GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

tijd om wakker te worden!

19-01-2025 - Geplaatst door Andre Piet
Den Haag

In Romeinen 13 (vanaf vers 11) roept Paulus op om duistere praktijken achter zich te laten en eerbaar te leven als bij lichte dag. Hij gaat er vanuit dat zijn lezers de tijd onderkennen waarin zij leven en weten wat aanstaande is. Waar doelt Paulus op? En wat maakt dat zijn woorden in onze dagen opnieuw zo actueel zijn?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze Bijbelstudie bespreekt de dringende oproep uit de Romeinenbrief om geestelijk te ontwaken, omdat de huidige wereldtijd ten einde loopt en profetieën in vervulling gaan. Gelovigen worden aangespoord om de werken van de duisternis af te leggen en te wandelen in het licht. Dit uit zich door onvoorwaardelijke liefde, oftewel agapé, wat de volkomen vervulling van de wet is. In plaats van te strijden tegen het vlees, is de kernboodschap om de opgewekte Here Jezus Christus aan te doen. Omdat licht altijd sterker is dan duisternis, zullen vleselijke begeerten vanzelf ondergeschikt raken wanneer men leeft vanuit dit nieuwe leven.

“Daar waar we de Here Jezus Christus aandoen, daar wordt het vlees ondergeschikt en daar gaan we stralen.”

De Historische Context van de Romeinenbrief ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen allemaal, vrienden hier in Den Haag. Nou, dat was een mooie binnenkomer, of wat daarvoor door moet gaan. Ik ben blij dat ik vanmorgen weer eens in jullie midden mag zijn. Trouwens, dat is nog niet zo heel lang geleden; het is nog maar een maand terug dat ik hier ook was. En toen hadden we het eigenlijk ook over de dingen waar we vanmorgen over doorspreken. Ik heb dat toen geloof ik ook al even min of meer aangegeven, dat daar een vervolg op zou komen.

U ziet het op de eerste dia: tijd om wakker te worden! Dat is het thema en dat is direct ontleend aan het schriftgedeelte wat we straks ook met elkaar gaan lezen. Het wijst op de urgentie om waakzaam te zijn, om te weten wat er gaande is. Het is geen tijd om te slapen. Ik verwijs daarmee eigenlijk ook meteen naar het feit dat we leven in zulke tijden dat het licht van het profetisch woord helderder schijnt dan ooit tevoren, en dat we ons bewust mogen zijn van dat wat er gaat komen en wat aanstaande is.

Ik ga dat doen aan de hand van een passage in de Romeinenbrief. Voordat ik daar naartoe ga, wil ik eerst even wat over die Romeinenbrief vertellen. U ziet een kaartje onderaan op deze dia met daarop de stad Rome. Deze brief is geschreven door Paulus — dat wisten de meesten van u wellicht al — maar hij is geschreven door Paulus vanuit Korinthe, en dat moet zo ergens rond het jaar 57 van onze jaartelling zijn geweest. Je kunt dat eigenlijk heel goed nagaan, niet zozeer het jaartal als wel de omstandigheden waarin hij dit heeft opgetekend, door wat schriftplaatsen met elkaar te vergelijken. Als je de hele geschiedenis volgt, bijvoorbeeld in het boek Handelingen, dan kun je precies plotten waar het was. Kijk maar in Handelingen 20 vers 3. Toen hij net in Korinthe was gearriveerd, heeft hij deze brief aan de gelovigen te Rome geschreven. Als je die andere plaatsen in Romeinen 15 en 16 er ook nog bij betrekt, dan wordt het plaatje vanzelf duidelijk. Door die vergelijkingen zie je de context van deze brief; de brief krijgt een hele samenhang en een achtergrond.

Dat betekent dat je daarbij ook weet dat Paulus op weg was naar Jeruzalem. Dat zegt hij ook letterlijk zo in hoofdstuk 15 van de Romeinenbrief. Hij was op reis naar Jeruzalem en dat was ook om een gift te geven aan de armlastige broeders daar. Er was grote nood en Paulus had een grootse collecte aangekondigd en georganiseerd. Hij heeft allerlei plaatsen daarbij betrokken, onder andere ook Korinthe, en heeft zo een gift verzameld die hij naar Jeruzalem zou brengen. Hij kondigde meteen trouwens ook aan dat hij de gelovigen te Rome daarna zou gaan bezoeken. Als hij in Jeruzalem was geweest, dan zou hij naar Rome gaan. Eigenlijk was hij van plan naar Spanje te gaan, en op doorreis naar Spanje vanuit Jeruzalem zou hij ook Rome nog aandoen. Hij zag daar enorm naar uit.

Paulus had zich de afgelopen jaren al heel veel keren voorgenomen om de gelovigen van Rome te bezoeken. Hij had daar vele contacten, wat ook wel blijkt aan het einde van de brief, want dan volgt er een heel lang hoofdstuk met allemaal groeten aan allerlei mensen met namen die wij dikwijls helemaal niet kunnen thuisbrengen. Hij hoopte dan ook voortgeholpen te worden op zijn reis naar Spanje. Dat waren zijn voornemens en het is ook zo gegaan, maar anders dan Paulus had gepland. Zo gaat dat meestal: de mens wikt, God beschikt.

Paulus is inderdaad naar Jeruzalem gegaan, maar dat werd zijn laatste bezoek aan de stad. Want wat gebeurde er in Jeruzalem? Daar ontstond al heel gauw een enorm tumult over het bezoek van Paulus aan de stad en ze wilden hem lynchen. Uiteindelijk zijn het de Romeinen geweest die hem ervoor bewaard hebben dat hij niet daadwerkelijk door zijn volksgenoten gedood of vermoord werd. Paulus stond namelijk in een zeer slechte reuk in Jeruzalem. Hij was bovendien zeer omstreden bij zijn eigen broeders, en dan bedoel ik zijn geloofsgenoten. Want daar in Jeruzalem vond men hem een apostel die een heidense boodschap bracht; dat was de reputatie die hij had. Hij zou de Joodse gelovigen in het buitenland leren over afval van Mozes, en dat ze hun kinderen niet hoefden te besnijden en niet naar de gebruiken zouden hoeven wandelen. Dat was niet waar, maar het was ook niet helemaal onwaar. Kortom, dat had toelichting nodig.

Hoe dan ook, Paulus is daar in Jeruzalem gevangen genomen. Vervolgens heeft hij twee jaar gevangen gezeten in Caesarea. Ook dat wordt verhaald en hij heeft daar Felix en Festus, de stadhouders, toegesproken. Hij heeft zich ook nog verantwoord voor koning Herodes en uiteindelijk heeft hij zich beroepen op de keizer in Rome. Dus toen is hij op het schip gezet — of de boot in gegaan, hoe moet ik het zeggen. Hij voer naar Rome toe om daar voor de keizer te verschijnen, maar op de reis daarnaartoe leed het schip schipbreuk. Ook dat wordt uitgebreid verhaald. Hij zegt hier dus: "Ik ga naar Jeruzalem," en hij vreesde al dat hij heel veel tegenstand zou ontmoeten. Dat wist hij en dat is daadwerkelijk ook vervuld. Hij is inderdaad in Rome gearriveerd, maar dan wel als gevangene. Daar heeft hij trouwens ook weer twee jaar gevangen gezeten, en wellicht is hij daarna alsnog naar Spanje gegaan. Maar ja, dan loopt eigenlijk de geschiedenis van het boek Handelingen al ten einde. Hoe dan ook, we hebben nu al een klein beetje een indruk van de tijd waarin Paulus deze brief optekende. De Romeinenbrief is de eerste brief die wij van hem hebben, tenminste zoals hij in ons Nieuwe Testament is gegeven. Na het boek Handelingen krijg je de Romeinenbrief.

Gods Gerechtigheid en Zijn Plan met Israël en de Natiën ↑ hoofdstukken

Het is een buitengewoon fundamentele uiteenzetting over wat het evangelie nu eigenlijk is. De geweldige blijde tijding die de apostel Paulus onder de natiën mocht vertellen van de grote God. Zoals zojuist ook over gesproken is: de Schepper van hemel en aarde, die Zijn schepping liefheeft en die geweldige beloften heeft gegeven die daadwerkelijk nu ook vervuld zijn. God heeft recht gedaan aan Zijn woord, aan Zijn belofte. En dat is de openbaring. Hij noemt dat ook verschillende keren in deze brief: de openbaring van Gods gerechtigheid. Dat wil zeggen dat God nu eindelijk, op het juiste tijdstip, het aangekondigde tijdstip, recht heeft gedaan aan dat wat Hij ooit had beloofd. Eigenlijk van oudsher door de profeten en eigenlijk al vanaf het begin. God ziet om naar Zijn schepping. God houdt van Zijn creaties, Hij heeft het zelf gemaakt.

In deze brief beschrijft Paulus hoe God dat alles gerealiseerd heeft, hoe Hij de Messias heeft gestuurd en hoe Hij Hem uit de doden heeft opgewekt. Daarmee is nieuw leven aan het licht gebracht, waardoor er een totale nieuwe schepping aan het licht is gekomen. Daarover schrijft hij allemaal, maar hij schrijft ook uitgebreid — eigenlijk in een soort van intermezzo in de hoofdstukken 9, 10 en 11 — over het ongeloof momenteel van de Joodse natie. Ze zijn momenteel vijanden van het evangelie. Paulus zegt ook: "Ik heb een voortdurend hartzeer voor mijn broeders naar het vlees." Hij getuigt van hen dat ze ijver voor God hebben, maar zonder inzicht. Er ligt een bedekking op hun hart, en dat ging hem zeer aan het hart.

Paulus behandelt ook de vraag hoe dat zo komt. God heeft de Messias gestuurd en Jezus Christus uit de doden opgewekt, en vervolgens is deze Messias ook gepredikt aan het volk. Maar het volk heeft Hem afgewezen, ook in de Handelingentijd. Als de opgestane Christus hebben ze Hem afgewezen. Paulus stelt zich dan de vraag: hoe kan dat en waarom is dat? Dan legt hij in die hoofdstukken 9, 10 en 11 uit dat God momenteel een omweg maakt. Door hun val, door hun misstap en door hun ongeloof gaat God nu naar de natiën. Dat is geen 'plan B'; dat was altijd al de planning, alleen was het tot die tijd verborgen. Nu verzamelt God Zich een volk uit de natiën en dat krijgt de hoogste plaats. Dat is de verborgenheid die aan Paulus geopenbaard was. Ook daarover schrijft hij trouwens in deze brief, helemaal aan het einde.

Dat dus over die Romeinenbrief. Het is een geweldige brief. Zonder het kennen van deze brief kun je eigenlijk nooit goed weet hebben van wat de apostel te melden heeft. Het is niet voor niets de eerste brief die we opslaan als we in Paulus' geschriften komen. Het is de basis, het fundament waarop heel zijn onderwijs is gebaseerd.

Goed, dan gaan we nu naar de passage toe waar ik zojuist over sprak en waar ik graag jullie aandacht voor wil vragen. Paulus had in het voorgaande, in de eerste zeven verzen, verteld over de overheden die door God gesteld zijn. Hij schreef dat we ons daaraan zouden onderschikken en niet zouden rebelleren; dat we ons zouden schikken in deze wereld en geen kabaal zouden maken. Hij spreekt elders over het leiden van een stil en rustig leven en ons te schikken onder de overheden. En dan zegt hij in vers 8, want daar begin ik nu te lezen uit de NBG-vertaling...

Agape: Onvoorwaardelijke Liefde als Vervulling van de Wet ↑ hoofdstukken

"Zijt niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben. Want wie de ander liefheeft, die heeft de wet vervuld." Laten we eerst eens kijken naar dat eerste gedeelte: zijt niemand iets schuldig. In het algemeen heeft de Bijbel het niet zo op schuldverhoudingen. Rits is momenteel afwezig, maar hij zou hierover heel veel kunnen zeggen; hoe de Bijbelse waarheid daarover eigenlijk vanaf het begin al wordt voorgehouden. Namelijk dat we hier worden opgeroepen om geen schuld te hebben. In het boek Spreuken lees je al: de schuldenaar is een slaaf van de schuldeiser. Je bent een slaaf, en aangezien God een God is van vrijheid en bevrijding uit de slavernij, vind je hier ook die woorden opgetekend: zijt niemand iets schuldig, behalve dan elkaar lief te hebben.

Dat wordt vervolgens gemotiveerd met de woorden: "want wie de ander liefheeft, die heeft de wet vervuld." Hier staat een woord waar bij andere gelegenheden ongetwijfeld al veel vaker over gesproken is: dat speciale Griekse woord agapé. Het Grieks kent verschillende woorden voor liefde of zaken die daarmee samenhangen; eros en phileo kennen wij ook. Maar hier staat agapé, en ik heb daarbij als definitie of verklaring gezet: liefhebben zoals God liefheeft. En wat betekent dat? Wel, dat is onvoorwaardelijk.

Van phileo kun je nog zeggen dat je iemand bemint om eigenschappen die je in de ander aantrekken. Dat is wat wij vaak sympathie noemen. Voor de één heb je dat wel en voor de ander heb je dat niet; dat heeft te maken met de klik die er al dan niet is. Datzelfde geldt voor het woord eros; dat is echt de lichamelijke aantrekkingskracht. Ja, dat is voorwaardelijk. Dat moet aan bepaalde condities voldoen, wil er sprake zijn van die liefde, of van wat daarvoor doorgaat. Daar bedoel ik niets minderwaardigs mee, maar agapé is een liefde die daar niets mee te maken heeft. Agapé is de ander liefhebben ongeacht wat. Niet vanwege eigenschappen in die ander, maar zoals God liefheeft.

We hadden het zojuist even over God die Zijn schepping bemint. Waarom? Omdat het Zijn creatie is. U en ik en deze hele wereld, daar houdt Hij van. Er werd zojuist al opgemerkt dat je er stil van wordt, en dat is ook zo: dat de Schepper van hemel en aarde ons kent en ons liefheeft. Het is inderdaad onvoorstelbaar, maar toch zit er een logica in. Hij heeft ons bedacht en Hij heeft ons voortgebracht; Hij is onze Creator. Dat doet Hij niet zomaar. Er staat in de Bijbel dat Hij niet laat varen het werk van Zijn handen. Het is Zijn werk, en hoe ver het ook afdwaalt, het blijft Zijn werk. Dat is nooit ongedaan te maken.

Als je met die ogen naar de ander kijkt, dan ga je de ander ook liefhebben, want dan kijk je naar de naaste met de ogen van God Zelf. Je ziet een creatie van Hem, en God heeft een plan met elk mensenkind. Waarom? Omdat het Zijn mensenkind is, Zijn mensheid, Zijn schepping. En dat laat Hij nooit varen. Hij laat misschien wel eens los — dat lees je in Romeinen 1 en we zien het ook in verband met Israël — maar Hij laat nooit varen. Hij pakt altijd weer de draad op. God is de God van de hoop — dat lezen we ook in Romeinen 15 — de God bij wie er geen hopeloze gevallen bestaan. Als je zó naar die ander kijkt, die je bijvoorbeeld totaal niet kunt luchten of voor wie je geen sympathie hebt, of waarin in jouw beleving geen enkele aantrekkingskracht gelegen is... ja, het is wel een mens door God bedoeld, door God gemaakt en met wie God een plan heeft. Hoe zou je die ander dan niet liefhebben als je met die ogen mag kijken?

"Wie de ander liefheeft, die heeft de wet vervuld." Nu kun je natuurlijk zeggen dat wij niet onder de wet staan. Paulus heeft in deze brief uitgebreid uitgelegd dat God ooit de wet heeft gegeven aan Zijn volk Israël, maar de natiën staan niet onder de wet. Dat is waar. Aan de andere kant is het wel zo dat er een heleboel morele principes in staan. Laten we ze eens lezen, de geboden: "Gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult niet begeren," en welk ander gebod er ook zij. Dit zijn morele principes die universeel zijn. Ze zijn niet pas 'waar' sinds God Zijn stenen tafelen aan Israël gaf op de berg Sinaï; de geschiedenis liep toen al 2500 jaar. Ook daarvoor golden deze principes al: niet doodslaan, niet stelen. Dat zijn zaken die in het geweten van elk mens verankerd zijn. We weten dat dit niet goed is, dat dit niet deugt. Als je echtbreekt, verbreek je in feite een belofte. We voelen allemaal wel aan dat het niet deugt om de ander dood te slaan of van hem te stelen.

Paulus zegt dan dat al deze geboden — en hij noemt ze niet eens allemaal, hij zegt: "welk ander gebod er ook zij" — worden samengevat in dit woord: "Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf." Dat is dat andere gebod dat daar staat. Eigenlijk houd ik ervan om daar zó aan te denken: "Gij zult uw naaste liefhebben" is meer dan alleen maar een instructie. Ik ontken die gedachte niet, maar het is in de eerste plaats niet zozeer een instructie, het is een belofte. "Gij zult" betekent: je zult. Het is een aankondiging van wat zal zijn, en daarmee in feite ook een belofte. Ik vind het geweldig dat God dat zegt: "Gij zult je naaste liefhebben." Dat is niet alleen een "je moet", nee, het zal gebeuren. Eigenlijk is dan de vraag niet zozeer waarom wel of waarom niet, maar: wanneer dan wel? Als het zal gebeuren, wanneer dan? En hoe? God kondigt het aan en God gaat dat ook vervullen. Hij heeft de wet aan Israël gegeven, maar straks onder het nieuwe verbond gaat Hij die wet in hun hart schrijven en dan zullen ze het van harte doen. Dan doet God dat door hen heen. Ik vind dat een geweldige waarheid.

Het moet duidelijk zijn dat — en ik lees meteen even verder in vers 10 — de liefde de naaste geen kwaad doet en daarom de vervulling van de wet is. Kijk, wat er in die geboden staat, is in feite nog negatief geformuleerd: je doet de ander geen kwaad. Je zit niet aan de vrouw van een ander, je slaat hem niet dood en je steelt niet van hem. Dat is wel het minimale. Als je dat doet, is het nog steeds alleen maar negatief. Maar de liefde is echt positief; dat geeft werkelijk inhoud. Het komt er eigenlijk op neer dat als je de ander liefheeft — en ik bedoel nu weer: zoals God liefheeft — je de ander automatisch geen kwaad doet. Daarmee passeer je feitelijk al die geboden. Als je de ander liefheeft, dan is daarmee op voorhand al de hele wet vervuld, want het negatieve geldt dan sowieso al. Maar het is zelfs nog veel meer: het is niet alleen dat je de ander geen kwaad aandoet, het gaat erom dat je die ander zelfs het goede geeft, en wel overvloedig. Het gaat erom dat je die ander gaat zien met de ogen van God. Er is dus nog vele malen meer dan wat in die 'tien woorden' staat aangekondigd. Het is de vervulling, en dat betekent dat het werkelijk inhoud geeft.

En nu komt vers 11.

Tijd Om te Ontwaken: Leven in het Licht van het Profetisch Woord ↑ hoofdstukken

Dat was eigenlijk ook de reden waarom ik hier naartoe ging, maar aangezien vers 11 feitelijk ook voortborduurt op het voorgaande, heb ik dat er nog even bij betrokken. Paulus zegt dan: "Gij weet immers wel de tijd, dat het thans voor jullie de ure is om uit de slaap te ontwaken." Even voor de goede orde: als u nu meeleest in de NBG-vertaling, dan ziet u dat wat hier nu schuin gedrukt staat, afwijkt van uw NBG-vertaling. Dus daar heb ik bij deze meteen eventjes voor gewaarschuwd. Het is iets letterlijker, preciezer zo aangegeven: "Jullie weten immers wel de tijd dat het thans voor jullie de ure is om uit de slaap te ontwaken."

Het loutere feit dat Paulus eerst de woorden had gesproken om elkaar lief te hebben en daarmee dus ook de ander te zien met Gods ogen, met Gods bril om zo te zeggen... En hoezo dan ook? Nou, hij zegt: het is nu ook echt de tijd wel. Paulus zegt eigenlijk ook tegen de gelovigen daar te Rome: jullie kennen die tijd ook. Jullie weten hoe laat het is. Ik moet er ook iets bij zeggen; ik heb vorig jaar diverse keren een spreekbeurt gegeven en eigenlijk de laatste keer ook, dat was een maand geleden. Toen hebben we daar vaker over nagedacht. Het houdt mij erg bezig en dat is eigenlijk ook wel logisch.

Vlak voordat we deze samenkomst begonnen, werd er nog gezegd: "Ja, weet je, deze aion, deze wereldtijd die loopt ten einde." De klok gaat richting twaalf uur. Over die termijnen hebben we de vorige keer dat ik hier op deze plaats mocht staan ook wel gesproken; over hoe spannend de tijden zijn. God heeft een plan met het volk van Israël en het is niet voor niets dat we de afgelopen eeuwen hebben gezien dat het volk weer naar het land is getrokken, want dat stond in de profeten al aangekondigd dat dat zou gebeuren.

Maar niet alleen Israël in Jeruzalem, ook de Filistijnen zijn weer terug van weggeweest. Ik zeg dat op een dag dat er juist in verband met de Filistijnen – ik bedoel de Palestijnen, maar dat is in het Hebreeuws hetzelfde woord, dus ik gebruik die dingen even door elkaar – zoveel aan de hand is. Er gaat nu een vrede komen; ook dat is trouwens aangekondigd. Het loutere feit dat er morgen weer een nieuwe president aandient... nou ja, een nieuwe, hij wordt weer van stal gehaald. Ik vind dat een aardige uitdrukking in dit verband.

Eerlijk gezegd denk ik – maar dat geef ik even zo door – dat degene die nu aan gaat komen wel eens de ruiter op het witte paard uit Openbaring 6 zou kunnen zijn die op gaat draven om vrede te brengen. Zo wordt hij nu ook alom aangekondigd. Ik zeg het eigenlijk ook niet om daarmee sensationeel te doen, maar gewoon om aan te geven: wees wakker. Want er spelen zoveel dingen. En daar komt nog iets bij: niet alleen vanwege de omstandigheden die er zijn en alle ontwikkelingen in de wereld, de enorme technologische explosie die er plaatsvindt, maar ook omdat de termijn verstrijkt.

De zevende dag, het zevende millennium sinds Adam is bijna aangebroken. En als je de termijn iets korter wilt houden en rekent vanaf het moment dat de Heer hier het aardse toneel verliet vanaf de Olijfberg in het jaar 30 van onze jaartelling, dan zijn er bijna 2000 jaren verstreken. In goddelijke ogen zijn dat twee dagen, oftewel de derde dag gaat aanbreken. Dit is gewoon een heel objectief gegeven. Bijbels gezien verstrijkt de termijn, of is bezig te verstrijken. En dus mag je verwachten dat de ontwikkelingen in de wereld in een stroomversnelling komen. Dit is niet meer dan logisch, precies zoals is aangekondigd. Daarom vind ik het geweldig om dat te weten. Maar voordat ik daar misschien straks nog iets meer over zeg, eerst nog even dit.

Het Einde van de Handelingentijd en de Naderende Dag ↑ hoofdstukken

Paulus schreef dit dus – ik zei het aan het begin al – vermoedelijk zo in het jaar 57. Misschien 58, dat blijft mij even om het even. Maar in ieder geval is dit maar enkele jaren voordat de stad Jeruzalem en de tempel in vlammen zouden opgaan. Dat is in het jaar 70 gebeurd, en daaraan voorafgaand heb je nog de grote Joodse opstand gehad, waar trouwens in de brieven ook naar gerefereerd wordt. Dat had alles te maken met de verwachting in die Handelingen-tijd. Ik bedoel de tijd die beschreven wordt door Lucas in het boek Handelingen, zeg maar van 30 tot en met 60. Men had de verwachting dat in die dagen, in die generatie – en terecht hoor – de terugkeer van de Messias zou plaatsvinden. De meeste apostelen hebben dat ook inderdaad gedacht. Niet omdat dat zo direct door de Heer was voorzegd, maar men had wel die conclusie getrokken, en dat had er ook mee te maken dat God nog een speciaal woord had voor het volk van Israël.

In het hele boek Handelingen zie je dat Israël wordt aangesproken als natie. Dat gaat door totdat Paulus daadwerkelijk in Rome is gearriveerd als gevangene. Wat betekende dat in de praktijk? Het loutere feit dat Paulus eerst als gevangene in Rome kwam, betekende dat hij in Jeruzalem gevangen was genomen. Daarmee was eigenlijk definitief gezegd dat het Joodse volk Gods Gezondene had afgewezen en Hem eigenlijk ook wilde vermoorden. Zo is hij in de boeien geslagen en naar Rome gegaan. Die boeien van Paulus en hoe hij daar in Rome gearriveerd is, was de climax van Israëls afwijzing, waarmee er een hele nieuwe situatie ontstond. God had via de apostel Paulus ook nieuwe dingen te melden: een verborgenheid. Hij schrijft erover in zijn brieven, en met name juist vanuit Rome doet hij dat ook. Daar is een heleboel over te zeggen, maar één ding moet even duidelijk zijn: als Paulus dit optekent, dan is dat in een tijd en in een zetting die zo spannend is. Het was in die veertig jaren tussen 30 en 70 dat dit allemaal plaatsvond, de tijd waarin God nog een bijzondere boodschap had voor Israël en de Messias wellicht nog zou terugkeren; die verwachting was er.

Je kunt je voorstellen dat, aangezien Paulus over deze dingen ook geschreven heeft, hij zijn lezers er ook op attendeert: "Jullie weten die tijd toch?" Hij had er zojuist ook een paar hoofdstukken aan gewijd, over die ontwikkelingen. Dat speelde er allemaal. Dus hij zegt: "En jullie weten dat." De logica daarachter is dat het thans voor jullie de ure is om uit de slaap te ontwaken. Dat is de enige passende reactie, lijkt mij, als je weet dat iets urgent is. Als je werkelijk wakker moet wezen om te weten wat er gaande is, dan moet je niet gaan slapen natuurlijk. Wat Paulus in deze woorden en in deze passage doet, is een wake-up call geven. Nu is het echt niet de tijd om te slapen; weet wat er gaande is. Toen was het een hele markante tijd, juist omdat er profetisch zoveel speelde en er binnenkort zulke belangwekkende dingen gingen gebeuren. De stad Jeruzalem die verwoest zou worden, de tempel, de scheidsmuur die tussen Jood en heiden in stond en die werd afgebroken... Dat ging allemaal gebeuren. Weet dat.

Paulus zegt er nog bij: "Want de redding van ons is nu meer nabij dan toen wij tot het geloof kwamen." Ik vind het mooi om daar even iets bij te zeggen. Heel vaak vind je die uitdrukking 'tot geloof komen' in het Nieuwe Testament en in onze vertalingen. Ik wil niet zeuren over bepaalde formuleringen, want je zegt dat nu eenmaal op zo'n manier en ik doe het zelf ook, maar feitelijk is dat niet de manier zoals de Bijbel dat beschrijft. Je komt niet 'tot' geloof. Eigenlijk staat het hier ook, je ziet het in de interlinear die ik eronder heb staan; letterlijk staat er dat wij geloven, of in een tijdloze vorm. Het idee is dat wij gelovig werden. Kijk, als je de uitdrukking 'tot geloof komen' letterlijk neemt, dan suggereert dat: hier heb je het geloof en dan kom jij daarheen. Nee, dat is het idee niet. Je wordt gelovig. Het woord komt tot je, het pakt je en het overtuigt je. En wat gebeurt er? Je stelt je vertrouwen erop. Dat is wat geloof is: je stelt je vertrouwen op iets wat je verteld wordt. Dus het is niet iets van: jij gaat tot geloof komen. Nee, het is iets wat het woord zelf met jou doet. De hele formulering van 'tot geloof komen' suggereert dat het een actie van mensen is, maar dat is het idee niet. Daar wil ik toch graag even op gewezen hebben.

Trouwens, er staat: "De redding van ons is nu meer nabij." Dat was waar in Paulus' dagen, maar dat is wat ik er ook mee wil zeggen: in onze dagen is dat hernieuwd het geval. Toen, in de jaren 60 van de eerste eeuw, speelde er zoveel en het decennium daarop zouden er zulke dramatische dingen gaan gebeuren. Maar God zou ook via de apostel nog geweldige dingen over de redding gaan melden. Ook in die zin was de redding nog meer nabij, want God had nog zoveel over die redding aan de natiën te melden. Paulus zegt: "Dat is nu inmiddels meer dan ooit toen wij gelovig werden." Ik moet er trouwens bij zeggen: toen waren er nog allerlei randvoorwaarden. Het idee was ook dat als Israël de boodschap accepteert, het dan zal gebeuren. Maar dat was voorwaardelijk. Nu is dat niet het geval. Dus in feite is wat Paulus toen schreef in de jaren 50 van de eerste eeuw, nu nog des te meer het geval. Want nu is het inderdaad zo dat de termijn verstrijkt en de zevende dag daadwerkelijk gaat aanbreken.

Paulus zegt er nog bij: "De nacht vordert, de dag is nabij." Je kunt natuurlijk zeggen dat dit een algemene waarheid is. Ik kan vandaag zeggen: nog nooit is de terugkeer van de Heer zo dichtbij geweest als nu. Maar dat was gisteren ook waar en dat is morgen ook weer waar. Het is een algemene waarheid in die zin, maar het is wel goed om je daarvan bewust te zijn. In bepaalde tijden is dit des te sterker en kun je het nog des te meer onderstrepen, maar op zich is het een algemene waarheid. De tijd schrijdt voort en dat wat je verwacht komt dus dichterbij; één en één is twee. Maar Paulus doet dit eigenlijk ook als een wake-up call: Laten wij dan! Word wakker! Het is nu niet de tijd om te slapen. Wees ervan bewust wat er gaande is. Weet dat God Zijn plan trekt en dat God het Zijne al heeft gezegd over dat wat er nu allemaal speelt.

En dat is nu ook zo. Ik denk wel eens dat een heleboel mensen – ik denk ook aan christenen en wat er in kerken speelt – druk zijn met van alles en nog wat. Maar dat God de dagen van de mensheid, ik bedoel van deze aion, heeft geteld? Dat hoor je niet. Ze proberen de aarde en de wereld te redden met klimaatmaatregelen, zijn druk met LHBT, IQ en weet ik wat, al dat soort dingen. Maar wat er werkelijk speelt, het profetische woord, de aion die inderdaad ten einde loopt... ja, geen idee. Daarom gaat het om het woord, om dat wat God gezegd heeft. En Paulus zegt dan ook: laten wij dan...

De Werken van de Duisternis Afleggen en Wandelen in het Licht ↑ hoofdstukken

Als je dat onderkent, als je wakker bent, dan ben je waakzaam en alert. Laten wij dan de werken van de duisternis afleggen en de wapenen van het licht aandoen. Wat Paulus hier doet is een metafoor gebruiken. Afleggen en aandoen heeft te maken met de kleding die je uittrekt of de kleding die je aandoet. Als je wakker bent, als je het licht kent en bij het licht wandelt, dan hoort daar ook bij dat je de werken van de duisternis afleert. Dat past dan niet langer. Als je werkelijk wakker bent, dan doe je dat automatisch ook. Dus in feite is het niet zozeer een kwestie van: "als je wakker bent, dan móet je dat doen". Nee, als je wakker bent, zul je dat ook daadwerkelijk doen. Paulus roept ons eigenlijk toe: wees inderdaad wakker en leg daarmee ook die werken van de duisternis af.

Dat is een dresscode die niet past. Kijk, als je naar een droevige gelegenheid gaat, een begrafenis of iets dergelijks, dan trek je geen feestkleding aan. Nou, als je wakker bent en bij het licht hoort, dan horen de werken van de duisternis — dat soort gedrag, dat soort denkwijzen en zo'n houding — daar simpelweg niet bij. Nee, als je wakker bent en leeft bij het licht van Zijn Woord, dan past daar ook een lichte wandel bij. Paulus zegt het ook: "Laten wij dan, als bij lichte dag, eerbaar wandelen." Een wandel die past bij het licht, en dat wil zeggen: eerbaar, respectabel, achtenswaardig. Een wandel die past bij wat je mag verwachten van iemand die het licht kent en in het licht wandelt. We zingen daar straks nog met elkaar een lied over.

Hij maakt dat nog duidelijk door een paar contrasten te noemen. Bij lichte dag eerbaar wandelen. In het algemeen is het zo dat er allerlei gedragingen zijn die, zoals wij dat ook wel zeggen, het daglicht niet kunnen velen. Gedragingen waarvan je liever niet hebt dat ze gezien worden. Vandaar ook dat we het 'werken van de duisternis' noemen, omdat het in het geniep plaatsvindt. Het mag eigenlijk niet, want je zou niet willen dat iedereen het zag. Wij leven echter bij dag, als bij lichte dag, en daarmee dus ook eerbaar.

Paulus gebruikt dan drie contrasten, drie woordparen: niet in wilde feesten en dronkenschappen, niet in wellust en losbandigheid, en niet in twist en nijd. Die "wilde feesten" is wel interessant, want het is bijna komisch. Er staat in het Grieks het woordje komos en ik ben erachter gekomen dat ons woord 'komisch' daarvan is afgeleid. Ik ben altijd wel geïnteresseerd in dat soort woordafleidingen, dus ik heb het eens nagetrokken. Komos was oorspronkelijk een feestelijke mars in de Griekse wereld ter ere van de Griekse god Bacchus. U weet wie Bacchus was? Dat was de god van de drank. Je kunt je voorstellen dat in deze combinatie een feest ter ere van Bacchus inderdaad ontaardde in wilde feesten. Er werd overvloedig gedronken, en vandaar ook de link met die dronkenschappen. Eigenlijk is het woordje "en" in "wilde feesten en dronkenschappen" hier verklarend, in de zin van "namelijk". Dat zie je heel vaak: "de God en Vader van onze Heer Jezus" betekent niet de God én de Vader, maar de God, namelijk de Vader van onze Heer Jezus Christus. Hier dus ook: wilde feesten, namelijk dronkenschappen. Die twee horen bij elkaar.

En die andere is ook wel apart. Iedere keer als ik met dat soort dingen bezig ben en zoek naar woordherleidingen, dan frappeert het me telkens weer dat we zoveel meer Grieks kennen dan je ooit had kunnen denken. Er staat hier: "niet in wellust en losbandigheid". Die twee hebben weer alles met elkaar te maken. Hier staat in het Grieks een woord voor bedden, namelijk koitè. Ons woord coïtus, het woord voor seksuele gemeenschap, is daarvan afgeleid. Het loutere feit dat het hier in het meervoud staat, geeft al aan dat het losbandigheid betreft. Aan één bed heb je niet genoeg, dat is het idee. Vandaar dus: wellust en losbandigheid. In de Bijbel heeft seksuele gemeenschap een grootse, heilige betekenis, maar het is altijd: "een man zal zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn." Het heeft te maken met een man en zijn vrouw die in trouw met elkaar verbonden zijn. Losbandigheid betekent letterlijk dat er geen banden zijn. Als die band van man en vrouw er niet is, dan zegt Paulus: dit zijn echt typisch werken van de duisternis. Wie wandelt in het licht en wakker is, die zal zich niet gaan afgeven met wilde feesten en dronkenschappen, en ook niet met wellust en losbandigheid.

En evenmin in twist en nijd. Dat is weer een andere soort van duisternis. Het zijn allemaal verschillende manieren waarop men in de duisternis kan wandelen. Twist en nijd hebben te maken met ruzie, maar ook met het elkaar misgunnen van zaken, wat weer leidt tot verwijdering. Het begon immers met elkaar liefhebben en elkaar zien met de ogen van God. Maar ja, je snapt wel: als je elkaar ziet in dat licht, dan past twist en nijd daar niet bij. Dat is donker, dat is duister, dat is niet wandelen in het licht. Het is dus heel logisch wat Paulus hier zegt.

Bekleed U met de Opgewekte Here Jezus Christus ↑ hoofdstukken

En als laatste, in vers 14, vat Paulus het feitelijk nog eens samen. Je kunt het op allerlei manieren aanvliegen en met recht belichten, maar wat hij zegt is: doet de Here Jezus Christus aan. Eigenlijk is dat wel apart, want we zien hier weer het beeld van een kledingstuk of een mantel die je aantrekt. Zoals je je kleren aandoet of uittrekt, zo wordt dat idee van het aantrekken hier gebruikt. In vers 12 lazen we al over het aandoen van de wapenen, of de instrumenten, van het licht. Hier zegt hij nu twee verzen later: doet de Here Jezus Christus aan. Waaruit ik afleid dat dit licht in feite niets anders is dan Hem aantrekken, namelijk de opgewekte Here Jezus Christus.

Ik zeg het expres even zo: de Here Jezus Christus. Misschien moet ik dat toch nog even toelichten. Wanneer wij het in het algemeen over Jezus hebben, denken we aan de naam van Hem die hier op aarde wandelde. Dat was de naam die Hij kreeg toen Hij geboren werd, en Hij stierf ook als Jezus. Maar God heeft Hem — dat lees je in Handelingen 2 — gemaakt tot Here en tot Christus door Hem op te wekken uit de doden. De uitdrukking 'de Here Jezus Christus' geeft dus aan wat God met Hem heeft gedaan. Een heleboel christenen hebben het alsmaar over 'Jezus, Jezus, Jezus', maar dan denk ik: weet je dat niet? Ben je niet geüpdatet, zeg maar? Weet je dan niet dat God die Jezus die hier op aarde wandelde... want daar doelt men vaak op als men het over Jezus heeft, over Degene die hier op aarde Zijn onderwijs gaf... Maar die Jezus is gestorven. Wat meer is: Hij is door God opgewekt!

'De Here Jezus Christus' is ook een eretitel. Je geeft Hem de eer door Hem als Christus en als Here te erkennen. God heeft Hem namelijk verhoogd en alle autoriteit gegeven. Daarmee geef je Hem de eer die God Hem heeft gegeven. Hem aandoen, de opgewekte Christus, is het nieuwe leven aandoen; de garantie dat de dood wordt overwonnen. Het geeft aan: Hij is het! Hij is het door wie God al Zijn plannen met deze hele schepping en met ieder creatuur gaat vervullen. Dat is de Here Jezus Christus aandoen, dat nieuwe leven. Ja, dan ben je pas echt gewapend met licht.

Het allermooiste van die waarheid vind ik dat licht altijd sterker is dan de duisternis. Als er niets is, is het donker, maar op het moment dat het licht aangaat, verdwijnt de duisternis. Dat vind ik zo geweldig. Het is een uitermate positieve boodschap. Als je het licht kent en wandelt bij het licht, ben je ook wakker, zoals dat bij het licht hoort. Wanneer je slaapt is het donker; je doet je ogen dicht en ziet helemaal niets. Wij wandelen echter in het licht, je hebt je ogen open en ziet wat er gaande is. Het geweldige is dat de duisternis verdwijnt als sneeuw voor de zon. Automatisch, want dat is kenmerkend voor licht: licht verdrijft de duisternis.

Paulus zegt dan ook, en dat loopt in één lijn met het andere: maak geen voorziening van het vlees tot begeerten. Het idee is dat je geen zorg hoeft te dragen voor het vlees zodat er begeerten worden opgewekt. Paulus zegt niet dat we moeten strijden tegen het vlees. Dat is ook een boodschap die heel vaak verteld wordt, ook in kerken. Hoe vaak heb ik het niet gehoord? Er staat ergens, ik meen in een doopformulier van de calvinistische kerken, dat we geroepen zijn om te strijden tegen de zonde en het vlees. Dat vind je nergens in de Bijbel. Geen strijd tegen het vlees. Paulus zegt in Romeinen juist dat we het voor dood moeten houden. Het idee daarbij is dat je je aandacht, je attentie en je focus gericht houdt op Hem. Ja, en dan schijnt het licht. Wat gebeurt er dan? Dan verdwijnt de duisternis als vanzelf. Dan worden ook het vlees en de begeerten van het vlees waar het hier over gaat, ondergeschikt.

Op zich is er namelijk niets mis met het vlees. Wat u hier ziet — nou ja, u zegt misschien dat er van alles mis mee is — is gewoon een sterfelijk lichaam. Dat is waar, maar dat is geen zonde. Het Woord is immers ook vlees geworden. Dit heeft te maken met ons sterfelijk bestaan hier. Ook met begeerten is in principe niets mis. Je moet eten en drinken. We hadden het over de seksuele gemeenschap; het genieten van de goede dingen van het leven. Dat zijn begeerten, jazeker, maar ze zijn ondergeschikt. Dat is de normale gang van zaken. Een dier volgt gewoon de impulsen van het vlees, maar een mens wordt geacht meer te zijn en te leven bij het licht, en de Geest en het Woord te laten heersen. Daar waar we de Here Jezus Christus aandoen, daar wordt het vlees ondergeschikt en daar gaan we stralen. Dat is het geweldige.

Ik moet u zeggen, en dat is het laatste wat ik vanmorgen bij u neer wil leggen: we leven in zulke boeiende tijden. De komende jaren gaan er zulke ingrijpende dingen plaatsvinden. Dat is niet slechts mijn politieke toelichting op wat er nu gaande is, het is gewoon wat het profetische woord zegt. De waarheid daarvan zal zo duidelijk worden. Daarom is het een enorme zaak om werkelijk wakker te zijn in alle opzichten, de ogen open te hebben en ook de kleding te hebben — de dresscode om het zo te zeggen — die daarbij past. Wees wakker! Dat licht, daar gaat het om, dat licht gaat overwinnen. De dag nadert met rasse schreden. Amen.

🎧 tijd om wakker te worden!
Delen: