GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

na zeventig jaren…

15-10-2023 - Geplaatst door Andre Piet
15 oktober 2023, Rotterdam EH

Als er iets is waarin de Schrift zichzelf bewijst, dan is het wel in profetie. Letterlijk betekent dat (Griekse) woord: voorzegging. Instituten stellen prognoses op, doen ramingen of proberen te voorspellen. Maar niemand weet wat de toekomst brengen zal. Behalve Eén. Dat is Hij die hemel en aarde gemaakt heeft en die vanaf den beginne reeds de afloop bekendmaakte. Via Jeremia liet Hij weten dat Jeruzalem zeventig jaar in puin zou liggen om daarna Zijn volk te doen terugkeren naar het land. En alzo geschiedde.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt de verwoesting van Jeruzalem en de zeventigjarige Babylonische ballingschap, die diende als exacte vergoeding voor zeventig gemiste sabbatsjaren. God vervulde Zijn beloften via de profeten Jeremia en Jesaja en riep de heidense koning Kores al eeuwen van tevoren bij naam om de tempel te herbouwen. Dit toont aan dat God de geschiedenis feilloos stuurt en niet alleen voorzegt wat er gaat gebeuren, maar ook exact wanneer. De uiteindelijke boodschap is er een van hoop: God heeft gedachten van vrede en belooft een hoopvolle toekomst voor Zijn volk.

“God voorzegt niet alleen de dingen die gaan gebeuren, maar Hij zegt ook wanneer die dingen gaan gebeuren.”

De Verwoesting van Jeruzalem en de Babylonische Ballingschap ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen allemaal, vrienden van het woord van God mag ik aannemen en mag ik hopen. Want ja, daarom zijn we toch hier bij elkaar gekomen: om te luisteren en om te zingen, zoals we zojuist in dat laatste couplet ook inderdaad weergaven, maar ook en vooral om te luisteren naar wat God ons te melden heeft. Zojuist is door Evert al het Bijbelgedeelte gelezen dat we vandaag eens wat nader willen bezien. En ik vermoed zo dat het de meeste lezers wel zal zijn opgevallen dat we juist de laatste week in het bijzonder bepaald worden bij het feit hoe spannend en turbulent de tijden zijn. Dan hebben we het vooral ook over het Midden-Oosten, meer speciaal nog het land van Israël. Aan de andere kant, 2500 jaar geleden – want over die tijd hebben we het dan vooral – was het niet zo veel anders. Of eigenlijk moet ik zeggen: toen was het, je zou het niet zeggen, nog aanzienlijk moeilijker, turbulenter en dramatisch mag ik wel zeggen. Hoewel het slot van het gedeelte van 2 Kronieken 36, dat trouwens ook het slot van de boeken van de Kronieken is, dan weer heel erg hoopvol is.

Laten we gewoon eens door de tekst heen gaan. Ik ga niet de hele passage die zojuist is voorgelezen met u bespreken. Ik heb het als titel gegeven, zoals u ziet hier achter mij weergegeven: "Na 70 jaren". Het lijkt mij nuttig om even een korte toelichting te geven om wat context te hebben. Waar hebben we het eigenlijk over? Wat is de situatie? Nou, even een indruk van de tijd. Ik zei al dat dit zich zo pakweg 2500 jaar geleden heeft voltrokken. Het heeft plaatsgevonden, en hou dat getal ook even in gedachten want we komen het later nog weer even tegen: het was 430 jaar na de inwijding van de tempel in de dagen van Salomo. Inmiddels zijn we 430 jaar verder en ik moet er ook bij zeggen: ook twintig koningen verder. Want na de dood van Salomo splitste het rijk in het tweestammenrijk en het tienstammenrijk. Beide rijken hebben een twintigtal koningen gekend. Het tienstammenrijk was al veel eerder in ballingschap gegaan, maar het tweestammenrijk heeft ook twintig koningen gehad. En de laatste was, ook zijn naam wordt in 2 Kronieken 36 genoemd, Zedekia. Dat wil zeggen: JAHWEH is rechtvaardig. En 'what's in a name' zeggen ze dan, maar in feite is dat ook wat gedemonstreerd werd. God doet recht aan wat? Nou, in ieder geval ook aan Zijn woord en aan Zijn belofte.

Hoe dan ook, dat was wat de tijd betreft. Met name bij die laatste koningen was het echt heel dramatisch gesteld. Want eigenlijk zijn er gedurende al die regeerperiodes van die twintig koningen van Juda maar zeven geweest die godvrezend waren. Trouwens, bij het tienstammenrijk was het nog veel erger, want daar was geen enkele van de twintig koningen godvrezend. Die zijn ook veel eerder al in ballingschap gegaan. Maar met name bij de laatste koningen ging het echt enorm bergafwaarts, en dat is ook voorgelezen zojuist in het gedeelte. Uiteindelijk, na tal van waarschuwingen van Gods profeten, en met name dan ook de laatste veertig jaren voorafgaand aan de verwoesting door de profeet Jeremia, is uiteindelijk de koning van Babel, Nebukadnezar, gekomen.

Laten we even op een rijtje zetten wat zojuist is voorgelezen. Hij liep het volk onder de voet. Hij vertrapte het volk en dat is met heel veel bloedvergieten gepaard gegaan. Hoe stond het er ook alweer? De koning van de Galdeeën kwam, staat er in vers 17, tegen hen optrekken. En deze doodde hun jongelingen met het zwaard in hun heiligdom en hij spaarde jongeling noch maagd, oude noch gegrijsde. Alles gaf Hij in zijn macht. Probeer je dat een klein beetje voor te stellen hoe dat is gegaan. Vervolgens lees je ook dat hij al het gerei en de schatten uit de tempel stal. Dat wil zeggen: hij stal dat en hij bracht het naar Babel. Later lees je in de geschiedenis van Daniël trouwens nog dat het gerei en al die drinkbekers uit het heiligdom bij de feesten van Belsassar werden gebruikt – of misbruikt, zo u wilt. En toen kwam daar dat schrift op de wand, weet u nog?

Nou ja, ik lees even verder. Hij stal het gerei en de schatten uit de tempel. Hij verbrandde vervolgens de tempel; hij legde hem helemaal in de as en verwoestte vervolgens de paleizen en alle kostbare gebouwen in de stad. Hij brak de hele stad af, inclusief dus ook de muren. En degenen die nog ontkomen waren aan het zwaard – en dat zijn er nog wel veel geweest – die heeft hij vervolgens in slavernij naar Babel gebracht. Dat was het begin van wat dan genoemd wordt de Babylonische ballingschap. Hoezo? Wel, als slaven werden zij gevangen weggevoerd naar Babel, en dat is nog een flinke reis kan ik u vertellen. Niet met de auto, want dan valt het wel mee, maar zoals zij dat moesten doen... het is in het huidige Irak. In ieder geval zijn ze daar naartoe gedeporteerd, want dat is wat het is. Dat is dus even de achtergrond van de afschuwelijke situatie die zich toen voordeed. Het was voorzegd, er was volop gewaarschuwd en uiteindelijk is er van Godswege ingegrepen en is dit gebeurd. Dat zullen we straks nog wel zien, want hoezeer Nebukadnezar ook totaal niks wist en wilde weten van God, niettemin werd hij gebruikt als een instrument in Gods handen. Zo gaat dat altijd natuurlijk.

Maar oké, we hebben nu dus gelezen over wat hij deed en wat er gebeurde daar in het land, en vooral met Jeruzalem en hoe het volk gedeporteerd werd. En dan staat er – dat gebeurde om het woord, en ik haak midden in de zin van vers 21 nu aan – om het woord van JAHWEH, door Jeremia verkondigd, in vervulling te doen gaan. Ik lees uit de NBG-vertaling met zo af en toe een kleine correctie of een aanvulling, vandaar dat ik het maar NBG Plus heb genoemd. Dat is dus gedurende die veertig jaren dat Jeremia geprofeteerd heeft. Voorafgaand aan de verwoesting heeft Jeremia... ja, hij had geen aangename taak, want hij moest gaan vertellen tegenover heel veel andere valse profeten die zeiden: "Het komt allemaal wel goed hoor." Die spraken het volk naar de mond, maar Jeremia deed dat niet. Van hem is natuurlijk ook bekend dat zijn naam zelfs tot een werkwoord is geworden: jeremiëren. En van hem is ook het boek De Klaagliederen. Klagen, ja, maar daar had hij ook wel alle reden toe. Niet alleen maar omdat zijn geluid en zijn woord zo miskend waren, maar omdat uiteindelijk ook vervuld werd waarvan hij wist dat het zou gaan gebeuren, namelijk dat het hele land verwoest zou worden door de koning van Babel.

Bij de puinhopen van Jeruzalem klaagt hij en weent hij, en dat is waar we de weerslag van vinden in het boek De Klaagliederen. Je moet je even een klein beetje een voorstelling vormen van wat een dramatisch einde dat is geweest, ook van de dynastie van David, vergis je niet. God had zijn belofte gegeven aan het huis van David, de troon van David, en daaruit zou ook de Messias voortkomen. Gedurende al die tijd was daar altijd die troon in Jeruzalem, altijd een nakomeling van David, maar dat hield nu op. We kunnen ons juist door de laatste week een klein beetje voorstellen wat voor drama's zich daar in het land kunnen voordoen, maar toen is het ook wat geweest hoor. Oké, ik lees even verder... wacht even, ik heb een andere afstandsbediening.

Het Land Krijgt Rust: de Vergoeding van Zeventig Sabbatsjaren ↑ hoofdstukken

Dit moet ook even worden toegelicht, want je moet namelijk weten dat dit een bekend fenomeen is. Het volk van Israël had het gebod dat men op elke zevende dag het werk zou staken. Dat is de sabbatdag. Maar er was niet alleen een wekelijkse cyclus waarbij de zevende dag een dag van rust was, er was ook een sabbatsjaar. Zes jaar lang werd het land verbouwd en mocht men zaaien en oogsten, maar het zevende jaar heette een sabbatsjaar. In dat jaar zou men het land met rust laten. Israël heeft zich daar in haar volksverstaan, voor zover we dat uit de Bijbel weten, in de hele geschiedschrijving nooit aan gehouden.

Elk zevende jaar was dus een sabbatsjaar. Na dat sabbatsjaar kreeg je weer die cyclus en dat ging zeven cycli zo door. Dan heb je dus in totaal 7 x 7 sabbatsjaren. Het negenenveertigste jaar is dus ook weer een sabbatsjaar. Bent u er allemaal nog? Ja, oké. En dan kreeg je na zeven sabbatsjaren het vijftigste jaar. Dat vijftigste jaar was dan een jubeljaar. Na dat vijftigste jaar begint gewoon weer een hele nieuwe cyclus, zodat je in één eeuw twee keer vijftig jaren hebt. In vijftig jaar had je dus zeven sabbatsjaren. Dat wordt allemaal zo voorgeschreven en beschreven in Leviticus 25.

Maar een hoofdstuk later in Leviticus – dat was al duizend jaar eerder, toen God via Mozes Zijn wetten aan Israël had gegeven – lees je al dat wanneer Israël dat niet zou doen en het land geen rust zou geven, God die rust gewoon zou opeisen. Als het land de rust niet zou krijgen, dan zou God die rust nemen. In Leviticus 26 wordt dat al voorzegd. Daar klinkt het nog enigszins hypothetisch, van: nou ja, in het geval dat, dan zou het zus gaan. Maar in werkelijkheid was het eigenlijk al een beschrijving en een voorzegging: zo zou het ook gaan.

Ik neem u even mee naar Leviticus 26, want alleen tegen die achtergrond begrijp je ook waarmee 2 Kronieken 36 afsluit. Daar staat dit, en dan gaat het over JAHWEH Zelf: "Ikzelf zal het land verwoesten." En dan even verder: "Maar u zal Ik onder de volkeren verstrooien en Ik zal achter u het zwaard trekken en uw land zal een woestenij zijn en uw steden een puinhoop." En dan: "Dan zal het land zijn sabbatsjaren vergoed krijgen, al de dagen dat het verwoest ligt en gij in het land uwer vijanden zijt. Dan zal het land rusten en zijn sabbatsjaren vergoeden." Dat wil zeggen: al die tijd dat het geen sabbat had gekregen.

God zegt: die rust krijgt het land alsnog, maar nu doordat Ik jullie zelf uit het land zet. Want het hele idee is – dat lees je ook in Leviticus 25 en 26 – dat het land niet van Israël is. Dit lijkt een politiek statement, en in feite is het dat ook: het land is niet van Israël. Ik zeg niet: het land is van de Palestijnen of het land is van de Arabieren. In Leviticus 25 of 26 staat: "Het land is voor Mij." Het is het land van JAHWEH. En dan zegt God ook tegen het volk: "Jullie zijn vreemdelingen en bijwoners bij Mij. Jullie mogen hierin wonen. Ik heb het aan jullie beloofd, absoluut, maar het land is van Mij. En als jullie niet luisteren naar Mijn stem, dan stuur Ik jullie gewoon weer weg. Pas wanneer jullie weer naar Mij luisteren, komen jullie ook weer terug."

Precies zoals dat is voorzegd, lees je verder in Leviticus 26: "Al de tijd der verwoesting zal het rusten, de rust die het niet gehad heeft gedurende uw sabbatsjaren toen gij daarin woonde." Met andere woorden: als in Leviticus 26 wordt gezegd dat het volk het land uitging, dan was dat om de sabbatsjaren te vergoeden. Laten we even verder lezen in 2 Kronieken 36. We bladeren zo wat door de Bijbel, maar ja, zo werkt dat hè: Schrift met Schrift vergelijken. Daar staat: "al de dagen die het woest lag, heeft het gerust om zeventig jaar vol te maken."

Ik vertelde u al hoe dat zat met die sabbatsjaren: elke vijftig jaar was er sprake van zeven sabbatsjaren. Met andere woorden: als er zeventig sabbatsjaren worden vergoed, dan bestrijkt dat het tienvoudige, dus een periode van 500 jaar. En dat klopt ook precies, want ik trakteerde u al op voorhand op het feit dat deze verwoesting van Jeruzalem 430 jaar na de inwijding van de tempel was. Die inwijding was eigenlijk een hele officiële eed van het volk aan God, uitgesproken namens de koning. Daarin werden beloftes gedaan en vanaf die tijd gaan die 500 jaren in werking treden. Gedurende 430 jaar heeft men dat niet gevierd en vervolgens komt het volk voor 70 jaar in Babel terecht. Dan ligt het land plat en wordt het niet verbouwd. Pas aan het einde van die 70 jaar mag het volk weer terugkeren.

Dat betekent dus, als je even terugrekent: de hele periode vanaf de inwijding van de tempel tot aan de terugkeer onder leiding van Kores is een periode van 500 jaar. Dat is een periode waarin Israël zeventig sabbatsjaren zou hebben gevierd. Is het ingewikkeld? Misschien wel, maar reken het maar na: zeventig sabbatsjaren die worden vergoed. Dat staat er heel uitdrukkelijk; het is niet voor niets. Het is niet alleen dat Jeremia had voorzegd dat het zeventig jaar zou zijn. Waarom zeventig jaren? Omdat God iets wilde vereffenen. In 500 jaar tijd zou men zeventig sabbatsjaren vieren. Als men die niet viert, dan zegt God: prima, dan neem Ik ze. Vandaar dus die zeventig jaar in Babylonische ballingschap waarin het volk zich niet in het land bevond. Oké, nu gaan we even verder. Ik ben weer terug in 2 Kronieken 36, want dat is het uitgangspunt.

Het Eerste Jaar van Kores en de Profetie van Jeremia ↑ hoofdstukken

En dan staat er in vers 22: "Maar in het eerste jaar van Kores, de koning van Persië." Je had destijds het Babylonische Rijk en dat was ten onder gegaan. Het was vervangen door het rijk van de Meden en de Perzen, het Medo-Perzische Rijk, en daar was Kores de eerste man van. En uitgerekend in het eerste jaar daarvan lees je dat Yahweh de geest van Kores, de koning van Persië, opwekte. Dus het Babylonische Rijk is ten einde, het is overgenomen door Kores, en meteen in het eerste jaar wordt Kores door Yahweh zelf in zijn geest gewekt.

Hoe zou God dat nou doen? Hoe zou God de geest van Kores hebben opgewekt? Ik redeneer naar de conclusie toe, ik geef het toe, maar het is feitelijk een schot voor open doel. Het hele idee is dat God tot hem ging spreken. En hoe? Dat is zo apart. Want laten we even doorlezen. God verwekte de geest van Kores, de koning van Persië, opdat het woord van Yahweh dat door Jeremia verkondigd was, zou worden voltrokken. We moeten dus even naar de profeet Jeremia toe gaan. Over welke profetie gaat het dan?

Ik zou verschillende passages kunnen lezen, maar ik beperk me even tot Jeremia 25. Daar staat dat Jeremia, nog voordat Jeruzalem verwoest was en Israël gedeporteerd was naar Babel, dus vóór die zeventig jaar, al had gezegd dat het zeventig jaar zou duren dat het volk in het buitenland zou vertoeven voordat zij weer zouden terugkeren. In Jeremia 25 wordt dat al voorzegd. Ik citeer uit vers 9: "Zie Ik," met een hoofdletter, God dus, "Ik laat alle geslachten van het noorden komen, luidt het woord van Yahweh, en Nebukadnezar, de koning van Babel, mijn dienaar..." Grappig hè? Wij zouden zeggen: die diende God helemaal niet. En in feite klopt dat ook wel, en toch zegt God: "Hij is mijn dienaar." Waarom? Omdat hij datgene volvoert wat Gods woord zegt. Dat is het. Er staat: "Ik breng hen tegen dit land en zijn inwoners. Dan zal het tot een oord van puinhopen en tot een woestenij worden." En dat is ook gebeurd, zoals we lazen in 2 Kronieken 36.

Maar Jeremia had dus vóór de verwoesting al gezegd: "Maar na verloop van zeventig jaren zal Ik aan de koning van Babel en dit volk, luidt het woord van Yahweh, hun ongerechtigheid bezoeken." Vergis je niet over wie we het hebben. Hier vind je precies bevestigd dat, ondanks het feit dat de koning van Babel een dienaar is van God, hij niets anders doet dan ongerechtigheid. En God zegt: "Dat ga ik bezoeken, daar ga ik hem mee confronteren." Die zeventig jaren waren dus inderdaad door Jeremia voorzegd.

Nu, in het eerste jaar van Kores, lees je dat God zijn geest prikkelt en tot hem gaat spreken. En wat doet Kores dan? Hij laat door zijn hele rijk een oproep doen gaan, in geschrifte en mondeling, dus gewoon zwart op wit. U weet hoe dat gaat, zelfs nu nog is het spreekwoordelijk: als de Meden en Perzen iets zeggen, dan is het onomkeerbaar. Een wet van Meden en Perzen, dat is de betekenis van de uitdrukking; daar is niets meer tegen te doen. Ook daarvan vind je in de Bijbel voorbeelden. Die Kores, de Perzische koning, gaat dus een bevel geven, een oproep door zijn hele koninkrijk. En vergis je niet, dat was het wereldrijk in die dagen; alles was aan dat rijk ondergeschikt. Het was het dominante wereldrijk. Hij doet in zijn hele koninkrijk in geschrifte deze oproep uitgaan. Over turbulente tijden gesproken.

Zo zegt Kores, de koning van Persië: "Alle koninkrijken der aarde heeft Yahweh, de God van de hemel, mij gegeven." Dat is trouwens een bijzondere uitdrukking: "de God van de hemel". Die uitdrukking blijkt verband te houden met het feit dat God zich als het ware heeft teruggetrokken. In de tijd dat Hij straks in het Messiaanse Rijk Zijn koninkrijk zal hebben gevestigd, dan is Hij de God van de hemel én van de aarde. Maar nu is Hij de God van de hemel die zich als het ware heeft teruggetrokken; de dynastie, Zijn koning, die is er niet meer. De troon in Jeruzalem is vacant. En dan is God de God van de hemel. Hij is er nog wel, maar op de achtergrond.

Kores zegt dus dat Yahweh, de God van de hemel, hem alle koninkrijken der aarde heeft gegeven. Dat geeft aan dat alles aan hem ondergeschikt was. En hij zegt: "Hij heeft mij opgedragen Hem een huis te bouwen in Jeruzalem, in Juda." Hè, hoezo? Dat eerste jaar van Kores was het zeventigste jaar van de ballingschap, dat is duidelijk. Overigens zeg ik er ook nog even bij: in het boek Daniël, in hoofdstuk 9, lees je dat Daniël dat op dat moment ook allemaal nakekt. Hij is bijbelstudie aan het doen en kijkt in de boekrol van Jeremia. Hij rekent uit dat het het zeventigste jaar is en gaat op zijn knieën. Nog voordat zijn gebed is afgelopen, voordat hij klaar is met bidden, krijgt hij al de melding dat het volk mag terugkeren naar het land en naar Jeruzalem.

Waarom zegt Kores dit nu? Kores zegt: "Yahweh, de God van de hemel, die mij alle koninkrijken der aarde gegeven heeft, heeft mij opgedragen Hem een huis te bouwen in Jeruzalem, in Juda." Nou, en nu wordt het echt spectaculair. Waarom?

Jesaja's Verbluffende Profetie: Kores bij Naam Geroepen ↑ hoofdstukken

Wel, we gaan nu naar de profeet Jesaja toe. U moet weten dat Jesaja pakweg honderdvijftig jaar voor de verwoesting van de tempel profeteerde; anderhalve eeuw van tevoren. Toch heeft Jesaja al voorzegd dat het land ooit verwoest zou worden en Jeruzalem helemaal met de grond gelijk gemaakt zou worden, maar hij heeft ook gezegd dat het volk daarna weer zou terugkeren. Let u nu eens op. Ik neem u mee naar Jesaja 44, waar dit staat geschreven. Het zou nog twee eeuwen duren voordat Kores geboren werd — moet u zich dat voorstellen — maar God zegt daar: "Zo zegt Yahweh, uw Verlosser en uw Formeerder van de moederschoot aan: Ik ben Yahweh, die alles gemaakt heeft, die de hemel heeft uitgespannen, Ik alleen; die de aarde uitgebreid heeft door eigen kracht; en die de tekenen van de leugenprofeten tenietdoet en de waarzeggers als dwazen aan de kaak stelt, die de wijzen doet terugwijken en hun kennis tot dwaasheid maakt."

Dat is trouwens een prachtige inleiding, want het geeft aan dat God zegt dat menselijke prognoses, waarzeggers en experts — de wijzen — allemaal door Hem te kijk worden gezet. Hij doet hun wijsheid terugwijken en maakt hun kennis tot dwaasheid. Al die mensen die zogenaamd dingen over de toekomst zeggen, het is gewoon — hoe zal ik het netjes zeggen — lariekoek. Ja, dat vind ik het mooiste woord: het is lariekoek. Maar God zegt dat Hij van een ander kaliber is. Eerder lees je in Jesaja al dat God zegt: "Ik verkondig van den beginne de afloop." God voorspelt niet alleen, maar Hij voorzegt de dingen. Dat is het kenmerk van het Woord van God. Gods Woord bewijst zichzelf omdat God bij machte is iets te doen wat geen mens kan, namelijk de toekomst niet slechts voorspellen, maar voorzeggen.

Dit is de inleiding en dan lezen we even verder in Jesaja 44. Aan de ene kant stelt God alle voorspellers, waarzeggers en experts aan de kaak, maar aan de andere kant zegt Hij: "Ik, die het woord van mijn knecht gestand doe en de aankondiging van mijn boden volvoer." Dat wil zeggen: als Ik er een profeet op afstuur en hem Mijn woord geef, dan ga Ik doen wat die persoon zegt. En de profeten hebben gesproken, zoals een Jeremia. Ik lees dan verder: "Die tot Jeruzalem zegt: Het worde bewoond; en tot de steden van Juda: Laten zij herbouwd worden, haar puinhopen richt Ik weer op." Dat is heel apart, want dit is echt een profetie. Jesaja profeteerde dit honderdvijftig jaar vóór de verwoesting van de tempel. Hier wordt al verondersteld dat het verwoest zal worden, maar ook dat het uiteindelijk weer bewoond zal zijn. "Laten die steden van Juda dan weer herbouwd worden en haar puinhopen richt Ik op."

En dan komt het: "Die tot Kores zegt: Mijn herder, hij zal al mijn welbehagen volvoeren door tot Jeruzalem te zeggen: Het worde herbouwd, en de tempel worde gegrondvest." Als u zich realiseert wat hier staat, dan valt u bijna van uw stoel. Hier wordt door Jesaja pakweg twee eeuwen van tevoren gezegd dat het volk zou terugkeren naar het land en de stad, én er wordt precies gezegd wie dat zou gaan doen. Zijn naam wordt hier genoemd: "Die tot Kores zegt: Mijn herder." Dat wil zeggen: jij mag Mijn kudde gaan leiden en voeren naar de plek waar Ik hen hebben wil. Hij zal Gods welbehagen volvoeren door te zeggen dat Jeruzalem herbouwd moet worden en de tempel gegrondvest. Wie zou dus de tempel herbouwen en wie zou Jeruzalem weer grondvesten? Jesaja zegt eeuwen van tevoren dat dit zal gebeuren door ene Kores. Israël was dus op de hoogte van wie dit zou gaan doen.

Ik lees direct verder in het volgende hoofdstuk, Jesaja 45: "Zo zegt Yahweh tot zijn gezalfde, tot Kores..." Dit is bijzonder, want hier wordt Kores zelfs Gods gezalfde genoemd. In het Hebreeuws staat daar het woord 'Mashiach', Messias. Kores is Gods gezalfde. "Zo zegt Yahweh tot zijn gezalfde, tot Kores — weer zijn naam — wiens rechterhand Ik gevat heb." En dan vers 4: "Ter wille van mijn knecht Jakob en ter wille van Israël, mijn uitverkorene — want dat is het volk dat God heeft uitgekozen als kanaal van zegen voor de rest — riep Ik u, Kores, bij uw naam en gaf u een erenaam, hoewel gij Mij niet kende." Kores was in die zin van hetzelfde slag als Nebukadnezar: een heidense vorst, de grootste der aarde in die dagen. Hij kende God niet. Maar wat dan nog? God kende zijn naam. God had zijn naam al laten optekenen door de profeet Jesaja. Als Israël ooit weer als kudde zou terugkeren in het land, als de stad weer herbouwd en de tempel gegrondvest zou worden, dan zou dat gebeuren door Kores. En iedereen vroeg zich af: "Wie is Kores?" Totdat het moment daar was.

Ik lees nog een stukje uit Jesaja 45: "Ik ben Yahweh en er is geen ander; buiten Mij is er geen God." Er is één God. Dat klinkt als een refrein door de hele Bijbel; het is de meest basale Bijbelse boodschap die er is. Eén God. Dat is niet alleen een kwantitatief ding, maar vooral een kwalitatief ding. Omdat er maar één God is, is er niemand die Hem kan weerstaan. Zodra er meerdere zouden zijn, zou Zijn woord gedwarsboomd kunnen worden of zou er conflict zijn. Bij één God is dat niet zo. "Buiten Mij is er geen God. Ik gordde u, hoewel gij Mij niet kende." God zegt hier tegen Kores: "Jij kent Mij niet, maar Ik jou wel. Sterker nog, voordat je geboren was, heb Ik jouw naam al laten optekenen in de boeken van Israël, in de woorden Gods die aan hen zijn toevertrouwd."

Waarom heeft God dat gedaan? Dat staat er ook bij: "Opdat men het wete, waar de zon opgaat in het oosten en waar zij ondergaat in het westen, dat er buiten Mij niemand anders is. Ik ben Yahweh en er is geen ander." Met andere woorden: God had de naam van Kores al eeuwen van tevoren in de boeken van Israël laten opschrijven. En toen het moment inderdaad daar was en de zeventig jaren voltrokken waren, toen wist Kores precies wat hem te doen stond.

Hoe Kores Zijn Goddelijke Roeping Ontdekte Via Daniël ↑ hoofdstukken

Nu zou u zich nog één ding moeten afvragen: hoe wist Kores dit? Daar geeft het boek Daniël dan weer licht op. Van Daniël weten we dat hij al in het begin van de Babylonische ballingschap werd meegevoerd en daar een toppositie in het Babylonische Rijk kreeg. Maar u leest ook dat op het moment dat het Babylonische Rijk wordt vervangen door het Perzische Rijk, hij ook daar weer een toppositie krijgt. Dat leest u in Daniël 9 vers 1; kijkt u het maar na. Met andere woorden: Daniël had een toppositie daar aan het hof van Kores.

En als Daniël dan een gebed bidt aan het einde van die zeventig jaren, dan heeft die man toegang tot de hoogste regionen van het Perzische hof. Dat weten we trouwens ook uit andere bronnen, want Flavius Josephus beschrijft in zijn boeken dat Kores door Daniël hierop werd geattendeerd. Ik parafraseer het even met mijn eigen woorden: "Weet jij, Kores, dat in onze boeken onze profeten jouw naam al hebben genoemd? Er is al eeuwen geleden over jou geprofeteerd dat jij de tempel gaat herbouwen en dat jij Jeruzalem weer zult herstellen." Ik zei net al: u zou van uw stoel moeten vallen, maar reken maar dat die Kores van zijn stoel is gevallen hoor!

Dat verklaart ook precies waarom Kores dan zegt: "Ja, JAHWEH, alle koninkrijken der aarde heeft Hij mij gegeven en Hij heeft mij opgedragen Hem een huis in Jeruzalem te herbouwen." Hoezo? Nou, hij heeft kennisgenomen van het woord dat God inderdaad gesproken had en had laten vastleggen in de Schriften. Hij is via Daniël — en misschien nog wel meer, misschien ook wel via de vrienden van Daniël, dat maakt me verder niet uit — in ieder geval geattendeerd op de Schriften, zodat Kores wist wat hem te doen stond.

En dan staat er ook: "Wie nu onder u tot enig deel van zijn volk behoort, JAHWEH, zijn God, zij met hem; hij trekt op." Hiermee sluit feitelijk het boek 2 Kronieken 36 af. Kort samengevat: Kores wist vanuit de profetie — "profetie" betekent letterlijk vanuit het Grieks "voorzegging" — wie het betrof, namelijk hijzelf; wanneer het moest gebeuren, namelijk aan het einde van de zeventig jaren; en wat hem te doen stond. Namelijk het volk doen terugkeren naar het land, Jeruzalem herstellen en de tempel herbouwen. Exact, precies op het jaar nauwkeurig.

Daarom wist Kores precies wat hij moest doen, en hij heeft het ook exact gedaan. Kunt u het zich voorstellen? Als er ooit één heidense vorst is geweest die wist wat hem te doen stond en die zo diep onder de indruk is geweest van wat God hem heeft gezegd en wat hij moest doen... Want die woorden worden vaak zomaar willekeurig aangehaald: "Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn." Ja, maar dat "Ik heb u bij uw naam geroepen", dat gaat over Kores! En dat was indrukwekkend. Dus die zeventig jaren worden beëindigd precies zoals God had gezegd. Ik vind dat wel apart hoor: God voorzegt niet alleen de dingen die gaan gebeuren, maar Hij zegt ook wanneer die dingen gaan gebeuren.

Een Actuele Boodschap: Gedachten van Vrede en een Hoopvolle Toekomst ↑ hoofdstukken

Daarom, en dat maakt het ook zo actueel: wij leven ook – ja, niet aan het einde van zeventig jaren, maar wij leven wel aan het einde van een periode van twee millennia. De Heer heeft gezegd: "Na twee dagen..." U weet hoe God rekent; voor Hem is duizend jaar als één dag. Als Hij heel cryptisch zegt: "Na twee dagen keer ik terug en dan zal ik Israël herstellen," et cetera.

En als u een andere route wilt gaan... Ik las van de week, even tussendoor – heb ik nog tijd? Ja, maar ik weet niet hoe lang ik eigenlijk heb, want ik weet namelijk niet precies hoe laat ik begonnen ben. Maar dit moet ik even met u delen. Ik las van de week in het Nederlands Dagblad een interview met rabbijn Evers, een bekende Nederlandse rabbijn. Hij is twee jaar geleden geëmigreerd naar Israël en woont daar in de buurt van Tel Aviv. Hem werd de vraag voorgelegd hoe hij dacht over de huidige politieke situatie. Het was een interview dat ik twee dagen geleden las en hij is erg pessimistisch. Hij zegt: "Ja, ik geloof niet meer in vrede. Dat gaat niet gebeuren op politiek niveau."

Maar hij is niet hopeloos, want hij zegt: "Vanuit de Joodse traditie weet ik dat het jaar 6000 aanstaande is." Ik denk dat het nog veel 'aanstaander' is dan hij dacht. Want in de Joodse jaarrekening – even voor de goede orde – is het nu 5785. Nou ja, het zou nog enige eeuwen duren voordat het jaar 6000 aanbreekt. Hij zegt echter dat het jaar 6000 eigenlijk betekent dat er zes dagen van duizend jaar voorbijgegaan zijn, en die zevende dag – het zevende millennium – ja, dat gaat het worden. Met andere woorden, rabbijn Evers zegt dat het gaat gebeuren. En het gaat me nu helemaal niet om 'date setting', om een specifiek jaar te benoemen, maar wees wakker! De termijn sluit af. Die twee dagen zijn bijna voorbij. Gerekend vanaf Adam zijn er zes dagen voorbij, en dan weet je dat de zevende dag komt. Of, gerekend vanaf het heengaan van Christus, breekt de derde dag aan.

In feite is dit een soortgelijke situatie waarin de termijn is voorzegd. Misschien met minder jaarlijkse precisie – dat is een ander verhaal – maar in ieder geval loopt de termijn af. En reken maar dat als God dat zegt, Hij dat ook doet. Dat verklaart ook waarom we aan het einde van die twee millennia nu al deze dingen meemaken; wat er in het Midden-Oosten gebeurt en de reconstructie van al die landen die weer op de kaart gezet zijn. Al die pionnen die duizenden jaren van de kaart waren, zijn weer op de kaart gezet. Waarom? Omdat het eindspel – sorry voor het woordgebruik, want zo leuk is het allemaal niet – voordat de grote eindstrijd gaat plaatsvinden, getimed is.

Ik wil afsluiten met nog een woord uit Jeremia, waar ook sprake is van die zeventig jaren. Er staat dit, want zo zegt JAHWEH – God spreekt dit dus bij monde van Jeremia: "Nee, als voor Babel zeventig jaren voorbij zullen zijn, dan zal Ik naar u omzien en mijn heilrijk woord aan u in vervulling doen gaan door u naar deze plaats terug te brengen." Het is dus getimed. Let op: niet alleen wat er zou gebeuren, maar ook wanneer het zou gebeuren. Want God zegt – en dat is een prachtig woord: "Ik weet welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord van JAHWEH, gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven."

Die zeventig jaren mogen dan dramatisch zijn – het volk gedeporteerd in slavernij, in ballingschap in Babel enzovoort – en je zou denken: dit komt nooit meer goed. Dat is precies wat wij vaak denken, nietwaar? Gewoon puur op horizontaal niveau denk je: dit gaat nooit meer goed komen. Precies zoals rabbijn Evers zegt. Maar God zegt: "Ik heb gedachten van vrede en niet van onheil." Als God kwaad doet, dan is dat noodzakelijk kwaad, namelijk om het beste te bereiken en om u een hoopvolle toekomst te geven. "En dan zult gij Mij aanroepen." Jazeker, als de nood het hoogst is, dan is de Redder nabij. Dan wordt Hij aangeroepen. "Dan zult gij Mij aanroepen en heengaan en tot Mij bidden, en Ik zal naar u horen." Het gaat verder, maar lees dat zelf thuis maar eens een keertje na.

Maar weet u, ik vind het zo geweldig. Daar gaat het om: dat een mens zou opzien naar boven en Hem gaat aanroepen. Want er is er maar één wiens woord werkelijk onfeilbaar is. Er is er maar één op wie we werkelijk aan kunnen. Er is er maar één die alles beschikt. Er is er maar één die ons redt – niemand anders dan Yeshua, niemand anders dan JAHWEH is Redder. Hij dus. Hij is het die Zijn heilrijk woord gaat vervullen, en buiten Hem om is er niemand.

Dus ja, waar gaat het om? Dat geldt trouwens voor ons vandaag ook. Als je je wilt oriënteren, dan kun je luisteren naar wat mensen zeggen of op internet zoeken naar wat er allemaal gebeurt, de duiding ervan en de prognoses. Nou, doe je best zou ik zeggen, maar je komt uiteindelijk geen haar verder. Geen mens die het kan vertellen; er is er maar één wiens woord de waarheid is. Naar Hem zouden we luisteren en Hem aanroepen. In feite is dat een universeel principe: roep Hem aan en Hij zal u horen. En dat is wat wij hier weten: er komt een moment dat alle tong Hem zal aanroepen, tot eer van God de Vader. Dus dat is inderdaad: eind goed, al goed. Hoe die wegen daar naartoe ook leiden, de eindbestemming is gegarandeerd en hoopvol. Kijk, en dat is het geweldige goede bericht dat we hoog mogen houden, waarop we kunnen staan en waaruit we kunnen leven tot eer van Zijn naam. Amen.

🎧 na zeventig jaren...
Delen: