GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

moeten we hiermee de oorlog winnen?

13-10-2024 - Geplaatst door Andre Piet
13 oktober 2024, Benthuizen

In tal van Bijbelse geschiedenissen zien we geïllustreerd dat God bij voorkeur de strijd aangaat met middelen die naar de mens gesproken weinig tot niets voorstellen. Dit demonstreert een fundamenteel Bijbels principe. Volgens Paulus verklaart het ook waarom ‘de ekklesia’ over het algemeen nauwelijks aanzien in de wereld heeft. Dat is geen fout, maar juist ontwerp!

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

God kiest er bewust voor om Zijn plannen uit te voeren met wat in de ogen van de wereld volstrekt dwaas, zwak of onaanzienlijk is. Deze werkwijze loopt als een rode draad door de Bijbel en zien we terug bij de uitdunning van de Gideonsbende en de onbeduidende mannen die zich bij David in de spelonk van Adullam voegden. Tussen de eerste en tweede komst van Christus roept God op vergelijkbare wijze een kleine en onaanzienlijke groep, de ekklesia. Het ultieme doel hiervan is dat de mens niets van zichzelf heeft om op te roemen, zodat alle eer en roem uitsluitend aan God toekomt.

“Weet u, dit is de essentie van het evangelie: dat alle roem is uitgesloten. Op het moment dat je een boodschap hoort waarin er iets van de mens verwacht wordt, of dat de mens iets aan het evangelie toe kan doen of er iets aan af kan doen, dan heb je geen evangelie meer.”

Introductie: God Kiest het Volstrekt Dwaze ↑ hoofdstukken

Ja, dat is een wat merkwaardige titel voor een Bijbelstudie: “Moeten we hiermee de oorlog winnen?” Ik vermoed zo dat verreweg de meesten van u die uitdrukking wel kennen. Daar klinkt nogal wat ironie in door, meestal wanneer we die gebruiken. Je ziet iets, of iemand, of een groep, en dan schrik je in je hoofd en zeg je: “Oh nee hè, moeten we hier nou de oorlog mee winnen?”

De aardigheid is dat deze ironische opmerking, die we ons vertwijfeld wel eens laten ontvallen, zich op een prachtige wijze Bijbels laat illustreren. Op allerlei manieren zelfs. Want de geschiedenissen die vanmorgen voorbij zullen komen, zijn daar misschien wel heel erg illustratief voor. Eigenlijk loopt het als een rode draad door heel de Bijbel heen dat God er op de een of andere wijze – en dat is met opzet, kan ik u vertellen – een voorkeur aan geeft om altijd datgene te doen wat naar de mens gesproken volstrekt dwaas is. Dat heeft een hele goede reden en dat zullen we in de loop van deze morgen ook vanzelf wel bezien.

Het plaatje dat daaronder staat, geeft al een klein beetje een hint in welke richting ik in ieder geval denk. Dat zou dan deze geschiedenis zijn. Niet alleen deze trouwens, want we gaan nog een paar andere geschiedenissen de revue laten passeren. Maar denk aan de Gideonsbende. Alleen dat woord al, zeker in het moderne Nederlands: “de bende van Gideon”. Het woord bende heeft al een bepaalde bijbetekenis gekregen waarvan je ook al snel zou zeggen: “Nou, dat is niet veel soeps.”

Over die geschiedenis moet ik overigens zeggen dat het alweer een heel aantal jaren geleden is dat we daar eens een keer op deze locatie – of eigenlijk was het destijds geloof ik nog in Zoetermeer – een zevental ochtenden aan hebben gewijd. Aan de geschiedenis van Gideon, ja, het is een geweldig onderwerp. Maar laat ik hem even voor het voetlicht brengen en ook even kortweg kennis laten maken met wat we toen veel uitgebreider hebben gezien.

De Roeping van Gideon: een Type van Israëls Verlosser ↑ hoofdstukken

Gideon, dat lees je in het boek Richteren. Israël is nog niet zo heel erg lang gearriveerd in het beloofde land en krijgt richters. Een van die richters, en wel een van de bekendste, is de figuur van Gideon. Hij wordt geroepen om Israël te verlossen van haar vijanden. Dat is iedere keer het verhaal: Israël verlaat haar God, JAHWEH, en dan komt er weer een vreemde mogendheid – de Midianieten bijvoorbeeld of andere volkeren – die hen onderdrukken. In hun nood roept men uiteindelijk naar God en God geeft dan weer verlossing en een richter die hen weer op het rechte spoor brengt. Het is een heel cyclisch patroon.

Gideon wordt dus geroepen om Israël te verlossen van haar vijanden, in dit geval het volk van Midjan. Hij wordt daartoe geroepen en uiteindelijk doet hij dat ook, maar ik moet erbij zeggen dat de geschiedenis vervolgens een viertal keren wordt onderbroken. De eerste onderbreking is dat Gideon eerst het altaar in zijn vaders huis moet afbreken en een nieuw altaar moet bouwen. De tweede onderbreking is dat Gideon om bevestiging vraagt, een dubbel teken van God voor zijn roeping. Dat is die beroemde geschiedenis die de meesten van u zich nog wel zullen herinneren; een mooi zondagsschoolverhaal natuurlijk, over het schaapsvel dat hij op de dorstvloer legt en dat dan bedauwd is terwijl de rest droog is, en vice versa. De derde onderbreking is dat hij een heel bijzonder leger moet gaan vormen, namelijk van driehonderd man. Daar wil ik nu vooral even de aandacht voor vragen. Om het compleet te maken is er nog een vierde onderbreking: hij verblijft in het verborgene in het legerkamp van Midjan. Incognito verschuilt hij zich daar, en dat is juist heel cruciaal.

Deze vier onderbrekingen vormen eigenlijk een vierluik. Ik zeg dit bewust, want hoewel ik inzoom op één zo’n onderbreking – de Gideonsbende van driehonderd man – is het mooi om het geheel in ogenschouw te nemen en te zien dat Gideon een type is van de werkelijke Verlosser van Israël. Zijn roeping spreekt van de eerste komst van Christus. Wanneer Gideon uiteindelijk het volk verlost van haar vijanden, doet hij dat in de vlakte van Jizreël. Die plek kennen we vooral vanuit profetisch oogpunt omdat deze samenvalt met de vlakte van Armageddon. Dat is waar de legers verslagen zullen worden in de nabije toekomst, aan het einde van deze aion. In het boek Openbaring lees je daarover; dat vindt plaats bij Christus’ wederkomst. Dus zijn roeping spreekt van Zijn eerste komst, en het moment dat hij daadwerkelijk de overwinning behaalt op die specifieke locatie, spreekt van wat Christus gaat doen bij Zijn wederkomst.

Wat je dan ook zou mogen verwachten, is dat wat daartussen ligt – tussen die eerste en de tweede komst – te maken heeft met de huidige onderbreking. Feitelijk spreken die vier geschiedenissen over de huidige tijd, een periode waarin God in het verborgene opereert. Eigenlijk zijn het vier verschillende ramen met één aanblik. Vandaar dat ik het een vierluik noem: het zijn vier geschiedenissen die allemaal een bepaald perspectief laten zien van hoe God opereert in de tussentijd, tussen de eerste komst van Christus in het verleden en Zijn terugkeer. Dat werpt veel licht op de geschiedenis die we nu onder de loep nemen.

Laten we beginnen te lezen in Richteren 7 vanaf vers 1. Daar staat: “En Jerubbaal (dat is Gideon) stond in de vroegte op…” Dat is een prachtige manier om aan te geven: aha, daar kennen we er nog één van, die ooit heel beslissend ’s morgens vroeg opstond. U begrijpt dat dit volstrekt dubbelzinnig is. Gideon stond dus in de vroegte op met al het volk dat bij hem was, en zij legerden zich bij de bron Charod. De legerplaats van Midjan lag ten noorden van hem, gezien vanaf de heuvel More in de vlakte. Dat is een hele precieze geografische aanduiding. Als u wilt weten waar het over gaat: hier heb je in het noorden de vlakte van Jizreël. Als je nog wat noordelijker gaat, kom je in de streken waar momenteel enorm veel over te doen is. Vanmorgen werd ik aangesproken door iemand die zei: “Je gaat het zeker hebben over de oorlogen die momenteel gaande zijn in Israël?” Dat was natuurlijk een optie geweest om dat in profetisch perspectief te plaatsen, maar daar gaan we het vanmorgen niet over hebben. Kort en goed, hier heb je dus die grote vlakte van Jizreël, met ergens de berg Gilboa. Ook de plaats Nazareth, waar de Heer Jezus opgroeide, is daar gesitueerd, zodat u een beetje weet waar we het over hebben.

De Eerste Schifting: Israël Heeft te Veel Krijgsvolk ↑ hoofdstukken

En dan staat er in vers 2: en Yahweh zei tot Gideon: “Er is te veel krijgsvolk bij u, dan dat Ik Midjan in hun macht zou geven. Anders zou Israël zich tegen Mij kunnen beroemen, zeggende: mijn eigen hand heeft mij verlost.” Ik vind dit zo mooi. Ik had het erover dat dit zo karakteristiek is en als een rode draad door de hele Bijbel loopt, en feitelijk geeft dit vers dat ook eigenlijk al perfect aan, meteen bij aanvang.

Alleen al dit, dat God dan tegen Gideon zegt: “Wacht even, er is veel te veel krijgsvolk. Het leger is veel te sterk.” Dat is toch… als er iets niet naar de mens is, dan is het wel zo’n vaststelling. Want juist dan zou je zeggen: als er veel krijgsvolk is, als het leger sterk is en over veel materieel en weet ik wat allemaal beschikt, dan zijn ze in de conditie om de slag te leveren. Nee, God zegt: “Nee, dat wil Ik niet.” Waarom? Hij geeft ook direct het motief.

Hij zegt: “Als dat het geval is…” Trouwens, terwijl ik dit zeg, denk ik wel weer meteen aan de oorlog die daar nu gaande is. Dat je, als je zoveel slagkracht hebt en je bent militair zo enorm sterk… Ja, wat zegt de mens dan? “Wat zijn wij toch krachtig, hè?” Nou, ik zou dus alsnog via een andere route in de verleiding kunnen komen om de situatie in het Midden-Oosten op deze wijze te bespreken. Ik weersta deze verleiding, maar u begrijpt: dit is het punt. God wil alles uitsluiten waardoor Israël de gedachte zou kunnen hebben dat het hun overmacht in getal is geweest. Dat ze zouden kunnen zeggen: “Mijn eigen hand heeft mij verlost.” Hetzij getalsmatig, hetzij doordat je zo sterk bent. Met dat motief sluit God die roem uit.

Daarmee is eigenlijk de toon gezet. Het is wel mooi zoals je dat dan ook leest. “Nu dan,” zegt God, “roep ten aanhoren van het volk.” Dit wordt tegen Gideon gezegd van Godswege: “Nu dan, roep ten aanhoren van het volk: wie bang is en beeft, die kere terug.” Dat zijn niet de grootste helden, zou je zeggen. Als je getalsmatig redelijk sterk bent en je bent desalniettemin toch bang om de strijd aan te gaan… nou ja. Dan zegt God: “Wie bang is en beeft, kere terug en sluip weg van het gebergte Gilead.”

En dan is het een hele aderlating die ze ondergaan. Want dan lees je: “Toen keerden er tweeëntwintigduizend van het krijgsvolk terug en er bleven tienduizend over.” Dan weet je dus meteen hoeveel er oorspronkelijk waren, namelijk tweeëndertigduizend. Ik moet er trouwens ook bij zeggen: dit is geen moreel oordeel. Het is niet zo dat wie bang is, helemaal fout is. Nee, in feite integendeel. Als je bang bent? Geen punt, ga maar weg. Want Ik wil juist het leger uitdunnen. Het moet veel kleiner. Nou, dat werkte wel, want verreweg het grootste gedeelte druipt af. Dus dat is helemaal niet kwalijk.

God heeft maar één oogmerk en dat is: het leger is veel te groot. Het is te veel krijgsvolk. En dat staat in vers 4: “Maar Yahweh zei tot Gideon: Als er dan nog tienduizend over zijn…”

De Tweede Schifting: Water Opslurpen als een Hond ↑ hoofdstukken

Yahweh zei tot Gideon: “Nog is het volk te talrijk.” Dat leidde tot de tweede operatie. Hij moest hen laten afdalen naar het water, waar God hen voor Gideon zou schiften. Dat wil zeggen dat er nog een keer een schifting zou plaatsvinden terwijl het volk ging drinken. Overigens, als we dit typologisch benaderen – dat wil zeggen: de diepere laag in de concrete geschiedenis – dan is water in de Bijbel een type van het Woord van God. Ik noem dat even omdat het veel licht werpt op deze hele geschiedenis en de betekenis ervan. God zei tegen Gideon: “Ieder van wie Ik u zeggen zal: deze zal met u gaan, die zal met u gaan. Maar ieder van wie Ik u zeggen zal: deze zal niet met u gaan, die zal niet gaan.” Dat was helder.

Toen deed Gideon het volk afdalen naar het water en Yahweh sprak tot hem. Er is wat discussie over hoe die schifting precies plaatsvond, merkte ik toen ik me hierin verdiepte. Ik wil niet te veel in details treden, maar laten we het gewoon even lezen: “Al wie met zijn tong het water opslurpt als een hond, die zult gij afzonderen van al degenen die op hun knieën hurken om te drinken.” Dat hangt een beetje af van welke vertaling je hebt, maar het gaat inderdaad om het door de knieën gaan en hurken. Het idee is eigenlijk: wie het water opslurpt als een hond. Hoe doet een hond dat? Die brengt het water niet bij de mond, maar die brengt de mond bij het water. Zo slurp je het water op; je gaat naar het water toe en zoals een hond dat doet, slurp je het water op.

Daar moet ik meteen bij zeggen dat dit Bijbelse typologie is. U weet hoe het Joodse volk zichzelf – terecht of ten onrechte – als uitverkorenen beschouwde. Dat is overigens volledig terecht. De natiën, de heidenen, de niet-Joden, werden beschouwd als honden. Een Bijbels voorbeeld daarvan is de Kanaänese vrouw die overigens in Libanon woonde. Zij doet een beroep op de Heer, maar Hij zegt: “Nee, Ik ben uitsluitend gezonden tot de verloren schapen van het huis van Israël.” Dat was Zijn missie. De meeste mensen weten niet wanneer ze de evangeliën lezen dat de Heer Jezus uitsluitend een bediening had voor Israël. De Heer Jezus zei er zelfs bij: “Het is niet goed om het brood der kinderen aan de hondjes te geven.” Dat brood der kinderen staat voor het Woord van God, dat bestemd is voor het huis van Israël; daartoe was Hij gezonden.

Maar dan zegt zij: “Ja, maar het is toch zo dat er ook wel eens een kruimeltje van de tafel valt dat de honden mogen opeten?” Met andere woorden: een kruimeltje is niet voor ons bestemd, dat weet ik, maar ze realiseert zich haar positie. De Heer prijst haar daarop om haar grote geloof – Hij zegt dat slechts een paar keer – en haar wens wordt vervuld. Het gaat er even om dat de natiën, de heidenen, honden of hondjes worden genoemd, wat destijds als iets minderwaardigs werd beschouwd. Hier vindt dus een selectie plaats bij het water: degenen die inderdaad gaan liggen met de mond naar het water toe, die worden geselecteerd.

Ik zei zojuist al dat er discussie over bestaat wat hier nou eigenlijk geselecteerd wordt. Worden degenen geselecteerd die het water opslurpen of juist degenen die hurken? Dat laatste wordt namelijk nog wel eens zo uitgelegd dat dit juist de strijdvaardige mensen zijn; zij zouden blijven staan en alert zijn voor als de vijand komt, zodat ze meteen in actie kunnen komen. Dan zou je zeggen dat degenen die op hun knieën hurken in een veel betere positie zijn om alert te kunnen reageren. Zo wordt dat dan uitgelegd, maar ja, dan ga je weer uit van menselijke kracht. Het gaat er hier in feite niet om een moreel oordeel te geven of te zeggen dat zij het veel beter doen of alerter zijn. Daar gaat het helemaal niet om. Het gaat er juist om dat de ‘hondjes’ worden geselecteerd, degenen die een minderwaardige rol vervullen.

Eigenlijk zit daar nog een gedachte achter: zij gaan naar het Woord toe. Zij brengen niet het Woord bij zich. Dat is denk ik ook een belangrijke les. Er worden vaak pogingen gedaan om de Bijbel bij de mensen te brengen; gisteren las ik daar toevallig nog iets over. Tegenwoordig kan AI blijkbaar geweldig helpen. Ik las zoiets dat je via AI kunt chatten met allerlei Bijbelse figuren. Vroeger hadden we spiritisme, nu krijgen we chatten met Petrus of zoiets. Het hele idee is dat de Bijbel laagdrempelig benaderd moet kunnen worden en dat we de Bijbel vooral bij de mensen moeten brengen; we moeten het aantrekkelijk en attractief maken, of simpeler. Maar daar gaat het in de Bijbel juist niet om. Het gaat er niet om dat je de Bijbel bij de mensen brengt, maar dat de mensen bij de Bijbel komen.

Je moet het Woord in zijn kracht laten. U zegt misschien: “Ja, maar dat is soms zo moeilijk.” Maar daar gaat het juist om: breng gewoon het pure Woord. Wat neem je als uitgangspunt: de mens, of dat het juist gaat om de kracht om de Schrift maximaal intact te laten? We moeten zeggen: “Dat is wat er staat.” Als wij moeite hebben om dat te begrijpen, dan moeten wij iets leren en niet het Woord gaan aanpassen aan ons niveau. Nou ja, hier geldt in ieder geval: wie met zijn tong het water opslurpt zoals een hond, die zult gij afzonderen van al degenen die op hun knieën hurken om te drinken.

Het getal nu van hen die slurpten met de hand tot hun mond bedroeg driehonderd man. Hier ontstaat vaak het misverstand dat zij het water met de hand naar de mond brachten, maar het idee is niet dat zij dit zo deden; de hand diende ter ondersteuning om met de mond bij het water te komen. Je kunt je zoiets heel gemakkelijk visualiseren. Degenen die dat deden waren een hele kleine minderheid. Je moet je realiseren dat er nog tienduizend mannen waren, en bijna iedereen deed het anders: zij bleven staan of gingen hurken. Slechts driehonderd man gingen als een hond slurpen. Meer niet.

Het getal van hen die slurpten met de hand tot hun mond bedroeg driehonderd man, maar al het overige volk hurkte op de knieën om water te drinken. Dat zijn er dus om precies te zijn negenduizend zevenhonderd die het op die manier deden. Toen zei Yahweh tot Gideon: “Door de driehonderd mannen die geslurpt hebben zoals een hond dat doet, zal Ik u verlossen. Ik zal Midjan in uw macht geven, maar al het overige volk kan heengaan, ieder naar zijn woonplaats.” Dat betekent dus dat zo goed als iedereen gewoon weer terug mag. Dat mag toch wel een enorme uitdunning van het hele leger heten, zeker als je bedenkt dat het begon met tweeëndertigduizend man en dat je er uiteindelijk…

Slechts driehonderd man had Gideon over, die als een hond slurpten. God zegt: “Daar ga ik de strijd mee aan.” Dat is het hele idee: zij worden in feite afgezonderd van Israël. Eerder in de geschiedenis lees je al dat zij zullen zijn ‘als één man’; dat wordt tegen Gideon gezegd. Met een klein clubje zal hij de vijand als één man overwinnen.

Wanneer je op de hoogte bent van hoe dat in het Nieuwe Testament aan ons geleerd wordt en hoe Paulus dat onderwijst: het Hoofd en het lichaam van Jezus Christus. Hij is de Verlosser, jawel, maar Hij heeft nu een groep om Zich heen die in feite afgezonderd is van Israël. Het zijn als het ware hondjes; zo gedragen ze zich. Het zijn de natiën. Het stelt eigenlijk helemaal niets voor. Het is echt een groep waarvan je zegt: “Goh, moeten we daar nou de oorlog mee winnen?” En God zegt: “Ja, zo gaan we dat doen.”

Ik kreeg vanmorgen nog een appje van Ton, die een citaat gaf van Klaas Goverts (voor een aantal van u vast wel bekend). Hij had geschreven of gesproken over dat volk dat destijds uit Egypte geleid werd. Daar zaten bejaarden bij, oude mensen, mensen die gedragen moesten worden en moeders met zogende kinderen. Dan rijst de vraag: gaan we met dát gezelschap de strijd aan? En dan zegt God ook nog: “Dit volk, dat zijn Mijn legerscharen. Dat is Mijn legermacht.” Goverts zei daarover: “Daar ga ik de oorlog mee winnen.”

Dat is hier in feite wederom het geval. Wat dacht u trouwens van de geschiedenis van Jericho? Ik had het net over de uittocht uit Egypte; daar wordt heel uitdrukkelijk bij gezegd, als het volk bij de Schelfzee staat, vlak voor de Rode Zee, dat de HEER tegen Mozes zegt (en bij monde van Mozes ook aan het volk): “JAHWEH zal voor u strijden, en u? U zult stil zijn.”

Jullie hebben er geen enkele bijdrage aan. Je zou nooit de gedachte moeten hebben — want dat is hier het fundamentele punt — dat de mens denkt: “Het zijn onze spierballen, getalsmatig zijn wij zo sterk, democratisch gezien zijn wij de meerderheid” (om het even in politieke termen te vertalen), of militair zijn wij overmachtig. Nee, zo werkt dat dus niet. Het is juist dit clubje, dit volstrekt nietszeggende clubje van als honden slurpende mannen, door wie God inderdaad samen met Gideon als één man strijd gaat leveren en ook daadwerkelijk gaat winnen.

In feite spreekt dat dus over wat ik ermee bedoel te zeggen: tussen de eerste en tweede komst van Christus verzamelt God Zich een ekklesia, een uitroepsel. Deze driehonderd man is daar een prachtig type van. Laten we nog eens verder gaan.

David in de Spelonk van Adullam: de Verworpen Koning ↑ hoofdstukken

Die geschiedenis is ook wel heel mooi en illustratief, als u het mij vraagt: de geschiedenis van David in Adullam. Dat vinden we in 1 Samuël 22. Als je een paar hoofdstukken eerder leest, in hoofdstuk 16, maken we voor het eerst kennis met David. Ik zei zojuist over Gideon dat hij – hoe kan het ook anders – een type is van de verlosser van Israël, maar van David is dat, naar ik mag aannemen, al helemaal bekend. De Bijbel zegt het ook heel uitdrukkelijk en het Nieuwe Testament begint zelfs met die aankondiging: het geslachtsregister van Jezus Christus, de Zoon van Abraham, de Zoon van David. David verwijst uiteraard naar Degene die uit hem voortkomt: de Zoon van David.

In 1 Samuël 16 lees je dat David in Bethlehem gezalfd wordt tot koning. Toch zou het nog een hele tijd duren voordat hij ook daadwerkelijk koning werd. Bethlehem is de plaats waar hij opgroeide en waar hij als herder optrad. Later, in 1 Samuël 17, lees je de geschiedenis waarin hij Goliath verslaat. Hij vermorzelt de kop van die grote reus, wat een prachtige illustratie is van het principe waar we het deze morgen over hebben: een man in zijn herderstenue, met slechts een herdersslinger, gaat die tot de tanden toe gewapende gigantische reus tegemoet in de naam van God.

In de latere hoofdstukken lees je dat David door Saul vervolgd wordt en op de vlucht gaat. Hoewel hij gezalfd is tot koning, wordt hij in de tussentijd verworpen. In 1 Samuël 20 verbergt David zich tot aan de derde dag – ook dat is een prachtig beeld. In 1 Samuël 21 stelt hij zich op als een priester en eet hij van de toonbroden. Daarna komt hij in Gat terecht, een van de steden van de Filistijnen in de huidige Gazastrook. Daar gedraagt hij zich, om het even zo te zeggen, gans mesjoche, als een gek. In de ogen van de Filistijnen spoorde hij niet, en veel vertalers hebben dat ook zo overgenomen. Maar in werkelijkheid bad hij tot zijn God en sprak hij in die dagen een psalm uit. Het is een schitterende geschiedenis waar we in een grijs verleden wel eens bij stil hebben gestaan.

De wijze waarop we kennis maken met David wijst in alle opzichten vooruit naar de Zoon van David: Hij die uit Bethlehem komt, de grote overwinning heeft behaald, maar nu vervolgd wordt en niet als Koning wordt erkend. Hij verbergt Zich tot aan de derde dag en treedt nu als Priester op in het heiligdom. En in de ogen van de wereld is Hij volstrekt ‘gek’. In type, beeld en symboliek hebben we dus al kennis gemaakt met de Zoon van David.

Laten we dat dan eens lezen in 1 Samuël 22. David ging vandaar weg – uit Gat dus, waar hij zich in de ogen van de Filistijnen als een gek had gedragen – en hij ontkwam naar de spelonk van Adullam. Een spelonk is een grot, een ondergrondse plek waar je verborgen bent. De naam Adullam is vermoedelijk verwant aan ‘Olam’, een woord dat u vaker uit mijn mond hebt gehoord en dat ‘verborgen’ betekent; een tijd met een verborgen einde. In de spelonk van Adullam bevindt David zich in de verborgenheid. Hij moest zich schuilhouden omdat hij nergens veilig was en zich dus moest verbergen. Dat Adullam iets met verborgenheid te maken heeft, vind ik dan ook niet zo gek. Dan lees je: “Toen zijn broers en zijn hele familie dit hoorden, kwamen zij daar bij hem.” En nu wordt het pas echt mooi.

Het Gezelschap van David: Verbitterden en Schuldenaars ↑ hoofdstukken

En boeiend: toen voegde zich bij hem ieder die in moeilijkheden verkeerde. In het Hebreeuws staat er eigenlijk letterlijk zoiets als: wie beklemd was of benauwd was. Het idee is duidelijk: mensen die verdrukt zijn of onder druk staan, op welke manier dan ook. Ja, die kwamen toen bij David. Zo van: waar moet ik anders heen? Als je moeilijkheden hebt, laten we dan naar David gaan.

En het wordt nog mooier. Ieder die een schuldeiser had en die dus ook in feite achterna gezeten werd omdat hij een schuld had… Nou, waar ben je dan welkom? Eigenlijk nergens. Maar bij David kwamen ze terecht. En er staat nog bij: ieder die verbitterd was. Letterlijk staat er dat hij bitter van ziel was. Nu denk ik meteen weer: moeten we hier nou de oorlog mee winnen? Deze mensen zijn dus juist niet gekwalificeerd om te strijden. Dat zijn mensen – er zit toch wel een… hoe moet je dat nou goed zeggen? Ik wou niet zeggen ‘een steentje bij los’, maar dat zou er ook nog bij gekund hebben. Maar u begrijpt wel: het zijn in ieder geval mensen die in de nesten zitten en eigenlijk niet in een strijdbare conditie verkeren. Ze zitten in de moeilijkheden, ze hebben zichzelf in de nesten gewerkt. Want ja, je kunt het op allerlei manieren zeggen, maar als je een schuldeiser hebt, ben je toch in de schulden terechtgekomen en ben je zelf niet in staat om dat te betalen.

En als je dan verbitterd bent door allerlei omstandigheden, denkt u dan dat dat mentaal de sterkste mensen zijn? Mensen van wie je zegt: jongens, daar kun je de oorlog mee winnen? Nee, integendeel. Ik moet nu heel erg uitkijken natuurlijk, want als ik de link met de actualiteit ga leggen en zeg: jongens, God roept er nu ook uit… Wat is dat voor een zooitje? Ik zeg het expres nu zo oneerbiedig: wat is dat voor een stelletje? Nou, dat is eigenlijk een soort van Adullam. Thuis maken we er ook wel eens grapjes over: we gaan naar Adullam met de Heer. Ja, we zoeken Hem op, waar anders?

Ik weet niet hoe u die ervaring hebt, maar ik denk heel vaak, als we het hebben over de Ecclesia, dat wat God zich vandaag verzamelt rondom het Evangelie… Degenen die oren hebben voor het Evangelie, ja, wat is dat nou? Dat zijn mensen die zich vaak in de wereld niet kunnen staande houden. Om financiële redenen niet, of psychische redenen, of fysieke redenen. Allemaal wat eigenlijk zwak is. Er staat trouwens nog weer een ander beeld: waar een vlekje op zit. Dan denk ik meteen weer aan die geschiedenis van Jakob, weet u wel, die kudde die hij verzamelde, daar moest ook een vlekje aan zitten. Nou ja, dat heb je als je de Bijbel bestudeert; als je dat soort linken gaat leggen, dan kom je onmiskenbaar op dat soort andere geschiedenissen uit.

Dat is wat God zich dus verzamelt. Laat ik nu nog even gewoon daar in Adullam blijven. David is daar, en wie komen daar bij hem? Zijn dat de strijdbare mensen? Nee, dat waren degenen die moeilijkheden hadden, die beklemd waren, die schuldeisers hadden en die verbitterd waren. Dat waren ze. Een vrolijk gezelschap… Maar ik moet erbij zeggen: ze zaten daar heel goed. Ze kwamen dan toch maar bij David terecht. Of ze het zich gerealiseerd hebben, dat weet ik helemaal niet. Je zou natuurlijk denken dat het mensen waren die heel slim waren en inzagen dat David degene zou zijn die later koning zou worden, maar dat staat er helemaal niet.

Door omstandigheden is men bij hem terechtgekomen. En dan staat erbij: en hij werd hun overste. David was weliswaar nog geen koning, maar hij was dan toch het hoofd van dit gezelschap. Van wat voor gezelschap? Nou, dit gezelschap van degenen die moeilijkheden hadden, die verbitterd waren, die schuldeisers hadden; gewoon dat soort mensen. Dat is de groep die hij om zich heen had. En dat waren er trouwens vierhonderd, dat vind ik wel leuk. We hadden het eerst over driehonderd, nu hebben we het over vierhonderd. En ik moet zeggen, het lijkt op die groep aan wie de Heer ooit als de Opgestane verscheen. En hoeveel waren dat er toen? Dat waren er weer vijfhonderd. Nu wilt u natuurlijk weten: waar zit hem nou dat verschil? Zullen we het daar een andere keer over hebben? Ik heb wel een bepaalde gedachte, maar het zou me afleiden.

Hij werd hun overste en ze bleven bij hem, ongeveer die vierhonderd man. En weet u wat nou ook zo apart is? Deze mensen – ik weet niet of dat uiteraard alleen mannen geweest zijn; vierhonderd man zegt u, maar dat is dan vaak inclusief vrouwen – het gaat er even om dat degenen die zich bij David vervoegden, om welke reden dan ook, daar welkom waren. Er waren eigenlijk geen motieven waardoor David jou zou afwijzen. Er waren geen kwaliteitseisen; integendeel zelfs. Dit is wat hij om zich heen verzamelde.

Maar later lees je dat als David koning wordt, hij degenen die zich bij hem hadden gevoegd in de tijd van zijn verwerping, hoge posten heeft gegeven in zijn koninkrijk toen hij inmiddels koning was geworden. Dat wil zeggen: dat gezelschap wordt bestemd om te heersen in dat koninkrijk, om daar de hoogste plaats met David te genieten. In feite is het weer iets soortgelijks als met Gideon, want die driehonderd man was als één man met Gideon, en deze vierhonderd man zijn eigenlijk ook gewoon verbonden met David. En als zij verbonden zijn met David in zijn verwerping, zijn zij ook met hem verbonden als hij eenmaal daadwerkelijk koning zal zijn. Het lijkt als twee druppels water op wat Paulus in zijn brieven ook zegt: indien wij delen in zijn lijden, in zijn verwerping, zo zullen wij ook delen in zijn verheerlijking. Deze groep daar in Adullam, waarvan je naar de mens gesproken zou zeggen: moeten we daar nou de oorlog mee winnen? Dat is nou precies wat de Heer zich had voorgenomen en wat Hij ook daadwerkelijk zo gedaan heeft. Nou ja, dan wil ik nog een ander Schriftgedeelte lezen.

Korinthe 1: de Dwaasheid van de Prediking van het Kruis ↑ hoofdstukken

Ja, daar kom je onvermijdelijk bij. En daar legt Paulus namelijk uit hoe dat zit met de huidige Ecclesia. Laten we naar 1 Korinthe 1 gaan. Paulus heeft het eigenlijk in dat hele hoofdstuk, in alle tweeëntwintig verzen die hieraan voorafgegaan zijn, al beschreven hoe God inderdaad juist de dwaasheid van de prediking verkiest.

Nu haak ik zo midden in de zin aan en dan zeggen wij, Paulus en zijn medewerkers: wij prediken een gekruisigde Christus. Hij zegt dat dit voor de Joden een aanstoot is; in de ogen van de orthodoxe religie in zijn Joodse achtergrond is dat een valstrik. Men struikelt daarover. En voor de natiën is die boodschap van iemand die door de wereld gekruisigd is, ook onbegrijpelijk. Als je je hoop stelt op iemand die de wereld gekruisigd heeft en van wie het laatste wat we op de wereld gezien hebben zijn begrafenis was, dan is dat voor hen dwaasheid.

Paulus zegt: juist dat is wat wij prediken, een gekruisigde Christus. De Joden konden daar totaal niet mee overweg, want zij geloofden juist in de Messias die als Koning zou heersen in Jeruzalem. Ga dan maar eens tegen een Jood vertellen dat de Messias degene is die zij verworpen hebben en die een kruis kreeg. De Messias is in hun ogen toch juist degene die de troon zou opeisen? Zij struikelen daar dus met recht over.

En voor de natiën, gewoon in het algemeen in de wereld, die hebben daar niet zozeer een vijandschap tegen, maar die zeggen gewoon: “Als je zegt dat we geloven in iemand die tweeduizend jaar geleden aan een kruis stierf, dan spoor je niet.” Dat vinden ze dom. In de interlineair wordt het vertaald met domheid, gewoon stupide. Als je daar je vertrouwen op vestigt, dan ben je in hun ogen niet wijs.

Maar Paulus zegt: dat is nu juist wat wij doen. Wij herauten iemand die de wereld heeft gekruisigd. Dat is voor de Joden een valstrik en voor de natiën een dwaasheid. Als je het bekijkt in termen van populariteit, maak je het daar dan mee? Nee, helemaal niet. Het is toch belachelijk om zoiets te vertellen? Het is een valstrik, iets waar je echt over struikelt en wat je niet kunt verteren. Electoraal gezien is het niet slim om dit te gaan vertellen, maar Paulus zegt: dit is nu juist wat wij doen. Wij prediken een gekruisigde Christus.

Hij herhaalt dat het voor de Joden een valstrik is en voor de natiën een dwaasheid, stupide. Maar voor de geroepenen, en dat zijn er zowel uit de Joden als uit de Grieken, prediken wij Christus als de kracht van God en de wijsheid van God. Even nog dit: Paulus zegt dus dat Hij gepredikt wordt aan de Joden en zij zeggen dat het voor hen een valstrik is. Hier struikelen wij over, hier willen we niets mee te maken hebben. Dat is precies wat je in het hele boek Handelingen ziet. Als dit verteld wordt, dan worden ze achter elkaar de synagoge uitgebonsjoerd.

En als hij dit onder de natiën predikt, dan wordt hij niet serieus genomen. Dat zie je bijvoorbeeld op de Areopagus, waar ze heel erg geleerd en academisch gevormd waren. Daar zeggen ze: “Oh, we horen nog wel eens een keertje van je.” Maar ze denken natuurlijk dat hij niet spoort; ze vinden het dwaas. Voor hen is het zo dat zij het wel horen, maar ze kunnen het niet geloven.

Wie geloven er dan wel? Dat zijn de geroepenen. Er wordt wel eens verteld, en ik heb heel vaak de uitleg gehoord, dat iedereen geroepen wordt en dat de gelovigen dan degenen zijn die aan de roepstem gehoor geven. Maar nee, de geroepenen, dat zijn juist degenen die dit woord geloven.

De Geroepenen: Gods Uitroepsel en de Wijsheid van God ↑ hoofdstukken

Maar voor de geroepenen, en dat zijn zowel die uit de Joden als die uit de Grieken, prediken wij Christus: de kracht Gods en de wijsheid Gods. En weet u wie Hij roept? Nou, dat staat eerder in de Romeinenbrief; daar lees je al dat Paulus erover schrijft: ‘Degenen nu die Hij tevoren bestemd heeft, die roept Hij ook. En die Hij roept, die rechtvaardigt Hij ook.’ De zin gaat trouwens nog verder: ‘En die Hij ervaart, die verheerlijkt Hij ook.’ Op Zijn tijd natuurlijk.

Maar het gaat er even om: God bepaalt dat. Hij roept een… Nu is relatief gesproken dat ‘uitroepsel’… Het woord ekklesia, gemeente, betekent eigenlijk ‘uitroepsel’. Nou, dat wat God nu uitroept, ja, dat is relatief een belachelijk klein aantal mensen. Is dat de verdienste? Nee, helemaal niet. Je bent daartoe voorbestemd en als je deze boodschap hoort, dan zegt de meerderheid – de religieuze meerderheid vindt het een aanstoot en de academische, seculiere meerderheid vindt het stupide. Maar voor degenen die God uitgekozen heeft, dan valt het kwartje. Hij opent jouw oor daarvoor en Hij opent jouw hart daarvoor.

Zodat het hele punt is: ook dat is geen verdienste. Als je oren krijgt voor deze boodschap, is dat geen verdienste. Daarmee stoot je natuurlijk tegen een heleboel aan. Dus ook deze boodschap die ik nu vertel, is een aanstoot voor alles wat religie heet. Voor alles wat zich beroemt op de eigen eer van ‘onze keuze’: ‘Wij hebben voor Jezus gekozen.’ Dan begrijp je het nog steeds niet met je hoge hart. Je predikt iemand die de wereld in… dat lees je ook in 2 Korinthe 3: Hij is gekruisigd in zwakheid. Hoe zwak wil je het hebben? God geeft Zijn Zoon en de wereld verwerpt Hem. Zowel Jood als heiden – de Romeinen – hebben Hem aan een kruis geslagen. Hij is gekruisigd in zwakheid en drie dagen later heeft God Hem opgewekt. Dat is: wij prediken Christus, de kracht van God.

Ja, maar dat weet de wereld dus niet: dat Hij is opgewekt uit de doden en dat Hij de Eersteling is. En dat God juist via Hem – dat is Zijn wijsheid, die in de ogen van de wereld dwaas is – maar dat is nu juist Zijn wijze: dat Hij het via Hem, een Gekruisigde, alles gaat realiseren. En degenen die geroepen zijn, ja, die daar dus ook van tevoren toe voorbestemd zijn, hen valt het ten deel. Dat is geen eigen prestatie.

Ik moet zeggen: ik vind dat zo’n enorme rust. Je vertelt deze dingen en je weet op voorhand: ja, hier trek je geen volle zalen mee. Dit is niet iets waarvan de massa zegt: ‘Het is geweldig!’ Nee, helemaal niet. Dat is ook helemaal niet de bedoeling. Maar voor degenen die geroepen zijn, ja, dat zijn degenen bij wie het kwartje valt. We zitten hier nu in Benthuizen. Dat staat te boek als een zeer reformatorische plaats en als daar over uitverkiezing gesproken wordt, dan moet je je altijd afvragen: ‘Ben ik uitgekozen of ben ik dat niet?’ Het is helemaal niet moeilijk.

We vertellen van de Heer Jezus Christus en wie Hij is. Hij is jouw Redder, Hij is jouw Verlosser, de prijs is voor jou betaald. En als je die boodschap mag geloven en je zegt: ‘Wauw, geweldig!’, dan hoor je bij die geroepenen. Dus dat is helemaal geen moeilijk verhaal. Bovendien is het hele idee dat alleen de geroepenen bestemd zijn tot heerlijkheid en de rest in de afvalbak van God wordt gegooid, zeg maar – ja, ik zeg het maar zo – natuurlijk volstrekt onbijbels. Als je tot een uitroepsel mag behoren, dan betekent dat dat God jou gaat inzetten om de rest te bereiken. Dus God denkt groots. Maar Hij kiest er een uitroepsel uit waarbij alle roem is uitgesloten. En dan zegt Paulus: ‘Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen, en het zwakke van God is sterker dan de mensen.’

Dan komt Paulus bij zijn toepassing. Dat geldt sowieso al voor de boodschap: wij prediken iemand die in de ogen van de wereld zwak is, maar juist via Hem openbaart God Zijn kracht. Nou, zegt Paulus, dat geldt ook voor degenen zoals jullie die geroepen zijn. ‘Ziet slechts wat jullie waren toen jullie geroepen werden.’ Hij zegt: ‘Niet vele wijzen naar het vlees.’ Dus het zijn niet degenen met titels en academici, degenen die het in de wereld intellectueel helemaal gemaakt hebben. Misschien zijn die er wel hoor, maar Paulus zegt: ‘Niet vele wijzen naar het vlees.’ Het is niet zo dat je niet in aanmerking komt als je het gemaakt hebt, maar dat is dan niet dankzij je wijsheid. Het is eigenlijk meer óndanks je wijsheid. Snapt u? Dat speelt namelijk geen rol.

En niet vele invloedrijken – eigenlijk staat er: niet vele machtigen of vermogenden. Ook dat niet. Of edelen, niet vele aanzienlijken. Kortom, dit zijn precies de mensen waarvan je zou zeggen: ja, die maken het in de wereld. Die zijn in aanzien en dat zijn degenen waarvan je zou zeggen: daar zou je de oorlog mee winnen. Maar God zegt dus, en Paulus schrijft hier ook: ‘Ziet, broeders, wat jullie waren: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken.’

Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, dat heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen. En wat voor de wereld zwak is, dat heeft God uitverkoren om wat sterk is te beschamen. En wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, dat heeft God uitverkoren – dat wat niets is – om aan hetgeen wel iets is, of denkt te zijn of pretendeert te zijn, zijn kracht te ontnemen. En nu komt eigenlijk het hele punt: waarom is dat dan?

De Essentie van Genade: Opdat Geen Vlees Zou Roemen voor God ↑ hoofdstukken

Waarom doet God dat? Nou, opdat geen vlees zou roemen voor God. Je hebt helemaal niks van jezelf. Eigenlijk is dat de bottomline van deze hele boodschap. In feite zagen we het meteen al bij de aanvang toen we het hadden over Gideon. God zegt tegen Gideon dat Israël niet zou zeggen: “Door onze eigen hand hebben wij Israël verlost.” Nee, geen vlees zou roemen voor God.

Weet u, dit is de essentie van het evangelie: dat alle roem is uitgesloten. Op het moment dat je een boodschap hoort waarin er iets van de mens verwacht wordt, of dat de mens iets aan het evangelie toe kan doen of er iets aan af kan doen, dan heb je geen evangelie meer. Dit is juist de essentie: het is genade. En ja, ik zeg het vaak en ik herhaal het bij dezen, want het is nu eenmaal zo: een beetje genade bestaat niet, net zoals een beetje zwanger zijn niet bestaat. Het is zwart-wit. Geen vlees heeft roem voor God, wat wil zeggen dat de mens niets van zichzelf heeft. Dat is het evangelie.

Paulus maakt het ook duidelijk in vers 30: “Maar uit Hem is het” – dat wil zeggen: uit God – “dat jullie in Christus Jezus zijn.” Daar hadden we het zojuist even over. Hoe komt het nou dat wij in Christus Jezus mogen zijn? Ik ga er gemakshalve van uit dat deze boodschap inderdaad in je hart geland is en dat je vraagt: “Ja, waarom ik? Ik vind het zo geweldig! Maar waarom ik? En waarom begrijpt een ander het niet?” Nou, dat is uit Hem.

Kijk, het evangelie is de boodschap die uiteindelijk de hele wereld gaat zien. Elke knie gaat buigen en elke tong zal dit van harte erkennen en belijden; dat is het punt niet. Maar nu is het slechts een klein deel. En waarom? God roept uit, en via dat groepje gaat Hij geweldige dingen doen. Dat is trouwens straks ook weer zo in de toekomst voor Israël, maar nu in de Ecclesia, het lichaam van Christus. Hoe komt het nou dat je in Hem bent, dat je in Christus Jezus bent? Nou, Paulus zegt het: uit Hem is het. Daarom heeft Hij je geroepen. Uit Hem is het dat je in Christus Jezus bent, die ons van God is geworden: wijsheid.

Ik zet de leestekens hier iets anders dan gangbaar is. Hij is van God voor ons wijsheid geworden. Wijsheid heeft te maken met het feit dat je uitzicht hebt. En wat is die wijsheid dan wel? Nou, dat is rechtvaardigheid, heiliging en verlossing. Ik versta het zo: degene die gelooft, die is gerechtvaardigd. En als je gelooft, als het kwartje gevallen is, dan is Hij vervolgens ook degene die je heiligt; dus in het heden. En die verlossing, dat is toekomstig. Dat wil zeggen – Paulus zegt het ook in Romeinen 8 – dat ons lichaam nog steeds onverlost is. Wij verwachten de verlossing van ons lichaam; dat is toekomst.

Wij zijn dus in Christus Jezus en we hebben alles. We zijn gerechtvaardigd. Wij rekenen onszelf niet meer als zondaar; wij zijn gerechtvaardigd. Zo ziet God ons. Niet omdat wij iets doen, maar gewoon omdat wij God vertrouwen en Hij ons rechtvaardigt. En als je dan zit met het punt: “Ja, maar hoe zit het dan met de heiliging?”, want dat is voor velen een punt omdat daar dan weer menselijke activiteit van wordt verwacht. Wij zouden onszelf moeten gaan heiligen, en dat gebeurt dan vaak aan de buitenkant, vooral voor de schijn, zodat het voor het oog in ieder geval wat lijkt.

Nee, heiliging is: Hij heiligt. En hoe doet Hij dat? Op dezelfde wijze als waarop je gelooft dat je gerechtvaardigd bent, namelijk door geloof. “Heer, ik ben van U.” Je staat ’s morgens op en zegt: “Ik ben van U. Doet U Uw werk vandaag in mij, zodat ik me mag verblijden in wie U bent en in het feit dat ik gerechtvaardigd ben, en dat het allemaal van U afhangt.” Dan moet je kijken wat er gebeurt; dan is Híj het die het doet.

Dat geldt straks voor die verlossing ook. Hebben wij enig aandeel aan de verlossing van ons lichaam straks? Nee toch, het is absurd om daar alleen al aan te denken. Nee, ons lichaam wordt straks verlost; een heel nieuw lichaam. Dat krijg je allemaal cadeau. Uit Hem is het dat jij in Christus Jezus bent, en dat is gewoon het volle pakket: vrede en rechtvaardigheid; in het heden worden we geheiligd; en in de toekomst is Hij degene die ons verlost.

Maar dan zeg je: “Wat wij dan? Welk aandeel hebben wij daarin?” Nou, daar eindigt de apostel mee: “Opdat het zij gelijk geschreven staat: Wie roemt, die roeme in de Heer.” Dit is het hele principe. En weet u, de verheerlijking van God, het roemen in Hem, heeft wel een basis nodig. Dat is het cruciale punt. “Cruciaal” heeft te maken met het kruis. Het cruciale is namelijk dat op het moment dat je iets aan de mens toeschrijft – dat hij iets aan Gods werk kan toedoen of ervan af kan doen – er toch weer sprake is van eigen roem, en dan is het niet meer de roem in Hem alleen. Daarom sluit God alle eigen roem uit. Waarom? Omdat alle eer aan Hem toekomt, en ook aan Hem alleen. Amen.

🎧 moeten we hiermee de oorlog winnen?


Powered by RedCircle

Delen: