GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

eeuwigheid of aeonen?

19-09-2021 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 19 september 2021 in Epe

Misschien wel het grootste obstakel voor de gemiddelde bijbellezer om te begrijpen wat “er staat geschreven” is het woord ‘eeuwigheid’. De indruk die bijbelvertalingen wekken is dat wanneer Jezus Christus terugkomt, een eindeloze eeuwigheid aanvangt. Hemel of hel. Eeuwig wel of eeuwig wee. Maar met deze voorstelling van zaken wordt de toekomst die de Schrift ons voorhoudt, afschuwelijk geweld aan gedaan!.

Bij de terugkeer van Jezus Christus vangt niet een eeuwigheid aan, maar beginnen “de komende aeonen”, wereldtijdperken waarin Jezus Christus zal heersen. Eerst in “de duizend jaren”. Later in de nog overtreffender heerlijkheid van het Jeruzalem dat uit de hemel zal neerdalen. Totdat uiteindelijk de (tweede) dood als laatste vijand zal worden teniet gedaan. Dan is er geen dood meer maar allen die ooit in Adam stierven, zullen leven! En GOD zal zijn… alles in allen!

In deze studie wordt op begrijpelijke wijze (met de ‘bonnetjes’ erbij), het ABC van de allesomvattende Bijbelse toekomstverwachting uiteengezet.

Deze studie is in gesproken vorm ook in andere talen beschikbaar. 

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze Bijbelstudie onderzoekt het grote theologische verschil tussen het onbijbelse concept van een eindeloze eeuwigheid en de Bijbelse aeonen. Aeonen blijken in de grondtekst tijdperken te zijn met een duidelijk begin en einde, wat betekent dat ook goddelijke oordelen en straffen niet eindeloos voortduren. Vanuit dit inzicht wordt helder dat God een doelgericht plan heeft waarin Hij door deze tijdperken heen alles herstelt. Uiteindelijk zal de dood volledig tenietgedaan worden en zal God elk schepsel met Zichzelf verzoenen. Dit maakt het Evangelie tot een blijde tijding: God is werkelijk de Redder van alle mensen en brengt Zijn schepping tot een goed einde.

“Wanneer eeuwigheid aeonen worden, dan wordt het Evangelie echt een goed bericht, een blijde tijding.”

Inleiding: het Verschil Tussen Eeuwigheid en Aeonen ↑ hoofdstukken

Een hele goedemorgen, ook van mijn kant, beste vrienden hier in Epe. Goed om jullie hier weer te treffen. Ik zeg "weer", want het was enige maanden terug dat ik hier ook was en toen heb ik jullie meegenomen naar de brief die Paulus ooit schreef aan de Galaten. En dit keer neem ik jullie mee naar een onderwerp waarvan ik tamelijk zeker ben dat het voor een heel aantal van u volstrekt nieuw is. Dat geldt alleen al voor de term die in de titel gebruikt wordt: aeonen. Wat zijn dat nou weer voor dingen? In de auto hadden we het er al even over: kun je dat misschien eten ofzo? Maar dat is aioli; dat lijkt er misschien op, maar het heeft er niets mee te maken. Nee, eeuwigheid of aeonen. En wat ik zo in de loop van deze studietoespraak – hoe je het ook maar noemen wilt – wil duidelijk maken, is hoe gigantisch belangrijk dit thema is.

Laat ik eerst even wat inleidende dingen daarover mogen zeggen. Ik heb het dus eventjes opgezocht. Ik heb het niet allemaal nageteld, maar dat heb je met het gemak van die Bijbelprogramma's: gezocht in de Statenvertaling. In dit geval heb ik het woordje "eeuw" ingetikt met een wildcard, en dan blijkt dus dat dat woord ruim 600 keer voorkomt in onze Bijbel. En als je een NBG-vertaling hebt of een andere vertaling, zal dat daarvan denk ik niet zo heel gek veel afwijken. Allemaal woorden die beginnen met "eeuw". Bijvoorbeeld "eeuwigheid", maar ook het meervoud: "eeuwigheden". Wat een tamelijk merkwaardig fenomeen is, want als een eeuwigheid nou eindeloos is, hoe lang moeten eeuwigheden dan wel niet duren? Hoeveel zijn daar dan van?

Zulke vragen stel je als je eigenlijk van niks weet en je stapt er fris in, zonder alle bagage die je hebt meegekregen van de opvoeding. Want u weet hoe dat gaat hè: als je met iets groot geworden bent, dan worden dingen vanzelfsprekend en bevraag je het al niet meer, want ja, je weet niet beter. Totdat je dan een keertje iemand tegenkomt die daar nog nooit van gehoord heeft en die stelt de meest simpele vragen; die blijken dan meteen al eigenlijk volstrekt onbeantwoordbaar te zijn. Dit is er zo één. Maar goed: eeuwigheid, eeuwigheden, maar ook "eeuw" of "eeuwen". Waarbij ik trouwens even de aantekening moet maken dat als ik die termen gebruik, of als je die in de Bijbel tegenkomt, je niet moet denken aan tijdvakken van honderd jaar, maar aan tijdperken. Dus niet per se van honderd jaar – of eigenlijk per se níet van honderd jaar, want dat heeft er niets mee te maken.

Maar ook het bijvoeglijk naamwoord "eeuwig". Ik houd ervan om het een beetje stotterend te zeggen, want dan krijg je een spatie tussen "eeuw" en dat laatste "-ig": eeuw-ig. Dat is een link die we ook niet zo gauw zouden leggen, want bij "eeuwig" denken we meteen aan eindeloos. Terwijl "eeuwig" zou betekenen dat iets verband houdt met een "eeuw". In feite is het dus zo: als ik een jaar oud ben, dan ben ik jarig. Als ik een eeuw oud ben, dan ben ik... ja, honderdjarig. Oké, maar dan ben ik dus eeuwig. Ja, eigenaardig. Maar ik moet erbij zeggen: er zijn nog wat meer woorden die beginnen met "eeuw", maar die laat ik dan voor het gemak even weg. Dit is wel de hoofdmoot.

Olam en Aion in de Grondtekst: Tijd met een Verborgen Einde ↑ hoofdstukken

Dan nog iets wat u moet weten: in het Oude Testament – daar staat OT voor in dit geval – dat van origine geschreven is in het Hebreeuws, is het woord dat u tegenkomt als 'eeuw', 'eeuwigheid' of 'eeuwen' vrijwel altijd de weergave van het woord olam. Houd dat even vast. Ik matig mezelf niet te veel kennis van het Hebreeuws of Grieks aan – dat heb ik zelf trouwens ook niet echt heel erg veel – maar dit is wel van belang: dat woord olam. Dat wordt dan dus weergegeven met 'eeuw', 'eeuwig', 'eeuwigheid', enzovoorts. Eigenlijk is een olam een tijd met een verborgen einde.

In het Nieuwe Testament, dat niet geschreven is in het Hebreeuws maar in het Grieks, is 'eeuw', 'eeuwigheid' of 'eeuwig' de weergave van het woord aion. Als je het in het Nederlands spelt, kun je aion gewoon in de Van Dale opzoeken, alleen zie je dan een iets andere spelling. Dan zie je niet A-I-O-N, maar aeon, eventueel met een dubbele 'o'. De spelling is nogal divers, maar daar houden we ons verder niet mee bezig. Het gaat mij om het woord aion of aeon. In ieder geval is aion het woord in het Nieuwe Testament. Dat komt heel dikwijls voor, trouwens ook de bijvoeglijke vorm: aionios. Wij zeggen dan 'eeuwig'.

Dat is de inleiding. Maar nu, wat is het probleem? Ik kan me voorstellen dat bij degene die nu al goed aandachtig heeft geluisterd, er al een vraag is opgekomen. Dat is eigenaardig, en dat wil ik nou precies eens gaan formuleren. Kijk, olam en aion worden vertaald met 'eeuwigheid'. En wat is een eeuwigheid? Ik heb vroeger geleerd dat dit tijd zonder begin en zonder einde is; in ieder geval de tijd zonder einde. Als het een eeuwigheid duurt, dan komt daar nooit een eind aan. Dat is dus eindeloos. Maar aion is ook de weergave van het woord 'eeuw', en dan is het een wereldtijdperk. Dat heeft uitdrukkelijk wél een einde. Dus dan ga je de vraag stellen: hoe zit dat nou met olam en aion? Ik zal me vooral beperken tot het woord aion, want daar hebben we meestal mee te maken. Hoe zit dat nou? Heeft een aion, een aeon of eon – hoe je het ook noemt – nou een einde of niet?

De grap is dat de vraag die ik nu stel feitelijk niet eens een echte vraag is. Als je dit opzoekt in een gangbaar naslagwerk, dan kom je al heel gauw op het spoor en dan is het zo zonneklaar als wat. Ik geef twee voorbeelden. Ik heb het eens opgezocht in de Winkler Prins Encyclopedie – die heb je tegenwoordig niet meer, want je zoekt alles op in Wikipedia, maar ik heb nog een ouderwetse Winkler Prins. Op bladzijde 797 staat dit: "Aion betekent niet eindeloze duur maar tijdperk." Dat staat in een gangbaar naslagwerk. En ik heb het ook opgezocht in een Bijbelse encyclopedie die ik in de kast heb staan. In de uitgave van 1982 staat over het Hebreeuwse woord olam – u weet wel, waar we het over hadden, waarvan in het Oude Testament 'eeuwigheid' meestal de vertaling is – dat dit de betekenis heeft van een zeer lange tijd. En vooral: de tijd met een verborgen einde, waarvan je het einde niet ziet. Niet dus een tijd zonder einde, maar een tijd waarvan je het einde niet ziet. Dat is een heel groot verschil.

Dat zijn dus twee naslagwerken. Ik had er natuurlijk nog tien kunnen aanhalen, maar laten we de tijd een beetje effectief gebruiken. Trouwens, we zijn hier samen als gelovigen in de Schriften, in de Bijbel, in het origineel – tenminste, niet in de vertaling natuurlijk, maar zoals het in het origineel aan ons is gegeven van Godswege in het Hebreeuws en het Grieks. Wat zegt de Schrift nou eigenlijk over dat woord?

Aionen in de Schrift: Wereldtijdperken met een Begin en een Einde ↑ hoofdstukken

En dat is de echte vraag. Maar ik zal u dit vertellen: dat is geheel in lijn met wat ik zojuist al liet zien vanuit die naslagwerken en het toont ook het belang daarvan aan. Kijk, laten we dat woord eeuwigheid en eeuw allemaal even overslaan en laten voor wat het is. We gaan gewoon terug naar het oorspronkelijke woord aion en dan kom je in de Bijbel heel wat uitdrukkingen tegen. Ik zei al dat we die honderden keren tegenkomen. Dus goed, laten we eens een paar van die termen en frases langsgaan om een indruk te krijgen van wat aionen nou eigenlijk zijn of wat een aion is.

In 1 Korinthe 2 vers 7 vind je, ik meen in de NBG-vertaling — maar dat laat ik nu even rusten — daar staat "vanaf alle eeuwigheid" of iets dergelijks. Nou, ik kan u dit verklappen: dat is heel aardig geprobeerd, maar het staat er niet. Er staat letterlijk: "vóór de aeonen". Hé, dat is interessant. Want dat betekent dus dat een aeon en de aeonen (meervoud) een begin hebben gehad. Sterker nog, er was een tijd die voorafging aan de aeonen. Dat is wat de term betekent. En dat is interessant, want dat betekent dus dat een aion niet een tijd is zonder begin. Nee, de aionen hebben als geheel een aanvang, want er was een tijd die daaraan voorafging. Het is heel mooi als u dat in 1 Korinthe 2 ook naleest; dan leest u over dat wat God voor ons heeft beschikt, dat Hij een plan heeft. God heeft een plan, dat wordt trouwens ook in Efeze 3 genoemd: een plan van de aionen. En ja, een plan maak je en dat werk je vervolgens uit, en daar is God ook mee bezig. Hij heeft een plan en voordat er ook maar iets was, voordat de aionen aanvingen, had Hij al een plan en een geweldig voornemen. En ik kan u dit vertellen: daar zijn u en ik bij inbegrepen en betrokken. Dat vind ik geweldig om daaraan te denken. Voordat er ook maar iets was, voordat de tijden aanvingen, was Hij daar en had Hij een plan, een voornemen, en Hij had ons op het oog. Geweldig! Maar dus: vóór de aion. Oké.

In Efeze 3 vers 9 — ik ga zo eventjes een aantal schriftplaatsen langs om een indruk te krijgen van wat aionen nu eigenlijk zijn — daar wordt gesproken van "aionen her". Ik ga nu terug naar de letterlijke vertaling en skip even de gangbare vertalingen. Daar staat "van aionen her", wat ook erg interessant is. We weten dat de aionen een begin hebben gehad, want er was een tijd daaraan voorafgaand, dus het idee van een beginloze aion bestaat niet. Maar de Bijbel spreekt ook over de voorbije aion of "van aionen her". Dat betekent dus dat er al aionen voorbijgegaan zijn. Van aionen her. De aionen hebben dus een beginpunt en hebben elkaar ook opgevolgd; de ene aion volgt de andere op. Hier in Efeze 3 spreekt Paulus ook over dat plan van de aionen en dan zegt hij dat God dat al in Zijn voornemen had van aionen her.

Nog eentje: Matteüs 28 vers 20. Die tekst kent u wellicht. Dat is ongeveer het slot van het Matteüs-evangelie en daar zegt de Heer Jezus dit, vlak voordat Hij ten hemel vaart vanaf de Olijfberg. Dan lees je dat Hij zegt, nadat Hij die grote missie heeft gegeven om alle volken tot Zijn discipelen te maken — wat straks ook vervuld gaat worden door het volk Israël, maar dat even terzijde — dan zegt Hij: "Ik ben met u, met jullie, al de dagen tot aan de voleinding van de..." Ja, nou hangt het dus even vanaf welke vertaling je hebt. Want sommige vertalingen zeggen "tot aan het einde der wereld". Dat is de NBG-vertaling, dat is de bekendste denk ik. Als u een Statenvertaling hebt, dan staat er "tot aan de voleinding van de eeuw". Maar er staat gewoon: "tot het einde of de voleinding van de aion". Dat moet u even goed in uw oren knopen, want wat dat betekent, is dat een aion — we hadden het eigenlijk al geconcludeerd uit de voorgaande termen, maar nu zie je het zelfs expliciet — een aion of deze aion een einde heeft. Stel je voor dat ze hier hadden vertaald zoals het meestal is weergegeven; aion heeft men meestal vertaald met eeuwigheid. Stel je voor dat ze dat hier hadden gedaan: "Ik ben met u tot aan de voleinding of tot aan het einde van de eeuwigheid". Maar het einde van de eeuwigheid? Ik dacht dat een eeuwigheid juist geen einde had. Bizar toch!

Ja, maar het is ook niet het einde van de aionen. Deze aion eindigt, maar ik zal u dit vertellen: dat is niet het einde van de aionen. Nee, want er komt weer een nieuwe aion en dat is een term die we heel dikwijls in de Bijbel tegenkomen: "de toekomende aion", of termen van gelijke strekking. In Lucas 18 vers 30 — ik geef overal bonnetjes bij zodat u het thuis kunt opzoeken — staat: "en in de toekomende aion het aionische leven", of het eeuwige leven. Dat is heel interessant, omdat dat betekent dat het eeuwige leven... wij denken dan aan een eindeloos leven. Ja natuurlijk, het zal eindeloos zijn, zoals u ook spreekt van: "O, mijn vakantie was eindeloos." Ja, in overdrachtelijke zin dan hè. Want ik mag aannemen dat uw vakantie niet eindeloos was in de zin dat er geen einde aan kwam. Zie je hoe taal soms wat complex kan liggen? Maar in ieder geval is die toekomende aion dat tijdperk waarin dat eeuwige leven zich afspeelt. Een geweldige aion!

Ik kan u verklappen dat die toekomende aion een aion is waarin Christus zal heersen. Wellicht hebben jullie wel eens gehoord van de duizend jaren of het duizendjarig rijk. Daar spreekt Openbaring 20 over. Dat zijn die jaren, of dat is het millennium, waarin de satan gebonden zal zijn zodat hij de volkeren niet zal kunnen verleiden. En dat is die toekomende aion waarin Christus zal heersen. Een geweldige aion! Deze aion heet ook wel, dat is ook een term uit Galaten 1 vers 4, "de boze aion". Deze aion is boos. U zegt: "Ik vind het prachtig weer en ik heb het best naar mijn zin," maar deze aion is echt boos. De leugen heerst. Dat is echt zo en daarom is ze ook boos. Alles wordt verdraaid. De satan, de diabolos, die gooit alles door elkaar. Dat is deze aion. Maar ik heb goed nieuws voor u, in meer dan één opzicht. Deze aion loopt op zijn eind; sterker nog, we zitten bijna aan het einde van die aion. En die toekomende aion gaat straks aanvangen. Ik ga geen jaartallen noemen, maar ik kan u vertellen dat het echt niet zo lang meer zal duren. In die toekomende aion zal het aionische of dat eeuwige leven plaatsvinden.

Oké, en u zegt misschien over die komende aion: "Is dat dan het eindeloze?" Nee, ook niet. De Bijbel spreekt ook over de "komende aionen", meervoud dus. De toekomende aion, die duizend jaren, is niet het laatste. Eigenlijk is dat logisch, want die duizend jaren, hoe lang het ook duurt, daar komt ook weer een einde aan. Dus ook dan gaat het door. Trouwens, de heerschappij van Christus wordt dan ook gewoon voortgezet.

Maar weer een nieuw wereldtijdperk. God heeft een geweldig plan en dat voert Hij uit door de wereldtijdperken heen. De wereldtijdperken die ooit een begin hebben gehad, en waar er inmiddels al een tweetal achter ons liggen minimaal. De huidige aeon, die gaat afgesloten worden en wij zitten zo weer aan het einde, en dan komt een nieuwe aeon en daarna komt weer een aeon. En ik kan u dit vertellen, dat de Bijbel zelfs spreekt over de voleinding van de aeonen. De aeonen hebben ooit een begin gehad, maar hebben ook een einde, een voleinding waarin alles in Gods plan tot voltooiing gebracht gaat worden. Dat is de voleinding der eeuwen.

Ziet u hoe die hele term van een 'eindeloze eeuwigheid' misleidend is? We hebben niet zoiets als een eindeloze eeuwigheid. De aeonen hebben juist hun einde, zoals ze ook hun begin hebben. En dat vind ik van belang om dat goed te verstaan. Eigenlijk zijn er een aantal dingen waarvan ik heel graag wil dat u die onthoudt. Eén ding. Oké, en met dat afgesproken kan ik gaan. Nou, onthoud dit: dat als u nou die honderd keren dat in de Bijbel het woord 'eeuwigheid' of aanverwante begrippen gebruikt wordt tegenkomt, dan staat daar gewoon het woordje olam of aeon. Trouwens, de Griekse vertaling van het Oude Testament — zeg ik even voor de fijnproevers — die geeft olam altijd weer met aeon. Dus je kunt het gewoon terugbrengen tot aeon. Daar staat, als u het woordje 'eeuwigheid' ziet: denk er dan aan, daar staat aeon. En een aeon, is die eindeloos? Nee, die hebben een begin en die hebben een einde. Als je dat onthoudt, dan heb je wel heel wat meer opgepakt dan van wat in de meeste kerken gezegd wordt.

Want dit is zo fundamenteel. Ik zal straks ook de impact daarvan nog wat duidelijker naar voren brengen. Je kunt dit trouwens ook grafisch weergeven, gewoon een tijdkaart van de aeonische tijden. Aeonische tijden? Ja! Die term komt zelfs twee keer voor in de Bijbel: in Romeinen 16 vers 25, u ziet het hier, en 2 Timotheüs 1 vers 9. Moet u even bij stilstaan: de aeonische tijden. Of als u een Statenvertaling hebt, dan staat er 'de eeuwige tijden'. Wat ook een vreemd idee is: eeuwige tijden. Ik dacht dat eeuwig juist tegenover tijd stond. Wij zeggen dan, als iemand overlijdt, dat hij het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld heeft. Wij gebruiken tijd en eeuwig altijd als contrast. De Bijbel dus niet. Je kunt de tijden indelen in dagen, maanden; dan heb je de maandelijkse tijden. En je kunt ook spreken over de jaarlijkse tijden. Maar je kunt ook de tijden onderverdelen in de aeonen. Dan heb je de aeonische tijden. En dat is wat lastig in onze Nederlandse oren, maar als u bijvoorbeeld de Statenvertaling opslaat, die geeft deze term altijd weer met 'de tijden der eeuwen', en daar komt het in de praktijk op neer: de tijden van de aeonen die een begin hebben en een einde, that's it.

Nou, daar kun je een kaart voor maken. Want in feite, als je goed geluisterd hebt en je bent een beelddenker, dan zou je jezelf dat in gedachten misschien zelfs zo hebben voorgesteld. Dan krijg je dus — ik weet niet of u het helemaal kunt zien — een tijdje vóór de aeonen en dan krijg je de eerste aeon, de aeon van de schepping van de wereld. In feite lopen die werelden synchroon met die tijden, de wereldtijden. Dus dan krijg je de schepping van de wereld. Ja, hoe lang dat geduurd heeft is een verhaal apart, maar in ieder geval... En dan krijg je vervolgens na Adam ook die tijd tot Noach. Dat wordt in de Bijbel genoemd 'de wereld van de voortijd', de toenmalige wereld. En als je die aeonen er even bij neemt, dan wordt dat genoemd in Prediker 1 vers 10, maar ook in Efeze 3: de aeonen die geweest zijn. In het verleden dus. En dan heb je ook nog de aeon van deze wereld. Daar zitten wij dus in. Nou, ik wou zeggen middenin, maar dat is niet waar; we zitten juist aan het eind van die aeon. Maar dat is deze aeon. Die loopt dus eigenlijk vanaf Noach tot aan nu toe. Nou ja, geef het nog een paar jaar en dan is het zover. En dat is de tegenwoordige aeon, of de aeon van deze wereld, zoals je ook de toenmalige wereld had, enzovoort.

Maar daar blijft het niet bij. Je hebt ook de komende aeon waar ik het al eerder over had: de duizend jaren. En dan heb je ook nog de aeon die daarop volgt, en dat is de meest overtreffende aeon die er bestaat, namelijk de aeon der aeonen. Weet u wat het nadelige is? In de vertalingen, gewoon onze gangbare Bijbelvertalingen, kom je dat niet tegen. Daar heeft men het allemaal weergegeven met 'eeuwigheid'. Maar de Schrift is zo nauwkeurig. Je kunt dit inderdaad allemaal zo grafisch voorstellen. En dan krijg je dus de komende aeonen. Dus er liggen aeonen achter ons, de huidige aeon loopt al een paar duizend jaar, en dan heb je ook nog de komende aeon. En om het even af te maken: uiteindelijk loopt dat ook af, de voleinding van de aeonen. En dan is Gods plan voltooid. En dan — dat lees je in 1 Korinthe 15 — dan wordt God alles in allen. Dat is de grote uitkomst, de grote climax van al Gods wegen. En alle dingen zijn uit Hem, vóór de aeonen. Ze zijn door Hem; Hij beschikt dat, Hij stuurt dat, Hij leidt dat. Hij brengt het daar waar Hij het hebben wil. En alle dingen zijn weer tot in Hem. Zoals het uit Hem voortkomt, komt het ook weer bij Hem terecht, door al die tijden, wereldtijden, aeonen heen. Nou, laten we eens wat conclusies gaan trekken.

Conclusies: Christus' Heerschappij en de Volleinding Der Aionen ↑ hoofdstukken

Er zijn een aantal hele belangrijke zaken die we goed vast moeten houden. Ik wil vijf belangrijke feiten die hieruit direct blijken puntgewijs nog even goed op een rijtje zetten.

Ten eerste: aeonen hebben een begin en een einde. Dat is in feite het vertrekpunt van het hele verhaal. Het is buitengewoon belangrijk dat u dit ziet; als u dit niet ziet, dan heeft wat ik hier naar voren heb gebracht geen fundament meer. Aeonen hebben een begin en een einde.

Nummer twee is eveneens cruciaal om vast te houden. Wanneer de Heer Jezus Christus straks gaat terugkeren – Zijn parousia, zoals dat in de Bijbel genoemd wordt – en deze aeon wordt afgesloten, breekt er niet een eindeloze eeuwigheid aan. Dat is het traditionele idee waarmee velen van ons zijn grootgebracht: we leven nu ons leven en straks, bij het overlijden of bij de terugkeer van de Heer, breekt de eindeloze eeuwigheid aan. Voor sommigen zal het herkenbaar zijn: dan is het "eeuwig wel of eeuwig wee". Men bedoelt dan "eindeloos". Als het dan niet goed is, dan is het ook echt niet goed, want men doelt op een hel waar nooit meer een einde aan komt, omdat men denkt dat 'eeuwig' eindeloos betekent.

Maar wacht even, wat bedoelt men daar werkelijk mee? Bij de terugkeer van de Heer Jezus Christus breekt er geen eindeloze eeuwigheid aan; dat begrip kent de Bijbel niet eens. De Bijbel spreekt over aeonen. Er breken aeonen aan waarin Hij gaat heersen. Dan ontvang je ook het 'eeuwige leven', wat wil zeggen: het leven van die toekomende aeon of eventueel de toekomende aeonen die nog gaan komen. Dat is die geweldige toekomst die dan gaat aanvangen, maar dat is niet de eindeloze eeuwigheid. Het zijn de aeonen die God nog voornemens is te laten passeren, omdat Hij ook daarin nog een plan uitwerkt.

En dan kom ik op nog iets eigenaardigs. Als ik de vraag stel: hoe lang heerst Christus straks? Daar krijg je verschillende antwoorden op. Sommige mensen zeggen – dat is de gangbare kerkelijke theologie – dat Christus vandaag al heerst. Eerlijk gezegd zou ik me schamen om dat te zeggen als ik om me heen kijk. Is dit de heerschappij van Christus? Hij is weliswaar de Koning, dat is waar, maar Hij regeert nog niet. Hij gaat straks de heerschappij op zich nemen in Jeruzalem en dan gaat Hij orde op zaken stellen. Dat is toekomst.

Maar hoe lang gaat Christus heersen? Dat is een hele interessante vraag. Er zijn heel wat liederen, ook in de Opwekkingsbundel, waarin wordt gezongen: Hij heerst tot in alle eeuwigheid. Dat staat ook in vele vertalingen. In Lukas 1 vers 33 wordt tegen Maria gezegd dat zij een kind zou baren dat zal zitten op de troon van zijn vader David en 'tot in eeuwigheid' zal heersen. In Openbaring 11 vers 15 staat het in onze vertalingen nog sterker: Hij heeft de heerschappij op zich genomen bij de zevende bazuin en Hij heerst tot in de eeuwigheid der eeuwigheden. Als er uiteindelijk een eindeloze eeuwigheid komt, dan zou dat hier toch zeker het geval moeten zijn? Dan heerst Hij dus altijd, gewoon altijd.

Maar u weet wellicht ook dat Paulus in dat magistrale hoofdstuk, 1 Korinthe 15, spreekt over de opstanding van onze Heer Jezus Christus. Daar zegt hij dat Christus moet heersen totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten zal hebben gesteld. De laatste vijand die Hij tenietdoet, is de dood. Weet u trouwens hoe Hij de dood tenietdoet? Dat is werkelijk een goddelijke 'truc', als ik dat zo oneerbiedig mag zeggen: Hij doet de dood teniet door iedereen levend te maken. Zoals in Adam allen sterven, zo zullen in Christus allen worden levend gemaakt, ieder in zijn eigen rangorde.

Wanneer Hij dat doet en alle mensen levend gemaakt zijn, dan is er geen dood meer. En wanneer alle dingen aan Hem onderworpen zijn en Hij ook de laatste vijand tenietgedaan heeft, dan zal Hij een volmaakt en volledig koninkrijk – waarin niets en niemand meer ontbreekt – teruggeven aan Zijn God en Vader, die Hem alles heeft toevertrouwd. Op dat moment doet Hij afstand van de troon. Ja echt, zo staat het in 1 Korinthe 15: dan doet Hij afstand van de troon en draagt Hij het koninkrijk over aan Zijn God en Vader, opdat God zal zijn 'alles in allen'.

Dat is dus de voltooiing van dat plan van God. Christus heerst tot in de aeonen, jawel, maar niet eindeloos. Hier zie je ineens hoe essentieel het is dat je inziet dat 'eeuwig' of 'eeuwigheid' niet klopt. Als je leest dat er 'aeon' staat en je begrijpt dat een aeon een einde heeft, dan kun je het vatten. Dan hoef ik de ene tekst niet weg te strepen tegen de andere; dan kan ik het beide geloven. Christus heerst tot in de aeonen, jazeker, amen! Maar niet eindeloos; Zijn heerschappij duurt 'totdat'. Hoe kan dat? Omdat een aeon niet eindeloos is. Dat is het.

Moeilijk is het niet, maar je moet het wel weten. Ik kom het u niet alleen vertellen, ik wil ook dat u er kritisch naar kijkt. Geloof mij niet op mijn woord; ik zeg juist: geloof me niet op mijn woord, maar check het. Kijk of het waar is wat ik zeg. Volgens mij voelt u wel aan dat dit inderdaad het geval is. Hier staat of valt heel veel mee, zelfs uw hele verstaan van de Schrift. Dit is zo essentieel om goed te vatten. Doe net als de Bereeërs: zij gingen dagelijks na in de Schriften of deze dingen werkelijk zo waren. Dan heb je een fundament. Maar dan komt er nog iets, en dat is nummer vijf wat ik u wil vertellen.

De Eeuwige Straf en Gods Herstellend Gericht ↑ hoofdstukken

De eeuwige straf, het eeuwig oordeel en gericht; dat is de straf van de toekomende eeuw. Het is niet eindeloos. Ik moet u zeggen: ik ben reformatorisch groot geworden en ik weet niet beter dan dat ik altijd geweten en geloofd heb dat God daar is en dat Zijn Woord waar is. Ik heb er eerlijk gezegd nooit echt aan getwijfeld. Maar één ding kon ik als kind al niet verkroppen. Ik bevroeg mijn ouders daarover en ik kreeg geen antwoord. Dat neem ik ze niet kwalijk, want zij hadden het antwoord ook niet, maar ik kwam altijd met de vraag – heel concreet, zoals je als kind denkt: "Die persoon kent de Heer Jezus niet, hè? Die gelooft niet in God. En die komt dan in de hel?" Mijn vader was daar erg voorzichtig in. "Er komt nooit een eind aan, hè? Hoe lang duurt de eeuwigheid eigenlijk?" "Er komt nooit een einde aan." Ik kon dat niet begrijpen.

Tientallen jaren later begreep ik nog steeds niet hoe dit kon. Natuurlijk, dat God straft en oordeelt is een Bijbelse waarheid; het staat op alle bladzijden. Lees de geschiedenis van Sodom en Gomorra, lees over de zondvloer. God richt, en dat doet Hij soms heel heftig. Maar er staat ook in de Psalmen: een ogenblik duurt Zijn toorn, maar een leven lang Zijn goedgunstigheid. Kijk, dat zijn de verhoudingen. Een eindeloze toorn en straf, dat gaat zo in tegen alles wat ik van mijn God weet.

Toen ik zicht kreeg op de aeonen – dat eeuwigheid een aeon is en een begin en een einde heeft – viel bij mij het kwartje. Toen ineens brak het door. Het klinkt misschien overdreven, maar dit is voor mij echt de grootste ontdekking in mijn leven geweest: dat een aeon inderdaad een begin en een einde heeft. Waarom is dat zo belangrijk? Omdat ik een God terugkreeg. Wanneer eeuwigheid aeonen worden, dan wordt het Evangelie echt een goed bericht, een blijde tijding.

Velen van u hebben, net als ik, een reformatorische achtergrond. Hoe begint de kerkdienst altijd? Met die prachtige woorden – ik vind dat magistraal: "Onze hulp is in de naam van de Heere, die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw houdt en die nooit laat varen de werken van Zijn handen." Het werk van Zijn handen... wie is dat? Wat is dat? Gewoon alles. Alles wat Hij gemaakt heeft, is het werk van Zijn handen. Hij laat dat nooit varen. Nooit! Hij laat het misschien los, Hij richt, Hij straft, maar net als met een vader en een kind moet je soms ingrijpen, soms zelfs hard ingrijpen. Maar het blijft je kind, het komt uit jou voort. Je hebt dat kind onvoorwaardelijk lief en je brengt het altijd weer tot een goed einde. Dat is onvoorwaardelijk.

God houdt van Zijn schepping en elke creatuur is begrepen in Zijn liefde. Hoe Hij ook ingrijpt, Hij doet dat juist vanuit die liefde. Ik heb zo vaak gehoord: "Ja, maar God is niet alleen liefde, Hij straft ook." Wat een onzin! God is liefde en daarom straft Hij. Waarom? Om de dingen weer recht te zetten. Dat is wat het woord "gericht" ook betekent. Hij zet het weer recht en brengt het ook weer terecht. Straf staat niet tegenover Zijn liefde; het komt voort uit Zijn liefde. Want als Hij geen liefde had, dan zou Hij zeggen: "Zoek het maar uit. Doei!" Nee, Hij grijpt in, Hij handelt, Hij opereert. Ja, Hij opereert, en dat is serieus genoeg. Je moet soms ook snijden, wat hele vervelende en nare dingen met zich meebrengt, maar het is altijd heilzaam. God heeft altijd het heil op het oog wanneer Hij straft en oordeelt. Altijd!

Daarom brengt Hij de dingen ook weer terecht. Dat ga je begrijpen als je eenmaal ziet dat de aeonen een begin en een einde hebben, en dus ook de straf en het oordeel een begin en een einde hebben. Dan brengt Hij alle dingen op Zijn tijd en op Zijn wijze weer daar waar Hij ze hebben wil. Ik moet u zeggen: dan is het voor mij een Evangelie, echt een Evangelie. Want dan kan ik zeggen: God houdt van jou, en van jou, en van jou – niet op grond van wat je gedaan hebt, maar omdat Hij jouw Schepper is. Hij is de Schepper van de hele wereld. Hij is jouw Rechter, maar Hij is ook jouw Redder.

Staat dat in de Bijbel? Ja, kijk maar na. In 1 Timotheüs 4 vers 10 zegt Paulus: "Daarom arbeiden wij hiertoe en worden wij ook gesmaad." Want ik geef u dit zo verzekerd: dit is een 'hot item' wat we nu naar voren brengen. Mensen plakken er allerlei etiketten op, zoals alverzoening enzovoort. Ik zal u dit vertellen: je hebt lef nodig om dit te vertellen, maar het is zo. Paulus zegt: "Hiertoe arbeiden wij en worden wij gesmaad, omdat we onze hoop hebben gevestigd op de levende God, die een Redder is van alle mensen, speciaal van gelovigen." Speciaal van hen die het nu al mogen weten. Dat is trouwens ook geen verdienste, maar dat komt omdat God je ogen daarvoor geopend heeft. Dat is het. Ook daarvan zeg ik: het is een genade van God. Paulus voegt er nog aan toe dat het niet vrijblijvend is; hij zegt: "Beveel en leer dit." 1 Timotheüs 4 vers 9 tot 11. Kijk het maar na. Geweldig.

Een Evangelie Waarin de Dood Teniet Wordt Gedaan ↑ hoofdstukken

Ik wil afsluiten met één tekst, nou ja, twee teksten eigenlijk, uit 2 Timotheüs 1 vers 9 en 10. Je kunt het opzoeken, ik heb hier een projectie achter mij en dan lees je dit. Dat is een hele aardige en goede samenvatting van wat ik vanmorgen naar voren wilde brengen. Daar staat dit – en dat gaat over God, het is midden in de zin, vandaar dat ik dat even moet toelichten: God, die ons redt en roept. Dat staat in de Griekse tijdsvorm de aorist, dat wil zeggen: het wordt weergegeven als een tijdloos feit. Het gaat er niet om dat het op een bepaald moment gebeurd is, nee, het feit staat er gewoon. God, die ons redt en roept met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade.

Kijk, God heeft een voornemen. God is God. Hij zet alles op zijn plek. Alles wat ik ben, alles wat ik heb, alles wat ik kan... dat zingen we toch in een liedje? Volgens mij geloven de meeste mensen het niet, hoewel ze het wel zingen. "Alles wat ik heb, heb ik van mijn Vader." Noem eens iets wat u niet gekregen hebt? Of waarvan u zegt: "Dat heb ik niet gekregen, dat heb ik van mezelf." Weet u wat het is? Dan ben je al heel moedig als je dat denkt. Dat is zo'n typisch 'evangelisch ding' – het is een beetje tricky wat ik nu ga zeggen, maar ik ga het toch zeggen – dat mensen zeggen: "Ja, ik word gered, want ik heb voor Jezus gekozen." Heb je dan toch iets van jezelf? Dit is toch weer eigen werk. Jij hebt gekozen, en die ander was zo dom dat hij het niet deed. Mensen, vergeet dat nou. God opent ogen. Hij geeft jou geloof. Hij overtuigt je. En dat doet Hij op Zijn tijd, op Zijn wijze, en soms zelfs niet. Soms zeggen mensen: "Ik heb God gezocht." Ja, maar Hij zegt in Jesaja al – en Paulus haalt dat aan in Romeinen 10 – "Ik ben gevonden door degenen die Mij niet zochten." Dus het heeft niets te maken met werken. Dat is zo subtiel. We denken altijd toch weer: "Nou, dat is het dan."

Er is een vrome variant die zegt: "De Heer heeft alles gedaan, ik hoefde maar één ding te doen: voor Hem kiezen." Oké, dus de finishing touch was van u? Maar eigen roem stinkt. Want het komt er eigenlijk op neer dat u het allerbelangrijkste gedaan hebt. Alles is uit Hem en niets is van ons. En dan staat er: "niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven wordt in Christus Jezus vóór aeonische tijden." Ja, hier staat dus dat Griekse woord. Ik heb de Griekse tekst er ook nog even bij gezet; er staat "vóór aeonische tijden". En nu weet u wat ik bedoel. Ik geef toe, je moet even wennen aan het woord 'aeonisch', maar dat is een kwestie van een paar keer horen en je weet het. "Eet het en je weet het", was het toch? Nou, en dat is allemaal van vóór de aeonische tijden. Mooie term toch! De aeonische tijden hebben dus een begin en een einde. Maar een aeon wordt ook weer opgevolgd door een andere aeon. Zie je hoe er ineens een zee van licht tot je komt als je dit gaat zien?

"Vóór de aeonische tijden, maar die nu geopenbaard wordt" – vers 10 van 2 Timotheüs 1 – "die nu geopenbaard wordt door de verschijning van onze Redder, Christus Jezus, die de dood tenietdoet." En ik wil nog eens even verder: "die de dood tenietdoet en leven en onvergankelijkheid aan het licht brengt door het evangelie." Dat is het goede bericht. Wat brengt het evangelie aan het licht? Nou, dat Christus Jezus, die onze Redder is, de dood tenietdoet en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht brengt. En dan ga ik dit zeggen – het komt er dus op neer, en dat is scherp, daar hou ik van, want dan is het in ieder geval duidelijk: een boodschap waarin de dood niet tenietgedaan wordt, is geen evangelie. De kern is dat de dood overwonnen is. Christus Jezus heeft de dood... ik bedoel, Hij werd opgewekt door Zijn God en Vader en de steen is weggewenteld, want Hij is de Eersteling die eens voor altijd opgestaan is uit de doden. Maar zoals in Adam allen sterven, zo zullen in Christus allen worden levend gemaakt, ieder in zijn eigen rangorde. Dat betekent dus: de hele mensheid volgt. En uiteindelijk is alles levend gemaakt en is er dus geen dood meer.

Een boodschap waarin de dood niet tenietgedaan wordt – en dat bedoel ik met scherp – is geen evangelie. Ziet u hoe enorm essentieel het is? Er hangt niets van de mens af. Hij heeft alles in Zijn hand. Hij heeft een begin gemaakt met die aeonische tijden en Hij werkt alles uit, en daar neemt Hij millennia de tijd voor. Dat is een hele interessante vraag: hoelang die aeonen in totaal duren. Ik heb er juist van de week nog een Bijbelstudie over gegeven. Maar heel lang, laat ik het daar maar op houden. Heel lang. Maar God heeft de tijd. Sterker nog, Hij heeft de tijd 'uitgemaakt', Hij heeft de tijd ontworpen. En Hij neemt de tijd en alles brengt Hij op Zijn tijd tot een goed einde. En dat is het evangelie. Het evangelie is de boodschap: onze God is werkelijk God. Hij zet alles op zijn plek. Hij brengt alles tot een goed einde. En dat is door Christus Jezus, inderdaad onze Heer.

En dat is wat we vertellen. En je gelooft het of je gelooft het niet. En als je het gelooft, dan komt dat omdat Hij je oren en je hart daarvoor geopend heeft. Maar het blijkt waar. Ik bedoel, Hij is uw Schepper. En als u zegt: "Ja, maar dat geloof ik niet," dan verandert dat niets aan het feit dat Hij toch uw Schepper is hoor. Dan kun je zeggen: "Ja, en?" Maar zo kan ik u ook vertellen: Hij is ook uw Redder hoor. Dan zegt u: "Dat geloof ik niet." Dan ben je dus een ongelovige. Hij is gewoon op voorhand uw Redder. En ik mag dat geloven. U ook, iedereen mag het geloven. De meesten geloven het niet, maar oké, het blijft waar. Kijk, dat vind ik het geweldige van een mededeling. Het is geen opdracht. Het is niet een werk van: "Als je nu dit en dat doet, dan komt het allemaal voor elkaar." Nee, het is gewoon een mededeling. Daarom is het een bericht. Je gelooft het of je gelooft het niet, maar het is waar en het blijft waar. En daarom: alle roem is uitgesloten. Zo zongen wij dat vroeger ook weer: "Onverdiende zaligheid heb ik van mijn God genoten, ik roem in Hem alleen." Amen. Ja, zo'n applaus verdient onze God wel. Amen.

Vragenronde: Alverzoening en het Oordeel over Satan ↑ hoofdstukken

Zojuist is door Herman al even aangekondigd dat dit een onderwerp is dat wellicht vragen oproept. Het zou natuurlijk ook kunnen dat u zegt: "Nee, alle vragen zijn beantwoord", maar dat lijkt me een beetje te optimistisch. Misschien zijn er mensen die zeggen: "Zou je hier nog eens een keertje op in willen gaan?" Of het nu een bijbeltekst is, een vraag of een tegenwerping: kom maar op. Dit verdient het inderdaad om getoetst te worden. Dat moet u vooral thuis doen, dat weet ik wel; daar moet u het checken. Maar goed, is er een vraag of aanmerking? Zeg het eens. Niet allemaal tegelijk. Ja?

Dat is wat ik zojuist ook even bedoelde met de term dat er etiketten geplakt worden. Kijk, zo'n term heeft in de christelijke kerk, of in de theologie in het algemeen, een enorme... ja, is dat gestigmatiseerd? Als de term alverzoening valt: "Goh, dat is erg." Maar weet u wat nou zo interessant is aan die term? Weet u wie die bedacht heeft? De term is ontleend aan Colossenzen 1 vers 20. En als je vraagt: "Geloof je dat?", dan zeg ik: "Ja, dat geloof ik, want Paulus heeft het gezegd." Paulus zegt daar in Colossenzen 1 vers 20 iets over de Zoon van Gods liefde, en dat God door Hem, en door het bloed van Zijn kruis, het al weder tot Zich verzoent – hetzij de dingen die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn.

Dat wil zeggen – kijk, verzoening heeft te maken met vijanden die vrienden worden gemaakt. Ik kan het trouwens even zo laten zien, want ik heb hier een mooi bijbelprogramma. Momentje, ik zoek hem hier op: Colossenzen 1 vers 20. Ja, ziet u het hier goed? O, dan moet ik deze even weghalen. Nog steeds niet? Hoe kan dat? Nou ja, dan moet ik het eventjes zonder projectie doen. Maar in ieder geval, in Colossenzen 1 vers 20 schrijft Paulus dit: "En door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed van Zijn kruis, alle dingen, het al weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is."

Het probleem is niet wat hier staat. Het punt is: men heeft dit nooit kunnen zien. Want als 'eeuwig' eindeloos is en de Bijbel leert een eeuwige straf, ja, dan kan het dus nooit zo zijn dat uiteindelijk de hele wereld en elk schepsel tot Hem verzoend wordt. Dat kan niet, want er is een eeuwige straf en dat is eindeloos. Maar op het moment dat je ziet dat 'eeuwig' te maken heeft met een aion en een begin en een einde heeft, dan wordt ineens die blinddoek van je weggenomen en dan zie je: wacht even, inderdaad, God straft, God oordeelt, maar daardoorheen brengt Hij de dingen inderdaad terecht. Dan hoef je niet meer te zeggen: "Geloof je in een eeuwige straf of in alverzoening?" Ik geloof in beide, want de Bijbel spreekt over beide. God straft en oordeelt, er is ook een dood, allemaal tot uw dienst, maar oordeel en straf is bij God nooit het laatste woord. Het is altijd het begin en de wijze waarop Hij werkt tot een goed einde, en dat is altijd heilzaam. Inderdaad, de Bijbel spreekt zowel over het een als over het ander en je moet beide geloven; beide worden in de Schrift naar voren gebracht. Het is dus niet een kwestie van wegstrepen. Ik denk dat dat van groot belang is om te zien. Is dat misschien zo ietsje duidelijker? Oké.

Het is heel interessant, want in Openbaring 20 vers 10 wordt dat gezegd over de satan na de duizend jaar: hij werd geworpen in de poel van het vuur, in het meer van het vuur. En dan staat er: "waar ook het beest en de valse profeet zijn". En hij wordt gepijnigd, en dan staat er: "tot in alle eeuwigheid". Streep dat maar gewoon door, want er staat gewoon: "tot in de aionen van de aionen". Aha! Het is dezelfde term die gebruikt wordt in Openbaring 11 vers 15, namelijk waar staat dat Christus zal heersen tot in de aionen der aionen. Is dat eindeloos? Nee, dat duurt weliswaar heel lang, maar niettemin heeft het een begin en een einde. En dat geldt inderdaad ook voor het gericht over de satan, het beest en de valse profeet. Zij worden daar gepijnigd. Ik denk trouwens niet aan lichamelijke pijniging, maar aan het feit dat ze het onderspit delven. Maar zij zullen hun les leren. God doet dat niet voor niks. Zij hebben een les te leren, en een hele zware en een hele harde les.

Maar dat is nu juist de Bijbelse boodschap: God heeft met alles een bedoeling. Met alles een bedoeling! En dat geldt ook voor het gericht over dat drietal: de satan, het beest en de valse profeet. En trouwens, we kunnen er nog heel wat meer personen aan toevoegen. In Mattheüs 4, en trouwens ook in Lucas, lees je dat de Heer Jezus verzocht wordt in de woestijn. Veertig dagen verblijft Hij daar, en dan staat er dat op een gegeven ogenblik de diabolos, de satan, Hem meeneemt. Hij zou voor de tegenstander neer moeten knielen, één keer, en dan zegt de Heer Jezus dit tegen hem: "Er staat geschreven." Dat is altijd het antwoord: er staat geschreven. Daar moet je niks van wegstrepen, niet het ene en ook niet het andere. Er staat geschreven, en dan zegt Hij: "De Heere uw God zult u aanbidden en Hem alleen dienen." Weet u wat de Heer Jezus daar tegen satan zegt? "Jij zult de Heer, jouw God, aanbidden."

Daar klinkt iets van die liefde in door. Maar daar gaat Hij doorheen, want er komt een moment dat elke knie gaat buigen. Ik haal Filippenzen 2 er even bij: in de hemel, of letterlijk de hemelsen, de aardsen en de onderaardsen. Nou mag u er nog eens een keertje over nadenken wat daar nu buiten valt. Niks. Hemelsen, aardsen en onderaardsen: elke knie gaat buigen en elke tong gaat belijden. Er staat ook net niet 'de lippen', maar 'de tong' – van binnenuit – en die zal zeggen: "Jezus is Heer", tot eer van God de Vader. Niets en niemand is daarvan uitgesloten. En dan is elke vijand een liefhebber van Hem geworden. Dan gaat zelfs de satan – ja, ik moet het u vertellen, al is het tandenknarsend – de Heer, zijn God, aanbidden. Dan gaat het 'moeten' over in 'willen', want niemand zal daaraan ontkomen. En dan niet alleen maar tandenknarsend of met de voeten in de nek; nee, van harte. God doet geen half werk. Hij keert harten om, dat is Zijn werk, en daar is Hij een meester in.

Niets is voor Hem te wonderlijk. Sommige mensen zeggen wel eens: "Ik denk dat jij het werk van God te groot en te alomvattend voorstelt." Dan zeg ik: "Pardon? Alles wat een mens over God en Zijn werk kan zeggen, is per definitie altijd te klein." Het is altijd groter en meer en rijker en heerlijker en grootser en blijder dan wij kunnen denken. Dus ik moet u zeggen: ik maak me nooit zorgen over de vraag of ik het me niet te mooi voorstel. Nooit! Het evangelie is namelijk nog veel genaderijker dan ik zelfs met mijn paar ons grijze hersenzellen kan bevroeden. Alleen dat maakt me al zo blij, want het is nog groter, nog rijker. Yes, yes, dat is het. Wat een God, hè?

Is er nog één brandende vraag? Want dan moeten we er voor vanmorgen maar eens een eind aan breien. Het is nog veel om te verteren, want dit is – ik geef het toe – wel vaste spijs, hè? Dit is wel even goed slikken en eerst nog ook doorbijten en kauwen. Goed, nog één vraag? Nee? Kijk. Zullen wij met elkaar dan onze hemelse Vader danken?

Afsluitend Dankgebed ↑ hoofdstukken

Zullen we danken? Machtig God en Vader, wat is het enorm rijk wat U in Uw Woord te melden hebt. En daarin is nog zoveel te ontdekken. Het is altijd zo groot. Want het is heerlijk om de loep erop te leggen en met precisie te zien wat er staat geschreven. Dat we zelfs de vertalingen, zeg maar, kunnen skippen en dat we kunnen zien: ja, dat staat er echt. En hoeveel licht er daar vanuit gaat, en hoeveel licht daar doorheen schijnt.

Wat is het geweldig dat we niet alleen maar zien wat er staat geschreven, maar dat we daarmee ook zicht krijgen op wie U bent, op Uw hart. Dat U onvoorwaardelijk lief bent en dat U werkelijk God bent. En dat U werkelijk een Vader bent. Dat U alles, maar dan ook werkelijk alles, tot een goed einde gaat brengen. En dat we werkelijk een blijde tijding hebben voor de godganse wereld, voor niemand uitgezonderd.

Dit is zo heerlijk en wat is het geweldig dat we dat mogen geloven, omdat U onze ogen daarvoor geopend hebt. Dat we daarop mogen staan, daarvoor mogen uitkomen, dat dit uitgeboazuind wordt, want dit is zo rijk. Heer, wat een geweldig God bent U.

Wij danken U dat we uit mogen zien naar die geweldige tijden, die wereldtijden die nog gaan aanbreken, maar ook naar de voleinding van alles, wanneer U alles gaat worden in allen, niemand uitgezonderd. Wat een God, wat een toekomst, wat een rijkdom. In de naam van Uw Zoon Christus Jezus, onze Heer, danken we U voor dit samenzijn en voor zoveel goeds dat U ons geeft. Amen. Dank u wel.

🎧 eeuwigheid of aeonen?
Delen: