GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Niet Onder De Wet

14-12-2014 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 14 december in Zoetermeer.

In Romeinen 6 onderwijst Paulus dat gelovigen niet onder de wet maar onder de genade zijn. Wat bedoelt hij daarmee? Hoezo “niet onder de wet”? Wat betekent dat in de praktijk? Leidt de wet dan niet tot minder zondigen? Hoe functioneert een leven onder de genade? En waaraan herken je zo’n leven?

Op deze belangrijke vragen wordt in deze studie nader ingaan. Hoe onbekend deze geweldige waarheden ook mogen zijn, de Schrift is er glashelder over!

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie benadrukt dat gelovigen niet onder de wet leven, maar onder de genade. God gaf de wet destijds tijdelijk aan Israël met als specifiek doel om de zonde te laten toenemen, zodat Zijn genade nog overvloediger kon blijken. In Christus is de mensheid echter vrijgekocht van deze wet. In plaats van krampachtig te strijden tegen zonde vanuit regelgeving, mag de gelovige vanuit vrijheid en dankbaarheid onbekommerd voor God leven.

“Kijk, de wet eist, maar genade geeft. De wet vraagt, maar genade beweegt.”

Het Actuele Thema: Paulus' Prediking van de Vrijheid ↑ hoofdstukken

Het was een tweetal weken geleden dat we hier ook waren en het hadden over een onderwerp dat gerelateerd is aan wat we vanmorgen bespreken. Toen ging het over Sabbat en Zondag, en toen lag het eigenlijk heel erg voor de hand om het onderwerp ook wat breder te trekken. Het ging toen over één specifiek punt uit de Tien Woorden: "Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt." Wat betekent dat? Aan wie is dat gericht? Wat hebben wij uit de natiën daarmee van doen? En kan die dag zomaar overgezet worden naar een andere dag, dat wil zeggen de zondag? Nou, die vragen hebben we onder ogen gezien en mijns inziens ook vanuit de Schrift belicht en beantwoord.

Nu is het onderwerp wat breder. Het gaat niet specifiek over één woord, namelijk "Gedenk de sabbatdag", maar het gaat over de wet of de Torah, de wet die God in het algemeen aan Israël heeft gegeven. Want zoals u hier ziet afgebeeld op deze dia: "Niet onder de wet". Die uitdrukking komen we een heel aantal keren tegen. Vooral de uitdrukking "onder de wet" komen we een aantal keren tegen, en iedere keer blijkt de uitdrukking te verwijzen naar de wet die God via Mozes aan het volk Israël heeft gegeven, de Torah. Over die wet hebben we het en dat zullen we vanzelf ook nog wel zien.

Het is een actueel onderwerp, per definitie natuurlijk, want je hebt het over een heel basaal bijbels begrip dat iedere keer weer voorbijkomt. Maar ook in een ander opzicht is het actueel, in ieder geval voor mijzelf, en wellicht dat u daar op een andere wijze ook iedere keer op stuit. Er gaan toch weinig dagen voorbij dat ik niet via mijn website, via vragen in mijn mailbox of opmerkingen en kritiek, gewezen word op het onderwijs op de website van goedbericht.nl en op de vrijheid zoals Paulus die predikt. Wij leven niet onder de wet, en dat staat onder heel veel kritiek. Men noemt dat namelijk antinomianisme. Dat wil zeggen: dat is tegen de wet. Dat is eigenlijk het propageren van een wetteloze levensstijl. Vrijheid, blijheid en sowieso de boodschap dat alles goed komt; dat is al zo onvoorwaardelijk en bovendien prediken we dan ook nog eens een keer dat we niet onder de wet staan. Dat kan niet.

Je kunt het onder bewijs stellen en ik schrijf daar ook dikwijls blogs over, maar ik wil het nu vanmorgen in deze samenkomst eens wat scherper stellen en ons specifiek richten op die uitdrukking "onder de wet". Dan zullen we zien dat die uitdrukking uitsluitend bij Paulus voorkomt en door hem wordt gebezigd. Dat is trouwens dan weer een ander punt, dat heb ik van de week ook nog weer gelezen: "Jij altijd maar weer met Paulus", ik zeg het nu eventjes in een vrije weergave, "dat lijkt wel een soort paus voor jou." Gek genoeg is dat wellicht als een aanklacht of als kritiek bedoeld, maar voor mij is het alleen maar een compliment. Volgens mij heb ik het dan toch aardig begrepen. Wat Mozes was voor een Israëliet, dat is Paulus voor ons onder de natiën. Dat klopt, hij is de apostel en leermeester van de natiën, van Godswege daartoe gesteld.

Heel de Schrift is waardevol, sterker nog, van levensbelang voor ons en nuttig om te lezen en te onderzoeken. Heel de Schrift. Maar onze leermeester is Paulus. Vanuit hem, dat wil zeggen vanuit zijn onderwijs, bezien we de Schriften en openen we de Schriften. Dat is inderdaad het geval. Juist Paulus benadrukt deze waarheid van "niet onder de wet".

Laten we het eens wat nader bezien. Ik moet op voorhand al aangeven dat ik niet eens een complete lijst geef. Als u een concordantie zou raadplegen, dat wil zeggen zo’n trefwoordenregister — tegenwoordig gaat dat natuurlijk allemaal online en op een computer veel makkelijker — dan tik je "onder de wet" in en dan zie je een heel aantal voorkomens. Die hele lijst ga ik niet afwerken, maar ik noem een aantal markante plaatsen die in dit verband van groot belang zijn. De eerste is deze: Romeinen 25. Hoewel ik erbij moet zeggen dat je in dit specifieke vers de uitdrukking niet vindt, begin ik er wel expres mee.

De Basale Waarheid: in Adam Gevallen, in Christus Gerechtvaardigd ↑ hoofdstukken

Romeinen 5 is het hoofdstuk waarin Paulus twee personen tegenover elkaar plaatst. Hij laat de tegenstellingen zien, maar hij laat ook de parallellen zien; de een is een type van de ander. Adam en Christus. Christus is de laatste Adam. Die uitdrukking gebruikt Paulus dan weer in 1 Korinthe 15. Het idee daarbij is dat Adam de hele mensheid omvat. Adam viel en de hele mensheid ging daarin mee. Dat wil zeggen dat de hele mensheid vanwege hun adamitische afkomst – ze kunnen hun geslachtsregister immers allemaal terugvoeren tot Adam – gewoon van huis uit en van geboorte af zondaren en stervelingen zijn. Dat is geen keuze, dat is een gegeven. Waarom? Wel, wij zijn van Adam en in Adam begrepen.

Adam betekent eigenlijk ook 'mens'. Hij is daarmee ook het prototype, het model van de mens. Dat heeft helemaal niets te maken met wie u bent of wat uw daden of prestaties zijn; dat staat er helemaal los van. Je bent in Adam, hij is je voorvader en dat bepaalt je lot. Wat Paulus laat zien, is dat we behalve Adam een andere Adam kennen, de laatste Adam, in wie ook de hele mensheid begrepen is. Of zoals ik van de week van iemand las, en dat vond ik wel heel mooi: "Waar Adam viel, stond de laatste Adam op." Ja, zo was die uitdrukking.

Wat ik ermee wil zeggen, is dit: in Adam is het lot van de mensheid bezegeld, namelijk dat wij allemaal stervelingen en zondaren zijn. Maar in Christus is de hele mensheid begrepen en daarmee ook de bestemming bepaald. Hij stierf, Hij stond op uit de doden en in Hem wordt de hele mensheid gerechtvaardigd en levend gemaakt. Dat is zo’n basale waarheid. Dat betekent namelijk dat het genade is, dat het puur om niet is. Dat heeft niets te maken met onze keuze; daar kun je niets aan toedoen en daar kun je niets aan afdoen. Het is een gegeven. Zoals het een gegeven is dat u een zondaar en een sterveling bent, zo is het een gegeven dat in Christus de hele mensheid gerechtvaardigd wordt en levend gemaakt.

Paulus zegt dan wel elders, met de aantekening: "ieder in zijn eigen rangorde", maar het feit staat. Zo zal het gebeuren. Ja, dat is maar makkelijk. Zeker weten, dat is makkelijk! Het is een blijde tijding. Het is gratis, het is om niet en of je het nu gelooft of niet: dit is de waarheid. Een gelovige is iemand die zegt: "Wauw, geweldig, dank u wel God dat het zo is", om dan eens te ondervinden wat dat in je leven uitwerkt. Want dat is licht; dat is licht in de duisternis.

In dit hoofdstuk zet Paulus deze dingen uiteen, van Adam en Christus, en dan zegt hij in vers 20: "Maar de wet is erbij gekomen." Dat wil zeggen: pas op een veel later tijdstip. Afgelopen donderdag hadden we een Bijbelstudie in Bodegraven en toen kwamen deze dingen ook aan de orde. Dat liep toevallig wat parallel; er waren nogal wat onderwerpen die erg te maken hebben met wat we nu bespreken. Toen kwam dit vers ook al even aan de orde.

Het Sub-doel van de Wet: Opdat de Overtreding Zou Toenemen ↑ hoofdstukken

De wet is erbij gekomen. Wat Paulus bedoelt is – hij had het in vers 13 en 14 van dit hoofdstuk al gezegd – dat de mensheid van Adam tot Mozes zonder wet leefde. Bedenk goed, dat zijn ongeveer vijfentwintig eeuwen hoor! Al die tijd leefde de mensheid zonder wet. Adam, noem ze allemaal maar op: de aartsvader Noach en later ook Abraham. In Galaten 3 vers 17 benadrukt Paulus dat die wet pas vierhonderddertig jaar, dus bijna vierenhalve eeuw, na de belofte aan Abraham kwam. Het is dus een heel lange periode waarin er geen wet was.

Sterker nog, als je het hele Oude Testament neemt en we beginnen bij Adam te tellen tot Christus, dan duurt die periode ongeveer vierduizend jaar. Van Adam tot Abraham is tweeduizend jaar en van Abraham tot Christus is tweeduizend jaar. Dus die hele periode van het Oude Testament duurt ongeveer vierduizend jaar. De periode van de wet wordt weliswaar het meest uitgebreid beschreven, dat is waar, maar die periode beslaat ruim vijftienhonderd jaar. Meer niet. Dus in wezen, als je het gewoon op de tijdbalk bekijkt, is het zelfs een relatief korte periode.

De wet is erbij gekomen. Ik zeg dat er even bij om daarmee aan te geven dat het niet waar is wat er vaak gezegd wordt: alsof de wet, en meer specifiek de Tien Woorden of van mijn part de hele Mozaïsche wetgeving die God aan Israël heeft gegeven, een soort universele leefregel voor de mensheid is. Dat is niet waar. In dat geval had God de wet wel aan Adam gegeven en niet pas aan Mozes.

De wet is erbij gekomen. Erbij gekomen "opdat de overtreding zou toenemen", zo staat er in de vertaling. De wet kwam en daarmee werd de overtreding meer. Maar ik zal u vertellen: het staat er nog veel sterker. Als u een Statenvertaling hebt, dan staat er "opdat de misdaad te meerder worde". Maar wat er letterlijk staat – u ziet het ook in de interlineair – is "opdat de misstap" of "de overtreding zou toenemen". Met andere woorden: dat is de doelstelling van de wet.

Hiermee zie je ook weer dat Paulus, als hij het evangelie in de Romeinenbrief zo basaal en uitgebreid uiteenzet, de ene ondogmatische uitspraak aan de andere rijgt. Het staat zo haaks op de filosofie, maar ook op de godsdienstige denktrant. Want wat denkt de mens? Wat zegt de mens? God gaf de wet opdat de mens beter zou worden. Maar nee, de wet is erbij gekomen opdat de misdaad – om het even met de Statenvertaling te zeggen – zou toenemen. Dat was de bedoeling.

God gaf de wet niet opdat de zonde zou worden ingedamd. Dat is wat alom gezegd wordt, maar zo werkt het niet. Dat blijkt ook wel en het was zelfs niet de bedoeling. Toen God de wet gaf, was het juist de bedoeling dat de overtreding zou toenemen. Dat was de opzet, en het gebeurde ook. We weten allemaal hoe het werkt. Toch blijft de mensheid maar denken... er staat in 1 Korinthe 15 – daar hadden we het afgelopen donderdag ook over: "de kracht van de zonde is de wet". Als je de zonde wilt bekrachtigen, dan moet je een mens onder de wet stellen. "Dat mag je niet doen, dat moet je niet doen, daar mag je niet aan denken..." En wat er gebeurt – we weten het allemaal – is zelfs een universeel bekend gegeven in de pedagogiek. Elke opvoeder heeft daarmee te maken: op het moment dat je tegen een kind zegt dat iets niet mag, dan prikkel je het juist. Romeinen 7 gaat daar trouwens ook over. Zo werkt dat. En God weet wat voor maaksel wij zijn; Hij heeft het ook zo bedoeld.

Nu zou je kunnen denken: maar heeft God dan de opzet dat de overtreding meer zou worden? Is dat waarom Hij de wet gaf? Ja. Ik moet er wel iets bij zeggen: dat was niet Zijn einddoel, maar om zo te zeggen een sub-doel. Let maar op: "opdat de misstap zou toenemen; waar evenwel de zonde toenam, is de genade meer dan overvloedig geworden". Uitermate overvloedig! Dit woord komen we ook in 2 Korinthe 7 tegen en daar wordt het vertaald met "overstelpend". Kijk, hier heb je het echte doel van God.

Het doel van God was dat de genade overstelpend zou zijn. En omdat de genade overstelpend zou zijn, heeft Hij de wet gegeven. Want daar waar de wet kwam, werd de zonde alleen maar geactiveerd en werd zij meer. Maar waar dat het geval is, moest de genade dus alleen maar overvloediger worden. Dit is de bedoeling van God. Hij wil Zijn genade betonen. Hij wil echt tonen en demonstreren dat er niets is wat een mens kan doen of nalaten wat Zijn liefde ongedaan maakt. Dat is onmogelijk. God wil Zijn genade overvloedig betonen. Dat was de bedoeling en daarom gaf Hij de wet, namelijk dat de zonde alleen maar zou toenemen. Ziet u hoe dit haaks staat op wat er in het algemeen over de wet gezegd wordt? Maar ik zal u nog wat Schriftplaatsen tonen, want dit was Romeinen 5 vers 20.

Het Amen van Abram en de Wet als Tijdelijke Tuchtmeester ↑ hoofdstukken

Dan gaan we naar Galaten 3 en dan lees je dit. Over de hele context moet ik even zeggen dat de Galatenbrief gaat over de dwaling die daar in Galatië ontstond, een landstreek in het huidige Turkije, in Klein-Azië. Paulus had daar het evangelie 'om niet' verkondigd, maar toen kwamen daar vervolgens mensen, judaïsten, die de mensen onder de wet wilden brengen. Ze zeiden: "Jullie zijn nu wel gelovig, maar als je echt rechtvaardig wilt leven, dan zul je je moeten laten besnijden, of dan zul je de sabbat moeten gaan houden, of dan zul je allerlei gebruiken moeten gaan volgen, namelijk die van het judaïsme." Ze wilden de gelovigen, zo staat er in Galaten 2 vers 14, judaïseren en onder de wet brengen. En dan wordt Paulus zo verschrikkelijk fel, want dat staat namelijk zo haaks op dat geweldige goede bericht dat hij had gepredikt van 'om niet', van genade.

Dit is midden in het betoog, want dan zie je in vers 23 dat hij zegt: "Doch voordat dit geloof kwam..." En met dit geloof, of letterlijk 'het geloof', bedoelt hij het geloof zoals Abraham dat had voordat de wet kwam. Ik wees er zojuist al even op dat de wetgeving bij de Sinaï pas 430 jaar nadat God aan Abraham die belofte had gedaan, kwam. Je leest dat, en daar wordt in het voorgaande van Galaten 3 op gewezen; ik heb de versnummers er maar expres even bij genoemd, dan moet u dat nog maar eens even nakijken. Ik kan dat nu niet doen, maar het gaat erom dat het nu puur om geloof gaat. Wij die niet onder de wet staan — ik kom daar straks op terug — wij die niet onder de wet staan, wij leven uit geloof. En wat betekent geloof? Geloof staat tegenover werken.

Wat betekent dat dan? Wel, daarvoor haalt Paulus bij deze gelegenheid, maar dat doet hij vaker, Abraham aan. Of eigenlijk Abram, zoals hij toen nog gewoon heette. Abram was een oude man, zijn vrouw was onvruchtbaar en aan hem geeft God de belofte in een nacht: "Zo zal jouw nageslacht zijn." En dan wordt er geen enkele voorwaarde genoemd, niet één. Hij zegt niet: "Als jij zus of als je zo," nee. Abram moest omhoog kijken: "Kun je de sterren tellen?" Nee, dat kon hij niet. "Zo zal jouw nageslacht zijn." En Abram geloofde God. Er staat letterlijk: hij beaamde God. Het Hebreeuwse woord voor geloven is 'beamen', 'amen' zeggen. Zo is dat. En Abram geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Abram was in de ogen van God een rechtvaardige. Waarom? Deed hij iets? Nee. Wat gebeurde er dan? Wel, hij zei 'amen' op Gods belofte; dat is geloof. Dus niet: hij werkte, want hij deed helemaal niets. God beloofde, en weet u wat hij deed? Hij keek omhoog en hij zei 'amen' op een belofte die God deed. Niet op een voorwaarde, want God zei niet dat hij zus of zo moest doen. Kijk, in dat geval is het werken: God vraagt iets en jij moet het doen. Maar God vroeg helemaal niets, God beloofde. Zo zal het zijn. Het was dus puur een belofte.

Bij een belofte liggen de verplichtingen, u weet het: een belofte maakt schuld, geheel bij degene die de belofte doet. Hij doet de belofte en hij verplicht zich daarmee om dat ook te vervullen. Abraham geloofde God en dat maakte hem een rechtvaardige. Hij deed niet iets, nee, maar hij zei: "Amen, zo is het, dat is de waarheid." Nou, zo was het voor de wetgeving. Zo was het bij Abraham en zo is het vandaag weer: puur geloof. Voordat het geloof kwam, werden wij onder de wet in verzekerde bewaring gehouden. Dat betekent eigenlijk ook dat die hele periode onder de wet feitelijk een intermezzo was, een tussenperiode. Duizenden jaren leefde de mensheid helemaal niet onder de wet. Vervolgens wordt er één volk geselecteerd, afgezonderd en geheiligd, en aan hen wordt de wet gegeven met een specifieke doelstelling. Nou ja, daar had ik het net al over, maar daarmee is de doelstelling van de wet bepaald niet uitgeput, want het is ook een onderwijsaankondiging. Daar gaat het nu voor morgen niet zozeer over, hoewel ik erbij moet zeggen dat Paulus tegen de Galaten zegt: "Jullie willen onder de wet staan? Zeg mij, jullie die onder de wet willen staan, luisteren jullie niet naar de wet?" En dan gaat hij vertellen over de geschiedenissen van Hagar en Sarah, en over Ismaël en Izaäk. "Hebben jullie daar weleens naar geluisterd? Dat staat allemaal in de wet." Maar weet je wat het betekent? Als ze goed hadden overwogen wat dat betekent, dan zouden ze niet die onzin verkondigen die zij nu geloofden en die daar inderdaad in die boodschap ingang vond. Ze stelden zich onder de wet, maar ze luisterden niet echt naar de wet.

Afijn, wij werden onder de wet in verzekerde bewaring gehouden. Eigenlijk is dat het idee van een gevangenis: gewoon bewaard, een huis van bewaring. "Samen opgesloten wordend", staat er dan, met het oog op het geloof dat geopenbaard zou worden. Dus die hele periode onder de wet is een onderbreking, opdat uiteindelijk het geloof geopenbaard zou worden en het weer puur zou gaan om geloof. Ik lees even verder, want ik moet nog wat meer schriftplaatsen bespreken. De wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus. Dan gaat het er niet om dat dat de doelstelling is, maar dit is een tijdsbepaling. Dat wil zeggen: totdat Christus zou komen. En met Christus hebben we het over Hem die opstond uit de doden. Wel, tot die tijd was voor Israël, dat onder de wet gesteld was, de wet een tuchtmeester.

U ziet, hier staat in het Grieks het woordje 'pedagoog'. Ons woord pedagoog is dus gewoon een Grieks woord en dat betekent, als je het heel letterlijk vertaalt, een kindergeleider. Iemand die een kind begeleidt en onder bewaring stelt, wat in die dagen een speciale functie was. Als je in goeden doen was, dan kon je de opvoeding overlaten — of dat nu zo ideaal is, is een ander verhaal — aan een speciaal iemand: een pedagoog die jou dan inderdaad onder een bepaald beheer stelt. Welnu, de wet was zo'n kindergeleider. De wet stelt de mens onder regels, zoals je een kind ook onder regels stelt, maar het is ook een aanduiding van onmondigheid. Tegen een kind zeg je: "Zus en zo en zo moet je dat doen." Maar op een gegeven ogenblik word je geacht volwassen te zijn, mondig te worden, en dan mag je zelf nadenken en mag je zelf je verantwoordelijkheden opnemen. Tot die tijd is een kind gewoon onder die regels en zijn ook de ouders verantwoordelijk.

Nou, hier gaat het over die tuchtmeester, die pedagoog. De wet is een pedagoog voor ons geweest tot Christus, opdat wij... ja, hier heb je dus het idee van een tijdspanne: van Adam tot Mozes was die tuchtmeester er niet, en van Mozes tot Christus, Zijn kruis en opstanding, gedurende deze tijd was Israël het ene volk onder de tuchtmeester. Dit was opdat wij uit geloof gerechtvaardigd zouden worden, zoals ooit Abram al werd. Nu echter het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder de tuchtmeester, dat wil zeggen: niet meer onder de wet. Dus als wij vertellen dat een gelovige vandaag niet onder de wet is, dan is dat gewoon pure Bijbelse waarheid. Dat is namelijk wat Paulus onderwijst. Als je daar niet van gediend bent, nou, dan moet je de brieven van Paulus gewoon terzijde leggen, maar ga niet de Schrift verdraaien. Het is een Bijbelse waarheid dat de gelovige vrij is. Ons leven wordt niet geregeerd door de vraag: "Ja, wat zegt nou de wet? Mag het nou wel of mag het nou niet?" Weet u, daar was Paulus heel gauw klaar mee.

In de Korintiërsbrief vind je dat een stuk of drie, vier keer dat hij dat zegt: alle dingen zijn geoorloofd. Niet alles is nuttig, maar alle dingen zijn geoorloofd. Dus de hele vraag van: mag het wel, mag het niet? Is het geoorloofd, ja of nee? Dat is niet aan de orde. Iemand die zo denkt, leeft nog onder de wet. Wij leven niet onder de wet. Dit zijn zulke duidelijke uitspraken.

Nu echter het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder de tuchtmeester. Dat wil zeggen onder die kindergeleider, de pedagoog: de wet. Ik blader er eventjes door. Nou ja, min of meer dezelfde bladzijden; ik heb het nu ook voor me liggen. Dit was Galaten 3. We gaan nu verder naar Galaten 4, daar schrijft Paulus:

De Volheid Des Tijds: Vrijgekocht tot Mondig Zoonschap ↑ hoofdstukken

Maar toen de volheid des tijds gekomen was – dat wil zeggen: de tijd was vervuld, oftewel de termijn was voorbij – heeft God zijn Zoon uitgezonden. Dat wil zeggen: toen Jezus Christus hier op aarde was, de Zoon van God, door God zelf verwekt zonder tussenkomst van een man. Daarom staat er ook: 'geboren uit een vrouw'. In elk geval: het was de volheid des tijds. Dat wil zeggen dat de tijd daar toen niet alleen rijp voor was, maar dat de termijn ook vervuld was. God had dat ook aangekondigd. Wanneer het ook zou zijn, God had zijn Zoon vanaf den beginne al aangekondigd. Denk aan de belofte die God gaf aan Adam en Eva in de hof – dat was nog in de hof – over het zaad van de vrouw dat de kop van de slang zou vermorselen.

Wel, niet alleen dát Hij zou komen was duidelijk; in de loop van die duizenden jaren heeft God heel veel meer gezegd over Hem die zou komen. Eigenlijk gaat heel de profetie daarover. Heel de Schrift gaat over Christus, over wie Hij zou zijn in het Oude Testament, en zelfs alles in de schepping spreekt daarover. Over de Christus, over Hem die zou komen. Zelfs al die sterrenbeelden waar Abraham naar moest kijken spreken over Hem die zou komen. Er zijn zelfs sterrenbeelden die zo heten. Het gaat allemaal daarover: over Hem die zou komen. En daar wordt het zelfs een termijn genoemd wanneer Hij zou komen. Dus met recht: in de volheid van de tijd, toen de 4000 jaren voorbij waren.

Wel, toen heeft God zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw. Dat was ook wel duidelijk: het zaad der vrouw. En geboren onder de wet. Jezus werd geboren onder de wet als Jood. Want let wel, heidenen zijn nooit onder de wet geweest. Dat moet je je heel goed realiseren. We hadden het zojuist over die hele periode van Adam tot Mozes; toen was er niemand onder de wet. Maar daarna, sinds Mozes, was het niet zo dat de mensheid onder de wet stond. Nee, God had één volk bevrijd uit Egypte en aan hen de wet gegeven. 'Hunner', zegt Paulus in Romeinen 9, 'is de wetgeving'. Van hén.

En toen de Zoon hier op aarde was, wel, Hij was geboren onder de wet. Dat wil zeggen: geboren in dat volk dat gesteld was onder de wet. En dat zie je dan ook duidelijk gedemonstreerd: Hij werd op de achtste dag besneden. Ik hoorde van de week nog iemand zeggen... die ging uit van 25 december. Hoe hij dat kon zeggen, weet ik niet. 25 december zou Jezus geboren zijn, en dat is echt zover naast de waarheid, maar daar hebben we het bij andere gelegenheden wel eens over gehad. Maar één ding vond ik wel leuk dat hij er toen bij opmerkte, want hij had er wel goed over nagedacht. Hij zei: "Acht dagen later werd Hij besneden, dat was op nieuwjaarsdag." En die vond ik wel weer mooi, want inderdaad: de besnijdenis heeft alles te maken met een nieuw begin. Dus er is wel over nagedacht. Dat wel, maar goed, op de achtste dag werd Jezus besneden.

Dat was inderdaad niet 1 januari, maar we houden hem toch even in gedachten. Hij werd besneden op de achtste dag. Op de veertigste dag werd Hij in de tempel voorgesteld – u weet wel, die geschiedenis van Hanna en Simeon – de veertigste dag. Dat was allemaal volgens de instructies van de wet van Mozes. Hij hield de sabbat, Hij vierde de hoogtijdagen. Op twaalfjarige leeftijd ging Hij naar de tempel om het Pascha te vieren. Het was nog rond zijn verjaardag ook. Maar goed, als we het er dan toch even over hebben: Hij ging naar de synagoge, nou ja, et cetera, et cetera. Hij droeg kwasten aan zijn kleed. Dat was allemaal omdat Hij een Jood was. Hij was geboren onder de wet en Hij leefde ook onder de wet.

Maar – en dan zeggen ze: "Als je een navolger van Jezus bent, dan moet je dus ook leven onder de wet" – maar we lezen even verder: "Geboren onder de wet, om hen die onder de wet waren..." Wie zijn dat? Israël, dat volk. "...om hen die onder de wet waren vrij te kopen." Dat waren ze dus blijkbaar niet: vrij. En 'vrijkopen', die uitdrukking vind je trouwens nog even eerder in Galaten 3. Daar wordt heel uitdrukkelijk ook gezegd dat Hij hen vrijkocht toen Hij de prijs betaalde doordat Hij aan het hout stierf.

Er zit nog een mooi verhaal aan vast, maar lees het maar eens na in Galaten 3 vers 13. Om vrij te kopen, om hen die onder de wet zijn vrij te kopen. Dat betekent dus – let eens goed op – dat vandaag niemand, ook dat volk Israël, niet onder de wet leeft. Dat wil zeggen: niet onder de wet staat van Godswege, zo bedoel ik het. Maar van Godswege stonden ze onder de wet sinds Sinaï tot Christus. Let op: niet tot Jezus. Want Jezus leefde ook onder de wet. Alleen toen Hij stierf en opstond uit de doden, toen werd Hij de Christus, de Opgestane. En sindsdien leeft er niemand meer onder de wet.

Ja, ook nog Efeze 4: "De gevangenis is gevangengenomen." Daar ga ik nu even niet op in; dat voert nu te ver. Maar "om hen die onder de wet waren vrij te kopen" betekent dat het volk dat onder de wet was, nu vrij is. Zodat het jodendom, als je het zo bekijkt, dat zich stelt onder de wet... met een duur woord heet dat een anachronisme. Dat is eigenlijk buiten de orde. Men stelt zich onder de wet waar men helemaal niet meer onder geplaatst is. Men is daarvan bevrijd, vrijgekocht.

En dan staat er nog bij: "...opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen." Eigenlijk staat er letterlijk de 'zoonstelling' of het 'zoonschap'. Dat wil zeggen: we zijn vrij, niet meer onder een kindergeleider, onder een pedagoog. We zijn mondig. Ons leven wordt niet geregeerd door de vraag: "Wat zegt de wet?", maar we zijn zonen. Mondig. Nou, ik ga nog even verder.

Een Verrassende Conclusie: Wie Onder de Wet Staat, Wordt Beheerst Door de Zonde ↑ hoofdstukken

Naar Romeinen 6. U ziet, het is wat lukraak, want ik was in de Romeinenbrief eerder al, in Romeinen 5, toen gingen we naar Galaten 3, toen gingen we naar Galaten 4. En ik vergeet dan nog weer een aantal passages, maar goed, we gaan naar Romeinen 6. Want dat is in ieder geval een passage die ik genoemd wil hebben in dit verband. Immers, zegt hij dan — en u ziet alleen al uit het eerste woord dat hij hier in zijn betoog weer verder gaat, ik laat dat even voor wat het is — maar nu de uitspraak zelf: "Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren." Letterlijk staat er: "zal geen heer zijn". De zonde zal u niet beheersen.

Wat betekent dat, beheerst worden door de zonde? Kijk, wie wordt nou beheerst door de zonde? Ik vond het een beetje moeilijk om er een plaatje bij te vinden, maar goed, daar is ongetwijfeld wel wat op aan te merken. Dat linkerplaatje moet dan een vrouw uitbeelden die zich van God noch gebod iets aantrekt en die gewoon haar eigen leven leeft. Losbandig, dat is het idee. En daarvan zeggen we dan: die wordt beheerst door de zonde. Dat wil zeggen, ze laat zich daardoor leiden. Die man daarnaast, een monnik of wat voor geestelijke ook, die wordt geacht godsdienstig te leven, de wet te onderhouden.

Maar nu even een vraag: wie van de twee wordt nu beheerst door de zonde? Nou zou je kunnen zeggen: degene die gewoon de zonde uitleeft en die zich totaal niet druk maakt om zonden. Maar wordt iemand die zich niet druk maakt om de zonde beheerst door de zonde? Laten we Paulus zelf het antwoord geven. Hij zegt dit: "Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren, zal u niet beheersen, zal geen heer zijn." Waarom? "Want gij zijt niet onder de wet." Met andere woorden: als je onder de wet leeft, dan word je beheerst door de zonde.

En wat doet iemand die godsdienstig is? Die houdt zich aan de wet en die wordt voortdurend beheerst door niet de zonde te doen. Zoals u weet: "gij zult niet begeren", gij zult niet, allemaal "gij zult niet". Waar denk je aan als die hele strijd gaande is? Ik weet zeker wat ik nu vertel, daar zou ik heel wat mensen voor naar voren kunnen halen: hoe onderga je dat? Juist mensen die godsdienstig zijn, worden feitelijk hun hele leven beheerst door de zonde, namelijk het strijden tegen de zonde.

Feitelijk is dat ook wat er gezegd wordt. Er zijn formulieren in ons lieve vaderland, in de geloofsbelijdenissen, ook in de protestantse geloofsbelijdenissen — die dat zo vertellen. Niet alleen protestanten, maar het is universeel dat men zegt: een gelovige, dat is iemand die zijn hele leven strijdt tegen de zonde. Maar waardoor word je dan beheerst? Toch door de zonde? Trouwens, kijk maar naar hun levens, kijk maar naar hun gezichten hoe dat dan uitwerkt. Daar word je niet vrolijk van. Want dit is trouwens Romeinen 6, en als je echt een mooie beschrijving wilt vinden van hoe dat in de praktijk werkt, moet je Romeinen 7 eens lezen. Van iemand die inderdaad worstelt met de zonde en strijdt tegen de zonde, strijdt tegen het vlees: dan word je beheerst door de zonde.

Dus hier is het idee niet de zonde die heerst doordat je goddeloos leeft. Nee, het punt is juist: je wordt beheerst door de zonde als je onder de wet leeft en voortdurend denkt: dat mag ik niet doen. En dan vind je in Romeinen 7 de armzalige conclusie: "Ik ellendig mens, wat ik niet wil, dat doe ik." Die strijd. En men zegt dan: ja, dat is inderdaad een christelijk leven, dat je voortdurend je hele leven strijdt tegen de zonde. Nou, ik moet u zeggen, ik vind het vreselijk als je dat denkt. Dan heb je ook niks van de blijde boodschap begrepen. Want dan kun je wel spreken over bevrijding, maar wat is dat voor bevrijding als je je hele leven daarmee tobt en zelfs geroepen bent om te strijden tegen de zonde?

Paulus zegt: "De zonde zal over u geen heerschappij voeren, zal u niet beheersen, want jullie zijn niet onder de wet." Maar onder de genade! Dus niet onder dat "gij zult niet", maar onder de genade. Hier vind je dat statement van "niet onder de wet". We zagen hem in Galaten, we zien hem hier weer in de Romeinenbrief. We zijn niet onder de wet, maar onder de genade. En het woord genade, dat is garis. Dat is zo'n prachtig woord. Dat betekent: vreugde om niet. Aan de ene kant zit er de gedachte in van vreugde — garis is het woord voor vreugde — maar het is ook vreugde die je om niet krijgt. Het wordt gegeven zonder dat je daar iets voor moet doen. Je wordt blij gemaakt, dat is genade.

Wij mogen leven uit genade. Niet onder de wet. God zegt niet: jij moet dit doen en dat doen en jij mag dat niet doen. Kijk, dan word je weer beheerst door de zonde. Wat God zegt, net als bij Abraham: kijk omhoog. Luister naar wat Ik je allemaal bied en beloof en geef. Om niet, zonder dat Ik je iets vraag. En eens kijken wat er dan gebeurt. Dan word je blij. Want dat is wat genade doet: genade maakt blij. Dat is wat het woord betekent. Genade geeft namelijk. Kijk, de wet eist, maar genade geeft. De wet vraagt, maar genade beweegt. Het motiveert je, maakt je blij, doet je omhoog kijken, maakt je stralend.

Begrijp me goed, want er zijn allerlei facetten die ik nu over de wet naar voren breng of onderbelicht laat. Want gaat Paulus in Romeinen 7 dan ook nog verder wijzen: is de wet dan zondig? Die conclusie zou je zomaar kunnen trekken. Nee, de wet is heilig, rechtvaardig en goed. Allemaal tot je dienst. Maar het gaat nu even om het effect wat er gebeurt met een mens die zich stelt onder de wet. Wij leven onder de genade en het eerste wat genade doet, is blij maken, maar ook dankbaarheid geven. Dankbaarheid en genade zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Daar waar je om niet krijgt en waar je om niet blij gemaakt wordt, dan ben je dankbaar. Dat krijg ik zomaar!

Let ook op de blik waarin de mens dan gericht wordt. Je kijkt omhoog. Het gaat namelijk helemaal niet om ons onvermogen. Want je vraagt vervolgens: wat doen wij dan met de zonde? Heb je daar dan geen last meer van? Tob je daar dan niet mee? Is het dan niet zo dat we tot onze laatste snik daarmee te maken hebben? Wat doen we daar dan mee? Nou, dan had je in het voorgaande van Romeinen 6 even moeten lezen. Want daar zegt Paulus wat we daarmee doen. Strijden we ertegen? Nou, laat ik het dan lezen.

Niet Strijden maar Negeren: Dood voor de Zonde, Levend uit Genade ↑ hoofdstukken

Romeinen 6 vers 10. Laat ik lezen vanaf vers 9 – ik heb er even geen dia van, maar daar staat: "wij weten dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft. De dood voert geen heerschappij meer over Hem. Want wat Zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven. Wat Zijn leven betreft, leeft Hij voor God." Zo zou het ook voor u moeten vaststaan – letterlijk staat er: reken! – dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus.

Dood voor de zonde. Dat betekent: negeren. Wij regeren over de zonde door haar te negeren. En negeren betekent er geen aandacht aan geven. Wat dan wel? Want op het moment dat je zegt: "Geen aandacht aan geven, geen aandacht aan geven, geen aandacht aan geven...", dan weet u wel hoe het gaat. Nee, het is: wij leven onbekommerd voor God. En naar de zonde hebben we geen enkele boodschap. Dus we kijken omhoog. Wij leven voor God. Dat is trouwens wat Paulus vervolgens in vers 15 ook zegt: "Wat dan? Zullen wij zondigen omdat wij niet onder de wet maar onder de genade zijn?"

Geheid, dit is altijd het verwijt dat je gemaakt wordt. Hier klinkt het trouwens ook als een verwijt of in ieder geval als een conclusie die zomaar zou kunnen worden ingebracht. Nietwaar? Als je zegt dat we niet onder de wet leven, dan luidt de kritiek: "Dus jij zegt eigenlijk: doe maar raak?" Dit wordt altijd als kritiek geuit als je vertelt dat wij onder de genade leven en niet onder de wet. "Oh, dus jij mag maar raak zondigen?" Nou, als u zegt: "Je mag maar raak zondigen", dan zeg ik dat het hele idee van 'mogen' in feite suggereert, of veronderstelt, dat je nog steeds leeft onder de wet en nog niet vrij bent van de zonde.

Wat Paulus vertelt, is dat wij bevrijd zijn van de zonde. Dat is wat hij in de volgende verzen ook gaat zeggen. Dat wil zeggen – en dat is wat ik zojuist ook voorlas: dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus. Dat is de houding. Nogmaals: wat is onze houding ten opzichte van de zonde? Dood. Voor God is het probleem namelijk eens en voor altijd voorbij. Wij zijn gerechtvaardigd. Hij ziet ons volmaakt in Hem.

Mensen zeggen weleens dat het maar oppervlakkig is als je zo leeft. Maar weet u wat ik oppervlakkig vind? Om te zeggen dat we bevrijd van de zonde zijn, of te zeggen dat we een goed bericht kennen dat ons in de vrijheid plaatst, en dan je hele leven te tobben en te strijden tegen de zonde. Dat is pas oppervlakkig! Want wat betekent zo’n waarheid dan nog helemaal niks? Dan is het een holle frase.

Weet u wat echte diepgang is? Dat is geloven wat God zegt: "Je bent rechtvaardig." Leef voor God. De zonde? Hoezo? Het donkere dal ligt achter ons. We zijn verbonden met Hem die stierf voor de zonde, eens voor altijd. We zijn levend voor Hem, zo ziet God ons. Leef dan ook zo, tob dan niet langer voort. Dat zegt ook een lied, en daar zeg ik van harte amen op. Leef in het licht, leef onbekommerd voor God. En dat is uit genade; dat wil zeggen: wat Hij geeft.

Ons eigen onvermogen zegt: "Ja, maar wij kunnen toch maar zo weinig. En je moest eens weten hoe slecht ik ben of met wat voor neigingen ik allemaal te maken heb." Het gaat echter helemaal niet om ons onvermogen. Dat is nog steeds gefixeerd zijn op jezelf en op wat je feitelijk niet kunt. Genade leert je omhoog te zien. Niet wat ik niet kan is het uitgangspunt – want dat je helemaal niet in staat bent om die wet te houden, staat op voorhand al vast. Maar God zegt: "Ik vermag alles. En wat jij niet kunt, dat kan Ik." Zie omhoog. Hij geeft en stelt beschikbaar, maar Hij maakt je ook geschikt. Hij maakt je bereid. Dat is wat God doet. En dan kijk je omhoog en dan word je dankbaar. Dan word je blij.

Op het moment dat je te maken krijgt met wat jij moet doen, stelt dat altijd teleur. Er komt nooit een moment dat je zegt: "Nou, nu heb ik het bereikt." Nooit. Maar als je omhoog ziet en je luistert naar wat Hij belooft, en je zegt daar "amen" op, dan stelt dat nooit teleur. Dat betekent niet dat er een last op je schouders wordt gelegd; de last wordt juist van je schouders gehááld. Hij zegt: "Ik doe het."

En dan start je de dag met: "Dank u wel, God." Niet met: "Heer, wilt U mij helpen in de strijd tegen de zonde?" Want dan leef je nog onder de wet. En dan ga je 's avonds naar bed, je knielt neer en je zegt: "Wilt U vergeven wat ik vandaag allemaal fout heb gedaan?" Ik gebruikte net het woordje 'anachronisme', iets wat helemaal buiten de tijd staat. Welnu, dit is daar een voorbeeld van. Weet je dan niet dat Hij eens stierf en dat de zonde eens voor altijd voorbij is? Hoezo de dag beginnen met: "Wilt U mij helpen in de strijd tegen de zonde?" We leven voor God! En dan hoef je de dag ook niet te eindigen met: "Wilt U mijn zonden vergeven?" Want dan dank je voor het feit dat je bevrijd bent van de zonde, eens voor altijd. Die vergeving is een gegeven, gewoon op voorhand. We zijn vrijgesproken, we zijn gerechtvaardigd. Dat gaat trouwens nog veel verder.

Ziet u, we zijn ons niet half bewust – en dat is een understatement – we zijn ons totaal niet bewust, of nauwelijks bewust, van wat voor rijkdom we bezitten in Hem. En hoe rijk een leven is voor God, de zonde negerend. Dood zijn voor de zonde betekent gewoon dat je je er totaal niet van bewust bent. Dat is wat dood is: je bent je van niks bewust. Welnu, dat is de relatie die wij hebben met de zonde. Niet dus! Ja, volstrekt niet. Dat is eigenlijk wat ik wilde zeggen. Nu wil ik nog naar één schriftplaats toe.

Leven in Vrijheid: Alles Worden voor Allen en Wettig van Christus ↑ hoofdstukken

In 1 Korinthe 9 zie je hoe Paulus dat voorbeeld en het gegeven waar we het nu over gehad hebben in de praktijk benadert. Hij heeft het daar over zijn levensstijl om andere mensen het Evangelie te vertellen, het goede bericht dat hij mocht verkondigen onder de natiën. Daarbij was Paulus heel flexibel. Hij zegt: "Hoewel ik vrij sta tegenover alle..." – ik ga door sommige zinsdelen wat snel heen – "hoewel ik vrij sta tegenover allen, heb ik mij allen dienstbaar gemaakt." Eigenlijk heeft hij zich gemaakt tot een slaaf om er zo veel mogelijk, of eigenlijk de meerderheid, te winnen.

Winnen betekent hier niet hen gelovig maken, want dat is helemaal geen mensenwerk. Het betekent hen bereiken met het Evangelie. Paulus wilde iedereen vertellen van het goede bericht; iedereen moet het weten. Iedereen moet weten, zoals we zongen, dat God niet veranderd is. Iedereen zal het ook weten. Het is toch geweldig om te vertellen wie God is? Het is echt een blijde boodschap. Dat is waar je mee voor de dag kunt komen.

Wat veelal verkocht wordt als een blijde boodschap, is vaak helemaal geen blijde boodschap. Weet u waarom niet? Omdat er een prijskaartje aan hangt. Een mens moet dan alsnog weer van alles doen. Dan is het geen genade. Mensen vinden dat altijd maar goedkoop. Nou, het is nog veel erger: het is gratis! Als iets goedkoop is, moet je er immers nog steeds iets voor betalen. Dat is het evangelie in veel kerken. Dat is een scherpe uitspraak die ik doe, maar ik neem hem 100% voor mijn rekening: het evangelie in veel kerken is goedkoop. Wordt er dan zoveel van je gevraagd? Nee, dat bedoel ik juist niet. Er wordt weinig van je gevraagd, maar er wórdt wat van je gevraagd. En dus is het geen genade.

Het Evangelie is een bericht en een aankondiging van wie God is. Hij is jouw Redder. Niet op voorwaarde dat; Hij wordt niet pas je Redder als jij voor Hem knielt. Hij ís jouw Redder. Hij stelt je in de vrijheid en heeft je bevrijd van de zonde. Leef daar dan uit! Dat is geloof. Dat is maar makkelijk, zegt u? Zeker, dat is makkelijk. Dat is ook geweldig blij, bevrijdend en lichtgevend. En weet je wat geweldig is? Je hebt ook nog echt wat te vertellen aan mensen.

Paulus liet zich in niets limiteren om de meerderheid te winnen en iedereen te bereiken met het Evangelie. Hij zegt: "Ik ben voor de Joden geworden als een Jood, om Joden te winnen." Daar had Paulus niet de minste moeite mee. Hij was per slot van rekening zelf ooit een kampioen als het ging om het Joodse leven. Als hij Joden moest winnen, dan leefde hij als een Jood om hen te bereiken. Hij zegt: "Hun die onder de wet staan, als onder de wet." Dat wil zeggen dat Paulus gewoon Joods leefde. Kijk het boek Handelingen er maar op na; hij liet zelfs Timotheüs bij gelegenheid nog besnijden ter wille van de Joden (Handelingen 16). Hij zegt: "Hun die onder de wet staan, ben ik geworden als onder de wet." Hij voegt eraan toe: "Hoewel persoonlijk niet onder de wet." Paulus wist immers beter, maar om hen te bereiken paste hij zich aan in zijn levensstijl. Hier ziet u dus ook dat Paulus inderdaad dikwijls onder de wet leefde, maar puur om hen te bereiken met het goede bericht en om hen die onder de wet staan te winnen.

Dan zegt hij: "Hun die zonder wet zijn..." Dat is interessant, want er staat hier eigenlijk het woordje "wetteloos". Dat is namelijk vaak het verwijt aan goedbericht.nl: dat wat hier verteld wordt "wetteloos" is. En dat klopt dus ook! Voor hun die zonder wet zijn... Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt, wordt elders vertaald met wetteloos. Hun die zonder wet zijn, dus de natiën die de wet nooit gekend hebben. Ik zei zojuist al dat het volk dat onder de wet stond er nu niet meer onder staat omdat het vrijgekocht is, maar zij weten het niet, dus in de praktijk maakt dat weinig verschil.

"Hun die zonder wet zijn, ben ik geworden als zonder wet." Voor de wettelozen is hij dus gewoon wetteloos geworden. Hij zegt: "Hoewel niet zonder wet van God." Nee, hij zegt dat hij wel wet heeft. Let dan even goed op, want ik wil dit nog gemeld hebben. In de vertaling staat dan: "Want ik sta onder de wet van Christus." Maar ik zal u vertellen: zo staat het er niet. Er staat: "Maar wettig van Christus." Het woord dat hier gebruikt wordt is niet "de wet" of "wet", maar gewoon "wettig". Het komt geloof ik nog een keer voor in Handelingen 19 en daar wordt het zo vertaald. Er staat: "Wettig van Christus." Dat is wat Paulus is; hij zegt: "Ik ben wettig van Hem." Legaal. Gekocht en betaald. Ik ben van Hem, dat is de waarheid. Als je dan toch een wet wilt hebben, zegt hij: "Ik ben wettig van Christus, van Hem die opstond uit de doden."

Hij doet dit om hen die zonder wet zijn te winnen. Paulus geeft hiermee aan dat hij met recht in de vrijheid stond. Hij wilde iedereen bereiken; iedereen moet het weten. Aan iedereen paste hij zich aan als dat de boodschap en de verspreiding daarvan ten goede kwam. Dat is precies wat Paulus aan de Korinthiërs vertelde en over hun hoofden heen ook aan ons: wij staan, lieve mensen, onder de genade en dus in de vrijheid.

Ik eindig met de woorden die niet in een dia staan, maar die Paulus schrijft in Galaten 5: "Opdat we waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houd dus stand en laat je niet wederom een slavenjuk opleggen." Amen.

🎧 Niet Onder De Wet
Delen: