Rachab, de hoer (2)
27-06-2021 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 27 juni 2021 in Benthuizen
Aan de geschiedenis van Rachab, de hoer wordt in het Nieuwe Testament drie keer gerefereerd. In de eerste plaats wordt haar naam expliciet vermeld in de koninklijke stamboom van “Jezus, de Christus” in Matteüs 1. Verder noemt Jakobus haar als bewijs van iemand die geloof en dit ook in de praktijk bewees doordat zij “de boodschappers” in haar huis opnam. En dan is daar ten slotte ook nog Hebreeën hoofdstuk 11 waar zij een gedenkwaardig vermelding ontvangt in de rij van mensen die geloof aan de dag legde. Dát is wat haar onderscheidde van haar stadsgenoten.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie
- Terugblik op Jozua 2: het Scharlaken Koord en de Hoop (tikva)
- Typologie: de Verborgen Dagen en de Opstanding op de Derde Dag
- Rachab in de Koninklijke Lijn: Troonpretendenten en Gods Genade (mattheüs 1)
- Het Contrast Tussen Paulus en Jakobus: Levend Geloof in de Praktijk (jakobus 2)
- Geloof als een Onvoorwaardelijk Geschenk (hebreeën 11)
Introductie ↑ hoofdstukken
Wij gaan ons, zoals twee weken geleden, opnieuw bezighouden met deze dame die in de titel wat onvriendelijker wordt benoemd, namelijk als 'de hoer'. Daar kan ik ook niets aan doen; zo noemt de Bijbel haar bij nogal wat gelegenheden en je zou zeggen dat het een belediging is om iemand zo te benoemen. De vorige keer hebben we trouwens al even aangestipt dat dat juist niet het geval is.
Rachab de hoer, deel 2. Dat betekent dat we voortborduren op wat we de vorige keer al hebben gezien. Ik wil daar inderdaad nog even allerlei dingen uitlichten en ook voor degenen die daar toen niet bij waren nog even wat voor het voetlicht brengen wat daarbij erg van belang is om vast te houden. Want we gaan ons dit keer met name bezighouden met de keren dat zij in het Nieuwe Testament wordt vermeld, en dat is een drietal keren. De vorige keer was het vooral de bespreking — of eigenlijk uitsluitend — de bespreking vanuit Jozua 2, waar we de geschiedenis vinden.
Terugblik op Jozua 2: het Scharlaken Koord en de Hoop (tikva) ↑ hoofdstukken
Nou, laten we nog eventjes wat dingen op een rijtje zetten hoe het ook alweer was. In Jozua lezen we de geschiedenis dat Jozua in feite het stokje overneemt van Mozes. Jozua gaat het volk overbrengen naar de andere kant. "We shall overcome" en door de Jordaan gaan ze op de derde dag. Zo wordt het in Jozua 1 en in Jozua 3 vermeld. De eerste stad die zij zouden aandoen, dat ging op een hele wonderlijke manier, was Jericho. Maar dat was dus inderdaad Jericho die zij zouden innemen.
Ja, Jericho werd ingenomen. Wat ik vroeger altijd een beetje een vreemde term vond – vond Pietje Bel geloof ik ook, heb ik ooit gelezen; die vond het zo vreemd als de geschiedenisleraar het erover had dat een stad werd ingenomen. Hoe kreeg je dat voor elkaar? Hij kreeg een klein tabletje al niet door zijn keel. Nou ja, een flauw grapje, oké, maar die herinner ik me nog.
In ieder geval, Jericho werd ingenomen. Maar voordien, voordat het volk onder leiding van Jozua en eigenlijk ook onder leiding van de ark die vooropging de stad introk, werden er twee verspieders uitgezonden naar Jericho. Dat is spionage, en dat is uiteraard per definitie een geheime operatie. Dan komen zij bij een vrouw en dat was dus Rachab de hoer. Daar verblijven ze dan ook. Wat in Jozua 2 nogal sterk benadrukt wordt, is het getuigenis dat Rachab geeft en waarvan zij zo goed op de hoogte is. Sterker nog, het is niet alleen dat Rachab enorm goed op de hoogte is, maar ze vertelt ook: "Heel de stad, sterker nog alle inwoners van het land, weten dat jullie God de God van hemel en aarde is." En dat Hij dat ook bewezen heeft in de geschiedenis.
Dan refereert ze ook aan de doortocht door de Rode Zee. Dat was veertig jaar eerder dus. Op een wonderlijke wijze zijn de legers van de Farao toen omgekomen, maar is Israël er veilig doorheen gegaan door de zegening. En allerlei andere dingen die gedurende de woestijnreis hebben plaatsgevonden: godswonderen, maar ook overwinningen over allerlei vijandige staatshoofden die worden genoemd, zoals Sihon. Zij wist dat. En dat betekent dat alle inwoners van het land wisten: dit land, daar wonen wij ten onrechte. God gaat dit land geven aan dit volk. Dat heeft Hij gewoon al bewezen in de geschiedenis en Rachab is diep onder de indruk.
Sterker nog, ze zegt: "Alle inwoners van het land vrezen jullie God, maar eigenlijk ook dit volk, want daar is geen kruid tegen opgewassen." Dat weet ze. Ik heb dat nogal sterk benadrukt juist ook in het licht van veel bijbelkritiek, waarbij dan gezegd wordt dat er eigenlijk een nomadenvolkje uit Egypte kwam dat genocide heeft gepleegd en al die inwoners heeft verdreven en omgebracht. Zo was het totaal niet. God bewees Zijn kracht en Zijn aanwezigheid. Er waren toen, laat ik het zo zeggen, geen atheïsten in die dagen.
Nu, in de afgelopen tweeduizend jaar, is het zo anders, want God verbergt Zijn aangezicht. Hij laat niets van Zich blijken. Dat Hij er moet zijn, dat begrijpen we allemaal – de meeste mensen nog, tenzij het op school afgeleerd is. Maar we begrijpen allemaal: Hij is er wel, maar Hij laat niks van Zich blijken. Dat is al tweeduizend jaar het geval, zodanig dat we zelfs denken: "Nou ja, Hij zal wel dood zijn." Dat zeggen ook theologen; de 'God is dood'-theologie. Gekker kun je het niet verzinnen. Maar Rachab wist dit, en alle inwoners van het land wisten van die godswonderen die er hadden plaatsgevonden in de afgelopen decennia.
Daarom is het ook dat zij deze spionnen ruimte en plaats geeft, en hen ook helpt. Zij zorgt ervoor dat die spionnen daar verborgen blijven en vervolgens via het venster in de muur van de stad naar buiten gaan en een andere kant op gaan. Dan stuurt ze vervolgens haar stadsgenoten – want ze hadden er lucht van gekregen dat die spionnen bij haar zouden bivakkeren – bewust een verkeerde kant op, zodat die spionnen veilig bleven.
Ja, en dan wordt er een belofte gedaan door Rachab, maar ook door de verspieders, de spionnen – eigenlijk boodschappers, ik kom daar straks nog op terug. Want zij zeggen dan: "Als jij straks, wanneer we eenmaal bij Jericho gearriveerd zijn, ervoor zorgt dat je in dit huis bent, dan zullen wij ervoor zorg dragen dat jij en heel je huis, iedereen die daarin is, veilig zullen zijn." Dus heel je familie, die zullen veilig zijn. Terwijl de hele stad zal omkomen, zul jij met allen die in jouw huis komen en daar blijven, absoluut veilig zijn. Dit op voorwaarde dat je inderdaad ons geheim houdt en je ons daarin helpt.
Dan krijgt ze een geweldig teken: het scharlaken koord. Ik heb er toen op gewezen, en dat is geweldig natuurlijk, behalve dat scharlakenrood waar het allemaal een beeld van is en waar scharlaken nog meer in de Bijbel een rol speelt. Ik had gedacht dat ik daar dit keer wat dieper op in zou gaan, maar dat bewaren we maar voor een andere keer, want ik kom er nu echt niet aan toe. Maar ik heb gewezen op dat scharlaken koord, ook ooit in de geschiedenis van de geboorte van die tweeling, weet u wel? Dat was trouwens ook weer een voorouder van de Heere Jezus. Hou hem even vast, maar in ieder geval: dat koord, dat is dit woord 'tikwa'.
Als je dat met Hebreeuwse oren beluistert, dan gaat daar een lichtje branden, want dan weet je: tikwa, ja dat is een koord, maar het is ook het woord voor 'hoop'. Hatikwa, dat is het volkslied van Israël en dat betekent "De Hoop". In feite was dat koord dat zij uit haar venster moest laten hangen, een embleem van de hoop die ze van Godswege had ontvangen. En dat was vast en solide. Zij was een vrouw van lichte zeden, je kunt er van alles van zeggen, maar zij had hoop van Godswege ontvangen en het embleem, het symbool daarvan, was dat koord dat uit haar venster hing.
Prachtig beeld trouwens, want als je hoop hebt, dan heb je uitzicht. Dat is precies wat een venster ook uitbeeldt, toch? Dat je zicht hebt, dat je uitzicht hebt, dat je perspectief hebt. Zij had uitzicht op... ja, het is leuk eigenlijk. Ze woonde aan de muur, ze had haar venster in de stadsmuur, daar woonde zij dus. Maar zij had dus uitzicht op wat buiten de stad was, op de legerplaats. Leuk hè, als je er zo over nadenkt? Niet op Jericho had ze uitzicht, maar op dat wat daar buiten was. Niet op wat de wereld biedt – want daar is Jericho een beeld van, die stad die zo diep gevallen was, ook daar hebben wij bij stilgestaan – nee, op wat daar buiten ligt, want daar gebeuren de echte belangrijke dingen.
Als je hoop wilt hebben, dan moet je inderdaad niet naar binnen kijken. Ik bedoel dat heel dubbelzinnig, maar dan moet je niet naar binnen kijken. Niet in je eigen hart, en je moet ook niet naar mensen kijken. Nee, dan moet je je richten op Zijn woord en op dat wat buiten ligt. Ook inderdaad wel "buiten de box", om zo te zeggen.
Het scharlaken koord, ja. En dan krijgt zij dus die belofte daar in dat huis met dat venster en met die hoop; in dat koord ligt de hoop. Die belofte wordt haar gegeven. Nou, dat is in het kort de geschiedenis, want met de vervulling daarvan houden we ons nu niet eens bezig, omdat dat later in Jozua nog aan het licht komt. Rachab wordt inderdaad daadwerkelijk gered. Als het volk dertien keer om de stad is heengetrokken, zoals was voorzegd en beloofd, dan wordt dat ook daadwerkelijk vervuld: Rachab is met haar hele huis gered.
Typologie: de Verborgen Dagen en de Opstanding op de Derde Dag ↑ hoofdstukken
Ik heb daar al op gewezen, maar ik wil dat nog even duidelijk naar voren brengen: die twee dagen houden me op de een of andere manier de laatste tijd heel erg bezig. Op de een of andere manier struikel ik er ook iedere keer over, over die twee dagen en de derde dag. Want wat was het verhaal? Ik wil dat plaatje graag nog eventjes laten zien. De verspieders worden uitgezonden en dan lees je over twee dagen, en op de derde dag vindt de doortocht door de Jordaan plaats. Dus je struikelt ook in de wijze waarop dat beschreven wordt over de vermelding van die twee dagen en de derde dag.
Gedurende die dagen, voorafgaand aan de derde dag, worden de godsboden – boodschappers, verspieders – uitgezonden, maar zij zijn verborgen, 'undercover'. Alles wat er eigenlijk gedurende die dagen voor de derde dag plaatsvindt... deze dag symboliseert Israëls herstel. Dat Israël als natie uit de dood zal opstaan. Dat is het derde millennium waarin geweldige dingen gaan plaatsvinden. Vanmiddag spreek ik in Zeewolde en dat is het onderwerp wat ik opgekregen had: de bruiloft te Kana. En dat was ook weer – het zal wel toeval zijn – op de derde dag. Dat zijn van die dingen die allemaal op de derde dag plaatsvinden. De derde dag symboliseert nieuw leven. En dat is voor Israël als natie ook het geval: na twee millennia krijg je de derde dag.
Als er een thema is dat juist in onze dagen actueel is, dan is het wel te vermelden in welk tijdsgewricht wij leven en wat je mag verwachten. Het geweldige uitzicht, dat venster... eigenlijk is het zo dat naarmate die derde dag nadert, je steeds meer uit dat venster kijkt en steeds meer reden hebt om dat koord daar te laten neerhangen en om je aan dat koord vast te klampen, om het zo te zeggen. Maar goed, gedurende die dagen daarvoor is alles verborgen. Dat is eigenlijk de essentie van die twee dagen.
Wat er dan ook gebeurt, en dat vind ik heel bijzonder, is dat er boden worden uitgezonden – boodschappers. En dan komt het woord van God bij een heidense vrouw. Ook dat is helemaal in lijn met het plaatje zoals we dat in heel de Schrift, en met name in de brieven van Paulus, tegenkomen. Namelijk dat in onze dagen, nu Israël tijdelijk terzijde staat en als natie dood is – twee dagen, en op de derde dag zal God hen herstellen en doen herleven – gedurende de tijd die daaraan voorafgaat, die twee millennia waar wij nu aan het einde van zitten, komt het woord van God bij een heidense vrouw terecht. Als je het zo bekijkt, dan is die Rachab in feite ook een type van ons. Namelijk dat wat God nu doet; dat gaat helemaal niet over prestaties, nee, dat gaat over Gods genade. En het Woord bereikt haar.
Je ontkomt er niet aan om zulke dingen op te merken en dan zie je ook hoe geweldig de Schriften zijn. Hoe niet alleen dingen direct voorzegd worden, maar ook geïllustreerd worden in allerlei geschiedenissen. Dat kan zijn in rituelen, in bepaalde inzettingen die God geeft of in Zijn kalender, maar ook gewoon in zo’n 'zondagsschoolverhaal'. Het is een klassieker: Rachab. Het is geweldig spannend hoe God Zijn weg gaat met deze vrouw. Wij kijken achteraf, maar reken maar dat het voor Rachab ook spannend is geweest om dat alles te doen. Ze heeft heel wat geriskeerd trouwens. Dat zegt ze ook: "Ik riskeer wel wat door jullie nu in huis op te nemen, want dit kan voor mij dit of dat betekenen." Maar ze heeft het gedaan. Je hebt geloof of je hebt het niet. Als Hij het zegt, als Gods woord betrouwbaar en vast is, dan kun je er altijd van op aan. Geweldig. Goed, die dingen hebben we deels overwogen; ik heb het nu nog eens een keer voor het voetlicht gebracht.
Rachab in de Koninklijke Lijn: Troonpretendenten en Gods Genade (mattheüs 1) ↑ hoofdstukken
En dan gaan we nu eens naar het Nieuwe Testament toe. En wel naar drie vermeldingen van Rachab: in de Evangeliën, in de Jakobusbrief en vervolgens ook in de Hebreeënbrief. Laten we eerst eens naar, dat lijkt me het meest logisch, Matteüs 1 gaan. Daar hebben we een geslachtsregister, zo wordt dat genoemd. Eigenlijk is het meer een lijst van troonpretendenten; hoe de troon en de kroon uiteindelijk bij de Messias terechtkomen via een hele routekaart, zal ik maar zeggen. Drie keer veertien geslachten worden daar genoemd. Veertien is trouwens het getal van David. In dat register, in die koningslijst van mensen uit de koninklijke lijn, zien we hoe hij uiteindelijk via Juda en via David en Salomo bij de Christus, Israëls Messias, terechtkomt. Precies zoals ook was voorzegd en zoals je mocht verwachten.
In vers 5 van Matteüs 1 staan al die namen. U weet wel, dat zijn van die passages die je, als je de Bijbel leest of voorleest aan tafel, vaak passeert of overslaat. Je struikelt soms over de uitspraak van de namen, dat kan al problematisch zijn, en als je het niet onderzoekt, is het buitengewoon saai. Dat geldt voor heel veel Bijbelgedeelten; ze zijn saai om te lézen, maar de Bijbel is er ook niet om te lezen, de Bijbel is om te onderzoeken. "Onderzoek de Schriften, want die zijn het die van Mij getuigen." Daar gaat het om. Onderzoeken betekent letterlijk ook dat je onder de oppervlakte zoekt. Het heeft inderdaad te maken met speuren en checken hoe het nu precies zit. Het ligt altijd onder de oppervlakte, daar word je zulke dingen gewaar. Alleen bij oppervlakkige lezing ontgaat je dat.
Dan lees je in die lijst, in dat register: "Salmon nu verwekte Boaz uit Rachab." Want dit is wel even een, in zekere zin, problematisch gegeven. Salmon verwekte Boaz uit Rachab. En Boaz verwekte Obed uit Ruth, en Obed verwekte Isaï. Nu doet zich een probleempje voor: dit kan nooit een vermelding zijn zonder weglating van schakels. Want als er staat dat Salmon Boaz verwekte uit Rachab, betekent dat in de praktijk dat hij de voorvader van Boaz verwekte. Dat was voor mij destijds ook even een beetje schokkend, maar bij nader inzien toch niet zo. Eigenlijk is dat hele register in Matteüs 1 een lijst van troonpretendenten, en dat hoeft niet eens een biologische lijn te zijn. Je vindt zelfs dat er op een gegeven ogenblik in verband met Jechonja wordt gezegd dat de één de ander verwekte, terwijl het zijn oom was. Als het een lijst is van kroonpretendenten, betekent "verwekken" de overgang van de rechten op de kroon en de troon. Dat kan inderdaad op die manier verlopen. Dus dat verwekken heeft niet direct de betekenis van biologisch verwekken zoals wij dat zeggen, maar het betekent een troonpretendent voortbrengen. Dat is een veel bredere term.
Dit klinkt wat ingewikkeld, maar laat ik het simpeler zeggen. Er staat in hoofdstuk 1 vers 1 — zo begint het Nieuwe Testament heel triomfantelijk — "Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham." Dan kun je ook zeggen: de zoon van David? Hoezo de zoon van David? Daar zit duizend jaar tussen! En toch, "de zoon" betekent gewoon de erfgenaam. Hoeveel schakels je ook weglaat, het blijft gewoon waar. Hij is de zoon van David, en dus de rechthebber op de kroon en alles wat David heeft nagelaten. En hij is de zoon van Abraham, en dus de erfgenaam van wat aan Abraham is beloofd: het zaad van Abraham. Meestal is dat ook met de gedachte dat iemand werkelijk biologisch voortgebracht is, maar dat hoeft niet het geval te zijn. Er kunnen schakels weggelaten zijn. Er zijn meer voorbeelden in deze lijst waarbij bepaalde schakels worden overgeslagen. Ik zal nog één voorbeeld geven: bepaalde goddeloze koningen worden niet vermeld. Die schakels worden gewoon overgeslagen, en dat is helemaal in overeenstemming met wat God had gezegd. Namelijk dat als een koning zou afwijken van de wegen van God en van Zijn Woord, zijn naam onder de hemel zou worden uitgedelgd. Dan vind je die naam inderdaad niet vermeld in het register; de naam wordt uitgedelgd en in feite gewoon geskipt. Om allerlei redenen kan dat dus.
In ieder geval: Salmon verwekte de voorvader van Boaz. U zegt misschien: "Ja, maar dat moet je eerst nog eventjes aantonen." Laat ik u de tijdlijn geven. In het jaar 2500, gerekend vanaf Adam, vond de uittocht uit Egypte plaats, de Exodus. Veertig jaar later vond de intocht plaats; daar zitten we nu eigenlijk in de geschiedenis van Rachab. Nog weer tien jaar later, in het jaar 2550, was het land geheel verdeeld. Dat heeft tien jaar geduurd vanaf de intocht tot aan de verdeling van het land. Zo krijg je iedere keer tijdsbestekken van vijftig jaar, de cyclus van een jubeljaar. In het jaar 3000 vindt de inwijding van de tempel plaats door Salomo, na twintig jaar tempelbouw. Dat is dus 500 jaar na de uittocht uit Egypte. Deze lijn is op het jaar nauwkeurig. Salomo leeft in deze tijd en David moet zo rond deze tijd geboren zijn. Daarvóór heb je de vader van David, Isaï, en daarvóór heb je de vader van Isaï, Obed. Dat moet ergens rond het jaar 2800 geweest zijn. Obed was de zoon van Boaz en Ruth. Die geschiedenis speelt zich ongeveer honderd jaar voor het einde van de Richterenperiode af. Maar de geschiedenis van Rachab en Salmon is veel eerder. Tussen Rachab en Boaz zit een periode van pakweg 250 jaar. Om een indruk te geven: dat is dezelfde tijdsperiode als tussen nu en 1770. Dat is een flinke periode, nietwaar? Dat is de periode die ligt tussen Rachab en Salmon enerzijds en Boaz anderzijds. Vandaar dus dat ik zeg: als er staat dat Salmon Boaz verwekte uit Rachab, dan is Salmon de voorvader.
Dus Boaz komt inderdaad uit Rachab voort, maar daar zitten wel schakels tussen. Nou goed, bent u er nog? Ja oké, ik vind dat ik dat toch even moet vermelden, want je stuit daar gewoon op als je daar onderzoek naar doet. Dan staat er trouwens nog bij in Matteüs 1 vers 6: Isaï nu verwekte David de koning, jawel, en David nu verwekte Salomo uit de vrouw van Uria. Heel eigenaardig, maar er worden twee dames genoemd in dit dynastie-register, want dat is het eigenlijk: allemaal troonpretendenten via de lijn waarin de kroon vererfd wordt.
En die twee dames die genoemd worden, verwijzen naar genade. Want Rachab de hoer en deze vrouw van Uria... Ik moet er trouwens bij zeggen dat het helemaal niet verwijst naar het feit dat ze zo slecht waren. Zo van: oh, de Bijbel noemt twee dames en dan deugen ze ook niet, zie je wel dat de Bijbel discrimineert? Nee, het is precies omgekeerd. Deze dames worden juist genoemd als uitbeelding van Gods genade. En trouwens, als we het hebben over de vrouw van Uria, dan ligt de schuld niet bij Bathseba in de eerste plaats, maar bij David. Hij was weliswaar voorbestemd om de koning te zijn, maar het is pure genade. En dat zie je dus ook in deze lijn. Het gaat allemaal om de weg die God gaat. Er worden schakels in genoemd waarvan je zegt: nou, zou ik die eigenlijk wel in mijn stamboom willen hebben? Ja, dat doe ik met opzet trouwens, dat geldt voor heel andere namen ook. Hij gebruikt dat en al die schakels zijn nodig.
Het symbolische – dat is aardig om het zo te formuleren – de rode draad door heel de Schrift is dat scharlaken koord. En de rode draad is inderdaad de draad, de lijn, het touw waar je je aan vast kunt klampen, waar trouwens ook een anker aan verbonden is: het anker van hoop. Dat is pure genade. God geeft dat, God gaat Zijn weg, en daarbij is Hij totaal niet afhankelijk van de goede daden van een mens. Die rode draad is uiteraard ook een embleem van verlossing, van overwinning op de dood, en feitelijk ook die bloedrode draad. Dat is het.
In ieder geval, meteen als we in Matteüs 1 de vermelding van Rachab vinden in dat register van troonpretendenten, dan wordt Rachab met ere vermeld. Zij is een directe voorouder van Boaz, en daarmee ook van David en dus van Christus. In de lijn van de geslachten is God zo Zijn weg gegaan en dat is de wijze waarop het Nieuwe Testament zichzelf introduceert. Dit is de lijn. Eigenlijk wordt daarmee ook meteen de link gelegd met heel de Hebreeuwse Bijbel; dat hele register refereert aan de Schriften, aan de Hebreeuwse Bijbel. Zo ligt het verband, zo is het gegaan en zo is het uiteindelijk bij Yeshua gekomen: de Christus, de zoon van David. Nou, dat is Matteüs 1.
Het Contrast Tussen Paulus en Jakobus: Levend Geloof in de Praktijk (jakobus 2) ↑ hoofdstukken
We gaan nu naar Jakobus 2, want ook Jakobus maakt melding van deze Rachab. Wij zijn erg Paulus-georiënteerd en daar hebben we goede redenen voor, want hij was de apostel van de natiën. Hoe was het ook alweer met Jakobus? Hij richtte zich tot de twaalf stammen van Israël en niet tot de natiën als zodanig. Deze brief heeft in het verleden zijn functie gehad en gaat straks ook weer een hele prominente functie vervullen, zoals de brieven van Paulus dat in onze dagen doen in deze 'twee dagen'. Dat neemt niet weg dat al de Schrift door God gegeven is en het dus ook nu heel nuttig is om hieraan herinnerd te worden.
In Jakobus 2 begrijp je meteen waarom dit conflicteert, of in ieder geval heel ongemakkelijk voelt, als je Paulus-georiënteerd bent. Lees maar met me mee. Ik val midden in het betoog van Jakobus, waar hij zegt: "Jullie zien dat een mens wordt gerechtvaardigd, niet vanuit geloof alleen." Nou, breek mijn klomp! We hebben toch altijd gedacht dat het 'sola fide' is: alleen geloof? Is dat ook niet wat Paulus leert? Jazeker. Misschien bent u een beetje op de hoogte van de kerkgeschiedenis, maar Luther kreeg dit ook voor zijn voeten geworpen. Luther had ontdekt dat het geloof alleen is; dat is een van de fundamenten van de Reformatie geworden. Men wierp hem voor de voeten dat dit helemaal niet kon, want kijk maar wat er in Jakobus staat. Luther wist daar geen raad mee en zei dat het een 'strooien brief' was; eigenlijk een brief van stro die je maar in de brand moest steken. Hoe hij dat tegelijkertijd kon zeggen met 'alleen de Schrift', weet ik dan weer niet, maar hij was vaak impulsief in zijn uitingen. Wel een kleurrijk man trouwens.
Maar goed, Jakobus en Paulus: dat matcht schijnbaar niet. Hoe zit dat dan? Ik moet erbij zeggen dat als je er wat nadere kennis van neemt, blijkt dat het weliswaar een tegenstelling is als je ze tegenover elkaar zet, maar een tegenstelling wil nog niet zeggen dat het tegenstrijdig is. Als ik zeg: "De school staat links van de slagerij," dan is dat een tegenstelling met de uitspraak: "De school staat rechts van de slagerij." Maar het hoeft niet tegenstrijdig te zijn; het is namelijk afhankelijk van de positie van waaruit je beweegt. Een contrast hoeft dus niet per se conflicterend te zijn. Bij Paulus en Jakobus zijn beide waar, maar beide zijn waar in hun eigen context en in de samenhang waarin zij die dingen zeggen.
Het eerste wat ik erover zou willen zeggen, want als we het hier dan toch over hebben, moet het vermeld worden: Paulus refereert aan rechtvaardiging vóór God. Paulus zegt bijvoorbeeld in Romeinen 4 dat Abraham God geloofde en dat het hem tot rechtvaardigheid werd gerekend. Abraham was een rechtvaardige. Waarom? Omdat God had gezegd: "Zo zal jouw nageslacht zijn als de sterren van de hemel," en Abraham zei: "Amen." God rekende Abraham tot een rechtvaardige: "Jij bent een rechtvaardige, jij zegt amen op wat Ik om niet en onvoorwaardelijk beloof." Dat is geloof en dat is een rechtvaardige voor God.
Jakobus refereert echter aan rechtvaardiging in de praktijk, als bewijs voor mensen. Dat is een ander perspectief. Het ene perspectief is zoals God het benadert: God ziet het hart aan en Hij zag geloof bij Abraham. Maar hoe weet je nu als mens in de praktijk dat Abraham een rechtvaardige was? De ene lijn is omdat God het zo gezegd heeft, maar hoe zie je dat in de praktijk? Jakobus heeft het niet over het feit dat God Abraham tot een rechtvaardige rekende, maar hij zegt: hij heeft het bewezen. Want hij heeft zijn zoon, zo'n vijfentwintig of dertig jaar later, geofferd op de berg Moria. Hij bewees daarmee dat hij God geloofde. God had immers gezegd dat via Isaak het nageslacht voor hem gesproken zou worden. Abraham wist dus: Isaak is de zoon van de belofte. En als hij dan Isaak moet gaan offeren en als brandoffer moet aanbrengen, dan wist Abraham wat hij deed. Dat zei hij ook tegen de mannen die met hem meegereisd waren toen hij ging offeren: "Als wij weer bij jullie terugkeren..." Dat was overigens op de derde dag. Hij wist gewoon: ik kom straks weer met Isaak terug. De Hebreeënbrief zegt later dat dit kwam omdat Abraham rekende op de opstanding. Hij heeft hem eigenlijk ook bij wijze van spreken uit de doden weer teruggekregen op de derde dag. Abraham wist: als God zegt dat Isaak de zoon van de belofte is en ik moet hem offeren, dan gaat God hem kennelijk weer uit de doden opwekken. Kijk, dat is geloofslogica! Zeggen: als God dat zegt, dan kan het niet anders dan dat God het ook op die manier gaat vervullen. Dat vind ik geweldig. Hij heeft het inderdaad bewezen, en vandaar dat Jakobus dat voorbeeld geeft van het offeren van Isaak. Dat was een bewijs waarin in de praktijk bleek en aangetoond werd dat Abraham daadwerkelijk geloofde.
Je kunt het wenden of keren hoe je wilt, maar je kunt in ieder geval vaststellen dat Jakobus een heel ander accent legt dan Paulus. Sommige mensen zeggen dat het tegenstrijdig is, maar dat is het niet; het is een contrast. Dat komt ook omdat Jakobus zich richt tot de twaalf stammen in de verstrooiing (lees het maar na in hoofdstuk 1 vers 1). Hij richt zich niet tot de natiën zoals Paulus dat doet, maar tot de twaalf stammen. Het gaat erom hun geloof te tonen. "Toon mij uw geloof," dat is ook een uitspraak in Jakobus. Daar gaat het om, en dat wordt straks ook zo actueel voor Israël. Want als de twaalf stammen weer verzameld worden vanuit de verstrooiing, wat staat hen dan te doen? Dan krijgen ze op aarde de taak om een koninklijke, priesterlijke natie te worden en dan zullen ze hun geloof ook daadwerkelijk openbaren, tonen, demonstreren en bewijzen. Zie je dat dit accent hoort bij Israël, bij de twaalf stammen? Als Paulus daarover spreekt, slaat hij een andere toon aan die te maken heeft met deze tijd en met de natiën. Kortom, als Jakobus zegt dat we zien dat het niet vanuit geloof alleen is, dan heeft dat met zulke dingen te maken.
Nu kom ik bij Rachab: "Is evenzo ook niet Rachab de hoer vanuit werken gerechtvaardigd?" Net als Abraham. Rachab geloofde God en het woord dat tot haar kwam, maar het was een levend geloof en dus werkte dat woord in haar uit. Dat is logisch. Levend geloof wil zeggen dat je iets écht gelooft. Niet zo van: het zal wel. Nee, levend geloven wil zeggen dat je het van harte gelooft, en dan heeft dat een uitwerking in je leven. Absoluut, dat kan niet missen, anders zit het niet vanbinnen. Als er nu iemand gealarmeerd de zaal binnenkomt en zegt: "Het gebouw staat in de fik, wegwezen!" en je zegt: "Ja, dat geloof ik," maar je blijft gewoon zitten, dan geloof je het dus niet. Op het moment dat je zegt dat je het gelooft, dan heeft dat logischerwijs een uitwerking in je leven. Dat kan niet anders. Niet omdat dat móét, maar het kán niet anders. En Rachab geloofde dat.
En zij heeft dat inderdaad ook bewezen toen zij de boodschappers gastvrij ontving. Ik refereerde hier al even eerder aan, dat ze hier genoemd worden: de boodschappers. Letterlijk in het Grieks staat er gewoon angelos. En dat is gewoon het woord voor engelen. Dit woord wordt vrijwel altijd, wanneer het in het Nieuwe Testament gebezigd wordt — behalve hier dan, maar in de vertaling wordt het gewoon vertaald met engelen — dus Rachab nam engelen in haar huis op, gastvrij. Waren er dan geen mensen? Jawel, maar een mens kan ook een engel zijn. Dat wist u toch? Een engeltje. Maar dat komt omdat het woord angelos in feite een functie is. In feite is een postbode ook een boodschapper; je brengt namelijk een boodschap over. Dat is wat het woordje angelos betekent. Het is een functie die verwijst naar wat je doet.
En dat is precies ook wat de verspieders waren. Hier worden ze dus niet spionnen of verspieders genoemd — dat waren ze wel — maar hier worden ze boden genoemd, engelen worden ze genoemd. Waarom? Ze droegen een boodschap met zich mee en die boodschap moest komen bij die heidense vrouw. En dat was het woord van God. Het is mooi dat ze hier inderdaad de boodschappers genoemd worden, want daarin zit meteen gelegen dat zij kwamen met een woord, namelijk van Godswege. En Rachab heeft dat vernomen en ook naar waarheid herkend. En zij heeft ze gastvrij ontvangen en via een andere weg uitgeworpen, zo staat het letterlijk, weggestuurd. En dat betekent dus: zij verborg hen. Dat is wat ze deed.
En dan eindigt Jacobus vervolgens, als hij dit voorbeeld gegeven heeft van Rachab de hoer. Dan zegt hij: zoals het lichaam zonder geest een dode is. Daar is de geest eruit. Dan heb je de geest gegeven. En wat is het lichaam dan? Gewoon een dode. Nou, zegt Jacobus, zo is ook het geloof zonder werken een dode. Als het geloof niets uitwerkt, dan is dat een aanwijzing dat er gewoon geen geloof in zit. Levend geloof is waar Jacobus over spreekt. En als je het zo bekijkt, dan is de tegenstelling tussen Jacobus en Paulus veel minder groot dan je misschien op het eerste gezicht zou denken. Ik geef toe, het is een contrast. Er zijn duidelijke accentverschillen waarvan akte, de doelgroep is ook anders. En toch, ook bij Paulus zie je altijd weer: geloof werkt uit. Natuurlijk, want dat is de kracht namelijk van het Woord. En dat is wat Jacobus dus vooral ook benadrukt.
Geloof als een Onvoorwaardelijk Geschenk (hebreeën 11) ↑ hoofdstukken
We komen ten slotte nog bij Hebreeën 11. Ik ben daar de vorige keer al even geweest, maar ik moet het in deze zetting alsnog even vermelden: Hebreeën 11 vers 31. U weet het hè, Hebreeën 11 is dat geweldige hoofdstuk waarin alle namen worden genoemd van de mensen die in hun dagen leefden uit geloof. Dat rijtje begint met Abel en gaat dan verder met Henoch, Noach, Abraham en Sara. Nou ja, noem maar op. Het zijn allemaal mensen die het verschil maakten. En wat is dat verschil? Iedere keer weer — want dat is de rode draad in Hebreeën 11 — is dat door geloof.
Dan zijn we toch weer terug bij af, namelijk: het was geloof. Oké, bewezen geloof, daar gaat het hier ook over, maar het is geloof. En wat is geloof? Dat is precies wat er ook in de Van Dale staat. Ik geef toe: om te weten wat een Bijbelwoord is, moet je natuurlijk niet in de Van Dale kijken, maar moet de Schrift zichzelf laten uitleggen. Maar het is volkomen in overeenstemming met wat wij weten van geloof. Geloof wil zeggen: je gelooft een mededeling die gedaan wordt. Dat wil zeggen dat er een mededeling wordt gedaan en jij beaamt dat. Je houdt dat voor waar. "Ik geloof dat."
Het hele leven staat bol van geloof. Je krijgt iets te horen en je zegt: "Ja, ik geloof dat." Wat geloven we tegenwoordig wel en wat geloven we niet? Dat is tegenwoordig helemaal een groot probleem aan het worden. Wat is fake en wat is echt? Dat is een knap lastig verhaal. Maar goed, ik bedoel maar te zeggen: je houdt iets voor waar. Dat is wat Rachab doet. In feite is het ook helemaal geen prestatie. Het feit dat je iets voor waar houdt of niet voor waar houdt... we zeggen ook, en dat is terecht: geloof is vertrouwen. Je houdt iets voor waar en je zegt: "Daar stel ik mijn vertrouwen op, daar ga ik op af." Is dat een prestatie, dat ik het ene woord geloof en het andere woord niet? Nee, dat is wat het is.
We hadden het er in de auto net nog over: geloof is een geschenk. Dat willen evangelische mensen er vaak niet aan, maar het is echt zo. Geloof is een geschenk, een cadeautje. Paulus zegt dit in Efeze 2: door genade zijn jullie gered, door geloof, en dat niet uit uzelf, het is een geschenk, een gave van God, opdat niemand roeme. Dus het feit dat je gered wordt, maar ook het feit dat je mag geloven en vertrouwen — dat je het woord gehoord hebt maar daar ook 'amen' op zegt — dat is op zich ook weer een geschenk. Het feit dat je dat nu al mag doen, is een geschenk van God.
Weet je wat ik het allermooiste vind? Dat geschenk dat wij nu hebben ontvangen, is het geschenk wat God aan iedereen uiteindelijk gaat geven. Dat iedereen dat gaat beamen. Dan zullen ze het trouwens ook zien; dan kunnen ze er sowieso niet meer onderuit. Maar God geeft dat. Waarom geloven sommigen wel? Je leest in Johannes 12 over de oversten van Israël of van de Joden en de farizeeën: hierom konden zij niet geloven in Hem. Kijk het maar na, dat staat er vrijwel letterlijk zo: hierom konden ze niet geloven in Hem, de Heer Jezus, omdat Jesaja gezegd heeft: "God heeft hun ogen toegesloten en hun oren verstopt, zodat ze niet geloven." Hoe komt dat? Ze waren blind, ze waren doof. Maar wie geeft ogen om te zien en wie geeft oren om te horen? Dat geeft Hij. Wie opent het hart? Dat doet Hij. Het is een geschenk als je het mag zien.
Wat maakt het voor verschil? U kent allemaal mensen die naast je staan, waarvan de één het wel gelooft en de ander niet. Is die ander die het niet gelooft slechter? Nee, in die orde ligt het totaal niet. Het is opdat alle roem zou zijn uitgesloten. Wanneer God je ogen opent, krijg je dat geschenk. Prijs God en dank Hem op je knietjes dat je het nu al hebt ontvangen, in de wetenschap dat zij het allemaal zullen krijgen op Zijn tijd. Alleen is er inderdaad verschil in rangorde. Iedereen gaat eraan geloven, maar wij geloven er nu al aan. Ja, Hij heeft ons op de knieën gelegd; dat is echt een cadeau.
Rachab geloofde. Door geloof kwam Rachab niet om met de ongezeglijken. Ja, ze worden zo genoemd. Waarom? Omdat de inwoners van Jericho óók wisten van Gods daden. Eerder hadden we het er al even over: die wisten dat ook wel, maar weten dat iets zo is, is wat anders dan ook daadwerkelijk vertrouwen erop te stellen. En Rachab geloofde. Ik weet dat je dat van twee kanten kunt benaderen. Je kunt zeggen: "Ja, maar die inwoners hadden dat toch ook moeten geloven?" Dat is de ene kant. Maar als je het van Gods kant bekijkt, dan is het gewoon zo: Rachab was inderdaad uitgekozen. Haar ogen, oren en haar hart waren geopend en het moest bij haar terechtkomen. Dat is genade. Het maakt wel een groot verschil in de praktijk. De rest van de stad is in die dagen inderdaad omgekomen, maar Rachab maakte het verschil vanwege het feit dat zij God geloofde.
Daar wilde ik graag mee afsluiten. Oké, ze was een hoer naar de mens en maatschappelijk gesproken een vrouw van wie we zeggen: "Dat rekenen we niet." Die horen met recht bij de outcast. Ze was bovendien, en bedenk dat ook, in de ogen van al haar stadsgenoten gewoon een landverraadster. Als jij huilt met de vijand, spionnen opneemt en die spionnen helpt, dan is dat gewoon landverraad. Dat kan een reden zijn om gefusilleerd te worden. Men zou kunnen zeggen: "Hoezo goede werken?" Maar het was geloof! Ze geloofde in God. En dat is het grote verschil als je mag geloven in Zijn woord. Dan valt je zo'n enorm voorrecht ten deel, maar daar kom je ook never nooit beschaamd mee uit. Dat is wat de geschiedenis van Rachab demonstreert. God heeft Rachab uitgekozen en zij zijn weggegaan met Rachab. Rachab heeft op die wijze zelfs een eervolle vermelding gekregen in dat register van Jezus Christus, Israëls Messias. Nou, daar wilde ik het voor vandaag bij laten.
UltimateGoodNews