Overvloedig In Het Het Werk Van De Heer
25-07-2010 - Geplaatst door Andre PietPresentatie gehouden op 25 juli 2010 in 2B-Home te Zoetermeer.
Genade is veel meer dan alleen wat de Heer voor ons gedaan heeft of doet. Of in ons doet. Hij doet Zijn werk bovenal ook door ons. Dat doet Hij door ons hart met het Woord van Zijn genade te vullen, zodat onze mond gaat overlopen. De bewering dat de waarheid van Gods genade passief zou maken, slaat de plank volkomen mis. Het beste bewijs is de apostel Paulus zelf, die als geen ander Gods genade in het licht stelt stelt en juist daardoor meer gearbeid heeft dan wie ook.
In Filippi 2 spreekt Paulus over onze behoudenis bewerken met vreze en beven. Vanuit de traditie wordt deze tekst tot op vandaag misbruikt om mensen met hel en verdoemenis de stuipen op het lijf te jagen. Terwijl Paulus het juist vermeldt n.a.v. de zekerheid dat alle tong eens Jezus Christus als Heer zal belijden, tot eer van God de Vader! Want het is GOD die daartoe het willen en werken bewerkt! We zouden vrezen en beven om dit tegen te spreken… of te verzwijgen!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: het Werk van de Heer Door Ons
- Standvastig en Onwankelbaar in het Evangelie
- Overvloedig in het Werk van de Heer
- Uw Arbeid Is Niet Vergeefs: Zijn Woord Is Zijn Werk
- Paulus als Wandelend Embleem van Genade
- Filippenzen 2: Elke Knie Zal Buigen
- Uw Behoudenis Bewerken met Vrezen en Beven
- God Bewerkt het Willen en het Werken
- Schijnen als Lichtende Sterren in de Wereld
Introductie: het Werk van de Heer Door Ons ↑ hoofdstukken
Ik wil u vanmorgen heel graag meenemen, beste vrienden, naar 1 Korinthe 15 om te beginnen. Daarna gaan we nog naar een ander schriftgedeelte en in de loop van de studie zullen we nog allerlei andere schriftplaatsen bezien. Maar ik wil u wijzen op het schriftwoord dat we in dit gedeelte vinden, 1 Korinthe 15, waar we lezen over ‘overvloedig in het werk des Heren’. Zo vinden we het in de NBG-vertaling, en ik heb als thema gegeven: overvloedig in het werk van de Heer.
Het is allemaal wat anders gelopen dan ik had aangekondigd op mijn eigen website, want ik zou een heleboel andere schriftplaatsen behandelen die handelen over het werk van de Heer. Dat is echter anders gelopen, want bij nader inzien bleek ik al bij het tweede Bijbelgedeelte te blijven steken. De bespreking is dus wat minder veelomvattend, maar daarmee niet minder waardevol. De schriftgedeelten waar ik u op wil wijzen, spreken inderdaad beide over dat werk van de Heer.
Wat is dat werk van de Heer? Kijk, we zijn geneigd om te denken – juist ook in de samenkomsten die we hier hebben en waar altijd grote nadruk op wordt gelegd – aan het werk van de Heer vóór ons, en eventueel ook het werk van de Heer ín ons. Hij heeft alles gedaan en voor zover er nog dingen te doen zijn, is Hij ook degene die daarvoor garant staat. Dat is het werk van Hem vóór ons. Waar we het vanmorgen over willen hebben, is niet het werk van Hem vóór ons, maar meer specifiek het werk van Hem dóór ons.
Goed, naar 1 Korinthe 15. Daar lezen we in het laatste vers... Het is een hoofdstuk dat heel dikwijls in deze samenkomsten naar voren komt. Er is ook geen hoofdstuk waarin de waarheid van de opgewekte Christus zo geweldig, overtreffend en – monumentaal mag ik wel zeggen – aan het licht treedt als juist in dit hoofdstuk. Het is een heel lang hoofdstuk, 58 verzen, en de uitdrukking ‘overvloedig in het werk des Heren’ vinden we in dit 58ste vers.
Paulus begint in dat vers te zeggen: "Daarom, mijn geliefde broeders...". Dat woord "daarom" verwijst uiteraard naar het voorgaande; feitelijk naar het hele voorgaande hoofdstuk. Hij heeft gesproken over de machtige waarheid van de weggewentelde steen. In de eerste verzen van dat hoofdstuk laat hij zien hoe dat de kern is van het goede bericht. Wat is het bericht? De mededeling, het nieuws, is dat inmiddels tweeduizend jaar geleden buiten de poorten van Jeruzalem die zware steen die verzegeld was, is weggewenteld. En de Zoon van David, de aangekondigde kroonprins – al van tevoren in de profetische schriften aangekondigd – is op de derde dag in overeenstemming met de Schriften opgewekt. Hij is opgestaan, eens voor altijd.
Er staat in vers 20: "Maar nu, Christus is opgewekt als Eersteling." Dat woord "Eersteling" geeft aan dat er daarna nog velen volgen. Wat zeg ik? Dat allen zullen volgen! Zijn opwekking is de garantie van leven voor de hele mensheid. Dat wordt in dit hoofdstuk ook zo schitterend getoond. Niet alleen dat het zal gebeuren, maar ook hoe en in welke volgorde. Dat staat allemaal in dit hoofdstuk en daar verwijst Paulus naar. Dat is het machtige feit.
Dat geschiedkundige feit is gedocumenteerd door honderden getuigen. Paulus zegt in ditzelfde hoofdstuk dat er bij één gelegenheid vijfhonderd broeders tegelijk waren die dat met hun eigen ogen hebben waargenomen. En het was van tevoren allemaal aangekondigd. Welnu, dat historische feit blijkt de basis te zijn van de hele toekomst. Daarop is alles gebaseerd en daarvan is het afhankelijk; het is ook de garantie. Niet, zoals ik zojuist in de inleiding al aangaf, zoals mensen daarover spreken in termen van kans of statistische waarschijnlijkheid. Nee, het is een garantie: Christus is opgewekt als Eersteling.
Standvastig en Onwankelbaar in het Evangelie ↑ hoofdstukken
En dan vervolgt dat vers: "Daarom, mijn geliefde broeders, wordt standvastig, onwankelbaar." Het is niet voor de eerste keer dat ik erop wijs, maar omdat we nu op dit vers inzoomen, wil ik er toch nog even aan herinneren dat het woordje 'weest' niet helemaal correct is. Er staat namelijk eigenlijk letterlijk: 'wordt'. Wordt standvastig, onwankelbaar. Dat geeft aan dat ze het kennelijk nog niet waren. Als je het moet worden, dan ben je het nog niet.
Dat verwijst ook naar de situatie daar in Korinthe. Want wat lees je in vers 12? Paulus schrijft daar: "Indien nu van Christus gepredikt wordt dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe komen sommigen onder u ertoe te zeggen dat er geen opstanding der doden is?" Gepredikt betekent hier niet 'vanaf de preekstoel', maar het betekent gewoon uitgeroepen of bekendgemaakt. Eigenlijk betekent het woord dat hier staat 'herauten'. Als dat geheraut wordt, dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe komen sommigen onder u er dan bij – en kennelijk kregen ze succes met hun bewering – om te zeggen dat er geen opstanding der doden is?
U verbaast zich misschien wel eens over de vreemde opvattingen die er in de christenheid de ronde doen, maar troost u: dat is niets nieuws. Dat was in Korinthe al niet anders. Het grote verschil met toen is dat Paulus de dingen toen nog recht kon zetten. Inmiddels is de boel in de christenheid als geheel gewoon bedorven. Dat is wel de grote tragiek: het zuurdesem heeft het hele deeg doorzuurd. Maar dat neemt niet weg dat die opvatting daar leefde in Korinthe. Men wist dat Hij was opgestaan, maar niettemin liet men het oor hangen naar andersluidende beweringen.
Want ja, als er geen opstanding der doden is, zegt Paulus ook, dan is dus Christus ook niet opgewekt. En als Christus niet is opgewekt, ja, dan is onze prediking zonder inhoud en uw geloof ijdel. Dan betekent het helemaal niets. Wat is ons geloof anders dan juist de overtuiging dat Hij IS opgewekt? Niet 'bij wijze van spreken', of dat Hij voortleeft in onze harten, of dat wij aan Hem blijven denken, zoals dat ook dikwijls op kansels verteld wordt. Heel vroom en met welsprekende woorden kan de mensen zo een rad voor de ogen gedraaid worden. Daarmee wordt namelijk gewoon het evangelie, het goede bericht, compleet om zeep geholpen. Hij is opgewekt.
Paulus zegt: word standvastig daarin. Datzelfde woord gebruikt hij in Kolossenzen 1 vers 23, nadat hij in het voorgaande had gesproken dat God door het bloed van het kruis 'het al', hemel en aarde, zal verzoenen. Dan zegt hij even later: "...indien gij slechts welgegrond en standvastig blijft." Dit woord is exact hetzelfde als in 1 Korinthe 15; niet alleen in het Nederlands maar ook in het Grieks is het hetzelfde woord. Standvastig blijven in het geloof, dat wil zeggen: in het vertrouwen, en u niet laten afbrengen van de hoop van het evangelie.
Wat betekent standvastig? Dat betekent dat je je niet laat intimideren door andersluidende beweringen of door allerlei 'wind van leer'. Er komt zoveel op je af en er wordt zoveel gezegd, maar blijf solide staan. Laat je niet afbrengen van die boodschap, van dat fundament: het goede bericht en alles wat daarvan het gevolg is, de consequenties. Paulus heeft het in wezen over hetzelfde als hier in Kolossenzen 1 en in 1 Korinthe 15, want het gaat om het evangelie, namelijk de hoop of de verwachting van het evangelie die vast en zeker is. Blijf daarop staan.
Hij zegt: laat je er niet vanaf brengen, van die hoop van het evangelie dat jij gehoord hebt en dat verkondigd wordt in de ganse schepping onder de hemel. Er staat letterlijk 'dat verkondigd wordt'. Niet 'verkondigd is', alsof dat toen in Paulus' dagen al een voltooid feit was. Nee, het wordt verkondigd in de ganse schepping onder de hemel, waarvan Paulus een dienaar geworden is. Aan hem was die unieke bediening toevertrouwd om die hoop van het evangelie wereldwijd te verkondigen. Blijf daarin staan.
Ik wil u trouwens op nog een schriftplaats wijzen. In 1 Korinthe 16, waar Paulus de brief eindigt met zijn slotwoorden, zegt hij: "Blijft waakzaam, staat in het geloof." Niet in werken, maar in geloof. Dat wil zeggen: God heeft gesproken, God heeft beloofd, God vertelt wie Hij is. Dus hij zegt: sta daarin, blijf daar ook in staan. "Weest manlijk!" Dat is een woord waar ik altijd aan moet denken, want mijn eigen naam zit er nog een beetje in; daarom vergeet ik dat nooit. Ik heb niet zoveel verstand van Grieks hoor, dat denkt u misschien wel, maar dat valt bitter tegen.
Maar ik kan dit wel vertellen: toen ik een klein ventje was, kwam de predikant bij ons op bezoek. Dat was een man die aan de universiteit lesgaf in klassieke talen, in Latijn maar ook in het Grieks. Hij was voor het eerst bij ons en mijn ouders hadden gezegd dat ik me even netjes voor moest stellen. Ik gaf die dominee Prins een hand en hij vroeg: "Hoe heet jij, jongeman?" Toen zei ik: "André." "O, André," zei hij, "dat komt van het Griekse andreos, dat betekent mannelijk, sterk, dapper." Nou, die man kon natuurlijk zijn hele leven nooit meer iets verkeerd doen!
In ieder geval: wees manlijk. Dat standvastig heeft dus te maken met: blijf erop staan, laat je er niet van afbrengen, wees alert daarop. Het is niet een kwestie van: "Nou, ik heb ooit mijn fiat eraan gegeven, ik heb ooit gezegd dat ik dat geloof, and that's it." Nee, dat is niet standvastig. Standvastig wil zeggen dat je erop staat en dat je er ook voor staat, zoals we dat in het Nederlands zeggen. Dat je daar alert op bent. Ik vind het erg mooi om het zo te zeggen: als je 's morgens opstaat na een nacht, dan sta je op en ben je waakzaam, alert en wakker. Je bent je bewust van deze waarheid: het goede bericht van God dat Hij bekend heeft laten maken door de apostel Paulus. Word standvastig, onwankelbaar. En nu komen we op die frase die als titel boven deze studie stond.
Overvloedig in het Werk van de Heer ↑ hoofdstukken
Te allen tijde staat er: overvloedig in het werk van de Heer. Ik blijf het altijd zo mooi vinden hoe Paulus dat hier formuleert, omdat hij precies uitdrukt wat de waarheid is waar hij overal in zijn brieven verslag van doet en wat hij uitbazuint. Het gaat namelijk om het werk van de Heer. Niet, zoals je misschien zou kunnen concluderen, dat 'overvloedig in het werk van de Heer' simpelweg betekent: het werk voor Hem, het jagen en jachten, of dat we nu we opgeroepen worden om alert te zijn, ook actief moeten worden voor de Heer. Nee, dat staat er niet. Er staat: overvloedig in het werk van de Heer. Niet 'voor', maar 'van' de Heer, en dat betekent dat we overvloedig worden in Zijn werk. Het gaat niet om ons werk, het gaat om Zijn werk, beste mensen. Hij werkt. Wij worden niet opgeroepen tot eigen werken, maar tot Zijn werk.
En hoe word je nu overvloedig in dat werk van de Heer? Ik heb het antwoord eigenlijk al gegeven. Wat er direct aan voorafgaat, is dat Paulus zegt: wees standvastig en onwankelbaar. Waarin? Wel, in die machtige waarheid dat Hij de Levensvorst is, dat Hij de Opgestane is en dat Hij de Eersteling is. Als je daarin staat, daarop staat, je er niet vanaf laat brengen en wakker en alert bent, dan zul je — dat is een belofte — te allen tijde overvloedig zijn in het werk van de Heer. Dan gaat Hij, als wij staan op die waarheid, op dat fundament, Zijn werk niet alleen in, maar ook door ons doen.
Er staat bovendien bij: 'overvloedig'. Dat is nu typisch en typerend voor het werk van de Heer. Als Hij werkt, dan doet Hij dat altijd in overvloed. Als de Heer geeft, dan is Hij royaal. Het zou een mooie suggestie zijn om ooit eens in de Schrift te laten zien waar dat woord allemaal gebruikt wordt: overvloed. De overvloeiende genade waar Paulus over spreekt. De Heer geeft niet mondjesmaat, maar Hij geeft royaal, overvloedig. Hier heeft het trouwens nog een speciale betekenis, want Hij doet Zijn werk in ons en door ons overvloeien.
Dit sluit ook aan bij waar we het de vorige keer over hadden toen ik sprak over Johannes 7, waar gesproken wordt over het water des levens. Er wordt gezegd dat indien iemand dorst heeft, hij mag komen en drinken van het water des levens, om niet. Maar er staat ook bij dat het in hem zal worden tot een fontein. Ik doel nu op die andere Schriftplaats: stromen van levend water zullen — niet 'moeten', nee, zullen — uit zijn binnenste vloeien. Daar waar wij drinken van dat levende water, daar worden wij vervuld en vervolgens loopt de mond daarvan over. Dat is overvloeien. Zoals je ook in Lucas leest — het is bij ons een bekend spreekwoord geworden, maar het is ontleend aan dit vers, Lucas 6 vers 45 — daar staat: "Uit de overvloed des harten spreekt de mond." Dat wil zeggen: daar waar het hart vol is, daar loopt de mond over. Dat is een wetmatigheid die niet eens specifiaal met het Evangelie te maken heeft. Het is in het algemeen zo: waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over.
Wel, wat de Heer doet is: Hij maakt ons blij met een goed bericht. Daar wordt het hart vol van, en als het hart er vol van is — sterker nog, Hij maakt het niet alleen vol, Hij verkwikt het — dan doet Hij het overvloeien. Het stroomt eroverheen. Maar wat betekent dat? Als het hart er vol van is, waar stroomt het dan uit? Gewoon uit de mond. Het komt uit de mond. Dat is precies de bedoeling van dat woord, en überhaupt de bedoeling van een goed bericht. We horen het bericht, het vervult het hart en vervolgens vervult het zijn functie als bericht, namelijk: het wordt weer doorverteld. Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.
Dat is waar Paulus het over heeft. Dat werk van de Heer heeft te maken met wat Hij door ons doet. Hij vervult ons en Hij doet ons zelfs overvloeien, zodat het woord ook naar anderen toe gaat, die daar vervolgens op hun beurt ook weer blij van worden. En kijk, dat is het mooie van dat goede bericht: het is niet zo dat als jij het weggeeft, je het kwijt bent. Nee, dan deel je het en het wordt alleen maar meer. Daar waar je het mag vertellen en waar je een ander er blij mee mag maken, daar word jij alleen maar blijer van. Dus wat Paulus hierover zegt, is: sta op dat goede bericht en blijf erop staan, met als gevolg dat je te allen tijde overvloedig wordt in dat werk van de Heer.
Uw Arbeid Is Niet Vergeefs: Zijn Woord Is Zijn Werk ↑ hoofdstukken
...wetende dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here. Uw arbeid... dat klinkt misschien een beetje vreemd, hè? Hoezo 'uw arbeid'? Het is toch het werk van de Heer? Ja, kijk, dat is dan weer een beetje het lastige. Want als de Heer Zijn werk door ons doet, wat gebeurt er dan? Dat activeert ons, nietwaar? Maar het blijft Zijn werk. Wij kunnen dan niet eens meer anders. Het is Zijn werk dat Hij doet, en we weten dat 'uw arbeid' – tussen aanhalingstekens, want het is het werk van de Heer – niet vergeefs zal zijn.
Weet u waarom niet? Omdat het Zijn werk is. Dat staat er ook achter: wetende dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here. Het is namelijk Zijn werk, en dat is nooit ijdel, nooit leeg. Dat Woord zal altijd zijn werk doen. Dat is mooi als je bezig bent met Zijn Woord. Het kan soms zijn zoals we dat lezen in Prediker. Daar wordt gesproken over – het is een wat raadselachtige manier van spreken – 'werp uw brood uit op het water', en dan staat erachter: 'en je zult het vinden na vele dagen'. Oké, misschien niet direct, maar het zal altijd doen wat Hem behaagt.
Kijk, dat is nou typerend voor dat Woord van de Heer. En u zult dat in deze studie misschien wel vaker opmerken: als ik spreek over het werk van de Heer, dan is dat eigenlijk hetzelfde als het Woord van de Heer. Want Zijn Woord is namelijk ook Zijn werk. Dat is zo in de taal die 'van de andere kant' komt, oftewel het Hebraeus. Hebraeus betekent 'van de andere zijde'. In het Hebreeuws – en er zitten hier mensen die dat kunnen beamen; ja, ik kijk naar jou, maar ik kan nog naar meer mensen kijken hoor – in het Hebreeuws is er zelfs geen verschil, en dat is zo mooi.
In de taal van God Zelf is het woordje 'Dabar'. Ja, dat betekent ook nog 'bij'; het heeft met honing te maken, maar dat is weer een verhaal apart. Het woord 'dabar' betekent 'woord', maar het is ook 'daad'. Gods Woord is altijd ook een daad. Als Hij spreekt, dan gebeurt er wat. Als Hij tot ons spreekt, dan gebeurt er daadwerkelijk wat. Dat is niet zo moeilijk om aan te tonen; u hoeft alleen maar terug te gaan naar Genesis 1. Het is meteen het eerste dat de bladzijden van de Bijbel raakt. God spreekt, en het is er. Hij gebood, en het was er, toch? 'Er zij licht', Hij sprak... God sprak: 'Er zij licht', en er was licht. God spreekt; Zijn Woord is Zijn werk.
Goed, wetende dat uw arbeid – tussen aanhalingstekens – niet vergeefs is, want het is namelijk Zijn werk. Niet vergeefs in de Here. Nu gaan we even een aantal verzen terug in dit hoofdstuk.
Paulus als Wandelend Embleem van Genade ↑ hoofdstukken
Namelijk naar het begin van 1 Korinthe 15. Daar illustreert Paulus dat aan de hand van zijn eigen levensgeschiedenis. Dat is heel mooi. Dan zegt hij in vers 9 van ditzelfde hoofdstuk dus: "Ik ben de geringste van de apostelen." Hij had net gesproken over het feit dat hij zelf een ooggetuige is geweest van de levende Heer. Nou ja, wat zeg ik? Van de levende Heer? Niet alleen maar de verrezen Heer, maar als bij uitzondering zelfs van de Heer die verheerlijkt was. Hij was ontijdig geroepen, veel later dan de rest. Daar zit nog wat dieper achter, als ik het zo zeg. Hij was ontijdig geroepen, dat wil zeggen: de twaalf waren hier op aarde al geroepen, maar Paulus pas veel later, op de weg naar Damascus, weet u nog? En het is zelfs zo dat hij de Heer heeft gezien, maar hij is er ook meteen door verblind, zo enorm als dat licht is geweest. Dus hij heeft niet alleen de verrezen Heer gezien, maar de verheerlijkte Heer, en het heeft hem verblind. Mogelijk heeft het hem zelfs een blijvende oogkwaal bezorgd, want Paulus heeft altijd problemen gehouden met zijn ogen, zo weten we.
Paulus zegt: "Ik ben de geringste van de apostelen," en hij excuseert zich. Hij zegt niet waard te zijn een apostel te heten, omdat hij de gemeente Gods vervolgd heeft. Hier zegt hij: "Ik ben de geringste van de apostelen." Telkens in zijn brieven wijst hij erop wie hij is. Hij zegt hier: "de geringste van de apostelen." Als hij de kring iets wijder trekt, dan zegt hij in Efeze 3 vers 8: "Ik ben de minste van de heiligen." Van alle heiligen, van alle mensen die apart gezet zijn doordat ze geroepen zijn door Zijn woord. Hij zegt: "Ik ben de geringste van de apostelen." Als ik de kring iets wijder trek van alle heiligen, dan ben ik ook de minste. En dan wijst hij weer op hetzelfde. Hij zegt: "Ik heb de gemeente Gods vervolgd." En als je de kring nog veel wijder trekt — dat doet hij in 1 Timotheüs 1 vers 15 — dan zegt hij, of hij formuleert het zo: "Ik ben the eerste der zondaren, de voornaamste zondaar." Er is geen grotere zondaar dan ik. Dat zegt Paulus van zichzelf. En dan wijst hij ook weer op zijn eigen verleden: "Maar mij is ontferming bewezen."
Overvloedig. Paulus is namelijk overweldigd. Ik had het net over overvloed van genade, maar Paulus is ook overweldigd door de genade van God. Er werd niet aan Paulus gevraagd: "Wat is jouw keuze nou, wat ga je nu doen?" Nee, hij is gewoon in zijn kraag gegrepen. Hij kon niet eens anders. Kijk, dat is Gods woord, dat is Zijn werk. Maar God heeft hem overweldigd. Hoezo vrije wil? Heeft Paulus voor Hem gekozen? Nee, natuurlijk helemaal niet zelfs, want hij was een tegenstander. Maar hij is overweldigd door de waarheid, door Zijn woord. En als God het doet, dan doet Hij het meteen goed. Maar het gaat me nu even om dat Paulus daarmee ook een embleem is, een wandelend embleem van genade. Hij zegt: "Ik ben de geringste van de apostelen, de minste van de heiligen." En sterker nog: van alle mensen. Alle mensen zijn zondaren, maar hij zegt: "Van al die zondaren ben ik nog de grootste." Dat betekent dus dat als God mij kan redden... Dat was zijn boodschap hè? Als God mij kan redden — nee, als God mij redt, dan redt Hij dus alle mensen. En dat was zijn boodschap van overvloeiende genade. De geringste van de apostelen, niet waard een apostel te heten omdat ik die gemeente Gods vervolgd heb.
En dan vervolgt hij, en daar komt een vers waar ik eigenlijk eventjes speciaal een vette streep onder wil zetten. Dan vervolgt Paulus: "Maar door de genade van God ben ik wat ik ben." Kijk, dat maakt een mens onaantastbaar. Paulus wijst op zijn verleden. Hij is zich daar zijn hele leven pijnlijk van bewust geweest. En toch, hij zegt: "Het is Gods genade." Genade betekent dat het om niet is. Maar genade heeft ook te maken met vreugde. Het grondwoord charis betekent vreugde. Wel, God heeft hem blij gemaakt, puur om niet. Hij zegt: "En dat heeft mij gemaakt wie ik ben." Kijk, Gods genade, dat is wel... Het is geen formulering van mezelf, maar ik heb het nooit eens zo opgepakt. En ik denk dat het heel trefzeker aangeeft wat het is: Gods genade aanvaardt mij zoals ik ben. Dat is in tegenstelling tot de wet, hè? De wet veroordeelt. Als je niet doet wat er staat, dan ben je veroordeeld. Maar Gods genade aanvaardt je altijd zoals je bent. En hij was de grootste der zondaren, maar Gods genade heeft hem aangenomen. Sterker nog: vreugde. Niet alleen maar geaccepteerd, maar vreugde bewezen. Mooi als je hier zo vrij rond kunt lopen, toch? Ja, en Hij aanvaardde Paulus — hij heette toen trouwens nog Saulus. Hij aanvaardt mij zoals ik ben en — maar dat is ook Gods genade, daar staat Hij garant voor hoor, dat is geen eigen werk — hij maakt mij zoals Hij wil. Dat is Zijn werk.
Nou, Paulus zegt: "En door de genade van God ben ik wat ik ben." Nou, en dan zegt hij erbij: "En Zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest." Dat is geen ode aan hemzelf hoor, dat is een ode aan Hem. Hij zegt: "Zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest." Hoezo? Nou, hij zegt: "Ik heb meer gearbeid dan zij allen." Die "zij", dat slaat op de twaalf. En die twaalf hebben wat gearbeid hoor, om het goede bericht door te geven. Maar Paulus zegt: "Ik ben niet waard een apostel te heten." Absoluut, hij erkent het. Maar hij zegt: "Gods genade is niet vergeefs geweest." Het is... hij kreeg de grootste genade, en waaruit bleek dat? Wel, God heeft Zijn werk overvloedig in hem gedaan. Hij zegt: "Ik heb meer gearbeid dan zij allen." Ik wijs er nu ook even op. Weet u waarom? Kijk, je zou een top 10 kunnen samenstellen van bezwaren en kritiek op de boodschap van Gods genade. Ik heb ooit eens een keertje voor mezelf een lijstje gemaakt van wat er zoal tegenin gebracht wordt. "Ja, dat zal maar makkelijk zijn." Dat is een bezwaar. Volgens mij is het een aanbeveling, maar goed, het wordt geuit als een bezwaar, toch?
Maar een andere is... een andere veelgehoorde tegenwerping is: "Genadeprediking is gevaarlijk." Daar hebben ze trouwens ook gelijk in. Genade brengen is heel gevaarlijk. Want ja, waar je spreekt over genade, kan dat misbruikt worden. Tuurlijk. Maar is het daarom minder waar? Omdat het gevaarlijk is, is het minder waar? Nee, het is de waarheid. Het is levensgevaarlijk, maar vertel het maar. En men zegt: "Ja, het maakt passief." Dan moet ik echt omlachen, want bij uitstek degene die een wandelend embleem was van Gods genade — hij getuigt dat keer op keer — juist hij is het die zegt: "Gods genade heeft mij gemaakt wat ik ben." Hij zegt: "Zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest, want ik heb meer gearbeid dan zij allen." En dat was helemaal geen eigen doen, maar hij kon helemaal niet anders. Hij werd niet gedwongen, maar zoals 2 Korinthe 5 dat zegt: "De liefde van Christus dringt mij." Hij kon niet eens anders. Hij kon er niet van zwijgen.
En Paulus is overal naartoe gegaan en hij heeft gesproken. En het heeft hem heel veel gekost hoor. Het heeft hem heel veel vijandschap opgeleverd. Het heeft hem weinig roem opgeleverd, sterker nog, helemaal niet. Hiertoe heeft hij gearbeid. Andere vertalingen zeggen: "gezwoegd". Hiertoe hebben wij gezwoegd en worden we gesmaad omdat we onze hoop gevestigd hebben. Waarom? Waarom werd hij versmaad en waarom arbeidden wij zo? Omdat hij zijn hoop gevestigd had op de levende God, die een Redder is van alle mensen, speciaal van degenen die geloven. Want degenen die geloven, die dit beamen, wel, daar bewijst God Zijn redding en genade des te overvloediger.
Kijk, Paulus zegt: ik heb meer gearbeid dan zij allen. Dat is dus het werk dat Hij door je heen gaat doen. Hoezo passief? Het gaat ons dringen, het vervult ons. Dat is wat Gods genade doet: het vervult ons, het doet overvloeien.
En Paulus getuigt hiervan. Hij zegt: ik heb meer gearbeid dan zij allen. Maar dat ben ik niet. Het was ook niet zo dat Paulus dat moest, hij kon niet anders. Het is de genade van God, het is de vreugde van Hem. Als je het even naar de basisbetekenis terugbrengt, dan zeg je: het is Zijn vreugde in mij, die met mij is, die mij gemaakt heeft tot wat ik ben.
Filippenzen 2: Elke Knie Zal Buigen ↑ hoofdstukken
We gaan nu naar een ander gedeelte waar ik u ook graag op wil wijzen: Filippenzen 2. Daar zie je een soortgelijk verhaal als wat ik zojuist vertelde bij 1 Korinthe 15 vers 58. Dat begon met "daarom", en dat is hier opnieuw het geval. Paulus gaat ook hier spreken over dat werk van de Heer. Maar dat "daarom" verwijst uiteraard terug naar het voorgaande. Daar is vaak overheen gelezen; tot voor kort las ik er eigenlijk zelf ook overheen. Ik bedoel het dus helemaal niet als verwijt, maar het werpt zoveel licht op dit vers wanneer je dat woordje "daarom" goed onderstreept en je ervan bewust bent waar het naar verwijst.
Wanneer Paulus in vers 12 zegt: "Daarom, mijn geliefden", wat doet hij dan? Dan verwijst hij uiteraard terug naar het voorgaande. En wat had hij in vers 10 en 11 gezegd? Daaraan vooraf gaat dat geweldige gedeelte over Christus Jezus, die Zich vernederd heeft tot de dood, ja, tot de dood van het kruis. Daarom heeft God Hem uitermate verhoogd en een naam gegeven boven alle naam, opdat in de naam van Jezus – wat betekent: "de Heer is Redder" – zich alle knie zou buigen van hen die in de hemel, hen die op de aarde en hen die onder de aarde zijn. Meer smaken zijn er niet. Daar heb je namelijk de hele creatuur mee ingesloten: in de hemel, op de aarde en onder de aarde.
Het doel is dat elke knie zou buigen en alle tong zou belijden. Niet de lippen; van lippendienst is de Heer niet gediend. Nee, de tong, dat zit vanbinnen. Alle tong zou belijden. Hier staat letterlijk een woord dat voor degenen die hier vaker komen geen geheim is: ex homologeo. Dat woordje "ex" betekent "uit", van binnenuit. Expressie betekent letterlijk druk van binnenuit; wanneer de druk eruit komt, is het expressie. Het woord dat hier gebruikt wordt, geeft aan dat het een belijden is van binnenuit.
Ik benadruk dat niet eens omdat het per se nodig is – want het hele verband laat al heel duidelijk zien wat er gezegd wordt – maar ook om andersluidende beweringen te weerleggen. Er zijn mensen die zeggen dat er een moment komt dat alle mensen wel zullen moeten toegeven dat Jezus Heer is, maar dat staat er niet. Men heeft zoveel in het werk gesteld om de machtige betekenis van deze woorden te verdraaien en te nivelleren tot de traditionele betekenissen die men eraan toekent. Maar wat er staat is: "en alle tong zou van binnenuit belijden: Jezus Christus is Heer, tot eer van God de Vader."
Dat wat wij nu al mogen weten, is wat je tot een gelovige maakt. Als je met je hart gelooft en met je mond belijdt dat Jezus Heer is, dan ben je een gelovige. Maar er komt een moment dat elke knie gaat buigen en dat elke tong van binnenuit zal roepen: "Hij is Heer!" En voor degenen die denken dat zij daartoe gedwongen worden, staat er nog bij: "tot eer van God de Vader". Als Vader zal Hij verheerlijkt zijn in die universele belijdenis en erkenning van wie Zijn Zoon is.
Zijn Zoon heeft door dat werk van het kruis laten zien hoeveel God van deze wereld houdt. En het zal elk hart, elk mens en elk creatuur bereiken en veranderen. Kortom, dit is de uitkomst van de geschiedenis. Er komt een moment dat alles en iedereen in de hemel, op de aarde en onder de aarde tot deze hartelijke erkenning komt, tot eer van God de Vader.
Uw Behoudenis Bewerken met Vrezen en Beven ↑ hoofdstukken
Nou, als Paulus dit geschreven heeft, dan zegt hij: "Daarom, mijn geliefde – let op – daarom, mijn geliefde, gelijk gij te allen tijde gehoorzaam zijt geweest." Dat wil zeggen: gehoor hebt gegeven. "Te allen tijde gehoorzaam zijt geweest", blijft niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, schrijft hij aan die Filippenzen, maar nu des te meer bij mijn afwezigheid.
Dat geldt voor ons ook. Paulus is nu ook niet meer aanwezig, hij is nu afwezig en dan zegt hij: "Uw behoudenis bewerken." Oh, ik weet het, hier zijn zoveel mensen de stuipen mee op het lijf gejaagd. Want die behoudenis zou dan niet zeker zijn; die behoudenis moet een mens zelf bewerken. En nu heeft men nota bene zelfs een woord gevonden in de geschriften van Paulus! "Zie je wel, je behoudenis bewerken is niet zeker." Moet je nagaan wat Paulus juist in het voorgaande had geschreven.
Hij had net in het voorgaande vers iets gezegd en haakt daarop aan door te zeggen: "Daarom, mijn geliefde..." Want die behoudenis is namelijk zeker. Het is geen kwestie van kans, het hangt niet af van de keuze van de mens of de vrije wil – whatever that may be, zeggen de Engelsen dan. Want wat is die vrije wil? Natuurlijk heeft de mens een wil, maar hoe vrij is die dan? Heeft de Schepper daar geen beschikking over? Nee, die behoudenis is zeker. En wat hij trouwens met dat "bewerken" of dat "uitwerken" bedoelt, dat zullen we straks zien.
Maar het gaat mij nu even om wat er nog bij staat. Want ik zei al: de stuipen op het lijf gejaagd. Nou, dat klopt wel, want hij schrijft er namelijk ook bij: "Uw behoudenis bewerken met vrezen en beven." Ja, en dat is interessant, want Paulus gebruikt hier twee woorden die we allemaal nog wel kennen, en daar word je bang van hoor! Want dat woord "vrezen" is in het Grieks het woord phobos, en daar komt ons woord "fobie" vandaan. Het woordje "beven" komt van het Griekse woord tromos, en daar komt ons woord "trauma" vandaan.
Dus als Paulus hier spreekt over "uw behoudenis bewerken met vrezen en beven", dan heeft hij het inderdaad over siddering. Maar voor wat? Voor de hel, zoals dat altijd verteld is? "Blijf je behoudenis bewerken!" Dat wordt in de christelijke kerken op verschillende manieren uitgelegd. Mensen worden juist heel erg aan het werk gezet, want ja, die behoudenis is niet zeker; aan het einde zou dit of dat kunnen volgen. Daar ben je dus nooit zeker van.
Anderen leggen het weer anders uit. Mensen die vandaag in het zwarte pak naar de kerk zijn gegaan, krijgen te horen: "Ja, wij moeten vrezen en beven." Dat zijn woorden die bij hen telkens weer in de oren klinken. Het wordt van de kansel gepredikt: vrezen en beven. Ja, waarom? Vanwege de hel? Wat een verdraaiing! Paulus had nota bene zojuist in het voorgaande vers gezegd dat heel de schepping, elk creatuur, van binnenuit zal erkennen dat Jezus Heer is. Dat wat wij nu weten, zal eens elk schepsel weten en blij getuigen.
En dan haalt men dit eruit om de mensen onzeker te maken en bang te maken voor de hel. Maar dat is het natuurlijk helemaal niet. Weet u waar we voor zouden sidderen? Voor God. Niet in angst, maar dat we zouden sidderen voor de God die alles beschikt en die elke knie zal doen buigen en elke tong zal doen belijden dat Zijn Zoon Heer is, Meester, Overwinnaar en Triomfator. Weet je waarvoor we zouden sidderen met vrezen en beven? Om dít te ontkennen en dít te verzwijgen. Dáárvoor zouden we sidderen. Dat meen ik bloedserieus.
Men heeft het helemaal verdraaid. Men heeft van dit "vrezen en beven" gemaakt alsof het spreekt over de hel, terwijl Paulus nu juist had gesproken over de God die alles beschikt. Ik kom daar straks trouwens op terug, maar de God die juist alles en elk schepsel daar gaat brengen waar Hij het hebben wil – daarvoor zouden we sidderen. We zouden sidderen om dat te verzwijgen of te ontkennen, wat men allerwege doet.
De God die wij kennen is zo groot, zo ontzagwekkend. Dat zie je in Zijn machtige creaties, in het scheppingswerk dat Hij tot stand heeft gebracht. Dat is zo enorm. Maar ook dat wat Hij gaat bewerken in dat plan der aionen, waarvan de uitkomst vaststaat en waardoor heel de schepping zal juichen tot Zijn eer; dat is zo groot, dat is zo onvoorstelbaar rijk. Als je daar werkelijk bij stilstaat, dan doet het je sidderen voor zo'n God. En dat je dat zou kunnen ontkennen of zou kunnen verzwijgen... Want die ken ik ook nog wel: mensen die weten dat het zo is, maar die niettemin uit angst voor mensen zeggen: "Hou je mond maar." Dan zeg ik met de apostel: "Sidder!" Met vrezen en beven. Dat staat er trouwens direct achter, we hoeven dat helemaal niet zelf te verklaren. Hoezo vrezen en beven? Nou, dan volgt het woordje "want".
God Bewerkt het Willen en het Werken ↑ hoofdstukken
En wat zegt Paulus dan? Want het is God die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken werkt. Nu hadden we het eerder deze samenkomst over de vrije wil van de mens. Wat blijft daar in dit licht van over? Helemaal niets. In het voorgaande vers was al helemaal duidelijk waar God elke creatuur gaat brengen.
Ja, maar een mens is toch geen robot? Dat kreeg ik van de week ook te horen: "Een mens is toch geen robot?" Dat is zo leuk hè, dat mensen zulke bezwaren hebben. Dat zijn mensen die een "godje" hebben; mensen die ook niet kunnen sidderen voor die machtige God die alles beschikt en bewerkt naar Zijn voornemen. Dat wat Zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem Zijn vermogen niet.
We zijn geen robot. En dan zeg ik het onze vriend Martin Zender in Amerika maar na. Die zegt, als hem dat wordt tegengeworpen: "Het is nog veel erger. We zijn geen robot. Wat verbeeldt u zich? We zijn klei in Zijn handen." Dat is nog veel minder. Want een robot kan nog allerlei dingen gaan doen waar hij zijn programmeur versteld mee doet staan, maar wij zijn klei in de hand van de Pottenbakker en Hij vormt ons naar Zijn wil.
Als u dat niet geloven wilt, moet u maar eens lezen wat Paulus schrijft in Romeinen 9 over die Pottenbakker. Die vaten maakt ter ere, maar ook ten onere – dat doet Hij allemaal om Zijn welbehagen. En Hij excuseert Zich niet. Hij is God en Hij doet wat Hij wil, en niets en niemand kan Hem daarvan afbrengen. Dat is de God waar het om gaat.
Dat hele idee van die vrije wil is zo heidens, zo afgodisch – ik wilde nog wel meer negatieve predikaten toevoegen, maar als het even kan, doe ik dat niet. Het betekent namelijk, dat idee van die vrije wil waarbij een mens wel moet kiezen, dat je daarmee het evangelie de nek omdraait. Want het evangelie is juist de boodschap dat er één God is; Hij beschikt. En voor deze God zouden we inderdaad vrezen en sidderen, omdat Hij dat alles bewerkt. Hoe machtig is dat?
Het is vreselijk wat men met deze boodschap heeft gedaan. God is het die om Zijn welbehagen het willen en het werken werkt. God werkt ín ons het willen en Hij werkt ook dóór ons het werken. En dan komt de vraag: waar blijft dan het roemen? Paulus zegt dan altijd: het is uitgesloten. Want als ik iets wil, dan is dat niet mijn werk. Als ik iets uitwerk, is het evenmin mijn eer. Nee, het is alles Zijn welbehagen en Zijn werk. Ik vind die paar verzen zo mooi, die wil ik nog eventjes lezen.
Schijnen als Lichtende Sterren in de Wereld ↑ hoofdstukken
Dan wordt er aan toegevoegd: doet alles zonder morren. Dat staat er direct achteraan. Of zoals andere vertalingen hebben: murmureren. Dat is een wat ouder Nederlands woord voor mopperen of klagen. En daar wordt wat afgeklaagd en gemopperd, niet waar? Maar Paulus zei: doe alles zonder morren. Weet u waarom? Welnu, dit is geen losstaand vers hoor; dit sluit gewoon aan op wat hij zojuist heeft geschreven. Hij heeft gezegd: God is het die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt. En God is God, en Zijn weg is altijd de beste. De weg die Hij met u gaat, de weg die Hij met mij gaat, is de beste. Al begrijpen we er helemaal niks van: Zijn weg is de beste. Dank Hem daar dan ook voor.
Het is hier negatief geformuleerd: doe alles zonder morren. Elders zegt hij: wees dankbaar. Dank Hem dat Hij jouw leven leidt naar Zijn glorieuze doel. Dank Hem daarvoor, Zijn weg is de beste. Dit is opdat ge onberispelijk en onbesmet moogt zijn. Waarom? Gewoon om deze reden: als je Hem dankt in alles en zo je levensweg gaat. Dat je van de vroege ochtend tot de late avond in de overtuiging leeft — want dat verandert toch niet. Onze emoties en onze beleving kunnen zomaar fluctueren; dat kan soms hier en dan weer daar zijn, maar de overtuiging dat Zijn weg de beste is, die staat. Leef daar dan gewoon uit, opdat ge onberispelijk en onbesmet mag zijn.
Onberispelijk betekent — zoals ons woord eigenlijk ook aangeeft — dat er niets op aan te merken is. Dat zijn de werken die Hij in ons doet. Laat ik het zo zeggen: de overtuiging dat Zijn weg de beste is, doet altijd iets met je. Want het maakt ons inderdaad, zoals hier staat, onberispelijk en onbesmet. Dat woord 'onbesmet' is trouwens wel mooi, want letterlijk staat daar zoiets als 'onvermengd'. In de Statenvertaling staat er 'oprecht'. Het betekent eigenlijk gewoon zoiets als simpel. Het wordt ook wel vertaald met argeloos of naïef. Je kunt dat negatief opvatten, maar dat is het helemaal niet. Wees maar lekker simpel.
Dat kan je zomaar verweten worden hoor, als je staat in de overtuiging dat alles van God komt. Want er is Iemand die alles in handen heeft en Zijn weg is de beste. Ik hoef me helemaal geen zorgen te maken; er wordt voor me gezorgd. "Ja, jij bent lekker simpel." Nou, houden zo dan! Dat is simpel, dat is oprecht. Maar dat is juist het leven dat Hij voor ons in petto heeft. We nemen soms zoveel last op ons en dat maakt ons juist zo 'berispelijk' — voor zover dat een woord is. We nemen lasten op ons die de Heer ons helemaal niet geeft. Leg dat gewoon af, wees simpel: Zijn weg is de beste.
En dan staat erbij: onbesproken kinderen van God te midden van een ontaard en verkeerd geslacht. In de Statenvertaling staat het wat correcter, namelijk letterlijker: er staat een krom en verdraaid geslacht. We leven te midden van een geslacht dat krom is; men maakt krom wat recht is en recht wat krom is. Dat is eigenlijk hetzelfde: men verdraait de dingen. De waarheid wordt ook altijd verdraaid, en ik heb altijd de neiging om daar aan toe te voegen: nog aan toe! Verdraaid nog aan toe! Men verdraait de dingen, en dat is de wijze waarop men met de waarheid omgaat.
Maar wij zijn kinderen van God. We leven uit Zijn hand, Hij is onze Vader; wij mogen dat nu al weten. En er staat bij: die wereld mag dan krom en verdraaid zijn, maar weet u wat het grote voordeel is van een donkere wereld? Juist daar zie je de lichtpuntjes. Er staat dan ook: waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld. Nu kom ik toch nog op iets waar ik wat meer over zou willen vertellen. Het werk van God is vandaag niet dat Hij Zijn koninkrijk gaat openbaren of dat Hij Zijn licht uitbundig laat schijnen zodat de dag aanbreekt. Nee, de dag gaat aanbreken als straks — zoals ook de profeten daarover spreken — de Zon der gerechtigheid zal opgaan over deze wereld. Dan zal de nacht voorbij zijn en een nieuwe morgen aanbreken. Maar dat is toekomst; dat is wanneer Hij als de Zon zal verschijnen. Nu is het nog nacht, maar in die nacht zijn wij sterren.
Sterren zijn niet bij machte — en het is ook helemaal niet de bedoeling van die sterren — om de nacht te verdrijven. Dat gebeurt vanzelf als die Zon opkomt. Maar die sterren zijn bedoeld als lichten in de duisternis. We leven in een donkere wereld; klaag daar niet over en doe daar ook niet moeilijk over. Het is een krom en verdraaid geslacht, het is een boze aion, zoals dat ook elders in de brieven heet. Dat is waar. Richt je daar ook niet op; de wereld is niet zo belangrijk. Ik weet niet of ik het mag zeggen, maar ook het nieuws wat er allemaal verteld wordt, is niet zo belangrijk. Trouwens, ik weet dat u het alleen maar kunt bevestigen. Nee, weet u wat er echt toe doet? Dat is Zijn nieuws. En als we ons daarop richten... het nieuws in de wereld maakt ons echt niet blij, maar Zijn nieuws maakt ons wél blij. En dat doet ons juist ook stralen, toch? Dat is juist wat een blij nieuwsbericht met je doet: het doet je stralen, zonder dat je er misschien zelf van bewust bent.
En dan staat erachter — en dat is het laatste waar ik op wil wijzen: het Woord des levens vasthoudend. Wat is dat dan: schijnen als lichtende sterren? Sommige mensen denken bij dat licht meteen aan hun gedrag, hun handel en wandel, netjes leven en dergelijke. Nee, dat is het niet. Weet u wat ons lichtende sterren maakt? Wat is dat licht? Welnu, dat licht is niets anders dan wat hier staat: het Woord des levens. Het levende Woord, zou je ook kunnen zeggen. Maar het is het Woord aangaande het leven, aangaande de levende God, aangaande de Levensvorst en aangaande het leven dat zal triomferen, waardoor de dood tenietgedaan zal worden. Dat is het Woord! Dat is het licht!
Dat kunnen we iedereen vertellen, of ze het nu horen willen of niet, want het is goed nieuws. Dat kan niet ontkend worden; het is het beste wat je kunt vertellen. Het is het Woord van leven, en dat staat in onze vertaling als "vasthoudende". Maar weet u wat er eigenlijk staat? Er staat letterlijk "ophouden", gewoon hoog houden. Of zoals de Statenvertaling zegt — en ik denk dat die het beste weergeeft: "voorhouden". Lichtende sterren, hoezo? Wel, we hebben licht en daarom stralen we natuurlijk ook. Dat Woord is een woord van genade, dat doet stralen, en dat is ook precies wat we andere mensen mogen voorhouden. Want waarom zouden we zelf dat goede bericht mogen kennen, wat ons zelf zo blij maakt, en het anderen onthouden? Waaronder wij mogen schijnen in deze wereld, te midden van een krom en een verdraaid geslacht, als lichtende sterren in deze wereld: het Woord des levens vasthoudende.
UltimateGoodNews