Paulus vervult het woord van God
16-02-2025 - Geplaatst door Andre PietPapendrecht
In Kolosse 1:25 schrijft Paulus dat aan het hem het beheer was toevertrouwd om het woord van God te vervullen. Totdat Paulus’ bediening aanving was het was het woord van God nog niet compleet. Op meerdere wijzen blijkt dit waar te zijn…
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: Paulus Vervult het Woord van God
- De Historische Context van de Colossenzenbrief
- De Ecclesia (het Uitroepsel) en het Beheer (oikonomia)
- Betekenis 1: het Completeren van de Schriften
- Betekenis 2: Paulus' Bediening Cryptisch Voorzegd in Jesaja
- Betekenis 3: Onbegrepen Leegtes in het Oude Testament Invullen
- Het Onthulde Geheim van de Voorbije Wereldtijdperken
- De Hoop Der Heerlijkheid: Christus Onder de Natiën en Alverzoening
Introductie: Paulus Vervult het Woord van God ↑ hoofdstukken
Wij gaan vanmorgen met elkaar eens nadenken in de Denksportvereniging over dit onderwerp wat u hier achter mij ziet geprojecteerd: Paulus vervult het woord van God. Het plaatje dat ik eronder heb gezet, moet dat ook enigszins verbeelden. Want wat je ziet, is een puzzel die niet helemaal compleet is, maar waar iets in wordt gelegd wat het wel moet volmaken, completeren. Daarmee heb ik u, wat dat werkwoord "vervullen" betreft, in ieder geval alvast op het goede spoor gezet.
Laten we eerst even dat gedeelte met elkaar lezen. Het zijn maar drie of vier verzen die we wat onder de loep gaan nemen. Die verzen zijn ontleend aan Kolosse 1. Ik begin middenin het 24ste vers. Dat eerste gedeelte van dat vers levert soms nog wat problemen op bij de uitleg, maar dat sla ik nu even over. Paulus heeft het daar over het feit dat hij de verdrukkingen van Christus aanvult ten behoeve van zijn lichaam, dat is de ekklesia. Trouwens, ik lees voor uit de NBG-vertaling en wanneer ik woorden cursief druk, geef ik daarmee aan dat ik wat afwijk; wellicht dat ik dat straks ook nog wat zal toelichten. De ekklesia, oftewel de gemeente, de uitgeroepenen.
Vervolgens zegt Paulus in vers 25: "Haar dienaar ben ik geworden naar het beheer dat mij van God wordt toevertrouwd, om onder jullie – en daar hebben we het, vandaar dat ik het ook even vet heb weergegeven – om onder jullie het woord van God te vervullen. Het geheim dat vanaf aeonen en geslachten verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan zijn heiligen. Hun wil God bekendmaken wat de rijkdom is van de heerlijkheid van dit geheim onder de natiën: Christus onder jullie, de hoop der heerlijkheid."
Tot zover; dat zijn maar een viertal verzen, zoals u ziet. Uiteraard gaat het vooral om dat middelste gedeelte, die ene zin. Maar om dat goed te kunnen begrijpen, moet je toch even het verband erbij pakken.
De Historische Context van de Colossenzenbrief ↑ hoofdstukken
Laten we eerst even wat uitzoomen: waar hebben we het over? Het gaat hier om een passage uit de Kolossebrief. Deze brief heeft Paulus geschreven vanuit Rome, de plaats waar u op de kaart het rode sterretje ziet. Ik hoef hier niet uit te leggen dat Rome een heel belangrijke stad is in Europa en in Italië, en daar was hij gevangene. Je leest aan het slot van het boek Handelingen dat hij daar uiteindelijk arriveert. Dat had heel wat voeten in de aarde gehad, maar hij verblijft daar vervolgens met een zekere mate van vrijheid. Officieel was hij echter als gevangene in Rome gedurende twee jaar, en dat zal zo ergens in de jaren 60, 61 of 62 geweest zijn.
Je leest daarover in Handelingen 28, helemaal aan het slot van het boek. Paulus' geschiedenis gaat nog verder, maar hier breekt Lucas zijn verslag af. Als je het slot van de Kolossebrief leest, Kolossenzen 4, waar ik hier ook naar verwijs, dan zie je dat Paulus deze brief optekent vanuit gevangenschap. Nu moet ik er ook bij zeggen dat dit op zich een mededeling is die ons niet per se naar Rome hoeft te brengen, want hij heeft wel vaker gevangengezeten. Maar de bekendste gevangenschap is toch die in Rome, en vanuit die plaats heeft hij deze brief dus opgetekend.
Dit gebeurde overigens samen met de Efezebrief. Die twee brieven zijn in dezelfde tijd geschreven en ook door dezelfde figuur verstuurd en op locatie gebracht. Deze brief is geschreven aan een geloofsgemeenschap te Kolosse, waar we op andere plaatsen ook over lezen en over een aantal mensen die daar een grote rol speelden. Deze ekklesia was niet ontstaan door de bediening van Paulus zelf, maar door een zekere Epafras. Zijn naam wordt een paar keer genoemd in deze brief. Hij had hen de boodschap bekendgemaakt zoals Paulus die wereldwijd mocht uitdragen onder de natiën.
Paulus zelf was dus niet in Kolosse geweest; ook daar maakt hij melding van in deze brief. Ze hadden zijn aangezicht nimmer gezien, maar hij was zeer begaan en hij had heel goed nieuws vernomen van Epafras over deze ekklesia die ontstaan was. Hij had echter ook gehoord over de gevaren die daar dreigden en de andersluidende leringen die duidelijk ingingen tegen de boodschap die Paulus daar uitriep. Ook dat wordt heel duidelijk als je de brief leest. Goed, dat even om de achtergrond in gedachten te hebben om dit te kunnen begrijpen. Dan begin ik nu bij vers 25.
De Ecclesia (het Uitroepsel) en het Beheer (oikonomia) ↑ hoofdstukken
Hij zegt dan: "Haar dienaar ben ik geworden," en ik heb zojuist al eventjes voorgelezen dat dit verwijst naar de ekklesia. Persoonlijk hecht ik altijd nogal aan het woord ekklesia. Je kunt zeggen dat 'gemeente' een veel Nederlandser woord is, en dat ben ik met u eens, maar 'gemeente' heeft ook weer heel veel andere betekenissen. Ik ben nu in de gemeente Papendrecht, toch? Is dat de gemeente eigenlijk? Zeg ik het goed? Ja, oké. Anyway, maar... ik bedoel, 'gemeente' kan allerlei termen en betekenissen hebben. Het woord ekklesia is een Grieks woord, maar de betekenis ervan is zo frappant omdat het letterlijk 'een uitroepsel' betekent. Je zou het dus ook hier kunnen weergeven met 'uitroepsel', maar ja, dat is wel weer erg Nederlands en ook wel een beetje vreemd, hè? Goed, het is ook nooit goed, hè?
Maar kijk, ekklesia betekent een uitroepsel. Dat is zo karakteristiek voor waar God vandaag mee bezig is. God houdt zich momenteel niet bezig – dat is niet Zijn programmapunt, als ik het zo mag zeggen – met deze wereld, maar met een uitroep. Hij roept mensen uit die ook tevoren gekend en bestemd zijn. Hij roept hen uit en brengt hen ook bij elkaar, in feite. We vormen een eenheid door namelijk het geweldige goede bericht over Zijn Zoon te verspreiden. Paulus zelf zegt ook dat hij gezonden is om wereldwijd bekend te maken wie Christus is en wat voor geweldige dingen God aan hem heeft toevertrouwd. Daarover gaat juist deze hele brief, maar ook met name de passage waar we het nu over hebben.
Paulus zegt: "Ik ben een dienaar juist voor dat uitroepsel." God roept vandaag uit. En ja, je verbaast je erover wie Hij dan uitroept. Ik bedoel, het woord klinkt en bij sommigen valt het, en bij anderen – in de praktijk de meesten – niet. Maar alles verloopt, daar ben ik altijd wel erg blij mee, naar Zijn plan. En ja, als je bij dat uitroepsel mag horen, dan is dat in feite een selectie, een geselecteerd gezelschap met de aller- allerhoogste bestemming. Paulus schrijft daarover en zegt: "Ik ben een dienaar voor die ekklesia." Dat is trouwens ook wel apart: Paulus is de enige apostel die over de ekklesia, de gemeente, dat uitroepsel, spreekt als het lichaam van Christus. Dat is een term die uitsluitend bij hem vindt, maar daarna heel veel. Daarmee drukt hij ook uit hoezeer dat uitroepsel, die ekklesia, verbonden is met het Hoofd, namelijk Christus Jezus.
Hij is vandaag verborgen – ook dat is een belangrijk thema in deze brief. Hoe staat het in Kolossenzen 3? "Bedenk de dingen die boven zijn, waar Christus is. En uw leven is met Christus verborgen bij God." Ik bedoel, alles wat we over Hem vertellen en wat we over Hem weten, is verborgen. Het staat zwart-op-wit en het berust op getuigenverslagen, dat wel, maar we hebben Hem nooit gezien. Maar die Christus, die zich nu op de allerhoogste positie bevindt, die is één met dat uitroepsel. Of anders gezegd: dat uitroepsel is één met Hem. Zo is het misschien beter: Hoofd en lichaam met elkaar verbonden. Het komt er feitelijk op neer dat alles wat God voor Hem heeft bestemd – ik bedoel het Hoofd, Christus Jezus – ook weggelegd is voor dat uitroepsel. Want zij deelt in Zijn positie en in wat Hem is toegewezen en wat Hij straks ook in bezit zal gaan nemen. Ja, dat deelt Hij met dat uitroepsel.
Daarover schrijft Paulus dus: "Haar dienaar ben ik geworden." En dan zegt hij: "Naar het beheer dat mij van God wordt toevertrouwd." Hier in de projectie zie je al dat ik wat gecursiveerd heb, schuingedrukt, en daarmee geef ik dus aan dat ik wat afwijk van de NBG-vertaling. De NBG-vertaling spreekt over "de bediening", of "krachtens de bediening", of "in overeenstemming met de bediening". De Statenvertaling spreekt van "de bedeling". In het Grieks staat daar een woord dat ik alweer grappig vind, want daar staat een Grieks woord dat we in het Nederlands heel erg goed kennen. Eigenlijk, als je het een beetje 'verwaspelt', dan zeg je gewoon: economie. Dat is het woord wat hier staat. Ons woord 'economie' is namelijk rechtstreeks afgeleid van dit Griekse woord: oikonomia. Oikos heeft te maken met een huis, en dat noemen we dan een wet, een regel, een huishouding. Misschien is dat wel de meest letterlijke weergave.
We spreken ook over de 'staatshuishouding'. Dat wil zeggen de hele gang van zaken, de hele administratie die verband houdt met het beheer van een huis. Huis moet je dan heel breed opvatten, niet alleen maar als een gebouw waar je als gezin woont, maar in feite is een hele samenleving ook een huis; daar waar je gezamenlijk woont en wat beheerd moet worden. Vandaar dat we er in die termen over spreken. Het woord 'beheer' geeft dat perfect aan, of 'rentmeesterschap'. Kent u dat? Dat is niet zo’n heel bekend woord meer, maar kijk: je hebt een eigenaar van een huis of van huizen, en zo’n eigenaar kan het beheer toevertrouwen aan iemand anders. Die beheerder is niet de eigenaar, maar hij krijgt het in beheer. Hij is ook verantwoordingsschuldig en mag de gang van zaken regelen.
Dat geeft ook meteen de bijzondere positie aan die aan Paulus is gegeven. Aan hem is namelijk het beheer gegeven om de ekklesia toe te rusten en om haar dat te vertellen en toe te vertrouwen wat hij van Godswege ook toevertrouwd heeft gekregen. In feite, als je wilt weten hoe het zit in de huidige gang van zaken en die hele onderbreking – ik kom er straks nog op terug – die we nu meemaken in de heilsgeschiedenis, al tweeduizend jaar... Dat is een tussenstop, een pauze, een intermezzo zeg maar. Gedurende dit intermezzo is Paulus degene die feitelijk het beheer voert. Dat wil zeggen dat wat hem is toevertrouwd, hij zwart-op-wit heeft mogen vastleggen. Destijds in zijn dagen gaf hij het mondeling door; hij heeft toen mogen doorgeven, en godzijdank heeft hij het ook vastgelegd in – zoals hij dat noemt in Romeinen 16 – profetische geschriften. Het staat dus zwart-op-wit, en in die brieven wordt dat allemaal zo verteld.
We lezen even verder: "Haar dienaar – dus van die ekklesia – ben ik geworden naar het beheer dat mij van God wordt toevertrouwd, om onder jullie..." Want er staat een meervoud. Er staat in de NBG-vertaling "u", maar "u" kan zowel enkelvoud als meervoud zijn. Het gaat hier over een meervoud: "...om onder jullie het woord van God te vervullen." De NBG-vertaling heeft daar een hele zin van gemaakt: "tot zijn volle recht te doen komen". Ik bedoel dat niet te bekritiseren; ik zeg niet dat het niet waar is, maar er staat eigenlijk gewoon een veel simpeler woord, namelijk het woordje pleroo. Dat heeft te maken met – het betekent letterlijk – volmaken of vervullen, eventueel dus in de zin ook van completeren, want dat is wat vervullen ook is. En ja, de vraag is dan, want die had ik in de aankondiging ook geschreven: wat bedoelt hij daar nou eigenlijk mee, dat Paulus zegt dat aan hem het beheer is gegeven? Laten we de hele zin nog eventjes lezen. "Aan mij is het gegeven..." Kijk, hij is een dienaar, een diakonos. Dat is ook zo’n Grieks woord: een diaken, een dienaar van de ekklesia. En dat is in overeenstemming met het beheer dat hem van God wordt toevertrouwd. En wat houdt dat dan in? Nou, om onder jullie...
Betekenis 1: het Completeren van de Schriften ↑ hoofdstukken
Ik wil op drie zaken wijzen, op drie betekenissen. Daarbij is het niet een kwestie van welke betekenis de juiste is – dat is een leuke woordspeling in dit verband – want ze vullen elkaar simpelweg aan. Het zijn drie verschillende aanvliegroutes, maar in alle drie de gevallen worden we bevestigd in wat hier staat: aan Paulus is dat beheer gegeven om het woord van God te vervullen.
De eerste is misschien de meest voor de hand liggende. De eerste gedachte die bij u zou kunnen opkomen, is dat Paulus de Schriften, het woord van God, gaat completeren. God heeft iets te melden – wat zeg ik, Hij heeft heel veel te melden – en dat is een complete bibliotheek. Want dat is wat de Bijbel is, toch? Een hele bibliotheek. Maar die was in de dagen van de eerste eeuw nog steeds niet compleet. Paulus zelf heeft dertien brieven geschreven met zijn naam eronder, veertien brieven als je de Hebreeënbrief ook meerekent. Die brieven heeft hij opgetekend en daarmee heeft hij het toen nog incomplete woord van God aangevuld. Ik zeg niet het 'imperfecte' woord van God, want dat zou niet juist zijn. Het woord van God is altijd perfect, zelfs toen het nog niet compleet was. Maar het was nog niet voltooid; de bibliotheek was om zo te zeggen nog niet vol.
Aan Paulus is de bediening of het beheer gegeven om het woord van God te completeren. Hij heeft dingen zwart op wit vastgelegd die tot dusver nog niet vastgelegd waren. En dat niet alleen, het is zelfs zo dat hij aan het einde van zijn leven ook nog zeer actief is geweest. Ik vertel dat er nu even bij, maar dat komt nog: dit jaar geef ik in Nunspeet een hele Bijbelstudieserie die over dit onderwerp gaat. De volgende keer ga ik het er ook over hebben hoe het Nieuwe Testament tot stand is gebracht, maar ook hoe Paulus en andere apostelen, met name Petrus, aan het einde van hun leven actief zijn geweest om de geschriften bij elkaar te brengen en te redigeren. Want ja, het is één ding om iets zwart op wit te zetten, maar het waren boeken, geschriften, brieven en opstellen die overal verspreid waren. Die moesten ook bij elkaar gebracht worden. En wie waren daarvoor gevolmachtigd? Dat waren de afgevaardigden, de apostelen. Vandaar ook dat ze aan het einde van hun leven daar zo actief mee zijn geweest.
Paulus heeft dus een heel belangrijk aandeel gehad in het compleet maken van de Schriften, het woord van God. Als hij hier zegt: "om onder jullie het woord van God te vervullen", dan is in ieder geval één van de gedachten die juist is, dat hij de Schriften completeert. Maar ik heb er nog twee; er is nog een betekenis die ik wil noemen en waar ik wat uitgebreider bij stil wil staan.
Betekenis 2: Paulus' Bediening Cryptisch Voorzegd in Jesaja ↑ hoofdstukken
De tweede betekenis is dat hij in dat werk wat hij doet, zijn bediening onder de natiën, onder de volkerenwereld, ook is voorzegd. Als je die gedachte erbij betrekt—op een verborgen wijze voorzegd, moet ik erbij zeggen, ik ga dat straks nog toelichten—dan krijg je een heel logische en ook in de Bijbel zeer bekende gedachte. In feite, als je in een concordantie dat woordje 'vervullen' zou opzoeken, dan zul je heel vaak, misschien zelfs wel in de meeste gevallen, deze betekenis vinden. Namelijk dat, om maar wat te noemen, in het eerste bijbelboek van het Nieuwe Testament, Mattheüs, heel vaak wordt gezegd: "Jezus deed dit, opdat vervuld zou worden hetgeen van Hem geschreven stond bij de profeet Jesaja." En dan volgt het citaat. Kortom, als iets voorzegd is, dan wacht dat op de vervulling. Dat is een heel logische gedachte; een profetie moet vervuld worden.
Wel, als het zo is—ik zeg het nu nog even hypothetisch, want we moeten dat nog zien—dat Paulus' bediening voorzegd is, dan betekent dat dus dat hij, als hij inderdaad zijn bediening volvoert, daadwerkelijk ook het woord vervult. De profetie vervult. Ik kan me voorstellen dat sommige mensen hier wat moeite mee hebben. Want is het niet zo, juist ook in deze passage waar we straks nog over spreken, dat Paulus zegt: "Dat wat ik vertel, was in vroegere tijden allemaal verborgen, het was onbekend"? Hij maakt het nu bekend, maar in het Oude Testament was het onbekend en verborgen. Sommige mensen trekken daar de conclusie uit dat het in het Oude Testament ook niet terug te vinden is, omdat het verborgen was. En dat is een verkeerde conclusie. Het loutere feit dat het verborgen was, wil zeggen dat daar een bedekking op lag. Het was dus onbekend, maar niettemin werd op een verborgen wijze al verwezen naar of gesproken over hem die zou komen.
Ik geef toe, het klinkt wat cryptisch. 'Cryptisch' is trouwens ook een Grieks woord, wist u dat? Het betekent 'verborgen'. Paulus gebruikt dit woord ook in deze brief meerdere keren. Cryptisch, op een versleutelde manier; denk aan cryptografie. Dat wil zeggen: je kunt er wel in, maar dan moet je wel de sleutels hebben, anders gaat dat niet gebeuren. Dat geldt hiervoor ook. Want als op een cryptische wijze in het Oude Testament al gesproken wordt over Paulus en dat wat hij zou gaan doen, dan is dat alleen met terugwerkende kracht te herkennen. Alleen als je de sleutels hebt, dan snap je het, maar anders zou je er niet op komen. Nogmaals, ik geef toe, ik ben nog steeds cryptisch.
Laten we gaan naar Jesaja 49. Dat moet ik wel even toelichten. In Jesaja vind je een aantal profetieën, en als u een begripsvertaling hebt, dan zie je dat ook in de opschriften staan: 'De eerste profetie aangaande de Knecht des Heren', 'De tweede profetie aangaande de Knecht des Heren'. Jesaja 42, 49 en 53 zijn heel bekende voorbeelden. Jesaja 53 spreekt over het Lam dat ter slachting wordt geleid, als een schaap dat stom is voor zijn scheerders. Dat is een profetie aangaande de Knecht des Heren, de Messias die zou komen. Jesaja 49 is ook zo’n profetie. Je zou eigenlijk vanaf het begin moeten lezen, maar dat zou te ver voeren. Ik haak aan bij vers 5.
Daar staat: "Maar nu zegt JAHWEH, de Heer die Mij van de moederschoot aan vormde tot zijn Knecht..." Het gaat hier over de Messias; kijk het maar na in het voorgaande. Wat erbij staat is dat de Heer die Messias van de moederschoot aan vormde—wat een veelzeggende term is natuurlijk, want Hij werd geboren uit de maagd Maria. Hij is letterlijk en figuurlijk van Godswege op een unieke wijze voortgebracht, vanaf de moederschoot aan gevormd tot Zijn Knecht. En waarom? Om Jakob—dat is de term voor het volk Israël, of eigenlijk voor een ongelovig Israël—tot Hem terug te brengen. De naam Jakob suggereert al dat er nog een omkering plaats moet vinden en Jakob nog Israël moet worden. Maar de Knecht van de Heer was geroepen en gevormd met een doel. De Heer Jezus was gezonden, vergeet dat niet, Hij zegt dat heel uitdrukkelijk: "Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls." Dus om hen terug te brengen: "Ik ben gevormd tot zijn Knecht om Jakob tot Hem terug te brengen en om Israël tot Hem vergaderd te doen worden." Het is een parallellisme: twee zinnen waarin in feite dezelfde waarheid wordt uitgedrukt, maar in andere bewoordingen.
En dan staat er tussen haakjes bij: "En Ik werd geëerd in de ogen van JAHWEH en mijn God was mijn sterkte." Het is een soort tussenzin, een intermezzo. Terwijl de Heer dus werd uitgezonden en de missie had om Jakob tot God terug te brengen, lijkt het wel—en ik loop nu even voor de fanfare uit, want we moeten dat nog zien in het volgende vers—dat de Heer Zelf in ieder geval door God werd vereerd en op waarde werd gezet. "Ik werd geëerd in de ogen van JAHWEH en mijn God was mijn sterkte." Ik lees verder in vers 6: "Hij zegt dan: Het is te gering dat Gij Mij tot een Knecht zoudt zijn om de stammen van Jakob weer op te richten en de bewaarden van Israël terug te brengen; Ik stel U tot een licht der volken, opdat mijn heil reike tot het einde der aarde."
Je zou nu eigenlijk ook het voorgaande al even gelezen moeten hebben. De dag is nog lang, dus doe dat maar even als u thuiskomt; ik kan het erg aanbevelen om dit te begrijpen. Maar ik kan u verklappen wat hier staat. De Knecht des Heren zegt in vers 4: "Ik zei: voor niets heb ik mij vermoeid, nutteloos en tevergeefs heb ik mijn kracht verbruikt; maar voorwaar, mijn recht is bij de HEERE, mijn arbeidsloon is bij mijn God." Mag ik even een bijbeltje hebben? Want dan spreken we hier echt vanuit het Woord. Dank u, u krijgt hem weer terug, zo ben ik dan ook wel weer. In vers 4 zegt Hij dus dat Hij een missie krijgt om Jakob terug te brengen tot God, maar Hij zegt: "Tevergeefs, het gebeurt niet." Het volk hoort niet.
Wat God dan tegen Hem zegt is: "Het is te gering dat je voor Mij een Knecht zou zijn om de stammen van Jakob weer op te richten en de bewaarden van Israël terug te brengen." Om het even te parafraseren: "Ik stel Jou tot een licht van de volkeren." Israël mag dan niet luisteren en Jouw missie onder het volk mag dan tevergeefs geweest zijn—bij wijze van spreken, want bij God gaat er natuurlijk nooit iets mis en God wist dat wel—maar dat wordt juist hier ook aangegeven. Als Israël dan niet luistert, dan word Je gesteld tot een licht van de volkeren, opdat Mijn heil—er staat hier trouwens in het Hebreeuws het woordje 'Yeshua', degenen die Hebreeuws kennen kunnen dat hier zien staan, dat is gewoon de naam van de Heer Jezus, Redder—opdat Mijn heil reike, de redding reike, tot het einde der aarde. Dat wil zeggen: Israël mag dan ongelovig zijn, maar nu ga Ik Jou vervolgens inzetten voor de wereld.
...tot een licht voor de natiën instellen, zodat de boodschap van redding naar het einde der aarde gaat. Dat is een term waarvan men heel vaak heeft gezegd: "Zie je wel dat de Bijbel een wereldbeeld heeft dat niet klopt? Want toen dachten ze nog dat de aarde een platte pannenkoek was en dat je er vanaf kon vallen." Maar dat heeft er niks mee te maken natuurlijk.
Nee, want het 'einde der aarde'... dat vind ik altijd leuk om er even bij te zeggen. Als je de Bijbelse definitie van de aarde kent: het land, dat is het droge. De Bijbel kent geen planeet die 'aarde' heet. Wij wel, maar de Bijbel niet. Nee, de aarde is niet de naam van een planeet, maar het is gewoon het droge. God noemde het droge 'aarde' of 'land' – dat is hetzelfde trouwens. Het einde der aarde is dus daar waar het nat begint te worden, om het zo te zeggen; waar de zee begint. Het einde der aarde is gewoon de kuststrook. En dat maakt het heel duidelijk: ik woon aan het einde der aarde. Ja, in Katwijk aan Zee. Bijna.
In ieder geval, Israël mag dan weliswaar ongelovig zijn, maar wat doet God? Hij stelt Zijn Knecht, de Messias, vervolgens tot een licht voor de volkeren, opdat de boodschap van redding zou reiken tot aan het einde der aarde. En wat herken je hierin? Nou, ik zou zeggen: lees eens Romeinen 9 tot 11, ook zo'n mooie onderbreking waarin Paulus ingaat op hoe Israël weliswaar de boodschap van de opgestane Messias verwerpt. Ze hebben niet alleen de Messias gekruisigd, maar vervolgens ook de prediking van de Opgestane verworpen. En de twaalf worden eigenlijk gepasseerd, en dan wordt Paulus geroepen en die gaat naar de natiën toe. Dat is wat hier geprofeteerd wordt.
Maar – en nu komt mijn punt, want ik snap wel waarom u nu een beetje denkt: "Hallo, maar wat heeft dit nou nog met Kolossensen 1 te maken?" – nou, u moet bij mij altijd even geduld hebben. Heel veel geduld. Vraag maar aan Petra. Hij citeert dit. De laatste zinssneden van dat vers worden door Paulus geciteerd in Handelingen 13. En daar ga ik u nu mee naartoe nemen.
In Handelingen 13, even voor de goede orde: Paulus is daar in Antiochië, dat in het huidige Zuid-Turkije ligt, en daar is hij in de synagoge, zoals dat gebruikelijk is. Kijk maar in het boek Handelingen. De boodschap die hij daar uitdraagt wordt daar gewoon verworpen. Ik bedoel, hij bewijst vanuit de Schriften wat hij te melden heeft, maar ja, het gaat zo in tegen alle tradities dat zijn boodschap wordt verworpen. Nou, en dan reageert Paulus samen met Barnabas in vers 46 zo: "Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: 'Het was nodig dat eerst tot jullie, Joden hier in de synagoge, het woord van God werd gesproken. Maar nu jullie het verstoten en jullie het eeuwige leven...'" – ik stotter niet hoor, maar het is met opzet dat ik het zo zeg – "'...het eeuwige leven, dat wil zeggen: het leven van de eeuw, van de toekomende eeuw (daar gaan we het verder nu niet over hebben), maar omdat jullie dat leven van de toekomende eeuw niet waardig keuren: zie, nu wenden wij ons tot de natiën.'" Jullie willen het niet? Oké, dan gaan we naar de natiën toe.
En dan zegt hij: "Want zo heeft ons de Heer geboden." En het citaat opent hier, want hij gaat nu een citaat geven uit Jesaja 49, vanuit dat gedeelte wat we zojuist lazen: "Want zo heeft ons de Heer geboden: Ik heb u gesteld tot een licht der natiën, opdat gij tot heil zoudt zijn tot aan het uiterste der aarde." Een regelrecht citaat uit Jesaja 49. Wat nu zo apart is, is dat dit door Paulus geciteerd wordt uit Jesaja 49, maar als je in Jesaja 49 leest, dan wordt het gezegd tot de Knecht des Heren, de Messias. Toch? Het verband is wel identiek, namelijk: Israël is ongelovig als volk en de missie is tevergeefs. "Tevergeefs heb ik mij ingezet en gearbeid." Ja, en dan zegt God: "Maar Ik stel jou, Messias, de Christus, Ik stel je tot een licht voor de natiën."
En wat zegt Paulus nu? "Want zo heeft ons de Heer geboden." Met andere woorden: het wordt tot Christus gezegd, maar het wordt via Paulus vervuld. Waarmee gezegd is – en dit is een hele belangrijke gedachte die u echt moet vasthouden: Christus openbaart Zich in deze tijd aan de natiën via Paulus. En vandaar ook dat die bediening van Paulus zo belangrijk is, want de woorden die hij spreekt en die hij heeft doorgegeven, dat wat hij verkondigt, dat wat hij ook heeft mogen boekstaven, op schrift heeft gesteld... ja, dat is het Woord van God. Het is ook op een verborgen wijze voorzegd. Want als je Jesaja 49 leest, dan zeg je: "Maar dat wordt gezegd tegen de Christus. Hoe zal dat dan in zijn werk gaan?"
De aardigheid is natuurlijk: wij weten dat de Heer Zich weliswaar tevergeefs gericht heeft tot Israël, ook in het boek Handelingen. En dan gaat Paulus uitleggen, met name in de Romeinenbrief, en dan zegt hij: "Ja, maar Israël is nu weliswaar gestruikeld, maar dat is helemaal in overeenstemming met het plan van God. Het moest zo gaan." Dus het gaat fout, maar daardoor gaat het goed. Wie het vatten kan, die vatte het. Het is namelijk voorzegd.
En nu, hoe zegt hij dat dan? "Israël is gestruikeld, opdat..." Ik kijk niet weer in mijn Bijbeltje, want dit moet ik zo uit mijn hoofd weten: "...opdat zij vallen zouden?" Nee, volstrekt niet, zegt Paulus dan in Romeinen 11. Door hun struikeling is het heil naar de natiën gegaan en hun tekort, dat is juist de rijkdom van de natiën. En dan zegt Paulus: "Ja, maar wat zal het dan niet zijn als Israël alsnog uiteindelijk wel tot geloof komt? Dat wordt een opstanding uit de doden." Maar wij leven nu in die onderbreking. Israël staat terzijde en nu, in deze tijd, gaat het heil naar de natiën; spreekt Christus tot de natiën. Het licht gaat naar de volkerenwereld. En hoe doet God dat? Wel, via de apostel Paulus.
Met andere woorden: Paulus is op een verborgen wijze voorzegd in het Oude Testament. Ik denk dat er meer Schriftplaatsen zijn die daarop wijzen, maar deze is wel heel duidelijk. Juist omdat hij in Handelingen 13 zegt: "Ja, ons heeft de Heer dat geboden", terwijl het gaat over de Knecht des Heren. Met andere woorden: de Knecht des Heren spreekt via Paulus. We zijn in de denksportvereniging, dus u moet er wel even bij blijven.
Oké. Ja, en nu komen we nog bij de derde betekenis, maar het een sluit het ander niet uit. Sterker nog, ik zei al: het vult elkaar aan. Namelijk als hij zegt: "Om onder jullie het woord van God te vervullen". We hebben dus gezien dat hij de Schriften completeert, jazeker. En hij vervult het ook omdat hij op een verborgen wijze al is voorzegd door de profeet Jesaja. Dat is de tweede betekenis.
Betekenis 3: Onbegrepen Leegtes in het Oude Testament Invullen ↑ hoofdstukken
De derde betekenis is dat Paulus onthult wat tot dusver in Gods woord onbekend en onbegrepen was. Kijk, Gods woord bevat heel veel gaten, als ik het zo mag zeggen. Ik haast me erbij te zeggen — maar ik val in herhaling — dat dat geen imperfectie is, maar het was nog niet compleet. Er zijn zo ontzettend veel passages in het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel, die eigenlijk onbegrijpelijk zijn en waar je ook geen idee van hebt waarom ze in hemelsnaam in de Bijbel staan. Dat betekent dat er nog stukjes ontbreken. Vandaar dat ik weer even verwijs naar dat plaatje op de eerste dia: er ontbreken stukjes. Wat Paulus doet met het bekendmaken van het geheim door zijn bediening, is dat hij dingen invult. Hij vervult het woord van God. Dat wil zeggen: wat tot dusver leeg was, geen inhoud had, geen betekenis had. Zo zeggen we dat toch?
Er zijn heel veel dingen waarvan je zegt: ik heb geen idee waar dit over gaat of waar dit naar verwijst. Het krijgt pas zin, het krijgt inhoud, oftewel vervulling, op het moment dat je begrijpt waar het wel over gaat. Ik heb thuis uiteraard een lijstje gemaakt van passages, die ik hier vertoon. Die lijst had heel erg lang kunnen worden hoor. Ik noem hier zomaar een aantal, tamelijk random. Willekeurig, hè? Neem Jakob die naar het buitenland gaat. Ik neem aan dat u de geschiedenis van Jakob kent, en zo niet, dan is er ook geen ramp. Maar het wordt trouwens pas een leegte op het moment dat je de geschiedenis wel kent. Dit is trouwens iets waar je juist dikwijls op stuit als je de Bijbel kent. Je leest allerlei gedeelten — ik weet niet hoe u opgevoed bent, maar bijvoorbeeld bij de maaltijd lees je een passage uit het Oude Testament — en dan denk je: oké, geen idee waar dit nou eigenlijk over gaat. Waarom staat dat er nou? Nou ja, dan heb je net als die man, die kamerling uit Morenland: 'Hoe zou ik dit begrijpen als niemand mij het uitlegt?' Het is mooi als je een Filippus hebt die de goede richting wijst.
Het blijkt dat er zoveel geheimen nog verborgen zitten in het Oude Testament die nog gevuld moeten worden. De geschiedenis van Jakob in het buitenland: Jakob die een wending van ongeloof neemt en vervolgens naar het buitenland gaat — twintig jaren trouwens — en dan weer terugkeert en Jakob Israël wordt. Waarom al die geschiedenissen daar bij zijn oom Laban? Waarom staat dat er? Ik zal u dit vertellen: op het moment dat je gaat begrijpen waar het werkelijk over gaat, dat wil zeggen als je weet hebt van wat God vandaag doet terwijl Israël ongelovig is, voor twintig eeuwen in het buitenland verkeert en straks weer terugkeert... als je het eenmaal begrijpt, dan zeg je: wacht even, daar stond ik niet bij stil! Ineens krijgt zo'n gedeelte, waarvan je anders zou kunnen zeggen: 'O, interessante geschiedenis, we gaan weer verder, so what?', inhoud. Het krijgt inhoud juist doordat je weet dat het betrekking heeft op die tussentijd, op een onderbreking in de geschiedenis.
Of wat dacht u van Jozef die verkocht wordt? Hij verkeert ook incognito in het buitenland en wordt uiteindelijk herkend. Jozef, wie weet daar dan nog van? Hij blijkt dan toch verborgen verhoogd te zijn, de hoogste positie te hebben, en uiteindelijk wordt hij erkend door zijn broers die hem hebben verworpen. Ik zou zeggen: als je eenmaal weet waar het over gaat, vul het kleurplaatje dan zelf maar in. Dat is niet zo moeilijk. Maar als je alleen maar de geschiedenis kent van Jozef, dan is dat een mooie geschiedenis, een mooi verhaal, een mooi zondagsschoolverhaal, maar het is leeg als je niet ziet dat het werkelijk betrekking heeft op veel grotere zaken, op het hele plan van God.
Of die merkwaardige geschiedenis van de geboorte van Zerach, die zijn handje uitsteekt en met een scharlakenkoord trekt hij zijn hand weer terug, en dan komt alsnog zijn broer tevoorschijn. Hij krijgt de naam Breuk: Peres. Een onderbreking. Zerach wordt geboren, maar zijn geboorte — wat 'het opgaande licht' betekent, want dat is wat Zerach betekent — wordt onderbroken. Waarom staat dat in de Bijbel? De bevalling van een tweeling die wel heel eigenaardig is. Er zitten hier verloskundigen in de zaal, toch? Is het niet? Maar juist vorige week hebben we het er nog over gehad: zoiets maak je echt niet mee hoor. Goed.
Of een Mozes die verworpen wordt door zijn broers en dan ook naar het buitenland vertrekt. Veertig jaren verblijft hij in het buitenland en uiteindelijk komt hij dan weer terug. Of het hele boek Richteren, dat staat er vol van. Het feit dat het hele boek Richteren een onderbreking is. Ik bedoel: het volk is verlost uit Egypte, maar voordat de koning er is, gaat daar nog een hele tijd overheen. Al die richters gaan over die tussentijd, of je het nu hebt over een Ehud, een Gideon, een Jefta of een Simson. Noem ze maar op! Ze gaan juist allemaal over die merkwaardige pauzes, van die intermezzo's. Dan moet je opletten wat er dan gebeurt. Of een David die gezalfd wordt, maar het zou nog een hele tijd duren alvorens hij daadwerkelijk koning zou worden. Waarom staat dat in de Bijbel? En dan verblijft hij en heeft hij een gezelschap om zich heen, een ekklesia. Stel dat u dat trouwens niet wist, dan neem ik u dat niet kwalijk. Aangenaam kennis maken, ja.
Nou ja, ik zeg er maar bij: enzovoort, enzovoort, enzovoort. Want dat is natuurlijk wel zo: de Bijbel, het hele Oude Testament, staat vol met zulke gaten die vervuld moeten worden. En Paulus zegt — nu moet ik weer aanhaken bij Kolossensen 1 — dat hem het beheer is gegeven om het woord van God te vervullen, te completeren. Ook in die zin dus. Laten we dat nu zelf dan gaan uitleggen.
Het Onthulde Geheim van de Voorbije Wereldtijdperken ↑ hoofdstukken
En nu komen de lijntjes alsnog gewoon helemaal bij elkaar. Het geheim, de verborgenheid – in het Grieks staat er een woord dat we ook allemaal kennen: het mysterie dat vanaf eeuwen, of beter aeonen, wereldtijdperken en generaties verborgen is geweest. Dus wat Paulus vertelt, wordt thans geopenbaard aan zijn heiligen. Wat hij te melden heeft, is dat hij het woord van God vervult. Hij zegt erbij: dat wat ik te melden heb, dat geheim, dat was al die wereldtijdperken die al geweest zijn en tot op deze generatie was het verborgen.
Het is er wellicht in terug te vinden; het kon vermoed worden, maar het was bedekt. En Paulus neemt de bedekking weg. Wanneer je de bedekking wegneemt, dan doe je een geweldige ontdekking. Dat is precies wat hij doet. Juist dan komt het Oude Testament ineens tot leven. Zelfs allerlei 'doodse' dingen, van bloederige zaken tot een dier dat sterft maar vervolgens opstijgt tot God, dat krijgt ineens betekenis. Echt waar, alles wat je voorheen niet begreep, krijgt ineens inhoud. Dan wordt het Oude Testament een goudmijn, want je gaat allerlei dingen ontdekken die bij nader inzien een geweldige betekenis hebben. Zonder dat Paulus dit bekend had gemaakt, had je het niet begrepen. Dat is wat hij mag doen.
Dit zegt hij niet alleen hier; kijk het maar eens na. In Romeinen 16 zegt hij exact hetzelfde en in Efeze 3 zegt hij ook exact hetzelfde. Dus het zit hem nogal hoog. Dat wat ik te melden heb, dat is een geheim zo groot. En nu hij het mag bekendmaken en het ook op schrift heeft gesteld, kunnen wij het er hier in 2025 over hebben en erover spreken. Dat is aan hem toevertrouwd en thans geopenbaard aan zijn heiligen.
Om de waarheid van die ekklesia in onze dagen even puntsgewijs samen te vatten: wat is dat geheim dan? Want dat is wel een nadeel als je een hele uitgebreide toelichting geeft; dan wil je toch even weer de puntjes op de i zetten. Het is dit: dat Israël vandaag in ongeloof is, verstrooid onder de natiën – officieel nog steeds trouwens – en dat God Zich momenteel een volk vergadert, een ekklesia uit de natiën. Dat gezelschap krijgt de allerhoogste bestemming. Waarom? Omdat die ekklesia het lichaam van Christus is. Wij horen bij datgene wat aan Christus, het Hoofd, is toegevoegd en beloofd.
In wezen komt die ekklesia ook in het Oude Testament voor. Waarom? Omdat er gesproken wordt over de Messias aan wie alles wordt onderworpen. Alles wordt onder Zijn voeten gesteld, en dan is dat ook onder onze voeten. Wij maken daar immers deel van uit. En als u het niet geloven wilt, dan moet u Efeze 1 er maar eens op naslaan, want daar staat het zelfs expliciet. Goed, dat is nogal wat, hè.
De Hoop Der Heerlijkheid: Christus Onder de Natiën en Alverzoening ↑ hoofdstukken
Paulus zegt er dan nog bij in vers 27: hun wil God bekendmaken — dat zijn de heiligen, degenen die Hij vandaag apart zet, want dat is wat een heilige is — hun wil God bekendmaken wat de rijkdom is van de heerlijkheid van dit geheim onder de natiën. Nou, alleen die term belooft al heel veel: de rijkdom van de heerlijkheid. Van wat dan? Van dit geheim onder de natiën. Daar volgt eigenlijk een dubbele punt. Wat je daarmee dus ziet, is dat het geheim verband houdt met wat God nu doet: Zijn werk onder de natiën, buiten Israël om. Er staat bij: dit namelijk. In uw vertaling staat er gewoon een dubbele punt of 'namelijk': Christus onder jullie.
Ja, waar is Christus nu? Het eerste antwoord dat je zou geven, is: Christus is vandaag verborgen in de hemel. Dat is correct, volkomen correct. Maar Hij is ook vandaag verborgen onder de natiën. Beide beweringen of beide uitleggingen zijn volkomen correct. Christus is onder jullie, de natiën. Verborgen, ja natuurlijk. Het is een geheim. Alles wat God vandaag doet is geheim, het is verborgen. Straks treedt Hij in de openbaarheid, dan wordt het verhaal anders. Dat is de tijd van de openbaring, de apocalyps. Maar nu is het allemaal verborgen. Christus onder jullie, dat is de hoop der heerlijkheid. Sommige vertalingen zeggen: de verwachting van de heerlijkheid. Ik denk dat wij er echt geen idee van hebben hoe geweldig het is wat God voornemens is en wat dat geheim inhoudt, want hier wordt het samengevat met de hoop der heerlijkheid.
Vergis je niet in wat God met Christus gaat doen. Met Christus bedoel ik dan Hoofd en lichaam. Je moet soms aan die gedachte wennen. Ik herinner me nog heel goed dat toen deze dingen, erg lang geleden, mij duidelijk werden: wauw! Als het over Christus gezegd wordt, dan gaat het dus ook over ons, want wij zijn namelijk met Hem verbonden als Hoofd en lichaam. En het doel is het heil van de schepping. Dat is wat God in het vizier heeft: Hij gaat heel de schepping in Christus samenvatten. Ik heb de 'bonnetjes' erbij geleverd: in Efeze 1 vers 10 staat het letterlijk zo. Moet je je voorstellen: God gaat nu nog heel exclusief te werk door een ekklesia uit te roepen, jawel, maar Zijn plan is 'all-inclusive'. Heel de schepping, ieder in zijn eigen rangorde. Hij ziet niemand over het hoofd. Alleen dat al, dat is de hoop der heerlijkheid: heel de schepping wordt in Hem, in Christus, samengevat.
We gaan straks ook nog een enorme taak krijgen daarboven. Het is nu niet het onderwerp, maar reken maar dat dat groots is. Daar gaat God trouwens ook nog wereldtijden, aeonen, voor uittrekken waarin Christus de hele schepping, alles in de hemel en op aarde, onder één Hoofd gaat samenvatten. Dat is Christus, in wie wij ook medelootgenoten zijn. U zegt: wat zeg je nou weer? Nou, dat staat er, ik citeer nu vrij letterlijk Efeze 1 vers 10 en 11. Het gaat erom heel de schepping ook te verzoenen. De schepping mag dan van God vervreemd zijn of Hem zelfs vijandig gezind zijn, maar God gaat door het bloed van het kruis de hele schepping, elk creatuur, overtuigen van Zijn liefde. Al brengen ze Zijn Zoon aan het kruis, Hij zegt: ik hou van je en Ik laat je nooit meer gaan. Hoeveel houdt Hij van je? Hoeveel houdt Hij van deze schepping? Kijk naar het kruis op Golgotha: zoveel! Hij gaat heel de schepping overtuigen, elk creatuur, van Zijn liefde.
Dat is wat Hij ook noemt in Kolosse 1 vers 20, waar gesproken wordt over dat God het al tot Zich zal verzoenen door het bloed van het kruis. Ja, het heelal. Dat is heel veel hoor, kan ik u vertellen. Sterker nog: daar is niets van uitgesloten. Is dat alverzoening? Ja, dat is alverzoening. Hier zeg ik het gewoon duidelijk. Is daar iets van uitgesloten? Nee, niets. Er is één voorwaarde om verzoend te worden en dat is: je moet eerst vervreemd van Hem zijn. Nou, dat is de schepping: vijanden of vervreemd. En dan gaat Hij aan het werk. Het is Zijn werk om van vijanden vrienden en liefhebbers te maken. Bij mij heeft Hij het al gedaan en ik zie heel veel gezichten bij wie Hij dat ook gedaan heeft. Dat is geweldig, als je bij de eerstelingen mag horen.
Maar ik heb goed nieuws voor u: al die mensen waar u zich misschien druk over maakt en die u liefhebt, die komen ook. Ieder in zijn eigen rangorde. God maakt geen fout. Dat is de hoop der heerlijkheid. Hij noemt dat ook in Kolosse 1 vers 23 de hoop van het evangelie. Het evangelie is een goed bericht en dat brengt een geweldige hoop en verwachting met zich mee. Ik vind dat onovertroffen. En weet u, dit is niet iets wat opgelegd wordt aan de mens, alsof wij ons best moeten doen om dit te realiseren. Daar zou ik geen stuiver voor geven als dit project afhankelijk zou zijn van de mens. Nee, God doet dat. Hij belooft dat en we mogen het doorgeven. Dat is wat ik bij dezen hier op dit podium mag doen.
Bij God bestaan er geen hopeloze gevallen. Dat is de hoop van het evangelie. God heeft alles in Zijn hand en voordat Hij begon met het project hemel en aarde, stond de afloop en de uitkomst al volledig vast. Een sterke hand, zo zingen we ergens in een lied, die nooit heeft misgetast. Dat is de hoop van het evangelie. Ik kan het tegen iedereen vertellen: God houdt van je en laat je nooit gaan. En al ben je Hem vijandig, dat maakt niet uit; Hij maakt jou tot vriend en tot liefhebber. Geloof het of geloof het niet, maar er is geen ontkomen aan. Succes verzekerd. Dit is een blijde tijding en ik zou zeggen: wat doe je met een blijde tijding? Zegt het voort!
Goed. Amen.
UltimateGoodNews