GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

niet de leer, maar de Heer?

19-07-2026 - Geplaatst door Andre Piet
Papendrecht

Vaak wordt gezegd: “Het gaat niet om de leer maar om de Heer.” Die reactie is begrijpelijk. Er is immers veel ongezonde leer. Paulus waarschuwt zelf voor “allerlei wind van leer”. Maar zijn antwoord is niet dat de leer er daarom niet toe doet. Integendeel: juist omdat het om de Heer gaat, is gezonde leer van levensbelang. Vier keer spreekt hij in zijn brieven aan Timotheüs en Titus over “de gezonde leer”. Wat maakt deze leer gezond? Wat is haar inhoud? Waaraan is zij te herkennen? En waarom is er in de laatste dagen zoveel afkeer van de gezonde leer?

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De spreker bespreekt de veelvoorkomende afkeer van het begrip 'leer', maar benadrukt het belang van 'gezonde leer'. Deze gezonde leer, of gezond onderwijs, is stevig, betrouwbaar en vitaal. Het staat in direct verband met het evangelie van de gelukkige God en resulteert in een gezond geloof en gezond verstand. Ook in de praktijk van het leven draait het om deze onaanvechtbare leer, ondanks de waarschuwing dat men in de christenheid de gezonde leer uiteindelijk niet meer zal verdragen.

“Als mensen zeggen dat het niet om de leer gaat maar om de praktijk, zeg ik het precies omgekeerd: het gaat in de praktijk om de leer!”

Inleiding: Weerstand Tegen het Begrip 'leer' ↑ hoofdstukken

Niet de leer, maar de Heer.

Nou, als u niet geheel onbekend bent in, zoals dat heet, kerkelijk Jeruzalem, dan hebt u die uitdrukking wellicht eens gehoord. Ik heb hem in ieder geval in mijn jonge leven inmiddels al heel wat keren gehoord. En de gedachte die daarachter zit… nou ja, daar gaan we het dus eens over hebben. En ik denk eerlijk gezegd dat, aangezien ik hier een vraagteken achter gezet heb, u nu gaat denken van: oh, hij betwijfelt het, dus hij gaat het waarschijnlijk ontkennen. En dat klopt. En toch ga ik eerst eens eventjes heel veel begrip tonen voor de bewering zelf.

Want in het algemeen – want dat is wat erachter steekt – zeggen mensen dat vanuit: het gaat niet om de leer, jongen, het gaat om de Heer. En dat is natuurlijk een mooie oneliner, maar er wordt hier natuurlijk een tegenstelling gesuggereerd die er bij nader inzien niet blijkt te zijn. Maar toch, en dat is wat ik eigenlijk in aanvang eens even wil zeggen: waarom zegt men dit dan wel? Omdat er onder het christelijk publiek, het kerkvolk, hoe je het ook maar noemen wil, toch veel afkeer bestaat tegenover het begrip ‘leer’, in de zin van het onderwijs als zelfstandig naamwoord. En dat is, zal ik u vertellen, vaak ook heel terecht.

Want kijk, er is leer – kerkleer, gewoon dat wat onderwezen wordt – dat geeft zo enorm veel verwarring. Spreekt Paulus ook niet in de Efezebrief, in Efeze 4, over allerlei wind van leer? Dat we zeggen: ja, de ene leer zegt zus en de andere leer zegt zo, en dan waait het die kant op en dan waait het weer die kant op. En dat creëert per definitie veel verwarring.

Daar komt ook nog een keertje bij dat er heel veel leer bestaat – en dat maakt ook dat mensen een bepaalde weerstand voelen tegenover het begrip leer – waarin zoveel tegenstrijdigheid doorkomt. Men zegt “evangelie”, dat wil zeggen een blijde tijding, maar zo blij is het eigenlijk helemaal niet. Of men zegt van: “Ja, het is allemaal gratis, het is allemaal genade, het is onvoorwaardelijk… maar!” Alleen al deze formulering geeft aan dat er natuurlijk een innerlijke inconsistentie, zoals dat met een mooi woord heet, in gelegen zit. En ook als je daar je vinger niet op kunt leggen, en ook als je dat niet nader kunt toelichten of uitleggen, dan voelt men vaak wel van: ja, dat wordt gezegd, maar het is voor de schone schijn.

Ik zou in aanvang dat schriftgedeelte ook besproken hebben, maar bij nader inzien heb ik daar toch maar van afgezien. Maar ik wil er toch even op wijzen dat Paulus in 1 Timotheüs 4 al waarschuwt dat in latere tijden – dat wil zeggen na zijn heengaan, in latere generaties – men zou afwijken. Mensen in een positie waarin onderwijs gegeven wordt, die zouden zich afkeren van de waarheid en leringen van demonen aanhangen. En demonen hebben in de Bijbel ook altijd te maken met andere religies. Er zouden leringen geïntroduceerd worden die vanuit het heidendom het christendom binnen geloodst worden. En dan wordt er ook gesproken over de hypocrisie – in de huichelarij, staat er in de NBG-vertaling, van leugensprekers – of in de hypocrisie van leugenachtige uitspraken. Dat wil zeggen: de uitspraken die gedaan worden, de termen die gebezigd worden, hebben een schijn van waarheid. Dat is hypocriet. Hypocriet is feitelijk een Grieks woord en dat betekent eigenlijk toneelspel. Dus iemand die hypocriet is, die doet iets op een bepaalde manier voorkomen, maar het is het niet. Nou, wat hypocrisie is: je kunt bepaalde termen gebruiken en daarmee een schone schijn verkopen, maar in werkelijkheid blijkt daar iets heel anders achter te steken. Men zegt dit, maar men bedoelt dat. En nogmaals, ook als je daar je vinger niet achter krijgt, voelt men dikwijls wel aan: dat kan niet kloppen. Vandaar ook: leer is heel taai.

Maar begrijpt u die afkeer van leer? Mensen associëren – en dat is samenvattend de achtergrond van die afkeer – het begrip leer heel dikwijls met dogmatiek. En sommige mensen hebben daar sowieso al een afkeer van. Ik ken iemand die het altijd heeft over ‘dogmalaria’. Ja, dat geeft ook al aan dat er iets ziekelijks in zit. Kerkstrijd, twistpunten, systemen… dat maakt je nou niet echt blij natuurlijk.

Ja, maar nu ga ik u iets vertellen. Dit is het ene, dat is waar. Er is heel veel leer waar men terecht innerlijk een afkeer van heeft gekregen, gewoon omdat dat wat beweerd wordt niet gedekt wordt door de inhoud. Nee, hoe zeggen ze dat dan? De vlag dekt de lading niet. Maar ik zal je dit vertellen, en dat is de andere kant.

De Introductie van de Gezonde Leer ↑ hoofdstukken

Daar wil ik vanmorgen graag eens op inzoomen: het begrip ‘gezonde leer’. En dat woord ‘gezond’, dat is wel interessant, want dat speelt een grote rol in de persoonlijke brieven die Paulus heeft geschreven. Meestal worden het de pastorale brieven genoemd, maar eigenlijk zijn het gewoon persoonlijke brieven die Paulus heeft geschreven aan zijn medewerkers Titus en Timotheüs. En juist in die brieven gebruikt hij het woord ‘gezond’ heel vaak: negen keer in totaal. Het betreft betrekkelijk kleine brieven, maar daarin heeft hij het over gezonde woorden.

Gezondewoorden.nl denk ik dan, maar nee, dat is weer wat anders. Maar die kan ik trouwens zeer aanbevelen, dat even terzijde.

Paulus spreekt ook — dat zegt hij in 2 Timotheüs 1 — tegen Timotheüs: jij hebt van mij de gezonde woorden vernomen, houd dat tot model. Dat wil zeggen: de termen, de terminologie, de dingen die ik jou onderwijs. Ook de woorden, niet alleen de gedachten erachter, maar ook de woorden: die zijn zuiver, zoals ik het overgedragen heb. Geef dat nou gewoon door, punt. Doe daar niks aan, voeg daar niks aan toe, doe er niks aan af. Het zijn woorden die, juist omdat het gezonde woorden zijn, kracht hebben. In feite onafhankelijk van degene die het uitspreekt; de woorden zelf zijn innerlijk gezond.

Vandaar ook dat hij spreekt over een gezond geloof. Gezonde woorden spreken, dat brengt ook een gezond geloof met zich mee. Gezond in de zin ook van… ja, dat is de tegenstelling van ziek, ziekelijk. Maar ook: iets wat gezond is, dat is stevig, dat is solide, dat is gebalanceerd, dat is energiek, dat is vitaal.

En hij spreekt trouwens ook over gezond verstand. In de meeste vertalingen komt dat niet heel goed uit de verf, maar dat is wel de terminologie die hij daarvoor bezigt: gezond verstand. En een heleboel mensen die geloven, denken dat op het moment dat ze bezig zijn met geloof, je je verstand aan de kapstok kunt hangen. Nou, van die school is Paulus dus niet, integendeel! We hebben verstand gekregen — veel of weinig, maakt niet uit — maar je wordt in ieder geval geacht het te gebruiken. Gezond verstand: check die dingen! Het is niet voor niks natuurlijk dat we hier samenkomen in een zaal die Denksport heet. Check die dingen, denk na: gezond verstand.

Vandaar ook — en dat is waar we het vanmorgen speciaal over hebben — gezonde leer. Dat is eigenlijk samengevat gezond onderwijs, zo kun je het namelijk ook weergeven; leer is namelijk onderwijs. En die term gebruikt Paulus vier keer. En ik wil ze alle vier vanmorgen graag eens de revue laten passeren en ons daarbij een aantal gewoon hele fundamentele vragen stellen: Wat precies maakt deze leer nou gezond? Maar ook: bij wie moet je wezen voor de gezonde leer, of waar moet je wezen eventueel? Wat is de uitwerking van die gezonde leer? Eigenlijk heb ik daar al antwoord op gegeven: het produceert namelijk in ieder geval gezond geloof en dat je je verstand gezond gaat gebruiken. Ik moet trouwens nog een antwoord daarop geven, want dat beschrijft Paulus in dit geval ook. Want in alle vier de gevallen dat deze term gebruikt wordt — afkomstig uit de brieven die Paulus heeft geschreven aan zowel Timotheüs als Titus — zegt hij er namelijk ook nog eens bij waar je niet moet wezen voor de gezonde leer. Nou, dan weet je dat ook.

Nou ja, die combinatie van dat soort vragen, en meer nog, die zullen daarbij ook worden beantwoord. En ja, dan lijkt het me logisch om die schriftplaatsen gewoon eens nader te bezien. En ik begin misschien wel met de allermooiste en ook de allerduidelijkste; vandaar ook dat dit eigenlijk de basis is, de eerste in…

Timotheüs 1: Wat Maakt de Leer Gezond? ↑ hoofdstukken

En dan komen er ten slotte nog twee enen, dat is makkelijk te onthouden: 1 Timotheüs 1 vers 11, waarin hij het zo geweldig uitlegt. Maar ik begin even te lezen bij vers 10, want zojuist in het voorgaande — in de verzen 7, 8, 9 en 10, ik weet niet precies hoeveel — had hij een hele rits van praktijken of praktiseerders, moet ik eigenlijk zeggen; van mensen die in de praktijk ontspoord zijn. De laatste categorie, de laatste twee groepen die ik hier vermeld heb, zijn leugenaars — mensen die er een sport van maken om altijd maar dingen te verdraaien en te liegen — en meinedigen. Dat is wel een heel ernstige vorm van liegen, namelijk dat je er ook nog eens een aanroeping van God bij doet. Dus God in feite voor je karretje spannen, maar ondertussen gewoon liegen.

Hij had al een hele lijst van begrippen of woorden benoemd — leugenaars, meinedigen — maar hij zegt: “Ik zou er nog meer kunnen noemen, maar dat doe ik niet: en al wat verder ingaat tegen de gezonde leer.” En daar heb je hem dus in feite al! Al die gedragingen waar hij het over had — en nogmaals, lees het zelf nog maar eens een keertje na, het verdient trouwens echt aanbeveling om dat eens nader te bezien, waar Paulus het over heeft. Het is geen fraai lijstje, dat weet ik wel, maar het zijn wel dingen waar je in deze boze aion dagelijks tegenaan loopt. Als het niet bij anderen is, ontwaar je misschien zelfs nog signalen of hints in je eigen leven, dat zou zomaar kunnen. In ieder geval is het goed om dat te onderkennen.

Al die gedragingen waar hij het over heeft, staan tegenover de gezonde leer; ze gaan er immers tegenin. Ik gaf zojuist al even een hint in die richting: gezond is wat heel is. Dat vind ik een interessant begrip in dit verband. Helen kan natuurlijk ook nog betekenen iets achterover drukken, maar zo bedoel ik het nu even niet. Ik bedoel helen in de zin van gezond maken, zoals een heelmeester. Dat heeft weer alles te maken met het woordje ‘heil’, maar het betekent in feite dat er een geheel is. Zoals we zeggen: “Mijn computer was stuk, maar hij is nu weer heel.” Het is nu weer één geheel; alle onderdelen werken goed samen. Dat is vaak het probleem als je ziek bent: er is een disconnectie tussen het een en het ander. Dan is het niet meer één geheel.

Een mooi Nederlands woord daarvoor is ook ‘integer’. Integer betekent ook dat het één geheel vormt. Integer heeft te maken met integriteit: iemand uit één stuk. Dus dat je — om aan te sluiten bij wat ik eerder zei — zegt wat je bedoelt en bedoelt wat je zegt. Dan ben je uit één stuk.

Dat is dan ook de volgende betekenis van het woord: het is betrouwbaar. Je kunt ervan op aan. Gezond is ook wat energiek is. Als je gezond bent, ben je energiek en vitaal. Vitaal betekent ook levend. Gezond is eveneens stevig: de dingen staan vast.

Zojuist werd ik nog even aangesproken door meerdere mensen die vroegen of ik nog duizelig was. Twee weken geleden moest ik de samenkomst op Urk annuleren omdat ik nogal duizelig was. Ik zal u de details besparen, dat doet er ook niet zoveel toe, maar ik kan u dit vertellen: als je duizelig bent, sta je niet meer zo stevig. Ik heb er nog steeds een klein beetje last van, dus mocht ik hier wankelmoedig overkomen, dan is dat de reden. Ik hoop in ieder geval dat wat ik te melden heb wél stevig is!

Waarom zeg ik dit? Omdat wat vast is, wat solide is, tegenover datgene staat wat ziek is. Dat zijn twee begrippen die elkaar uitsluiten en tegenover elkaar staan: als je zwak bent — “zwak, ziek en misselijk” zeggen ze dan — instabiel, desintegrerend… Dat is een heel deftig woord, maar het betekent gewoon dat het niet meer één geheel vormt. Er zijn ongetwijfeld nog veel meer woorden te noemen die je daaraan kunt linken, maar dat is dus gezond.

Gezonde leer is niet alleen maar rechte leer. Het woordje ‘orthodox’ betekent eigenlijk ‘ortho’ (recht), dus rechte leer. In de praktijk bedoelt men daarmee ‘rechte leer in overeenstemming ten opzichte van wat er in de kerkelijke belijdenissen is vastgesteld’. Je hebt belijdenissen… Vorig jaar was het — 1500 jaar? Zeg ik het goed? Nee, 1700 jaar, sorry! Ik ben een paar eeuwen in de war. 1700 jaar geleden dat het Concilie van Nicea plaatsvond. Dat is eigenlijk de eerste echte belijdenis die is uitgesproken en vastgelegd. Orthodox betekent in de praktijk dat je je conformeert aan de leer die door de kerk is opgesteld, in ieder geval aan die belijdenissen. Later kreeg je natuurlijk nog weer schisma’s, en je hebt ook allerlei andere leringen uit de catechismus, de Dordtse Leerregels en noem het maar op. Men bedoelt met ‘orthodox’ dat je recht in de leer bent — en daar bedoelt men niet mee ‘recht in overeenstemming met de Schrift’, nee, men bedoelt ‘recht in overeenstemming met dat wat de kerk van alle eeuwen heeft beleden en opgetekend’, en daar houden we aan.

Als je er natuurlijk — even theoretisch nu — van uitgaat dat die leer zelf al een afwijking is van wat ooit door Paulus is opgetekend, ja, dan is orthodoxie een twijfelachtige aanbeveling. Maar ik geef u dat maar eventjes mee.

Waar het mij om ging: gezonde leer is natuurlijk rechte leer. Dat wil zeggen: het is precies zoals het bedoeld is, zoals Paulus het heeft doorgegeven — ik kom er straks nog even op terug. Maar het is ook gezond. Dat vind ik een prachtig begrip, omdat het aangeeft dat het onderwijs is dat in zichzelf vast, solide en stevig is, maar ook gezondmakend. Het heeft een helend effect en het produceert ook een gezond geloof en een gezond verstand, zodat je in staat bent de rechte weg te bewandelen en niet op dwaalwegen terechtkomt.

Dat is gezonde leer. Daar is zo’n behoefte aan! Wanneer je te midden van zoveel wind van leer en verwarrende leer niet meer weet waar je het zoeken moet, is het een uitkomst, een verademing, gewoon een oase als je in aanraking komt met onderwijs waarvan je zegt: “Ja, dat is gezond, dat maakt mij blij!” Ook mentaal, zo bedoel ik het ook. Er zijn zoveel leringen die een mens niet blij maken, maar juist angstig.

Sorry dat ik nu — juist om het contrast duidelijk te maken — het contrast even aanstip. Er is geen betere manier om iets te benoemen dan door het contrast aan te stippen, want dan zie je echt het verschil. Ik bedoel leringen die feitelijk gebaseerd zijn op angst voor God, en die zelfs zogenaamd bekering produceren. Weet je, als je verteld wordt: “Gods genade is geweldig groot, maar jij moet kiezen, want anders is het voor eeuwig wee en komt het nooit meer goed!” Als je mensen daar echt bang voor maakt, kun je ze zover krijgen dat ze zich inderdaad bekeren. Maar dat is niet omdat zij geloven — geloven is vertrouwen — nee, dat is juist omdat ze God níét vertrouwen en daarom denken: “Daarom moet ik me maar bekeren.” Zie je hoe dat werkt?

Maar dat is niet gezond. Gezond wil niet zeggen dat ik Gods oordelen misken of dat de gerichten niet heel serieus kunnen zijn, integendeel. Maar God is te vertrouwen. Zijn weg is altijd goed en Hij omvat heel Zijn schepping; ieder creatuur houdt Hij van, dat laat Hij nooit varen. Dat bedoelde ik net trouwens ook eventjes met innerlijke tegenstrijdigheid.

Ik bedoel, de dominee kan beginnen met: “Hij laat nooit varen de werken van zijn handen”, om vervolgens de rest van het uur, of twee uur, of drie uur te vertellen: “Ja maar, denk erom, anders laat Hij jou voor eeuwig varen.” Dat is innerlijk tegenstrijdig. Wat je met de ene hand geeft, pak je met de andere hand weer terug. Daar word je niet blij van.

En dan begrijp ik heel goed dat als je diep in je hart weet: “Ja maar, er is toch één Heer. Alsjeblieft joh, die leer, laat dat maar zitten, daar hoef ik niks mee, het gaat mij om de Heer.” Ja maar, waar je feitelijk behoefte aan hebt, is gezonde leer aangaande die Heer, als je begrijpt wat ik bedoel: wie Hij is en wat Hij te melden heeft. Wat gezond is.

Paulus spreekt dus over alles wat ingaat tegen de gezonde leer, en dan zegt hij in 1 Timotheüs…

Het Evangelie van de Gelukkige God ↑ hoofdstukken

1 Timotheüs 1 vers 11: “In overeenstemming met…”. Eigenlijk staat er in het Grieks gewoon een woord: ‘naar’, of ‘in overeenstemming met’. Het evangelie: het goede bericht, de blijde tijding. Het is een bericht, hè. En het is een goed bericht, want dat is wat het woord evangelie betekent. Ik heb het expres maar gewoon onvertaald gelaten, anders denkt u dat ik reclame maak voor mijn website. Maar goed, het hele idee is dat die gezonde leer een kenmerk heeft. Waarom is ze zo gezond en waarmee is ze in overeenstemming? Nou, dat legt Paulus hier dus uit: ze is in overeenstemming met het evangelie, het goede bericht van de heerlijkheid.

Oei, een blijde tijding moet met heerlijkheid te maken hebben, met glorie; wat blij maakt, wat groots is, wat glorieus is. Ja, maar als je hierbij een punt zou zetten, dan is het nog te vaag. Het is inderdaad het goede bericht van de heerlijkheid, een hele specifieke heerlijkheid: van de gelukkige God, waarvan Paulus dan zegt dat het hem is toevertrouwd.

Dit is zo’n geweldige omschrijving van het goede bericht zoals Paulus dat heeft doorgegeven. Ik hou ervan: de gelukkige God. Ik had van de week een vrouw aan de lijn — we waren even aan het appen, ik zal niet zeggen dat het Ada was — en die zei tegen mij: “Ik ben heel orthodox in een revo-gezin grootgebracht, maar ik had mijn hele leven nog nooit gehoord van de gelukkige God.” En weet u hoe dat komt? Omdat de vertalers het meestal ook hebben wegvertaald. Het Griekse woord makarion wordt elders wel weergegeven met ‘gelukkig’, maar hier vertaalt men het meestal met ‘zalig’. Wat trouwens een heel onzalige weergave is eigenlijk, want meestal is dat dan, zeker in de oude Statenvertaling, de weergave van redding. Dus zoek het maar uit, dat is heel verwarrend. Maar het woord betekent gewoon ‘gelukkig’. Dat is wat het woord betekent.

God gelukkig? Ja, dat is juist. God is God, en daarom is Hij gelukkig. En dat ga ik nu ook uitleggen. Het is heel simpel: Hij is de gelukkige God omdat alles Hem gelukt. In het Nederlands is dat helemaal makkelijk uit te leggen, want alles gelukt Hem. Kijk, als Hij God is, dan wil dat zeggen: Hij beschikt alles. Hij geeft alles een plaats. Er is niets wat plaatsvindt zonder dat Hij het een plaats geeft. Als dat so is, dan gaat er dus nooit iets mis. Als Hij God is… God is God. Romeinen 1 vers 21 — behalve 1 Timotheüs 1 vers 11 moet je Romeinen 1 vers 21 ook onthouden, nou ja, je moet niks, maar ik kan het zeer aanbevelen — namelijk: Hij is God, Hij geeft alles een plaats. En ook al begrijpen we er geen bal van en hebben we zo onze vragen, we vertrouwen dat Hij God is en dat de dingen niet zomaar gebeuren. Hij geeft het een plek. En in feite, als je dat vertrouwt, als je dat weet, dan hoef je eigenlijk al niet eens meer te weten hoe het in elkaar steekt. Want je weet: ik begrijp het niet, maar wat begrijp ik eigenlijk wel? Hij begrijpt het, Zijn weg is de beste. Dus dat vertrouwen.

En het geweldige is: als Hij God is, dan gelukt Hem alles, want er gaat bij Hem niets mis. Hij lijdt met deze wereld. Maar ook dat lijden, dat lees je in de Bijbel, hè? God is medelijdend. Ik bedoel het leed van de wereld: Hij is niet ongenaakbaar alsof Hem dat niets doet. Integendeel, dat lees je ook in de Bijbel. Maar Hij weet dat alles wat gebeurt, moet gebeuren omdat het namelijk leidt tot het ultieme doel dat Hij zich gesteld heeft. En dat gelukt Hem! En Hij verkondigt daarom van den beginne, zegt Jesaja. Van den beginne verkondigt Hij reeds de afloop. Dat kan Hij doen omdat Hij alles in handen heeft. Er is niemand die dat in de war schopt of zo. Dus het is niet zo van: ja, het was ooit in het begin allemaal goed gemaakt, en toen kwam er een engel en die kwam in oppositie, en toen moest God overschakelen op plan B om nog te redden wat er te redden valt. Nee, dat is niet de gelukkige God natuurlijk, hè. Trouwens, het is helemaal een drama, dat hele idee. Want als het ooit mis kon gaan in het verleden, wie garandeert mij dat het in the toekomst niet weer misgaat? Het is dramatisch.

Er is één God, Hij is de Gelukkige. En wat geweldig is: dat is echt een evangelie. Waarom? Omdat het je zo blij maakt! Want als Degene die nu alles in de hand heeft en beschikt gelukkig is, in de wetenschap dat al Zijn doelstellingen zullen worden gerealiseerd, dat Hij succesvol is — als je dat woord mag gebruiken — ja hallo, en ik kan die God vertrouwen, dan word ik zelf gelukkig! Van de gelukkige God. Die wetenschap maakt een mens gelukkig. Ik vond dit ook een van de grootste ontdekkingen in mijn leven: dat God God is, en dus gelukkig is, en dat er bij Hem nooit iets misgaat. Eigenlijk is dat het antwoord op alle vragen. In feite is de rest voetnoot. Wat je er allemaal nog meer over kan zeggen — en dat is een heleboel — maar dit is het: Hij is de gelukkige God.

En Paulus zegt: ja, dat is dus heel essentieel. De gezonde leer is in overeenstemming met het evangelie van de gelukkige God. Wordt dat evangelie van de gelukkige God verteld? Ja? Nou, dan is dat in overeenstemming met de gezonde leer. Als er een boodschap gebracht wordt waarin God niet de gelukkige God is en waarin een heleboel uiteindelijk uit de hand loopt, waarbij God dat moet prijsgeven en waarbij de nimmer eindigende dood het laatste woord heeft… dat is niet het evangelie van de gelukkige God! Kijk, u vindt het misschien confronterend — dat is het eigenlijk ook, dat realiseer ik me ook terwijl ik het zo uitspreek — maar ja, moeilijk te begrijpen is dit niet. Het is heel eenvoudig. Natuurlijk, Hij is God, en dus komt alles inderdaad op zijn tijd en wordt alles goed.

En Paulus zegt dan ook dat de gezonde leer in overeenstemming is met het evangelie van de heerlijkheid van de gelukkige God, “dat mij is toevertrouwd”. Die vind ik ook geweldig, daar zou je met gemak een hele serie studies aan kunnen wijden. Want daarmee is gezegd dat Paulus een heel bijzondere bediening heeft. Hij noemt zichzelf ook in 1 Timotheüs 2 — ja, in 1 Timotheüs 2, daar zegt hij ook: er is één God. Ook dat is een simpele waarheid. Die hebben ze trouwens ook heel complex gemaakt. Maar er is één God en één middelaar van God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen. Ik citeer het nu letterlijk. En dan zegt Paulus daarna in vers 7: en ik ben daartoe gesteld als een apostel, een afgevaardigde en leermeester van de natiën. Ik spreek de waarheid, geen leugen. Kijk het maar na. Zo benadrukt hij dat.

Dus in deze tijd is er een zijspoor, tijdelijk. God gaat straks binnenkort weer de draad opnemen. Maar in deze tijd gaat het evangelie naar de natiën en Paulus is daar de woordvoerder van, de spreekbuis. En hij draagt onder de natiën deze boodschap uit en hij is daarvoor afgevaardigd. En hij onderwijst dat ook. Het is niet alleen maar dat hij gewoon het evangelie vertelt in een notendop en that’s it. Nee, hij licht het toe. Dus ik zei al: waar moet je wezen? Kijk, dit vind ik ook een geweldig ding, dat wil ik u beslist niet onthouden vanmorgen. Kijk, ze zeggen: dat is zo’n moeilijk boek, ja, hoe moet je beginnen? En ja, als ik dat in de evangelies lees, is het ook weer anders dan hier. Hoe kom je daar nou achter? Nou, je moet de Bijbel binnenstappen, maar daar heb je een sleutel voor nodig. Of laat ik het anders zeggen: je hebt een leermeester nodig.

Paulus als Leermeester van de Natiën ↑ hoofdstukken

Wij onder de natiën hebben onderwijs nodig. In feite is de Bijbel een Hebreeuws boek, tenminste voor het grootste gedeelte sowieso in het Hebreeuws geschreven — een boek of een bundeling van boeken, een bibliotheek, aan Israël gegeven. Maar er is één apostel die is bestemd voor de natiën, en de natiën krijgen onderwijs. Als je onderwezen wilt worden als natie — ik bedoel, dat zijn u en ik, wij heidenen, niet-Israëlieten, niet-Joden — dan hebben wij onderwijs nodig. Ja natuurlijk!

Hoe moet je die Bijbel nou lezen? Nou, ik zal je dit vertellen: als je begint met Paulus, nou, dan ben je er trouwens nog niet zo 1, 2, 3, maar dan krijg je ineens ook zicht op heel de Schrift. Dat is zo geweldig, want juist via de apostel Paulus — hij is de sleutel inderdaad tot heel de Schrift — worden we wegwijs gemaakt in heel de Schrift. We gaan de waarde van het evangelie verstaan, en ook de boeken, de geschriften, de brieven die geschreven zijn aan de besnijdenis, door Jacobus, Petrus en Johannes, enzovoort. Er is zoveel over te melden, maar ik kan het in één zin zeggen: Paulus is die leermeester. Aan Paulus is de gezonde leer toevertrouwd, en hij heeft dat ook als leermeester doorgegeven. Nou, daar moet je wezen!

Het is echt geweldig, want dan wordt de Bijbel één harmonieus geheel. Er zijn inderdaad hele tegengestelde geluiden, maar dacht u wat? Als u naar een muziekstuk luistert, dan zijn daar ook allerlei contrasten van tonen en dergelijke. Maar die worden juist in een koor of in een muziekstuk — ik moet er niet te veel van zeggen, want ik heb er niet zoveel verstand van — tot één harmonieus geheel, één akkoord gemaakt. Dat kan allemaal, met stem en tegenstem. Dan wordt de Bijbel een harmonieus geheel en krijg je ook grond onder de voeten. Dan ga je de Schrift verstaan. Ja, dat is zo mooi: God zelf doet ons zijn Woord verstaan, Hij maakt zijn Woord bekend.

Kijk, dat is zo geweldig: de Schrift bewijst zichzelf. Wij hoeven de Bijbel niet te bewijzen. Doe hem open! Je hoeft van een leeuw ook niet te bewijzen dat hij sterk is: laat hem los! En dat geldt ook voor het verklaren van de Bijbel. De Bijbel bewijst zichzelf, maar ze verklaart zichzelf ook. Als je wilt weten wat de betekenis is, reikt de Schrift alles aan wat nodig is.

Dat maakt je trouwens heel onafhankelijk en zelfstandig. Ik zeg niet dat het niet nuttig is om andere mensen te vernemen en om daarover te spreken, maar je kunt gewoon zelf de Schriften onderzoeken, bestuderen, daarnaar luisteren en het zelf checken. Dan word je sowieso kritisch, omdat je gezond verstand hebt. Want weet je, je krijgt zoveel te horen. Je moet wel checken, want wie heeft er nou gelijk? Er wordt zoveel gezegd; je kunt wel denken: “Ik zoek het maar uit”, totdat je echt weet: er is gezonde leer. Je moet weten bij wie je moet wezen en aan wie het is toevertrouwd. En dan kom je in aanraking met een geweldige gezonde leer, een werkelijk blijde tijding vol heerlijkheid.

Titus 1: de Opziener en Onaanvechtbaar Onderwijs ↑ hoofdstukken

Namelijk van een gelukkige God.

Nou, ik moet snel doorgaan. Hier kan ik betrekkelijk kort over zijn, denk ik. In Titus 1 spreekt Paulus over de opziener. Dat wil zeggen: in een geloofsgemeenschap wordt een boodschap doorgegeven, en daar is iemand die daar toezicht op houdt. Dat is logisch. Paulus had Titus achtergelaten op Creta en daar was een heleboel aan de hand. Paulus heeft ook wat onaardige dingen over de Cretensen gezegd. Nou ja, eigenlijk zegt hij dat iemand uit hun eigen midden dat ooit heeft gezegd, dus hij verschuilt zich erachter. Maar goed, er waren heel veel leringen en dergelijke. En dan is het nodig dat dat weerstaan wordt, dat je koers houdt en niet daardoor in verwarring komt.

En de opziener, degene die daar toezicht op houdt… Het Griekse woord is episkopos, en dat is iemand die opzicht houdt, ergens naar omziet of toezicht houdt. Zo’n opziener moet niet aan te klagen zijn; het moet geen figuur zijn die zelf in opspraak is. Hij is een huisbeheerder van God — een prachtige term.

Nou lees ik eventjes verder en haak ik aan bij vers 9. Die opziener — degene die toe zou zien op wat er onderwezen wordt, die daar verantwoordelijk voor is, die mensen uitnodigt enzovoorts — die zou het woord van God hooghouden. Als het gecursiveerd is, geef ik daarmee aan dat ik afwijk van de NBG-tekst: “Maar hooghoudende het betrouwbare woord naar de leer.” Dat betekent gewoon dat de leer, het onderwijs… Wat is dat? Nou, dat is het betrouwbare woord. Het woord waar je op aan kunt. En dat zou hooggehouden moeten worden; geen onverschilligheid ten opzichte van de leer, integendeel! Het gaat er juist om dat wat onderwezen wordt juist is, recht is, maar vooral ook gezond is.

Want nou kom ik verder in vers 9: “Hooghoudende het betrouwbare woord naar de leer” — welke leer dan? — “zodat hij ook in staat is aan te moedigen” — ja, dat is eigenlijk een woord wat daar gebruikt wordt — “in de gezonde leer en de tegensprekers te weerleggen.” Dus de twee dingen: de gezonde leer én de tegensprekers weerleggen. Die vind ik ook buitengewoon fraai, want dit onderstreept precies waar we het al eerder over hadden: namelijk dat de gezonde leer solide is en dat mensen daarin aangemoedigd worden. Dat heeft allemaal die potentie, die kracht en vitaliteit in zich die de gezonde leer nu eenmaal heeft. Maar de opziener moet ook in staat zijn — en dat is een kwaliteit die van hem vereist is — om de tegensprekers te weerleggen.

In hoofdstuk 2 vers 8 wordt ook gezegd dat het een onaanvechtbaar woord is. Ik moet zeggen, voor mij persoonlijk… Ik bedoel: alle gelovigen zijn gelijk, er is maar één Hoofd en wij zijn allen leden van het lichaam. Maar er zijn bepaalde mensen die een woord mogen doorgeven. Ik sta toevallig op deze plaats, niet omdat ik meer ben of het beter weet, maar ik mag iets delen. En aan jullie is het vervolgens om het te checken. Maar waar het om gaat: als je het woord doorgeeft, is dat het onaanvechtbaar is. Of u het fijn vindt, is niet het criterium, maar of het woord klopt. Dat wil zeggen: het moet in overeenstemming zijn met wat er staat geschreven. Het kan zijn dat je dingen hoort waarvan je denkt: daar heb ik moeite mee vanuit mijn achtergrond, zou dat wel zo zijn? Maar ja, het staat er gewoon wel, het is waar. Dus als er tegensprekers of opponenten zijn, de criticasters — en ik kan u verzekeren, die komen er altijd wel — waar gaat het dan om? Nou, dat je een woord spreekt dat onaanvechtbaar is.

En dat heeft niks te maken met intellect, hoor. Als je een woord spreekt dat betrouwbaar is, dat gewoon de waarheid is, dan is dat in zichzelf onaanvechtbaar. Want tegen de waarheid kun je intellectuele bolwerken oprichten — zo noemt Paulus dat elders in 2 Korinthe ook: bolwerken opwerpen en hele redeneringen enzovoorts — ja, maar tegen de waarheid vermag je niks. Een leugen blijft een leugen, hoe goed je het ook kunt beredeneren. De waarheid, niets dan de waarheid en de volle waarheid, zo was het toch? Check it! Dat geldt zo, en zo bedoel ik het ook expres. In feite waarschuw ik voor wat ik nu vertel. U als degene die hier nu zit en naar mij luistert: check it! Is het onaanvechtbaar? Klopt het? Is het waar? Staat het echt geschreven? Is de claim die hier gedaan wordt dat het naar de Schrift is, is dat waar? Dat is wat bepalend is, zodat de tegensprekers inderdaad weerlegd worden. Dat is ook gezonde leer. Het is niet alleen maar blijmakend en gezond, ook mentaal, maar het is ook solide. Dat is een buitengewoon belangrijk kenmerk van gezonde leer: het kan tegen een stootje. Critiqueer het tot je een ons weegt, maar die leer blijft gewoon staan. Dat is het geweldige: als het stevig is, kun je er tegenaan schoppen wat je wilt, maar het blijft toch wel staan. Je kunt het in feite uitnodigen om het tegen te spreken, want als het waar is, blijft het wel overeind. Dat is wat de gezonde leer ook karakteriseert.

Titus 2: de Leer Versieren in de Praktijk ↑ hoofdstukken

Dan heb ik er nog een, ook uit de Titusbrief. Ik heb er twee uit de Timotheüsbrief en twee uit de Titusbrief waar de term dus gebezigd wordt. Titus tweede hoofdstuk begint met: “Maar jij…”. “Maar jij”, dat geeft ook weer zo’n tegenstelling aan. Dat wil zeggen: de meute mag daar op Creta zus beweren en er mag dan heel veel tegengeluid zijn, maar Titus zou als een jonge kerel – want hij was nog jong – staan voor dat wat hij doorgeeft. En vandaar ook dat er komt: “Maar jij, spreek wat strookt” – of wat past, of wat betaamt – “de gezonde leer.”

Kijk, Titus’ taak was om de gezonde leer te onderwijzen, daar hadden we het over. Maar ook hier gaat het om wat strookt met de gezonde leer. Dat wil zeggen: wat in overeenstemming is met de gezonde leer. En als u het navolgende dan leest – dat gaan we nu niet doen, ook dat is een mooi thema om daar eens goed aandacht aan te geven – wat hij zegt tegen ouderen: oudere mannen, oudere vrouwen, jongere mannen, jongere vrouwen. Al die categorieën worden aangesproken. En er is overlap, dat wil zeggen: eigenschappen die voor alle groepen van belang zijn. Maar er zijn ook eigenschappen die juist bij de ene groep vooropstaan en bij de andere groep misschien wat meer op de achtergrond komen. Kijk het maar eens na.

Maar als je dan verder leest in ditzelfde hoofdstuk 2… De hele dia komt niet helemaal op dit scherm tot z’n recht, maar goed: in Titus 2, even later in vers 10 en 11, worden ook de slaven aangesproken. En dan wordt er gezegd – dat is een prachtige term – dat de slaven het voorrecht hebben, in de positie waarin zij zich bevinden, om de leer van God onze Redder in alles te versieren.

Mensen zeggen vaak: “Het gaat niet om de leer.” Ja, dat is ook zo’n ander motto. De titel was “Niet de leer, maar de Heer?”. Men zegt ook heel vaak: “Het gaat niet om de leer, maar om de praktijk.” Dan moet ik dat weer tegenspreken, want dat is niet wat de Bijbel zegt. Als mensen zeggen dat het niet om de leer gaat maar om de praktijk, zeg ik het precies omgekeerd: het gaat in de praktijk om de leer! Het gaat erom dat we in de praktijk van het leven – hier wordt specifiek gesproken over de slaven – dat ze zichzelf onderschikken, goedmoeds en welgehumeurd hun ding doen en niks ontvreemden van hun meester, maar integendeel hen alles naar de zin maken, en daarmee ook de leer van God onze Redder tot sieraad te strekken, of te versieren in alles. Want daarmee, door je zo als slaaf in dat geval op te stellen, versier je de leer van God onze Redder.

Ziet u, juist in die praktijk gaat het om de leer. En waarom dan? Nou, die leer is zo geweldig. Hoezo? Nou, het is de leer van God onze Redder. De Redder van wie dan? Dit is een bekende, hè? Dit is Titus 2 vers 10, maar als u nu vers 11 leest – die tekst kent u wellicht –: “Want de reddende genade Gods is verschenen aan alle mensen.” Hoezo ons redden? Nou, de reddende genade van God is verschenen aan alle mensen! Paulus zegt trouwens in Timotheüs ook dat Hij een Redder is van alle mensen, speciaal van gelovigen. En daar zegt hij ook bij: “Beveel en leer dit!” Dat is niet maar optioneel, zo van: nou ja, als het je uitkomt of als men dat accepteert. Nee, juist niet! Als het niet geaccepteerd wordt, juist dan moet je het vertellen. Des te meer, bedoel ik.

Weet je, de leer van God onze Redder te versieren in je leven, om te laten zien hoe geweldig het is dat God onze Redder is… Dat is toch een voorrecht? Men zegt wel eens dat het leven een feest is, maar dat je zelf de slingers moet ophangen. Nou, ik zou zeggen: de leer van God onze Redder is een feest, en wij mogen de slingers daarvan ophangen! Elke dag laten zien hoe geweldig het is dat God onze Redder is. En als er dan iemand is die jou miskent, of als er mensen zijn door wie je weggezet wordt of die jou totaal niet zien, dan mag je hen laten zien: God is ook jullie Redder! Hij is mijn Redder, maar Hij is ook jullie Redder. Hoe weet je dat dan? Nou, Hij is de Redder van iedereen! Dus dat is nogal mooi en makkelijk. Ieder op zijn tijd natuurlijk, niet iedereen ziet het nu – stel ik erop, bijna niemand –, maar het doet van de waarheid niks af. Hij is onze Redder! Dat is een boodschap, een leer en onderwijs dat echt verdient om versierd te worden. En dat maakt elke dag eigenlijk toch weer tot een feestje. Sorry, er kan van alles in je leven gebeuren, maar deze boodschap is zo geweldig rijk!

Timotheüs 4: Afkeer van de Gezonde Leer in de Christenheid ↑ hoofdstukken

Dan komen we bij de laatste schriftplaats die ik wil noemen, en dat is in feite de ernstigste: 2 Timotheüs 4, het laatste hoofdstuk van… Kijk, de tweede Timotheüsbrief is Paulus’ afscheidsbrief. Eigenlijk is het zijn geestelijk testament en hij vertrouwt dat toe aan zijn jonge medewerker Timotheüs. Titus was er één van, maar vooral ook Timotheüs. Het is echt een afscheidsbrief. Paulus weet ook dat het tijdstip van zijn verscheiden voor de deur staat. Hij heeft niet lang meer te leven; hij zal spoedig geëxecuteerd worden, als ik die woorden goed versta. Hij zegt: “Reeds word ik gebracht als een plengoffer.” Zo is het, om woorden van gelijke strekking te gebruiken. Met andere woorden: hij zou geëxecuteerd worden. Hij zit in de gevangenis en allen in Azië hadden hem verlaten. Je zou zeggen: nou, die man zit flink bij de pakken neer natuurlijk. Maar de brief sprankelt, echt.

Het is ernstig. Paulus voorziet ook dat de hele christenheid… Dat is wat, hè? Laten we zeggen dat dit ergens halverwege de jaren 60 van onze jaartelling is geweest, dus pakweg 35, bijna 40 jaar na de opstanding van de Heer Jezus Christus. De boodschap was uitgedragen en Paulus was met name in Azië nogal actief geweest, en hij zegt: “Allen in Azië hebben mij verlaten.” Nou, dat doet een mens wel wat hoor. Dat merkt hij dan op.

Maar Paulus bereidt Timotheüs er ook op voor. Hij zegt – ik parafraseer nu, maar dit is de lijn zoals het zal gaan – hij zegt in hoofdstuk 3 ook: weet wel, in de laatste dagen… En dan heeft hij een hele rits van kwalijke eigenschappen. Dan zou je zeggen: hij heeft het over de heidense wereld? Nee, hij heeft het over de christelijke wereld! Met een schijn van godsvrucht, maar de kracht daarvan verloochend. Het blijkt dus over de christenheid te gaan. Zo geweldig als de boodschap van Paulus is, zo optimistisch, zo rijk en zo’n geweldig perspectief, zo negatief – ik kan niet anders zeggen – is hij als het gaat over de toekomst van de christenheid. Hij zegt dat het van kwaad tot erger gaat. In de eerste brief zegt hij dat in latere tijden sommigen zullen afvallen, en in het einde is het helemaal een drama.

Oké, dit is eventjes wat ik in het algemeen over de brief zeg, maar ik ga het u nu ook bewijzen. Want dan zegt hij in 2 Timotheüs 4, het laatste hoofdstuk van die brief: er komt een tijd dat de mensen – men, hij generaliseert hier. Je zou zeggen: maar er zijn toch uitzonderingen? Jazeker, waarvan akte! Maar in het algemeen zegt hij: er komt een tijd dat men, de mensen, de gezonde leer niet meer zullen verdragen. Dit is een hele ernstige. De gezonde leer is een geweldig ding, maar het hele feit dat Paulus zegt “men”… Hij heeft het hier natuurlijk niet over de wereld, want de wereld heeft de gezonde leer sowieso al nooit omarmd. Maar Paulus zegt, terwijl hij al in zijn dagen de contouren van die afkeer waarneemt, vaststelt en opmerkt, dat die neergaande lijn onomkeerbaar is. Er komt een tijd – en hij refereert daarbij aan wat hij eerder had gezegd over de laatste dagen – de eindfase. Zonder dat het nu het onderwerp is, maar ik durf te beweren dat wij echt in die laatste fase zitten. Dat kan niet missen. De termijn is bijna verstreken en wij leven in die laatste fase. Dus nu zouden we juist onze oren moeten spitsen: over welke tijd heeft hij het?

Er komt dus een tijd dat men de gezonde leer niet meer zal verdragen. Kijk, in een eerder stadium was men al afgeweken van de gezonde leer – daar had ik het zojuist over – en ten slotte verdraagt men het zelfs niet meer. Maar dat is kwalijk. Waarom is dit van belang om te weten wat je te wachten staat? Dit was in de eerste eeuw door Paulus opgetekend, en nu zitten wij twintig eeuwen verder. Laat ik het hypothetisch zo vragen: wat denk je dat Paulus zou zeggen als hij nu advies zou geven of zich zou richten tot zijn lezers twintig eeuwen later? Zou hij zeggen: “Het komt allemaal goed, er komt een geweldige hoop in heel de christenheid. De gezonde leer die ik ooit heb verteld, daar gaan ze allemaal de rode loper voor jou bij uitleggen en zeggen: welkom, kom maar binnen”? Nee, hij is heel realistisch: dat gaat niet gebeuren.

Waarom is dat van belang? Nou, dan weet je dat je… Kijk, over de gezonde leer denk je altijd te gering, maar over de ontwikkelingen in de christenheid moet je je hier geen illusies maken. Dat is wat Paulus zegt, en ik zeg het eigenlijk nog heel eufemistisch, want het is ronduit dramatisch. Want uitgerekend in de kringen waar je het zou verwachten, in de christenheid – je komt in een kerk of een gemeente binnen en je zegt: “Ik wil dit vertellen, het is de gezonde leer, kijk maar, hier staat het” – zeggen ze dan “kom maar binnen”? Nee: weg, alsjeblieft! Iets wat je niet verdragen kunt, vreselijk. Het is van belang om ons dit te realiseren; daarover hoeven we ons geen illusies te maken.

We zitten hier met een redelijke club van mensen natuurlijk, maar getalsmatig stelt dit allemaal niks voor. En ik bedoel ook helemaal niet te zeggen dat dit de enige zijn, maar ik bedoel te zeggen: als je de gezonde leer vertelt waar we het over hadden – het evangelie van de heerlijkheid van de gelukkige God en alles wat daarmee samenhangt, dat wat aan Paulus is toevertrouwd – de mensen zullen het… Niet mensen, ik bedoel juist de christenen zullen het niet verdragen. In het algemeen, nogmaals excuus als ik nu generaliseer, meent Paulus dat hier ook.

Er komt een tijd dat men de gezonde leer niet meer zal verdragen. Letterlijk staat er dan dit: “terwijl het gehoor verwend is”, staat in de NBG-vertaling, “gekieteld wordt”. Dat is eigenlijk een beetje hetzelfde: als je je laat kietelen, laat je je verwennen, ook in de overdrachtelijke zin van het woord, dus dat maakt niet zo gek veel uit. Maar het gehoor wordt gekieteld. Je hoort de dingen die je graag wilt horen: fijn, fijne preek. Maar hij zegt: terwijl het gehoor gekieteld wordt, hopen zij zich leraren op. Een hele eigenaardige manier van zeggen, want in de NBG-vertaling staat: men verzamelt zich tal van leraars bijeen. Er wordt een hele collectie aangelegd van predikers, om zo te zeggen. Die worden allemaal klaargestoomd en er worden hele instituten gebouwd die predikers aan de lopende band afleveren. En wat doen die? Nou, die vertellen gewoon wat voldoet aan hun criteria, aan dat wat zij hebben afgesproken: “Dat is wat we vertellen; wij betalen jou en dus bepalen wij ook wat jij zegt.” Want u weet het: wie betaalt, bepaalt. Nou, zo zal dat gaan.

Eigenlijk krijg je hier dus een inkijkje in hoe het met de christenheid zal gaan. Het gehoor wordt gekieteld en ondertussen hoopt men zich leraren op: predikers die vertellen wat men graag wil horen, het gehoor kietelend naar de eigen begeerten. En dat onderstreept nog eens wat erbij staat: en ze zullen hun gehoor – of de oren, maar in dit verband natuurlijk hetzelfde – van de waarheid afkeren. Ja, hier komt eigenlijk nog iets naar voren waar we het al eerder over hadden, namelijk wat de waarheid is. Dat is trouwens ook een begrip waar je in onze dagen heel erg mee moet oppassen. Zeg niet dat je de waarheid hebt, maar vertel de waarheid.

“Jij hebt jouw waarheid, ik heb de mijne.” De waarheid… Ja nou, Paulus is dus zo eigenwijs, en ik met hem, om te zeggen: dat is de waarheid.

Hoe weet ik dat dan? Omdat, wat je zegt, dat zeggen anderen ook. Ja, maar de waarheid is dat woord wat zich laat bewijzen. Wat onder bewijs gesteld kan worden. Iedereen kan het checken. Paulus zegt in de Korintherbrief ook: we zijn voor elk menselijk geweten onze eigen aanbeveling. Iedereen die eerlijk is… Ze kunnen er tegen schoppen, ze kunnen het uitschelden, ze kunnen je uitjouwen, ze kunnen je wegsturen, maar één ding kunnen ze niet, en dat is dat het onwaar is wat ik zeg.

“Ja, maar het past gewoon niet in ons straatje”, of: “We willen dat niet horen”, “Dat is niet van deze tijd toch meer…” Ja, maar dat is het: ze zullen hun gehoor van de waarheid afkeren. We zeggen: dat wat zwart op wit geschreven staat, wat Paulus ook allemaal heeft opgetekend en zoals hij ons in de hele Bijbel meeneemt – al de Schrift is van God gegeven. Ja, ze zullen zich van de waarheid afkeren en zich naar de mythen keren.

Hoe de Waarheid Door Mythen Irrelevant Wordt Gemaakt ↑ hoofdstukken

En we geven het aan: ik zeg verdichtsels, maar eigenlijk is het het woordje mythen. Dat is het woord dat hier door Paulus gebruikt wordt in het meervoud: mythen. Weet u wat een mythe is? Nou ja, dat weet u nu wel natuurlijk, maar kijk er maar eens naar. Dat is een verhaal — nou ja, er is meer over te vertellen dan dit ene regeltje — waarvan niet gezegd is of het al waar is of niet. Dat vind ik wel heel apart. Een mythe kan een verhaal zijn dat waar gebeurd zou kunnen zijn, maar ook niet; dat laten we gewoon in het midden.

Dat is wel heel apart, want dat is ook een hele specifieke truc. Ik ben daar nog niet zo lang geleden eigenlijk op gestuit, hoe dat dan precies werkt. Tenminste, mijn ogen gingen daarvoor open: ah, wacht eens even, zo zit het! Wat men doet als je je van de waarheid afkeert: je kunt de waarheid meteen ontkennen, maar dat werkt meestal niet. Weet je wat je veel beter kunt doen? Je moet de waarheid eerst irrelevant maken, onbelangrijk.

Bijvoorbeeld, ik noem maar wat: de eerste elf hoofdstukken van de Bijbel. Die gaan over de eerste millennia van de mensheid sinds Adam. En daarvan zeggen de grote theologen in onze dagen nu allemaal: dat zijn mythen. Dat is meestal de eerste fase: het zijn mythen, het zijn mooie verhalen die ons heel veel willen leren. Men praat met de grootste achting over die hoofdstukken, dus ze ontkennen het niet direct, en ze zeggen ook niet dat het gebeurd is, maar dat het mythen zijn. Of het echt gebeurd is? Nou ja, dat weet ik niet, dat laten we in het midden.

Ja, maar dat is de truc: je moet de waarheid ook niet meteen ontkennen. Dat deed de slang in de hof ook niet. Die begon ook niet meteen van: wat tegen jou gezegd is, dat is niet waar. Nee, hij gaat er een vraagteken achter zetten. En als je iemand op dat spoor hebt, dan kun je vervolgens voluit de leugen injecteren. Maar je begint eerst met betwijfelen, een sfeer van twijfel creëren en je maakt eerst de waarheid irrelevant. Dat wil zeggen: het doet niet ter zake. En dan in de tweede fase kun je vervolgens gewoon de waarheid ontkennen. Dat is heel makkelijk, want het was toch niet belangrijk of het waar gebeurd is of niet. En zo werkt het.

Ik zou tal van voorbeelden kunnen geven van hoe ik dat alleen al in de laatste eeuw heb gezien. Er zitten hier genoeg mensen die inmiddels al wat jaren in hun leven erop hebben zitten en hebben gezien hoe dat in grote kerkgemeenschappen is gegaan. Waar eerst theologen kwamen en zeiden: dat zijn mythen — over dat wat in de Bijbel gewoon historisch wordt neergezet. En vervolgens komt onvermijdelijk de volgende fase, waarin mensen zeggen: het is helemaal niet echt gebeurd. En die mensen krijgen dan vervolgens ruim baan. Waarom? Want het was toch niet belangrijk! En over iets wat niet belangrijk is, daar hoeven we niet moeilijk over te doen. Dat is zo subtiel.

Dat is wat men met de waarheid van de Bijbel ook heeft gedaan: men heeft het tot mythen verklaard. En dat geldt trouwens ook voor het evangelie. Eerst maakt men dingen onbelangrijk, of men het nu gelooft of niet, en vervolgens maakt het ook niet zoveel meer uit als mensen het dan ontkennen. En zo wordt in één generatie vaak de hele waarheid tenietgedaan.

Is dit onvoorzien? Nee, dit is precies wat Paulus al heeft aangemerkt en waar hij Timotheüs over waarschuwde, juist zodat we dat zouden weten. Dus ja, waar moeten we wezen voor een gezonde leraar? Bij Paulus. En waar moet je niet wezen? Nou, in het algemeen — sorry dat ik het zeg — in de christendomheid. Wees daarop bedacht. Ik generaliseer, excusez-moi, maar niettemin is dat zoals Paulus het aanmerkt.

En het mooie is: dat betekent dus dat je in feite daarmee buitenkerkelijk wordt. Je bent ook vrij. Je schaart je niet meer bij een groep van: “Ja, maar dit zijn onze manieren, dit zijn afspraken die wij hebben gemaakt.” Het gaat om wat onderwezen is. En weet u, al ben je dan misschien een eenling, een aparteling, je vindt elkaar dan alsnog zomaar. Dan kom je mensen tegen die zich ook in die geweldige waarheid verblijden en die helemaal niet lid zijn van dezelfde club als jij, maar er is eenheid. Waarom? Omdat je je verblijdt in datzelfde onderwijs als waar die ander zich in verblijdt. Dat is een geestelijke eenheid, en dat is geweldig kostbaar. En het laatste wat ik dan wil noemen — dan wordt het hoog tijd om af te sluiten.

De Oproep tot Nuchterheid en Volharding ↑ hoofdstukken

Maar jij, heb je het weer, hè? Men zal zich afkeren van de waarheid en zich naar de mythen keren. Maar jij, die ene, niet meer de massa. De massa wordt niet aangesproken, dat is toch ongehoord werk. Maar jij, wees nuchter in alles. Verkijk je niet op aantallen, dat doet niets ter zake. Het gaat om de waarheid.

Trouwens, deze ontwikkeling duurt uiteindelijk ook niet zo lang meer; we leven aan het einde van deze aion. Dus ik bedoel dit ook te zeggen: deze tijd is niet alles. De nuchterheid maakt ook dat je de dingen gewoon naar waarde weet te schatten, weet te wegen.

Kwaad lijdend – dat betekent ook gewoon: ze zullen je miskennen. Aanvaard dat dan maar gewoon. Lijd dat kwaad wat ze je aandoen of waarvan ze je betichten of beschuldigen. Het saldeert. Laat maar. Ik zeg niet dat het je niks doet of niet raakt, maar het hoort erbij.

Doe het werk van een evangelist. Dat wil zeggen: netjes weer de boodschap uit te dragen. Want ook in deze verharde tijden blijft dat evangelie onovertroffen: groots en heerlijk en zo zalig, en waar, en blij makend en gelukkig makend. Dat is zo geweldig!

En Paulus zegt tegen Timotheüs – we mogen dit ons persoonlijk ook zo eigen maken: verricht je bediening ten volle. Hij zegt dat ook omdat de geschriften inmiddels compleet zijn. Al die zeventig boeken, ja ja, welgeteld, die bibliotheek is compleet. En alles wat we nodig hebben om te weten, hebben we hier gewoon. Simpel, hè? Ja, ik weet wel, mensen zeggen dan: “Het is simplistisch, jij maakt het makkelijk.” Het is eenvoudig.

En te midden van zoveel verwarring heb je dan toch dat enorme geluk en het voorrecht te mogen genieten dat je deze dingen mag weten. En de meesten zien het niet. Maar zoals iemand zojuist voor de samenkomst al even tegen mij zei: wij hebben ook voor al die mensen die het nog niet zien, en die het misschien zelfs totaal miskennen, een geweldig goed bericht: God is ook hun Redder!

🎧 niet de leer, maar de Heer


Powered by RedCircle

Delen: