GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

De Opening Van De Galaten-Brief

31-01-2016 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 31 januari 2016 in Zoetermeer

Geen brief van Paulus is zo scherp als die aan de Galaten. De clou van het Goede Bericht stond voor hem op het spel. De aanhef van deze brief vermeldt (zoals gebruikelijk) de afzender en de geadresseerden plus een korte groet. Maar het is meer dan een aanhef, het is een opening. Paulus ontsluit in een paar zinnen het karakter van de brief. De wijze waarop hij zichzelf introduceert en zijn lezers begroet, zet de toon.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De tekst behandelt de eerste vijf verzen van de Galatenbrief, waarin de apostel direct de toon zet voor zijn boodschap van genade. Hij benadrukt dat zijn apostelschap niet van mensen komt, maar rechtstreeks door een openbaring van Jezus Christus is gegeven. Er wordt gewaarschuwd tegen het vermengen van deze genade met eigen werken of religieuze inspanningen, wat leidt tot een verlies van geluk en vrede. Verder wordt uitgelegd dat Christus Zichzelf vandaag overgeeft om de gelovigen uit de huidige boze wereldtijd (aeon) te tillen en te reinigen. Uiteindelijk komt alle eer toe aan God de Vader, die de dood teniet zal doen en door de aeonen heen Zijn plan voltooit.

“Geluk vind je in het erkennen en het beseffen van die genade. Op het moment dat de focus weer ligt op eigen werken, dan is het gedaan met het geluk.”

De Aanhef als Ontsluiting van de Galatenbrief ↑ hoofdstukken

Ik wil u vanmorgen graag eens meenemen naar de eerste verzen die we lezen in de brief die Paulus schreef aan de Galaten. Het is met opzet dat ik ook dit plaatje erbij gedaan heb, op deze eerste dia. Je zou kunnen zeggen — zo had ik het aanvankelijk ook genoemd — de aanhef als titel van deze samenkomst, als titel van deze toespraak of studie: de aanhef van de Galatenbrief.

Maar ik realiseerde me dat het eigenlijk veel meer is dan alleen een aanhef, een start. Het is werkelijk een opening, dat wil zeggen ook een ontsluiting. Het opent werkelijk meteen de hele brief die Paulus heeft geschreven. Dus vanmorgen gaan we ons slechts bezighouden met een vijftal verzen.

Oh, en nu zie ik ineens dat ik mijn Bijbel vergeten ben mee te nemen. Wie zou even zijn Bijbel willen afstaan aan mij? Ah, dat vind ik ontzettend aardig. Maar ik zit hier vast aan draden en snoeren. Kijk eens aan, dankjewel.

Ja, weliswaar heb ik een Bijbeltje niet zo heel erg veel nodig omdat alles op de dia's staat geprojecteerd, maar soms is het toch wel eventjes handig om even te kijken hoe het er ook alweer precies staat en dan het boek voor ogen te hebben. Dat kan ik u trouwens in het algemeen — dat zeg ik dan eventjes terzijde — ook altijd wel adviseren. Ondanks het feit dat alles keurig staat geprojecteerd: neem een Bijbeltje mee. Dat is voor de controle van u, of eigenlijk de controle van mij; wel zo verstandig. Klopt het allemaal wat hij zegt en staat het er ook zo? Waarbij u trouwens ook niet blind af moet gaan op de vertaling, maar goed.

In deze vijf verzen zet Paulus meteen eigenlijk de toon voor de hele brief. En daarop willen we, om even in de beeldspraak te blijven, ons afstemmen vanmorgen.

Historische Achtergrond en de Vrijheid van de Natiën ↑ hoofdstukken

Kijk, Paulus heeft heel wat reizen ondernomen. Als historische achtergrond voor zijn brieven wordt de geschiedenis van die reizen ons meegedeeld in het boek Handelingen. Lucas schreef ooit een evangelie, het Lucas-evangelie, en het boek Handelingen is feitelijk een vervolg daarop, zijn tweede boek. Daarin verhaalt hij niet alleen over de roeping van Paulus — Saulus toen nog — op de weg naar Damascus, maar ook over de reizen die hij zoal heeft ondernomen. Dat is geweldig, want daarmee hebben we werkelijk een achtergrond bij de brieven die Paulus heeft geschreven. Soms is dat wat lastig, dat geef ik toe, maar zo kunnen we zijn brieven plaatsen. We weten dan: "Aha, dat is toen geschreven."

Paulus heeft heel wat reizen ondernomen. U ziet hier op het plaatje dat dit inmiddels zijn tweede zendingsreis is. Vanuit Antiochië is hij toen naar Tarsus gegaan, zijn geboorteplaats trouwens. Degenen die de studies volgen die ik mag geven in Katwijk, weten daar inmiddels veel meer van, want daar is dit een uitgebreid onderwerp dat ter sprake komt: de reizen die Paulus heeft gemaakt. Enfin, we lezen in Handelingen 16 vers 6 dat Paulus ook in het Galatische land is geweest.

Dat zeg ik er even bij, en dat doe ik niet zomaar om volledig te zijn met de data, maar ook voor het begrip is het van belang. Dit was inmiddels na die beroemde vergadering in hoofdstuk 15, de apostelvergadering. Daar is de vraag unaniem beantwoord door alle apostelen — Paulus, de twaalf en allen die daar aanwezig waren — of de natiën, de gelovigen uit de natiën, zich zouden moeten onderwerpen aan de wetten van Mozes en zich zouden moeten richten naar de Mosaïsche gebruiken van de besnijdenis, de sabbat, de hoogtijden, enzovoort. Het antwoord was: nee. Gelovigen zijn daar vrij in en daarvan vrijgesteld. Die vrijheid is eigenlijk de grote oorkonde van dat hoofdstuk. Paulus heeft die besluiten vervolgens ook uitgedragen waar hij ook naartoe ging. Hij is dus onder andere in het Galatische land geweest. Veel lezen we daar niet over; later komen we het nog een keertje tegen in hoofdstuk 18 vers 23, maar daarna verdwijnt de term Galatië uit het verslag.

Hier, in het huidige centrale Turkije, is die landstreek gelegen. Hier woonden destijds Kelten, Galliërs, Galaten. Zij kwamen eigenlijk allemaal uit West-Europa en waren hier neergestreken. Dat is een heel verhaal apart, maar dat doet nu even niet ter zake. Enfin, Paulus had daar een geweldig bericht doorgegeven. Eigenlijk was dat het bericht waar we het al over hadden, wat ik in mijn dankgebed noemde en wat we zojuist hebben gezongen: over Gods genade die alomvattend is. God die geeft, God die de wereld liefheeft en die dat bewezen heeft in Zijn Zoon, die de losprijs betaalde voor allen. Die ene God en die ene Middelaar tussen God en mensen. Het is louter genade.

U moet zich realiseren dat deze mensen afgodendienaars waren toen Paulus met hen in aanraking kwam. Ik bedoel dat dus echt in alle zin en betekenissen van het woord die wij daaraan geven. We lezen in Galaten 4 — kijk, dan is het toch handig als je een Bijbeltje bij je hebt — in vers 8: "Maar in de tijd dat jullie God niet kenden, hebben jullie goden gediend die het in wezen niet zijn. Nu echter hebben jullie de God leren kennen, ja meer nog, jullie zijn door Hem gekend." Daarmee bedoel ik te zeggen dat het mensen waren met een religieuze achtergrond, maar uit andere religies. Zij kenden de God niet. Zij kenden goden, en dus kenden ze God niet.

Want God is juist God omdat er maar één is. Kijk, als je meerdere goden hebt, dan betekent dat dat die ene god ruimte moet afstaan aan de andere god. Zodra je meerdere goden hebt — ongeacht of het er nu twee, drie, vijfhonderd of vijfduizend zijn — dan betekent dit dat een god nooit almachtig, nooit alvermogend of albeschikkend is. Hij moet zijn macht immers delen met een andere god. Wat de ene zich voorneemt, kan de andere weer dwarsbomen. Nee, ziet u, dat is niet alleen maar een kwantitatieve kwestie van of er één God is of meer. Nee, het gaat om kwaliteit! Er is één God die alles beschikt, niets uitgezonderd. Wiens voornemens per definitie ook niet gedwarsboomd kunnen worden. Hij is God, de Ene.

Welnu, zij hadden die boodschap leren kennen. Ze waren afgodendienaars, maar nu hadden ze God leren kennen. Sterker nog, ze hadden leren verstaan dat God hen kende. Een boodschap van genade. En wat is er gebeurd?

De Judaïsering en het Verlies van Genade en Geluk ↑ hoofdstukken

Dat moet ik toch even als achtergrond vertellen, want dat kom je vanzelf tegen als je deze brief in zijn geheel leest. Er waren mensen vanuit Jeruzalem gekomen, Judaïsten, die de Galaten wilden judaïseren. Die uitdrukking vind je ook letterlijk terug in hoofdstuk 2 vers 14. Judaïseren betekent eigenlijk 'verjoodsen'. Ze wilden hen verjoodsen door hen de Joodse gebruiken op te leggen.

Het ging subtiel. Ik had al gezegd dat dit was na de vergadering in Jeruzalem waar dit allang beslecht was: gelovigen uit de natiën zijn volstrekt vrij en hoeven de wet van Mozes niet te onderhouden. Maar nu kwamen er leraren die niet voor één gat te vangen waren. Zij zeiden: "Als je op een hoger niveau wilt komen, als je echt wilt weten wat het is om rechtvaardig te leven, dan moet je toch echt die wet houden." Ze zeiden dit om gerechtvaardigd te worden, dat wil zeggen: om rechtvaardig te kunnen léven. Niet om behouden te worden, maar om rechtvaardig te kunnen leven zou je die wet van Mozes nodig hebben. Zo wisten zij via een achterdeur die leer, die eigenlijk al lang weerlegd was, via een sluiproute weer naar binnen te brengen.

Paulus is hierover buitengewoon verbolgen. Hij zegt in vers 6 dat hij verbaasd is. Hij is verwonderd over hoe zij zich zo schielijk hebben laten afbrengen van die boodschap van genade. Zo waren ze weer religieus geworden. Ze hadden een religieuze achtergrond, en nu waren ze gejudaïseerd. Paulus zegt dat dit eigenlijk hetzelfde laken een pak is. Hij zegt dat heel sterk in hoofdstuk 4: "Jullie keren gewoon weer terug naar de eerste beginselen van de wereld." Jullie waren religieus, en nu zijn jullie weer religieus door iets aan te nemen dat nooit voor jullie bestemd was. De wet van Mozes was gegeven aan Israël, voor een volk en bovendien voor een bepaalde tijd. En nu Israël zelf inmiddels is vrijgekocht, gaan jullie je daaraan onderwerpen?

Paulus is, zoals we zeggen, verbolgen. In hoofdstuk 4 vers 13 schrijft hij iets wat een mooie opstap is om nu verder te gaan. Ik haal er even een paar frasen uit. Hij zegt: "Ja, jullie weten dat ik aan jullie heb geëvangeliseerd." Dat is zoals hij het letterlijk zegt: het goede bericht brengen. Want dat is wat evangeliseren betekent: het goede bericht verkondigen. Hij zegt in vers 14: "Jullie hebben mij ontvangen als een boodschapper van God, ja, als Christus Jezus zelf." Dat is een heel sterke uitspraak.

In Galaten 1 vers 15 lees je dat het God behaagd had... ik lees het weer eventjes voor, want ik heb er hier geen dia van: "Maar toen het Hem, die mij van de schoot van mijn moeder aan heeft afgezonderd..." Ziet u? Paulus heeft er zelf niet naar gezocht. Hij lag nog in de wieg en kon alleen nog maar krijzen, maar toen was hij al afgezonderd door God. "Toen het Hem, die mij van de schoot van mijn moeder aan heeft afgezonderd en door Zijn genade geroepen heeft, behaagd had Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Hem onder de natiën verkondigen zou." Daartoe was hij afgezonderd: opdat God Zijn Zoon in hem, in Paulus, zou openbaren. Dat betekent dat wanneer Paulus onder de natiën opereerde, dit feitelijk een openbaring van de Zoon was. Het is dus niet zo vreemd dat er staat: "Jullie hebben mij ontvangen als een boodschapper van God, ja, als Christus Jezus zelf." God heeft Zijn Zoon geopenbaard in Paulus, zoals Hij Hem ook gebracht heeft onder de natiën. Daar zie je een enorme autoriteit vanuit gaan, vanuit de manier waarop hij geroepen is.

Er staat trouwens nog iets achter, want dat is eigenlijk de toonzetting van de verbazing in de hele brief. Hij vraagt letterlijk: "Waar is dan het geluk van jullie?" Of, zoals de NBG-vertaling zegt: "Waar is het gebleven?" Jullie waren ooit zo gelukkig! Hij schrijft daar diverse keren over in de brief; je moet het maar eens nakijken in de eerste verzen van hoofdstuk 3. Er was zo'n enorme volheid van vreugde ontketend toen hij het goede bericht daar had verteld. Wat een geluk, ze konden niet op! En nu waren er Judaïsten gekomen en daarmee werden ze wel heel religieus, maar het geluk, de genade, de vreugde en de vrede waren weg. Er was inmiddels ook veel onderlinge strijd.

Waar is het geluk van jullie? Een mens wordt gelukkig als hij God leert kennen: wie Hij is en wat Hij geeft. Maar nu was de boodschap helemaal omgekeerd. Nu ging het weer over wat een mens moet doen, over de activiteiten van de mens om God te behagen en om rechtvaardig te worden. Paulus zegt dan heel laconiek: "Hoe was het ook alweer?" En hij verwijst dan naar Abraham. Weet u nog? Abraham was toen nog helemaal niet besneden en hij kende de wet niet; dat zou nog honderden jaren duren. Op een nacht wordt hij naar buiten geroepen en mag hij naar boven kijken. Hij ziet die ontelbare hoeveelheid sterren en God zegt tegen deze oude, kinderloze man: "Zo zal jouw nageslacht zijn." En dan lees je: "En Abraham geloofde God." Er staat letterlijk: hij beaamde God. Hij zei: "Ah, zo is het." Genesis 15 vers 6 zegt vervolgens: "En God rekende het hem toe tot gerechtigheid." Dat wil zeggen: Abraham was voor God een rechtvaardige.

Had hij iets gedaan? Nee. Kon hij iets doen? Nee, want het cruciale deel van het verhaal is dat hij 'verstorven' was, impotent. Hij was niet in staat om dat te doen. Maar God zegt: "Zo zal jouw nageslacht zijn. Dat is Mijn belofte." Dus is het ook Mijn zaak om dat te realiseren. En Abraham geloofde het alleen maar. Nou ja, 'alleen maar'... dat is juist de kracht!

Het verhaal is vandaag niet anders. Dat is het hele onderwijs in de Galaten-brief. Geweldig! Geloof. Niet werken, maar geloof in Zijn genade en in Zijn belofte. Dan ken je geluk. En op het moment dat je dat laat afpakken door welke subtiele redenering dan ook... dat is trouwens een hele mooie graadmeter, een lakmoesproefje voor in hoeverre je die genade nog kent. Stel jezelf die vraag: waar is je geluk? Waar is je vreugde? Als je die niet kent, dan kun je er vergif op innemen dat je weer bezig bent met eigen werken. Echt, dat zeg ik niet zomaar even tussendoor, het is écht zo. Geluk vind je in het erkennen en het beseffen van die genade. Op het moment dat de focus weer ligt op eigen werken, dan is het gedaan met het geluk.

Paulus' Apostelschap: Directe Openbaring Buiten Mensen Om ↑ hoofdstukken

Dat was misschien een lange inleiding, maar we gaan nu verder met de echte inleiding van de brief: de opening van de Galatenbrief. De wijze waarop Paulus aanvangt, laat in elke regel al doorklinken wat hij op zijn hart heeft. Dit is niet zomaar iets formeels. Een brief, zoals je die zo vaak in het Nieuwe Testament vindt, begint met het vermelden van de afzender, vervolgens de geadresseerde — zoals wij dat op een envelop doen — en de groet. Dat is in de Galatenbrief natuurlijk ook zo, maar Paulus doet dat niet zomaar. De wijze waarop hij zichzelf introduceert, is meteen ook al polemiek. Hij gaat direct volop in de strijd, want het is echt een strijd. Paulus begint ook zonder allerlei mooie dingen te vertellen; hij valt met de deur in huis. Hij heeft op dit moment niet zulke vleiende dingen te vertellen. Nou ja, wat ik nu zeg is niet helemaal waar; hij heeft prachtige dingen te vertellen, maar het ging hem zo aan het hart dat het geluk van de Galaten weg was. Ze hadden zich laten afbrengen van de waarheid van het evangelie en daarmee dus ook van de genade.

Hij noemt eerst zijn naam, die hij van Gods wege had: Paulus. Ik laat dat nu even voor wat het is, want die naam is een wereld op zich. Dat hij eerst Saulus was en vervolgens Paulus genoemd werd, heeft alles te maken met de roeping die hij had om onder de natiën Christus te verkondigen. Maar dan zegt hij: "een apostel". Wij kennen dat woord eigenlijk allemaal wel, maar we weten niet echt meer wat het betekent. Het is gewoon een Grieks woord dat 'afgevaardigd' betekent: gezonden, maar speciaal met een missie, en daarmee ook gevolmachtigd en eropuit gestuurd. Dat is wat een apostel is. Je moet bedenken dat een apostel niet iets op zich is; je bent altijd afgevaardigd door iemand. En Paulus is er volstrekt helder in door wie hij is afgevaardigd.

Als iemand zegt: "Ik ben een apostel," dan is de vraag: van wie? Er zijn vandaag ook mensen die dat claimen, kerkelijke organisaties die het over apostelen hebben, maar dat zijn gewoon mensen die aangesteld zijn door een instantie. De grootste kerk die we hier op aarde kennen, is feitelijk gebaseerd op diezelfde gedachte: dat de leider een opvolger zou zijn van Petrus en daarmee beschikt over apostolische autoriteit. Ja, ik doel inderdaad op die man daar in Rome. Paulus is ook afgevaardigd, maar hij zegt er meteen iets bij — en hiermee bedoel ik wat ik zojuist al aangaf: hier begint de strijd en de polemiek meteen. Hij zegt: "niet vanwege mensen". Er staat eigenlijk: "Ik ben niet afgevaardigd vanaf mensen." Geen menselijke instantie heeft mij afgevaardigd.

Als u de rest van deze brief leest — u hoeft zich wat dat betreft eigenlijk alleen maar te beperken tot de eerste twee hoofdstukken — dan ziet u dat Paulus uitgebreid zijn verhaal vertelt over hoe het zo gekomen is dat hij een apostel, een afgevaardigde, is. Hij zegt: "Toen ik geroepen werd, ben ik vervolgens niet meteen linea recta naar Jeruzalem gegaan, naar de mensen die al eerder dan ik apostelen waren." Nee, dat heeft nog jaren geduurd. En toen hij er uiteindelijk was, heeft hij Petrus wel even gesproken om zijn verhaal aan hem te vertellen; zo zegt hij het dan ook. Maar zijn hele verhaal komt erop neer — en eigenlijk zegt hij dat hier in één of twee zinnen al: "Ik ben een apostel rechtstreeks, niet van een menselijke instantie."

Zelfs niet van de twaalf, die notabene door Jezus Christus zelf waren afgevaardigd. Dat lijdt geen enkele twijfel en Paulus miskent dat ook niet. Maar Paulus zegt: "Ik ben een apostel op een heel bijzondere wijze." In ieder geval niet afgevaardigd door de twaalf in Jeruzalem, niet vanwege mensen en ook niet door een mens. Je zou daar ook de naam van Petrus of Jakobus kunnen noemen — Paulus komt daar later in dit hoofdstuk en in hoofdstuk 2 uitgebreid op terug. Hij zegt: "Ik ben geen afgevaardigde door hem." Het is niet via dat kanaal gegaan; hij staat er helemaal los van. Ziet u hoe Paulus daar meteen mee begint? Want feitelijk was de claim van de mensen die hen wilden judaïseren, dat zij vanuit Jeruzalem een boodschap hadden. Zij zeiden: "Dat waren toch de mensen die het evangelie van de besnijdenis verkondigden voor Israël? Dat is wat wij ook moeten doen." Paulus zegt: "Dat zit heel anders."

Hij herhaalt: "Ik ben geen apostel vanwege mensen of door een mens, maar door Jezus Christus." Dat wil zeggen: door rechtstreekse openbaring. En niet zoals die twaalf, zoals bijvoorbeeld Petrus, die door Jezus Christus hier op aarde werd geroepen. Paulus werd op een heel andere wijze geroepen. Ook dat gaat hij later in dit hoofdstuk uitgebreid verhalen. Ik kan u echt aanbevelen om dat straks nog eens door te lezen: hoe zat dat ook alweer? Hij vertelt gewoon zijn verhaal historisch en noemt de jaartallen erbij: na verloop van drie jaar, en toen weer veertien jaar later. Hij geeft in die zin echt de bonnetjes erbij. Zo is het gegaan. Het is geen menselijke instantie die achter hem staat of hem gezonden heeft. Hij is het ook niet geworden doordat een mens naar hem toegekomen is. Welke autoriteit er ook was, hij zegt: "door Jezus Christus zelf". En niet door een mens hier op aarde, maar vanuit de hemel, namelijk door rechtstreekse openbaring.

Als u even verder leest in ditzelfde hoofdstuk, dan zegt hij: "Want ik maak u bekend, broeders, dat het evangelie..." Ja, dat evangelie — hij noemt dat later. Ik geef toe, als u een NBG-vertaling hebt, dan wordt u op een verkeerd spoor gezet. Maar als u nog een oude Statenvertaling hebt... Ik moet erbij zeggen dat de herziening daar ook... nou ja, die hebben ze verkeerd herzien. Je zou zeggen dat als je iets herziet, je verbeteringen aanbrengt, maar in dit geval is het echt een verslechtering. Het spijt me dat ik het moet zeggen, maar zo is het gegaan. Er staat namelijk dat aan Paulus het "evangelie van de voorhuid" was toevertrouwd. Dat heeft te maken met een technische term; het is een aanduiding van de niet-Joden, de mensen die niet besneden zijn en bij wie de voorhuid dus niet is weggenomen. Onbesnedenen dus.

Het is niet het evangelie voor de onbesnedenen, maar het "evangelie van die voorhuid" is aan Paulus toevertrouwd. Zoals hij in hoofdstuk 2 vers 7 tot en met 9 zegt: zoals aan Petrus en de rest van de twaalf het "evangelie van de besnijdenis" was toevertrouwd. Begrijp het goed: beide boodschappen hebben van Gods wege een goddelijke oorsprong, maar ze zijn onderscheiden. Paulus wil juist benadrukken dat wat hij brengt onder de natiën, daar los van staat. De boodschap van de twaalf en van Petrus was bestemd voor de besnijdenis, maar Paulus is met een onderscheiden boodschap van Gods wege net zo goed gezonden naar de natiën. Dat is wat hij benadrukt. Zoals hij elders ook zegt: "een apostel en een leermeester van natiën", om Hem onder de natiën bekend te maken. "Ik maak u bekend, broeders, dat het evangelie hetwelk door mij verkondigd is, niet is naar de mens." Dat wil zeggen: de mens zou het niet kunnen bedenken en de mens staat ook niet centraal. Dat is het meest karakteristieke aspect.

Het gaat er ook niet om wat de mens moet doen; dat is volstrekt oninteressant. Ik weet het, meestal komt godsdienst daarop neer: wat een mens moet doen, ongeacht wat. Maar daar gaat het niet om. Het gaat erom wat God gedaan heeft, wat Hij doet en wat Hij zal doen. Dan geeft men Hem dus de eer. Het is niet naar de mens.

Hij zegt: "Ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd." Hij werd geroepen op de weg naar Damascus. Dat was een heel eind van Jeruzalem vandaan. Daar was Petrus niet bij; anderen van de twaalf waren daar niet bij. Zo, rechtstreeks door een hemels licht beschenen, is hij geroepen. Hij zocht het niet, hij vroeg er niet naar. En later zegt de Heer tegen hem, als hij geroepen wordt: "Ik zal nog aan je verschijnen."

Paulus is naar Arabië gegaan – dat vertelt hij ook in Galaten 1 – en daar heeft hij onderwijs gekregen. Hij is daar onderwezen. Als men mij vraagt waar precies: gewoon daar bij de berg Sinaï, een mooie locatie. Als u zegt: "Hoe kom je daar nou bij?", dan raad ik u aan even naar Galaten 4 te gaan, dan gaat er vast een lichtje branden of een belletje rinkelen. Ik weet niet hoe dat bij u werkt, maar in ieder geval is Paulus nader onderwezen.

Toen hij geroepen was, is hij niet naar Jeruzalem gegaan om in de leer te gaan bij degenen die al eerder apostel waren. Nee, hij is naar Arabië gegaan om rechtstreeks door de Heer onderwezen te worden. "Ik heb het niet van een mens ontvangen en ook niet geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus." Een onthulling, een apocalyps, dat is wat er staat. Jezus Christus heeft Zich aan hem hoogstpersoonlijk bekendgemaakt.

Je zou kunnen zeggen: "Als het dezelfde boodschap was die Paulus bracht, zoals meestal verteld wordt, waarom moest hij dan door Jezus Christus Zelf geroepen en onderwezen worden?" Als dat exact hetzelfde was, dan kon hij toch gewoon linea recta naar Jeruzalem gaan om daar in de leer te gaan? Dat gaat nergens over; daar zit geen logica in. Maar als dit een onderscheiden boodschap is, dan begrijp je dat hij ook door Jezus Christus Zelf onderwezen moest worden. En dat is ook zo.

Ziet u het trouwens ook hier? Hij zegt: "Ik heb het niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring." Kijk, het is dezelfde structuur als "niet vanwege mensen, noch door een mens, maar door Jezus Christus". Iedere keer die structuur: niet door dit, niet door dat, maar... Ik kom het een paar keer tegen in deze hoofdstukken. Waarvan akte.

We lezen even verder, want ik moet natuurlijk uitkomen bij vers 5. Er staat: "Paulus..." Ik lees nog eventjes het hele vers om het geheel te overzien: "Paulus, een apostel (afgevaardigd), niet vanwege mensen, noch door een mens, maar door Jezus Christus." Ziet u, in een paar woorden heeft hij eigenlijk meteen al neergezet waar het nu juist om ging: die unieke boodschap die hij bracht en die hij aan hen in Galatië gebracht had. De boodschap die hen zo gelukkig had gemaakt. Hij is een afgevaardigde door Jezus Christus.

Opgewekt van Tussen de Doden als Garantie voor de Wereld ↑ hoofdstukken

En er staat 'God de Vader'. Dat zijn van die elementaire zaken in zijn evangelie: God de Vader, die Hem, Jezus Christus, opgewekt heeft uit de doden. Dat is mooi als je Bijbelstudie doet, en zeker als je zo'n interlineaire hebt, dan kun je echt woord voor woord zien dat er staat: "Die Hem vanuit de doden opgewekt heeft".

De meeste mensen denken dat opwekking uit de doden zoiets betekent als: Hij was dood en toen werd Hij opgewekt. Maar opgewekt 'vanuit de doden' wil zeggen dat er overal doden waren. Eigenlijk is de hele wereld een grote begraafplaats, toch? Al die miljarden mensen van voorbije generaties liggen daar allemaal. Welnu, Jezus Christus is door God de Vader opgewekt vanuit die doden. Dat wil zeggen: tussen die doden uit. Al die andere doden bleven er liggen en Hij werd door God de Vader opgewekt van tussen die doden uit. Dat is de betekenis.

De gedachte is dus niet simpelweg dat Hij dood was en dat God Hem toen liet opstaan. Nee, de andere doden bleven achter en Hij stond van tussen die doden op. Van tussen die doden uit – zo moet ik het zeggen. En daarmee is ook weer in een paar woorden aangegeven wat de hele clou is. Daarmee is gezegd: Jezus Christus stierf. Om opgewekt te kunnen worden uit de doden, moest Hij eerst sterven. Hij stierf, waarom? Om de prijs te betalen.

Hoeveel houdt God van deze wereld? Dat is de vraag, hè. Nou, kijk naar de wijze waarop Zijn Zoon stierf. De wereld sloeg Hem aan het kruis en God zegt: "Ik houd toch van deze wereld. Al slaan ze Mijn Zoon aan het kruis, Ik houd van deze wereld." En weet u hoe Hij dat bewees? Door Hem drie dagen later op te wekken uit de doden, terwijl al die andere doden achterbleven.

Jawel, maar Hij was een eersteling. Dat wil zeggen dat de rest gaat volgen; al die doden gaan ook opgewekt worden. Dus de wereld slaat Gods Zoon aan het kruis en God zegt: "Dat verandert Mijn voornemen niet. Ik ga diezelfde wereld die Mijn Zoon aan het kruis sloeg, het leven geven." Dat leven dat Hij drie dagen na Zijn kruisdood aan het licht bracht – datzelfde leven wat Jezus Christus aan het licht bracht – is onvergankelijk leven.

Hij liet de dood dus echt achter Zich. Toen begon het leven. Wij kennen eigenlijk geen leven. Nee, want wij kennen dat sterven; we zijn op weg naar de dood. Maar Hij leeft. Laten we zeggen: Hij heeft de dood achter Zich, eens voor altijd. En Hij is de eersteling. Dat wat Hij als eersteling aan het licht bracht, is voor de hele wereld bestemd. Dat is Gods liefde.

Die liefde is niet kapot te krijgen; er is geen vijandschap zo groot of Gods liefde overtreft het, en Hij heeft dat bewezen. Dat is de prijs die betaald werd aan het kruis, en drie dagen later wekte God Hem op uit de doden als een garantie voor de hele wereld. En zoals in Adam allen sterven, zo zullen in Hem allen levend gemaakt worden. Nou ja, ieder in zijn eigen rangorde, niet allemaal tegelijk, en het grootste deel wellicht pas aan het eind, maar niettemin is dat de toekomst. Zo staat het vast; dat is het evangelie: God de Vader die Hem opgewekt heeft uit de doden.

Eigenlijk is hiermee in dit ene vers ook een hele reeks van gebeurtenissen, van opeenvolgende feiten neergezet. Paulus is een apostel. Hoe is hij een apostel? Wel, door Jezus Christus, die Zich aan hem openbaarde. En hoezo "door Jezus Christus"? Die is toch gestorven? Jawel, maar God heeft Hem opgewekt uit de doden, eens voor altijd. Hij keerde dus niet terug naar dit aardse bestaan om vervolgens weer te sterven. Nee, Hij is de eerste – en trouwens tot dusver de enige – die opgewekt is uit de doden en de Levensvorst is.

Besef goed wat dat betekent. Dat leven dat Hij nu daar heeft, dat leven is gereserveerd voor al die Adamieten, al die stervelingen, al die miljarden mensen. Om niet! En dat is wat Paulus mocht vertellen. Hij was een apostel door Jezus Christus, die opgewekt is uit de doden door God de Vader. Dus hier begon het uiteindelijk allemaal: bij die ene God, namelijk Die een Vader is.

Dat is mooi, hè? Hij is een Vader. Hoe een vader houdt van zijn kinderen, niet omdat ze iets gedaan hebben... die liefde kun je als kind niet verdienen, toch? Je houdt toch niet van je kind omdat het iets gepresteerd heeft? Waarom houd je van je kind? Omdat het je kind is. En dat kan nooit ongedaan gemaakt worden, wat er ook gebeurt. God is een Vader, in allerlei zin, allerlei betekenissen en allerlei gelaagdheden. Het is allemaal tot je dienst, maar het gaat om die fundamentele waarde: God is een Vader van heel Zijn schepping, het werk van Zijn handen. God de Vader.

Ziet u die hele reeks in Galaten 1 vers 1? Goed, dat was de afzender. Dat was vers 1. Van die versindeling moet je je natuurlijk niet te veel aantrekken; die hebben ze later voor het lezersgemak toegevoegd. Maar het is handig om even te zeggen waar we zijn in de brief.

Paulus zegt erbij: "en al de broeders die bij mij zijn". Hij noemt ze niet bij name. We mogen veronderstellen dat onder anderen Timotheüs erbij is geweest, maar het moeten er meer zijn geweest. Het lijkt mij zelfs een flink aantal meer, want anders zou je niet zeggen "alle broeders". Dat suggereert een behoorlijk aantal. Het doet er niet toe; Paulus noemt ze niet bij name, maar ze waren bij hem. Paulus zegt dat natuurlijk ook omdat zij hem met die andere broeders ook kenden. Zo waren ze ooit gekomen; Paulus had daar die boodschap gebracht, niet alleen. Met grote kracht was de boodschap daar binnengekomen, maar nu hadden ze zich daarvan laten afbrengen. En nu noemt hij de geadresseerden.

De Formele Adressering en de Ware Betekenis van Genade (charis) ↑ hoofdstukken

Aan de gemeenten, de ekklesia’s, de verzamelingen van uitgeroepenen. Dat is het. Een ekklesia – dat is gewoon 'ek', wat 'uit' betekent – en dat 'ekklesia' heeft te maken met roepen: uitgeroepen. Ik liet u zojuist een plaatje zien: daar in Centraal-Turkije had je die landstreek van Galatië. Dat omvatte vele plaatsen. Hoeveel plaatsen dat precies geweest zijn, weten we niet, maar er waren daar in Galatië dus meer dan één gemeente; meerdere ekklesia’s die samenkwamen. Het is natuurlijk maar één Gemeente, maar die ekklesia komt op verschillende plaatsen samen.

Paulus richt zich tot hen, en moet u opletten hoe formeel hij dat doet. Afstandelijk haast. Want elders doet hij het altijd anders. Kijk het maar eens na hoe Paulus zijn brieven begint aan de Efeziërs, de Filippenzen, de Kolossenzen of de Thessalonicenzen. Altijd komen daar een hele reeks bijvoegsels bij: 'Aan de geliefden van God', 'Aan de uitverkorenen'. Hij wordt niet moe om erbij te schrijven wat dat allemaal betekent. Hier niet. Hier is de adressering heel kaal: 'aan de ekklesia’s van Galatië'.

Die formele afstand geeft eigenlijk meteen de toon aan, namelijk dat hij hen iets heel ernstigs heeft mee te delen. Hij begint niet 'leuk' of zo. Ik bedoel, hij begint niet lelijk, maar de wijze waarop hij dit neerzet geeft aan dat het iets buitengewoon ernstigs is wat hij hen te vertellen had. Vandaar ook dat hij na die aanhef, die opening, zegt: "Het verbaast mij dat jullie je zo schielijk van degene die jullie in genade van Christus roept, laten afbrengen." Nou ja, dat dus.

En dan zegt hij dit: "Genade zij u." Dat doet hij in andere brieven ook, maar in de Galatenbrief is het nog veelzeggender. Je kunt natuurlijk verdedigen: "Ja, brieven beginnen nu eenmaal altijd met genade en vrede." U moet trouwens weten: 'vrede' is de groet die Joden bezigen. Als ze elkaar begroeten, zeggen ze: "Shalom, vrede." Onder de natiën begroette men elkaar anders – wij zeggen dan 'hoi' en meer van dat soort termen – maar in de Griekse wereld begroette men elkaar met charis, genade, of een verwant begrip.

Er zijn allerlei manieren waarop je elkaar kunt begroeten. Vorige week had ik het met iemand over hoe dat in Duitsland of Oostenrijk gaat: "Grüss Gott". Er zijn vele landen waar men in een groet werkelijk iets uitdrukt. Er zit hier iemand in de zaal met wie ik mail, en wij eindigen altijd met 'goodbye'. En wij weten beiden – en nu weet u het ook – dat 'goodbye' een samentrekking is van 'God be with you', of 'God be with ye'. Dat is het: God zij met jullie. Dat is 'goodbye'. Als je dat weet, dan zeg je veel meer. Dat is meer dan 'doei'. Nee: God be with you, God zal met je zijn.

"Genade zij u." Juist het feit dat Paulus dat zo zegt is belangrijk. Charis – weet u wat genade is? Je hebt van die termen die we allemaal gebruiken, maar die afgesleten zijn, zodat je eigenlijk niet eens meer weet waar het om gaat, behalve dat het bekende frases zijn. 'Apostel' is zo’n woord. Ik vind het altijd goed om zo’n woord weer even terug te brengen naar de essentie. Wat zeg je eigenlijk? Afgevaardigd. Oké, en wat zeg je als je 'genade' zegt? Het woord betekent zelfs vreugde, maar dan vreugde om niet.

In de Griekse wereld was het ook een bekende term. Als je blij was om iets wat je ontving... Je gezondheid bijvoorbeeld. Als je een goede gezondheid geniet, denken sommige mensen dat het de vrucht is van hun vele inspanningen en hun sporten. Nee, het is een gave. Of als je van een goed glas wijn of van een maaltijd geniet, van het samenzijn met vrienden: dat is charis. Dit woord: genade. Dat wil zeggen: je krijgt het zomaar. Vreugde om niet, dat is wat genade is.

De Engelsen zeggen ook: "The best things in life are free." Precies. De echte dingen waar je van geniet en waar je blij van wordt, die kun je niet verdienen. Al ben je multimiljonair, al ben je Bill Gates of... hoe heette die gast ook alweer? Nee, ik bedoelde Steve Jobs. Ik bedoel maar: als je werkelijk wat mankeert, kun je dat wat zo belangrijk is uiteindelijk niet kopen. Het is vrij, het is genade. Je krijgt het, en dat is het. Dat is waar het eigenlijk om gaat. De hele Bijbel spreekt over genade; het valt je ten deel. Maar wat een vreugde! En zij hadden zich daar juist van laten afbrengen, want... nou ja, dat is wat ik zojuist al even voorlas.

De Vloek van een Vermengd en Andersoortig Evangelie ↑ hoofdstukken

Het verbaast me dat jullie je zo schielijk van degene die jullie in genade van Christus roept, laat afbrengen tot een andersoortig evangelie dat niet slechts anders is. Als u zegt: "Het staat iets anders dan in mijn vertaling", dan is dit de meest letterlijke weergave. Hij speelt daar met twee woorden; dat kennen wij niet zo, maar: andersoortig. Jullie hebben je laten afbrengen tot een andersoortig evangelie. Dat is geen evangelie. Het is maar niet zomaar anders. Wat Paulus bracht was anders dan wat Petrus bracht, maar niet andersoortig. Het was van dezelfde Heer, maar met een andere bestemming en een speciale adressering, namelijk de besnijdenis in Israël. Dus het was wel anders, maar niet andersoortig. Het was van dezelfde Heer, ook een boodschap van genade.

Maar waar zij zich toe hadden laten overhalen, dat was niet naar dat evangelie van de besnijdenis. Nee, een mix daarvan. En dat is een giftig mengsel. Beide boodschappen zijn van Gods wege bevestigd. Het is de waarheid, maar ga ze niet mengen. En dat is wat er in Galatië aan de hand was. Dat is een andersoortig evangelie. En Paulus zegt zelfs: anathema. Dus hij spreekt er een vloek over uit. Het is ook echt een boodschap waar je de zegen en het geluk en de genade door kwijtraakt. Dat is wat een vloek is trouwens.

Als je de boodschap van genade verliest of je laat afbrengen... die brief aan de Galaten is zo elementair en ook zo actueel. Dat wou ik zeggen: zo actueel. Want weet u, wat toen alleen maar in die landstreek speelde en waarvan Paulus zegt dat het geen evangelie is, dat is wat nu standaard gewoon in de christenheid gebracht wordt. Die boodschap. Als Paulus nu een brief zou moeten schrijven, ja, dan had alleen de adressering wat groter moeten worden, maar dan had hij dezelfde toon aangeslagen: "Waar is jullie geluk?"

Maar ook: dat is wat men predikt en in feite predikt men ook een vloek van voorwaarden en van werken. En als je dat niet doet, dan is daar de eindeloze vervloeking. Dat is in feite... men vloekt — sorry dat ik het zeg als ik het schrijf — men vloekt in de kerk. Ja, men vloekt in de kerk. Het evangelie zegt: God redt. Dat is wat de naam van Jezus ook betekent: Yahweh redt. En weet u wat men zegt? God verdomt. Dat is wat men zegt. Dat is een vloek, wat ik nu zeg. Die boodschap is een vloek. Met verdoemen bedoelt men nog niet eens veroordelen, maar men geeft het een betekenis die het in de Bijbel never nooit kan hebben. Want God richt, maar altijd met een geweldig doel.

Kijk, dat wat in Galatië speelde, dat speelt in het kwadraat vandaag en al zovele eeuwen. Vandaar die actualiteit van deze brief. Maar wat een geweldige boodschap als je dit mag kennen. Die zuiverheid. Terug naar de bron.

Nou ja, even terug naar Galaten 1 vers 3, want daar waren we. Paulus zegt aan die ekklesia's van Galatië: genade voor jullie en vrede van God. Ziet u? Vrede eigenlijk... het is in die volgorde, dat is niet voor niks. Vrede is namelijk gebaseerd op die genade. God geeft. Als je die vreugde om niet kent, dan krijg je vrede. Dan heb je vrede. En die vrede die komt van God, de Vader van ons. Ziet u, daar spreekt ook die intimiteit in als je God kent en door God gekend bent: God, onze Vader.

En van de Here Jezus Christus. Kijk, dit is een naam — ik zei het zojuist: Jezus betekent Yahweh de Here redt. Dat betekent die naam. Maar Jezus is door God gemaakt tot Here en tot Christus. Dit zijn titels. Here Jezus Christus is feitelijk geen naam. De naam is Jezus. De titel is dat Hij Here is: Kurios, de Beschikker, nee, eigenlijk de Eigenaar. En bovendien de Christus: de Gezalfde, de Messias. Dat is allemaal hetzelfde. Gezalfd van Gods wege, gezalfd met Zijn Geest en met leven.

Ja, en hoezo is Hij de Here Jezus Christus? Wel, omdat Hij is opgewekt uit de doden. En Petrus zegt dat eerst op de Pinksterdag al: "Die Jezus die jullie hebben gekruisigd, heeft God tot Here en tot Christus gemaakt." Dus daarmee, met deze hele naam, geef je ook een hele reeks van feiten aan. God heeft Hem opgewekt uit de doden, waarmee verondersteld wordt dat Hij stierf, Hij is begraven geweest en Hij is door God opgewekt.

Christus' Huidige Werk: Zich Overgeven Ter Reiniging van de Ecclesia ↑ hoofdstukken

De Here Jezus Christus, zo staat er, "die Zichzelf gegeven heeft." Dat is een onvoltooide handeling. Dat klinkt misschien niet direct door in de wijze waarop we het in de vertaling hebben staan, maar het is eigenlijk een tegenwoordige activiteit. Het is een activiteit die vandaag plaatsvindt; het zegt iets over wat onze Here Jezus Christus nú doet. Natuurlijk, Hij betaalde de losprijs in het verleden toen Hij stierf, maar vandaag geeft Hij Zich over voor onze zonden. Er staat in Efeze: "ten behoeve van de zonden van ons." Waarom? Om ons daarvan te reinigen. Dat is wat Hij doet.

Ik neem u even mee naar Efeze 5, waar dit door Paulus wordt uitgelegd. Daar zegt Paulus tegen de mannen: "Mannen, hebt de vrouwen lief." De vrouwen van jullie, dus. Ja, zo staat het er echt; een misverstand heb je zomaar opgewekt natuurlijk. Oké mannen, heb de vrouwen van jullie lief, evenals Christus Zijn ekklesia liefheeft en Zich ten behoeve van haar overgeeft. Dat doet Hij vandaag.

Kent u die geschiedenis? Ja, natuurlijk kent u die, tenminste de meeste van u denk ik wel. Van de Heer die in de nacht voordat Hij werd overgeleverd in de opperzaal was, boven. Hij gaf Zich over; Hij deed een linnen doek om en ging de voeten van de Zijnen wassen. Dat is een prachtig plaatje van wat de Heer vandaag doet: Hij reinigt de voeten. Dat heeft te maken met onze wandel. Daar is geen ontkomen aan; we leven in deze wereld en we worden besmeurd door de dingen om ons heen. Maar we hebben een Heer die Zich vandaag overgeeft. Hij heeft Zijn ekklesia lief en Hij bewijst dat door hen te wassen en te reinigen.

Hij heeft hen lief en geeft Zich ten behoeve van haar over om haar te heiligen. Hoe doet Hij dat dan? Wel, in het waterbad in woord, zo staat het er eigenlijk. Die Schriften, Zijn woord, de uitspraken van Hem; dat heeft een reinigend effect. Dat maakt ons schoon. En dat niet alleen, er staat ook: "om zo Zelf de ekklesia voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zodat ze heilig is en smetteloos." Waar het om gaat is dit: Hij geeft Zich vandaag over uit liefde voor die ekklesia. En wat doet Hij met die ekklesia? Hij reinigt haar. Let op: Hij geeft Zich over voor die taak. En wat zouden wij dan doen? Dat láten doen.

De boodschap in deze Galaten-brief is eigenlijk: "Ga laten!" Alleen al door de adressering goed neer te zetten, heb je meteen de inhoud van de brief te pakken. Laat dat nou gebeuren. We hebben een Heer die door God uit de doden is opgewekt en die Zich vandaag overgeeft ten behoeve van ons. Laat die vrijheid en die genade je niet ontnemen. Laat dat woord op je inwerken. Hij geeft dat woord; laat dat woord zijn werk doen. Mensen geloven soms niet echt in de power van dat woord, in de reinigende kracht en in het vermogen van dat woord om je te laten stralen. Het zorgt dat alle vlekken en rimpels – wat je daar ook onder mag verstaan – weggenomen worden. Hij doet dat; dat is Zijn werk.

Dit wordt hier als voorbeeld gesteld aan de mannen. Dat is een onderwerp apart, maar ik heb het bij dezen dan toch maar even gezegd. Die kunt u in uw zak steken. Maar u begrijpt dat het gaat over wat de Heer vandaag doet voor de ekklesia. Zo maakt Hij haar stralend, zo reinigt Hij haar. Wat een kracht moet dat woord dan hebben? Ja, natuurlijk, het is levend woord. Het is krachtig woord, het is evangelie: goed bericht. Hij geeft Zichzelf over voor onze zonden. Dat wil zeggen: dat is voor Zijn rekening. Dat is Zijn pakkie-an.

Uitgetild Boven Deze Tegenwoordige Boze Aion ↑ hoofdstukken

En om ons te trekken... U ziet hier in de interlineaire een woord. Dat is geen kritiek, maar om het even wat nader uit te vergroten. Dat is eigenlijk dit: zodat Hij ons zal uittillen. Dat is de gedachte. Hij tilt ons erboven uit. Dat is uittillen, dat wil dus ook zeggen... We waren net al eventjes in de opperkamer, in die opperzaal. We waren boven; nou, dat is precies waar Hij ons plaatst: boven. Hij tilt ons eruit. En dat is mooi wat de Heer doet: Hij lost onze problemen niet op, maar Hij tilt ons erbovenuit. Dat is iets heel anders.

Hij tilt uit – er wordt hier gesproken, laat ik dicht bij de tekst blijven – Hij tilt uit, en waaruit dan wel? Wel, vanuit de tegenwoordige boze wereld. Hier staat eigenlijk niet het woordje 'wereld', maar het woordje 'aeon'. Ik kom er straks nog even op terug: uit de tegenwoordige aeon. Want er is heel veel mee mis, waarom? Wel, die aeon is boosaardig. Vandaar dus de tegenwoordige boze aeon. Dat is dit: de wereld in zijn huidige gestalt, in zijn huidige gedaante, is door en door boos. De leugen regeert, zodat de waarheid wordt ten onder gehouden. Het meest karakteristieke van deze aeon is dat de god van deze aeon, de vader der leugen, het hier voor het zeggen heeft. Dat wil zeggen: hij opereert hier met succes en de waarheid wordt ten onder gehouden. Dat lukt nooit helemaal natuurlijk; daar moet je heel veel moeite voor doen. De waarheid komt altijd weer boven water.

Vergelijk het altijd maar met een bal. Je kunt een bal onder water stoppen – natuurlijk kan dat, dat is helemaal geen probleem – maar je moet er altijd moeite voor doen. Want op het moment dat je hem loslaat, komt hij naar boven. En al gaat de leugen nog zo snel, de waarheid wint altijd; de waarheid komt aan het licht. Wel, wat eruit getild wordt, dat zijn in ieder geval wij ook. Dat is wat Hij doet. Hij tilt ons uit die tegenwoordige boze aeon en Hij zet ons op de hoogte. Hij brengt ons op de hoogte, en dat bedoel ik inderdaad heel dubbelzinnig. Hij zet ons op een hoge plaats. En weet u wat het voordeel is van een hoge plaats? Dat je uitzicht hebt en ook overzicht hebt. Dat is trouwens ook wat wijsheid ten diepste is: uitzicht en overzicht. Hij brengt ons op de hoogte en zo tilt Hij ons op, uit deze tegenwoordige boze aeon. Weg van de leugen en in Zijn waarheid.

En weet u, dat is naar de wil van onze God. Wat Hij doet, dat is de wil van onze God en Vader. Als u al eens vaker naar Bijbelstudies van mij geluisterd hebt, dan weet u dat ik het graag benadruk. Ik geloof dat het een kleine duizend keer in het Nieuwe Testament voorkomt, dus ik kan daar altijd mijn hart aan ophalen. In de vertaling komt dat slechts zelden uit de verf, maar er wordt gesproken van 'de God'. Er staat een bepaald lidwoord: 'de God'. We hebben het niet zomaar over God als een religieus concept. Nee, we hebben het over de God die werkelijk God is, omdat Hij namelijk de enige is. Vandaar 'de God'. Daar gaat het hier over: de God en onze Vader.

Aan God de Heerlijkheid tot in de Aionen Der Aionen ↑ hoofdstukken

En wat is dan de conclusie aan wie de heerlijkheid zij? Want wat hebben we tot dusver gezien? Paulus was een apostel, en dat was niet vanwege een mens, ook niet door een mens, maar door de openbaring van Jezus Christus. En hoezo? Wel, God heeft Jezus Christus uit de doden opgewekt. Vervolgens zegt hij: genade en vrede zij u. Niet van een mens of door een mens, nee, van God onze Vader en door onze Heer Jezus Christus. En die Heer Jezus Christus, wie is dat wel? Nou, dat is degene die Zich vandaag inzet en overgeeft, die ons liefheeft en Zijn ekklesia vandaag ook reinigt en Zich overgeeft ten behoeve van ons, zodat Hij ons uittilt. En dat is de wil van God, de Vader van ons.

Dus aan wie is nu alle heerlijkheid? Tot dusver is er niets gezegd over wat de mens moet doen, behalve dan dat een mens zou luisteren naar wat God doet. Niet gaan werken, maar gaan laten. Hij doet Zijn werk, Hij heeft alles gedaan en Hij doet alles. En als dat de waarheid is, dan kun je ook met recht zeggen aan wie de heerlijkheid zij. Aan wie? Dat slaat dus op onze God en Vader. Dat is logisch. Dat is niet zomaar een vrome afsluiting van een bepaalde aanhef die we er nog even bij moeten plakken. Nee, dat is nu juist de essentie. Als het waar is dat Hij al het werk doet en dat Hij alle credits verdient, aan wie zou dan alle heerlijkheid toekomen? Logischerwijs dus aan Hem. Niet aan ons, want alle roem is uitgesloten als het gaat om wat onszelf betreft. Aan wie de heerlijkheid zij, dat is dus God en de Vader van ons, in alle eeuwigheid.

Ja, dat staat in onze vertaling, maar hier staat een meervoudsvorm van wat in het voorgaande vers nog 'wereld' genoemd werd. U zegt: dat is rommelig. Waarom geeft men het de ene keer weer met 'wereld' en de andere keer met 'eeuwigheid'? Het is nog erger, want men geeft het ook heel vaak weer met 'eeuw'. Dat men het weergeeft met 'eeuw' is niet zo erg, maar dat men het weergeeft met 'eeuwigheid' is heel kwalijk. In alle eeuwigheid. Met een interlineair kun je heel leuk zien hoe hier gerommeld is. Er staat: "tot in de aeonen van de aeonen. Amen." Hoe heeft men dat weergegeven? "Aeonen van de aeonen" heeft men weergegeven met "alle eeuwigheid". Dat wil zeggen dat men het dubbele meervoud heeft wegvertaald door een enkelvoud: eeuwigheid. Vervolgens heeft men het woord 'alle' eraan vastgeplakt, terwijl dat er niet staat. Er staat: "tot in de aeonen van de aeonen".

De Bijbel spreekt over de tegenwoordige boze aeon. Er zijn ook aeonen aan de huidige wereldtijd voorafgegaan. De Bijbel spreekt over de voorgaande aeonen, maar ook over de toekomende aeon, een wereldtijd; de duizend jaren waarin Christus al heerst. Maar ook over de aeonen die daarna nog gaan komen. Dat is allemaal wegvertaald. Men heeft geen idee meer wat aeonen zijn. Je kunt het niet eten, maar het staat gewoon in de Schrift op talloze plaatsen. Men heeft het allemaal gewoon onderdrukt. En weet je wat je eraan overhoudt? Waar maak je je druk over? Nou, ik maak me er echt heel druk over. Want als dit de vertaling zou zijn – en nu ga ik het even heel scherp stellen – dan is de eeuwigheid niet waar. Verklaar je nader? Nou, graag. Als aeon 'eeuwigheid' zou zijn, dan zou het dus waar zijn. De Bijbel spreekt over een aeonisch oordeel, over een aeonische straf. En weet u wat men daarvan gemaakt heeft? Een eeuwige, een eindeloze straf. Maar dat is echt niet zo. De Bijbel heeft te maken met een 'eeuw'. Dat woordje 'eeuwigheid' is een 'eeuw', een aeon. Dat is niet iets eindeloos, dat is een wereldtijd.

Dat is buitengewoon belangrijk. Want als straks de Heer zal terugkeren, dan breekt er niet een eindeloze eeuwigheid aan. Dan breken er aeonen aan, wereldtijden waarin Christus zal heersen. In Openbaring 11 lees je dat: Hij zal heersen tot in de aeonen van de aeonen. Waarom heten ze zo? Wel, dat zijn de overtreffende aeonen. Je hebt het Lied der liederen, of zoals wij in het Nederlands zeggen: de tocht der tochten. Of het Heilige der heiligen. Dat is een overtreffende trap. Waarom heten dat de aeonen der aeonen? Het zijn overtreffende aeonen omdat daarin de Christus zal heersen en God Zijn plan gaat uitwerken. Dan zal er een einde gekomen zijn aan deze boze aeon. Vandaar dus dat het overtreffend is. Maar is dat het einde? Nee, want Christus zal heersen tot in de aeonen, totdat de laatste vijand – de dood – tenietgedaan zal worden.

En weet u wat het mooie is als de dood tenietgedaan is? Dan is er alleen nog maar leven over. Dan zijn allen levend gemaakt. En als allen levend gemaakt zijn, dan is er geen dood meer. De dood wordt tenietgedaan. De garantie is al gelegd toen Christus Jezus als eersteling opgewekt werd uit de doden, drie dagen nadat de wereld God zo aan het kruis nagelde. En de uitwerking zal uiteindelijk door die aeonen heen zijn dat er geen dood meer is en dat het leven zal triomferen. Alles zal teruggekeerd zijn naar God onze Vader, die dan ook inderdaad bewezen zal hebben dat Hij werkelijk een Vader is. Hij rust niet eerder, en Hij heeft de tijd hoor; Hij heeft de wereldtijden in Zijn hand. In het begin stond dit al vast, de afloop staat vast. Hij is een Vader, Hij ontfermt Zich over elk schepsel en Hij doet de dood teniet door Zijn Zoon, die Hij als eersteling opwekte.

Aan Hem zij de heerlijkheid. Ik zal nog een paar teksten noemen waar dat zo staat, ter afsluiting. "De Koning der aeonen, 1 Timotheüs 1:17, de onvergankelijke, de onzienlijke, de enige God. Zij eer en heerlijkheid tot in de aeonen der aeonen. Amen." Nog een, Romeinen 16:27: "Hem, de alleen wijze God, zij door Jezus Christus de heerlijkheid tot in de aeonen. Amen." En nog een, Judas sluit zijn brief ook zo af: "De enige God, onze Redder, zij door Jezus Christus onze Heer heerlijkheid, majesteit, kracht en macht, door heel de aeon, en nu, en tot in al de aeonen. Amen."

🎧 De Opening Van De Galaten-Brief
Delen: