De Gezonde Leer Niet Verdragen
11-05-2014 - Geplaatst door Andre PietPresentatie van de GoedBericht-samenkomst gehouden op 11 mei 2014 in Zoetermeer.
Paulus had geen optimistische kijk op de toekomst van de christenheid. Aan het einde van zijn leven moest hij al vaststellen dat allen in Asia hem hadden verlaten. Hij voorzag fatale demonische invloeden in latere tijden en uiteindelijk zou men zelfs niet meer de gezonde leer verdragen.
Wat zou dan onze houding zijn?
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- De Toekomst en Ontsporing van de Christenheid
- Timotheüs 4: Afstaan van het Geloof en Leringen van Demonen
- De Huichelarij van Valse Uitspraken
- Voorbeelden van Huichelarij in de Theologie
- Verzet Tegen Gods Goede Schepping
- Timotheüs 4: de Gezonde Leer Niet Meer Verdragen
- De Roeping van Timotheüs: Tegen de Stroom in
- Verkondig het Woord: Gelegen of Ongelegen
De Toekomst en Ontsporing van de Christenheid ↑ hoofdstukken
Ik wil u vanmorgen eens bepalen bij wat de apostel Paulus ooit heeft geschreven over de toekomst van de christenheid. Met de christenheid bedoel ik het getuigenis van het christelijk geloof, de verzameling belijders die zich uitgeven voor de naam van Christus. Inmiddels zijn wij natuurlijk twintig eeuwen verder. Dus als we spreken over wat Paulus daarover heeft gezegd halverwege de eerste eeuw, dan praten we over wat in zijn dagen nog toekomst was, maar wat voor ons inmiddels voor een groot gedeelte verleden tijd is. Daarbij ga ik er ook nog even van uit – maar dat is nu niet mijn onderwerp – dat de dag aanstaande is dat die periode van de christelijke era, dat hele tijdperk van de christenheid, bijna ten einde is.
Ik heb het als titel meegegeven: 'De gezonde leer niet verdragen'. Dat is een uitdrukking die ontleend is aan 2 Timotheüs 4. Daar gaan we straks ook inderdaad nog naartoe. De ondertitel is nou niet bepaald vrolijk. Want zo optimistisch en vrolijk als het goede bericht is – want ja, wat wil je nog meer? Er is een God die werkelijk God is, Hij plaatst alles en Hij brengt alles tot een goed einde, dat is geweldig – juist van dat evangelie, dat goede bericht van de gelukkige God, daarvan zou je verwachten dat het in de christenheid, in de kerk, in het algemeen verteld wordt. Dat zou je denken.
Maar ik wil u vanmorgen bepalen bij de ontsporing van de christenheid. En dat heeft alles te maken met het feit dat men dat spoor van het goede bericht, het spoor der waarheid – dat wat Paulus ooit heeft verteld en wat hij onder de natiën heeft verkondigd – is kwijtgeraakt. Al in een vroeg stadium. Eigenlijk is het zo dat wat u hier ziet aan die trein die naast de rails ligt, de christenheid is. Dit spoor, dat is wat de apostel Paulus heeft gewezen: de gezonde leer, het goede bericht, dat wat hij inderdaad leerde en onderwees. Wij zijn eigenlijk als die mannen in het oranje: wij staan erbij en we kijken ernaar. We zien aan de ene kant het spoor, en dat is natuurlijk het allerbelangrijkste, maar we stellen tegelijkertijd vast hoe je ook ontspoord kunt raken, namelijk door dat Woord los te laten.
Laat ik het dan zo doen en meteen al in de aanvang naar voren brengen: ik bepaal u vanmorgen bij twee passages. In de eerste plaats bij 1 Timotheüs 4. Beide brieven zijn van Paulus aan een jonge medewerker van hem. Over zijn achtergrond lees je al in het boek Handelingen. In de eerste Timotheüsbrief, hoofdstuk 4, lees je al dat Paulus aankondigt dat er in latere perioden een ontsporing zou zijn. Men zou afwijken van het spoor. De tweede Timotheüsbrief laat dat ook zien. Deze is geschreven vlak voor Paulus' terechtstelling; het is echt zijn geestelijk testament. Hij zegt dat trouwens ook in ditzelfde hoofdstuk, het laatste hoofdstuk van die brief, dat het uur van zijn verscheiden nabij is. Hij zou als een plengoffer geofferd worden, hoe het dan ook maar geformuleerd wordt. Hij zou geëxecuteerd worden.
Paulus drukt zijn medewerker een aantal dingen op het hart. Die tweede Timotheüsbrief is zo aangrijpend, duidelijk en krachtig. Het is sprankelend, omdat Paulus buitengewoon blij is met wat hij vertelt, en tegelijkertijd zit daar een hele droeve ondertoning in. Dat begint al in het eerste hoofdstuk van die tweede brief. Dan lees je dat hij in hoofdstuk 1 vers 15 zegt – ik heb er nu geen dia van, maar u moet het maar eens nalezen: "Allen die in Azië zijn..." Bij Azië denk ik niet aan een werelddeel, maar aan een deel in het huidige Turkije, het vroegere Klein-Azië. In ieder geval had Paulus daar met vrucht gearbeid. Een hele rits van Ekklesia's was daar ontstaan. Maar dan zegt hij aan het einde van zijn leven, vlak voor zijn executie: "Allen die in Azië zijn, hebben mij verlaten." Allen.
Alleen dat al zet feitelijk de toon. Paulus laat zien dat Timotheüs er niet op hoeft te rekenen dat het na Paulus' heengaan anders zou gaan. Integendeel, wat Paulus voorziet is een totale ontsporing van de christenheid, waarbij het slechts de enkeling is die standhoudt. Niet het grote geheel, niet het systeem, niet de christelijke religie of hoe je dat ook maar zeggen wilt. Dat zou het spoor bijster zijn geraakt en het zou slechts om enkelingen gaan. Paulus spreekt Timotheüs aan; hij schrijft niet aan een Ekklesia, nee, hij schrijft aan een enkeling, aan personen. Hij noemt ook enkele mensen bij naam die erbij zouden blijven. Dat is 2 Timotheüs. Laten we eerst eens beginnen bij die eerste passage.
Timotheüs 4: Afstaan van het Geloof en Leringen van Demonen ↑ hoofdstukken
In 1 Timotheüs 4 lezen we wat Paulus zegt, en hij begint direct met naar voren te brengen dat het buitengewoon belangwekkend is wat hij nu gaat vertellen. Dat begint al in de eerste zin: "Maar de Geest zegt nadrukkelijk" – expliciet, met andere woorden: opgelet wat ik nu ga vertellen. Het is geen uitspraak van Paulus, geen bewering van hem, maar de Geest zegt dat nadrukkelijk. Het gaat over hoe het zou zijn in latere tijden, of in navolgende era's. Het woord kairos duidt niet zomaar op tijden, maar op perioden of gelegenheden.
De Geest zegt dus tegen Timotheüs dat in latere tijden sommigen zullen afvallen. Blijkens de context gaat het om mensen die onderwijs geven, die lering geven. Als degenen die vooropgaan en de scharen vertellen hoe de dingen in elkaar zitten al het spoor bijster raken, dan kun je wel nagaan hoe uiteindelijk de goegemeente dat zou navolgen. Maar het begint bij sommigen: de leraars. Hoe sommigen zullen afvallen van het geloof. 'Het geloof', dat wil zeggen de geloofswaarheid, dat wat geloofd wordt, het woord dat hij heeft onderwezen.
Dat woord 'afvallen' heeft niets te maken met lijnen, en trouwens ook niets met het afvallen van een positie. Het Griekse woord hangt samen met apostasia, wat wil zeggen: afstaan of afstand doen van. Het is niet een per ongeluk struikelen, nee, het is echt afstand doen van. En waar doen ze dan afstand van? Van het geloof, de geloofswaarheid, dat wat Paulus had medegedeeld. Paulus zegt dat Timotheüs moet weten dat er sommigen zullen zijn die daar afstand van zullen nemen.
Je ziet dat in meerdere passages. Ik bepaal u voor morgen alleen maar bij 1 Timotheüs 4 en 2 Timotheüs 4, maar lees ook eens het boek Handelingen 20. Daar lees je dat Paulus afscheid neemt van de opzieners, de oudsten, degenen die leidinggaven in de ecclesia in Efeze. Op het strand van Milete zijn ze bij elkaar gekomen; het is een afscheidsverhaal. Je leest hoe emotioneel het eraan toegaat, want ze zouden elkaar niet meer zien. Terwijl hij daar op het strand staat en die opzieners aanspreekt, zegt hij: "Uit uw eigen midden zullen mannen opstaan." Moet je nagaan, hij zegt dat tegen dat gezelschap: "Uit uw eigen midden zullen mannen opstaan die de kudde niet zullen sparen, maar verkeerde dingen zullen vertellen." Ik kan het niet helemaal exact weergeven hoe het er letterlijk staat, maar u moet het maar eens nalezen in Handelingen 20. Paulus geeft aan wat er in de toekomst gaat gebeuren met het geheel. Hij heeft het niet over enkelingen; er zullen altijd enkelingen zijn die blijven bij het Woord. Maar het geheel zou ervan afwijken. Juist dat was de tragiek in de boodschap die Paulus daar aan het strand vertelt.
Hier is het ook zo. De Geest zegt dus nadrukkelijk dat zij zullen afstaan van het geloof. En wat zullen zij dan doen? Zij zullen dwaalgeesten volgen, of zoals er staat: acht geven op misleidende geesten, deceiving spirits. Geesten die misleiden. En waarin zit die misleiding dan? Ze zullen acht geven op leringen van misleidende geesten, maar ook op leringen van – en dat betekent in dit geval 'namelijk' – leringen of onderwijzingen van demonen. De vertaling zegt dan 'boze geesten', maar dat staat er echt niet. Het woord 'geesten' staat er bij die tweede keer helemaal niet. De eerste keer ging het om pneuma (geesten), maar hier staat een Grieks woord dat we allemaal kennen: demonen.
Sommigen, de sleutelfiguren, de leraars, zullen afstaan van het geloof. Ze zullen zich richten op misleidende geesten en op leringen van demonen. Hierbij moet ik zeggen dat het woord 'demon' in het Grieks geen scheldwoord is. Bij ons wel, maar in het Griekse gehoor was dat absoluut niet het geval. Een demon of demonen, dat zijn de goden van de volkeren. De Grieken noemden hun goden demonen. Zij zouden absoluut niet akkoord gaan met de vertaling van de NBG en andere vertalingen die spreken over 'boze geesten'. Hoezo boze geesten? Het zijn demonen.
Dat is opmerkelijk, want je leest dat ook in de Septuaginta (de Griekse vertaling van het Oude Testament) in Psalm 96 vers 5: "Alle goden der volkeren zijn demonen." Dat is een definitie. Wat zijn demonen? Dat zijn de goden der volkeren. Dat is gewoon een neutrale term. Natuurlijk hebben wij daar wel een aantekening bij, want er is maar één God. Paulus zegt: oké, er mogen goden in menigte zijn, maar voor ons is er maar één God, namelijk de Vader, uit wie alle dingen zijn en door wie wij zijn. Dat is de waarheid die aan de basis staat van alles: één God, monotheo. Daar is ons woord monotheïsme van afgeleid.
Eén God. En omdat er één God is, is Hij ook de Enige die alles bepaalt en alles in de hand heeft. Daarom kan er nooit strijd zijn of conflict in die zin dat de ene God iets wil, maar de andere God dat weer kan dwarsbomen. Voor ons is dat geen probleem, want er is maar één God. Er is er maar één, dus de uitkomst staat op voorhand al vast. Er is er maar één die het plaatst, want dat is ook wat het woord 'God' betekent.
In latere perioden zouden de sleutelfiguren gaan afstaan van het geloof en misleidende geesten volgen, leringen van demonen. Dat heeft dus te maken met de goden van de volkeren; dat wil zeggen: heidense invloed. Filosofieën en gedachtegoed dat in het heidendom al bekend was – het meergodendom – zou zijn intrede doen binnen het christendom. Dat zou op een heel misleidende manier plaatsvinden. Want er is wel wat voor nodig om een hele gemeenschap, die nota bene gebaseerd is op de waarheid dat er één God is, te misleiden en in het meergodendom van de natiën te brengen. Dat moet je wel heel goed verkopen en verpakken. Hoe gaat dat dan in zijn werk? Laten we in ieder geval dit vaststellen: het zijn leringen van demonen, en die worden ergens door gekenmerkt. Voordat ik meer ga vertellen over die leringen van demonen, wil ik nog iets anders zeggen.
De Huichelarij van Valse Uitspraken ↑ hoofdstukken
En dat is het: ze worden gekenmerkt door huichelarij. Letterlijk staat daar "in huichelarij". In het Grieks staat daar trouwens een woord dat wij allemaal kennen, namelijk hypocrisie. In hypocrisie, of in huichelarij van valse uitspraken: pseudo-logon. Pseudo, dat is het valse, en logon heeft te maken met woord of uitspraak. Een valse uitspraak, een vals woord dus. En waarom is het vals? Wel, het is huichelarij. Het is het ene zeggen, maar precies het tegenovergestelde bedoelen.
Als je dat goed doet, als je dat met intelligentie doet – en let wel, we praten hier over "die sommigen", zij die leringen brengen en sleutelfiguren zijn – dan zijn daar inderdaad hogere intelligenties voor nodig om het voor elkaar te krijgen om mensen zo te misleiden. Dat is huichelarij en dat is heel karakteristiek.
En weet je wat ik nu zo opmerkelijk vind? Zij die zich binnen de christenheid bevinden, hebben heel veel moeite om dat te onderkennen. Sterker nog, ze zien het vaak niet eens. Weet u wie er veel makkelijker in staan? Zij die erbuiten staan. Degenen die buiten religie staan, hebben haarfijn in de gaten hoe huichelachtig godsdienst kan wezen.
Ik heb het nu even niet over de islam of het boeddhisme. Nee, ik heb het nu over zij die afstaan van het geloof. Dat wil zeggen: van datgene wat Paulus ooit heeft verteld onder de natiën. Hij was de leermeester van de natiën. Welnu, sleutelfiguren zouden afstand doen van de waarheid, van het geloof, en leringen van demonen volgen. Karakteristiek daarin is huichelarij: het ene zeggen, maar precies het tegenovergestelde bedoelen, en dat mensen nog laten geloven ook.
Voorbeelden van Huichelarij in de Theologie ↑ hoofdstukken
En daar zijn er heel wat van hoor, van dat soort leringen. Bijvoorbeeld: men zegt 'dood', maar men bedoelt een andere vorm van leven. Nou, laat ik eens een paar voorbeelden geven. Ik had het net over demonen in God. De waarheid is – en dat is ook wat men zegt: er is één God. Dat zegt de christenheid ook: er is één God, een monotheïstische godsdienst. Maar, zeggen ze, die God, dat zijn drie personen. Zoiets zou je normaal gesproken, als je weldenkend bent – sorry dat ik me in de oren van sommigen misschien wat boud of beledigend uitdruk – maar normaal gesproken zou je zoiets nooit kunnen vertellen zonder gewoon meteen door de mand te vallen. Ja, dat kan toch niet? Dat is net zoiets als wanneer ik zeg dat ik monogaam ben, maar met drie vrouwen. Dat kan niet. Dan zeggen jullie: 'Hij is gek'. Ja, maar in de christenheid kan dat dus.
Je kunt dus zeggen: er is één God. Paulus zegt: voor ons is er één God, de Vader. De Zoon is het beeld van de onzienlijke God. De christenheid zegt: er is één God: Vader, Zoon en de Heilige Geest. Drie personen. Al die drie personen kunnen zeggen: 'Ik ben God', maar het is één God. Dan zeg je: 'Ja, in wezen is het één, maar het zijn drie personen'. Kijk, dit noemen ze in het Engels 'whitewashing'. Een bepaalde leer gewoon zo polijsten, zo mooi maken dat het toch weer schoon schijnt. Maar het is schone schijn. En als je dan vraagt hoe dat dan zit, dan zegt men: 'Ja, dat is een mysterie'. Hebben we zelf gemaakt; het klopt niet. Mensen prikken erdoorheen en vervolgens noemen ze het een 'goddelijk mysterie', maar men heeft het zelf bedacht. Nou, dit is typisch een voorbeeld van huichelarij als we het ene zeggen, maar het tegenovergestelde bedoelen.
Ik zal u nog een voorbeeld geven. Men zegt – ook de christenheid leert dat: redding is puur om niet. Dat is een basale waarheid. Het is ook geweldig: om niet, dat is gratis. Genade, dat is wat 'om niet' betekent. Genade, je krijgt het voor niks, dat is redding. Dat is mooi, dat is een blijde boodschap. Maar men bedoelt: je wordt gered op voorwaarde dat jij... en ik laat dat even open, want dat hangt er maar net van af of je nou bijvoorbeeld naar een rooms-katholieke kerk gaat of naar een evangelische gemeente. Eigenlijk maakt het niet uit wat men hier invult; de ellende zit hem in dat woordje 'op voorwaarde dat'. Dan is het dus niet meer 'om niet'. Het is het een of het ander. Dat kan nooit allebei tegelijk. Als het om niet is, dan krijg je het gewoon gratis en dan kun je dus niet vervolgens zeggen dat er toch een prijskaartje aan hangt en dat je er wel wat voor moet doen.
Maar in de christenheid zijn daar echt misleidende geesten voor nodig om dat de mensen te laten geloven. Het ene zeggen – 'het is blijde tijding, het is allemaal om niet' – en tegelijkertijd dit. Dat kan niet. Maar het is zelfs zo dat deze huichelarij van leugenachtige uitspraken zelfs de standaard christentaal is. Orthodoxie, dat is de rechte leer. Sterker nog, als je dit ontkent, dan ben je een ketter. Aangenaam kennis te maken, denk ik.
Ik had een hele lange waslijst gemaakt, maar ik beperk me tot drie of vier voorbeelden. God laat niet varen de werken van Zijn handen. Ik zeg dit vooral even voor mensen die een calvinistische achtergrond hebben, die reformatorisch zijn grootgebracht, zoals ikzelf. Ik hoorde dit altijd meteen bij het begin van de diensten en dat is prachtige muziek. 'Onze hulp is in de naam van de Heer, Die hemel en aarde gemaakt heeft.' Dan word je al kleiner. Wauw! Zo’n God Die dat alles bedacht en gemaakt heeft. Die trouw houdt – nou, dat is ook weer zo geweldig – Hij houdt trouw en laat nooit varen de werken van Zijn handen. Dat wil zeggen: alles wat Hij gemaakt heeft, laat Hij nooit varen. Oké? Hij gaat Zijn weg. Hij doet soms dingen met het werk van Zijn handen die onbegrijpelijk zijn, maar de goede afloop is gegarandeerd. Hij laat dat nooit varen.
Dat kan gezegd worden. Kijk, dat is het begin van de dienst, om het zo te zeggen. Die dominee zou het beste dan meteen 'amen' kunnen zeggen en de mensen weer naar de koffie sturen, want dan had hij namelijk prachtige dingen verteld. Het was een wat korte dienst misschien, maar neem niet weg: dan heb je wel wat. En je bent ook snel thuis; dat kun je hier niet altijd zeggen. Maar 'God laat niet varen de werken van Zijn handen', daar bedoelt men mee: 'als je niet gelooft, ga je voor altijd naar de hel'. Dit is de orthodoxe leer. Ik zal u dit vertellen: dat is een lering van demonen. Maar dan ook in de meest kwalijke zin des woords, door God zo af te spiegelen. Eerst dit zeggen, maar dat bedoelen. Dat is wat je met de ene hand geeft en met de andere hand weer wegpakt. En dat de mensen het nog geloven ook. En als je erdoorheen prikt, dan heb jij het gedaan.
Alleen al het idee dat God de werken van Zijn handen naar de hel stuurt, is God toch afschilderen als – neem me niet kwalijk – als een demon. Maar dan dus in de kwalijke zin des woords, zoals wij hem ook altijd opvatten. Zo afschilderen, dat zeggen ze in de christenheid. Hoe vaak heb ik het niet gehoord? Wellicht kent u dat verwijt wel: 'Denk je dat Hitler dan ook gered wordt?' Zelfs kerkvaders... nou, ik stel het nog sterker: zelfs christenen die God zo afschilderen, die mensen voor eeuwig naar de hel sturen, zelfs die mensen zal God gaan redden. Dat gaat verder hoor. Want dat is een kwalijke zaak als je Gods liefde zegt te erkennen, maar het is gewoon pure huichelarij als je dit gelooft. Dan zeg je dat met een mooi gezicht, maar je meent er helemaal niks van. Ik doe geen morele uitspraak over zulke mensen; vaak zijn het gewoon mensen die misleid zijn. Die hebben die huichelarij niet eens in de gaten.
De wereld prikt daar achter elkaar doorheen, maar als je in het systeem zit, als je daarin grootgeworden bent, dan denk je dat dit normaal is. Dus: 'niet geloven is voor altijd naar de hel'. Dit is een vreselijke lering van demonen. Het is de ergste vorm. Nou, deze vind ik ook verschrikkelijk: door één God te belijden en daar meer-godendom van te maken. Eigenlijk achter elkaar. Het zijn leringen van demonen, het zijn misleidende geesten.
Verzet Tegen Gods Goede Schepping ↑ hoofdstukken
En nu kom ik even wat dichterbij wat Paulus ook in 1 Timotheüs 4 naar voren brengt. Ik zal het straks laten zien. Men zegt wel dat alles wat God geschapen heeft goed is, maar hoe krampachtig gaat men vervolgens om met die schepping? Men zegt bijvoorbeeld dat een mens moet strijden tegen zijn vlees. Men beweert dan ook — wat de Bijbel overigens helemaal niet zegt — dat de mens een zondige natuur heeft. Ik zal u dit vertellen: de natuur in de Bijbel is nooit zondig. Het tegennatuurlijke, dát is zondig. Niet de natuur, maar het tegennatuurlijke, zoals we dat lezen in Romeinen 1.
Over dat strijden tegen het vlees en de bijbehorende vroomheid: dit is trouwens wel een heel fraai voorbeeld van hoe ook de wereld de huichelarij weet aan te wijzen. Hoe vaak is het niet in het nieuws over geestelijke mensen — 'geestelijken', zo worden ze dan aangeduid, mensen in een hoogwaardig ambt en mensen van aanzien — die altijd dat moralistische vingertje omhoog hebben over wat er allemaal niet mag? Iemand vertelde mij eens — het is niet eens een woord dat ik zelf nu zou gebruiken, maar ik hoorde het van iemand — over dat spastische gedoe dat zij altijd hebben over seksualiteit en over genot. Dat is inderdaad tekenend. Men zegt: "God heeft alles gemaakt, Hij heeft het allemaal bedacht," maar waarom doet men dan zo moeilijk over die dingen?
Ondertussen weet u hoe het gaat. Zoals een ongezouten collega het eens uitdrukte: ze knijpen de kat in het donker. Dat is huichelarij. Ze weten het allemaal zo goed, maar ondertussen zijn ze niet te vertrouwen. Ik laat het hier maar even bij, maar dit is toch typerend. Dit zijn hele karakteristieke dingen waarvan zelfs iemand die niet veel weet van het christendom weet dat dit de zaken zijn die verteld worden. Maar tegelijkertijd wordt het tegenovergestelde beweerd. Op het moment dat je dit zegt, neutraliseer je de eigenlijke boodschap. Het wordt een hol woord, leeg en van zijn kracht ontdaan. Het is wat zwak uitgedrukt misschien, maar het komt erop neer dat je water bij de wijn hebt gedaan. Dit is de wijn, maar als je er maar genoeg water bij doet, dan blijft er niets van over.
Goed, dat was even een uitweiding over die huichelarij. Hoe stond het er ook alweer precies? "Huichelarij van valse uitspraken." Men doet een bepaalde uitspraak, maar men handelt daar totaal niet naar; integendeel zelfs. Dat is het: huichelarij van valse uitspraken. En Paulus voegt eraan toe: "die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn." Dat wil zeggen dat het geweten is dichtgeschroeid; het geweten werkt helemaal niet meer. En hoe komt dat? Doordat men valse uitspraken en leugens volgt. Het klopt niet, het is niets waard en men weet het ook. Paulus spreekt hier over degenen die dat allemaal introduceren. Het begint bij sommigen die zulke leringen introduceren; daar heb je er maar een paar voor nodig om het geheel te infecteren. Maar het geweten is dichtgeschroeid, terwijl men ondertussen de wereld veroordeelt, terwijl men zelf gewoonweg niet de waarheid volgt.
En vooral de blijde tijding die zou klinken, het licht... dat is toch wat het Woord is? Dat is licht in de duisternis. de wereld is donker en God zendt in die donkere wereld een licht over wie Hij is, Zijn voornemen en Zijn plan. Dat is de blijde tijding; dat licht straalt zo krachtig. En wat heeft men ervan gemaakt? Het totale tegenovergestelde, zodat het echt misselijkmakend is. Huichelarij, leugenachtig. Hoe durft men God zo af te tekenen? Hoe durft men precies het tegenovergestelde te zeggen van wat God verklaard heeft? Dan moet het geweten inderdaad dichtgeschroeid zijn.
Paulus spreekt dus halverwege de eerste eeuw tegen Timotheüs over dat afvallen van het geloof, en hij noemt een aantal dingen die zij zullen zeggen. Ze zullen het huwelijk verbieden. Dit is werkelijk een voorziende blik van Paulus. Hij zegt dat de Geest nadrukkelijk aangeeft dat dit in navolgende perioden zal gebeuren. En inderdaad, Paulus was nog niet overleden of terechtgesteld of de christenheid werd al geklerikaliseerd. Dat wil zeggen dat er een geestelijke stand kwam en het gewone volk werd buitenspel gezet. Daar kwam ascetisme bij: het onthouden van lichamelijke genoegens. Want ja, Gods schepping werd gezien als iets van een lagere orde. Het huwelijk verbieden werd inderdaad binnen no-time in de christenheid geïntroduceerd in de vorm van het verplichte celibaat. Een geestelijke leidinggevende, zo stelde men, mag niet trouwen. Dat verbieden van het huwelijk is tot op de dag van vandaag aan de orde in de grootste kerkgemeenschap binnen de christenheid, de Rooms-Katholieke Kerk. Het heeft dus hele oude wortels; Paulus zag het al voor zich.
Verder noemt hij: "het genot van spijzen", of letterlijk de onthouding van soorten voedsel. Dat betekent verplicht vasten; perioden waarin men bepaalde zaken wel of niet mag eten of drinken. In het algemeen gaat het om de gedachte dat je je moet onthouden van dat wat van Gods schepping is. Maar Paulus zegt erbij dat dit zaken zijn die God toch geschapen heeft. Het is Gods schepping! God heeft dat geschapen, en waarom? Om geen andere reden dan om dat met dankzegging — eucharistia — aan te nemen. Dat woord betekent eigenlijk 'goede genade' of 'goede vreugde'. Het is de bedoeling om Gods goede schepping met vreugde aan te nemen, ervan te genieten en Hem daarvoor te prijzen. Hij maakt het niet voor niets. Hij heeft het bedacht en gegeven, en het is precies de bedoeling dat het met dankzegging wordt gebruikt door de gelovigen; door degenen die dat aanvaarden, degenen die geloven en die tot erkentenis der waarheid gekomen zijn. Zij realiseren zich de waarheid, namelijk dat God de Schepper is.
Hoe durft men dat dan zo weg te zetten, in de zin van: "daar mag je als je geestelijk bent geen gebruik van maken"? Dat is weer een omkering van de waarden. Juist als je geestelijk bent, onderken en realiseer je je de waarheid, namelijk dat God de Schepper is en dat je dus in vreugde deze dingen mag aanvaarden en ervan mag genieten. Nou, dit is 1 Timotheüs 4. Paulus voorzegt hier al wat er in de navolgende perioden zou gaan gebeuren: het afstaan van het geloof, misleidende geesten, leringen van demonen en het afschilderen van God op een leugenachtige manier.
Timotheüs 4: de Gezonde Leer Niet Meer Verdragen ↑ hoofdstukken
Nu gaan we naar 2 Timotheüs 4. Ik breek het nu inderdaad af, want in werkelijkheid gaat het betoog in 1 Timotheüs 4 verder, maar dat zou ons een beetje afleiden van het specifieke onderwerp dat we voor vandaag gepland hebben. Ik neem u nu mee naar de tweede brief. Zoals gezegd zit Paulus in de gevangenis en hij was echt geen 'celebrity', hoor; echt niet. Ze wisten hem er niet eens te vinden in de gevangenis. Sommige mensen hebben daar misschien een heel ander idee over, maar Paulus was eenzaam. Allen in Azië hadden hem verlaten. Ik teken hiermee al iets van de achtergrond van deze tweede brief.
Dan bindt Paulus Timotheüs iets op het hart. Ik kom trouwens straks nog even terug op het vers dat er direct aan voorafgaat, maar om het goed neer te zetten, geef ik er de voorkeur aan om nu even bij vers 3 in te zetten. Daar zegt Paulus weer iets. In 1 Timotheüs 4 was het nog dat men in latere tijden zou afstaan van de waarheid. Dat betrof toen sommige sleutelfiguren, namelijk de leraren. Maar hier zegt hij het nog veel sterker; hier is de ontsporing compleet. Want er komt een tijd – niet 'mogelijkerwijs' of 'het zou maar kunnen dat', nee, het is een aanzegging – zo zal het gaan. Er komt een tijd, een tijdperk, dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen.
De gezonde leer, wat is dat? Dat is een uitdrukking die Paulus nogal eens gebruikt, met name in die persoonlijke brieven die hij heeft geschreven aan Titus en Timotheüs. Hij spreekt ook over het gezonde geloof en over de gezonde woorden. Dat betekent niet alleen maar dat het uitgebalanceerd is; het is gefundeerd. Het is ook gezondmakend; het geeft je richting. Dat Woord zorgt ervoor dat je gezond in je denken bent, met alle heilzame effecten die dat ook heeft voor het lichaam. Het is gezonde leer. Hoe zou je dat definiëren? Gewoon: dat is waarvan Paulus zegt: "Leer dit." Toch? In die zin sluit wat ik vandaag vertel erg aan bij wat ik vorige week ook naar voren bracht, toen dit vers ook al even aan de orde kwam. Paulus zegt daar dat de levende God een Redder is van alle mensen, speciaal van gelovigen, en dan voegt hij er in vers 11 aan toe: "Leer dit."
Het gekke is – maar het ligt helemaal in de lijn van wat we tot dusver hebben gezien – dat als je dit nu vertelt, als je dit leert, je erbuiten valt. Je mag binnen het christendom misschien nog wel zeggen dat je het hoopt, maar als je echt zegt dat de Schrift het verklaart, dat het zo is en niet anders, en dat elke andere bewering een vertekening en verdraaiing is van wie God is, dan word je buitengesloten. Paulus zegt: "Leer dit." Dat is gezonde leer. Dat is niet optioneel; dit moet je vertellen. Maar Paulus zegt dat er een tijd komt dat men dat in het algemeen gewoon niet meer zal verdragen. In 1 Timotheüs 4 was het nog: men staat af van het geloof, van de waarheid. Daar begon het nog met sommigen. Hier is het zo dat men het zelfs niet meer zal verdragen. Men heeft er niet alleen afstand van genomen, maar men tolereert het niet eens meer. Men is er gewoon allergisch voor geworden en kan het niet meer horen.
Dit is wat Paulus zegt. Wat hij al meemaakte in Azië, dat hij al niet eens meer welkom was in de ecclesia's die ooit door zijn woord en prediking ontstaan waren – moet u nagaan – daar was Paulus al niet eens meer welkom. Nu zegt Paulus tegen Timotheüs: "Denk nou niet dat het straks anders wordt; het wordt alleen maar massaler." Men zal het niet verdragen. Dus Timotheüs, weet waar je staat. Dat is ontzettend elementair, ook zodat je weet wat je te doen staat. Dat je het niet op een akkoordje gooit of je gaat associëren met dat gezelschap. Ja, ze dragen toch de naam van Christus, maar dat is juist ook kwalijk. Je zou zeggen dat het je natuurlijke bondgenoten zijn, zij die zich beroepen op de Bijbel, die verwijzen naar Jezus Christus en de Bijbel accepteren. Dan zou je zeggen dat het je bondgenoten zijn. Maar als men helemaal ingepakt is door huichelarij en valse uitspraken, en men de gezonde leer niet meer verdraagt, dan zegt Paulus... nee, dat zegt hij trouwens ook in 2 Timotheüs 2, waar ik gisteren een blogje over heb geschreven: neem daar afstand van. Zij hebben afstand genomen van hem; neem afstand van hen. Associeer je er niet mee. Geen oecumenische samenwerking; nee, afstand nemen.
Ze zullen de gezonde leer niet meer verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is – er staat letterlijk 'gekieteld' – willen ze andere dingen horen. Ze zijn zo gekieteld; ze horen altijd maar lekkere dingen, leuke dingen, plezierige dingen; gewoon wat ze willen horen. Eigenlijk maakt het geen bal uit wat het is, als het maar iets is wat bij hun emotie en bij hun begeerte past. Want dat is precies wat er staat: hun gehoor is gekieteld, ze horen gewoon wat ze willen horen en naar hun eigen begeerte zullen zij tal van leraars bijeenhalen. Een wat vrijere weergave van wat er letterlijk staat: zij zullen voor zichzelf leraars ophopen. Zodat ze die leraren als het ware uit de kast kunnen trekken: "O, we willen dat horen, dan vragen we die." Waarom? Nou gewoon, dat willen we graag horen. Dat is wat we plezierig vinden; dat kietelt ons gehoor.
Paulus zegt dat die tijd komt: intolerantie ten opzichte van de gezonde leer in het algemeen. Dat is de algemene lijn die dan zal gelden in de tijd die zal komen. Paulus waarschuwt Timotheüs daarvoor. Na zijn heengaan komt die tijd. Paulus zelf zou het aardse toneel binnenkort verlaten, maar hij zegt tegen Timotheüs dat dit zich in de volgende generatie na Paulus al heeft ingezet. Dit zou de gang van zaken worden met tal van leraars. Het begon met sommigen die zouden afstaan van het geloof, maar uiteindelijk zou het zo zijn – en Timotheüs wordt daarvoor gewaarschuwd – dat men een hele kast vol leraars heeft die precies vertellen wat men wil horen. Het maakt niet uit wat, áls het maar niet de gezonde leer is. Als het maar niet de gezonde leer is, dan is alles in wezen goed.
Men heeft dus een hele grote religie. Vergis u niet: de christelijke religie. Terwijl het in de dagen van Paulus feitelijk maar kleine ecclesia's waren zoals het begon, heeft dat zich enorm uitgebouwd. Het is de grootste religie, groter zelfs dan de islam. Het is een wereldreligie geworden. "Geweldig, hè?" Ja, dat had u gedacht. Dat is de grootste misleiding. Juist het christendom geeft de meest valse voorstelling van God. Nu ga ik nog iets extremer zeggen: meer dan de islam. Waarom? De islam claimt in ieder geval niet om zich direct op Christus of op de Bijbel en Paulus te beroepen. Maar zij hebben een huichelarij van schone uitspraken, verwijzend naar Jezus Christus, naar Paulus en naar de Bijbel, terwijl ze in werkelijkheid het tegenovergestelde leren. En men heeft dus meer dan een miljard mensen – ik praat nu over de huidige stand van zaken – die in die misleiding meegaan. Het is gewoon algemeen. Dat is wat er plaats zou vinden in de tijd die zou komen en die aan Timotheüs wordt aangezegd: dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren. Alles is goed, maar niet de waarheid. Gewoon dat wat er staat geschreven. Paulus had het opgetekend, hij was van Godswege geroepen, maar men zou zich ervan afkeren, de gezonde leer niet meer verdragen en zich keren naar verdichtsels. In het Grieks staat hier het woordje 'mythen'.
Dingen die mensen zelf bedenken, hebben we gezien. Fabels zeggen andere vertalingen, maar hier staat gewoon het Griekse woord mythen.
Nou, en Paulus gaat verder. Want ik wil nog even wat afronden met wat Paulus daarin ook adviseert. Dit is een aanzegging van hoe het zou gaan: een profetie, een voorzegging. Dat zagen we in 1 Timotheüs 4 over latere tijden en in 2 Timotheüs 4 over hoe het uiteindelijk zou zijn; hoe die trein dus compleet ontspoord is. Niet alleen maar dat ze op een gegeven moment een verkeerde wissel namen, nee, ze zijn echt compleet ontspoord.
De Roeping van Timotheüs: Tegen de Stroom in ↑ hoofdstukken
Paulus zegt: "Maar jij..." Dat is een van de belangrijkste frasen in deze brief. Ik geloof dat dit wel zeven of acht keer voorkomt: "Maar jij..." Iedere keer weer die tegenstelling. De algemene stroom is neerwaarts, maar u weet hoe dat gaat met een levende vis. Een dode vis gaat gezellig met de stroom mee; die hoeft niets meer te doen. Een levende vis wordt echter gekenmerkt door het feit dat hij tegen de stroom in zwemt. Een dode vis gaat mee, maar een levend woord zwemt ertegenin. Paulus zelf kende dat levende woord, en Timotheüs kende dat ook.
"Maar jij..." Het is een schitterend woord. De menigte gaat over het algemeen neerwaarts, maar jij bent die ene die een oor heeft voor het woord dat Paulus mocht vertellen. "Maar jij, blijf nuchter onder alles." Dat wil zeggen: laat je niet misleiden of begoochelen door allerlei hypocriete en misleidende uitspraken. Blijf nuchter, gebruik je verstand en laat je niets zomaar aanpraten.
Hij zegt er ook bij: "Aanvaard het lijden." Eigenlijk staat er gewoon één woord: "Lijd kwaad!" Dat is heel kort. Hoezo kwaad lijden? Het is niet aangenaam om alleen te staan, om eenzaam te zijn of een outcast te wezen. We hadden het er vorige week ook al even over toen het thema de strijd van het geloof was. Ach, weet u, wat stelt die strijd van ons nou voor? Heeft u wel eens geselingen meegemaakt? Hebben jullie gevangen gezeten? Als we de dingen opnoemen waarvan we lezen over de ervaringen van Paulus en de apostelen in het algemeen, dan beseffen we dat wij in enorme luxe leven. Maar het is wel zo dat je lijden ondervindt van de zijde van de "christenaars", omdat je eenzaam bent.
Ik denk dat het ontzettend goed is om daar alert op te zijn. Het is niet vreemd, het hoort erbij. Wees zelfs blij dat je daar niet bij hoeft te horen. Je hoeft er helemaal niets aparts voor te doen, maar blijf gewoon bij dat Woord. Dat is wat Paulus ook zegt: "Lijd kwaad." Wees bereid om die miskenning en die afwijzing te aanvaarden. "En doe het werk," zegt hij, "van een evangelist."
Nu was Timotheüs feitelijk geen evangelist. Die specifieke bedieningen van apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars horen bij de begintijd. Maar dat neemt niet weg dat je wel al het werk van een evangelist kunt doen. Dat zijn twee verschillende dingen. Ik kan mijn fiets maken – daar ben ik trouwens heel goed in – maar dan ben ik nog geen fietsenmaker. Paulus zegt tegen Timotheüs: doe het werk van een evangelist. Dat wil zeggen: wees iemand die het evangelie, het goede bericht, vertelt. Doe dat en verricht zo uw dienst ten volle. Daarbij verwijst hij ook naar wat hij zojuist had gezegd: dat de Schriften hem volledig zouden toerusten.
En nu ga ik u nog even meenemen naar een vers dat ik al even van tevoren had aangegeven. Ik neem u nog even mee terug naar vers 2.
Verkondig het Woord: Gelegen of Ongelegen ↑ hoofdstukken
Paulus voegt daar nog dit aan toe: verkondig – of letterlijk: heraut – het Woord. Verkondigen, dat is in het openbaar spreken. Dat is zeggen: verkondig het Woord. Geen mooie praatjes, geen preken, maar het Woord. Breng dat naar voren. Weet u wat het geweldige daarvan is? Het Woord is levend en krachtig. Dat hoef je niet te verdedigen. Je hoeft het alleen maar te laten zien en te laten klinken, en dan zal het altijd zijn werk doen. Het Woord keert nooit ledig weer. Ook als iemand het afwijst, keert het nooit ledig weer; het zal altijd zijn werk doen. En misschien wordt het jarenlang vergeten. Hoe zou dat in de opvoeding niet zo zijn? Je zou denken dat kinderen het vergeten, maar ze hebben het gehoord. Het Woord zal altijd zijn werk doen. Daarom: houd dat vast, maak dat bekend.
Dring erop aan. Eigenlijk staat er trouwens iets anders; er staat niet "dring erop aan". Je hoeft er niet agressief mee te doen. Nee, sta erop. Er staat letterlijk zelfs "opstaan". Sta op dat Woord, wijk daar niet vanaf. Terwijl iedereen afstand doet van het Woord, sta jij op dat Woord. Dat is precies wat geloof is; het heeft helemaal niets te maken met een wazige emotie of een bepaalde "feeling". Nee, je staat op het Woord. Daar oriënteer je je op, daar richt je je op, daar spreek je naar. Zo is dat. Het tegendeel heeft niet met emotie te maken, want emotie heeft te maken met beweging, terwijl erop staan te maken heeft met stabiliteit. Standvastig. Dat Woord verandert namelijk niet. Je emoties wel, maar het Woord niet. Sta daarop.
Gelegen of ongelegen. Of het je nu gelegen komt of ongelegen: geef het altijd de prioriteit. Nummer één namelijk. Zet het bovenaan. Al het andere komt "bovendien" – dat is trouwens een universele Bijbelse waarheid: zet het Woord op de eerste plaats en al het andere ontvangt u bovendien. Alles wat jij nodig hebt en waar je je zorgen over maakt... er is geen enkele reden voor zorg. Geef het Woord de prioriteit, zet het bovenaan en al het andere gaat – ja, hoe zou ik dat zeggen? – dat gaat gesneden. U zegt misschien: "Nou, dat is wel erg boud gezegd," maar het is zo. Als je het Woord de prioriteit geeft, dan zal al het andere je gewoon gegeven worden. De waarheid is simpel. Dit is zo’n prachtige Bijbel. Of het je nu gelegen komt of niet: doe het maar. Want juist dan zal het blijken. Sta erop, gelegen of ongelegen.
Wederleg. Er staat in het Grieks een woord dat in de NBG-vertaling bij andere gelegenheden wordt vertaald met "ontmaskeren". Dat is wat het is: iets blootleggen. Het is niet simpelweg wederleggen; je stelt dingen aan de kaak. In die zin laat je gewoon zien hoe het is. Dat is ook de reden waarom ik hier niet preek; ik wil u gewoon laten zien: kijk, dat staat er. En daar staat het nog een keer – een concordantie. Gewoon: kijk, daar staat het en daar staat het. Dit zegt men aan de ene kant, maar dit staat er aan de andere kant. Dat is "expose", blootstellen, gewoon ontmaskeren.
Bestraf – ja, maar wel in die volgorde uiteraard. Eigenlijk staat er trouwens "vermaan". Dat kun je doen, maar wel eerst ontmaskeren. Dát eerst: tentoonstellen. Je stelt het tentoon en daarmee ontmasker je ook. Wat daaruit volgt, is inderdaad dat je er boos om kunt worden en dat je het corrigeert. En er staat nog bij: bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting. Dat vind ik wel mooi: met alle geduld. Verdraag het zoals het is. De dingen zijn zoals ze zijn. Wat je niet kunt veranderen, neem het zoals het is. En dan vooral in verband met waar we het nu over hebben: de toestand in de godsdienstige, de christelijke wereld. Het is zo. Heb geduld. God gaat straks ingrijpen en de zaken daadwerkelijk aan de kaak stellen. Maar heb nu geduld en bemoedig. Je hebt een geweldig goed bericht, ondanks dat men ervan afwijkt.
Dat is iets wat ik me heel vaak realiseer. Aan de ene kant is daar de pijn – en ik meen dat zoals ik het zeg. Ik heb daar soms echt pijn van: het feit dat het zo algemeen afgewezen wordt, juist door hen die je potentieel als je medestanders beschouwt. Het gevaar is groot dat je, doordat je eenzaam bent, je vreugde laat ontnemen. Herkent u dat? Dat je je vreugde laat ontnemen doordat zij de blijde boodschap afwijzen. Maar dat is de omgekeerde wereld als je er goed over nadenkt. Word ik droevig omdat zíj de blijde boodschap afwijzen? Wees blij dat jíj de blijde boodschap kent! En dat daar niets aan verandert als iedereen het afwijst. Ik weet het, het is pijnlijk als juist zij het afwijzen die het voorgeven te weten, de "Jezus fanclub", zogezegd. Maar het is niet zo. Bemoedig, er is een blijtijding. Heb geduld, leer het, word daarin wijs en vertel deze dingen.
In deze hele tweede brief aan Timotheüs gaat het over dit onderwerp. Paulus geeft Timotheüs een boost; hij geeft hem echt een goed woord en maakt hem bekwaam om in die situatie staande te blijven. Ik denk dat er geen brief is die zo actueel is als de tweede Timotheüsbrief. Niets te verwachten van de christenheid, maar des te meer van Hem. En dat is het laatste wat ik erover wil zeggen: in die duisternis en te midden van al die deceptie en misleiding is daar een baken. Daar is die rots in de branding: dat Woord dat onveranderd is. Dat een goed bericht is, dat een levende God presenteert en dat zo blij maakt. Vertel het! En het loutere feit dat men daarvan afwijkt, laat dat je vreugde niet ontnemen. Het is juist een reden te meer om het des te krachtiger te verdedigen.
UltimateGoodNews