GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Paulus Op Treden

28-10-2013 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van de GoedBericht-samenkomst gehouden op 27 oktober 2013 in Zoetermeer.

Alvorens Paulus door de Romeinen afgevoerd wordt naar de burcht Antonia, mag hij boven aan de trap nog een woord spreken tot de menigte die hem zojuist trachtte te vermoorden. In het voor hen vertrouwde Hebreeuws spreekt hij hen toe en vertelt zijn verhaal. Over zijn achtergrond, zijn scholing en zijn roeping op de weg naar Damascus. En hoe Jezus aan Hem wederom was verschenen en hem had verzekerd dat Jeruzalem hem niet zou geloven en daarom naar de natiën moest gaan.
En dan barst de bom opnieuw…

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

In Handelingen 22 verdedigt Paulus zich bovenaan een trap in Jeruzalem voor een Joodse menigte. Hij schetst zijn eigen orthodoxe achtergrond en extremistische ijver, gevolgd door zijn ingrijpende roeping op de weg naar Damascus. De toespraak bereikt een climax wanneer Paulus vertelt dat Jeruzalem zijn getuigenis niet zal aannemen en hij daarom naar de natiën wordt gezonden. Deze mededeling leidt tot woede en afwijzing bij zijn volksgenoten. De studie illustreert hiermee de radicale theologische overgang van het jodendom naar de onbesneden boodschap voor alle mensen.

“Met andere woorden: het jodendom wordt gepasseerd. Ze zijn ongelovig, ze willen niet, en daarom worden zij terzijde gesteld. Het gaat nu vervolgens van hen naar de natiën.”

De Overtreffende Trap en de Voorgeschiedenis ↑ hoofdstukken

Ik hoor sommige mensen denken dat ik hier een spelfout heb gemaakt, maar dat is een vergissing. Paulus’ optreden – ja, je zou hier een apostrof verwachten en dan 'optreden' als één woord. Dat had ook gekund, Paulus’ optreden, dat is waar. Maar in dit geval is het heel duidelijk ook een 'Paulus op treden'. Dat wil zeggen: op de treden van de trap. Op de hoogste trede zelfs; hij stond bovenaan de trap. Ik heb zelfs nog even overwogen om deze toespraak 'De over-Paulus op de overtreffende trap' te noemen, want dat gaat namelijk ook nog op.

Een aantal van u was daar niet bij, maar de meesten wel. Ik heb inmiddels al een paar keer achtereenvolgens gesproken over deze hoofdstukken in het boek Handelingen, want ik refereer aan Handelingen 21 en 22. Het begon eerst met een vergelijking tussen Jacobus en Paulus. Jacobus, de man van Jeruzalem, de broeder des Heren, die diverse ontmoetingen heeft gehad met de apostel Paulus, de apostel der natiën. Zo kwamen we in het boek Handelingen terecht en van het een kwam het ander. Zo ontstond er eigenlijk, zonder dat zozeer te plannen, een miniserie en die gaan we nu voortzetten. Dat wil zeggen: we zijn nu aangekomen in Handelingen 22. Met excuses voor degenen die het voorgaande niet hebben gevolgd, maar ik denk dat ik het vanmorgen redelijk als één geheel kan neerzetten.

Wel is het even goed – als de pointer het doet, ja – om even de voorgeschiedenis te schilderen, zoals we die in het 21e hoofdstuk van het boek Handelingen aantreffen.

De Rel in de Tempel en de Arrestatie van Paulus ↑ hoofdstukken

In het 27e vers lees je dat Paulus de tempel bezoekt. Paulus had al heel veel moeite moeten doen om naar de stad toe te gaan. Het was inmiddels de Pinkstertijd, dat wil zeggen het Joodse Wekenfeest. De stad was volgestroomd met pelgrims en terwijl Paulus de tempel bezoekt, ontstaat daar een geweldige rel. De reputatie van Paulus was namelijk niet best in de stad; zelfs onder zijn broeders, dat wil zeggen onder de Messiaanse Joden, was die reputatie ronduit slecht. Men verdacht Paulus ervan — of er werd zelfs geleerd — dat hij afval van Mozes predikt. De gedachte was: deze man is niet echt Joods en hij brengt heidense ideeën binnen het jodendom.

Er ontstaat dan een oploop en in vers 28 lees je zelfs dat ze roepen: "Dit is nou die man over wie jullie onderwijs krijgen! Dit is de man die de heilige plaats ontwijdt!" De beschuldiging was dat hij Grieken, dus niet-Joden, de tempel in had gebracht en dat was een doodzonde als je zoiets deed. Die beschuldigingen logen er dus niet om. Het eerste wat ze dan ook doen, is hem de tempel uitsleuren, want in de tempel mocht zoiets niet gedaan worden. Ze wilden buiten het heiligdom met hem afrekenen en hij wordt daar bijna gelyncht.

Het scheelde maar weinig, ware het niet dat de Burcht Antonia — de Romeinse politie, zeg maar — zich daar op steenworp afstand bevond. Dat was een geweldig groot complex waar een gigantisch leger was gestationeerd, en de soldaten zijn vrijwel direct ter plekke. De Burcht Antonia lag op een veel hoger niveau en was, zoals ik de vorige keer ook heb laten zien, via een trap verbonden met het tempelplein. De Romeinen hadden vanaf daar dus overzicht op wat er daar beneden in de tempel plaatsvond.

Paulus wordt direct gevangen genomen en uit de handen van die mensen gesleurd. Hij wordt geboeid en vervolgens moet hij zelfs op handen gedragen of op de schouders getild worden, omdat de menigte hem anders alsnog zou aanraken en wat aandoen. Hij wordt zo in veiligheid gebracht en bovenaan de trap neergezet. Dan vindt er nog even een gesprek plaats tussen Paulus en de Romeinen; er moest een misverstand worden opgeruimd. Wat je dan leest, is dat Paulus toestemming vraagt aan die Romeinse hoofdman om zijn volksgenoten toe te spreken. Dat is het einde van het 21e hoofdstuk.

Je leest dat hij die toestemming inderdaad krijgt. En dan staat hij daar, bovenaan die trap, om de mensen en de menigte die hem zojuist nog hadden geprobeerd te vermoorden, toe te spreken. Ik wil die toespraak in één keer behandelen, hoewel dat eigenlijk ondoenlijk is. Ik weet niet hoe laat het vanmiddag gaat worden, maar ik zal me heel gedisciplineerd aan de tijd houden. De reden waarom ik het niet in tweeën heb willen knippen, is dat dit eigenlijk niet kan. Je kunt deze toespraak niet in tweeën knippen; als je alleen maar het eerste deel zou nemen, dan zou je niet goed begrijpen wat het punt van Paulus is. We zullen dus wat sneller door de tekst heen gaan. Ik heb geloof ik nog nooit zoveel dia's in één toespraak verwerkt als dit keer; ik geloof wel 57 ofzo. We zullen het wel zien. We zijn nu bij het IHB — dit even ter bemoediging. Hij staat daar dus bovenaan die trap, hij wenkt en maakt hen tot stilte. Dat was al heel wat. En dan gaat hij spreken: hoofdstuk 22 vers 1.

De Toespraak Begint: Paulus' Joodse Achtergrond en Ijver ↑ hoofdstukken

"Mannenbroeders en vaders, luister naar hetgeen ik thans ter verdediging tot u ga zeggen." Toen zij nu hoorden dat hij hen in de Hebreeuwse taal toesprak – letterlijk staat er in het Hebreeuws dialect (ons woordje 'dialect' is een Grieks woord), namelijk het Aramees – hielden zij zich des te meer stil. Trouwens, er staat hier "toesprak", maar als je dit bewuste Griekse woord eens bekijkt en ziet waar dat elders voorkomt, dan lees je dat het eigenlijk "toeroepen" is. Ja, er was geen geluidsversterking; Paulus kreeg geen microfoon in handen, er waren geen boxen, hij had geen megafoon. Dus om ze allemaal te bereiken, moest hij echt met luider stem die mensenmassa toespreken. Ik heb wel geluidsversterking. Hij moest met luider stem die mensen toespreken. Hij stond ook al erg hoog, bovenaan de trap, en hij riep hen toe. Toen zij hem dus in het Hebreeuws hoorden, in hun eigen taal, in de taal van de Hebreeën, hielden zij zich des te meer stil.

En hij zeide: "Ik ben een Jood." Zo begint hij. Het punt was namelijk dat hij ervan beschuldigd werd dat hij niet echt Joods was. Dat gaat Paulus eerst eens even rechtzetten. Hij zegt: "Ik ben een Jood, te Tarsus in Cilicië geboren." Cilicië, dat ligt hier. Niet te verwarren trouwens met Sicilië. Dat was gisteren trouwens weer in het nieuws, want de Etna was weer gaan roken, waardoor het vliegverkeer wat stil kwam te liggen, begrijp ik. Maar dat is Sicilië; dit is Cilicië, en Tarsus is de stad die hier ongeveer gelegen is. Jeruzalem is de plaats waar Paulus nu zijn toespraak houdt. Hij zegt: "Ik ben een Jood, te Tarsus in Cilicië geboren, doch in deze stad opgevoed." Hij was geboren in Tarsus, maar getogen, zoals wij dan zeggen, in Jeruzalem. Op welke leeftijd hij naar Jeruzalem is gegaan? Dat staat er niet, maar de wijze waarop hij het formuleert, suggereert dat Paulus al op zeer jonge leeftijd naar Jeruzalem verhuisd is. We weten trouwens ook dat zijn zuster in Jeruzalem woonde; mogelijk is zij veel ouder geweest, je kunt allerlei opties noemen, maar het heeft geen zin om daarover te fantaseren.

Hij is in Jeruzalem opgegroeid en opgevoed. Dat betekent trouwens ook dat Paulus als jonge man, als puber zelfs nog, al in Jeruzalem verbleef in de dagen dat Jezus Zijn bediening had en dus ook Jeruzalem bezocht. In hoeverre Paulus daarvan echt op de hoogte is geweest als ooggetuige, dat staat te bezien. Hoe dan ook, in Cilicië is hij geboren, in Jeruzalem is hij groot geworden en opgevoed, en, zegt hij: "aan de voeten van Gamaliel opgeleid." Nou, dan praat je echt over een topopleiding. Paulus was een buitengewoon intelligente kerel en hij genoot een... Je leest ook in de Galatenbrief dat hij het verder had gebracht dan vele van zijn tijdgenoten, ook in die hele godsdienstige zetting waarin hij zich bewoog. Gamaliel, we komen die naam al eerder in het boek Handelingen tegen, in Handelingen 5. Dan lees je inderdaad dat hij eigenlijk 'de man' was in de Joodse Raad, in het Sanhedrin, een zeer gezaghebbend iemand. Wel, aan de voeten van die man is hij opgeleid. Daar heeft hij gezeten, daar heeft hij zijn onderwijs van gekregen. Hij was dus niet zomaar de eerste de beste. Hij was met recht een Jood, en er staat bij: "met nauwgezette, exacte inachtneming van de wet van onze vaderen."

Paulus weet wat hij zegt; hij verdedigt zich hier. De beschuldiging was heel duidelijk: deze man is niet echt Joods, hij is een gevaar voor ons volk. Hij zegt: "met nauwgezette inachtneming van de wet van onze vaderen, als een ijveraar, een zeloot voor God, zoals jullie allen vandaag zijn." Wat jullie vandaag zijn, dat was ik ook. Zo ben ik groot geworden, zo ben ik opgeleid. En hij zegt: "Ik heb deze weg..." Dat is bijna de standaarduitdrukking in het boek Handelingen: "de weg". Ik heb een aantal verzen vermeld – het is niet eens volledig – waar dat inderdaad zo genoemd wordt. Dat wil zeggen: degenen die geloofden dat Jezus de Messias was en Zijn claims op waarde schatten, die werden "mensen van de weg" genoemd. Ik heb hier een aantal verzen vermeld. In Handelingen 24 is Paulus aan het woord tegenover de Romeinse stadhouder Felix. Dan zegt hij: "de weg, die zij – de Joden – een sekte noemen." Dat had niet direct de negatieve bijsmaak die het woord 'sekte' bij ons heeft. Het was een stroming, een bepaald segment; het was een sekte binnen het veelkleurige Jodendom in die dagen.

Wel, zij waren mensen van de weg. En dat het een sekte genoemd wordt, ach ja, dat is niet zo gek, dat is nu nog steeds zo. Ik vind het heel herkenbaar als ik zoiets lees: "de weg die zij een sekte noemen." Vertel maar eens een keertje wat je gelooft en zeg dan dat je niet bij een kerk hoort. "Oeh, dat moet een sekte zijn." Prima, denk ik dan. Oké. "Ik heb deze weg ten dode toe vervolgd." Er staat nog bij: "door mannen en vrouwen in boeien te slaan en gevangen te zetten," of letterlijk staat er: "over te geven in gevangenissen." Dus hij vervolgde hen en zette hen in de gevangenis, zowel mannen als vrouwen. "Gelijk ook de hogepriester," zegt hij, "van mij getuigen kan." Als je trouwens het woord in de grondtekst bekijkt, dan staat er niet "kan getuigen", maar "getuigt". Wat Paulus doet, is zich verdedigen. Hij houdt hier in feite een toespraak in een bijna juridische setting. Hij wordt beschuldigd, hij gaat zijn punt maken en hij roept getuigen op. Hij is zelf een getuige en de dingen die hij zegt, kunnen ze zelf gewoon allemaal checken.

Nu beroept Paulus zich zelfs op de hogepriester. Hij zegt: "Ik ben zo'n Jood als ik jullie verteld heb. Ik heb aan de voeten van Gamaliel gezeten; ga naar hem toe om het te bevestigen. Bovendien, gelijk ook de hogepriester van mij getuigt" – niet alleen "kan getuigen", nee, hij getuigt het van mij. En er staat nog bij: "en de gehele Raad der oudsten," dus het hele Sanhedrin. Hij was bekend bij de hoogste instantie, ook bij de topman daarvan, de hogepriester. Zij getuigden van Paulus dat wat hij nu zei, waar was; ze konden dat direct bevestigen. Hij zegt: "van wie ik ook..." Dat wil zeggen: van die Raad der oudsten. "Ik ook met brieven," of: ik ontving brieven van hen. Dat wil zeggen: papieren met een handtekening, gevolmachtigd en wel, om vervolgens ook naar Damascus te gaan. Als je dat in Handelingen 26 naleest, zie je dat het niet eens zo was dat hij opdracht kreeg om naar Damascus te gaan; hij kreeg toestemming. In de vertaling komt dat helaas niet uit de verf, maar het staat er echt.

Dat betekent dat hij op eigen initiatief naar de Joodse Raad is gegaan. Hij wilde ook in Damascus zijn werk verder gaan doen. Hij deed het in Jeruzalem, maar hij wilde ook elders, zelfs tot in het buitenland aan toe. Daar had hij toestemming voor nodig en die kreeg hij van de hoogste instantie: van de hogepriester en van de Raad der oudsten. Hij ontving brieven om vervolgens naar de broeders te gaan, naar de Joodse broeders in Damascus. En daar ging hij ook naartoe, om ook hen die daar waren – in het buitenland nota bene. Dan ben je echt een ijveraar. Wat Paulus hier zegt is: "Ik ben een Jood, een ijveraar van het zuiverste water, een zeloot, een extremist." Dat woord is in dit verband eigenlijk wel op hem van toepassing. Iemand die geweld ook niet schuwde en zelfs naar het buitenland ging. Dat deed niemand, maar hij deed het.

Hij kreeg daar ook de toestemming voor; hij is daar naartoe gegaan om ook hen die daar waren geboeid naar Jeruzalem te brengen. Want daar ter plekke afhandelen kon niet. In elk geval, hij zou hen dan geboeid naar Jeruzalem brengen, opdat zij gestraft zouden worden.

Nou, dat was een hele onderneming. U ziet, wat Paulus hier verhaalt is hoe door en door Joods hij in godsdienstig-orthodoxe zin was; in de meest extreme variant, zou je kunnen zeggen. Dit is eigenlijk het eerste onderdeel van de toespraak die hij ter verdediging aanvoert. Maar dan krijg je een omwenteling in het verhaal, want nu gebeurt er iets.

De Grote Ommekeer en de Roeping op Weg Naar Damascus ↑ hoofdstukken

Maar het gebeurde mij, toen ik op mijn reis dicht bij Damascus gekomen was en de stad naderde, dat plotseling omstreeks de middag uit de hemel een aanzienlijk licht mij omstraalde. Dit is de grote ommekeer, die we allemaal kennen. Ik hoef daar verder niet al te veel over uit te weiden. Het is trouwens opmerkelijk dat in het boek Handelingen deze geschiedenis — de roeping van Paulus, of anders gezegd de roeping van Saulus — drie keer wordt beschreven: in Handelingen 9, hier in hoofdstuk 22, en in hoofdstuk 26 wanneer Paulus voor Agrippa staat en het verhaal nog een keer vertelt. Lukas wordt niet moe om deze geschiedenis uitgebreid te herhalen. Het is bovendien opmerkelijk dat je in hoofdstuk 9 weer andere details voor het voetlicht ziet komen dan in hoofdstuk 22 en in hoofdstuk 26 nog meer, zodat het beeld zich completeert wanneer je ze bij elkaar legt. In ieder geval was het omstreeks de middag dat dit hem gebeurde; een fel licht omstraalde hem en dit is de omkeer in zijn leven geworden. We lezen wat er gebeurde: "En ik viel op de grond." Ik hoorde een stem tot mij zeggen — in hoofdstuk 26 lees je overigens dat het in het Hebreeuws tegen hem gezegd werd, in het Hebreeuwse dialect, het Aramees: "Saul, Saul — Shaul, Shaul, want dat is het Hebreeuws — waarom vervolg gij Mij?"

Dat is opmerkelijk. U vraagt zich misschien af waarom ik dit plaatje van Saul en David erbij heb gezet en ik zie sommige mensen turen en zich afvragen waar dit over gaat. Wel, dit is de geschiedenis waarin koning Saul David vervolgde. U zegt misschien: "Dat is toch een heel andere geschiedenis?" Ja, dat hangt ervan af hoe je het bekijkt. Deze geschiedenis, die duizend jaar eerder plaatsvond, gaat over koning Saul, die overigens ook uit de stam van Benjamin kwam. Terwijl David lieflijke klanken voortbracht en boze geesten verdreef, werd Saul boos en probeerde hij hem te vermoorden. Hij vervolgde hem bij talloze gelegenheden. Eigenlijk is deze geschiedenis exact hetzelfde als wat Paulus tot dusver heeft verteld. Je ziet hetzelfde beeld opdoemen: Saul, ook uit de stam van Benjamin, die de Zoon van David vervolgt en allen die bij hem horen. Beide geschiedenissen lopen parallel. Op dat cruciale moment dat hij zelfs naar het buitenland gaat — en daar is ook veel over te zeggen: hij gaat naar het buitenland, hij staat op heidense grond — wordt hij geroepen op een hele demonstratieve wijze. Hij valt op de grond, het licht schijnt om hem heen en vervolgens hoort hij een stem: "Waarom vervolg je Mij?" Hij vervolgde de gemeente van God, maar de stem die uit de hemel klinkt, zegt: "Waarom vervolg je Mij?"

Overigens zie je hier in de kiem al de eenheid van hoofd en lichaam geopenbaard aan Paulus. De Zoon van David vraagt: "Waarom vervolg je Mij?", terwijl hij de gemeente vervolgde. Maar die gemeente, dat is Christus. Dat is die Jezus. Hoofd en lichaam waren één. Feitelijk zie je dat hier al gedemonstreerd. In dat ene zinnetje is in de kiem al weergegeven wat Paulus later in zijn brieven uitvoerig uit de doeken gaat doen: de waarheid van de eenheid van hoofd en lichaam, Christus en de Ecclesia. Goed, die stem klinkt, hij hoort het terwijl hij daar op de grond ligt. Dan staat er: "En ik antwoordde: Wie zijt Gij, Here?" Want dat was tot dusver nog niet duidelijk, hoewel ik het vermoeden heb dat er inmiddels wel een lichtje bij hem begon te branden — dat is natuurlijk een beetje dubbelzinnig gezegd. En ik antwoordde: "Wie zijt Gij, Here?" En Hij zeide tot mij: "Ik ben Jezus de Nazoreeër, die gij vervolgt." Hij voegt er specifiek die naam aan toe: de Nazoreeër. Ik heb hier jaren geleden eens een Bijbelstudie gegeven over dat begrip Nazoreeër. Ik ga dat nu niet verder uit de doeken doen, maar het is een profetische term. Je kunt het nalezen in Mattheüs 1 vers 23 waar dat expliciet zo staat. Het is een woord van de profeten. Om het kort te zeggen: Nazoreeër wil zeggen iemand uit de stad Nazareth, maar Nazareth was een nederzetting waar van origine nakomelingen van David woonden. De term Nazareth houdt dus verband met nakomelingen van David. Als u er meer over wilt weten, moet u dat op de site nog maar eens nakijken; het is buitengewoon boeiend en belangrijk om de profetische strekking van die term te verstaan.

In elk geval is "de Nazoreeër" een profetische term die wil zeggen: "Ik ben een nakomeling van David." Wat overigens onderstreept wat ik zojuist gezegd heb over Saul en David. "Saul, Saul, waarom vervolg je Mij, David?" Dat is precies wat de term Nazoreeër ook wil zeggen: de Nakomeling van David. Dus hier is het Saul die de Zoon van David inderdaad vervolgt. "Ik ben Jezus de Nazoreeër, die jij vervolgt." Zij die met mij waren, zagen wel het licht dat hem zo fel omscheen. U ziet ook hier weer: hij beroept zich op gegevens die ook voor hen controleerbaar waren. Hij roept getuigen op, mensen die kunnen bevestigen: "Ja, dat hebben we inderdaad gezien." Er staat: "Zij die met mij waren, zagen wel het licht, maar de stem van Hem die tot mij sprak, hoorden zij niet." Nu is dit een wat lastig verhaal, want in Handelingen 9 vers 7 lees je ook het verhaal van de roeping van Saulus, maar daar staat dat ze de stem wél hoorden. Dit is nogal eens opgevoerd als een beroemde tegenstrijdigheid in de Bijbel: "Ha, de Bijbel spreekt zichzelf tegen."

In dit geval is het echter vrij simpel. Het is namelijk één auteur, Lukas, die dit allemaal heel nauwkeurig heeft opgetekend. Hij wist echt wel wat hij schreef. Ik zal u het verhaal over de naamvallen besparen, maar het komt erop neer dat het hier net even anders staat en de betekenis als volgt is: de stem horen en de stem hóren is twee. Ik hoor soms een stem in een andere kamer, maar ik versta niet wat er gezegd wordt, zeker wanneer het een taal betreft die ik niet ken. Hij werd aangesproken in een Hebreeuws dialect en degenen die met hem waren, hoorden wel "van de stem" — zo staat het eigenlijk in het Grieks — maar ze hoorden de stem niet zelf. Ze hoorden het geluid van de stem, maar wat er gezegd werd, vernamen ze niet. Zo'n schijnbare tegenstrijdigheid lost zich dus heel snel op zodra je iets dichter naar de tekst kijkt. In elk geval: de stem van Hem die tot mij sprak, hoorden ze niet, ze verstonden het niet, ze begrepen het niet.

En dan vers 10: "En ik zeide: Here, wat moet ik doen?" Of: "Wat zal ik doen?" Ja, dat was nu de grote vraag. Wat hij zelf van plan was te gaan doen, was hem nu wel duidelijk, maar nu werd hij — zoals je dat rustig kunt zeggen — in zijn kladden gegrepen, bij zijn nekvel gepakt. Zo'n enorme ommekeer. En toen koos Saulus voor Jezus... dat zou dan de evangelische variant kunnen zijn. Nou, dat soort taalgebruik is hier totaal niet aan de orde. Hij werd gewoon, zoals hij later ook in de Timotheüs-brief zegt, overweldigd door de genade van God. Hoezo kiezen? Dat taalgebruik is in dit geval totaal niet aan de orde. Hij werd gewoon overweldigd, hij werd overtuigd. Dat is wat geloven is: je bent overtuigd. Dat is een actie van een ander, de actie van het Woord. Je wordt overtuigd. Hij vraagt: "Wat moet ik doen?" of "Wat zal ik doen?" En de Heer zeide tot mij: "Sta op." Nieuw leven, hij kreeg een nieuw leven. "Sta op en ga Damascus binnen."

Zo staat het er eigenlijk precies: "En daar zal u gezegd worden al hetgeen u opgelegd is om te doen." Of letterlijk staat er: "wat gezet is om te doen." Dat was allemaal al... het komt er eigenlijk op neer: jij hebt je plannen, u weet het hè, de mens wikt maar God beschikt. Het is allemaal al volkomen duidelijk wat jij zult gaan doen. Niet moet gaan doen, maar zult gaan doen. Dat is allemaal al gezet, en dat zal je daar verteld worden.

En vers 11: "En daar ik vanwege de glans" – of letterlijk de heerlijkheid – "van dat licht niet meer kon zien." Een paar dagen lang zelfs; drie dagen lees je in het verslag in hoofdstuk 9. Vanwege de heerlijkheid van het licht kon ik niet meer zien. Alleen al dit, hè?

Kijk, die andere apostelen werden allemaal geroepen door... ze hadden hun opleiding genoten van Jezus hier op aarde. Vervolgens is Hij gestorven en opgestaan. Gedurende die laatste veertig dagen heeft Hij hun de instructies gegeven. Vervolgens is die Jezus, die hier nu spreekt, ten hemel gevaren en onttrokken aan het oog.

En nu, zoveel jaren later – in ieder geval een jaar of drie, vier later – openbaart Hij Zich vanuit de hemel op een totaal andere wijze. Maar ook op zo'n wijze dat hij een paar dagen niet meer kon zien vanwege de heerlijkheid van dat licht dat hier straalt in een heidense omgeving, in het buitenland, vanuit de hemel. Typerend voor de roeping van Saulus en voor het woord dat hij zou gaan brengen onder de natiën.

Alleen al de hele setting – wat er gezegd wordt, hoe het gezegd wordt, waar het gezegd wordt – is zo overduidelijk voor de boodschap die hij zou gaan brengen. Nou, hij kon vanwege de heerlijkheid van dat licht niet meer zien. "En daarom werd ik bij de hand geleid door hen die met mij waren en ik kwam te Damascus." En dan vers 12.

Ananias en de Voorbestemming Om Getuige te Zijn ↑ hoofdstukken

En een zekere Ananias — die naam waren we ook al eerder tegengekomen in Handelingen 9 — was een godvruchtig man. Eigenlijk staat er in het Grieks een woordje dat 'goed-vererend' of 'eerbiedig' betekent. Een vroom man, een eerbiedig man naar de wet, in de Joodse zin van het woord. Bedenk goed dat Paulus zich hier in deze setting verdedigt tegenover de Joodse menigte die hem verwijt dat hij niet echt Joods zou zijn. In dat verband haalt hij deze Ananias aan, een vroom man. En hij zegt: "Dat zeg ik niet alleen zelf, maar van hem gaven alle Joden die daar woonden een goed getuigenis." Letterlijk: zij getuigden dat het een eerbiedig man was naar de wet. Hij was dus echt Joods, ook volgens de definities die zij hanteerden voor wat zij belangrijk vonden. Echt een Joods man, eerbiedig naar de wet. Ook hier worden weer getuigen opgetrommeld, zodat Paulus kan zeggen: "Wat ik zeg is waar, check het zelf."

Ik vind het trouwens prachtig zoals dat in het boek Handelingen altijd weer naar voren gebracht wordt. Het is geen preek die Paulus hier houdt, geen peptalk om de mensen weer een beetje een hart onder de riem te steken. Dat zeg ik nu misschien wat denigrerend, want in een bepaalde setting is dat hartstikke goed, daar gaat het niet om. Maar het is hier echt een getuigenis dat hij geeft. Hij vertelt als ooggetuige wat hij meegemaakt heeft en wat anderen kunnen controleren. Hij heeft nu al, inmiddels echt pas halverwege de toespraak, al diverse mensen en instanties genoemd waarbij ze zo na kunnen gaan dat het waar is wat hij zegt. Kijk, daar houdt het op. Het gaat niet om mooie verhaaltjes of om een verhaal waar je je goed bij voelt. Nee, het gaat om de waarheid. Zo is het, check het maar. Of je het nu leuk vindt of niet, het gaat er niet om of je bij de club hoort, het gaat erom de feiten te presenteren. In het hele Nieuwe Testament is het niks anders dan een getuigenverslag van mensen die claimen: "Dit zijn de feiten, dit hebben we meegemaakt, je kunt het controleren." Daarom is het ook geen godsdienstig boek; dat is van een totaal andere orde.

Goed, die Ananias kwam dus daar bij die blinde Saulus, die daar inmiddels al een paar dagen was. En dan lees je: "Hij kwam tot mij en ging bij mij staan. En hij zei tot mij: Saul, broeder, word weer ziende." Nou ja, letterlijk staat er bij dit woord wat hier gebruikt wordt: "Kijk omhoog." Niet simpelweg "word weer ziende". De strekking is natuurlijk gelijk, maar ik vind het zo mooi dat ik er graag even op wil wijzen. Er staat: "Kijk omhoog!" Dat is het beste advies dat je een mens kunt geven. Kijk omhoog! Dat is altijd wat er in het Woord gezegd wordt: kijk niet naar jezelf, kijk niet naar de mensen om je heen, maar kijk omhoog. Dat wordt tegen deze man gezegd. En op hetzelfde ogenblik, letterlijk in hetzelfde uur, werd hij weer ziende. Paulus zegt: "Ik zag op naar hem." U moet zich voorstellen: daar zit Saulus, blind, en dan krijgt hij de opdracht: "Kijk omhoog!" Hij kon weliswaar niet zien, maar hij richt zich op en kijkt zo in de ogen van Ananias. Ik zag op naar hem.

En hij, die Ananias, sprak vervolgens tot Paulus — toen nog Saulus: "De God van onze vaderen heeft u voorbestemd." Gepredestineerd, dat is een beetje een ouderwets woord, maar het betekent voorbestemd. Dat is een schitterend woord, want dat beschrijft de God die wij kennen: een God die een plan heeft en die een bestemmingsplan heeft. Paulus had een buitengewone plaats in dat plan van God; hij is voorbestemd. Hij zegt later in de Galatenbrief dat hij al vanaf de schoot van zijn moeder afgezonderd was tot die taak. Alles wat daarvoor in zijn leven gebeurd was, moest allemaal dienen tot dat doel. Hij moest een etaleur worden van de genade van God, en daardoor had hij ook een bepaalde achtergrond nodig. Hij moest eerst de grootste van de zondaren zijn. Maar hij is voorbestemd. Schitterend! Ook hier weer: de mens wikt, maar God beschikt. Saulus had heel andere plannen, maar God beschikte.

En dat was de God van onze vaderen. Paulus zegt dat tussen de regels door heel fijntjes: "Als jullie mij nu beschuldigen, vergis je dan niet: het is de God van onze vaderen die mij hiertoe heeft voorbestemd." Dat zijn niet mijn woorden, zegt Paulus, maar dat zijn de woorden van die Ananias die mij heeft toegesproken — die man waarvan alle Joden uit jullie eigen kring zeggen dat het een topper is. "De God van onze vaderen heeft u voorbestemd om Zijn wil te kennen, de Rechtvaardige te zien en een stem uit Zijn mond te horen." Ik kan hier niet op al die details te diep ingaan. Ik heb het al eerder voorspeld: hij zou nog meer van die Jezus gaan vernemen. De Heer zou bij latere gelegenheden ook aan hem verschijnen. Paulus noemt hier slechts een paar feiten; een heleboel episodes in zijn leven laat hij hier onbesproken. Dat hij ook nog in Arabië is geweest, wordt hier bijvoorbeeld niet vermeld.

Maar goed, hij was voorbestemd tot deze dingen, om ook een stem uit Zijn mond te horen, namelijk van de Rechtvaardige, Jezus, de Zoon van David. "Want gij zult een getuige voor Hem zijn." Het woordje 'moeten' staat er hier niet; er staat: "Gij zult Zijn getuige zijn." Daar moet ik op wijzen: ook dit is weer een voorzegging. Er wordt hier geen last op zijn schouders gelegd, er wordt gezegd wie hij zou zijn en wat hij zou doen, namelijk getuigen. Dat is een voorzegging, een profetie. En dat is perfect vervuld in zijn leven: "Je zult een getuige voor Hem zijn bij alle mensen." Daarin klinkt ook door dat Paulus' roeping zoveel weidser is dan die van zijn collega-apostelen, die zich uitsluitend richtten tot de besnijdenis, tot het Joodse volk. Nee, Paulus had een boodschap voor alle mensen. Dat klinkt heel duidelijk in al zijn brieven door. Wie is Hij voor alle mensen? Dat is wat Paulus in zijn brieven naar voren brengt en wat hij overal getuigd heeft: de ene God, de ene Redder van het hele mensdom. Dat is geweldig!

Wel, hij zou een getuige van Hem zijn ten behoeve van alle mensen, van hetgeen hij had gezien en gehoord. En dan voegt Paulus er in zijn toespraak nog aan toe dat hij Ananias citeert die verder gaat spreken: "En nu, wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen." Of letterlijk: "Word gedoopt." Ook hier is dit weer van belang. Waarom wijst Paulus nou op dat ritueel van de doop? Wel, om aan te geven dat hij zich op dat moment nog steeds in die Joodse setting bewoog. Dopen was namelijk een Joods ritueel. Je leest in Hebreeën 6 dat de Hebreeën de 'leer van de dopen' hadden, en daarvan wordt zelfs gezegd dat het bij het fundament hoorde van het geloof van die Hebreeën: een leer van rituele wassingen. Die Ananias zegt dus: "Jij als Jood, word gedoopt." En dat heeft Paulus ook inderdaad gedaan. "En laat uw zonden afwassen." Dat is een rituele wassing. Voor de Joden was dit volkomen begrijpelijk. Later zegt Paulus dat hij helemaal niet geroepen is om te dopen — hij excuseert zich er zelfs voor — en dat nam dan ook geen plaats meer in in zijn verdere bediening.

De Zinsverrukking in de Tempel: Waarschuwing voor Afwijzing ↑ hoofdstukken

En het overkwam mij – hij staat nu ineens een paar jaar in de geschiedenis vooruit. Hij zegt: "En het overkwam mij, het gebeurde mij toen ik te Jeruzalem was teruggekeerd." Ik zei al dat die hele reis naar Arabië hier niet eens wordt vermeld. Hij is van Damascus vervolgens weer naar Jeruzalem gegaan. We zijn hier trouwens nog steeds in Handelingen 9. En hij was naar Jeruzalem gegaan. Ja, wat doe je als je in Jeruzalem bent als een goede Jood? Dan ga je uiteraard naar de tempel die er in die dagen nog stond. "En dat ik in de tempel aanbad en dat ik in zinsverrukking geraakte." Nou, kijk eens wat hier staat: in extase. Ons woord 'extase' is ook weer zo'n Grieks woord. Nee, niet 'ecstasy', dat is weer wat anders, al heeft het er wel mee te maken. Maar extase.

Hij geraakte in extase. Wat voor gewaarwording dat dan ook geweest is, wat hij erover beschrijft is dit. Hij zegt: "Ik geraakte in extase en dat ik Hem zag." Dit hebben andere mensen dus niet gezien. Paulus zegt ook dat dit niet een zintuiglijke gewaarwording was, maar het was in extase. "Dat ik Hem zag die tot mij sprak: Haast u, vertrek spoedig – of in haast – uit Jeruzalem." Twee keer wordt er met grote nadruk naar voren gebracht dat hij in haast en met snelheid weg moest. Ik zeg erbij: dit was betrekkelijk kort na zijn roeping op de weg naar Damascus. Hij komt in Jeruzalem, de eerste keer dat hij daar is en in de tempel verblijft, geraakt hij dus in extase en krijgt hij dit te zien en te horen: "Wegwezen uit Jeruzalem." En niet morgen, maar zo snel als mogelijk, in haast. Wegwezen uit Jeruzalem. Waarom? "Want zij zullen van u geen getuigenis over Mij aannemen."

Oei, het wordt steeds heftiger voor het gehoor, dat wil zeggen voor al die mensen die hem nu aanhoren. Ik kan nog even verder gaan, maar het wordt moeilijker. Want wat hij nu hier zegt is: "Ik was in het hol van de leeuw in Jeruzalem en daar wordt tegen mij gezegd: Wegwezen! Want dat wat jij te vertellen hebt van Mij en over Mij, zullen zij niet aannemen." Dit is een indirecte beschuldiging, maar het wordt hier gewoon als een feit gesteld. Ze zullen dat niet accepteren; dat hele getuigenis, het ooggetuigenverslag van hem, zullen ze niet aanvaarden.

En dan zegt hij – en Paulus is hier nog verbaasd: "Heer, zij weten zelf dat ik het was die hen die in U geloofden liet gevangen zetten en in de synagogen liet geselen." Hij herinnert zich hier zijn eigen extremistische verleden. Hij zegt: "Ze weten dit toch allemaal? Waarom zullen ze dan van mij geen getuigenis aannemen?" En toen het bloed... en dit was wel het meest sprekende voorbeeld van alles wat hij gedaan heeft: "En toen het bloed van Uw getuige Stefanus vergoten werd..." Daar wordt ook een heel hoofdstuk in het boek Handelingen aan gewijd, hoofdstuk 7. Toen dat vergoten werd – u weet, die Stefanus werd gestenigd. Officieel door de Joodse Raad, door het Sanhedrin. Dat was trouwens illegaal, maar het gebeurde; de gemoeden waren zo hoog opgelopen. En toen de Joodse Raad, de hoogste instantie, Stefanus stenigde, toen was Saulus daar niet alleen bij aanwezig, maar er staat: "Werkte ik daaraan met volle instemming mee." Hij zegt: "En ik bewaarde de kleren van hen die hem doodden."

Zo wordt het ook inderdaad beschreven. Dat is de eerste keer dat de naam van Saulus in het boek Handelingen wordt genoemd: hij die de kleren, de jassen bewaakte van de Joodse Raad en zijn volle instemming betuigde. Begrijpt u hoe Saulus, terwijl hij hier in Jeruzalem is, verbaasd is over het feit dat Jeruzalem van hem geen getuigenis zou aannemen? En dan staat er: "Hij zei tot mij: Ga heen." Er wordt verder geen uitleg gegeven; in feite wordt alleen het commando nog wat uitgebreid. Namelijk niet alleen: "Ga snel uit Jeruzalem, maak dat je wegkomt," maar vervolgens ook: "Ga heen, want Ik zal u uitzenden ver weg naar de heidenen," of eigenlijk gewoon naar de natiën. Voordat ik nu verder lees, want dit is het laatste van de toespraak.

De Radicale Breuk: Israël Terzijde Gesteld voor de Natiën ↑ hoofdstukken

Maar voordat ik verder lees, wil ik even proberen te schilderen wat hier tot dusver aan de hand is en wat Paulus in deze toespraak heeft gezegd. Hij staat daar dus dat publiek toe te spreken; hij roept en hij vertelt wie hij is. Maar wat hij nu heeft gezegd, is zozeer het hart van wie Paulus is en wat zijn verkondiging inhoudt. Wat is namelijk het punt? Jeruzalem, het hart van de Joodse godsdienst, zou hem niet aanhoren, zou de Messias niet accepteren en zou dat niet aanvaarden. Om die reden moet hij maken dat hij wegkomt en moet hij naar de natiën gaan.

Met andere woorden: het jodendom wordt gepasseerd. Ze zijn ongelovig, ze willen niet, en daarom worden zij terzijde gesteld. Het gaat nu vervolgens van hen naar de natiën. Het is dus niet zomaar een uitbreiding van het verhaal in de zin van: 'nou, die moeten het ook horen'. Nee, zij worden nu terzijde gesteld en gepasseerd, en vervolgens gaat het nu naar de natiën en niet meer naar hen. Dat is wat hij naar voren heeft gebracht.

Maar dat is pijnlijk voor al die Hebreeërs, al die Ivrim, die zich zo lieten voorstaan op het feit dat ze Hebreeërs van de wet waren, op de Joodse natie, op die stad en op de tempel. En nu staat daar zo’n man te vertellen dat God Israël terzijde heeft gesteld omdat ze niet geloven, en dat Hij nu naar de natiën gaat.

Ik herinner er ook nog even aan: Paulus stond bovenaan die trap, op een heidens plateau. Zo komt het ook op ons neer: vanaf een heidens plateau kijkt hij neer op zijn volksgenoten. Hij staat op een hoger niveau, zoals ik al vaak zei. Te midden van de heidense plaats spreekt hij zijn volksgenoten toe en hij is er als het ware boven verheven, op de overtreffende trap. En nu is het het einde van zijn toespraak. Dit zijn de laatste woorden die hij tegen dit publiek van Hebreeuwse volksgenoten kan zeggen. Hij heeft gezegd dat hem in de tempel werd verteld: 'Weg uit Jeruzalem', en vervolgens: 'Naar de natiën'.

En dan lees je vers 22: 'En ze horen hem aan tot dit woord toe'. Tot dusver konden ze het blijkbaar nog volgen, maar tot dit woord — hij zegt: 'naar de natiën' — en dan barst de bom. Zo moet je het zeggen. Zij hoorden hem maar tot dit woord toe, maar toen verhieven zij hun stem en ze riepen: 'Weg van de aarde met zo iemand, want hij behoort niet te blijven leven!'

De geschiedenis gaat natuurlijk nog veel verder, want dit is Handelingen 22 en feitelijk is alles wat daarna volgt, in de hoofdstukken 23 tot en met 28, het vervolg van deze gebeurtenis. Paulus komt inderdaad in gevangenschap en moet zich vervolgens ook weer verantwoorden, maar dat alles gebeurt niet omdat de Romeinen hem wilden pakken, helemaal niet. Het waren de Joden, het was de orthodoxie en de godsdienstigheid die het helemaal met hem gehad hadden en het niet konden verdragen.

Israël dat gepasseerd wordt... en nu is het een 'heidens' verhaal geworden. Maar dat is nu precies de ergernis bij Paulus' hoorders: het rituele speelt allemaal geen rol meer, het is een onbesneden boodschap, het evangelie van de voorhuid. Het is een ongodsdienstig verhaal en een boodschap voor alle mensen, voor de natiën. En dat is het laatste wat hij tot zijn Hebreeuwse volksgenoten heeft mogen zeggen.

En dan gebeurt dat veelzeggende. U ziet, ik ben inmiddels bij dia 55 aangekomen, want het is me toch gelukt om zo een overzicht te geven van wat Paulus in het kort heeft aangegeven en wat ze nog van hem hebben kunnen horen voordat hem werkelijk de pas wordt afgesneden. Want hier wordt zijn verhaal niet alleen onderbroken, het wordt gewoon rechtstreeks afgebroken. Hij kon niet langer meer spreken; ze wilden zelfs dat hij gewoon ter plekke gedood zou worden. Maar dat zou niet gebeuren. Dat is Paulus.

De Onbesneden Boodschap van Paulus als Onze Huidige Leidraad ↑ hoofdstukken

Dus als wij hier nu, het is 2013, elke week of elke maand een paar keer bij elkaar komen, dan hebben we oren gekregen voor de woorden van de apostel Paulus. Heel die Schrift is geweldig; al de Schrift is van God geïnspireerd en nuttig om te lezen. Maar we luisteren in het bijzonder naar de boodschap van de apostel van de natiën. Hij is de leermeester, onze leermeester. We luisteren naar wat hij te melden heeft voor alle mensen. Het is een boodschap voor de natiën en het staat helemaal los van Israël. Het heeft ook niet te maken met het koninkrijk dat nu geopenbaard zal worden, wat die Joden destijds allemaal dachten.

Vergis je niet, dat is een van de laatste dingen die ik nu nog even wil zeggen: die Joden daar waren voor een heel groot deel ook Messiaanse Joden. Zij leefden in de verwachting dat in die dagen het Messiaanse koninkrijk openbaar zou worden middels een gelovig Israël. De Messiaanse verwachtingen waren in die dagen trouwens heel hooggespannen. Met name ook Paulus' eigen broeders — Jakobus, Petrus en Johannes — leefden met die gedachte. Maar de boodschap van Paulus is een radicale streep daardoorheen. Niets ervan. Geen Messiaans koninkrijk nu, en geen Israël dat in geloof haar Messias accepteert om zo een kanaal van zegen te worden voor de volgende wereld. Daar komt wel wat van, maar nu niet. Nu is dat verhaal even voorbij; God wendt Zich onwaarschijnlijk naar de natiën, met voorbijgaan aan dat Joodse volk en alles wat daarbij hoort.

Die woorden van de apostel Paulus, die zijn onze leidraad. Wij leven nu aan het einde van zo'n tijdperk en er zal binnen niet al te lange tijd een nieuw tijdperk aanbreken waarin Israël wel weer de plaats zal gaan krijgen waartoe het bestemd is. Maar wij leven nu nog steeds in de tijd dat die woorden van Paulus klinken, en nog steeds zijn ze niet geaccepteerd. In de godsdienstige wereld is het absoluut 'not done'. Ook het volk dat zich de erfgenaam waant van Israël en zegt: "Wij zijn geestelijk Israël", staat nog steeds net zo afwijzend tegenover de boodschap van Paulus als men toen deed.

Dacht u nou werkelijk dat het alleen toen was? Als je vandaag vertelt wat Paulus vertelt, denk je dan dat iedereen zegt: "Geweldig, halleluja, prijs de Heer"? Vergeet het maar. Als je gewoon vertelt wat hij te zeggen heeft, dan is dat zo buiten de orde. Wat heeft het te maken met onze dagen? Het is een boodschap met voorbijzien van de mens en al zijn prestaties of wanprestaties; het heeft er niets mee te maken. God gaat Zijn weg en Hij heeft een plan met heel Zijn schepping. Hij redt heel de wereld. Amen! Uitroepteken.

Dat woord is onze leidraad. En het is inmiddels wel duidelijk geworden: als je oor daarvoor geopend is, als je dat mag verstaan, dan volg je niet iemand die populair is of geaccepteerd. Allerminst, maar het is geweldig.

🎧 Paulus Op Treden
Delen: