Op De Hoogte (I): Bergen Als Typen Van…
25-05-2014 - Geplaatst door Andre PietGoedBericht-weekend 23-25 mei 2014 in Maarn
Bergen spelen in de Bijbel, vanaf het boek Genesis tot aan Openbaring, een grote rol. Denk aan de Ararat, aan Moria of Horeb. Of aan de Karmel, Sion en de Olijfberg. Of het gebergte van Efraim, Nebo of Hor, enz. Stuk voor stuk verwijst het naar hoogtepunten in de Bijbelse geschiedenis en profetie. Maar ook naar “de verborgenheid”…
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- De Dubbele Betekenis van 'op de Hoogte'
- Vooruitblik op de Komende Bergstudies
- Psalm 121: Onze Ogen Opheffen Naar de Schepper
- Psalm 36: Gods Gerechtigheid als de Bergen Gods
- Jesaja 40: Elke Berg Geslecht en het Oneffene Rechtgezet
- Korinthe 13: Bergen Verzetten Door Onvoorwaardelijke Agapè-liefde
- Daniël 2: de Verbrijzelende Steen Wordt een Grote Berg
- Samuël 9: Saul als Type van de Messias op de Hoogte
- Het Profetische Geheim van de Derde Dag
De Dubbele Betekenis van 'op de Hoogte' ↑ hoofdstukken
We hebben een vijftal studies voor de boeg dit weekend en die gaan allemaal onder het grote thema: 'Op de hoogte'. Dat is met opzet lekker dubbelzinnig uitgekozen, want de term of de uitdrukking 'op de hoogte' heeft uiteraard, zo realiseert u zich wellicht ook, twee betekenissen.
In de eerste plaats is er de letterlijke betekenis: je wordt geplaatst op een hoogte of je bevindt je op de hoogte. Welnu, over die letterlijke zin gaan we het hebben. Maar het heeft ook nog een tweede betekenis — we zullen dat trouwens vanavond ook nog zien — namelijk dat je geïnformeerd wordt, dat je verteld wordt hoe de vork aan de steel zit en wat de feiten zijn. Je wordt op de hoogte gesteld. Die dubbele betekenis komt ons dit weekend uitermate goed van pas.
Deze eerste avond gaat vooral, zoals u dat hier ook op de eerste dia ziet, over het meer inleidende verhaal. We gaan het vanavond niet specifiek over één berg hebben, maar over bergen in het algemeen. Wat betekenen bergen in de Bijbel? Wat is de gedachte die daar zo dikwijls in meekomt? Bergen als typen van. Want dat bergen iets betekenen, is in het algemeen wel een bekend gegeven. Een berg is niet alleen in de Bijbelse symboliek het geval, maar in het algemeen staat een berg voor een hoogtepunt.
Als ik het zo zeg, dan heeft dat ook al direct zo'n dubbele betekenis. Een hoogtepunt... zoals wij ook spreken over: "Ik bevind me op de berg" of "het is een piekervaring". Wat dacht u daarvan? Of juist: "Nee, ik bevind me nu in het dal."
En ja, hoe gaat dat hier in Nederland? Daar kunnen we er eigenlijk niet zo heel erg over meepraten, over bergen. Hoewel ik erbij moet zeggen dat we ons hier aan de rand van de Utrechtse Heuvelrug bevinden, maar dat is dan toch wel heel erg bescheiden. Maar ik moet er aan de andere kant ook nog bij zeggen: we zitten hier tegen drie bergen aan.
Vooruitblik op de Komende Bergstudies ↑ hoofdstukken
De eerstkomende studies gaan we het over drie bergen hebben. Vanavond doen we inleidende opmerkingen over bergen in het algemeen. Morgenochtend ga ik het hebben over de berg Sinaï en alles wat daarmee verband houdt — de belangrijkste dingen die ik daarover op het spoor ben gekomen. Morgenavond gaan we het hebben over de berg Sion, want daarover is heel veel te melden, en zondagochtend over de Olijfberg. Dan hebben we inmiddels vier studies achter de rug, maar er zijn nog zo ontzettend veel bergen te gaan.
Ik wilde eigenlijk wel aan de tien bergen komen, wat betekent dat er nog zeven bergen bij komen. Dat is natuurlijk ook nog weer aardig Nederlands gedacht. Op de laatste Bijbelstudie wil ik die nog kort behandelen. Elke bijeenkomst is me ongeveer een uur gegeven, dus in die laatste studie gaan we het hebben over die zeven bergen en wil ik u wijzen op de betekenis van een aantal bekende Bijbelse bergen.
De eerste grote berg die genoemd wordt met een hele beslissende betekenis, is de berg Ararat. Verder de berg Hor — 'hor' of 'har' is overigens gewoon het Hebreeuwse woord voor berg. Ook voor de berg Nebo wil ik uw aandacht vragen, evenals voor het gebergte van Efraïm. Dan is er nog Simson's berg. Misschien zegt u: "Die ben ik in de Bijbel nog nooit tegengekomen." Dat klopt, want het is eigenlijk een berg zonder naam, de 'BZM' dus. Ik noem hem de berg van Simson, omdat Simson daarin een belangrijke rol speelde. Meer daarover zondagmiddag. Verder de berg der verheerlijking en de berg Karmel, en dan vergeet ik natuurlijk nog een heleboel belangrijke bergen.
Wat ik van deze dagen graag wil maken, is u bepalen bij die geweldige pieken, die hoogtepunten in de Bijbelse verkondiging. Eigenlijk is mijn functie daarbij die van een gids. Dat wil zeggen: ik vertel u niet hoe de dingen zijn, maar ik vertel u wat er staat geschreven en ik wijs u daarop. Ik wijs op hoe het precies in de grondtekst staat; vaak komt een interlineair dan ook voorbij, zodat we zo dicht mogelijk bij de Schriften komen, zoals het er oorspronkelijk staat geschreven.
Wat is het mooie van die bergen? Het is soms een hele klim om erop te komen en dat gaat niet vanzelf; ik ben daar in de voorbereiding ook wel op gestuurd. Maar wat je vervolgens op die berg allemaal te zien krijgt... Dat zou u eigenlijk eens moeten vragen aan de man die op de berg Nebo zijn laatste ervaring had. Dat was ook een piekervaring, een geweldig uitzicht. Dat is wat zo mooi is als je 'op de hoogte' gesteld wordt. Als je op de hoogte gesteld bent, dan heb je een geweldig uitzicht.
Dat is in een notendop waar het eigenlijk allemaal om gaat: de Schrift, dat wil zeggen de Bijbel. Al die zeventig boeken bij elkaar vertellen over wie God is en hoe vast Zijn Woord is — vast als de bergen. Die Schriften stellen ons op de hoogte; ze vertellen ons wie Hij is en wat Zijn plannen zijn, en dat Hij nooit mistast, zoals Daniël zojuist ook aangaf. Daarom mogen we werkelijk een blijde boodschap kennen, echt een goed bericht. Daar ga je steeds meer in ontdekken. Dat wil ik dit weekend graag met u beleven en laten zien.
Psalm 121: Onze Ogen Opheffen Naar de Schepper ↑ hoofdstukken
Laat ik u om te beginnen eens meenemen naar Psalm 121. Dat leek me wel het meest passende Bijbelgedeelte om van start te gaan. Ik heb in de gesprekken voordat we begonnen met de Bijbelstudie al gemerkt – ik heb diverse mensen ontmoet, van wie ik heel wat onder u niet of nauwelijks ken – dat sommige van u al echt doorgewinterd zijn in het bestuderen van de Bijbel. Maar andere mensen weten er bijna niets van. Die hebben er alleen nog maar aan geroken of ze hebben vernomen: "Ja, die Bijbel en wat daarin staat, wat er écht in staat, is geweldig." Ze zijn erdoor geraakt, maar weten er nog nauwelijks iets van.
Dat maakt het voor mij – ik hoop dat u er een klein beetje begrip voor hebt, ik zeg het eigenlijk ook om mij bij aanvang een beetje in te dekken – wat lastig. Sommigen weten al heel veel van de Schrift en zijn daar al helemaal doorheen gekruist: links en rechts, boven en onder. Nou, vooral boven natuurlijk, daar moeten we wezen deze dagen. Maar andere mensen weten er nog nauwelijks wat van. Toch wil ik graag dat, wie u ook bent en wat uw achtergrond ook is en wat u al aan bagage bij u hebt of niet, u allemaal de studies die ik mag geven kunt volgen. Vooral als we het gaan hebben over typologie, dat wil zeggen over de diepere symboliek, dan kan ik me zomaar voorstellen dat het een en ander u ontgaat. Geen probleem. Ik zeg wel eens: waar het mij bij Bijbelstudies vooral om gaat, is dat als je hier weer weggaat, het kopje gevuld is. Sommige mensen komen hier met een hele kruik of een kan waar heel veel in kan, maar andere mensen kunnen nog maar een vingerhoedje aan inhoud bevatten. Geen probleem. Zo zitten we hier allemaal heel verschillend in deze zaal; dat is gewoon een gegeven. Als we maar gevuld raken van de rijkdom van dat Woord, dan is het wat mij betreft goed.
Daar staat dit: "Een bedevaartslied". Dat is de eerste van een vijftiental psalmen. Als u een Statenvertaling hebt, dan staat hier onvertaald Hamaäloth. Nu veronderstel ik dat de meesten van u geen Hebreeuws kennen; het betekent letterlijk "het lied van de treden". Psalm 121 is de tweede van die reeks van psalmen waar boven staat Hamaäloth, de liederen van de treden. Het zijn vijftien psalmen en die psalmen zijn gecomponeerd – zo weten we als je Bijbelboek met Bijbelboek vergelijkt – door Hiskia. Je leest daarover in Jesaja 38 (vers 5 tot 8). Daar lees je over Hiskia die vijftien jaar aan zijn leven toegevoegd kreeg, waarbij ook nog iets opmerkelijks plaatsvond, namelijk dat de schaduw van de treden week. Dat lees je in Jesaja 38. Ook daar dus weer die treden. Het is het lied der treden en het heeft te maken met die vijftien treden en de vijftien jaren die Hiskia aan zijn leven toegevoegd kreeg.
Daar is dit de tweede psalm van, en dan staat er: "Ik hef mijn ogen op". Dat is precies ook wat een mens geacht wordt te doen. U ziet een aantal Bijbelgedeelten die daar allemaal mee te maken hebben: je ogen opheffen. Dat is nou niet wat een mens doet als je bijvoorbeeld net het nieuws hebt gehoord of je komt maandagochtend op je werk; dat mensen omhoog kijken, de schouders eronder en met het hoofd omhoog. Nee, maar als je de Bijbel leest en als je in aanraking komt met de waarheden die daarin staan, dan worden je ogen naar omhoog gericht. Er zijn heel veel voorbeelden van. Het allerleukste daarvan vind ik altijd nog dat de Griekse naam voor mens – het is niet zo heel erg bekend, maar het Griekse woord op zich wel – anthropos is. Als je dat woord anthropos, dat dus gewoon "mens" betekent, in zijn elementen uitsplitst, dan bestaat het uit drie elementen en dat betekent in de eerste plaats "opwaarts" en vervolgens "de blik wenden". Dat wil zeggen dat een mens, als je het vanuit het Grieks bekijkt zoals het woord is opgebouwd, iemand is die naar omhoog kijkt. De blik wordt gewend naar omhoog, opwaarts. Dat is wat het woord mens betekent. Ik vind dat schitterend, want daarmee wordt het wezen van wat een mens is en geacht wordt te doen beschreven. In de Bijbelse talen, ook in het Grieks, zie je dat zo schitterend. Zulke woorden hebben een enorme boodschap in zich: een mens worden, dat wil zeggen dat je naar omhoog kijkt.
Welnu, als de psalmist dan zegt dat het een lied der treden is: "Ik hef mijn ogen op", maar dan vervolgens "naar de bergen". Ik zei al dat deze psalm mij het meest passende Bijbelgedeelte leek bij de aanvang van dit weekend. Wat wij gedurende deze dagen met elkaar doen, is onze ogen opheffen naar de bergen. Naar allerlei bergen. Drie bergen, zeven bergen, maar eigenlijk nog veel meer bergen. Maar naar omhoog, en kijken wat de betekenis is van al die verschillende bergen. "Ik hef mijn ogen op naar de bergen, vanwaar zal mijn hulp komen?" In de NBV-vertaling staat daar een vraagteken. Maar ik weet niet wie van u een Statenvertaling heeft; daar staat iets heel anders. Daar staat geen vraagteken, maar een verklaring, een bewering, geen vraag. En dat vind ik zoveel duidelijker, want dat is precies waar het om gaat. De psalmist is niet vertwijfeld, zo van: "Ik kijk nu maar uit narigheid omhoog en vraag me vertwijfeld af of daar dan mijn hulp vandaan zal komen?" Nee, ik hef mijn ogen op naar de bergen. Waarom? Omdat van die bergen een sprake uitgaat. Ik hef mijn ogen op naar boven, vanwaar mijn hulp zal komen. Als je hulp nodig hebt, je bent hulpeloos, waar komt je hulp dan vandaan? Nou, je treft het enorm als je de hulp krijgt van een mens, maar als het er echt op aankomt, dan kan een mens niet zo heel veel. Dat geldt al voor woorden van troost en van bemoediging, laat staan voor werkelijk een uitweg. Nee, dan moet je echt bij God zijn, Hij die hemel en aarde gemaakt heeft. Waar komt je hulp vandaan? Wel, van omhoog. Precies de richting waar die bergen ook naar wijzen. "Ik hef mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp zal komen." Dat is een verklaring.
En ik moet zeggen: als je zo'n vers leest, dan is dat al zo karakteristiek voor de hele Bijbelse boodschap. De mens wordt als het ware weggezet. Je kijkt weg van beneden. Niet naar jezelf, niet naar de mensen om je heen. Nee, als je echt hulp nodig hebt, een Helper, dan moet je daar bij Zijn. En Hij stelt niet teleur, Zijn Woord stelt niet teleur. Zijn Woord geeft licht, Zijn Woord geeft antwoord op de vragen en dat is precies waar een mens mee geholpen is, echt geholpen is, in welke situatie dan ook. Van daaruit, dat wil zeggen: van omhoog. "Ik hef mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp zal komen." "Mijn hulp," zo staat er dan in vers 2, "mijn hulp is van de HEERE." Dat is de Nederlandse vertaling van de naam van God. Dat is eigenlijk wat ongelukkig als u het mij vraagt. Het is de naam Yahweh. "Mijn hulp is van Yahweh." Hij wiens naam betekent "Ik ben", of "Ik ben er", of "Ik ben die Ik ben". "Mijn hulp is van Yahweh, die hemel en aarde gemaakt heeft." Dan wordt je perspectief ineens heel erg groot, want Hij heeft de totale kosmos, het universum gemaakt en Hij is de bedenker en de Schepper ervan. En als ik het zo lees, dan denk ik meteen.
Goed reformatorisch, zoals ik grootgeworden ben: onze hulp is in de naam van de HEER, die hemel en aarde gemaakt heeft. Gaat hij verder? Ja, voor mij... ik droom het: die trouw houdt. Dat staat hier trouwens niet, dat staat weer in een andere psalm. Maar ja, het is zo'n bijbelse boodschap die overal in doorklinkt, namelijk dat onze hulp is in de naam van de HEER die hemel en aarde gemaakt heeft.
Zo begint elke calvinistische dienst. Velen hebben diezelfde achtergrond, daarom zeg ik het er maar even bij. Een calvinistische kerkdienst begint met de dominee, met zijn groet, met het votum. En dan zijn dat de woorden: "...die hemel en aarde gemaakt heeft", en daar zegt hij dan bij: "...die trouw houdt en die nooit laat varen de werken van Zijn handen".
Schitterend! Meestal zeg ik er weleens heel cynisch bij: dan kan die dominee vervolgens het beste direct "amen" zeggen, want dan kan de ochtend al niet meer stuk. De ellende is vaak dat het uur dat daarop volgt vervolgens weer alles gaat ontkrachten wat hij in die eerste uitspraak gezegd heeft. Helaas. Maar dit is de waarheid: die trouw houdt en die nooit laat varen de werken van Zijn handen.
Waarom niet? Waarom houdt Hij van de werken van Zijn handen? Omdat het de werken van Zijn handen zijn. Dáár houdt Hij van. Hij heeft het gemaakt, Hij heeft het bedacht, Hij heeft er een plan mee en Hij heeft geen prullenbak. Hij heeft een plan met elke creatie, met elk schepsel.
Psalm 36: Gods Gerechtigheid als de Bergen Gods ↑ hoofdstukken
We gaan echt bladeren door het hele weekend, want dat heb je met zo'n thematisch weekend. In andere jaren hebben we weleens één Bijbelgedeelte besproken waar je dan vers voor vers door zo'n pericoop of passage heen wandelt, maar dat is nu niet zo. We gaan echt kriskras door de Bijbel: alles wat ook maar even met bergen te maken heeft, komt ter sprake.
Onze hulp is in de naam van de HEERE. Waar de bergen naar wijzen, daar spreekt Psalm 121 van, maar Psalm 36 zegt nog iets anders. "HEERE, hemelhoog – of tot in de hemelen – is Uw goedertierenheid." Dat is Uw vriendelijkheid. God tiert in Zijn goedheid; dat is eigenlijk ook de betekenis van het woord 'goedertierenheid'. Het is eigenlijk een heel mooi woord, hoe oud-Nederlands het ook in onze oren mag klinken, maar het is vriendelijkheid.
Ik heb het vers vermeld, maar als ik uit de psalmen citeer, kan het zomaar zijn dat u een vers verder of terug moet zoeken. Dat heeft te maken met het bijbelprogramma dat ik gebruik. Heel goed dat je het zegt, want nu zat ik je eigenlijk te blameren ten overstaan van het publiek en dat mag al helemaal niet. Dat was ook helemaal niet mijn bedoeling. Maar als u namelijk een Engelse Bijbel hebt, dan is dit vers 5. Dat is wat verwarrend, ook voor anderen die een schitterend bijbelprogramma gemaakt hebben. Maar goed, het lijkt hier dus vers 6 te zijn.
Zes en zeven: "HEERE, of Jahweh, hemelhoog tot in de hemelen is Uw vriendelijkheid. Uw trouw." Daar heb je het: de trouw die nooit laat varen, die trouw houdt. "Uw trouw reikt tot de wolken," of zoals wij dan zeggen, of nou ja in Engeland: the sky is the limit. Met andere woorden: daar is geen grens. Zijn trouw reikt tot in de luchten, tot in de wolken, hemelhoog. Daarmee is Zijn vriendelijkheid beschreven, Zijn trouw waar je werkelijk op aan kunt.
In het volgende vers, vers zes of zeven, staat vervolgens: "Uw gerechtigheid is als de bergen Gods." En zie daar de reden waarom ik deze passage er ook bij haal. Voor velen die een traditioneel kerkelijke achtergrond hebben, roept dat woord 'gerechtigheid' al een beetje bibberen op. Sommigen gaan zelfs heel erg bibberen, omdat men denkt dat gerechtigheid iets met dreiging te maken heeft. "Als Gods gerechtigheid geopenbaard wordt..." Oh, dat kan, maar die gerechtigheid heeft te maken met het feit dat God recht doet. Hij maakt recht. De gerechtigheid van God is in de Bijbel een blijde boodschap. Het kan soms pijnlijk zijn om dingen recht te zetten – moet u maar eens aan de chirurg vragen om iets recht te zetten, dat kan een heel pijnlijk proces zijn – maar Gods gerechtigheid is als de bergen van God.
Let trouwens even op het meervoud: er zijn meerdere bergen van God. We zullen de komende dagen daar ook diverse van behandelen. We zullen zien dat de berg Sion daarvoor in aanmerking komt, de berg Sinaï trouwens ook, en de Olijfberg. En daarmee ben ik nog niet eens compleet. Maar Uw gerechtigheid is als de bergen Gods, en die bergen op zichzelf zijn al een beeld van vastigheid. De bergen staan vast. We zongen trouwens in het eerste lied: "Bergen zullen wankelen, maar Gods woord houdt eeuwig stand." Als zelfs bergen wankelen... Nou, dan wil je maar zeggen: bergen zijn een uitbeelding, een embleem van soliditeit en van vastheid. Dat staat als een berg.
Welnu, Gods gerechtigheid is als de bergen Gods. "Uw gericht is als een geweldige watervloed." Hier zie je inderdaad dat er heel wat gebeurt als God richt. Het woord 'watervloed' is hier eigenlijk de abyss, de afgrond, zoals dat ook in het boek Openbaring wordt weergegeven. De eerste keer dat het gebruikt wordt is in Genesis 1 vers 2: "en de duisternis lag over de vloed (de afgrond)." Dat is dit Hebreeuwse woord dat ervoor gebruikt wordt. Dat is heel schrikwekkend en indrukwekkend. Als God een gericht houdt, dan gebeurt er wat, maar denk erom: het heeft altijd een rechtmakend en heilzaam effect. Altijd. Dat is namelijk ook het doel.
Uw gericht is een geweldige watervloed, dat mag waar zijn, maar er staat vervolgens nog: "Mens en dier verlost Gij." Die vind ik ook wel heel mooi om ter introductie te zeggen: mens en dier verlost Gij, HEERE. Ook hier zijn geen limieten. De mens is zeer kundig, vooral in de godsdienstige wereld, om dat altijd maar in te perken en daar voorwaarden aan te koppelen. Dat heeft allerlei psychologische motieven natuurlijk, want dan kun je mensen aan je binden. Maar wat ik zo schitterend vind, is dat de God die de Bijbel tekent, een God is die redt. Wie? De mensheid. En nog veel meer trouwens. Het is al heel wat als je gelooft dat alle mensen gered worden, maar hier wordt het ook nog eens gezegd over de dierenwereld: Hij redt mens en dier. Dat gaat heel ver; de hele schepping wordt gered.
Over dit laatste weet ik eigenlijk niet zo heel veel te vertellen, maar de Schrift zegt het wel: Hij redt mens en dier. Over de redding van de mens staat heel wat in de Bijbel, al wordt het weliswaar erg verzwegen. Over de redding van de dierenwereld staat er ook het nodige, maar hoe ver dat gaat... In ieder geval staat de waarheid hier met recht als de bergen van God: "Mens en dier verlost Gij, HEERE."
Trouwens mooi, ik heb het expres eventjes onderstreept, maar dat woord 'verlossen' is eigenlijk redden. In het Hebreeuws is dat shuwa. Je ziet het hier op de dia, maar dat shuwa is dezelfde stam als ook in de naam van Jezus: Jesjoea. Dat is de Hebreeuwse naam, Jehosjoea. Dat shuwa betekent redden en dat woord wordt hier gebruikt. De naam Jesjoea betekent: "Jahweh redt". Wie redt Hij? Mens en dier. God doet recht, God redt.
Jesaja 40: Elke Berg Geslecht en het Oneffene Rechtgezet ↑ hoofdstukken
Van de psalmen gaan we naar de profeten, naar Jesaja 40. Dat is een heel bekend hoofdstuk, een van de hoogtepunten van het boek Jesaja, als u het mij vraagt. Daar staat: "Hoor, iemand roept". En wat roept hij? "Bereidt in de woestijn de weg van Yahweh." Het is frappant dat deze woorden ook in het Nieuwe Testament worden geciteerd; die uitroep blijkt zijn vervulling te vinden in Johannes de Doper, die inderdaad de wegbereider van Yahweh, de wegbereider van de Heer, wordt genoemd. Er staat: "Effent in de wildernis een baan voor onze God." Johannes de Doper trad ook expres op in de wildernis en daar, in de Jordaan, bereidde hij de weg.
Ik citeer dit echter vooral vanwege het volgende vers: "Elk dal worde verhoogd". God keert de boel om, dat is eigenlijk wat hier staat. Elk dal worde verhoogd en elke berg en heuvel geslecht. Dat wil zeggen: het wordt vlak gemaakt. Dat soort associaties kom je nogal eens tegen. We zullen ze zondag opnieuw zien en straks komt het ook nog ter sprake bij het verzetten van bergen. God doet dat: Hij heeft elke berg en heuvel geslecht. Ik moet trouwens aan een ander lied denken; het is een wat ouderwets lied, maar: "Voor hen die het heil van de Heren wachten zijn bergen vlak en zeeën droog."
Let er trouwens op dat er hier gesproken wordt over het vlakken van de bergen. Dat is dubbelzinnig. In de letterlijke zin gebeurt dat ook; dat vind je bijvoorbeeld in de profetische boeken, waar met recht bergen en heuvels geslecht en gevlakt worden. Maar let op wat er vervolgens nog bij staat: "en het oneffene worde tot een vlakte". Dat woord 'oneffene' is in het Hebreeuws een woord dat eindigt op aqob, en dat heeft dezelfde stam als Jakob. Het heeft namelijk de betekenis van de hiel. Het oneffene wordt hier tot een vlakte, maar het idee daarbij is dat God dat wat oneffen is — Jakob — weer recht trekt. Ik had het zojuist over het feit dat God rechtzet. Wel, dat zie je hier. Het oneffene, dat wat onrecht is, wat krom is en wat te maken heeft met Jakob... er zit hier een onmiskenbare woordspeling naar Jakob in. God zet Jakob weer recht.
En de rotsbodem wordt tot een vlakte. Dat is letterlijk en dat is mooi. Dat is nou het mooie als je echt zo'n vergrootglas op de Bijbelwoorden kunt leggen. Tegenwoordig heb je zulke schitterende tools en instrumenten om dat inderdaad ook als leek te kunnen doen. Wat je dan ziet, is dat het woord 'vlakte' hier eigenlijk te maken heeft met iets rechtmaken. Dat is precies waar het over ging: dat wat onrecht is, Jakob, waar zoveel aan recht te zetten is, dat wordt inderdaad rechtgezet. "En de rotsbodem tot een vallei." Dat is wat Hij doet. Hier wordt iets gezegd over wie God is en hoe Hij handelt: Hij maakt recht. Metaforisch, symbolisch of in de letterlijke zin; het is allemaal waar. Ik verwees er zojuist al even naar bij die uitdrukking over het verzetten van bergen.
Korinthe 13: Bergen Verzetten Door Onvoorwaardelijke Agapè-liefde ↑ hoofdstukken
Daar gaan we dan nu meteen maar even naartoe: 1 Korinthe 13, een prachtig Bijbelhoofdstuk over de liefde. En dan gaat het niet over een romantisch, roze idee van wat liefde zou zijn. Begrijp me goed, ik zeg daar niets zwaars over, maar het heeft niet te maken met bepaalde emoties van liefde of romantiek. Nee, als het over liefde gaat, dan staat hier een Grieks woord dat te maken heeft met onvoorwaardelijke liefde, die juist losstaat van emotie. Emotie is geen voorwaarde voor agapè. Agapè is namelijk onvoorwaardelijke liefde. Ook als de emotie ontbreekt, dan nog is daar die agapè. Dat wil zeggen: agapè is de liefde van God. Ik kan het trouwens nog korter zeggen: God is liefde.
Ik zal straks trouwens een bewijs noemen, maar eerst even dit. Paulus brengt hier in een wat poëtische pericoop geweldige dingen naar voren. Hij zegt: "Al ware het dat ik profetische gaven had." Dat wil zeggen: het vermogen had om dingen te voorzeggen, want dat is wat profetie eigenlijk betekent. Waardoor hij alle geheimenissen — dat wat verborgen is — en alles wat te weten is, zou weten. En er is zoveel. Ik bedoel, als je je alleen al beperkt tot de Schrift, waarin God Zijn gedachten weergeeft en heeft laten optekenen, dat wat zwart op wit staat... Dat is een hele verzameling aan woorden die zo ongekend hoog, diep en breed is, daar heb je geen voorstelling van. Al ware het dat ik dat alles doorzag en de profetische betekenis ervan kende, en de verborgenheden ervan zou doorzien. Als ik alles wat er te weten was, zou weten...
En stel, ik had het geloof — het vertrouwen, het besef: het is waar wat Hij zegt — en ik had het geloof dat ik bergen verzette. Wel, hier hebben we hem; deze tekst moest ik natuurlijk ook noemen. Het is trouwens grappig hoe dat soort beeldspraak niet alleen meer Bijbels is, maar algemeen. Men zegt: "Je kunt bergen verzetten" en daarmee onmogelijke dingen doen. Want zoals ik al zei: een berg is een embleem van dat wat vaststaat. Geloof kan bergen verzetten; dat wat naar de mens gesproken volstrekt onmogelijk is. Als je staat op Zijn woord, dan kun je inderdaad bergen verzetten. Dat wat onmogelijk geacht wordt, dat gebeurt.
Daar zit trouwens nog veel meer achter. Zondag wil ik daar wat over vertellen, over het verzetten van een specifieke berg, maar daar ga ik nu niet op vooruitlopen. Het gaat nu even om het algemene principe dat geloof bij machte is om bergen — de meest onmogelijke dingen — te verzetten. Geloof is daarbij dus niet zomaar een bepaald innerlijk gevoel van "het zal wel zo zijn". Nee, dat is steunen op wat God gezegd heeft. Hij sprak, en het is zo. Als ik al die dingen had, zo staat er, maar ik had de liefde niet, dan ware ik niets.
De liefde. Agapè. Gods liefde. Ik zei al: dat gaat verder dan alleen maar de liefde van God. God is liefde. Hier in deze verzen staat dat ook letterlijk zo. Het wordt in de Johannesbrief twee keer zo gezegd, in een heel kort zinnetje: God is liefde. Dat is heel makkelijk te onthouden trouwens, want het staat in 1 Johannes 4 vers 8 en 16. God is liefde.
Neem maar eens de proef op de som en lees 1 Korinthe 13. Dan staat er: de liefde is goedertieren, de liefde is langmoedig. Ze kwetst niemands gevoel. De liefde vergaat nooit. Al die dingen die daar over de liefde gezegd worden, zijn direct van toepassing op God. Bij wat daar gezegd wordt over de liefde, kun je gewoon "God" invullen. God is langmoedig. God... hoe staat het er? Hij vergaat nooit. Er wordt daar een hele lofzang op de liefde, de agapè, gegeven. Wel, wat van de liefde gezegd wordt, is toepasbaar op God en kan van God gezegd worden. Dat is namelijk identiek.
Het is het meest karakteristieke van wie God is; niet alleen hoe Hij handelt, maar wat Zijn wezen is. Hij is liefde. Dat wil zeggen: Hij maakt de dingen tot één. Dat is wat liefde werkelijk is. Er staat trouwens nog bij in het voorgaande vers: "Als ik haar niet had, ware ik schallend koper of een rinkelende cimbaal." Je kunt van alles vertellen, maar dit geldt ook — laat ik het maar heel direct zo weergeven — als een lakmoesproef voor een boodschap die valide, recht en goed is. De vraag is: klinkt daarin Gods liefde door? De liefde die nimmer vergaat. Die alle tegenstand overtreft. Die bij machte is om alles weer recht te zetten en alles bijeen te brengen.
Dat is de liefde van God. We hebben daar toch ook over gelezen in 1 Korinthe 13: die faalt nimmer. De liefde vergaat niet en faalt nimmer. Als je die liefde niet kent, dan kun je nog zoveel weten en nog zoveel vertellen, maar als die liefde niet gezien wordt en niet klinkt, dan is het schallend koper en een rinkelende cimbaal. Dat wil zeggen: daar is geen muziek, daar is geen harmonie. Want dat is toch eigenlijk wat muziek geacht wordt te zijn: harmonie, met mineur- en majeur-dieptepunten en hoogtepunten. Ook in de muziek heb je dat alles tot één harmonie samenklinkt. Wel, dat is wat er gehoord zou moeten worden.
Als je de boodschap van God vertelt, dan is het wezen daarvan liefde. Als dat niet klinkt, dan is het schallend koper en een rinkelende cimbaal. Dat is een hele duidelijke test. In de hele Bijbelse boodschap — niet alleen in de hoogste regionen, zeg maar dat wat vanuit de hemel door God aan Paulus bekend is gemaakt, maar in de héle Bijbelse boodschap — klinkt het woord van die God. De God die soms hard optreedt en heftig ingrijpt, maar wiens handelen altijd gekarakteriseerd wordt door liefde. Als je dat niet begrijpt, dan begrijp je er helemaal niets van, al weet je nog zoveel. Ik moet zeggen dat dit de boodschap van de Bijbel juist maakt als muziek. Muziek, echte muziek. We gaan weer even verder.
Daniël 2: de Verbrijzelende Steen Wordt een Grote Berg ↑ hoofdstukken
Daniël 2 gaat over de bergen, want daar hebben we het natuurlijk over. Je maakt nogal eens wat uitstapjes; dat heb je als je de bergen oploopt of beklimt. Dan kijk je links en rechts om je heen en als een goede gids wijs je op wat er in de omgeving nog in het voorbijgaan gezien kan worden. Soms voert dat even van het pad, maar we gaan weer gewoon verder omhoog naar de top.
Daniël 2 is een lang hoofdstuk waarin verteld wordt over een droom die Nebukadnezar had over dat geweldige, gigantische beeld met een gouden hoofd, een zilveren borst, koperen lendenen, benen van ijzer en voeten van deels ijzer en deels leem. Laat ik het kort samenvatten voor degenen die daar niet zo vertrouwd mee zijn: dat beeld gaat over wereldkoninkrijken die Babel als hoofdstad hebben gehad – en nog zullen hebben ook. Het Babylonische Rijk, het Medo-Perzische Rijk en het Griekse Rijk hadden allemaal Babel als hoofdstad. Er volgt nog één rijk dat ook Babel als hoofdstad zal hebben en dat is nog steeds toekomst; de stad Babel zal daar het centrum zijn. Het boek Openbaring gaat daar ook voor een groot gedeelte over.
Aan al die wereldrijken zal echter een einde gemaakt worden. In Daniël 2 wordt beschreven hoe. Nebukadnezar was zelf de vorst, de man, de president om het even in moderne termen te zeggen, van het wereldrijk in die dagen. Hij had die droom en Daniël legt hem uit. In vers 35 staat – en ik noem het uiteraard vanwege de associatie met de berg die hier ook twee keer klinkt – dat er een steen van de berg afrolt. Vers 35 beschrijft: "Toen werden tegelijkertijd het ijzer, het leem, het koper, het zilver en het goud verbrijzeld." Van onderaf aan wordt het zo beschreven. Ze werden gelijk aan kaf op een dorsvloer in de zomer en de wind voerde ze mee. Over een dorsvloer gaan we het morgen trouwens nog hebben; dat blijkt namelijk alles te maken te hebben met de berg Sion. Houd die alvast even in gedachten.
Dit is wat er zal gebeuren met al het politieke gekonkel en al die wereldrijken die er tot dusver geweest zijn. Er komt een moment dat er aan al die wereldrijken en alle politiek van de mens een einde wordt gemaakt en dat God Zijn Koninkrijk zal vestigen zonder toedoen van mensenhanden. Ik lees nu vers 35: ze werden gelijk kaf op de dorsvloer in de zomer en de wind voerde ze mee, zodat er geen spoor meer van te vinden was. Maar de steen... De steen. Als je een beetje op de hoogte bent van de Bijbelse symboliek, dan weet je: "O, dé steen." Dat moet gaan over de levende steen of over Hem die de rotssteen genoemd wordt.
Ik denk daarbij trouwens aan een andere steen. De vijfde steen, weet u nog? Dat was David. Nu loop ik het risico dat mensen die nog maar net zijn ingeleid in de wereld van de Bijbel eventjes afhaken. Maar in de Bijbel – dat verhaal kent bijna iedereen – versloeg David de reus Goliath. Dat heeft trouwens ook alles met koper en ijzer te maken, maar goed. Hij versloeg die reus door middel van een steen en de reus werd geveld. Dat is eigenlijk exact hetzelfde als wat Nebukadnezar in zijn droom ziet: ook die gigant wordt geveld door een steentje. Aan vier wereldrijken met Babel als hoofdstad wordt tegelijkertijd in één keer een einde gemaakt door de steen. Die steen is zelf de vijfde. Lees het maar eens na in 1 Samuël 17, de geschiedenis van David en Goliath. Daar lees je dat David in de beekbedding stenen zocht. Er staat dat hij vijf stenen zocht. Dacht hij dat hij eerst vier keer fout zou gooien? Nee, hij moest die vijfde hebben. Daar ging het om. Hij nam vijf stenen en het gaat hier ook om de steen, en die steen blijkt zelf het vijfde rijk te zijn. Ik geef het u zomaar even mee.
Let op wat er gebeurt: aan alle wereldrijken die model staan voor de politiek van deze wereld – alles wat er gebeurt aan macht en heerschappij – zal een einde komen, zodat er geen spoor meer van te vinden is. "Maar de steen die het beeld getroffen had, werd tot een grote berg die de hele aarde vulde." Dat is een heel merkwaardige beeldspraak. Het beeld gaat weg en vervolgens wordt de steen een gigantische berg. Een berg staat in de Bijbel in het algemeen voor verhoging en daarmee ook voor een koninkrijk. Hier zie je dat heel duidelijk: Iemand, een Koning die verhoogd is en die Zijn macht definitief vestigt over heel de aarde. Een berg spreekt inderdaad van het koninkrijk of van koningschap. Als u het niet geloven wilt, moet u dat nog eens nalezen. Ik heb er geen diaatje van, maar in Openbaring 17 lees je over een vrouw die zat op zeven bergen. Daar staat bij dat die zeven bergen zeven koningschappen zijn.
De steen werd tot een grote berg die de hele aarde vulde. Ik heb inmiddels een aantal verzen overgeslagen, maar er staat: "Maar in de dagen van die koningen zal de God van de hemel een Koninkrijk oprichten dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan." Met dat woord 'eeuwigheid' is heel veel aan de hand, want dat is gewoon het woord Aion of Olam. Dat betekent 'eeuw' of 'wereldtijdperk'. Ik bedoel niet een periode van honderd jaar, maar een eon. Het woord 'eeuwigheid' zoals wij dat kennen, is het niet. Het staat hier trouwens in het meervoud, waaruit al volgt dat het inderdaad gaat om tijdperken: "tot in de aionen" of "ulamim". Dat vijfde rijk, die vijfde steen, het rijk van de Messias, zal eens en voor altijd zijn macht vestigen. Het zal niet worden opgevolgd door een ander; die vijfde is de definitieve. Dat is het idee.
Dat staat vervolgens ook in de rest van vers 44: "En waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan." Dat is mooi, want uiteindelijk is het zo dat God de heerschappij geeft aan het volk van Israël hier op aarde. Je hebt een Babylonisch Rijk gehad, een Medo-Perzisch Rijk en een Grieks Rijk, maar uiteindelijk zal het een Israëlitisch wereldrijk worden, vanuit Israël geregeerd. Jeruzalem wordt de hoofdstad van de wereld, niet Babel. Ja, Babel ook nog een keer, maar dat is voorbijgaand. Definitief komt het te liggen in Jeruzalem. Dat koninkrijk, waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan, zal al die andere koninkrijken verbrijzelen en daar een einde aan maken, maar zelf zal het bestaan tot in de aionen. Juist zoals jij gezien hebt dat zonder toedoen van mensenhanden een steen van de berg losraakte en het ijzer, het koper, het leem, het zilver en het goud verbrijzelde. Zo wordt in dit lange hoofdstuk – ik heb er nu maar een paar highlights uitgenomen – beschreven hoe het systeem van deze wereld aan zijn einde komt.
En al die koninkrijken worden beëindigd zonder toedoen van mensenhanden. Dat wil zeggen: daar komt geen mensenhand, geen menselijke energie aan te pas. Het is ook niet van onderaf; het komt van boven. Hier klinkt het weer: vanwaar komt mijn hulp? Van boven, ja. Vanwaar komt de macht? Welnu, van omhoog, vanaf de berg.
Vanuit de hoogte zal die steen komen. Dat is ook letterlijk, hoor. Dat wil zeggen: de steen als embleem van de Messias zelf. Die zal straks vanuit de hemel komen en zal Zijn macht gaan vestigen. "Vanaf Zijn troon" – dat is ook weer een ander lied – "vestig de Zoon Zijn heerschappij." De grote God, staat er dan nog bij, heeft de koning bekendgemaakt wat na dezen zal geschieden. De droom is waarachtig en zijn uitlegging is betrouwbaar. Ja, zo spreekt God. God voorspelt niet, God voorzegt. Zo zal het gaan.
Ja, en nu heb ik nog een heleboel dia's, maar ik zie dat de tijd inmiddels al... de klok gaat verder. Maar ik wil toch nog een aantal dingen vertellen over die uitdrukking 'op de hoogte'. Want dat is immers het thema van het hele weekend.
Samuël 9: Saul als Type van de Messias op de Hoogte ↑ hoofdstukken
1 Samuël 9 is een prachtig hoofdstuk. Laat ik eerst even iets zeggen over de voorgeschiedenis. Je leest daar over een hele grote man, die een kop boven iedereen uitstak: Saul, uit de stam van Benjamin. In dat hoofdstuk lees je dat hij vergeefs, samen met zijn knecht overigens, zoekt naar de ezelinnen van zijn vader. Het is een heel eigenaardig verhaal. Zijn vader is dertig ezelinnen kwijt en Saul gaat met zijn knecht op zoek. Hij is een paar dagen aan het zoeken, maar hij vindt ze niet. Ten slotte adviseert zijn knecht om naar de man Gods te gaan in Rama, en die man Gods is Samuël.
Wat nou het bijzondere is van dit verhaal, is dat het niet alleen maar een feitelijke mededeling is van hoe het gegaan is. Hoe Saul als eerste koning werd over Israël – daarvoor had Israël richters, Saul was de eerste koning – maar het is veel meer. Dat hele verhaal, die geschiedenis, is typerend. Het is een type en staat model voor hoe God een koninkrijk zal vestigen in en vanuit Israël, en hoe Hij een Koning zal roepen, de Koning van Israël. Saul is daarmee een type van de Messias, van de Koning van Israël, en hoe Hij ook koning zal worden. Saul wordt dan vervolgens gezalfd door Samuël; hij wordt gezalfd tot koning. Maar daar gaat een heel verhaal aan vooraf.
Laten we eens meegaan door dat verhaal. In vers 10 van 1 Samuël 9 lees je dat de knecht had voorgesteld: "Joh, we hebben nou al twee dagen gezocht, laten we naar die man Gods, Samuël, in Rama gaan." Daarop zeide Saul tot zijn knecht: "Uw voorstel is goed. Kom, laten we gaan." Ze gingen dus naar de stad waar de man Gods was. Weet u welke stad dat was? Dat was Rama. En wat betekent Rama? Nee, niet drama, we hebben het niet over drama, we hebben het over een goed bericht. Rama is gewoon het Hebreeuwse woord voor 'hoge plaats'. Samuël woonde daar inderdaad, daar kwam hij vandaan. Zijn vader, Elkana, woonde daar ook al in Rama, de hoge plaats.
Ze gingen dus naar de stad waar de man Gods was. Ik moet er een beetje snel doorheen gaan, want anders wordt het echt een beetje te laat. In vers 11 lees je dan: "Juist toen zij de helling naar de stad beklommen..." Het was inderdaad een hoge plaats. "...ontmoetten zij meisjes op weg om water te putten." Zij ontmoetten de meisjes op weg om water te putten en ze zeiden tot hen: "Is de ziener hier?" Het is heel verstandig om dat aan die meisjes te vragen, want deze meisjes gingen naar de bron. Als je naar de bron gaat, dan weet je hoe de vork in de steel zit; dan weet je het antwoord. Ik bedoel dat natuurlijk ook typologisch. Naar de bron gaan wil zeggen: naar de Schrift gaan. De bron in de Bijbel staat inderdaad voor Hem die levend water produceert, Zijn woord dat levend water is. Die dames gingen naar de bron en dus wisten zij het antwoord.
En wat doe je als je naar de bron gaat en er wordt een vraag gesteld? Dan verwijs je naar de man Gods. Elke zin die ik nu zeg is dubbelzinnig. Als ik zeg 'de man Gods', dan kun je zeggen dat het in deze geschiedenis om Samuël ging, jawel, maar het gaat om Hem die daar in de hoge plaats is: de Heer Jezus Christus, die de hoogste positie inneemt.
Ik ga verder. Toen antwoordden zij hun, dat wil zeggen de dames aan de knecht en Saul: "Ja, zie, hij is u voor. Haast u nu, want hij is vandaag in de stad gekomen, omdat het volk vandaag een offermaal heeft op de hoogte." Heb je hem? Op de hoogte. Dus deze dames brengen die mannen met recht op de hoogte. Daar was een offermaal, een maaltijd, een feest ter gelegenheid van een offer dat gebracht was; een vredeoffer.
Vers 13: "Zodra gij de stad inkomt, zult gij hem vinden," zeggen deze meiden, "voordat hij de hoogte opgaat om te eten. Want," zeggen ze erbij, "het volk eet niet voordat hij gekomen is; hij zegent namelijk het offer en daarna eten de genodigden. Nu dan, ga heen, want gij zult hem dadelijk vinden." Ze gingen dan naar de stad en toen zij de stad ingingen, kwam Samuël juist naar buiten, hun tegemoet, om de hoogte op te gaan. Hoe vaak je die uitdrukkingen in dit hoofdstuk niet tegenkomt! Ze gingen op de hoogte en ze werden op de hoogte gebracht. Je struikelt er bijna over in dit hoofdstuk. Daarom kon ik het ook niet nalaten, want dit hoofdstuk is eigenlijk zo typerend voor de tijd waarin wij leven.
Er zal een koning komen over Israël, maar voordat het zover is, vindt er van alles plaats daar in de hoogte. Daar in die hoogte gebeurt iets heel bijzonders, en dat spreekt van onze tegenwoordige tijd. De Koning van Israël moet zich nog openbaren, maar in de tegenwoordige tijd vindt er iets bijzonders plaats naar aanleiding van een offer dat gebracht is in de hoogte.
De Heer nu had, zo lees ik verder in vers 15, een dag voor de komst van Saul aan Samuël geopenbaard: "Morgen om deze tijd zal Ik een man uit het land van Benjamin tot u zenden. Hem zult gij tot vorst over mijn volk zalven en hij zal mijn volk verlossen uit de macht van de Filistijnen. Want Ik heb acht geslagen op mijn volk, omdat zijn hulpgeroep tot Mij is doorgedrongen." Samuël wist precies, hij was op de hoogte gebracht door de Heer zelf, wie hij zou moeten uitzoeken en zou moeten zalven, en waartoe hij ook bestemd was: de verlossing van zijn volk.
Toen Samuël Saul zag – je zag hem ook niet zomaar over het hoofd trouwens – gaf de Heer hem te kennen: "Dit is de man over wie Ik u gesproken heb. Deze zal over mijn volk heersen." Saul nu trad op Samuël toe midden in de poort. De poort spreekt in de Bijbel altijd over heerschappij. Daar waar de ins en outs geregeld worden, dat wordt allemaal in de poort bepaald. Wel, de poort is een beeld van heerschappij, en daar ging het nu juist ook over. Saul zeide tot Samuël: "Wijs mij toch waar het huis van de ziener is." En Samuël antwoordde: "Ik ben die ziener. Ga voor mij uit de hoogte op. Vandaag blijft gij bij mij eten en morgen vroeg zal ik u laten trekken. En over alles wat u bezighoudt, zal ik u inlichten." Oftewel: op de hoogte brengen.
En die vind ik ook zo mooi: "Wat uw ezelinnen betreft, die sinds drie dagen zoek zijn..." Als u een Statenvertaling hebt, staat er trouwens: "...die gij heden den derden dag verloren hebt." Dat wil zeggen: het was de derde dag. Die vind ik ook zo mooi, iedere keer weer. Je hoeft ze niet eens te zoeken. Ja, die ezelinnen wel, maar ik bedoel... dat wordt daar zomaar gezegd. Die ezelinnen waren zoek, en nu op de derde dag waren ze terecht. Dat is wat Samuël zegt. Saul zocht ezelinnen en hij vond het koningschap. Weet je trouwens meteen ook wat er zoek was?
Het Profetische Geheim van de Derde Dag ↑ hoofdstukken
Wat er verborgen was? Al die twee dagen die hij nu gezocht had... Hij was iets kwijt, hij was aan het zoeken. Ja, het was verborgen. Maar dat is precies waar deze tegenwoordige tijd van twee dagen van spreekt: gevonden wordt het op de derde dag. Samuel zegt: "Maak u daarover niet bezorgd, want zij zijn terecht." En na die twee dagen, wel, dan gaat het gebeuren.
Dat vind ik zo prachtig. Ik zeg dit nu ook even voor degenen voor wie dat misschien niet zo bekend is: laat ik u in het kort dit zeggen. Een dag voor de Heer is duizend jaar. Zo staat het er; Petrus zegt het zelfs heel duidelijk. Hij zegt: "Dit ene, geliefden, mag u niet ontgaan." Dat wil zeggen: let alsjeblieft op. Eén dag is bij de Heer als duizend jaar, en duizend jaar als één dag. Hij herhaalt de statement eigenlijk; hij spreekt twee keer over een dag en twee keer over duizend jaar.
En op de derde dag – dat staat ook weer in andere profetieën – zal de Heer komen en Zijn koninkrijk gaan vestigen. Dat wil zeggen: na twee dagen, na tweeduizend jaar. Daarom leven wij vandaag, in 2014, bijna twee millennia na het heengaan van de Messias vanaf de Olijfberg, in zo’n enorm bijzondere tijd. Er gebeuren zulke merkwaardige dingen in de wereld; met name in het Midden-Oosten wordt alles op zijn plek gezet. Al die stukken op het schaakbord worden in gereedheid gebracht, want de derde dag nadert. De twee dagen zijn bijna voorbij.
Daar gaat ook deze geschiedenis over. "Maar aan wie behoort al wat Israëls begerenswaardig acht? Behoort het niet aan u en aan uw hele familie?" Dat zegt Samuel tegen Saul. Saul antwoordde: "Ben ik niet een Benjaminiet? Dat wil zeggen: uit een hele kleine stam, een van de kleinste stammen van Israël. En is mijn geslacht niet het geringste van alle geslachten van de stam van Benjamin? Waarom spreekt u dan zo tot mij?"
Het is net alsof ik een andere Saul uit de stam van Benjamin hoor praten, die zichzelf ook zo gering achtte en door God gekozen was. Daarop nam Samuel Saul en zijn knecht mee, bracht hen in het vertrek en gaf hun een plaats aan het hoofd van de genodigden, ongeveer dertig man. Die man, die Saul, krijgt daar ineens een – leuk woord in dit verband – vorstelijke behandeling. En meer zelfs dan dat, daar op die hoge plaats. Hij wist niet wat hem overkwam; hij zocht ezelinnen en krijgt nu ineens dit allemaal verzekerd.
En dan lees je nog verder: "En Samuel zeide tot de kok: Breng het stuk dat ik u gaf, waarvan ik zeide: houd het bij u." En toen diende de kok de schenkel op met wat daaraan was en zette deze Saul voor. Samuel had die kok dus al eventjes helemaal ingelicht over wat hij moest doen. En weet u wat nu zo bijzonder is aan die schenkel? Dan moet je iets weten over de offerdienst. De schenkel is het belangrijkste van het offer. Dat wil zeggen: het werd aan de priester gegeven. Het was een priesterlijk deel, de schenkel.
En hier krijgt Saul, de aspirant-vorst over Israël, hier in de hoogte een priesterlijk deel. Denk daar eens over na. Dit vind ik ook weer zo’n schitterend vergezicht, echt op de hoogte. De vorst van Israël, hij die over Israël koning zal zijn, bevindt zich op de hoogte en hij krijgt, hoewel hij niet uit de priesterlijke stand afkomstig is, een priesterlijk deel. Ik denk meteen aan de Koning-Priester naar de ordening van Melchizedek. Hij die Koning is én Priester. Dat zie je hier allemaal uitgebeeld. Schitterende dingen. Dat verzin je niet, dat staat gewoon in de Bijbel. Ja, ik geef toe: het is zoeken. Je moet soms een paar dagen zoeken, maar dan heb je ook wat.
Goed, hij zette het Saul voor en zei: "Zie wat overgebleven is, wordt u voorgezet. Eet, want voor het feest is het voor u bewaard, toen ik zeide: Ik heb het volk genodigd." Zo at Saul op die dag met Samuel: de koning, de priester en de profeet ook nog eens een keer. En daarna... ja, dat is zo prachtig... daarna daalden zij van de hoogte af naar de stad en sprak hij met Saul op het dak. Hier vind je dus eigenlijk de koning, de priester en de profeet verenigd. Vanuit de hoogte dalen ze neer en gaan ze naar de stad. Het is niet zo moeilijk om daar een schitterend plaatje in te zien: de Koning-Priester die zal neerdalen vanuit de hoogte en inderdaad Koning zal worden over Israël. Dat vind je hier zo beschreven.
Ik ben er sneller doorheen gegaan dan ik me voorgenomen had, maar ik zie dat het inmiddels tien over tien is. Dus ik denk dat we onze speurtocht door de bergen morgen maar weer moeten voortzetten. Maar dit wilde ik u niet onthouden; ik wilde u graag ook in dat opzicht op de hoogte brengen.
UltimateGoodNews