Alverzoening?!
03-03-2013 - Geplaatst door Andre PietPresentatie van samenkomst gehouden op 3 maart 2013 in Zwolle
Alverzoening geldt vanouds als een ketterij binnen de kerkelijke orthodoxie. Maar waar gaat het eigenlijk over? Waar komt de term vandaan? Wat staat er op het spel? Wat zijn de Bijbelse papieren voor deze leer? Maar ook: wat zijn de gronden voor afwijzing? Centraal in dit alles staat de vraag: wat zegt de Schrift?
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: het Thema Alverzoening
- Misvatting 1: Alverzoening Is een Onbijbels Begrip
- Misvatting 2: Alle Zonden Zijn Verzoend
- Misvatting 3: God Vergeeft Iedereen
- Misvatting 4: Alle Mensen Worden Verzoend
- Misvatting 5: God Heeft Zich met Iedereen Verzoend
- Misvatting 6: Iedereen Is Al Verzoend
- Misvatting 7: Iedereen Verzoent Zich met God
- Het Fatale Bezwaar: de Eeuwige Straf
- De Betekenis van Eeuwigheid (olaam) in het Oude Testament
- De Betekenis van Eeuwigheid (aion) in het Nieuwe Testament
- De Voleinding in 1 Korinthe 15: God Alles in Allen
Introductie: het Thema Alverzoening ↑ hoofdstukken
Ook van mijn kant, vrienden, een hele goede middag, dames en heren, jongens en meisjes, want ook die zie ik hier zitten. En ik wil in de eerste plaats Sylvia hartelijk bedanken, niet alleen voor de uitnodiging maar ook voor haar welkomstwoord en voor de gelegenheid die zij nu heeft gecreëerd om hier een bijeenkomst als deze met elkaar te beleven rondom een thema waar in de loop van de kerkgeschiedenis heel veel over te doen is geweest.
Ik weet niet waarom u hier bent gekomen, maar dat zou zomaar eens kunnen zijn vanwege het onderwerp. Ja, het kan ook zijn omdat u het wel zag zitten om een bijeenkomst mee te maken op initiatief van stichting Boink. Maar het is niet voor niets dat dit onderwerp is uitgekozen. Zoals gezegd, daar is in de loop van de afgelopen pakweg tweeduizend jaar heel veel over te doen geweest. En het is eigenlijk zo – en u bent gewaarschuwd voor zover u dat nog niet begrepen had – dat dit thema en dit onderwerp van oudsher in de hele kerkgeschiedenis en in de orthodoxe confessies is bestempeld als een ketterij: alverzoening. De leer, of zoals het dan ook genoemd wordt: de dwaalleer van de alverzoening.
Nou trekken wij ons daar niet zoveel van aan. We stellen in de eerste plaats gewoon een vraag, en dat wil ik vanmiddag ook laten zien en het een en ander daarover bespreken. Wat betekent dit begrip nu eigenlijk? Ik wil dat doen aan de hand van een aantal misvattingen; ik wil eigenlijk het contrast laten zien. Je kunt het natuurlijk aan de ene kant benaderen als: wat is alverzoening op een positieve manier? Maar je kunt het ook doen aan de hand van dat wat men er doorgaans over denkt, zegt of meent. Juist als ik die route kies – en dat ben ik inderdaad van plan – dan kan ik door die contrastwerking wat beter laten zien hoe de vork wél aan de steel zit.
Dat klinkt natuurlijk verschrikkelijk arrogant, maar ik hoop – en ik ben er eigenlijk wel vrij zeker van gezien de achtergrond van deze bijeenkomst en van degene die dit heeft georganiseerd – dat u kritische denkers bent. U neemt niet zomaar aan wat er gezegd of gedacht wordt, ook niet bij deze spreker. En ik moet zeggen: dat is een geweldige insteek. Niet aanvaarden wat er gezegd wordt, ook niet met vermeende autoriteit van een spreker of van kerkelijk gezag. Nou, dat ontbreekt in dit geval al helemaal. Maar wat zijn de argumenten?
Daarbij – en dat is het enige axioma dat ik daarbij veronderstel – ga ik uit van dat wat er staat geschreven; wat de Bijbel daarover zegt. Het is een bijbels thema en ik behandel het ook aan de hand van de Bijbel. Dat wil ik zo open-minded mogelijk doen. Straks na de pauze hebben we alle gelegenheid om daar nog eens wat nader over na te denken, te spreken, vragen te stellen en kritiek te leveren. Maar ik wil eerst, zoals gezegd, dit onderwerp behandelen aan de hand van vragen. En u ziet: er volgt ook nog een uitroepteken. Wat dat inhoudt, dat zullen we vanzelf in de loop van deze middag wel bezien.
Misvatting 1: Alverzoening Is een Onbijbels Begrip ↑ hoofdstukken
Ik zal een zevental misvattingen bespreken – dat is een mooi getal, maar daar moet u niet te veel achter zoeken – over wat alverzoening zou zijn. Ik wil ze laten zien en tegelijkertijd ook bespreken. Het feit dat ik ze misvattingen noem, geeft natuurlijk al heel duidelijk aan hoe ik daar tegenover sta, om niet te zeggen: heel duidelijk. Maar ik hoop daarbij ook de bonnetjes te presenteren.
In de eerste plaats deze, wat me een hele elementaire lijkt om mee aan te vangen: alverzoening is een onbijbels begrip. Ik kan u verklappen dat dit niet het geval is. Kijk, je kunt van een heleboel termen in de theologie – ik zou haast zeggen juist in de theologie – zeggen dat het in objectieve zin onbijbelse, dat wil zeggen niet in de Bijbel voorkomende termen of begrippen zijn. Daar zijn er legio van die weliswaar in de dogmatiek en in de kerkgeschiedenis een grote rol spelen. Ik noem maar een paar woorden, en daar bedoel ik verder helemaal niets mee aan te geven of zelfs een keurmerk aan te ontlenen; het gaat mij puur om het gegeven.
Het begrip erfzonde, om maar wat te noemen. We kennen het allemaal en het heeft een grote rol gespeeld in de hele kerkgeschiedenis, maar ik kan u verklappen: als u het opzoekt in uw concordantie of in een trefwoordenregister op de Bijbel, dan zult u het nergens aantreffen. Dat geldt voor een heleboel van die elementaire begrippen die tot op de dag van vandaag een grote rol hebben gespeeld in de theologie en in het kerkelijk leven in het algemeen. Wat dacht u van een begrip als drie-eenheid? Dat is helemaal een frappant voorbeeld in deze. Dat is een buitengewoon elementaire, fundamentele gedachte die altijd gepredikt is, maar het punt is – en dat is geen mening, dat is een vaststelling – dat het begrip niet in de Bijbel voorkomt, evenmin als de termen die daar dan omheen zijn ontstaan: één wezen, drie personen of de twee naturen van Christus. Dus, heel eigenaardig: hoe groot de rol ook is die deze termen spelen, in de Bijbel komen ze niet terug.
Alverzoening hoort daar niet bij. Hoewel het de reputatie heeft een onbijbels begrip te zijn, kan ik u gewoon vertellen: het is rechtstreeks ontleend aan de Bijbel, en wel aan een vers in de brief die Paulus heeft geschreven aan de Kolossenzen, hoofdstuk 1, vers 20. Ik stel voor dat we daar eerst maar eens naartoe gaan, want als we het over alverzoening hebben en we stellen daarbij vragen, ja waarover hebben we het dan? We hebben het dan over een begrip dat ontleend is aan Kolosse 1 vers 20.
Daar lees je deze woorden. Paulus schrijft aan deze ecclesia over God die door Hem – dat wil zeggen door de Zoon van Gods liefde, want ik val midden in een zin, maar het gaat daar over God – "door Hem vredemakend", in een tijdloze werkwoordsvorm staat dat, wat wellicht later vanmiddag nog wel ter sprake komt, "door het bloed van Zijn kruis, het al wederzijds", of eigenlijk staat hier een woord dat betekent 'in zijn totaliteit'. Het is zelfs zo sterk: Paulus gebruikt hier een woord dat volstrekt uniek is en nergens elders in de Bijbel gebruikt wordt. Sterker nog, het is nergens elders aangetroffen in de hele klassieke Griekse literatuur. Paulus gebruikt hier een woord dat hij zelf – of ik moet wellicht veel beter zeggen: dat Gods Geest hem dat woord geeft en daardoor ook optekent – maar elders zult u het nergens aantreffen. Het woordje wat hij gebruikt is weergegeven met 'wederzijds', daar is wel wat kritiek op te leveren, maar misschien dat dat ook nog wel ter sprake komt; een middag duurt natuurlijk niet al te lang, dat weet ik ook wel. Het gaat over een totaliteit, een geheel: "het al wederzijds met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is."
Hier wordt een begrip gebruikt waarbij in het Grieks deze woorden staan – en je hebt niet eens zo heel veel fantasie en kundigheid nodig om het te kunnen lezen, want dit zijn de letters zoals de apostel Paulus die ooit tweeduizend jaar geleden optekende: apokatalaxai tapanta. Apokatalaxai betekent die totale verzoening, alverzoening of in de vertaling wederverzoening. En dan tapanta: van het al. Waarmee gezegd is dat dit is wat Paulus hier in dit vers naar voren brengt. God is van zins om door Hem, de Zoon van God, en wel door het bloed van Zijn kruis – we komen daar ook nog op terug, hoe in de praktijk die relatie dan ook werkt – het al met Zich te verzoenen. En dan staat er dus: verzoening van het al. Waarmee dus inderdaad gezegd is dat alverzoening direct een term is die door Paulus is gebruikt en onderwezen wordt in de Kolossebrief. Dus alverzoening is een Bijbelse term. Dat is één.
Misvatting 2: Alle Zonden Zijn Verzoend ↑ hoofdstukken
De tweede misvatting is een wat lastige, maar ik moet het toch even gezegd hebben en naar voren brengen. Dat is omdat wij in Nederland wonen en de Nederlandse taal spreken; in andere talen speelt dit probleem niet of nauwelijks, voor zover ik weet. Men zegt dan: alverzoening, dat betekent dat alle zonden zijn verzoend. Nou moet ik erbij zeggen dat het idee zelf, als men het zo beweert en stelt, wel klopt, maar dat is niet wat alverzoening is. Ik zal dat ook toelichten. De fout zit er namelijk hierin dat alverzoening niet gaat over zonden, maar over vijanden.
Wat bedoel ik daarmee? Nou dit: er staat in 1 Johannes 2 vers 2 – het gaat daar over Jezus Christus – 'Hij is een verzoening voor onze zonden, en niet alleen voor de onzen, maar ook der gehele wereld.' Dan zeg je: dat is alverzoening. Ja, in het Nederlands wel, maar dit is een kolossale tekst. Dus als je zegt dat alle zonden zijn verzoend, of dat Hij een verzoening is voor alle zonden, niet alleen voor de onzen maar voor die der gehele wereld, dan zeg ik: amen. Dat is wat er staat. Maar toch is dat een heel ander begrip. En dat moet ik gezegd hebben, anders gaan we namelijk dingen door elkaar halen. We moeten hier even scherp op inzoomen, anders wordt het zeer verwarrend.
Het punt is namelijk dat hier staat – en ik moet nu eventjes teruggaan naar de grondtekst – in het Grieks een woord dat hilasmos is. En dat is weer ontleend aan een Hebreeuws begrip, kapher, en dat betekent bedekken. Denk maar aan het Hebreeuwse woord wat we allemaal wel kennen, al was het maar sinds 1973 vanwege de beroemde of beruchte oorlog: Yom Kippur. Kippur is de Grote Verzoendag, de dag van verzoening. Kippur, Kipper, Kapher, dat zijn allemaal begrippen die ontleend zijn aan dit woord, dat 'bedekken'. De eerste keer dat dit woord voorkomt in de Bijbel is trouwens heel frappant. Dat is in Genesis als er gesproken wordt over Noach die een ark moest bouwen en hij moest deze bedekken met pek. Daar wordt dit werkwoord gebruikt voor bedekken: kapher.
Nou, dat is het idee, ook in 1 Johannes wanneer er gesproken wordt over verzoening. Maar u begrijpt, dat is een heel ander begrip. In het Nederlands wordt voor deze beide begrippen één term gebruikt, namelijk verzoening, terwijl er in de grondtekst twee totaal verschillende begrippen aan ten grondslag liggen. Kijk in Kolosse 1; ik had het zojuist over vers 20, maar als we even doorlezen in vers 21, dan blijkt dat verzoening te maken heeft met waar we het vanmiddag over gaan hebben. Verzoening heeft niet te maken met zonden, maar met vijanden of vervreemden. Dat blijkt ook uit vers 21, daar staat: 'Ook jullie,' zegt Paulus tegen de Kolossers, 'ook jullie, eens vervreemd en vijandig gezind in de boze werken, verzoent Hij echter nu wederzijds.'
Met andere woorden: God heeft de verzoening van het al op het oog. Maar nu zegt Hij tegen die Kolossers: jullie waren eens vervreemd en vijandig gezind, blijkens de boze werken, maar Hij verzoent jullie nu al. Maar dat is een heel ander begrip. Hier wordt namelijk in het Grieks het woordje apokatallasso gebruikt. Ik verwees er zojuist al even naar – we zullen maar niet te veel Grieks en Hebreeuws gaan praten – maar dit moet ik even gezegd hebben om het duidelijk te maken. Dat is een ander woord. En dat heeft te maken met zoals wij het in de gewone alledaagse betekenis ook gebruiken. Als we het over verzoening hebben, als u in de krant leest over twee partijen die zich verzoenen, dan gaat het eigenlijk over dit begrip. Namelijk over twee partijen die conflicterend zijn, in conflict leven en vrede sluiten. Vijandschap wordt vrede. Dat is het begrip katallasso of apokatallasso.
Dat is een heel ander woord dan het woord in 1 Johannes. In het Nederlands is het hetzelfde, maar in het Grieks zijn het twee compleet verschillende begrippen die zelfs eigenlijk niks met elkaar te maken hebben. Nou ja, je kunt altijd wel overeenkomsten bedenken, dat begrijp ik ook wel, maar het zijn totaal verschillende begrippen. Dat noemen ze in de taalkunde een homoniem: één woord met twee totaal verschillende betekenissen. Zoals een bank, bijvoorbeeld. Het woord 'bank' in het Nederlands is een homoniem. Het is één woord, maar het kan twee totaal verschillende betekenissen hebben. Zo zijn er veel van dat soort woorden.
Verzoening is ook zo'n homoniem. Andere talen hebben dat probleem niet, maar ik zal het eventjes schematisch voorstellen. Als we het hebben over dat Griekse hilasmos wat ik u zojuist liet zien vanuit 1 Johannes 2, dan gaat het over zonden die worden bedekt. In het Engels spreken ze dan over propitiation of atonement. Maar dat woord wat Paulus gebruikt in Kolosse 1 vers 20, de verzoening van het al, dat is het woord apokatallasso. En dan gaat het over vijanden. Dus zonden worden verzoend en vijanden worden verzoend, maar dat is verwarrend. En nogmaals, dit is een probleem dat typisch Nederlands is. In het Duits kent men het niet, in het Engels niet en in het Frans heb ik begrepen ook niet. Daar zijn het namelijk twee verschillende begrippen.
Daarom spreek ik in dit verband, hoewel we in het Nederlands kunnen zeggen dat de zonden worden verzoend, voor de duidelijkheid niet zo, gewoon omdat het verwarrend is. Dan zeg ik: zonden worden bedekt. Dat is namelijk ook de oorspronkelijke betekenis van dat begrip. Zonden worden bedekt en vijanden worden verzoend. We hebben het dus over dit begrip vanmiddag, niet over dat andere, hoe belangrijk ook en hoeveel daar ook over te zeggen is; dat is een heel andere zaak. In het Engels is het propitiation en reconciliation. Maar goed, we praten vanmiddag niet in het Engels of in het Duits, maar in het Nederlands, vandaar dat ik dit even gezegd moet hebben. Alverzoening betekent dus niet dat alle zonden zijn of worden verzoend. Dat is wel waar, maar dat is een heel ander begrip. Het gaat niet over zonden die worden verzoend of worden bedekt, maar over vijanden die vrienden worden. Vijandschap verandert in vrede.
Misvatting 3: God Vergeeft Iedereen ↑ hoofdstukken
We gaan naar de volgende opvatting, en misschien is dat nog wel de meest wijdverbreide gedachte over wat alverzoening is of zou zijn, namelijk: alverzoening betekent 'God vergeeft iedereen'. Ik heb hier zo'n plaatje erbij gedaan. Een generaal pardon. God zegt uiteindelijk tegen iedereen en tegen elk schepsel: "Alles wordt je kwijtgescholden. Kom maar binnen." Dat is ook wat we verstaan onder een generaal pardon.
Het zou zomaar kunnen dat er vele mensen zijn, misschien hier ook wel in de zaal, die dat idee van alverzoening hebben. Zelfs al zeg je: "Ja, ik geloof in alverzoening", dat je dan dat idee hebt van een generaal pardon en dat God uiteindelijk iedereen vergeeft. Dan moet ik u teleurstellen. Hoezeer het op zich ook waar is, daar gaat het nu even niet over. Dat is niet wat alverzoening is. Want alverzoening gaat niet over vergeving, maar over vijandschap.
Dit sluit dus aan bij die tweede misvatting, over vijandschap die verandert in vrede. Dat is heel belangrijk. Het gaat dan dus niet over God die kwijtscheldt of die iets niet meer aanrekent. Nee, het gaat over personen, over schepselen die van vijanden veranderen in vrienden, of in liefhebbers. Dat is een heel wezenlijke kwestie. Ik denk ook, als u mij vraagt, dat dit misschien wel het meest belangrijke is om goed te accentueren van al die zeven misvattingen. En ik zal het ook weer aantonen.
Ik kom daarbij weer even terug op Kolosse 1. Ik heb het namelijk al even genoemd, maar ik leg nu een ander accent. Daar staat in vers 21 van dat hoofdstuk: "Ook jullie, eens vervreemd en vijandig gezind". Die twee begrippen liggen heel dicht bij elkaar. Vijandig is nog sterker dan vervreemd. Je kunt van iemand vervreemd raken, en op een gegeven moment is de extreme versie daarvan dat je echt vijandig wordt. Meestal is dat een proces. In menselijke relaties vervreemd je van elkaar, en de uiterste begrenzing daarvan is dat je uiteindelijk een vijand wordt, vijandig.
Wel, die beide begrippen liggen besloten in verzoening. Dat wil zeggen, hier wordt gezegd: "Ook jullie, eens vervreemd en vijandig gezind" (waaruit bleek dat? Uit die boze werken), "verzoent Hij echter nu". Dat wil zeggen: Hij heeft jullie veranderd, of Hij verandert jullie van vijanden of vervreemden. Dat laat hij in het midden, beide kan, maar in beide gevallen ben je dus vervreemd. Een vijand is namelijk ook vervreemd, alleen in de meest extreme zin van het woord.
En dan is er sprake van een gezindheid die veranderd is. Er wordt hier gesproken over vervreemd en vijandig gezind. En verzoend betekent: niet langer vervreemd of vijandig. Dus de persoon in kwestie is veranderd, de gezindheid is veranderd. Dat woordje katallasso, waar ik het zojuist over had, daar zit ook het woord allasso in, en dat betekent eigenlijk ook veranderen.
De relatie verandert doordat de personen, of in ieder geval één van de twee partijen, veranderen. Ik bedoel, als er sprake is van een conflicterende relatie, en twee staan op gespannen voet met elkaar en er is sprake van vervreemding, dan kan het zijn dat de één niet vijandig staat tegenover de ander. Maar je hebt er in wezen maar één nodig wil er sprake zijn van vijandschap of vervreemding. Dan hoeft er maar één... Hoe vaak zie je dat niet in families, tussen ouders en kinderen, dat de kinderen zich vervreemden van de ouders en misschien ook vijandig gezind raken?
Nou, wat is dan verzoening? Dat is dat degene die vervreemd is of vijandig is, díe verandert in gezindheid. Daar is niet langer sprake van vervreemding en van vijandschap. Ik zal u straks trouwens daar nog een voorbeeld van geven, maar eerst wil ik naar de volgende misvatting. Dus eerst even wat betreft de gedachte dat God iedereen vergeeft: het gaat om het punt dat vijandschap verandert in vrede.
Misvatting 4: Alle Mensen Worden Verzoend ↑ hoofdstukken
De vierde misvatting, dat is deze. En misschien denkt u: wat is daar nou mis mee, met deze definitie of met deze omschrijving van alverzoening? Alverzoening, dat betekent: alle mensen worden verzoend. Ik zeg: dat zit er dichtbij. En toch, we leggen vanmiddag bepaalde accenten en de puntjes worden op de i gezet. Het begrip is veel wijder. 'Alle' betekent niet alle ménsen. Alverzoening gaat niet alleen over mensen, maar over alle vijanden en vervreemden.
En dan gaan we gewoon weer terug naar het vers waaraan het woord alverzoening is ontleend. Wat ik nu in dit eerste deel van deze studie of presentatie doe, is niks anders dan laten zien wat alverzoening is. Nou, dan ga je terug naar de Schriftplaats waaraan het begrip is ontleend, en kijk je wat er nou precies staat.
Dan kom ik dus weer bij dat vers en nou leg ik weer wat andere accenten. U ziet het ook aan de woorden die ik nu echt in kapitaalletters heb gezet, daar wordt namelijk gesproken over God die door Hem, de Zoon van God, vrede makend door het bloed van Zijn kruis, het al wederzijds met Zich te verzoenen door Hem, hetzij wat op de aarde is.
Wie zijn er op aarde van Hem vervreemd en vijandig gezind? Dat zijn mensen. Dieren niet, dingen ook niet, nee, het zijn mensen. Maar niet alleen op aarde. De verzoening van het al slaat niet alleen op dat wat op de aarde is, maar ook wat in de hemelen is. Zodat die alverzoening, de verzoening van het al, apokatallaxai ta panta, dus niet alleen maar mensen betreft. Het betreft het al, en daarbij wordt niet alleen de scoop op de aarde gericht, maar ook op dat wat in de hemelen is.
En het zal je gedacht zijn – lees het Nieuwe Testament er maar op na – hoeveel er juist ook in de wereld bóven ons is, die zich volkomen onttrekt aan onze waarneming. Dat is een ander verhaal, dat is achter de coulissen, maar niettemin zijn dat degenen die achter de schermen aan de touwtjes trekken, om het zo te zeggen. De Bijbel spreekt daarover. In de Kolossenzenbrief wordt ook gesproken over de overheden en machten. Efeze 2 vers 2 spreekt over de overste van de macht der lucht. Of wat dacht u van Efeze 6 vers 12? U moet het zelf thuis maar eens nakijken. Daar wordt gesproken over de overheden en machten, en over de wereldbeheersers van deze duisternis in de hemelse gewesten. Te midden van de hemelingen, of te midden van de hemelsen. Dan praat je over overheden en machten, boze machten in die ongeziene wereld.
Dus niet alleen maar op de aarde wordt alles verzoend. Alles wat vijandig is, of was, of zal zijn op aarde wordt verzoend. Dat wil zeggen: vijanden worden vrienden. Nee, óók in de hemelen. Het is met recht het al. Er valt dus niets buiten, op de aarde en in de hemelen. Dus als hier staat: 'alle mensen worden verzoend', dan is dat waar, maar het begrip is dan te mager genomen.
Ja, ik weet al, als ik het zo zeg zouden misschien vele mensen kunnen steigeren. Als ik zeg dat alle mensen worden verzoend en ik zeg dat dát een te magere omschrijving van alverzoening is, zullen de meesten zeggen: dat is een veel te brede opvatting! Maar tot dusver beperk ik me gewoon tot de gegevens. Ik stel de dingen vast, en mocht ik me daarin misrekend hebben, dan hoor ik dat graag.
Maar goed, ik neem u daarin dus mee. Ik wil u daarvan trouwens een mooi voorbeeld geven, dat mag eigenlijk ook op een middag als deze niet ontbreken: Filippenzen 2, Filippi 2. Daar lees je die woorden. Het maakt eigenlijk deel uit van een veel groter gedeelte, maar dan gaat het over Jezus die een naam heeft ontvangen. Hij heeft Zich vernederd tot de dood, ja, tot de dood van het kruis, en daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd. Hij heeft Zich tot de uiterste maat vernederd, God heeft Hem ook tot de uiterste maat verhoogd. Opdat in de naam van Jezus, en nou lees ik voor: opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen die in de hemel, van hen die op de aarde, van hen die onder de aarde zijn.
Letterlijk staat er: van hemelsen, van aardsen en van onderaardsen. Zo zeggen we dat niet zo, maar goed, dat is wat er letterlijk staat. Dus welke verdieping je ook neemt, de hemelsen, de aardsen of de onderaardsen, alle knie zal buigen. De hemelsen, de aardsen, de onderaardsen én alle tong.
Let er trouwens op, dat woord tong. Niet alle lip. Dat is de buitenkant, lippendienst. Maar de tong, dat is de binnenkant. En alle tong zou belijden. Waarbij dat woord belijden trouwens ook erg fraai is in dit verband. Want hier wordt namelijk een bijzonder woord voor belijden gebruikt. Het gewone woord voor belijden is homologeo, hetzelfde zeggen. Maar hier wordt een woord gebruikt: exomologeo. Dat woord 'ex', dat kennen we allemaal wel, dat betekent dat het van binnenuit is. Expressie, dat betekent uitdrukking.
Het gaat hier over belijdenis, ja, maar niet zomaar belijdenis. Een belijdenis die van binnenuit komt. Dus niet het idee van: ze moeten met de hiel in de nek, en nou móét je. Nee, het gaat hier over álle tong, daar blijkt het sowieso al uit, maar bovendien geeft het woord belijden aan: het komt van binnenuit. En ze zullen zeggen: Jezus Christus is Heer, tot eer van God de Vader. Waaruit trouwens ook weer blijkt dat het werkelijk één ode aan Hem is.
God wordt als Vader niet geëerd door een gedwongen belijdenis. Nee, het is van binnenuit dat in de hemelsen, de aardsen en de onderaardsen universeel een halleluja zal klinken, tot eer van God de Vader. En gezegd zal worden: Jezus is Heer. Nou, dat is de naam die Hij heeft gekregen. En waarom heeft Hij die naam gekregen? Opdat dit eens de waarheid zou zijn. Tot, en dan eindigt het met: tot eer, tot één grote ode aan God, namelijk de Vader.
Waarmee dus inderdaad ook gezegd is: verzoening van het al. Dat wil zeggen, al die schepselen die misschien nu nog zo weerbarstig zijn, die vervreemd zijn, straks zullen ze, niemand uitgezonderd – of ze er nou wat van willen weten of ze vijandig zijn – allemaal tot deze erkenning komen. Dat is een machtig idee. Als je door de straten loopt en je ziet al die miljarden mensen, wat zal er allemaal in hun hart leven? Hoe zal het daar allemaal mee gaan? Paulus laat het hier zien: geen tong die niet dit zal belijden, geen knie die niet zal buigen, van harte, van binnenuit, voor Hem. Ik moet verder gaan.
Misvatting 5: God Heeft Zich met Iedereen Verzoend ↑ hoofdstukken
En we zijn inmiddels bij de vijfde aangekomen. Alverzoening betekent: 'God heeft Zich met iedereen verzoend'. Nou, dit is een hardnekkig hoor, een heel hardnekkig misverstand. En ik doe vanmiddag niet aan polls, om even uit te zoeken: hoe denkt u hierover, wat zijn de verhoudingen in de zaal? Dat is voor mezelf ook wat makkelijker. Nu sta ik gewoon blanco te praten. Ik weet niet wat u vindt, wat u denkt, ik weet niet wat uw achtergrond is. Dat is ook wel weer een beetje een luxe natuurlijk, sommigen van u ken ik wel.
Maar dit is een gedachte, het hele idee van dat God Zich verzoent, die heeft hele oude papieren in de theologie van de verzoening, en wat daar allemaal weer achter zit, zonder dat alles overhoop te gaan halen. Laat ik me gewoon beperken, ook nu weer, tot de directe gegevens.
Het punt is namelijk dit: God verzoende Zich niet, om een heel simpele reden: Hij was nimmer een vijand! God heeft Zich niet met iedereen verzoend. Dat kan niet, want om je te verzoenen met iemand, moet je eerst een vijand zijn. Maar God was nooit een vijand.
En ik had, nog niet zo lang geleden, de Institutie van Calvijn in mijn handen. Die schrijft dat ook in een van die delen, dat God de mensenvijand was. En daar is een hele uitleg; de betekenis van Golgotha wordt daarop gebaseerd. God was woedend, Gods toorn die moest bevredigd worden en daarvoor diende Golgotha als een soort, als ik het zo mag zeggen, als een bliksemafleider, waarbij Gods toorn bevredigd werd. En zo verzoende God Zich met de mens.
Ik moet u zeggen: het is de grootste karikatuur van Golgotha die je je maar kunt voorstellen. Want het is namelijk een complete omkering van zaken. En ik ga het u ook laten zien en we komen weer terug bij het vers. En nu leg ik weer eventjes andere accenten. Want er staat namelijk dit, lees gewoon wat er staat: "...door Hem, vrede makend door het bloed van zijn kruis, het al wederzijds met Zich te verzoenen." Dus het al wordt met Hem verzoend. Niet: Hij verzoent Zich met het al.
En ik zal u vertellen, alle keren dat het Nieuwe Testament spreekt over verzoenen – kijk het maar na, ik heb het over dít begrip, niet over dat andere woord van bedekken, nee, over dit begrip – dan is het altijd zo dat je deze verhouding ziet: God verzoent met Zich. Nooit: Hij verzoent Zich met de wereld. Daar zit een, ik aarzel om het te zeggen, diabolisch idee achter, maar ik durf het te zeggen. Het is namelijk de gedachte dat God een vijand zou zijn van zijn schepping.
Het tegendeel is waar. God houdt van zijn schepping! Dat is juist de bron van het onderwerp waar we het sowieso over hebben en het is de rode draad door heel de Bijbel. God is liefde, Hij houdt van zijn schepping en Hij maakt alle dingen wel. Als je dat trouwens begrijpt, dan begrijp je eigenlijk het onderwerp ook. Hij is God, Hij heeft alles in zijn hand. Hij houdt van zijn schepping, waarom? Ja, Hij heeft het zelf bedacht, Hij heeft het zelf gemaakt. Zou Hij niet in staat zijn om zijn eigen schepselen daar te brengen waar Hij ze hebben wil? Wel.
En dan kan de schepping, of kunnen schepselen of mensen, van Hem vervreemd raken, of vijandig gezind zijn. Jawel. Maar daarmee is God nog geen vijand. God hoefde Zich niet te verzoenen. "Het al wederzijds met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is."
Ik ga nog naar een andere Schriftplaats waar je exact hetzelfde ziet. Waar dus ook de notie ontbreekt dat God Zich verzoent. Nee, nergens vind je dat in de Bijbel. Ik daag u uit om het tegendeel aan te tonen. Altijd is het, als het gaat over verzoening, dan verzoent God iets mét Zich.
"En dit alles is uit God, die door Christus..." – 2 Korinthe 5 – "...ons met Zich verzoent." Niet Zích met ons; óns met Zich. "En ons de bediening van de verzoening geeft... welke immers hierin bestaat dat God in Christus... de wereld met Zichzelf verzoenende was." Niet: Zichzelf met de wereld verzoenende was. Zie je?
Ik weet niet hoe kien u hier nog bent op zondagmiddag... Het lijkt subtiel, maar het is een wereld van verschil, of God Zích met de wereld verzoent, of Hij de wereld mét Zich verzoent. Dat is namelijk wat er staat. Met Zichzelf, niet Zichzelf met. "Door hun overtredingen niet toe te rekenen."
Ik heb er nog één: Romeinen 5. "Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend werden door de dood van zijn Zoon..." Niet dat God verzoend werd met óns. Nee, wíj waren vijanden. Hier zie je trouwens ook weer vijandschap en verzoening. Die twee hebben met elkaar te maken. Het gaat niet over dingen, het gaat over personen. En wel over vervreemden en vijanden. "Als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend werden." Niet dus God met ons. Nee, God was geen vijand, wíj waren vijanden.
En Paulus zegt: "toen wíj vijanden waren". En Paulus was er zelf trouwens een geweldig voorbeeld van. Geweldig tussen aanhalingstekens. Hij zegt ook wíj. Toen wíj vijanden waren. En Paulus was een vijand! Maar hij zegt: ik ben een vijand – in ieder geval één van die vijanden – maar ik werd met God verzoend. Niet: God werd met mij verzoend.
God was altijd al liefde. Nooit was Hij een vijand. Dat is een heel belangrijk punt. Vooral ook in verband met het beeld dat we van God hebben. Houdt Hij van ons? Is Hij werkelijk liefde? Is Hij begaan met elke creatuur? Of is Hij een vijand die zijn toorn moet stillen en die ons probeert te pakken of zo? Ik heb nog wat op het programma staan, dus ik moet verder gaan.
Misvatting 6: Iedereen Is Al Verzoend ↑ hoofdstukken
Alverzoening betekent: iedereen is verzoend. Nou, daar kan ik kort over zijn. Misschien zijn er ook hier in de zaal die die gedachte hebben. Ik heb het wel vaker gehoord van mensen die zich als proponent beschouwen van de gedachte van alverzoening, dat dat betekent: 'iedereen is verzoend, alleen ze weten het allemaal nog niet'. Nou, ik vind het een mooie oneliner, maar het klopt niet. Nee.
Waarom is dat fout? Nou, zelfs al zou er nog maar één vijand zijn, dan is alverzoening nog geen feit. Want als we eventjes de puntjes op de i houden en ook even scherp blijven: verzoenen betekent dat vijanden of vervreemden veranderen in vrienden. Wel, dat betekent dat alverzoening geen feit is zolang er ook nog maar één vijand is, of één iemand die vervreemd is.
Natuurlijk, alverzoening is een Bijbels feit. Daar zijn we eigenlijk min of meer op voorhand van uitgegaan. Het is een Bijbels begrip, het wordt zo geleerd, maar het is pas gerealiseerd als er geen vijand meer gevonden zal worden. En dat moment komt, namelijk als alle hemelsen, aardsen en onderaardsen – kortom het al – van harte zal belijden: 'Jezus Christus is Heer, tot eer van God de Vader'. Dan is er geen vijand meer.
Ik vind het goed als we straks de bespreking zullen houden. Dan houd ik nu even mijn verhaal, want ik ben bang dat ik anders niet aan mijn vijf kwartier genoeg heb. Zo was het toch Silvia? Vier à vijf kwartieren hè? Sorry? Oh nee, ik probeer me toch een beetje aan mijn tijd te houden. Ja, nou ja, als het dan toch langer wordt, dan moet ik er nog maar even wat bij schenken.
Dus alverzoening betekent niet: iedereen is verzoend. Het betekent: iedereen, elk schepsel wordt verzoend.
Misvatting 7: Iedereen Verzoent Zich met God ↑ hoofdstukken
En dan komen we bij de zevende. Die is subtiel en toch ook van groot belang. Alverzoening betekent, dat is de uitleg dan: iedereen verzoent zich met God. Is dat zo? Ja, ik noem het een misvatting, dus u weet in ieder geval al hoe ik erin sta.
Waarom is dit een misvatting? Het antwoord is: God verzoent en schepselen wórden verzoend. Het is niet: iemand verzoent zich, iemand wórdt verzoend. Men is daarin passief, dat is een groot verschil. In de verzoening is een schepsel volstrekt passief. God is degene die verandert en Hij maakt vijanden tot vrienden. Het is niet een vijand die zichzelf verandert en daardoor een vriend wordt. Nee, dat is Gods werk. Ook dat kan ik Bijbels aantonen en ik zal u daarvoor weer een paar voorbeelden geven.
Romeinen 5. Daar waren we al even, maar nu pak ik weer een ander woord. Ik vergroot het even uit. Daar staat: "Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend werden door de dood zijns Zoons..." Ook hier is het dus zoals gezegd: Paulus sluit zich daarbij in. Paulus zegt: "Ik was een vijand en ik wérd verzoend." Dat wil zeggen: ik werd van een vijand een liefhebber van Hem. Namelijk toen mij duidelijk werd: de dood van Zijn Zoon, waarin God Zijn liefde bewijst. De vijandschap smelt op het moment dat je weet dat die ander tegenover wie jij vijandig bent, of vervreemd wellicht bent... dat je weet: Hij houdt van mij. Hij houdt zóveel van mij, dat zelfs al vermoorden ze Zijn Zoon, dan nog verandert dat niets aan Zijn liefde. Vandaar dat de dood van Zijn Zoon en de wijze waarop – het bloed van het kruis – dat bewijst Gods liefde. En daarmee verandert Hij vijanden in vrienden en van de vijandschap blijft niets over. Het bewijst namelijk Zijn liefde. God overtuigt Zijn schepsel. Hij overtuigt vijanden. Dat is wat verzoenen is, en daarin is de mens passief. Je wordt verzoend, je verzoent jezelf niet.
Ik heb het zo vaak gehoord: "Ja, verzoening... maar je moet wel geloven, of je moet je wel láten verzoenen." Het klinkt misschien wat gechargeerd, maar het is precies zoals het is: er is één voorwaarde. Er is één voorwaarde om verzoend te wórden. Ik zal het u vertellen: je moet eerst vijandig en vervreemd zijn. Ja, als je niet vijandig gezind bent of vervreemd, dan kun je niet verzoend worden. Dus dat is de voorwaarde. Dat is voor ónze rekening. Dat is de voorwaarde: je moet een vijand zijn of vervreemd. En God neemt de rest voor Zijn rekening. Namelijk, Hij verzoent en wij moeten vijandig en vervreemd van Hem zijn. We wórden verzoend. Het is Zijn werk.
Paulus schrijft dat ook in 2 Korinthe 5 als hij het over deze dingen heeft. En daar zegt hij: "En dit alles is uit God." Nou, dat is eigenlijk wat ik ook zeg. Het is niet uit een mens. We zijn daarin lijdend voorwerp. Híj is degene die handelt. Wij hebben onszelf niet gemaakt, niemand van ons. Sommige mensen tobben daar hun hele leven mee, met het gegeven dat ze zijn zoals ze zijn. Maar het antwoord is: er is er Eén die ons gemaakt en bedacht heeft, en die een plan heeft. Hij heeft ons gemaakt, en dat niet alleen, Hij is ook degene die ons verandert. Hij is de pottenbakker, wij zijn de klei. En Hij maakt ons, maar Hij verandert ons ook. Zijn wij vijanden en zijn wij vervreemd? Dan is Hij het die garant staat dat wij veranderd worden. Hij overtuigt ons.
Hoe maak je nou een vijand tot een vriend? Door hem of haar te overtuigen van jouw liefde. Er staat in Romeinen 12 een mooi voorbeeld daarvan: als uw vijand dorst heeft, geef hem te drinken. Heeft hij honger, geef hem te eten. Want, wordt er dan aan toegevoegd, zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd werpen. En er staat nog iets bij, maar dat is me even ontschoten. Maar in ieder geval: dan kan de vijandschap niet blijven bestaan. Als iemand naar wie jij vijandig staat, en jij hebt honger, en je komt in een situatie dat je afhankelijk van de ander bent... en die ander bewijst, ondanks de vijandschap, jou liefde. En die geeft jou eten als je honger hebt. Wel, dan kan de vijandschap niet langer blijven bestaan.
Het is een prachtige Bijbelse illustratie, wat mij betreft de mooiste, en dat vinden we in de geschiedenis van Jozef en zijn broeders. Die hem hadden verkocht nota bene! En die kwamen inderdaad in een situatie van honger. En die kwamen in Egypte. En Jozef bewijst wat zij voor hem betekenen. Zijn hart stond wagenwijd open voor hen. Ja, niet omgekeerd! Hij bewijst zijn liefde, hij geeft hen te eten. Nou ja, dat is een heel proces geweest. Dat is niet van het ene op het andere moment. Maar hij bewijst zijn liefde en zo worden die vijandige broers weer veranderd in vrienden. En zo werd de band hersteld. Dat is wat verzoening is: van binnenuit. Maar Jozef was degene die dat deed aan hen.
Hier: "Dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoent." Wie doet dat? God. Aan wie doet Hij dat? Aan ons. "...en ons de bediening van de verzoening geeft, welke immers hierin bestaat dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was." Wie doet dat? God. Aan wie doet Hij dat? De wereld. Is die wereld vijandig? Ja, want anders hoefde Hij niet te verzoenen. Dus dat is de enige voorwaarde: dat je vijandig bent of vervreemd.
Ja, ik heb nu dus een zevental ideeën, misvattingen blijken dat te zijn, over alverzoening naar voren gebracht.
Het Fatale Bezwaar: de Eeuwige Straf ↑ hoofdstukken
En als ik het zo zeg, dan kan ik me voorstellen dat u zegt: "Ja, alles goed en wel, prachtig wat je vertelt, duidelijk, ik kan er eigenlijk geen speld tussen krijgen. Het staat er zo, maar er is één fataal bezwaar waardoor ik het niet kan accepteren en het wel on-Bijbels moet zijn." En dat is vanwege dit punt. De Bijbel spreekt toch van een eeuwige straf? En van een eeuwig vuur? Of van een eeuwig verderf? Of van een pijniging tot in alle eeuwigheden?
Als dit waar is in de zin zoals wij dat dan opvatten... Je pakt een woordenboek, wat is eeuwig? Je pakt de Van Dale uit de kast: eeuwig is een tijd zonder einde. Nou, als er een eindeloze straf is, is er kennelijk geen verzoening. Dus dan is het óf het een óf het ander waar.
Voor veel mensen ligt deze hele kwestie op die manier. Het is namelijk óf je gelooft het een, óf je gelooft het ander, en dan wordt het kiezen. Je kunt niet beide geloven. Je kunt niet geloven dat God alle schepselen weder tot Zich verzoent, en tegelijkertijd ook geloven in een eindeloos vuur, een eindeloze straf of een pijniging tot in alle eeuwigheden. Dat kan niet. Het is namelijk het een of het ander, en dan gaan mensen kiezen.
Dit is een fataal bezwaar. En aangezien er vele Schriftplaatsen zijn die spreken in deze trant, ligt voor veel mensen alverzoening buiten hun horizon. Dat kan nooit, denkt men. Er staat wel "alle", maar dat betekent niet écht "alle". Dan moet je namelijk dat begrip "alle" gaan reduceren, reductie plegen op de tekst. En dat is wat ook algemeen gedaan wordt. Als er staat "alle mensen", ja, dan zegt men: dat betekent "allerlei mensen", of "vele mensen", of "alle mensen, op voorwaarde dat...".
Je moet dan gaan sleutelen aan al die universele termen van "allen" of "elke". En ik kan er heel wat noemen en er zullen er nog meer ter sprake komen. Als er in 1 Timotheüs 4 staat dat God een Redder is van alle mensen, dan staat er in de kanttekeningen van de Statenvertaling: "Ja, dat betekent alle gelovigen." Of er staat in de studieboeken van het Wachttorengenootschap: "Dat betekent allerlei mensen." En zo worden die begrippen, als we het hebben over alverzoening, gereduceerd. Het mag dus niet "alle" betekenen, en daar heeft men een heel goed argument voor om dat te doen.
Natuurlijk is dat sleutelen, dat kan eigenlijk niet. Je mag zo niet met de tekst omgaan. Maar men is genoodzaakt om het zo te doen, omdat de Bijbel spreekt over een eeuwige straf en termen van soortgelijke strekking. Dit is het allerbelangrijkste bezwaar. Er zijn ongetwijfeld nog andere bezwaren, maar die kunnen niet tippen aan dit bezwaar. Dit is namelijk een fataal bezwaar, waar we het zojuist over gehad hebben, tegen alverzoening.
En hoe zit dat? Het antwoord is heel simpel, als u het mij vraagt. Het klinkt misschien wat arrogant of badinerend als ik het zo zeg, maar ik hoop dat u straks hetzelfde met mij kunt zeggen. Namelijk: het zit hem vast op de betekenis van dat woordje eeuwig en eeuwigheid. Want dat is dus de vraag die we ons moeten stellen.
De Betekenis van Eeuwigheid (olaam) in het Oude Testament ↑ hoofdstukken
Wat is eeuwig? Wat is eeuwigheid? Nou, laten we eerst eens even naar het Oude Testament toe gaan.
Ik ga eerst even de Bijbelse Encyclopedie openslaan. Ik hoop dat er nu mensen zijn die hun wenkbrauwen fronsen en zeggen: "Ja, hoor eens even, dat is voor mij geen argument." Dan ga ik het liefst naast u zitten en zeggen dat ik het daar helemaal met u eens ben. Maar voor velen is dit wél een argument. Wat zeggen de naslagwerken? De naslagwerken zijn er volstrekt helder in wat dat begrip 'eeuwig' betekent.
Ik citeer nu uit de Bijbelse Encyclopedie, uitgegeven bij Kok Kampen, hier niet ver vandaan. Op pagina 239 staat over 'eeuwigheid' dit: "Het Hebreeuwse olaam..." Dus als we in het Oude Testament het woordje eeuwig of eeuwigheid tegenkomen, dan is dat doorgaans de weergave van dit Hebreeuwse woord olaam. De encyclopedie vervolgt: "Het Hebreeuwse olaam, waarvan in het Oude Testament 'eeuwigheid' de vertaling is, is verwant met een werkwoord dat 'verbergen', alaam, betekent. Het duidt dan ook iets aan dat in het verleden of in de toekomst nog verborgen is." Men zegt dan ook wel: het is een tijd met een verborgen einde of een verborgen begrenzing. Het heeft dus de betekenis van een zeer lange tijd.
Aha. Wacht even, maar eeuwigheid betekent toch eindeloos? Ja, in onze perceptie wel, als we de Van Dale erbij pakken. Maar het woord dat in de Bijbel daaraan ten grondslag ligt, betekent beslist niet eindeloos, zegt de Bijbelse Encyclopedie. Ik had nog heel andere naslagwerken kunnen noemen. Dat doe ik expres niet, omdat ik een ander accent wil leggen. Ik wil de Schriften laten spreken, want die zijn volstrekt eenstemmig met dit geluid.
Het is namelijk heel gemakkelijk aan te tonen. Men weet het wel. Dat wil zeggen, als je navraag gaat doen, dan weet men het. Ik heb hier boekjes liggen, misschien kent u ze wel. Dit zijn hele dunne brochures. Alverzoening, hier ook een boekje over alverzoening. Ik heb ze maar meegenomen, zodat u in ieder geval weet dat ik toch ook van de andere kant eens een keertje wat kennis heb genomen. Ik had nog een paar meter boeken mee kunnen nemen, maar daarin wordt naar voren gebracht – en men geeft direct toe – dat het woordje 'eeuwigheid' in de Bijbel inderdaad niet de betekenis heeft van een eindeloze tijd.
In wezen heb je daarmee het hele probleem getackeld. Maar ik zal u nu eens meenemen naar de Bijbel. Want dit was dan het geluid van de encyclopedie, en van welk naslagwerk je daarvoor ook zou kunnen opvoeren, maar nu ga ik u meenemen naar Psalm 90. Daar lees je over God in vers 2, een bekende psalm is dat: "Van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God."
Dan moet u weten dat wat hier weergegeven wordt met 'eeuwigheid', in exact dezelfde vorm nog een keer voorkomt – en nog een paar keer trouwens – in Jeremia 7. Dit is trouwens een fout die ik hier in de presentatie heb gemaakt, want hier staat Psalm 90, maar dat moet ik nog even wijzigen, dat is Jeremia 7. Makkelijk te onthouden. Dan gaat het over God, die Israël wil laten wonen: "op deze plaats, in het land dat Ik aan uw vaderen gegeven heb, van eeuw tot eeuw."
Nou zou je zeggen: dat is een heel ander begrip. Maar ik zal u vertellen: er staat hier in het Hebreeuws exact hetzelfde. Zowel in Jeremia 7 als in Psalm 90. In de ene tekst geeft men het weer met 'eeuwigheid' en in de andere geeft men het weer met 'eeuw'. Zo doet men dat trouwens heel vaak. Kijk het maar na in een trefwoordenregister, dan zie je dat het woordje olaam deels wordt weergegeven met 'eeuwigheid' en deels met 'eeuw'.
Dat is een wereld van verschil! Want het ene is namelijk beperkt in tijdslengte, en het andere is eindeloos. Als je dat idee van 'eindeloos', wat wij nu eenmaal koppelen aan 'eeuwig', betrekt op en leest in begrippen als 'eeuwige straf', dan word je daardoor verhinderd. Dat verblindt je in één keer voor wat ik eerder naar voren bracht over de verzoening van het al. Dat alle knie zich zal buigen, alle tong zal belijden, enzovoort, dat kun je daar dan niet meer zien.
Ja, totdat je duidelijk wordt: dat woord 'eeuwigheid' is hetzelfde als 'eeuw'. Eigenlijk komt het er simpel gezegd hierop neer, dat als je 'eeuwigheid' in de Bijbel leest – in ieder geval in het Oude Testament, ik kom straks op het Nieuwe Testament nog terug – dan staat daar exact hetzelfde woord. Elders wordt het weergegeven met 'eeuw'.
Ik zal u nog een fraai voorbeeld geven. Dit is uit de Statenvertaling, terwijl de rest van de citaten doorgaans uit de NBG-vertaling komt. Dit is een profetie in Jesaja 32 vers 14, en dan wordt er gezegd: "Want het paleis zal verlaten zijn, het gewoel der stad zal ophouden; Ofel en de wachttorens zullen tot spelonken zijn, tot in der eeuwigheid."
In de NBG-vertaling staat 'voor altijd', maar in de Statenvertaling 'tot in der eeuwigheid'. En dat is zo leuk, want dan moet je even doorlezen! Er staat: "...een vreugde der woudezelen, een weide der kudden, totdat over ons uitgegoten worde de Geest uit de hoogte..."
Hé! Die vind ik nou zo mooi. Want men heeft het hier weergegeven met 'tot in der eeuwigheid', maar dat blijkt dus een 'totdat' te hebben. Maar dat is een vreemde eeuwigheid! Laat ik nou toch altijd de gedachte hebben bij eeuwigheid van iets waar geen eind aan komt. Nee, zegt Jesaja, dat zal weliswaar het geval zijn, maar het hééft een 'totdat'.
Trouwens, even terzijde: Gods toorn – en dat heeft natuurlijk direct met dit onderwerp te maken – heeft altijd een 'totdat' en ook een 'opdat'. Het is nooit een doel op zich, het is altijd een middel tot het doel. Gods oordeel is een realiteit, maar het is niet eindeloos. Integendeel, het is juist met het oog op het herstel van dingen, om dingen recht te zetten: gericht.
Ook hier zie je dus – want daar wil ik me nu even toe beperken – hier staat dat woordje ad olam, tot de eeuw, maar dat heeft dus een 'totdat'. Nou, dit is wat betreft het Oude Testament. Ik geef toe, ik ga er met zevenmijlslaarzen doorheen, ik moet het kort houden.
Maar om het even kort en duidelijk weer te geven: olaam wordt weergegeven met 'eeuw' en 'eeuwigheid'. Maar als je de betekenis concordant – dat wil zeggen eensluidend – zou weergeven, dan geef je het weer met 'eeuw'. Dat kan namelijk áltijd. "Van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God", "van eeuw tot eeuw zijt Gij God." Maar in die eerste passage kán de vertaling met 'eeuwigheid' eigenlijk niet, want dan zou dit woordje 'totdat' er niet staan. Ik vind het wel leuk dat men het hier toch zo gedaan heeft, want hiermee weerlegt men zichzelf. De vertalers geven hiermee aan: onze vertaling klopt niet. Zo lees ik dat op mijn simpele manier. Goed.
De Betekenis van Eeuwigheid (aion) in het Nieuwe Testament ↑ hoofdstukken
Ik stel diezelfde vraag, nu gaan we even naar het Nieuwe Testament. Het Nieuwe Testament is niet geschreven zoals het Oude Testament in het Hebreeuws, maar in het Grieks. Dus dan moeten we daar ook eens kennis van nemen. En dan gaan we even naar een ander naslagwerk. Niet de Bijbelse Encyclopedie, maar dan gaan we naar de Winkler Prins toe. De editie van 1950, deel 7, bladzijde 797. Volstrekt oninteressant, maar wat wel interessant is, is dit: daar schrijft de Winkler Prins een algemeen antwoord, dat helemaal geen theologische insteek heeft. Die verklaart gewoon een begrip naar de algemene betekenis die het heeft. Aion, dat is namelijk het Griekse woord voor wat in het Hebreeuws 'olam' is, waar ik het over had. Dat is in het Grieks 'aion'.
Aeon of eon, de uitspraak of de wijze waarop je het spelt, dat is dan nog een andere kwestie. Dit is eigenlijk de manier waarop je dat in het Nederlands weergeeft, of in het Engels: eon. Ik merk – en dat is mijn persoonlijke impressie – dat het begrip 'eon' steeds meer terugkomt, ook in de Nederlandse taal. Eonen, dat is in de zin van een tijdperk. Een wereldtijdperk. En de Winkler Prins schrijft: "Aion betekent niet eindeloze duur, maar tijdperk." Wat wat mij betreft een open deur intrappen is, maar het is een theologische bom. Want op het moment dat je dit gaat toepassen, dus overal waar 'aion' voorkomt in het Nieuwe Testament en men geeft het weer met eeuwigheid... dat kan niet. Dat is namelijk niet de betekenis van het woord. En dit zeg ik niet omdat de Winkler Prins dat zegt, dit is namelijk gewoon exact zoals het is. Namelijk exact overeenkomend ook met de Bijbelse feiten.
Ik zal daar een voorbeeld van geven. Je hebt het zelfstandig naamwoord 'aion' (eeuw), en je hebt de bijvoeglijke vorm, 'aionios'. En dan is het 'eeuwig', zoals we ook 'jaar' en 'jarig' kennen. Eeuw, eeuwig. Als je het trouwens zo zegt: 'eeuwig' is de bijvoeglijke vorm van eeuw, het verwijst naar een eeuw. Niet naar eeuwigheid. Het hele punt dat ik u nu eigenlijk in dit tweede deel naar voren breng, is dit: het hele begrip 'eeuwigheid' komt niet in de Bijbel voor. Het is 'eeuw', 'aion'. Eeuwigheid is eeuw. Als u dát van dit tweede deel meepakt, dan ben ik niet helemaal tevreden, maar dan heeft u in ieder geval de clou toch te pakken.
Ik neem u even mee naar 2 Timotheüs 1 vers 9. Daar staat dit: "die ons behouden heeft" of "die ons redt" – het staat eigenlijk in de tijdloze vorm – "die ons redt en roept met een heilige roeping. Niet naar onze werken, maar naar zijn eigen voornemen." Ik heb de neiging om hier even stil te houden. Want dit is zo elementair. Hier wordt God in de picture geplaatst. De Plaatser die alles in zijn hand heeft. Die niet kijkt naar onze werken, onze prestaties of naar onze vijandschap. Hij heeft een plan. Hij heeft een voornemen. Hij is God. Wij zijn klei. Wij zijn schepseltjes. En Hij roept. Hij redt. En dat is niet conform onze prestaties of onze medewerking. Nee, het was allemaal zelfs al in kannen en kruiken ver voordat wij ter wereld kwamen. Waaruit maar weer blijkt dat het inderdaad volkomen los staat van onze prestaties. Want toen wij er nog niet eens waren, laat staan iets konden presteren, was dit al een feit. En stond dit vast.
"Die ons redt en roept met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar zijn eigen voornemen en de genade" – dat wil zeggen, Hij geeft het om niet, gratis – "die ons in Christus Jezus gegeven is vóór eeuwige tijden." Een mooie term is dit, want daarom citeer ik het: vóór eeuwige tijden. In het Grieks staat er dit: pro chronon aionion. Weet u wat men dan zegt? Wij kennen in het Nederlands de tegenstelling 'tijd' en 'eeuwigheid'. Voor tijd en eeuwigheid. De Bijbel niet. Dit woord, chronon (van chronos), is tijd. Maar de Bijbel spreekt dus over aionische tijden.
En hier moet je eens even bij stilstaan. Dat betekent dat de eeuwige tijden, of zoals de Statenvertaling zegt, 'de tijden der eeuwen', een begin hebben. Want God had dit allemaal al bepaald en het was gegeven, zijn voornemen was het al vóór de tijden der eeuwen. Voordat die aionische tijden of eeuwige tijden, hoe je het ook maar zeggen wil, een aanvang hadden, was dit al in zijn hart en in zijn voornemen. Vóór die eeuwige tijden. Dus 'eeuw' of 'aion' staat niet tegenover 'tijd'. Nee, het is juist zo dat een eeuw een kenmerk is van díe tijden, en die hebben een aanvang gekregen. Vandaar dat er ook sprake kan zijn van 'vóór eeuwige tijden'. En daar komt bij: een eeuwige tijd heeft dus niet alleen een begin, want er was iets vóór eeuwige tijden, maar een eeuwige tijd heeft ook een einde. Want het wordt weer opgevolgd door een andere eeuwige tijd. Vandaar het meervoud: "voor eeuwige tijden". Dus de ene eeuwige tijd wordt weer opgevolgd door een andere eeuwige tijd.
Daar moet je aan wennen, dat weet ik. Inmiddels ben ik er helemaal vertrouwd mee. Maar het heeft me ook de nodige tijd gekost om te schakelen. Zeker als je vertrouwd bent en opgegroeid bent in het gedachtegoed van een eindeloze eeuwigheid. Dan moet je daar helemaal van loskomen. Nou ja, ik zou zeggen: bestudeer de Schrift. En maak deze dingen je gewoon eigen. En lees wat er staat. Voor eeuwige tijden was dit Gods voornemen in zijn plan, waaruit dus volgt dat die aionen een begin hadden, en bovendien ook een einde hebben en weer opgevolgd worden door andere aionen.
Ik neem u nog naar een andere schriftplaats mee, over het koninkrijk: Openbaring 11 vers 15. Bij de zevende bazuin wordt er geroepen: "Het koninkrijk van de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden." Die term komt nog wel eens een keertje voor, met name in het boek Openbaring, maar daar moet je even over nadenken. In de eerste plaats even nadenken over het woordje 'eeuwigheden'. Dat is een vreemde term, als je denkt dat eeuwigheid eindeloos is. Want als eeuwigheid een eindeloze tijd is, wat kan er dan nog aan toegevoegd worden? Hoezo meervoud, 'eeuwigheden', en dan nog wel 'alle' eeuwigheden? Hoe meer je erover nadenkt, hoe meer je erover struikelt.
Dat is namelijk een, zoals dat met een mooie Latijnse term heet, contradictio in terminis. Dat wil zeggen, het is een innerlijke tegenstrijdigheid. De termen strijden in zichzelf met elkaar. En als je even nadenkt over dat begrip 'alle eeuwigheden', ga dan eens een keertje terug naar de grondtekst. Ik heb het even uit de interlineair voor u overgenomen. Er staat letterlijk níét 'tot in alle eeuwigheden'. Er staat: "tot in de aionen van de aionen". Hoezo alle? Het woord 'alle' staat helemaal niet eens in die tekst! En er wordt niet gesproken over eeuwigheden, maar er wordt twee keer gesproken over aionen: de aionen van de aionen. Nogmaals, het is gewoon een vaststelling. Het is geen mening, het is een vaststelling. Hier is niet eens sprake van eeuwigheden: tot in de aionen van de aionen.
Waarom hebben ze dat dan niet zo weergegeven, vraagt u? Ja, ik heb wel een idee. Dat is de theologie. Er zit namelijk geen enkele logica achter. Wat verhindert men om dat gewoon weer te geven? Ik zal u straks nog een kolossale reden geven. Maar er staat gewoon: "tot in de aionen van de aionen". Die term zelf, de wijze waarop het gebezigd wordt, is de overtreffende trap. Dat is eigenlijk ook een soort hebraïsme, zoals de heilige der heiligen, de Koning der koningen, en hier: de aionen van de aionen. Dat wil zeggen, de aionen die gaan komen, dat zijn de meest overtreffende aionen vergeleken met degene die eraan voorafgegaan zijn. De overtreffende aionen. Wel, daarin zal Hij heersen. Is dat tot in alle eeuwigheid? Nee, zeg ik dan.
Het was Oost-Europees, maar nee, Hij heerst niet tot in eeuwigheid of tot in alle eeuwen. Hij heerst tot in de aionen van de aionen. Dat is wat er staat. En de wijze waarop het gebezigd wordt, geeft juist aan dat het om tijdperken gaat. Namelijk in de meest overtreffende tijdperken die nog gaan komen, waarin Zijn heerschappij haar beslag zal krijgen.
Maar ik zal u dit verklappen: die tijd kent een einde. En daar wil ik u dan ten slotte naartoe nemen, naar een tekst waarin dat ook zo uitdrukkelijk staat. Ook dat Schriftgedeelte vind ik dat bij zo'n presentatie als deze genoemd moet worden.
Ik heb nog hele belangrijke Schriftplaatsen niet genoemd. Als u me daar straks op aanvalt of bekritiseert, dan geef ik u helemaal gelijk. Er had zoveel meer nog genoemd kunnen worden, maar ja, de tijd is slechts beperkt. Maar hier wil ik u even naartoe nemen.
Want ik noem nu dit gegeven: Openbaring 11 vers 15, waar gesproken wordt over de Gezalfde. Die zal heersen tot in alle eeuwigheden. Nou, ik heb u al laten zien: eeuwigheden, dat is een innerlijke tegenstrijdigheid. Ik heb u ook laten zien dat het er helemaal niet staat. Er wordt gesproken over de aionen van de aionen.
De Voleinding in 1 Korinthe 15: God Alles in Allen ↑ hoofdstukken
En nou ga ik u nog eens wat vertellen. Ik neem u mee naar 1 Korinthe 15. Het monumentale hoofdstuk over de triomf van het leven over de dood. En dan vangt een nieuw gedeelte aan in vers 22 met deze woorden: 'Want evenals in Adam allen sterven'. Alle nakomelingen van Adam sterven, we zijn allemaal stervelingen. Heb je daarvoor gekozen? Nee, gewoon, je bent een adamiet. Een nakomeling, een afstammeling van Adam en daarom een sterveling. Zo is het. Of je het nou leuk vindt of je het er nou mee eens bent, het is gewoon een gegeven. We zijn allemaal stervelingen, allemaal.
'Evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus' – Hij wordt in ditzelfde hoofdstuk de laatste Adam genoemd – 'allen levend gemaakt worden.' Maar er staat dan: 'Ieder in zijn eigen rangorde.' Iedereen in zijn eigen volgorde, in zijn eigen afdeling. En dan staat er: 'Christus als eersteling.' Was Christus de eerste die opstond uit de doden? Nee. Er waren er velen, er zijn toch heel wat mensen aan Hem voorafgegaan die ook opstonden uit de doden. Maar Hij is wel in ander opzicht eersteling: Hij is de eerste die opstond om nooit meer te sterven, die opstond in onvergankelijkheid. Als zodanig is Hij de eersteling, namelijk van werkelijk leven.
Een man als Lazarus, die Hij had opgewekt uit de doden, was een geweldige uitbeelding van dat Hij de opstanding en het leven is, jazeker. Maar ook Lazarus is korte of langere tijd later gewoon weer, net als elk ander mensenkind, overleden. Maar Hij is de eersteling omdat Hij werkelijk leeft, onvergankelijk. Over dat leven gaat het. 'Allen levend gemaakt' gaat naar het model van Christus als eersteling. Wel, in Adam sterven allen, maar zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Iedereen in zijn eigen afdeling. Christus als eersteling.
Vervolgens die van Christus zijn bij Zijn komst. Eigenlijk staat er 'in Zijn parousia'. Dat is niet een moment, maar dat is een tijdperk, in Zijn aanwezigheid. Ik ga daar nu aan voorbij, want ik wil verder lezen. 'Daarna het einde.' Het einde van wat? Nou, van die levendmaking. Want daar ging het over: allen zullen worden levend gemaakt. Het gaat hier over twee keer 'allen'. Gewoon alle mensen. Als dit alle mensen zijn, dan zijn dit ook alle mensen. Wel, iedereen in zijn eigen rangorde. Eerst Christus, vervolgens die van Christus zijn... en daarna het einde. Dat wil zeggen, zij die niet van Christus zijn. Die nu níet van Christus zijn. En dan heb je dus alle mensen gehad.
En daar wordt ook gezegd bij welke gelegenheid dat zal zijn, in welke situatie, welke context: 'daarna het einde, wanneer Hij het koninkrijk aan God de Vader overdraagt', teruggeeft, 'wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben'. Want, staat er in vers 25, Hij moet – Hij, Christus, moet – als koning heersen, totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten gelegd heeft.
Hé, lazen we zojuist in Openbaring 11 vers 15, en er zijn er meer schriftplaatsen: 'Hij heerst tot in alle eeuwigheden'? Liederen zeggen dat ook. En hier lezen wij: 'Hij moet als koning heersen, tótdat...' Dus Zijn koningschap is niet voor altijd, maar heeft een 'totdat'. Hij zal Zijn koninkrijk te zijner tijd ook weer overdragen aan God de Vader. Dus niet altijd. Waaruit weer blijkt dat het niet 'alle eeuwigheden' zijn. Het is tot in de aionen der aionen.
Had men eerbiedig weergegeven wat er staat, dan was hier geen sprake van tegenstrijdigheid geweest. Dan hadden we niet hoeven kiezen tussen die groep teksten en die andere groep teksten. En dan kun je namelijk dít geloven en dát ook geloven. Niet een keuze maken van: ja, wat komt ons het beste uit? Nee, dit staat er geschreven en dát staat er geschreven. Voorwaarde daarbij om alles te geloven, is dat je ook werkelijk weergeeft wat er staat geschreven, en niet je eigen inbreng daarbij levert. Als daar aion staat, en je geeft het de ene keer weer met 'eeuwigheid' en de andere keer met 'eeuw', dat is niet eerlijk. Daarmee creëer je verwarring, gooi je de dingen door elkaar. En dan weet u meteen wie erachter zit.
'Hij moet als koning heersen totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten gelegd heeft.' En dan staat er: 'De laatste vijand die onttroond wordt, is de dood.' Dat wil zeggen, als die onttroond wordt, is er dus geen dood meer. Wat was Paulus' statement? 'Allen zullen levend gemaakt worden.' Nou, als allen levend gemaakt zijn, dan is er dus geen dood meer. Hoe doet Hij de dood teniet? Nou, gewoon door allen levend te maken. En wie moesten er nog levend gemaakt worden bij het einde? Nou, degenen die niet van Christus zijn. Ook díe worden levend gemaakt.
En dan staat er in vers 27: 'Want alles heeft Hij aan Zijn voeten' – is Hij, dus God – 'aan Zijn voeten onderworpen. Maar wanneer Hij zegt dat alles onderworpen is, is blijkbaar Hij uitgezonderd die Hem alles onderworpen heeft.' God Zelf, dat ligt in de aard der zaak. En dan vers 28: 'Wanneer alles Hem onderworpen is...' Alles. Inderdaad, uitgezonderd God die Hem alles onderworpen heeft, dat is de uitzondering.
Maar als alles Hem onderworpen is, er geen dood meer zal zijn en allen in Christus dus levend gemaakt zullen worden... Als alles Hem onderworpen is, dan zal ook de Zoon Zelf Zich aan Hem onderwerpen die Hem alles onderworpen heeft. Met als doel? 'Opdat God zij, Alles in allen.' Welke 'allen'? Wel, in ieder geval díe allen die in Adam sterven en in Christus worden levend gemaakt. Namelijk wanneer de dood tenietgedaan wordt en het leven zal triomferen.
Waarbij aan het einde van de aionen... Niet aan het einde van de eeuwigheid, maar aan het einde der aionen, bij de voleinding der aionen, allen levend gemaakt zijn. En alle hemelsen, aardsen en onderaardsen zullen belijden tot eer van God de Vader: 'Jezus Christus is Heer!' En dan zal het worden: God Alles, maar dan ook in allen. En dan ontbreekt er niemand. En dan zal God Zijn doel hebben bereikt. En dan zal alles wat Hij ooit kwijt was, wat verloren was, gevonden zijn. En zo blijkt God daadwerkelijk God te zijn. Wat Zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem Zijn vermogen niet. Hij is liefde. En Hij brengt elk schepsel weer daar waar Hij het hebben wil, namelijk aan Zijn hart.
En dat is het grote einddoel van de Bijbel. En dat is zoals de apostel Paulus daar met name over spreekt. Ik stel voor dat we bij een volgende gelegenheid daar ook nog eens nader met elkaar over in gesprek zullen gaan. En ik stel voor dat we nu eerst even gaan pauzeren, maar wellicht dat Sylvia nog even het woord tot ons wil richten.
UltimateGoodNews