GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Opgevaren Ten Hemel – Hoezo?

01-07-2014 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 1 juni 2014 in Tollebeek (bij Urk)

Veertig dagen na zijn opstanding werd Jezus Christus op de Olijfberg ten hemel opgenomen. Vanwaar “veertig dagen”? En waarom op de Olijfberg? Wat heeft dat te betekenen? Waarom moest Jezus Christus worden opgenomen? Stond dat ook van Hem voorzegd in de Tenach? En wat doet Hij dan nu? En last but not least: tot wanneer blijft Hij in de hemel?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de hemelvaart van Jezus Christus aan de hand van Handelingen 1 en verbindt dit met diverse typologische patronen, zoals de periode van veertig dagen. Er wordt uitgelegd dat de hemelvaart een actie van God was, waarbij Jezus als passieve ontvanger werd verhoogd aan Gods rechterhand in vervulling van Psalm 110. Daarbij wordt het contrast geschetst tussen de verwachting van de twaalf discipelen omtrent het herstel van het koninkrijk voor Israël, en de latere verborgen boodschap voor de natiën via Paulus. Tot slot wordt de typologische betekenis van de Olijfberg en de sabbatsreis belicht als een verwijzing naar de huidige tijd waarin de Hogepriester in het hemelse heiligdom dient.

“Wat er op de veertigste dag na de opstanding plaatsvond, is de vervulling van wat we lezen in Psalm 110 vers 1. Daar werd Hij verhoogd.”

Introductie: het Onbekende Hemelvaartsfeest en Handelingen 1 ↑ hoofdstukken

Ook van mijn kant een hele goede middag, vrienden. Het is mij een genoegen om u hier weer te mogen treffen na ongeveer vijftig dagen. In die zin zou je verwachten dat het vandaag Pinksteren is, want de vorige keer dat we hier een bijeenkomst hebben gehad, was op 13 april. Dat ging over de dagen van Pascha en de diverse data die daarin een grote rol spelen, vooral ook in verband met het lijden, sterven en niet in de laatste plaats de opstanding van Christus.

Wel, het is een paar dagen geleden dat de christenheid zich opmaakte om het hemelvaartsfeest te vieren, een feest dat erg onbekend is. Ja, niet dat het afgelopen donderdag niet gevierd is, dat bedoel ik niet, maar juist afgelopen donderdag zag ik op internet dat de Telegraaf daar een item aan wijdde. Er werd aan mensen op straat gevraagd wat zij dachten dat de betekenis van Hemelvaart is. Als het niet zo droevig was, zou je werkelijk een bult lachen om de antwoorden die gegeven worden, want men begrijpt er helemaal niets van. Men weet er gewoon domweg niets meer van. Nu heb ik het natuurlijk niet over het publiek dat ik hier voor me heb, maar zo ligt het in het grote geheel. Zelfs in een land als Nederland, dat toch bekendstaat om zijn grote aantallen christenen, liggen de zaken zo.

We gaan het dus inderdaad, zoals aangekondigd, hebben over het thema 'Opgevaren ten hemel'. Daarbij stellen we een aantal wezenlijke vragen: waar was het, wanneer was het en hoe ging het in zijn werk? Er is daarin weinig keuze, want als vanzelf kom je in de eerste plaats uit bij het gedeelte dat we nu gaan bezien: Handelingen 1. Dat is het hoofdstuk bij uitstek dat over de historie daarvan spreekt. Het is niet helemaal waar wat ik nu zeg, want ik zou ook de laatste verzen van Lucas 24 nog kunnen aanhalen, waar er heel kort aan gerefereerd wordt. Marcus 16 ook, maar dat is helemaal wat omstreden om redenen die er nu even niet toe doen. Het gedeelte bij uitstek is echter Handelingen 1, omdat daar tamelijk uitgebreid over verhaald wordt, vooral ook over de directe aanleiding.

De beste optie om dit onderwerp in een uur tijd in goede orde uit de doeken te doen, leek mij om bij vers 1 te beginnen. We zullen door een aantal verzen gewoon vrij snel heen lopen, omdat we ons toch vooral willen focussen op het onderwerp van de hemelvaart, het feit dat Hij ten hemel opgenomen werd.

In Handelingen 1 vers 1 schrijft Lucas dit — ik zeg Lucas, want hij formuleert het zo: "Mijn eerste boek heb ik gemaakt." Dit refereert meteen aan de eerste verzen van het Lucasevangelie. Je zou kunnen zeggen: wij noemen het het boek Handelingen, waarvoor trouwens goede redenen zijn, maar je zou het met hetzelfde gemak en met dezelfde logica ook '2 Lucas' kunnen noemen. Zoals we ook spreken over 1 en 2 Korinthe, over 1 en 2 Timotheüs en diverse andere voorbeelden daarvan. Zo is Lucas het eerste boek en Handelingen deel twee: 2 Lucas. Niet te verwarren met Lucas 2 natuurlijk! Het blijkt simpelweg daaruit dat hij refereert aan zijn eerdere boek, en degene die hij daarbij aanschrijft, is Teofilus.

Dat is een prachtige naam, want 'Theo' betekent God en 'filus' betekent liefhebber. Een liefhebber van God dus. Er is enige discussie over de vraag of het werkelijk een bestaand iemand is geweest. Ik zie eigenlijk niet in waarom niet. Anderen zeggen: "Nee, dat is gewoon een denkbeeldig iemand", zoals Anne Frank bijvoorbeeld schreef aan 'Lieve Kitty', wat ook een denkbeeldig iemand was. Het maakt mij eigenlijk niet zo gek veel verschil. In elk geval voel ik mij als liefhebber van God aangesproken, en ik hoop u of jij net zo. Ik ga er daarbij vanuit dat het inderdaad een historisch iemand is, maar voor het verhaal maakt het uiteindelijk geen verschil. Vooral de betekenis van de naam vind ik heel veelzeggend.

"Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Teofilus, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren." Je zou de zin zo kunnen afmaken door te zeggen: als het eerste deel — dat wil zeggen wat wij het Lucasevangelie noemen — gaat over wat Jezus begonnen is te doen en te leren, dan is het navolgende deel, het boek Handelingen, het boek dat gaat over wat Jezus vervolgens deed en leerde. Eigenlijk is dat ook precies aan de orde: het vervolg van het verhaal van Jezus, maar nu zijnde de Christus. Ook dat zal in dit boek naar voren worden gebracht. Het vervolg, namelijk Jezus niet meer hier op aarde, maar als de Verhoogde.

Waar het Lucasevangelie mee eindigde, daar begint dit tweede boek mee. Er is dus maar een heel kleine overlap, zodat die boeken zich gewoon als een vervolg laten lezen. "Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Teofilus, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door heilige Geest zijn bevelen had gegeven." 'De' staat er niet — dat doet te veel denken aan bepaalde dogma's daarachter dat het namelijk zou gaan om een persoon — maar door heilige Geest had Hij zijn bevelen gegeven. Nog even over dat eerste deel van die zin...

Passief Opgenomen: Opgewekt en Opgestaan uit de Doden ↑ hoofdstukken

...tot de dag dat Hij werd opgenomen. Kijk, wij spreken over hemelvaart en dat suggereert dat Hij ten hemel ging op eigen initiatief. Dat is wel zo, dat is precies wat zij gezien hebben. Hij ging ten hemel – we zullen dat trouwens later in dit gedeelte ook nog zien – maar het was een actie van God zelf. Hij onderging dit passief: Hij werd opgenomen. En zij zagen Hem gaan, maar Hij werd opgenomen.

Eenzelfde gedachte dringt zich op als je dat leest in verband met de termen die gebruikt worden voor Zijn opstanding. Jezus Christus is opgewekt, dat wil zeggen: Hij was dood. Hoort u goed wat ik zeg? Hij was dood en als Hij niet door God was opgewekt, was Hij nog steeds dood. God heeft Hem uit de doden opgewekt en vervolgens zeggen wij: Hij is opgestaan. Maar in die volgorde: Hij werd opgewekt en vervolgens stond Hij op uit de doden, zoals dat ook de volgorde was waarin u en ik vanmorgen zijn opgestaan. Eerst word je gewekt en vervolgens sta je op. En zo is het met Jezus Christus ook: Hij werd gewekt uit de doden en vervolgens stond Hij op uit het graf of uit de doden. Hier is dus het verhaal: Hij werd opgenomen. Dat was een actie van God waarin Hij passief was en vervolgens zagen zij Hem ten hemel gaan.

Goed, er staat dan: 'de dag dat Hij werd opgenomen'. Over die dag zullen we het straks nog hebben, maar er staat in de vertaling: 'nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen zijn bevelen heeft gegeven'. Maar 'nadat' staat er eigenlijk niet. Zoals u inmiddels een beetje van mij gewend bent, laat ik hieronder ook een interlinear zien. Dat betekent gewoon 'tussen de regels'. De eerste regel is de Griekse tekst, zoals Lucas dat optekende, zelfs met dit letterschrift. Daaronder staat een Engelse woord-voor-woord-weergave, een hele precieze weergave, en daaronder zie je de wijze waarop de NBG dat heeft weergegeven, terecht of ten onrechte, zodat je dat kunt vergelijken. U moet eigenlijk vooral letten op die Engelse weergave – binnenkort komt er trouwens een Nederlandse weergave van, maar dat duurt nog even – zodat u ook kunt controleren wat ik zeg. En dat is ook niet onbelangrijk. Er staat dus in de vertaling: 'nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen zijn bevelen heeft gegeven', maar zo staat het er eigenlijk niet. Het staat in de aorist, dat wil zeggen: in een tijdloze vorm. Er staat eigenlijk: 'terwijl Hij aan de apostelen die Hij uitkiest door heilige Geest zijn bevelen geeft'.

Ik ga verder: 'aan wie Hij Zich ook na Zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond'. Dat was het onderwerp van de vorige keer. Op de 14e Nisan, de dag van het Pascha, de dag dat het lam geslacht werd, is Hij gestorven aan het kruis. Vervolgens, drie dagen later op the 17e Nisan, stond Hij op uit de doden en heeft Hij Zich vervolgens met vele kentekenen levend aan hen gepresenteerd. De wijze waarop dat trouwens geformuleerd wordt is heel bijzonder, want er staat: 'veertig dagen lang hun verschijnende'. Hij werd zichtbaar aan hen. Maar dat is niet de wijze waarop een normaal, sterfelijk lichaam zich aan iemand voordoet. Ik ben hier gewoon heen gekomen met de auto en ik ben niet aan u 'verschenen'. Hooguit in beeldspraak zeg je zoiets. Maar Hij verscheen; de ramen en deuren waren gesloten, lees je bij meerdere gelegenheden, en Hij stond in hun midden. Kijk, dat is het lichaam van de opstanding. Een totaal andere werkelijkheid met hele nieuwe, andere, hogere mogelijkheden.

Hij verscheen gedurende veertig dagen. Het is ook op deze tekst dat het fenomeen van Hemelvaartsdag is gebaseerd, namelijk dat het veertig dagen na Zijn opstanding was. Veertig dagen lang is Hij aan hen verschenen, waarbij het niet eens gezegd is dat Hij gedurende al die veertig dagen daadwerkelijk ook is verschenen. Maar het is zo: gedurende die termijn verscheen Hij voortdurend aan hen met vele kentekenen, maar het was dus niet zo dat Hij permanent onder hen verbleef.

Een ander onderwerp – waar we het nu niet over gaan hebben, ik wil het alleen even aanstippen – is dat Jezus op de dag dat Hij opstond Zich gepresenteerd heeft aan de Vader. Op de 17e Nisan dus, om even bij die datum te blijven, de dag dat Hij verrees uit het graf als Eersteling en Zich bewogen heeft voor God, zodat de hemelvaart in die zin al plaatsvond op de dag dat Hij opstond. Ik realiseer me dat ik zei dat ik het niet ter sprake zou brengen of toelichten, maar terwijl ik het zeg denk ik eigenlijk: op het moment dat ik zoiets naar voren breng en het is onbekend, denkt u: 'Wat zegt hij nou weer?'. En toch zijn er hele boeiende redenen, die de Schrift zelf aandraagt, om dat inderdaad te geloven en te menen. Maar wat er aan de hand is, is dat Hij op de veertigste dag definitief – tussen aanhalingstekens, want Hij zal weer terugkomen – de Zijnen verliet. Daar houd ik het vanmiddag even bij. Als die andere opmerking niet helemaal duidelijk is, parkeert u dat maar eventjes; daar moeten we het bij een andere gelegenheid nog maar eens over hebben. Maar die termijn...

De Profetische en Typologische Betekenis van Veertig Dagen ↑ hoofdstukken

Veertig dagen. Als je een klein beetje op de hoogte bent van de Schrift en de Bijbelse verhalen kent, dan maak ik me sterk dat je toch heel wat voorbeelden zou kunnen opnoemen waarin die termijn genoemd wordt. Veertig – ja, ook nog veertig maanden, of wat dacht u van veertig jaar? Maar laten we ons even beperken tot de termijn die hier ook staat: de veertig dagen. Ik wil er even een korte opsomming van geven.

Veertig dagen regende het bij de zondvloed. Veertig dagen verbleef Mozes op de berg Sinai. Veertig dagen werd het beloofde land verspied. Die is trouwens heel interessant in dit verband van de hemelvaart: veertig dagen werd het beloofde land, het nieuwe leven, verspied. Het land aan de andere kant van de Jordaan. Vervolgens werd de boodschap verkondigd aan Israël en Israël geloofde het niet. Toen volgde er een periode van veertig jaar. Dat loopt helemaal parallel met de veertig dagen dat de Heer verscheen; Hij vertoonde Zich levend aan hen aan de 'andere kant van de Jordaan'. Vervolgens werd die boodschap aan Israël gepredikt, Israël geloofde het niet en toen volgde er een periode van veertig jaar. Dat wil zeggen: van het jaar 30 tot het jaar 70. Dat is precies veertig jaar waarin Israël uiteindelijk zelfs van de landkaart verdween en Jeruzalem verwoest werd. Een opmerkelijke parallel.

Nog een voorbeeld van veertig dagen: binnen veertig dagen zou Ninevé worden omgekeerd. Veertig dagen was een vrouw onrein na de geboorte van haar zoon, volgens Leviticus 12. Ik noem het allemaal en stip het alleen maar even aan om aan te geven hoe vaak die termijn genoemd wordt. Veertig dagen tart Goliath Israëls God. En ik zal u vertellen: ik ben nog echt niet compleet, maar de lijst is lang. Veertig dagen duurde Jezus' verzoeking in de woestijn.

Wat is nu iedere keer de rode draad door die veertig dagen? Na de veertig begint het. Als je een klein beetje op de hoogte bent van zelfs het algemene spraakgebruik, dan herken je dat wel: na de veertig is er een periode voorbij en gaat er iets gebeuren, een omkering. Wij zeggen wel: het leven begint bij de veertig. Dat is trouwens ook heel mooi. Men zegt ook wel: trouw niet voor je veertig bent – maar daar heb jij je niet aan gehouden. Die uitdrukking dat het leven begint bij de veertig, zinspeelt op de periode van de zwangerschap. Meestal tellen we dat in maanden, maar als je het in weken telt, dan zijn het veertig weken en dan wordt het leven geopenbaard. Na de veertig begint het leven.

In ieder geval: na de veertig begint het. Ik heb ook de Hebreeuwse letter Mem erbij vermeld. Waarom heb ik dat gedaan? Dit is de Mem, de Hebreeuwse letter die staat voor het getal veertig. Hebreeuwse letters zijn namelijk ook getallen, en deze letter Mem staat voor de veertig. Het is niet alleen een letter en een getal, maar het is bovendien ook een woord, namelijk mayim. Dat betekent 'water' of 'de wateren'. En wat komt er uit de wateren? U zegt: Mozes. Ja, dat is een goede, want zijn naam betekent 'uit het water getrokken'. Zijn naam begint ook met een M. Trouwens, heel het leven van Mozes werd gekenmerkt door veertig. Hij werd 120 jaar, maar die hele periode is onderverdeeld in drie keer veertig.

Dit vond ik wel leuk: de oorspronkelijke wijze waarop de M geschreven werd in het Hebreeuws was gewoon een golfbeweging. Dat is onze letter M eigenlijk ook nog steeds. Onze M komt via een omweg uit het Hebreeuws en staat voor water. Zo raak je al heel snel helemaal begraven onder de typologie en allerlei associaties, maar ik wil er maar mee zeggen dat die periode van veertig heel markant is. Daarna gaat er iets bijzonders gebeuren.

Dat is in dit geval ook aan de orde. Ik wil u vooral wijzen op één speciale passage vanwege de parallel met de hemelvaart: Genesis 8. Herinnert u zich dat ik de vorige keer ook naar Genesis 8 heb verwezen? Dat ging toen over de ark die rust vond op het gebergte van Ararat, op de zeventiende Nisan. Dat was de zevende maand, maar dat werd later de eerste maand. In ieder geval vond de ark rust op de zeventiende van die maand. Dat komt exact overeen met de datum waarop de Heer Jezus Christus opstond uit de doden. Een schitterende parallel, waarbij Ararat betekent: 'de vloek wordt omgekeerd'. Prachtig, toch?

Maar nu dit: dat was de zeventiende van die maand, maar dan lees je in vers 6 dat na verloop van veertig dagen Noach het venster op de hemel opende dat hij in de ark gemaakt had. Ik geef toe dat de tekst niet helemaal helder is vanaf wanneer dit precies gaat tellen, maar typologisch lijkt het me niet moeilijk: er wordt geteld vanaf de dag dat de ark rust kreeg op het gebergte van Ararat. Als dat verband houdt met de dag van de opstanding, dan komen we veertig dagen later uit. Na een verloop van veertig dagen opende Noach het venster op de hemel. Op die dag liet hij de raaf uit en daarna liet hij een duif uit. Vervolgens wachtte hij nog zeven dagen – inmiddels zijn we dus ruim 47 dagen onderweg – en liet hij de duif weer uit de ark. Tegen de avond kwam de duif bij hem terug, en zie: een vers olijfblad was in haar snavel.

Dat vond ik prachtig, en dat vind ik nog steeds. Want als je de dag hebt dat de ark rust vond op Ararat – wat overeenkomt met de dag dat Hij opstond uit de doden – dan was er op dat moment nog niets zichtbaar, maar het markeerde alles. Veertig dagen later wordt het venster op de hemel geopend en vliegt er een vogel uit, eerst een raaf en daarna een duif. Vervolgens wacht Noach nog zeven dagen. Hoeveel het precies is, laten we in het midden, maar het is in ieder geval na ruim zeven 'werelddagen'. Dan kom je al gauw bij de vijftigste dag uit. Wat gebeurde er toen? Toen kwam de duif bij hem terug met het verse olijfblad. Dat was dus ruim 47 dagen later en dat komt overeen met Pinksteren, waarbij de duif met de olijftak in zijn snavel terugkeert. Is deze parallel en deze telling niet opmerkelijk? En ook hoe die veertig dagen juist verwijzen naar het geopende venster op de hemel. Dat is precies wat de hemelvaart is: het venster gaat open. Er 'vliegt er één uit', om het zo te zeggen, rechtstreeks de hemel in. En Hij kwam uiteindelijk, na ruim zeven dagen, weer terug met een verse olijftak. Houd dat beeld vast, want dat heeft alles met de hemelvaart te maken.

We gaan even verder. Ik stip vanmiddag zomaar wat zaken aan en wijs vooral op de lagen die onder de tekst liggen. De tekst van Handelingen 1 is redelijk bekend; als zondagsschoolverhaal weten we allemaal ongeveer wel wat er staat. Of ik 'allemaal' kan verantwoorden, weet ik niet zeker, maar de meesten van ons zijn redelijk op de hoogte van wat er toen gebeurde. Maar er zit zoveel meer in die tekst waaraan gemakkelijk voorbijgegaan wordt. Eén ding is duidelijk: gedurende veertig dagen is Hij aan de Zijnen verschenen. Niet aan het hele volk, zoals later in Handelingen 10 staat, maar slechts aan degenen die Hij had uitgekozen. Wel verscheen Hij aan velen; een keertje zelfs aan vijfhonderd broeders tegelijk, zegt Paulus. Maar goed, waarover heeft Hij het met hen gehad?

Het Koninkrijk Gods en de Beloofde Doop in Heilige Geest ↑ hoofdstukken

Dat lees je dan in Handelingen 1 vers 3: "en tot hen sprekende over alles wat het Koninkrijk Gods betreft." Dat is het grote onderwerp van de Evangeliën: het Koninkrijk van God. Eigenlijk is het ook het grote thema van de profeten in de Tenag, in de Hebreeuwse Bijbel. Namelijk het Koninkrijk dat eens hier op aarde gevestigd zou worden, met Jeruzalem als hoofdstad en met Israël als een koninkrijk van priesters dat een zegenkanaal is voor de hele volkerwereld. Welnu, over die dingen heeft de Heer Jezus veertig dagen lang gesproken. Niet alleen over de openbaring van het Koninkrijk, maar ook over de geheimenissen van het Koninkrijk.

Hoe ik dat weet? Nou, dat is in de Evangeliën al het geval, want hoe vaak lezen we niet dat de Heer ook gelijkenissen sprak over dat Koninkrijk? Juist ook om de betekenis daarvan voor hen te verbergen. Maar in ieder geval is het thema duidelijk: over het Koninkrijk van God. Wat dat precies is, zullen we straks trouwens ook nog tegenkomen.

Maar eerst nu even verder. Terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten. Dat is vrij simpel als je even de hele draad van de Bijbel in zijn totaliteit vasthoudt. Het Koninkrijk Gods... wat is de stad van de Grote Koning? Dat is Jeruzalem, daar gaat het gebeuren. Terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader. "Die gij," zo zei Hij, "van Mij gehoord hebt." Dat wil zeggen: de Geest die zou komen. Daarop zouden ze wachten. Want er staat... ik ga door sommige verzen — ik had u al gewaarschuwd — wat snel doorheen om bij het onderwerp te blijven en ook ter zake te komen.

Want Johannes zegt... en dat is opmerkelijk. Het gaat over die belofte van de Vader die ze zouden ontvangen en dan staat erbij: "Want Johannes doopte met water, maar gij zult..." Dat is een belofte, hè? Dat is niet: "gij zult", nee, dat zouden ze krijgen. Dat is niet iets wat hen opgelegd wordt, maar dat is iets wat hen wordt aangekondigd. "Jullie zullen... gij zult in heilige" — zo staat het er precies — "gij zult in heilige Geest gedoopt worden." Niet met, maar in. Dat is een uitspraak, een statement, die heel dikwijls in de Evangeliën is terug te vinden. Johannes zei dit al: "Ik doop met water, maar Hij die na mij komt..." En hij wees Hem bij gelegenheid zelfs letterlijk aan, zijn eigen neef Jezus: "Die zal dopen in Geest. Ik doop in water, maar Hij, de Christus, die zal dopen in Geest."

Ik vind dat altijd een prachtige uitspraak. Als je geen onbekende bent in kerkelijk Nederland — en niet alleen in kerkelijk Nederland, maar in het algemeen met het jargon — dan spreekt men over de 'christelijke doop'. Wat bedoelt men met de christelijke doop? Een doop in water. Maar dat is eigenaardig, want Johannes zegt: "Ik doop met water, maar Hij, de Christus die na mij komt, die zal dopen met dat waar water een beeld van is." Dit is slechts typologie of een beeld, maar het gaat om Geest. Hij, de Christus, zal dopen in en met... maar zoals het hier staat: in Geest. Onderdompelen in Geest. De christelijke doop is dus geen doop in water; dat is de doop van Johannes. De doop van Johannes is de doop met water. De christelijke doop, de doop van Christus, is een doop in Geest. Dat is trouwens iets wat Hij doet. "Johannes doopte met water, maar gij zult in heilige Geest gedoopt worden." Dat is wat Hij doet.

En wanneer gaat dat plaatsvinden? Nou, niet vele dagen na deze. Dat was dus de vijftigste dag, en zo heet dat dan ook: Pinksteren betekent gewoon 'vijftigste'. Het zijn zeven keer zeven dagen. Eigenlijk zoals die duif met dat olijftakje weer terugkomt rond dat tijdstip. Ik lees verder in Handelingen 1 vers 6.

Herstelt Gij in Deze Tijd het Koninkrijk voor Israël? ↑ hoofdstukken

Zij dan die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: "Heer, herstelt Gij in deze tijd het koninkrijk voor Israël?" Niet het koningschap, maar het koninkrijk voor Israël. In de NBG-vertaling staat het koningschap voor Israël, maar het gaat hier gewoon over het koninkrijk. Hier staat exact hetzelfde woord als wat we zojuist een of twee verzen eerder tegenkwamen: het Koninkrijk van God. Hier is het het koninkrijk van Israël. En dan denk je: dat zijn twee totaal verschillende dingen. Nou, echt niet. Want als Gods Koninkrijk geopenbaard wordt, dan is dat niets anders dan een herstel van het Koninkrijk van Israël.

U moet zich realiseren: Israël was in deze dagen een bezet gebied, een volk dat geknecht werd en voor het grootste gedeelte ook verstrooid was onder alle natiën. Eigenlijk is dat een min of meer identieke situatie als waar we ons momenteel in bevinden. Er is een kleine Joodse staat en het grootste gedeelte van het volk bevindt zich in het buitenland, in de diaspora. Maar dat koninkrijk van Israël, en vooral ook dat vorstenhuis, de dynastie – dus het koningshuis van David – zou hersteld worden. Daar was alle verwachting op gericht.

En ook dat is weer zo’n onderwerp dat we in Handelingen 15 tegenkomen: dat Hij zou terugkeren. Ik heb er geen dia van, maar ik wil het wel even voorlezen. Dan lees je in Handelingen 15... blader maar even met me mee als u een Bijbeltje bij u hebt. Of bent u nou zo lui geworden? "Er is een beamer in de Bijlmer, dat is een projectie, dus ik hoef helemaal geen Bijbeltje bij me te hebben." Dat lijkt mij geen goed idee.

In Handelingen 15 lees je dit in vers 14: er wordt uiteengezet wat God vandaag doet, namelijk een volk voor Zijn naam uit de natiën vergaderen. Ik lees dus voor, in tegenstelling tot zojuist, uit de NBG-vertaling. Simeon heeft uiteengezet hoe God van meet af aan erop bedacht is geweest een volk voor Zijn naam uit de natiën te vergaderen. En hiermee stemmen overeen de woorden van de profeten, gelijk geschreven staat – en dan volgt er een lang citaat uit Amos 9: "Daarna..." Let op dat "daarna". Waarna? Wel, nadat dat volk uit de natiën is verzameld. "Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weer opbouwen." Dat wil zeggen: dat koningshuis van David dat al lange tijd, eeuwenlang vacant was, leeg en niet-functionerend.

Het bestaat helemaal niet meer, zoiets als een dynastie van David? Jawel, maar de profeten zijn er volstrekt helder in: dat koningshuis van David was een vervallen hut geworden, een bouwval, er was niets meer van over. Een afgehouwen tronk, dat zijn woorden uit de profeet Jesaja. "Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weer opbouwen, en wat daarvan is ingestort zal Ik weer opbouwen en Ik zal haar weer oprichten, opdat het overige deel van de mensen de Heere zoeke, en alle heidenen over welke Mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Heere, die deze dingen doet."

Dat is het volgende programmapunt. Nu verzamelt God Zich een volk uit de natiën voor Zijn naam. Straks keert Hij terug en dan zal de vervallen hut van David – dat wil zeggen het koningshuis van David – weer opgericht worden. En waar is het koningshuis van David gezeteld? Dat is op maar één locatie: de stad van David, Jeruzalem. Van daaruit zal het Koninkrijk gebouwd worden. Dat is het koninkrijk van Israël, maar het is ook het Koninkrijk van God. Dat zijn geen twee begrippen, dat is er één. Het zijn twee namen, en er zijn er nog veel meer. Het heet het Koninkrijk der hemelen of het Koninkrijk van Christus. Het heeft talloze namen, maar het gaat om één Koninkrijk. En dat zou hersteld worden.

Deze vraag in Handelingen 1 vers 6 is dé grote vraag van het hele boek Handelingen. Hier wordt hij nog steeds niet beantwoord – dat zult u vanzelf zien – maar de vraag in het boek Handelingen is: "Heer, herstelt U in deze tijd, in onze generatie?" Dus in die eerste eeuw: "Heer, herstelt Gij in deze tijd het koninkrijk voor Israël?" En wat is het antwoord? Kijk, nog even iets anders.

Als u gepokt en gemazeld bent in de traditionele christelijke theologie, dan denkt u: hoezo? Israël heeft toch afgedaan en al die beloften voor Israël zijn toch op de kerk overgegaan? Hoe konden de discipelen er dan nog aan denken dat er een koninkrijk voor Israël hersteld zou worden? Waren ze niet wijzer? Het opmerkelijke is dat dit voor de discipelen een vanzelfsprekendheid was. Bovendien corrigeert de Heer hen daarin ook niet. Hij zegt niet: "Een herstel voor het koninkrijk van Israël? Zijn jullie nou niet wijzer? Dat is toch allemaal de kerk geworden!" Nee, als God beloften geeft aan Israël en een koninkrijk zou vestigen daar in dat land en in de stad Jeruzalem – en van daaruit Zijn koninkrijk zou bouwen – dan doet Hij dat ook, op Zijn tijd. De vraag was: gaat dat in déze tijd gebeuren? De vraag is niet of het zou gebeuren; daar gaan we op voorhand van uit. En uit het antwoord dat de Heer geeft, wordt dat alleen maar bevestigd.

De vraag is: herstelt Hij het in deze tijd? "In onze generatie?" vragen de discipelen. Dat is namelijk wat ze hoopten, verwachtten en dachten, en waarin ze nu bevestiging van de Heer vragen. En wat zegt de Heer dan? Hij zei tot hen: "Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft." Met andere woorden: Hij geeft geen antwoord op de vraag of het in deze tijd gaat gebeuren. Hij ontwijkt feitelijk het antwoord door te zeggen dat het niet hun zaak is om dat te weten. Dat is de Vader die dat helemaal Zelf plaatst. Dat is mooi zoals het er staat: "waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft". Dat betekent letterlijk dat Hij degene is die dat plaatst. God is de Plaatser van tijden en gelegenheden.

Het antwoord wordt aan deze twaalf hier niet gegeven. Wat krijgen ze wel te horen? Dat is wat we vervolgens lezen: "Maar jullie zullen..." Het is meervoud – dat blijkt niet direct uit het woordje "gij", maar in het Grieks staat er echt een meervoud – "jullie zullen". Ook hier weer: "gij zult". Dat is een belofte. Ik word bijna moe om het te herhalen, maar als er staat "gij zult", dan is dat een belofte. Wij denken vaak dat het een last is die je wordt opgelegd, of een gebod van wat je wel of niet mag. Nee, "gij zult" betekent: het zal gebeuren.

"Jullie zullen kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over jullie komt." Eigenlijk staat er: "wanneer kracht van de Heilige Geest over jullie komt". Ze hadden de Geest al eens ontvangen op de dag van de opstanding. Weet u nog dat de Heer op hen blies en zei: "Ontvang de Heilige Geest"? Dat was de dag van de opstanding; toen ontvingen ze de Geest. Maar de Heilige Geest zou nu vervolgens – dat is wat hier beloofd wordt – als kracht over hen komen. Dat zou pas op de vijftigste dag plaatsvinden. Het eerste heeft te maken met leven. Ze ontvingen op de dag van de opstanding het leven van de opstanding; het woord van de opstanding was in hen. Maar nu, op de vijftigste dag, zou de kracht over hen komen, ook als een zichtbare manifestatie.

"Jullie zullen kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over jullie komt." En "jullie zullen" – ook hier weer een belofte. Niet: "jullie moeten", nee: "jullie zullen Mijn getuigen zijn". Waar? Te Jeruzalem, in heel Judea en Samaria – dat wil zeggen in heel het land – en tot aan het uiterste der aarde. Dat wil zeggen: overal waar het huis van Israël ook maar is. Ik zeg het expres zo.

Want die twaalf werden gezonden tot het huis van Israël, zoals de Heer Jezus zelf trouwens ook uitsluitend gezonden was tot het huis van Israël. Hij zei: "Ik ben slechts gezonden tot het huis van Israël." En wat had Hij gezegd? "Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zo zend ik ook u." Ook weer naar het huis van Israël. Die discipelen hebben het niet in hun hoofd gehaald om naar de natiën te gaan. Het gaf al heel wat voeten in de aarde om zelfs een godvrezende man aan het uiterste van het land te benaderen. Ik bedoel de geschiedenis van Cornelius; dat kwam gewoon niet in de hoofden van die discipelen op om dat te gaan doen. Inderdaad, ze zouden overal naartoe gaan, maar waarom? Omdat het huis van Israël ook verstrooid was onder alle natiën. Maar het huis van Israël, hét volk, moest het weten. Zoals Petrus ook zegt: "Dus moet het ganse huis Israël zeker weten dat God Hem tot Heer en tot Christus gemaakt heeft."

Ik citeer nog eventjes, ook al heb ik daar nu geen dia van. Terwijl ik spreek, moet ik eraan denken wat Petrus zegt in het huis van Cornelius in Handelingen 10 vers 40. We moeten eens opletten wat daar staat: "Hem heeft God ten derden dage opgewekt en Hij heeft gegeven dat Hij verscheen, niet aan het hele volk, maar aan de getuigen die door God tevoren gekozen waren, aan ons, die met Hem gegeten en gedronken hebben nadat Hij uit de doden was opgestaan." En Hij heeft ons, de twaalf, geboden het volk te prediken en te betuigen dat Hij het is die door God is aangesteld tot Rechter over levenden en doden. Let even op die frase: "Hij heeft ons geboden het volk te prediken." Het volk is Israël. In Jeruzalem, in Judea, in Samaria en bij al die verstrooide schapen over de hele wereld, waar ze ook maar verstrooid waren. Daar was hun focus op gericht; daar zouden ze naartoe gaan. Het gaat allemaal om Israël. Eerst Israël, en vervolgens zouden pas de volkeren aan de orde komen.

Nadat Hij dit gesproken had... Hij heeft een heel duidelijke uitspraak gedaan over de vraag of in die tijd het herstel van het koninkrijk voor Israël zou plaatsvinden. De Heer ontweek de tijdsfactor, maar Hij beantwoordde wel de vraag wat er te doen stond: de twaalf zouden zich richten tot Israël en prediken. Hij zegt: "Jullie zullen Mijn getuigen zijn." Of dat met succes zou gebeuren – dat wil zeggen: of Israël tot geloof zou komen zodat de Messias zou terugkeren – dat laat de Heer hen niet weten. Ik denk dat dit toen heel wijs is geweest, want ze zouden anders natuurlijk meteen ontmoedigd zijn geraakt. Stel je voor dat de Heer nu al had gezegd: "Jullie gaan het prediken, maar Israël zal het niet geloven." Dat zegt de Heer niet. Hij geeft iets anders aan: "Jullie zullen kracht ontvangen wanneer de heilige Geest over jullie komt en jullie zullen Mijn getuigen zijn." En Hij vertelt ook waar zij Zijn getuigen zouden zijn: tot aan het uiterste der aarde.

En nadat Hij dit zei – of eigenlijk staat er: "dit sprekende", terwijl Hij dit zei – werd Hij opgenomen. Hier hebben we weer dat woord: opgenomen. Terwijl zij het zagen, werd Hij opgenomen en een wolk onttrok Hem aan hun oog. Dit is precies het onderwerp waar we het vanmiddag over hebben: de hemelvaart. Hij werd opgenomen terwijl Hij nog sprak, terwijl Hij antwoord gaf op de vraag of het in die tijd zou zijn en wat er zou gaan gebeuren. Terwijl Hij dat zei, werd Hij opgenomen en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Dat hebben zij gezien. Die wolk is heel veelzeggend; het is het embleem van de wijze waarop Hij Zich onttrokken heeft aan het oog. Dat is in feite de actuele situatie tot op vandaag. Nu zijn wij bijna tweeduizend jaar verder en nog steeds is Hij onttrokken aan het oog. Wij zien Hem niet, maar wij weten inmiddels wel zoveel meer.

In Lukas 24 lezen we trouwens ook nog een korte uitspraak daarover. Ik verwees er al eerder naar; je leest het in de laatste verzen van dat boek. Jezus leidde hen naar buiten tot bij Betanie – dat is aan de andere kant van de Olijfberg – en Hij hief de handen omhoog en zegende hen. En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde. Eigenlijk bestond de zegenuitspraak er ook uit dat Hij hen aankondigde en beloofde: "Jullie zullen kracht ontvangen en jullie zullen Mijn getuigen zijn." Terwijl Hij dat sprak, werd Hij van hen gescheiden. En pal daarop lees je in vers 52: "En met grote blijdschap keerden zij weer terug naar Jeruzalem." Hij verliet hen en met grote blijdschap keerden zij terug naar de stad.

Ik wil nog op één schriftplaats wijzen: Handelingen 2. Want als daar staat dat Hij werd opgenomen en een wolk Hem onttrok aan hun ogen – wat wij de hemelvaart noemen, of dat Hij ten hemel is genomen – dan is er een uitdrukking die in de Bijbel veel bekender is dan wat wij doorgaans gebruiken. In Handelingen 2 zult u zien dat er een formulering is die veel gebruikelijker is in de Bijbel, en ook veelzeggender.

Hemelvaart: de Vervulling van Psalm 110 aan Gods Rechterhand ↑ hoofdstukken

In Handelingen 2 lees je dit. Dit was de Pinksterdag, ongeveer tien dagen later dus. Petrus staat op het tempelplein te midden van de andere discipelen en houdt een toespraak. We zijn nu al een heel deel verder in die toespraak en daar staat het: "Nu Hij," Jezus Christus, "dan aan de rechterhand Gods verhoogd is." Let op: nu Hij aan de rechterhand Gods is. De rechterhand heeft altijd met verhoging te maken, met voorrang zeg ik altijd maar, dan weet je ook meteen waar je het over hebt. De rechterhand van God is dat wat bij God voorrang heeft; dat is de hoogste positie. Wel, daar is Hij verhoogd. Hij bevond Zich op aarde en Hij heeft dus niet alleen moreel een titel gekregen – een naam boven alle namen – maar ook fysiek is Hij verhoogd. De hoogste plaats heeft Hij gekregen.

En dan lees je — en ik sla even wat over — dan kom je in vers 34: "Want David is niet opgevaren naar de hemelen." Ziet u hoe dat parallel loopt? Nou, opgevaren naar de hemel, wat is dat? Dat is ter rechterhand Gods verhoogd worden. Dat is David niet overkomen. Maar hij zegt zelf — dus David zegt zelf — en nu volgt er een citaat uit Psalm 110. Ik weet niet of u een Bijbeltje hebt met schriftverwijzingen, maar u moet eens kijken hoeveel verwijzingen er onder Psalm 110 vers 1 staan. Dat citaat speelt een enorme rol in het Nieuwe Testament. Talloze keren wordt dat aangehaald, in de brieven van Paulus met name, maar ook elders; in het boek Handelingen wordt er regelmatig aan gerefereerd, evenals in de Hebreeënbrief.

Dus wat wij Hemelvaart noemen, dat is volkomen Bijbels, dat is waar. Het staat hier ook. Maar waar is het de vervulling van? Let op wat ik nu zeg: waar is het de vervulling van? Wel, van de woorden van de profeten, of in dit geval van de woorden van David zelf. Psalm 110 is een profetische Psalm. Het gaat over de Koning-Priester naar de ordening van Melchizedek – dat is volgens mij vers 4 of 5, ik weet het niet precies uit mijn hoofd. Maar er staat: David is niet opgevaren naar de hemel, maar hij zegt zelf: "De Heere heeft gezegd tot mijn Heere (dat wil zeggen: Yahweh zegt tot mijn Heer): Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gemaakt heb tot een voetbank voor uw voeten."

Je zou een heel Bijbelseizoen kunnen wijden aan deze twee verzen en aan hoe dat in het Nieuwe Testament wordt aangehaald en toegelicht. Dat is echt geweldig! Want wat hier door David wordt geprofeteerd – geprofeteerd, dat wil zeggen: het gaat niet over hemzelf. Dat is iets wat je in het boek Handelingen ook iedere keer weer terugvindt: dat Petrus en Paulus in hun toespraken dingen uit de Psalmen aanhalen. Dan zeggen ze: "Ja, dat heeft David gezegd." Maar David spreekt niet over zichzelf. Nee, hij spreekt over iemand die uit zijn lendenen zou voortkomen. "Gij hebt mijn ziel," zo staat het in Psalm 16 bijvoorbeeld, "niet overgegeven aan het dodenrijk, noch Uw Heilige ontbinding doen zien." Nee, dat gaat niet over David, want David is gewoon begraven en zijn graf is bij ons tot op de dag van vandaag, zegt Petrus. Het gaat over iemand die uit hem zou voortkomen: de Zoon van David, de Erfgenaam van David. Zie je het hier, met een sterretje? Het gaat hier over degene die uit het zaad van David zou voortkomen, die verhoogd zou worden en geplaatst zou worden aan Gods rechterhand.

Daar is het de vervulling van. Wat er op de veertigste dag na de opstanding plaatsvond, is de vervulling van wat we lezen in Psalm 110 vers 1. Daar werd Hij verhoogd. Daar kreeg Hij de toppositie. Ik bedoel dat in de meest letterlijke zin van het woord: de naam boven alle naam, gezeten boven alle overheid en macht. En waar in de inleiding al even op werd gewezen, op Efeze 4: Hij is opgevaren naar de hoogte om alles tot volheid te brengen. Daar aan Gods rechterhand, om al Zijn vijanden tot een voetbank voor Zijn voeten te stellen. En de laatste vijand – dat is 1 Korinthe 15 dan weer – de laatste vijand die Hij zal tenietdoen, dat is de dood. Als Hij de dood tenietgedaan zal hebben, dat wil zeggen: allen levend gemaakt zal hebben, wel, dan is het plaatje compleet en geeft Hij een volmaakt Koninkrijk aan Zijn God over. Maar het begint allemaal hier, bij Zijn hemelvaart, bij het feit dat Hij verhoogd is aan Gods rechterhand.

Ja, schuif maar aan hoor. Een groot deel van het verhaal ben je inmiddels vergeten of kwijt, maar goed. Ik ga nog even verder. Want wat we nu dus zagen: terwijl Hij die markante woorden uitsprak, werd Hij opgenomen. Terwijl zij het zagen, werd Hij door een wolk onttrokken aan hun ogen. Dat is wat later genoemd wordt: dat Hij verhoogd werd aan Gods rechterhand. Ik ga er even snel doorheen, alleen maar om het in ieder geval aangestipt te hebben en erop gewezen te hebben.

Staar Niet Naar de Hemel: het Contrast Tussen de Twaalf en Paulus ↑ hoofdstukken

Toen zij naar de hemel staarden terwijl Hij henenvoer – of letterlijk: terwijl Hij ging – zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen. Die gingen mee, die hadden een boodschap; het waren eigenlijk gewoon boodschappers, dat blijkt. Want wat zeggen ze? "Galileese mannen" – of eigenlijk: "Mannen, Galileërs" – "wat staat gij daar en ziet op naar de hemel?" Ja, en dit is toch wel eigenaardig. Daar wil ik u vanmiddag graag eens op wijzen. Want wat doen die twaalf nu hier? Ze kijken naar de hemel, en terwijl ze dat doen, worden ze meteen min of meer gecorrigeerd: "Wat staan jullie daar nou?" We zullen straks ook zien wat die twee mannen vervolgens tegen hen zeggen, maar laten we wat hier gezegd wordt tegen de twaalf die zich daar op de Olijfberg bevinden, terwijl Jezus van hen heengaat, eens vergelijken met wat de apostel Paulus vertelt.

Ik wil het kort op een rijtje zetten. Je leest van de twaalf dat tegen hen gezegd wordt: "Staar niet naar de hemel." Waarom niet? Wel, wat zij moesten doen, was het herstel van het koninkrijk van Israël prediken. En als dat zou gebeuren, als Israël die boodschap zou aanvaarden, wat zou er dan gebeuren? Dan zou de Christus terugkeren naar deze wereld, terugkeren naar de stad Jeruzalem en het koninkrijk herstellen. Christus keert terug als Israël zich bekeert. Daarom is het ook logisch dat die twee mannen, die vervolgens daar op de berg staan en zich tot die twaalf richten, zeggen: "Staar niet naar de hemel." Nee, het gaat hier op aarde allemaal gebeuren. Predik dat herstel van het koninkrijk van Israël in Jeruzalem, in Judea, in Samaria, tot het uiterste van de aarde. En Christus zal dan terugkeren, namelijk als Israël gelooft.

Ik heb de schriftplaatsen er expliciet even bij vermeld, zodat u dat kunt teruglezen, met name Handelingen 3 vers 19 tot 21. Dat is misschien wel de duidelijkste uitspraak waar je dat allemaal terugvindt. Je leest inderdaad wat Petrus daar in Jeruzalem zegt: "Kom tot berouw en bekering, opdat er tijden van verademing mogen aanbreken van het aangezicht van de Heere, en Hij de Christus zal zenden die tevoren voor u bestemd was." Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting, waarvan alle profeten gesproken hebben. Wat ik ermee wil zeggen is dit: de twaalf moesten zich realiseren dat die Christus weer terugkeert. Jullie zouden je ter voorbereiding richten tot Israël, en Israël moet tot geloof komen. Israël moet het Woord aanvaarden en dan zal de Christus terugkeren. Vandaar: staar niet naar de hemel.

Bij Paulus is het verhaal heel anders, maar Paulus hoort ook niet bij die twaalf. Paulus werd later geroepen. U weet hoe het gegaan is in het boek Handelingen. De twaalf hebben de boodschap gebracht aan Israël. Met succes? Nee, dat wil zeggen: ze hebben het getrouw verkondigd, dat wat ze geacht werden te doen. Ze waren Zijn getuigen, maar Israël geloofde het niet. En toen dat zo duidelijk werd, toen zelfs officieel de raad van het Sanhedrin in Jeruzalem Stefanus stenigde – het was dus niet alleen het volk, maar officieel de raad, de leiders verwierpen de boodschap van de opgestane Messias – dan komt er een andere apostel. Dat is bij Handelingen 7 en Handelingen 8. Je leest van Saulus van Tarsus, die was daar ook bij toen Israël officieel de boodschap van de Messias verwierp.

En dan roept Christus hem vanuit de hemel. Er vindt een totale omkeer plaats. En die Paulus, dat is het vervolg daarop. Wat zegt Paulus? Zegt hij: "Staar niet naar de hemel"? Nee, die zegt juist: "Bedenk de dingen die boven zijn, waar Christus is, die uw leven is." Predikt hij het herstel van het koninkrijk van Israël? Nee, Paulus wist juist: Israël komt voorlopig niet tot geloof. Hij predikt het verborgen koninkrijk, niet aan Israël, maar onder de natiën. En Paulus weet ook: Israël is ongelovig, maar Israëls verwerping is de verzoening der wereld. Als u dat leest in Romeinen 11, dan zegt Paulus dat zo duidelijk: Israël is nu ongelovig, maar juist nu Israël ongelovig is gebleken, heeft God een dertiende apostel geroepen: Paulus. Hij krijgt hele nieuwe dingen te horen, verborgenheden. Israëls verwerping is de verzoening der wereld.

Dat is de boodschap van Paulus: van overvloeiende genade. Niet meer het koninkrijk dat geopenbaard wordt aan Israël, nee, het koninkrijk dat verborgen is. Alles is verborgen, er valt niets te zien. En wij bedenken de dingen die boven zijn, waar wij gezeten zijn met Christus. Dat zijn verborgenheden, geheimenissen, die God – of Christus zo u wilt – aan Paulus heeft geopenbaard. Ziet u het verschil? Het contrast zie je in het boek Handelingen ook al terug: de twaalf aan de ene kant en Paulus aan de andere kant. Het begint met de twaalf. De boodschap van de twaalf wordt verworpen door Israël en vervolgens wordt het stokje – als ik het zo mag zeggen in estafettetermen – overgenomen door Paulus, die de boodschap van de verborgenheid onder de natiën gaat bekendmaken.

We gaan weer even terug naar Handelingen 1. Ik heb niet al te lang meer, maar ik wil dit nog even afmaken. Daar staat dit over die twee mannen die zeggen: "Wat staart gij naar de hemel?" En dan zeggen ze vervolgens: "Deze Jezus, die van u opgenomen is tot in de hemel, Hij zal op dezelfde wijze komen als gij Hem tot in de hemel hebt zien gaan." Ziet u hoe die twee mannen inderdaad tegen de twaalf zeggen dat ze niet dáár moeten kijken? Want die Jezus die jullie nu hebben zien heengaan, die komt weer terug. Hij zal weer terugkomen op dezelfde wijze als jullie Hem hebben zien heengaan, namelijk hier naar deze locatie. Waarom? Om dat koninkrijk te herstellen. Dus terwijl ze Hem zien heengaan, worden hun ogen meteen weer gericht op Zijn terugkeer en op dat herstel van het koninkrijk. Wat zij geacht werden te doen, was het koninkrijk aan Israël prediken. Dat is de situatie hier in Handelingen 1. In deze tijd was alles daarop gericht.

Natuurlijk was het voor hen een vraag: "Herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?" Nou, zegt de Heer Jezus: "Predik dat koninkrijk aan Israël in Jeruzalem en Judea, Samaria, enzovoort." En Hij, die Jezus die van u is opgenomen, Hij zal op dezelfde wijze komen als gij Hem ten hemel hebt zien varen. Ja, met name Zacharia 14 vermeldt dat al letterlijk. Een aantal van u waren daar vorige week bij; precies een week geleden hadden we een Bijbelstudieweekend over bergen in de Bijbel. Toen had ik het zondagochtend over de Olijfberg, dus het ligt allemaal nog erg vers in mijn geheugen – ik bedoel, die olijfolie ligt allemaal nog vers in mijn geheugen. Toen hadden we het ook even over Zacharia 14. Ik wil u graag eventjes daarheen meenemen. Want als deze mannen tegen de twaalf zeggen dat Hij op dezelfde wijze weerkeert, dan is dat niet alleen op dezelfde wijze, maar zelfs op dezelfde locatie: hier, op de Olijfberg.

De Voeten op de Olijfberg: de Letterlijke Terugkeer in Zacharia 14 ↑ hoofdstukken

In Zacharia 14 lees je over toekomstmuziek. Het gaat in de nabije toekomst plaatsvinden wanneer alle natiën zich verzamelen; dat lees je in het voorgaande deel van Zacharia 14. Alle natiën zullen ten strijde trekken tegen Jeruzalem. Er is daar in het Midden-Oosten een wereldoorlog gaande; al die volkeren, de Verenigde Naties, trekken op naar dat land, dat kleine landje. Maar dan lees je ook dat een overblijfsel de naam van de HERE zal aanroepen. En dan zal de HERE uittrekken om tegen die volkeren te strijden, zoals Hij vroeger streed ten dage van de krijg.

De Heer houdt Zich nu verborgen; Hij bemoeit Zich ogenschijnlijk helemaal niet met de gang van zaken in deze wereld. Zijn Koninkrijk is volkomen verborgen en Hij is Zelf verborgen, maar dan gaat Hij optreden. Als Jeruzalem Zijn naam zal aanroepen, dan zal de Heer uittrekken en als een Krijgsheer gaan optreden om tegen die volkeren te strijden.

Er staat in vers 4: "Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt aan de oostzijde, waar de zon opkomt." Als ik dat zo zeg, dan zeg ik dat niet zonder reden. Het is de plek waar de nacht verdwijnt en waar de zon opkomt – maar ik had natuurlijk net zo goed kunnen zeggen: waar de Zoon opkomt.

Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg die voor Jeruzalem ligt aan de oostzijde, en dan zal die Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal. Dat wil zeggen dat er een vluchtweg ontstaat waar het overblijfsel doorheen kan vluchten. Er staat dan – ik sla weer even wat over: "Gij zult de vlucht nemen in het dal van Mijn bergen." En er staat ook nog bij: "En de HERE, mijn God, zal komen, en alle heiligen met Hem."

Er wordt niet gezegd wie die heiligen zijn; dat was toen nog verborgen. Maar ik weet wel wie daar allemaal bij zijn. Dat is niet zo moeilijk. Kijk, voor Zacharia was dat verborgen en hij vermeldt het dus ook niet, maar Paulus onthult verborgenheden. Dingen die in het Oude Testament verborgen waren, openbaart hij; die zijn hem bekendgemaakt. Geheimenissen.

En wie zijn die "alle heiligen met Hem"? Je zou het even moeten lezen in bijvoorbeeld Kolossenzen 3 vers 4 – ik dacht even aan hoofdstuk 4, maar het is Kolossenzen 3 vers 4. Daar staat: "Bedenk de dingen die boven zijn, waar Christus is." Hij is uw leven. Bedenk de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Er staat bij: "Wanneer Christus, die uw leven is, geopenbaard zal worden, dan zullen wij" – wij die met Hem zijn, die bij Hem horen en tot Zijn lichaam horen – "dan zullen wij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid."

Dus als Hij, de Christus, het beeld Gods, het beeld van JAHWEH, zichtbaar zal worden in heerlijkheid, dan zullen wij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. Ziedaar: de verborgenheid van Zacharia 14 vers 5 wordt onthuld door Paulus. "Alle heiligen met Hem" – wij zijn daarbij. Ik zeg wij: wij die in Hem geloven, die geloof van Hem hebben ontvangen en wij die Hem mogen kennen. Nou, dan zijn we bij het laatste vers aangekomen.

Een Sabbatsreis: de Verborgen Verwijzing Naar Tweeduizend Jaar ↑ hoofdstukken

Waar ik nog op wil wijzen, is dit. Toen keerden zij terug naar Jeruzalem. Die twee mannen waren erg duidelijk in hun uitspraak, in hun statements. De discipelen keren vervolgens terug naar Jeruzalem vanaf de berg genaamd de Olijfberg. Zo weten we exact waar dit plaatsvond en weten we ook exact waar Hij zal terugkeren. Maar dat wisten we natuurlijk al; u ziet hoe dat allemaal in de Schriften wordt bevestigd.

Ze keren terug naar Jeruzalem vanaf de berg genaamd de Olijfberg, die dicht bij Jeruzalem is, op een sabbatsreis daarvandaan. En dat vind ik ook zo mooi! Waarom vind ik dat zo mooi? Nou, ik zal het u laten zien; ik wil het even schematisch voorstellen. De Olijfberg is de plaats waar de Koning de aarde verliet, dat is hier in Handelingen 1. En je hebt Jeruzalem, de stad van de grote Koning, van waaruit het Koninkrijk geopenbaard zal worden. Wat is nu de afstand tussen deze Olijfberg, de berg van Zijn hemelvaart, en Jeruzalem, de stad van de grote Koning waar Zijn Koninkrijk openbaar zal worden? Wel, de afstand tussen die berg en de stad is een sabbatsreis.

Ik zal u dit vertellen: een sabbatsreis is welgedefinieerd als 2000 el. Gek genoeg wordt dat in de Bijbel niet letterlijk zo beschreven, maar door het hier zo te noemen, wordt er gerefereerd aan bekende Joodse gegevens. Elke Jood weet: een sabbatsreis is 2000 el. Dat is precies dezelfde afstand die Israël moest aanhouden toen ze de ark moesten volgen. U kent die geschiedenis wel: ze gingen naar het beloofde land en moesten de Jordaan doortrekken, waarbij ze de ark moesten navolgen. Eerst ging die ark door de Jordaan en kwam aan in het beloofde land, en vervolgens moest Israël die ark navolgen.

Maar er staat dan dat er tussen het volk en de ark een afstand moest zijn van ongeveer 2000 el – een sabbatsreis. Dus Israël gaat ook die weg door de Jordaan, net als de ark, maar op afstand; er zit 2000 el tussen. En dat verwijst uiteraard – dat kan niet missen – naar de tijdsperiode tussen enerzijds de hemelvaart en anderzijds de openbaring van het Koninkrijk. Dat is de afstand: twee millennia, twee dagen voor de Heer. Na twee dagen keert Hij terug.

Zo wordt hier in Handelingen 1 een verborgen aanwijzing aangereikt over wanneer de Heer nu terugkeert. De discipelen wisten dat toen nog niet. Inmiddels weten wij zoveel meer. Wij leven nu in 2014 en de tijd is nabij. We weten het, en alle gebeurtenissen in het Midden-Oosten en dergelijke wijzen ook in die richting, zodat we vandaag in een heel markante tijd leven.

Dit is echt de laatste Schriftplaats waar ik nog op wil wijzen. Want als je vraagt waar het vandaag de dag allemaal om gaat... Wij weten nu meer dan de discipelen toen. Wij weten dat het Koninkrijk toen niet openbaar werd en dat het koningschap voor Israël in die tijd niet werd hersteld. Dat weten wij nu wel, maar dat wisten zij toen niet. Maar wat weten wij nu dan nog meer?

De Ware Tabernakel: Onze Hogepriester Brengt Olie in het Heiligdom ↑ hoofdstukken

Wij weten nu, daar gaat een hele brief over: de Hebreeënbrief. We lezen in Hebreeën 8 vers 1 de hoofdzaak van ons onderwerp: dat wij zulk een hogepriester hebben, een koning-priester, die gezeten is. Hij rust, hij zit, want het werk is volbracht. Hij is gezeten ter rechterzijde van de troon der Majesteit in de hemelen; daar is hij nu.

En wat doet hij dan? Wel, in de Statenvertaling lees je – en dat is correct – dat hij een bedienaar is van het heiligdom. In de MBG staat 'de dienstverrichtende' in het heiligdom, de ware tabernakel, niet de mens. Het gaat nu niet meer over een gewone tabernakel, maar over dat waar de tabernakel een beeld van is, namelijk de hemel. Daar is hij nu, onttrokken aan het oog.

En wat doet hij daar? Ten eerste is hij daar gezeten in rust, maar hij is daar ook een bedienaar van het heiligdom. En wat doet hij dan? Ik heb expres dit plaatje erbij gedaan. De priester in het heiligdom nam olie mee om de lampen te verzorgen, zodat er licht was in dat heiligdom als het nacht was. Daar zorgde die hogepriester voor. Die hogepriester bracht alles tot volheid; hij vulde ook de kandelaar aan met olijfolie.

Dan weet je meteen ook waarom hij vanaf de Olijfberg is vertrokken: hij nam olie mee! Begrijpt u? Ik bedoel dit uiteraard typologisch. Hij nam olie mee, want hij vertrok vanaf de Olijfberg. Hij ging het heiligdom in om in de ware tabernakel de dienst te verrichten, zodat er in dat heiligdom licht is.

Wel, dat is de hoofdzaak van ons onderwerp en eigenlijk ook het grote thema van de brieven van Paulus. We zijn verbonden met die Christus daar in de hemel. Er is een geweldige boodschap, nu niet in verband met Israël – dat komt allemaal nog – maar nu mogen we de geweldige boodschap van zijn genade prediken en vertellen over de verzoening van de wereld. We mogen vertellen over wie hij is en dat hij alle dingen tot een goed einde gaat brengen. Kortom: werkelijk een evangelie.

Zullen we het daarbij laten? Is dit de leiding die u erover hebt? Yes, dat wil ik best. Ik heb iets gedaan wat ik eigenlijk helemaal niet zo gebruikelijk ben te doen. Dank u wel.

🎧 Opgevaren Ten Hemel – Hoezo?
Delen: