Stromen Van Levend Water!
04-10-2015 - Geplaatst door Andre PietPresentatie gehouden op 4 oktober 2015 te EH-Rotterdam
Op de laatste, grote dag van het Loofhuttenfeest roept Jezus op om tot Hem te komen omdat Hij levend water te bieden heeft. Waarom riep Hij dat juist bij deze gelegenheid? En wat bedoelde Hij met deze cryptische zin? En wat heeft dit ons te zeggen?
Enkele aantekeningen bij Johannes 7 vanaf vers 37.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
De Hoogtijden van God op de Hebreeuwse Kalender ↑ hoofdstukken
Hartelijk dank alvast. Jullie mogen straks nog een keer terugkomen. Maar wij gaan ons eerst eens bezighouden, beste vrienden – goedemorgen trouwens van mijn kant ook – met het gedeelte dat we zojuist hebben gelezen. En mag ik u eens vragen? Nou, er is eigenlijk al een hint in die richting gegeven, maar wat voor dag het vandaag is... Als u in de omgeving van Leiden woont, zoals ik of zoals wij, dan zou je zeggen: nou, het was deze week recentelijk 3 oktober, afgelopen vrijdag dus, dan was het Leidens Ontzet. Maar vandaag, de 4e oktober... nou ja, er is al een lied in die richting gezongen dat daarover gaat: Dierendag. Dat is de 4e oktober en dan zijn er wellicht nog mensen die jarig zijn, maar daar heb ik het niet over. Er is namelijk nog iets bijzonders aan deze datum, deze 4e oktober. Ik heb hier een plaatje dat u geprojecteerd ziet op het scherm waarbij de datum omgezet wordt naar de datum op de Hebreeuwse kalender. En dan is het vandaag de 21ste Tishri.
Dat zegt u misschien niet zo heel veel, maar als ik u vertel dat die 21ste Tishri de 21ste van de zevende maand is, de zevende dag en feitelijk daarmee ook de laatste dag – maar dat behoeft even een kanttekening, daarover straks meer – de laatste dag van Sukkot. Je ziet het misschien niet helemaal duidelijk, maar ik heb een plaatje van het internet geplukt waarbij je dat ook ziet. Het is de zevende dag van dat feest, van die grote hoogtijd, de laatste hoogtijd eigenlijk op de oorspronkelijke Hebreeuwse kalender. De 'Hoogtijden van Yahweh' heten ze. Het zijn niet zomaar Joodse feesten, het is nog veel meer dan dat, zoveel grootser. Het zijn namelijk de hoogtijden die God zelf heeft gefixeerd, vastgelegd. De data heeft Hij vastgelegd met alle rituelen die daarbij horen en dat is allemaal zeer exact.
Je hebt een drietal grote dagen, hoogtijden in de eerste maand en die spreken allemaal van de profetieën van de eerste komst van Christus. Je hebt het Pesach, de veertiende van de eerste maand. Ik noem ze maar eventjes; voor sommigen is dit helemaal nieuw, voor anderen is dit bekendere stof. De veertiende van de eerste maand is de dag waarop de Heer Jezus ook geslacht werd en stierf. Dat was ook de dag van het paaslam. Vervolgens had je de dag van de eerstelingsschoof, de dag na de Sabbat. Dat is de dag dat de Heer Jezus Christus ook opstond uit de doden. Het is niet zomaar dat die data zo zijn vastgelegd. En dan had je ook die week van het ongezuurde.
Als je dan nog weer een paar maanden verder ging, kwam je op de vijftigste dag bij het Wekenfeest. En dan in de zevende maand heb je ook weer een drietal hoogtijden. Te beginnen – dat was 21 dagen geleden – de eerste van deze zevende maand, het feest van het bazuingeschal. In het tegenwoordige Jodendom staat dit bekend als Rosh Hashanah, dat wil zeggen: Joods Nieuwjaarsdag. Heel vreemd, zij vieren Nieuwjaarsdag op de eerste van de zevende maand. Waarom? Dat ga ik u nu niet vertellen, want dan wordt het erg laat. Maar tien dagen later krijg je weer een hele bijzondere... dat is misschien wel de allergrootste dag van het hele jaar, van al die hoogtijden: dan is het Yom Kippur, zoals wij dat meestal noemen, Grote Verzoendag.
En dan nog een vijftal dagen later krijg je het Loofhuttenfeest. Dat was afgelopen zondag. Toen begon dat feest op de vijftiende van de maand: Loofhuttenfeest of Sukkot. Sukkot is de Hebreeuwse benaming daarvan. Je leest in Leviticus 23 – dat is het hoofdstuk bij uitstek dat gaat over al die hoogtijden, daar worden ze allemaal zo op een rij genoemd en beschreven, onthoud dat: Leviticus 23. Daar staat in het 33ste vers – ik lees voor uit de NBG-vertaling: "En de HERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten..." Dat moest hij dus doorgeven. "Op de vijftiende dag..." En dat is wel mooi, want op de Hebreeuwse kalender betekent dat per definitie dat het volle maan is. Dat kan niet anders. Want een Hebreeuwse maand, een maand op de kalender van God, is per definitie altijd ook echt een maancyclus. De nieuwe maand is ook altijd de nieuwe maan, zodat je halverwege de maand, de vijftiende, altijd volle maan hebt. Dat kan niet missen.
Dat hebben we afgelopen week dus ook gezien. Vorige week zondag was het volle maan, maar toen was het een heel bijzondere volle maan: hij had een rode kleur. Ik weet niet of enigen van u dat ook gezien hebben. Ik wel, ik ben er speciaal nog eventjes mijn bed voor uit gegaan. Want de volgende keer dat ik het weer wil zien, dan ben ik weer bijna twintig jaar ouder. In ieder geval, zo'n bloedrode maan op dit tijdstip... want dit keer is het ook echt wijdverbreid bekend geworden en heeft het de seculiere pers gehaald. In de Telegraaf kon je lezen dat je zondag op maandag toch echt eens naar de hemel moest kijken, want dan zag je een geweldig schouwspel waarbij de maan uitzonderlijk groot oogde en het volle maan was, maar waarbij de maan verduisterd werd. Dan zou je zeggen: nou, dan zie je niet veel. Maar je zag dit: de maan krijgt een merkwaardige rode glans en vandaar ook dat men het een bloedmaan noemt. Dat is een term die helemaal in zwang is geraakt, die voorheen volgens mij niet zo bekend was.
Het was trouwens een hele bijzondere keer ook, omdat zowel in 2014 als in 2015 die volle maan en de bloedmaan iedere keer op een Joodse hoogtijdag vielen. Dat was vorig jaar twee keer het geval, in die eerste maand toen Pesach begon en met Sukkot, en in 2015 weer. Dat was heel bijzonder. Vandaar ook dat er heel wat groeperingen en bewegingen zijn geweest die zeiden: "Nu gaat er echt iets heel bijzonders gebeuren." Nou, we hebben het overleefd, we zijn er nog steeds. Ja, dat soort voorspellingen... daar wou ik het verder niet over hebben. Maar in ieder geval was dat dus de 15e, toen begon dat feest van Sukkot. Waarom zeg ik dat nu? Wel, dat ga ik straks nog toelichten.
Het Loofhuttenfeest en de Betekenis van de Achtste Dag ↑ hoofdstukken
Want laten we eerst nog even verder lezen in Leviticus 23 over dat Sukkot, over dat Loofhuttenfeest. Dat begon dus op de vijftiende van de maand. Dat was in dit geval vorige week zondag. Op de vijftiende dag van deze zevende maand begint het Loofhuttenfeest – Sukkot – een feest voor Yahweh, zeven dagen lang. Alles heeft bij dit feest heel sterk te maken met het getal zeven. Vandaag is het inderdaad die zevende dag. Het was de zevende maand, het duurde zeven dagen en het was bovendien de zevende hoogtijd op de kalender. De betekenis daarvan kan niet missen: het spreekt van de grote Sabbat, de grote wereldsabbat. Daarmee bedoel ik het grote Millennium, want zo rekent de Heer de dag die voor Hem gaat komen.
Dit zevende feest is een heel uitbundig feest. Er staat ook van deze hoogtijd: "Gij zult vrolijk zijn." Dat kun je als een gebod opvatten, maar ik vat het zelf veel liever op als een voorzegging, want grammaticaal staat er: "Jullie zullen vrolijk zijn." Dat is eigenlijk ook voor de hand liggend, want het was een oogstfeest. De wijnoogst, of de druivenoogst, was binnengehaald en ter gelegenheid daarvan werd deze hoogtijd gevierd. Er is meer over te zeggen dan ik nu doe, maar in ieder geval was die oogst binnengehaald. Vreugde! Een groot feest! Het spreekt van die voltooiing van Gods plan met deze wereld in deze schepping, waarbij Hij alles tot een goed einde gaat brengen. Het is de grote Sabbat, de zevende dag die aan zal breken voor deze wereld, voor Israël en voor de volkerenwereld.
Het is ook opmerkelijk als je in de profetieën leest dat, wanneer de Heer straks zal zijn teruggekomen en het Messiaanse Koninkrijk hier op aarde gevestigd zal worden, het Loofhuttenfeest wereldwijd gevierd zal worden. In Zacharia 14 staat dat heel duidelijk beschreven; dat kun je niet missen. Dat heeft juist te maken met het feit dat deze hoogtijd verwijst naar dat Millennium, die grote zevende dag waarvan ik geloof dat die inderdaad niet zo lang meer op zich laat wachten.
Als je de beschrijving in Leviticus 23 verder leest, staat er: "Op de eerste dag zal er rust zijn" – dat was dus vorige week zondag – "en op de achtste dag zal er rust zijn." Dat is heel eigenaardig, want het feest duurt zeven dagen. Daarom is het ook een beetje vreemd: het duurt zeven dagen, maar er is een achtste dag aan gekoppeld. Die maakt dus geen deel meer uit van Sukkot, maar is er wel aan gelinkt. De achtste dag.
Dat getal acht heeft dan weer te maken met wat daarop volgt. Trouwens, dat is ook wel bekend in het huidige jodendom; men viert op die achtste dag een heel bekend feest: Simchat Torah, de vreugde van het onderwijs dat God geeft. Dat is ook een feest dat zeer uitbundig gevierd wordt: God die Zijn Woord heeft gegeven aan Zijn volk, enzovoort. Maar de achtste dag heeft ook altijd te maken met een nieuw begin. Zeven is de volheid van de cyclus, en bij acht krijg je een nieuw begin. Zoals we na het Millennium ook weer een nieuwe fase krijgen, die nog weer overtreffend zal zijn. Zo gaat God te werk. De acht heeft te maken met een nieuwe schepping, de dag dat het nieuwe leven ontluikte. Ik bedoel: het is de dag waarop de steen werd weggewend en het is ook de dag van de besnijdenis. Enzovoort.
De Uitroep van Jezus op de Grote Dag van het Feest ↑ hoofdstukken
En dat brengt mij dan uiteindelijk toch, want ik moet er toch een keertje naartoe, naar Johannes 7. Dit was eigenlijk alleen maar introductie om aan te geven wat voor dag het vandaag is, eventjes in het licht van de Hebreeuwse kalender. En dan staat er in Johannes 7 vers 37: "En op de laatste, de grote dag van het feest..." Onder de uitleggers is er verschil van inzicht welke dag dat dan moet wezen. Want ja, dat feest telde zeven dagen. Dus vanuit dat oogpunt zou je zeggen: het is de zevende dag. Maar er staat nog iets bij. Als er alleen maar had gestaan "de laatste dag van het feest", dan had ik gezegd: nou, dat zal wel de zevende dag van dat feest geweest zijn. Maar omdat er nog bij staat "de grote dag van dat feest", is dat een extra toevoeging, extra informatie daarmee ook. Want dat moet dan wel de achtste dag zijn, als u het mij vraagt.
Van de zevende dag van dat Loofhuttenfeest, van Sukkot, staat verder niks bijzonders vermeld. Van de achtste dag daarentegen uitdrukkelijk wel, een viertal dingen zelfs. Daar worden bijzondere bepalingen gegeven en dan neem ik u weer eventjes mee naar Leviticus 23, waar ik zojuist al uit citeerde. En dan staat er in vers 36... en op de achtste dag van Sukkot dus, gerekend vanaf de vijftiende, dus dat is de tweeëntwintigste. Dat breekt vanavond aan. U weet, een Joodse dag begint altijd in de avond. Dus vanavond bij zonsondergang, dan breekt de tweeëntwintigste dag aan, de achtste dag. Bent u er nog? Nou, zo ingewikkeld is het allemaal niet hoor. Ik wou zeggen: als je tot tien kan tellen... Nee, als je tot tweeëntwintig kan tellen, dan moet het niet al te veel problemen opleveren.
En op de achtste dag, nou wat was er nu op die achtste dag? "Dan zult gij een heilige samenkomst – apart gezet dus, een bijeenkomst – hebben." Heel feestelijk was het ook. Ik zei al: tegenwoordig heeft men ook dat Simchat Torah daaraan gekoppeld, dat vind je niet direct zo in de Schrift. Maar goed, een heilige samenkomst zult gij hebben en de HERE een vuuroffer brengen. Een bijzonder offer aan Hem. Het is een feest, een hoogtijd, en er staat nog bij: het is een dag ook van rust – dat lazen we zojuist trouwens ook al – maar "generlei slaafse arbeid zult gij verrichten". En ja, dat spreekt natuurlijk ook over dat geweldige wat God voornemens is, waar de sabbat van spreekt, maar wat God in petto heeft met deze schepping: dat Hij haar zal bevrijden van de slavernij en in rust en vrijheid zal brengen. Romeinen 8 spreekt daar bijvoorbeeld ook over. Dan zegt Paulus het weer op een andere manier, maar het is dezelfde gedachte. Wel, daar heeft dat alles mee te maken. Dus dat is die achtste dag, dat is dus echt de grote dag, die appendix, dat aanhangsel wat eraan gekoppeld is.
En op die laatste, de grote dag van dat feest... En dat het inderdaad het Loofhuttenfeest was, dat blijkt wel, want dat ben ik nog vergeten te vermelden: als je even terugleest in Johannes 7, gaat het daar heel uitdrukkelijk over dat Loofhuttenfeest. De Heer Jezus was in Jeruzalem, Hij was daarbij in de tempel. Op die dag, die achtste dag dus die vanavond aanbreekt, stond Jezus en Hij riep. Hij zei het maar niet zomaar, Hij schreeuwde het luid. Zeggende... Kijk, een leraar zit; als je onderwijs geeft, dan rust je. Maar hier staat de Heer Jezus op om Zijn stem te verheffen. Iedereen zou dit horen. Dat is wat Hij deed. Jezus stond op en Hij riep en Hij zei: "Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke!"
Ja, daar moet ik nog iets bij zeggen. Ik zeg het hier eventjes met een vraagteken erbij, maar in alle toelichtingen hierop wordt ook direct een link gelegd naar het Joodse gebruik dat niet direct zo in de Bijbel is terug te vinden, maar wat wel bekend is: dat in die dagen er bij het Loofhuttenfeest dagelijks een waterprocessie plaatsvond. Dat wil zeggen, dan schepte men water uit de bron van Siloam – die trouwens een paar hoofdstukken later in het Johannesevangelie ook een grote rol speelt. Dan schepte men water uit die bron en bracht men dat... Het was een heel feestelijk gebeuren. Men was vrolijk en dan met dat water, met een gouden kruik heb ik me laten vertellen, bracht men dat dan met die hele menigte richting het tempelplein. Er gebeurden allerlei dingen mee en er werd gezongen. Het was een hele feestelijke gebeurtenis. Dat geeft wel wat kleur en betekenis aan het feit dat de Heer Jezus dat dan ook zo zegt. Want gedurende dat feest vond dagelijks die waterprocessie plaats en de Heer Jezus roept dan dit: "Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke."
Nu lijkt dat misschien wat eigenaardig, dat de Heer dat dan zo gezegd heeft. Er zal ongetwijfeld een enorme rumoer daar geweest zijn. Ik bedoel, mensenmassa's die op de been waren, dus ja, je moet dan echt schreeuwen om jezelf te laten horen voor anderen. Maar goed, Jezus stond en riep. Hij zegt: "Indien iemand dorst heeft." Allemaal water zo in de buurt en dat speelde juist in dat ritueel, in die processie, zo'n grote rol. "Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke." En dat roept dan toch verbazing op. Natuurlijk is het zo dat de Heer daarbij ook refereert aan Schriftplaatsen in hun Bijbel, de Hebreeuwse Bijbel, de Tenach. Maar wat is nu de achtergrond van wat de Heer hier zegt? Waarom zegt Hij dat zo? Hij kome tot Mij en drinke. Wat heeft de Heer dan te bieden? Gewoon even concreet gedacht. Ja, nou ja, Hij zegt: als je dorst hebt... Hoezo dorst? En Hij kome tot Mij, hoezo? Nou, Ik ga je dorst lessen, Ik geef je wat te drinken waarbij inderdaad je dorst ophoudt.
De vraag laat ik even staan, maar eerst lezen we nog even verder in vers 38: "Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt..." En nu verwijst de Heer dus inderdaad uitdrukkelijk naar de Tenach, de Hebreeuwse Bijbel, ons Oude Testament. En dat blijkt ook wel, want het navolgende is inderdaad niet zozeer een verwijzing of een citaat uit één specifieke Schriftplaats, maar uit vele Schriftplaatsen waar inderdaad over deze dingen gesproken wordt. "Wie in Mij gelooft..." Je zou nog kunnen zeggen dat de Heer hier ook de Schrift citeert en verwijst naar de Schrift, en dat "Mij" dan eigenlijk gewoon spreekt van God Zelf, dat God hier sprekend ingevoerd wordt. Maar goed, Hij is ook degene die... Hij is het Woord, toch? En wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Hij is het beeld van de Vader, nietwaar?
Afijn: "Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien." Dit is dus niet alleen maar een uitspraak van de Heer die Hij daar doet in Jeruzalem, zo luid en duidelijk, maar Hij verwijst hiermee ook naar waarheden die al in de Schrift zijn opgetekend. Dat is wat Hij zegt. Nou, welke dan? Laat ik in ieder geval ook dit zeggen: het is heel boeiend, maar dit is van toepassing in elk geval ook op het land van Israël tijdens dat Millennium, die zevende dag die straks gaat aanbreken waar het Loofhuttenfeest weer een beeld van is. Ja, want wat bedoel ik dan?
De Stroom van Levend Water in het Messiaanse Rijk ↑ hoofdstukken
Er is een heel hoofdstuk in de Bijbel, een schitterend hoofdstuk, dat heel bijzonder is in de manier waarop alles wordt vermeld en opgetekend. In Ezechiel 47 lees je dat er in het Millennium weer een tempel gebouwd zal worden. Het is een hele bijzondere tempel op een aparte locatie, van een heel andere orde dan we tot dusver altijd gekend en gezien hebben. Er zal een tempel zijn die uitgebreid beschreven wordt in een groot aantal hoofdstukken in Ezechiel. Er is haast geen doorkomen aan als je dat zo leest; ik raad het ook niet direct aan om dat zomaar voor te lezen aan tafel, want dat is niet echt opbouwend. Maar op het moment dat je daar onderzoek naar gaat doen, komt er enorm veel vrij. Eigenlijk is het een soort bouwplan voor de architecten van de toekomst, voor degenen die dat dan gaan bouwen. Het hele plan ligt eigenlijk al klaar voor die tempel.
In Ezechiel 47 wordt beschreven hoe er vanuit het binnenste van die tempel, vanuit het heiligdom, een rivier zal ontspringen, een bron. Die rivier wordt steeds grootser en mondt uiteindelijk uit in de Dode Zee. En wat dacht u? Die Dode Zee zal dan ook niet langer een dode zee zijn; het wordt een levende zee. Het is de enige zee op de hele wereld – het is trouwens het laagste punt op aarde – waar totaal geen leven mogelijk is. Vandaar de naam: de Dode Zee. Het is een uitbeelding van het dieptepunt van deze wereld, letterlijk en figuurlijk, dat eindigt in de dood.
Maar straks in dat Millennium gaat het anders worden. Dan wordt het een levende zee. Het wordt zelfs zo treffend beschreven, want er wordt bijgezegd dat daar aan de Dode Zee weer vissersplaatsen zullen zijn. Je zou bijna denken dat je beetgenomen wordt, maar dat staat er echt. Sterker nog, de namen van die vissersplaatsen worden al vermeld. Nu staan die plaatsen er nog helemaal niet en er wordt al zeker niet gevist, maar die namen worden alvast genoemd. Dan weten we dat ook weer; we weten hoe we die plaatsen straks moeten gaan noemen. Het is bijzonder. De naam En-Eglaïm komt me nog voor de geest, maar in elk geval worden die namen daar inderdaad vermeld.
Het punt is dat die Dode Zee weer een levende zee zal worden, omdat die rivier daarin uitmondt, en dat is levend water. Die rivier ontspringt – en dat is de kern – vanuit het binnenste van het heiligdom. God zal wonen in dat huis. Omdat God daar woont en Zijn Geest daarin woont, zal er een rivier ontspringen vanuit dat heiligdom. Ik leg hier ook meteen de link naar Johannes 7: omdat Hij daar is met Zijn Geest, Zijn kracht en Zijn Woord, zal er letterlijk een rivier ontspringen vanuit het heiligdom. Dat zal allemaal leven voortbrengen, ook vruchtbomen trouwens, die enorm geneeskrachtig zullen zijn. Dat is Ezechiel 47.
Op het plaatje dat u hier ziet, wordt prachtig beschreven hoe Ezechiel ook door die rivier waadt. Er is nog een andere schriftplaats, want ik zei al dat de Heer Jezus, wanneer Hij roept op dat tempelplein, verwijst naar de Schrift. Hij verwijst onder andere naar Ezechiel 47: als God zal wonen in Zijn tempel, in Zijn stad en in Zijn huis, dan zal daar vanuit het binnenste water vloeien, stromen van levend water.
Niet alleen Ezechiel 47 spreekt erover; Joël 3 zegt dat ook. Als u het nakijkt in het verband, ziet u dat het over het Millennium gaat, het Koninkrijk waar alle profeten van spreken. "Te dien dage zal het geschieden" – het is vooruitgeschreven geschiedenis – "dat de bergen van jonge wijn zullen druipen." Jonge wijn, de druivenoogst, het Loofhuttenfeest, Sukkot... ziet u de link? En dan staat er: "Een bron zal ontspringen uit het huis des HEEREN en het zal het dal van Sittim drenken." Dat ligt daar in de nabije omgeving. Waar het mij natuurlijk om gaat, is die belofte: een bron zal ontspringen uit het huis van de HEER. Daar waar de HEER woont met Zijn Geest, daar gaat water stromen: een bron van levend water.
Dan heb ik er nog een: Zacharia 14. Ik verwees zojuist al even naar dat hoofdstuk waar beschreven wordt dat de Heer eenmaal Zijn voeten zal zetten op de Olijfberg. Hij zal Zijn volk verlossen en het Messiaanse Rijk zal beginnen. De volkeren zullen het Loofhuttenfeest vieren. In vers 8 staat iets waar het me nu om gaat: "Dan zullen te dien dage levende wateren uit Jeruzalem vlieten." Dat wil zeggen: stromend water, maar het is eigenlijk nog veel meer. Het is met recht levend water; het brengt leven, ziekten worden genezen en de Dode Zee wordt een levende zee. Het is niet alleen levend, het is levenmakend; het doet de dood teniet.
Zo zijn we een beetje in de sfeer gekomen waar de Heer op doelt. Dan zullen te dien dage levende wateren uit Jeruzalem vloeien – of vlieten, zoals we dat tegenwoordig niet meer zo vaak zeggen. De helft daarvan stroomt naar de oostelijke zee – dat is de Dode Zee, zoals we inmiddels weten uit Ezechiel – maar ook de andere helft stroomt naar de westelijke zee. Er gaan dus twee rivieren die beide hun oorsprong vinden in Jeruzalem. De bron begint in het huis des HEEREN en vanuit dat huis zal er levend water stromen naar de oostelijke kant en naar de westelijke kant, naar de Middellandse Zee. Levende wateren.
Is dat mooi of niet? Dan begrijp je ook waarom men juist bij het Loofhuttenfeest die waterprocessie hield. Daar ging het precies over. Weet u wat er bij die gelegenheid gelezen en geciteerd werd? Jesaja 12. Daar staat: "Dan zult gij met vreugde water scheppen uit de bronnen des heils." Natuurlijk is dat dichterlijke taal, dat begrijp ik, maar het gaat over concrete historische dingen die dan ook zullen gebeuren. Wat men deed bij Sukkot in Jeruzalem – het waterscheppen vanuit de Siloam om het naar het tempelplein te brengen – heeft alles te maken met wat er in de toekomst gaat gebeuren en hoe dat in Israël en wereldwijd beslag zal krijgen. Met vreugde – dat is Sukkot – water scheppen uit de bronnen van heil, van redding. Het spreekt van levend, levenmakend water. Dat verklaart ook die dagelijkse waterprocessie tijdens Sukkot.
De Levendmakende Geest en het Woord van Leven ↑ hoofdstukken
We gaan nu nog even naar de toelichting van de Heer luisteren. Het was eigenlijk maar een korte uitspraak, het was echt een uitroep. En dan is het Johannes die later zijn commentaar geeft en dit verklaart. Johannes geeft hier een kanttekening bij. Wat bedoelde de Heer daarbij? Ik kan me voorstellen dat de omstanders en ook de discipelen zich dat destijds afvroegen. Maar inmiddels zijn we jaren verder en Johannes tekent deze dingen uit zijn eigen herinnering op. Hij was erbij en inmiddels is hem een lichtje opgegaan; het was hem volkomen duidelijk geworden waar het op doelde.
Dit – het voorgaande dus – zei Hij van de Geest. Zoals ook Jesaja 44 daarover spreekt. Moet u eens opletten, ik neem u mee naar die schriftplaats. In Jesaja 44 vers 2 en 3 staat: "Zo zegt de HEERE" – God spreekt – "Ik zal water gieten op het dorstige en beken op het droge." Dat spreekt van het Messiaanse Rijk van God. Er zijn ook andere schriftplaatsen die zeggen dat de woestijn zal bloeien als een roos. Dus niet alleen de Dode Zee wordt een levende zee, maar ook woestijnen worden door dat levende water tot bloei gebracht. Dat gebeurt niet door intelligente irrigatiesystemen, waar de Joden overigens erg goed in zijn. Nee, er wordt bij gezegd dat het komt door regen uit de hemel. Het komt niet van de aarde, maar van bovenaf. U weet het: alle zegen en alle regen komt van boven. God zal de hemel openen. Dat is een prachtig beeld van dat Rijk. De woestijn gaat tot bloei komen; wat dor en dood was, wordt levend.
"Ik zal water gieten op het dorstige", maar wat ik zo bijzonder vind, is dat dit feitelijk ook uitgelegd wordt. Het wordt parallel gesteld aan een andere opmerking: "en beken op het droge". Let op: "Ik zal". Dat is een aanzegging, een belofte. Er wordt de mens hier niets opgelegd, het is niet iets wat zij moeten doen. "Ik zal Mijn Geest uitgieten." Dat is een uitbeelding van wat je met water doet, of iets anders vloeibaars. Daar gaat het hier ook om: "Ik zal water gieten op het dorstige; Ik zal Mijn Geest uitgieten op uw nakroost en Mijn zegen op uw zaad." Dat wordt tegen Israël gezegd, op uw nakomelingen. Het gaat hier specifiek over Israël, maar ook over het feit dat Israël in dit verband een kanaal van zegen wordt voor de volkerenwereld. Waar het hier om gaat, is dat het water een uitbeelding is van de Geest van God, van dat wat leven geeft en wat uitgegoten wordt. Het wordt hier in één adem genoemd en als een parallellisme neergezet.
In Johannes 7 vers 39 staat vervolgens: "Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden." Als je het over water hebt, krijg je er bijna dorst van, nietwaar? Nu begrijpt u ook waarom de uitroep die de Heer deed op het tempelplein toen eigenlijk nog niet begrepen kon worden. Het had namelijk betrekking op dingen die nog moesten gebeuren. Er staat: "Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden." Dat was op dat moment nog niet het geval; het was dus profetisch.
Als we een hoofdstuk terugbladeren naar Johannes 6, dan zegt de Heer: "De Geest is het die levend maakt." Hij voegt daar iets aan toe wat ik heel mooi vind: "het vlees doet geen nut". Als het gaat om levend maken, dan schiet het vlees – alles wat een mens zelf kan doen – tekort. Met al zijn intellect kan de mens één ding niet: de dood overwinnen. De mens houdt halt bij de dood; dat is ons plafond, de muur waar we tegenaan lopen. Met al onze kunde en kennis kunnen we dan niets meer. Het vlees doet geen nut als het gaat om het ontvangen van leven. Als je sterft, ben je niet meer afhankelijk van een mens. Het is de Geest van God die levend maakt.
Trouwens, geest is leven. Als je de geest krijgt, dan leef je; als je de geest geeft, ben je dood. Het zijn synonieme begrippen. De Heer zegt vervolgens: "De woorden die Ik tot u gesproken heb, zijn geest en leven." Hier worden ze in één adem genoemd: geest en leven. Geest ís leven. Maar waar moet je dan aan denken bij "geest"? Voor velen is geest een ongrijpbaar begrip. Je kunt het niet pakken, en dat is juist het karakteristieke ervan. Je ziet de geest niet, hooguit het effect ervan, zoals wanneer je blaast. Wind en geest zijn in de Bijbelse taal hetzelfde: pneuma. Maar het spreekt ook van het woord, dat je overigens ook niet ziet. Ik adem, en woorden komen mee met de lucht die ik uitblaas. "De woorden die Ik tot u gesproken heb," zegt de Heer, "die zijn geest en leven." Dat is geen mensenwoord, want daarvoor doet het vlees geen nut. Wat leven geeft, is het woord dat Hij spreekt. Dat is geest, dat is leven.
Nu weet u waar Hij het over heeft als Hij spreekt over de Geest. "Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden." Want, zo staat erbij: "de Geest was er nog niet". In die dagen dat de Heer dat sprak op het tempelplein tijdens Soekot, was de Geest er nog niet in deze zin, "omdat Jezus nog niet verheerlijkt was". Hij was nog niet gestorven, maar dat sterven is ook nog niet Zijn verheerlijking. Zijn verheerlijking begon op de dag dat de steen werd weggewenteld, toen Hij de Geest kreeg en levend gemaakt werd. Zo vitaal dat Hij nooit meer sterft. Dat is pas leven! Als je dat eenmaal kent, dan noem je wat we hier op aarde zien geen leven meer; dat heet dan gewoon sterven. Dan ben je bezig dood te gaan. Nee, léven is dat wat de dood heeft overwonnen.
De Heer zei als het ware: "Als je dorst hebt, als je een sterveling bent en behoefte hebt aan leven, dan moet je bij Mij zijn." Alleen sprak Hij over dingen die op dat moment nog toekomst waren. Het zou pas realiteit worden vanaf het moment dat Hij uit de doden zou worden opgewekt. Dat was het moment dat de dood werd overwonnen en dat Hij de levendmakende Geest werd. In 1 Korinthe 15 – dat magistrale hoofdstuk over opstanding en levendmaking dat in dit verband niet mag ontbreken – zegt Paulus: "Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel." Maar er staat achter: "de laatste Adam een levendmakende Geest." Dat is het! Hij is die levendmakende Geest. Als de laatste Adam vertegenwoordigt Hij de hele mensheid. Zoals Adam de hele mensheid meenam in zonde en dood, waardoor wij allemaal stervelingen zijn, zo staat de laatste Adam garant voor dat leven. Als u leven wilt hebben, moet u bij Hem zijn. Hij is de Eersteling, de enige die op dit moment dat onsterfelijke leven al bezit. Geweldig! Ik lees nog even voor wat Paulus zegt in 2 Korinthe 3: "...die ons ook bekwaam gemaakt heeft om dienaren te zijn van een nieuw verbond."
De Onweerstaanbare Stroom Vanuit Je Binnenste ↑ hoofdstukken
Daar wil ik dan ook mee afsluiten. Waar het op neerkomt, is dat de Heer daar op die grote dag van dat feest uitroept en spreekt van geest, van leven dat Hij biedt. En dan heeft Hij het over Zijn woord, maar het gaat over Hemzelf, die de dood inmiddels heeft overwonnen. Want wij staan achter dat moment: de dood is overwonnen. Hij is die levendmakende geest en Hij staat er garant voor dat de hele vergankelijke wereld zal worden getransformeerd in onvergankelijkheid. Dat wat Hij nu als eersteling al aan het licht heeft gebracht, of wat in Hem aan het licht is gekomen, dat zal de werkelijkheid worden. Ieder in zijn eigen rang zal dat worden gefaseerd, maar niettemin staat het feit dat het zal worden gerealiseerd.
Kijk, en als je daar eenmaal van geproefd hebt, als dat woord hier binnenkomt, hoe gaat dat dan? Dat zal uit je binnenste gaan stromen. Niet omdat dat moet. Op het moment dat mensen zeggen: "Jij moet het evangelie vertellen", weet u hoe dat gaat? Maar zo werkt het niet. Dat is weer iets op de mens leggen, op het vlees. Maar weet u wat zo geweldig is? Als je van dit woord drinkt, dan moet er niets meer, dan gaat er van binnenuit zoveel veranderd worden. Dat is het grote geheim: er moet niks.
Ik denk wel eens een keertje: als je denkt dat je het evangelie moet vertellen, houd dan alsjeblieft je mond. Want één ding weet ik zeker: als u uw mond dan opentrekt, dan komt er geen evangelie uit. Dan ken je het kennelijk nog niet. Maar als je werkelijk deze blijde tijding kent van de dood die is overwonnen en wat God gaat doen en zal doen, en je hebt daarvan gedronken, dan zal het in je binnenste worden als een stroom van levend water.
In het algemeen geldt al: waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over, zegt de Heer ook. Ik ken heel zwijgzame mensen, maar op het moment dat je praat over een hobby, dan houden ze niet meer op. Nou, dat is gewoon al zo, maar als je eenmaal van dit water hebt gedronken, dan loopt de mond daarvan over. Dat kan niet anders, dat is een wetmatigheid. Zo'n God, zo'n woord en zo'n leven mogen wij kennen.
UltimateGoodNews