overvloeiende in dankzegging!
26-09-2021 - Geplaatst door Andre Pietsamenkomst gehouden op zondag 26 september 2021 in Benthuizen
Paulus had tot zijn grote vreugde goede berichten over de ekklesia in Kolosse ontvangen. Ze stonden vast in het geloof en het geheim (= de verborgenheid) dat Paulus onder de natiën mocht bekend maken. Maar er waren ‘kapers op de kust’ die hen met filosofie en traditie zogenaamd wilden aanvullen. Een fatale misvatting aangezien in Christus Jezus alle schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn. Iedere aanvulling is daarom per definitie ‘water bij de wijn’. Slechts “de waarheid van het Evangelie” heeft het intrinsieke vermogen om een een mens te transformeren en te doen “overvloeien in dankzegging”!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- De Historische Setting van de Kolossenzenbrief
- Paulus' Gebedsstrijd: Staan in de Wil van God
- Leven Vanuit het Besef van Immense Rijkdom
- Het Geheim van God: de Verborgen Christus
- Alle Schatten van Wijsheid en Kennis (sophia)
- Waarschuwing Tegen Misleidende Drogredenen
- De Ordening en Stabiliteit van Ons Geloof
- Geworteld, Opgebouwd en Bevestigd in Hem
- De Respons op Genade: Overvloeiend in Dankzegging
De Historische Setting van de Kolossenzenbrief ↑ hoofdstukken
Een hele goede morgen ook van mijn kant, vrienden, en hartelijk dank, broer Dirk, voor deze uiteenzettingen over de natuur en de wonderen die dat allemaal in zich bergt. Maar goed, als je er goed naar kijkt, dan wordt er zoveel openbaar daarin. Ik wil jullie vanmorgen heel graag eens meenemen naar een gedeelte in de Kolossenzenbrief, en daar vindt u ook deze frase. Dan hebben we het deze ochtend over Kolosse hoofdstuk 2 en daarvan de eerste zeven verzen.
Wellicht is het goed om even een beeld te krijgen van de hele setting en wat inleidende dingen daarover op te merken. Deze Kolossenzenbrief heet zo omdat de stad Kolosse gelegen was in het huidige Turkije – hoewel die stad tegenwoordig niet eens meer bestaat. Deze brief is geschreven door de apostel Paulus, die zich ook heel uitdrukkelijk als zodanig bekendmaakt, en hij schreef deze vanuit de gevangenis. En wel de gevangenisperiode dat hij in Rome was. Dat moet je er eigenlijk altijd even bij zeggen, want hij heeft diverse keren in een gevangenis gezeten, en ook diverse keren trouwens twee jaar lang; heel eigenaardig hoe hij dat zo bekendmaakt.
Ik zei al: de stad Kolosse ligt in Turkije. Je hebt Griekenland en dan Turkije, en het is hier ergens. Deze brief is geschreven aan een ekklesia, een gemeente of geloofsgemeenschap, die overigens niet door toedoen van de apostel Paulus zelf is ontstaan. Zo weten we uit het eerste hoofdstuk dat dit gebeurde door een zekere Epafras, die Paulus een medeslaaf noemt, een zeer geliefde. Hij spreekt met veel achting over hem en door het woord dat hij daar gebracht heeft, is die geloofsgemeenschap daar ontstaan.
Een Onesimus en een Philemon, die we in andere brieven weer tegenkomen, woonden trouwens in dat stadje Kolosse. Wellicht dat deze ekklesia ook in het huis van die Philemon samenkwam, een heer, dat wil zeggen een eigenaar van slaven. Dat was in de regio die Frigië heette, de plek waar ook Laodicea en Hiërapolis gelegen zijn. De meesten van u zullen nu niet direct zeggen: "O, dat...", hoewel we Laodicea natuurlijk wel kennen vanuit een ander Bijbelboek, namelijk de Openbaring.
Maar goed, dit is even om een indruk te hebben van de setting van deze brief: aan wie het geschreven is en wanneer. Want als ik zeg dat Paulus deze brief schreef vanuit de gevangenis in Rome, dan moet u ongeveer denken aan het jaar 61, 62 of 63 van onze jaartelling. De eerste eeuw dus. Goed, laten we nu eens bezien wat daar geschreven staat.
Paulus' Gebedsstrijd: Staan in de Wil van God ↑ hoofdstukken
En ik zei al: er gaat nog een heel hoofdstuk aan vooraf. Dat blijkt ook al uit het eerste woord, want dat bouwt weer voort op het voorgaande. Hij begint namelijk met: "Want ik wil dat jullie weten hoeveel strijd ik voer ten behoeve van jullie en voor hen die in Laodicea zijn." In diezelfde regio; Laodicea lag slechts tien kilometer daarvandaan.
Als Paulus dat zo zegt, dan is dat niet omdat hij daar zelf geweest is. Vermoedelijk – het is niet honderd procent zeker, maar uit de formulering zou je dat wel logischerwijs opmaken – is hij nooit in Kolosse geweest. Maar hem was wel het een en ander over deze geloofsgemeenschap ter oren gekomen en dat ging hem zeer ter harte. Hij schrijft aan hen: "Ik wil dat jullie weten hoeveel strijd ik voer." En hoezo dan? Wel, hij heeft het daarbij over de strijd in de gebeden. Hij bad voortdurend voor deze gelovigen en dan heeft hij het niet over welstand of over de aardse omstandigheden, maar over dat waar het werkelijk om gaat.
Wat die strijd in de gebeden betreft: als je even later in de brief kijkt, in het vierde hoofdstuk, dan lees je ook over Epafras, wiens naam ik al even noemde. Er wordt over hem gezegd: "Epafras groet jullie." Epafras was bij Paulus gekomen in Rome; hij was degene die daar in Kolosse ooit het evangelie had gepredikt. Paulus zegt: "Hij is één uit jullie. Hij is een slaaf van Christus Jezus, altijd strijdend" – hier heb je dat woord – "altijd strijdend ten behoeve van jullie in de gebeden."
Het is zo opmerkelijk wat hij daarover zegt. Hij zegt: "Opdat jullie zouden staan, volwassen en ten volle verzekerd in heel de wil van God." Waarom hij dit zo formuleert, is dat niet alleen Epafras, maar ook Paulus inderdaad voortdurend zijn knieën boog en dat alles opdroeg aan God. Juist omdat zij weliswaar stonden, maar er kapers op de kust waren die hen aan het wankelen wilden brengen. Dat blijkt ook uit deze hele brief.
Paulus is buitengewoon enthousiast over de goede berichten die hij hoorde van deze Epafras over Kolosse en wat daar gaande was. Tegelijkertijd zag hij ook in dat daar mensen waren gekomen, dat er invloeden waren waardoor ze dreigden aan het wankelen te geraken. Vandaar ook dat zowel Epafras als Paulus – want Paulus bad met hem mee – baden dat ze zouden staan en ook zouden blijven staan. Dat ze volwassen zouden worden, zouden groeien en ten volle verzekerd zouden zijn in heel de wil van God.
Daar gaat Paulus dan ook inderdaad over verder. Hij zegt er nog bij: "Want ik getuig van hem" – en dat is dus die Epafras – "dat hij veel moeite heeft ten behoeve van jullie en ten behoeve van hen die in Laodicea en Hiërapolis zijn." Dat zijn de plaatsen daar in de nabije omgeving. Die moeite had alles te maken met die dreigende invloeden van filosofieën en tradities, zoals Paulus het noemt.
Goed, eerst nog even dit. Hij zei dus: "Want ik wil dat jullie weten hoeveel strijd ik voer ten behoeve van jullie en voor hen die in Laodicea zijn, en voor zovelen die mijn aangezicht in het vlees niet hebben gezien." Het is dus niet alleen beperkt tot zijn gebed voor die regio vanwege de berichten die hij heeft vernomen, maar het is altijd Paulus' gebed.
Leven Vanuit het Besef van Immense Rijkdom ↑ hoofdstukken
Kijk, Paulus werd zich hier heel goed van bewust en daar hebben we trouwens een paar weken geleden nog over nagedacht. Paulus wist: God leidt ons leven. Hij geeft alles wat we nodig hebben. En vandaar ook dat dit het thema is van deze samenkomst, van deze Bijbelstudie: dat wij danken. Wij hoeven niet te vragen: "Heer, wilt U voor ons zorgen?" of "Wilt U bij ons zijn?" We zeggen zulke dingen vaak, maar eigenlijk zijn wij daar op voorhand van verzekerd. God belooft dat. Hij zegt: "Ik ben bij jullie, Ik geef jullie wat je nodig hebt en naar Mijn rijkdom zelfs." Ja, als Hij dat dan van tevoren al belooft, waarom zou je er dan nog voor bidden? Dan is eigenlijk een heel andere houding op zijn plaats, namelijk dat je Hem daarvoor op voorhand dankt, want Hij geeft het.
En toch is er iets waar Paulus voortdurend voor bidt. Dat is niet opdat wij zouden ontvangen, maar opdat we zouden gaan beseffen, ons zouden gaan realiseren hoe rijk wij zijn. Dat is altijd het gebed. Kijk, als het gaat om de aardse omstandigheden, de strijd die er soms kan zijn en de wensen die je hebt enzovoort, wat had de Heer ooit tegen Paulus gezegd? "Mijn genade is voor jou genoeg." Ik geef je gewoon alles wat je nodig hebt. Dat realiseer je je misschien niet, maar het is wel zo. Waar het om gaat in het leven, is dat we gaan beseffen en ons gaan realiseren hoe gigantisch rijk we zijn. Want alleen als je weet dat je rijk bent, kun je ook uit die rijkdom leven.
Er zijn talloze mensen, en dan bedoel ik ook specifiek gelovigen, die eigenlijk een armoedig bestaan leiden. Waarom? Omdat ze geen benul hebben van de enorme rijkdom die men bezit. En dan ben je een armoedsaaier. Dat noem ik zonde: steenrijk zijn en als een armoedsaaier leven. Dat moet je jezelf niet willen aandoen. En trouwens, niet alleen jezelf niet, maar je hebt ook zoveel om uit te delen. Maar als je dat niet weet, dan leef je dus karig. Het gebed dat Paulus inderdaad altijd heeft, is dat we zouden staan, volwassen in heel de wil van God. En dan gaat het niet alleen over wat Hij in ons leven kan doen, maar over heel de wil van God, die universeel en alomvattend is.
Paulus bad dus ook voor zovelen die zijn aangezicht in het vlees niet hebben gezien. Ik denk eraan dat wij dat hier in Benthuizen dus ook zijn. In deze categorie vallen wij: voor zovelen die mijn aangezicht in het vlees niet hebben gezien. Ik heb Paulus nog nooit gezien; hij is ook al enige jaren heengegaan, maar dat maakt niet uit. Hij heeft een boodschap voor ons. Eigenlijk is voor iedereen aan wie hij die boodschap richt zijn gebed dat het kwartje ook zou vallen. Dat ze zouden gaan verstaan en gaan begrijpen wat hij te melden heeft. En niet alleen maar zouden weten wát hij te melden heeft, maar ook hoe rijk dat is. Dat zijn twee dingen.
Hij bad voor zovelen die zijn aangezicht in het vlees niet hebben gezien, opdat — en hier krijg je weer hetzelfde als wat ik in hoofdstuk 4 liet zien over wat Epafras voortdurend was — opdat hun harten bemoedigd en in de liefde verenigd worden tot elke rijkdom van de volle zekerheid van het inzicht. Dat is een hele mond vol, typisch Paulus. Het is een opeenstapeling van allemaal elementen, maar het gaat hier over de volle zekerheid van het inzicht. En wat bewerkt dat? Dat inzicht waar hij het over heeft — over welk inzicht dat precies is, daar hebben we het zo meteen nog even over — maar eerst eventjes die volle zekerheid van dat inzicht.
Dat bemoedigt de harten. Het woord parakaleo, dat is wat hier staat, heeft te maken met aanmoedigen. Het support het hart. Je wordt dus van binnen geraakt en gesupport. Het bemoedigt de harten. Het verenigt ook in liefde. En dan gaat het hier over die agapé, en dat is Gods liefde die namelijk onvoorwaardelijk is. Dan weet je ook meteen waar dat inzicht mee verband houdt, namelijk dat inzicht spreekt van de dingen van de liefde Gods die alomvattend is. Als we daar kennis van nemen en krijgen, en als we daarvan op de hoogte raken, ja, dan worden we in de liefde verenigd. Want dan gaat u, en dan ga ik, en dan gaan wij samen iets begrijpen van die geweldige alomvattende liefde. Dat brengt bij elkaar en dat verenigt.
En dan staat er nog bij: "tot elke rijkdom". Het geeft dus toegang. Letterlijk staat er "tot in". Precies: tot in elke rijkdom. Het geeft als het ware toegang tot die hele schatkamer van het geheim, van het inzicht. Over die rijkdommen heeft Paulus het dus. In die schatkamer — een beeldspraak die hij heel vaak in deze brieven bezigt — liggen de rijkdommen allemaal als het ware opgestapeld. Ze zijn vervat in dat wat hij te melden heeft. Al die rijkdommen hebben wij in Christus, die zijn ons deel. Maar het gaat erom dat we dat weten en, als we het eenmaal weten, dat we het ook gaan beseffen, zodat we in die rijkdom ook gaan leven, wandelen en uitdelen. Zodat ons leven inderdaad steeds rijker wordt.
Tot volle zekerheid van het inzicht, tot besef. Hier heb je dat woord epignosis. Dat is een leuk woord trouwens: besef, epignosis. Ik heb het wel eens vaker gezegd, maar het is goed om dat nog eens even voor de geest te houden. Je hebt het woord gnosis, dat is weten. Epi is een voorzetsel en dat betekent "op". Ze zeggen ook wel eens: het is opkennis of bovenkennis. Je hebt dus kennis, dat heeft te maken met weten, maar het gaat boven kennis uit. Het veronderstelt kennis, dat is waar, maar het is meer dan dat. Je moet eerst weten en vervolgens kun je het je pas realiseren. Vandaar ook dat woord "besef". Het is meer dan alleen weten; het is je realiseren.
Het Geheim van God: de Verborgen Christus ↑ hoofdstukken
En het is het besef van het geheim van God: Christus. En dat is nu weer trouwens een beetje een lastig ding voor mij nu ik hoofdstuk 2 bespreek. Want dat betekent dat ik hoofdstuk 1 heb overgeslagen, terwijl Paulus in hoofdstuk 1 nu juist al nogal had uitgepakt over het geheim van God en over de verborgenheid. Dat had hij in hoofdstuk 1 gezegd. Maar ik kan u wel dit verklappen over het geheim van God: de Statenvertaling zegt 'de verborgenheid', maar als je er even over doordenkt, is dat gewoon hetzelfde. Het geheim is dat wat niet iedereen weet, wat verborgen is. Nou, aan Paulus zijn die geheimen, die verborgenheden, bekendgemaakt.
Het is het geheim van God. En wie is dat? Tot besef van het geheim van God... in feite zou je dan in het Nederlands een dubbele punt moeten zetten: Christus. Dat geheim van God is niet alleen 'iets', het is niet slechts een verzameling dingen die je zou weten, maar het is Iemand. Het is namelijk de Christus, en dan heeft hij het over de verborgen Christus. Want als we het hebben over Christus, dan hebben we het over Degene die ooit hier tweeduizend jaar geleden wandelde en werd gekruisigd. Hij werd begraven en drie dagen later werd Hij opgewekt uit de doden. Ja, maar waar is Hij nu dan? Nou, Hij is verborgen. Hij heeft het toneel verlaten. Hij is vanaf de Olijfberg vertrokken met de mededeling: "I'll be back" – Ik kom terug. Dat is nog een verhaal apart.
Maar zeg maar: na twee dagen. Weet u trouwens dat de afstand tussen de Olijfberg en Jeruzalem, waar Hij straks gaat regeren, een sabbatsreis is? En hoeveel el was dat? Dat staat er gewoon bij hoor: tweeduizend el. Oké, goed. Maar in die tussentijd... kijk, Christus gaat openbaar worden. Hij was hier op aarde de Vernederde. Hij is... en nu is het huis kapot. Oh nee, want ik zie het al: de slak gaat gewoon verder met kruipen. Dan moeten we wel uitkijken dat we hem straks niet vertreden. Hij kwam van grootte ook? Ja. Zie toe dat u niet valt.
Oké, Christus was hier op aarde. Hij is verhoogd, maar Hij is slechts door een beperkt aantal mensen ooit nog sinds Zijn opstanding waargenomen – onder de mensen, niettemin. Maar goed, sindsdien is Hij verborgen. En dat is feitelijk de situatie sinds die tijd. Eigenlijk is Hij al tweeduizend jaar lang verborgen. Er wordt niets van Hem waargenomen. Hij heerst nog niet in Jeruzalem; dat was de bedoeling en dat gaat ook vervuld worden, maar in deze tussentijd – dit is eigenlijk een interim-periode, een pauze, een onderbreking – verzamelt God Zich, terwijl Israël op het zijspoor staat, onder de natiën een volk: de ekklesia. Hij roept hen uit. Ekklesia betekent ook 'uitroepsel'. Hij roept ze uit: jij, en jij. Een aantal... Dirk zegt het altijd zo: eerstelingen. Van hierheen en daarheen. Kijk, de hele mensheid gaat volgen, maar nu roept God eerstelingen die Hij tevoren bestemd heeft. En die geeft Hij een geweldige plaats, want dat is altijd zo met eerstelingen. Eerstelingen hebben altijd de hoogste bestemming. Dat is niet alleen zo met haringen die gevangen worden of kievitseieren die gevonden worden; nee, het eerste, dat is de vorst.
En die maken deel uit van een van die geheimen – of misschien wel de 'clou' van het geheim dat Paulus vertelt: dat die ekklesia die vandaag geroepen wordt, deel uitmaakt van de Christus. Ik zeg dat nog eens: de ekklesia die vandaag geroepen wordt, maakt deel uit van de Christus. Hij is het Hoofd, wij zijn het Lichaam. En alles wat Hem beloofd is, de positie die Hij straks ook gaat innen, daarin zullen wij gaan delen. Dat is onvoorstelbaar, wat ik nu zeg. Dan moet je... je kan een totje nemen, maar tot besef daarvan komen is onvoorstelbaar. Tot wat voor hoogte wij geroepen zijn, dat is geweldig!
Maar oké, de verborgen Christus, die is nu onder de natiën in dat gezelschap. Dat gezelschap heet dus ook de Christus. Hij het Hoofd, wij het Lichaam. Geroepen. En als u dat niet geloven wilt of als u zegt: "Waar staat dat dan?", dan moet u even de voorgaande verzen lezen, hoofdstuk 1 vers 24 tot 27. Schitterend! Oké, maar wat Paulus dus bidt, is dat we inderdaad zouden komen tot besef van het geheim van God, namelijk Christus.
Alle Schatten van Wijsheid en Kennis (sophia) ↑ hoofdstukken
In wie al de schatten van wijsheid en kennis verhuld zijn. In hem. En weet u, deze Christus die verborgen is, in hem zijn alle schatten van wijsheid en kennis verhuld, verborgen. Het is bedekt, maar het kennen van hem beantwoordt alle grote vragen van hoofd en hart; van de oorsprong van de wereld en van de schepping, maar ook de bestemming. Want als je eenmaal weet wat de oorsprong is en je weet ook wat de bestemming is, ja, dat is in feite wat je wilt weten.
Als je gebruikmaakt van Waze of Google Maps, dan moet die app twee dingen weten: waar bevind je je en waar ga je naartoe? En als je dat eenmaal weet, dan vergemakkelijkt dat de route enorm. Dat is noodzakelijk. Ik bedoel, als we weet hebben van de oorsprong van deze schepping uit God, en dat het ook weer tot hem is en hij alles in de hand heeft, ja, dat wordt vervuld via deze Christus. Ook trouwens voor het verstaan van deze tijd is het zo belangrijk om de verborgenheid van God te kennen, het geheim van God. Ik durf te zeggen dat je alleen maar echt zekerheid kunt hebben in onze dagen als je het geheim kent. Want er zijn zoveel mensen, ook gelovigen trouwens, die daar echt ingetrapt zijn. Die denken dat het nu allemaal openbaar moet worden en die zijn bezig het koninkrijk te bouwen. Ze raken altijd per definitie gefrustreerd, want dat lukt niet. Nee, dat is ook helemaal niet de bedoeling om het koninkrijk nu al gestalte te geven.
Ze zoeken Christus in krachten, tekenen en wonderen; allemaal manifestaties. Maar alles wat God vandaag eigenlijk doet in die hele tussenperiode, is verborgen. By design. Zo is dat de bedoeling. Dus elke poging om dat te manifesteren en zichtbaar te maken in de wereld, in de politiek of maatschappelijk, dan krijg je allerlei christelijke organisaties om maar vooral te domineren. Het is allemaal bedoeld om zich te openbaren, maar dat is niet bestemd voor deze tijd. Die openbaring komt wel, we moeten nog even wachten. Dat is niet ons werk, we zijn er overigens wel bij betrokken, maar dat is wat anders. Deze tijd versta je alleen als je inderdaad weet dat alles wat God doet, verborgen is.
Het beantwoordt al die grote vragen, niet alleen maar van het hoofd — van waar komen we vandaan en waar gaan we naartoe — maar ook van het hart. Want elk mens zoekt een zin van het bestaan en dit geeft ook een antwoord op de vraag dat er iemand is die om ons geeft; dat er een Schepper is die van ons houdt. We zijn werk van zijn handen, die hij nooit laat varen. Dat is liefde: agape. Dat is het grote verlangen van een mens. Een mens zoekt inderdaad die zin van het bestaan, maar ook de voldoening. Iedereen weet het hè? Alle liedjes op de radio gaan allemaal over love, love, love. Dat is het. We begrijpen allemaal: het gaat uiteindelijk allemaal om liefde.
Ja, maar dat is nu precies het grote geheim ook van de hele schepping. God is liefde en hij houdt van deze schepping, en omdat hij van deze schepping houdt, brengt hij alles tot een goed einde. Elk mens is zijn creatie. Nou, dat zijn dus de raadsels en de vragen van het hart en van het hoofd. Hij is het antwoord in wie al de schatten van wijsheid en kennis verhuld zijn. Trouwens, ik vind het wel mooi om dat ook in dezen nog even op te merken. Dat woord wijsheid is in het Grieks 'sophia' of 'sofia', maakt niet uit, maar de aardigheid is dat dat Griekse woord afgeleid is van een Hebreeuws begrip en dat is 'tsophim'. En weet u, het Hebreeuwse woord 'tsophim' betekent uitkijktoren.
Het idee is — en alleen dit gegeven al werpt zoveel licht op wat wijsheid is — wijsheid is meer dan kennis. Wijsheid heeft te maken met dat je op de hoogte bent, wat ik expres dubbelzinnig bedoel nu. Je bent op de hoogte, maar daardoor heb je ook overzicht. Je kunt met recht uitzoomen en het grote geheel zien. Dat is wat het mooie is als je overzicht hebt, maar je hebt ook uitzicht. Kijk, daar is wijsheid. Dat is wat anders dan alleen maar een beetje filosoferen en in het wilde weg wat opperen: 'zou het zo zijn, zou het zo zijn?'. Ik bedoel, het is allemaal prachtig en je kunt geweldige vragen stellen, maar hij is inderdaad het antwoord.
In hem zijn al de schatten — want het is zo ongelooflijk rijk — van wijsheid en kennis verhuld. En dat betekent dus: het is verborgen. Het staat niet in de krantenkoppen, het is niet op tv te vinden. Dus als je denkt: 'ik zou er wel wat van willen zien', ja, maar de essentie van de hele operatie en al het handelen van God is nu juist: het is verborgen. Het is geen zien, trouwens ook geen voelen. Het is weten. Daarom schrijft Paulus deze dingen op. Geloof is uit het horen. Je verneemt een ding en je gaat erin staan. Oké, we gaan verder.
Waarschuwing Tegen Misleidende Drogredenen ↑ hoofdstukken
Dit zeg ik. Hij schrijft eigenlijk alsof hij in hun midden is en met hen spreekt: "Dit zeg ik, opdat niemand jullie zou doen misrekenen in overredende taal." Zoals er letterlijk staat: "Opdat niemand jullie misleide met drogredenen." Zo staat het in de NBG-vertaling. Het idee is dat als Paulus deze dingen zo naar voren brengt, hij daarmee zegt: alleen als je deze dingen kent en dit besef hebt, en de volle zekerheid hebt van wat hij allemaal van Godswege heeft mogen bekendmaken en optekenen, alleen dan ben je ook echt immuun voor het misrekenen en voor allerlei overredende taal. Voor drogredenen.
Want er is zoveel in de wereld; daar hebben we het al zo vaak over gehad. Er gaat geen dag voorbij of je struikelt over al die drogredenen en misleidende taal die over je heen komen. En daarmee bedoel ik inderdaad in de eerste plaats waar je nu direct aan denkt: wat de media ons allemaal op de mouw spelden. Maar ik betrek het nu ook gewoon op alles wat er zo verteld wordt. Ook op religieus gebied en op filosofisch gebied. Op alles wat ze ons willen laten geloven.
Paulus heeft het hier inderdaad ook over filosofie en traditie. We komen er nu net niet meer aan toe, maar als je in vers 8 van dit hoofdstuk leest, dan staat er inderdaad dat niemand jullie moet meeslepen door zijn ijdele filosofie. Filosofie is een Grieks woord: wijsbegeerte. Het lijkt heel wat, het is misschien dure taal, academisch verantwoord, maar het is ijdel. Het is leeg. Het biedt niks, het biedt geen zekerheid en het heeft geen echte inhoud.
En het is in overeenstemming met traditie. Dat kan heel indrukwekkend zijn, want als bepaalde verhalen al generaties lang overgeleverd en verteld worden, en zelfs ook nog een religieus aureool meekrijgen, ja, dan word je daar gemakkelijk door meegesleept. De Kolossers dreigden daar ook ontvankelijk voor te zijn. Paulus zag die bui hangen en vandaar dat gebed van Epafras, maar ook zijn eigen gebed: "Dit zeg ik, opdat niemand jullie zou doen misrekenen in overredende taal."
Laat je niet gek maken. Als je wilt weten hoe het werkelijk zit, dan zegt Paulus: alle schatten van wijsheid en kennis zijn in Hem verborgen. Niet een beetje, ook niet veel, maar álle schatten. Alle schatten van wijsheid en kennis zijn in Hem, Christus, die nu verborgen is. Ja, verhuld; in Hem is het te vinden. Dus ja, als je Hem hebt, dan heb je alles. Dan heb je alles. Laat ik het even verder lezen, want hij zegt er nog wat bij.
De Ordening en Stabiliteit van Ons Geloof ↑ hoofdstukken
Want al ben ik in het vlees afwezig – Paulus bevond zich in de gevangenis in Rome en zij waren in Colosse – niettemin zegt hij: "Ik ben in de geest bij jullie." Hij was niet alleen in zijn gedachten bij hen, maar hij was daar ook present door het feit dat zijn brief daar gelezen werd. In feite is Paulus nu ook in ons midden in de geest, namelijk door dat wat hij te melden heeft. Wat hij in zijn geest leefde en wat hij via zijn pen heeft opgetekend, komt tot ons doordat wij dat nu, anno 2021, tot ons nemen. In die zin is hij in de geest bij ons; zo moeten we dat werkelijk zien.
Hij zegt: "Al ben ik naar het vlees afwezig, niettemin ben ik in de geest bij jullie en ik zie met vreugde de ordening en stabiliteit van jullie geloof in Christus." Paulus stelt dat met vreugde vast omdat Epafras hem daarvan op de hoogte had gebracht. Hij ziet "de ordening" van hun geloof. Dat is een prachtig woord, want orde heeft alles te maken met structuur. Hierbij gaat het niet over het werkwoord geloven – ons persoonlijke geloven – maar over "het geloof", namelijk de geloofswaarheid. Het gaat om dat wat geloofd wordt. En dat kende ordening. Wat zij kenden, waar zij hun vertrouwen in stelden en wat hun meegedeeld was, had structuur. Het was ingedeeld, het had een compositie en een samenhang. Het was coherent, zoals we dat met een mooi woord noemen. Het is niet zomaar een verhaal; het is werkelijk consistent en samenhangend. Het is geweldig als je de waarheden die Paulus heeft mogen optekenen ziet als een geheel. Zoals hij als leraar van de natiën dat heeft mogen onderwijzen en verkondigen, is het niet slechts een aantal losse feiten. Het geeft een geheel en Paulus zegt: "Ik zie met vreugde de ordening, de structuur van jullie geloof." Jullie begrijpen dat en weten de dingen te plaatsen, want dat is wat orde is. Als er orde is, dan kun je zeggen: dat staat hier en dat staat daar. Het is opgebouwd.
Maar dat niet alleen, hij ziet ook de stabiliteit. Waar soms gesproken wordt over "hechtheid", is het eigenlijke woord "stabiliteit". Dat heeft te maken met vastheid; dat wat solide en robuust is. Dat is het geweldige, want het heeft te maken met de inhoud van de boodschap zelf. De inhoud van de boodschap is zo solide, helder en gestructureerd; het is gebaseerd op feiten en het is zo evident dat het zichzelf bewijst. Als je daar kennis van neemt, dan krijgt dat geloof waar je je vertrouwen in stelt stabiliteit. Dat is inherent aan het geloof zelf; je vindt daar vastheid in. Zo werkt het, en dan kan het ook tegen een stootje. Dan word je niet zomaar meer van de wijs gebracht. Daarom is het natuurlijk zo ontzettend belangrijk om daar kennis van te nemen en daarom schrijft Paulus deze dingen.
"Ik zie met vreugde de ordening en de stabiliteit van jullie geloof in Christus. En zoals jullie dan Christus Jezus... de Heer ontvingen." Let op de volgorde: "Christus Jezus". Dat is de favoriete wijze waarop Paulus dat formuleert. Bijna alle andere apostelen hebben het altijd over Jezus Christus, maar Paulus spreekt in zijn brieven wel honderd keer over Christus Jezus; dat doet niemand anders zo consequent. Dat is ook heel logisch, want Paulus kende Jezus wel, maar hij kende Hem eerst als de Christus, de Opgewekte. Toen de Heer zich op de weg naar Damascus aan hem openbaarde en Paulus vroeg: "Wie bent u?", luidde het antwoord: "Ik ben Jezus." Dus die Jezus die hier op aarde ooit rondwandelde, is nu de verhoogde en verheerlijkte Christus. "Christus" is Zijn titel. Paulus zegt: "Zoals jullie dan Christus Jezus, de Verheerlijkte die hier op aarde wandelt, de Heer ontvingen." Jullie hebben Hem gehoord en jullie weten: Hij is de Heer van allen. Hij is het Hoofd van alles, ook al is dat nu nog verborgen.
Jullie ontvingen Hem. Sommigen vertalen dat met "aanvaarden", maar het is "ontvangen". Het is je gewoon gegeven. Geloof is een gift, het is een gave van God. God opent de oren, Hij laat het je horen en als het kwartje valt, dan komt het in je hart en heb je het ontvangen. Het is een geschenk. Ik vind het geweldig om te weten: als je tot de eerstelingen behoort, weet je dat de oogst nog gaat volgen. Wat God nu bij mij kan doen, dat gaat Hij op Zijn tijd ook met de rest doen.
Paulus vervolgt: "Zoals jullie dan Christus Jezus de Heer ontvingen, wandelt in Hem." Dat betekent dat Hem als de Heer herkennen niet alleen genoeg is in het begin, toen jullie Hem ontvingen, maar ook voor het vervolg van heel onze wandel. Elke stap die we zetten is genoeg, omdat we Christus ontvingen. In Hem hebben jullie alles wat je nodig hebt voor je wandel, voor elke stap die je zet. Als je Hem kent, dan heb je alles. En waar je ook heen gaat, het maakt dan ook niet uit waar je heen gaat: je wandelt in Hem. Je bevindt je ergens en je gaat van A naar B. Trouwens, wandelen in Bijbelse zin is niet zozeer van A naar B gaan; wandelen is meer "rondgaan", een rondje lopen. Wij wandelen in Hem, dat wil zeggen in het besef van wie Hij is en in alles wat je van Hem weet. Wandelt in Hem. Vers 7 is het laatste vers waar we nu op gaan inzoomen, want daar geeft Paulus feitelijk een nadere toelichting op wat dat wandelen in Hem precies betekent.
Geworteld, Opgebouwd en Bevestigd in Hem ↑ hoofdstukken
Het begint met geworteld zijnde en opgebouwd wordend in Hem. En nu ga ik even de taaldocent uithangen, maar zo ingewikkeld is het niet hoor. Dit woord 'geworteld zijnde' staat in de voltooid tegenwoordige tijd. Dat wil zeggen: jullie zijn geworteld. Als je in de interlineair kijkt, dan zie je een specifiek tekentje voor dat woord en dat betekent dat het een voltooide tijd is. Jullie zijn geworteld. Waarom vind ik dat belangrijk? Wel, het staat in tegenstelling tot het volgende woord, want dat is onvoltooid. Maar eerst dit: geworteld zijnde betekent dat jullie je vastheid hebben gevonden in een voedingsbodem. Want dat is wat geworteld zijn betekent. Als je geworteld bent, dan heb je ergens vastheid gevonden. Een boom staat vast, trouwens, elke plant staat vast. Eerst wordt er geworteld en als een plant eenmaal geworteld is, dan heeft hij een voedingsbodem. Dan weet je waar hij voeding aan kan onttrekken. Waar Paulus het over heeft, is dat wanneer jullie Christus ontvingen, je bent geworteld. Daarin vind je niet alleen vastheid, maar ook voeding. Deze beeldspraak is ontleend aan de biologie, aan een plant of aan een boom die geworteld is. Elders spreekt Paulus over een metafoor die ontleend is aan een gebouw; dan ben je gefundeerd. Maar de gedachte is in feite identiek: je vindt ergens vastheid in.
Dat 'opgebouwd' is eigenlijk ook weer een metafoor die te maken heeft met een gebouw, maar 'geworteld' heeft nog een extra gedachte. Niet alleen dat het vastheid gevonden heeft, maar ook dat het een voedingsbodem heeft. Het hoeft ook niet te bewegen, want daar waar het zich bevindt, daar is alles in te vinden. Op die plek, in Hem, geworteld zijnde in Hem. Het mooie is trouwens ook dat juist door tegenstand en door stormen de boom steeds steviger in de grond geworteld raakt. Het is bekend, er zitten boskopers in ons midden, dat het wortelgestel aan de westkant van een boom vaak het meest ontwikkeld is. Omdat die kant de meeste wind te verduren krijgt, moet de boom daar stevig staan.
Ik heb deze week een verhaal gehoord over de filosoof Nassim Nicholas Taleb. Hij gebruikt interessante termen: iets kan robuust zijn of iets kan antifragiel zijn. De aardigheid is dat hij zegt: deze tafel is bijvoorbeeld robuust. Hij is stevig, je kunt er wat op zetten en hij kan tegen een stootje. Maar hij zegt dat er ook dingen zijn die antifragiel zijn. Wat is het verschil? Antifragiel betekent dat iets sterker wordt juist doordat het tegenstand ondervindt. In de biologie zie je daar veel voorbeelden van. Spieren worden sterker juist doordat ze weerstand ondervinden; 'use it or lose it', zeggen ze dan. Maar het wordt sterker. Dat geldt dus ook voor de wortels van een boom: die worden sterker naarmate ze meer weerstand ondervinden. En dat geldt trouwens ook voor ons geloof. Dat is niet alleen maar robuust, het is antifragiel. Daarom zou je niet bang moeten zijn voor tegenstand, oppositie en vragen. Nee, als je werkelijk vastheid gevonden hebt, dan word je daar alleen maar sterker van.
Geworteld zijn en ook opgebouwd worden in Hem. Ik zei al dat 'geworteld' voltooid is, maar 'opgebouwd worden' is onvoltooid. Dat wil zeggen dat het proces gaande is. We worden nog steeds opgebouwd. Maar je kunt alleen opgebouwd worden als je eerst geworteld bent. Daar begint het mee. Alleen als je vastheid hebt gevonden in die voedingsbodem, dan word je vervolgens bij voortduring onvoltooid opgebouwd. Opgebouwd ook in de zin van: je wordt groter, je neemt toe in inzicht en in uitzicht. De vrede wordt meer. Niet alleen de kennis neemt toe, maar ook het besef. Het wordt steeds grootser. Dat is wat geestelijke groei is.
Opgebouwd wordend in Hem en bevestigd wordend in het geloof. Geworteld, opgebouwd en bevestigd wordend. Eigenlijk ligt dit in de lijn van wat ik zojuist bedoelde met dat robuuste en antifragiele. De gelovigen in Kolosse stonden al, je leest dat trouwens ook over de Korintiërs, maar ze waren nog niet allemaal even standvastig. Daar gaat het juist om: dat je echt bevestigd wordt. Bevestigd wil zeggen: het staat, maar het wordt vaster gesteld. Dat kan natuurlijk alleen wanneer je voortdurend weer herhaald wordt, opnieuw bepaald wordt bij die voedingsbodem. In de zondagsschool wordt het liedje gezongen, en het is zo waar: 'Read your Bible, pray every day, if you want to grow.' Hoe zou je geworteld kunnen zijn, hoe zou je opgebouwd kunnen worden en hoe zou je vaster gesteld en bevestigd kunnen worden, anders dan door dat voortdurend tot je te nemen? Die rijkdom ligt er echt hoor. de voedingsbodem is rijk genoeg om dat allemaal te geven. Het gaat erom dat het geen theorie blijft, maar dat het voortdurend tot je komt zodat we bevestigd worden in het geloof.
En zoals jullie werd onderwezen. Dat zegt Paulus tegen de Kolossers. De boodschap die van Epafras kwam, aan wie die boodschap door Paulus was toevertrouwd. Ik zeg het er even bij, want het is niet zoals in 'de kerk alhier' geleerd wordt. Kent u die? Ik heb een kerkelijke achtergrond en dan werd er in bepaalde formulieren gevraagd of je 'ja' zei op de leer zoals die in de kerk alhier gepredikt, geleerd en onderwezen wordt. Nee, daar hebben we het niet over. We hebben het niet over een leer die ergens door een kerk, een dominee of een voorganger — al is het André Piet, ik sluit mezelf er geheel bij in — geleerd wordt. Nee, het gaat om de Schriften. Dat wat Paulus te vertellen heeft; die levende orakels van God. Bevestigd worden in het geloof zoals jullie werd onderwezen. Dat is de waarheid zoals ze die in hoofdstuk 1 vers 5 leerden: de waarheid van het goede bericht, van de blijde tijding van het evangelie.
Daarin moet je geworteld zijn, opgebouwd worden en telkens weer bevestigd worden. Dat is een voortdurend proces van steeds vaster gesteld worden, zodat je ook steeds stabieler wordt en niet heen en weer geslingerd wordt door van alles en nog wat. Hoe belangrijk is dat niet? Ik geloof dat deze waarheid gedurende tweeduizend jaar altijd actueel is geweest. Het was actueel in de dagen dat Paulus dit optekende, maar ik heb de indruk — u mag er anders over oordelen — dat het met de dag belangrijker wordt in een tijd waarin alles steeds instabieler wordt. Mensen weten niet meer hoe de vork aan de steel zit of wat de waarheid is. Deze bevestiging wordt met de dag belangwekkender. Dat is vast, dat is solide. Daar vind je werkelijk wat vastheid geeft in het bestaan, zoals jullie is onderwezen. En nu kom ik uiteindelijk, want het duurt wel erg lang voordat ik bij mijn titel aangekomen ben, maar we komen er wel.
De Respons op Genade: Overvloeiend in Dankzegging ↑ hoofdstukken
Overvloeiende in dankzegging: dat is, zou je kunnen zeggen, de lakmoesproef van het voorgaande. Of de lakmoesproef, ja, zo zeggen ze dat ook. Want daar waar je geworteld bent in Hem en waar je ook opgebouwd wordt en zodoende ook voortdurend bevestigd wordt in dat geloof – in dat vertrouwen en in dat wat verteld is en wat Paulus allemaal te melden heeft, zoals zij werden onderwezen – daar is het karakteristieke effect dat je gaat overvloeien in dankzegging.
Kijk, als je een woord van genade leert... Genade betekent: vreugde om niet. Je krijgt iets, je ontvangt het en het maakt je blij. Er zijn zoveel dingen in het leven die je zomaar gratis krijgt. Ook aardse dingen; je kunt gezond zijn of je kunt genieten van een zonsopgang, van een goede maaltijd of van vrienden. Dat krijg je zomaar en dat kan je zo blij maken. In feite is dat allemaal charisme, dat is genade. Maar als je het woord van genade, de genade Gods hebt leren kennen – dat is trouwens Kolosse 1 vers 5, waar Paulus tegen de Kolossiërs zegt dat zij de genade Gods in waarheid hebben ontvangen – dan verandert alles. De prediking die Paulus wereldwijd moet brengen is Titus 2 vers 11: de genade Gods is reddend verschenen voor alle mensen. Dat is de genade Gods. Hij is jouw Schepper, van wie dan ook, of je het nou gelooft of niet. Hij is jouw Schepper, maar Hij is ook jouw Redder. Niet op voorwaarde dat; er zijn geen kleine lettertjes. Dat is de mededeling, dat is genade. De genade van God is dat Hij alle mensen redt. Dat betekent dat op het moment dat je dat hoort en verneemt, en dat binnenkomt, je blij wordt. Hij is de Redder, Hij is mijn Redder, Hij is de Redder van allen. En dat maakt blij en dankbaar.
Want hoe gaat het? Op het moment dat je iets ontvangt en je beseft dat je het ontvangen hebt, dan word je dankbaar. Daarom durf ik ook inderdaad te beweren – we hebben er thuis ook wel eens discussies over gehad, maar goed, nu ben ik aan het woord en dan kan ik even niet tegengesproken worden, dat kan altijd nog – dat ik geloof dat je alleen als je God werkelijk kent, echt dankbaar in het bestaan kunt zijn. Iemand die God niet kent of erkent... hoe zou hij dankbaar kunnen zijn voor zijn gezondheid? Je bent namelijk iemand erkentelijk die je iets gééft. Je kunt ook niet het lot dankbaar zijn. Je bent iemand dankbaar die je een gunst bewijst. Daarom is het zo belangrijk te weten dat er Iemand is die het allemaal in handen heeft, die aan het begin staat en die aan het eind staat en die alles geeft. Kijk, dat is de God. Maar dat betekent dus ook dat je Hem kunt danken, elke dag voor wat Hij geeft en voor wie Hij is, en voor die enorme rijkdom.
Waar het om gaat is dat als u geworteld, opgebouwd en bevestigd wordt in dat geloof, die dankzegging alleen maar groter wordt. Het neemt toe. Ik wil daar een paar kenmerken van geven. Dat woordje dankzegging is in het Grieks eucharistia. Daar zit het woordje charis in, en dat betekent genade, gunst, vreugde om niet. Dankzegging is eigenlijk niets anders dan de respons op genade. En hoezo overvloeiend in dankzegging? Je gaat God in alles danken. Niet alleen maar danken voor de plussen, maar je gaat God zelfs danken voor de minnen. Dat moet ik even toelichten, want als ik het zo stel, zeg je misschien: "Dat kan niet, je kunt niet danken voor een min." Nee, dat is waar, maar je kunt wel danken voor de minnen waarvan je weet dat God ze tot een plus maakt. En dan zijn het dus geen minnen meer. Dan zijn het plussen die nog niet af zijn. Je dankt dus niet voor de min op zich, je dankt voor de plussen die nog niet af zijn.
Als je zo in het leven staat, dan is dat echt het ultieme positieve denken. Waarom? Omdat er een God is die van elke min een plus maakt. Noem een willekeurige min in uw bestaan – de een heeft een andere dan de ander, dat maakt niet uit – neem het aan: alle minnen maakt Hij tot een plus. Als ik dat ga beseffen, dan ga ik danken, ook voor die dingen. Want Zijn weg is de beste. We zingen dat wel, en het is niet zomaar een mooi liedje, nee: Gods weg is de beste, altijd! En dat betekent niet alleen dat het de weg is die naar de ultieme bestemming leidt. Het is niet alleen de ultieme bestemming, maar ook de route daar naartoe is de beste. Dus niet alleen de bestemming is de beste, maar ook de weg ernaartoe is de beste. Altijd.
Waarna de volgende vraag is: "Maar wat gaat er dan mis?" Het antwoord is: niets. Voor God gaat er niets mis. En op het moment dat je dat gaat beseffen, kun je danken in alles. Ik meen dat echt bloedserieus. Dat is waar Paulus het over heeft wanneer hij zegt dat je overvloeiend wordt in dankzegging. Je gaat steeds meer en nieuwe redenen vinden om te danken. Je kunt die rijkdom al bezitten als je Christus Jezus hebt ontvangen – dan heb je het in principe allemaal – maar dat wil niet zeggen dat je ervan wéét, laat staan dat je het allemaal beséft, laat staan dat het elke dag tot je doordringt. Telkens weer nieuwe redenen vinden om te danken vanwege de enorme schatten, uitzichten en inzichten. Onvoorstelbaar.
En dat maakt overvloeiend. Onder dat overvloeiende versta ik ook dat je mond ervan gaat overlopen. Want het is toch zo dat waar het hart vol van is, de mond van overloopt? Dat is trouwens een Bijbelse spreuk, weten jullie dat? Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Overvloeiend in dankzegging wil niet alleen zeggen dat je een dankbaar hart hebt, maar dat het ook uit de mond komt. Dat je ervan gaat spreken en dat je gaat getuigen van die grote God.
Kijk, dat is een kenmerk van het geheim dat Paulus heeft gepredikt, opgetekend en onderwezen. En als je daarin geworteld, opgebouwd en bevestigd wordt, dan leidt dat tot dit effect: dat je overvloeiend wordt in dankzegging. Wat een leven! Dan hebben we de hemel nog in het verschiet, maar dan wordt het bestaan hier op aarde ook al een hemel. Dan gaat namelijk het licht schijnen van Hem, van Zijn woord over die enorme rijkdom van het kennen van Hem. Overvloeiende in dankzegging. Ik stel voor dat we daar dan niet meer over gaan zeggen...
UltimateGoodNews