Allen Om Niet Gerechtvaardigd
31-10-2013 - Geplaatst door Andre PietPresentatie van de GoedBericht-samenkomst gehouden op 31 oktober 2013 in Urk.
De titel is ontleend aan Romeinen 3:23,24
Want ALLEN hebben gezondigd
en derven de heerlijkheid Gods,
en worden OM NIET GERECHTVAARDIGD
uit zijn genade,
door de verlossing in Christus Jezus.
De grote vraag is: wie gelooft dit goede bericht? Maar ook: hoe zou men het kunnen geloven als het niet gepredikt wordt?
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- De Reformatie en de Drie Sola's
- Allen Om Niet Gerechtvaardigd (romeinen 3)
- De Vrijkoping in Christus Jezus als Losprijs voor Allen
- De Theologische Traditie Versus de Heldere Tekst
- De Loepzuivere Vergelijking Tussen Adam en Christus (romeinen 5)
- Ouweneel en de Heidelbergse Catechismus Getoetst
- Geloof Is Geen Verdienste, maar een Gave (romeinen 4)
De Reformatie en de Drie Sola's ↑ hoofdstukken
Het is vandaag 31 oktober en menig Nederlander zal dat niet zo heel erg veel zeggen, maar ik weet zeker dat als ik hier in Urk die datum noem, dat het wel behoorlijk bekend zal zijn. Het is de dag van de reformatie, Hervormingsdag, en er zijn heel wat gelegenheden waar daar vandaag speciaal aandacht voor is. Er zijn overal hervormingsavonden en je zou kunnen zeggen dat dat vanavond ook het geval is. Ik moet er eerlijkheidshalve bij zeggen dat het min of meer toevallig is dat het vanavond 31 oktober is, maar goed, aan de andere kant: toeval bestaat niet echt. Het was dus een mooie gelegenheid om juist op een dag als deze het onderwerp te behandelen dat stond aangekondigd.
31 oktober, het is inmiddels bijna vijf eeuwen geleden, in 1517, dat Maarten Luther op de slotkapel van Wittenberg — zo gaat het verhaal althans, hoewel dat ook wel omstreden is — op die datum de 95 stellingen bevestigde. Daarin ging hij in tegen alles wat tot dusver gezegd en in de traditie geleerd werd; de gevestigde mening van wat meneer pastoor, de kerk en de priester zei. Tegenover dat alles zette Luther iets totaal anders, iets waarvan men eigenlijk ook wel wist dat het waar moest zijn: namelijk alleen de Schrift.
Tegenover dat wat altijd gezegd is — hoeveel gezag daar ook aan wordt toegekend door mensen en al is het een kerkelijk instituut van heb ik jou daar — is de Schrift beslissend. Dat wat er staat geschreven, dat geeft de doorslag. En dan gelooft geen hond dat, als ik het eventjes plat mag zeggen, maar als het geschreven staat, dan is het zo. Tegenover verdiensten — want ik heb het nu even over die 31ste oktober, over Hervormingsdag en de dag van de reformatie — staan een aantal zogenaamde ‘sola's’. Men spreekt dan over sola scriptura, alleen de Schrift; een van de drie grote pijlers van de reformatie.
Geen verdiensten van de mens, dat is wat Luther zei. Je kunt je zaligheid niet kopen, het is niet van een mens en het is niet te verdienen. Het is sola gratia. Dat is op zijn Latijns, maar laat ik het vanavond maar gewoon Nederlands houden: alleen genade. Dat wil zeggen dat het ‘om niet’ is dat God geeft, zonder tegenprestatie en zonder voorwaarden. Alleen genade. Wat die man toen in die dagen naar voren bracht, mocht dan haaks staan op alles wat men zei. Hij werd verguisd — ja, nu wordt hij na zoveel eeuwen geëerd, dat is lekker makkelijk — maar toen in die dagen was dat zeer gedurfd.
Hij stond echter op solide bodem, want hij wist waar hij voor stond en waar hij op stond: de Schrift. Door het lezen van de Romeinenbrief, de brief die de apostel Paulus, apostel en leermeester van de natiën, opgetekend had, is hij tot geweldige ontdekkingen gekomen. Niet dat hij alles zag, want we gaan vanavond niet Maarten Luther verheerlijken, maar het gaat om wat hij toen in die drie sola's naar voren bracht: alleen de Schrift, alleen genade en nog iets: alleen geloof. Niet de werken van de mens, nee, geloof alleen. Het aanvaarden en beamen van wat God gesproken heeft, dat is wat telt.
Ik durf te zeggen dat al deze dingen die hij naar voren bracht, rechtstreeks ontleend zijn aan de Schrift. Daarom is het op voorhand al waar. Het is zo krachtig, zo duidelijk, zo heerlijk en geweldig. Het onderstreept ook precies dat wat de Bijbel claimt door te geven, namelijk Evangelie. Dat is een blijde tijding, goed nieuws, een goede tijding of een goed bericht; hoe je het maar hebben wil.
Allen Om Niet Gerechtvaardigd (romeinen 3) ↑ hoofdstukken
U zag het al: het thema is ‘Allen om niet gerechtvaardigd’. Die titel is ontleend aan Romeinen 3. Er is een nieuwe hand-out in bestelling, maar die was te laat binnengekomen, dus we doen het even zo. Die titel is ontleend aan Romeinen 3: ‘Allen om niet gerechtvaardigd’. Laten we dat vers er eens op naslaan: Romeinen 3 vers 23. U ziet het groot geprojecteerd met de interlineair, zoals dat met een mooi woord heet, daaronder. Dat wil zeggen dat u onderin het scherm de Griekse tekst ziet, de woorden die Paulus optekende. Daaronder staat een letterlijke woord-voor-woordweergave en daar weer onder de wijze waarop de NBG-vertaling dat heeft weergegeven. Ik gebruik voor het gemak de NBG-vertaling, hoeveel daar ook op aan te merken is, maar dat zal vanzelf wel ter sprake komen.
In Romeinen 3 vers 23 staat dit: "Want allen hebben gezondigd." Dat borduurt uiteraard voort op het voorgaande. De apostel Paulus had dat in het derde hoofdstuk van deze brief al heel duidelijk onder woorden gebracht, gestaafd vanuit de Hebreeuwse Bijbel, ons Oude Testament. Eerder in dit hoofdstuk schreef hij, waarbij hij de Psalmen citeert: "Gelijk geschreven staat: niemand is rechtvaardig, ook niet één." Of in vers 12: "Allen zijn afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand die doet wat goed is, zelfs niet één." Dit is allemaal ter ondersteuning van zijn conclusie in vers 23: "Allen hebben gezondigd." Dat is dus niet bij wijze van spreken, maar gewoon: allen. Wat bedoel je met allen? Allen. Zo absoluut als je het maar kunt opvatten.
Paulus wordt niet moe om eerst heel duidelijk aan te tonen dat dit de waarheid is. In vers 19 zegt hij: "...opdat alle mond gestopt en de hele wereld strafwaardig worde voor God." Ik weet dat dit nog geen Evangelie is, maar het is wel de realiteit. Tegen de donkere achtergrond die hier geschilderd wordt, gaat het licht straks stralen, maar dan moet je eerst ook wel weten hoe duister en donker de situatie is. Dit is de waarheid: alle mensen zijn niet alleen stervelingen, we zijn ook zondaren. Dat wil zeggen: doelmissers, armzalige aardbewoners. Geen van ons, wie je ook onder die miljarden opzoekt of vindt, is uitgezonderd; ze zijn allemaal zondaar en komen allemaal tekort.
Paulus schrijft vervolgens in datzelfde 23e vers: "Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods." Over wie gaat het? Nog steeds over diezelfde ‘allen’. Ze derven — dat is een wat oud-Nederlands woord — de heerlijkheid van God. Dat betekent: ze komen tekort. Of het nu veel tekort is of weinig, dat maakt eigenlijk geen verschil. Het is net zoiets als zakken voor een examen: of je nu heel dik gezakt bent of maar een puntje tekortkomt, in de praktijk is het hetzelfde. Je bent namelijk gezakt. Je komt tekort. We zijn allemaal zondaren en zitten wat dat betreft in hetzelfde schuitje. Al die miljarden mensen vallen onder vers 23; het is zo absoluut en zonder uitzondering. Paulus had het al aangetoond, maar hier onderstreept hij het nog eens des te duidelijker: "Allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods."
En dan komt het, want na deze donkere achtergrond gaat in vers 24 het licht geweldig schijnen. Daar zegt hij: "...en worden om niet gerechtvaardigd." Leest u goed wat hier staat? Hier is de titel van de avond aan ontleend: ‘Allen om niet gerechtvaardigd’. Dat is gebaseerd op deze beide teksten. Want als hier staat: "en worden om niet gerechtvaardigd", over wie gaat het dan? Dat is de vraag. Wie worden om niet gerechtvaardigd? Nou, dat hebben we net gelezen: allen. Allen hebben gezondigd, allen derven de heerlijkheid Gods, en allen worden om niet gerechtvaardigd. En er staat bij: ‘om niet’ en vervolgens ‘uit zijn genade’. Dat is eigenlijk haast dubbelop.
In het Grieks staan daar twee verschillende woorden. Dat ‘om niet’ betekent in dit geval: als een geschenk. Je krijgt het; je hoeft er niet voor te betalen. Je koopt het niet, je verdient het niet, je ontvangt het als een cadeau. Vandaar dat de vertalers zeggen: "en worden om niet gerechtvaardigd." En alsof dat nog niet duidelijk genoeg is, wordt er nog iets aan toegevoegd: "uit zijn genade." Dat betekent in elk geval hetzelfde: om niet, zonder enige tegenprestatie en zonder voorwaarden. En omdát het zonder voorwaarden is, is het ook voor allen. Ja, als het om niet is en je er niets aan kunt toedoen of afdoen, dan is het dus met recht om niet, uit zijn genade, en dus voor allen. Zo staat het er.
Het vreemde is dat Romeinen 3 vers 23 heel bekend is. Zeker in een plaats als Urk wordt dit elke zondag in diverse kerkgemeenschappen in geuren en kleuren — of vooral in zwarte kleuren — geschilderd. Dat zeg ik helemaal niet om daar denigrerend over te doen, maar zo is het. Dat weet men: allen hebben gezondigd. En ga dan niet zeggen: "Ja, maar er zijn wel uitzonderingen," want Paulus had juist elke ontsnappingsroute afgesloten. Helemaal niet; uitzonderingen komen niet in aanmerking. Het is de realiteit voor het hele mensdom, voor al die miljarden mensen die momenteel op aarde leven en iedereen die ons is voorgegaan. We zijn nakomelingen van Adam — daar komen we straks nog op terug — en we zijn allemaal zondaren. Allen derven de heerlijkheid Gods, en allen worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade. Gerechtvaardigd, dat wil zeggen: ze worden rechtvaardig verklaard. Vrijgesproken.
De Vrijkoping in Christus Jezus als Losprijs voor Allen ↑ hoofdstukken
Er staat dus inderdaad: allen. En er staat nog bij: door de verlossing in Christus Jezus. Voor het woord verlossing staat in het Grieks een woord dat letterlijk 'de vrijkoping' betekent. Eigenlijk betekent ons woord verlossing via-via ook zoiets als iets 'lossen', dat wil zeggen: losmaken of vrijkopen. Dus: door de vrijkoping in Christus Jezus.
Dat is een thema dat in de brieven nogal eens voorkomt. Wat dacht u van de woorden die Paulus spreekt in 1 Timotheüs 2? Daar geeft hij een verklaring van wat het evangelie in een notendop is, net zoiets als de verzen die we zojuist lazen in Romeinen 3:23-24. Het evangelie in een notendop: allen hebben gezondigd, allen derven de heerlijkheid Gods en allen worden om niet uit Zijn genade gerechtvaardigd. En waarom? Wel, door de verlossing in Christus Jezus. Die verlossing, dat is de vrijkoping. En dat wil zeggen: er is een prijs betaald.
Ik verwijs nu naar 1 Timotheüs 2, daar staat dit: "Want er is één God. Er is ook één middelaar van God en mensen, namelijk de mens Christus Jezus." Ja, ik zou hierbij stil kunnen blijven staan en kunnen praten over de drie-eenheidsleer en hoe dat daar nou weer mee in overeenstemming te brengen is. Ik moet u teleurstellen: dat is er niet mee in overeenstemming te brengen. Maar dat is even mijn probleem nu niet. Trouwens, ik heb helemaal geen probleem, ik vertel u gewoon wat hier staat. Er is één God en er is ook één middelaar. En wie is die ene middelaar? Wel, dat is de mens Christus Jezus, de middelaar van God en mensen.
Waarom haal ik dit aan? Vanwege dat zesde vers, want de zin loopt door. Wie is die Christus Jezus? De mens Christus Jezus, dat is Hij die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen. De mens Christus Jezus gaf Zichzelf tot een losprijs. Dat wil zeggen: Hij betaalde een prijs om vrij te kopen, een losprijs om los of vrij te kopen. En die prijs betaalde Hij voor allen, zodat allen ook Zijn eigendom zijn.
Hoort u goed wat ik nu zeg? "Wat is uw enige troost in leven en in sterven?" zegt zondag 1 van de catechismus. Ik ken dat nog wel vrij goed uit mijn hoofd; het is ook ongeveer de bekendste, en ook een hele mooie. Wat is je troost in leven en in sterven? Dat ik het eigendom ben van Hem. Hoe weet je dat nou? Hoe weet je nou dat je Zijn eigendom bent, voel je dat? Nee, je weet dat gewoon omdat er een prijs voor je betaald is. En hoe weet ik nou dat die prijs voor mij betaald is? Nou, dat is helemaal geen probleem, dat is heel simpel. Het antwoord is: die prijs is betaald voor allen. Vul je naam dus maar in: je hoort erbij.
Niemand valt buiten de boot. Net zo goed als er niemand buiten de boot viel als het gaat om het zondigen en het derven van de heerlijkheid Gods – daar hoor je bij – wel, zo hoor je er ook bij dat je gekocht en betaald bent. Dan weet je meteen ook wat je waarde is. Als je wilt weten wat je waarde is, dan moet je dat niet vragen aan andere mensen of aan wat zij van jou vinden. Of in de spiegel kijken en denken: nou, ik ben wel dit waard, of je eigenwaarde ontlenen aan opinies van anderen of van jezelf of wat dan ook. Dat schiet niet op. Als je wilt weten wat je waarde is, moet je bij de Schepper wezen, degene die jou bedacht en gemaakt heeft. Hij kent jouw waarde. En er is een prijs voor jou betaald.
Dat verwijst uiteraard naar het kruis van Golgotha. Daar bewees Hij hoeveel Hij van deze wereld houdt – zonder horizon. De prijs is voor jou betaald, namelijk voor allen. Dus als Paulus schrijft in Romeinen 3 – ik ga even terug – als hij schrijft dat allen hebben gezondigd en de heerlijkheid Gods derven, maar om niet gerechtvaardigd worden uit Zijn genade door de verlossing in Christus Jezus, dan staat hier een volstrekt heldere zin. Waar of niet? En is dit geweldig of niet? Dat je weet: er is de Schepper van hemel en aarde die rechtvaardigt, niet vanwege een prestatie van de mens, juist niet, want dan zou het niet 'om niet' zijn. Als je er ook maar iets aan zou kunnen bijdragen, dan is het niet meer waard wat hier staat, namelijk dat het om niet is. En dan is het ook geen genade. Dan heb je er namelijk zelf iets voor gedaan.
U weet het hè: een 'beetje gratis' bestaat niet. Iets is gratis of het is niet gratis. Dat is heel zwart-wit. U zegt misschien: "Ja, maar ik heb er heel weinig voor betaald, bijna niks! Het enige wat ik eraan gedaan heb, is dat ik voor Jezus koos." Dan is het niet gratis. Dan zeg je: dat is bijna gratis. Maar dat is net zoiets als bijna geslaagd zijn: dan kom je namelijk nog tekort.
De Theologische Traditie Versus de Heldere Tekst ↑ hoofdstukken
Helder, dit is duidelijk. Ik zal u vertellen, ik lees even verder en ik zal u een commentaar geven van een in Nederland bekende schrijver, H.P. Medema. Dat wil zeggen: in christelijke kringen is hij bekend; hij wordt nogal eens voor de EO gehaald. Hij schreef een boek over de Romeinenbrief met de titel 'Door het geloof rechtvaardig'. Dat is ontleend aan de Romeinenbrief zelf en ik heb zijn commentaar op dit vers, Romeinen 3 vers 23 en 24, er eens op nageslagen. En weet u wat hij zei over dit vers? Ik zal het voorlezen. Hij zegt: "De zinsconstructie in vers 24 is niet eenvoudig."
Nou, volgens mij is de zinsconstructie zeer eenvoudig. Misschien is het niet eenvoudig om haar te weerleggen. Of misschien bedoelt hij inderdaad dat het niet eenvoudig – zeg maar gerust onmogelijk – is om het in lijn te brengen met de traditionele visie, met wat de kerk altijd verteld heeft. Dat is niet eenvoudig, nee, dat is een eufemisme; het is namelijk gewoon onmogelijk. Hij zegt dus: "De zinsconstructie in vers 24 is niet eenvoudig," en hij gaat dat toelichten. Ik zal zinsdeel voor zinsdeel even met u meegaan.
Hij zegt: hoezo is het niet eenvoudig? Hij stelt: "Oppervlakkige lezing lijkt wel tot de conclusie te leiden dat allen hebben gezondigd en allen gerechtvaardigd worden." Nou, beste meneer Medema, dat is geen conclusie en dat is ook geen oppervlakkige lezing, dat is gewoon wat er staat: "Allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods en worden om niet gerechtvaardigd." Dus als hij zegt dat een oppervlakkige lezing tot die conclusie lijkt te leiden: het is helemaal geen oppervlakkige lezing en het is helemaal geen conclusie. Het is gewoon een waarneming; het is lezen wat er staat.
Maar nu komt de aap uit de mouw, want dan zegt hij: "Dat lijkt op alverzoening." En u weet, of misschien weet u dat niet – wat nog beter zou zijn – maar dat is in de christelijke wereld, laten we wel zijn, zo ongeveer het ergste wat je kunt zeggen: alverzoening. En dat is trouwens grappig, die term alverzoening. Het is nu niet het onderwerp voor vanavond hoor, ik wil echt bij de les blijven en het hebben over 'allen om niet gerechtvaardigd', maar die term alverzoening schijnt zo verschrikkelijk te zijn.
Maar weet u wat nu zo leuk is? De term is rechtstreeks ontleend aan Colossensen 1 vers 20. Dat wil zeggen: aan wat Paulus noteerde en wat hij twee verzen later noemt 'de hoop van het evangelie', namelijk dat God door het bloed van het kruis het al weder met Zich zal verzoenen. Er staat in het Grieks één woord, apokatallaxai, of twee woorden zo u wilt: ta panta. En dat betekent inderdaad: verzoening van het al. Maar het gekke is, het frappante, eigenlijk het verbijsterende, dat dit vreselijk lijkt te zijn. Want hij zegt: "Ja, dat kan toch niet, want dat lijkt op alverzoening." Ja, dat is wat Paulus inderdaad leert! Dus dat zou alleen maar een bevestiging zijn, lijkt mij.
Maar goed, leest u nog even verder. Dan zegt hij: "Uiteraard kan dat niet de bedoeling zijn." Dus omdat hij denkt dat dat niet de bedoeling kán zijn, kunnen we niet lezen wat er staat. Kijk, dit is nu typisch zo’n voorbeeld van wat ze in een andere context 'tunnelvisie' noemen. Je hebt een vooropgezette gedachte, een kader van denkbeelden, en daarbinnen moet je je bewegen. Alles wat daarbuiten valt, dat kan niet; dat nemen we niet eens in overweging. En dat Paulus gewoon zou bedoelen wat hij zegt? Gewoon wat hij zegt! Niet een conclusie, maar dat hij zegt wat hij bedoelt en bedoelt wat hij zegt. Medema zegt: "Dat kan niet de bedoeling zijn, want ja, dat leidt tot iets wat zo haaks staat op wat altijd beweerd is." Dat is waar.
Maar was het nu waar wat Luther ooit naar voren bracht, toen hij inging tegen alles wat gevestigd was en zei: "Alleen de Schrift, daar zul je niet aan komen"? Dan kun je wel zeggen: "Ja, maar dat lijkt op iets wat wij altijd een dwaalleer hebben genoemd, dat kan toch niet de bedoeling zijn," maar dan gaan we de Schrift dus anders lezen. Paulus vat het samen in Romeinen 3 en hij zegt het zo duidelijk.
En dan vervolgt hij nog over dat vers 24 en krijgt u een hele lange uitleg die niet echt interessant is; ik zal u die besparen. Hij zegt: "Maar ja, wat dan wel de verklaring is" – dat wil zeggen, van vers 24 van Romeinen 3 – "heeft de uitleggers nogal wat hoofdbrekens gekost." Ja, dank je de koekoek! Als je niet wilt weten wat er staat, dan valt het niet mee om het uit te leggen. Maar het punt is: je hoeft het niet uit te leggen. Je hoeft het alleen maar te lezen en gewoon te zeggen: "Amen, wat geweldig!" Als je iets om niet krijgt, een geschenk, dan zeg je: "Wauw, geweldig!" Als je daar vervolgens onderuit probeert te komen, dan kost dat inderdaad hoofdbrekens. Nou, het lukt je ook niet. Het zijn allemaal onmogelijke constructies die vervolgens bedacht worden, maar allemaal om de tekst glad te strijken. De tekst, die volstrekt helder en duidelijk is, willen ze gladstrijken om die in overeenstemming te brengen met dat wat de traditie leert. Nou, we gaan verder.
De Loepzuivere Vergelijking Tussen Adam en Christus (romeinen 5) ↑ hoofdstukken
We gaan naar Romeinen 5. Want u zegt misschien: "Ja, dat is Romeinen 3 vers 23 en 24." Inderdaad, het is duidelijk wat daar staat. Maar staat het misschien nog op andere plaatsen? Heeft Paulus misschien toch een klein beetje een fout gemaakt of bedoelde hij dit niet zo te zeggen? Ik ga uit van het feit dat het waar is wat Paulus schrijft; namelijk dat de Schriften geïnspireerd zijn en dat hij een apostel is. Hij spreekt namens Christus Jezus, dat is ook wat het woord apostel betekent. Hij heeft het zo opgetekend.
De woorden in Romeinen 3 zijn heel compact en volstrekt duidelijk, maar hij gaat dat later in het vijfde hoofdstuk nog eens toelichten. 'Uitgebreid' is een groot woord, maar in ieder geval toch redelijk breedvoerig. Uitleggen is eigenlijk niet het juiste woord, want er valt op zich niks aan uit te leggen, maar hij licht wel toe waarom het zo is en niet anders. In Romeinen 5, vanaf vers 12, begint Paulus te spreken over het grotere verband. Dan plaatst hij — in mijn Bijbeltje staat het ook als kopje boven vers 12 — Adam en Christus tegenover elkaar. Dat is een nogal simpel opschrift en dat is precies waar het in het navolgende over gaat. Adam wordt geplaatst tegenover Christus. Aan de ene kant wordt gewezen op de overeenkomsten, maar vooral de contrasten worden geschilderd.
Vers 12 zegt: "Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood." Dat is duidelijk. Ooit was er één mens verantwoordelijk, als ik dat woord mag gebruiken, maar in ieder geval kwam via hem de zonde de wereld binnen. De zonde werd geïntroduceerd in de mensenwereld en zodoende kwam ook de dood in de wereld. Dat wil zeggen dat de mens daadwerkelijk stierf. Hij werd uit het hof verdreven, kreeg geen toegang tot de boom des levens en ging dood. Zo kwam de dood in de mensenwereld.
Paulus gaat dan, zoals hij wel vaker doet, nogal uitweiden omdat hij ook andere dingen moet toelichten. Dat doet hij in de verzen 13 tot en met vers 17. Maar dat is eigenlijk allemaal nog steeds een tussenzin. Waarom? Kijk, als hier staat: "Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood...", dan moet dit nog een tegendeel vinden. Deze zin moet eigenlijk nog aangevuld worden. Als ik zeg: "Gelijk dit...", dan verwacht je: "...zo ook dat." Dat heeft Paulus tot en met vers 17 nog niet gedaan. Hij begon er in vers 12 mee: "Gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood...", en dan verwacht je: "Zo is ook..." Dan wordt de vergelijking afgemaakt. Paulus gaat dat wel doen, maar hij neemt een aanloop. Of je zou kunnen zeggen: hij onderbreekt zijn betoog. Vers 13 tot en met vers 17 is een lange tussenzin, een parenthese noemen ze dat.
Maar hij maakt zijn zin wel af en dat doet hij in vers 18 van dit hoofdstuk. Dus vers 18 maakt af waar vers 12 mee begon. Dat was het begin van een vergelijking en nu wordt de vergelijking gecompleteerd. Vers 18 is, als je dat in de Griekse tekst bekijkt, een bijzondere tekst. Niet alleen inhoudelijk, maar ook qua vormgeving. Want het is een zin in telegramstijl. In de Griekse grondtekst is het zelfs een zin zonder werkwoord. Met recht telegramstijl dus; wij zouden het haast sms-taal noemen. Heel kort en bondig, maar ook zo duidelijk. Het sluit naadloos aan bij wat we zojuist zagen in Romeinen 3 vers 23 en 24.
Lees maar vers 18: "Derhalve, gelijk het door één daad van overtreding..." En nu verwijst hij terug naar het allereerste mensenpaar, Adam en Eva, onze allervoorouders. Zij aten ooit van de verboden vrucht; een bekend fenomeen, nietwaar? Eén daad van overtreding. "Welnu, gelijk het door één daad van overtreding voor alle mensen tot veroordeling gekomen is..." Veroordeeld tot wat? Dat staat er hier niet zozeer bij, maar het voorafgaande had dat al wel gezegd. Namelijk: we zijn veroordeeld om zondaar te zijn, doelmissers. En we zijn bovendien veroordeeld om te sterven en dood te gaan. Daartoe zijn we allemaal veroordeeld. In die zin zitten we allemaal in hetzelfde schuitje: geboren zondaren, geboren sterfelingen. Daartoe zijn we veroordeeld.
U zegt misschien: "Maar dat is mijn schuld toch niet? Daar heb ik toch geen aandeel aan gehad? Het was toch onze voorvader?" Inderdaad: één daad van overtreding. Door één daad van overtreding is het voor alle mensen tot veroordeling gekomen. En of u dat nu leuk vindt of niet, we zijn allemaal zondaren. Voordat u zelfs in de wieg kon blèren, was u al een zondaar en was u ook al een sterveling. U zegt: "Dat vind ik niet eerlijk, want daar heb ik niet voor gekozen." Nee, maar zoals ik vandaag nog op Facebook een tekst zag: "The best things in life are free." En dat geldt trouwens niet alleen voor de 'best things', maar voor alle essentiële dingen. Daar heb je helemaal geen aandeel in of keuze in; je krijgt dat gewoon. Zo is het. In die zin geloof ik ook in toeval: het valt je toe. Zoals we dat in ander verband ook wel zeggen: het is je lot.
Voordat u daarover gaat klagen — wat trouwens al geen zin heeft, want het is een gegeven — moet u even doorlezen. Dit is een gegeven dat zo evident is: door één daad van overtreding, de verboden vrucht, is het voor alle mensen tot veroordeling gekomen. Hoeveel uitzonderingen telt dit? Niet één. Dat had Paulus al gezegd in Romeinen 3 en we hebben het zojuist duidelijk gezien. Hier wordt dat nog eens dunnetjes overgedaan en bevestigd als een feit. Het wordt ook verklaard: het is één daad van overtreding en dat heeft zijn impact voor heel het adamitisch nageslacht. We zijn allemaal adamieten, nakomelingen van Adam, en we zitten allemaal in dat schuitje. Ik blijf maar bij die beeldspraak hier op Urk.
Maar nu komt de vergelijking. Eén daad van overtreding leidt voor alle mensen tot veroordeling. Hoe komt het ook? We lezen even door: "...zo komt het ook door één daad van gerechtigheid." Of letterlijk staat er in het Grieks maar één woord. Al die werkwoorden die u hier in de Nederlandse vertaling ziet, die zijn door de vertalers toegevoegd. Dat zeg ik niet als kritiek, maar dat is om er een goede Nederlandse zin van te maken. In het Grieks staat er gewoon telegramstijl, zonder werkwoorden: door één daad van gerechtigheid. Eén uiting van gerechtigheid. Die ene daad van gerechtigheid. Een daad van gehoorzaamheid wordt het in het volgende vers genoemd. Eén daad van gerechtigheid, ook van één mens.
Zo komt het ook door één daad van gerechtigheid — let op — "voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven", of zoals u letterlijk ziet: "tot rechtvaardiging van leven." Ik laat die details nu eventjes voor wat ze zijn. Op zich is dat interessant en belangwekkend genoeg, maar het gaat mij even om de vergelijking. Die is zo zuiver, zo loepzuiver, dat je dit niet hoeft uit te leggen. Dit is heel simpel. Ja, je kunt zeggen dat het niet eenvoudig is wat deze zin betekent. Want ja, het heeft de uitleggers hoofdbrekens gekost om dit te verklaren en in overeenstemming te brengen met de traditie en met wat we altijd gedacht hebben. Maar als dit waar is... Mensen, als dit waar is! Wauw!
Nou, maar wat dacht u wat? Als één daad ooit van Adam ervoor kon zorgdragen dat alle mensen zonder uitzonderingen – niet door een keuze of zo, het wordt ze niet gevraagd; het is gewoon een gegeven, het is een lot – als één daad van overtreding, die verboden vrucht, alle mensen, u en ik, heel het mensdom tot zondaren en stervelingen kon maken (daartoe zijn we immers veroordeeld), dacht u dan dat die ene daad van die Andere, de laatste Adam, zoals hij in 1 Korinthe 15 wordt genoemd, onderdeed? Hij van wie Adam een type is, zoals ook in Romeinen 5 vers 14 wordt gezegd. Dacht u dat die ene daad daarvoor onderdeed?
Dan zou je eigenlijk de voorgaande verzen ook nog even moeten lezen. Dat doe ik nu vanavond niet, maar dat moet u thuis nog maar eens even doen. Dan wordt juist iedere keer naar voren gebracht: wel Adam, maar veel meer is juist de laatste Adam. Ga nou niet vertellen dat die ene daad van gerechtigheid onderdoet voor die ene daad van overtreding. Ten eerste is dat in strijd met wat Paulus hier, maar ook in Romeinen 3, al had gezegd. En ten tweede is het tegen alle logica. Het is bovendien een ontering van de verlossing, van de laatste Adam. Hij is veel meer! De impact van zijn daad doet niet onder voor de impact van de daad van overtreding van Adam. Ik zou zeggen: prijs God dat dat waar is!
En de vergelijking is zo zuiver. Wat men hier altijd van gemaakt heeft, is: door één daad van overtreding zijn alle mensen zondaren en stervelingen geworden. Dat is waar. Maar door die ene daad van gerechtigheid – het kruis van Golgotha en de opstanding uit de doden – daardoor wordt iedereen die dat aanvaardt, of die dat gelooft, of die daarvoor kiest... noem maar welke voorwaarden op. Dan worden zij gerechtvaardigd, maar dan is het niet "om niet". Dan is het geen geschenk. Dan is het ook geen lot. Dan is de vergelijking ook niet zuiver.
Het punt was: "gelijk...". Zo begon het toch? "Gelijk", en dan vervolgens halverwege de zin: "zo komt het ook". Op het moment dat het eerste wel alle mensen betreft en het tweede niet echt alle mensen, dan is de vergelijking niet zuiver. Terwijl Paulus nu juist dit statement maakt om te vertellen dat de vergelijking wel zuiver is. Ziet u hoe krom het is om het te gaan uitleggen? Ik wou zeggen anders uitleggen, maar om het überhaupt te gaan uitleggen. Dit is... een kind kan dit begrijpen. Als die ene "onnozele" daad, zou je haast zeggen, van het eten van de verboden vrucht de hele mensheid tot zondaar en sterveling kon maken, dacht u nou werkelijk dat die prijs die betaald werd, niet alle mensen kocht en betaalde? En dat het tot rechtvaardiging van leven is voor alle mensen? Paulus schrijft het heel duidelijk. Ik zal u nog eens wat vertellen.
Ouweneel en de Heidelbergse Catechismus Getoetst ↑ hoofdstukken
Ik heb hier een boekje van Ouweneel. Nu zegt u misschien: "Ja, maar jij laat nu alleen maar de Schrift horen." Dat is ook zo, maar ik wil het wel even in contrast brengen met wat men erover zegt. Het gaat mij er helemaal niet om de schrijvers in diskrediet te brengen; ik voer ze alleen maar op als getuigen van de traditionele uitleg. W.J. Ouweneel heeft al heel lang geleden, ergens in de jaren zeventig, een brochure geschreven: 'Wat is rechtvaardigmaking?'. Op bladzijde 25 van dat boekje schrijft hij het volgende naar aanleiding van het onderwerp in Romeinen 5.
Halverwege die bladzijde schrijft hij: "Maar keren we terug tot hoofdstuk 5 vers 18. We zagen daar de gevolgen zowel van Adams daad als van Christus' daad voor de hele mensheid." Inderdaad, dat is het onderwerp en daar kun je niets tegen inbrengen. Maar dan zegt hij erbij: "Dit mogen we niet zo letterlijk opvatten dat ook daadwerkelijk alle mensen gerechtvaardigd worden." Oh? Van wie mogen we dat niet? En bovendien: dat staat er wel. Anders is de vergelijking niet zuiver.
Dit wil dus zeggen: als je Romeinen 5 vers 18 neemt zoals het zich aandient — gewoon letterlijk leest wat er staat — dan leidt dat tot de conclusie dat alle mensen daadwerkelijk gerechtvaardigd worden. Is dat niet zo, dan kun je Romeinen 5 vers 18 wel uit je Bijbel schrappen, want dan is de vergelijking niet kloppend. En bovendien kun je dan niet alleen vers 18 schrappen, maar ook het voorgaande in hoofdstuk 3 en de hele uitleg waarin Paulus Adam en Christus naast elkaar zet en vergelijkt. De hele clou van dat gedeelte is juist dat de één een daad verricht die impact heeft voor heel de mensheid. Zo heeft ook die andere Adam, de laatste Adam, één daad van gerechtigheid verricht waardoor heel de mensheid wordt gerechtvaardigd ten leven. Dat is wat er staat.
Het grappige is dat ook de uitleggers, de vertegenwoordigers van het traditionele idee, moeten toegeven dat als ze de Schrift gewoon nemen zoals deze zich aandient, dit inderdaad de waarheid is. Zo staat het er. Vervolgens moeten ze het 'uitleggen' om het kloppend te maken met wat ze altijd gedacht hebben. Nou ja, ik zie me niet tot die taak gesteld. Ik wil graag lezen wat er staat, en dat niet alleen: ik wil me ook de vreugde van dit geweldige woord, deze blijde tijding dat alle mensen in de daad van Christus daadwerkelijk begrepen zijn, niet laten ontnemen. Dat is juist het Evangelie. Het is om niet, en daarom voor allen. Je kunt er niets aan afdoen en je kunt er ook niets aan toedoen. Geweldig, of niet?
We lezen even verder, want ik had het over Romeinen 5 vers 18, maar nu ga ik naar vers 19: "Want gelijk door de ongehoorzaamheid van één mens..." Paulus gaat hier, dat blijkt uit het eerste woordje 'want', de zaak nog nader toelichten en motiveren. Die ongehoorzaamheid van die ene mens is de daad van overtreding waarover we lazen. "Want gelijk door de ongehoorzaamheid van één mens de velen zondaren geworden zijn..." Wie zijn dat? Dat zijn de 'allen' van vers 18. In veel vertalingen staat 'zeer velen', maar er staat eigenlijk 'de velen'. Dat woordje 'de' is ook hier aanwijzend; het is een bepaald lidwoord dat aangeeft: alle mensen. En inderdaad, dat zijn er velen.
Ik weet dat ook hier uitleggers proberen een achterdeurtje te vinden om de tekst te ontwijken. Dan zeggen ze: "Ja, maar kijk, vers 18 zegt wel 'allen', maar in vers 19 staat 'velen'. Ha! Dus niet allen!" Leuk geprobeerd, maar dat klopt van geen meter. Er staat niet zomaar 'velen', er staat 'de velen', en dat wijst terug naar het voorgaande. Bovendien vraag ik u: door de ongehoorzaamheid van één mens zijn de velen zondaren geworden — wie zijn dat? Of laat ik het anders vragen: welke uitzonderingen zijn daarop? Geen één! Dat hadden we toch al gezien? Dus hoe je het ook wendt of keert: de velen hier zijn gewoon allen. En aangezien die allen met miljarden mensen zijn, komt dat wel in aanmerking om 'velen' genoemd te worden, nietwaar?
"Wel, gelijk door de ongehoorzaamheid van één mens de velen zondaren geworden zijn..." Als u een Statenvertaling hebt, dan ziet u dat daar iets staat wat net even sterker is. Er staat niet 'geworden zijn', maar 'gesteld zijn'. In het Grieks staat er een woord dat zoiets betekent als 'neergezet' of 'ingezet'. Ze zijn niet alleen zondaren geworden, ze zijn zo ingezet. We hadden het al even over je lot; nou, dat is inderdaad je lot. Je bent zo ingezet zonder dat je daarvoor hebt gekozen. Niemand heeft ervoor gekozen om een zondaar of een sterveling te zijn. Je was het namelijk al voordat je überhaupt kon kiezen, voordat je zelfs kon denken. Je bent namelijk zo ingezet. Je zou kunnen zeggen: "Dat is oneerlijk, dat had eerst wel even aan mij gevraagd mogen worden." Maar beste mensen, we zijn schepselen, creaties van Hem. Hij heeft ons gemaakt en geboetseerd, en Hij zet ons in tot zondaar. Al die miljarden mensen zijn gesteld tot zondaar door de ongehoorzaamheid van één mens.
Zo zullen ook — u ziet dat deze zin in vers 19 volmaakt parallel loopt met vers 18 — door de gehoorzaamheid van één, dat is die daad van gerechtigheid, de velen rechtvaardigen worden. U weet het toch uit Filippenzen 2? Hij is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises. Door de gehoorzaamheid van de Ene zullen ook... Nou, je kunt de zin nu zelf afmaken. Als er een vergelijking gemaakt wordt en er staat eerst 'allen', dan kun je bij "zo zullen ook" weer 'allen' invullen. En inderdaad, dat is precies wat Paulus doet. Hij herhaalt de zinsconstructie en maakt de vergelijking wederom.
Er staat: "zo zullen ook door de gehoorzaamheid van één de velen rechtvaardigen worden." Ook hier staat in de Statenvertaling correct: "zullen gesteld worden tot rechtvaardigen." Is dat een keuze? Nee. Zoals er eerst geen keuze was — het is je lot, je bent een adamiet en dus ben je een zondaar, een sterveling en veroordeeld — zo zullen ook door één Mens en door één daad van gerechtigheid en gehoorzaamheid allen gesteld worden tot rechtvaardigen. Er wordt niet gevraagd wat je mening daarover is of of je dat leuk vindt; je zult eraan moeten geloven. Dat is een mooi woord in dit verband, want dat is precies wat God rekent tot gerechtigheid: geloof. Ik kom daar straks nog even op terug, want ik moet opschieten, maar ik wil nog even een woord aanhalen. Ik had het al over een boek van H.P. Medema en over een boekje van Ouweneel.
Dan zal ik nog een boek aanhalen dat u allemaal wel kent, namelijk de Heidelberger Catechismus. Dat is een leerboek van 52 zondagen en daar is een specifieke zondag: zondag 7. Daarin wordt een heel elementaire vraag gesteld. Het is wat oud-Nederlands, daar moet u maar even doorheen prikken, maar die vraag luidt zo (Vraag 20): "Worden dan alle mensen wederom door Christus zalig, gelijk zij door Adam zijn verdoemd geworden?"
U hoort, het is oud-Nederlands, maar dat maakt niet uit. Dan denk je: dat is een mooie vraag. Weet u waarom ik het een mooie vraag vind? Ten eerste is ze zo logisch, en ten tweede wordt ze rechtstreeks door de Bijbel zelf, door Paulus, beantwoord. Zonder enig mankeren; die vergelijking wordt namelijk perfect gemaakt. "Worden dan alle mensen wederom door Christus zalig, gelijk zij door Adam zijn verdoemd geworden?" Nu verwacht je: dit is een Bijbelse vraag, daar kunnen ze rechtstreeks een Bijbels antwoord op geven. Dus nu gaat er wel een heel groot, vet "ja" klinken. Let op: "Nee". Mijn hemel, wat krijgen we nu? Weten ze het beter dan Paulus?
Zo duidelijk heeft hij het uiteengezet. Hij had eerst al gezegd: geen enkele uitzondering. Niemand is rechtvaardig. Hij had geen moeite bespaard om te onderstrepen dat "allen" ook werkelijk "allen" is. En waarachtig gaat hij vervolgens ook uiteenzetten dat, aangezien alle mensen zondaren zijn, zo ook in Christus allen gerechtvaardigd zullen worden. Maar de Catechismus bestaat het om te zeggen: "Nee, maar alleen degenen die Hem door een waar geloof worden ingelijfd en al Zijn weldaden aannemen." Dat is een heel vroom en mooi antwoord, maar het klopt niet. Het staat zelfs haaks op wat de Schrift zegt.
Paulus' punt is juist: zoals het één, zo ook het ander. Als het één alle mensen betreft, dan het ander ook. Anders is het geen zuivere vergelijking. Terwijl Paulus het nu juist inzet omdat die vergelijking volmaakt is. En dit zegt de Heidelberger Catechismus — in navolging trouwens van de Rooms-Katholieke Kerk en de hele protestantse wereld zegt dit eigenlijk voor het grootste gedeelte, of het nu evangelisch, reformatorisch of charismatisch is, het maakt niet uit — ze geven allemaal dit antwoord. Ze weigeren gewoon de woorden die Paulus heeft geschreven na te spreken.
Waarom? Is dat dan geen mooie boodschap? Is het niet geweldig? Staat het er dan niet duidelijk genoeg? Is het niet logisch? Het antwoord is: jawel, maar het druist in tegen alles wat wij hebben geleerd en gedacht. Want de mens wordt eigenlijk van nul en generlei waarde gesteld wat betreft zijn eigen inbreng. En dat is niet leuk voor de godsdienstige mensen, want je wilt zelf werken, iets verdienen of zeggen: "Ja, maar ik heb voor Jezus gekozen." Dat heeft er allemaal niks mee te maken.
Kijk, dan kunnen ze wel zeggen: "Je moet wel geloven." Want dat zeggen ze nu: "Ja, maar je moet wel geloven." Weet u wat dat betekent? Degenen die dat zeggen, geloven het zelf niet. Dan zeggen ze dit — en nu moet ik wel heel ver teruggaan, maar dat maakt niet uit — kijk naar vers 18: "...voor alle mensen tot veroordeling gekomen; zo ook voor alle mensen tot rechtvaardiging." En dan zeggen zij: "Ja, maar je moet wel geloven." Degenen die dat zeggen, geloven dit niet. Daarmee bestrijden ze zichzelf. Ze maken hun eigen positie daardoor onmogelijk. Inderdaad zou een mens moeten geloven wat God gesproken heeft: dat het om niet is. En dan ga ik naar het laatste woord toe wat ik vanavond voor uw aandacht wil stellen.
Geloof Is Geen Verdienste, maar een Gave (romeinen 4) ↑ hoofdstukken
We gaan nu nog naar Romeinen 4. We waren in Romeinen 3 en we gingen naar Romeinen 5, maar nu gaan we nog even terug naar Romeinen 4. In deze hoofdstukken zet Paulus zo fundamenteel uiteen dat het inderdaad 'om niet' is, dat het alle mensen betreft en wat rechtvaardiging precies is.
In Romeinen 4 lees je dit – en ik moet helaas midden in een zin invallen. In het voorgaande vers, dat u zelf kunt nalezen, legt Paulus uit dat het geen kwestie van werken is. Het is geen verdienste en het is geen loon. Hij had daarvoor het voorbeeld van Abraham aangehaald en dan zegt hij: "Hem echter die niet werkt – niet verdient – maar zijn geloof vestigt op Hem..." Eigenlijk staat er in de grondtekst gewoon één woord: "gelooft". Dus: "...maar gelooft op Hem."
Dit verwijst terug naar het voorbeeld van Abraham, zoals beschreven in de eerste drie verzen van dit hoofdstuk. Dat is een prachtige geschiedenis waarin Paulus direct verwijst naar Genesis 15. Daar lees je dat Abraham op een nacht naar buiten wordt geroepen en omhoog mag kijken naar de sterren van de hemel. God zegt dan tegen hem: "Zo zal jouw nageslacht zijn."
Dat was een onvoorwaardelijke belofte. Er werd niets van Abraham gevraagd en er werd ook niet gezegd: "Als je dit of dat doet..." Nee, dit is het: hij kreeg een onvoorwaardelijk woord te horen. Zo zal het zijn. Daar kon hij niets aan toedoen en niets aan afdoen. Zelfs als Abraham zou zeggen: "Ja, maar ik geloof u niet," dan bleef dat woord toch staan, want het was een onvoorwaardelijke belofte.
God zei dit tegen een kinderloze man wiens vrouw onvruchtbaar was. Maar u weet het: dat is de Bijbelse boodschap. God verwekt leven uit de dood. Het hangt nooit van een mens af; dat is juist de clou. In Romeinen 4 en in Genesis 15 is het punt juist dat er niets door een mens aan bijgedragen kan worden, maar dat er ook niets van afgedaan kan worden. Dat is wat het evangelie tot evangelie maakt.
God deed een belofte waar Abraham niets aan kon afdoen of toedoen. Dit werd gesproken en dan staat er dat hij zijn geloof vestigde op Hem – of: geloofde op Hem – "die de goddeloze rechtvaardigt". Dat is overweldigend: Hij rechtvaardigt de goddeloze. Hangt het dan helemaal niet van de mens af? Nee, want Paulus had in Romeinen 3 al gezegd: "allen". In Romeinen 5 toont hij dat nog eens heel breedvoerig aan: alle mensen, dus ook de goddelozen. Dat is nu juist het hele punt.
Abraham vestigde zijn geloof, en in het algemeen schrijft Paulus: "Hem echter die niet werkt, maar gelooft op Hem die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid." Welk geloof wordt gerekend tot gerechtigheid? Het beamen van Gods belofte die volstrekt 'om niet' is. Zodra de mens er iets aan kan toevoegen of afdoen, is het geen geloof meer en rekent God het niet tot gerechtigheid.
En het allermooiste is: God doet geloven. Geloof is geen verdienste. Zijn geloof werd hem gerekend tot gerechtigheid. Maar hoe kwam het dat Abraham geloofde? Is dat een prestatie? Geloof betekent vertrouwen. Hoe komt het dat je vertrouwt en gelooft? Is dat iets van jezelf? Kun je ervoor kiezen om iets te geloven? Nee. Ik kan er bijvoorbeeld niet voor kiezen dat Sinterklaas en Zwarte Piet echt bestaan. Ja, ik ben zelf een... nou ja, ik ben een Piet. Maar ik kan er niet voor kiezen om dat te geloven. Ooit heb ik het als kind geloofd omdat het me werd wijsgemaakt en ik vertrouwde daar gewoon op; het zou wel waar zijn wat men zei. Op een gegeven moment bleek dat het niet zo was.
Vertrouwen is iets wat je krijgt of wat wordt gewekt. God is het die een mens doet geloven. Dat staat ook in Efeziërs 2: het is een gave Gods. Hij overtuigt je en jij wordt overtuigd. God overtuigde Abraham. Het was Zijn werk en Abraham beaamde God; hij geloofde God. En God zegt: "Dat is wat Ik tot gerechtigheid reken, want het is Mijn onvoorwaardelijke belofte en Ik ben het ook die jou overtuigt." Waar blijft dan het roemen? Het is uitgesloten. Het is alles Zijn werk en dat is wat Abraham geloofde en beaamde. Dat is werkelijk het evangelie.
UltimateGoodNews