Psalm 145
28-08-2016 - Geplaatst door Andre Pietpresentatie gehouden op 28 augustus 2016 te Zoetermeer
Psalm 145 is een lofzang van David op de Schepper van hemel en aarde. Op wie Hij is, op wat Hij doet en op wat Hij nog zal doen. En ondertussen vertoont deze psalm onder de oppervlakte een geweldige inwendige structuur…
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: de Alfabetische Structuur van Psalm 145
- De Verborgen Letter Noen en de Perfectie van het Woord
- De Thematische Opbouw: de Koning Centraal
- De Ware Zoon van David en de Komende Aion
- Gods Ondoorgrondelijke Grootheid
- God Is Goed: de Universele Belofte voor Al Zijn Maaksels
- Oprichting voor de Gebogenen in het Komende Koninkrijk
- De Taf: de Climax van Lofprijzing Door Alle Vlees
Introductie: de Alfabetische Structuur van Psalm 145 ↑ hoofdstukken
Zoals gezegd gaan we het vanmorgen over een psalm hebben. Het is weer een gedeelte uit de Hebreeuwse Bijbel, zoals we dat de voorgaande keren iedere keer hebben gedaan. We hebben een viertal samenkomsten gehad rondom een profetisch woord uit Zacharia 14 en nu gaan we naar Psalm 145. Het is een psalm van David. Straks zullen we wat meer inzoomen op de inhoud, maar er is bij voorbaat al het een en ander op te merken over de structuur van deze psalm. Hoe zit ze in elkaar? Het eerste wat daarbij opvalt – laat ik het even voor het totaaloverzicht voor mezelf opzoeken, wat ik u trouwens ook aanraad – is iets wat u wellicht niet direct ziet als u een NBG-vertaling hebt. In die vertaling staat het er namelijk niet bij, en dat vind ik een gemis: het is namelijk een alfabetische psalm. Van A tot Z, dus.
Dat is natuurlijk niet helemaal correct, want u begrijpt dat dit gebaseerd is op het alfabet van de Bijbel, de Bijbelse taal van het Hebræus. Dat is niet van A tot Z, maar van Aleph tot Tav. De Aleph is de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet en de Tav is de laatste letter. Het Hebreeuwse alfabet heeft overigens geen 26 letters zoals het onze, maar 22 letters. Als u een Statenvertaling hebt, dan staat dat er allemaal wel keurig bij waar de letters beginnen. Het is heel simpel, want ieder vers begint dan met een nieuwe letter. In de Statenvertaling zie je dat er boven staat: 'Een lofprijzing van David', en vervolgens staat er 'Aleph'. Dat wil zeggen dat in het Hebreeuws de zin begint met de eerste letter. Zo gaat dat maar door. Het tweede vers begint met de Beth, de tweede letter van het alfabet. En dan volgen de Gimel, de Daleth, de Hé, de Wav, de Zajin, de Chet en de Teth.
Ik heb ooit modern Hebreeuws geleerd en dat alfabet is nog exact hetzelfde als het oude. Ik kan al die letters wel dromen: Teth, Jod, Kaph, Lamed, Mem, Samech, Ajin, Pé, Tsadik, Koph, Resh, Shin en Tav. Al die verzen beginnen dus met de respectievelijke letters. Waarbij ik trouwens nog moet opmerken dat Hebreeuwse letters niet alleen letters zijn, maar ook cijfers. Dat is vergelijkbaar met de Romeinse cijfers, die ook letters zijn. De Aleph staat voor de 1, de Beth voor de 2 en de Gimel voor de 3. Dat gaat zo door tot de Hé, die voor de 5 staat. Het is grappig hoe dat in ons spraakgebruik nog steeds is terug te vinden. Een 'heitje' komt uit het Jiddisch of het Bargoens. Een heitje is een kwartje, oftewel vijf stuivers: vijf keer vijf cent. Een heitje voor een karweitje is dus een kwartje voor een karweitje, maar die 'hei' is gewoon de vijf, de vijfde letter. Dat geldt ook voor de Jod, de tiende letter. 'Voor de jot zitten' – al die letters zijn dus ook cijfers.
Er is nog iets: die letters zijn ook nog eens woorden. Een heel bekende is de Beth; dat is ook het woord voor 'huis'. Beth Lechem betekent gewoon 'huis van brood'. De Daleth is het Hebreeuwse woord voor 'deur' en de Hé staat voor een 'venster'. Zo vertegenwoordigt een Hebreeuws woord ook een getalswaarde. Neem de naam David. Dit is een psalm van David, en zijn naam bestaat uit de Daleth, de Wav en de Daleth. Dat zijn de 4, de 6 en de 4. De naam David staat dus voor het getal 14. U zou Mattheüs 1 eens moeten lezen. In dat geslachtsregister van de zoon van David zie je drie keer veertien geslachten. Mensen denken weleens dat dit niets te betekenen heeft, maar er zit een heel verhaal achter. Je zou zelfs kunnen zeggen dat een woord een verhaal op zich is; het is het verhaal van die verschillende letters: de deur, de verbindingshaak en dan weer de deur.
Het zijn feitelijk pictogrammen, het is beeldtaal. Er zit een wereld van gedachten achter het Hebræus, ook omdat letters voor getallen staan. Een woord is dus ook een getal. In het Hebræus ben je letterlijk aan het 'tellen' als je woorden doorgeeft. In het Engels zeggen ze: 'I’m telling', en dat is precies wat het is. Woorden doorgeven is ook tellen, want een letter is een cijfer. Wij maken dat onderscheid, maar het Hebræus kent het eigenlijk niet. Dat is een geweldig verhaal. Er zijn trouwens veel meer psalmen die deze alfabetische structuur kennen. Vorige week sprak ik in Den Haag over Psalm 119; ik ben helemaal in de sfeer van de psalmen. Ook Psalm 119 is alfabetisch opgebouwd, een schitterende structuur waarbij het hele 'woord' wordt neergezet, van A tot Z.
De Verborgen Letter Noen en de Perfectie van het Woord ↑ hoofdstukken
Ik moet er trouwens nog iets bij zeggen, want toen ik het net even opsomde, hebben degenen die een beetje thuis zijn in het Hebreeuws en de volgorde van het Hebreeuwse alfabet wellicht iets gemerkt. Het viel mezelf ook net op toen ik het opnoemde: we missen één letter, de Nun. Dat is heel intelligent opgemerkt. Dat klopt inderdaad; normaal gesproken zouden er 22 letters moeten zijn, maar er is één letter die ontbreekt in de Hebreeuwse tekst, en dat is de Nun.
De Nun vertegenwoordigt het getal vijftig. In de Hebreeuwse getalsstructuur ga je van 1 tot 10, maar de elfde letter staat niet voor 11, maar voor 20. Je krijgt dus de reeks 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en vervolgens 20, 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90 en 100. De Koph is de honderd, en daarna ga je verder op het niveau van de honderdtallen: de Resh is 200, de Shin is 300 en de Tav, de laatste letter, is 400. Er zit een heel opmerkelijke structuur in, zoals u begrijpt. Maar in ieder geval ontbreekt er dus één letter in de Hebreeuwse tekst; die is verborgen.
De Nun heeft trouwens alles te maken met de vis. De letter die eraan voorafgaat, is de Mem. Die kennen we eigenlijk ook wel; denkt u maar aan het Amsterdamse 'mayem'. Mayim is water. De Mem, de veertig, staat voor de wateren. Ergens verborgen onder de wateren bevindt zich dus de Nun, de vijftig. Ik moet erbij zeggen dat die Nun in de Hebreeuwse tekst kwijt is, maar hij is bewaard gebleven in de Griekse vertaling. Hoe dat kan, is een verhaal apart in de beroemde Septuaginta, want daar vind je hem namelijk wel terug.
Mensen zeggen dan weleens: "Hé, daar is iets mis", maar ik vind dat juist prachtig. Het feit dat die Nun ontbreekt onder de oppervlakte van de Mem, van de wateren, is veelzeggend. De wateren staan namelijk voor de volkeren. Kijk maar in Openbaring 17, daar lees je dat de wateren die gij zaagt, waar de hoer aan gezeten is, staan voor vele volkeren. De woelige wateren van de wereld staan voor de volkerenwereld die in conflict en in rumoer is; de wateren zijn de natiën. Onder de oppervlakte van de Mayim, de natiën, daar bevindt zich de vijftig.
Dat heeft alles te maken met Pinksteren, maar ook met volheid en nieuw leven. Na de zeven kwadraat, zeven maal zeven, krijg je de volheid en een nieuw begin: nieuw leven, de vijftig. Dat heeft dan ook weer alles te maken met genade. Waar is die letter gebleven? In de Hebreeuwse, de Masoretische tekst – Masora betekent eigenlijk de traditie – is hij verborgen gebleven. En waar vind je hem nu? In een heidense taal! Daar is hij bewaard gebleven. Die Nun is dus verborgen en zoek in de traditie, maar hij is te vinden in de Griekse tekst.
Toen ik hierover voor mezelf nadacht en het fenomeen waarom hij zoek is op een rijtje zette, dacht ik: dat demonstreert feitelijk de volmaaktheid van het Woord. Men denkt dat het Woord hier corrupt is overgeleverd of dat er iets kapot is, maar zelfs in die schijnbare fout zien we de volmaaktheid van het Woord. Want wat staat er in de Septuaginta, op de plek waar David het oorspronkelijk gecombineerd heeft? "Betrouwbaar is JAHWEH in al zijn woorden en getrouw in al zijn werken." Toen ik dat zag, dacht ik: zie je wel, dat is geen corruptie of een missing link, het is geen fout. Het moet zo wezen. Zelfs uit het ontbreken van een tekst demonstreert God de betrouwbaarheid en de grootsheid van Zijn Woord. Dat is wat betreft de alfabetische opbouw van de tekst.
De Thematische Opbouw: de Koning Centraal ↑ hoofdstukken
Wanneer je naar deze psalm kijkt, kun je nog iets bijzonders opmerken aan de structuur. Het begint met een lofprijzing die beloofd wordt, en vervolgens wordt die belofte ingelost. In het eerste vers staat: "Ik zal U verhogen," en dan vervolgens in vers 3 wordt God ook daadwerkelijk geloofd. Dat is overigens niet hetzelfde. Vlak voordat de dienst begon, had ik het er nog even over met André — de andere André dus. Het ging erover dat hij niet zo houdt van liederen waarin heel veel herhaald wordt, zoals in de opwekkingsbundel: "Ik zal U loven Heer, ik prijs U Heer." Dan denk ik: maar laten we Hem dan ook eens écht prijzen. Mensen denken vaak dat als je zegt "ik prijs U Heer", je de Heer ook daadwerkelijk prijst, maar dat doe je helemaal niet. Als ik zeg "ik eet een hamburger", dan eet ik toch ook geen hamburger? Dan heb je toch geen hamburger in je mond? Je zegt het alleen maar. Hoe prijs je Hem dan wel? Je prijst Hem door Zijn luister en Zijn heerlijkheid in het licht te stellen. Hier wordt gezegd: "Ik zal U verhogen," en vervolgens: "JAHWEH is zeer te prijzen, Zijn grootheid is niet te peilen." Het gaat dus om Zijn grootheid die vervolgens in het licht wordt gesteld. Eerst wordt de lofprijzing beloofd en hier wordt de belofte ingelost; Hij wordt daadwerkelijk geloofd. In zijn totaliteit is dit met recht een lofpsalm. Het begint met de belofte van lofprijzing, waarna deze uitgebreid wordt ingelost, en het eindigt weer waar het begon: de lofprijzing die beloofd wordt. Ik heb die structuur in de tekst ook aangegeven door deze te laten inspringen, zodat je precies ziet hoe consequent dit is opgebouwd.
Wat ook opvalt, is het adres van de lofprijzing. Het begint met lof voor JAHWEH en Zijn naam: "Ik zal U verhogen en Uw naam loven." De lof is dus aan JAHWEH en Zijn naam geadresseerd. Vervolgens krijg je een gedeelte dat gaat over de lof voor de daden van JAHWEH, voor dat wat Hij doet. En in het laatste gedeelte gaat het over de lof geadresseerd aan het Koninkrijk van JAHWEH. Dus eerst Hijzelf en Zijn naam, dan Zijn daden en tenslotte Zijn Koninkrijk. We zullen dat straks vanzelf zien als we wat meer op de tekst inzoomen.
Er is nog iets wat opvalt: het Koninkrijk staat heel centraal in deze psalm. En als ik zeg dat Zijn Koninkrijk centraal staat, dan is dat niet alleen inhoudelijk zo, maar het is ook gedemonstreerd. In het middelpunt van de psalm zie je dat het gaat over de Koning; dat is waar alle lijntjes in het centrum samenkomen. Dat staat centraal en dat vond ik een prachtig detail. Dit gedeelte gaat over het Koninkrijk en de heerlijkheid en de eer van Zijn Koninkrijk. Dat wordt gemarkeerd door de letters Mem, de Lamed en de Kaph. Zet die achter elkaar en je krijgt het Hebreeuwse woord MeLeCH. En wat betekent MeLeCH? Dat is het Hebreeuwse woord voor Koning. Zie daar: het Koninkrijk staat in het middelpunt van deze psalm, het staat letterlijk centraal, en daarin zie je de Koning verborgen aanwezig. De MeLeCH. Trouwens, het is een psalm van David, dus dat kon eigenlijk al niet missen. Die naam staat voor een dynastie, voor de troon.
Dan heb ik nog iets wat ook erg opvalt: de manier waarop de lofprijzing aan het adres van God zich van klein naar groot uitbreidt. Je begint in vers 1 met: "Ik, David, zal U verhogen." Vervolgens zie je vanaf vers 4 dat generatie aan generatie Uw daden zal roemen. En tenslotte eindigt het ermee dat al Uw werken U zullen loven, JAHWEH. Het begint eenzaam, om het zo te zeggen, bij David. Daar begint de lof, maar die breidt zich uit, eigenlijk ook via David. Ik hoop dat u dat met dezelfde 'dubbelzinnige oren' beluistert als ik, want de naam David staat voor de troon, voor de dynastie en daarmee feitelijk ook voor de Zoon van David. Het begint bij Hem en Hij heft de lof aan. Dat doet me denken aan een andere Davidische psalm, Psalm 22, waar staat: "Ik zal Uw naam in het midden van mijn broeders verkondigen." Daarna lees je dat heel het huis van Jakob Hem zal verkondigen en tenslotte voegen alle volkeren der aarde zich daarbij. Het koor wordt steeds groter. Het is als een steen die je in de vijver gooit: de kringen worden steeds wijder. Dat is wat je in deze psalm vindt. De lof wordt aangeheven door David, waarna Zijn gunstgenoten, Israël, instemmen. Dan volgt generatie op generatie en uiteindelijk al Uw werken. Het is geweldig hoe dat zo is opgebouwd. Zulke dingen mogen je niet ontgaan. Voordat je tot de details doordringt, moet je even een totaalbeeld hebben van hoe de structuur en de letteropbouw in elkaar zitten.
Het wordt nu tijd om ons bezig te houden met wat er precies staat. Je begrijpt dat 21 of 22 verzen heel wat is om te bespreken, maar het lijkt me goed om alles van A tot Z te lezen en u op een aantal dingen te wijzen. Zie het als een aansporing: let daar vooral op. Ik ben niet iemand die u vertelt hoe het zit. Ik had gisteravond een buurtbarbecue en ik had een gesprek met iemand die geen enkel idee had van het Woord van God, maar hij was geïnteresseerd en ik vertelde hem het een en ander. Het bleek dat hij het niet zo op dominees had, want die vertellen allemaal hoe het zit, leggen dogma's op en dicteren hoe je moet leven. Ik zei: "Nou, als ik het Woord mag doorgeven — wat een groot voorrecht is — dan zie ik mezelf meer als een gids." Ik ben al eens eerder op het terrein geweest, ik heb het bestudeerd en onderzocht, dus ik kan als gids met een gezelschap rondlopen en wat vertellen. Ik vraag dan: "Heeft u daar wel eens op gelet? Ziet u dat?" En dan is de reactie: "Verrek joh, dat had ik nooit gezien!" Een gids is geen dictator die vertelt hoe u moet denken; je gaat voorop en je wijst op een aantal dingen. Dat is precies de functie die ik in deze bijeenkomst mag hebben.
Kijk even naar dit: "Een lofprijzing van David." Eigenlijk is dat gewoon een psalm, maar met die term zeg je tegenwoordig niet meer zoveel. Een psalm is namelijk letterlijk een lofprijzing. Er zijn 150 psalmen en dit is de 145ste. Het is van begin tot eind één grote aansporing tot lofprijs, maar ook daadwerkelijk een lofprijzing in de meest uitgestrekte zin van het woord.
De Ware Zoon van David en de Komende Aion ↑ hoofdstukken
Een lofprijzing van David. Waarbij deze naam, ik gaf het zojuist al eventjes aan, feitelijk model staat voor een heel huis, een koningshuis, een dynastie. Bij David begon de troon in Jeruzalem. De naam David staat daarom niet alleen maar voor een persoon die drieduizend jaar geleden leefde en koning was in Jeruzalem; zijn naam staat model voor een heel koningshuis waarvan al duizenden jaren niets meer vernomen is. Die troon van David is verdwenen, maar de enige echte troonpretendent is er wel. Maar waar is hij? Hij is verborgen.
De Bijbel zegt vooruit wat de boodschapper al tegen Maria had gezegd: dat kind wat zij zou voortbrengen, de Zoon van de Allerhoogste, zou de troon van zijn vader David gaan innemen en op die troon gaan zitten. Er is maar één plek waar die troon hoort te staan en dat is in Jeruzalem. Als hij straks zal komen, dan zal hij de vervallen hut van David wederopbouwen. En dan gaat het gebeuren: dan gaat het koninkrijk ook via Israël over de hele wereld baanbreken. Daar hadden we het eigenlijk de laatste Bijbelstudies over via Zacharia 14. Dan gaat het koninkrijk – het centrale onderwerp van deze psalm – zich manifesteren.
De naam van David staat daar model voor. U weet wel, die man uit de stad Bethlehem, die goede herder die zijn leven inzette voor de schapen. De man die vervolgd werd, die weliswaar al gezalfd was tot koning en bestemd was voor de troon, maar het zou nog een hele tijd duren. Hij werd vervolgd, hij was de verworpen koning en bevond zich in de verborgenheid, in Adullam, met een legertje van mensen die niet deugden, zeg maar. Nou, dan weet je eigenlijk ook waar die David voor staat. Uiteindelijk kwam hij op de troon; na zeven jaar kwam hij ook op de troon van Jeruzalem. Dat zijn allemaal van die associaties die met de naam David meekomen, zodat je als vanzelf op de Zoon van David uitkomt wanneer je de Bijbel openhoudt en Schrift met Schrift vergelijkt. Daar gaat het om.
En dan de Aleph. U ziet het trouwens hier, ik kan het meteen even laten zien. De Hebreeuwse zin begint dan met de Aleph: "Ik zal U verhogen mijn God, de Koning, en zegenen Uw naam voor de aeon en verder." In onze vertaling staat dan "voor altoos en immer", maar dat is een hele vrije weergave. Het is gewoon le olam, wat betekent: voor de aeon, voor de eeuw. En dat wa’et betekent eigenlijk gewoon "en verder". Waaruit trouwens ook weer volgt dat de aeon dus geen eeuwigheid is. Nee, het is voor de aeon die gaat komen en nog verder. Het gaat ook verder. Trouwens, ook deze psalm spreekt over de aeonen, de olamim.
Het begint meteen al met die aanhef van de lofprijzing, of in ieder geval de aankondiging en de belofte daarvan. De echte Koning, Melech, dat is God zelf natuurlijk. David zegt: "Ik zal zegenen Uw naam voor de aeon en wat verder volgt." Dus als u die term in de Psalmen tegenkomt als "voor altoos en immer", dan staat er eigenlijk "voor de aeon en nog verder". Want God heeft een geweldig omvangrijk plan, ook omvangrijk in de zin van de tijdperken. Er is nog zoveel te doen voordat de hele boekrol, dat hele script, is afgerold. Dan zal er nog heel wat water door de Jordaan stromen.
Elke dag... Kijk, dat moet ik er ook nog even bij zeggen: ik ga nu niet vertellen waarom deze zin alles met de Aleph te maken heeft. Ik zou het ook niet direct voor de vuist kunnen zeggen, maar dat is natuurlijk niet voor niets. Stel je zulke vragen bij het onderzoeken van de Bijbel? Waarom deze psalm met de Beth begint, met het huis, en waarom dat voor het getal twee staat? Onderzoek en het vinden van nieuwe dingen en ontdekkingen begint altijd met nieuwsgierigheid, gewoon door vragen te stellen: waarom is dat eigenlijk? Daarom leren kinderen ook zo verschrikkelijk snel; kinderen stellen gewoon vragen. Als je ouder wordt, leer je dat af. Dan is het: "Nee, dat moet je niet willen weten, het is niet interessant" of "Dat kunnen we niet weten." Je kunt daar zelfs heel vroom over doen en zeggen dat het Gods geheimenissen zijn. Dan wil ik het juist weten, trouwens!
Elke dag zal ik U zegenen. Waarom? We zijn uit Hem voortgekomen. Waarom zijn wij hier? Gewoon om Zijn luister te ontdekken en daarvan te spreken. Daarmee krijgt ons leven zin en inhoud. We zijn er voor Hem. Elke dag zal ik U zegenen en Uw naam loven. Want met die naam van God is natuurlijk iets bijzonders aan de hand. Voor de aeon en verder, ook hier weer. Ik zie trouwens dat ik hier een verkeerde Hebreeuwse tekst onder heb geplaatst, maar goed. Dan de derde letter...
Gods Ondoorgrondelijke Grootheid ↑ hoofdstukken
De Gimel. Dat is trouwens de kameel. De Gimel: JAHWEH is groot en zeer te prijzen, Zijn grootheid is niet te peilen. Van die omvangrijkheid, van Zijn grootheid, daar hebben we eigenlijk geen idee van; het is niet te peilen of, zoals de NBG '51 dat zegt, ondoorgrondelijk. Je kunt daar misschien een snuifje van opnemen, of hoe zeg je dat, je kunt er iets van opsnuiven en er een impressie van hebben. Wauw! Maar Ed, je komt er nooit bij. Het is als een oceaan die onoverbrugbaar is. Dat is JAHWEH, Zijn Naam en Zijn grootheid.
En generatie aan generatie of geslacht aan geslacht zal Uw daden roemen en Uw machtige daden vertellen. Dat is in feite wat er nu ook gebeurt. Al die generaties door heeft God Zijn Naam bekendgemaakt en Zijn daden heeft Hij laten optekenen – we zullen dat straks trouwens ook nog zien – en daar mogen we van spreken. We vertellen dat van het ene geslacht op het andere geslacht. Zijn machtige daden, dat wil zeggen alle daden van macht waarin Hij Zijn macht demonstreert, heeft Hij aan ons gegeven om die door te geven en te vertellen.
Dan krijgen we in het venster de Hé. Ziet u de Hebreeuwse letter? Over de eer en heerlijkheid van Uw pracht en – let op – de woorden van Uw wonderbare werken zal ik mediteren. Dat is een wat preciezere weergave, als u het mij vraagt, van wat hier staat. In de NBG staat: "zal ik gewagen". Ik zal er niet over zwijgen, maar het is inderdaad ook met de gedachte van dat overdenken, om dat te overpeinzen. Al de eer en heerlijkheid, maar ook van Uw pracht. Dat "en" is hier ook in de zin van "namelijk". De woorden van Uw wonderbare werken: wat is de eer en de heerlijkheid van Zijn pracht? Wel, die vinden we in de woorden van Zijn wonderbare werken. Daar raak je niet over uitgedacht en niet over uitgesproken.
Op het moment dat je daarmee bezig bent, besef je ook zo goed: dit is waar het nu allemaal om gaat. Dit is waarom ik hier op aarde ben; dit is wat het bestaan inhoud geeft. De rest is eigenlijk allemaal flauwekul. Dit zijn de woorden van Hem, want in die woorden komt Zijn leven mee; dat is geest, kracht, eer en heerlijkheid.
Bij de volgende letter – u ziet het, daar begint het mee – staat: "En van de sterkte van Uw vreeswekkende daden zullen zij spreken en Uw grote daden zal ik verhalen." Ik had de letter er nog niet bij gezet, maar goed, ik ga er gemakshalver vanuit dat de meesten van u dat inmiddels wel begrijpen. Deze weergave is niet de NBG of de Statenvertaling; het is de vertaling die zo nauw mogelijk aansluit op de interlinear. Zodat ik niet iedere keer hoef te zeggen: "Nou, eigenlijk staat er dit of dat." Die omweg of die bocht snijd ik op deze manier gewoon af.
Van de sterkte van Uw vreeswekkende daden, want ook daarvan zijn natuurlijk vele voorbeelden dat God ook zo te vrezen is, te duchten is. Als God optreedt, is dat soms inderdaad in de letterlijke zin vreselijk, maar dan niet in de zin van "erg", maar "te vrezen", ontzagwekkend.
Uw grote daden zal ik verhalen. De gedachtenis van Uw vele goedheid zullen zij uiten en Uw rechtvaardigheid bejubelen. U ziet het, wat wordt hier nu allemaal al onder woorden gebracht? Het gaat over Zijn goedheid, maar ook over het feit dat God rechtvaardig is. Hij gaat een rechte weg. Hij doet wat Hij zegt en Hij vertelt wat Hij denkt; dat is die rechtvaardigheid. Hij vervult ook wat Hij belooft, dat is de essentie van Zijn rechtvaardigheid. De sterkte van Zijn daden, Zijn vreeswekkende daden, maar ook Zijn goedheid en Zijn rechtvaardigheid.
God Is Goed: de Universele Belofte voor Al Zijn Maaksels ↑ hoofdstukken
En dan de Chet, de achtste letter. Daar begint het dus mee: genadig. Het woord genadig begint met de letter Chet. Ons woord ‘gein’ komt daar weer vandaan, van ‘gen’, namelijk genade. Het is heel leuk hoe in het Nederlands zoveel Hebreeuwse woorden zitten; het is niet alleen vol van Grieks, maar het is ook vol van Hebreeuwse restanten. Als wij ‘gein’ hebben, dan zit daar de Hebreeuwse gedachte in van vreugde die God geeft. Genadig en mededogend is JAHWEH. Dat vond ik zo mooi aan dat lied wat we in de aanvang ook zongen: "Weet jij hoeveel sterren er aan de blauwe hemel staan?" Maar denk ook aan al die kinderen en al die mensen die op de vlucht zijn... Er is zo enorm veel leed. Ja, maar we hebben een God die barmhartig is; een God die een warm hart heeft en daarmee mededogend is. Hij lijdt ook mee, dat zegt de Schrift ook in de tweede Korintiërsbrief. God is de God van al het medelijden. Hij is niet alleen maar de Schepper die alles onder controle heeft, maar Hij lijdt ook met Zijn schepping mee. Wat mij betreft is dat, als je erover nadenkt, ook volstrekt logisch. Hij houdt van Zijn schepping. En hoe gaat dat? Als je van iemand houdt en de ander lijdt — als je kind lijdt — dan is dat voor jou als vader of moeder minstens zo pijnlijk. Waarom? Omdat je van je kind houdt. Dat is zo moeilijk om aan te zien, maar je weet ook soms: het kan niet anders. Er gaat nooit wat mis bij God, maar dat wil niet zeggen dat Hij niet mededogend is of dat Hij niet meelijdt. Juist wel, want Hij houdt van Zijn schepping. Hij geeft dat lijden een plaats. Ik ga niet vragen hoe en waarom; dat weten we helemaal niet. Van de week in Veenendaal zei ik nog: dat moet je als schaapje ook helemaal niet willen weten. Hij is mijn Herder. Hij weet de weg, Hij weet precies waar de velden zijn. Hij denkt voor mij. Wat vermoeien wij ons toch met dat hoofd om het allemaal rond te krijgen en te kunnen bevatten. Nou, hier kan niet zoveel in hoor. Sommige mensen zeggen dat ik een groot hoofd heb, maar daar past niet zoveel in. In dat van u ook niet trouwens; daar zijn we gewoon mensen voor. Hij is de Schepper, maar Hij heeft mededogen. Genadig en mededogend is JAHWEH. Hij is langzaam van boosheid. In de oude vertaling staat ‘lankmoedig’. Hij wordt niet snel boos. Als Hij dat wel wordt, dan heeft dat ook weer een zin; dan is dat geen woede-uitbarsting of iets dergelijks. Nee, Hij is langzaam van boosheid en groot van vriendelijkheid.
En dan de letter Teth. Dat begint met: "Goed is JAHWEH voor allen." In het Hebreeuws staat daar ‘Tof’. Dat woord kent u wel, het betekent ‘goed’. Tof is JAHWEH voor allen. Let op: voor allen. En Zijn mededogen is over al Zijn maaksels. Waarom? Omdat het Zijn maaksels zijn. Daar is Hij mee begaan. Hij is goed, goed voor allen. U dacht misschien dat die waarheid pas bij Paulus kwam? Sommige mensen hebben die indruk, omdat Paulus degene is die het allemaal prachtig uitlegt en de verborgenheid onthult. Maar al die waarheden die Paulus naar voren brengt, zijn al verborgen — let op wat ik zeg — ze zijn al verborgen in de Hebreeuwse Bijbel. En deze waarheid: "Goed is JAHWEH voor allen." Hoe zich dat dan precies gaat manifesteren en hoe dat in het tijdpad zal verlopen, dat vind je hier nog niet, maar de waarheid ligt hier in de kiem al besloten. Wat een God! Hij is niet alleen groot en zeer te duchten, maar Hij is goed. God is goed. Dat is je belijdenis: Hij is God, maar God is goed. In het Nederlands is dat helemaal mooi, want er zit maar één lettertje verschil tussen ‘God’ en ‘goed’. Als je dat weet, dan weet je eigenlijk alles; de rest is alleen maar voetnoot en verklarende mededeling over hoe het precies in elkaar steekt. Maar dit is de essentie: JAHWEH is goed voor allen en Zijn mededogen gaat over al Zijn maaksels.
"Al uw maaksels zullen U toejuichen en uw gunstgenoten U zegenen." Ook hier weer: al Uw maaksels zullen U toejuichen. Er staat ‘loven’ in de NBG-vertaling en waarschijnlijk ook in de Statenvertaling. Al Uw schepselen. Dus niet alleen Zijn goedertierenheid, Zijn liefde en Zijn mededogen gaan over heel Zijn schepping, maar hier wordt ook de garantie gegeven dat al die maaksels Hem gaan toejuichen. Daarin klinkt iets door wat de profeet Jesaja zegt, namelijk dat God dat zelfs zweert. Dat doet Hij maar zeer zelden hoor; je vindt het misschien vier, vijf of zes keer in de Bijbel dat God zweert bij de hoogste Naam, dus bij Zichzelf. En dan zegt Hij: "Voor Mij zal elke knie buigen en elke tong zal Mij belijden." Dat staat in Jesaja 45, en Paulus haalt het vervolgens weer aan in Filippenzen 2. Want die Naam boven alle namen is aan Jezus gegeven: elke knie gaat buigen en alles zal zeggen dat Hij de Heer is, tot eer van God de Vader. De belofte ligt hier gewoon al in de Psalmen. En niet alleen hier hoor, maar op zoveel andere plaatsen klinkt die geweldige waarheid door die later exclusief onderwezen wordt door de apostel van de natiën.
Als je dit weet, is het prachtig: "Al Uw maaksels zullen U toejuichen en Uw gunstgenoten U zegenen." Dat betekent feitelijk dat als wij hier samen zijn, luisteren naar Zijn woord, Hem de ode brengen en over Hem spreken, wij simpelweg de eerstelingen zijn. Mijn broer zegt dat nog wel eens; hij is een man van de tuinbouw. Als de oogst binnenkomt, heb je de eerstelingen. Gewoon de eerstelingen van de oogst. Maar de rest komt ook allemaal, alles op zijn tijd. Wij mogen voorlopers zijn, eerstelingen. Dat is een voorrecht als je dat ten deel valt, als je ogen daarvoor geopend zijn en als je mond Hem nu al mag toejuichen. "Al uw maaksels zullen loven en Uw gunstgenoten zullen U zegenen." Dan gaat het specifiek over die gunstgenoten. Ik denk inderdaad dat dit spreekt van Zijn volk dat in het bijzonder Zijn gunst geniet. Op een bevoorrechte wijze zullen zij de heerlijkheid van Uw Koninkrijk vermelden en van Uw macht spreken, om aan de zonen van de mensheid Zijn machtige daden bekend te maken. Er wordt hier dus een volk uitverkoren: de gunstgenoten. En aan die gunstgenoten valt een voorrecht ten deel. Dat is niet zomaar omdat God hen iets geeft in de zin van: "Jullie zijn mijn lievelingetjes en dat is het." Nee, uitverkiezing is altijd tot een roeping, tot een taak. Zo is ook het volk van Israël uitverkoren als Zijn gunstgenoten, opdat zij de heerlijkheid van Zijn Koninkrijk zouden vermelden. Dat Koninkrijk begint ook bij dat volk van Israël. Het feit is er ook: het Koninkrijk van God is het Koninkrijk van Israël. Daar gaat het allemaal beginnen. Zij gaan spreken van de heerlijkheid van Zijn Koninkrijk. U begrijpt, als we het hierover hebben, zijn we al verplaatst in de toekomst, naar het moment dat de Koning zal gaan zitten op de troon van zijn vader David. Dan gaan de gunstgenoten, het volk, daarvan spreken en zij zullen de grote opdracht vervullen om alle natiën daarmee bekend te maken. Om aan de zonen van de mensheid het nieuws te melden: Wie is de Koning? Wat is dat Koninkrijk? Zijn machtige daden en de heerlijkheid en eer van Zijn Koninkrijk moeten doorgegeven worden. Uw Koninkrijk...
Uw koninkrijk is een koninkrijk voor alle aeonen. Zo staat het er: voor alle olamim. Aeon is het Griekse woord, olamim is het Hebreeuwse woord. Dat koninkrijk breekt aan als straks de Zoon van David zal gaan zitten op de troon van David. Dan breekt een nieuwe aeon aan en is deze huidige boze aeon afgesloten.
Wanneer die nieuwe aeon aanbreekt, zal Hij gaan regeren vanuit Jeruzalem. Het koninkrijk zal zich baanbreken over alle volkeren, over de zonen van de mensheid. Dat duurt duizend jaar lang, ook terwijl Satan dan gebonden zal zijn. Maar dat niet alleen: dat koninkrijk en de heerschappij van de Zoon van David zetten zich ook na die aeon voort; voor de aeon en verder. Want dat koninkrijk is voor al die aeonen die nog gaan volgen. Uw koninkrijk is een koninkrijk voor alle aeonen en Uw heerschappij is in elke generatie op generatie.
We zijn hier in de tijd ook verplaatst naar het moment dat de Koning daadwerkelijk Zijn heerschappij in deze wereld gevestigd zal hebben onder de volkeren, onder de mayim — hebt u die nog? Ja.
En dan kregen we die verborgen tekst. Hier kan ik geen Hebreeuwse tekst bijgeven, want in het Hebreeuws is die verloren gegaan; deze is niet meer te vinden. Maar dan staat er LXX, wat staat voor de 70, de Septuagint. Daar staat: "Betrouwbaar is JAHWEH in al Zijn woorden en getrouw in al Zijn werken." Enfin, ik heb daar al wat over gezegd, we gaan verder.
Oprichting voor de Gebogenen in het Komende Koninkrijk ↑ hoofdstukken
En dan, JAHWEH, dan begint er ook een geweldig nieuw gedeelte in mijn Bijbel. Vers 14 geeft een prachtige beschrijving: JAHWEH ondersteunt allen die vallen en Hij richt allen op die gebogen zijn. Kijk, je kunt hier een universele waarheid in vinden – zo is dat – maar het gaat hier ook over de tijd dat het Koninkrijk zich gevestigd zal hebben. Daar moet ik bij zeggen, maar dat had u inmiddels van mij denk ik wel begrepen, dat dit dan inderdaad de heersende waarheid zal zijn. Maar nogmaals, het is op zichzelf een universeel beginsel: Hij ondersteunt allen die vallen. Zouden we daar vandaag ook niet met recht steun aan kunnen vinden? Als je gevallen bent, is dat geen probleem. Weet je wat een probleem is? Als je je niet laat oprichten.
"Hij ondersteunt allen die vallen, Hij richt allen op die gebogen zijn." Dat woord vind ik heel mooi; het is ook heel beeldend. Je sluit je ogen en je ziet iemand die onder een last gebukt gaat. Hoeveel mensen zijn er niet die gebukt gaan onder een last, dat je gebogen door het leven gaat? De ellende van dat gebogen door het leven gaan is dat je de neiging hebt om alleen nog maar naar beneden te kijken. Dat is precies de kant waar je niet op moet kijken. Daarom word je opgericht. Waarom? Om weer omhoog te kijken. Hij richt allen op die gebogen zijn.
"Alle ogen zien uit naar U en U geeft hen voedsel te zijner tijd." Straks in het Koninkrijk zal er ook geen voedselgebrek meer zijn. Nu is er hongersnood en is er zoveel gebrek in de wereld. Jawel, maar straks niet. Straks zal Hij rijkelijk voorzien. Het zal een Koninkrijk zijn van welzijn, maar ook van overvloed, van melk en honing en alles. "Alle ogen zien naar U uit." Dat is trouwens mooi, want deze letter, de Ajin, is het Hebreeuwse woord voor 'oog'.
Zie je dat het fenomeen dan doorgaat? Dan begint het met de Hebreeuwse letter Pé: "U opent Uw hand en verzadigt al wat leeft met welbehagen." Het Hebreeuws is een hele suggestieve taal; het is allemaal heel fysiek hoe de dingen worden uitgedrukt. Het is niet abstract, maar je ziet het voor je: U opent Uw hand en U verzadigt al wat leeft met welbehagen. Die Hebreeuwse letter Pé, waar onze letter P natuurlijk ook vandaan komt, is eigenlijk het woord voor 'mond'. Je ziet het voor je: er wordt geopend en je wordt gevoed. U opent Uw hand en U verzadigt al wat leeft met welbehagen.
Dan de Tsadik: JAHWEH is rechtvaardig. Dat is mooi, want de letter Tsadik heeft alles te maken met het Hebreeuwse woord 'tsadik', en dat betekent inderdaad rechtvaardig. JAHWEH is rechtvaardig in al Zijn wegen. Als God een weg gaat, dan is dat altijd recht. Bij de mens is dat anders; mensen gaan kronkelwegen. Gods wegen zijn dikwijls verborgen, dat wel, maar ze zijn altijd recht. En Gods weg – we zingen het in een lied – Gods weg is ook altijd de beste. De beste wanneer? Altijd! Daarom is het ook zo'n rust om in die weg te gaan. We zongen daar trouwens ook over in Psalm 23: "U leidt mij in rechte sporen om Uw naams wil." De Heer is rechtvaardig, JAHWEH is rechtvaardig in al Zijn wegen en getrouw in al Zijn daden. Trouw, betrouwbaar; Hij houdt Zich aan Zijn woord.
Bij de Koph: JAHWEH is nabij allen die Hem aanroepen, allen die Hem aanroepen in waarheid. Dat is ook zo'n universele, alomvattende waarheid die altijd van toepassing is: wie Hem aanroept, zal vinden dat Hij nabij is.
Bij de Resh: "Het welbehagen van wie Hem vrezen doet Hij." Dat is een wat omstreden vertaling, want je zou het ook kunnen vertalen met "het welbehagen van Hemzelf". Hoort Hij het hulpgeroep vanwege het welbehagen van wie Hem vrezen? De vraag is dus even op wie dat welbehagen slaat: op degenen die roepen of is dat van Hemzelf? Nou ja, die kwestie laat ik hier even voor wat het is. In beide gevallen is het denk ik waar. Hij vervult de wens van wie Hem vrezen, zoals het ergens anders in de Psalmen staat. Hij hoort hun hulpgeroep en redt hen.
JAHWEH bewaakt allen die Hem liefhebben, maar al de slechten, de goddelozen roeit Hij uit. Eigenlijk is het Hebreeuwse woord voor goddeloos gewoon "wie slecht is", in de morele zin van het woord. Maar goed, dat is in de praktijk toch hetzelfde als degene die gewoon geen rekening met Hem houdt. En in het Koninkrijk zal ik u dit vertellen: wij poetsen niets weg. Wij geloven dat God uiteindelijk alles redt en dat al Zijn werken Hem zullen loven, maar in het Koninkrijk zal het wel degelijk zo zijn dat er geen plaats is voor de goddeloze. Absoluut niet; die delgt Hij uit. Wees er maar eerlijk over; ja, alles op zijn tijd. Deze waarheid staat dus ook. Die verdringen we niet; je moet haar laten op de plaats waar ze hoort. Namelijk in de aeonen, in de tijd dat het Koninkrijk gevestigd zal worden. Dan is er geen plaats voor degenen die geen rekening met Hem houden. Absoluut niet.
De Taf: de Climax van Lofprijzing Door Alle Vlees ↑ hoofdstukken
En dan komen we bij de laatste letter: de Tav. De Hebreeuwse letter Tav is eigenlijk een teken, maar ook een kruis. Van de lofprijzing van JAHWEH zal mijn mond spreken en alle vlees zal de heiligheid — dat wil zeggen de apartheid, want Zijn naam is uitzonderlijk en met recht heilig in de letterlijke zin van het woord — Zijn naam zegenen. In het Hebreeuws is het woord voor zegenen afgeleid van een werkwoord dat te maken heeft met een knie, en daarmee dus ook met knielen. Zijn naam zegenen betekent ook knielen, klein worden voor Hem. Daarin is ook de zegen besloten.
Het is prachtig, want deze psalm begon met de woorden: "Ik zal U verhogen", gesproken door David, en het eindigt ermee dat alle vlees de heiligheid van Zijn naam zal zegenen en daarvoor zal neerknielen. Er is geen ontkomen aan. God heeft gezworen: elke tong van binnenuit en elke knie zal buigen. Er zijn geen mitsen of maren, en niet één zal ontbreken. Dat zullen we toch? Niemand ontkomt daaraan. Niemand ontkomt ook aan Zijn liefde. Nooit. Want die is namelijk alomvattend. En als u zegt: "Ik reken niet met Hem", dan is het antwoord: "Nee, maar Hij wel met u."
Daar is niet aan te ontkomen: alle vlees zal de heiligheid van Zijn naam zegenen, voor de aeon en verder. Zo begon het en zo eindigt het. Hiermee is feitelijk de cirkel weer rond. Waar het begon, daar eindigt het ook weer, maar niet in de zin van een simpele herhaling. Het is eigenlijk meer als een spiraal. Het is wel steeds hetzelfde rondje, maar nu op een hoger niveau. Het begon met David die Hem looft en het eindigt met alle vlees, met al Zijn maaksels die Hem loven. Je bent dus weer terug, maar wel op een hoger niveau; je bent met recht verder gekomen.
En zo gaat God Zijn weg. Hij heeft de tijd, Hij heeft de aeonen in Zijn handen en Hij leidt zo alles. Wat een schoonheid laat zo’n psalm zien. Ik weet niet in hoeverre u bekend was met deze psalm, maar wat een glorie komt erin naar voren. Drieduizend jaar geleden door David gecomponeerd en opgetekend, en nog steeds komt de glorie van God zelf daarin tot uitdrukking. Nou, en daaraan wilden wij vanmorgen eens ruiken.
UltimateGoodNews