Op De Hoogte (2): De Berg Sinaï
25-05-2014 - Geplaatst door Andre PietGoedBericht-weekend 23-25 mei 2014 in Maarn
Bergen spelen in de Bijbel, vanaf het boek Genesis tot aan Openbaring, een grote rol. Denk aan de Ararat, aan Moria of Horeb. Of aan de Karmel, Sion en de Olijfberg. Of het gebergte van Efraim, Nebo of Hor, enz. Stuk voor stuk verwijst het naar hoogtepunten in de Bijbelse geschiedenis en profetie. Maar ook naar “de verborgenheid”…
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding: Typologie van de Koning-priester op de Hoogte
- Sinaï of Horeb: Brandende Braamstruik en Uitgedroogde Woestijn
- Exodus 19: de Ware Locatie en het Moment van de Wetgeving
- De Onvoorwaardelijke Belofte: een Koninkrijk van Priesters
- Het Drama Horeb: Israël Doet een Wettische Gelofte
- Galaten 4: de Dwaling Om Genade en Wet te Vermengen
- De Allegorie van Hagar en Sara: Twee Onverenigbare Verbonden
- Vrij van de Wet: Blijf Staan in de Ware Vrijheid
Inleiding: Typologie van de Koning-priester op de Hoogte ↑ hoofdstukken
Gisteravond was de eerste avond en toen hebben we ons beziggehouden met bergen in het algemeen. Het algemene thema van dit weekend is 'op de hoogte' – wel, dat is waar we voortdurend ook op geplaatst worden. Het is helemaal geen vermoeiend weekend; we hoeven niet te klimmen eigenlijk, we worden gewoon op de hoogte gesteld en daar houd ik wel van. We hebben gesproken over de symboliek, de typologie en dat wat er allemaal achter bergen steekt. We hebben een paar inleidende overwegingen gemaakt vanuit diverse Schriftplaatsen: uit Jesaja 40, 1 Korinthiërs 13, de Psalmen en ten slotte zijn we nog naar 1 Samuël 9 gegaan. Ik had gehoopt dat ik daar wat meer aandacht aan zou kunnen geven, maar de reden waarom ik erop gewezen heb, is omdat in dat hoofdstuk het begrip, de frase 'op de hoogte gesteld worden', 'op de hoogte gebracht worden' en 'naar de hoogte gaan', een centrale rol speelt.
Het gaat over Saul die gezalfd zou worden tot koning van Israël. Wat we daar zagen heeft alles te maken met de tegenwoordige tijd, en dat is ook een speciale reden waarom ik daar aandacht voor vroeg: namelijk die twee dagen, die twee millennia, die tweeduizend jaren. De tussentijd waarin wij nu leven, ongeveer aan het einde al van die periode, van die termijn. In die tijd is de kudde verborgen; Saul was op zoek naar de ezelinnen. Dan weet u meteen ook waar we mee vergeleken worden. Ik heb ooit eens iemand daar een uitgebreid verhaal horen houden over ezels en ezelinnen. Prachtig, waarom ze zulke grote oren hebben bijvoorbeeld. Ja, waarom heeft hij toch zulke grote oren? En wat een ezel altijd uitroept is de naam van God: 'I-ja!'. De naam van God aanroepen. Het is een nederig dier. Ze zeggen wel eens: een ezel is een vernederd paard.
Maar goed, die ezelinnen waren zoek. De kudde was zoek. Die twee dagen hebben te maken met verborgenheid, met het feit dat de dingen gezocht moeten worden. Maar het heeft ook te maken met de koning-priester, want Saul blijkt niet alleen maar koning te zijn, hij krijgt een priesterlijk deel. De typologie, de symboliek is daar op de hoogte; daar in Rama, de hoge plaats, daar is de koning-priester momenteel. En dan op de derde dag vindt daar die afdaling plaats. De derde dag, het derde millennium, dat wat er binnenkort gaat aanbreken; dat derde duizendtal jaren. Dan zal de koning-priester naar beneden gaan naar de stad en inderdaad zijn koningschap op zich nemen.
Dus die geschiedenis, dat verhaal over Saul daar op de hoogte gedurende die twee dagen en die derde dag, heeft alles te maken met de huidige periode waarin wij ook met hem op de hoogte gesteld zijn. Met hem – ik bedoel met Hem van wie Saul daar een type is, namelijk de Koning-priester. Wij bevinden ons daar ook in de hoogte. We zijn met Christus gesteld, gezet in de hemelse gewesten. De allerhoogste plaats delen wij met Hem. Het is een schitterende geschiedenis. Ik zei gisteren al dat we ons deze dagen in het bijzonder bezig gaan houden met bergen. Dat is het onderwerp nu helemaal. We zien op naar de bergen vanwaar onze hulp zal komen, maar vooral veel symboliek komt daarbij om de hoek kijken. Dan zie je dat er onder de oppervlakte van de Schrift zulke enorme rijkdommen verborgen liggen. En daar wil ik u als gids door dat Bijbelse berglandschap graag op wijzen.
Sinaï of Horeb: Brandende Braamstruik en Uitgedroogde Woestijn ↑ hoofdstukken
Vanmorgen wil ik u bepalen bij de berg Sinaï. Dat wat daarmee verband houdt, is een uitgebreid onderwerp, kan ik u wel zeggen, en er zijn slechts een paar dingen die ik daar zo voor het voetlicht kan brengen. In de eerste plaats even dit: ik ga het hebben over de berg Sinaï. Ik had ook kunnen zeggen dat ik het ga hebben over de berg Horeb, want bij nader inzien blijkt dat dat toch hetzelfde is. Het zijn verschillende namen; het zijn twee namen voor een en dezelfde berg of eventueel gebergte. Dat is soms misschien ook wel even aardig om dat in het algemeen te zeggen. Kijk, de Bijbel gebruikt daar het enkelvoud voor, maar dat hoeft nog niet eens te betekenen dat het één berg is, maar het kan ook het gebergte zijn. De berg of het gebergte, zodat daar verschillende bergtoppen ook mee bedoeld kunnen zijn.
Horeb is Sinaï. Het verschil zit hem vooral in het feit dat het verschillende betekenissen heeft. Horeb heeft – en dat is wel heel symbolisch ook weer – een wat negatieve connotatie, dat wil zeggen dat het een negatieve associatie met zich meebrengt, want het betekent 'uitgedroogd'. En ik weet al waarom. Dat wil zeggen, ik heb de dia's natuurlijk zelf gemaakt, dus ik heb me hiermee beziggehouden. Ik ga nu niet voor mijn beurt praten, maar houdt u hem even vast: het betekent 'uitgedroogd'. Waarom die negatieve klank? Wel, aan het eind van de diapresentatie weet u het ook.
Sinaï betekent of is afgeleid van een woord dat 'braamstruik' betekent. Het lijkt me ook niet zo moeilijk waarom het zo heet. Dus het komt er eigenlijk op neer dat die berg of dat gebergte zijn naam ontleent aan de geschiedenis die we juist als eerste daarvan vermeld vinden. Ik zal ook even een 'bonnetje' erbij leggen waarom het inderdaad zo is dat Horeb hetzelfde is als Sinaï. Ik neem u eerst even mee naar Exodus 3 vers 1. Daar lees je dit – ik lees trouwens in het algemeen deze dagen uit de NBG-vertaling, dat is wat ik gebruikelijk ben te doen. Er is vaak genoeg op aan te merken, dat geldt trouwens voor andere vertalingen ook, maar als dat aan de orde is of als ik op het spoor ben gekomen, dan laat ik dat niet na om dat even te vermelden.
Hier staat in Exodus 3 vers 1: "Eens, toen hij – daar gaat het over Mozes – de kudde naar de overkant van de woestijn geleid had, kwam hij bij de berg Gods, Horeb." En daar verscheen hem de Engel – dat is de Engel des HEREN – als een vuurvlam midden uit een braamstruik. Zie daar die braamstruik. Maar hier wordt die berg dus genoemd: de berg Gods. We zagen trouwens gisteren al in de psalm dat er sprake is van meerdere bergen, bergen Gods. Het gaat nu even om het punt dat Horeb inderdaad identiek is aan Sinaï. Hier lees je dus in Exodus 3 de Heer verschijnend bij de berg Gods, Horeb.
Maar als u in Handelingen 7, in de toespraak die Stefanus heeft gehouden, erop naslaat in vers 30: "En toen er veertig jaren voorbijgegaan waren, verscheen hem in de woestijn van de berg Sinaï een engel in de vlam van een brandende braamstruik." Hier zie je dus dat het om exact dezelfde geschiedenis gaat. Hier heet het de berg Horeb en daar heet het de berg Sinaï, waarmee is vastgesteld dat het inderdaad om hetzelfde gaat. Ik moet er wel bij zeggen dat in de Bijbel ook nog sprake is van de woestijn Sinaï, zodat ook het gebied daaromheen de naam daarvan heeft meegekregen. Ik kom er straks nog eventjes op terug.
Exodus 19: de Ware Locatie en het Moment van de Wetgeving ↑ hoofdstukken
Het eerste hoofdstuk waar ik u bij wil bepalen is Exodus 19. Nou ja, dat is niet helemaal waardig, want ik wees u net al op Exodus 3. Maar Exodus 19 gaat heel uitgebreid over de geschiedenissen, over dat wat er voorgevallen is daar op de berg Sinaï, en dat is buitengewoon essentieel. Laten we gewoon eens door dat hoofdstuk heen bladeren en vers voor vers kijken. We zullen later nog naar Galaten 4 toe gaan. Ik kan niet bij al die verzen al te uitgebreid stilstaan, maar om u enigszins een indruk te geven van wat er aan de hand is, denk ik dat we er goed aan doen om bij vers 1 te beginnen.
Je leest daar: "In de derde maand na de uittocht van de Israëlieten uit het land Egypte, op dezelfde dag" – dat wil zeggen: de dag dat de nieuwe maan of de nieuwe maand begon – "toen kwamen zij in de woestijn Sinaï." Hier zie je dus dat inderdaad ook het gebied eromheen de naam krijgt van die braamstruik. Ik zeg 'de nieuwe maand', en wat ik nu zeg is onomstreden. Veel van wat ik vertel dit weekend is niet echt onomstreden, maar dit wel. Het was namelijk in de periode vijftig dagen na de uittocht. De uittocht vond plaats op de vijftiende van de eerste maand, de dag dat later het Pesachfeest gevierd zou worden; het is daar allemaal aan ontleend. En nu zijn we inmiddels op de eerste dag van de derde maand, diezelfde dag, en dat betekent dat er inmiddels een periode van bijna vijftig dagen is gepasseerd.
Zodat – laat ik dat er dan ook meteen even bij zeggen – de wetgeving op Sinaï (dat is trouwens een bekend gegeven ook binnen het jodendom) plaatsvond tijdens Pinksteren. Het Wekenfeest, na een week van weken; dat wil zeggen 7 x 7 dagen, oftewel na 49 dagen de vijftigste dag. Dat is een hele frappante overeenkomst. Er is trouwens ook een tegenstelling, want u weet wat er gebeurde op de dag dat de wet gegeven werd. Bij de wetgeving stierven er drieduizend mensen, maar wat gebeurde er op de pinksterdag in Handelingen 2? Toen kwamen er drieduizend mensen tot geloof. Wet en Geest; ik zie de overeenkomst, maar ik zie net zo goed ook enorme contrasten. Dat zullen we vanmorgen nog wel meer zien.
Goed, de derde maand. Zo'n vijftien dagen bijna later na de uittocht kwamen ze daar in de woestijn Sinaï. Nadat zij van Refidim opgebroken waren, kwamen zij in de woestijn Sinaï en legerden zich in de woestijn. En Israël legerde zich daar tegenover de berg. Aha, dat is van belang, want daar hebben we het dit hele weekend over. Dan ga ik nu iets vertellen wat juist wel omstreden is, want daar is heel veel om te doen. Want ja, waar is dat dan? De gebruikelijke locatie die aangewezen wordt voor de berg Sinaï zou hier ergens moeten zijn. Ik realiseerde me deze week dat het precies dertig jaar geleden is dat ik daar op eerste paasdag naar boven ben geklommen. Dat was een hele klim op de berg die altijd wordt aangewezen. Daar onderaan die berg heb je het beroemde Katharinaklooster.
Toen op eerste paasdag ben ik naar boven geklommen en heb ik de zon boven dat gebergte zien opgaan. Een schitterende ervaring, moet ik zeggen. Als je dan op eerste paasdag op de top dat licht op ziet komen, de zon ziet verrijzen en de duisternis ziet verdwijnen op de berg waar God ooit de wet gaf... nou, dat is op zichzelf al een heel typologisch gebeuren. Maar later kwam ik erachter dat daar toch wel wat aantekeningen bij te plaatsen zijn. Ik ga dat nu niet helemaal uitleggen, want dat zou een heel uitgebreid verhaal worden waarom die berg niet daar gelegen is, maar aan de andere kant van de zee.
Dat wil zeggen: hier vond de doortocht plaats door de Rode Zee. Dat was niet een watertje hier, nee, dat was bij het huidige Nuweiba. Men trok daar door de Rode Zee en vervolgens kwam men in het gebied van Midian. Dat is hier, en dan moet hier ergens de berg Sinaï gelegen hebben. Die wordt door onderzoekers dan ook aangewezen met deze naam – het is een Arabische naam, dus ik doe maar geen moeite om die uit te spreken. En dat is dus in Arabië, en daar zullen we straks nog een hele treffende bevestiging van aantreffen. Dus wat mij betreft lijdt het eigenlijk geen echte twijfel meer dat het inderdaad niet hier, maar daar geweest moet zijn. Goed, dat even wat de precieze locatie van de berg Sinaï betreft.
De Onvoorwaardelijke Belofte: een Koninkrijk van Priesters ↑ hoofdstukken
We gaan verder, vers 3 in Exodus 19. Toen klom Mozes op tot God en de HERE riep tot hem vanaf de berg en zeide: "Zo zult gij zeggen tot het huis van Jakob en meedelen aan de Israëlieten." De adressering is volkomen duidelijk. En dat is van belang, want lees nou even verder: "Gij hebt gezien" – dat moest Mozes dus doorgeven – "gij hebt gezien," zo’n zeer zintuiglijke ervaring die ze hadden meegemaakt, indrukwekkend, "wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan, dat Ik u op arendsvleugelen gedragen heb en tot Mij gebracht heb." Tot Mij, hier bij deze locatie.
Nu dan. Indien gij aandachtig naar Mij luistert – dat is ook precies wat gehoorzamen is: gehoor geven aan. Dat betekent niet in de eerste plaats doen wat de ander zegt, maar horen naar. "Maar indien gij aandachtig naar Mij luistert en Mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken..." Goedemorgen Etienne. Heel erg bedankt. We spreken elkaar straks nog wel. Inclusief het excuus. "Indien gij aandachtig naar Mij luistert en Mijn verbond bewaart," dan... Mijn verbond. Welk verbond? Nou, dat verbond dat God ooit had gesloten met zijn voorvader Abraham. Dat verbond dat pure genade was, alleen maar belofte. "Indien gij aandachtig naar Mij luistert en Mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volkeren Mij ten eigendom zijn."
Dat is ook een aankondiging, een profetie. Als jullie werkelijk horen wat Ik te melden heb en Mijn verbondenheid met Mijn vriend Abraham, die onvoorwaardelijke belofte, als jullie dat zullen bewaren in het hart en het hier zijn plaats gaat krijgen, dan zult gij uit alle volkeren Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij. Dat wordt ook nog wel eens een keer aangehaald in de Psalmen, maar ook de apostel Paulus zegt: alles behoort Hem toe. Ja, ik weet dat dit voor velen een enorme ontdekking is. Dan is het ongeveer het eindpunt van je geloof. Gisteravond hadden we daar nog een gesprek over met mensen: het is ongeveer het eindpunt en het hoogste wat je kunt bereiken als je dan in je geloofsleven, aan het einde van je leven op je sterfbed, de ontdekking hebt gedaan van: "Ja, ik ben Zijn eigendom." Want ja, die is wel Zijn eigendom en die is niet Zijn eigendom.
Nou, het Evangelie is de geweldige boodschap dat elk mens – dat is gewoon de basis, het uitgangspunt – de ontdekking doet van: "Ja, ik ben Zijn eigendom." Nee, de boodschap van het Evangelie is geen eindpunt, het is het startpunt. Het is geen vraag, het is een uitroepteken. Alles behoort Hem toe. A: Hij is de Schepper van alles. B: Er is Iemand die wij kennen die Zichzelf gaf tot een losprijs voor allen. Allen zijn gekocht en betaald, zodat er een dubbele reden is. Dat is hun eten. Er is een dubbele reden waarom wij Zijn eigendom zijn: als Schepper, maar bovendien behoren we Hem toe als Redder. Dat is het geweldig goede bericht. Dat is geen vraag van: "Bent u wel Zijn eigendom?" Nee, dat is een aanzegging, dat is een aankondiging en dat is de basis van waaruit we leven: we behoren Hem toe.
Dat staat hier op: maar uit die volkeren – dat wordt tegen Israël, tegen het huis van Jakob gezet – dan zouden zíj Hem ten eigendom zijn, speciaal op een geheiligde, een afgezonderde wijze. "En gij" – jullie, meervoud, in ieder geval het volk – "gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk." Een geheiligd, een apart gezet volk. Dit zijn de woorden die gij, Mozes, tot de Israëlieten spreken zult. Welk volk is bestemd om een koninkrijk van priesters te zijn? En dat te midden van alle volkeren, dus ter onderscheiding van de natiën. Gewoon even lezen wat er staat. Ik weet wel, dan is het antwoord vaak: "Dat is de kerk." Nee, wat er staat is: dit zijn de woorden die gij tot de Israëlieten spreken zult.
U zegt: "Ja, maar is het niet zo dat Petrus ook in zijn brieven dit aanhaalt, en Openbaring 1?" Dan zeg je: "Ja, en dat bevestigt het juist zo geweldig." Want Petrus richt zich ook tot de besnijdenis. Volgens Galaten 2 vers 7 is Petrus een apostel van de besnijdenis. En als hij twee brieven schrijft, dan richt hij zich tot de besnijdenis, tot de gelovigen in de diaspora. Ja, die brieven gaan straks ook nog een heel bijzondere betekenis krijgen. Het boek Openbaring (Tito met een sterretje). Want ook het boek Openbaring gaat over de tijd dat de Heer Zich zal gaan openbaren. Dat betekent: het is de openbaring, niet van Johannes. De eerste regel in dat hele boek luidt: "De openbaring van Jezus Christus". Hij wordt openbaar, en in die tijd dat Hij openbaar zal worden, pakt Hij de draad weer op met het huis van Israël. En dan zal dat volk, de Israëlieten, gesteld worden tot een koninkrijk van priesters te midden van alle natiën. Zij zullen het kanaal worden waardoor vervolgens de hele wereld aan hen – maar ik moet meer zeggen: in het bijzonder aan de Vorst onder hen, de Koning-Priester Jezus de Messias – gesteld zal worden.
De Israëlieten, het koninkrijk van priesters; zij, het huis van Jakob, zijn daartoe bestemd. En wij – en ik zeg 'wij', wij die geloven, wij die geloof hebben ontvangen in deze periode – wij zijn verbonden met Hem daar in de hoogte, als het lichaam van de Christus, op een nog hogere plaats. Wij maken deel uit van Zijn lichaam, van Hemzelf, van de Messias, op het allerhoogste niveau. Het verschil moet er zijn, nietwaar? Ja, maar hier word je... hier zijn we gewoon – dat verzin je niet – op die hoogte gesteld. Vanuit de diepste diepte, terwijl we geen enkel recht hadden. Het was niet zo dat wij kon bogen op de belofte van: "Ja, maar wij hebben die belofte toch ooit gekregen." Nee, wij horen tot de natiën, tot de "hondjes", en juist bij mensen die geen enkele aanspraak konden maken, die Hem ook niet zochten.
Nee, maar Hij heeft ons getrokken uit de diepste diepte en geplaatst op de hoogste hoogte. Puur om dit. Te midden van de hele wereld die Zijn eigendom is, waar Hij ook Zijn bestemming heeft, heeft Hij daarin gradaties. Gradaties, dat wil zeggen: mensen die Hij hier stelt en mensen die Hij daar stelt. De Israëlieten zijn gesteld om een koninkrijk van priesters te zijn te midden van de volken. En het feit dat Petrus en Johannes – en Jakobus zou ik er ook nog bij kunnen noemen – daar ook over spreken, dat bevestigt exact waar we het over hebben. Want die drie, de twaalf in het algemeen, richten zich tot Israël, de besnijdenis. Nou, dat wordt daar zo vermeld. Laten we verder gaan.
Het Drama Horeb: Israël Doet een Wettische Gelofte ↑ hoofdstukken
Mozes kwam en ontbood de oudsten van het volk. Hij legde hun al deze woorden voor die de HERE hem geboden had. Het hele volk moest goed opletten wat er op dat moment gebeurde. Dit is niet Rama, dit is drama. Voor degenen die er gisteren niet waren: we hebben het even over Rama gehad. Rama, de plek waar Samuël woonde, betekent 'hoge plaats'. Maar wat hier plaatsvindt, is een drama.
Want wat doet het volk Israël nu? Het hele volk antwoordde eenparig, zonder dissidenten dus kennelijk. Heel het volk heeft eenparig geantwoord, en niet alleen eenparig, maar bovendien ook nog heel plechtig. Het is een gelofte die men niet alleen naar elkaar toe uitsprak, maar naar God toe. Dan moet je echt van goede huizen komen. Of nou ja, 'van goede huizen' is misschien niet de meest verstandige uitdrukking, want u weet: belofte maakt schuld. Als je een belofte gedaan hebt, dan ben je schuldig om dat ook te realiseren.
Hier doet het volk een belofte. Moet je nagaan: ooit had God beloften gegeven aan Abraham. Die waren onvoorwaardelijk. Dat was al 430 jaar hiervoor gebeurd. Onvoorwaardelijk, en het volk rustte daarin. Met zulke beloften op zak ben je onaantastbaar. Natuurlijk kon er genoeg op hen aan te merken zijn; dat is ook zo opvallend in die hele woestijnreis. We hebben al een aantal hoofdstukken gehad vanaf de uittocht tot aan de aankomst bij deze berg. Het volk had geklaagd en allerlei dingen gedaan waar je niet echt trots op zou zijn, maar er is geen enkele dode gevallen. Dat gebeurde pas vanaf dit moment. Voorheen rustte men in de belofte.
Wat gebeurt er nu? Het hele volk antwoordt eenparig: "Alles wat de HERE gesproken heeft, zullen wij doen." Dat is nogal wat: alles. Mozes bracht de woorden van het volk weer aan de HERE over. Eerst had de HERE gesproken en Zijn belofte onvoorwaardelijk gegeven. Nu zegt het volk: "Wacht even, wij beloven van onze kant dat wij alles gaan doen." Alles zullen we doen. Niet proberen, nee: "Alles zullen wij doen wat de HERE geboden heeft." Dat is inderdaad een gelofte. Zoals wij verschil maken tussen een belofte en een gelofte: een belofte is vooral wat God doet; een gelofte is een belofte die de mens doet aan God.
Dat hebben ze geweten. Eigenlijk is dit ook al de essentie van het drama Horeb, van de wetgeving en het oude verbond. Als je de rest van dit hoofdstuk leest, staat alles in dat teken. Het gaat vanaf nu afhangen van de mens. God test dat ook uit; Hij demonstreert wat er gebeurt als een mens iets belooft aan God en als een mens zegt: "Onze activiteiten zijn bepalend." Eigenlijk is dit precies wat religie in het algemeen is: de mens wil iets doen voor God. Iets... alles! Dat beloven ze, en dat is fataal.
Ik zal het u laten zien, want de eerstvolgende regel maakt het al duidelijk. Daarna zei de HERE tot Mozes: "Zie, Ik kom tot u in een donkere wolk." Dat is nog maar het eerste. Een donkere wolk is bij ons zelfs spreekwoordelijk: "Donkere wolken pakken zich samen." Dat is wat hier ook gebeurt. God komt in een donkere wolk, opdat het volk kan horen wanneer Hij met Mozes spreekt en zij ook voor altoos in hem geloven. Mozes deelde de woorden van het volk weer aan de HERE mede.
Vervolgens zei de HERE dat Mozes naar het volk moest gaan om hen vandaag en morgen te heiligen. Laten zij hun klederen wassen. Er gaat iets heel bijzonders gebeuren op die vijftigste dag. Ik gebruikte gisteren een beeldspraak over bepaalde dingen waar je over struikelt als je het eenmaal gezien hebt. Soms zeggen mensen: "Ik kan het nergens in de Bijbel vinden," en dan denk ik: "Goh, ik kan de Bijbel niet opslaan of ik zie het juist wel." Je zou haast denken dat we heel verschillende Bijbels lezen.
We hadden het over de derde dag. Aan de ene kant is wat je hier ziet in Exodus 19 een contrast met wat er straks gaat plaatsvinden; je ziet de schaduwzijde. Aan de andere kant zie je hier een geweldige parallel. Wat er gebeurde op de Sinaï is donker en duister. Het is gebaseerd op wat de mens doet voor God en wat de mens denkt te kunnen. In die zin is het duister, dood en veroordeling. Daar staat de berg Sinaï model voor. Aan de andere kant zie je hier juist de contouren van het nieuwe verbond. Het is dus zowel tegenstelling en contrast als overeenkomst. Beide wil ik u laten zien.
De HERE zegt tegen Mozes dat het volk zich twee dagen lang moet heiligen. Op de derde dag zullen zij gereed zijn. Laat ik het lezen: "Tegen de derde dag zullen zij gereed zijn." Dat wil zeggen: in staat om Mij te ontvangen en om dat alles mee te maken. "Want op de derde dag zal de HERE nederdalen voor de ogen van het gehele volk." Als ik dit zeg, zie je zo duidelijk weer andere lijnen. Want wat gebeurt er straks als God een nieuw verbond zal sluiten met het volk Israël? Dan zal Hij ook nederdalen voor de ogen van het totale volk. Wanneer zal dat zijn? Op de derde dag. Zo staat het ook echt in Hosea 6: "Na twee dagen zal het volk verrijzen en op de derde dag zal Ik, de HERE, tot u komen."
Mensen zeggen soms: "Je weet nooit de dag." Ja hoor, wij weten wel de dag! De HERE heeft gezegd: "Op de derde dag zal Ik komen." Het is cryptisch, maar het mooie is dat de Schrift zichzelf uitlegt, dus je weet wanneer je het kunt verwachten. Wanneer zal de HERE nederdalen? Op de derde dag. Dat zie je hier dus al uitgebeeld. Maar goed, hier gaat het dus nog strikt genomen over het oude verbond. De HERE zal nederdalen voor de ogen van het gehele volk op de berg Sinaï.
In vers 12 zie je meteen de sfeer waarin dat oude verbond plaatsvindt. We zagen al een donkere wolk en een volk dat een gelofte doet. Hier zie je dat nog verder uitgebreid: "Daarom zult gij het volk buiten een bepaalde kring houden," op afstand dus. "Wacht u er voor de berg te bestijgen of maar de voet ervan aan te raken. Ieder die de berg aanraakt, zal zeker ter dood gebracht worden." Raak niet, smaak niet, roer niet aan!
Ik weet niet in hoeverre u vertrouwd bent met het Oude Testament en de wetgeving, maar wat je hier ziet is precies wat Paulus vaststelt in 2 Korinther 3, waarin hij het oude verbond plaatst tegenover het nieuwe verbond. Hij noemt het een bediening van veroordeling. Dat is echt wat er gebeurde daar bij het oude verbond en alles wat daarmee samenhangt. Natuurlijk straalt er licht vanuit, dat is waar. Ik kan u echt aanbevelen om 2 Korinther 3 eens rustig te lezen, want dat is een heel centraal hoofdstuk. Daarin wordt toegelicht hoe dat nu zit met het verschil tussen het oude verbond en het nieuwe verbond. Het was verheerlijkt, want ook Mozes' aangezicht straalde, maar in vergelijking met het nieuwe verbond is het duisternis.
Paulus noemt het een bediening van veroordeling en een bediening van de dood. Dat zie je hier ook, want degene die de berg zou aanraken – die omwonden was van duisternis, wat ook al zo typerend is – zou ter dood gebracht worden.
Vers 13 geeft een nadere bevestiging: "Geen hand zal hem aanraken, want men zal zeker gestenigd of met pijlen doorschoten worden; hetzij dier, hetzij mens, hij zal niet blijven leven." Eerst bij de langgerekte toon van de hoorn – de jubelende hoorn, een speciaal instrument voor de gelegenheid – mogen zij de berg bestijgen.
En dan lees je vers 14: "Toen daalde Mozes van de berg af naar het volk. Hij heiligde het volk en zij wiesen hun klederen." En hij zei tot het volk: "Weest over drie dagen gereed" – dat wil zeggen: op de derde dag zijn jullie gereed – "nadert niet tot een vrouw." Geen gemeenschap inderdaad.
Ik heb hier een link geplaatst naar Hosea 3, en die is ook weer zo mooi. Kent u de geschiedenis van Hosea? Hij moest die vrouw kopen, een hoer. Maar de prijs was al betaald voor die vrouw. Zij zou zijn vrouw worden, maar eerst is er, nadat de prijs betaald is, een merkwaardige gang van zaken. De profeet Hosea moest de boodschap die hij uitsprak ook manifest maken, zichtbaar maken. Die vrouw wordt dan gekocht en dan lees je dat hij gedurende een periode geen gemeenschap met haar zou hebben. Pas daarna zou er gemeenschap zijn: eenheid, het feest, het bruiloftsfeest.
Vervolgens in Hosea 6 – ik wees er zojuist al op – is dat dan de derde dag na tweeduizend jaren. Dan zal het volk geworven worden als bruid en zal er gemeenschap zijn. Een eenheid, een feest tussen de bruidegom en de bruid. Er zal een geweldig feest gevierd worden; die derde dag is één groot feest, één groot bruiloftsfeest. Op de derde dag was er een bruiloft en toen werd er water in wijn veranderd. Maar dat is weer een ander hoofdstuk. Zo hoppen we inderdaad van de ene schriftplaats naar de andere schriftplaats.
Het geweldige is als je de structuren onder de oppervlakte gaat zien. Hoe wonderlijk! Dat verzint geen mens. Nee, dat is nu juist het levende, krachtige woord van God. Dat zijn de Schriften; dat is levend en zo gestructureerd. Dan zie je dit soort associaties, maar mensen struikelen hierover. Mensen in het christendom lezen de Bijbel nog steeds met een wettische bril. Wanneer ze de Bijbel openslaan, denken ze vooral: wat kan ik hieruit leren en wat moet ik nu doen? Niet: wie is Hij, wat kan Hij door mij heen doen, wat is Hij voornemens en wat zijn Zijn beloften? Nee, het is vooral een last. Men leest de Bijbel nog steeds in het licht – of in de duisternis, kan ik beter zeggen – van Sinaï. Men leeft nog steeds bij de berg Sinaï, altijd maar onder een last, onder een wet, in plaats van in de vrijheid.
Ik lees verder: "En het geschiedde op de derde dag, toen het morgen werd, dat er donderslagen en bliksemstralen en een zware wolk op de berg waren en zeer sterk bazuingeschal, zodat al het volk dat in de legerplaats was, beefde." Ik heb hier meteen een toelichting bij geplaatst vanuit Hebreeën 10, waar over de wet een schitterend statement staat. Dat was voor mij zo'n enorme eye-opener toen ik Hebreeën 10 vers 1 las, want daar zit zoveel in. De schrijver zegt daar dit over de wet, het oude verbond: "Dat heeft een schaduw van de toekomende goede dingen." Een schaduw; de wet is schaduw.
Kijk, van een schaduw kun je zeggen dat daar licht voor nodig is. Degene die in het licht staat, veroorzaakt de schaduw. Wat je ziet in de wet, is in zichzelf duisternis – dat is namelijk wat schaduw is – maar degene die in het licht gesteld wordt, die zie je niet. Je ziet echter wel de contouren ervan. Dat is zo’n vers, maar ik heb het u in het voorgaande al diverse keren voorgelezen. In dit vers zie je beide elementen. Je ziet aan de ene kant de schaduw: de zware wolken, de donderslagen, de bliksemstralen, de veroordeling en het verbod om de berg aan te raken op straffe van de dood. Al dat soort elementen vormt de schaduw.
Tegelijkertijd zie je ook de contouren van dat wat gaat komen, namelijk dat op de derde dag de Heer neerdaalt ten aanschouwe van het volk met luid bazuingeschal. Dat zijn de contouren, dat is wat grenst aan het licht, waardoor je ziet waar het op uitloopt. Beide elementen zie je in de wet: de schaduw en tegelijkertijd de contouren van het licht.
"Toen leidde Mozes het volk uit de legerplaats, God tegemoet, en zij stelden zich op onderaan de berg. En de berg Sinaï stond geheel in rook, omdat de HERE daarop neerdaalde in vuur. De rook daarvan steeg op als de rook van een oven en de hele berg beefde zeer." Ziet u hoe angstaanjagend en schrikwekkend dit is? Dat wordt hier op alle mogelijke manieren beschreven hoe die berg Sinaï inderdaad een embleem is van dat oude verbond: een bediening van de dood, een bediening van veroordeling. "Het geluid van de bazuin werd gaandeweg zeer sterk; Mozes sprak en God antwoordde hem in de donder."
Vervolgens lees je in vers 25: "En Mozes daalde af tot het volk en zeide het hun." En dan krijg je het beroemde Exodus 20, wat in menig kerkgemeenschap elke zondag wordt gelezen: de tien geboden, of beter: de tien woorden. Daar gaan we het nu niet over hebben. Maar men stelt zich inderdaad op bij de berg Sinaï en realiseert zich niet dat dit woorden zijn die gericht zijn aan het huis van Israël. Bovendien is de setting dat het volk een gelofte had gedaan: "Alles wat de HERE gesproken heeft, zullen wij doen."
Bij de eerste de beste gelegenheid nadat God die stenen tafelen gegeven had, wat gebeurde ermee? Ze werden gebroken. Ook dat is symbolisch. Wanneer God Zijn wet geeft, is het eerste wat er moet gebeuren dat ze breken; ze vallen in duigen, in duizend stukjes. Er blijft niets van over. Dat is wat er gebeurt wanneer men het woord van God opvat als iets wat wij moeten doen, als een last op onze schouders. Pas de tweede keer wordt het anders, bij de tweede set stenen tafelen. Goed, dit was Exodus 19. Exodus 19 is de inleiding tot Exodus 20, dat is logisch. Maar het vertelt inderdaad wat de berg Sinaï voorstelt en waar deze voor staat: veroordeling en de doodstraf. Nu gaan we naar het Nieuwe Testament toe.
Galaten 4: de Dwaling Om Genade en Wet te Vermengen ↑ hoofdstukken
We gaan naar Galaten 4. In de Galatenbrief bespreekt de apostel Paulus een heel elementair probleem. De dwaling die hij in Galaten bespreekt, waar hij zich over uitlaat en wat hij in het licht stelt, is zo essentieel omdat de kern van het probleem in Galatië was dat men wet en genade wilde vermengen. Men was wel tot geloof gekomen, er is genade, maar... tja. Vervolgens werden er toch weer zoveel dingen op de mens gelegd.
De mensen onder wie dit in Galatië speelde, waren zelf uit de natieën tot geloof gekomen. Ze hadden een totaal heidense achtergrond; ik zeg niet onreligieus, maar ze hadden in ieder geval geen achtergrond vanuit het judaïsme. En nu kwamen er judaïsten en die zeiden: "Jullie zijn nu wel gelovigen geworden, maar als je echt wilt perfectioneren, zul je ook de spijswetten moeten houden. Je moet je besnijden. Je zult ook de sabbat moeten houden en de feestdagen, de hoogtijden die God aan Israël heeft gegeven. Die zul je ook moeten onderhouden."
Paulus trekt bijzonder fel van leer, want hier was de genade in het geding. Hij zegt zelfs: "Wat jullie vertellen, of wat er onder jullie nu verteld wordt, dat is geen evangelie." Hij spreekt er in Galaten 1 zelfs zijn anathema over uit. Waarom? Omdat het evangelie van genade in het geding is. Als het gratis en vrij is, en vrij maakt, dan kan daar geen water bij de wijn gedaan worden. Het is namelijk óf gratis, óf het is niet gratis. Zoals ik van de week in een blogje ook nog uiteenzette — het staat me nog allemaal erg vers in het geheugen — "een beetje gratis", dat bestaat niet. En dat is precies wat er in Galatië wel gepredikt werd.
Nu, dan zegt hij in Galaten 4 vers 21: "Zeg mij, gij die onder de wet wilt staan..." Jullie willen zo graag onder de wet staan? Nou, zegt hij, luisteren jullie dan niet naar de wet? Jullie willen je gaan oriënteren op de boeken van Mozes? Prima, doe dat dan ook eens echt goed. Luistert gij niet naar de wet?
Aan de hand van geschiedenissen die we lezen in de Torah, in de boeken van Mozes — in dit geval van Hagar, Sara, Ismaël en Isaak — gaat hij iets duidelijk maken. Hij zegt: "Jullie willen onder de wet staan? Jullie willen de sabbat gaan houden? Jullie willen je laten besnijden? Jullie menen dat allemaal te moeten gaan doen, zonder je te realiseren dat het aan het huis van Israël gericht is? Bovendien was het het oude verbond." Kortom, allerlei dingen zien jullie volkomen over het hoofd. Maar luister nu eens echt naar de wet. Eigenlijk wordt hen kwalijk genomen dat ze zelf al niet die conclusie hadden getrokken en die les hadden geleerd. Wat Paulus nu gaat doen in het navolgende, is de typologie laten zien van wat bepaalde geschiedenissen uitbeelden. Hij zegt dit in vers 22.
De Allegorie van Hagar en Sara: Twee Onverenigbare Verbonden ↑ hoofdstukken
Er staat immers geschreven dat Abraham twee zonen had: één bij de slavin en één bij de vrije vrouw. Dat wil zeggen: Hagar en Sarah. Hier wordt verondersteld dat u die geschiedenis kent. De Galaten kenden die geschiedenis uiteraard ook, en zeker zij die hen onder de wet wilden plaatsen. Er wordt gezegd dat de zoon van de slavin naar het vlees verwekt was. Om het geheugen even op te frissen: aan Abraham was de belofte gedaan dat zijn nageslacht zou zijn als de sterren aan de hemel en als het zand aan de oever van de zee. Maar de vervulling van die belofte bleef op zich wachten.
Toen werd de gedachte geopperd — ik geloof eerst door Sarah — of ze God niet een handje moesten helpen. Ik zeg het nu even met mijn eigen woorden, maar daar kwam het op neer. Abraham verwekte vervolgens een kind bij de slavin, Hagar. Maar de zoon van de slavin was naar het vlees verwekt; dat wil zeggen: niet naar de belofte. Wanneer God een belofte geeft, dan vervult Hij die. Daar hoeft een mens niet aan mee te helpen. De normale gang van zaken zou zijn dat er via Sarah een kind geboren werd, maar Sarah was onvruchtbaar en bovendien al ver over de leeftijd heen om überhaupt nog kinderen te kunnen krijgen. Kortom: men dacht dat God het wel anders bedoeld zou hebben en dus ondernam Abraham zelf actie om het anders te regelen. Dat is typisch het vlees. Heel godsdienstig? Dat wel, want hij was nog steeds gericht op de belofte die God gedaan had. Maar hij wilde God helpen; hij dacht dat God hem nodig had. Dat zie je telkens weer bij de aartsvaders. Vooral bij zijn kleinzoon Jakob zie je dat terug; hij dacht ook iedere keer dat hij God een handje moest helpen. Dat is typisch godsdienst.
Terwijl de zoon van de slavin naar het vlees verwekt was, werd de zoon van de vrije vrouw, Sarah, verwekt door de belofte. Uiteindelijk bleek Sarah inderdaad zwanger. Medisch gezien kon dat volstrekt niet, maar het gebeurde wel omdat God het gaf. Abraham kreeg zijn potentie terug, Sarah werd vruchtbaar en zij beleefden de vreugde. Dat kind heette 'Lachen', Jitschak: 'hij zal lachen'. Dat is ook weer typerend voor de belofte van God. God geeft een belofte en Hij vervult die; Hij doet alles. De mens kijkt ernaar, wordt blij en niets rust op de mens. Hoe menselijk blijkt het echter te zijn om juist weer godsdienstig te worden en, zoals Abraham meende te moeten doen, naar het vlees te verwekken. Wet versus belofte.
Paulus refereert hier aan de geschiedenis in het boek Genesis en zegt dat dit iets is waarin een diepere zin ligt, een diepere betekenis. Er staat letterlijk dat dit een allegorie is; een verhaal met een diepere betekenis onder de oppervlakte. Het is niet alleen de geschiedenis zelf, maar het staat voor veel grotere waarheden. Wees gewaarschuwd: dat is in de Bijbel altijd zo. Onder de oppervlakte vind je juist de grootste rijkdommen; goud ligt altijd dieper. Dit is iets waarin een diepere zin ligt, want dit zijn twee verbonden, zegt Paulus. Ik wees al eerder op het verbond dat God ooit sloot met Abraham, een verbond van louter belofte. Daartegenover staat het verbond bij de berg Sinai, het verbond dat in het teken staat van het volk dat belooft alles te zullen doen. Vandaar die duisternis, de bliksemstralen, de donderslagen en de dreiging van de dood.
Dit zijn twee verbonden. Het ene verbond is van de berg Sinai — en daar hebben we meteen het geïnspireerde commentaar waar de berg Sinai voor staat. We hebben het er vanmorgen over: waar staat die berg voor? Wel, we worden op onze wenken bediend, want de apostel Paulus legt het in één statement heel duidelijk uit: het ene verbond van de berg Sinai baart slaven, en dat is Hagar. Wat daar gebeurde, brengt slavernij en gebondenheid voort. Paulus zegt: dat is Hagar. Hij wijst het aan en gaat nog verder. Het woord Hagar staat voor de berg Sinai in Arabië. Men heeft daaruit afgeleid dat 'Hagar' in het Arabisch de naam voor de berg Sinai zou zijn, alsof dat de Arabische naam is, maar dat is een interpretatie. Het punt is dat Hagar staat voor de berg Sinai in Arabië. Hier hebben we dus meteen weer een bevestiging van waar we het eerder over hadden: dat die berg Sinai niet daar in de woestijn ligt, maar in Arabië. Er is daar veel meer over te zeggen, maar ik vind dit een bijzondere bevestiging van die waarheid.
Het woord Hagar staat dus voor de berg Sinai in Arabië. Paulus legt het nader uit: het staat op één lijn met het tegenwoordige Jeruzalem. Dat is, met haar kinderen, in slavernij. Jeruzalem als stad, als embleem van het jodendom en het judaïsme, met al haar geboden en lasten. Paulus wist waar hij het over had, want hij kwam zelf uit het jodendom en had het daarin verder gebracht dan velen van zijn tijdgenoten. In Galaten 1 had hij zijn eigen verhaal al verteld over zijn relatie met het jodendom. Paulus wist waar hij het over had en zegt: dat is slavernij. Men is heel godsdienstig bezig en denkt God welgevallig te zijn, maar men is zelf maar bezig naar het vlees te verwekken. Wat het produceert, is in werkelijkheid slavernij.
Maar het opwaartse Jeruzalem — het woord 'hemels' staat er eigenlijk niet; er wordt een voorzetsel gebruikt dat omhoog wijst — het Jeruzalem dat naar boven gericht is, is vrij. Paulus wijst hier op het gelovig overblijfsel onder Israël; zij die de Messias hadden leren kennen en ook de vrijheid in Hem. Hij zegt: dat is vrijheid, dat is onze moeder. In Galaten 4 gaat het niet om de vraag wie je vader is, maar wie je moeder is. Is Hagar je moeder of is Sarah je moeder? Laten we dat verder lezen in vers 28: "En wij, broeders, zijn, evenals Isaak, kinderen van de belofte." Kinderen van de belofte zijn verkregen puur op grond van Gods belofte. God realiseert alles, en vandaar ook de vreugde. Dat is wat Paulus tegen hen zegt: jullie hebben van mij het goede bericht vernomen over wie God is, over de losprijs die betaald is en het feit dat je Zijn eigendom bent. Dat je mag leven in vrijheid, omdat Hij alles doet. Paulus is in deze hele brief bijzonder emotioneel in zijn toonzetting. In Galaten 3 vraagt hij: "Uitzinnigen, wie heeft u betoverd?" Of zoals de Engelse vertaling zegt: "Who put a spell on you?"
Wat is er gebeurd met jullie? Jullie zijn geplaatst in de vrijheid, en met alle effecten van dien, want je leest dat in Galaten 3. Ze waren zo enorm blij; er ging zoveel van uit. En toen kwamen er mensen die zeiden: "Ja, maar zo makkelijk gaat het allemaal niet." En vervolgens wordt er een last op de mens gelegd. En zo gaat het altijd, mensen.
Want wat er hier in Galatië speelde... denk nou niet dat dit een probleem was dat alleen toen daar speelde, in die landstreek in het huidige Turkije. Wat een eigenaardig probleem toen daar eigenlijk, zeg. Waarom zou daar een brief aan gewijd moeten worden en waarom zou dat moeten staan in de Bijbel? Dit is het probleem waar Paulus voortdurend op stuitte, namelijk dat genade verruild wordt. Hoe haalt men het in het hoofd? Krijgt men het voor elkaar? Moet je nagaan, docent Nederlands... maar hoe haalt men het in het hoofd?
Paulus zegt: "Jullie zijn kinderen van de belofte." Hoe kunnen jullie nu weer keren en onder de wet gebracht worden? Dan zegt hij erbij in vers 29: "Maar zoals destijds hij die naar het vlees verwekt was, hem die naar de geest verwekt was, vervolgde, zo ook nu." Dat is bijzonder en daar wil ik toch even uw aandacht voor vragen, want zo was het niet alleen in Paulus’ dagen, maar nu nog steeds.
Als je een kind van Sara bent, uit de belofte bent geboren, niet onder de wet staat, in vrijheid staat en de vreugde kent, wees er dan op verdacht dat je vervolgd wordt door degenen die in het huis van Hagar groot worden: Ismaël. En dat was inderdaad zo. Wat Paulus hier zegt — "zo ook nu" — gold ook in Galatië. Degenen die vasthielden aan de boodschap van Paulus — van genade, van ruimte, van vrijheid — die kregen het zwaar te verduren.
Ik heb dit weekend diverse verhalen gehoord en iedere keer is dit het verhaal. Dat kan soms heel heftig zijn. Ik hoorde zojuist, voorafgaand aan deze studie, ook weer zo'n verhaal over wat voor verzet de boodschap van Paulus oproept vanuit het huis van Hagar. Onder de wet wordt altijd een last opgelegd en ingeperkt. Met name als je spreekt over genade, rijk en vrij, dat de prijs voor allen betaald is en dat Hij de Redder van allen is... dan ben je de duivel zelf. Dat is wat er gebeurt, en nog steeds is dat vervolging.
Want God, de belofte, oftewel "naar de geest verwekt", staat tegenover vlees. Vlees staat tegenover geest. De belofte oriënteert zich op wie Hij is en op alles wat Hij bewerkt. Laat ik nog even verder lezen. "Wat zegt het Schriftwoord?" Het Schriftwoord zegt dit — en dat wordt van Godswege tegen Abraham gezegd: "Zend de slavin weg met haar zoon, want de zoon van de slavin zal in geen geval erven met de zoon van de vrije."
Die twee staan tegenover elkaar. Het is de een erin, dan de ander eruit. Maar niet bij elkaar, dat past niet. Wet en genade passen niet. Never, nooit. Religie en het evangelie, het goede bericht van Zijn genade, past niet. Vandaar dat Abraham dit te doen stond. Hij zendt de zoon weg, Hagar ook, met een belofte, maar bij elkaar blijven was onmogelijk.
Wat Paulus hieruit onderwijst, is de tegenstelling tussen wet en genade, tussen vlees en geest, tussen werken en dat wat Hij doet. De vrucht van de geest trouwens — dat was het onderwerp van vorig jaar: de vrucht van de geest. Daarom zegt Paulus in Galaten 4 vers 31: "Daarom, broeders, zijn wij geen kinderen van een slavin, maar van de vrije." Wees je daarvan bewust. Dat is eigenlijk de conclusie uit het hele voorgaande.
Vrij van de Wet: Blijf Staan in de Ware Vrijheid ↑ hoofdstukken
Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn tot de vrijheid. Vrijheid, dat is wat er staat. Christus heeft ons vrijgemaakt. En waarover gaat het hier? Over het vrij zijn van de wet, vrij van het oude verbond. God is het die in ons en door ons Zijn werk doet. En wat zou een mens dan doen? Omhoog kijken.
Laat je geen last opleggen. Houd dus stand. Dat wil ik zeggen: wees staande. God wekt uit de doden op, Hij verwekt uit de dood nieuw leven en Hij zegt: sta daarop. Sta daarin in die ruimte, op die solide grondslag, op die bergtop om zo te zeggen. En laat je niet opnieuw een juk, een slavenjuk opleggen.
Sta in die vrijheid. Wees je bewust van de vervolging die je vanuit het huis van Hagar te verduren krijgt, want die is daar automatisch aan verbonden. Want dat is allemaal – ik weet het, het is alom het verhaal – telkens weer een keer in het refrein: "Als je het evangelie vertelt, is het veel te makkelijk, is het veel te ruim, is het veel te mooi." Maar daarom is het ook een evangelie, mensen!
Wat het uitwerkt, wat het aan vrucht produceert, dat is zo geweldig. Niet die last, niet bij de berg Sinaï, maar in de ruimte waarin het evangelie van Paulus ons plaatst. De boodschap van vrijheid, van genade. Hij doet alles en dat betekent dus ook dat alle eer aan Hem is.
UltimateGoodNews