in Paulus’ gehuurde woning
20-06-2021 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 20 juni 2021 in Rotterdam (Gezonde Woorden)
Het boek ‘Handelingen’ begint met ‘de twaalf’ in Jeruzalem. Met uitzicht op een mogelijke terugkeer van de Messias in die generatie. Het boek ‘Handelingen’ eindigt met Paulus in Rome. Abrupt. Met een officiële verklaring dat Israëls herstel er voorlopig niet in zit… Wat nu?
Ter introductie van de samenkomst vervolgde Art de Boer zondag zijn betoog over kleuren vanaf minuut 5:17
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- De Tijdlijn en de Kernboodschap van Handelingen
- Israëls Struikeling en de Wending Naar de Natiën
- Aankomst in Rome en Paulus' Relatieve Vrijheid
- In Gesprek met de Joodse Leiders: de Hoop van Israël
- Overtuigend Bewijs Vanuit de Wet en de Profeten
- Het Profetische Slotwoord uit Jesaja: Israëls Verharding
- De Redding van God Is Naar de Natiën Gezonden
- Twee Jaar in Paulus' Gehuurde Woning: een Beeld voor Onze Tijd
De Tijdlijn en de Kernboodschap van Handelingen ↑ hoofdstukken
In ieder geval wordt mijn betoog een stuk minder kleurrijk dan dat van Art zojuist. Geweldig om naar te luisteren! Maar als ik jou zo beluister, Art, dan zou je hier volgens mij met gemak ook een complete spreekbeurt over kunnen houden. Nou ja, dat was het eigenlijk ook, ja. Nee, zo bedoel ik het niet; het is een geweldig onderwerp, die kleuren.
Ik ga jullie vanmorgen meenemen naar, zoals het in de titel is weergegeven: ‘in Paulus’ gehuurde woning’. Dat is een term die ontleend is aan het slot van het boek Handelingen, waar we straks ook naartoe gaan. Ik wil eerst ter inleiding een lijn weergeven zoals we die tegenkomen en zoals je die gemakkelijk kunt ontdekken wanneer je het boek Handelingen leest. Als we in Handelingen 28 straks een gedeelte gaan lezen, dan ben je helemaal aan het einde van het boek aangekomen. Dat betekent dus dat er een heleboel hoofdstukken aan voorafgegaan zijn. Om Handelingen 28 goed te begrijpen, is het wel zo handig – zoals meestal met een boek – dat wanneer je het einde goed wilt begrijpen, je begint bij het begin. Dat is met het boek Handelingen natuurlijk niet anders.
Het omspant ongeveer de periode die je hier ook ziet. Namelijk, het begint bij het jaar 30, het jaar waarin de Heer stierf, opstond en ten hemel voer in dat jaar. Veertig jaar later heb je dan het jaar van Jeruzalems verwoesting. Een aantal jaren daarvoor arriveert Paulus in Rome, en dat is dus in Handelingen 28. Dus het is pakweg zo’n 1 tot 33 jaar die deze hele periode van de Handelingen bestrijkt.
Trouwens, dit is wel kleurrijk, want nu ga ik ook even spelen met de drie kleuren van het verkeerslicht. Je krijgt dan eigenlijk dit verhaal: het begint allemaal in Jeruzalem. Het begint in Jeruzalem met de twaalf en het eindigt bij een dertiende apostel in Rome. Als je zo vertelt hoe het begon en hoe het eindigt, en je trekt gewoon een rechte lijn zoals we dat hier eigenlijk ook doen, dan ga je toch de vraag stellen: hoezo dan? Wat is eigenlijk het betoog? Meestal wordt het zo weergegeven van: nou ja, het begon allemaal geweldig in Jeruzalem en dat ging steeds maar verder, en uiteindelijk komt Paulus in Rome aan.
Israëls Struikeling en de Wending Naar de Natiën ↑ hoofdstukken
Dat is waar, maar ondertussen is er wel het een en ander gebeurd. Kijk naar die eerste jaren; de eerste drieënhalf jaar wordt door de twaalf in Jeruzalem heel duidelijk gepredikt dat de Messias, die zojuist was vertrokken, zou terugkeren. En wel als Israël zich zou bekeren. Vandaar ook dat in die eerste jaren de boodschap klinkt: komt tot verhaal, komt tot bekering. Het was de boodschap van de Messias die zou terugkeren en zijn koninkrijk zou vestigen in Israël, en uiteindelijk wereldwijd. Maar dat is de boodschap die in die jaren klinkt.
Dat eindigt dan feitelijk bij de steniging van Stephanus, waar we trouwens ook meteen kennismaken met Saulus van Tarsus, die vervolgens een hoofdstuk later daadwerkelijk wordt geroepen op de weg naar Damascus. Dat markeert eigenlijk meteen de volgende periode. Het feit dat Saulus buiten het land wordt geroepen, en eigenlijk ook als de dertiende apostel die naar de natiën zou gaan, is tekenend. Want waarom vindt die omslag plaats? Wel, eigenlijk omdat de boodschap van de opgestane Messias verworpen werd door Jeruzalem en door de Joodse staat; door het volk als zodanig. Ook officieel: het Sanhedrin, de vertegenwoordigers die de regering vormden van het Joodse volk, heeft de boodschap verworpen.
Dat zie je dus feitelijk heel duidelijk gemarkeerd in de steniging van Stephanus. Dat was een daad die het Sanhedrin verrichtte, en daarmee werd de 'kroon' — want dat betekent de naam Stephanus eigenlijk ook — terzijde geschoven. Dat markeert meteen een hele nieuwe periode, en ik maak dat duidelijk met deze woorden: Israëls struikeling. Dat is zoals Paulus dat in de Romeinenbrief ook formuleert: Israël struikelde over de steen des aanstoots. Daardoor ging de boodschap naar de natiën. De redding ging naar de natiën; ook die uitdrukking zullen we straks nog tegenkomen. Feitelijk gaat zich dat vanaf Handelingen 9 meer en meer aftekenen. Je zou het nog wat nader kunnen specificeren en daar wat meer mijlpalen kunnen neerzetten, maar dan krijg je dat Saulus Paulus wordt en daadwerkelijk naar de natiën gaat in Handelingen 13.
Die hele periode, decennia lang, is de focus volledig op die Paulus van Tarsus gericht. In het boek Handelingen gaat het dan eigenlijk alleen nog maar over Paulus. Voor zover die anderen nog aan de orde komen, is dat omdat Paulus hen ontmoet, bijvoorbeeld in Jeruzalem, maar meer niet. Dit is ook meteen een alarmlicht. Want dat is rood, zoals we zojuist hebben gehoord. Het is ook een alarmering, want hier stond de deur nog steeds op een kier. Het evangelie ging naar de natiën, maar Paulus zegt ook dat dit is om Israël tot jaloersheid te prikkelen. Feitelijk is het niet meer de boodschap dat Israël nu hersteld gaat worden, maar eigenlijk: jullie hebben het verworpen en nu gaat het naar de natiën. Maar het is nog steeds oranje; het is alarm in deze tijd. Tot Handelingen 28 was Israël nog steeds in de gelegenheid om zich, nu de boodschap naar de natiën ging, alsnog te bekeren.
Nou, we weten hoe dat gegaan is. Vervolgens arriveert Paulus in Rome en dat is waar we straks gaan aanhaken. Dan wordt echt Israëls ondergang aangekondigd. Die ondergang vindt dan daadwerkelijk plaats in het jaar 70, als Jeruzalem verwoest wordt, de hele tempel met de grond gelijkgemaakt wordt en ook de Joodse natie eigenlijk van de aardbodem verdwijnt; ze worden verstrooid onder alle volkeren. Dat is eigenlijk een trieste neergang. Je zou het zo kunnen zeggen: de boodschap van een hersteld Israël begon ooit in Jeruzalem, met het Messiaanse Rijk dat in die dagen zou kunnen aanbreken. Maar die boodschap verdwijnt en maakt plaats voor een Paulus die notabene een gevangene is. Juist omdat het evangelie verworpen werd door Jeruzalem, is Paulus een gevangene. Hij werd gevangengenomen in Jeruzalem; dat is het hele verhaal dat eraan voorafgegaan is. Zo is hij in Rome gearriveerd.
Paulus in boeien, Paulus’ gevangenschap, het feit dat hij daar als gevangene in Rome arriveert, is een embleem van Israëls verwerping. In plaats van dat daar een hersteld Israël is en een Messiaans Rijk dat aanbreekt, zien we dat Jeruzalem volkomen verwoest wordt. De Joodse natie verdwijnt eigenlijk helemaal onder de natiën. Het schip gaat ten onder in de zee; dat is het verhaal van Handelingen 27. U weet het hè, de schipbreuk. Het zijn geweldige beelden hoe dat wordt aangeduid en beschreven door Lukas. In het jaar 70 is het dus ten onder gegaan. Groen, oranje, en met de aankomst van Paulus in Rome wordt het inderdaad rood.
Dat is in het kort de weergave van de lijn die je ziet in het boek Handelingen. Ik vind het belangrijk om dat te onderstrepen, want meestal wordt dat niet onderkend. In het boek Handelingen gaat het erover — als ik het in één zin zou moeten zeggen — hoe het evangelie van de opgestane Messias door Israël wordt verworpen, waardoor het Koninkrijk in die dagen niet aanbrak. In Handelingen 1, en dat is het laatste wat ik erover wil zeggen voordat we naar Handelingen 28 gaan, lees je dat de discipelen vlak voordat Jezus van de Olijfberg vertrekt, naar Hem toe komen en vragen: "Heer, herstelt U in deze tijd het Koninkrijk voor Israël?" Dan geeft de Heer Jezus een ontwijkend antwoord. Hij zegt: "Het komt jullie niet toe te weten," maar zij moesten getuigen, te beginnen bij Jeruzalem. Dat was ook om hen niet te demotiveren. Stel je voor dat Jezus had gezegd: "Nee, dat gaat niet gebeuren." Het kón wel, maar Jezus zegt: "Predik het nou maar." Later zou inderdaad duidelijk worden dat het anders is gegaan. Het werd van Rachel toch Lea. Om eventjes toch een zijstapje te maken: het was Lea, dat was de teleurstelling.
Goed, ik heb nog een heel aantal verzen te bespreken en daar ga ik vrij snel doorheen, want ik wil in die gehuurde woning van Paulus aankomen. Dat is pas in vers 30, maar ik begin bij vers 16.
Aankomst in Rome en Paulus' Relatieve Vrijheid ↑ hoofdstukken
In vers 16 staat: "toen wij nu Rome binnenkwamen". Dat woordje "wij" is interessant, want dat betekent dat de schrijver Lucas er zelf ook bij was. Dat is een bekend gegeven; je ziet iedere keer waar Lucas aanhaakt en waar hij kennelijk niet bij was. Dat zie je aan dat woordje "wij" of "ons". Toen wij nu in Rome binnenkwamen, werd Paulus toegestaan om op zichzelf te blijven, samen met de hem bewakende soldaat. Deze vertaling is, zoals u gewend bent, gebaseerd op de interlineaire weergave en wijkt daarom af en toe wat af van de NBG of de Statenvertaling. In ieder geval was Paulus een gevangene, maar hij genoot een relatieve vrijheid. Ongeveer vergelijkbaar... ja, zoiets. Maar hij had geen mondkapje op, kan ik u vertellen; daar hebben we het straks nog over.
Paulus werd dus toegestaan om op zichzelf te blijven, samen met de hem bewakende soldaat. Ik heb begrepen dat die soldaat in principe altijd met een ketting aan hem vastzat. Hoe lang die ketting was, dat is dan natuurlijk wel erg belangrijk. Anderhalve meter? Dat weet ik niet. Maar in ieder geval was die soldaat verantwoordelijk voor het bewaken van Paulus. Er was natuurlijk al heel wat aan voorafgegaan, die schipbreuken enzovoort, maar dit is de situatie wanneer hij in Rome arriveert.
Vervolgens staat er: "Het gebeurde nu na drie dagen". Waarom dat er staat? Als je de Bijbelse verhalen kent, dan begrijp je dat wel. Want wat gebeurt er na drie dagen? Dan wordt het volk, of in ieder geval de vertegenwoordigers ervan, bijeengeroepen om hen het een en ander te vertellen. "Na drie dagen" of "op de derde dag" is in de Bijbel heel vaak hetzelfde. Het hangt er namelijk vanaf of je inclusief of exclusief telt. Tel je de eerste dag, de dag van aankomst, ook mee of niet? Dat is het verschil tussen inclusief en exclusief tellen. Je ziet ook dat de Heer Jezus opstond ten derde dage, maar er staat ook "na drie dagen". Dat heeft daarmee te maken. Maar ik wijs dus even op die derde dag, die drie dagen.
In Gesprek met de Joodse Leiders: de Hoop van Israël ↑ hoofdstukken
Het gebeurde nu na drie dagen dat hij de voornaamste mannen van de Joden bijeenriep, daar in Rome dus. En toen zij nu samengekomen waren, zei hij tegen hen: "Mannenbroeders, ik doe niets dat strijdig is met het volk of met de voorvaderlijke gebruiken." Paulus is in de tijd die achter hem ligt nog steeds een Joods man. Weliswaar was het evangelie van de voorhuid hem toevertrouwd, maar hij was nog helemaal gericht op Israël en hij leefde ook volgens de gebruiken. Dat zie je heel duidelijk in het boek Handelingen; hij doet daar niets strijdigs in. Dat benadrukt hij telkens weer in de tijd dat hij gevangen is genomen. Ik heb de bewijzen er even bij geleverd, want dan kunt u het allemaal terugvinden dat dat inderdaad zo is en dat Paulus dat ook altijd benadrukt. Het heilige boek Handelingen is iets wat ik hier nog een keer onderstreep: het is feitelijk gericht op Israël en Israëls bekering. Eerst stond dat licht op groen, nu op oranje en het staat op het punt om op rood te springen, maar het gaat op dit moment nog altijd om Israël.
Paulus zegt dus: "Ik doe niets strijdigs tegen het volk of tegen de voorvaderlijke gebruiken." Vanuit Jeruzalem, zo vertelt hij zijn verhaal terwijl hij kennismaakt met deze Joodse voormannen, werd hij als gevangene overgeleverd in de handen van de Romeinen. Hij was ooit in Jeruzalem en toen heeft het Joodse volk, of het Sanhedrin, hem gevangengenomen. Dat is een enorme heisa geweest waarbij hij bijna gelyncht werd. Het was dus maar goed ook dat hij in de handen van de Romeinen terecht was gekomen, want de Joden hadden hem anders absoluut uit de weg geruimd. Hij zegt: "Ik werd gevangen overgeleverd in de handen van de Romeinen die mij kritisch beoordeelden." Hij doelt daarmee op de Romeinse stadhouders en gouverneurs, Felix en Festus; het wordt allemaal uitgebreid beschreven. Zij beoordeelden hem kritisch, maar zij waren van plan hem vrij te laten.
De Joden drongen er echter op aan dat Paulus ter dood gebracht zou worden. Maar Paulus was een Romeins burger, dus dat kon niet zomaar. De Romeinen oordeelden dat hij vrijgelaten zou moeten worden, maar daar dachten de Joden heel anders over. Voor Felix en Festus was het eigenlijk zo klaar als een klontje: er was geen enkele reden voor de doodstraf in hem. Maar, zegt hij dan: "De Joden spraken dat tegen en ik werd gedwongen mij te beroepen op de keizer." Ook daarvan moet u eigenlijk even de voorgeschiedenis kennen die Lucas heeft beschreven. Festus wilde uiteindelijk, bij wijze van gunst aan de Joden, Paulus — die in Caesarea aan de kust verbleef — terugsturen naar Jeruzalem om daar berecht te worden. Dat wilde Festus vooral om de Joden daar tevreden te houden. Maar dat is uiteindelijk niet gebeurd op aandringen van Paulus, want die wist: als ik naar Jeruzalem word gebracht, dan zullen de Joden mij daar hoe dan ook lynchen. Er zou namelijk een moordaanslag op hem gepleegd worden. Dus was Paulus wel gedwongen zich te beroepen op de keizer.
Hij benadrukt nu, terwijl hij kennismaakt met de Joodse voormannen in Rome: "Niet alsof ik iets had om mijn natie te beschuldigen." Het is niet zo dat hij zijn natie beschuldigt en zich daarom op de keizer heeft beroepen. Nee, het is omgekeerd: zij beschuldigen hem en daarom moest hij zich wel op de keizer beroepen. "Vanwege deze reden dan," zegt hij, "riep ik jullie op om jullie te ontmoeten en toe te spreken." Dit is in het kort de reden waarom hij hen bijeenroept en waarom hij hier in Rome is; dit is het verhaal dat daaraan vooraf is gegaan. "Want," zegt hij, "om de hoop van Israël heb ik deze ketting om."
Dat kun je alleen maar zeggen als je die ketting ook daadwerkelijk draagt. Hij was geketend, en hij zegt dat die ketting aan de ene kant de boodschap vertegenwoordigt die hij uitdraagt, namelijk de hoop van Israël: de opgestane Messias. Israëls Messias is van Godswege opgewekt uit de doden, en dat was zijn prediking. Maar tegelijkertijd demonstreerde die ketting precies hoe Israël daarover dacht; zij demonstreerde juist de verwerping van die Messias. "Om de hoop van Israël heb ik deze ketting om."
Dan nemen zij het woord en zeggen tot hem: "Wij ontvingen geen documenten omtrent u vanuit Judea en er kwam ook niemand van de broeders aan om iets boosaardigs omtrent u te berichten of te zeggen." Het is de vraag wat de reden daarvan is geweest, want Paulus was een zeer omstreden figuur in de Joodse wereld. Zijn naam was zeer bekend in het Joodse land en in Jeruzalem was hij berucht. Het lijkt wat vreemd dat men in Rome daarvan niet op de hoogte was. Zeggen ze dit voor de bühne, om de sfeer wat te verzachten? Of kan het zijn dat de Joden uit Judea het niet hebben aangedurfd omdat Paulus een Romein was om dat allemaal in Rome aanhangig te maken? Er zijn allerlei redenen voor denkbaar, maar in ieder geval is dit hun verhaal. Er kwam niemand van de Joodse volksgenoten om iets boosaardigs over hem te berichten.
Maar ze zeggen er wel bij: "Wij achten het waardevol van u te horen hoe u gezind bent. Want inderdaad, omtrent deze sekte is ons bekend dat zij overal wordt tegengesproken." Dat de gelovigen de sekte van de Nazareners worden genoemd, zie je diverse keren terug in het boek Handelingen. Dat heeft trouwens niet de negatieve betekenis die wij tegenwoordig aan het woord sekte toekennen. Ook de Farizeeën en de Sadduceeën werden een sekte genoemd. Eigenlijk is het gewoon een partij of een richting, zoals wij zeggen: een sector. De samenleving of een bedrijf heeft allerlei sectoren; het is gewoon een deel. In dit verband klinkt er misschien toch wel wat minachting door als ze zeggen: "Eén ding is wel bekend van die sekte die jij vertegenwoordigt, namelijk dat ze overal tegenstand ontmoet." Dat weten we wel. Ik vind dit juist een aanbeveling, maar hoe dan ook, dat was hen bekend. De interesse is dus aanwezig.
Daarom zetten zij voor hem een dag vast. Zij bepaalden die datum en er kwamen er meer naar hem toe in zijn gastverblijf. Hier heet het nog een gastverblijf, maar later lees je dat het Paulus' eigen gehuurde woning was. Er wordt dus een datum geprikt en er komen nog meer mensen van de Joden die hiervan moeten weten. Dan kunnen ze het er eens een keer goed, uitgebreid en diepgaand over hebben.
Overtuigend Bewijs Vanuit de Wet en de Profeten ↑ hoofdstukken
En hij zette aan hen uiteen en betuigde het Koninkrijk van God. Dan moet je heel goed zien dat het Koninkrijk van God niet de betekenis heeft die er in de christelijke wereld vaak aan wordt toegekend. Dan is het een heel vaag begrip geworden. Het Koninkrijk van God is gewoon letterlijk een koninkrijk. En dat is dus een rijk met een koning – en ik bedoel dat ook heel letterlijk – die een koningshuis heeft, namelijk het koningshuis van David. Daar zou ooit iemand komen, de Zoon van David, de eigenlijke uiteindelijke erfgenaam, en die zou zijn koninkrijk in Jeruzalem gaan vestigen over Israël en uiteindelijk zelfs over de hele wereld. Dat is dat Koninkrijk van God. Maar letterlijk dus een koninkrijk en een regering.
Nou, dat heeft hij uiteengezet: hoe dat in elkaar steekt. En er staat ook bij: 'hen overredend'. Dat is een beetje een vreemd woord als ik het zo zeg, maar zo staat het er eigenlijk. Hen overredend. De volgende stap is de overtuiging. Het is grappig dat je dat nu zegt, want sommigen vertalen het als 'pogende te overtuigen', maar dat staat er niet. In de NBG staat dat, maar dat is fout, want dat is alsof Paulus slechts een poging deed om hen te overtuigen. Je kunt die vertaling wel verdedigen, want je kunt zeggen dat hij een poging deed omdat hij hen niet allemaal overtuigde, maar het staat er simpelweg niet. Er staat letterlijk: hij overreedde hen omtrent Jezus. En dat werkwoord betekent: overtuigend aantonen. Hij toonde dus overtuigend aan wie Jezus is, namelijk de Messias. Dat was geen poging om hen te overtuigen, want dat is eigenlijk ook geen mensenwerk. Je kunt de bewijzen neerleggen, je kunt het volstrekt overtuigend doen, zodat niemand er meer werkelijk iets tegenin kan brengen. Dan heb je het overtuigend aangetoond. Maar dat wil nog niet zeggen dat die ander zich daardoor gewonnen geeft. Want u weet het: de meeste mensen maken keuzes uiteindelijk niet rationeel, maar in hun hart. En als je niet wilt, dan doe je het niet; daar is meer voor nodig. Paulus wist er trouwens alles van; daar is echt meer voor nodig.
Goed, maar dat staat er: hij overreedde hen omtrent Jezus. En hoe deed hij dat dan? Wel, vanuit de wet van Mozes en de profeten. Dat was Paulus' standaardprocedure. Als hij ergens kwam, ging hij eerst naar de synagoge en ontmoette hen daar op opeenvolgende sabbatten. Dan ging gewoon hun Bijbel, de Tenach, open en hij toonde het aan vanuit de wet en de profeten. Kortom, de hele Tenach ging open en hij bewees dat Jezus de Messias is en dat daar gewoon niet aan te ontkomen is. Het bewijs ligt er. Hoe deed hij dat? Hier staat het: de Bijbel ging open. Paulus hield geen preken; hij toonde aan. En hij deed dat overtuigend. Wat een ander ermee doet, is in feite... ik weet niet of dat onbelangrijk is, maar dat was in ieder geval geen mensenwerk en ook niet de taak van Paulus. Zijn taak was om het bewijs te leveren vanuit de Schrift. En dat is wat hij deed. Dat deed hij niet in één uur; dat deed hij van vroeg in de morgen tot de avondschemering. Daar hebben ze echt de tijd voor genomen.
Ik denk wel eens: ik had daar graag bij willen wezen. Waarschijnlijk had ik er weinig van opgestoken omdat ik de taal totaal niet machtig ben, maar ik zou alleen de beelden al willen zien. Maar goed, die hebben we niet meer. En dan staat er: sommigen werden inderdaad overreed door wat er gezegd werd, maar anderen geloofden het niet. 'Sommigen', dat suggereert een minderheid. Een minderheid die zwichtte voor de argumenten; argumenten voor het feit dat het inderdaad waar was wat hij zei. Maar ja, dit was ook zo 'out of the box'. Dit was zo totaal anders dan wat er in het Jodendom werd geleerd. Ongetwijfeld zullen zij ook hebben gedacht: 'Als dit zoveel weerstand oproept, dan laten wij ons natuurlijk niet zomaar winnen door zo’n ketter, door zo’n sectariër die dat betoogt. Hoe overtuigend dat ook moge zijn, hij denkt toch zeker niet dat hij het beter weet dan onze grote rabbijnen en theologen?' En als ik het zo zeg, dan denk ik: hé, waar heb ik dat vaker gehoord? Je zou zelf de plaatjes nog wat anders kunnen inkleuren met gemak, maar dat doe ik niet, want ik wil bij de tekst blijven.
Maar oneens zijnde met elkaar – naar goed Joods gebruik, maar ook naar goed christelijk gebruik – werden ze weggezonden. In dit geval oneens met elkaar, dat wil zeggen: Paulus was het oneens met hen of omgekeerd. Je hebt er twee nodig om het oneens te zijn met elkaar, toch? 'Oneens zijnde met elkaar werden ze weggezonden.' In de NBG staat het wat vriendelijker: 'gingen zij uiteen'. Nee, Paulus heeft ze gewoon weggestuurd. Zo staat het er. Maar daar had hij een goede reden voor.
Het Profetische Slotwoord uit Jesaja: Israëls Verharding ↑ hoofdstukken
Hij zegt het met deze ene uitspraak van Paulus. Hij heeft ze een slotboodschap gegeven: "Terecht sprak de Heilige Geest door Jesaja de profeet tot jullie vaderen." Hij stemt hier in met hun eigen profeten, in dit geval de grootste profeten die we kennen. Jesaja liet in ieder geval het grootste boek na en Paulus citeert daaruit. Het is zo boeiend, want wat hij citeert is Jesaja 6, en dan specifiek de verzen 9 en 10. Maar weet u wat nou zo boeiend is? Dat het volstrekt to the point is. Het is precies in de context waarin Jesaja dit schrijft. In het eerste deel — dat Paulus hier niet citeert, maar hij rukt het zeker niet uit het verband — lees je namelijk dat Jesaja een visioen ziet van de Heer, van de Christus die verhoogd was. De Heer op Zijn troon. Kurios. Dit gaat inderdaad over de Messias. Lees het maar na in Johannes 12 vers 38, daar staat dat zelfs expliciet bij. Ook daar wordt geciteerd uit Jesaja en dan wordt gezegd: "Dat kwam omdat Jesaja Christus zag." Dus eerst wordt daar in Jesaja beschreven dat Christus verhoogd is, en dan volgt wat nu gaat komen: het ongeloof van Israël. In Jesaja staat dus op zijn minst verborgen al geschreven hoe het zou gaan met de Christus die verhoogd is, maar wat ook als gevolg zou hebben: het ongeloof van Israël.
Paulus citeert de profeet Jesaja, die tot hun vaderen sprak: "Ga naar dit volk en zeg: Met gehoor zullen jullie horen en toch niet begrijpen." Kijk, het feit dat een boodschap je oor bereikt, betekent niet dat je fysiek doof hoeft te wezen. Het kan zelfs gewoon binnenkomen, maar wij zeggen dan: het gaat er hier in en het gaat daar weer uit. Het kwartje valt niet. Hij zegt: "Met gehoor zullen jullie horen. Jullie horen het wel, maar jullie begrijpen het niet. En ziende zullen jullie zien en toch niet waarnemen." Dit is trouwens ook heel veelzeggend, want dit staat in Handelingen 28, maar er waren jaren aan voorafgegaan waarin het hele boek Handelingen wemelt van de wondertekenen onder het Joodse volk. Die wondertekenen die je in het boek Handelingen ziet, moesten ook bewijzen dat Jezus de Messias is. Want Israël moest dat ook zien; niet alleen horen, maar ook zien. En ze hebben het gezien, tal van wondertekenen.
De charismatische en pinksterwereld hebben dit vaak helemaal uit zijn verband gerukt. Zij denken dat de tijd waarin wij leven hetzelfde is als de tijd van het boek Handelingen en vragen zich af waarom die tekenen vandaag niet plaatsvinden. Dan begrijp je echt helemaal niets van het boek Handelingen. Dat boek was er juist om in die generatie het bewijs te leveren dat Jezus de beloofde Messias is. Al die zichtbare tekenen die plaatsvinden, moesten voor Israël het bewijs zijn: Hij is dus echt de Messias. Al die tekenen ondersteunen dat en bewijzen dat. Jullie hebben het gezien, maar toch — je ziet het, maar net als met het horen valt het kwartje niet. Jullie nemen het niet echt waar. Je ziet het en toch zie je het niet. Hoe kan dat?
Er staat bij: "Want het hart van dit volk is log gemaakt." Vet geworden, staat er in de NBG-vertaling, maar het idee is hetzelfde. Jullie zijn zo volgevreten, vet geworden, log geworden. Er is geen beweging meer in te krijgen. Jullie zijn murw voor het Woord geworden, zodat als de waarheid klinkt, het niet doordringt. Dat is wat Paulus zegt: het hart van dit volk is vet gemaakt en met de oren horen ze zwaar en hun ogen sluiten zij toe. Even voor de goede orde: er staat hier dat de oren zwaar horen. Dat wil zeggen dat ze het niet verstaan. Als je zegt "ik versta het niet", dan kan dat twee dingen betekenen: of ik hoor het niet, of ik begrijp het niet. Beide kan het betekenen. Hier is het: ze verstaan het niet en de ogen sluiten ze toe. Hier wordt het gezien als een actie van de mens. Ze zijn blind, ze sluiten hun eigen ogen toe.
Maar werkt dat zo? Ik zou namelijk ook diverse passages kunnen laten zien, bijvoorbeeld in Romeinen 11, waar Paulus zegt: "God heeft hun gegeven een geest van diepe slaap, ogen om niet te zien en oren om niet te horen." Dan is het een actie van God. God Zelf heeft hun ogen en hun oren toegesloten en hun hart ook gesloten. Verhard, zodat het er niet meer binnendringt. Het is log geworden en het dringt niet door. Dan krijg je de vraagstelling: is dat nou een actie van de mens of is het een actie van God? Is het nou actief of passief? Het is beide. Feitelijk moet je zeggen: God doet het. De tekst in Handelingen is de taal van de waarneming: je ziet gewoon dat het niet doordringt, je ziet dat het niet begrepen wordt, je ziet dat ze de ogen toesluiten. Wat er achter de schermen gebeurt — namelijk dat God de regie in handen heeft — dat is ook waar. Maar je moet die twee niet tegen elkaar uitspelen, het is beide waar. Is ongeloof iets wat de mens doet? Ja, de mens zegt: "Ik wil het niet." Maar dat God daar Zijn weg gaat en dat Hij ogen en harten opent, ook dat is waar. Uiteindelijk is dat de hoogste waarheid.
De ogen sluiten ze toe, opdat ze niet zouden waarnemen met de ogen en met de oren zouden horen. Hier zie je dus weer het goddelijke oogmerk: het is allemaal in overeenstemming met Gods bedoeling. Moet je nagaan, de boodschap van het Evangelie wordt aan Israël verteld en God wist dit niet alleen van tevoren, het was zelfs de bedoeling. Nu kom je natuurlijk op de grote vraag: "Ja, maar wat heeft Hij dan nog aan te merken?" Dat is Romeinen 9, daar ga ik nu expres niet naartoe, maar het is een hele logische vraag als je over zulke dingen spreekt. Het gaat er hier om dat het inderdaad zo is. Paulus zegt hier gewoon: jullie kunnen het niet eens meer waarnemen, jullie kunnen het niet meer horen en niet meer met het hart begrijpen en zich omkeren. Dat is niet eens meer mogelijk. Het is onmogelijk dat ze zich nu nog zouden omkeren.
Wat een contrast tussen het begin en het einde van het boek Handelingen! In Handelingen 3 was de boodschap nog: "Israël moet zich bekeren." Via die weg zou ook de Messias terugkeren. In feite is dat nog steeds het verhaal: Israëls bekering valt samen met Zijn terugkeer. Die waarheid geldt nog steeds, maar toen werd het ook gepredikt met de strekking: als dat in deze dagen gebeurt, dan zal Israël zich bekeren en zal de Heer terugkeren. Nu zie je aan het slot van het boek Handelingen: Israël kán zich niet meer bekeren. de ogen zijn toegesloten, de oren zijn toegesloten en het hart is volledig vet, opdat ze zich niet zouden bekeren. Dat kan dus niet meer. En dat is het einde van het boek Handelingen. Je ziet dat het verhaal is verteld.
Hier zie je waar het begonnen is en waar het eindigt. Er staat ook bij: "...en zij zich zouden omkeren en Ik hen gezond zal maken." Het ging toch allemaal over het herstel van Israël? Nou, Paulus zegt: dat is over. Het licht stond ooit op groen, het heeft jaren op oranje gestaan en nu staat het op rood.
In feite wordt in Handelingen 28 een antwoord gegeven op de vraag uit het eerste hoofdstuk: "Heer, zult U in deze tijd het koninkrijk voor Israël herstellen?" In Handelingen 28 is het antwoord: "Nee". In Handelingen 1 mochten ze dat antwoord nog niet weten; dat kwam hun niet toe om te weten. Maar in Handelingen 28 is het antwoord: "Nee, in deze tijd dus niet."
Komt daarmee Gods woord te vervallen? Nee, natuurlijk niet. Dat is nooit zo. Die derde dag, u weet het wel – dat heeft Paulus al heel mooi gedemonstreerd met de afspraken enzovoort. Maar in ieder geval: Israëls herstel zal nu niet plaatsvinden. Ze zullen niet hersteld, gezond of levend gemaakt worden. En dan zegt Paulus in Handelingen 28 vers 28:
De Redding van God Is Naar de Natiën Gezonden ↑ hoofdstukken
Laat het jullie dan bekend zijn. Eigenlijk is dit het slotwoord op alles. U weet trouwens dat als u een slotwoord hoort of verneemt, u de oren moet toespitsen. Waarom? Dat is hetzelfde als wanneer iemand op zijn sterfbed ligt en nog iets wil vertellen. Als je nog wat te zeggen hebt, dan moet je het op dat moment zeggen, want daarna is het niet meer mogelijk. Een slotwoord heeft altijd een speciaal gewicht. En hier ook; in feite is Paulus’ slotwoord werkelijk de bekrachtiging van de hele clou van het boek Handelingen.
"Laat het jullie dan bekend zijn dat tot de natiën deze redding van God, in de Messias, werd afgevaardigd." Niet "is gezonden", maar "werd gezonden". Ik weet het, dat zeg ik voor de fijnproevers. Er zijn mensen die zeggen: "Ja, hier in Handelingen 28 vers 28 gaat het heil naar de natiën toe." Nou, dat is niet waar. Het heil ging al veel eerder naar de natiën. Maar hier wordt het officieel bekendgemaakt. Hij zegt: "Het zij jullie dan bekend dat tot de natiën deze redding van God werd afgevaardigd." Dat is zo. Maar nu ook met de melding: Israël kan zich niet meer bekeren. Dat was in de voorgaande tijd nog wel het geval. Nu, vanaf dit moment, is die bekering van Israël dus uitgesloten.
Eigenlijk heeft Paulus dat officieel profetisch gedaan door Jesaja te citeren met instemming. Hij zegt: "Dat is de boodschap voor dit volk." De boodschap is naar de natiën gegaan en Israël staat nu echt ook definitief – tussen aanhalingstekens, voorlopig dan, zo u wilt – buitenspel. Maar dat de boodschap naar de natiën is gezonden, ja, dat is eigenlijk al vanaf Paulus' roeping het geval.
En er zit nog iets bij: "dat tot de natiën deze redding werd afgevaardigd en zij zullen ook horen." Let op het zintuig: niet zien, maar wel horen. "Zij zullen ook horen." Dit is toekomende tijd. En vervolgens inderdaad, de klemtoon ligt op het zintuig, namelijk niet zien, maar horen. Zien, dat was voor Israël. En na Handelingen 28 zijn de wondertekenen ook voorbij. Ja, logischerwijs, want het bewijs is geleverd en nu gaat het op horen aan.
En dan staat er – nu komen we uiteindelijk toch in die gehuurde woning, ja, het duurt eventjes, want u dacht misschien: waar zit hij? Ik moet erbij zeggen: alles wat we tot dusver zo'n beetje hebben besproken, vond al plaats in Paulus' gastverblijf. Maar nu weten we nog iets, vers 30.
Twee Jaar in Paulus' Gehuurde Woning: een Beeld voor Onze Tijd ↑ hoofdstukken
Hij bleef de gehele termijn van twee jaar in zijn eigen gehuurde woning. Haha, daar hebben we die termijn weer hoor: de twee dagen, de twee jaren. Het is opvallend hoe vaak dat voorkomt in de Bijbel. Ik geef u even een paar voorbeelden – ik ga er niet te diep op in, want dat moet Gerard nog maar eens een keertje bij de kop vatten.
Het is niet moeilijk, want in Genesis 41 lees je over Jozef. Jozef is een prachtig type van Christus. Hij was ook een gevangene in de gevangenis en na twee jaar wordt hij onderkoning. Maar twee jaar lang zit hij daar vast. Paulus is hier twee jaar in die gehuurde woning, maar was eigenlijk ook daar een gevangene. Eerder was hij echter ook al twee jaar gevangen, namelijk in Caesarea. Dat staat letterlijk zo in Handelingen 24 vers 27.
Die termijn van twee weken, maanden of jaren... Maar wat dacht u van twintig? Ik noem die termijn er expres even bij omdat ik hem erg mooi vind en makkelijk te begrijpen. Van Jakob lees je dat hij naar het buitenland ging. En Jakob kwam ook weer terug in het land, als Israël trouwens. Hij werd veranderd bij de Jabbok. Ja, toen werd Jakob bekeerd bij de Jabbok en toen kwam hij terug; dat was na twintig jaar, staat er. Hij was twintig jaar daar bij zijn oom Laban. Na die twintig jaar keert hij weer terug.
Er is iets met die twee jaar natuurlijk. In dit gezelschap is dat geen geheim, maar dit moet inmiddels zo duidelijk zijn: het is een type van de twee millennia waarin Israël terzijde staat. Dat is kenmerkend voor die hele periode van twee jaren, twee weken, twee dagen of twintig jaar. Of denk aan de tweeduizend el; er zijn nog wat varianten. Maar Israël staat daarin terzijde en de logische consequentie is dat het koninkrijk dus ook verborgen is. Het koninkrijk wordt immers geopenbaard via Israël. Maar als Israël terzijde staat, is het koninkrijk verborgen. En waar dan wel? Wel, onder de natiën. Dat is verborgen. Eigenlijk is dat het verhaal van die twee millennia.
En wat gebeurt er dan? Nou, er valt niks te zien in die twee jaar, in die twintig jaar, in die twee millennia. Er valt niks te zien, maar wel te horen. En dat is eigenlijk ook het verhaal van Paulus in zijn eigen gehuurde woning. Want hij was daar dus... Ja, hoe dat precies gegaan is, weet ik niet, maar hij betaalde dus zelf. Ik zei al: hij had een relatieve vrijheid. Er was altijd iemand, een Romeins soldaat, die aan zijn zijde was om hem te bewaken. Maar Paulus wachtte eigenlijk ook nog steeds op zijn berechting. En ik heb begrepen dat in het Romeins recht de aanklagers achttien maanden de tijd hadden om met een aanklacht te komen. Maar goed, Paulus is dus die volle termijn van twee jaar daar gebleven in zijn eigen gehuurde woning, waar hij dus ook zelf voor betaald heeft. Hij had daar relatieve vrijheid. Ik zeg relatief, want als je echt gevangen bent, kun je niet je eigen woning uitkiezen. Trouwens, dat is dan weer het voordeel: dan hoef je ook niet voor je woning te betalen. Maar Paulus deed dat dus wel.
Er staat ook bij dat hij allen verwelkomde die bij hem binnenkwamen. Dat is een van de laatste dingen die je daar leest. Het is hier niet meer een kwestie van uitgaan om de wereld te bekijken, nee, het is binnenkomen en ontvangen. Eigenlijk is Paulus' huis een open huis voor iedereen die het maar wil horen. Hij had iets geweldigs te melden, werkelijk een goed bericht. Hij kon het bewijzen en dat deed hij ook. Iedereen was welkom. En dan was er niet de beperking van een maximum aantal mensen in huis.
Alleen dit al vind ik zo'n prachtig plaatje van wat de Ecclesia is. Geen kathedraal – die had je trouwens toen ook nog niet in Rome. Je had wel hele mooie gebouwen hoor, maar nu, als je in Rome komt, zie je die geweldige kerkgebouwen. We kennen de namen. Maar hij was in zijn eigen gehuurde woning: eenvoudig, onopmerkelijk en onopvallend. Het haalde geen krantenkoppen; het was allemaal verborgen. En dat is precies zoals het hoort. Hij ontving iedereen die interesse had. Hij ontving allen die bij hem binnenkwamen. Dat maakt niet uit, iedereen. Voor wie maar wil horen of, van de goddelijke kant bekeken, wie God ook maar op zijn pad stuurt. Dat is volgens mij exact hetzelfde.
Hij ontving ze zonder tucht. Niets over: "Jij wel" of "Ben jij lid van onze club?" of "Waar hoort dit bij?" of "Van waar gaat dit uit?" Nee, hij ontving allen die bij hem binnenkwamen. Dat is vrijheid. En hij proclameerde het koninkrijk van God, want daar was inmiddels nog veel meer over te vertellen: hoe dat koninkrijk vandaag verborgen is onder de natiën. Hij onderwees de dingen omtrent de Heer Jezus Christus. Dat is waar het allemaal om gaat, zoals Arta zojuist ook duidelijk maakte: de Redder der wereld. Hij die straks gaat komen, na die twee jaar, na de twee millennia, en die straks inderdaad het koninkrijk gaat herstellen in Jeruzalem en het wereldwijd gaat openbaren. Maar nu is het allemaal verborgen.
Nou, dat is de boodschap. Hij proclameerde het koninkrijk en onderwees de dingen omtrent de Heer Jezus Christus met alle vrijmoedigheid. Het Griekse woord voor vrijmoedigheid is parrhesia. Het eerste deel betekent 'alles' en het tweede deel heeft te maken met uiten of spreken. In feite is vrijmoedigheid dat je alles zegt wat je te melden hebt. Dat vind ik een hele mooie, want dat is waar het om gaat. Paulus was vrij. En niet 'vrijmoedig' in de zin van 'tamelijk moedig', zoals we dat in het Nederlands ook nog wel kennen. Nee, hij was vrijmoedig; het is ook de moed, zo kun je het in het Nederlands zeggen, hij had de moed om vrij te zijn. Wat voor moed heb je daarvoor nodig?
Nou, weet je, het is ook zo belangrijk voor iemand die het Woord doorgeeft – en dat geldt voor ons allemaal, zeker als je dat aan publiek doet of in elk geval het Woord spreekt: melden wat je te melden hebt en alles zeggen, je niet laten beperken. Dat deed Paulus dus. Kijk, dat is het voordeel van wat hij kon doen in zijn eigen gehuurde woning: "Hallo, dit is mijn huis, dan vertel ik wat ik te melden heb. Ik heb het toch zelf gehuurd?" Met alle vrijmoedigheid. Wat een voorbeeld. Niet alleen dat hij allen hartelijk ontving – dat woordje was ik nog vergeten te zeggen, maar er staat echt: hij verwelkomde allen. Iedereen was welkom.
En dan met alle vrijmoedigheid, niets inhoudend en dan ook nog onbelemmerd. Ondanks het feit dat hij daar een gevangene was, bracht hij het Woord onbelemmerd. Want, zoals hij later zegt in de Timotheüsbrief, ook trouwens vanuit Rome: het Woord van God is niet geboeid. Het is wel boeiend, maar niet geboeid. Paulus vertelde daarvan. Die twee jaar in Paulus' gehuurde woning aan het slot van Handelingen eindigen heel abrupt. Het is net alsof het boek niet af is. Dat hebben een heleboel mensen ook gezegd: "Hoe kan Handelingen nu zo eindigen?" Nee, dat klopt; het wordt vervolgd. 'To be continued', zeggen ze dan. Het wordt vervolgd, maar dit is de huidige situatie. Dit is het plaatje van de tegenwoordige tijd: in vrijheid, en iedereen is welkom.
Woord wordt gepredikt, Israël staat terzijde en de derde dag – en dat vind ik het mooie. Hans was aan het begin van die twee en wij staan aan het einde, dus het wordt er alleen maar mooier. Wij zijn weer wat dichterbij. Heel wat dichterbij zelfs.
Nou, daar wilde ik het voor vandaag bij laten.
UltimateGoodNews