onze logische eredienst
02-04-2017 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op 2 april 2017 te Rotterdam EH
Nadat Paulus “het goede bericht van God” uitgebreid uiteengezet heeft in elf hoofdstukken en dit afsloot in een magistrale samenvatting en lofprijzing, vangt vervolgens een praktisch deel aan. En volkomen logisch sluit het er op aan. Naadloos. Zo geweldig als “de leer” is, zo geweldig is het ook dit in onze wandel te mogen ondervinden en beleven.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
De Theorie en Praktijk in de Romeinenbrief ↑ hoofdstukken
Een hele goede morgen, vrienden, dames en heren, jongens en meisjes. Goed u hier op deze stralende zondag te mogen treffen. Ik wil vanmorgen inderdaad uw aandacht eens vragen voor de verzen die zojuist zijn gelezen. Het zijn er maar drie, precies in het midden – in ieder geval thematisch – in het centrum van de Romeinenbrief.
Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat wat we gelezen hebben, op het breukvlak ligt van de twee hoofddelen van de Romeinenbrief. De brief valt uiteen in twee delen. Het eerste deel, hoofdstuk 1 tot en met hoofdstuk 11, waarvan we zojuist het slotvers hebben gelezen, bevat het onderwijs en de leer; dat wat Paulus te melden heeft. Men noemt het ook wel theorie, maar dat klinkt mij net even te abstract. Maar goed, daar zullen we nu verder niet te zwaar aan tillen.
Het tweede deel, vanaf hoofdstuk 12 tot aan het einde van het 16e hoofdstuk, gaat heel specifiek over de praktijk. Dat lijkt mij nogal duidelijk: het gaat over de toepassing van de leer en het onderwijs dat Paulus eerst heeft gegeven. Daar zit een hele logische connectie tussen; het is een logisch verband. Het één staat direct in verband met het ander. Dat wil zeggen dat de praktijk niet een losstaand onderwerp is, maar niets anders dan een logisch uitvloeisel van de leer.
Daarmee heb ik feitelijk in de kiem samengevat wat ik u vanmorgen wil laten zien, maar daar is toch nog wel wat meer over te melden dan dit alleen: onze logische eredienst. We hebben het zojuist gelezen; het werd voorgelezen uit de NBG-vertaling. Ik wil u vanmorgen echter iets preciezer bij de tekst bepalen met een meer woord-voor-woordweergave; u ziet dat ook in de interlineair daaronder. Eerst even dit.
Alles Is uit Hem, Door Hem en tot in Hem ↑ hoofdstukken
Ik zei al, dat eerste deel sluit af met vers 36 van Romeinen 11. En dat is zo'n magistraal vers. Het is niet alleen de afsluiting van een ode, een lofzang aan God, maar het is feitelijk ook de samenvatting van heel het voorgaande. Want Paulus heeft wat te melden. Hij begint in hoofdstuk 1 en dan spreekt hij over de uitdrukking die hij gebruikt in deze brief: het evangelie, het goede bericht, de blijde tijding van God waartoe hij gesteld is als een afgevaardigde, een apostel voor de natiën. En dat zet hij allemaal heel ordelijk, bijna systematisch uiteen. Waarom? En wat is de noodzaak van dat goede bericht? En hoe werkt dat dan allemaal uit? Waar komt het op neer?
Hoofdstukkenlang betoogt Paulus op een hele logische manier – in dat opzicht past dat woord 'logisch' ook wel heel sterk bij deze Romeinenbrief – waarbij hij laat zien dat alles in Gods plan besloten ligt. Alles. God is God, dat is trouwens Romeinen 1 vers 21. God is God en zo zet hij Zijn heerlijkheid uiteen. Hij is degene die alles ooit niet alleen schiep, maar ook tevoren bedacht uiteraard. Want voordat je iets maakt, moet je eerst iets bedenken. Maar Hij heeft daar ook een plan mee, zo magistraal, zo groots en ook zo alomvattend. En nooit gaat er bij Hem iets mis. Hij heeft nooit hoeven overschakelen op plan B of plan C; Hij is nog steeds op plan A, op Zijn plan dus.
Het komt allemaal uit Hem voort. Hij is degene die het vervolgens ook uitwerkt door de wereldtijdperken heen en Hij is ook degene tot wie alles is. Dat wil zeggen: alles komt uit Hem voort, maar – en dat is de clou ook van deze brief, niet alleen van het laatste gedeelte van hoofdstuk 11, maar Paulus had het al in de hoofdstukken 3 en 5 zo duidelijk uiteengezet – ondanks zonde en ongeloof, wat trouwens ook al helemaal geen misser was waarbij God met de handen in het haar zat, was het allemaal het plan. De mens moest inderdaad, zo vanuit dat oogpunt beschouwd, overtreden. Ik zal straks trouwens een vers laten zien waar dat heel duidelijk naar voren komt.
Maar eerst even dit: het is dus allemaal vanuit Hem. Heel de schepping. Hij heeft het bedacht en Hij heeft het gecreëerd. Hij is degene door wie het allemaal plaatsvindt en door wie het ook beschikt wordt. Het is niet zo dat Hij aan het begin stond als een wekker, deze heeft opgewonden en vervolgens de schepping zijn gang laat gaan. Nee, Hij is degene die alles in Zijn hand heeft. Alles. Hemel en aarde, ieder creatuur, groot, klein, alles bestaat door Hem. Maar het geweldige is: er is maar één God, maar omdat alles uit Hem is en alles door Hem is, komt het ook allemaal goed. Het is alles ook weer tot in Hem. Zoals het uit Hem voortkomt, zal elk schepsel ook weer tot Hem terugkeren. Het is ook voor Hem.
Die drie voorzetsels: 'vanuit', 'door' en 'tot in'. Of de bron (vanuit), het kanaal (door) en de bestemming (tot in). Of nog anders gezegd: verleden (vanuit), heden (door) en toekomst (tot in). Alles is van en in Hem. Alles. Let dan ook inderdaad op dat woord 'alle dingen'. Elk creatuur, er is geen uitzondering. En dat is niet alleen een geweldige samenvatting, maar dat demonstreert ook precies waarom het zo'n geweldige blijde tijding is. Daar ga je echt van stralen. Er is er één, één!
Laten we eerst nog even doorlezen. Want wat is dan de logische consequentie daar weer van? Als alles uit, door en tot in Hem is, aan wie behoort dan alles? En wat zou dat dan betekenen? Ik zei al, Paulus was aan het slot van hoofdstuk 11 in een ode, een lofbetuiging uitgebarsten. Paulus had geweldige uiteenzettingen gegeven over de wegen die God gaat. Ook in de geschiedenis met Zijn volk Israël, dat nu tijdelijk op een zijspoor staat, maar waarmee Hij weer de draad gaat oppakken. En nu gaat het heil naar de natiën en Paulus is daar het uitverkoorde kanaal ook voor.
Als hij dat alles zo heeft overdacht en ook uiteengezet heeft waar het toe uitwerkt, dan zegt hij: "Aan Hem de heerlijkheid tot in de aeonen." Niet tot in eeuwigheid, nee, tot in de aeonen. Die wereldtijdperken die nog gaan komen. Dit is niet alleen maar een oproep. Als er staat "aan Hem de heerlijkheid", dan betekent dat niet alleen dat mensen of elk schepsel Hem de heerlijkheid moet geven. Dat is wel zo, maar het is nog veel meer: het is een voorzegging. Aan Hem zij de heerlijkheid, de heerlijkheid die nog gaat komen in de tijdperken, in die wereldperioden die nog zullen volgen waarin Christus zal heersen.
We zullen straks trouwens ook nog zien dat we nu leven in een boze aeon. De dag mag dan stralend zijn, maar kijk niet al te veel verder; dat weten we allemaal wel uit ervaring en als je het nieuws volgt. Alles in deze aeon is verdraaid, is boos. De waarheid wordt verdraaid, ze wordt niet gekend. Maar als deze boze aeon ten einde zal gebracht worden, dan gaat God ingrijpen. Nee, dat is juist Gods ingrijpen. En dan vangt er een heel nieuw tijdperk aan. Tijdperken waarin Christus zal heersen. Christus heerst niet in de tegenwoordige aeon, Hij heerst in de toekomende aeonen. Aan God zal de heerlijkheid toebehoren in de toekomende aeonen. Ziet u, dat is dus ook een voorzegging: aan Hem de heerlijkheid van de toekomende aeonen. Van wie is dat? Uit wie is dat? Wel, aan Hem!
Dit is op zichzelf alweer een geweldige toekomstverwachting die wij mogen kennen. De wereld mag zich dan druk maken over de toekomst van planeet aarde, maar wij weten beter. Deze boze aeon gaat nog dramatisch afgesloten worden, maar it's all in counsel: het is alles in Zijn hand. Hij is degene die ervoor gaat zorgdragen dat de tijdperken die nog gaan volgen, totdat ook die zullen voltooid zijn, God alles zal worden in allen. Maar dat is nog een heel proces te gaan. Aan Hem zij de heerlijkheid. Niets verloopt buiten Zijn plan om. Aan Hem zij de heerlijkheid tot in de aeonen, en dan zegt Paulus: "Amen." Zo is het. Dit is waar het allemaal om draait en waar het allemaal om gaat. Vers 36 van Romeinen 11 was de laatste vers van dat eerste deel.
Gods Alomvattende Ontferming ↑ hoofdstukken
En dan begint hoofdstuk 12, vers 1. Ik moet er even bij zeggen dat we ons van die vers- en hoofdstukindeling verder niets moeten aantrekken. Het is handig om iets terug te vinden, maar dat is het dan ook wel. Het is niet zo dat Paulus zei: "Nu ga ik aan hoofdstuk 12, vers 1 beginnen." Dat is pas veel later voor het gemak toegevoegd.
Op grond van dat alles zegt Paulus: "Ik moedig jullie dan aan broeders." Niet: "ik vermaan u." Dat is weer dat calvinistische vingertje, weet u wel? Nee, ik moedig jullie aan, ik roep jullie op. Dat "dan" geeft aan dat het een logische consequentie is; het volgt logischerwijs uit het voorafgaande. En dan niet alleen uit het direct voorafgaande vers 36, maar het vloeit voort uit heel het voorafgaande, van hoofdstuk 1 vers 1 tot en met hoofdstuk 11 vers 36.
"Ik moedig jullie dan aan broeders, door de erbarmingen van God." Daar had Paulus over geschreven. Kort tevoren, in hoofdstuk 11, had hij gesproken over de ontferming van God. Over het feit dat God geeft om Zijn schepping; Hij heeft het zelf gemaakt en Hij heeft daar een plan mee. Elk schepsel, elk mens kent Hij en Hij laat Zijn werk nooit varen. Zelfs als er sprake is van misère, dan heeft dat een betekenis, want Hij ontfermt zich erover. Het gaat er allemaal om te laten zien wie God is. Wat is Hij? Wel, Hij is liefde.
Paulus heeft dat uiteengezet in hoofdstuk 11 vers 32. U hoeft maar een paar verzen terug te lezen voor wat eigenlijk een samenvatting is van de laatste hoofdstukken 9 tot en met 11. Daar schreef Paulus over die erbarmingen van God: "Want God sluit allen op in ongezeggelijkheid." Het is geloof ik de eerste keer dat dit Griekse woord in het Nieuwe Testament wordt gebezigd. In de evangeliën wordt het gebruikt voor vissen die gevangen zitten in een net; ze kunnen er simpelweg niet uit.
Nu zegt Paulus: God sluit allen op in ongezeggelijkheid. Dat had hij trouwens al veel eerder gezegd toen hij in hoofdstuk 5 sprak over Adam. Door Adam is de zonde in de wereld gekomen, en met de zonde ook de dood. De dood is doorgegaan tot alle mensen en daarom zijn alle mensen zondaren en stervelingen. Heeft u daarvoor gekozen? Heeft u er überhaupt voor gekozen om geboren te worden? Dat is de realiteit: we zijn daarin opgesloten.
Dat klinkt niet leuk, dat weet ik. Maar als je het vervolg kent... Je moet jezelf nooit een oordeel aanmatigen voordat het einde daar is, want dan vergis je je lelijk. Zoals het spreekwoord zegt: het rijmt aan het eind, en niet eerder. Gods werk is nog niet af. Mensen hebben allerlei ideeën over God en vinden dat Hij het niet goed doet. Waarom zijn wij stervelingen? Waarom is er zoveel ellende? Dan denk ik altijd: het rijmt aan het eind, niet eerder. Ik denk dan bij mezelf: God lacht. En als je het geheim mag kennen, dan lach je mee, want dan weet je dat ook dit een betekenis heeft.
We zijn zondaren, we zijn stervelingen. Maar lees nu even verder in Romeinen 11 vers 32. "Want God sluit allen op in ongezeggelijkheid..." Er staat daar geen punt, maar een komma. Want het heeft een reden; ook dit maakt deel uit van het plan, van Zijn voornemen. Het is design, het is ontwerp. God sluit allen op in ongezeggelijkheid, opdat Hij zich over allen zou ontfermen.
Zoals alle mensen in ongezeggelijkheid — in ongehoorzaamheid, zoals de NBG-vertaling zegt — zijn besloten en zondaren en stervelingen zijn, opgesloten door God die dat zo heeft ingezet, zo doet Hij dat met een doel: opdat Hij zich over allen zou ontfermen. In dit geval gaat het, als u even terugleest, over Israël en over de volkeren. Maar als u nog verder terugkijkt, gaat het gewoon over het hele mensdom, over u en ik en al die miljarden mensen die er misschien totaal geen benul van hebben. Het is geweldig als je met dat perspectief naar de wereld mag kijken: God gaat zich over elk mensenkind ontfermen.
Elk mens is een zondaar, maar — dat is trouwens Romeinen 5 vers 18 — elk mens gaat Hij ook rechtvaardigen. Op Zijn wijze en op Zijn tijd, maar het is een gegeven. God ontfermt zich over elk schepsel en dat bewijst precies dat Hij erom geeft. Heel de schepping wordt omspannen door Zijn ontferming, door Zijn liefde en door Zijn genade. Kijk, over die God hebben we het. En dan lees ik verder.
Je Lichaam Presenteren aan God ↑ hoofdstukken
We gaan weer even terug naar Romeinen 12. Als Paulus dan zegt: "Ik moedig jullie dan aan, broeders, door de erbarmingen van God", dan doet hij dat omdat God Zich erbarmt, God ontfermt Zich. God betoont Zijn liefde; Hij geeft om Zijn schepping. En "broeders", dat klinkt tussen de regels door: "Broeders, jullie weten dat nu toch?" Je mag ervan uitgaan dat als je een brief krijgt en je bent in hoofdstuk 12 vers 1, dat je al die elf hoofdstukken die eraan voorafgegaan zijn, gelezen hebt. Wij hebben dat vanmorgen voor het gemak niet gedaan, maar je mag ervan uitgaan dat als je een brief krijgt, je hem van begin tot eind leest. Hij zegt dus: "Jullie weten dat nu toch? Over die erbarmingen van God."
"Ik moedig jullie dan aan, broeders, door de erbarmingen van God, jullie lichamen te presenteren." Te stellen. Het idee dat hier gebruikt wordt — dat blijkt trouwens ook uit het vervolg — is dat van een offeraar. Denk aan de tabernakel of de tempel. Daar kwam een offeraar die voor God een brandoffer wilde brengen. Ik noem maar wat; alle soorten offers doen nu even niet ter zake. Hij kwam bij de priester en laten we aannemen dat hij een bokje had meegenomen. Dan presenteerde hij dat bij die priester: "Alsjeblieft." Zo'n offeraar ging vervolgens niet zelf aan het werk op de manier zoals hij dacht dat het moest; nee, dat was zijn zaak niet meer. Het enige wat hij deed, was: "Hier, alstublieft." Daar gingen de priesters aan het werk, helemaal in overeenstemming met het woord dat God erover had gezegd, en dan werd het vervolgens geofferd. Wat die offeraar deed, was alleen maar: "Alstublieft, hier is het." Dat is wat Paulus hier ook zegt. Het gaat er nog niet eens zozeer om dat wij ons opofferen aan God. Dat is het idee niet. Paulus zegt: de logica is, vanuit alles wat jullie nu weten door de erbarmingen van God, dat jullie je lichamen presenteren. "Alsjeblieft Heer."
We hebben het zojuist trouwens ook gezongen, wat er dan gebeurt. U zegt misschien: "Moet ik dit zootje geven?" Ja, ik weet niet hoe hoog u over uzelf denkt of hoeveel zelfkennis u hebt — of ik heb — maar wat Paulus zegt, is: stel het, presenteer het, breng het bij God. En weet je wat er dan gebeurt? Dat is waar we zojuist over zongen: het kleinste ding stelt gewoon helemaal niets voor. Mozes had een staf. Dat jongetje had vijf broden en twee vissen. Hij gaf het: "Alstublieft." En wat er dan gebeurt... Want de kleinste dingen — hoe zongen we het ook alweer? — worden groot in Zijn hand. Zeggen we: "Dit lichaam? Gewoon?"
Ziet u ook de logica hiervan? Als alles nou van Hem is — vanuit Hem, door Hem en tot in Hem; Hem zij de heerlijkheid — en in de toekomende aeonen zal dat ook bewezen worden. Aan Hem zij die heerlijkheid. En nu ik, in deze boze aeon... De hele wereld heeft er geen benul van, maar een enkeling wel. Getalsmatig ligt het ongeveer in die verhouding. Als je dat nou weet, wat is dan de logica? "Als alles van U is: dit heb ik. Het stelt niet veel voor, maar dit heb ik. Ga Uw gang."
Als je vraagt: "Wat kan ik voor de Heer betekenen?", dan is dat een heel verkeerd uitgangspunt. Als je die vraag gaat beantwoorden, dan kom je op allemaal mitsen en maren en daar word je niet blij van. Want dan word je bepaald bij je eigen beperkingen. Het is teleurstellend. "Ik kan niet zoveel." Nee, maar daar gaat het ook helemaal niet om. Het gaat er niet om wat jij niet kan; dat is een vraag die niet eens aan de orde is. Het is: "Alsjeblieft, het is van U en doet U ermee wat U behaagt." Het is Zijn verantwoordelijkheid, als ik het zo mag zeggen, maar ook Zijn eer en Zijn prestatie. Dan gebeurt er wat. Alles wat je aan God geeft, verandert. Op het moment dat je zelf denkt: "Ik moet voor God wat gaan doen" of "Ik moet mij gaan offeren" — dat is eigen werk. Nee, dat staat er niet. Er staat niet dat je je moet gaan offeren. Stel je lichaam, presenteer het. "Alsjeblieft, hier is het, Heer."
Wat er vervolgens gebeurt: je presenteert het als of tot — maar in ieder geval wordt het vervolgens een levend, heilig offer, welgevallig voor God. De offeraar stelt het, presenteert het, en wat gebeurt ermee met het oog waarop? Wel, het wordt een offer. En dat offer wil zeggen: het is welgevallig voor Hem. Dat is toch wat een offer is? Een offer — u weet het, ik had het er zojuist over — een offeraar bracht een dier en vervolgens die priester... Laten we bij dat voorbeeld van het bokje houden. Dat bokje werd geslacht. U weet het: al die offers wijzen vooruit. De hele offerdienst in al zijn details en onderdelen wijst vooruit naar... Als je het niet geloven wilt, moet je de Hebreeënbrief maar eens lezen. Dat is één grote uiteenzetting hoe dat in elkaar steekt. Al die offers wezen vooruit naar het ene grote offer. Zo'n bokje werd dan geslacht en dat verwijst uiteraard naar het Lam dat geslacht werd. En was dát een offer? Ik weet het, het wordt heel vaak gezegd en ik maak even van de gelegenheid gebruik om dat misverstand nog eens tegen te spreken, want dat lijkt me toch wel hoog tijd worden. Dat was niet het offer. Wat er gebeurde op Golgotha was niet het offer. Dat was de slachting, dat ging vooraf aan het offer. Het offer is wanneer dat geslachte dier vervolgens op een verhoging kwam, een altaar, en dan steeg het op Gode tot een liefdelijke reuk. Dat was de liefdelijke reuk voor God. En dat heeft te maken met wat er volgde op de slachting, na de slachting. Toen de Heer Jezus Christus, na drie dagen in het graf gelegen te hebben, door God verhoogd werd en oprees of verrees: Gode tot een liefdelijke reuk. Het spreekt van het leven dat toen aan het licht kwam. God wekte Hem op uit de doden. Al die offers spreken daarvan. En nu zegt Paulus in een lagere zin: ook onze lichamen stellen wij. En dat offer, die lichamen van ons, worden vervolgens door Hem tot een offer gemaakt. Let eens even op welke woorden daarvoor gebruikt worden, welke bijvoeglijke naamwoorden bij dat offer gekozen worden: het is levend, het is heilig.
Een Levend Offer en Onze Logische Eredienst ↑ hoofdstukken
Eerst even dat woord 'levend'. Ik zei al dat offers feitelijk te maken hebben met dat wat volgt na de dood, als het verrijst uit de dood. Maar dat geldt voor ons ook. Als wij ons lichaam stellen... Paulus had dat toch veel eerder naar voren gebracht in Romeinen 6? Ik wil u dat even voorlezen uit Romeinen 6 vers 4. Ik val midden in de zin, maar dat maakt niet uit; het gaat om de gedachte. Daar staat: "opdat net zoals Christus vanuit de doden werd opgewekt... ook wij in nieuwheid van leven zouden wandelen." Al die doden bleven achter en Christus werd opgewekt door God. Met andere woorden: Hij is opgestaan. We zongen het zojuist toch? "Want nu de Heer is opgestaan, nu vangt het nieuwe leven aan." Voor ons is daarmee het nieuwe leven ook aangevangen. Dat was ook Romeinen 5 en Romeinen 6. Wij zijn met Christus verenigd. Hij stierf voor ons, maar wij stierven ook met Hem. Hij stierf, wij stierven. Hij werd begraven, wij werden begraven. Hij stond op uit de dood, wij staan op uit de dood. Daarmee is het hele probleem van de zonde voorbij. U zegt misschien: "Ja, daar rekenen we niet meer mee." God rekent er in ieder geval niet meer mee. Paulus zegt: reken nu dat je dood bent voor die zonde. Zolang je meent daar tegen te moeten strijden, ben je nog steeds een slaaf van die zonde en zit je eraan vast. Heel veel mensen denken dat het ongeveer het ultieme van geestelijk leven is om altijd maar te strijden tegen de zonde. Dan krijg je de blijde tijding van Paulus te horen, zo laconiek: ik reken er niet meer mee, we leven voor God. Geef dit lichaam aan God en dan gaat het nieuwe leven beginnen. Dan wordt het lichaam een levend offer. Dat wil zeggen: het is nieuw leven wat daarin heerst. Christus is opgestaan en wij leven aan de andere kant van het graf, in een nieuwe schepping. Het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.
Hoeveel teksten wil je alleen in de brieven van Paulus al aangereikt krijgen waarin die waarheid naar voren gebracht wordt? Het blijkt soms moeilijk over te komen. Het nieuwe leven is aangevangen. Wij wandelen dus in nieuwheid van leven voor Hem en we rekenen niet meer met de zonde. Paulus zegt dat jullie je lichamen presenteren als een levend, heilig offer, welgevallig voor God. Dat 'heilig' moet je lezen in verband met het volgende vers. Ik kom daar straks nog op terug, maar heilig betekent in ieder geval dat het apart gezet is. Het wijkt af van de rest, maar dat zullen we dan ook wel zien. En het is welgevallig voor God. Hoezo? Wel, dat is wat God ermee doet. Hij zegt er dan nog bij: dat is de logische eredienst van jullie. Dat is ook precies het thema van wat u op de eerste dia zag: de logische eredienst van ons. Wij hebben dus een eredienst. Bij het woord 'eredienst' denken wij meestal aan een speciale samenkomst, maar Paulus denkt helemaal niet in die termen. Paulus zegt: wat is jullie logische eredienst? Wel, dat je zegt: "Alsjeblieft Heer, dit lichaam is van U. Doe ermee wat U wilt." En dan gaat God spreken. Want die logische eredienst... wat hadden we gezien? Het is misschien moeilijk te zien, maar we hadden gezien: vanuit Hem, door Hem en tot in Hem zijn alle dingen. Voeg daarbij de waarheid dat Hem de heerlijkheid zij tot in de aeonen. Eén en één is twee; dat is logisch. De consequentie is dat wij onze lichamen stellen. Dat is onze logische eredienst.
"Alsjeblieft Heer, ga Uw gang, dit is van U." Je staat 's morgens op — dat is een mooi beeld — de nacht is voorbij en wat zeg je dan? "Heer, wilt U mij helpen om vandaag de zonde te voorkomen en dat ik sterk mag zijn in de strijd daartegen?" Dat lijkt heel vroom, maar dat is niet wat Paulus zegt. Je zegt: "Heer, dit is van U. U bent bij machte vandaag oneindig veel meer in mijn leven te doen dan ik nu weet of besef. Dank U wel daarvoor, ik ben benieuwd Heer." Kijk, het mooie daarvan is dat je er niet eens mee kunt falen. Falen doe je alleen als je iets van jezelf verwacht. Je verwacht helemaal niets van jezelf en Hij kan niet falen, want bij Hem gaat er nooit iets mis. Dat lijkt me echt heel plezierig opstaan. Met het goede been uit bed; dan sta je inderdaad meteen goed op. Dat is onze logische eredienst. Zo logisch! Want het was toch allemaal genade? Hij doet het, toch? Dan zeg je: "Alsjeblieft Heer, als U het dan doet..." Niet alleen in het verleden, zo van "ik ben nu van mijn verleden verlost en daar reken ik niet meer mee", om vervolgens je best te gaan doen. Mensen denken altijd dat dit de praktijk is: nu mag ik mijn best gaan doen om te gaan strijden en om er nog wat van te maken in mijn leven, om nu voor Hem te gaan leven. Nee, dan is het nog steeds werken en daar word je niet blij van. Nee, het is vanuit Hem, door Hem en tot in Hem. Dat is niet alleen de waarheid van het verleden, maar het blijft ook de waarheid. Dat is leven uit genade. Ik ben er erg blij mee.
Niet Gelijkvormig aan Deze Aion, maar een Metamorfose ↑ hoofdstukken
Ik wil nog even naar vers 2 gaan, want dat hoort er direct ook bij. Paulus zegt: "Word niet gelijkvormig aan deze aeon." Wat is er mis met deze aeon? We hadden het er zojuist al over: die toekomende aeonen, dat zijn de grootste in de Bijbel, de overtreffende aeonen. Maar dit is de tegenwoordige; zo wordt het in de Bijbel ook genoemd: "de tegenwoordige boze aeon", waarin de waarheid ten onder gehouden wordt en waarin mensen geen idee hebben van wie God is.
Maar in deze aeon straalt een licht. Nee, niet de zon – het is nacht – maar er stralen sterren. Er straalt licht in de nacht. En als je dat licht kent, dan heb je een heel andere perceptie, een heel ander perspectief. En dat maakt je anders. De hele wereld om ons heen – dat plaatje illustreert het – ziet het ook niet zitten. Ze hebben trouwens ook helemaal geen idee waar ze vandaan komen en ze hebben geen idee dat het allemaal in Gods plan past. Want het pást in Zijn plan; Hij beschikt dat allemaal. Er is een God en het komt allemaal goed, want er is één God.
Als je dat niet weet, dan ken je nooit dat optimisme. Maar dat is nu juist het geweldige: als je deze vreugde, dat goede bericht, die blije tijding mag kennen... ja, dan leef je met een opgeheven hoofd. Dan ken je een God die Zich ontfermt. Ook over die mensen waar jij misschien zo over in de rats zit; Hij ontfermt Zich. Wat is er mooier dan dat ook aan andere mensen te vertellen?
Word niet gelijkvormig aan deze aeon. Ik moet er even vlot doorheen gaan, want ik wil nog naar het laatste stuk van dat vers: "...maar onderga een metamorfose". Nee, zo staat het niet in de NBG-vertaling, maar dit is wel het woord dat Paulus in het Grieks gebruikt. Metamorfose is een Grieks woord en het betekent een gedaanteverwisseling. Het bekendste voorbeeld dat we daarvan in de natuur zien – en er zijn veel meer voorbeelden die Gods werk illustreren – is hoe een rups een vlinder wordt. Dat is een totaal ander bestaan. Elke vlinder die je ziet, was ooit een rups met duizend pootjes, vast aan deze aarde, om uiteindelijk in kleurenpracht de blauwe hemel in te vliegen. Dat is metamorfose.
Paulus zegt: natuurlijk is dat ook een beeld van opstanding, maar ook nu al: onderga een metamorfose. Dat is trouwens ook niet iets wat je dóet. Een rups denkt niet: "Nou, ik ga nu eens lekker verpoppen." Überhaupt denkt hij niets, denk ik, maar op een gegeven ogenblik laat hij het maar hangen. En dan gaat er een proces in werking treden waar die rups, maar wij ook, totaal geen idee van hebben. Een compleet Gods-wonder. Het is dat we het gewoon in de natuur aanschouwen, anders zou je zeggen: dit is waanzin, dit kan niet, dit bestaat niet. Maar het gebeurt! Kijk, dat is metamorfose. Dat is iets wat je ondergaat. Er staat: "Onderga een metamorfose."
Hoe dan wel? Paulus zegt erbij: "in de vernieuwing van het denken". Aha, van het denken. Kijk, ons lichaam is niet anders dan dat van uw buurman of uw collega of al die andere mensen. Het is gewoon sterfelijk en onderhevig aan exact dezelfde processen als elk ander lichaam. Jawel, maar het gaat ook niet om dat lichaam; het gaat erom wat erin zit. Dit is het aardevat. Wij hebben een schat in aardevaten en dat is de binnenkant. Dat is ons denken, dat wat we eigenlijk echt zijn. Onze motieven, onze gedachten, dat wat je niet ziet van een ander – dat is ons denken, dat bepaalt onze identiteit.
Gelijkvormig aan deze aeon zijn is niet "doen zoals de wereld doet". We zitten allemaal in dezelfde bus of in de auto, we staan in dezelfde files en we gaan naar het werk. Er is niet zo gek veel verschil; we houden ons kopje koffie op dezelfde manier vast als onze collega. Gelijkvormig aan deze aeon zijn is niet doen zoals de wereld doet, maar het is dénken zoals de wereld denkt. Natuurlijk wordt daardoor ook je gedrag anders, dat is waar, maar het begint aan de binnenkant. We leren geen kunstjes en we worden geen kuddedieren die gevormd zijn in een bepaald sjabloon van "zus en zo moet je het doen". Nee, het is een verandering van binnenuit. We ondergaan een metamorfose.
Hoe dan? Wel, door de vernieuwing van het denken. Dat is niet een kwestie van andere denktrucjes aanleren, maar dat komt doordat wij een Woord horen dat ons transformeert. Dat is het geheim. We luisteren naar die God aan wie wij ons presenteren. Toch? Alles is van Hem. Wij stellen ons lichaam ter beschikking, wij presenteren ons lichaam – dat is onze logische eredienst – en dan gaat God tot ons spreken. Nou, Hij hééft tot ons gesproken. Hij vertelt wat Hij bij machte is te doen, Hij vertelt wie Hij is en wat Zijn plannen zijn. Dan val je van de ene verbazing en verrassing in de andere.
Kijk, en dan wordt je denken vernieuwd. Totaal, iedere dag opnieuw. Dat is een proces dat gaande is en gaande blijft. Want als Hij Zijn Woord en Zijn belofte aan jou geeft, dan vernieuwt dat jouw denken en mijn denken. We luisteren gewoon naar Hem. Als je de grote God wil leren kennen – uit wie, door wie en tot wie alle dingen zijn – hoe zou je Hem anders leren kennen dan door gewoon te luisteren naar wat Hij te melden heeft? Dat lijkt me nogal logisch. Trouwens, "logisch" komt van het Griekse woord logos, en logos is simpelweg het woord voor "woord". Dus onze logische eredienst houdt ook in: we luisteren gewoon naar Zijn Woord, naar wat Hij te vertellen heeft. De transformerende kracht die dat Woord heeft, is ongekend. Dat is ongekend.
Ziet u trouwens dat we daarbij ook totaal onze eigen mitsen en maren en ons onvermogen passeren? Dat speelt totaal niet. We hebben het alleen maar over wat Hij bij machte is te doen. Wel, dat leer je dan allemaal. Zo wordt je denken ook vernieuwd en zo onderga je ook een metamorfose.
De Wil van God Beproeven: Goed, Welgevallig en Volmaakt ↑ hoofdstukken
Opdat jullie... Paulus zegt dan: "opdat jullie zouden beproeven". Dat wil zeggen: ondervinden wat de wil van God is. Door zo getransformeerd te worden in je denken, door naar Hem te luisteren, wordt je denken vernieuwd. En zo kom je er ook achter, beproef je, test je en beleef je wat Zijn wil is. Want Hij confronteert ons met Zichzelf en met Zijn belofte.
En ik zal u vertellen: die wil van Hem, daarvan zegt Paulus hier drie dingen. Dat is goed, het is welgevallig voor Hem — trouwens, in het algemeen. Het is goed en blij en rijk en heerlijk om daarmee bezig te zijn. Dan word je stralend. En het is ook volmaakt.
Ziet u hoe belangrijk het is om wel de goede deur binnen te stappen? Want als u nou denkt van: ja goed, nu zijn we gelovigen geworden en nu gaan we voor Hem werken en ons best doen, en nu wordt de lat wel heel erg hoog gelegd; het goede, welgevallige en volmaakte, dat mag ik nou gewoon gaan doen... Weet je wat je dan wordt? Gefrustreerd en teleurgesteld. Want de eerste de beste uren merk je al dat je er niet zoveel van bakt als je gehoopt had, en daar word je niet blij van.
Maar dat is juist niet waar Paulus het over heeft. Het is uit Hem, het is door Hem, het is tot in Hem. Hem zij de heerlijkheid! Dit is Zijn prestatie. Ons denken wordt vernieuwd wanneer we luisteren naar wat Hij te melden heeft. En dat is goed, en dat is welgevallig, en dat is volmaakt. Dat is dít: alles wat hierin staat.
Het gaat niet over wat Hij van ons verwacht. Het staat ergens in de Psalm: Hij weet wat voor maaksel wij zijn. En Hij — dat is het mooie — Hij stelt nooit teleur. Daarom kun je Hem altijd, elke dag, danken voor wat Hij geeft en ook zal geven, en voor wat Hij doet.
Heb ook geduld met elkaar. Ik bedoel, het is een proces, die vernieuwing van denken. Ga niet zeggen: "Ik ben hier en hij is nog maar daar." Nee, dat is trouwens Romeinen 14: of je staat of valt, dat gaat je eigen Heer aan. Dat is niet jouw zaak of mijn zaak. Wijs op dat Woord dat goed is, dat welgevallig is en dat volmaakt is.
Kijk, zo'n logische eredienst, dat is zo'n geweldig leven. In deze boze aeon beleef je dan een geweldige heerlijkheid. Dan is er nog een heleboel te genieten en dan heeft Hij ons nog met zo enorm veel te verrassen.
Amen.
UltimateGoodNews