Jezus zegt: "Nee, het is totaal anders." Je moet niet naar het verleden kijken, je moet naar de toekomst kijken. Kijk, deze mens werd niet genezen, hij werd niet ziende gemaakt, omdat hij blind was. Het is precies omgekeerd: hij was blind, opdat hij genezen zou worden. Hoe zou hij ziende gemaakt kunnen worden als hij niet eerst blind was? Dat is de reden.
Dus er wordt helemaal niet verwezen naar het verleden of naar wat er fout zou zijn gegaan. Integendeel, er wordt gewezen naar de toekomst. Op het moment dat Jezus deze woorden spreekt, was het namelijk nog steeds toekomst. Die man zat daar nog steeds blind. Al die jaren hiervoor was hij blind, met alle gevolgen van dien. En waarom was hij nou blind?
Het mooie is dat we hier aan de ene kant een concreet voorbeeld zien — het gaat hier niet over een filosofisch concept — maar het antwoord is zo groot. Er wordt hier een universele waarheid uitgedrukt. In dit geval zien zij een man die blind geboren is, maar gaat u voor uzelf eens na hoeveel voorbeelden u daarvan zou kunnen bedenken. Waarom is dat nou eigenlijk?
Het Boek Job en de Dwaasheid van Menselijke Hoogmoed ↑ hoofdstukken
En er is trouwens een heel Bijbelboek dat ook over die vraag gaat: het boek Job. Het is een van de oudste boeken van de Bijbel en het behandelt die vraag eigenlijk ook niet filosofisch abstract, maar naar aanleiding van Jobs lijden en alle Jobstijdingen die hem waren overkomen. Dan steken de vrienden van Job hun redevoeringen af, nadat ze eerst een week gezwegen hebben. Dat was trouwens nog het verstandigste wat ze gedaan hebben, volgens mij.
Pas aan het einde van het boek gaat God het woord nemen. Al die hoofdstukken daarvoor lees je dat de vrienden van Job en Job zelf aan het woord zijn en eigenlijk filosoferen, maar daar ook religieus over doorredeneren. Dan zie je bij figuren als Eliphaz en Bildad dat ze voortdurend de reden zoeken in het feit dat Job het misschien wel zonder God gedaan zou hebben of dat er een andere oorzaak was waarom hem dit alles was overkomen.
Uiteindelijk neemt God het antwoord. In het hele boek Job is het antwoord feitelijk niet dat God zegt: "Nou, om deze en deze reden is het gebeurd." Nee, als God het woord neemt, geeft Hij geen antwoord, maar stelt Hij een wedervraag. Nou ja, een wedervraag... Hij stelt héél veel wedervragen. Hij gaat de hele schepping door en laat allerlei fenomenen zien in het weer, in de natuur, in de dierenwereld en in de plantenwereld. En dan worden Job en zijn vrienden ondervraagd: "Waar was je? Weet jij, Job, wat Ik weet? Kun jij wat Ik kan?" Of nog anders gezegd, zoals Paulus in Romeinen 8 en 9 zegt: "Wie ben jij nou eigenlijk? Wie denk jij wel dat je bent?"
De mens waant zich namelijk in de positie om een mening te kunnen geven over dit soort grootse dingen. Maar wie zijn wij nou? Dit is een onderwerp dat vroeg of laat heel dichtbij elk mens komt. Elk mens heeft hier zijn mening over en vormt zich er gedachten over. De laatste weken ben ik er nogal eens mee te maken gegaan, vandaar dat ik dit gedeelte graag eens aanstip. Dit is namelijk een antwoord vanuit de Schriften en daar heb je oneindig veel meer aan dan aan menselijke gevallen.
Ik las een paar weken geleden een blogje – ik had het er de vorige keer ook al even over – van Joep van ’t Hek. Hij had het over een jong kankerpatiëntje dat opgegeven was en dan wordt hij boos op God. Altijd weer. Ik hoorde deze week ook nog van een atheïst; atheïsme betekent vaak niet een ontkenning van God, maar onvrede met een God die dit kwaad allemaal toelaat. Dat is het: het niet kunnen verkroppen. En dan ook die gedachte: "Mocht ik voor Hem verschijnen, dan hoef ik niet uit te leggen wat ik gedaan heb in mijn leven. Nee, als ik bij Hem kom, dan heeft Híj mij wat uit te leggen en dan ga ik Hem eens vragen..."
Maar weet u, ik vind dat zo... dan denk ik echt: wie denk je nou dat je bent? Een klein, piepklein mensenkindje. Een stofje. Als de volkeren bij elkaar al als een stofje aan de weegschaal zijn, wie denk jij dan dat je bent als één van die miljarden mensen? Zes, zeven miljard... ik ben de tel inmiddels kwijtgeraakt. Wat denk je met die paar ons hersencellen allemaal te kunnen bedenken? We weten nauwelijks wat over het verleden en over de toekomst weten we sowieso niets. Wij weten niets. Als we over deze dingen iets kunnen zeggen, dan is het omdat God Zelf het woord genomen heeft. Omdat God Zelf in de Schriften Zijn licht daarover laat schijnen.
In het boek Job geeft God geen direct antwoord, maar Hij zegt wie Hij is door Job vragen te stellen. Dat zijn allemaal retorische vragen waar Job stuk voor stuk het antwoord schuldig op moet blijven. Hij kan het niet zeggen. Een mens weet dat domweg niet. De les moet na zoveel vragen dan toch wel duidelijk zijn. De hint is eigenlijk na één vraag al helder: wie ben ik om U ter verantwoording te roepen? Wie ben ik om mijn mening te geven over zulke grote dingen? We begrijpen helemaal niets van de schepping, laat staan van een schepseltje. Mijn broer Dirk had het zojuist over een adelaar, maar hij had het ook over een oog kunnen hebben of over een amoebe. Zo’n eencellig diertje gaat al ons verstand al te boven. We begrijpen er niets van. Dat zijn de verhoudingen.
En dan vind ik het antwoord dat je hier in Johannes 9 vindt – ik kom weer even terug bij de tekst – in een totaal andere richting wijzen. Het heeft helemaal niet te maken met de zonde van die ouders of van hemzelf. Totaal niet. Het is "opdat de werken van de God openbaar gemaakt zouden worden in hem." Kijk, wij zouden de geschiedenis zo lezen: "Ja, de Heer geneest hem omdat hij blind was." Maar de Schrift zegt: "Waarom is hij blind? Opdat hij genezen zou kunnen worden. Opdat hij zicht zou krijgen. Opdat de werken van dé God..."
Ik zeg dat expres zo; het klinkt misschien vreemd in het Nederlands, maar in het Nieuwe Testament staat er "dé God", namelijk die Ene die alles regisseert. Het is niet zomaar een god of een opperwezen dat veel onder controle heeft, nee, we hebben het over de Enige die alles bedacht en gemaakt heeft, die het doel gesteld heeft en die op het juiste moment en op de juiste plaats alles regisseert en daar bruikbaarheid wil hebben. Kijk, die God. Opdat de werken van dé God openbaar gemaakt zouden worden in hem.
Het antwoord ligt dus niet in het verleden, het antwoord ligt hier in Johannes 9 vers 3 in de toekomst. Die kenden ze nog niet, het moest nog openbaar gemaakt worden. Die man was blind. Waarom? Opdat de Heer hem ziende zou gaan maken. Het was noodzakelijk dat hij blind was. Realiseert u zich dat? De Heer verklaart dat verder niet en Hij excuseert Zich niet; het is gewoon een vaststelling. Dit moest zo zijn, opdat dat zichtbaar zou worden.
Dat is zo’n universeel principe in de Schrift: dat God het kwaad niet bedoelt aan zich, maar Hij heeft er wel een bedoeling mee. Sterker nog: God is een goede God. Hij wil het kwaad niet, maar het kwaad is wel nodig. Als het niet nodig zou zijn, zou een goede God dat geen plaats geven. Maar God geeft het kwaad wel een plaats. Daar kun je onvrede mee hebben, maar het is gewoon een vaststelling. Kijk om je heen, het gebeurt. En hoe kan God dat doen? Hij geeft het een plaats omdat Zijn weg altijd de beste is en Hij er inderdaad een bedoeling mee heeft. Het is noodzakelijk. Laat ik daar eens een rij voorbeelden van geven.
Het Universele Principe: Waarom God het Kwaad een Plaats Geeft ↑ hoofdstukken
Want hier gaat het over een blindgeborene. Waarom was hij blind? Wel, opdat hij ziende gemaakt zou kunnen worden. Hij kon niet ziende gemaakt worden als hij niet eerst blind was. Zonder ziekte is er geen genezing. Zonder ziekte is er dus ook geen genezer. Als God Zich de grote Heelmeester betoont, heeft Hij inderdaad ziekte nodig. Zonder ellende is er geen ontferming. Je kunt je niet over iemand ontfermen als daar geen sprake is van lijden, van narigheid, misère en ellende. Dat heb je nodig.
Zonder lijden — en dat is een heel aparte — zonder lijden wordt liefde niet zichtbaar. Natuurlijk kan er liefde zijn zonder lijden, maar alleen door lijden héén wordt liefde zichtbaar. Hebt u ooit wel eens een roman gelezen of een film gezien waarin liefde de boventoon voert, zonder dat er leed in voorkomt, die uw hart raakt? Het bestaat niet. Het zou trouwens een uitermate saai boek zijn. Liefde kan niet zichtbaar worden zonder dat contrast; het wordt alleen maar zichtbaar tegen zo'n donkere achtergrond. Zoals sterren slechts zichtbaar worden als het nacht is, zo wordt het licht van Gods liefde alleen maar zichtbaar tegen de donkere achtergrond van lijden.
Ik gebruik hier het woordje 'passie' twee keer, want dat woord drukt dat heel mooi uit. Passie heeft namelijk twee betekenissen. Passie betekent 'the passion', en dat is lijden. Maar passie is ook liefde, hartstocht. Waarom heeft dat ene woord twee betekenissen? Nou, eigenlijk is het één gedachte. Dat ene woord passie, ook in het Griekse pathos, heeft uiteindelijk één kern. Alleen door lijden, door passie, wordt passie zichtbaar. Het heet passie juist omdat het lijden de liefde zichtbaar maakt. Het wordt openbaar gemaakt. God was en God is liefde. Maar wanneer is die liefde zichtbaar geworden? In Romeinen 5 lees je dat. Niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven, maar voor een goede zou iemand dat nog wel doen. God echter bewijst Zijn liefde. Hoe? Doordat Christus, Zijn Zoon, stierf toen wij nog zondaren en vijanden waren. Dat was het bewijs van Gods liefde. Juist dan bewijst liefde zich.
Zo kun je doorgaan. Zonder dood bestaat er ook geen levendmaking. Alle juwelen, alle diamanten van het evangelie — van ontferming, van liefde, van levendmaking — dat is toch de grote waarde? We zeggen dat we een machtig God kennen, een levende God. Ja, maar wat betekent het woordje 'leven' als je het contrast niet kent? Je kunt dingen alleen maar leren kennen juist door het contrast. Hij is de levende God, juist omdat Hij ook allen levend maakt en triomfeert over de dood. Dat is de Bijbelse boodschap. Maar zonder dat contrast van de dood zou het niets betekenen. Het wordt openbaar juist daarin. En God excuseert Zich daar niet voor; dat is Zijn wijsheid. God heeft niet de schuld aan het kwaad; God legt Zijn eer juist in het kwaad, omdat juist daarin en daardoor de werken Gods zichtbaar worden.
Ik noemde net: zonder dood geen levendmaking. Als je even doorbladert naar Johannes 11, dan krijg je de geschiedenis van Lazarus. Je leest daar dat de Heer het bericht te horen krijgt dat Lazarus ernstig ziek is. Hij bevond Zich op grote afstand, dus Hij zou linea recta naar Lazarus toe moeten gaan om hem te genezen. Maar dan lees je dat de Heer vertoeft; dat wil zeggen dat Hij nog een tijd blijft waar Hij is. Hij zegt er ook bij: "Deze ziekte is ter ere" — er staat letterlijk in vers 4 van Johannes 11: "tot heerlijkheid van God, opdat de Zoon van God erdoor verheerlijkt wordt."
Dan komt Hij bij het graf en vindt er een gesprek plaats. De Heer zegt dan — en dat is prachtig geworden: "Ik ben de opstanding en het leven." Dan wordt de steen weggerold en zegt Hij: "Lazarus, kom uit!" Toen bleek Zijn woord genoeg om hem zo te doen opstaan. Hij kwam uit dat graf. Toen bewees Hij de opstanding en het leven te zijn. De Heer had expres gewacht tot hij gestorven was. Zo staat het er echt. Waarom? Hij wilde bewijzen dat Hij de opstanding en het leven is en dat Hij triomfeert over de dood. Opdat de werken van God openbaar zouden worden. Want hoe zou Hij Zich de opstanding en het leven kunnen betonen als daar geen sprake zou zijn van de dood?
Zonder schuld zou er geen vergeving zijn. Is vergeving niet een van de allermooiste dingen van het licht dat straalt? Je vindt dat zo vaak in de evangeliën. Ik denk aan de geschiedenis van Zacheüs. In dat huis werd, toen de Heer bij hem binnenkwam, ontferming bewezen. Er staat dat alles wat Zacheüs misdaan had, werd vergeven. Maar dat veronderstelt ook dat daar eerst sprake was van schuld. Alleen daar waar sprake is van schuld, kan ook sprake zijn van vergeving. Juist daarin toont en demonstreert God Zijn liefde.
Zonder zonde is er geen rechtvaardiging. Zie je nu? Vergeving, rechtvaardiging, levendmaking, liefde, ontferming... al die geweldige heerlijkheden, echt diamanten van het evangelie, zijn ondenkbaar zonder dat contrast van ellende, lijden, dood, schuld en zonde. Onmogelijk! Het betekent niets zonder dat. Hoe staat het in Romeinen 3? "Want allen zondigden en derven de heerlijkheid Gods." En er staat bij: "en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade." Om niet, ja. Allen zondigden, geen uitzondering. Maar juist dan, juist tegen die achtergrond, schijnt ook het licht en worden zij om niet gerechtvaardigd door Zijn genade. Dat is genade. Het is niet voor niets. Er gebeurt nooit iets voor niets.
Gods Feilloze Regie: Pijn voor Vandaag Is Winst voor Morgen ↑ hoofdstukken
Het kolossale antwoord dat de Heer geeft in Romeinen 9 vers 3, opdat de werken Gods in hem openbaar zouden worden, daaruit blijkt: God is God. Die man is veertig jaar blind geweest en heeft enorm veel leed ondergaan, en de Heer zegt: "En toch is er nooit iets misgegaan. Nooit." Het maakt allemaal deel uit van Zijn ontwerp.
En dan zeggen mensen: "O, dus jij geeft God de schuld ervan?" Nee, niet de schuld! Hij krijgt de eer voor dat alles en Hij weet wat Hij doet. We hadden het er voor de dienst nog even over met Ton. God vergist zich nooit, Hij maakt geen fout. Het is niet zo dat het toen is misgegaan en dat de Heer het alsnog ging repareren. Zo wordt het vaak voorgesteld. Ik ben zelf ook zo grootgeworden met de gedachte dat God een goede schepping schiep en dat het toen misging; dat er een engel uit Zijn hand viel en dat die vervolgens het eerste mensenpaar verleidde, enzovoort. Maar gelukkig, God repareert het weer.
Maar als je dat gelooft, heb je eigenlijk geen God. Dan is het altijd een God die eigenlijk achter de feiten aanloopt. Het is toen misgegaan, nou ja, goed, daar doen we dit voor, en alle zeilen worden bijgezet om zoveel mogelijk mensen te redden, waar Hij kennelijk ook niet zo goed in slaagt. Het gevolg is uiteindelijk toch een enorme smet op Zijn naam, want het grootste gedeelte van de schepping gaat verloren, ondanks het feit dat men uitroept: "Hij laat nooit varen de werken van Zijn handen." Aan de ene kant weet men het, aan de andere kant bestrijdt men het ook weer en ontkent men het ook weer.
En dan te bedenken: er is een God en er is nooit iets misgegaan. Het kwaad is er, maar het is noodzakelijk, opdat de werken van God openbaar zouden worden. Zonder vijandschap zou er geen verzoening zijn. Hoeveel vervreemding is er niet in de wereld? Dat mensen vervreemd zijn van elkaar. Hoeveel vijandschap is er niet? Ja, maar alleen tegen die achtergrond gaat het licht van verzoening schijnen, van liefde die sterker is dan die vijandschap en die vervreemding en die dat alles overwint. Zo'n God hebben we. Deze achtergrond is nodig om dit te laten schijnen.
Het is ook zo logisch. Ik moet u zeggen, de een zit met andere vragen dan de ander, maar ik heb hier als kind al zo over getobd. Hoe kan dat? En eerlijk is eerlijk, vanuit de kerkgemeenschap waarin ik groot werd – en dat neem ik mijn ouders of die gemeenschap totaal niet kwalijk – kreeg ik geen antwoord op mijn vragen. Totdat ik God leerde kennen. Ik bedoel met allemaal hoofdletters: Dé God! Ik was opgehaald met een God die achter de feiten aanliep en die het ook allemaal niet onder controle had. Het kwaad was een fout of een misser van de mens, ja, maar uiteindelijk van Hem dus. Oké, Hij probeerde dat allemaal weer zoveel mogelijk te herstellen, maar daar slaagde Hij ook al niet in. Totdat je leert verstaan: er is één God, dé God, en Hij heeft alles in Zijn hand. Alles past in Zijn plan. Alles! Nou, dat is God de eer geven.
Zonder verlorenheid geen redding. Dat is logisch. Hoe kan God een Redder zijn? Hoe kan God een Redder van alle mensen zijn, zoals de Schrift zegt, als we niet eerst verloren zouden zijn? Ik heb wel vaker verteld over Anton, die mij toen ontstelde en zei: "Weet je dat er één voorwaarde is om gered te worden? Één voorwaarde voor de mens." En toen zei hij: "Je moet eerst verloren zijn." Ja, logisch. Zonder verlorenheid is er geen redding. Zonder vijandschap bestaat er geen verzoening. Zonder dood is er ook geen opstanding. En zonder kennis van kwaad is er ook geen kennis van goed.
Nu gaan we helemaal terug naar het begin van de Bijbel. Dat was al in de hof; God had daar een boom gezet en er waren geen twee bomen, een boom van kennis van kwaad en een boom van kennis van goed, nee, één boom. Door te eten van die verboden vrucht kreeg de mens kennis van kwaad – oké, dat begrijpt u – maar ook kennis van God. Daarvoor kenden Adam en het eerste mensenpaar geen goed. Ze hadden het misschien goed, maar ze kenden het niet; het werd niet openbaar. Het werd pas openbaar door van die vrucht te eten. Het is wat ze noemen een package deal: als je het een hebt, dan heb je het andere ook. De kennis van goed is niet los verkrijgbaar; je kunt dat alleen maar leren kennen door kennis van kwaad. Het is een algemeen Bijbels principe.
Nou, en nu ben ik bij mijn laatste dia aangekomen. Die kwam ik tegen en die vond ik wel erg leuk. Dat was kennelijk van een of ander Engelstalig bedrijf dat zich excuseerde over hoe het er zo uitzag op het bedrijf: "Sorry voor de mess, voor de rotzooi, het ziet er niet uit." Maar waarom? Het is nog steeds werk in uitvoering. Dat geldt voor Gods werk ook. Mensen maten zich een oordeel aan over wat God doet, en God zegt: "Still under construction. Ik ben aan het werk. Werk in uitvoering." En: "Today's pain is tomorrow's gain." Dat wil zeggen: de pijn van vandaag is noodzakelijk voor de winst van morgen. Nou, hoe mooi wilt u het gezegd hebben? Dat is het. De pijn van vandaag, het lijden van de tegenwoordige tijd, is voorbijgaand. De heerlijkheid die gaat komen, die is onvergankelijk. De pijn is van een voorbijgaande aard, maar het zal voor altijd zichtbaar maken wie Hij is en het grote goed dat Hij geeft. Ik stel voor dat we met elkaar een lied zingen.
UltimateGoodNews