GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Psalm 42/43 – het hijgend hert

02-07-2023 - Geplaatst door Andre Piet
2 juli 2023, Urk

Psalm 42 en 43 horen onmiskenbaar bij elkaar. Hartstochtelijk en emotioneel klinkt de vraag naar God. Waar is Hij? Temidden van zoveel miskenning van zijn volksgenoten en de doodsteek die de psalmist reeds in zijn beenderen gevoelt, weet hij dat hij alles van God heeft te verwachten. Tot Hem zal Hij opgaan. Ook deze beide psalmen blijken eens te meer profetisch en messiaans te zijn!

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie toont aan dat Psalm 42 en 43 onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en primair een profetisch, Messiaans karakter dragen. In plaats van een bevindelijke beschrijving van persoonlijke vertwijfeling, verwoorden deze psalmen het lijden en de smaad van de Messias. De tranen en de hoon van omstanders wijzen hierbij letterlijk vooruit naar Zijn kruisiging. Te midden van dit lijden klinkt geen ongeloof, maar juist een rotsvast vertrouwen op God. Het verlangen naar levend water en het gebed om recht vinden hun ultieme vervulling in Zijn opstanding en verheerlijking.

“Wat ik er eigenlijk mee wil zeggen, lieve mensen, is dat als we deze beide psalmen zo met elkaar lezen en je ze in Messiaans perspectief plaatst, je ziet dat het niet in de eerste plaats over u en mij gaat.”

Introductie, Psalmberijming en Melodie ↑ hoofdstukken

Een hele goede middag allemaal vrienden, hier op Urk. Dankjewel Lubb voor deze introductie. Je had trouwens nog verder kunnen lezen, want we gaan het vanmiddag niet alleen over Psalm 42 hebben, maar ook over Psalm 43. Ja, dat heb ik ook gedacht, omdat Rob in Holland denkt: nou, zou het nu niet zo lang worden? Dat heb ik ook gedacht. Maar ik ontkwam er niet aan om toch beide psalmen in één te betrekken, want ze horen namelijk onmiskenbaar bij elkaar. Zal ik dat nog even doen? Nee, laten we het zo maar houden. Lijkt mij een goed idee.

En ik heb het als titel meegegeven: aanvankelijk "De Moeder Hinde", maar dat is de nieuwe berijming. Ik heb de versie gegeven van de oude berijming: "Het hijgend hert". En dat, zoals dat in de dichtkunst genoemd wordt, allitereert zo lekker met die H: het hijgend hert. Die H heeft ook nog iets hijgerigs altijd, want de H is gewoon lucht. Dus ja, het hijgend hert, dat is een hele beroemde.

Ik moet er trouwens bij zeggen, juist deze week – dat was niet de directe aanleiding tot de keuze van dit Bijbelgedeelte, maar het sterkte mij er wel in – dat ik de laatste tijd, vooral de laatste week, nogal wat gelezen heb over de psalmberijming waar ik het zojuist over had. De oude psalmberijming. En als ik zeg "de oude", dan bedoel ik niet de oudste, want de oudste is die van Datheen. In 1773 – en dat is dit jaar dus 250 jaar geleden – heeft de Staten-Generaal de opdracht gegeven, zoals ze een eeuw eerder ook de opdracht hadden gegeven om het Oude en Nieuwe Testament te vertalen (dat is onze Statenvertaling), om ook een nieuwe berijming te maken op de psalmen. En dat is wat wij dan nu de oude berijming noemen, want sinds de jaren zeventig hebben we ook weer een nieuwe berijming en volgens mij zijn er nog een aantal berijmingen aan toegevoegd.

Hier zie je ook zo'n plaatje: een bijeenkomst van de Commissie ter Verbetering van de Rijmpsalmen in het Mauritshuis. Dat is een heel project waar ze jarenlang mee bezig geweest zijn. Dat kun je wel nagaan, dat is een hele bezigheid om dat allemaal mooi op rijm te zetten. Ik las deze week ook nog iets aardigs, en dat heeft nog niks met de studie te maken, maar ik vond het wel aardig om het toch even te overwegen. Dat is dat deze psalm, specifiek Psalm 42 vers 1, een wel hele beroemde is geworden. Er zijn een paar van die psalmen die er echt uitspringen qua bekendheid. Bekend is Psalm 68 vers 10 en er zijn er natuurlijk een aantal meer. Psalm 68... oh ja, van Psalm 42.

Maar nu las ik ook een hele aardige verklaring waarom bepaalde psalmverzen het zo goed doen, die gewoon goed en lekker meezingen. Vindt u misschien niet zo eerbiedig als ik zeg "lekker meezingen", maar het moet een combinatie zijn van tekst en muziek. Toen bleek dus dat in dit geval Psalm 42 vers 1, "'t Hijgend hert, der jacht ontkomen"... Ik ga het u niet aandoen, maar ik zou hem zo kunnen zingen natuurlijk hier. Op hele noten, dan heeft het helemaal wat natuurlijk. Maar waarom die er bijvoorbeeld zo uitspringt, dat werd me uitgelegd: het heeft een bepaald rijmschema. Dat eerste gedeelte is echt abab. Dat wil zeggen dat de eerste regel en de derde regel – "ontkomen" en "waterstromen" – rijmen, en de tweede regel en de vierde regel ook weer: "genot" en "God". Vervolgens krijgen we het rijmschema waarbij de eerste twee regels en de derde en de vierde ook weer rijmen.

Maar ook is het een toonsoort: het zingt ook plezieriger in majeur. Dat is beter en dat zingt fijner dan iets in mineur zingen. Muziekologen zullen hier wel van alles van vinden, van dit commentaar, maar goed, u begrijpt wel wat ik bedoel. En ja, er was nog iets aparts. Dat is namelijk bij het tweede gedeelte van de psalm. Je hebt inderdaad een herhaling van de melodie van 1 en 3, en van 2 en 4. Maar ook de tweede helft van deze psalm is een verhoging. "Ja, mijn ziel dorst naar de Heer", dan krijg je een bevestiging. En dat doet, en dat hoor je dus ook in de melodie meekomen, het is echt een verhoging. "Ja, mijn ziel dorst naar den HEER; God des levens, ach, wanneer... in Uw huis Uw naam verhogen." Kort en goed: tekst en muziek dragen bij aan de geschiktheid om dit met elkaar te zingen.

Psalm 42, vers 1: "'t Hijgend hert, der jacht ontkomen". Het spreekt ook tot de verbeelding, je ziet het zo voor je. Oké, dat even terzijde, maar ik kreeg een paar weken terug van iemand de opmerking: "Je hebt heel wat Bijbelstudies over de psalmen, maar wat mij opvalt is dat Psalm 42 daar niet bij hoort." Een psalm waarin toch veel het lijden, het leed en het zuchten een plek gegeven wordt. "Waarom is dat?" Toen werd ik gedrongen. Ik heb mij daardoor ook speciaal eens in deze psalm verdiept. En ik denk daar ook wel wat bijzondere dingen over te kunnen melden vanmiddag. Al was het maar, en misschien is dat wel het belangrijkste gegeven.

Het Profetische en Messiaanse Perspectief ↑ hoofdstukken

Dat deze psalm maar niet spreekt van u en mij. Meteen met de aantekening erbij dat ik niet wil zeggen dat je dit niet persoonlijk mag betrekken; daar gaat het niet om. Maar ik wil u laten zien dat deze psalm profetisch is, en ook messiaans. Het spreekt van Hem die zou komen. Als je enigszins op de hoogte bent van de Bijbelse boodschap, dan zou je moeten weten dat dit gezegd kan worden van zoveel andere psalmen waar dat expliciet ook gezegd wordt. Zo zegt Petrus in het boek Handelingen: "Ja wacht even, dat zegt David weliswaar" – in Psalm 16, ik noem maar wat – "maar David was niet slechts een dichter, maar hij was een profeet. En hij heeft gesproken over Hem die uit zijn lendenen zou voortkomen, namelijk de Christus." Dat blijkt dus het geval te zijn met zoveel andere psalmen, en ik wil jullie laten zien dat Psalm 42 en 43 daarop geen uitzondering vormen.

Trouwens, deze psalm is de eerste van het tweede psalmboek. U weet, de Psalmen zijn eigenlijk niet één boek, het zijn vijf boeken. Psalm 1 tot 41 is het eerste boek en Psalm 42 is de eerste psalm van het tweede boek. Zo kun je doorgaan. Dat is een bijzonderheid van deze 42e psalm. Dan wil ik nog iets laten zien; ik vind het erg fraai om een idee te hebben van de opbouw van het geheel. Daaruit blijkt trouwens ook weer dat deze beide psalmen gewoon één geheel vormen. Wat je ziet, is dat drie keer het hulpgeroep heel duidelijk naar voren komt. Vervolgens wordt dat opgevolgd door een woord van hoop en verwachting, waarbij het eerste hulpgeroep wordt beantwoord met: "Ik gedenk". Het tweede hulpgeroep met: "Jahweh gebiedt" – of "Jahweh zal gebieden" – en het derde hulpgeroep wordt opgevolgd door: "Ik ga op tot Gods altaren".

Ik ben al een hele tijd uit de reformatorische wereld vertrokken, maar nog steeds als ik dit zeg, zou ik deze woorden zo kunnen voorzingen: "Zo ga ik tot Gods altaren". Jij ook hè? Juist ja. Deze driedeling komt dus drie keer terug in deze psalmen, want het refrein in beide psalmen is: "Wat buig je je teneer" of "Wat buigt gij u neder, o mijn ziel? Wacht op God, want ik zal Hem nog loven." Dat is een refrein dat in Psalm 42 twee keer klinkt en in Psalm 43 wordt voortgezet. Daarmee is qua structuur meteen duidelijk gemaakt dat de 43e psalm gewoon helemaal in de lijn ligt van Psalm 42.

Als je de tekst ernaast houdt, krijg je dit effect: hulpgeroep, hoop en het refrein; hulpgeroep, hoop en het refrein; en in Psalm 43 opnieuw het hulpgeroep, de hoop en de verwachting, en dan vervolgens het refrein. Er zit dus een heel duidelijke structurele opbouw in beide psalmen. Dit helpt – het is nog geen uitleg – om een idee te krijgen waarom de dingen zo ingedeeld zijn en waarom ze elkaar zo opvolgen. Er gaat een heel duidelijk ontwerp achter schuil. Dat valt je niet direct op wanneer je het aan tafel voorleest, maar wel wanneer je het bestudeert. De Schriften zijn er niet in de eerste plaats om gelezen te worden, maar om onderzocht te worden, en dat is wat we vanmiddag ook gaan doen.

Oké, laten we de koe – of in dit geval het hert of de hinde – bij de horens of het gewei vatten. Het begint met woorden zoals we die in de psalmen zo vaak aantreffen: "Voor de koorleider" of "Voor de opperzangmeester", zegt de Statenvertaling dan, "voor de zonen van Korach, een leerdicht." Dit is in onze vertalingen altijd het opschrift, maar als je een Companion Bible van Bullinger hebt, dan ken je de aantekening die ik nu ga maken. Er zijn namelijk hele goede redenen waarom dit niet het opschrift is van Psalm 42, maar het onderschrift – de aftiteling, zo u wilt – van Psalm 41.

Je moet je goed realiseren dat de vers- en hoofdstukindeling die wij kennen in onze vertalingen, met de spaties en de witruimte tussen de verschillende passages, er voor ons gemak staan. Maar die staan niet in het origineel; daar vind je al die tekst gewoon pal achter elkaar. De vraag is soms hoe die indeling precies is. Er is veel voor te zeggen dat dit eerste vers in de praktijk het onderschrift is van Psalm 41. Daarmee relativeer ik meteen mijn opmerking, want het maakt eigenlijk geen bal uit: ditzelfde opschrift krijg je in Psalm 44 vers 1, maar dat is dan ook het onderschrift van Psalm 43. Zodoende horen deze woorden weliswaar bij Psalm 41, maar Psalm 43 sluit met dezelfde woorden af. Het enige verschil is dat het geen opschrift is, maar een onderschrift, een ondertiteling.

Als je aan mij vraagt wat de reden daarvan is? In het boek Habakuk vinden we ook die woorden "voor de koorleider", met nog zo'n aantekening erbij, en daar blijkt het wel degelijk ook een onderschrift te zijn. De aftiteling dus. Dat zou dus ook het geval kunnen zijn in de Psalmen. Het is in ieder geval iets om rekening mee te houden. Soms maakt het wel degelijk verschil voor de uitleg; in dit geval veel minder, maar ik wilde het toch even gezegd hebben. Laten we er nog eens naar kijken, want of je het nu aan het begin of aan het einde plaatst, het is onmiskenbaar opgedragen aan de koorleider, de opperzangmeester, en het is ook voor de zonen van Korach. Zo staat het er letterlijk. Het is ook een leerdicht, dus het is echt bedoeld voor onderwijzing.

Deze Korach was een achterkleinzoon van Levi. Zijn naam wordt niet bepaald met ere vermeld in de Bijbel, omdat hij ooit een opstand heeft georganiseerd samen met Datan en Abiram. Je leest daarover in het boek Numeri. Korach verdween ter plekke in de aardbodem, maar er staat bij dat zijn zonen niet omkwamen. Die familie van Korach blijkt in latere tijd wel degelijk een hele grote rol in de tempeldienst te hebben vervuld. Ze kwamen uit de stam van Levi en vormden een belangrijke Levitische familie. In de tijd van David lezen we uitdrukkelijk dat zij, de zonen van Korach, worden aangesteld als zangers in het heiligdom. Van hen is er eigenlijk een hele psalmbundel overgebleven, want er zijn maar liefst elf of twaalf psalmen van de zonen van Korach. Eigenlijk zijn alle psalmen in de veertig van Korach, evenals een heel groot gedeelte van de psalmen in de tachtig. Dat geeft aan hoe deze psalm destijds gefunctioneerd heeft. Het is een muzikale noot; je zou kunnen zeggen dat het gewoon aangeeft hoe deze psalm werd ingedeeld. Het maakt deel uit van die familie. Goed, dan weten we dat. Dan komen we uiteindelijk bij de echte inhoud van de psalm, die begint met de beroemde woorden...

De Hinde, Levend Water en Opstandingsleven ↑ hoofdstukken

Als een hert smacht naar waterstromen, zo smacht mijn ziel naar U, o God. De berijming der psalmen weet daar nog aan toe te voegen dat het hert aan de jacht ontkomen is. Dat zie je trouwens heel veel bij de berijming; als je het vergelijkt met het Schriftwoord waar het op gebaseerd is, is er nog wel eens een keertje wat gefantaseerd. Dat is geen verwijt, maar gewoon een vaststelling. Ik moet er trouwens bijzeggen dat het in dit geval helemaal niet zo'n gekke gedachte is, want dat hert werd echt achterna gezeten. Dat klopt wel in deze psalm, want de psalmist wordt inderdaad achterna gezeten. Dus lieve rijmers, dat is niet zomaar een beetje rijmelarij geweest; er is echt goed over nagedacht.

Het hert smacht. Interessant is het Hebreeuwse woord voor hert: ayel. Dat is of een mannelijk woord, of het is een soortnaam. We kennen de vrouwelijke versie eigenlijk beter, namelijk Ayelet. Degenen die wel eens in Israël geweest zijn of vertrouwd zijn met het Ivriet, weten dat Ayelet een hele bekende Hebreeuwse meisjesnaam is. Ayelet is de vrouwelijke versie, dus een hinde. Het verschil is dat een hinde geen gewei draagt. Eigenlijk staat er 'ayel', maar het wordt vrouwelijk vervoegd: "zij smacht". Waarschijnlijk is het dus bedoeld als soortnaam, zoals wij dat ook doen. Er zijn allerlei mannelijke woorden die ook vrouwelijk kunnen zijn. Als ik zeg dat er een kapper gezocht wordt, dan staat er in de advertentie tegenwoordig 'm/v' bij, maar 'kapper' is van oorsprong mannelijk. Dat fenomeen doet zich in het Hebreeuws ook voor bij woorden als 'kweker'. Er zijn een heleboel van die beroepen die niet genderneutraal aan te duiden zijn, zoals 'fruitvrouw' of 'geneesheer'.

Nog iets over dat ayel of ayelet, het hert. Ik denk dat we hier inderdaad met een vrouwelijke versie te maken hebben, een hinde dus. De moederhinde. In Psalm 22 werd gesproken over de melodie van "de hinde van de dageraad". Als je dat in de Statenvertaling leest, staat die term onvertaald gelaten, maar het betekent 'hinde', en 'haschchar' heeft te maken met de dag die begint: de zonsopgang, de dageraad.

Zoals een hert smacht naar waterstromen. Wat de aanleiding ook is — of het nu aan de jacht ontkomen is, of moe is, of welke reden ook: dorst. Het verlangt naar waterstromen, en alleen dat al is een aanduiding van opstandingsleven: levend water. Daar zijn hele goede argumenten voor, waarvan ik de bekendste uit Johannes 7 wil noemen. Daar lees je dat de Heer Jezus op de laatste grote dag van het Loofhuttenfeest roept: "Wie gelooft in Mij, zoals de Schrift zegt: rivieren of stromen van levend water zullen stromen vanuit zijn binnenste." Let dan eens op het commentaar dat Johannes daarbij geeft. Wat bedoelt hij met die stromen van levend water? Johannes schrijft als commentaar: "Dit zei Hij omtrent de Geest." Geest is leven. Als je de Geest krijgt, ontvang je leven. Dit zei Hij omtrent de Geest die zij die in Hem geloven aanstonds zouden ontvangen, want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.

Hieruit blijkt dat vanaf het moment dat Jezus verheerlijkt was en opstond uit de dood, de Heilige Geest er is. Dat is opstandingsleven; leven dat de dood achter zich heeft. De stromen van levend water waar de Heer over sprak, hebben dus te maken met levend water, en dat heeft weer te maken met het levende Woord van God. Dat Woord is levend omdat het spreekt van de overwinning op de dood, oftewel opstandingsleven.

Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God. Daar heb je het weer: de levende God. Een God die spreekt, die leeft en die leven voortbrengt; onvergankelijk leven, echt leven. Ik heb nog een voorbeeld uit Matteüs 16, waar Petrus zijn belijdenis doet in Caesarea Philippi. Houd die plek even vast, ik neem u daar straks mee naartoe. Petrus zegt daar: "U bent de Christus, de Zoon van de levende God." Dat heeft alles te maken met het feit dat God Hem uit de doden zou opwekken. Ik loop een beetje vooruit, maar onthoud dat Petrus dit juist op die plek zei.

Mijn ziel dorst naar de levende God. Wanneer zal ik komen en voor Gods aangezicht verschijnen? Daar heb je die hinde weer die verschijnt. Nu is het als het ware nog nacht en is God ver weg, maar de vraag is: wanneer verschijn ik voor Gods aangezicht? Dat doet mij denken aan de hinde van de dageraad. De nacht is voorbij, een nieuwe morgen is aangebroken. Bij de nieuwe morgen is er leven en licht, de verschijning van God. De zon komt op: licht en leven. Dat is waar de psalmist naar verlangt. Zijn ziel dorst naar dat leven. De omstandigheden waarin hij zich bevindt zijn echter erg treurig. De psalm heeft die reputatie ook. In de oude berijming wordt hij weliswaar in majeur gezongen, maar de toonsetting is eigenlijk in mineur: "Wat buigt u zich neder, mijn ziel?" Dat is niet vrolijk. Dat blijkt ook uit de hele context wanneer de psalmist spreekt.

Tranen als Brood en de Smaad van de Messias ↑ hoofdstukken

"Mijn tranen zijn mij tot brood dag en nacht." Moet je je dat voorstellen: dag en nacht huilt hij, alsof het zijn voedsel is dat hij dag en nacht nodig heeft en consumeert. Mijn tranen zijn mij tot brood dag en nacht, terwijl zij de ganse dag tegen mij zeggen: "Waar is uw God?" Het leed waar het hier over gaat, de tranen waar de psalmist over schrijft, dat is vanwege het verwijt dat zij hem maken: "Waar is uw God?"

Ik heb bij de aanvang al een hint gegeven dat deze psalm in de eerste plaats spreekt van de Messias. Ik wil dat straks nog wat concreter maken, maar je voelt het eigenlijk nu al aankomen. Als er één is geweest die zich herkend heeft in wat er in de boekrol geschreven staat – zo staat het immers in de Hebreeënbrief, dat de Heer Jezus heeft gezegd: "Hier ben ik" – dan is Hij het wel. In de boekrol, bijvoorbeeld in Psalm 40, staat van Hem geschreven. Hij heeft Zich herkend in Psalm 2, in Psalm 23... noem maar op. Er is geen bladzijde in onze hele Bijbel waarin Hij Zich niet herkent en waarin Hij heeft gezien: "Dit gaat over Mij." Dat geldt ook voor deze 42ste psalm; eigenlijk blijkt dat al hier uit dit verwijt. Ik zal het straks nog wat duidelijker laten zien.

Vandaar ook die tranen. Ik weet dat men in de reformatorische wereld – en ik zeg het weer zonder spot – deze woorden in het algemeen altijd bevindelijk heeft uitgelegd. Zo van: de ziel die in gewetensnood is en berouw heeft over zijn zonde, die huilt en gaat de ganse dag in het zwart gekleed. Die kan niet verschijnen voor God en lijdt daaronder. Maar ik zal je vertellen: dat is niet het leed waar Psalm 42 over gaat. Ik lees in Psalm 42 en 43 überhaupt niets over zonden die hem aanklagen. Totaal niet. Integendeel, het is juist de onschuld die naar voren komt, tegenover het verwijt van de mensenmassa om hem heen. Terwijl zij – het wordt niet verder geadresseerd, maar kennelijk iedereen – de ganse dag tot mij zeggen: "Waar is uw God?"

En dan zegt hij: "Ik gedenk deze dingen." Gedenken wil zeggen dat je je dingen herinnert. In dit geval gaat hij terug naar zijn verleden: "Ik gedenk deze dingen en stort mijn ziel uit in mij, hoe ik passeerde met de schare, met hen optrok naar Gods huis, met jubelklank en lofgezang in de feestvierende menigte." Wat deze psalm nu doet, terwijl het verwijt "Waar is uw God?" hem tot tranen toe dag en nacht beweegt, is dat hij terugdenkt aan die tijd dat hij met de pelgrims opging naar Jeruzalem en naar Gods huis. Met jubelklank en lofgezang in de feestvierende menigte; dat was een belevenis.

Je moet bedenken dat de Heer Jezus Zich hier ook absoluut in herkend heeft. Vanaf Zijn twaalfde trok Hij inderdaad op naar Jeruzalem. Dan gingen ze met de menigte en zongen ze de Psalmen van de Opgang. "Ik was verblijd toen men mij zeide..." – dat is ook weer zo'n psalm. Hoe dan ook, daaraan denkt Hij terug.

In vers 6 klinkt voor de eerste keer het refrein: "Wat buig je je teneer, mijn ziel?" Kijk, aan de ene kant is daar die vraag: "Wat buig je neer? Waarom ga je gebogen onder de last van de smaad?" Hoe ga je daaronder gebukt? Er zijn de woorden: "Wat buig je je teneer, mijn ziel, en wat ben je onrustig in mij?" Dat wat hem als verwijt aankleefde of wat hem werd aangezegd, de smaad die hij droeg, dat buigt een mens teneer. De Heer heeft die emoties voluit beleefd, ook de smaad. Dan kun je wel zeggen: "Hij wist toch waarom en waartoe?", maar dat maakt het leed niet minder. Dat zie je ook in deze psalm; hij zegt: "Wat ben je onrustig in mij."

Maar dat is altijd wel met de verwachting. Het is leed, het zijn tranen, het is die onrust van het neergebogen worden en het bijna bezwijken onder de last, maar dan klinkt altijd weer die verwachting: "Wacht op God, want ik zal Hem nog loven." Dat wéét hij. "Voor de reddingen van Zijn aangezicht" – dat is een meervoud. Waarschijnlijk is dit een majesteitsmeervoud, wat betekent: een grote redding. Maar voor mijn part neem je het letterlijk als een meervoud, in de zin van de verschillende keren dat Hij redt en uitredt, wat God ook geeft.

"O mijn God, mijn ziel buigt zich teneer in mij, daarom gedenk ik U..." En let nu op, dit is eigenaardig: "O mijn God, mijn ziel buigt zich teneer in mij. Daarom gedenk ik U vanaf..." Vanaf wanneer?

De Oorsprong van de Jordaan en Caesarea Philippi ↑ hoofdstukken

Ook vanaf het land van de Jordaan en de Hermonbergen – die verschillende pieken hebben – vanaf het kleingebergte daar in de omstreek. Waar kennen we deze streek van? Deze streek, het land van de Jordaan, is de plek waar de Jordaan begint. Dat is daar bij de Golan, de Hermonberg en het gebergte daaromheen. Dit is wat in het moderne Hebreeuws genoemd wordt het gebied van de Banias; eigenlijk een natuurreservaat. En dat is hier. Dit is het Meer van Kinneret, Gennesaret zo u wilt. Hier heb je de Golan en hier moet dan ergens de Hermon zijn, het Hermongebergte. En hier heb je de Banias. Hier is het waar de Jordaan ontspringt. Dat betekent trouwens... Jordaan komt eigenlijk ook van Yeredan, dat wil zeggen: het daalt af van Dan. Want hier heb je namelijk het gebied van Dan en het daalt vanaf daar neer.

Hier is dit gebied van de Banias. Ik zie hier een aantal gezichten – de meerderheid als ik zo vluchtig rondkijk – die wel eens in Israël zijn geweest. Als je een bezoek aan Israël brengt, dan mag de Banias niet ontbreken, want dat is een prachtig reservaat. Ik herinner me nog heel goed dat ik daar in 1984 al was. Toen was ik nog een jonge man, ja echt hè. Maar toen was ik hier dus ook en dan heb je deze waterval. Het is een prachtig gebied, daar waar de bronnen van de Jordaan zijn en waar het allemaal begint. Dat loopt dan natuurlijk uit in het Meer van Kinneret en gaat vervolgens weer verder naar de Dode Zee.

Trouwens, ik kwam erachter – jij weet dat wellicht – maar je hebt ergens in het noorden van Israël ook een kibboets die al heel erg oud is en die heet... en dat is dus de hinde van de dagen. Dat is genoemd naar Psalm 22. En waarom is dat? Kijk, als de psalmist zegt: "Ik gedenk U vanaf dat land, vanaf het land van de Jordaan en de Hermonbergen, vanaf het kleingebergte", dan is dat het gebied waar Petrus ooit die belijdenis deed waar ik het zojuist over had.

Want dan lees je in Mattheüs 16: "Toen Jezus nu in de delen van Caesarea Philippi kwam..." Dat is dat gebied. Caesarea Philippi is wat nu de Banias heet, waar u net die plaatjes van zag. Toen Jezus nu in de delen van Caesarea Philippi kwam, vroeg Hij Zijn discipelen: "Wie zeggen de mensen dat de Zoon des mensen, de Ben Adam, is? Wie is Hij dan?" Nou ja, er komen antwoorden, maar dat laat ik nu even rusten. Dan lees je wat Simon Petrus zegt. Simon Petrus antwoordde: "U bent de Christus, de Zoon van de levende God." Dan krijgt hij ook meteen te horen dat vlees en bloed hem dat niet geopenbaard hebben. Ook de Heer Jezus had het hem niet gezegd, maar Zijn Vader in de hemel.

En nog weer even later – ik vind het haast misdadig om er zo snel doorheen te gaan, maar het moet wel – lees je in vers 21 dat Jezus vanaf toen, vanaf Caesarea Philippi, vanaf de Banias, vanaf de oorsprong van de Jordaan bij het Hermongebergte, begon te tonen aan Zijn discipelen dat Hij naar Jeruzalem moest gaan. Jazeker, maar om veel te lijden van de zijde van de oudsten en hogepriesters, om gedood te worden. En dat komt er ook meteen bij: altijd als die profetie uitgesproken wordt dat Hij dit lot zou ondergaan, is daar ook die profetie dat Hij op de derde dag zou worden opgewekt. Ook dat.

Maar let op: vanaf Caesarea Philippi, vanaf de Banias, lees je dat de Heer Jezus gaat onderwijzen dat Hij veel moest lijden. En hoezeer heeft het Hem aangegrepen? Je leest het iedere keer. Je leest ook, als de Heer Jezus dit zegt in vers 21, dat Petrus de Heer Jezus direct daarna zelfs bestraft en zegt: "Dat zal U geenszins overkomen." Dan zegt de Heer Jezus: "Ga weg achter Mij, tegenstander, Satan! Want je bent bedacht op de dingen van de mensen, niet op die van God." De Heer Jezus wist welke weg van lijden Hij zou gaan. Vanaf dit moment heeft Hij dit ook daadwerkelijk... Neem me niet kwalijk voor dit een beetje alledaagse intermezzo, maar ik moet gewoon verder gaan. Dat is dus vanaf dit moment, juist daar waar de psalmist over spreekt. Dat lijden dat Hij ondergaat, begint daar bij de Banias, bij Caesarea Philippi. Het is zo opmerkelijk dat dit in Psalm 42 al wordt aangegeven; vanaf daar, vanaf dat gebied.

"De afgrond roept tot de afgrond." Ik lees verder in vers 8: "De afgrond roept tot de afgrond bij het geluid van Uw watervallen." Hé, daar heb je hem weer. Zoals bij de Banias. Deze aanblik, die watervallen, die heb je niet zoveel in Israël. Nee, bij de Dode Zee heb je ze zeker niet. Maar waar is Hij ze tegengekomen? Hier. Bij het geluid van watervallen. "Al Uw baren en Uw golven gaan over mij heen." De Heer Jezus heeft dat zo ervaren. Hij wist wat Hem te doen stond, maar ook wat Hem zou overkomen. De totale miskenning en ook de vervreemding van zelfs Zijn intuïtie. Hij zegt dit tegen Zijn discipelen en ja, ze begrijpen het domweg echt niet. Hij zegt het nog wel expliciet, maar er is een totaal onbegrip. Ze begrijpen het niet. Dus de Heer Jezus heeft dit inderdaad alleen moeten ondervinden.

Maar dan die woorden: "Overdag gebiedt JAHWEH Zijn goedertierenheid en 's nachts is Zijn lied bij mij; een gebed tot de God van mijn leven." Het is "mijn leven" natuurlijk. En dit is waar de psalmist is. Dit is geen vertwijfeling, hè? Dit is ook geen gewetensnood; dit is het vaste vertrouwen. Te midden van tranen en afwijzing is daar dat vertrouwen dat de psalmist heeft in wat JAHWEH hem zal gebieden. "Overdag gebiedt JAHWEH Zijn goedertierenheid en 's nachts is Zijn lied bij mij." Dat was altijd – om even in muzikale termen te blijven – de ondertoon in Zijn leven. Hij wist Zich verzekerd van opstandingsleven. "Ik zeg tot God: mijn rots!" Dat wil zeggen: datgene waarop ik werkelijk kan steunen. Niet alleen op Hem, maar daarmee ook op Zijn Woord. "Waartoe vergeet U mij?" Nu moet ik even iets zeggen waarvan ik denk dat het belangrijk is.

De Geloofsuitroep: 'waartoe' in Plaats van 'waarom' ↑ hoofdstukken

In de meeste vertalingen staat hier "waarom". Dat is in het Hebreeuws lama. We kennen dat wel: "lama’s wachten". Maar lama betekent letterlijk niet "waarom", maar "waartoe". Le ma. Degenen die een beetje Ivriet kennen, die kunnen mij volgen. Le ma betekent eigenlijk: "tot wat?". Maddua is "waarom". Ja, maar in ieder geval, lama wordt meestal of heel vaak vertaald met "waarom", maar het is "waartoe". En dat is een wezenlijk verschil. Want "waarom" vraagt om een verklaring, terwijl "waartoe" een richting aangeeft. Bij "waarom" ga je naar het verleden toe; bij "waartoe" kijk je in de toekomst. Dat is een groot verschil.

Dit is geen woord van vertwijfeling. Dat geldt trouwens ook voor de woorden die de Heer Jezus heeft uitgesproken op het kruis. Het is niet: "waarom hebt U Mij verlaten?", maar: "waartoe hebt U Mij overgelaten?". Dat is een uitroep. Dat is iets wezenlijk anders. In "waarom" klinkt eigenlijk feitelijk ongeloof door. Zo van: je vraagt een verklaring. Want waarom zou je een verklaring willen hebben? Dat doe je alleen maar omdat je God kennelijk niet vertrouwt. Als je vraagt "waartoe", dan weet je: het dient ergens toe. Ik vraag God slechts naar de richting waarin dit zal wijzen. En ja, dat blijkt ook uit de hele context.

Ik zeg tot God: "Mijn rots!" Daar kan ik op staan, op Zijn woord kan ik staan. "Waartoe vergeet U mij?" Kijk, natuurlijk wist de psalmist – en ik zeg 'natuurlijk' omdat ik het logisch vind: als je je God kent, dan weet je dat ook als God je schijnbaar vergeet of verlaat of overlaat aan je vijanden, dit een doel heeft. Het is altijd Zijn goedertierenheid. Het is Zijn goedertierenheid die mij overdag gebiedt, en in de nacht, zelfs als het pikkendonker is, is het Zijn lied dat mij vergezelt. "En waartoe ga ik in droefheid te midden van vijandelijke verdrukking?" Dat is waar hij zich in bevond. Hij wist, vanaf Caesarea Filippi ging hij richting Jeruzalem en hij wist dat hij slechts vijandschap, verdrukking en droefheid zou ondervinden. En ook nog eens een keertje droefheid vanwege de eenzaamheid waarin hij die weg ging. Als echt mens, maar in vertrouwen op zijn God.

Nog even, we lezen verder: "Met een doodsteek in mijn beenderen honen mijn benauwers mij." Mensen zeggen vaak: "Ja, dat is dichterlijke, poëtische overdrijving." Nou, zo lust ik er nog wel een paar. Nee, dit is profetie! Dit is Messiaanse profetie, want dit is geen overdrijving. Als je weet dat dit spreekt van de Messias, dan weet je ook dat dit letterlijk in Hem vervuld is. Je leest in Matteüs 27, aan het einde van het lijden eigenlijk ook: "De overigen zeiden: laat gaan, laten we waarnemen of Elia komt om Hem te redden." Het zijn benauwers die Hem honen. En dan staat er: "En een ander nam een lanspunt en stak die in Zijn zijde. En er kwam water en bloed uit." En Jezus schreeuwde wederom met luide stem om de geest te geven. Dat was echt zo, Hij stierf. Hij is letterlijk met een lans doorstoken. Het is een kwestie trouwens hoe dat precies qua volgorde van gebeurtenissen zit, maar zo staat het letterlijk in Mattheüs 27. Alle grote handschriften geven dit zo aan. In ieder geval, Hij is doorstoken, inderdaad in Zijn beenderen, en water en bloed kwamen er toen onmiddellijk uit, want Hij werd in Zijn hart getroffen. En zo lees je dat Hij schreeuwde en de geest gaf; zo stierf Hij. Maar ziet u: "Met een doodsteek in mijn beenderen honen mijn benauwers mij." Nou, zo is het exact inderdaad ook vervuld.

"Als zij de ganse dag tot mij zeggen: waar is uw God?" Ook weer Matteüs 27: "Evenzo spotten de overpriesters samen met de schriftgeleerden en oudsten." Moet je nagaan hè? De religieuze crème de la crème. Daar hebben we het over. Overpriesters, schriftgeleerden, de oudsten. Kortom, het beste wat er op godsdienstig gebied in de wereld te vinden was. Dat slaat Hem even buiten de poorten aan het kruis en ze honen Hem: "Anderen heeft Hij gered, Zichzelf kan Hij niet redden. Hij is Israëls Koning; laat Hij nu van het kruis afkomen, dan zullen we aan Hem geloven. Hij heeft zijn vertrouwen op God gesteld, laat Die Hem nu verlossen indien Hij een welgevallen in Hem heeft. Want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon." Hoor je gewoon de echo van Psalm 42 hierin terug? Dat is onmiskenbaar. "Waar is uw God dan? En je bent Gods Zoon, waarom kom je niet van het kruis af?" Notabene waren het net deze mensen die Hem dit aandeden. "Waartoe buig je je neer, mijn ziel? Wat ben je onrustig in mij? Wacht op God, want ik zal Hem nog loven. Hij is de menigvuldige redding van mijn aangezicht." En dan komen we verder.

Psalm 43: het Gebed Om Recht en de Opstanding ↑ hoofdstukken

In Psalm 43 lezen we: "Doe mij recht, o God, en voer mijn rechtsgeding." Dat vind ik ook prachtig: dat de psalmist — en daarmee dus feitelijk, want dit zijn de woorden van de Messias zelf, ook al is het duizend jaar eerder opgetekend — dat de psalmist weet dat er Eén is die hem recht kan doen. Zelfs als zij hem letterlijk een doodsteek in zijn beenderen toebrengen en die toebrengen zodat hij inderdaad vermoord wordt, dan nog weet hij: er is Eén die mij recht kan doen. "Doe mij recht, o God, en voer mijn rechtsgeding." Dat wil zeggen: als ik recht krijg, dan moet dat van U zijn. Want naar de mens gesproken, als je vermoord bent — in dit geval gekruisigd — ja, waar kun je dan nog je recht halen? Dat is echt een 'einde verhaal'. Ja, tenzij je de levende God kent, waarvan je weet: Hij zal mij opwekken. En dan is het God die zijn rechtsgeding voert.

Dat gebed om recht is niets anders dan de opstanding. En daarvan wist de Heer al vanaf Caesarea Filippi. Al veel eerder natuurlijk, maar vanaf toen heeft Hij het ook daadwerkelijk onderwezen, precies zoals Psalm 42 en 43 dat ook zeggen: "Bevrijd mij van een ongoedertieren volk, van de man van bedrog en van onrecht." Nou, daar wist de Heer Jezus ook van mee te spreken: een Kajafas, een Annas, een Herodes, een Pilatus. Trouwens, die hebben Hem uiteindelijk ook in een graf gelegd en dat bovendien verzegeld. Dat wil zeggen: het Romeinse zegel kwam erop. Die steen kon niet weggerold worden omdat hij zwaar en groot was, maar bovendien was het een Romeins zegel; er stond zelfs de doodstraf op als die steen zou wegrollen.

Nou gaat God de Messias recht doen. Wat doet Hij? Hij bevrijdt de Heer, Zijn eigen Zoon, van de man van bedrog en van onrecht door die steen weg te rollen en door het leven aan het licht te brengen. De levende God. Kijk, waar dat hert naar smachtte, dat was levend water. Wel, hier bij de opstanding, bij de weggewentelde steen, toen stroomde het levende water vanaf dat moment. De Heer werd verheerlijkt. Bij Zijn sterven gaf Hij de geest met een kleine 'g', en in Zijn opstanding ontving Hij Geest met een hoofdletter — allemaal hoofdletters — namelijk leven, onvergankelijk leven. En zo werd Hij bevrijd van een ongoedertieren volk en van de man van bedrog en van onrecht.

"Want U bent de God van mijn versterking. Waartoe hebt U mij verstoten?" Ook hier weer datzelfde waar ik het over had: Eli... deze woorden worden ook in het Aramees of Hebreeuws opgetekend: "Lama sabachtani." "Lama" betekent dus: "waartoe?". En dat is geen vraag, maar het is een uitroep. Het is geen vertwijfeling, maar het is juist geloof. Ja, dat is heel anders. Natuurlijk is het iemand die aan het woord is met tranen en in duisternis, en die door zijn God is overgelaten aan zijn vijanden, maar niet in vertwijfeling zo van: "Dit gaat niet goed komen." Nee, hij kende zijn God: "De God van mijn versterking."

"Waartoe ga ik in droefheid te midden van vijandelijke verdrukking?" In de oude vertaling staat: "Ga ik in het zwart gekleed wegens des vijands onderdrukking." Ook dit doet mij weer heel erg aan mijn reformatorische wortels denken. Maar er staat trouwens niet "zwart". Dat wil men wel graag natuurlijk, want dat is een mooie rechtvaardiging voor je kledingkeuze of voor de kleur van je kledij, maar dat staat er niet. Het staat eigenlijk als "die van Kedar". Het heeft te maken met as-vormen, met droefheid en met de dood. "Waartoe ga ik in droefheid te midden van vijandelijke verdrukking? Zend Uw licht en Uw waarheid." En dit licht, dat is levenslicht, het licht van het leven. God heeft Zijn woord waargemaakt en Zijn belofte gestand gedaan. En die geleiden hem; die hebben hem uit de dood gevoerd. En zo zag hij het licht, en zo deed God Zijn waarheid blijken en bewees Hij die. En zij...

Geleid Door Licht en Waarheid Naar Gods Woning ↑ hoofdstukken

Zend Uw licht en Uw waarheid, dat die mij geleiden en mij brengen naar de berg van Uw heiligheid en naar Uw woningen. Is dat niet precies wat er gebeurd is met de Heer Jezus? Trouwens, die berg van Uw heiligheid — het voert een beetje te ver om dat nu uitgebreid aan te tonen — ik geloof dat dit de Olijfberg is geweest. Je leest namelijk dat sinds de ballingschap de Sjechina, de heerlijkheid van God, rust op de Olijfberg. Hij komt daar weer terug, maar de heerlijkheid rust op de Olijfberg; dat is de berg die God Zich had uitverkoren. Ik geloof ook dat de Olijfberg de berg is geweest waar de Heer opstond, maar ook uiteraard ten hemel voer, en straks keert Hij daar ook weer terug. Dat is die heilige berg.

De Heer is daar gebracht: "Breng mij naar de berg van Uw heiligheid en naar Uw woningen." Vanaf de Olijfberg is Hij ook inderdaad naar de hemel gegaan. Dus het klopt precies. Nogmaals, dit zijn geen dichterlijke overdrijvingen. Dit is geen louter bevindelijke taal in de godsdienstige, reformatorische lezing. Nee, dit is profetie; dit is Messiaans. Dit is vervuld in Hem, die als een hinde van de dageraad het leven en het licht ontvangt.

En dan staat er: "En dan ga ik tot Gods altaar, tot de God van mijn jubelende vreugde, en ik loof U met de harp, o God, mijn God." Zie je hoe heel de treurnis en de tranen, die Hem dag en nacht tot spijze waren, nu ineens helemaal omgekeerd zijn? Hij zegt: "Ik ga tot Gods altaar, ik ga op naar Zijn woning." Dat is bij Hem letterlijk ook zo. Naar de berg van Zijn heiligheid, maar via die berg is Hij ook naar Gods woning gegaan op het allerhoogste niveau. Dat is waar Hij nu is, en met jubelende vreugde looft Hij Zijn God als de Opperzangmeester. Ik geloof dat Hij inderdaad die Koorleider is. Psalm 22 zegt: "In het midden van de grote gemeente zal ik Uw lof zingen." Hij zet de toon in. Dat is het lied dat Hij hier ten gehore brengt.

Overigens, de harp is de kinnor. Dat is hetzelfde woord als het Meer van Kinneret, dat ook de vorm heeft van een harp. Kinneret, kinnor. Dat is waar de Heer ooit de verborgenheden en gelijkenissen vertelde. De psalmist verdraagt het lijden vanwege de heerlijkheid die hem is voorgesteld. Dat is precies wat we ook van de Heer Jezus lezen: Hij heeft de schande niet geacht en Hij heeft het kruis gedragen vanwege de heerlijkheid die Hem was voorgesteld. Hij wist, wat men ook zegt — "Waar is uw God?" — Hij wist: daar gaat het naartoe. Al die droefheid en die tranen heeft Hij verdragen met de doodsteek in Zijn beenderen, vanwege die heerlijkheid. Hij wist: "Ik ga in jubelende vreugde tot mijn God, naar Zijn woning."

En dan het laatste refrein, de derde keer dat dit klinkt: "Wat buig je je neer, mijn ziel? Wat ben je onrustig in mij? Wacht op God, want ik zal Hem nog loven. Hij is de menigvuldige redding voor mijn aangezicht, en mijn God." Ja, die menigvuldige redding, dat is die grootste mega-redding die Hij heeft ondergaan. Hij ontving leven. Dat is waar Hij naar smachtte, naar dat leven, en dat leven heeft Hij ook gekregen in stromen, in grote overvloed. Dat is de reden voor die enorme, menigvuldige redding en voor de lof die er in Zijn hart is.

Wat ik er eigenlijk mee wil zeggen, lieve mensen, is dat als we deze beide psalmen zo met elkaar lezen en je ze in Messiaans perspectief plaatst, je ziet dat het niet in de eerste plaats over u en mij gaat. Dat willen we altijd heel graag, dat de Bijbel over ons gaat en dat we de tekst direct op onszelf toepassen. Maar lees de Schrift gewoon zoals ze gegeven is, namelijk als een getuigenis van Jezus Christus. Zoals de Heer Jezus aan de Emmaüsgangers onderwees, toen Hij zei: "O onverstandigen en tragen van hart, wisten jullie dan niet dat de Christus dit lijden moest ondergaan om alzo Zijn heerlijkheid in te gaan?" En beginnende bij Mozes en de profeten en de psalmen legde Hij hen uit wat in al de Schriften op Hem betrekking had. Of Psalm 42 en 43 toen aan de Emmaüsgangers zijn uitgelegd, dat weet ik niet, maar ik weet wel dat de Heer daarin duidelijk aangaf dat al de Schriften van Hem getuigen, dus ook Psalm 42 en 43. Ik hoop dat u net zo blij bent met deze ontdekking als ik, want het betekent dat de hele Schrift inderdaad de waarheid is en spreekt van onze Heer en ons Hoofd, Israëls Messias en de Redder van de wereld. Amen.

🎧 Psalm 42/43 - het hijgend hert
Delen: