Verrassingen Over Verzoening
06-09-2015 - Geplaatst door Andre PietPresentatie gehouden op 6 september 2015 te Urk
Verzoent God zich met de mens? Of verzoent de mens zich tot God? Of is het nog anders? Is verzoening iets wat de mens (actief) doet of ondergaat hij dat (passief)? En wat gebeurt er dan bij verzoening? Waardoor vindt dat plaats? Wat is de ene voorwaarde die de Schrift kent om verzoend te worden? En hoe ver reikt de verzoening eigenlijk? De antwoorden zullen u stuk voor stuk verbazen! De Schrift beslist.
In deze studie zullen we ons licht opsteken bij Paulus, die als enige apostel in zijn brieven over dit unieke thema uitweidt.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: Twee Totaal Verschillende Betekenissen van Verzoening (hilasmos Vs. Katalagé)
- Het Traditionele Concept Geanalyseerd: 'verzoening Door Voldoening'
- Stap 1: de Wereld Is Vervreemd en God Vijandig Gezind
- Stap 2: het Kruis als Uiterste Bewijs van 's Werelds Vijandschap
- Stap 3: God Rekent Overtredingen Niet Toe, maar Geeft Leven Dóór het Kruis
- Stap 4: van Gebalde Vuisten Naar Lovende Handen
- De Reikwijdte van de Verzoening: het Al (in Hemel en op Aarde)
- Typologie: de Verzoening Geïllustreerd in Jozef en Zijn Broers
Introductie: Twee Totaal Verschillende Betekenissen van Verzoening (hilasmos Vs. Katalagé) ↑ hoofdstukken
Hartelijk dank, Jan, voor deze introductie en ik wil u allemaal ook heel hartelijk een goedemiddag toewensen. We zijn hier weer neergestreken na twee weken, maar goed, vanmiddag hebben we weer een Bijbelstudie en dat gaat over een heel ander onderwerp. De vorige keer hadden we het over het boek der Psalmen, maar vanmiddag wil ik u meenemen – eigenlijk ook mede op verzoek – naar dit thema dat u hier ziet geprojecteerd: 'Verrassingen over verzoening'. En wat ik vanmiddag daarover ga zeggen, denk ik dat voor de meesten ook wel verrassend zal zijn.
Laat ik om te beginnen even iets duidelijk maken en ook een afgrenzing maken van dit onderwerp. Ik heb het eventjes als kopje meegegeven: 'verzoening en verzoening'. Dat is een typisch verschijnsel dat alleen maar bekend is in de Nederlandse taal, maar daarom juist des te sterker ook hier in het Nederlands toelichting verdient. En dat is dat ons woord 'verzoening', zoals we dat tegenkomen in onze Bijbel... Kijk, als jij een concordantie pakt, of tegenwoordig een concordantie op de computer, en je tikt het woordje 'verzoening' in, dan kom je dat een heleboel keren tegen. In het Oude Testament en het Nieuwe Testament – en dan pak ik het even ruim, niet alleen het zelfstandige naamwoord 'de verzoening', maar ook alle werkwoordvarianten, 'verzoenen' – dan komt dat vele keren voor. Ik heb het niet geteld, maar het zou me niet verbazen als het echt honderden keren is.
Maar dat kan nogal misleidend zijn, of het is misleidend, omdat het suggereert dat het zou gaan om één woord, één begrip, terwijl dat beslist niet het geval blijkt te zijn. Sterker nog, in het Engels is dat niet zo, in het Duits is het ook niet zo en in het Frans ook niet. Eigenlijk in geen enkele taal, behalve in het Nederlands, doet zich dit fenomeen voor dat we één woord hebben terwijl het twee totaal verschillende betekenissen heeft. Dat noemen ze in de taalkunde een homoniem: één woord met twee totaal verschillende betekenissen. Zoals je dat ook hebt met bijvoorbeeld – ik ben een taaldocent – een bank. Een bank, dat is ook zo’n homoniem. Dat kan iets zijn waar je op zit, maar je kunt er ook je geld op zetten. Dat zijn twee totaal verschillende begrippen, alleen in het Nederlands is er één woord voor. Nou, bij verzoening is dat ook het geval. In het Nederlands dus.
Om een voorbeeld te geven: in 1 Johannes 2, daar staat dit. Dat is een prachtig vers overigens, maar ik ga het er niet uitgebreid over hebben; ik wil alleen even aangeven dat we het over dít woord niet gaan hebben. Er staat: 'En Hij' – dan gaat het over de Heer Jezus Christus – 'is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze,' zegt Johannes dan, 'maar ook voor die der gehele wereld.' En hier wordt een woord gebruikt, u ziet dat hier in de interlineair ook, en in een goede interlineair wordt dat weergegeven als 'een beschutting'. In het Grieks is dat het woordje hilasmos. Dat mag u weer vergeten, maar als u het wel boeiend vindt om te onthouden, dan onthoudt u het gewoon. Maar dit woord, dat is veruit het meest voorkomend in de Bijbel, inclusief alle verwante woorden – ik bedoel het dus eventjes heel erg breed. Want dit komt namelijk ook overeen met het Hebreeuwse kaphar. Denk ook trouwens aan kippoer, dat zegt u waarschijnlijk wat meer. Binnenkort is het Jom Kippoer, dat is Hebreeuws voor Grote Verzoendag. Nou, dat is kaphar of kippoer, dat is allemaal hetzelfde.
Maar dat betekent eigenlijk bedekken of eventueel beschutten. Je leest bijvoorbeeld in verband met de bouw van de ark – van Noach bedoel ik – dat hij de ark bedekte met een peklaag, en dan staat daar ook het woordje kaphar, dat werkwoord. En dat heeft de betekenis van iets bedekken of beschutten. Het is een bedekking namelijk met de functie om het te beschutten, dat is het idee. Nou, in de evangeliën kom je dit nog weleens een keer tegen en in de brieven – in de besnijdenisbrieven, dat wil zeggen in de brieven die Petrus, Jakobus of Johannes schreven – komt het ook met enige regelmaat voor. Dat is dit woord.
Maar als we in Romeinen 11 vers 15 lezen, daar schrijft Paulus: 'Want indien hun verwerping' – en dan gaat het over Israël – 'de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden?' Dan staat hier in het Nederlands hetzelfde woord, maar als je in het Grieks kijkt, dan staat er het woordje katallagé. En dat is een heel ander begrip; het heeft er zelfs niets mee te maken. En daardoor word je in het Nederlands heel gemakkelijk op het verkeerde been gezet. En dit woord, dat betekent: vijandschap veranderd in vrede. Eigenlijk in die betekenis gebruiken wij het ook in het alledaagse Nederlands. Wat versta je onder verzoening? Dat is dat twee vijandige partijen weer in goede harmonie met elkaar komen. Dat is wat verzoening toch is?
In de Bijbel kom je dat ook tegen, gewoon in de min of meer alledaagse situatie. Daar schrijft Paulus in 1 Korinthe 7 over man en vrouw, over echtscheiding en over hertrouwen. Dan staat er ergens in vers 11: 'Is dit toch gebeurd' – dat wil zeggen, heeft de vrouw haar man verlaten – 'dan moet zij ongehuwd blijven of zich met haar man verzoenen'. En een man moet zijn vrouw niet verstoten. Hier wordt weer dat woordje katallasso gebruikt. Katallagé is het zelfstandig naamwoord, de andere variant is een werkwoord. Nou, dat soort details laten we nu even lekker voor wat het is, maar het is hetzelfde idee. En dat betekent dus: een relatie wordt hersteld. In de krant lees je bijvoorbeeld dat twee landen of twee partijen die in conflict waren, zich verzoenen. Ze worden verzoend of ze verzoenen zich met elkaar, meestal in de actieve zin van het woord. En dat is dit woord: katallasso of het zelfstandig naamwoord katallagé. En dat is het herstel van een relatie. Er was conflict of er was op zijn minst vervreemding of vijandschap. Op die begrippen kom ik trouwens nog terug, want Paulus gebruikt dat in dit verband ook in Kolossensen 1 vers 21.
Zo wordt het ook gebezigd. En het bijzondere is, als ik ze nu even op een rijtje zet, die twee begrippen die allebei in de Nederlandse vertalingen – of u nou een Statenvertaling hebt of een NBG-vertaling, het wordt beide weergegeven met 'verzoening' – dat ik het ene geen verzoening noem. Kijk, als je nou Bijbelstudie doet, dan is het wel handig dat als we het hebben over twee totaal verschillende begrippen, je ze ook verschillende labels geeft. Anders krijg je hopeloze verwarring. Daarom wijs ik er nu ook op. Het ene noem ik geen verzoening, maar dat is beschutting of, zo u wilt, bedekking. Het andere is echt verzoening, zoals wij dat in het alledaagse spraakgebruik ook bezigen.
En om het even op een rijtje te zetten: het grootste verschil tussen beide begrippen is dat het in het ene geval gaat over zonden. Zonden worden verzoend, bedekt namelijk. Dat is het idee. Bij verzoening, het echte begrip verzoening, katallasso, dan gaat het niet over zonden, maar dan gaat het over personen die in conflict zijn, die van elkaar vervreemd zijn of waar vijandschap is. Dus dan worden twee partijen weer in een relatie van harmonie en vrede gebracht. Dus dat zijn twee totaal verschillende begrippen. Dit begrip, kippoer of kaphar, weet u wel waar ik het over had, wat veruit het meeste keren voorkomt in de Bijbel, dat is een begrip dat heel centraal staat in Israëls offerdienst.
En dat staat er iedere keer, je kijkt maar na in het boek Exodus, in het boek Leviticus met name. Dan wordt er gesproken over offers die gebracht worden, geslacht worden en vervolgens op het altaar worden gebracht 'tot verzoening', staat er dan. Nou, daar gaat het dus eigenlijk over bedekking. Het heeft niets te maken met vijandschap of vervreemding. Nee, het gaat over zonden die worden bedekt.
In dit geval is dat ook een heel interessant fenomeen. Dit begrip, verzoening in de breedte van het woord, komt alleen maar voor in de brieven van Paulus, nergens anders. Het staat in Romeinen 5, in Romeinen 11 – het is niet zo heel veel keer hoor – en in 1 Korinthe 7. Die zagen we zojuist trouwens al even.
Trouwens, u weet wel wat er in Romeinen 11 staat, wat ik zojuist al noemde: dat hun verwerping de verzoening der wereld is. Dat is heel interessant, maar het is eventjes een voorzetje, want daar heb ik een langere aanloop voor nodig. Ik wijs er al wel even op dat in beide gevallen – dat is dan weer een overeenkomst – in het Nieuwe Testament juist de universele reikwijdte wordt benadrukt.
In 1 Johannes 2 staat: "Hij is een verzoening" – beschutting, bedekking – "voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld." Dat universele wordt benadrukt, en dat zie je dus ook bij Paulus in Romeinen 11: "Indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming straks anders wezen dan leven uit de doden?" Maar ook daar weer: de verzoening der wereld. Waarvan akte.
In 1 Korinthe 7, u weet wel, gaat het over een vrouw die zich weer met haar man verzoent. In 2 Korinthe 5 – daar komen we straks nog uitgebreider bij, dat is trouwens de passage waar Paulus het meest uitgebreid spreekt over verzoening – brengt hij het ter sprake, en tenslotte ook in Efeze 2 en Kolossense 1. Dit zijn de passages waar sprake is van dit begrip en daar focussen we ons op. Dat is ook echt wat verzoening is in de meest oorspronkelijke zin des woords. Het andere is bedekking; dat laten we dus rusten.
Dat is een heel boeiend begrip, heel belangwekkend om daar onderzoek naar te doen, maar dat is niet het onderwerp voor vanmiddag. We hebben het nu echt over dít woord: een herstel van relatie. Dat wil ik eventjes goed onderstreept hebben. We beperken ons dus tot de brieven van Paulus en deze passages zullen vanmiddag nog wel vaker ter sprake komen. Nou, dan wil ik, voordat ik daar nog wat meer over ga vertellen, vanuit de Schrift de verzen gaan noemen die daarbij relevant zijn.
Het Traditionele Concept Geanalyseerd: 'verzoening Door Voldoening' ↑ hoofdstukken
Eerst wil ik wijzen op wat het traditionele concept is. Wat wordt er in het algemeen verstaan onder verzoening? Als ik dit uiteenzet, hangt het een beetje van uw achtergrond af hoe u dit herkent. Wie een kerkelijke achtergrond heeft, herkent dit onmiddellijk; zo is het ons altijd onderwezen. Wie geen kerkelijke achtergrond heeft, is in bepaald opzicht te feliciteren, want u heeft die traditionele ballast niet en kunt er veel gemakkelijker fris instappen.
Maar hoe wordt er traditioneel over gedacht? Men spreekt over 'verzoening door voldoening'. De traditionele gedachte wordt vaak zo samengevat: verzoening door voldoening. En wat bedoelt men daarmee? Wel, daar is een toornende God. In deze visie wekt de wereld door haar zonden Gods toorn op. Ik stel het vaak zo voor: die vuist, dat is Gods toorn. De bliksem en de donder, het oordeel dat de wereld zou treffen. Wat verstaat men dan onder verzoening? Wel, dat is dat het kruis daartussen is gaan staan. Je hebt de wereld die het onderwerp is van Gods toorn, maar het kruis fungeert als een bliksemafleider die het oordeel afwendt.
Waardoor de wereld niet getroffen wordt, want men zegt: in plaats van de wereld te treffen, komt Gods toorn op Zijn Zoon terecht. Dat is wat men zegt dat het kruis eigenlijk is. God moest straffen, maar opdat het de wereld niet zou treffen, is Hij gekomen en is de straf van God op Hem terechtgekomen. Zodat de wereld als het ware door een bliksemafleider veilig wordt gesteld. Ieder die dan de toevlucht neemt tot Hem, is van dit gericht gevrijwaard. Dat is het idee. Kent u dat ook zo?
Ik kan u vertellen dat dit idee heel ver teruggaat. Ik heb bij andere gelegenheden wel citaten aangehaald van Luther, maar het gaat eigenlijk nog veel verder terug naar Anselmus, een kerkvader uit de middeleeuwen. En noem ze maar op: Luther, je vindt het terug in de Institutie van Calvijn, je vindt het terug in de catechismus en in al de belijdenisgeschriften waarbij dit idee wordt voorgesteld van de Zoon die de straf van God voor onze zonden op Zich nam. Men vat dat dan samen als 'verzoening door voldoening'.
Men noemt in dat verband een paar sleutelbegrippen: God eist genoegdoening. En Christus — ja, 'in de plaats van' is in dat verband ook een heel bekend begrip — onderging plaatsvervangend het lijden. Plaatsvervangend onderging Hij het oordeel. Het oordeel had de wereld moeten treffen, maar het trof Hem. Plaatsvervangend. God heeft op deze wijze toch genoeg gedaan aan Zijn toorn. Zijn gerechtigheid is geopenbaard, maar het trof Hem. Een ander begrip dat in dat verband een grote rol speelt, is dat Christus de schuld betaalt. De wereld was schuldig en Hij betaalt daar feitelijk de prijs voor; Hij betaalt de schuld.
Ik wijs er trouwens op — maar dat komt wellicht straks nog wel ter sprake, hoewel dit niet direct het hoofdonderwerp van vanmiddag is, want dat is weer een heel hoofdstuk apart — dat u dit nergens in de Schrift zult aantreffen: over Christus die de schuld betaalt. Je leest wel dat Hij de losprijs betaalde, maar dat is een totaal ander idee.
Laat ik mij nu zoveel mogelijk beperken tot het eigenlijke onderwerp van vanmiddag, namelijk dat van verzoening. Men zegt dan: God verzoent Zich met de wereld. Dat is de wijze waarop men verzoening voorstelt. God was boos op de wereld, was vertoornd op de wereld. Het oordeel treft de Zoon en daardoor kan God toch weer in contact komen en Zich verzoenen met de wereld. God verzoent Zich zo met de wereld. Dat is het algemene idee dat men heeft over verzoening. Zo ben ik er ook altijd mee grootgebracht.
Ik herinner mij dat ik als kind daar al heel vaak vragen bij had. Ik kon toen nog niet weten wat daar allemaal aan leerstukken, concepten en ook aan godsbeeld achter schuilging. Maar als je echt fundamentele vragen gaat stellen van: 'Wacht even, laten we eens bij het begin beginnen, wat staat er nu eigenlijk?', dan kom je tot heel verrassende ontdekkingen. Ik wil u vanmiddag heel graag daarin meenemen.
Want kijk, het traditionele concept is niet alleen een karikatuur. Een karikatuur is eigenlijk een persiflage; het geeft een valse voorstelling. Maar het is zelfs nog sterker: het is precies het tegenovergestelde van de Bijbelse voorstelling. Laat ik het in een statement samenvatten. Is het nu: God verzoent Zich met de wereld? Dat is de traditionele visie. Of is het: God verzoent de wereld met Zich? That's the question. Dat is de vraag. Deze twee staan tegenover elkaar. De eerste is de traditionele versie, maar ik laat u zien wat de Schrift zegt. En dat zegt de Schrift niet één keer, maar bij herhaling en uitsluitend. Ik wil dat gaan opbouwen aan de hand van vier plaatjes die het hele proces van vijandschap en vervreemding weergeven.
Stap 1: de Wereld Is Vervreemd en God Vijandig Gezind ↑ hoofdstukken
Dat wil zeggen, het begint bij vijandschap en uiteindelijk eindigt het in verzoening, maar ik wil ook de onderliggende of tussenliggende stappen in het proces voor het voetlicht brengen. Gewoon zodat we dat stap voor stap bezien: wat staat er nou eigenlijk in de Schrift? Om te beginnen met dit: God verzoent de wereld met Zichzelf. Dat is wat ik wil gaan vertellen en alles wat daar dan ook nog mee verband houdt.
Eén ding is duidelijk: het idee is dat de wereld vervreemd is en vijandig ten opzichte van God, en trouwens ook ten opzichte van elkaar. Men is boos op God en men is ook vervreemd van Hem. Daardoor staat men met de rug naar Hem toe. Dat kan een ultieme vijandschap zijn, maar dat hoeft nog niet eens. Je hoeft niet per se vijandig te zijn om toch in elk geval van Hem vervreemd te zijn en je eigen weg te gaan. In dat geval vaar je gewoon je eigen koers en dan ga je in ieder geval met je rug naar Hem toe.
Kijk, en dat is al een heel groot verschil. In het traditionele concept is God degene die vijandig is en vertoornd is. Trouwens, het idee van Gods toorn is op zich een heel Bijbels gegeven, maar het heeft niets te maken met die verzoening. Bij verzoening gaat het er niet om dat God vijandig is. Ik heb het gelezen in de Institutie van Calvijn, daar staat dat God de wereld vijandig gezind is. De Zoon is dan als het ware in de bres gesprongen – dat is dan het idee, weet u wel, van die bliksemafleider – en Die heeft dat dan gedragen. Maar de vraag is: aan wiens kant is de vijandschap? Aan Gods kant? En verzoent Hij Zich dan met de wereld? Nee, de Schrift zegt: de wereld is vijandig. Denk even aan die gebalde vuist. De vijandschap, de vervreemding is aan de kant van de wereld ten opzichte van Hem, primair naar boven en daarmee ook onderling. Misschien dat ik daar nog op terugkom, maar laten we het niet complexer maken dan strikt noodzakelijk is. Verzoening heeft te maken met de vijandigheid en de vervreemding van het schepsel, of meer specifiek, van de mens.
Nou ja, hoeveel teksten wilt u er hebben? Maar laat ik gaan naar Kolosse 1. Dat is trouwens het laatste vers waarin in het Nieuwe Testament dit begrip van verzoening gebruikt wordt. Het gaat allemaal een beetje door elkaar, maar goed, daar staat dit: "Ook u, ook jullie..." – meervoud – "Ook jullie," schrijft Paulus dan, "die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken." Jullie waren eens vervreemd en vijanden in jullie hele denkwijze. Het is dus niet alleen de buitenkant; het heeft te maken met je gezindheid, met je hele denken. En het blijkt dan vervolgens in de werken. Ja, dat is logisch, dat is altijd zo. Een mens doet dingen, maar waarom doet hij ze? Omdat hij zo denkt. Of hij doet zo omdat hij niet denkt, dat kan ook nog hè, dat je gewoon dingen doet omdat je helemaal niet denkt. Maar in ieder geval heeft de oorzaak van wat jij doet te maken met de binnenkant. Dat is de belangrijke volgorde: eerst de binnenkant, daarna de buitenkant als de expressie van de binnenkant.
Paulus zegt dan: jullie waren net zo goed als de rest van de wereld. Jullie zijn nu gelovig, maar eertijds waren jullie net zo goed vervreemd en vijandig gezind. Nou, en dat bleek wel uit jullie boze werken en uit alle ongein die jullie produceerden in je leven. De wereld is dus van God en van elkaar vervreemd of vijandig gezind. "Maar," zegt Paulus dan, "Hij heeft u thans weder verzoend." Het idee is – en Paulus gaat daar in het voorgaande vers op in, ik kom daar later vanmiddag nog op terug – dat er sprake is van de verzoening van het al. Maar dat is nog toekomstig. Nu is er echter al sprake van mensen die thans verzoend zijn. Dat zijn de gelovigen, degenen die Hem vandaag kennen. Die zijn thans verzoend, dat wil zeggen: niet meer Hem vijandig gezind. Nu leven we in een verhouding van vrede en harmonie. We hebben vrede met God. Dat is wat verzoening is. We hadden het niet, nu wel. Dan ben je dus verzoend.
"Heeft Hij thans weder verzoend." Trouwens, let ook op – ik wijs er vanmiddag diverse keren op en ik attendeer u er nu ook weer op: daar staat "heeft Hij thans verzoend". Het staat trouwens in de aorist, dat wil zeggen als een tijdloos feit, maar in ieder geval: Hij verzoent. Hij is de handelende persoon als het gaat om verzoening, niet wij. Paulus zegt niet: "jullie hebben je verzoend met God." Nee: "Hij heeft u thans weder met Zich verzoend." Dat is het. Hij verzoent vijanden met Zich. Dat wil zeggen: Hij maakt vijanden tot vrienden of tot liefhebbers. Dat is Zijn handeling en ik zal u vertellen – ik daag u uit – nergens anders zie je dat in het Nieuwe Testament, of meer specifiek in Paulus' brieven. Altijd is het: Hij verzoent. Nergens lees je dat gelovigen zich met God verzoenen. Nooit.
Daar komen we ook nog even op: er staat trouwens "weest verzoend". Hij zegt in 2 Korinthe 5: "Weest met God verzoend." Ik geef toe, in de vertaling staat "laat u met God verzoenen", maar er staat: "weest verzoend". De essentie is juist: het woord klinkt, Hij is uw Redder. Hij Die de wereld gekruisigd heeft, Hij redt jullie. Weest verzoend of wordt verzoend. Nou, dat is al een geweldig feit.
Dat is punt één. Punt twee: we hebben nu bij dezen vastgesteld dat als er sprake is van vijandschap en vervreemding, dit niet van de kant van God is. Ik zal u dit vertellen: nergens lees je in de Bijbel dat God de wereld vijandig gezind is. Nooit. God heeft de wereld lief. Punt. Of beter nog: een uitroepteken! Hij heeft de wereld lief. De wereld beschuldigt God en is van Hem vervreemd. Dat geldt in het algemeen voor de wereld. En dat bedoel ik helemaal niet even los van het christelijke of misschien meer specifiek het calvinistische jargon. Wat bedoel ik met dat de wereld van God vervreemd is? Wat neemt de wereld God nou kwalijk?
Laat ik het anders vragen: waarom denkt u dat er atheïsten zijn? Geen mens die op het idee komt als hij het intelligent design ziet van elk schepsel. Of je nou een enkelvoudig microscopisch celletje ziet, of je ziet de hersenen, of je ziet alles in de schepping: alles getuigt van zo'n ongelooflijk intelligent design. Geen zinnig mens komt op het idee dat dat niet bedacht is. Dat is onzin. Geen mens komt op dat idee, maar waarom zijn mensen dan toch van God vervreemd? Waarom? Omdat ze het God kwalijk nemen dat Hij het niet goed doet. Als God er is... Nou, u kunt het zelf invullen. Als God er zou zijn, waarom moest dat ventje dan aanspoelen op het strand van Griekenland om maar even een voorbeeld te geven? Waarom al die ellende dan? Dat is wat God kwalijk genomen wordt. Hij is toch verantwoordelijk voor de hele boel? Nou, Hij laat dat gebeuren. Met die God wil ik niks te maken hebben en dat is dus vervreemding.
Ik heb ooit een collega gehad en die spuwde vuur als hij het over God had. Echt zo... die was echt met recht vijandig gezind. Hij was zo boos op God. Dat leidde tot heel veel onvrede, zo zelfs dat hij een einde aan zijn leven maakte. Want als je geen vrede hebt met de Grote... Eigenlijk ontkende hij niet dat er een Schepper was, maar juist omdat die Schepper er dan is, werd hij zo boos. Hij had zijn eigen verhaal en dat was allemaal heel begrijpelijk hoor. Maar ja, daar kun je geen vrede hebben. Als je boos bent op de Baas, om het zo te zeggen, van deze wereld, dan heb je geen vrede. Dan kán je geen vrede hebben. Want ja, dan wordt deze wereld in jouw ogen "boos" bestuurd. Maar in ieder geval, daar gaat het even om: de wereld is van God vervreemd.
Stap 2: het Kruis als Uiterste Bewijs van 's Werelds Vijandschap ↑ hoofdstukken
God geeft Zijn Zoon, maar wat doet de wereld met Hem? God heeft Zijn Zoon gedurende duizenden jaren beloofd; Hij is aangekondigd en Hij kwam in de wereld. En wat heeft de wereld met Hem gedaan? Meer specifiek, moet u nagaan: de godsdienstige wereld. Net uitgerekend dat volk dat God had uitverkoren, bij dat volk kwam Zijn Zoon, en wat hebben ze met Hem gedaan? Het is geschiedenis, historie: ze hebben Hem aan het kruis genageld.
Dit kruis hier is dus de demonstratie van de vijandschap van de wereld. De wereld is vijand. Nooit is de vijandschap ten opzichte van God zo duidelijk gedemonstreerd als toen op het kruis van Golgotha. Daar gaf God het beste, en het beste wat God gaf, namelijk Zijn eigen Zoon, hebben zij niet gespaard. En Hij heeft dat zo toegelaten. Hij heeft Zijn eigen Zoon daarvoor ook niet gespaard. Dat is waar. Hij heeft Hem aan Zijn vijanden overgegeven.
Maar dat is juist belangwekkend voor verzoening. Het is nog maar de tweede stap in het proces. Maar in elk geval, dit kruis is het embleem van de vijandschap van de wereld. Dat is heel belangrijk. Het kruis bewijst hoe vijandig de wereld is ten opzichte van God, namelijk door Zijn Zoon aan het kruis te nagelen.
In Romeinen 5 schrijft Paulus dit: "Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn..." Eigenlijk staat er: wij werden met God verzoend. Hoe dan? Wel, daar staat bij: door de dood van Zijn Zoon. Ik wil er weer even op wijzen: dit is ook weer passief. Wij werden verzoend. Niet: wij verzoenden onszelf. Nee, wij werden verzoend. We zijn daarin – als ik het weer even taalkundig mag zeggen – geen onderwerp, maar een leidend voorwerp. Dit ondergaan we. Niet wij verzoenen ons; nee, wij worden verzoend. Dat is iets wat je ondergaat. Het is passief.
Bovendien wijs ik erop: hier lees je dus niet "want toen wij vijanden met God verzoenden...". Staat er dat God Zich met ons verzoende? Zie je? Nergens staat dat. Al zegt men het tot in de officiële documenten aan toe, maar het is precies het omgekeerde. Niet God verzoende Zich met ons; God was nooit een vijand. De wereld was vijandig en Hij verzoent ons met Zich. En er staat bij: door de dood van Zijn Zoon.
Nu moeten we even scherp worden, of in ieder geval de zaak scherpstellen. Ik lees even verder: "Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend werden door de dood van Zijn Zoon, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn" – of eigenlijk hier weer: verzoend wordende – "behouden worden doordat Hij leeft." Kijk, God behoudt ons, Hij redt ons doordat Zijn Zoon leeft. Maar Hij verzoent ons door de dood van Zijn Zoon.
God verzoent ons doordat wij Zijn Zoon hebben gedood. Eventjes alles wat je erover weet, of meent te weten, aan de kant zetten; lees gewoon wat er staat. Hij verzoent ons door de dood van Zijn Zoon. Maar nog meer – dat komt er bovenop – Hij redt ons, nu wij eenmaal verzoend zijn, doordat Hij leeft. Ja, een levende Heer redt ons. Hij is opgestaan uit de doden. En wat geeft Hij ons? Leven. Maar hoe doet Hij dat? God geeft leven aan deze wereld, maar hoe doet Hij dat? Dat doet Hij door Hem die de wereld aan het kruis nagelde.
Dus: de wereld doodt Zijn Zoon en God zegt: "Door Hem ga Ik aan jullie allemaal het leven geven en jullie ga Ik redden." Kijk, zegt Paulus, daardoor werden wij verzoend. Hoe kun je vijandig blijven of vervreemd van Hem blijven als degene die je notabene vermoord hebt – gewoon wij als wereld – als God juist door Hem aan ons het leven gaat geven? We gaan straks trouwens een prachtig type daarvan in het Oude Testament ook zien. Want die typen maken het allemaal zo levendig, zo duidelijk.
Maar we zijn nu nog eventjes bezig met het onderzoek van hoe dat nou gaat. Wij waren vijandig en vervreemd en God verzoende ons door de dood van Zijn Zoon. Hij redt namelijk ons door Degene die wij hebben vermoord. Nou, mocht je een argument in je handen hebben, een reden om Hem te haten, dan heb je die nu dus helemaal niet meer. We zullen dat vaker zien: altijd is het zo dat we worden verzoend door de dood van Zijn Zoon. Nu kom ik bij de derde stap.
Stap 3: God Rekent Overtredingen Niet Toe, maar Geeft Leven Dóór het Kruis ↑ hoofdstukken
De wereld was vijandig en die vijandigheid bleek op het hoogtepunt – of beter gezegd, het dieptepunt – toen ze de Zoon van God aan het kruis nagelden. En wat blijkt nu? Juist door dat kruis gaat God aan die wereld het leven geven. Ik heb daar op de dia expres die verhoogde slang bij gedaan. Of dacht u misschien aan het esculaap-teken? Het esculaap is het symbool bij uitstek voor de geneeskunde, maar mocht u uw hersenen daarover willen breken, dan zeg ik: doe uzelf dat niet aan, want uiteindelijk gaat het gewoon om hetzelfde. Die verhoogde slang waarover je leest in het boek Numeri, en die de Heer Jezus aanhaalt in het gesprek met Nicodemus, spreekt juist van Hem die verhoogd werd en die verworpen werd door de wereld. Maar juist daardoor gaat God het leven geven aan diezelfde wereld; Hij herstelt die wereld en redt hen. Dat kruis – hoe wordt dat in een lied gezegd? – dat kruis werd tot een kostbaar kleinood. Juist daar, doordat wij de Zoon aan het kruis nagelden, zegt God: "Door dat kruis ga Ik het leven en de redding aan diezelfde wereld geven." Want dat is namelijk wat verzoening is: God rekent het kruis en de misdaden van dat kruis de wereld niet toe. Hoe bewijst Hij dat? Wel, via dat kruis gaat Hij de wereld namelijk het leven geven.
Daar heb ik weer 'bonnetjes' voor nodig. Bij elke stap die ik doe, wil ik gewoon de schriftplaatsen laten zien waar dat ook zo expliciet staat. 2 Korinthe 5 is de passage waar Paulus het uitgebreidst spreekt over verzoening. Daar staat dit: "En dit alles is uit God." Dat lijkt me een hele aardige om nu verder te lezen, want het hele idee is juist dat alles in dit onderwerp van de verzoening in zijn totaliteit, van het begin tot het einde, goddelijk werk is. Dit alles is uit de God. Daar komt totaal geen mensenwerk bij kijken. Een mens kan er niks aan toe doen en een mens kan er niks van afdoen; het is alles uit de God. Alles. Daarom is het ook een goed bericht: het is al helemaal uit God, compleet. Wie heeft alle eer daarvoor dus ook? God, Hij als enige.
Er staat: "die door Christus ons met Zich verzoend heeft." Eigenlijk staat hier niet 'verzoend heeft', maar wordt ook weer die aorist gebruikt. Dat is een feit op onbepaalde tijd; er wordt een feit geponeerd. Ongeacht wanneer, dat is het idee. Dat is een speciale Griekse werkwoordsvorm die wij in het Nederlands niet echt kennen, dus het is altijd lastig om weer te geven, maar daarom wijs ik erop: het is gewoon een feit op onbepaalde tijd. "Die ons door Christus met Zich verzoent," dat is wat Paulus zegt. Let op: "met Zich". Niet dat Hij Zich met de wereld verzoent. Ik wijs er weer op: consequent is het altijd de wereld die vijandig is, niet God. God verzoent de wereld met Zich. Het is Zijn werk, want alles is uit God. Als er zou staan dat Hij Zich met de wereld verzoent, zou dat suggereren dat Híj vijandig is, maar dat is het probleem niet. Hij is niet vijandig; wij zijn vijandig, of wij waren vijandig. "En dit alles is uit de God die door Christus ons met Zich verzoent en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft" – of eigenlijk: die ons de bediening van de verzoening geeft, tegenwoordige tijd. In vers 19 noemt hij het "het woord van de verzoening". Wat is die dienst van de verzoening? Wel, gewoon het Woord doorgeven: God houdt van deze wereld en Hij maakt van deze wereld die vijandig is, liefhebbers. Dat is helemaal Zijn werk.
Ik lees verder in vers 19: "Welke immers hierin bestaat" – die bediening van verzoening – "dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was." Ziet u het? God was in Christus de wereld verzoenende tot Zichzelf. Ook hier weer – en sorry dat ik een beetje in herhaling val, maar ik kan het niet genoeg benadrukken – niet: Zich met de wereld verzoenende, nee: de wereld met Zich verzoenende. Niet God was vijandig, maar de wereld. "Dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was." Je ziet hier de tegenwoordige tijd; het is nog niet compleet. Die verzoening vindt nog steeds plaats. Zolang er ook nog maar één vijandig schepsel is, of een creatuur dat van Hem vervreemd is, is die verzoening niet compleet. Eigenlijk is dat heel logisch, want de waarheid is altijd logisch. Zolang er één vijandig schepsel is, is de verzoening nog niet voltooid. Dat proces gaat nog steeds door. Door het woord van de verzoening klinkt dat en worden mensen vandaag overtuigd van Gods liefde. Dat is grote genade als je het nu al mag zien, maar het is Zijn werk. Als Hij van jou een liefhebber van Hem gaat maken, dan is dat Zijn werk. Hij heeft jou verzoend met Zich, dat wil zeggen: Hij heeft jou overtuigd van Zijn liefde. En hoe doet Hij dat? Dan wijst Hij op het kruis van Golgotha.
Hoeveel houdt God van deze wereld? Kijk naar het kruis van Golgotha. Zelfs als ze mijn Zoon aan het kruis nagelen, dan blijft mijn liefde bestaan. Sterker nog: juist door dat kruis ga ik aan die wereld het leven geven. Dat is liefde. Dan overrule je echt alle vijandschap. Op het moment dat dat landt in je hart, dan is dat Zijn werk. Dan overtuigt Hij jou en dan ben je overtuigd. Dat is de kracht van Zijn Woord en de kracht van Zijn liefde. Dan ben je thans weder verzoend.
"Welke immers hierin bestaat dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen." Let op: op het kruis en daar aan het kruis rekende God de overtredingen van de wereld niet toe. Dit staat recht tegenover het traditionele concept waar juist gezegd wordt dat daar aan dat kruis de overtredingen van de wereld aan Christus werden toegerekend. Nee, juist niet! God rekende dat kruis – en dat kruis was een misdaad van de wereld – hen niet toe. Inderdaad, het moest zo gebeuren in die zin dat het voorzegd was, maar het was een misdaad. Je leest het vaak in het boek Handelingen: "De Jezus die júllie aan het kruis hebben genageld, heeft God uit de doden opgewekt." Het ene was het werk van mensen, het andere was het werk van God. De mens kan God doodmaken, maar God kan leven maken. Dat is een groot verschil.
Maar Hij deed dit dus door hun hun overtredingen niet toe te rekenen. Hoe heeft Hij die overtredingen trouwens niet toegerekend? Waaruit blijkt dat? De wereld slaat de Zoon van God aan het kruis. Wat zou je verwachten als Hij die overtreding wél zou toerekenen? Dan zou je verwachten dat God vanaf dat moment een einde aan die wereld maakte of zou ingrijpen. Dan had Hij die wereld de overtredingen toegerekend. Maar Hij gaf Zijn Zoon over aan hen; Hij heeft het ze niet toegerekend. Sterker nog: drie dagen later wekte Hij die Zoon op. Weet u waarom? Opdat allen in Christus zouden worden levend gemaakt. Opdat diezelfde wereld het leven zou krijgen, dat wil zeggen: opstandingsleven. Daar bewees God dat Hij de overtredingen, dat afschuwelijke kwaad van het kruis van Golgotha, de wereld niet toerekende. Sterker nog, Hij gaf hen juist daardoor, via die weg door het kruis, het leven. Daarmee, met wat er gebeurde op zondagochtend toen de steen werd weggewenteld, bewees God dat Hij de overtredingen van de wereld niet toerekende. Hij deed Zijn Zoon opstaan opdat de wereld het leven zou krijgen en Hij heeft ons het woord van de verzoening toevertrouwd.
Trouwens, ik zit er ineens aan te denken dat ik vers 20 er nu geloof ik niet bij heb gepakt. Maar dat vers wat je zojuist aanhaalde, daar moeten we het dan bij een andere gelegenheid over hebben. Over dat er staat dat God door onze mond zegt: "Weest verzoend!" Ja, dat woord klinkt. Zoveel houdt God van deze wereld.
Ik kijk naar wat nou dat woord van de verzoening is. Welk woord hebben wij nou voor de wereld? De wereld is vijandig en heeft allemaal argumenten waarom God niet deugt. Wij vertellen: God is goed. God is echt goed. En Hij bewijst het. En Hij redt jou. Hij redt deze wereld.
Die wereld die Zijn Zoon vermoordde? Ja, die wereld gaat Hij redden. Door die vermoorde Zoon uit de doden op te wekken en juist zo aan de wereld het leven te geven. Dat is verzoening. Zo maakt God liefhebbers. Want... nou, dan kom ik bij dit plaatje terecht.
Stap 4: van Gebalde Vuisten Naar Lovende Handen ↑ hoofdstukken
Door het kruis verzoent God de wereld met Zich. Elk schepsel zal in de naam van Jezus – de naam die betekent: 'JAHWEH is Redder' – God loven. Kijk, het begon bij die gebalde vuist: de wereld die vijandig was. En het eindigt bij lovende handen. Dat is eigenlijk het laatste onderdeel van dat proces van verzoening. Het eindigt bij – ik gaf het maar dit symbool – lovende handen. Eerst die gebalde vuist, het embleem van vijandschap en vervreemding, en het eindigt bij lovende handen die Hem liefhebben.
God maakt van deze wereld zo’n wereld. Hoe doet Hij dat? Door die wereld met Zich te verzoenen, door hen te overtuigen van Zijn liefde. Dit kruis was het bewijs van vijandschap, en God zegt: "Dat kruis, daardoor ga Ik jullie redden." En zo maakt God die wereld tot liefhebbers en lovers van Hem.
Nou, dan kom ik bij Kolosse 1 uit. In Kolosse 1 staat dit: "En door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed van Zijn kruis." Dat gaat hier over de Zoon van Zijn liefde; dat is de uitdrukking die in vers 13 gebezigd wordt. En door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed van Zijn kruis. Dit is nu de derde keer dat ik u weer op een aorist wijs. Maar hier wordt – kijk, dat is van belang omdat hier gesuggereerd wordt alsof dit al gebeurd zou zijn – maar het idee is ook hier weer: het gaat hier over een feit, een onbepaalde tijd. Hij maakt vrede door het bloed van Zijn kruis. "Vrede maken" – zo’n horizontaal streepje hiervoor in de interlineair wil zeggen: het is een feit, onbepaalde tijd. Hij maakt vrede, ongeacht wanneer. Hoe? Wel, door het bloed van het kruis van Hem, van Zijn kruis ja.
Hem, dat is de Zoon. God doet dat door Hem. Hij maakt vrede door het bloed van Zijn kruis. Zie je ook hier weer: vrede versus vijandschap. Er is vijandschap, oorlog, conflict, vervreemding en God maakt door het kruis vrede. En dan staat erachter: "om alle dingen weder met Zich te verzoenen." Nou, hier ook eerst weer: met Zich te verzoenen, niet Zich met de wereld. Nee, alle dingen weder met Zich te verzoenen.
En wel, wat is... dan zeggen ze: "Dat is een theologische vraag." Ja, maar wat is de reikwijdte van de verzoening? Het antwoord in de theologie is uiterst complex, maar in de Schrift uiterst simpel en bovendien universeel. Het is namelijk het al, het panta, het al. Is er dan geen voorwaarde? Jazeker, er is een voorwaarde. Weet u welke voorwaarde? Je moet eerst vijandig of vervreemd gezind zijn. Als je niet vijandig bent, dan kun je ook niet verzoend worden. Maar als u aan die voorwaarden voldoet – u bent van Hem vervreemd of vijandig gezind – dan zal ik u dit vertellen: u bent kandidaat voor Zijn verzoening. En niet alleen kandidaat, u wordt met Hem verzoend.
Moet u daar iets voor doen? Nee, daar kunt u niks voor doen. Hij overtuigt u van Zijn liefde. Als u nu al overtuigd bent: prijs Hem! Dan heb je nu al die lovende handen, als je Hem nu mag loven. Maar er komt een moment dat de hele wereld dit zal weten, weten en daarmee ook erkennen. Dus als je nu de vraag stelt: wie verzoent er? Verzoenen wij ons met Hem? Nee. De enige die actief is, de handelende persoon, is God. God verzoent. Het is zo simpel: God verzoent. Het hele draconische idee dat wij daar een bijdrage aan leveren, dat is nu juist de clue van de waarheid van de verzoening. Hij verzoent. En wij vertellen dat: God redt de wereld door de Zoon die de wereld aan het kruis nagelde. Inderdaad, door het bloed van het kruis. Dat kruis herinnert ons dus per definitie aan de dood van Zijn Zoon; het herinnert ons aan de vijandschap van de wereld ten opzichte van God. Het kruis is het embleem van de vijandschap van de wereld.
En wie verzoent er? God. Hoe verzoent Hij? Nou, door het bloed van het kruis. Dat is de wijze waarop Hij dat doet. Dat is het middel in Zijn hand om de wereld tot vrede te brengen, om vrede te maken. Er staat dus niet: God verzoent aan het kruis. Nee, God verzoent dóór het kruis. En wat verzoent Hij dan?
De Reikwijdte van de Verzoening: het Al (in Hemel en op Aarde) ↑ hoofdstukken
Op wie verzoent Hij? Nou, het antwoord daarop is: het al. Of ta panta. Ik las eens iets van iemand – niet de eerste de beste, ik zal zijn naam niet noemen, nou vooruit, het was Ouweneel. Hij schreef over die twee verschillende woorden waar ik vanmiddag mee begon, dat je die niet door elkaar moet halen. Dat moet je onderscheiden, dat is gewoon basic. Dat moet je even weten, want dan kun je daar goed rekening mee houden. Hij onderwees mij dat, maar toen hij zijn commentaar gaf in een lezing over dit vers, toen zei hij: "Let op, er staan 'alle dingen'. Niet alle mensen, niet alle wezens."
En dat is met permissie geleuter. Waarom is dat geleuter? Wel, als je weet wat verzoenen is, dan heeft dat juist te maken met vijandschap. Vijanden en vervreemden, die worden verzoend. Een kopje water kan niet verzoend worden. Dit kopje wordt nooit verzoend. Weet u waarom niet? Dit is nooit van God vervreemd geweest en het is Hem ook niet vijandig gezind. Dus als je zegt: wordt alles verzoend? Nee, niet alles wordt verzoend. Alles wat vijandig en vervreemd is van Hem, dat wordt verzoend.
En als je zegt: "Voor alle dingen," nou, daar kan ik nog wel iets aan toevoegen. Het woord "dingen" wordt in de grondtekst helemaal niet gebruikt; er wordt gewoon over "het al" gesproken, in het meervoud. En als je zegt dat dit een betekenis heeft die naar iets verwijst, dan zeg ik: jazeker, het verwijst naar alle vijanden en vervreemden van Hem. Is daar een uitzondering op? Nee, want het is het al. Laat gewoon de Schrift spreken. God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende. En hier staat: Hij maakt vrede door het bloed van het kruis en verzoent het al met Zich. Dat wordt hier gewoon als een feit gesteld. Het al wordt weder met Zich verzoend. Dat is Zijn werk.
Dus zowel de vraag wie Hij verzoent, hoe Hij verzoent en wat Hij verzoent, staat gewoon zwart-op-wit. Dat hoef ik niet uit mijn duim te zuigen; het staat er gewoon. En het is niet alleen glashard, duidelijk en solide, het is ook zo'n enorme heerlijkheid. Man, man, wat een boodschap! Wij dragen niets bij; hier kun je niets aan toedoen en niets aan afdoen. Dit is een bericht. Het woord van de verzoening is zo geweldig: God gaat jou redden.
Is vijandschap een barricade of een verhindering? Nee, ik zal het u sterker vertellen: het is een voorwaarde. Als je een vijand bent, is dat geen verhindering om verzoend te worden; het is een voorwaarde om verzoend te worden. Als je geen vijand was, kon je niet eens verzoend worden. Het is precies omgekeerd. Mensen zeggen: "Ja, maar je moet wel geloven." Dan heb je echt geen idee van wat verzoening is als je het zo zegt. Alverzoening, de verzoening van het al, betekent niet dat God alles simpelweg vergeeft. Dat is trouwens ook weer zo'n groot misverstand. Misschien had u dat ook? Het betekent absoluut niet dat verzoening van het al inhoudt dat God alles maar vergeeft in de zin van: "Kom maar binnen met je knecht, het maakt allemaal niks uit wat je gedaan hebt." Dat idee heeft er niets mee te maken. Alverzoening betekent dat God van elke vijand een liefhebber van Hem maakt, overtuigd van Zijn liefde. Dat is verzoening.
En dat het de verzoening van het al is, betekent dat er niemand van is uitgezonderd. Er staat nog bij: "door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is." Dus niet alleen maar de vijanden en vervreemden hier op aarde, waar heel het mensdom onder valt – alle mensen zijn van Hem vervreemd en velen zijn Hem vijandig – maar ook in de hemelen. Wat dacht je van overheden en machten en krachten die ook van God vervreemd zijn? Efeze 2 spreekt over de overste van de macht der lucht; dat is geen brave, kan ik u vertellen. Maar ongeacht waar: het bloed van het kruis heeft zo'n potentie en zo'n kracht. Elk schepsel, het al, ieder creatuur – of het nu hier op aarde of in de hemel is, waar dan ook – wordt door Hem verzoend.
In Filippenzen 2 staat dat ook: opdat in de naam van Jezus – dat wil zeggen: Jahweh is Redder – zich alle knie zou buigen van hen die in de hemel, die op de aarde en die onder de aarde zijn. Dat is eigenlijk nog korter in het Grieks: van hemelsen, van aardsen en van onderaardsen. Waar ze zich dus ook bevinden, al die knietjes gaan buigen. Allemaal. In de naam van Hem wiens naam betekent: Jahweh is Redder. En alle tong zal belijden, oftewel toejuichen. Alle tong; de binnenkant, niet de lippendienst. Het woord begint met "ex", u kent dat Griekse voorzetsel wel. "Expressie" betekent dat het eruit komt: exomologeomai. Dat Griekse woord betekent dat het niet zomaar belijden is; het komt van binnenuit. Het is een heel sterk woord dat hier gebruikt wordt. De elf keer dat het in het Nieuwe Testament gebruikt wordt, gaat het altijd over een hartelijke erkenning van binnenuit.
Alle tong zal belijden: "Jezus Christus is Heer" (Kurios). Trouwens, niemand kan zeggen: "Jezus Christus is Heer," dan door de Heilige Geest. En dat tot eer van God de Vader. Het is tot eer van Hem dat elk mens, elk creatuur – nee, niet elk mens, dat is veel te beperkt – dat heel de schepping daarbij is ingesloten. Welk wezen ook dat van Hem vervreemd is en vijandig gezind, elk wezen zal tot deze erkenning komen. Door het bloed van het kruis bewijst God dat. En dat zal uiteindelijk klinken. Heel die wereld die met de vuist naar Hem toegekeerd was, zal Hem straks loven. Het eindigt dus in een universeel halleluja! Hem zij de eer. Tot eer van God, die dan ook daadwerkelijk een Vader zal blijken te zijn van heel Zijn schepping. Wat een God! Dan zal alle wanklank ook verstomd zijn dat God niet te vertrouwen is. Dan zal God aan ieder het bewijs geleverd hebben en ieder zal ook zeggen, elke tong zal zeggen: "God is goed. Echt goed." Ja, ik heb nog één ding. Het wordt wel een beetje laat, maar ik heb nog één ding waarop ik u wil wijzen.
Typologie: de Verzoening Geïllustreerd in Jozef en Zijn Broers ↑ hoofdstukken
Ik heb het al eventjes aangekondigd: een typologie. Ik kan het vrij kort zeggen. Een prachtig type van verzoening in de geschiedenis van Jozef kan ik aan de hand van de vier plaatjes die ik zojuist ook liet zien heel gemakkelijk illustreren.
Het was Jozef, weet u wel, die zijn dromen vertelde aan zijn broers. Zijn broers waren zo jaloers op hem en ze konden hem niet zien of luchten. De broers waren vijandig ten opzichte van Jozef. Jozef als type ook voor Christus ga ik nu niet toelichten, maar ik hoop dat dat duidelijk is. Het gaat me erom het proces van verzoening ook duidelijk te maken aan de hand van deze geschiedenis.
De broers zijn vijandig ten opzichte van Jozef en wat doen ze? Ze gooien hem in de put en ze verkopen hem naar Egypte. Dat is een embleem, of eigenlijk een type uiteraard, van hoe Hij, die andere Zoon, de ware Jozef, gekruisigd is, onder de aarde terechtkwam en stierf. Jawel, Hij kwam in Egypte terecht en werd ook door vader Jacob doodgewaand. Dat is het kruis, maar dit was noodzakelijk om dit weg te doen. Voor hun vijandschap, hun jaloezie en het feit dat ze hem niet konden zien of luchten, was een lange weg nodig om deze vijandschap weg te doen. Daar was dit voor nodig, zal ik u vertellen.
Want wat gebeurde er? U kent de geschiedenis, ik ga met zevenmijlslaarzen even door de historie van Jozef heen. Wat blijkt? Hij wordt dus verkocht naar Egypte, maar via allerlei wegen, wonderlijke wegen, komt Jozef uiteindelijk op de troon terecht. Hij laat graanschuren bouwen en wat gebeurt er? De broers van Jozef komen bij hem terecht, zonder enig benul van wie hij was. En hij geeft hen brood. Dat wil zeggen: zij bleven nu in leven, juist door hem. Ze hadden hem verkocht, ze hadden hem verworpen, maar juist daardoor kon hij hen nu in leven houden.
En als dan de uiteindelijke ontknoping van de geschiedenis daar is – eigenlijk loopt het parallel – dan maakt hij zich bekend. Namelijk dat hun redder, degene die hen brood gaf, die hen in leven hield, die hen redde... dat was degene die zij ooit in de put hadden gegooid en van wie ze zelfs hadden overwogen hem om te brengen. Wat is dat volmaakt parallel met de geschiedenis van de Heere Jezus Christus? Aan het kruis genageld, maar juist daardoor in staat om de wereld te redden en het leven te geven.
Eenmaal komt elk schepsel tot die ontdekking en tot die erkenning. Zo overtuigde Jozef zijn broers; zij herkennen hem en meer nog: ze vertrouwen hem. Het is niet alleen maar een erkennen van: "Ja, jij bent nu inderdaad de koning en de redder." Nee, alles wat zij ooit van Jozef hadden gedacht, het feit dat ze hem niet konden zien of luchten, was nu als sneeuw voor de zon gesmolten. Het is waar, het is waar!
Kijk, en zo maakt God vijanden tot liefhebbers van Hem. Dat is verzoening. En geen mens – sterker nog: geen schepsel – is daarvan uitgesloten. Nou, is dat niet geweldig, wat voor God we daarin leren kennen?
UltimateGoodNews