Niet Naar De Mens
13-07-2014 - Geplaatst door Andre PietPresentatie gehouden op 13 juli 2014 in Zoetermeer.
In Galaten 1 beschrijft Paulus dat zijn apostelschap, zijn evangelie alsook zijn bediening NIET van een mens, OOK NIET naar een mens …. MAAR enkel door openbaring van Jezus Christus is.
Aan de hand van drie passages in Galaten 1 (met de bovenstaande structuur) willen we de verstrekkende consequenties van Paulus’ unieke claims onder ogen zien.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding en Achtergrond van de Galatenbrief
- Paulus' Vlijmscherpe Reactie op een Ander Evangelie
- Het Hedendaagse Christendom als een Groot Galatië
- Drie Keer 'niet Naar de Mens': Paulus' Apostelschap
- Een Uniek Evangelie: Ontvangen Door Openbaring
- Paulus' Bediening: Afgezonderd Vanaf de Moederschoot
- De Leerschool in Arabië: Onderwezen Door Christus Zelf
- Conclusie: de Kracht en Rust van Gods Genade
Inleiding en Achtergrond van de Galatenbrief ↑ hoofdstukken
Ook van mijn kant, vrienden, een hele goede morgen. Goed u hier weer te mogen treffen. Een paar minuten voordat de samenkomst begon, zeiden we nog: "Het is toch heel duidelijk vakantietijd", maar voor de grote oogst kwam er daarna toch nog een hele stroom mensen binnen. We keken eerst nog maar naar de 'eerstelingen', zeg maar.
Ik wil u vanmorgen heel graag meenemen naar de Galatenbrief. Ik heb het als titel meegegeven, zoals u hier ook op het dia-scherm ziet: "Niet naar de mens". Die uitdrukking is ontleend aan Galaten 1 vers 11. Voordat ik daar wat meer over wil zeggen, wil ik u eerst even meenemen naar de achtergrond. Als we een aantal passages uit Galaten 1 zullen bespreken en bezien, dan is het toch wel handig als u weet wat er nou precies aan de hand is.
Het verhaal is dat de apostel Paulus – zoals we ook in de historische beschrijving in het boek Handelingen lezen – het evangelie had gepredikt in Galatië. Galatië is een landstreek, een grote provincie in het huidige Turkije, zoals ook Azië, Cilicië en Cappadocië bekende namen zijn die in de Bijbel worden genoemd. Daar had Paulus het evangelie gepredikt.
Nu is het zo dat er na zijn vertrek predikers zijn gekomen die waarschijnlijk vanuit Jeruzalem kwamen; in elk geval beriepen ze zich daarop. Na zijn vertrek kwamen deze predikers naar de gelovigen in de landstreek Galatië, naar de ecclesia's. We lezen immers dat Paulus de gemeenten, de ecclesia's in Galatië aanschrijft, zodat daar diverse kringen en geloofsgemeenschappen waren. Welnu, die predikers wilden de gelovigen "judaïseren". Die uitdrukking is ontleend aan hoofdstuk 2 vers 14, hoewel dat in de vertaling niet echt uit de verf komt. In de vertaling staat dan dat de heidenen of de natiën gedwongen worden zich als Joden te gedragen. Dat is wat judaïseren betekent: verjoodsen.
Wat bedoelt Paulus daarmee? Het verhaal is dat Paulus daar het evangelie had gebracht. En als ik zeg "evangelie" – en ik zal dat straks vanuit Galaten 1 ook heel duidelijk laten zien – dan bedoel ik daarmee een boodschap om niet. Dat wil zeggen: een boodschap van genade. Een goed bericht, een mededeling waar geen prijskaartje aan hangt; geen verkoopartikel waarvoor betaald hoeft te worden. Het is een mededeling, en wel een hele goede en blijde mededeling. Deze mensen hadden helemaal geen Joodse achtergrond. Zij hadden dat geloofd en dat is wat hen gelovigen maakte. Ze zeiden "amen" op wat Paulus vertelde. U leest ook in de Galatenbrief dat ze daar zeer gelukkig en blij mee waren.
Maar toen kwamen daar predikers en die zeiden: "Ja, jullie zijn allemaal gelovigen, maar als je rechtvaardig wilt leven, dan kan dat niet zonder de wet." We weten in ieder geval – en ik geef zomaar even een verwijzing naar hoofdstuk 6 vers 12, maar er zijn vele passages in deze brief waar we dat zien – dat zij ook de besnijdenis promootten. Ze zeiden dat als je echt een kind van Abraham wilt zijn, je je ook moet laten besnijden. We lezen ook dat de hoogtijden – dagen, weken, maanden en jaren – werden gepromoot, zoals die in de wet van Mozes worden geleerd. Bijvoorbeeld de sabbat, maar ook allerlei andere hoogtijden. Die zouden gelovigen uit de natiën ook moeten vieren. Als je rechtvaardig wilt leven, dan heb je daarvoor de wet nodig; dat was de gedachte.
Ik weet dat men het heel dikwijls verkeerd weergeeft. Men zegt dan: "Ja, in de Galatenbrief was de leer dat je behouden kon worden buiten Christus om." Maar het woord "behoudenis" of varianten daarvan komt u in de Galatenbrief niet eens tegen. Het gaat niet om behoudenis, het gaat niet om redding. Het gaat om rechtvaardiging. Om een rechtvaardige te zijn, heb je de wet nodig. Dat was de leer.
Paulus' Vlijmscherpe Reactie op een Ander Evangelie ↑ hoofdstukken
Nou, en daar gaat Paulus zich bijzonder krachtig tegen keren, mag ik wel zeggen. Hij zegt niet: "Nou ja, dit is een verschil van inzicht met wat ik jullie heb verteld, maar we moeten een oecumenische instelling hebben en laten we gewoon de lieve vrede bewaren. Jullie visie, de mijne, en zo gaan we gewoon gezamenlijk optrekken." Nou, echt niet dus. Paulus trekt bijzonder fel van leer. Hij zegt dat wat hier nu verteld wordt in Galatië, geen evangelie is.
In Galaten 3 staat in de vertaling: "O onverstandige Galaten, wie heeft u betoverd?" Dat klinkt heel erg netjes, maar het staat er eigenlijk veel grover. Trouwens, er staan wel meer grove dingen in de brief. Hij zegt bijvoorbeeld in hoofdstuk 5 — ik moet er nu ter plekke aan denken — over de mensen die daar de besnijdenis verkondigen, dat zij zichzelf maar moesten snijden. Dat wil zeggen: kastreren. Het komt erop neer dat het mes maar eens moet uitschieten. U zegt misschien dat dit vrij grof is, maar dat is de taal die Paulus spreekt. Je kunt het wel mooi polijsten naar "O onverstandige...", maar hij vraagt eigenlijk: "Zijn jullie nou helemaal gek geworden? Wie heeft jullie betoverd?" Hij is werkelijk buiten zinnen als hij verneemt wat daar verteld wordt.
Dit week zo fundamenteel af van wat hij had verteld: een boodschap om niet, genade. Nu werd er verteld dat men de wet moest houden om rechtvaardig te leven. Wat Paulus had verteld is: "Jullie zijn rechtvaardig." Waarom? Omdat je gelooft wat God gesproken heeft, zoals Abraham. Aan Abraham werd ooit een belofte gegeven — dit wordt ook in Galaten 3 aangehaald. Abraham was toen nog niet besneden en leefde honderden jaren voor de wet. Op een nacht werd hem gezegd: "Kijk eens omhoog, zo zal jouw nageslacht zijn." Geen voorwaarden, geen eisen werden er gesteld. Dat was het evangelie dat aan Abraham verkondigd werd. En dan lees je: "En Abraham geloofde God." Hij deed helemaal niks, maar zei: "Als U het zegt: amen." In Genesis 15 lees je al dat God het hem toerekende als gerechtigheid. Abraham was voor God een rechtvaardige. Had hij iets gedaan? Nee, hij had alleen "amen" gezegd op iets wat God onvoorwaardelijk sowieso al had beloofd. Dus ook als Abraham het niet had geloofd, bleef de belofte staan.
Kijk, dat is nou het evangelie. Het evangelie is de boodschap van wie God is: Hij is de Redder van deze wereld. En of je het nou gelooft of niet, dat is wie Hij is. Wat is een gelovige? Dat is iemand die zegt: "Amen, dat is het." Daar hoef je niets voor te betalen, daar kán ik ook niets voor betalen. Op het moment dat je er wel wat voor moet betalen, is het geen goede boodschap meer. Ja, het is heel zwart-wit, maar als je dat begrijpt, dan snap je ook dat Paulus in Galaten 1 zegt: "Dit is geen evangelie. Wat jullie vertellen, dat is geen evangelie."
Hij zegt het trouwens nog sterker. Als je even verder leest in Galaten 1, dan zegt hij: "Ik zeg u, iemand die u een evangelie vertelt dat afwijkt van wat ik u verteld heb, die zij vervloekt." Anathema. Vervloekt wil zeggen dat er geen zegen aan vastzit. Zoals duisternis betekent dat er geen licht in zit, en dood betekent dat er geen leven is, zo betekent vloek dat er geen zegen in is. Iemand die een evangelieprediking brengt die afwijkt van wat Paulus vertelt, daarvan zegt hij: "Dat is een vloek." Dat zijn hele krachtige woorden.
Maar nu ga ik u vertellen dat hetgeen waar Paulus zich zo druk over maakt in de Galatenbrief, de boodschap van die predikers, precies de boodschap is geworden die nu algemeen gangbaar is in de hele christenheid. Paulus had trouwens aan het einde van zijn leven al voorzegd dat het zo zou zijn. In het algemeen gesproken zou de grote massa van de belijders afwijken; ze zouden de gezonde leer niet meer verdragen. Dat maakt deze Galatenbrief bijzonder actueel. Want ik ga u nog sterker vertellen: het is niet alleen zo dat wat daar in Galatië verteld werd nu ook in de christenheid verteld wordt, het is vaak zelfs nog veel erger. Maar laat ik eerst even dit punt maken.
Het Hedendaagse Christendom als een Groot Galatië ↑ hoofdstukken
Dat wat er in Galatië dus gepromoot werd door die predikers 'nieuwe stijl' – Evangelie 2.0 zeg maar – waarvan Paulus zegt dat het geen evangelie is. De wet als regel voor een rechtvaardige wandel, laat ik u dit zeggen: dit wordt algemeen geleerd. Ik kom zelf ook uit zo’n kerk waar elke zondag werd gezegd: "Laten we ons stellen onder de tuchtregel van Gods wet." Ze zijn er. En vervolgens werden de Tien Geboden voorgelezen, met het gedenken van de zondag, et cetera.
En trouwens, dat wat in Galatië verteld werd – je moet je laten besnijden als je echt in het spoor van Abraham wilt gaan en een rechtvaardige wilt zijn – wel, dat wordt vandaag ook verteld. Alleen zegt men in plaats van de besnijdenis... en dit zijn termen die ik nu gebruik, gewoon officiële terminologie die in de geschriften ook gewoon zo wordt beleden, ik bedoel in de kerkelijke documenten en belijdenisgeschriften: in plaats van de besnijdenis is de doop gekomen.
Dus nu, kijk in wezen, zij hadden nog een zuiverder variant. Als zij besnijdenis zeiden, bedoelden ze besnijdenis. Nu zeggen ze: "Nee ja, in plaats van de besnijdenis is de doop gekomen." Het is allemaal gechristianiseerd, maar in essentie, in de wortel, is het judaïsme. En dan zegt men dat in plaats van de besnijdenis de waterdoop is gekomen. Trouwens, rituelen spelen een hele grote rol in de hele christenheid, met sacramenten: water, brood en wijn. Ik heb niets tegen brood en wijn, ik heb trouwens ook niets tegen water, maar op het moment dat dat sacramenten worden, rituelen, heeft het niets meer uitstaande met het evangelie.
Gewijde gebouwen, een priesterklasse, de clerus met de leken en het onderscheid daarin; alleen de priesters mogen dit of dat doen. Al dat soort elementen van het judaïsme zijn in de christenheid ook geïntroduceerd. Precies dat wat die predikers daar in Galatië zeiden en waarvan Paulus zegt: "Dat is geen evangelie." Dat is vandaag de gangbare boodschap, en mensen hebben daarom niet eens meer in de gaten waarom die Galatenbrief zo actueel is. Maar wat was er eigenlijk mis met wat die gasten daar vertelden? Nou, dan weet je meteen hoeveel je afgeweken bent van dat wat Paulus vertelde.
En om nog een voorbeeld te geven: de besnijdenis is gechristianiseerd en de waterdoop geworden. De sabbat houdt men nog steeds, alleen is de sabbat een zondag geworden via een hele ingewikkelde redenering die bijna niemand snapt, maar goed, dat is wat er verteld wordt. En dat geldt trouwens niet alleen voor de zondag, het geldt ook voor allerlei andere feesten. Ik zal u dit vertellen: Pasen of Pinksteren, maar zelfs Kerst gaat terug op judaïstische feesten. Dat wil zeggen, tijden die de Joden ook ontleenden aan Chanoeka – Kerst valt in dezelfde tijd – en Pasen is het Pascha, Pinksteren het Wekenfeest. Dat zijn officiële feestdagen die men moet vieren, die horen erbij. En als je rechtvaardig wilt leven, christelijk wilt leven, heb je al die dingen te houden.
Kortom – en dat is waarom ik dit even naar voren breng – de boodschap van die predikers daar in Galatië is precies de boodschap die vandaag allerwege verteld wordt. Kijk, en Paulus gooit het niet op een akkoordje. Hij zegt niet: "Nou ja goed, verschil van inzicht, laten we daar niet zo moeilijk over doen." Als het gaat om het evangelie, dan vallen er geen compromissen te sluiten. Goed, dat even ter inleiding.
Drie Keer 'niet Naar de Mens': Paulus' Apostelschap ↑ hoofdstukken
Nu wil ik u vanmorgen vooral naar het eerste hoofdstuk van de Galatenbrief brengen en op een speciaal fenomeen wijzen, waarbij Paulus een bepaalde structuur in zijn zin hanteert. Hij zegt "niet... maar...", zoals je dat volop in dit hoofdstuk aantreft. Die formulering zal ik u in de loop van deze morgen iedere keer aanwijzen wanneer we deze herkennen. Je vindt die uitdrukking drie keer terug, waarbij hij zegt dat het "niet" is maar "wel", en dat gaat over drie onderwerpen. In hoofdstuk 1 vers 1 gaat het over het feit dat hij apostel is. In hoofdstuk 1 vers 12 gaat het over het evangelie, het goede bericht dat hij vertelde. En in hoofdstuk 1 vers 15 en 17 gaat het over zijn bediening. Paulus laat daarin zien hoe uniek het is wat hij te melden heeft.
Goed, Galaten 1. Meteen bij het begin vangt hij zijn brief zo aan. Paulus zegt dat hij apostel is. Apostel betekent afgevaardigd, rechtstreeks eropuit gestuurd. Hij is geroepen, hoogstpersoonlijk, maar wel als afgevaardigde. Dan komt de vraag: hoe dan wel? Hij zegt: "niet vanwege mensen." Eigenlijk staat er: "niet van mensen." Ik ben niet afgevaardigd van mensen in het algemeen. De geschiedenis kennen we; hij meldt het niet alleen in zijn brieven, maar in het boek Handelingen wordt de geschiedenis nota bene drie keer beschreven. Hij werd geroepen. Zo begint hij zijn brief vaak: dat hij geroepen is. Is hij vervolgens een apostel die door mensen is afgevaardigd? Nee. "Noch door een mens." Er komt sowieso geen mens bij kijken. Het is geen menselijke instantie.
Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen dat Matthias, de man die de rol van Judas ging vervullen — u leest dat in Handelingen 1 — door mensen was geregeld. Zij hebben toen het lot geworpen. Paulus' apostelschap was van een totaal andere orde. Hij was geen afgevaardigde van mensen; niet mensen hadden hem eropuit gestuurd. Hij was bovendien niet door een menselijke commissie benoemd of daarbij betrokken. Totaal niet. Dat werd hem vervolgens natuurlijk ook verweten. Eigenlijk zou je wat Paulus hier naar voren brengt, ook als argument tegen hem kunnen gebruiken: "Oh, maar is er dan niemand die jou heeft afgevaardigd? Is er geen enkele instantie die jou daarvoor de papieren heeft gegeven? Ben je gediplomeerd? Ben je gecertificeerd? Namens wie kom je dan? Wat zijn je papieren?" Paulus kon natuurlijk wel vertellen waar hij gestudeerd had, maar dat gebruikt hij nooit als aanbeveling. Dat hij hoogopgeleid was, was geen aanbeveling. Hij zegt als het ware: "Ja, sorry, daar kan ik ook niets aan doen, dat hoort bij mijn achtergrond." Maar dat is niet wat hem bekwaam maakt, of wat hem geschikt maakt, of wat hem de volmacht geeft om een apostel te zijn. Integendeel, mensen hebben daar niets mee van doen.
Het is niet van mensen en ook niet door een mens, maar door Jezus Christus. Dat wil zeggen: de beloonde Messias heeft hem hoogstpersoonlijk gezonden en afgevaardigd. Als je die ontkenningen even overslaat, staat er: Paulus is een apostel door Jezus Christus zelf. Dat hij hiermee aanvangt in hoofdstuk 1, meteen wanneer hij bij de Galatiërs binnenvalt, is niet voor niets. Hij doet dat om daarmee aan te geven dat zijn apostelschap op een heel hoog plan staat. Hij zegt: "Ik ben een afgevaardigde van Jezus Christus, en wel de laatste." Inderdaad, hij is niet afgevaardigd hier op aarde. Jezus naar het vlees hier op aarde kent Paulus helemaal niet eens. Jaren nadat Jezus inmiddels het aardse toneel had verlaten, heeft Hij Zich hoogstpersoonlijk geopenbaard en bekendgemaakt aan Paulus op de weg naar Damascus, terwijl hij een vijand was. Dat alles is heel illustratief voor wie hij is als apostel. Hij was een vijand; hij wilde de gemeente van God vermoorden en verwoesten. Dat deed hij trouwens ook, daar was hij actief mee bezig. Hij ging naar Damascus juist om daar zijn missie te volbrengen. Daar was hij trouwens wel door gezonden en gevolmachtigd door mensen: door Jeruzalem, door de hogepriester hoogstpersoonlijk zelfs. Maar buiten het land, niet in Israël, daar is hij geroepen door Jezus Christus. Ik kom daar straks nog op terug, maar dit is precies wat zijn apostelschap inhoudt. Het heeft niets te maken met mensen, maar is door Jezus Christus Zelf.
Er staat ook bij: "en God de Vader, die Hem opgewekt heeft uit de doden." Dat is in het kort samengevat wat het evangelie is. En als ik het nog even terugkoppel aan wat ik zojuist zei: alleen al zulke formuleringen staan al haaks op wat de orthodoxie zegt. Ik bedoel ook de christelijke orthodoxie. God de Vader is één God, namelijk de Vader. En wie is die God? Wel, dat is de God, de Vader — nietwaar? — die Jezus Christus opgewekt heeft uit de doden. Vergis u niet, het is niet zoals er altijd verteld wordt: "Ja, Jezus Christus stierf..." — nou ja, tussen aanhalingstekens — "...Hij stierf niet echt, want Hij leefde gewoon voort in een andere toestand. Trouwens, Hij was God, dus Hij kon eigenlijk niet eens sterven." Vandaar ook dat men zingt: "Hij steeg uit 't graf door eigen kracht." Nou, dat is dus niet waar. Nee, God de Vader wekte Hem op. Als God de Vader Hem niet had opgewekt, was Hij nu nog steeds dood geweest. Hij was dood en God de Vader heeft Hem opgewekt. Welnu, alleen al zo'n formulering kun je niet van harte geloven als je de orthodoxe versie van het evangelie gelooft. Beide kan niet. Maar dit is zoals Paulus dit meteen naar voren brengt, in een soort tabelvorm: niet een apostel van mensen, ook niet door een mens, maar door Jezus Christus.
Ik ga verder en sla nu een paar verzen over. Ik heb eigenlijk al wat over het tussenliggende gezegd, namelijk dat Paulus, zodra hij zijn intro van drie of vier verzen heeft gehad, meteen fel van leer trekt tegen de toestand in Galatië en wat daar verteld werd. Dan zegt hij in vers 10 — misschien mag ik het nog even voorlezen, hij excuseert zich dan min of meer... laten we bij vers 8 beginnen: "Ook al zouden wijzelf, of een boodschapper, een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt." Anathema, verbannen. "Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, zeg ik thans nog eens: indien iemand u een evangelie predikt afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt — namelijk van mij — die zij vervloekt." En dan zegt hij: "Tracht ik thans mensen te winnen?" Nou nee, dan zou je het anders moeten aanpakken. Dan zou je het echt anders moeten zeggen als je mensen wilt winnen. "Tracht ik thans mensen te winnen of God? Of zoek ik mensen te behagen?" Nee, dan moet je het ook niet zo doen. Maar dan voegt hij dit eraan toe: "Indien ik nog mensen trachtte te behagen, dan zou ik geen slaaf van Christus zijn." Kijk, als je afgevaardigd bent door Jezus Christus, dan heb je één ding te doen: datgene doorgeven waarvoor Hij jou heeft afgevaardigd. En dat is wat Paulus vertelt, zonder compromis. En als het daarvan afwijkt, dan is het geen evangelie. Zwart-wit, zo duidelijk.
Een Uniek Evangelie: Ontvangen Door Openbaring ↑ hoofdstukken
Het evangelie dat ik jullie verkondigd heb en waar jullie nu zo van afwijken, is niet naar de mens. Kijk, hier heb je dit eerst weer: het is niet naar de mens. Het is niet in overeenstemming met de mens; een mens zou het niet bedenken. Stel een commissie in het werk of vorm een instantie en geef ze de opdracht om een evangelie, om een boodschap samen te stellen. Dan komen ze hier niet bij uit. Dat kan niet. Een mens zou dat nooit bedenken.
Elke religie, elke godsdienstige opvatting is er altijd op gebaseerd – het is de essentie van elke godsdienst – dat je iets moet doen. Iets doen, ongeacht wat. De islam geeft daar weer een heel andere invulling aan dan bijvoorbeeld het boeddhisme of welke andere godsdienst er nog mogen zijn. En het christendom ook, want het christendom is ook gewoon een religie en geeft daar weer een andere vorm aan. Je moet dit of dat doen, maar in ieder geval moet je iets doen. Het maakt niet uit wat, maar je moet iets doen om tot God te naderen, of om bij Hem te komen, om rechtvaardig te zijn of om gered te worden. In ieder geval is het idee altijd: je moet iets doen.
Daar is elke religie op gebaseerd, maar het evangelie – de boodschap, dat goede bericht dat Paulus vertelt – is helemaal niet gebaseerd op doen. Het is gedaan. Het is gedaan; er valt helemaal niets meer te doen. En dat betekent dus dat er rust is. Dat betekent met recht ook een goed bericht, want je kunt je ogen naar boven oprichten en God danken voor het feit dat Hij alles gedaan heeft, ook alles doet en alles gaat doen. Hoezo doen? Het is niet naar de mens. Een mens zou het absoluut niet verzinnen.
Als een mens iets verzint, dan blijkt dat toch ook wel. In feite was wat er in Galatië gebeurde het beste bewijs. En de christenheid vandaag, die één groot Galatië is geworden, demonstreert exact hetzelfde. Namelijk: je kunt het evangelie vertellen, maar je kunt er vergif op innemen dat men in no-time iets bedenkt dat daar haaks op staat. En dan is het weer inderdaad naar de mens. Maar Paulus zegt dat het evangelie dat hij verkondigd heeft, niet naar de mens is.
Hij zegt: "Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen." Zoals ik zojuist aangaf, was hij geroepen op de weg naar Damascus, en dat hoogstpersoonlijk door Jezus Christus. Niet op aarde, maar vanuit de hemel. En dan staat er: "Ik heb dat evangelie ontvangen en bovendien geleerd, niet van een mens." Ik wil dat straks nog wat nader laten zien, want een paar verzen verderop laat Paulus dat inderdaad ook zien. Waarom zegt Paulus dit? Waarom zegt Paulus nu dat wat hij vertelt, hij niet van een mens heeft ontvangen of geleerd? Dat wil zeggen: niet alleen in eerste instantie het ABC ontvangen en vervolgens nader uiteengezet, geleerd en onderwezen door een mens.
Nee, dat is toch vreemd als het waar zou zijn wat algemeen verteld wordt. Men zegt vaak dat wat Paulus vertelde, dat evangelie van Paulus, hetzelfde is als wat de andere apostelen al eerder vertelden. In Jeruzalem waren Jacobus, Petrus en Johannes, en dat zou dan hetzelfde zijn. Maar dat is vreemd. Waarom moest er dan een dertiende apostel geroepen worden? En waarom zou hij nu naar voren brengen dat hij het niet van een mens heeft ontvangen en ook niet heeft geleerd? Wat had nou logischer geweest als het inderdaad waar is wat men er altijd over vertelt? Men zegt: "Ja, Paulus vertelt het evangelie wel voor een andere doelgroep, maar het is dezelfde boodschap als wat de twaalf vertelden." Maar waarom werd Paulus dan niet gewoon naar Jeruzalem gezonden? Dat moeten we dan eens uitleggen. Dan had hij gewoon in de leer kunnen gaan bij hen die al vóór hem apostelen waren, bij Petrus of wie dan ook. Maar dat is niet gebeurd. Dan had hij het gewoon van een mens kunnen vernemen en dan had hij een nieuw werkterrein gekregen. Maar dat is niet aan de orde.
Het evangelie dat hij vertelde aan de naties, is anders. Ik zeg niet: een ander evangelie, maar het is anders. Natuurlijk, voordat ik misverstaan word – en u kunt het teruglezen in hoofdstuk 2 – de twaalf, met Petrus voorop, zij worden ook bij name genoemd in hoofdstuk 2 vers 9: Petrus, Johannes en Jacobus. Zij waren door de Heer geroepen. Zij hadden het evangelie van de besnijdenis. Zij hadden een boodschap gekregen, waren daarin opgeleid, onderwezen en getraind gedurende enkele jaren. En ze waren ook uitgestuurd. Waarom? Om Israël op te roepen tot bekering. En als Israël gehoor zou geven aan die boodschap, dan zou de Messias terugkeren en dan zou Hij Zijn koninkrijk vestigen in Jeruzalem en zich vanuit Jeruzalem wereldwijd openbaren. Dat was hún boodschap. Was dat een goede boodschap? Natuurlijk, het heet evangelie. Daartoe waren ze geroepen door Jezus Christus Zelf.
Maar later, als blijkt dat Israël deze boodschap afwijst, dan wordt Paulus geroepen en dan krijgt hij een evangelie dat totaal anders is. Met een totaal andere inhoud, waarvan Jacobus, Petrus en Johannes en de rest van de twaalf geen weet hadden. En Paulus zegt: "Ik heb het ook niet van een mens ontvangen, ik heb het ook niet van een mens geleerd." Hoe dan wel? Wel, ziet u hier dus weer: ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring, door onthulling van Jezus Christus. Jezus Christus heeft het hem zelf allemaal verteld.
Misschien kent u dat verhaal dat mensen zeggen: "Het gaat niet om die woorden van Paulus, nee, het gaat om de woorden van Jezus." Sommige mensen worden verschrikkelijk boos als je je beroept op wat Paulus zegt, want hij is helemaal niet zo populair hoor. Dan zeggen ze: "Heb je hem weer met je Paulus?" Maar ik zal u dit vertellen: als je vandaag het evangelie predikt, dan kom je bij Paulus uit. Als je daar niet uitkomt, dan vertel je geen evangelie. Dat kan niet anders. De woorden van Paulus zijn de woorden van Jezus Christus. Hij is door Hem geroepen en vervolgens is hij ook door Hem onderwezen. Ik zal dat straks nog laten zien.
Dat wat Paulus te melden heeft in zijn brieven, is een vervolg op dat wat de twaalf eerder al predikten, maar door de afwijzing van Israël brak er een nieuwe fase aan. In die fase zitten we nu nog steeds: een onderbreking in de huishouding waarbij Israël op een zijspoor staat. Nu maakt God geen enkel verschil en nu gaat het evangelie naar de naties. Als je vandaag het evangelie wilt kennen, dan kun je niet om Paulus heen. Hij is degene die vertelt wat het evangelie is. Vandaag. Bij hem moet je wezen als je daarin onderwezen wilt worden.
Kijk, heel de Schrift is aan ons gegeven, dat zegt de apostel Paulus trouwens ook, en alles is nuttig om je daardoor te laten onderwijzen. Heel die Schrift is geweldig. Maar wat is je oriëntatiepunt? Waar begin je? Wie is onze leermeester? Dat is Paulus. Hij was een apostel, niet vanwege mensen en ook niet door een mens, maar door Jezus Christus. Zijn evangelie, waarover hij spreekt in hoofdstuk 1 vers 12, is niet naar de mens. Bovendien heeft hij het ook niet ontvangen van een mens en is hij er ook niet in onderwezen door een mens, maar weer door openbaring, hoogstpersoonlijk van Jezus Christus.
Nou, en dan gaan we nog even verderop. We slaan een paar verzen over en komen in vers 15. Dit zijn schitterende en ook buitengewoon belangwekkende passages, omdat dit ons introduceert in wie Paulus is en wat zijn boodschap en het unieke daarvan is. Er is geen passage, geen gedeelte in de brieven van Paulus die zo duidelijk uiteenzet wie hij is.
Paulus' Bediening: Afgezonderd Vanaf de Moederschoot ↑ hoofdstukken
Nou, vers 15. In het direct voorafgaande had Paulus nog verteld over zijn carrière in het Jodendom en dat hij het daarin verder had gebracht dan vele van zijn tijdgenoten. We lezen elders dat hij aan de voeten heeft gezeten van Gamaliel en door hem is onderwezen; hij was een van de topmensen in die dagen. Dat weten we ook uit het boek Handelingen. Dus hij was een zeer erudiet student. Hij was een veelbelovende man binnen het Jodendom; hij zou het helemaal gaan maken. Bovendien was hij hartstochtelijk ijverig, zo zegt hij, voor zijn vaderlijke overleveringen. Er was geen man in het Jodendom in die dagen die zo doorkneed was in dat judaïsme. Vandaar dat je ook begrijpt welk recht van spreken Paulus heeft om daar in Galatië de boel te corrigeren. Als er één wist wat judaïsme was, dan was hij het zelf. Al die gasten die daar in Galatië kwamen, hadden er geen benul van. Dat zegt hij trouwens ook in Galaten 6: ze weten helemaal niet eens waar ze het over hebben. Paulus wist echter heel goed waar hij het over had als hij het over judaïsme en religie had; hij was er zelf in doorkneed. Maar juist daardoor was hij een vijand van Christus. Religie brengt je nooit bij Christus; integendeel, het voert je juist van Hem af.
Maar dan staat er dat prachtige vers 15. Om even bij de structuur van die zinnen te blijven en niet in al te verre zijpaden te belanden, pak ik hier de draad weer op. Daar gaat het erover: "Maar toen het Hem, die mij van de schoot van mijn moeder aan heeft afgezonderd..." Dat is apart, hè? Uitverkoren, jazeker, maar hij was ook persoonlijk al vanaf de moederschoot afgezonderd door God zelf. Alles wat daaraan voorafgegaan is – ook datgene wat schijnbaar de verkeerde kant op leek te gaan – was ter introductie voor de taak die hij van Godswege kreeg. Hij had daar al die tijd geen benul van, totdat het licht met recht bij hem aanging, maar de dingen moesten gaan zoals ze zijn gegaan. "Toen het Hem, die mij van de schoot van mijn moeder aan heeft afgezonderd..." Prachtig, hè? Uitverkiezing is een Bijbels gegeven en God gaat Zijn weg. Ziet u dat hieruit ook weer blijkt dat het helemaal niet om een menselijke keuze gaat? Hij zondert af van de moederschoot, toen Paulus nog niet eens geboren was, nog niet gejankt had of ook maar enige bijdrage had geleverd. Laat staan dat hij kon kiezen; God had hem al afgezonderd. Kijk, dat is evangelie. Dat is de God die Zijn weg gaat en Zijn plan trekt.
"Toen het Hem behaagd had mij van de schoot van mijn moeder aan af te zonderen en door Zijn genade te roepen..." Het staat hier in de aorist. Dat is een tijdloze werkwoordsvorm; het wordt als een feit gesteld waarbij de tijd er niet toe doet. En door Zijn genade roept Hij. En dit is het woord: de genade van Hem. Dat is logisch, want wat was het verhaal? Saulus haatte Christus. Hij vervolgde Hem en hij verwoestte diens gemeente. Maar dat was juist de bedoeling. Waarom was dat de bedoeling? Wel, opdat God Zijn genade aan hem zou bewijzen. Genade verspil je immers niet aan iemand die al heel goed is. Nee, genade bewijs je aan iemand die een hater is, aan iemand die het totaal niet verdient. Maar hij was afgezonderd en door Zijn genade werd hij geroepen. Het heeft dus niets te maken met zijn verdiensten, maar met genade. Paulus zegt later in de Timotheüs-brief – ik vind het schitterend: "Gods genade heeft mij overweldigd. Ik ben de eerste van de zondaren." En als er hoop is voor de eerste van de zondaren, dan is er hoop voor alle zondaren. Dat is het evangelie in een notendop: er is hoop voor alle zondaren. Hij betaalde de prijs voor iedereen; Hij is de Redder van allen. Dat is het evangelie, dat is toch geweldig?
"Door Zijn genade roept Hij, om Zijn Zoon in mij te openbaren." De wijze waarop Gods Zoon zich aan hem openbaarde, was op een unieke manier. Inmiddels was de Zoon van God niet meer de man die hier op aarde rondwandelde; nee, Hij was nu daar in de hemel. Hij heeft Zich in hemelse heerlijkheid aan Paulus geopenbaard. Als je wilt weten wie die hemelse Heere is, dan moet je bij Paulus wezen. In Paulus' bediening openbaart de Zoon van God Zich vandaag. "Opdat ik Hem," namelijk de Zoon van God in Zijn hemelse heerlijkheid, "onder de natieën verkondigen zou." Ook hier weer dat verkondigen; dat is eigenlijk evangeliseren. Want als ik vertel wie Hij is, dan is dat evangelie, dan is dat het goede bericht. Opdat ik Hem onder de natieën zou evangeliseren. Daartoe was hij geroepen. Daarom moest hij eerst een hater, een verwoester en een vervolger van de gemeente zijn. Dat moest zo, omdat God Zijn genade aan hem wilde demonstreren en omdat hij vervolgens ook een verkondiger van genade zou zijn – met allemaal hoofdletters en vetgedrukt.
Nou, en dan zegt Paulus verder: "Opdat ik Hem onder de natieën zou evangeliseren... toen ben ik geen ogenblik te rade gegaan met vlees en bloed." Ik zeg hier "geen" weer met hoofdletters en vetgedrukt, want in het Nederlands komt het niet helemaal uit de verf, maar in het Grieks staat er simpelweg: "niet". Toen hij geroepen werd, is hij niet bij vlees en bloed te rade gegaan. Hij heeft het niet eerst even voorgelegd aan een menselijke instantie of aan wie dan ook, zo van: "Wat moet ik hier nou mee?" Hij is geen ogenblik te rade gegaan met vlees en bloed. "Ook ben ik niet naar Jeruzalem gereisd tot hen die reeds vóór mij apostelen waren." Als de boodschap en zijn bediening exact hetzelfde zouden zijn geweest als die van de twaalf, dan was dat logisch geweest: vervoeg je maar bij hen die in Jeruzalem waren. Zij waren vóór jou al apostelen en jij vertelt gewoon wat zij ook vertellen. Het loutere feit dat het niet zo gegaan is, bewijst dat Paulus' evangelie inderdaad uniek is. Niet alleen zijn apostelschap, maar zijn evangelie en zijn hele bediening zijn uniek. Hij is ook niet naar Jeruzalem gereisd tot hen die reeds vóór hem apostelen waren.
De Leerschool in Arabië: Onderwezen Door Christus Zelf ↑ hoofdstukken
Maar, zegt hij, ik ben naar Arabië vertrokken. Arabië? Waarom dan? Wat moet je in Arabië doen? Moet je even doorlezen, zoals we dat lezen in Galaten 4 vers 25. Het woord Arabië komt maar twee keer voor in het Nieuwe Testament, en wel twee keer in de Galatenbrief: hier in Galaten 1 vers 17 en in Galaten 4 vers 25. En dat is heel veelzeggend. Want wat was Arabië? Dat is de woestijn waar de berg Sinaï ligt. Ja, dat zou ik nog moeten toelichten, maar dat doe ik nu even niet – over hoe dat precies geografisch zit. Het gaat mij er nu even niet om waar Arabië precies ligt; dat weet u trouwens wel, maar goed, daar is toch weleens wat verwarring over.
Eén ding is helder: in Galaten 4 vers 25 lees je dat Arabië de woestijn is waar God Zich ooit openbaarde aan Mozes. En waar later, u weet wel, bij die brandende braamstruik... en later heeft God daar bij die berg ook de tien geboden gegeven en de wet aan Israël. Welnu, de Heer heeft Zich daar persoonlijk geopenbaard, ooit al aan Mozes en via Mozes aan Israël. En toen Paulus geroepen werd, wat heeft hij gedaan? Hij is niet te rade gegaan bij vlees en bloed. Hij is ook niet naar Jeruzalem gereisd naar degenen die al vóór hem apostelen waren om zich daarbij te voegen en te zeggen: "Nou vertel maar, I join the club, en vertel maar welke boodschappen ik moet vertellen." Nee, ik ben naar Arabië vertrokken. Naar de woestijn waar ooit de Heer Zich al had geopenbaard aan en via Mozes. Dáár.
En ik zal u vertellen waarom hij naar Arabië is gegaan: namelijk opdat de Heer Zich daar aan hem zou openbaren. We luisterden zojuist al in Galaten 1 vers 11 en 12 dat het evangelie wat hij vertelde niet naar de mens was. Hij had het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door onthulling van Jezus Christus. Dat wil zeggen: hij heeft het evangelie geleerd van de Heer Zelf, door onthulling van Jezus Christus, en vervolgens is hij onderwezen door Jezus Christus Zelf. Dat was niet alleen bij die ene ontmoeting op de weg naar Damascus. Dat wordt heel dikwijls gedacht, maar dat is absoluut niet het geval.
Ik neem u even mee naar Handelingen 26. Daar lees je de geschiedenis – voor de derde keer trouwens – dat Saulus van Tarsus geroepen wordt op de weg naar Damascus. Dan lees je dat er een stem uit de hemel klinkt: "Saul, Saul, wat vervolg je Mij?" Maar dan zegt die stem, Jezus die Zich aan hem openbaart vanuit de hemel: "Maar richt u op." Hier zou je aanhalingstekens moeten openen; hier is Jezus aan het woord en dan zegt Hij: "Maar richt u op. Sta op uw voeten." Hij was van zijn paard gevallen, en ook in andere opzichten van zijn sokken gevallen. "Richt u op. Sta op uw voeten. Want hiertoe ben Ik u verschenen – nu bij deze gelegenheid, buiten het land, aan een hater en een vervolger. Hiertoe ben Ik u verschenen: om u aan te wijzen als een dienaar, als een slaaf en getuige daarvan dat gij Mij gezien hebt."
Hij moest dus gaan getuigen van het feit dat hij Jezus Christus vanuit de hemel gezien heeft en geroepen is. Maar dat niet alleen, er staat nog iets achteraan. Hij moest getuigen "dat gij Mij gezien hebt, van de dingen die u waargenomen hebt én dat Ik aan u verschijnen zal." Dat werd hem op de weg naar Damascus verteld: "Ik ben jou nu verschenen, maar Ik heb nog veel meer te melden." Al die geheimenissen en alles wat Paulus te melden heeft, heeft hij rechtstreeks – dat is wat hij claimt – rechtstreeks vernomen van Jezus Christus. Het is aan hem onthuld. Daarom is hij naar Arabië gegaan. Zoals de Heer Zich ooit had geopenbaard aan en via Mozes, zo openbaarde de Heer Zich nu weer om Paulus daar in de woestijn van Arabië te onderwijzen. Het zou me niet verbazen of het gewoon op de berg Sinaï is geweest, maar ik kan dat niet bewijzen. Maar in elk geval, daar in Arabië heeft hij het evangelie ontvangen; dat wat hij als goed bericht van genade zou vertellen.
Maar ook al het andere: alles wat Paulus leert in zijn brieven en onderwijs, al die geheimenissen die hem geopenbaard zijn... ja, hoe? Daar in Arabië. De Heer is aan hem verschenen. Hij heeft een bijbelschool doorlopen, ja, hoogstpersoonlijk door Jezus Christus is hij onderwezen. Realiseer je goed: Jezus Christus heeft Zich dus geopenbaard in hem. En als je de woorden van Jezus Christus wilt kennen vandaag vanuit de hemel, dan moet je bij Paulus wezen. Want aan Paulus heeft Hij Zich geopenbaard, aan Paulus heeft Hij dingen geleerd. En alles wat Paulus te leren heeft – zijn evangelie en al die geheimenissen, want hij is ook een beheerder van verborgenheden en geheimenissen – die heeft hij ontvangen van Jezus Christus of, zo u wilt, van Christus Jezus persoonlijk. Hij is door Hem geleerd en onderwezen.
Zodat je nu de tabel compleet kunt maken en nog een rij kunt toevoegen. Paulus' apostelschap, zijn evangelie, maar ook zijn hele bediening, alles wat hij te leren en te onderwijzen had: dat had hij niet van de mens, het was ook niet naar de mens. Hij is ook niet te rade gegaan bij vlees en bloed. Het was ook niet door een mens of een menselijke instantie. Hij heeft het niet ontvangen of geleerd van een mens. Hij is ook niet naar Jeruzalem gegaan om het daar te vernemen van hen die al voor hem apostelen waren. Nee, nee, nee. Het was een unieke boodschap. En u ziet het? In feite komt dit overeen met dit: niet van mensen, niet door een mens, maar door Jezus Christus. Zo is hij geroepen op de weg naar Damascus, maar dat niet alleen: ook daarna is hij geleerd en onderwezen door Jezus Christus, daar in Arabië, waar de Heer ooit al vijftienhonderd jaar eerder Zich had geopenbaard.
Conclusie: de Kracht en Rust van Gods Genade ↑ hoofdstukken
En waar had Israël zich aan te houden? Aan de woorden van Mozes, die God aan Mozes had bekendgemaakt in Arabië. Waar hebben wij ons vandaag aan te houden? Wat is voor ons het onderwijs waaraan we ons richten en waaraan we ons oriënteren? Wat is voor ons de rode draad waar we aan vasthouden om de Schrift te verstaan? Dan moet je wijzen naar de woorden van de apostel Paulus. Dat is zo uniek: de woorden van Zijn genade.
Al is heel Galatië omgegaan en hebben ze hun oor te luisteren gelegd bij woorden van mensen, waardoor men is gaan judaïseren; al is het vandaag de dag zo dat heel de christenheid massaal is afgeweken van de apostel Paulus, dat verhindert ons niet om ons juist daarop te richten.
Weet u wat ik zo geweldig vind? Eén ding is zo helder: dit is werkelijk het evangelie. Dit is écht het evangelie. Het is iets waar je niets voor hoeft te doen en waar je ook niets aan kunt doen, maar dat zo geweldig en wereldomvattend is. Het is een boodschap van genade die je tegen iedereen kunt zeggen, of ze het nou geloven of niet: "Je bent van Hem en God gaat alle dingen welmaken met jou en met deze hele schepping." Puur om niet, dát is het evangelie. En als mensen dat niet geloven, dan verandert dat totaal niets aan die boodschap. Dat bericht, dat staat.
En weet u wat ik – en dat is echt het laatste – zo geweldig daarvan vind? Dat evangelie is een kracht Gods. Dat zie je bij Paulus ook. Paulus zegt: "Ik ben een vervolger van de gemeente geweest, ik ben het niet eens waard om een apostel te heten." Maar Gods genade aan hem was niet tevergeefs. "Door de genade van God ben ik wat ik ben," zo zegt hij in 1 Korinthe 15. De Heer heeft Zich aan hem geopenbaard, Hij heeft hem overweldigd en Paulus is getransformeerd door die genade, van binnenuit. Dan ga je heel anders denken en wordt je hart in beweging gezet. Zo is hij een slaaf en dienaar van Christus Jezus geworden. U ziet het: zijn apostelschap, zijn evangelie en zijn bediening zijn zo geweldig en zo uniek. Dat is wat ik u vanmorgen, zo in alle eenvoud, in een uurtje heb willen doorgeven.
UltimateGoodNews