GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

De Vier Koninkrijken Van Babel

10-03-2013 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van samenkomsten gehouden op de GoedBericht-studiedag, 10 maart 2013 in Zoetermeer

In Daniel 2 wordt de beroemde droom van Nebukadnezar, de koning van Babel beschreven. Het was Daniel die niet alleen de droom kon vertellen maar ook kon uitleggen. De droom over een reusachtig beeld met een gouden hoofd, een zilveren borststuk, koperen lendenen en benen van ijzer en voeten van ijzer en leem. Maar het beeld wordt compleet verdelgd door een steen die “zonder toedoen van mensenhanden” van een berg rolde en vervolgens de hele aarde vervulde.

Deze droom spreekt van vier achtereenvolgende koninkrijken van Babel. Inderdaad, het Romeinse wereldrijk telt daarin niet mee. Zoals deze aeon ooit begon, zo zal ze ook eindigen met een hoofdstad aan de Eufraat… Maar niet voor lang. Het zal definitief plaats moeten maken voor een Koninkrijk dat van boven komt… steengoed!

Powered by RedCircle

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt de profetische droom van koning Nebukadnessar uit Daniël 2 over een reusachtig standbeeld. Er wordt beargumenteerd dat de vier metalen staan voor vier opeenvolgende wereldrijken die allemaal Babel als hoofdstad hebben. Het vierde en laatste, ijzeren rijk is niet het Romeinse Rijk, maar een toekomstig islamitisch rijk in het Midden-Oosten, dat vermengd zal zijn met het ongelovige Israël. Uiteindelijk zal een hemelse steen dit beeld verbrijzelen. Dit luidt de komst in van het vijfde, onvergankelijke koninkrijk van de Messias, dat vanuit Jeruzalem over de gehele aarde zal heersen.

“Want de vier wereldrijken van Babel gaan plaatsmaken voor het wereldrijk, het Koninkrijk in Jeruzalem.”

Inleiding: de Droom van Koning Nebukadnezar ↑ hoofdstukken

Vandaag wil ik u heel graag eens meenemen naar een vrij bekend Bijbelhoofdstuk. Dat wil zeggen: op de zondagsschool is er wellicht ooit over verteld aan u en bij andere gelegenheden is dit ongetwijfeld ook weleens ter sprake gekomen: die droom die Daniël verklaart in Daniël 2.

Het is een droom die koning Nebukadnessar ooit had over een geweldig groot standbeeld, dat samengesteld was uit verschillende metalen en dat uiteindelijk getroffen werd door een steen die, zonder toedoen van mensenhanden, van een berg losraakte en dat reusachtige beeld verpulverde. De geschiedenis en het verhaal op zich, dat erg spannend en mooi is, is bekend, maar de betekenis daarentegen veel minder. Dat leek mij op zich een heel goed motief om daar eens wat nader kennis van te nemen.

Ik heb het als titel gegeven: 'Vier Babelse koninkrijken'. We komen daar in de loop van de ochtend en in de loop van de middag ongetwijfeld nog op terug: hoezo deze titel? Maar dat zal ook vanzelf wel duidelijk worden. Want is dat zo? Vooral de identiteit van dat vierde koninkrijk dat beschreven wordt, is nogal discutabel. Dat wil zeggen: daar is veel strijd en veel meningsverschil over. We gaan daar gewoon eens wat nader kennis van nemen.

De Context van Daniël 1: de Troon Des Heren Verdwijnt van de Aarde ↑ hoofdstukken

Om te beginnen wil ik u meenemen naar het geheel en de context van het boek Daniël. Dan begin je uiteraard bij Daniël 1, want daarin wordt meteen de toon gezet voor het hele boek. We vinden daar in de eerste verzen dat Jeruzalem – we praten nu ongeveer over de zesde eeuw voor Christus, om een beetje een idee te hebben van de tijdtabel – is belegerd door koning Nebukadnessar van Babel, van het Babylonische Rijk. Jeruzalem moet de strijd staken en het koningshuis van David wordt daar beëindigd. Ik zeg het nu kort; in werkelijkheid heeft dat nogal een tijd geduurd. Dat proces van beëindiging en ook die belegering heeft langere tijd geduurd, en het overgeven ging met horten en stoten. Maar uiteindelijk betekende het toch het einde van het koningshuis van David.

Houd dat vast, want dat is feitelijk heel tekenend voor het hele boek. De achtergrond van het boek Daniël is dat het einde van het koningshuis van David getekend is. Dat wil zeggen: het heeft juist zijn beslag gekregen en dat is dramatisch. Immers, God had Zijn belofte voor eeuwig – dat wil zeggen: voor de aeonen – verbonden aan dat koningshuis, aan die dynastie. En nu was er sinds eeuwen een einde gekomen aan dat koningshuis. Daar komt bij dat niet alleen Jeruzalem inmiddels was overgegeven en in de handen van een vreemde bezetter was terechtgekomen, maar bovendien zou de tempel binnenkort verwoest worden. De eerste fase daarvan wordt al beschreven in het eerste hoofdstuk van Daniël.

Je leest daar dat Nebukadnessar heel oneerbiedig – wat een enorme schande is geweest voor het volk van Israël – allerlei kostbare attributen uit de tempel, het gerei, meenam naar het land Sinear. Sinear is de landstreek waar de stad Babel gelegen is, ongeveer tachtig kilometer onder het huidige Bagdad. In die landstreek, in die riviervallei van Sinear, begon ooit de geschiedenis al na de zondvloed. Als u een beetje Bijbelkennis hebt, dan weet u natuurlijk van de toren van Babel die gebouwd werd. De menselijke geschiedenis na de grote vloed in de dagen van Noach begon juist in die contreien. Daar werd die reusachtige toren gebouwd, althans dat was het plan. Daar lees je ook voor het eerst de naam Babel.

In het Chaldeeuws – dat is echt ironie – betekent Babel 'Poort Gods'. En weet u wat het in het Hebreeuws betekent? Verwarring. Dat is ook de betekenis die u vast moet houden, want het was bij die gelegenheid – en ik moet eigenlijk zeggen: op die plaats – dat God de taal en de spraak van de mensen verwarde, zodat ze elkaar niet meer begrepen. Zo werden de mensen uit elkaar gedreven. Dat begon allemaal in Babel. Dus de wereldrijken in deze aion, in dit wereldtijdperk, begonnen in de dagen van Noach daar in Babel.

Hoe dan ook, Nebukadnessar heeft gerei uit de tempel meegenomen en het zou niet lang duren voordat niet alleen de stad geheel verwoest zou worden, maar ook de tempel daarbij betrokken zou zijn. De tempel zou verwoest worden, en bij die gelegenheid komt Daniël in het verhaal. Wat Nebukadnessar doet, is de intelligentia uit het bezette land van Judea en Jeruzalem weghalen. Hij neemt een selectie van jonge prinsen en edelen, waaronder Daniël en zijn drie vrienden, en deporteert hen naar Babel. Er vinden in die periode verschillende deportaties plaats naar Babel, zoals u kunt terugvinden in de boeken Koningen en Kronieken. Onder de gedeporteerden bevonden zich dus deze mannen.

Daniël, de schrijver van dit boek, speelt daarin uiteraard de hoofdrol. We kennen hem allemaal onder de naam Daniël, hoewel hij van Nebukadnessar een heel andere naam meekreeg: Beltesassar. Hij is onder die naam betrekkelijk onbekend. Je hebt ook nog een Belsassar, maar hij heette Beltesassar. Zijn vrienden zijn daarentegen wel weer bekend onder de namen die Nebukadnessar hen gaf, namelijk Sadrach, Mesach en Abednego. Hun Hebreeuwse namen, hun oorspronkelijke namen, kennen we juist veel minder: Chananja, Misaël en Azarja. Het is wat vreemd gelopen met die namen.

Deze namen herinneren allemaal aan wie God is. Al die namen eindigen op 'El' of op 'Ja'. 'El' betekent God, de Beschikker, over wie we de liederen zongen en op wie we ons richtten. We hebben het over dé God. Hun namen herinneren daar allemaal aan, en aan JAHWEH, de naam van God: 'Ik ben die Ik ben'. Dat is wat in Daniël 1 beschreven wordt. Of Daniël zelf ook een prins is geweest, weet ik niet, maar hij behoorde in elk geval tot de 'crème de la crème' van het Judese volk. Hij zou helemaal omgevormd worden naar het Babelse model. In korte tijd bekleedt hij daar een geweldige positie, maar hij krijgt eerst een opleiding van drie jaar. Er wordt ook beschreven over het dieet dat hij kreeg; dat hij slechts groenten en water nam. Na verloop van een aantal dagen zag hij er gezonder uit dan wie dan ook. Dat wordt daar allemaal beschreven. Daar gaan we het verder niet over hebben, maar dat is wat Daniël 1 betreft.

Daniël 2: Nebukadnezars Droom en de Onmogelijke Eis aan de Wijzen ↑ hoofdstukken

Dan komen we in Daniël 2, een heel lang hoofdstuk. Als we Daniël 2 op het programma hebben staan, is het onmogelijk om dat hele hoofdstuk in twee bijeenkomsten met goed fatsoen te behandelen. Dat doe ik dan ook niet. Ik behandel de eerste pakweg 25 verzen met zevenmijlslaarzen. In Daniël 2 wordt de droom beschreven die Nebukadnessar had gekregen en die hem zeer verontrustte. Alleen het punt was: hij wist zelf de droom niet meer, of in elk geval eiste hij van de wijzen — de magiërs, ze worden met verschillende namen benoemd — dat zij hem zouden vertellen wat hij gedroomd had. Daartoe waren zij niet in staat. Dat wordt allemaal beschreven in de eerste verzen van het tweede hoofdstuk.

Het is natuurlijk een onmogelijke eis die Nebukadnessar stelt aan de wijzen van zijn stad. Je moet je voorstellen dat dit magiërs waren; mensen die de kneepjes van het vak kenden en zich geheime kennis eigen hadden gemaakt, zoals astrologie. Kortom, het waren de wetenschappers in die dagen. Nebukadnessar stelde als eis dat ze konden vertellen wat hij gedroomd had, maar dat was onmogelijk. De consequentie was dat hij hen zou uitroeien. Nebukadnessar was zeer verbolgen daarover, hoe onmogelijk zijn eis ook was. Maar de macht van Nebukadnessar was absoluut. Dat is ook een van de redenen waarom hij het gouden hoofd wordt genoemd. Hij had een macht die inderdaad ongeëvenaard was.

Geen van die wijzen bleek daar uiteraard toe in staat te zijn. Dan komt Daniël, die nog steeds in opleiding was. Hij verneemt hiervan en ziet het zwaar in voor zijn eigen lot en dat van zijn vrienden. Hij gaat in gebed en herkent God als degene die de verborgenheden openbaart. God openbaart hem de droom in een nachtgezicht. Dat zal in het boek Daniël nog een aantal keren vaker gebeuren: dat er een droom plaatsvindt die vervolgens door Daniël wordt verklaard. Dromen spelen in dit boek een grote rol. De rol die Daniël hier speelt, is een beetje vergelijkbaar met die van Jozef ooit aan het hof van de farao.

Dat gezegd hebbend, haak ik in bij het 26e vers van Daniël 2. Inmiddels zijn er 25 verzen aan voorafgegaan en dan lezen we dat de koning het woord richtte tot Daniël. We hadden het er al over dat zijn naam Beltesassar was. In die naam zit het woordje 'Bel' en dat herinnert aan Baäl, een afgod. Ik zei zojuist al dat Nebukadnessar die mannen een andere naam gaf en daarmee een heel andere identiteit, want je naam drukt je identiteit uit. Hun oorspronkelijke namen herinnerden aan God, aan Yahweh, de God van Israël. Wat Nebukadnessar wilde doen, was hen naar zijn model vormen en in zijn mal gieten; eigenlijk een complete brainwashing naar het Babelse model. Dat is iets heel anders dan het Bijbelse model.

De koning richt dus het woord tot Daniël en vraagt: "Zijt gij in staat mij de droom die ik gezien heb, met zijn uitlegging bekend te maken?" Feitelijk was dit ook voor Nebukadnessar een proef. Hij dacht: een verklaring kan er altijd wel gevonden worden voor mijn droom, maar als de uitlegging werkelijk goddelijk geaccrediteerd is, dan moeten zij ook in staat zijn om mij te vertellen wat de droom was. Vandaar die dubbele eis: de droom met de uitlegging. Daniël kon dat inderdaad.

Hij zegt dan in vers 27 — op die verschillende categorieën wijzen gaan we nu niet diep in — dat het hier gaat over de vertegenwoordigers van degenen die het wisten, bij wie de wetenschap berustte. Vergis je trouwens niet in waartoe die mensen in staat waren; dat is ongekend. Ik refereerde al even aan het hof van de farao, waar je soortgelijke dingen leest. Zij konden ook geweldige dingen tot stand brengen. Dat geldt ook voor de occulte wijsheid die zij bezaten. 'Occult' betekent geheime kennis. De geheime kennis die die mensen in huis hadden, was ongelooflijk groot. Ik moet er trouwens bij zeggen dat het magiërs van hetzelfde soort waren — ze krijgen dezelfde naam mee — als de magiërs die ooit naar Bethlehem reisden omdat ze aan de hand van de sterrenbeelden en de sterren hadden ontdekt dat de Koning der Joden geboren moest zijn. Ik bedoel maar aan te geven: die kennis moet je niet zomaar van tafel vegen alsof het niets voorstelt. Integendeel zelfs. Maar dit was onmogelijk; dit kan geen mens. Dat is waar Daniël ook meteen mee begint: dit is geen menselijke wijsheid, dit ligt ver buiten de competentie van welk mens dan ook.

De God in de Hemel Die Verborgenheden Openbaart ↑ hoofdstukken

Vers 28: "Maar er is een God in de hemel die verborgenheden openbaart." Hij heeft – en Hij, dus die God in de hemel – Hij heeft de koning Nebukadnessar bekendgemaakt wat in de toekomende dagen, letterlijk de latere dagen, geschieden zal. Uw droom en de gezichten die u op uw legerstede voor ogen kwamen, uw bed... Ja, wij zeggen dat niet meer: "ik lag op mijn legerstede", maar het is gewoon: ik lag op mijn bed. Moet je nagaan, dit is een vertaling uit 1951, maar het zijn volstrekt in onbruik geraakte termen. Afijn, dat was dus met die Nebukadnessar het geval. Wel, uw droom en de gezichten die u op uw legerstede voor ogen kwamen, waren deze.

En nu gaat Daniël verder: "Bij u, o koning, rezen, terwijl gij op uw legerstede laagt – op uw bed lag dus – gedachten op over wat er na dezen geschieden zou." Neem ik het naar deze dag: wat als ik er eenmaal niet meer ben? Wat gebeurt er met mijn koninkrijk? "En Hij die verborgenheden openbaart..." Die typering speelt een grote rol in dit boek. In wezen, als we het hebben over dromen en de verklaring daarvan, dan praten we over verborgenheden. Wel, er is een God die geheimenissen en raadsels ontsluiert waar de mens geen idee van heeft.

Wel, daar weet God uiteraard wel raad mee. Daarom is Hij ook God en Hij openbaart Zijn verborgenheden ook. Feitelijk is het zo dat als we uitgaan van de boodschap die vandaag klinkt, het goede bericht, dan is dat ook gebaseerd op iets, op een verborgenheid die God ooit aan de apostel Paulus heeft bekendgemaakt. Maar Hij openbaart verborgenheden; dingen die ooit verborgen waren in de Schrift, maar Hij onthult het. Daarmee is onze God ook getypeerd. De grote raadsels, ook naar het bestaan van: waar komen we vandaan? Waar gaan we naartoe? Maar ook het grote raadsel van het kwaad in de wereld – misschien wel een van de grootste vraagstukken. De Schrift, dat wil zeggen God Zelf, openbaart het. "Hij die verborgenheden openbaart, Hij heeft u bekendgemaakt wat er geschieden zal."

Ik ga verder, want ik kan uiteraard niet bij elk vers al te diep ingaan, want we hebben nog een heel programma voor dit boek. Vers 30: "Maar mij nu is deze verborgenheid geopenbaard." En nou zegt Daniël er meteen iets bij: "niet door een wijsheid die ik zou bezitten boven alle levenden..." Eigenlijk was dit natuurlijk niet goed voor zijn PR, om het zo maar te zeggen. Dan had hij moeten zeggen: "Ja, dat staat wel goed op mijn cv, ik kan dat wel verklaren. Niemand is daartoe in staat, maar ik wel." Maar Daniël sluit zich helemaal aan bij dat gezelschap. Dit is namelijk niet iets van de mens. Het is hem geopenbaard. En dat is niet zijn wijsheid; het is niet doordat hij op zijn tenen is gaan staan en intellectueel en in welk opzicht dan ook alles uit de kast getrokken heeft om het toch te verkrijgen. Nee: "maar opdat de uitlegging de koning bekend zou worden gemaakt en dat gij de gedachten van uw hart zoudt kennen."

En daaruit trek ik dan uit het laatste de conclusie dat Nebukadnessar zelf niet meer op de hoogte was van de droom. Hij wist dat hij iets onzagwekkends had gedroomd, maar wat de inhoud precies was, wist hij niet meer. "En dat gij de gedachten van uw hart zoudt kennen."

De Inhoud van de Droom: het Reusachtige en Schrikwekkende Beeld ↑ hoofdstukken

En dan gaan we naar vers 31. Nu komt de inhoud. Wat droomde Nebukadnessar? Dat gaat Daniël hem haarfijn uit de doeken doen. Gij, o koning, hadt een gezicht en zie, er was een groot beeld. Dit beeld was hoog en de glans ervan was buitengewoon. Het stond voor u en de aanblik ervan was schrikwekkend. Het hoofd van dat beeld was van gedegen goud. Zijn borst en zijn armen waren van zilver, zijn buik en lendenen van koper. En dan vers 33: zijn benen van ijzer en zijn voeten deels van ijzer, deels van leem.

Terwijl u bleef toezien, raakte zonder het toedoen van mensenhanden een steen los die het beeld trof aan de voeten van ijzer en leem en deze verbrijzelde. En toen werden tegelijkertijd het ijzer en het leem, het koper, het zilver en het goud verbrijzeld. Ze werden gelijk kaf op een dorstvloer in de zomer en de wind voerde ze mee, zodat er geen spoor meer van te vinden was. Maar de steen die het beeld getroffen had, werd tot een grote berg die de hele aarde vulde. Alsjeblieft Nebukadnessar, dat was de droom.

Dit was de goddelijke onthulling aan Daniël. Het is hem in het nachtgezicht bekendgemaakt dat Nebukadnessar dit had gedroomd, maar nu komt de uitlegging. Dit is de droom en daar moeten we natuurlijk eens goed bij stilstaan. De droom is duidelijk, maar wat betekent het? Welnu, dan begint Daniël met de uitlegging en de verklaring van die droom.

Gij, o koning, koning der koningen. Dat is een heel opmerkelijke titel, want als je op de hoogte bent van de rest van de Bijbel, dan weet je dat dit eigenlijk een titel is die alleen de Messias toekomt: de Koning der koningen. In Openbaring 1 vers 5 lees je over de overste van de koningen der aarde; dan gaat het over Jezus Christus die opgestaan is uit de doden. In Openbaring 17 vers 14 wordt Hij letterlijk ook de Koning der koningen genoemd. Welnu, van Nebukadnessar lezen we een soortgelijke term, exact dezelfde term: de koning der koningen. Hij was dé koning die boven alle koningen stond. Het was niet zo dat hij alle koninkrijken en alle koningen verving; nee, hij was een koning boven al die koningen. Ik wil daarmee ook niet zeggen dat hij al die koninkrijken onder de voet had gelopen, maar al die koningen die er ter wereld waren, waren onderworpen en ondergeschikt aan zijn bevel.

Koning der koningen, daarom wordt hij ook inderdaad het gouden hoofd genoemd. Geen van de rijken die na hem zouden komen, zou dat ooit nog bereiken. Want Daniël zegt ook: gij zijt dat gouden hoofd. Al die navolgende koninkrijken en koningen die over die rijken zouden heersen, zouden ondergeschikt en ook inferieur zijn. Ze zijn minder waard. Sterker nog, het is niet alleen zo dat al die koninkrijken qua macht minder waard zouden zijn dan dat van Nebukadnessar, maar het blijkt zelfs een dalende lijn te zijn. De autoriteit wordt steeds minder.

Maar van deze Nebukadnessar lees je dus dat hij wordt genoemd: koning der koningen, aan wie de God des hemels het koningschap, macht, sterkte en eer geschonken heeft. Ook hier zie je het weer zo schitterend, en dat gaat als een rode draad door het hele boek — natuurlijk door heel de Bijbel, maar juist in Daniël wordt het zo beschreven — dat het God is die koninkrijken plaatst. Hij plaatst koningen, maar Hij zet ze ook weer af, gewoon wanneer het Hem goeddunkt.

De God Des Hemels en het Begin van de Tijden Der Heidenen ↑ hoofdstukken

Maar het is de God des hemels, en bij die term wil ik toch eens even nader stilstaan. Hij wordt de God des hemels genoemd. Elders in de Bijbel lees je dat God ook de God van hemel en aarde wordt genoemd, en ook de God van de ganse aarde. Maar vanaf de dagen van Nebukadnessar is God niet meer de God van de aarde, maar de God des hemels. Dat moet je goed inzien, en er is een heel simpele verklaring voor: namelijk dat vanaf die dagen de troon van Jahweh niet meer op aarde stond.

Ik denk dat we ons daar nauwelijks een idee van kunnen vormen, omdat wij niet beter weten. Wij leven al pakweg 2500 jaar in de situatie dat de troon van Jahweh niet op aarde staat. Die uitdrukking 'de troon van Jahweh' of 'de troon des HEEREN', die vind je in 1 Kronieken 29:23, maar ook op andere plaatsen. Daar lees je dat Salomo, de zoon van David – let op de dubbelzinnigheid waarmee ik het nu zeg – dat de zoon van David op de troon van Jahweh ging zitten. Vergis u niet: die troon in Jeruzalem, die aan het huis van David was beloofd – een belofte die al heel oude papieren had – viel uiteindelijk toe aan die familie in Judea die woonachtig was in Bethlehem. Welnu, die familie van Izaï zou de troon gaan bezitten: David en dat huis, die dynastie.

Eeuwenlang heeft die dynastie geregeerd. Ik heb er al even aan gerefereerd, maar die dynastie heeft dus eeuwenlang geregeerd. Vanaf David kreeg je Salomo, en na Salomo kwam er een scheiding en kreeg je een verdeling van het koninkrijk van Israël en van Juda: de tien en de twee stammen. Een twintigtal koningen heeft het huis van David gekend na die verdeling. Maar in de dagen van Daniël was daar een einde aan gekomen. De troon des HEEREN, de troon van Jahweh, stond niet meer op aarde. Daarmee ving een heel nieuwe periode aan, een periode die voortduurt tot op de dag van vandaag.

Niet alleen de troon van Jahweh in politieke zin was verdwenen, maar ook in godsdienstig opzicht. Want wat gebeurde er bij de verwoesting van de tempel, ook in die dagen van Nebukadnessar? Toen verdween de troon in de tempel. Wat bedoel ik daarmee? Wel, de troon in de tempel, dat is de ark van het verbond. Je leest nogal eens in het Oude Testament dat er gesproken wordt over God die troont tussen de cherubs. En die cherubs, dat waren de figuren die op de ark hun vleugels uitspreidden. In het Heilige der Heiligen stond die houten kist, overtrokken met goud, maar dat was de troon des HEEREN in het binnenste heiligdom.

Onder 'de troon des HEEREN' kun je dus het huis van David verstaan, de troon die in Jeruzalem stond. Dat is waar, maar ook in godsdienstig opzicht stond de troon in Jeruzalem, namelijk in de tempel. Beide heten 'troon', want daar is het waar God heerst. En weet u wat nu zo opmerkelijk is? Ondanks het feit dat het Judese volk werd gedeporteerd naar Babylonië – die ballingschap heeft zeventig jaar geduurd, wat trouwens ook al door Jeremia was beloofd. Jeremia was overigens een tijdgenoot van Daniël; hij profeteerde in dezelfde dagen, alleen bleef Jeremia in Israël en is Daniël gedeporteerd naar de vlakte van Sinear.

Ik had het inderdaad over die zeventig jaar. (En wat heb je tussen zinnen in last... ja, dankjewel Theo). Na die zeventig jaar keert Israël – althans een deel van het Joodse volk – weer terug naar het land. De tempel wordt ook herbouwd, al was het allemaal op een veel kleinere schaal. Het stak schril af tegen wat het ooit was, tegen de glorieuze tempel van Salomo. Maar in die tempel, ook later niet toen die geweldig verfraaid werd in de dagen van Herodes, heeft de ark des HEEREN nooit meer gestaan. Die ark was zoekgeraakt.

Ja, daar is een heleboel over te vertellen. Daar kun je zelfs een heel mooie film over maken: 'Raiders of the Lost Ark'. Ik heb hem ooit... hoe heet hij ook alweer? Ja, van Indiana Jones. Dat is een geweldige film. Maar over die ark die zoek is, is nog veel meer te vertellen. Dat ga ik nu niet doen; het gaat me nu even om het punt dat in die tempel de ark des HEEREN niet meer heeft gestaan. Dat wil ik ermee gezegd hebben: vanaf de dagen van Nebukadnessar was de troon in Jeruzalem weg. In politiek opzicht regeerde het huis van David niet meer, en in godsdienstig opzicht stond de ark, de troon des HEEREN, ook niet meer in de tempel. Ook niet toen er later weer een tempel gebouwd was; die troon was weg.

En trouwens, dat geldt ook voor de Sjechina, een woord dat in dit verband vaak wordt genoemd. De heerlijkheid des HEEREN is niet meer teruggekeerd in die tempel. Je leest dat de heerlijkheid des HEEREN, die wolk van heerlijkheid, ooit bezitnam van de ark en van de tempel van Salomo, maar de heerlijkheid is vertrokken en heeft zich op de Olijfberg gezet. Waarom? Dat lees je allemaal in het boek Ezechiël. Hoe dan ook, die heerlijkheid is niet meer teruggekeerd naar die tempel, nooit meer.

Sinds die dagen is dat voorbij. Eigenlijk ging vanaf de dagen van Nebukadnessar het licht uit in de wereld. Dat is een heel nieuwe fase. Je leest ook dat toen de tijden der heidenen, de tijden der natiën, aanvingen. Als je die uitdrukking terugleest in Lukas 21:24, dan zie je dat de tijden der heidenen de tijden zijn waarin Jeruzalem overheerst wordt door vreemde volken. Dat is trouwens tot op de dag van vandaag het geval. Dat wil zeggen: de troon des HEEREN ontbreekt, ondanks het feit dat er een Knesset is en dat er weer Joods bestuur is in Jeruzalem. Het zijn nog steeds de tijden der heidenen.

En daarmee bedoel ik wat ik zojuist zei: de dynastie van David en die ark ontbreken in Jeruzalem. Een heel nieuwe fase brak aan in de historie, in de gehele wereldhistorie. Dat betekent dus dat God zich heeft teruggetrokken van de aarde, en daarom heet Hij de 'God des hemels'. Dat is de actuele situatie sinds de dagen van Nebukadnessar. Hoeveel onderscheidingen je er ook in aan kunt brengen, dit is karakteristiek voor die hele periode, voor de tijden der natiën.

Straks zal Jeruzalem weer de kop van de volkeren zijn. Dat wil zeggen dat zij aan het hoofd zal staan. Daar zal de troon staan en alle volkeren zullen daaraan onderworpen zijn. De troon zal daar hersteld worden. Maar al die tijd is er geen troon in Jeruzalem en is God de God des hemels. Er zit dus heel wat achter zo'n term.

Ik lees even verder. Er wordt dus tegen Nebukadnessar gezegd: 'De God des hemels heeft u dat alles gegeven: koningschap, macht, sterkte en eer'. In wiens hand Hij de mensenkinderen, waar zij ook wonen, de dieren des velds en het gevogelte des hemels heeft gegeven, en die Hij tot heerser over hen allen heeft gemaakt. Het idee dat zich vooral in dit vers aan je opdringt, is dat Nebukadnessar als een Adam is in de hof van Eden, als de beheerder van de wereld. Alles wordt aan zijn voeten onderworpen. De woordkeus herinnert eraan hoe Adam ooit het beheer kreeg over de hele wereld, over heel Gods schepping, en daarover de macht kreeg. Dat was Nebukadnessar: koning der koningen.

Daarmee heeft Nebukadnessar feitelijk Messiaanse trekken. In die zin dus, hoezeer hij ook volstrekt vervreemd was van God. Hij zou trouwens de God des hemels ook nog wel erkennen, maar ook dat was van korte duur. Ik zou zeggen: lees het boek Daniël gewoon nog eens even door, dan kom je dat soort dingen allemaal tegen. Hoe dan ook, dat is Nebukadnessar. God had hem dat alles gegeven. En dan staat er:

Het Gouden Hoofd: een Scharniertijd in de Wereldhistorie ↑ hoofdstukken

Want in die dagen – ik had het over de tijden der heidenen die in de dagen van Nebukadnessar aanvingen – ja, maar daarmee ook in wereldhistorisch opzicht is Daniël 2 alleen in dat opzicht al zo enorm boeiend. Het geeft je in een paar pennenstreken een overzicht over de hele wereldgeschiedenis vanaf die dagen en plaatst het in goddelijk licht, want God gaf hem deze droom.

Een hele nieuwe fase breekt aan in de wereldhistorie. En het opmerkelijke is – dat is algemeen bekend als u de historische boeken daarop naleest of eens kennisneemt van de wereldhistorie – dat men deze tijd van de dagen van Nebukadnessar de spiltijd of de scharniertijd noemt. Waarom? Omdat er in godsdienstig, politiek, filosofisch en spiritueel opzicht een hele nieuwe periode aanvangt die haar beslag legt op het denken van de mens. Het gouden hoofd. Een heel nieuw begin, maar het is ook heel karakteristiek. Het hoofd heeft te maken met het denken van de mens dat daar weer een heel nieuw begin maakt.

Ik zal u dat wat concreter maken. Het was de tijd van deze generatie van Nebukadnessar, de tijd waarin Daniël deze droom uitlegde. Het was dezelfde tijd als die van Confucius en Laotse in China. Laotse was ook een grote wijsgeer. In wezen heeft het hele denken van China – het huidige denken dat sinds al die duizenden jaren in China geheerst heeft, het confucianisme en taoïsme – zijn oorsprong in die dagen. Het waren dus tijdgenoten van Daniël en Nebukadnessar.

Maar niet alleen in China; het was ook Boedha. Boedha was een tijdgenoot van Daniël en Nebukadnessar en het boeddhisme ontstond. In Perzië had je de bekende naam van Zarathoestra. Niet voor iedereen zullen al deze namen zo heel erg bekend zijn, maar als u enigszins op de hoogte bent van de wereldhistorie, van de grote godsdiensten en ook de denkstromingen, dan zijn dit dé namen die klinken als richtinggevend.

Die periode is heel eigenaardig omdat er in al die verschillende landen en in al die contreien van de wereld mannen optraden, mensen optraden, die een heel nieuw denken inleidden. En wat is de overeenkomst? Ja, de tijd. Het was de spiltijd; een hele nieuwe periode ving aan. Wat dacht u van Pythagoras en ook van Thales in Griekenland? Ik heb het juist gisteren voor ons even nagekeken: over Thales lezen we dat hij wordt beschouwd als de eerste westerse wijsgeer. En Pythagoras kennen we allemaal wel, al was het maar vanwege zijn stelling, maar Pythagoras is feitelijk de grote grondlegger van het Griekse denken. De leer van de onsterfelijkheid van de ziel komt bij Pythagoras vandaan.

Wat ook opmerkelijk is: het jodendom is eveneens ontstaan in die dagen. Dat klinkt misschien wat vreemd in uw oren, maar toch is het gemakkelijk aan te tonen. Want u kunt wel zeggen dat het jodendom is begonnen met de wet van Mozes bij de Sinaï, maar de godsdienst met alle regels die daarbij komen, is ontstaan in Babylonië. De Talmoed ontstond in Babel en daarmee de joodse godsdienst zoals die vorm is gegeven in de orthodoxie. Die vindt haar oorsprong niet bij de wet van Mozes aan de berg Sinaï, maar in Babylonië, in de dagen van Daniël dus.

Ik zou dit nog veel uitgebreider kunnen uiteenzetten; ik heb hier jaren geleden eens een bijbelstudie aan gewijd. Nou ja, niet alleen bijbelgeschiedenis, het gaat dan ook over wereldhistorie in het licht van de Schrift. Maar een hele nieuwe fase brak er toen aan: de tijden der heidenen. Het licht ging uit, God trok zich terug en de duisternis ontstond in deze wereld en een heel nieuw type denken – of gebrek aan denken, maar dat klinkt weer zo onrespectvol, u begrijpt wat ik bedoel. Het was niet het licht van God dat scheen, integendeel zelfs.

Waar het me nu even om gaat, is dat het een nieuw begin is: het gouden hoofd, een nieuw denken. Dat vond allemaal zijn beslag in die dagen. Dat was dus Nebukadnessar; we hebben het nog maar over die eerste fase. Wacht even, ik moet het goed doen... ik ga maar even verder. Het hoofd: Nebukadnessar als representant van het Babylonische Rijk. Hier worden koning en koninkrijk even in één adem genoemd.

Het Tweede en Derde Koninkrijk (medo-perzië en Griekenland) ↑ hoofdstukken

En dan vers 39: "Doch na u zal een ander koninkrijk ontstaan, geringer dan het uwe." Dat is inderdaad gebeurd: het wereldrijk van de Meden en de Perzen. Ik kom er straks nog even op terug, want elders in Daniël worden ze ook nog genoemd en veel uitgebreider beschreven. Feitelijk worden in deze droom alleen het gouden hoofd en het vierde koninkrijk duidelijk gedefinieerd; de tussenliggende rijkdommen, de tweede en de derde, nauwelijks. Ze worden genoemd en er wordt ook iets gezegd over de ontwikkelingslijn. Feitelijk is het een devaluatie. Kijk, wij spreken vaak over evolutie — dat alles beter wordt — maar in feite wat hier beschreven wordt is een gang van goud naar zilver, naar koper, naar ijzer en uiteindelijk eindigt het in een combinatie van ijzer en leem. Dat is een neergang: geen evolutie, maar devolutie.

Daarom zal een ander koninkrijk ontstaan, geringer dan het uwe. Ook daarvan was de hoofdstad Babel. Daniël heeft dat nog meegemaakt. Bij de eerste gelegenheid was hij nog een jonge vent, een jonge prins of een jonge edelman die in opleiding was. Maar in Daniël 7 lees je dat Daniël zelf een droom krijgt; toen was hij inmiddels 84 jaar oud. Het was bij een nog latere gelegenheid dat koning Darius de Meder de macht overnam. Dat was het nieuwe koninkrijk, maar Daniël is gewoon in zijn positie gebleven. Wat dat nieuwe koninkrijk ook deed: er kwam een ander volk, maar die koos ook gewoon Babel als hoofdstad. Dat is heel eigenaardig. Dus ondanks het feit dat het een ander koninkrijk betrof met een ander volk — de Meden en de Perzen — bleef de hoofdstad Babel. Maar het was al inferieur in macht. Een machthebber van de Meden en Perzen was onderworpen en ondergeschikt aan zijn eigen besluiten. Je vindt daar een fraai voorbeeld van in het boek Daniël: een machthebber had iets besloten en kon daar zelf niet meer van terugkomen. Een wet van Meden en Perzen is onherroepbaar. Daarmee had hij feitelijk al niet eens meer de macht die Nebukadnessar nog wel had. Ook de Meden en Perzen hielden Babel aan als hoofdstad.

Het wordt verder niet uitgebreid beschreven; sterker nog, het wordt hier alleen maar vermeld. De identiteit wordt hier ook niet eens bekendgemaakt, maar elders wel. Dan vers 39: "En weer een ander, een derde koninkrijk van koper, dat heersen zal over de gehele aarde." Hier noemen wij de naam: Alexander de Macedoniër, beter bekend als Alexander de Grote. Dat is het Griekse wereldrijk. Dat is weer een hele tijd later, en het eigenaardige is dat ook dat wereldrijk Babel als hoofdstad heeft gehad. Dat is niet zo bekend, maar het is echt waar. Alexander de Grote is een fenomeen en hij wordt elders in het boek Daniël beschreven. Je moet nagaan hoe dat gegaan is: in no-time heeft hij de hele aarde onder de voet gelopen. Dat wordt in Daniël 8 beschreven. Pijlsnel ging dat. Uiteindelijk overwint hij ook Babel en verklaart dat tot zijn hoofdstad. Zoals gezegd, op tweeëndertigjarige leeftijd komt hij te overlijden aan koorts. Weet u waar? In Babel. En weet u waar in Babel? In het paleis van Nebukadnessar. Eeuwen later komt deze Alexander de Grote daar, in de hoofdstad van het Griekse Rijk, te overlijden. Dat is feitelijk het einde van het Griekse Rijk, want na zijn overlijden valt het rijk uiteen in vier delen: Noord, Zuid, Oost en West. Ook dat wordt beschreven in Daniël, niet in hoofdstuk 2, maar in hoofdstuk 7 en 8. Daar is een heleboel over te vertellen, maar het gaat er even om dat ook dat derde koninkrijk een koninkrijk van Babel was, met Babel als hoofdstad.

Na het overlijden van Alexander de Grote is Babel in verval geraakt. Babel is nooit verwoest. De Bijbelse profeten spreken erover dat Babel in één keer verwoest zal worden, maar tot op de dag van vandaag is dat nooit vervuld. Na het overlijden van Alexander de Grote raakte de stad in verval; dat wil zeggen dat de mensen er wegtrokken om verschillende redenen. Toen bleef er weinig of zo goed als niets van de stad over; het was slechts een gehucht geworden. In betrekkelijk korte tijd is de stad eigenlijk ontmanteld, maar verwoest is de stad nimmer. Dat wacht nog steeds. De profetieën die over Babel gedaan zijn — namelijk dat het verwoest zou worden — moeten nog vervuld worden. Het laatste koninkrijk zal een koninkrijk van Babel zijn. Ik verwijs u naar het boek Openbaring waar dat staat. In de toekomst zal de stad alsnog weer een hoofdrol gaan spelen als hoofdstad.

Dan gaan we nu naar het vierde koninkrijk. Daar kan ik waarschijnlijk niet al te veel meer over zeggen, en over het vijfde al helemaal niet; dat verhuizen we allemaal naar vanmiddag. Vanmiddag wordt het echt steengoed — en dat bedoel ik letterlijk. Het gaat hard over die goede Steen. Want uiteindelijk is dat waar het om gaat. Het gaat niet om die vier koninkrijken. De schijnwerpers worden geplaatst op dat eerste, gouden hoofd en op dat vierde koninkrijk, maar het gaat om de afloop. Dat vijfde rijk, dat stenen koninkrijk, is het hele doel. Dat is het oogmerk van dit hoofdstuk; daar draait het allemaal om.

Goed, vers 40: "En een vierde koninkrijk zal hard zijn als ijzer; juist zoals ijzer alles verbrijzelelt en vermorzelt; en gelijk ijzer, dat vergruizelt, zal dit die allen verbrijzelen en vergruizelen." Wat wordt hier altijd over gezegd? Dat dit het koninkrijk van de Romeinen is, het Romeinse Rijk. Dat wordt vaak gezegd, maar laten we eens even verder kijken, want ik geloof daar namelijk niets van. Dit vierde koninkrijk is namelijk het laatste koninkrijk. Ik lees even verder in vers 41: "En dat gij de voeten en de tenen gezien hebt — let op, de tenen worden ook vermeld — deels van pottenbakkersleem en deels van ijzer, betekent, dat dit een verdeeld koninkrijk wezen zal; wel zal het iets van de hardheid van het ijzer aan zich hebben, juist zoals gij gezien hebt ijzer gemengd met kleiachtig leem." En de tenen van de voeten, deels van ijzer en deels van leem: ten dele zal dat koninkrijk hard zijn en ten dele zal het broos zijn. Daarmee is verklaard waar zowel dat leem als dat ijzer voor staat. Het heeft te maken met dat harde, verbrijzelende en verpletterende wat ijzer doet; dat wordt benadrukt. En tegelijkertijd is het broos; dat is waar het leem voor staat. Maar daarmee is nog niet alles gezegd over dat vierde koninkrijk. Voordat ik daar meer over ga vertellen, wil ik nu nog iets anders erbij gaan betrekken.

De Parallel Tussen de Vier Metalen (daniël 2) en de Vier Beesten (daniël 7) ↑ hoofdstukken

En dat is dat Daniël 2 uiteindelijk nog een keer verteld wordt, nog een keer bekendgemaakt wordt, maar dan op een andere wijze, en dat is in Daniël 7. Er wordt nu zeer veel bestreden, want er zijn er die zeggen dat het in Daniël 7 over iets heel anders gaat. Maar ik ga dat nu niet apart behandelen; in de loop van de bespreking blijkt mijn punt vanzelf wel, naar mijn overtuiging.

In Daniël 2 vinden we de droom van Nebukadnessar, waar we het vandaag over hebben. In Daniël 7 gaat het over een droom die Daniël zelf krijgt. Inmiddels was dat zoveel jaren later; Daniël was in Daniël 7 al een oud man geworden. Dit was aan het einde van het Babylonische Rijk, terwijl Daniël 2 het begin van dat rijk beschreef. In Daniël 2 worden vier metalen genoemd: goud, zilver, koper en ijzer. In Daniël 7 wordt het van de andere kant benaderd: niet vier metalen, maar vier beesten. Een leeuw – of eigenlijk een vrouwelijke variant, een leeuwin – een beer, een panter. Het is wel grappig, want in de Statenvertaling staat geloof ik 'pardel'. Ik lees die niet zo vaak, maar een pardel is dus een luipaard of een panter. Een 'lui paard' is weer wat anders, daarom is 'panter' minder verwarrend, zal ik maar zeggen.

Vier metalen, vier beesten. In beide gevallen worden ze 'vier koninkrijken' genoemd. In Daniël 2 vind je die uitdrukking, maar in Daniël 7 net zo goed. Het gaat om vier koninkrijken die in beide gevallen uiteindelijk plaatsmaken voor het definitieve koninkrijk. In Daniël 2 is dat het koninkrijk van steen – de steen die van de berg rolde en, nadat hij het beeld verpulverd had, groeide en de hele aarde vulde. In Daniël 7 wordt de macht aan die vier beesten ontnomen en de macht wordt gegeven aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten. Dus, om het op een rijtje te zetten: het wordt op een andere wijze beschreven, maar het gaat over exact hetzelfde.

Ik wil nu wat nader ingaan op Daniël 7, want daar wordt dat vierde dier ook beschreven. In vers 7 staat: "Daarna zag ik in de nachtgezichten en zie, een vierde dier". Ik kon het niet nalaten om dit even te vermelden: vorig jaar heb ik voor mijn verjaardag van mijn dochter een boek gekregen van Tom Holland. Dat is een naam waarvan je zou suggereren dat het een Nederlander moet zijn, maar het is een Engelsman die een aantal historische bestsellers heeft geschreven. Hij schrijft geweldige non-fictie over markante gebeurtenissen in de historie. Hij heeft ook een boek geschreven met de titel 'Het Vierde Dier'. Het is leuk, want hij vangt dat boek ook aan met een citaat uit Daniël 7. Dat vierde dier was schrikwekkend, met ijzer. En hij zegt: het gaat over de islam.

Dat vond ik een hele leuke bevestiging, want in de traditionele theologie was ik het niet tegengekomen. Daar wordt vaak gezegd dat het vierde dier het Romeinse Rijk is, maar het Romeinse Rijk telt hier helemaal niet mee. Al die koninkrijken in Daniël zijn gewoon koninkrijken van Babel. De eerste drie in ieder geval, en dat vierde is het laatste koninkrijk, wat ook weer een koninkrijk van Babel blijkt te zijn. Zodat het hele Romeinse Rijk in dat plaatje totaal niet voorkomt. Maar goed, die Tom Holland heeft daar een heel goed zicht op, dus ik wil hem toch even met ere vermelden. Dat vierde dier slaat inderdaad op de islam, op een macht die niet in Europa of Rome geconcentreerd is, maar in Babel. In die contreien liggen al die machten; de vier metalen uit Daniël 2 en de vier dieren uit Daniël 7 gaan allemaal over de omgeving van Babel – in een hele wijde omtrek natuurlijk, als wereldrijken.

"Daarna zag ik in de nachtgezichten en zie, een vierde dier, vreselijk, schrikwekkend en geweldig sterk; het had grote, ijzeren tanden." Let op, die ijzeren tanden benadruk ik om de connectie te laten zien tussen dat vierde koninkrijk in Daniël 2 en het vierde koninkrijk in Daniël 7. "Het at en vermaalde, en wat overbleef, vertrad het met zijn poten. En dit dier verschilde van alle vorige, en het had tien horens." Even later wordt die droom verklaard: "Dat vierde dier is het vierde koninkrijk dat op aarde zal zijn, dat verschillen zal van alle andere koninkrijken, en dat de gehele aarde zal verslinden en haar zal vertreden en vermorselen." Zoals we zojuist over dat ijzer lazen: vertreden, vermalen, verpulveren. Welke woorden worden daarvoor niet allemaal gebruikt?

En de tien horens uit dat koninkrijk? Waar corresponderen die dan mee? Natuurlijk met de tien tenen die vermeld waren in Daniël 2. Tien komt trouwens van het woord 'tenen'... nou ja, goed. Hier worden tien horens genoemd. Uit dat koninkrijk zullen tien koningen opstaan, en na hen zal een andere koning opstaan die van de vorige zal verschillen en drie koningen ten val zal brengen. In vers 25 staat dan nog: "Hij zal woorden spreken tegen de Allerhoogste, en de heiligen des Allerhoogsten te gronde richten; hij zal erop uit zijn tijden en wet te veranderen, en zij zullen in zijn macht gegeven worden voor een tijd en tijden en een halve tijd."

Dat klinkt allemaal wat cryptisch, maar waar het om gaat is dat dit vierde dier, dit vierde koninkrijk, weer een koninkrijk van Babel zal zijn. Dat is toekomst; het is dat laatste koninkrijk dat vlak voorafgaat aan het definitieve koninkrijk dat van boven komt. In de laatste fase zal het tien koningen kennen, een tien-statenbond. En in die statenbond zal er uiteindelijk nog een koning oprijzen, een kleine hoorn. Dat is degene die hier beschreven wordt: hij zal woorden spreken tegen de Allerhoogste. Hij is de leider van dat koninkrijk, de mens der wetteloosheid. Deze figuur van de eindtijd wordt in de Bijbel zo vaak genoemd.

En dan staat er ook nog bij: "voor een tijd, tijden en een halve tijd". Dat is een heel markant gegeven, want dat is één tijd, twee tijden en een halve tijd. Eén jaar, twee jaren en een half jaar; oftewel drieënhalf jaar. Het wordt ook wel 42 maanden genoemd, een termijn die je ook in de Bukhari vindt. Er wordt ook gesproken over 1260 dagen, en reken maar na: het is allemaal hetzelfde. 3,5 jaar, 42 maanden, 1260 dagen, tijd-tijden-halve tijd. Die periode wordt heel duidelijk gemarkeerd. Zolang zal dat duren.

Ik zie trouwens dat het inmiddels al half twaalf is geweest. Ik denk dat ik de rest van dit onderwerp maar moet parkeren en naar de middagsamenkomst moet verplaatsen. Het voert te ver om nu ook nog dat 43ste vers te bespreken, dat nogal cruciaal is. Dat gaat nu te ver. Ik denk dat we midden in het verhaal moeten afbreken. U kunt het zich dus nauwelijks permitteren om weg te gaan! Maar ik wil u alvast verklappen: als u het nu heel dramatisch vindt dat ik stop, dan zeg ik: dat is ook zo.

Maar ik kan u wel dit verzekeren, mocht u er gewoon mee doorgaan: het loopt goed af. Maar dat is karakteristiek voor heel de Bijbel. Want hoe zwart het soms ook mag zijn en hoe tragisch de gebeurtenissen ook mogen zijn, en hoe diep het dal ook is, het loopt altijd goed af. Dat is het geweldige van de Bijbel: altijd een happy end.

Vrienden, wij gaan dus niet weer voortzetten bij dat vers waar we hebben afgesloten, namelijk bij het 42e vers van Daniël 2. En voor degenen die nu nieuw binnengekomen zijn — want die zijn er ook nog, sommigen zijn weer weggegaan, maar er zijn er ook die pas binnengekomen zijn en daardoor wel een flink deel hebben gemist: het ging er natuurlijk over dat Daniël de droom beschrijft, maar vooral ook de verklaring daarvan geeft. Hij geeft daarin een uiteenzetting van de wereldgeschiedenis vanaf de dagen van Nebukadnessar.

Daar vangt een heel nieuw tijdperk aan: de tijden der heidenen, de tijden van de natiën, waarbij de troon in Jeruzalem vacant komt te staan. Leeg. Koninkrijken volgen elkaar op en tot dusver hebben we het met name over die drie eerste koninkrijken gehad. Ten eerste het koninkrijk van Babylonië, van koning Nebukadnessar. Vervolgens kreeg je het Medo-Perzische Rijk, dat ook Babel als hoofdstad had. Daarna kreeg je het derde Babelse Rijk en dat is het rijk van Alexander de Grote.

En tenslotte — daar hebben we al wat meer over gezegd en ik heb al een korte inleiding daarover gegeven — dat vierde koninkrijk, dat van ijzer is en in zijn eindstadium ijzer vermengt met leem. Ik heb aan het einde van de vorige samenkomst de verbinding gelegd met Daniël 7, want die twee hoofdstukken liggen helemaal met elkaar in lijn. Wat mij betreft corresponderen ze. Er zijn alternatieve uitleggingen van, dat weet ik maar al te goed want ik heb ze zelf gegeven. Ik heb ooit een jaar of tien, elf geleden verteld dat die vier beesten in Daniël 7 gaan over vier religies die naast elkaar bestaan. Maar ik moet u eerlijkheidshalve zeggen, tot verdriet van sommigen misschien, dat ik daarvan ben teruggekomen.

Ik heb eigenlijk al wat dingen daarover naar voren gebracht. De terminologie in Daniël 2 en 7 loopt synchroon. Het gaat inderdaad over vier koninkrijken. Ook in Daniël 7 gaat het niet over een religie, maar over een koninkrijk. Dan praat je over een politieke entiteit, een politiek systeem onder leiding van een koning. Waarbij trouwens met name dat vierde koninkrijk in Daniël 2 één op één te vergelijken is met dat vierde beest, dat vierde dier in Daniël 7. Ook ijzer, ook dat vermalen en dat verpletterende, maar ook de tien tenen en de tien koningen. Het dringt zich zo aan je op: het gaat hier over identieke beschrijvingen, alleen vanuit een andere optiek. Inderdaad, de eerste was een droom van Nebukadnessar, de tweede een droom van Daniël. De eerste beschrijft het als een beeld, de tweede als beesten, wilde beesten. En dat benadrukt inderdaad wel vooral de godsdienstige kant van het verhaal. Dat is waar.

We pakken de draad nu dus op bij vers 43. We hadden het dus over dat vierde koninkrijk. Dat moet ik er nog wel even samenvattend bij zeggen: het gaat over een koninkrijk dat ook een koninkrijk van Babel is. Dat moet nu verder ter sprake komen en toch is dat een heel belangrijk punt. Want als er nu één ding is wat ik tot dusver over dat droombeeld in Daniël 2 gezegd heb, als er één ding uitspreekt, dan is het toch wel dat dit vierde koninkrijk niet het koninkrijk van de Romeinen is of het Romeinse Rijk, wat alom verteld wordt. Als u zich ooit bezighoudt met de uitleg van Daniël 2 en dat vierde koninkrijk, dan wordt dat overal gezegd: het vierde rijk, dat is het Romeinse Rijk. Dat kan echter om meer dan één reden niet, maar de belangrijkste is deze: de eerste drie koninkrijken zijn koninkrijken van Babel. Het vierde koninkrijk is dat dus ook.

Het Vierde Rijk Is Niét het Romeinse Rijk, maar Babel ↑ hoofdstukken

Het laatste koninkrijk, dat direct voorafgaat aan het Messiaanse Rijk, is ook weer een koninkrijk van Babel. Hoe weten we dat? Al was het maar uit het boek Openbaring, waaruit blijkt dat al die rijken koninkrijken van Babel zijn. Dan begrijp je dus ook waarom vanaf het Griekse Rijk de wereldrijken niet meer worden meegeteld. Het Romeinse Rijk, of welk ander wereldrijk je dan nog in aanmerking zou willen laten komen, telt niet meer mee. Waarom niet? Omdat zij Babel niet als hoofdstad hadden. Vanaf de dagen van Alexander de Grote, na zijn overlijden, is de stad verdwenen of in ieder geval ontmanteld; het werd een dorp en eigenlijk stelt het tot op de dag van vandaag niets voor.

Saddam Hussein heeft nog een poging gewaagd om de stad weer in haar oude glorie te herstellen. Hij heeft er een museumstad van gemaakt, naar ik heb begrepen, maar het heeft totaal niet de allure die het ooit had. Het is geen wereldstad, laat staan de hoofdstad van de wereld die het ooit was. Maar de Bijbel laat er geen misverstand over bestaan: dat laatste koninkrijk heeft ook weer Babel als hoofdstad. Let op, daar in Irak gaat weer een stad komen. In de delta van de Eufraat en de Tigris komt weer een stad onder de naam Babel, zoals dat in het verleden al een drietal keren het geval is geweest.

Eigenlijk zeg ik het niet eens helemaal correct door bij Nebukadnessar te beginnen, want je moet nog verder teruggaan. Deze Aion begon in de dagen van Noach al met de stad Babel. De logica is dat deze Aion begon met Babel en ook weer in diezelfde stad zal eindigen. Hoe ik dat weet? Het boek Openbaring laat dat zien. De inleiding wordt wat langer, want we hebben het nog steeds niet over vers 43 gehad, maar dit is buitengewoon belangrijk.

In Openbaring 17 en 18 wordt de stad Babel beschreven als een hoer. Dat is weer een ander beeld: een hoer die op een beest met tien horens zit. Al die profetische beelden grijpen in elkaar. Als u een Bijbel hebt met schriftverwijzingen – en ik bedoel niet dat een Bijbel pas fatsoenlijk is als er verwijzingen in staan, maar het is wel erg handig voor de studie – dan ziet u dat bepaalde opmerkingen corresponderen met of ontleend zijn aan andere Bijbelplaatsen. In Openbaring 17 en 18 wemelt het van de citaten en referenties aan profetieën uit het Oude Testament, met name uit Jesaja en Jeremia, die allemaal gaan over de concrete stad Babel.

Ik zeg dat met nadruk, omdat vaak het idee leeft dat het daar over de stad Rome zou gaan. Men zegt dan: Babylon is eigenlijk Rome. Dat heeft sterke protestantse wortels, die uitleg tegen het Roomse rijk, maar het kan niet kloppen. Openbaring 17 en 18 is een compilatie van schriftplaatsen die uitdrukkelijk refereren aan Babel en de geprofeteerde verwoesting van die stad. Daarbij geeft Johannes aan dat die aangekondigde verwoesting in zijn dagen – dus in de tijd van het Nieuwe Testament – nog steeds moest plaatsvinden. Wat mij betreft is dat een sluitend bewijs dat het daadwerkelijk gaat over de stad daar aan de Eufraat.

Zo zijn de drie koninkrijken van Babel gepasseerd: goud, zilver en koper, allemaal met Babel als hoofdstad. En dat laatste koninkrijk heeft eveneens Babel als hoofdstad, daar in het Midden-Oosten. Niet in Europa, maar daar. Daarmee heb ik in feite tekst en uitleg gegeven over de titel van deze Bijbelstudiedag: 'De vier koninkrijken van Babel'. Dat kan niet missen. De eerste drie zijn aantoonbaar en de vierde moet nog komen, omdat die direct voorafgaat aan het Messiaanse Rijk. Welnu, dat zal ook een koninkrijk van Babel zijn. Dus één en één is twee, en nog een keer één is vier. Precies daarover hebben we het. Maar we willen het ook nog even hebben over die vijfde. Daarvoor moet ik nu echt aanstalten maken naar vers 43, want nu wordt het pas echt boeiend, voor zover het dat nog niet was. We komen nu namelijk op een wat lastige kwestie: een vertaalkwestie.

Ijzer Vermengd met Leem: het Zaad van Stervelingen ↑ hoofdstukken

Vers 43, "dat gij gezien hebt, ijzer vermengd met kleiachtig leem", wordt hier nog nader toegelicht. Eerst hadden we het er al over dat het hard was als ijzer en broos als leem, maar er wordt hier nog iets over gezegd. Het betekent: ze zullen zich door huwelijksgemeenschap vermengen. De Statenvertaling zegt hier letterlijk: "door menselijk zaad". Dat komt wel heel dichtbij, want letterlijk staat er eigenlijk: "zaad van stervelingen", wat een waardige manier van formuleren is. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat de vertalers van de NBG het zo vrij hebben weergegeven.

Het gaat hier dus kennelijk over twee verschillende volkeren, over menselijk zaad dat vermengd is. Het zijn twee groepen van nakomelingen die door elkaar lopen, maar ze horen niet bij elkaar en het laat zich ook niet mengen. Dat zaad van stervelingen wordt gemengd, maar waar duidt dat pottenbakkersleem dan op?

Kijk, het ijzerrijk wordt in de laatste fase — in aanvang niet, dan is het gewoon ijzer, hard als ijzer, het vermaalt en verpulvert — gemixt. We weten inmiddels in welke contreien men het moet zoeken en ik heb er ook al even op gezinspeeld: de hele islamitische achtergrond van het laatste rijk in het Midden-Oosten. Als je daar even over doordenkt, begrijp je ook waarom het ijzer is: verpulverend, verpletterend, kei- en keihard en meedogenloos. Die godsdienstige achtergrond komt daarmee inderdaad ook mee.

Maar even nog dit: het ijzerrijk wordt in de laatste fase, de voetenfase, gemixt met een volk dat genoemd wordt "pottenbakkersleem". Die uitdrukking vind je al even eerder in hoofdstuk 2 vers 41. Dat is eigenaardig, want dat pottenbakkersleem past in wezen niet in het rijtje van goud, zilver, koper en ijzer. Pottenbakkersleem is immers geen metaal. Maar, en dat is wel weer heel opmerkelijk, qua grondstof komt het juist wel weer overeen met het rijk dat gaat komen, namelijk dat stenen Koninkrijk. Het is dus geen metaal, maar qua materiaal komt het overeen met het laatste, het definitieve Koninkrijk. En nu kom ik bij...

Pottenbakkersleem: het Goddeloze Israël en Haar Rol in de Eindtijd ↑ hoofdstukken

Ik geloof dus dat het bij dat pottenbakkersleem inderdaad om een volk gaat, en wel om het huis Israëls. Dat komt inderdaad in aanmerking om aangeduid te worden als pottenbakkersleem, al was het maar omdat het een bekend beeld is in de Profeten. Ik heb hier een citaat uit Jeremia 8:6 — dat is ongeveer de duidelijkste tekst daarover. Daar vind je dat Jeremia, trouwens bij een latere gelegenheid, ook naar de pottenbakker gaat en dan wordt dat zo uitgelegd: "Zie, als leem in de hand van de pottenbakker, zo zijt gij in mijn hand." Ik ben haast geneigd om het te zingen, zoals Elly en Rikkert dat zingen: "Zo ben jij in mijn hand, zegt de Heer." We hadden een dochter — we hebben nog steeds een dochter — maar die vroeg vroeger wel eens naar dat liedje: "Zoals klei in de hand van de... weet je dat?" Nou, dat is dus die pottenbakker.

Bij dat pottenbakkersleem kun je natuurlijk zeggen: we zijn allemaal uit de klei getrokken. Dan zou je nog kunnen denken dat het over Nederlanders gaat, of over de mens in zijn algemeenheid. Maar als er specifiek een volk wordt aangeduid als pottenbakkersleem, dan is dat in de Profeten Israël en het huis Israëls. In die richting hebben we inderdaad te denken en ik wil u daarvoor nog wat argumenten geven. In dat laatste rijk, dat hard zal zijn als ijzer en dat Babel in ieder geval uiteindelijk weer als hoofdstad zal hebben, zal het volk Israël — en dan heb ik het niet over de Joodse staat, maar over Israëlieten of Joodse inbreng — een grote, zo niet een hoofdrol spelen. Ik zal u een paar overwegingen daarin meegeven.

We gaan eerst eens naar Zacharia 5 vers 1 tot 11, een betrekkelijk onbekend gedeelte. Je moet het maar net weten te vinden. Dit gedeelte is geschreven na de Babylonische ballingschap en nadat een deel van het Joodse volk weer teruggekeerd was naar het land. Zacharia krijgt daar een gezicht te zien van een vrouw. Er wordt ook bij uitgelegd wat het betekent. Ik ga nu niet het hele gedeelte behandelen, maar ik refereer eraan en u kunt het voor uzelf nazoeken om het te checken. Doe dat alstublieft ook, want pas dan heb je het je eigen gemaakt. Ik hoop niet dat u louter geïnteresseerd bent in de opinie van André Piet, want die is volstrekt waardeloos. Deze dag heeft pas rendement als u zegt: "Hé, nu heb ik in de Schrift gezien dat het er zo staat." Dan heb je grond onder de voeten en heb je werkelijk wat geleerd. Niet van een mens, maar gewoon omdat er staat geschreven. Zolang dat niet het geval is, moet u het gewoon naast u neerleggen. Maar goed, u luistert bereidwillig naar wat ik te melden heb en daar ben ik blij om, en ik hoop dat u vervolgens ook zelf de Schriften onderzoekt.

In Zacharia 5 gaat het dus over die vrouw. Zij wordt vergeleken met het goddeloze Israël. Die vrouw wordt verborgen in een efa. Dat heeft niets te maken met de stammoeder van de mensheid, nee, het is een efa met een 'f'. Dat is een inhoudsmaat. Als ik me niet vergis, was het tien gomer. Hoeveel dat precies was, doet er nu niet toe, maar het was een inhoudsmaat en daarmee een symbool voor handel. In de vertalingen wordt het soms weergegeven met een mand, zoals in de NBG-vertaling. Die vrouw wordt in die efa gedaan en bovendien komt daar een deksel op van een talent. Letterlijk staat er een talent, en een talent is juist weer een gewicht. Dat heeft te maken met commercie en handel. Dus zowel die efa als dat talent worden gelinkt aan die vrouw, aan dat goddeloze Israël.

Wat gebeurt er vervolgens? Die vrouw in de efa wordt in dat visioen op vleugels weggebracht naar het land van Sinear. Zo staat het er letterlijk: Sinear. De stad Babel wordt hier niet eens direct genoemd, maar zij wordt gebracht naar Sinear. Die vrouw met dat talent en die efa: de commercie en de handel. U moet weten dat inmiddels een deel van het Joodse volk alweer was teruggekeerd naar het land, maar hier wordt juist gesproken over een goddeloos Israël dat naar Sinear gebracht wordt. Waarom? Om daar voor haar een thuis te maken, een huis te bouwen, zodat ze daar thuis zou zijn. Israëlieten die daar, met symbolen van handel en commercie, in het gebied van Sinear — in die rijke delta — een tehuis krijgen.

Dat gaat over de toekomst. Gaat u met mij mee naar een andere Schriftplaats waar ik het al eerder over had: Openbaring 17 en 18. Daar gaat het over Babel of Babylon. Babylon is exact hetzelfde; het is gewoon de Griekse uitspraak ervan, dus laat u daar niet door verwarren. Openbaring 17 en 18 gaan dus over die stad, die daar "een grote stad" wordt genoemd. Het is een compilatie van allerlei Schriftplaatsen die gaan over de stad Babel en over de verwoesting van Israël. Als we goed opletten, zien we dat daar een hoer wordt beschreven. Ook hier wordt een vrouw behandeld die het goddeloze Israël voorstelt. Er is sprake van een hoer, waarbij het contrast met de bruid — die ook in het boek Openbaring beschreven wordt — er duimendik bovenop ligt. Dat is trouwens Openbaring 19, de bruid van het Lam, waarvan hardnekkig wordt beweerd dat dit de kerk zou zijn. Forget it, denk ik dan. Dat is gewoon Israël. Als je de profetieën van de Hebreeuwse profeten kent, laten die daar geen misverstand over bestaan: de bruid is Israël. De bruid van het Lam is Israël, en die hoer is ook Israël, maar dan het goddeloze deel dat hoereert. Het idee is: Israël is getrouwd of zal trouwen met haar Man, maar zij houdt het met andere mannen — andere goden en andere volkeren.

Zij draagt de naam Babylon en zit op een monsterlijk beest met tien horens. Zie daar ook weer de connectie met Daniël 7 en dus ook met Daniël 2. Het zijn allemaal puzzelstukjes. Dat is soms het lastige: als je het ene hebt, heb je het andere ook weer nodig. Alles grijpt in elkaar en je kunt het ene alleen begrijpen als je het geheel ziet. Het boek Openbaring veronderstelt kennis van alle profetieën die eraan voorafgegaan zijn. Het is een sluitstuk, de bekroning — letterlijk en figuurlijk — van de Bijbelse profetie. Vandaar al die talloze referenties naar Jeremia, Jesaja, Ezechiël en natuurlijk Daniël. Denk aan de beesten, de horens, het ijzer en het koper.

Zij zit dus op een monsterlijk wezen met tien horens en hoereert met de koningen en kooplieden der aarde. Juist in Openbaring 17 en 18 wordt Babel vergeleken met een grote stad, niet alleen als hoofdstad van een wereldrijk, maar ook als een stad van enorme commercie. De rol van de kooplieden en met name de economische rol die de stad zal spelen, wordt daarin beklemtoond. Misschien zelfs nog wel meer dan het politieke aspect. Er komt weer een stad in de eindtijd. Nu is die stad er niet, maar zij gaat er komen en dat kan trouwens in no-time gebeuren. Ik hoef alleen maar Dubai te noemen als voorbeeld van een stad die in no-time uit de grond gestampt is en een enorme metropool werd. Welnu, dat gaat gebeuren met Babel. Het zal de hoofdrol gaan spelen in dat laatste wereldrijk. Maar goed, daar hebben we het nu dus over.

Het is niet alleen ijzer, maar het is ook leem. Er wordt vermengd met een volk en dat wordt aangeduid als pottenbakkersleem. Dan gaat het over de rol van een ongelovig, goddeloos, hoererend Israël in dat rijk. Maar laat die gedachte nog eventjes bezinken. Denk er nog eens over na.

Juist het Joodse volk vertegenwoordigt, zoals we dat allemaal weten, ook zo sterk de rol van het kapitaal, die Joodse lobby. En ik bedoel: het kapitaal is voor een groot gedeelte in Joodse handen. Hoe dat in de eindtijd verder zal gaan, daar wil ik nu verder niet over speculeren. Dat is heel boeiend allemaal, hoe het jodendom — en ik bedoel het Joodse volk — ook wereldwijd het kapitaal beheert. Het is een Bijbelstudie, dus ik beperk me even tot hier. In de eindtijd zal dat juist weer karakteristiek zijn; daar zal goddeloos Israël zich juist vestigen. Daar gaat het gebeuren. Het wereldhandelscentrum — dat klinkt vrij dubbelzinnig als ik het zo zeg — komt daar te liggen, op dat stuk grond waar trouwens sowieso gigantisch veel kapitaal mee gemoeid is. Want waarom denkt u dat Irak zo verschrikkelijk interessant is voor de hele wereld? Vanwege het zwarte goud natuurlijk, en er zit nog zoveel. Maar daar, hoe dan ook, gaat die stad dus weer komen. En dat zal gedomineerd worden door een goddeloos Israël. Dat zal zich daarin mengen, hoewel het zich niet laat vermengen.

Als ik het zo zeg, dan begrijpt u dat ook. Natuurlijk, aan de ene kant in een islamitisch wereldrijk... hoe zou het Joodse volk daar een rol in kunnen spelen? Ja nou, dat kan, maar het laat zich niet vermengen. Een eenheid wordt het nooit; die twee laten zich domweg niet verbinden. Dat zal ook niet gebeuren. Maar nu even het punt: dat pottenbakkersleem slaat inderdaad, als u het mij vraagt, op menselijk zaad, op twee verschillende volkeren. In dit geval op dat ijzeren rijk dat wordt vermengd met pottenbakkersleem, met Israël. En het heeft ook alles te maken met het kapitaal.

Nou kan ik nog wat anders zeggen: met het slijk der aarde. Dat is wel een aardige uitdrukking in dit verband. Ik wil daar verder helemaal geen consequenties voor de Bijbeluitleg aan verbinden, maar het is wel makkelijk om te onthouden. Het heeft inderdaad te maken met pottenbakkersleem, met het huis Israëls. Maar ook inderdaad met het slijk der aarde, de rol van de commercie. Er is niet heel veel fantasie voor nodig om te zien dat die twee elementen een grote rol gaan spelen daar in Babel, zonder dat ze zich laten vermengen.

Nou, en dan gaan we weer even terug naar het 43e vers. Dat u gezien hebt dat ijzer vermengd is met kleiachtig leem betekent: zij zullen zich door zaad van stervelingen vermengen, maar met elkander geen samenhangend geheel vormen, zoals ijzer zich nu eenmaal niet vermengt met leem.

Goed, ik moet verder gaan natuurlijk. En dat zeg ik even bij wijze van excuus: natuurlijk moet ik hier nog veel meer over vertellen, en er valt hier ook nog veel meer over te vertellen. Want over dat vierde rijk worden zoveel beschrijvingen gegeven, dan moet je Daniël 7 er nog weer op naslaan en Openbaring 13. Dat gaat allemaal over dat vierde koninkrijk. Dus als u mij beschuldigt dat ik zwaar incompleet ben, dan geef ik dat direct toe, maar we beperken ons nu tot Daniël 2. Soms maak ik een uitstapje om Daniël 2 te begrijpen, maar de hoofdlijn blijft Daniël 2. Goed, dan ben ik dat bezwaar straks... heb ik dat ook weer onderbouwd.

Het Vijfde Rijk: het Hemelse Koninkrijk voor het Volk van de Allerhoogste ↑ hoofdstukken

Maar in de dagen — vers 44 — maar in de dagen van die koningen, dat wil zeggen in de laatste fase van dat vierde koninkrijk, van die koningen. Welke koningen? Nou, die tien koningen dus. Zal de God des hemels een koninkrijk oprichten. Ik moet het accent eigenlijk anders leggen: maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten. Ja, een koninkrijk dat van boven komt. En dan is het altijd goed, nietwaar Heewald, als het van boven komt? Zo weten ze namelijk: dat komt van boven.

En dat gaat over dat koninkrijk, de uitdrukking die we vervolgens zo dikwijls in het Nieuwe Testament vinden: het Koninkrijk der hemelen. Dat refereert onder andere aan deze schriftplaats. Het is niet een koninkrijk van deze aarde; nee, het is een koninkrijk dat afkomstig is uit de hemel en ook een hemels koninkrijk. Niet een koninkrijk in de hemelen, zoals de katholieken ervan gemaakt hebben — een hemelrijk. Nee, het is geen hemelrijk. Het is een rijk hier op aarde, alleen het is afkomstig van boven, vanuit de hemel. De God des hemels zal dat koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan.

Nou, er staat letterlijk: tot in de aion, Olamim. Het staat in het Aramees trouwens nog iets anders, maar het gaat over de aionen. Niet 'tot in eeuwigheid'; er staat een meervoud: aionen. Het is nu niet het onderwerp, maar het idee is dat dit koninkrijk dat gaat komen, niet alleen de komende aion het heersende element zal zijn, maar ook de aion die daarop zal volgen. En zelfs bij de voleinding der aionen zal dat koninkrijk niet beëindigen, maar wordt het koninkrijk — een volmaakt koninkrijk — aan God de Vader teruggegeven. Maar het koninkrijk zelf zal geen einde nemen en tot in de aeonen zal het niet te gronde gaan.

En daar staat nog iets bij: waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan. En het zal al die koninkrijken die voorafgegaan zijn verbrijzelen en daaraan een einde maken. Maar zelf zal het bestaan in de aionen — en ik moet er eigenlijk aan toevoegen: en daarna. Maar let even op deze woorden, ik heb ze met kapitaalletters geplaatst: 'Op geen ander volk zal het meer overgaan.' Dus we hebben in dit droombeeld het koninkrijk van de Babyloniërs gehad en het koninkrijk van de Meden en Perzen. En het derde koninkrijk: het koninkrijk van de Grieken. Daartussenin heb je ook nog koninkrijken gehad, maar goed, die hadden Babel niet als hoofdstad, dus die worden niet meegeteld. Het laatste koninkrijk is dat ijzeren koninkrijk dat als vierde dier of als vierde koninkrijk wordt beschreven.

Uiteindelijk zal er een laatste koninkrijk komen en dat komt toe aan een ander volk. Maar het zal op geen ander volk meer overgaan. Wat gedacht is — en het gaat niet alleen maar om die steen die beschreven wordt, ik kom daar zo nog op terug — dat is niet alleen maar iemand, de Zoon van David, maar als je het breder neemt, is het een heel volk. Het is namelijk het laatste wereldrijk; dat wordt een Israëlitisch wereldrijk. Dat is eigenlijk de gedachte. Zoals je een Babylonisch wereldrijk gehad hebt, een Medo-Persisch en een Grieks, dan is het laatste een Israëlitisch wereldrijk. Het koninkrijk zal gegeven worden aan dat volk. Het is maar net hoe smal je het definieert. Het is natuurlijk de Zoon van David die daarover zal heersen, maar daarmee zal het aan dat volk toekomen, waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan.

Ik ga nog eventjes een link leggen met Daniël 7, want daar lees je in vers 26 — en dan gaat het ook over dat vierde koninkrijk dat beëindigd wordt: 'Dan zal de vierschaar zich neerzetten.' Niemand weet meer wat een vierschaar is natuurlijk, het is heel grappig. De NBG-vertaling geeft iedere keer 'vierschaar', maar bijna niemand weet wat dat is. Maar weet u hoe de Statenvertaling het vertaalt? 'Dan zal het gericht zich neerzetten.' Dat is duidelijk, dat begrijp ik. Hier staat trouwens in het Hebreeuws of in het Aramees een woord dat verwant is aan de naam Daniël. Daniël betekent 'God is Rechter'. Gericht, daar gaat het over. 'Dan zal het gericht zich neerzetten.' Vierschaar is een oud-Nederlands woord. Gek dat een modernere vertaling als de NBG 'vierschaar' geeft, terwijl een oude vertaling gewoon simpel 'gericht' geeft. Maar dat even terzijde.

Dan zal het gericht zich neerzetten en men zal hem — en dan gaat het hier dus over dat vierde beest wat in vers 25 beschreven werd — de heerschappij ontnomen worden om hem te verdelgen en te vernietigen tot het einde. Ik wil maar zeggen: daarmee is dat rijk, dat vierde koninkrijk, dat beestachtige rijk, ten einde. Finito, voorbij. En dan vers 27: 'En het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogste.' En Zijn koningschap is een eeuwig koningschap en alle machten zullen Hem dienen en gehoorzamen.

Even dit: het volk van de heiligen, oftewel het heilige volk. Wat wist Daniël, wat was het heilige volk? Natuurlijk, dat is helemaal geen enkel probleem. Het heilige volk is gewoon het volk dat God zich geheiligd heeft te midden van de natiën, dus Israël. Dan moet je niet meteen je kerk-inkadering opzetten en zeggen: 'O, dat is de kerk.' Nee, het is gewoon het volk, het heilige volk. En dan staat er 'des Allerhoogste'. Als u een Statenvertaling hebt, dan staat er letterlijk 'der hoge plaatsen'. Dat is beter, want het gaat inderdaad over een meervoud. Het woord 'plaatsen' staat er ook niet, maar 'der hogen'. Het volk van de heiligen der hogen op een hoge plaats, dat is waar.

Het wordt aan een heilig volk gegeven. Aan het heilige volk, dat was Israël. Waarmee ik dus bevestig: al die koninkrijken die we gehad hebben, al die wereldrijken, zullen plaatsmaken voor dat ene wereldrijk, namelijk het Koninkrijk van de God des hemels. En dat zal gegeven worden aan het heilige volk. Daarvoor heeft God dat volk ooit uitgekozen en geheiligd, en dat volk zal tot zijn bestemming komen: een koninklijk priesterdom. Dat wil zeggen: het volk dat te midden van de natiën bestemd is om koninklijk en priesterlijk op te treden. Bemiddelen tussen God en de mensen. Goed.

En dan lezen we weer dat juist zoals gij gezien hebt dat zonder toedoen van mensenhanden een steen van de berg losraakte en het ijzer, het koper, het leem en het zilver en het goud verbrijzelde... Dat wil zeggen: aan al die rijken komt op dat moment definitief een einde. De grote God heeft de koning bekendgemaakt wat na dezen geschieden zal. De droom is waarachtig en zijn uitlegging betrouwbaar.

De Steen (e-ben) Die Zonder Toedoen van Mensenhanden Losraakt ↑ hoofdstukken

Let nog even op dit ene: die steen. Die raakt zonder toedoen van mensenhanden los. Dat is weer zo’n heel elementair Bijbels grondidee: de mens draagt daaraan helemaal niets bij. Dat is een vernederende gedachte voor de mens, maar eigenlijk is het niet vernederend; het maakt je juist nederig. Het is niet aan de mens. Als het aan de mens ligt, gaat het alleen maar van goud naar zilver, naar koper, naar ijzer en naar leem. Het wordt steeds inferieur, steeds minder waardevol qua kwaliteit.

Op een dieptepunt, bij de voeten, zal God hemels gaan ingrijpen. Dan is het Zijn dag: de dag van Yahweh. Zonder toedoen van mensen komt er van boven – verticaal, dus niet van onderen – een steen. Wat is die steen? We hadden het er zojuist al even over dat het koninkrijk toekomt aan een volk, maar een steen in de Bijbel is een rijk begrip. Uiteraard denken we aan de steen, de rotssteen, de steen des aanstoots en de rots der ergernis. Er is sprake van de levende steen en de hoeksteen. Denk ook aan de steen waar Jacob ooit zijn hoofd neerlegde, waardoor hij de hemel geopend zag en er een verbinding ontstond tussen hemel en aarde. De steen is altijd het beeld van de Zoon van God.

Als ik het zo zeg, dan wordt het nog treffender wanneer ik het even naar het Hebreeuws vertaal. De steen is 'e-ben'. Eigenlijk is dat de zoon van de vader: 'ab-ben'. E-ben, daar zit zowel de vader (ab) als de zoon (ben) in; de zoon van de vader. Dat zit allemaal opgesloten in dat Hebreeuwse woord. In ieder geval: de steen. Die komt van boven, want Hij bevindt Zich daar nu. De Zoon van David is al lang en breed voorhanden. Wij kennen Hem, maar Hij laat Zich nu niet zien; Hij is verborgen in de tempel. Daar zijn trouwens ook prachtige geschiedenissen over in het Oude Testament, over een zoon van David die verborgen gehouden wordt in de tempel. Dat is nu ook zo; ik bedoel in het hemels heiligdom. Daar is de Zoon van David nu.

Hoe dan ook, Hij zal straks van boven komen en aan al die wereldrijken een definitief einde maken. Hij zal het beeld raken bij de voeten en daarmee een einde maken aan al die koninkrijken. Dat is wat Daniël bij dezen garandeert. De grote God heeft 2600 jaar geleden deze droom gegeven; het is bekendgemaakt en uitgelegd. En het ligt vast. Hij doet dat zonder toedoen van mensenhanden en daarmee zet Hij Zijn plan, Zijn bestek uit. Zo zal het gaan gebeuren. Dat laatste koninkrijk is met recht definitief het laatste. Het zal niet meer op een ander volk overgaan, zoals we zojuist lazen. Het is een eeuwig koningschap dat de eeuwen, de aionen, zal voortduren.

Aan het einde wil ik nog op één ding wijzen als een soort toetje. Ik had nog iets kunnen doorlezen in Daniël 2, maar feitelijk is wat ik nu gelezen heb zowel de droom als de uitleg. De appendix over wat er vervolgens naar aanleiding van deze gebeurtenissen met Daniël gebeurt, laat ik even voor wat het is. Ik wil op iets anders wijzen: dat reusachtige beeld dat hier in Daniël 2 geveld wordt door de steen. Die steen verpulvert het beeld en gaat vervolgens de hele aarde vullen. Dat gaat gebeuren. Hij zal Zijn troon zetten daar waar het hoort, namelijk in Jeruzalem, waar nu al 2600 jaar geen troon meer is. Maar daar wordt de troon gevestigd en Hij gaat de hele aarde vullen met Zijn heerschappij. Nogmaals: definitief, de aionen door.

Een Treffende Typologische Parallel: David en de Reus Goliath ↑ hoofdstukken

We vinden daarvan een prachtig beeld in een hele bekende geschiedenis. Dat is geen droom, maar de geschiedenis van David en Goliat. Het zijn zulke opmerkelijke parallellen tussen wat je in Daniël 2 beschreven vindt en wat je leest in 1 Samuël 17, de geschiedenis van David en Goliat. Ook daar gaat het om een reusachtig beeld. Laat ik een paar dingen even op een rijtje zetten, gewoon als vergelijking. Het gaat dus niet over twee identieke dingen, maar de parallellen dringen zich zo aan je op. En ik vind het zo prachtig hoe de zoon van David een eind zal maken aan die grote reus. Groot en verschrikkelijk was hij, dat leest u in 1 Samuël 17 – ik heb de verzen er even bij gezet – ja, groot en verschrikkelijk.

Er is nog iets eigenaardigs bij die Filistijn die David tegemoet trad. Daar lees je dat hij zes el lang was. Er worden zes onderdelen van zijn wapenrusting beschreven en zijn pantser woog 600 sikkels ijzer. U voelt hem al aankomen: die getallen 6-6-6 die daar genoemd worden in deze beschrijving van hoofdstuk 17 vers 4 tot 7, doen direct denken aan dat andere wereldrijk dat immers ook gekoppeld is aan het getal 666.

Ik wil u op nog iets wijzen. Er wordt gezegd dat Goliat gehuld was in koper en ijzer. Maar dan lees je in hoofdstuk 17 vers 36 dat David zegt: "Ik zal die onbesneden Filistijn... het zal hem vergaan als die leeuw en die beer die ik ooit eerder heb getroffen." Hij gaat dus die koperen en ijzeren reus tegemoet en het zal hem vergaan als de leeuw en de beer die hij al verslagen had. Denk aan Daniël 2 en 7: in Daniël 2 worden de vier metalen genoemd en in Daniël 7 worden ze beschreven als vier beesten, waarbij de leeuw goud is en de beer zilver. En die panter, weet u nog wel, dat luie paard, dat was het koper. Hoe dan ook, de gelijkenis is daar: die reus heeft typologisch duidelijk met die vier wereldrijken te maken.

Nog een heel opmerkelijke overeenkomst is dat die Filistijn daar in het dal van Ela, waar David hem tegemoet ging, lasteringen sprak tegen de Allerhoogste. Dat was wat David juist ook zo triggerde. Maar dat is precies ook wat in Daniël, met name in hoofdstuk 7, beschreven wordt over die kleine hoorn die uit de tien horens oprijst. Dan lees je: "Hij zal woorden spreken tegen de Allerhoogste." Weer dat godslasterlijke. Een reusachtig beeld, verschrikkelijk, ja, maar ook godslasterlijk. Met recht ook een dieptepunt, waarbij hij het zelfs zo bont maakt dat hij een beeld zal zetten in de dan weer herbouwde tempel in Jeruzalem en aanbidding zal opeisen. Godslasterlijk van begin tot eind. de gelijkenis met Goliat ligt voor het oprapen.

Nog iets eigenaardigs: wat lees je over deze Goliat? Hij was veertig dagen lang aan het lasteren. Iedere ochtend en avond trad hij op. En dan lees je dat op de 41e dag Isaï met dat verhaal komt dat David maar eens een keertje naar zijn broers zou moeten gaan. De volgende dag lees je inderdaad dat David op stap gaat naar het dal van Ela waar die Filistijn aan het tieren en het razen was. Hij treft hem dan, maar dat was de 42ste dag, als ik het goed tel. We hadden het al even over dat getal: wanneer zal aan de heerschappij van dat laatste rijk een einde gemaakt worden? Ook na 42 maanden, volgens Daniël 7 vers 25. Ziedaar nog een parallel.

Ik heb er nog één en dat is de laatste en eigenlijk de mooiste. De reus wordt geveld door een steen, en wel de vijfde. Ja, waarom de vijfde? Dacht David soms dat hij vijf keer moest gooien? Je leest dat David, als hij van plan is om die reus tegemoet te gaan, in de beekbedding vijf steentjes uitzoekt. Hoezo? Hij dacht toch zeker niet dat hij die reus zou missen? Dat is ook niet zo makkelijk, hè. Maar nee, het was uiteraard geloof. Wat David ervan begrepen heeft, doet nu even niet ter zake, maar het staat niet voor niets zo opgetekend. Dat is het punt. Het ging juist om die vijfde steen, niet om die vier andere. Nee, om die vijfde steen, daar ging het om. Dat is het idee. En die reus wordt precies inderdaad geveld door die vijfde steen; dat is dodelijk voor hem. En dat is precies wat je dus in Daniël ook leest: dat reusachtige wereldrijk wordt uiteindelijk beëindigd door een steen die van boven komt, maar die zelf de rol gaat spelen van het vijfde koninkrijk. Want de vier wereldrijken van Babel gaan plaatsmaken voor het wereldrijk, het Koninkrijk in Jeruzalem. Daar hoort de troon en daar zal de troon van David hersteld worden. De afgehouwen tronk van Isaï zal een scheut voortbrengen en daar in Jeruzalem zal die troon bezet worden.

Zo zie je dat allerlei Bijbelse geschiedenissen in elkaar grijpen. Ik had het al over de profetieën, maar dat geldt ook voor allerlei andere geschiedenissen. Ik heb nu gewezen op die parallel tussen Goliat en dat reusachtige beeld, maar het lot is hetzelfde. En wie is uiteindelijk de overwinnaar? Dat is David. Die man uit Bethlehem, die herder die zijn leven waagde voor de schapen, weet u wel. Hij was gezalfd tot koning, maar het zou nog een hele tijd duren voordat hij echt daadwerkelijk koning werd. Dat is een perfect plaatje van de Zoon van David, die straks van boven zal komen en dat zal doen met dat wereldrijk: hij zal het treffen met de steen. En dan wilde ik het daar graag bij laten voor vandaag. Ik kijk op mijn klokje en wat zie ik? Perfect twee uur. Alsof het zo gepland is.

🎧 De Vier Koninkrijken Van Babel
Delen: