verzoenen, wat is dat?
20-02-2022 - Geplaatst door Andre Piet20 februari 2022, Zeewolde
Het onderwerp ‘verzoenen’ is (zeker in het Nederlands) een ontzettend lastig begrip. In het alledaagse Nederlands heeft het de betekenis van ‘vijandschap beëindigen’ en ‘vrede maken’. In het godsdienstige jargon daarentegen heeft het de betekenis van ‘zonden toedekken’. Maar het akelige is dat in onze Bijbelvertalingen die beide betekenissen door elkaar heen lopen. Twee totaal verschillende begrippen in de taal van de Bijbel, worden met één vertaalwoord weergegeven. In deze bijeenkomst willen we deze knoop eindelijk eens ontwarren. En zelfs méér dan dat!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: het Kruis als Bewijs van Gods Onvoorwaardelijke Liefde
- Een Taalprobleem: Twee Verschillende Betekenissen van Verzoening
- Kafar en Ilaskomai: Zonden Bedekken en Beschutten
- Punt 1: God Verzoent de Wereld tot Zichzelf
- Punt 2: Verzoening Vindt Plaats Dóór het Kruis
- Punt 3: Verzoend Zijn Betekent Geen Vijand Meer Zijn
- Punt 4: Verzoening Is Pas Compleet als Iedere Vijand een Vriend Is
- Punt 5: het Woord van de Verzoening als Scheppende Proclamatie
Introductie: het Kruis als Bewijs van Gods Onvoorwaardelijke Liefde ↑ hoofdstukken
Een hele goede middag allemaal. Inmiddels zijn we er allemaal klaar voor, en ik ook. Het is de tweede keer binnen één maand dat u met mij opgescheept zit. Zo ervaar ik het zelf niet, maar het was de vorige keer, op 23 januari, dat ik sprak over het onderwerp: ‘de liefde van Christus dringt ons’.
Feitelijk is dat voor vandaag een vervolg. Aan het einde van de vorige toespraak zei ik namelijk: "Als ik hier over een maand weer hoop te zijn, dan weet ik het onderwerp nog niet." Maar tijdens diezelfde samenkomst, of vlak daarna, werd ik eigenlijk al meteen getrakteerd op het onderwerp. Het was op voorhand al duidelijk waar ik vanmiddag met jullie over zou gaan nadenken.
Om even in herinnering te roepen wat ik de vorige keer verteld heb: het ging over de liefde van Christus. Niet de liefde voor Christus, maar zijn liefde; eigenlijk de liefde van God die tot uitdrukking komt in Christus. Dat blijkt daaruit dat Hij stierf, en wel voor allen. Hij stierf de dood die zijn vijanden — een vijandige wereld — Hem aandeed, maar juist daarin bewees God zijn liefde. Waarom? Om aan diezelfde wereld het leven te geven dat drie dagen nadat Hij aan het kruis stierf, aan het licht kwam. Het is leven dat de dood achter zich heeft: onvergankelijk leven. Wat Hij aan het licht bracht, zal het deel worden van heel de mensheid, ieder in zijn eigen rangorde.
Het feit dat Hij voor allen stierf, bewijst Gods onvoorwaardelijke liefde. Ik heb toen ook, naar aanleiding van wat er in 2 Korinthiërs 5 geschreven staat, gesproken over dat woord ‘verzoening’. God verzoent door Christus de wereld tot Zich. Dat betekent, zoals we vanuit het Bijbelgedeelte hebben gezien, dat Hij de wereld het kruis niet aanrekent. Dat wil zeggen: het feit dat ze Gods Zoon aan het hout nagelden terwijl Hij onschuldig was, heeft God de wereld niet toegerekend. Zo staat het er precies.
Daarmee is dat kruis in de Bijbel het embleem van Gods liefde die onvoorwaardelijk is. Ik voeg dat woord er nu bij, ‘onvoorwaardelijk’, maar dat is eigenlijk wat die liefde, agapè, is. Het is onvoorwaardelijke liefde; dat wil zeggen: liefde die niet verdiend kan worden. Maar het is ook geen liefde die men kwijt zou kunnen raken, of waarvan men gescheiden of vervreemd zou kunnen raken doordat men iets doet wat niet hoort of wat ongewenst is. Welke voorwaarden er ook zijn, of welke wetmatigheid of wet ook overtreden zou worden: niets kan deze liefde trotseren. Zo maakt God vijanden tot liefhebbers.
Ik heb toen eigenlijk al duidelijk laten doorklinken dat dit de essentie is van verzoening. Het punt is echter dat het begrip ‘verzoening’ nogal lastig is. Ik kreeg namelijk na afloop, zoals gezegd, een vraag: wat betekenen de woorden die we in datzelfde gedeelte lezen, namelijk ‘laat u met God verzoenen’? Want wacht even, hoe zit dat nu eigenlijk? Moet die verzoening dan nog plaatsvinden? Heeft de verzoening niet allang plaatsgevonden aan het kruis? Maar als dat zo is, waarom staat er dan: ‘laat u met God verzoenen’? Hoe kan dat? Is het misschien zo dat God wel verzoend is, maar dat de mens nu nog verzoend moet worden?
Oftewel: verzoenen, wat is dat nu eigenlijk? Ik denk dat het buitengewoon belangwekkend is om dat scherp te krijgen. Want als daar in 2 Korinthiërs 5 staat dat ons het ‘woord van de verzoening’ is toevertrouwd en we weten eigenlijk niet eens wat dat woord betekent, dan wordt het toch heel lastig om niet alleen het woord zelf te begrijpen, maar helemaal om het woord door te geven. Je zult toch eerst zelf helderheid moeten hebben over dat woord.
Een Taalprobleem: Twee Verschillende Betekenissen van Verzoening ↑ hoofdstukken
Het punt is, en dat is eigenlijk vooral een Nederlands probleem: verzoenen en verzoenen is twee. Ik kan dat heel makkelijk duidelijk maken aan de hand van de Wikipedia-pagina van de internetencyclopedie. Als je daar het woord ‘verzoening’ intikt, krijg je meteen al de keuzemogelijkheden: verzoening in relaties en verzoening in religieuze zin. Dat blijken twee nogal, om niet te zeggen totaal, verschillende uitdrukkingen te zijn.
Op Wikipedia stond dit, ik zal het even wat nauwkeuriger aangeven: dat is eigenlijk wat wij in het gewone spraakgebruik onder verzoenen verstaan. Namelijk: verzoening is dat de vriendschap in een relatie hersteld wordt nadat er een breuk is opgetreden. Er staat nog bij dat deze relatie kan zijn tussen twee of meer personen of tussen andere rechtspersonen zoals landen. In het laatste geval gaat het vaak gepaard met een vredesverdrag, zodat landen die vijandig ten opzichte van elkaar staan of in oorlog zijn, weer vrede hebben als die landen zich met elkaar verzoenen.
Dat is wat verzoenen betekent. In een iets afgeleide zin spreken we ook over je verzoenen met een bepaald lot; het feit dat je iets hebt gehoord waar je buitengewoon veel moeite mee hebt, waar je een innerlijk conflict mee hebt. Als je je daarmee verzoent, dan wil dat zeggen dat het conflict voorbij is en je er vrede over hebt gekregen. Maar in beide gevallen betekent het dus dat er geen conflict meer is. Er is vrede. Conflict, vijandschap en vervreemding hebben plaatsgemaakt voor vrede.
In de Van Dale, om het even compleet te maken, lees je bij verzoenen: verzoende, heeft verzoend. En dan staat er ook meteen als betekenis bij: de vijandschap laten eindigen. Zich met iemand verzoenen betekent dus dat het conflict, de vijandschap of welke term je daar ook voor bezigt, wordt beëindigd. Daarmee komt het tegenovergestelde van vijandschap in de plaats, namelijk vrede. Tot zover is het duidelijk wat verzoenen gewoon is.
Het probleem ontstaat doordat er ook nog een andere betekenis van het woord verzoening is, en dat is in godsdienstige zin. In de Bijbelse taal, in wat we in onze bijbeltjes lezen, komen we ook het woord verzoenen tegen. Dan is er bijvoorbeeld sprake van verzoening van zonden, eventueel van zondaren. En dat begrip is iets totaal anders. Ik wil dat laatste even goed onderstrepen, juist om het onderscheid scherp te krijgen. Kijk, je hebt dus verzoening als een herstel van relaties: het conflict is voorbij en er komt vrede voor in de plaats. En je hebt verzoening van zonden. Wat dat precies betekent, daar wil ik ook nog wat over zeggen.
Het probleem is dat wij in het Nederlands daar maar één woord voor hebben. Terwijl het twee verschillende betekenissen heeft en het twee verschillende begrippen zijn, is er maar één Nederlands woord. Dat is typisch een Nederlands probleem. Ik zeg niet dat het exclusief is, maar in het Engels bijvoorbeeld onderscheiden ze deze beide begrippen wel keurig. Dan heb je de woorden ‘conciliation’ of ‘reconciliation’ en ‘propitiation’. Dat zijn dus twee verschillende woorden voor twee verschillende zaken. Als je daar twee verschillende woorden voor hebt, dan zul je die tweede ook niet zo gauw verwarren. Maar in het Nederlands is dat verrekte lastig.
Het punt is dat wat je in het Engels keurig kunt doen, namelijk de boel uit elkaar houden, ook in de Bijbelse taal gebeurt. Je moet die twee woorden met een totaal verschillende betekenis onderscheiden. Je hebt verzoenen in de zin van het beëindigen van de vijandschap, het vrede maken. Dat is het Griekse woord — nu ga ik er toch even op in hoor. De jonge luiden hebben allemaal een stencil gekregen; eigenlijk hadden ze er twee moeten krijgen, want het is misschien wel een beetje veel. Maar goed, het Bijbelse woord in het Nieuwe Testament is katallasso. Dat betekent letterlijk ‘kata’, dat heeft te maken met neerwaarts, en ‘allasso’, dat heeft te maken met veranderen. Eigenlijk is het idee dus dat er iets veranderd wordt: de vijandschap wordt afgebroken — dat zit in dat neerwaarts — en wordt veranderd in vrede.
Het is opmerkelijk dat we in het Nieuwe Testament dit werkwoord, maar ook de afgeleide werkwoorden en het zelfstandig naamwoord, uitsluitend bij Paulus tegenkomen. Ik heb het hier expres onderaan het scherm gezet. Dat kunt u nu niet zien, maar als ik de PowerPoint op internet zet, kunt u het allemaal nog eens een keertje precies checken als u dat wilt. Al die termen die we in het Nieuwe Testament tegenkomen van verzoenen en verzoening en alle varianten daarin, die vinden we alleen bij Paulus, de apostel van de natiën. Juist dat woord wat voor ons van zo’n groot belang is omdat het gericht is aan de volkeren, de niet-Joden, dat is dit woord. Alleen Paulus gebruikt het, kijk maar naar de lijst.
Hij gebruikt het ook één keer in de alledaagse zin van het woord, dat wil zeggen meer in het verband van de intermenselijke omgang, zoals wij ook over verzoenen spreken. In 1 Korinthe 7 vers 11 wordt er gesproken in verband met twee echtlieden die gescheiden zijn. Daar staat: ‘laat haar ongehuwd blijven of verzoend worden met de man.’ Dat wil zeggen: er is conflict, er is verwijdering of ze zijn uit elkaar, en dan spreek je van verzoening. Dat betekent dat het conflict wordt beëindigd en dat het wordt bijgelegd. Dat is wat verzoening dus is, hier gewoon in de gewone intermenselijke taal zoals we die gewend zijn te gebruiken.
Kafar en Ilaskomai: Zonden Bedekken en Beschutten ↑ hoofdstukken
Anders is het met dat woordje wat in onze Bijbelvertaling ook 'verzoening' heet, maar dan verzoening van zonde. En dat is het Griekse woord ilaskomai. Voor degenen die het interessant en belangwekkend genoeg vinden, die noteren dat, maar ik wil het even vermelden om aan te geven dat het een heel ander woord is. Het betekent eigenlijk zoiets als 'gunstig stemmen', vanuit de Griekse vertaling van ons Hebreeuwse Oude Testament. Het oorspronkelijke Hebreeuwse woord is kafar en je herkent dat nog in het woordje kippoer. U weet, of een aantal van jullie weten het zeker, want het is een bekend begrip zelfs: er was in 1973 een oorlog tussen Egypte en Israël en dat was de Jom Kippoer-oorlog. Waarom de Jom Kippoer-oorlog? Wel, dat was een oorlog die plaatsvond juist op de belangrijkste dag op de Joodse feestkalender, namelijk Jom Kippoer. En kippoer betekent dus dit woord.
Wij zeggen dan 'verzoenen', maar eigenlijk is dit het woord kafar. Kippoer of alle afgeleide begrippen en woorden, dat betekent eigenlijk bedekken, toedekken of beschutten. Dat zijn allemaal begrippen die heel erg dicht tegen elkaar liggen. Het is heel interessant: de eerste vermelding van dat woord kafar vinden we in Genesis 6 vers 14, als Noach die boot moet bouwen, dat houten schip. Dan lees je dat hij dat met pek moest besmeren en dan wordt dat woordje kafar gebruikt. Dus gewoon... het was pek, of hoe noemen we dat, teer. Maar ik bedoel eigenlijk wat anders: als je een beschermlaag voor hout gebruikt, vernis, dat is het woord dat ik zocht. Het is inderdaad om dat hout te beschermen, dat had die ark wel nodig, lijkt mij. Dat was niet omdat Eunice er langs kwam, maar nog wel even wat anders.
Maar oké, dat is dus inderdaad bedekken, beschutten en dan begrijp je trouwens ook wat dat te maken heeft met gunstig stemmen. Want er wordt iets toegedekt om een ongunstige stemming weg te nemen. Ook dat vind je terug; ik geef de verwijzing daarbij. Het is wel boeiend om erop te wijzen dat wij die betekenis eigenlijk ook heel goed kennen: dat iets wordt toegedekt of een bepaalde bedekking of bedeklaag krijgt juist om de stemming gunstig te maken. En dat is helemaal niet alleen in religieuze zin. Dat doe je altijd als je het interieur een kleurtje geeft. Waarom? Nou, omdat je in de nieuwe kleur — bijvoorbeeld als je de wand blauw maakt omdat je ruimtelijke effecten wilt — je je wat fijner voelt. Het geeft wat meer ruimte.
Of trouwens, dat geldt ook voor kleding. Dat is ook bedekking. Een bepaalde kledij doe je aan bij een bepaalde gelegenheid. Witte kleren zijn ook een witte bedekking. Waarom? Om iemand in een feestelijke stemming te brengen of zelf in die stemming te komen. Maar in ieder geval is er ook daarbij sprake van gunstig stemmen. Daardoor wordt iets bedekt en geschilderd. Ik geef een voorbeeld van make-up, maar in feite heb je dat ook al als je aroma op eten doet. Je bedekt voedsel om de gasten bijvoorbeeld gunstig te stemmen. In al die gevallen is het dus het idee dat iets wordt bedekt ten einde een gunstige stemming op te wekken of daarmee te conformeren. Dat is dat kafar.
En dat woord kafar — en nou komen we echt bij de clue — wordt vrijwel altijd gebruikt in ons Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel, in verband met de offerdienst. Heel vaak. Tientallen, ik maak me sterk — ik zeg het nu zo uit het blote hoofd, maar ik maak me sterk zelfs honderden keren — dat dat woord kafar gebruikt wordt. Altijd wordt er iets met bloed bedekt. Ik moet denken aan wat er staat in Jesaja: al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw. En daar zie je trouwens ook weer een bedekking. De zonden worden bedekt; al waren ze als scharlaken, er komt een witte laag overheen. Hoe vaak lees je ook niet — dat is voor ons misschien een wat vreemde metafoor — dat iets schoner gewassen wordt door het bloed? Je zou zeggen dat bloed alleen maar vlekt, maar dat is echt typisch jargon dat je een beetje moet begrijpen. Het idee is: het wordt bedekt en daardoor ook beschut. Daaronder ben je veilig. En het bloed van Christus, dat wil zeggen Hij die Zijn leven gaf — waarom? Hij stierf om leven, nu met alle hoofdletters geschreven, te geven. Wel, daarin vinden wij en de hele wereld beschutting. Dat is het idee van dat woord kafar of ilaskomai. En inderdaad, dat stemt onze God ook gunstig.
Maar u voelt wel dat dit een heel andere gedachte is dan waar we het eerder over hadden, namelijk relatieherstel. De mooiste vind ik wel in 1 Johannes 2 als het gaat over die beschutting. Ik heb het meteen even goed vertaald. Want ja, ik had dat in de aankondiging al even aangegeven: het is zo irritant, ik vind het zo akelig om niet te zeggen vreselijk — u vindt het misschien zwaar aangezet als ik het zo zeg, maar ik vind het vreselijk — dat wij voor twee totaal verschillende begrippen één woord gebruiken. Daardoor wordt het idee van verzoenen totaal verwaterd en verduisterd, en mensen worden in verwarring achtergelaten.
Dat woord kafar of ilaskomai, dat verzoenen van zonden... Oké, in het Nederlands is het dan geaccepteerd en het is in onze Bijbelvertalingen terechtgekomen, maar we zouden dat niet moeten willen. Dat is een ander woord; dat is geen verzoenen, dat is beschutten, bedekken. Waarom niet gewoon spreken over beschutten of bedekken? Dat maakt me even niks uit, het idee is dat het een heel andere gedachte is. Dan krijg je dus in 1 Johannes 2, waar het gaat over de Heer Jezus Christus: "Hij is een verzoening", staat er dan in onze vertalingen. Het staat in de RPG-vertaling, in al die vertalingen staat: "Hij is een verzoening voor onze zonden." Nee, hier heb je het weer: het is een beschutting. Hij is een beschutting wat betreft onze zonde. En daar zegt hij nu nog bij: echter niet alleen wat betreft de onze, maar ook wat betreft die van de hele wereld. Zo, alsjeblieft.
Dus die beschutting is universeel. Voor onze zonden, zegt Johannes dan. Hij richt zich tot de besnijdenis. Hij zegt: maar niet alleen voor ons, de besnijdenis, voor Israël. Nee, voor de hele wereld. Maar dat is beschutten. Dat is geweldig. Ik wil niks afdoen van de betekenis van dat woord, alleen we moeten het geen 'verzoenen' noemen, want dat is niet wat wij onder een verzoener verstaan. Dat is iets heel anders. Dat is beschutten, dat is bedekken. Dus bij deze hebben we afgesproken: dat woord, als we het in die zin tegenkomen in onze Bijbelvertalingen, is voortaan 'beschutten' en 'bedekken'. Ik kan het u zeer aanbevelen. Het sluit namelijk direct aan bij de oorspronkelijke betekenis van dat Griekse of Hebreeuwse woord. Dat is A, en B: op deze manier kun je weer scherp krijgen wat verzoenen echt is.
Nou ja, hier staat dus nog even voor de helderheid: hier staat inderdaad dat woordje 'beschutting'. Dit is trouwens dan weer het zelfstandig naamwoord. Maar goed. Kijk, het is een beetje... het lijkt wat flauw. Maar u kent deze zin in de omgekeerde formulering, maar in beide gevallen is het waar. Er staat ergens in Matthäus 19... Hij spreekt hier eerst over het huwelijk en dan zegt hij: "Wat God saamgevoegd heeft, dat scheiden de mens niet." Maar het omgekeerde is ook waar.
Als God iets gescheiden heeft of onderscheiden heeft door ergens twee woorden aan te geven – door een woord voor dit te geven en een woord voor dat – dan moeten wij het niet gaan vermengen, zodat we het met elkaar gaan verwarren. Dus wat God gescheiden heeft, dat moet de mens niet gaan samenvoegen. Het één is net zo belangrijk als het ander. Als God het één maakt, dan moeten wij het niet verdelen. Maar als God het verdeelt, dan moeten wij het niet allemaal bij elkaar gooien.
Ik vind het trouwens heel interessant dat je dat heel vaak in de Bijbel terugvindt. God is geen God van verwarring. Het was voor de Israëlieten zelfs zo geregeld dat een gewaad geen tweeërlei stof mocht hebben; het moest gewoon uniform zijn. Een akker mocht ook maar met één soort zaad bezaaid worden. Nou ja, dat soort zaken. Het illustreert allemaal het gegeven dat de dingen die God uit elkaar wil houden, niet vermengd moeten worden. Dat is in dit geval ook zo.
De Schrift bezigt twee termen die we dus niet moeten verwarren. Hilaskomai of kaphar is beschutten – nogmaals even als samenvatting: dat is beschutten of bedekken. Katallasso is verzoenen, oftewel: dat de vijandschap beëindigd wordt en vrede gemaakt wordt.
Nu hebben we bij dezen afgesproken dat we die twee totaal verschillende woorden niet meer door elkaar gaan gebruiken. Laten we ons nu alsnog focussen op dat woord ‘verzoenen’, waar we het de vorige keer ook over hadden: dat God de wereld met Zich verzoende.
Ik heb het eens even op een rijtje gezet en het is wel mooi; ik houd wel van het getal vijf, een handvol. Dat heeft ook te maken met genade, de vijf vingers als handreiking. Ik wil u vanmorgen – of vanmiddag – ook zo’n handreiking doen als het gaat over verzoenen, om de dingen scherp te krijgen. Het zijn dingen die je echt moet weten; zaken die van belang zijn om het woord over verzoenen te begrijpen.
Punt 1: God Verzoent de Wereld tot Zichzelf ↑ hoofdstukken
Het eerste is dit, en dit is al iets wat heel onbekend is en toch zo duidelijk: niet God verzoent Zich met de wereld, maar Hij, God, verzoent de wereld tot Zich. Is dat een woordspelletje? Nee, echt niet. Het idee — ik heb het zo vaak gehoord — dat God Zich op het kruis verzoende met de wereld, mag dan een uitdrukking zijn die we heel vaak horen en die via de traditie tot ons is gekomen, maar dat is niet de gedachte. Weet u waarom dat zo fout is? Het veronderstelt dat God in conflict was met de wereld, of dat God een vijand was van de wereld en dat Hij in Christus Zijn vijandige houding heeft veranderd. Dat heeft trouwens diepe wortels: het idee dat God eigenlijk boos was op de wereld, een vijand, en dat Christus toen 'volgestraft' moest worden zodat Hij in het kruis eindelijk genoegdoening kreeg. Wat ik nu zeg, heeft in de loop van de eeuwen vaste voet gekregen, maar het vertroebelt afschuwelijk hoe de vork werkelijk aan de steel zit.
God is nooit een vijand geweest en God hoeft Zich ook niet te verzoenen met de wereld. God houdt van deze wereld; dat is nooit anders geweest. Het is de wereld die vervreemd is of vijandig staat tegenover God. En wat God doet, is de wereld met Zich verzoenen. Hoe Hij dat doet, daar hebben we het zo nog over, maar de wereld is vervreemd geraakt van God. Dat is de algemene staat. De mens is eigenlijk ook bang voor God, omdat we niet geloven dat God werkelijk van deze wereld houdt. Vraag het maar gewoon aan mensen op straat — ik heb het even niet over het kerkelijk publiek. Als je het over God hebt, is er altijd dat verwijt: "Als Hij liefde is, waarom dan al dat leed? Waarom die moeite, waarom al die oorlog, waarom laat Hij dat toe of waarom stuurt Hij dat?" Er is altijd dat verwijt naar God en dat is de essentie van de vervreemding.
Op het moment dat de mensheid zo over Hem denkt — en dat begon in feite al in de Hof van Eden — wordt God in een kwaad daglicht gesteld. "Ja, God heeft dat wel gezegd, maar dat doet Hij alleen maar om jullie de ogen te sluiten. Als je nu eet van deze vrucht, dan gaan je ogen open." Er wordt altijd gesuggereerd dat we God eigenlijk niet kunnen vertrouwen. Dat is in feite ook de essentie van religie: God is niet te vertrouwen en we moeten Hem gunstig stemmen. Door bepaalde dingen te doen, of juist te laten, hopen we God in een goede stemming te brengen. Want we zien allemaal wel in: als God de Almachtige is en Hij is vijandig, hoe komen we dan weer in een goed blaadje bij Hem? Dat is godsdienst, dat is religie in het algemeen.
Het is pijnlijk om te bedenken dat het ook in de christenheid vaak op deze manier wordt verteld: dat God verschrikkelijk boos was en dat Gods toorn bedaard moest worden. Het kruis wordt dan een soort bliksemafleider waardoor de toorn ons niet treft. Maar dat is wantrouwen naar God toe. Ik zal u dit vertellen: niet God verzoent Zich met de wereld, Hij verzoent de wereld tot Zich. En ja, u wilt natuurlijk wel 'bonnetjes' hebben en die geef ik ook, want zo staat het er precies. Ik daag u uit: er staat nergens in de Bijbel dat God Zich met de wereld verzoend heeft of verzoent. Nergens.
Wat we wel lezen — en ik refereer nu aan wat we de vorige keer ook hebben gezien, maar nu kan ik het wat scherper naar voren brengen — is dit: "Alles echter is uit God, die ons tot Zichzelf verzoent." God is degeen die handelt. Hij maakt dat vijanden worden verzoend. Hij verzoent ons tot Zich, niet Zich tot ons. Dat is een wereld van verschil. En hoe doet Hij dat? Door Christus. Hij geeft aan ons de bediening van de verzoening. Dan moet je natuurlijk wel weten wat verzoening is, en vandaar dat we het er vanmiddag over hebben.
Het gaat trouwens nog verder. Er staat hoe God in Christus de wereld met Zich verzoenende was. Let op: er staat niet 'verzoend heeft'. De wereld is nog niet verzoend. God was in Christus de wereld met Zich verzoenende. Dat is namelijk een proces dat nog lang niet af is. En God begon daar al mee door hen de misstappen — alles wat ze Zijn Zoon aandeden — niet toe te rekenen. Het grootste kwaad dat de mensheid Zijn Zoon aandeed, rekent God hen niet aan. Integendeel, het was juist het middel waardoor Hij Zijn overdreven liefde bewijst. Dus: niet God verzoent Zich met de wereld, maar God verzoent de wereld met Zich.
Punt 2: Verzoening Vindt Plaats Dóór het Kruis ↑ hoofdstukken
Nummer twee. Deze is ook van belang en ligt in de lijn van wat we bespraken, maar ik wil dit punt hier specifiek aantippen: verzoening vond niet plaats áán het kruis, maar vindt plaats dóór het kruis. Het is niet de plaats waar de verzoening plaatsvindt, maar het is het instrument, het middel waardoor God verzoent. Kun je dat bewijzen? Jazeker!
Er staat in Kolosse 1 — ik kom daar straks trouwens nog een keer op terug — "en door Hem het al tot Zich te verzoenen". Hier zie je het weer: tot Zich te verzoenen, vredemakend. Je ziet meteen dat verzoenen inderdaad alles te maken heeft met het maken van vrede, namelijk: door het bloed van Zijn kruis. Niet áán het kruis; nee, dóór het bloed van het kruis gaat God het al tot Zich verzoenen.
Het al is van Hem vervreemd, de hele wereld is vijandig gezind. En God maakt door het bloed van het kruis, door dat embleem van onvoorwaardelijke liefde, vijanden tot vrienden en doet Hij de vijandschap smelten. Want dat was de vraag eigenlijk bij verzoenen: God had te maken met een vijandige wereld en hoe kon Hij die vijandige wereld weer verzoenen? Wel, dan moest Hij iets inzetten wat onweersprekelijk Zijn liefde bewijst, een liefde die onvoorwaardelijk is.
Tegenover al die verwijten die God treffen, waarbij de wereld zegt: "Hoe kan Hij liefde zijn?", wil God die wereld overtuigen van Zijn liefde. En het kruis bewijst dat. Het kruis bewijst: al slaan jullie Mijn Zoon aan het kruis, dan nog houd ik van je. Sterker nog, juist omdat jullie dat doen, ga ik jullie allemaal het leven geven. Kijk, dat is het absolute bewijs dat die liefde van God niet kapot te krijgen is, wat je ook doet. Dat is wat verzoenen is. God verzoent de wereld zo tot Zich en dat doet Hij door dat kruis. Dat is het middel, het instrument waarvan Hij Zich bedient en hoe Hij van vijanden vrienden maakt.
Punt 3: Verzoend Zijn Betekent Geen Vijand Meer Zijn ↑ hoofdstukken
Nummer drie van de vijf dingen die je moet weten over verzoenen. Verzoend zijn, dit is ook een hele belangrijke. Want dat heeft dus alles te maken met die verwarring van die twee begrippen. Verzoend zijn betekent niet: je zonden zijn vergeven. Het is niet een soort generaal pardon of zo van: "Nou ja, daar hebben we het niet meer over, over wat je allemaal misdaan hebt; je bent nu verzoend." Nee. Ik heb het zo vaak gehoord: "Natuurlijk heeft God, heeft Christus aan het kruis verzoening bewerkt, maar nu moeten wij dat nog erkennen. we zijn dan weliswaar verzoend, maar je moet wel..." Maar dan weet je niet wat verzoenen is. Want als je zegt dat iemand verzoend is, dan zeg je daarmee: hij is geen vijand meer.
Het gaat er dus niet om dat het iets administratiefs is, zo van: "Nou, dat reken ik je### Punt 3: Verzoend Zijn Betekent Geen Vijand Meer Zijn
Nummer drie van de vijf dingen die je moet weten over verzoenen. Verzoend zijn; dit is ook een hele belangrijke. Want dat heeft dus alles te maken met die verwarring van die twee begrippen. Verzoend zijn betekent niet dat je zonden zijn vergeven. Een soort van generaal pardon ofzo, zo van: "Nou ja, daar hebben we het niet meer over, dat heb je allemaal misdaan en nu ben je verzoend." Nee!
Ik heb het zo vaak gehoord van: "Ja, natuurlijk, God heeft... Christus Jezus heeft aan het kruis verzoening bewerkt, maar nu moeten wij nog... we zijn dan weliswaar verzoend, maar je moet wel dat erkennen." Maar dan weet je niet wat verzoenen is. Want verzoenen... als je zegt dat iemand verzoend is, dan zeg je daarmee dat hij geen vijand meer is. Het gaat er dus niet om dat het iets administratiefs is, zo van: "Nou, dat reken ik je niet meer aan of toe." Nee, het idee is dat de persoon zelf is veranderd; hij is geen vijand meer.
Het is belachelijk eigenlijk, als ik er zo over nadenk. Het is belachelijk om te zeggen: "Ja, je bent wel verzoend, maar nu moet je nog een liefhebber van Hem worden." Dat is absurd. Dat is juist wat verzoening is. Als je verzoend bent, wil dat zeggen dat je geen vijand meer bent. Je bent niet van Hem vervreemd, je bent nu een liefhebber van Hem geworden.
Kun je dat bewijzen? Ja, dat gaan we doen. Romeinen 5. Daar staat Paulus... want indien wij, toen wij vijanden waren... Paulus wist heel goed waar hij het over had, hoor. Er was geen vijand, er was niemand in de toenmalige wereld, toen hij dit optekende, die erop kon bogen dat hij ooit zo vijandig is geweest jegens Christus, jegens de Zoon van God. Dus als hij zegt "toen wij vijanden waren", dan sluit hij zichzelf niet alleen in, maar hij zegt eigenlijk: "Ik ben de eerste van die zondaren." Dat zegt hij trouwens ook elders.
"Want indien wij, toen wij vijanden waren, verzoend werden met God" — en dus geen vijanden meer zijn — "door de dood van Zijn Zoon..." Trouwens, hier zie je weer hoe niet... het is niet de plaats, maar het is ook hier weer door. Ja, door de dood van Zijn Zoon. Dat is de wijze waarop Hij vijanden tot liefhebbers maakt. Hier zie je het contrast heel sterk: degene die verzoend is, is geen vijand meer. Paulus zegt: "We waren vijanden en nu zijn we verzoend." Dat wil zeggen dat we nu geen vijanden meer zijn. En hoe komt dat? Wel, door de dood van Zijn Zoon.
De dood van Gods Zoon beslist alles. Die heeft gemaakt dat Paulus weet: God is liefde, opdat er geen vijandschap meer is. Want dat is toch wat de dood van Christus eigenlijk... het kruis van Christus... Ja, het kruis dat ooit in de wereld gestaan heeft. Dus in feite, als je het vanuit het perspectief van de wereld bekijkt, is dat het embleem van vijandschap. Hoe bewijs je dat je een vijand bent van Christus? Wel, door Hem aan het kruis te nagelen, toch? Maar God bewijst juist daardoor Zijn liefde. En Paulus zegt: "Toen ik dat heb ontdekt, toen wij dat hebben ontdekt door de dood van Zijn Zoon, werden wij verzoend." Dat wil zeggen: sindsdien zijn wij dus geen vijanden meer.
Nog één...
Punt 4: Verzoening Is Pas Compleet als Iedere Vijand een Vriend Is ↑ hoofdstukken
De vierde gedachte is dat de verzoening pas compleet is wanneer iedere vijand een liefhebber of een vriend is geworden. Ik gaf het al even eerder aan bij punt 1: die verzoening is een proces. Dat is ook vrij logisch. De bediening van verzoening begon bij het kruis, want dat is de wijze waarop God de wereld voor Zich gaat winnen en vijanden tot liefhebbers maakt. Dat begon bij het kruis en dat is werkzaam op het moment dat een vijand geen vijand meer is, maar zijn knieën buigt, God dankt, Hem looft en Hem liefheeft. Dan ben je geen vijand meer, dan ben je verzoend. Maar wanneer is die verzoening compleet? Nou, die verzoening is pas compleet wanneer iedere vijand een liefhebber is geworden. Dat is toch logisch? Kun je dat bewijzen? Jazeker, dat gaan we doen!
Dat is een hele mooie tekst in Kolosse 1. Ik had het al even over dit vers, maar je kunt er namelijk nog iets anders mee bewijzen. Er wordt daar gesproken over dat God door Hem, dat wil zeggen de Zoon, het al — het heelal — tot Zich wil verzoenen. Vredemakend door het bloed van Zijn kruis, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is. Hier zie je dus de 'scopes', zoals dat mooi heet. Wat gaat er gebeuren? God gaat de wereld met Zich verzoenen. En wat betekent 'de wereld' dan? Nou, het al. Hoe ver gaat dat? Elke vijand, of het nu op de aarde is of in de hemel. Want ook in de hemelse gewesten heb je vijanden: machten en krachten die vijandig ten opzichte van God staan. Het gaat dus niet alleen over de mensheid, het gaat zelfs over de hele wereld, het al. God gaat het al met Zich verzoenen. En hoe doet Hij dat? Door het bloed van het kruis van de Zoon, door Hem, ongeacht of dat nu de vijanden zijn op aarde of in de hemel. Wanneer is die verzoening compleet? Nou, wanneer het al tot Zich verzoend is.
Je moet eens even doorlezen, want dit is vers 20, en dan staat er in vers 21: "Ook jullie, die eens vervreemd waren en vijanden in het denken..." Zie je weer? Verzoenen heeft alles te maken met vijanden en vervreemde mensen, of wezens, of creaties, die veranderen in liefhebbers. "Ook jullie, die eens vervreemd waren en vijanden waren in het denken en in de boosaardige werken." Dat wil zeggen: het zit hem niet alleen innerlijk, maar die vijandschap uit zich gewoon in je leven. Er staat: "...verzoent Hij nu afdoende." Er staat hier een sterke vorm van verzoenen — voor de liefhebbers een leuk woordje — die verzoent Hij nu. Prachtig is dat.
Wat Paulus dus zegt, is dat God voornemens is om door het bloed van het kruis het al, hetzij in de hemel, hetzij op de aarde, tot Zich te verzoenen. Maar, zegt hij, ook jullie, de Kolossers aan wie hij schrijft, die heeft Hij nu reeds verzoend. Het proces is dus gaande. Daar waar vijanden hun vijandschap opgeven omdat ze overtuigd worden van Gods liefde, zijn zij niet langer vijanden meer, maar zijn ze verzoend en liefhebbers van Hem geworden, vrienden. Dan zie je dat het conflict plaats heeft gemaakt voor vrede, voor verzoening. Paulus zegt: "Jullie waren vervreemd en vijanden, maar jullie zijn nu verzoend." Het grootste gedeelte van de wereld is dat echter nog niet. Waarom niet? Hoe weet je dat? Nou, ze zijn nog steeds vijanden. Zolang je vijandig bent in je denken en in de expressie van je werk, ben je nog niet verzoend. Dat is eigenlijk feitelijk wat een gelovige is: iemand die verzoend is en dus niet langer meer een vijand.
Zolang er nog vijanden zijn, is Gods werk niet af. Maar reken maar dat het bloed van het kruis elk creatuur, het al, tot Zich verzoent. God wil dat, en dat is wat Hij bewezen heeft. De vorige keer wees ik er al even op: vijandschap is niet een blokkade om verzoend te worden, het is juist een voorwaarde. Dat vind ik zo mooi. Het betekent dat vijanden vaak worden voorgesteld als mensen die er niks van willen weten, maar juist dat is een voorwaarde om verzoend te kunnen worden. Want als je niet vijandig of vervreemd bent, dan kún je niet eens verzoend worden. Zie je de logica daarvan? Maar zie je trouwens nu ook hoe belangrijk het is om de dingen uit elkaar te houden? Zo wordt verzoening een logisch begrip dat je werkelijk kunt begrijpen.
Punt 5: het Woord van de Verzoening als Scheppende Proclamatie ↑ hoofdstukken
Dan het laatste punt. Ik zei al dat er een handvol dingen zijn die je in ieder geval moet weten over verzoening. Misschien had ik er wel twee handen vol van kunnen maken, maar laten we het bij één hand houden. De vijfde: het woord van de verzoening.
Zo noemt Paulus dat in 2 Korinthe 5. Het woord van de verzoening is de proclamatie, oftewel: de aankondiging. U weet wat een proclamatie is; het is het werk van een heraut die ergens naartoe gaat. Van oudsher is dat de functie van een omroeper die iets aankondigt. In vroeger dagen, als er een belangrijk iemand kwam – bijvoorbeeld een koning die een bezoek bracht – dan werd dat van tevoren door een heraut aangekondigd, zodat mensen zich erop konden voorbereiden. Het is een mededeling. Dat is in feite ook wat het evangelie is: een goed bericht, een blijde tijding.
En wat is die blijde tijding? Dat is het woord van de verzoening. Dat is de proclamatie dat God de wereld tot Zich verzoent. Hij maakt vijanden tot liefhebbers. Ik ben daar zo onwijs blij mee dat God dat doet, want dan weet je ook: niets en niemand kan Hem tegenhouden. Nogmaals, vijandschap houdt Hem niet tegen; vijandschap is juist noodzakelijk om Zijn werk van verzoening te kunnen doen. Dat is het woord van de verzoening waarvan Paulus zegt dat het ons is toevertrouwd. Wij vertellen dat God liefde is, en dat is niet een abstractie of een mooie term die lekker 'bekt'. Nee, het is bewezen en God gáát het bewijzen. Hij gaat het zo bewijzen dat er geen creatuur in de hemel of op de aarde meer te vinden zal zijn die daar niet van overtuigd is. Niemand kan er dan nog iets tegenin brengen, want God is inderdaad liefde.
Laat dat maar aan God over. Het mooie is dat God dit gaat doen; het werk van de verzoening is Zíjn werk. Hij maakt vijanden tot liefhebbers. Ik kom nog een keer op die tekst uit, maar ik lees nu even wat langer door in 2 Korinthe 5, want dat is het hoofdstuk bij uitstek waarin Paulus spreekt over dat woord van verzoening. Hij zegt: "Alles echter is uit God", zoals we zojuist ook zongen. God, en God alleen. Ik weet dat je kunt zeggen: "Dat is een mooie frase", maar daar heb je niets aan als het niet echt zo is. Maar het ís echt zo: God en God alleen. Hij neemt het initiatief en Hij staat er garant voor dat het succesvol is. Daarom is God ook een gelukkige God: alles wat Hij Zich voorneemt, gelukt Hem. Er is niets wat Hem kan tegenhouden, want Hij is God.
Dat is het geweldige van Gods voornemen. Als God een voornemen heeft en Hij is God, wie kan Hem dan tegenhouden? God houdt van deze wereld, van elke creatuur. Alles is uit God, die ons tot Zichzelf verzoent. De vraag is niet: "Wil jij je ook verzoenen met Hem?". Nee, dát doet Hij; Hij verzoent vijanden tot Zich. Hij verzoent ons tot Zichzelf door Christus en aan ons – Zijn medewerkers – geeft Hij de bediening van de verzoening.
En dan vervolgt hij in vers 20: "Ten behoeve van Christus dan" – dus vanwege Hem – "zijn wij ambassadeurs". De NBG-vertaling zegt "gezanten", maar het is gewoon een ambassadeur: iemand die in het buitenland is gestationeerd om zijn thuisland te vertegenwoordigen. En wat is de boodschap die God voor deze wereld heeft? Het is alsof God door ons oproept: "Word verzoend met God!". In het voorgaande vers staat dat Hij ons de bediening en het woord van de verzoening heeft gegeven. Ziet u hoe belangrijk dit is? Het is niet zomaar een theoretische kwestie om iets te weten over een Grieks woord of over hilaskomai.
Ik weet dat sommige mensen zeggen als ik zulke dingen vertel: "Gooi maar in mijn pet; mijn Nederlands was al zo slecht, dus ga me nu niet vermoeien met Grieks of Hebreeuws." Prima! Als je maar goed weet dat het woord van de verzoening simpelweg te belangrijk is. Want dat is nu juist wat ons als ambassadeurs is meegegeven. Wij hebben de wereld te vertellen: God verzoent de wereld tot Zich. Dat is niet jouw werk, want dát doet Hij. Alles is uit God, alles is uit Hem, zodat alle roem is uitgesloten en het succes verzekerd is.
De oproep is: "Word verzoend met God!". In de NBG-vertaling staat: "Laat u met God verzoenen", maar het is geen vraag. Het is ook geen verzoek; het is een commando, een gebiedende wijs. Niet in de zin van een plicht, maar meer zoals wanneer ik zeg: "Ga zitten". Dat is ook een gebiedende wijs. Of: "Slaap lekker", "Eet smakelijk". Dat is allemaal een gebiedende wijs, maar het is geen last. "Ga zitten, de stoel staat klaar." Welnu, "Word verzoend!" is als een scheppingswoord.
Ooit, in Genesis 1, klonken er ook van die woorden van God, ook als commando's. En het wás ook zo. Er staat: "God zeide" – dat is het eerste wat we lezen – "Er zij licht!". Het is een commando, en er wás licht. En de boodschap nu is: "Word verzoend!". Waarom is dat zo'n geweldig evangelie? Omdat het ook gebeurt. Want als God gebiedt: "Er zij licht" of "Er zij verzoening", dan ís er ook verzoening. Hij voltooit dat, en God heeft de tijd.
Nu zijn het nog maar enkelingen; relatief gezien zijn het de enkelingen, een ekklesia, een "uitgeroepen" gezelschap. Maar God denkt groot. God heeft de hele schepping op het oog, alles wat Hij gemaakt heeft, want Hij houdt van Zijn schepping. Het is het werk van Zijn handen. Zoals Erwin Ode in zijn gebed zei: geweldig als je zo'n God mag kennen die zó het bewijs levert van Zijn liefde voor elk mens, elk kind en voor elke creatie. Dat is niet kapot te krijgen. En daar wilde ik het vanmiddag graag over hebben.
UltimateGoodNews