GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

David gezalfd

26-03-2017 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van samenkomst gehouden te Zoetermeer op zondag 26 maart 2017

De zalving van de jonge David in Bethlehem is een tamelijk bekend verhaal. Maar dat deze geschiedenis in type verwijst naar “de Zone Davids” die tot Messias werd gemaakt, is veel minder bekend. Waarom werd David gezalfd met olie uit een hoorn en niet (zoals koning Saul eerder) uit een kruik? En wat steekt er achter dat de zalving in het geheim moest plaatsvinden? En hoezo ter gelegenheid van een offermaaltijd? En was David nu de zevende of achtste zoon?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt de zalving van David uit 1 Samuël 16 als een schaduwbeeld van Jezus Christus, de ware Zoon van David. Waar de mens kijkt naar het uiterlijk en kracht, kiest God bewust voor het geringe en kleine. De hoorn met olie en de verborgen zalving tijdens een offermaaltijd wijzen typologisch op de kruisdood en opstanding van Christus. Uiteindelijk illustreert deze geschiedenis hoe de ware Koning eerst vernederd wordt, om vervolgens door de Geest te worden verhoogd.

“Hier in Bethlehem wordt de zoon van David gezalfd vanuit de hoorn met olie. Dat spreekt van Hem die veel later overgoten werd door olie en leven ontving.”

Introductie op 1 Samuël 16: de Schaduw van de Zoon van David ↑ hoofdstukken

Ik wil u vanmorgen meenemen naar een Bijbelse geschiedenis; ik wou zeggen: een bekende Bijbelse geschiedenis. We gaan het hebben over de zalving van David, een geschiedenis die we aantreffen in 1 Samuël 16. Ik wil vanmorgen de hele geschiedenis, vers 1 tot en met 13 om precies te zijn, met u bespreken. We gaan er vers voor vers, soms zelfs zin voor zin langs om te zien wat daarover vermeld staat.

En dat is geen veredelde zondagsschoolversie. Dat klinkt misschien wat oneerbiedig na wat er op de zondagsschool gebeurt, maar zo bedoel ik het niet. Ik wil eigenlijk een laag dieper spitten. Degenen die hier vaker komen, kennen dat fenomeen. Als je weet dat heel de Schrift Gods getuigenis is en spreekt van de Zoon van God – wat zeg ik even in dit verband: van de Zoon van David – dan hoeft het niet te verbazen dat hier een enorme sprake van uitgaat. Allerlei details in zo’n geschiedenis hebben een diepere betekenis en verwijzen naar Hem die duizend jaar later zou komen. David leefde plusminus duizend jaar voor Christus en duizend jaar later werd Hij geboren in de velden van Efratah, daar in Bethlehem. Nu heb ik meteen al een link gelegd die zo voor het oprapen ligt.

Laat ik eerst eens wat vertellen over de structuur van deze geschiedenis. Die is trouwens erg simpel, maar zo ziet u ook een beetje hoe het verhaal is opgebouwd. In de eerste drie verzen lezen we dat Samuël gezonden wordt tot Isaï’s zonen. Vervolgens wordt in vers 4 en 5 gesproken over de aankomst van Samuël in Bethlehem. Dan volgt het grootste gedeelte van de geschiedenis, dat gaat over de keuze uit Isaï’s zonen, en daar eindigt deze geschiedenis mee in vers 13 met Samuëls vertrek.

Inhoudelijk komen de verzen 1 tot en met 3 overeen met vers 6 tot en met 12, terwijl ook vers 4 en 5 en vers 13 weer met elkaar overeenkomen of juist in een contrast tot elkaar staan. Een eenvoudige opbouw dus. Laten we de geschiedenis onder ogen nemen en zien wat er staat. Dan lezen we:

Het Einde van Saul en de Oorsprong van de Ware Dynastie ↑ hoofdstukken

In vers 1 zegt JAHWEH – de Godsnaam – tot Samuël: "Hoelang zul je nog leed dragen over Saul?" U moet weten dat aan 1 Samuël 16 hoofdstuk 15 voorafgaat, en dat is het hoofdstuk waarboven in mijn Bijbel staat: "Saul verworpen". Dat wil zeggen: Saul verworpen als koning. Het is een lang hoofdstuk. Ik kan me niet herinneren dat we daar ooit weleens over hebben nagedacht – dat komt misschien nog eens – maar dan lees je in het pal voorafgaande vers, vers 35 van hoofdstuk 15: "Samuël bezocht Saul niet meer."

U moet weten: ooit eerder, minimaal veertig jaar eerder, had Samuël Saul gezalfd tot koning. Het volk wilde een koning en toen kregen ze een koning; eerst een koning naar hun hart, dat wil zeggen: naar het hart van Israël. En het loopt af met Saul. Nou ja, in werkelijkheid gaat de geschiedenis van Saul nog aanmerkelijk langer door, maar hier is het principieel: God heeft Saul al verworpen. Hij heeft hem eigenlijk gediskwalificeerd. Vanaf die gebeurtenis lees je dus dat Samuël Saul niet meer bezocht tot de dag van zijn dood. Ik ga ervan uit dat het gaat over Samuëls dood, maar goed, dat maakt in beide gevallen niet uit, want het blijft waar: zij hebben elkaar niet meer ontmoet.

Maar Samuël droeg leed over Saul. Dus als er staat: "Hoelang zul je nog leed dragen?", dan lees je daarvóór dat Samuël daar groot verdriet van had dat het zo met Saul moest aflopen. Maar heel voortvarend wordt er dan meteen in het daaropvolgende vers – en er kan een hele tijd tussen gezeten hebben, dat laat ik in het midden – gevraagd door de Heer: "Hoelang zul je nog leed dragen over Saul? Ik heb hem toch verworpen, zodat hij geen koning meer over Israël zal zijn." Ik bedoel: die keuze staat vast.

Feitelijk is hoofdstuk 16 van 1 Samuël, de geschiedenis die we vanmorgen onder ogen zien, het begin van een hele nieuwe episode. Hier vinden we de oorsprong van de definitieve dynastie van Gods keuze. Ik bedoel de dynastie, het koningshuis van David. Welnu, waar is dat allemaal begonnen? Hier in 1 Samuël 16. Eerst de koning die het volk zich verkoos, een koning naar hun hart, en nu krijgen we een koning naar Gods hart. Het is het begin van een heel koningshuis, daarom noemde ik het ook een dynastie. Dat gaat via de zonen van David: Salomo, Rehabeam, en zo gaat het trouwens nog twintig koningen verder.

Inmiddels bestaat die dynastie al duizenden jaren lang niet meer, zou je zeggen. Maar dat is niet zo. In werkelijkheid is dit koningshuis van David nog steeds veelbelovend. Want God heeft gezegd en beloofd in Jeruzalem – dat is de plaats waar de troon van David staat en hoort te staan, al is die nu vacant – dat de grote Koning der koningen ooit Zijn zetel zal hebben. Hij zal niet alleen over Israël regeren, maar zelfs over heel de wereld. Dat zijn de beloften die aan de Zoon van David gegeven zijn. Het stokje gaat iedere keer over naar de volgende generatie, totdat de éne Zoon verschijnt die opstaat uit de doden en onvergankelijk leven aan het licht brengt. Hij is definitief koning en blijft dat: de Zoon van David.

De Verhoogde Hoorn met Olie: een Onvergankelijk Koningschap Door de Dood Heen ↑ hoofdstukken

In 1 Samuël 16 wordt tegen Samuel gezegd: "Vul uw hoorn met olie en ga heen." Daar moeten we eens bij stilstaan. Eerst even over dat woordje "hoorn". Een hoorn is in de Bijbel een beeld, een type van een koning en van koningschap. Ik heb er één tekst bij vermeld, maar ik had er veel meer kunnen noemen. U leest bijvoorbeeld in het boek Daniël over die beesten; daar staat dat er op een gegeven moment een beest verschijnt – het vierde – en dat heeft tien hoorns. Later wordt dat uitgelegd: die tien hoorns zijn tien koningen. Een hoorn is dus een uitbeelding van koningschap.

Wat ook heel apart is – en laten we daarbij stilstaan om in die typologische beeldspraak van de diepere lagen te blijven: wat is een hoorn eigenlijk? Een hoorn herinnert aan een dier dat geslacht is. Wat er van overblijft, is die hoorn. Eerst heb je een dier, bijvoorbeeld een stier of een bok, dat geslacht is. Wat daarop volgt, wat daarvan overblijft en waar ook geluid uit voortkomt – want een hoorn klinkt ook in de Bijbel – is het beeld van koningschap. Dit is prachtig. We hebben het over David, maar natuurlijk ook over de Zoon van David. Dan hebben we het over Iemand die ooit geslacht werd als een offer, en wat daarop volgde, is de hoorn. Gevuld met olie, waarvan ik straks nog zal uitleggen dat het een beeld is van geest en leven. Eerst het dier dat geslacht wordt, dan de hoorn.

Ik weet niet of u daar weleens bij hebt stilgestaan, maar in de Bijbel vind je heel vaak de uitdrukking van een "verhoogde hoorn", of allerlei varianten daarvan. "Gij hebt mijn hoorn verhoogd." Ik heb er een afbeelding bij gezet, want dat is feitelijk wat er met zo'n hoorn gebeurt. Een hoorn heeft diverse functies. In dit geval wordt hij gevuld met olie, maar hij is vooral bekend omdat hij klinkt, zodat je hem kunt horen. Dat is een grapje dat je alleen in het Nederlands kunt maken: een hoorn die je kunt horen. Wanneer zo'n hoorn verhoogd wordt en daarop geblazen wordt, bijvoorbeeld een ramshoorn of een shofar, dan was dat een oproep tot de strijd. Maar ook wanneer een nieuwe koning aantrad, dan klonk de hoorn; dat was ook de dag van het bazuinen. Er zit een heel verhaal aan vast, maar op de dag van het bazuinen werd een nieuwe koning aangekondigd met een verhoogde hoorn. Een verhoogde hoorn spreekt dus feitelijk over een koning die verhoogd wordt. En dat past in het beeld: eerst een dier dat geslacht is en vervolgens de hoorn die overblijft en wordt verhoogd.

In Psalm 132 staat: "Daar zal Ik voor David een hoorn doen uitspruiten." Er komt dus een hoorn voort ten behoeve van David. En Psalm 148 zegt: "Hij heeft voor Zijn volk een hoorn verhoogd; een lofzang voor al Zijn gunstgenoten, voor de kinderen van Israël, het volk dat nabij Hem is. Halleluja." Ook hier: voor Zijn volk een hoorn verhoogd. Dat wil zeggen: een koning voortgebracht, doen uitspruiten en een hoge plaats gegeven. Als we het hebben over de Zoon van David, is het overduidelijk dat Hij verhoogd is, wat aangeeft dat Hij eerst vernederd was en eerst geslacht was.

Dan moeten we nog een ander aspect bekijken, want daar zit nog iets bijzonders aan vast. Samuel wordt eropuit gestuurd om met een hoorn David te gaan zalven. Tientallen jaren eerder was hij ook eropuit gestuurd om een koning te zalven, maar dat gebeurde niet met een hoorn. In hoofdstuk 10 lees je dat Samuel – die toen nog een betrekkelijk jonge man was – een kruikje met olie nam. Let op: een aardevat. Hij goot de olie over Sauls hoofd, kuste hem en zei: "Heeft JAHWEH u niet tot vorst over Zijn erfdeel gezalfd?"

Dat koningschap was echter van tijdelijke aard. Dat zie je al uitgebeeld in het materiaal waarin de olie zat: een kruikje. Een kruik of een aardevat is breekbaar, vergankelijk en voorbijgaand. Ik vertelde u zojuist over de hoorn als type van koningschap: triomfantelijk en verbonden met verhoging. Bij Saul was er sprake van een zalving uit een kruikje. Hoe veelzeggend is dat verschil tussen een kruikje en een hoorn? Maar laten we nu even teruggaan.

Bethlehem en het Offerfeest: de Verborgen Zalving van de Koning ↑ hoofdstukken

Dan staat er: "Ik zend u" — zo wordt het tegen Samuel gezegd — "naar de Betlehemiet Isaï." Bethlehem, ik wees er zojuist al even op, dat is vooral een stadje dat voor ons bekend is geworden omdat het de stad was waar de Heer Jezus geboren werd, in de velden van Efrata. Maar duizend jaar eerder was daar al dat stadje Bethlehem, dat trouwens al eerder in de Bijbel wordt genoemd, evenals de velden van Efrata.

Laten we even de link leggen met de vorige bijeenkomst. Toen had ik het over de begrafenis van Sara, en dat was heel eigenaardig, want ik zei toen dat al die aartsvaders en moeders begraven zijn in Hebron. Maar dat is niet helemaal waar. Het kan zijn dat ik die uitzondering toen al genoemd heb, maar er is één uitzondering en dat is Rachel. Rachel werd begraven in de velden van Efrata; dat was bij de geboorte van haar jongste zoon Ben-Oni. Zij overleed bij de geboorte van Ben-Oni en zei: "Noem hem Ben-Oni, zoon van mijn smart." Maar toen overleed ze en toen heeft Jakob gezegd: "Nee, deze jongen heet niet Ben-Oni, zoon van mijn smart, maar Benjamin, zoon van mijn rechterhand." Hoe duidelijk wil je het hebben? Er wordt hier een jongen geboren in de velden van Efrata; dat moet bekocht worden met de dood van zijn moeder, en de zoon van smart wordt door zijn vader gemaakt tot de zoon van zijn rechterhand: verhoogd.

Dat was tweeduizend jaar voor Christus, dus nog weer eeuwen eerder, maar in datzelfde gebied: het broodhuis, Bethlehem. En hier wordt de grond gelegd voor de definitieve dynastie. Ik heb hier een verwijzing naar Jesaja 11. Kent u dat vers? Daar staat dat er een rijsje, een twijg, een scheut zal voortkomen uit de tronk van Isaï. Die stamboom lijkt voorbij, die dynastie lijkt voorbij; het is een stronk geworden. Jawel, maar daar komt weer een scheut uit tevoorschijn: nieuw leven. Dat zal de reden zijn dat er ooit een Messiaans rijk komt, en dat is waar Jesaja 11 van spreekt.

Afijn, Samuel wordt dus gezonden met een hoorn gevuld met olie naar Bethlehem en naar de familie van Isaï, want onder zijn zonen heb Ik Mij een koning uitgezocht. Wat zijn naam is, wordt hier nog niet vermeld. En dan staat er: "Maar Samuel zei: Hoe zou ik kunnen gaan?" Hij maakt bezwaar tegen deze opdracht. "Als Saul het hoort, zal hij mij doden." Zo kende Samuel inmiddels de koning wel; hij wist dat Saul het absoluut niet zou aanvaarden als daar een koning in Bethlehem gezalfd zou worden. Als ik het zo zeg, klinkt dat trouwens ook weer heel dubbelzinnig, want dan zie je ook weer de parallellen met het Nieuwe Testament. Als de koning van Israël zal horen dat er in Bethlehem een koning gezalfd is, dan zal hij dat zeker niet accepteren. Het is een echo die later klinkt en direct ook weer doet denken aan de reactie van koning Herodes.

En dan zegt de Heer: "Je zult een jonge koe in je hand nemen." Zo staat het er letterlijk. In de NBG-vertaling staat het als "je zult meenemen", maar deze weergave is wat letterlijker, zoals dat dan in het Hebreeuws ook uitgedrukt wordt: "Je zult een jonge koe in je hand nemen en zeggen: ik ben gekomen om Yahweh een slachtoffer te brengen." Aha. Dus hij zou naar Bethlehem gaan om een koning te zalven, maar dat moet verborgen gehouden worden. Hij gaat onder het alibi — hoewel dat niet helemaal de juiste term is, want het is in ieder geval geen schijnargument. Het is waar; hij gaat een slachtoffer brengen. Dat moet het ook verborgen houden. De zalving van David is een strikt verborgen gebeuren.

"Je zult die jonge koe in je hand nemen en zeggen: ik ben gekomen om Yahweh een slachtoffer te brengen. En dan zul je Isaï tot dit offer nodigen." Dus ik maak hieruit op dat het offer niet in het huis van Isaï zelf plaatsvindt, want je wordt niet in je eigen huis uitgenodigd, per slot van rekening. Maar goed, in ieder geval gebeurt het in Bethlehem. "En Ik zal u te kennen geven wat gij moet doen. Je zult voor Mij zalven wie Ik u zal aanwijzen." Offer en zalven: dat wil zeggen dat het zalven van de koning samenvalt met het brengen van het slachtoffer.

Natuurlijk, u zegt: zo is dat gegaan. Dit was ook om de gebeurtenis verborgen te houden zodat Samuel niet gedood zou worden en deze geschiedenis zo haar voortgang kon hebben. In het verhaal kun je gewoon het motief aanwijzen waarom dat op deze manier moest gebeuren. Maar dat volstaat niet. De diepere betekenis kom je op het spoor op het moment dat je de parallel ervan kent. Want wat weten we dan? Wel, toen de Koning gezalfd werd, de Koning uit Bethlehem, dé Zoon van David, toen was die zalving in feite niets anders dan een offerfeest. Ik zal straks laten zien hoe de lijntjes allemaal bij elkaar komen, maar dan zullen we het vanzelf nog wel zien: de zalving van David is een type van de zalving van Jezus. En dat is hoe Jezus de Christus werd. Een gezalfde is niets anders — het woord Christus is Grieks, maar in het Hebreeuws zou ik zeggen Mashiach of Messias, wat 'gezalfd' betekent — Hij werd gezalfd, Hij werd de Christus. Hoe? Wel, door overgoten te worden door de Geest; Hij ontving de Geest en zo werd Hij de Christus. Jawel, maar dat was ook precies het offer.

Bent u er nog? Ooit werd een dier een slachtoffer. Geslacht, dat is Goede Vrijdag. Het woord deugt ook niet helemaal, maar dat spreekt van Golgotha. Toen werd Hij geslacht. Drie dagen later stond Hij op. Dat was Zijn offer. Ik weet, meestal denkt men bij het offer aan de slachting. Nee, eerst werd een dier geslacht; dat spreekt van het kruis, dat spreekt van Golgotha. Daar gaf Hij Zijn leven. Vervolgens werd een dier op een verhoging gebracht en rees het op tot God als een liefelijke reuk. Dat is het offer. Wel, dat offer spreekt van Hem die stierf en opstond uit de doden. Maar die verrijzenis uit de doden is niets anders dan dat Hij de Geest ontving, gezalfd werd en de Christus werd. Zodat hier gesproken wordt over twee gebeurtenissen, maar in type verwijzen ze naar één en hetzelfde, namelijk de Heer Jezus Christus: de Gestorvene, en wat meer is, de Opgewekte, die daardoor ook werkelijk de Mashiach, de Messias, de Christus is.

Bij deze gelegenheid was er een offermaaltijd. Er zijn in de Bijbel diverse soorten offers, u weet dat: je hebt zondoffers, schuldoffers, dankoffers, brandoffers en vredeoffers. Dit was een vredeoffer. En dat was een speciaal soort slachtoffer waarbij na de offerande — dus als het dier geslacht was — het vlees gedeeld werd, tenminste door degenen die daartoe geheiligd waren en geschikt waren, en er een maaltijd werd gehouden. Er werd feestgevierd rond dat offer, en dat is zo'n offermaaltijd waarvan hier sprake is.

Nou, en dan vers 4. Samuel deed wat Yahweh gezegd had en hij kwam te Bethlehem aan. En de oudsten van de stad beefden hem tegemoet. Ik heb het expres even zo weergegeven, want zo staat het in het Hebreeuws: ze kwamen hem bevend tegemoet; ze beefden hem tegemoet. Nou, wat krijgen we nu? Maar ja, hoezo? Nou kennelijk — het wordt hier trouwens niet verklaard, maar als bekend verondersteld — vreesden zij dat ze betrokken zouden worden in het conflict tussen Saul en Samuel. En nu kwam de profeet Samuel tot hen, en nu dachten ze: ja, dit zal de koning misschien niet accepteren. In ieder geval waren ze bang. Misschien sowieso dat de profeet tot hen kwam en dat hij een slechte boodschap voor hen zou hebben.

Afijn, de oudsten der stad beefden hem tegemoet en zeiden: "Betekent jouw komen vrede? Is het vrede wat je te melden hebt?" En hij zei: "Ja. Ja, ik ben inderdaad gekomen tot vrede. Ik ben gekomen om JAHWEH een slachtoffer te brengen. Heiligt u."

Want zoals ik al zei: bij zo'n offermaaltijd mocht je deelnemen, maar dan moest je daar ook ritueel, koosjer en rein voor zijn. "Heiligt u, dan mogen jullie met mij aan dit offer deelnemen." En hij heiligde Isaï en zijn zonen en nodigde hen tot dit offer. Ik ga niet op al die details al te diep in, maar dan lezen we verder. Het is bekend hoe dat dan vervolgens gaat.

Eliab Gepasseerd: de Mens Ziet aan Wat voor Ogen Is, Yahweh Ziet het Hart aan ↑ hoofdstukken

Toen de zonen van Isaï binnenkwamen en Samuel Eliab zag, dacht hij: "Zeker, hier staat voor Yahweh Zijn gezalfde." Eliab, die naam betekent: 'Eli' is 'mijn God' en 'Ab' is 'vader' — mijn God is vader. Hij was de eerstgeborene, de eerste de beste. Ze kwamen op volgorde van geboorte aan Samuel voorbij. Maar Yahweh zei tot Samuel — hoe dat in zijn hart klonk weet ik niet, maar Samuel hoorde het duidelijk: "Let niet op zijn verschijning, noch op zijn verheven, rijzige gestalte. Let niet op zijn voorkomen." Dat voorkomen mocht dan indrukwekkend zijn en bovendien was hij de eerstgeborene, maar als je de Bijbelse geschiedenis kent, weet je dat een eerstgeborene in de Schrift per definitie gepasseerd wordt. Het eerstgeboorterecht gaat nooit naar de eerste, maar juist altijd naar de tweede.

Het hele boek Genesis is een aaneenschakeling van dergelijke geschiedenissen. Dat begint al bij Abraham, Isaac en Jacob; iedere keer gaat het eerstgeboorterecht niet naar de eerste, maar naar de tweede. Daar gaat uiteraard een lering van uit, want het gaat niet om het eerste verbond, maar om het tweede verbond. Niet om de eerste Adam, maar om de laatste Adam. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Yahweh zei tot Samuel: "Let niet op zijn verschijning, ook niet op zijn verheven gestalte." Dat was tientallen jaren eerder bij Saul ook al het geval; die had een geweldige verschijning en stak met zijn kop boven het hele volk uit. Maar de Heer zei: "Let daar niet op, want Ik heb hem verworpen." Als je dit met calvinistische oren beluistert, denk je meteen aan eeuwige verdoemenis, maar laat ik in ieder geval gezegd hebben dat zoiets niet bestaat. Bovendien gaat het daar hier helemaal niet over. Ik heb hem verworpen om koning te worden; dat wil zeggen: hij wordt het niet.

En dan volgt dat bekende woord: "Het komt immers niet aan op wat de mens ziet. De mens toch ziet aan wat voor ogen is, maar Yahweh ziet het hart aan." Dat is een Bijbelwoord; hoe vaak wordt dat niet in de Schrift gedemonstreerd en geïllustreerd? Het is niet het voorkomen waar de Heer op let. Dat geldt voor het uiterlijk in de Bijbel, maar we weten het ook maar al te goed uit ons dagelijks leven, tenminste als je die ervaring tot de jouwe maakt. Toch struikel je er iedere keer weer gemakkelijk over. Een mens kijkt naar wat voor ogen is, naar hoe de dingen zich aan ons voordoen, maar dat bedriegt ons altijd.

Aantallen bedriegen ook. Het is niet zo dat de meerderheid altijd gelijk heeft. Dat mag dan een democratisch principe zijn, maar de Heer zei al tegen Mozes: "U zult de meerderheid in het kwade niet volgen." Dat mag dan de meerderheid zijn en het mag democratisch wezen, maar doe dat nou niet. Het gaat helemaal niet om getallen, niet om grootheid en ook niet om aanzien. In Psalm 147 staat: "Hij heeft geen welgevallen aan de kracht van het paard, noch behagen in de benen van de man." Dat wil zeggen: dat wat indruk maakt, zoals grote legers waar hier in dit verband vooral aan wordt gerefereerd. De Heer passeert dat altijd. En als een leger al groot is, dan zegt Hij: "Maak het eerst maar eens een stuk kleiner. Nee, nog kleiner. Nee, nóg kleiner." Denk maar aan de geschiedenis van Gideon. De Heer wil demonstreren dat het helemaal niet gaat om menselijke kracht, de kracht van de benen of om wat een mens tot stand brengt.

In Spreuken 31 vinden we weer een andere invalshoek wanneer het over de vrouw gaat. Daar eindigt het hele boek trouwens mee: "Bedrieglijk is de bevalligheid." Een bevallige vrouw is mooi en de Bijbel spreekt daar vele malen over, maar het kan heel bedrieglijk zijn. Een mooi, bevallig uiterlijk zegt namelijk helemaal niets over de binnenkant. Daarom is het bedrieglijk. In de wereld hebben mooie mensen vaak veel meer succes; ik kan niet uit ervaring spreken, maar ik herlas daar van de week nog een artikel over. Uiterlijke schoonheid werkt maatschappelijk gezien en in je carrière vaak in je voordeel. Maar het is bedrieglijk en ijdel — het is leeg en bovendien vergankelijk. Zo ben je mooi, maar de tand des tijds laat een mens niet onaangetast. Wat blijft er dan van die schoonheid over? Er staat: "Een vrouw die Yahweh vreest, die is te prijzen." Dat is de binnenkant; het gaat erom wat erin zit.

Petrus zegt in zijn eerste brief: "Komt tot Hem, de levende steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar." Dat gaat over de Zoon van David. Hier zie je opnieuw het uiterlijk versus Gods keuze, die dieper kijkt. Je kunt het een mens trouwens niet eens kwalijk nemen; een mens ziet nu eenmaal slechts aan wat voor ogen is. Maar je zou er juist op bedacht moeten zijn dat dit je per definitie op het verkeerde been zet. Onze ogen zijn beperkt en we zien alleen wat zich nu voordoet. We kunnen niet in de toekomst kijken. Onze ogen kunnen ons daarin geen leiding geven. Dat is wat de Heer hier tegen Samuel zegt: "De mens ziet aan wat voor ogen is, maar Yahweh ziet het hart aan."

Toen riep Isaï Abinadab, de tweede zoon. Abinadab betekent 'mijn vader is mild' — ook een mooie naam. Isaï liet hem aan Samuel voorbijgaan, maar Samuel zei: "Ook deze heeft Yahweh niet verkoren." Dat dit inderdaad de tweede zoon in de rij was, op volgorde van geboorte, zien we in het vervolg. In vers 9 lezen we: "Daarna liet Isaï Samma aan hem voorbijgaan." Maar ook van hem zei Samuel: "Ook deze heeft Yahweh niet verkoren." Samma, die elders ook wel Sima wordt genoemd, was Isaï's derde zoon. Zo gingen ze stuk voor stuk op volgorde aan Samuel voorbij.

In 1 Samuel 17, twee hoofdstukken verder, vinden we de geschiedenis van David en Goliath. Daar staat: "David nu was de zoon van die Efratiet uit Bethlehem in Juda, wiens naam was Isaï. Deze had acht zonen." In Sauls tijd was deze man reeds oud en hoogbejaard. De drie oudste zonen van Isaï waren Saul in de strijd gevolgd: de eerstgeborene Eliab, de tweede Abinadab en de derde Samma. Dat is precies wat we hier ook lezen. Die Eliab had trouwens helemaal geen hoge pet op van zijn broertje David. Verderop in diezelfde geschiedenis lees je dat hij tegen David zei: "Ik weet wel dat je hoogmoedig bent." Hij nam het David kwalijk dat hij naar de strijd was gekomen terwijl Goliath daar stond te brullen. Eliab zei: "Ik wist wel dat je hoogmoedig was en dat jij hier even je neus wilde laten zien." Daar zit nogal wat aan vast, want daar doet zich een vraag voor. Maar laat ik eerst nog even verder lezen.

De Zevende en de Achtste Zoon: Volheid en een Nieuw Begin in de Genealogie ↑ hoofdstukken

En Isaï liet zijn zeven zonen aan Samuël voorbijgaan. Ja, dus David was de achtste. Maar nu gaan we naar 1 Kronieken 2 en daar doet zich een probleem voor. Want in Samuël lees je de historie, de geschiedenis, maar in 1 Kronieken 2 krijg je van die hoofdstukken die heel onaangenaam kunnen zijn wanneer je ze zo aan tafel moet voorlezen. Trouwens, ze zijn ook helemaal niet plezierig om voor jezelf te lezen, maar er zitten pareltjes onder. Want het is van belang: dat zijn de genealogieën, oftewel de geslachtsregisters. Hoe loopt die lijn door de geslachten heen? Het zijn dingen die je niet zomaar leest, maar die je erop naslaat zoals een encyclopedie. Het is ook niet bedoeld om er eens een keertje lekker 's avonds een uurtje voor onderuit te gaan zitten; dat doen de meeste mensen niet. Om dat tot je te nemen, nee, dat is om te bestuderen. Hoe zat dat ook alweer? Het dient als een back-up van kennis voor als je data of informatie moet verwerken. Hoe liggen de lijnen? Wel, daar zijn die geslachtsregisters voor.

Ik ken mensen die echt lyrisch worden als ze het zien; dat zijn dan echt van die amateur- of beroepsgenealogen. Mensen die het geweldig vinden om dat allemaal zo uit te zoeken. Maar dat is een uitzondering; de meeste mensen vinden geslachtsregisters heel dor en droog. Maar in de Bijbel staat er heel wat over, en dat komt omdat God ook de God van de geslachten is. Hij heeft Zijn verbond en Zijn woord verbonden aan generaties. Afijn, dan lees je in 1 Kronieken 2 dat Isaï – die trouwens ook weer een nakomeling was van Boaz en van Rachab de hoer in die lijn – de volgende zonen verwekte: Eliab was zijn eerstgeborene, Abinadab zijn tweede, Sima zijn derde, Netanel zijn vierde, Raddai zijn vijfde, Ozem zijn zesde en David zijn zevende. Hun zusters waren Seruja en Abigail, die trouwens elders in de geschiedenis ook weer een rol spelen.

Maar even dit: David als de zevende. Dat betekent dus kennelijk dat één broer niet meegerekend wordt in de genealogie. In de geschiedenis waren er eerst zeven zonen en dan uiteindelijk David, die als achtste zoon voorbijkomt. Maar in het geslachtsregister wordt één zoon niet meegerekend. Waarom? De meest logische verklaring lijkt mij dat hij kennelijk kinderloos is gestorven en dus in een geslachtsregister niet meer van belang is, zodat hij daarin niet wordt meegeteld. Dat is wellicht waar; ik zou niet zo gauw een andere verklaring daarvoor kunnen bedenken.

Maar hier staat: zeven zonen en dan vervolgens de achtste. Ik zat nog aan iets anders te denken: dat betekent namelijk dat David op een bepaalde manier zowel de zevende als de achtste zoon is. Hij is én de zevende én de achtste; denk daar eens over na. Hij is de zevende in de genealogie, maar hij is de achtste in de historie, in de geschiedenis. Hij is zowel de zevende als de achtste. David als de zevende... waar denken we bij het getal zeven aan? Bij de volheid. Zeven in de Bijbel is altijd een volheid. Weet u trouwens dat het Hebreeuwse woord voor zeven simpelweg 'volheid' betekent? Het spreekt ook van de zevende dag, het zevende millennium: de Sabbat, de grote Sabbat die over deze wereld zal komen. Eerst krijg je zesduizend jaar vanaf Adam tot de nabije toekomst. Dan zullen de zes dagen voorbij zijn en breekt de zevende dag aan, het zevende millennium. En wie zal daarin de grote Erfgenaam zijn? Dat is David, inderdaad. Hij is de zevende.

Ja, maar hij is ook de achtste. Want de Zoon van David is een troon gegeven en er staat bij dat Hij zal heersen tot in de aionen. Niet alleen in dat millennium, maar ook in de nieuwe schepping zal Hij eerst nog Koning zijn. Inderdaad, uiteindelijk zal Hij het Koninkrijk overdragen aan Zijn God en Vader, wanneer Hij de dood als laatste vijand teniet heeft gedaan. Maar het gaat er even om: hij is de zevende, maar hij is ook de achtste. Een nieuw begin. Want zoals zeven een volheid is, zo is acht de overvloed, maar ook een nieuw begin – zoals de eerste dag van de week tevens de achtste dag is. Welnu, David is de zevende én de achtste. Hij is ook de erfgenaam van de nieuwe schepping.

Ik vond het toch wel eigenaardig. Je kunt allerlei verklaringen geven als je het puur verhaaltechnisch bekijkt: hoe kan het dat hij hier de zevende is en elders de achtste? Oké, daar kun je een verklaring voor bedenken, dat is niet zo moeilijk. Maar dat laat nog steeds de vraag achter: is het niet eigenaardig dat hij én de zevende én de achtste is? In al dit soort details die we in deze korte bespreking zijn tegengekomen, blijkt alles profetisch te zijn en in type te verwijzen naar de grote Zoon van David.

Afijn, Isaï liet zijn zeven zonen aan Samuël voorbijgaan, maar Samuël zei tot Isaï dat JAHWEH dezen niet had verkoren. Hierop zei Samuël tot Isaï: "Zijn dit alle jongens?" Of letterlijk: "Zijn de knapen geëindigd?" Is dit alles? Heb je niet meer? Ik vind het al heel wat; je mag ook aannemen dat ze van verschillende moeders zijn bij één vader. Er wordt trouwens over David – en dat is op zich een hele interessante suggestie waar ik op gewezen ben – gezegd dat David een buitenechtelijk kind zou zijn geweest. Vandaar misschien ook dat hij in eerste instantie niet genoemd wordt. Want waarom trad hij hier niet gewoon op? Waarom is hij er niet bij gehaald? Was dat misschien omdat David gering geacht werd en niet meetelde in de familie?

Men heeft ook de link gelegd met Psalm 51, waar David, nadat hij overspel heeft gepleegd met Bathseba, tot belijdenis komt en zegt: "In zonde heeft mijn moeder mij ontvangen en in ongerechtigheid ben ik verwekt." Dat zou verwijzen naar het feit dat hij een, zoals wij dat noemen, een onecht kind zou zijn geweest. Ik noem het omdat het gesuggereerd wordt en er nog een paar kleine andere aanwijzingen zijn, maar het wordt in de Bijbel niet direct zo gezegd en je kunt het ook niet echt hard maken. Dus ik geef het alleen als suggestie door.

De Kleine Herderjongen: Wat voor de Wereld Veracht Is, Heeft God Uitverkoren ↑ hoofdstukken

In ieder geval zei Samuël daarop tot Isaï: "Zijn dit al de jongens?" Want ja, Samuël had nu duidelijk gemaakt dat deze zeven het in ieder geval niet waren. En het moet toch een zoon van Isaï zijn, dus er moet er nog eentje zijn. Waar is die andere zoon? Men dacht bij die Eliab, met zijn rijzige gestalte en als eerstgeborene, dat hij om zo te zeggen de x-vector had. Men dacht: dat zou hem wel eens kunnen zijn. Maar nee, de Heer rekent heel anders.

Isaï antwoordde daarop: "De kleine blijft nog over." In bijna geen enkele vertaling staat 'de jongste', en ik weet niet precies hoe het in de Statenvertaling staat, maar er staat letterlijk niet 'de jongste'. Er staat in het Hebreeuws katan, en katan is het tegenovergestelde van gadol. Gadol is groot en katan is klein. Het is 'de kleine'. En daar kan trouwens ook weer de gedachte in zitten van 'de geringe': degene die niet meetelt. Ja, de kleine blijft nog over, die ontbreekt nog. En waarom nu? Want er is dus nog één zoon overgebleven die nog niet gepasseerd was: de achtste.

Ik neem u even mee naar 1 Korinthe 2, waar Paulus spreekt over de wijze waarop God Zijn keuzes maakt, en dat blijkt dus heel anders te zijn dan wat de mens doet. Er staat in vers 27: "Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, dat heeft God uitverkoren." Waarom? "Om de wijzen te beschamen." Dat is als het ware een lange neus trekken. Jullie denken dat je het met je wijsheid, je intellect en je belezenheid allemaal wel weet, maar nee, God kiest de dwazen uit om de wijzen te beschamen. En wat voor de wereld zwak is, dat heeft God uitverkoren om wat sterk is te beschamen. Iedere keer zie je dat weer terug. Wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is – klein en gering – dat heeft God uitverkoren. Dat wat niets is of niets voorstelt, heeft Hij uitgekozen om aan hetgeen wel iets is, of denkt te zijn, zijn kracht te ontnemen. Dit gebeurt opdat geen vlees – gewoon dat wat een mens in zichzelf heeft en meent te hebben aan intellect, kracht, aanzien of verschijning – zou roemen voor God. Maar gelijk geschreven staat: "Wie roemt, die roeme in de Heer." Zo werkt het altijd.

David was een man naar Gods hart. Dan hebben we misschien de neiging om te denken: ja, die man was gewoon goed, hij had een goed hart. Nee, hij was een man naar Gods hart omdat Gods keuze altijd valt op het geringe, op degene die niet meetelt. Dat is altijd het principe. En je leest trouwens nog iets over hem, wat Isaï er dan bij zegt: "De kleine blijft nog over, zie, hij weidt de schapen." Dat mag dan misschien een onaantrekkelijke en ook gering geachte beroepsuitoefening geweest zijn, maar het maakte hem juist geschikt om koning over de kudde van Israël te worden.

Van David lezen we – het staat in deze geschiedenis hier nog niet, maar we lezen het later in 1 Samuël 17 – dat hij inderdaad gekwalificeerd was als een goede herder. Wat doet een goede herder? Hij zet zijn leven in voor de schapen. David had zelfs de leeuw en de beer verslagen. Dus hij was dan wel de kleine, de geringe, maar hij bleek toch een goede herder te zijn. En juist hij, deze herder, blijkt uitgekozen te worden om over de kudde van Israël te herderen. In 2 Samuël 7 staat: "Nu dan, zo moet je spreken tot Mijn knecht, tot David: Zo zegt JAHWEH der legerscharen: Ik heb u gehaald uit de weide, van achter de schapen, om vorst te zijn over Mijn volk, over Israël."

Vandaar ook dat een herder en een koning feitelijk twee kanten van dezelfde functie zijn. In beide gevallen geef je leiding; ook een koning gaat voorop aan de kudde. En als hij echt een goede koning is, dan zet hij zijn leven in voor de kudde, voor zijn volk. Een dictator laat zijn volk sterven voor hém, maar een goede herder, een koning naar Gods hart, die zet zijn leven juist in voor zijn volk. Zoals trouwens de Zoon van David dat ook daadwerkelijk gedaan heeft.

De Zalving met de Geest en de Verhoging Naar Rama ↑ hoofdstukken

Toen zei Samuel tot Isaï: "Laat hem halen, deze zoon, want wij zullen niet gaan aanzitten aan deze offermaaltijd voordat hij hier gekomen is." Daarop liet hij hem halen. Hij nu was rossig, staat er in de NBG-vertaling — ik geloof ook in de Statenvertaling — maar dat betekent gewoon roodachtig. Dat is hetzelfde als wat we lezen over Ezau; zijn naam werd daar later ook aan ontleend en hij kreeg de naam Edom, wat simpelweg 'rood' betekent. Of dat nu verwijst naar zijn haarkleur of meer naar de kleur van zijn gelaat, dat weet ik niet precies, maar hij was in ieder geval roodachtig.

Je ziet in dat woordje 'rossig' al de verbinding: het is verwant aan Adam en Edom. Adam, dat is mens; Adom, dat is rood; en Dam, dat is bloed. Dat heeft in het Hebreeuws allemaal met elkaar te maken. De zoon van David was roodachtig, en de Ben David is in ieder geval ook de Ben Adam, de Zoon des Mensen. Hij is degene die Zijn leven geeft, die Zijn bloed geeft.

Enfin, hij was roodachtig met mooie ogen en een goed aanblik. Dat dan weer wel. Ik bedoel, je leest dat God Zijn keuze niet laat vallen op uiterlijke schoonheid, maar bij deze koning lees je dat toch als een soort bonus. Hij was roodachtig, met mooie ogen en een goed aanblik. Je leest later weer in diezelfde geschiedenis, waar ik al een paar keer naar verwezen heb, dat toen de Filistijn David in het oog kreeg en hem bezag, hij hem verachtte omdat hij nog jong was. Dat is klein, hè? Jong, roodachtig, mooi van verschijning... dat was David.

En toen zei JAHWEH: "Sta op, zalf hem, want deze is het." Dit is de man van Mijn keuze, nadat al die anderen gepasseerd zijn. En Samuel nam de hoorn met olie. Over die hoorn hadden we het al: het is het beeld van koningschap. Hij nam de hoorn met de olie, het sap van de olijf, wat in de Bijbel zoveel functies vervult. Al was het maar om licht te geven in het heiligdom of ter genezing. Iemand wordt gezalfd met olie omdat olijfolie een geneeskrachtige werking heeft; je leest ook dat de wonden werden overgoten met olie. Zoals we dat zingen in een lied: "Hij balsemt de wonde en heelt alles." Hij balsemt, dat wil zeggen: Hij overgiet met olie.

Olijfolie staat tot op de dag van vandaag bekend als geneeskrachtig, maar het heeft ook te maken met wat de olijfboom voorbrengt. De olijfboom is die boom die niet doodgaat, die zichzelf regenereert en de dood overwint. De olijfboom is een type van onvergankelijk leven. Het is toch opmerkelijk dat als een profeet, een priester of een koning gezalfd werd, dat plaatsvond door middel van olijfolie. Olijfolie is een type van Geest en van leven, wat eigenlijk ook hetzelfde is. Als je de Geest krijgt, ontvang je leven. Als je de Geest geeft, dan geef je leven. Dat is waar die olie van spreekt: dat wat leven geeft, wat leven produceert en wat spreekt van onvergankelijk leven.

Let op wat hier gebeurt. Hier in Bethlehem wordt de zoon van David gezalfd vanuit de hoorn met olie. Dat spreekt van Hem die veel later overgoten werd door olie en leven ontving. Hoe lees je dat in Handelingen 2? God maakte Hem tot Christus; Hij heeft Hem uit de doden opgewekt. Hoe? Doordat God Hem de Geest gaf. God verwekte Hem uit de doden omdat God Zijn Geest, Zijn onvergankelijkheid, Zijn leven aan Hem gaf. Hij stond op uit de doden en zo werd Hij de Christus.

Die olie spreekt dus inderdaad van onvergankelijk leven. Hij is de Koning — en nu spreek ik uiteraard over de Zoon van David. Hij is de Koning die leeft en definitief de Koning wordt. Vandaar ook die hoorn, en niet een breekbaar kruikje. Samuel zalfde hem te midden van zijn broeders en van die dag af greep JAHWEH’s Geest David aan. Dat bevestigt precies waar we het over hebben, want olie is een beeld van Geest. Vanaf het moment dat hij met olie gezalfd werd, greep JAHWEH’s Geest David aan. In één vers wordt daarmee aangegeven: die olie spreekt van Geest. Toen ontving hij de Geest.

Daarna stond Samuel op en hij ging naar Rama, de plaats waar hij ook vandaan kwam. Weet u wat Rama betekent? Het betekent 'hoge plaats'. Hij kwam in Bethlehem, dat is een aankomst, en nu gaat hij vanuit Bethlehem naar Rama. Ook hier zie je weer Bethlehem als type van de eerste komst van Christus. Daar staat Bethlehem voor: Christus kwam in Bethlehem. Hij zal eenmaal Koning zijn in Jeruzalem, maar daar gaat nog een hele tijd overheen. Het begint allemaal in het verborgene, en bovendien is Hij nu nog de Verworperne. Waar is Hij nu dan? Wel, Hij was begonnen in Bethlehem en over Samuel lees je: hij ging naar Rama, naar de hoge plaats. Dat is precies waar deze geschiedenis van spreekt. Waar is Christus? Daar, op de hoogste plaats, de Verhevene.

Zo worden we in deze dertien verzen van de geschiedenis, in al die details, meegenomen naar de Zoon van David: onze Heer Jezus Christus. Ik hoop dat u dat ook duidelijk geworden is. Het is tekenend voor heel de Schrift: alles spreekt van Hem. En bovendien spreekt het van Hem die opgestaan is uit de doden en onvergankelijk leven aan het licht heeft gebracht.

🎧 David gezalfd
Delen: