midwinter & chanoeka
25-12-2016 - Geplaatst door Andre PietPresentatie van samenkomst gehouden te Zoetermeer op zondag 25 december 2016
In deze samenkomst geen ‘Mary’s boy child, Jesus Christ Was born on Christmas Day’. Toch hebben we dit jaar een dubbele reden om rond deze tijd lichtjes te ontsteken. Aan de hand van Johannes 10 (vanaf vers 22) willen we dit eens nader bezien.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding: Midwinter en het Feest van de Zonnewende
- Johannes 10: Jezus en het Vernieuwingsfeest (chanoeka)
- De Oorsprong van Chanoeka en de Menora als Amandelboom
- Het Wonder van de Olie en Nieuw Leven op de Achtste Dag
- De Onvergankelijke Symboliek van de Kerstboom en het Licht
- De Zoon van David Is Momenteel Verborgen in het Hemels Heiligdom
- De Zeven Tekenen Getuigen van Zijn Woord en Leven
- De Goede Herder, de Eerstelingen en de Redding van Alle Mensen
- Vrede en Vertrouwen in de Schepper te Midden van Onbegrip
Inleiding: Midwinter en het Feest van de Zonnewende ↑ hoofdstukken
Ik moet beginnen, vrienden, met een aparte technische mededeling: ik heb vanmorgen geen PowerPoint-ondersteuning. Dat komt door een technische fout, een domme fout die volledig te wijten is aan de persoon die u hier nu ziet staan. Ik heb vanmorgen het bestandje op een 'stikkie' gezet. Tenminste, dat dacht ik, maar het bleek alleen maar een snelkoppeling te zijn. Voor degenen die daar wat meer van weten: dat werkt dus niet. Daar ben ik inmiddels ook achter gekomen.
Dat betekent dat ik het vanmorgen gewoon ouderwets moet doen, zoals ik het jarenlang altijd gedaan heb: alleen met de Bijbel. Ja, dat valt even tegen. Ik had mooie dia's gemaakt en het zou heel makkelijk zijn geweest, want een aantal dingen wilde ik graag illustreren aan de hand van kandelaars. Bijvoorbeeld de titel, want ik wilde u vanmorgen bepalen bij het thema: Midwinter en Chanoeka. Die combinatie, beide feesten.
Midwinter is van origine inderdaad al van ver voordat kerst bestond een feest, namelijk het feest van de zonnewende. Dat wil zeggen: na de kortste dag, 21 december, gaan de dagen weer lengen. Pal daarop vierde men dan het feest van de zonnewende. Midden in de winter kan de duisternis heel dik zijn in de wereld. Het is koud, het is donker en alles is troosteloos en ogenschijnlijk zonder leven. Kijk om je heen naar de bomen: alle blaadjes zijn eraf. Kortom, doodsheid heerst. Maar de belofte van leven en van licht is al in het natuurverschijnsel aanwezig.
Dat is dus helemaal geen heidendom; het heeft helemaal niets met heidendom te maken. Midwinter en de zonnewende is gewoon een natuurkundig fenomeen. De Schepper heeft dat zo gemaakt en men heeft dat van oudsher gevierd. Pas in de derde of vierde eeuw van onze jaartelling, toen het Romeinse Rijk onder keizer Constantijn gechristianiseerd werd, is ook dit feest 'gekerstend'. Dat is een aardig woord in dit verband; het is christelijk gemaakt. Men heeft het om allerlei andere redenen gekoppeld aan de geboorte van Jezus, en dat is precies wat kerst dan geacht wordt te zijn: het geboortefeest van Jezus. Naar mijn overtuiging heeft het daar echter weer helemaal niets mee te maken.
Wat men vierde met midwinter en de zonnewende, was heel Bijbels. 'Bijbels' is misschien niet eens het goede woord, want men vierde het niet omdat het in de Bijbel stond; die kende men vaak helemaal niet. Men had alleen het licht van de schepping, maar dat verstond men. Er gaat immers een sprake van de schepping uit, zoals in Psalm 19 staat: 'De hemelen vertellen Gods eer'. Van oudsher onderscheidde men al die sterrenbeelden. Wij weten dat niet meer, we hebben er geen verstand meer van en we kijken nauwelijks meer naar de sterrenhemel. Alles is tegenwoordig kunstlicht, dus we hebben er weinig 'feeling' meer mee. Maar van oudsher kende men die verschijnselen van de zon, de maan, de getijden van eb en vloed, en ook van de sterrenbeelden. Men wist precies wat waar stond en wanneer er weer iets opkwam. Daar had men ongelooflijk veel kennis van.
Men wist niet alleen van de verschijnselen, maar ook van de betekenissen. Zo was er het sterrenbeeld de Maagd, waar het allemaal mee begon, en het eindigde met het sterrenbeeld de Leeuw. Er gaat een geweldige sprake van uit. Er zitten trouwens nog 46 sterrenbeelden tussen. Jazeker! En daar staat gewoon het hele evangelie in geschreven. Dat is een thema waar we het nog maar eens een keertje over moeten hebben, want dat is zo geweldig mooi: hoe de hemelen Gods eer vertellen. De hemelen spreken niet van u en mij, maar van Hem en van Zijn plan. Dat het evangelie in de sterren staat geschreven, is echt waar.
Afijn, men vierde dus midwinter. Dat is in de derde of vierde eeuw gekerstend en gekoppeld aan de geboorte van Jezus. Maar we hebben er bij andere gelegenheden, jaren geleden, ook wel eens bij stilgestaan dat er veel meer redenen zijn om aan te nemen dat Jezus geboren is op een hoogtijddag van Gods kalender. De gegevens zijn schaars, dat geef ik direct toe, maar ik denk dat er alle reden is om aan te nemen — ik ga dat nu niet uitgebreid toelichten — dat Hij ooit is geboren op de tiende Nisan, een paar dagen voor Pesach, toen het lam in huis genomen moest worden. Dat heeft dus niets met kerst te maken; dat is juist in het voorjaar. Daarom heb ik altijd iets dubbels bij het kerstfeest. Eigenlijk spreek ik ook veel liever over midwinter. Dat was ook het thema — u ziet het hier dus niet op een dia, maar: Midwinter en Chanoeka.
Johannes 10: Jezus en het Vernieuwingsfeest (chanoeka) ↑ hoofdstukken
Ik ga u vanmorgen eens meenemen, gewoon puur vanuit de Bijbel. Niet met dia’tjes en plaatjes, maar lees gewoon met mij mee. Ik neem u mee naar Johannes 10. Niet naar Lukas 2, ook niet naar Matteüs 1 of Jesaja 9, maar naar Johannes 10. En als u mij vraagt of er een Bijbelgedeelte is dat zó van toepassing is op de dag van vandaag, dan is het wel juist dat gedeelte. Het is vandaag 25 december, dat was u waarschijnlijk niet ontgaan, maar weet u ook dat het vandaag op de Hebreeuwse kalender een feestdag is? Vandaag is het 25 Kislev. Dat is de negende maand op de Joodse kalender, en vandaag is het de 25e van die maand.
Nu moet u weten dat u die datum niet altijd direct kunt koppelen aan de 25e december. De Hebreeuwse kalender is namelijk een maankalender, terwijl wij een zonnekalender hebben. Hun kalender is gebaseerd op de maan; een nieuwe maan is daar ook altijd het begin van een nieuwe maand. Bij ons werkt dat niet zo. Afijn, die 25e Kislev valt meestal ergens in de maand december, soms in november, maar in ieder geval in de winter.
Als u nu met mij naar Johannes 10 gaat, dan leest u in vers 22: "Toen kwam het Vernieuwingsfeest te Jeruzalem; het was winter." Het Vernieuwingsfeest! Dat is precies het feest dat vandaag gevierd wordt in het Jodendom. Trouwens niet alleen vandaag, maar acht dagen lang. Vandaag is eigenlijk de eerste dag van dat feest: het beroemde Chanoekafeest. In het Jodendom wordt het ook heel dikwijls Chanoeka genoemd, wat 'inwijding' betekent. Eigenlijk gaat het om de herinwijding van de tempel. De Joden noemen het zelf meestal ook wel Chak Ha-or, wat 'het feest van het licht' betekent. 'Chak' betekent feest en 'Ha-or' betekent het licht.
Dat is eigenaardig. Wanneer er in Johannes 10 vers 22 staat dat het Vernieuwingsfeest plaatsvond — het feest van de vernieuwing en de herinwijding van de tempel — dan is dat dus het Chanoekafeest, oftewel Chak Ha-or, het feest van het licht. Jezus vierde in zijn dagen jaarlijks dit feest van het licht in de winter, en dat was geen kerst. Het is bijzonder om daarbij stil te staan. Zoals het hier staat: Hij was in Jeruzalem en het was het Vernieuwingsfeest, het Chanoekafeest.
Daar moet ik nog iets over vertellen, ook wat betreft de achtergrond van dat feest. Zojuist hadden we het over midwinter, dat van oudsher over de hele wereld gevierd wordt als het feest van de zonnewende. Maar nu hebben we het over het Chanoekafeest; ook de Joden hadden hun feest van het licht, alleen heeft dat een heel andere oorsprong.
De Oorsprong van Chanoeka en de Menora als Amandelboom ↑ hoofdstukken
Om dit goed te begrijpen, moet je teruggaan in de geschiedenis. In de dagen dat dit alles werd opgetekend, in de eerste eeuw van onze jaartelling, was dat ongeveer anderhalve eeuw daarvoor gebeurd. Het Joodse land was destijds helemaal vertreden door de Hellenisten. Ik zal u de verdere details besparen, maar er was toen een verschrikkelijk figuur aan het bewind: Antiochus Epiphanes. Hij maakte het zo bont door de gehele tempel te ontwijden. Juist om de Joden en hun God te tergen, ging hij op het altaar varkens offeren. Als er iets afschuwelijks is voor een Jood om aan te denken, dan is het wel dat er een varken werd geofferd, maar dat deed hij dus. Ook heeft hij geprobeerd om een beeld van Zeus in de tempel te plaatsen; de god van de Grieken. Het was een enorme ontwijding van de tempel.
In die tijd was er een familie van hogepriesters met een zekere Judas. Hij heeft de naam gekregen Judas de Maccabeër. 'Maccabi' is voor Joden nog steeds een begrip; je hebt bier dat zo heet en ook een voetbalclub in Israël draagt die naam. Het woord 'Maccabeër' betekent eigenlijk 'hamer'. In ieder geval heeft deze Judas de Maccabeër een opstand georganiseerd. Het was een soort guerrilla-oorlog, maar het was allemaal bedoeld om de tempel te bevrijden. Dat heeft hij ook gedaan, en zeer succesvol trouwens. Drie jaar nadat Antiochus Epiphanes de tempel zo afschuwelijk had ontwijd, is de tempel weer bevrijd en kon de dienst opnieuw beginnen. Natuurlijk moest de tempel wel eerst gereinigd worden en ritueel weer geschikt gemaakt worden, zodat de eredienst kon aanvangen. Er waren allerlei bepalingen voor en dat moest stipt gebeuren.
Eén van de dingen die toen gebeurde, en daar ontleent het feest ook zijn naam aan, was een wonderlijk fenomeen dat heeft plaatsgevonden. In de tempel, in het heiligdom, heb je een kandelaar staan: de Menora. Dat is een zesarmige kandelaar. Nou ja, zeven; dat hangt er een beetje vanaf hoe je het bekijkt. Eigenlijk is het een zesarmige kandelaar, wat wil zeggen dat hij zes armen heeft en een stam. Maar het zijn dus zeven lichtjes. Dat is de Menora. Deze wordt al beschreven wanneer de tabernakel aan Israël wordt gegeven; daar moest een Menora staan in het heilige, en de hogepriester zou die dagelijks verzorgen. Ook in de tempel had je dus die grote Menora.
Feitelijk was die Menora – en dat is nog wel even mooi om te vertellen, waarbij ik hoop dat ik de draad vasthoud zonder mijn dia's – een gestileerde amandelboom. Je leest dat ook in de uitgebreide beschrijving: met amandelkelken en amandelbloesem. Het beeldde gewoon een boom uit, een stam in het midden met zes takken daaraan, en die amandelboom gaf licht. Maar dan moet je weten wat er zo bijzonder is aan die amandelboom. Een amandel is de boom die als eerste gaat bloeien daar in Israël en het Midden-Oosten; het is de boom die het eerst ontwaakt. In het Hebreeuws betekent het woord voor amandel namelijk 'ontwaken' of 'nieuw leven'. Die amandel spreekt dus van leven, van nieuw leven. Als alles nog doods is, dan gaat die amandelboom in februari, halverwege februari, al bloeien. Dat is een bekend fenomeen waar in het Oude Testament op allerlei manieren aan wordt gerefereerd: de amandelboom gaat bloeien.
Dat wil zeggen: die amandelboom spreekt van nieuw leven. En die gestileerde amandelboom, de Menora, spreekt van licht. Maar licht en leven hebben alles met elkaar te maken. Als er licht is, dan komt er ook leven. Het feit dat de dagen nu weer gaan lengen en het licht gaat overwinnen, betekent dat het leven gaat ontluiken. De Bijbel spreekt ook over – en dat is trouwens ook in het Johannes-evangelie – 'het licht des levens'. Aan de andere kant spreekt de Bijbel, als contrast, over 'de schaduwen des doods'. Duisternis heeft te maken met de dood, maar licht heeft te maken met leven. Die Menora in dat heiligdom moest weer dienst gaan doen. Dagelijks moest hij branden; er moest weer licht zijn in dat heiligdom.
Het Wonder van de Olie en Nieuw Leven op de Achtste Dag ↑ hoofdstukken
Het probleem was alleen dat er geen geschikte olie was voor die menorah. Want ja, die tempel was jarenlang ontwijd geweest en voor het laten branden van die menorah had je speciaal koosjere olijfolie nodig; gestoten olijfolie, zoals dat precies wordt voorgeschreven. Dat was niet zomaar voorradig. Het duurt wel een dag of acht voordat je dat spul hebt en voordat het helemaal aan de eisen voldoet. Men had echter nog één kruikje; één kruikje van geschikte olijfolie.
Toen die tempel weer werd ingewijd, heeft de hogepriester dat kruikje leeggegoten in de menorah. Die menorah moest dagelijks worden bijgewerkt. De snuiters en de lonten moesten verzorgd worden; in ieder geval moest de menorah worden onderhouden. Maar vooral was er olie nodig. Er was maar één kruikje en dat was slechts geschikt voor één dag. Dus dat kruikje werd leeggegoten en er zat nauwelijks meer wat in, maar wat bleek? Dat was het wonder van Chanoeka: de volgende dag zat er weer genoeg olie in dat kruikje. En de derde dag weer, en de vierde dag weer, en zo ging dat acht dagen lang door. Acht dagen lang heeft men met dat ene kruikje gedaan.
Terwijl het menselijkerwijs gesproken helemaal geen licht kon zijn omdat er geen olie was, werd dat licht toch verspreid in het heiligdom. Dat is wat men tot op de dag van vandaag nog steeds viert. Inmiddels leven we in 2016 — hoe was het ook weer in de Joodse jaartelling? 5777, als ik me niet vergis — en in elk geval viert men tot op de dag van vandaag het feest van het licht. God heeft toen een wonder gedaan en er was olie genoeg. Trouwens, u kent dat fenomeen: als er een tekort is aan de olie van het levenslicht, dan voorziet God. Dat heeft Hij toen gedaan. Er was dus licht in het heiligdom; op een wonderbare wijze heeft God daarin voorzien.
Dat is Chanoeka. Als we in Johannes 10 vers 22 lezen dat het het Vernieuwingsfeest was te Jeruzalem, dan moet u zich realiseren dat dit feest in de dagen van Jezus al anderhalve eeuw werd gevierd. Het is het feest dat de tempel weer opnieuw werd ingewijd en dat daar licht was in het heiligdom, omdat God daar op een wonderbaarlijke wijze in had voorzien. Een olijfolie, een menorah, een amandelboom; het heeft allemaal te maken met leven en met licht.
Het heeft ook allemaal te maken met een nieuw begin. Wat dacht u van het feit dat het acht dagen zijn? Dat zegt u misschien niet zoveel, maar als je Hebreeuws denkt en kijkt, dan weet je: acht dagen, aha, na zeven krijg je weer een nieuwe reeks, een nieuw begin. Een Joods jongetje wordt besneden op de achtste dag. En nu ga ik iets zeggen dat misschien omstreden is, maar ik geloof dat de Heer Jezus Christus opstond daags na de Sabbat. Dat is op zichzelf niet omstreden, want het staat er gewoon, maar dat wil zeggen: op de achtste dag. Die acht heeft altijd te maken met een nieuw begin en met nieuw leven.
Zodoende hebben we, als we vandaag op 25 december feest vieren, daar een dubbele reden toe. Het heeft niets te maken met Jezus' geboorte. Nou ja, "niets", dat is natuurlijk ook onzin als ik het zo zeg, want als Jezus niet geboren was, dan had dit natuurlijk nooit aan de orde geweest. Maar wij vieren niet specifiek zijn geboortedag; daar zit zoveel fantasie omheen dat het stuitend is, maar daar hebben we het nu even niet over. Ik ben niet anti-kerst, daar gaat het me niet om, maar er is een dubbele reden om vandaag juist te denken aan het licht dat sterker is dan de duisternis. In de eerste plaats vanwege de tijd van het jaar, maar bovendien ook gewoon puur op Bijbelse gronden, omdat ook Israël haar feest van het licht in de winter heeft.
De Onvergankelijke Symboliek van de Kerstboom en het Licht ↑ hoofdstukken
Ik vind het ook eigenaardig dat de attributen die wij hebben, waardoor dit feest vaak geweerd wordt, daar altijd aan gerelateerd zijn. Het gaat niet over het kerststalletje, maar over de oorspronkelijke beelden. We denken aan een boom. Alle bomen — kijk maar gewoon hier uit het raam — zijn momenteel kaal. Maar er is één type boom dat nog wel groen is. En dat is van oudsher een embleem van leven te midden van de dood. Eigenlijk van onvergankelijk leven. Terwijl in de wereld alle bomen dood lijken, getuigt deze boom van leven door zijn groene naalden.
In die boom plaatst men lichtjes. Waarom? Omdat het allemaal te maken heeft met licht dat overwint. Trouwens, alles is licht; dat is het meest karakteristieke van deze tijd. Het feit dat het licht, terwijl de duisternis nog zo heerst in de wereld, toch doorbreekt. En ja, dat vieren we. Daar is alleen al een reden voor om feest te vieren. En trouwens, het heeft dan ook weer alles te maken met leven.
Als ik zeg 'licht', dan denk ik ook aan waar we allemaal van dromen, toch? "I'm dreaming of a white Christmas." Ja, waarom? Omdat die sneeuw ook weer licht symboliseert. Alles is zwart en donker, maar daarom denk je graag aan dat wat licht geeft en wat vrucht voortbrengt. Vandaar ook dat we die vruchten in zo'n boom hangen. Die ballen symboliseren natuurlijk gewoon vruchten. Ik weet het, er zijn hele tirades tegen gehouden en mensen zeggen: "Dat is heidens." Dan denk je: heidens? Het getuigt juist van kennis van zaken. Nu moet ik er meteen bij zeggen dat 99,9% van de mensen daar geen idee meer van heeft, maar dat is weer wat anders.
Het is trouwens ook gecorrumpeerd door allerlei onbijbelse gedachten. Maar daarom komen we hier op deze 25e december gewoon bij elkaar. We doen het Woord open, we laten het licht schijnen en we worden erbij bepaald dat juist nu, midden in de winter, er een feest van het licht gevierd wordt. In de wereld, jazeker. Maar ook van origine al: Israël heeft zo’n feest van het licht, Chak Ha-or!
Dan hebben we trouwens nog iets eigenaardigs. Daar had ik ook een plaatje van, maar goed, dat kan ik nu niet laten zien. Bekend is de menora met de zeven lichten, maar je hebt ook een Chanoeka-kandelaar. Die heeft dan weer acht lichten. Nou ja, negen, maar in ieder geval acht armen. Dat is een beetje ingewikkeld om zo te zeggen, maar u begrijpt wat ik bedoel. Zo’n Chanoeka-kandelaar herinnert aan die acht dagen. In het jodendom laat men op de eerste dag de eerste arm branden en op de tweede dag een tweede lichtje, enzovoorts, tot de achtste dag aan toe. En dat is Chanoeka: acht. Het herinnert dus aan leven en aan vernieuwing; het herinnert aan de acht.
In al die opzichten gaat daar een sprake van uit en het verwijst — hoe kan het ook anders, ik hoop dat ik dat inmiddels duidelijk heb gemaakt — uiteraard naar Hem die leven aan het licht heeft gebracht. Die in de wereld kwam en het licht liet schijnen. Zo is het trouwens altijd al geweest. Je leest dat in het begin van het Johannesevangelie: "In het begin was het Woord." God heeft vanaf het begin gesproken. Alle dingen zijn door het Woord geworden; God sprak en het was er. En het leven — daar staat bij: "In het Woord was leven en het leven was het licht van de mensen." Omdat God gesproken heeft, is er Gods Woord. Dan mag de wereld wel duister zijn, maar omdat God gesproken heeft, heb je licht.
Dat is zo enorm kostbaar. We hadden het er al eerder over en we hebben er zojuist over gezongen. Als je gewoon afgaat op je eigen zintuigen, op je gevoel en op je ervaringen, dan is er duisternis. Maar als je dit kent, Zijn Woord, dan heb je licht. Dan komt daar vrede voor in de plaats, en hoop. Waarom? Omdat het spreekt van licht en leven: het licht des levens. Zijn opstanding uit de dood, van een nieuw begin. Nou ga ik nog even terug.
De Zoon van David Is Momenteel Verborgen in het Hemels Heiligdom ↑ hoofdstukken
Want ja, ik ben ook maar bij die eerste zin van Johannes 10 vers 22: "Toen kwam het Vernieuwingsfeest te Jeruzalem", staat er. Het was winter. En daar staat bij: "en Jezus wandelde in de tempel." Aha, dat feest was begonnen, en Jezus, waar bevond Hij zich? In de tempel, in het heiligdom. Feitelijk spreekt dat ook van de tegenwoordige tijd, Zijn tegenwoordige positie. Waar is Christus vandaag? In het heiligdom. Maar dan wijs ik naar boven: in het hemels heiligdom. Dáár brandt het licht. Kijk, in de wereld is het duister. In de wereld is het winter, jawel, maar in het heiligdom — daar spreekt Chanoeka van — bij God, daar is licht. Inderdaad, dat is in de wereld niet zichtbaar, maar bij God in het heiligdom is er licht. Wonderbaarlijk. Het kan naar de mens gesproken niet, maar God heeft dat zo toebereid en gegeven.
Het spreekt dus inderdaad van de Zoon van David die vandaag daarboven is in het hemels heiligdom. Hijzelf is dat licht, het levende licht of het licht des levens. En ik zei: de Zoon van David. Dan moet u eens even meelezen, want er staat iets bij: "Toen kwam het Vernieuwingsfeest te Jeruzalem, het was winter en Jezus wandelde in de tempel in de zuilengang van Salomo." Salomo, de zoon van David, de vredevorst, toch? Die zuilengang bestond uit allemaal pilaren, eigenlijk allemaal opgerichte tekenen, emblemen, en ze verwezen al gewoon vanwege hun naam naar de Zoon van David. Waar is die Zoon van David? Waar is die Vredevorst? Dat is trouwens ook de grote vraag in de wereld. En het antwoord is: Hij is verborgen in het heiligdom. Er valt ook helemaal niets te zien.
Als u nu denkt dat daar iets niet goed gaat, of als u de conclusie trekt die men algemeen trekt van: "Nou, God doet niets, dus dan moeten wij maar aan de slag gaan om wat God nalaat dan maar zelf te gaan doen", dan is de ellende dat je geen feest overhoudt. Want als het van de mens afhangt, dan is dat juist de duisternis. De duisternis is juist dat je iedere keer merkt: jongens, als we ons optimisme moeten ontlenen aan ons kunnen, aan ons vernuft en aan dat wat wij produceren, dan zinkt de moed ons in de schoenen. Licht en feest en leven en opgewektheid en hoop is er enkel en alleen doordat Hij Zijn woord heeft laten schijnen. Ja, Zijn woord laat schijnen, want dat woord is licht. Daarom, en in dat heiligdom vandaag is er licht, het licht van Salomo. Daar is Hij nu.
Het spreekt inderdaad van de tegenwoordige positie. Dus als we het hebben over het feest van het licht, dan denken we in de eerste plaats niet aan een kindje in de kribbe, dan denken we aan Degene die vandaag in het hemels heiligdom is: de Zoon van David, de opgewekte, de olie, de acht, de amandelboom, de Christus. En daarom zeg ik het nog anders: feitelijk is dat wat kerst ook is: Christ, Christus. Maar wie is Christus? Of beter: wie is Christus? Dat is de opgewekte, de opgewekte Zoon van David die vandaag verborgen is. En feitelijk gaat het daar ook over.
Want als je dan doorleest — ik kijk even, de meeste mensen kunnen gewoon meelezen, dat is wel zo plezierig — "en Jezus wandelde in de tempel in de zuilengang van Salomo." De Joden dan, die omringden Hem en zeiden: "Hoe lang houdt Gij onze ziel nog in spanning? Indien U de Christus bent, zeg het ons ronduit." Aha, wat is hier eigenlijk het probleem van die Joden? Dat is dat ze willen weten: is Hij de Christus, ja of nee? Zeg het vrijuit. Christus houdt Zich dus verborgen.
Ik zal u vertellen dat dit voor heel veel mensen misschien nieuw zal zijn en heel erg onbekend: in de dagen dat de Heer Jezus hier vóór Zijn sterven op aarde rondliep, heeft Hij nooit vrijuit gesproken: "Ik ben de Christus." Degene die naar Hem luisterde, die wist het niet. Maar Hij heeft nooit vrijuit gezegd; sterker nog, ik refereer nu aan een geschiedenis die je elders leest in Mattheüs 16. Als de Heer Jezus helemaal daar in het noorden is, bij de berg Hermon en bij Caesarea Filippi, dan lees je dat Jezus op een gegeven ogenblik vraagt: "Wie zeggen de mensen dat Ik ben?" Sommige mensen zeggen Elia, anderen zeggen een van de profeten. "Maar wie zeggen jullie dat Ik ben?" En dan is het Petrus die het woord voert: "U bent de Christus", dat wil zeggen de Messias, "de Zoon van de levende God." En dan zegt de Heer Jezus tegen hem: "Vlees en bloed" — dat wil zeggen een mens — "heeft jou dat niet geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is."
Als je het even doorleest, dan verbood Hij hen nadrukkelijk om tegen wie dan ook te zeggen dat Hij de Christus is. De intimi wisten het natuurlijk; als je luisterde naar wat de Heer te zeggen had, dan wist je: Hij is die Messias. Maar in de dagen dat Hij hier op aarde rond was, heeft Hij dat nooit openlijk geclaimd. Sterker nog, Hij heeft het met nadruk verborgen gehouden en zelfs verboden om dat zo bekend te maken. Pas na Zijn opstanding lees je dat Petrus op het tempelplein ook zegt: "God heeft Hem opgewekt. God heeft Hem, die jullie gekruisigd hebben, tot Heer en tot Christus gemaakt." En dan is het openlijk. Maar dan is Hij ook daadwerkelijk de Christus, de Gezalfde. Dat wil zeggen: Hij is overgoten met olie, met leven. Daar spreekt de olie natuurlijk van. Toen is Hij met recht en definitief de Christus geworden. Maar Hij heeft het in Zijn omwandeling op aarde nooit openlijk gezegd. Sterker nog, Hij heeft het verborgen gehouden en met nadruk verboden om het bekend te maken.
Het punt is nu even: Christus is verborgen. Dat is precies waar we het net over hadden. Het licht is er wel, maar het is in het heiligdom. Dat is Chanoeka. Het is winter, jawel, maar er is toch warmte daar in het heiligdom. Het licht van het leven. Christus houdt Zich verborgen. En dan zeggen de Joden: "Waarom? Zeg het ons vrijuit dat Je de Christus bent." Het is allemaal verborgen, en dat is zo karakteristiek voor deze hele tijd. Ik bedoel, sinds die dagen tot nu toe. De termijn loopt af, is bijna afgesloten, die hele periode, die twee millennia waar de Schrift over spreekt. Ja, en dan wordt het anders.
Dan zal Hij inderdaad Zich gaan openbaren als de Christus, de Zoon van David. Dan zal Hij Zich ook openbaren als de Vredevorst met recht: Salomo. Salomo betekent vrede, Sjalom. En Hij zal Zich dan betonen als de Zoon van David; op de troon van David zal Hij gaan heersen. Dat was er in Jeruzalem. En dan, waar we zojuist ook over zongen: de volkeren zullen aan Hem ondergeschikt worden. Dat koninkrijk gaat hersteld worden in deze wereld. Alle volkeren zullen aan de Zoon van David ondergeschikt worden. Een Israëlitisch koninkrijk, dat is waar de Schrift van spreekt.
De vraag is: waar is Hij dan? Want de Messias — en dat is precies ook het probleem van het Jodendom tot op de dag van vandaag — als de Christus er is, wat zien we er dan van? Als de Messias er is, waar is die Messiaanse tijd dan? Nou, het antwoord is Chanoeka, om eventjes in deze taal en in deze terminologie te blijven. Het antwoord is: dat licht van het leven is in het heiligdom. Hij houdt Zich verborgen. Als u nog even doorleest...
De Zeven Tekenen Getuigen van Zijn Woord en Leven ↑ hoofdstukken
Want zij komen dan met een vraag, het is eigenlijk meer een verwijt: "Indien jij de Christus bent, zeg het ons vrijuit, zeg het ons in vrijmoedigheid." En dan staat er Jezus' antwoord: "Ik heb het u gezegd en gij gelooft het niet." Dat vind ik nou weer zo jammer dat ik geen plaatje heb, want het woordje "het" had ik doorgestreept. Ik had willen laten zien aan de hand van de interlineair dat er niet staat "Ik heb het u gezegd". Nee, er staat: "Ik heb u gezegd." Niet zo van: "Ik heb jullie toch gezegd dat ik de Christus ben?", maar Hij heeft gesproken.
Dat woordje "het" is een dissonant. "Ik heb u gezegd", dat wil zeggen: als je naar Mij geluisterd had, dan had je het kunnen weten. Niet omdat Ik het openlijk gezegd heb. Dat dit inderdaad de gedachte is, blijkt wel, want er staat: "Ik heb u gezegd en gij gelooft niet." Er staat niet: "En gij gelooft het niet." Nee: "Gij gelooft niet." Jullie, de Joden gewoon in het algemeen, geloven niet.
En dan volgt er iets op. Hij zegt: "De werken die Ik doe in de naam van mijn Vader, die getuigen van Mij." Met andere woorden: Ik mag het dan niet openlijk zo gezegd hebben, maar als jullie naar Mij hadden geluisterd, hadden jullie het geweten. En bovendien: de werken, de tekenen die vertoond zijn, die getuigen van Mij. Maar dat zijn dus de tekenen die God de Vader zelf door Hem heeft gedaan. God de Vader heeft getuigenis gegeven, juist in die tekenen.
Het Johannesevangelie is een — als u de Bijbelstudies in Bodegraven ook volgt, daar hebben we al uitgebreid tientallen studies over gedaan en volgende week, met Nieuwjaar, gaan we daar de draad weer oppakken — maar in dat Johannesevangelie worden maar zeven tekenen van Jezus verhaald die Jezus gedaan heeft. Zeven wondertekenen. Zeven wonderen, maar het zijn allemaal tekenen. Als u even zou terugbladeren, het begint bij het eerste teken. U weet wat het eerste teken was dat Hij deed? Water werd veranderd in wijn. Welke dag was dat ook alweer? Juist, de derde dag!
Nou, dan lees je het teken van de hoveling, de zoon van de hoveling die op sterven lag en wordt genezen. Een nieuw leven. Het derde teken is van die man die 38 jaar lang verlamd was. En toen kwam Joshua langs — nou ja, dat ga ik nu niet helemaal uitleggen — maar toen kwam Joshua langs en die bracht hem in het beloofde land. Het vierde teken, in Johannes 6, is het Brood des levens. U weet wel, die wonderbare vermenigvuldiging van het brood met die vijf broden en twee visjes. Dat was het vierde teken.
Dan krijg je het vijfde teken... o, nu ben ik even in de war. Wie helpt mij nu even? Ja natuurlijk! Het teken dat Hij op het meer de zijnen ontmoet. Maar je krijgt dan ook nog het teken van de blindgeborene. Dat is Johannes 9, dat gaat hier direct aan vooraf. Namelijk dat Hij de blinde het zicht gaf, het licht in de ogen gaf. Dat was het teken dat hier direct aan voorafging. En als u nog een hoofdstuk later leest, dan vindt u het zevende teken in Johannes 11. Dan leest u dat Hij Zich betoont als de opstanding en het leven en dat Lazarus uit het graf opstaat. "Lazarus, kom naar buiten!" En Zijn woord is leven en Lazarus staat op uit het graf.
Kijk, al die tekenen, de werken die Hij deed, getuigen van wie Hij was. Vandaar ook dat al die tekenen gekoppeld worden aan die "Ik ben"-uitspraken: "Ik ben het Brood des levens", "Ik ben het Licht des levens", "Ik ben de opstanding en het leven". Altijd weer dat leven; dat is wat Hij heeft en wat Hij geeft en wat Hij is. Daarom zegt Hij in Johannes 10 ook: "De werken die Ik doe in de naam van mijn Vader, die getuigen van Mij. Maar jullie geloven niet omdat jullie niet tot mijn schapen behoren." Mijn schapen, die kennen Mij, want zij horen naar mijn stem.
De Goede Herder, de Eerstelingen en de Redding van Alle Mensen ↑ hoofdstukken
Mijn stem. Wat is het kenmerk van de kudde? Dat is een onderwerp wat net hieraan voorafgaat, namelijk dat van de Goede Herder. De Heer zegt daar dingen die allemaal weer refereren aan schriftplaatsen in het Oude Testament. Israël is die kudde, maar Hij zegt: "Ik heb ook nog schapen die niet van deze stal zijn, en ook die moet Ik leiden." Dan zegt Hij dat het zal worden: één kudde, één Herder.
Dat heeft zoveel dubbele bodems. Want dat spreekt natuurlijk van de toekomst, waarin God Zijn volk zal verzamelen — ook het volk dat verspreid is over al de natiën — en hen zal brengen in het land. Maar het spreekt ook van de tegenwoordige tijd, waarin schapen uit de stal van Israël worden verzameld, maar ook schapen uit de natiën. Het is allemaal één. En Hij zegt: het kenmerk van die schapen is dat ze horen naar de stem van de Herder. Hoe weet je nou of je bij die kudde hoort? Nou, heel simpel: die schapen kennen en herkennen de stem van die Herder.
En dan zegt Hij erbij: "Ik ken ze en ze volgen Mij, en Ik geef hun het eeuwig leven." Dat wil zeggen: het leven van die toekomende eeuw, dat krijgen zij. Dat is een heel speciaal voorrecht dat gegeven wordt aan degenen die vandaag die Herder mogen kennen. Weet je, dat is zo onbekend. Ik ben er van de week weer erg bij bepaald dat men spreekt over eeuwig leven en dan denkt aan het leven van de eeuwigheid in het algemeen. Er wordt vaak verteld dat het leven van de eeuwigheid, dat onvergankelijke leven, het deel is van elk mensenkind.
Dat is juist het geweldige licht, dat goede bericht wat in de hele wereld gepredikt wordt: de dood heeft niet het laatste woord. Elke sterveling, al die miljarden mensen, zij gaan het leven krijgen, eenieder in zijn rangorde. Maar dat feit staat vast. Dat is zo'n ongekend goed bericht dat het er helemaal niks mee te maken heeft hoe jij daartegenover staat, of je dat nou leuk vindt, of je hiervan houdt of dat je het gehoord hebt. Dat doet niet ter zake.
Dit is zo'n enorme tijding: het licht van God schijnt en dat zal elk mens verlichten. Dat zei Johannes 1 trouwens ook: dat Licht zal elk mens verlichten. Elk mens, hoor het goed. Degenen die Hem vandaag al mogen kennen, dat zijn eerstelingen. Die ontvangen een speciaal voorrecht. Ik zou bijna zeggen een bonus, maar daar hangt een sfeer omheen alsof het een verdienste is, en dat is het niet; het is allemaal een gift. Degenen die Hem vandaag mogen kennen, ontvangen het leven van die toekomende eeuw. Dat is een speciaal voorrecht, dat is heel uniek.
Als je vandaag bij die 'happy few' mag behoren... Weten jullie wie dat zijn? Dat zijn degenen die de stem van de Herder kennen. Die mogen dat licht van Hem verstaan. Dat is zo'n enorme, genadevolle boodschap. Ik kreeg gisteren een berichtje door met de vraag: "De genade van God is verschenen, maar voor wie eigenlijk?" Het antwoord is: aan alle mensen.
En degenen die die boodschap, dat geweldige bericht — namelijk dat de genade Gods reddend is verschenen aan alle mensen — vandaag mogen geloven, die zijn heel bevoorrecht. Die gaat God ook inzetten in de toekomende eeuwen; die krijgen een taak en een geweldige positie. Maar God heeft het geheel op het oog, en juist dat is het Evangelie.
Vrede en Vertrouwen in de Schepper te Midden van Onbegrip ↑ hoofdstukken
Ik zou nog wel door kunnen lezen en ik had daar ook nog een paar diaatjes van, maar dat ga ik niet doen. Ik wil me even beperken tot deze dingen. Mensen, we zijn zo enorm rijk met het kennen van dat licht. Ik word er zo vaak bij bepaald, ook juist in de omstandigheden waar ik u eerder over sprak. Als je te maken krijgt met verdriet, met tegenslag en als mensenarmen dan te kort blijken te zijn. Ieder van u zit ook weer in andere omstandigheden en denkt daar het zijne over, maar op de een of andere manier worden we daar allemaal mee geconfronteerd: met je eigen onvermogen. Dat je dingen graag zo anders zou willen zien en dat je dingen die gebeuren ook totaal niet kunt begrijpen.
En is dat zo erg? Kijk, als je geen weet hebt van God, die het allemaal plaatst en in Zijn hand heeft, dan is alles noodlot. Dan moet je misschien heel desperaat zeggen: ‘Laat me maar waaien.’ Maar dat is geen vrede. Dat is geen rust. Dat is geen hoop. Er schijnt dan geen licht in je hart. Dat licht heb je alleen als je Hem mag kennen. Als je weet van de grote Schepper die alles bedacht heeft. Hij maakt geen fouten. En dat ik Hem niet begrijp, nee, hebben jullie daar moeite mee? Eerlijk gezegd persoonlijk — maar dat is voor ieder misschien weer verschillend — persoonlijk heb ik er helemaal geen moeite mee om te aanvaarden dat er dingen zijn die ik niet begrijp. Want ik zal u eerlijk vertellen: als ik om me heen kijk en ik heb het alleen maar over de natuur, de schepping, dan denk ik zo vaak dat ik er niets van begrijp. Hoe is het mogelijk? Dus waarom zou ik alles moeten begrijpen?
Nog een dingetje: ik las gisteren een column van Joep van ’t Hek. Die ging over een ventje dat van de week nogal in het nieuws was en velen van u hebben het wellicht gevolgd. Een ventje van zes jaar dat nog maar heel kort te leven heeft, maar die nogal wat teweeg heeft gebracht door een actie die hij op gang had gezet. Joep van ’t Hek wijdde daar ook zijn column aan. Hij zei dat er toch een God is die zoiets bedenkt, zoiets afschuwelijks, en zo’n ventje dan laat vertrekken. Ik weet niet welke woorden hij precies gebruikte, hij is nooit zo kies in zijn woordgebruik, maar hij zei: ‘Veel gelovigen hebben daar een antwoord op.’ Dat was wat hij daarover schreef. Hij zei dat veel gelovigen een antwoord hebben en hij niet.
Toen ben ik zo stoutmoedig geweest om daar in de NRC op te reageren. Ik schreef: ‘Nou, volgens mij heeft geen enkele gelovige daar een antwoord op.’ Geen enkel mens, en een gelovige ook niet. Het enige verschil is dat een gelovige — en met een gelovige bedoel ik iemand die gelooft, iemand die vertrouwt — weet dat er Eén is die wél een antwoord heeft. Denkt u nu werkelijk dat Degene die alles gemaakt heeft nu met de handen in het haar zit en denkt: ‘O, hoe moet dit nu verder?’ Dat is toch absurd.
Het vertrouwen is zoals ik dat eerder in dat plaatje liet zien: als een kind dat ook helemaal niets begrijpt, maar gewoon zijn handje in de hand van papa legt. Die weet het wel. Sterk genoeg. Die houding van: ik begrijp het niet, nee, maar Hij wel. Dat is meer dan genoeg. Want juist dat is die vrede. Die vrede wordt niet gevoed door het feit dat je een antwoord hebt. Die vrede wordt gevoed en heeft zijn basis in de wetenschap en in het besef: er is er Eén die het antwoord heeft. En dat geeft rust. Dat geeft vrede. Kijk, daar heb je licht. En dan heb je inderdaad alle reden om midden in de winter het feest van het licht te vieren.
UltimateGoodNews