GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

“Mijn Evangelie”

28-10-2012 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van samenkomst gehouden op 28 oktober 2012 in Zoetermeer

Drie keer spreekt Paulus in zijn brieven over “mijn Evangelie”. Hoezo? Was het Goede Bericht dat hij bracht afwijkend van dat van de andere apostelen? Nee… én ja, toch wel. Hem was wél iets zeer bijzonders toevertrouwd.

In deze samenkomst bijzondere aandacht voor de drie Schriftplaatsen waarin Paulus wijst op de unieke boodschap die specifiek aan hem was toevertrouwd.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie onderzoekt de uitdrukking "mijn evangelie", een boodschap die uniek aan de apostel Paulus is toevertrouwd. Deze onthulling vormt een verborgen tussenzin in de heilsgeschiedenis en benadrukt gehoorzaamheid van geloof in plaats van gehoorzaamheid aan de wet. God schenkt absolute genade en zal alle verborgen dingen rechtvaardig oordelen door de verrezene Jezus Christus. Hoewel de verkondiger van deze boodschap miskenning en boeien ervaart, blijft het Woord van God ongeboeid zijn krachtige werk doen.

“Dan vertellen we niet over wat mensen moeten doen, maar over wat Hij gedaan heeft, wat Hij doet en wat Hij gaat doen.”

Introductie: Twee Boodschappen, Één Fundament ↑ hoofdstukken

Ik wil vanmorgen heel graag, beste vrienden, uw aandacht vragen voor deze uitdrukking die u hier op het scherm ziet geprojecteerd: "Mijn Evangelie", of "het evangelie van mij". Paulus gebruikt deze term drie keer en bij die drie keren wil ik u vanmorgen graag bepalen; die drie schriftplaatsen wil ik onder uw aandacht brengen en daarop inzoomen. Het is een uitdrukking die wat eigenaardig klinkt, tenminste als je geen idee hebt van de boodschap die hij heeft mogen doorgeven. Want dan roept de uitdrukking "mijn evangelie" de gedachte op alsof hij een apart evangelie zou hebben, dat wil zeggen: afwijkend van dat van zijn collega-apostelen. Zeker als je een kerkelijke achtergrond hebt, dan is dat toch een heel bevreemdend idee. Nee, er is toch maar één evangelie? Nou, dat is ook zo, en toch moeten daar wel even aantekeningen bij geplaatst worden. Er is maar één soort evangelie en toch zijn er varianten. Dat klinkt misschien wat ingewikkeld, maar ik zal het toch eens toelichten.

Laat ik om te beginnen even wijzen op een Bijbelvers in 1 Korinthe 15, waar Paulus niet spreekt over "mijn evangelie", maar waar hij spreekt over de boodschap die hij bracht en over de boodschap die de twaalf brachten. En met de twaalf bedoel ik gewoon de twaalf apostelen, zoals onder leiding van met name Petrus, Jakobus en Johannes. Die twee boodschappen zijn verschillend, en toch is in de kern, in het hart en in de essentie het fundament identiek. Laat ik dat meteen, voordat ik wat ga vertellen over "mijn evangelie" — het aparte van het evangelie van Paulus — eerst vaststellen: ik wil eerst vertellen over wat die beide gemeenschappelijk hebben. Paulus laat zich er namelijk heel expliciet over uit, dus daarover hoeven we helemaal niet te fantaseren.

Hij schrijft dit in 1 Korinthe 15 vers 11 en dat is al een conclusie; hij begint met: "Daarom dan...". Maar u moet weten — en de meesten van u zullen het wellicht in ieder geval wel enigszins weten — dat Paulus in dit hoofdstuk spreekt over de opstanding van Christus Jezus en over de impact die dat heeft. Het is een lang hoofdstuk; de hele brief was een aanloop naar dit hoofdstuk. Dit is het hoogtepunt, het eindpunt ook van zijn hele betoog. Dit is waar het allemaal om draait: de opstanding van Christus. En dan zegt hij, als hij deze dingen naar voren heeft gebracht, dat het staat als een rots. Het is een feit. Het is geen bedenksel, het is gewoon een feit. Buiten de poorten van Jeruzalem is daar die steen weggewenteld; het graf werd leeg achtergelaten. Christus Jezus verrees uit het graf.

En dan zegt hij, als hij deze dingen naar voren heeft gebracht: "Daarom dan (bij deze afbeelding), ik (Paulus) of zij (en kijkt u me na in het verband, ik ga dat nu niet aantonen, maar dan heeft hij het over zijn collega-apostelen), zo prediken wij." Dat wil zeggen: deze boodschap van de weggewentelde steen, van Hem die het graf leeg achterliet, de Verrezene uit het graf. Zo prediken wij en zo zijt gij tot het geloof gekomen; zo gelooft gij. Ik heb hier onderaan iedere keer de interlineair staan; dat wil zeggen dat u precies mee kunt lezen wat er exact staat. Op de onderste regel staat de vertaling die wij kennen en die we gebruiken, de NBG. En daarboven staat de tekst die Paulus heeft genoteerd in het Grieks — hij schreef geen Nederlands, moet ik u vertellen. En hieronder staat de Concordante, de meest letterlijke weergave van deze woorden. Eigenlijk moet je daarop letten; dan maar hopen dat u een beetje Engels kent, en zo niet, dan lichten we dat gewoon toe.

In elk geval schrijft Paulus: "Zo prediken wij." Wij: ik of zij, Paulus of de twaalf. Deze boodschap brachten zij: die van het geopende graf. Daarin bestaat geen enkel verschil. De essentie, die boodschap, die is strikt identiek. "En zo zijt gij tot geloof gekomen." Letterlijk staat er trouwens gewoon: "En zo gelooft gij." Nergens komen we trouwens in de Bijbel — dat even terzijde, maar misschien wel opmerkelijk om op te wijzen — de uitdrukking tegen zoals we die in de vertaling vaak tegenkomen van "tot geloof komen". Dat vinden we niet in de Bijbel. Je komt niet tot geloof, dat is niet de Bijbelse gedachte. Je gelooft. Het is niet zo van: eerst moet je toekomen en dan ga je geloven. Nee, je gelooft. Je zegt: "Zo is het, amen."

Dus even schematisch voorgesteld: je hebt de boodschap van Paulus en je hebt de boodschap van de twaalf. Die zijn verschillend, daarover meer. Maar dat wat zij gemeenschappelijk hebben, dat wat overeenkomt in de boodschap van hem en van hen, dat is dit: de boodschap van de opgewekte Christus, de weggewentelde steen. Dus laat ik dat op voorhand dan vaststellen. Daarin bestaat geen enkel verschil.

Romeinen 16: "mijn Evangelie" als een Goddelijke Tussenzin ↑ hoofdstukken

Maar goed, nu gaan we naar die uitdrukking toe die ik ook als titel heb gegeven aan deze samenkomst, van deze Bijbelstudie: namelijk "mijn evangelie". We vinden die uitdrukking drie keer in de Romeinenbrief en één keer in 2 Timotheüs. De beste manier om zoiets te bestuderen is door gewoon naar de Schriftplaatsen zelf toe te gaan. Waar gebruikt Paulus het? Hoe spreekt hij daarover? Wat zegt hij precies?

Ik begin bij Romeinen 16, omdat dat de meest uitgebreide beschrijving is van "mijn evangelie". Het is ook het meest opvallend. Je bent dan inmiddels aan het slot van de brief gekomen. Romeinen 16 sluit Paulus zijn brief af met een lofprijzing, en die onderbreekt hij met een tussenzin over "mijn evangelie".

Laat ik eerst het eerste gedeelte noemen: "Hem nu..." Dat is de aanhef van de lofprijzing die hij aanvangt. "Hem nu, die bij machte is u te versterken." Letterlijk staat er trouwens "te bevestigen", oftewel: vast te doen staan, zodat je vastheid vindt. Hij is bij machte om je vastheid te geven. Je zou nu verwachten dat er zou volgen: "Hem nu, die bij machte is u te versterken of te bevestigen... Hem zij de heerlijkheid." Dat gaat hij inderdaad ook zeggen, maar hij vervolgt nu eerst met een tussenzin. We zullen straks zien dat hij uiteindelijk eindigt met die lofprijzing, maar hij onderbreekt deze als het ware en begint met een uiteenzetting over "mijn evangelie".

Dat vind ik zo fraai. Alleen al de vorm, stilistisch gezien. De manier waarop hij "mijn evangelie" hier neerzet, doet hij in een tussenzin. Je ziet het in de tekst: hier begint een haakje. Dat noemen ze een parenthese, een tussenzin; iets wat er tussen geplaatst wordt. Dat eindigt uiteraard weer met het sluiten van de haakjes, waarna de zin van de lofprijzing alsnog wordt afgemaakt. In die tussenzin beschrijft hij dus "mijn evangelie".

Waarom zeg ik dat dit zo mooi is? Het is stilistisch zo zuiver omdat "mijn evangelie", de boodschap die Paulus bracht, inderdaad getuigt van een onderbreking. De boodschap zelf is een onderbreking, een tussenzin. Er is hier nog iets: in het Grieks staat hier de naam Paulus. De naam Paulus zelf is ook een onderbreking. Dat herkennen we misschien nog wel als we het eerste gedeelte van de naam nemen: "pau". Daar is ons woordje "pauze" van afgeleid. Eigenlijk betekent "pau" stoppen, maar dan in de zin van een onderbreking. Er is meer over de naam Paulus te vertellen, maar ik neem de bocht even kort om niet te veel tijd te hoeven besteden. Ik wil er wel even op wijzen dat de naam Paulus alles te maken heeft met "pau": met stoppen, met een onderbreking. Je zou kunnen zeggen: de stopwatch wordt nu even ingedrukt en straks gaat het weer verder. Paulus' boodschap is zelf een onderbreking, en dat zal ik u laten zien.

Eerst over "mijn evangelie". Dat zet hij dus tussen haakjes: "het evangelie van mij". Het goede bericht — want dat is wat evangelie betekent — "het goede bericht van mij". Natuurlijk kun je zeggen: "Maar Paulus, jij bent toch niet het onderwerp van het goede bericht? Het is toch het evangelie van Christus?" Jawel, hij is ook niet het onderwerp. Maar het goede bericht is aan hem gegeven, aan hem toevertrouwd en aan hem geopenbaard, zoals hij elders zegt. Het is van Godswege, en vandaar "mijn evangelie". Dat klinkt misschien wat parmantig of arrogant, maar het is juist omdat aan hem deze boodschap was toevertrouwd door openbaring. Vandaar ook dat er in deze samenkomst altijd heel erg wordt ingezoomd op de boodschap van Paulus. De hele Schrift komt aan de orde, maar het is de boodschap van Paulus die in deze tijd van kracht is. Hij is onze leermeester.

Laten we verder gaan: "naar mijn evangelie en de prediking van Jezus Christus". Tegen dat woord "prediking" heb ik op zich niets, alleen denk je dan al gauw aan een toga of aan een preekstoel. Het idee bij prediking is echter dat van bekendmaking. Het woord dat Paulus gebruikt, duidt eigenlijk op een herautboodschap. Prediken is niet zozeer op een preekstoel staan, maar het is "herauten": iets bekendmaken. Vandaar ook dat beeld van de herauten die vroeger het nieuws bekendmaakten in hun dorpsgemeenschappen. Ze toeterden en dan mochten de mensen op het dorpsplein komen, waarna de heraut iets afkondigde of bekendmaakte. Hij gaf een bericht door. Dat is een heraut, en dat is ook wat het woord van Paulus doet.

Het gaat dus naar "mijn evangelie" en "de prediking", namelijk van Jezus Christus. Hij die hier op aarde leefde en vervolgens de Christus werd, namelijk Degene die opstond uit de doden: de Gezalfde. En nu komt het, we komen op een heel belangrijk punt.

De Onthulling van een Eeuwenlang Verzwegen Geheimenis ↑ hoofdstukken

Naar de openbaring van het geheimenis. Letterlijk staat er trouwens 'apocalyps'. Dat woord is een onthulling; je moet het vergelijken met een standbeeld dat bedekt is met een doek en dat dan onthuld wordt. Nou, dat is wat Paulus zegt, dat is het woord wat hij gebruikt. Het laatste Bijbelboek heeft ook die naam: de Apocalyps, de onthulling. De onthulling van het geheimenis, een mysterie. Als u een Statenvertaling hebt, dan wordt daar het woord 'de verborgenheid' gebruikt.

Hij spreekt dus over 'mijn evangelie', dat is de prediking van Jezus Christus, maar het is de onthulling — niet zozeer van hét geheimenis, maar van een geheimenis. Er staat geen bepaald lidwoord, maar gewoon 'van een geheimenis', van een verborgenheid. In de praktijk blijkt die verborgenheid een diamant te zijn met vele kanten; je kunt zelfs spreken over verborgenheden. Het is dus de onthulling van een verborgenheid, iets wat aan hem is bekendgemaakt.

En dan zegt hij: 'eeuwenlang verzwegen'. Eigenlijk staat daar: 'aeonische tijden'. Op deze plaats heb ik wel vaker over dat woord 'aeonen' verteld. In de vertaling wordt het meestal weergegeven met 'eeuwigheid', maar dat woord kunt u al vergeten. Het is gewoon een aeon. Men denkt bij een aeon altijd aan eeuwigheden, iets wat geen begin en geen einde heeft, maar als er één uitdrukking is die dat weerspreekt, dan is het deze uitdrukking wel: aeonische tijden. Aeonische tijden wil zeggen dat het de tijden van aeonen zijn. Aeonen staan niet tegenover tijd, integendeel: aeonen hebben juist te maken met tijden. Tijden die een aanvang hebben en die ook weer een einde hebben. Vandaar ook 'een tijd'. Elders spreekt de apostel trouwens over 'vóór de aeonische tijden'. Voordat die wereldtijden begonnen.

Stond dat al vast? Want het gaat hier over een onthulling van een verborgenheid en dan zegt hij dat het gedurende de aeonen die aan onze tijd voorafgegaan zijn, verzwegen is. Er is niet over gesproken. Wat Paulus bekendmaakte, was een unieke boodschap. Voor die tijd was er nooit over gesproken; het was verzwegen. Aeonische tijden verzwegen, maar thans geopenbaard. Hier gebruikt hij trouwens weer een ander woord, wat niet direct uit de vertaling blijkt omdat die twee keer over openbaring spreekt, maar het is onthuld en hier is het manifest geworden.

Nu is het manifest geworden. Hoe? Doordat Paulus deze dingen verteld heeft, doorgegeven heeft en op schrift gesteld heeft. Wat zeg ik? Hij zegt het zelf: dat gebeurt namelijk door profetische schriften. Het is thans manifest geworden door middel van profetische schriften. Dat wil zeggen: woorden die namens God Zelf zijn gesproken, want dat is wat profetisch is. Iemand spreekt namens God en het is op schrift gesteld, geboekstaafd, zwart op wit gezet. Het is niet alleen maar gesproken, maar godzijdank ook op schrift gesteld. Daardoor kunnen wij anno 2012 deze dingen gewoon tot ons nemen, de loep erop leggen en er kennis van nemen.

Geweldige dingen, die geheimenissen die aan Paulus zijn geopenbaard. Hij schrijft dat hier in Romeinen 16, maar ook op andere plaatsen, zoals in Efeziërs 3, schrijft hij over de verborgenheden die hem onthuld zijn en die altijd verzwegen waren. Nu is het manifest geworden, zwart op wit opgetekend door profetische schriften. En er staat: 'volgens bevel van de eeuwige God'. Hier weer hetzelfde woord: de aeonische God. Dat betekent niet dat God een begin en een einde heeft, maar het wil zeggen dat Hij de God van de aeonen is. Hij die de aeonen zelf tot aanzijn riep, die aan het begin stond en die aan het eind stond.

Voordat de aeonen een aanvang hadden, was Hij er. We hadden het er juist vanmorgen nog even over: waar komt God vandaan? Wanneer is God begonnen? Dat is een dwaze vraag. God heeft geen begin; Hij is het begin en Hij was alles. Er was niets anders. Toen heeft Hij de aeonen gemaakt; de wereldtijdperken kregen hun aanvang. En aan het einde, dan is God weer alles, maar dan in allen. Kijk, dat is de God der aeonen. Zo geweldig om eraan te denken dat Hij God is. Dat woord 'Theos' betekent 'de plaatser': Hij die alles een plek geeft. Ook gedurende die aeonen gaat er nooit iets mis. Prijs God dat dat de waarheid is.

En nou staat er nog iets bij waar ik even op wil inzoomen: 'volgens bevel'. Het is opgedragen; het is niet maar optioneel, zo van: als je het wilt ofzo. Nee, het is volgens bevel van de God der aeonen. Zo móet het. Want wat Paulus vertelde, was nooit eerder bekendgemaakt; het was een unieke boodschap. Die dingen waren allemaal verborgen in het Oude Testament. Achteraf — maar dat is een ander verhaal natuurlijk — herkennen we die verborgenheden wel in het Oude Testament, in allerlei schaduwen en typen enzovoort. Maar niettemin: het was verzwegen. Nooit is er over gesproken. Het is pas door Paulus bekendgemaakt, volgens bevel van de aeonische God.

Gehoorzaamheid van Geloof: Amen Zeggen op Gods Belofte ↑ hoofdstukken

En dan staat erbij: "tot bewerking van gehoorzaamheid des geloofs". Letterlijk staat er: "tot gehoorzaamheid van geloof". Bij die uitdrukking word je geacht enigszins op de hoogte te zijn van wat Paulus in het voorgaande had geschreven, want vijftien hoofdstukken lang heeft Paulus gesproken over de betekenis van geloof. Hij heeft het keer op keer geplaatst in Romeinen 3, 4 en 5 – en zo zou ik nog wel even kunnen doorgaan – over wat geloof is en hoe dat staat tegenover werken en de wet. Wat nu gepredikt wordt in deze tijd en wat Paulus bracht als "mijn Evangelie", was een boodschap van gehoorzaamheid van geloof.

Waarom is dit zo fundamenteel? Paulus spreekt hier niet over gehoorzaamheid aan de wet. Gehoorzaamheid aan de wet is: "je moet dit doen" en daar moet jij gehoor aan geven. Maar wat is gehoorzaamheid van geloof? Paulus heeft daar zelf in het vierde hoofdstuk al een schitterend voorbeeld van gegeven. Denk aan Abraham, die op een nacht naar buiten geleid werd. Zijn vrouw was onvruchtbaar, maar terwijl hij naar de sterrenhemel kijkt, zegt God: "Zo zal jouw nageslacht zijn". Er staat dat Abraham God geloofde en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Abraham was voor God een rechtvaardige. Een rechtvaardige is iemand die God op Zijn woord neemt.

Abraham gaf gehoor aan wat God sprak. Hem werd niets gevraagd in de zin van: "Doe je best dat jij nu vader wordt van vele volkeren". Hij was nota bene verstorven, impotent, en zijn vrouw was onvruchtbaar. Als er dan wordt gezegd: "Zorg maar voor nageslacht als het zand der zee en de sterren des hemels", dan is dat een onmogelijke opdracht. Dat zou gehoorzaamheid van wet zijn: "jij moet dat doen, en als je het doet, dan ben je gehoorzaam". Dat is gehoorzaamheid naar wet of naar werken.

Maar gehoorzaamheid van geloof is van een compleet andere orde. God belooft. God zegt: "Zo zal jouw nageslacht zijn; dat geef ik jou onvoorwaardelijk op een briefje, dat is de waarheid". En Abraham geloofde God. Hij gaf gehoor aan wat God zei en hij wist: als God dat zegt, dan gebeurt het. Hoe Hij dat doet, is Zijn zaak, maar daar sta ik op. Dat is geloof, dat is gehoorzaamheid van geloof.

Dat is ook wat vandaag gepredikt wordt. Geen gehoorzaamheid van wet, geen prediking van "dit moeten jullie doen, dat moeten jullie doen" of "ga eens wat netter leven". Dat is allemaal misschien heel vroom en godsdienstig, maar het is niet het Evangelie. Het is niet het Evangelie van Paulus. Wat hij predikt onder de natiën, is gehoorzaamheid van geloof. Dat betekent dat hij de belofte van God predikt: wie Hij is, de Redder van deze wereld, puur om niets. En daar zeggen wij "Amen" op.

Dat is precies wat geloven is, want ons woord "Amen" komt uit het Hebreeuws en is simpelweg het Hebreeuwse woord voor geloof. Iets beamen; zo ingewikkeld is het niet. Je hoeft niet eerst "tot geloof te komen", je zegt gewoon: "Amen, zo is dat". En hoe? Dat zal allemaal wel, maar dat is niet onze zaak. Dit geldt ook voor ons leven. Wat er van ons leven komt, is niet iets van werken. God zegt: "Ik voorzie in jouw behoefte, Ik geef jou wat je nodig hebt". Dan beginnen we de dag niet met de vraag hoe we vandaag Gods opdrachten en verlangens weer moeten realiseren – want dat leidt altijd tot frustratie – maar we beginnen met Gods belofte. Dan kan ik niet gefrustreerd raken, want het is geen last die op mijn schouders rust. Ik begin de dag bevrijd.

Alles hangt van Hem af. Dus welke kant kijk je dan op? Die kant op, dat is de enige goede kant. Je hebt het van Hem te verwachten en Hij stelt niet teleur. Hij geeft je wat je nodig hebt, ook gewoon vandaag. Het is dus heel praktisch. Dat is gehoorzaamheid van geloof, mensen. Het is zo enorm praktisch en direct merkbaar in je leven dat je een God kent die Zijn belofte geeft en wij geven daar gehoor aan. Dat is inderdaad een zeer relaxed leven. Gehoorzaamheid van geloof.

Ik zou er zomaar meer over willen vertellen, maar ik moet verder. "Tot gehoorzaamheid van geloof bekendgemaakt onder al de natiën", zo staat er letterlijk. Deze boodschap, de prediking van de belofte Gods, wordt bekendgemaakt. Als wij dat Evangelie van Paulus – wat hij "mijn Evangelie" noemt – hoogachten, dan treden wij in zijn voetsporen en maken we dat bekend. Dan vertellen we niet over wat mensen moeten doen, maar over wat Hij gedaan heeft, wat Hij doet en wat Hij gaat doen. Wat Hij gesproken heeft, dat is pas echt Evangelie, een goed bericht.

Het is u wellicht opgevallen dat hier het haakje sluit. Wat hij tussen haakjes geschreven heeft, begon bij "mijn Evangelie". Dat heeft hij hier keurig op een rijtje gezet: wat het is, een geheimenis, nu in deze onderbreking van de heilsgeschiedenis. Ik moet dat misschien kort toelichten: u moet zich realiseren dat toen Christus opstond uit het graf als de Zoon van David, het de twaalf waren die in Israël predikten. Christus was inmiddels aan het oog onttrokken en opgenomen in de hemel, en de twaalf predikten onder Israël: "Kom tot bekering, en als jullie tot bekering komen, dan zal de Christus terugkomen om Zijn koninkrijk hier in Jeruzalem, in Israël en te midden van de volkeren te vestigen". Dat was de boodschap: Israël zou zich bekeren.

Het boek Handelingen laat echter zien dat Israël zich niet bekeerde. Toen riep God een andere apostel, de dertiende, als een onderbreking in de heilsgeschiedenis: Saulus, die Paulus werd. Dat was een boodschap waarbij Israël tijdelijk terzijde staat; een onderbreking, een tussenzin, een parenthese, een pauze. Aan deze apostel werd een boodschap bekendgemaakt: "mijn Evangelie". Dat heeft te maken met wat God in deze tussentijd doet. Het is een onderbreking waarvan men niet wist, maar bij God stond van voor de aionen al vast dat dit zo zou gaan. Vanuit de mens gezien was het een onderbreking, maar voor God niet. Zo moest het gaan. Dat Israël de boodschap zou verwerpen was geen verrassing voor God; God staat nooit voor verrassingen, en daar ben ik erg blij mee.

Aan Paulus werd die machtige boodschap van louter genade verteld. Uiteindelijk zal de boodschap van de twaalf wel degelijk gerealiseerd worden; dat koninkrijk komt er heus wel, want God laat nooit varen wat Hij begon. Maar niettemin leven wij nu "tussen de haakjes". Hier eindigen die haakjes en sluit Paulus de Romeinenbrief af met de lofprijzing waar hij mee was begonnen: "Hem, de alleen wijze God, de enige God, zij door Jezus Christus de heerlijkheid". Die heerlijkheid zij aan de alleen wijze God door middel van Jezus Christus.

Jezus Christus, en Hem zij de heerlijkheid tot in de aeonen. Dat is wat er letterlijk staat; niet tot in alle eeuwigheid. Het woord 'alle' staat er sowieso al niet, en 'eeuwigheid' staat er ook niet. Er staat gewoon 'aeonen', meervoud. Maar waarom heeft men dat zo vertaald? Ja, dat moet u niet aan mij vragen. Die vraag stel ik me namelijk ook: waarom heeft men dat zo gedaan? Nou, daarom komen we onder andere ook bij elkaar, om elkaar daarop te wijzen. Mensen, dit staat er: tot in de aeonen. Amen.

Ik sluit nu nog niet af, even voor de duidelijkheid. Nee, want ik heb nog twee schriftplaatsen te bespreken, iets minder lang trouwens. Maar dan is het de afsluiting van wat Paulus te melden had. Je zou kunnen zeggen dat het de afsluiting is van een hele brief – dat is natuurlijk ook zo – maar het is ook een bevestiging, het beamen van wat Paulus juist in deze dingen, in deze lofprijzing en in de onderbreking daarvan, naar voren gebracht heeft: "mijn Evangelie".

Zo uniek. Zo machtig. Altijd verzwegen, aeonenlang, maar nu onthuld en ook manifest geworden en onder de natiën bekendgemaakt. Geloof.

Romeinen 2: het Rechtvaardige Oordeel Door Christus Jezus ↑ hoofdstukken

We gaan naar Romeinen 2, want daar zien we deze uitdrukking letterlijk terugkomen in deze brief. Paulus gebruikt daar de uitdrukking "mijn evangelie". In Romeinen 2 vers 16 – en ik wil dat specifiek noemen, want als we de Bijbel accuraat bestuderen, dan moeten we alle voorkomens voor het voetlicht brengen. In dit geval is dat niet zo moeilijk, want er zijn maar drie schriftplaatsen waarin deze uitdrukking voorkomt. Ik ontkom er niet aan om even een paar verzen over te slaan en daar aan voorbij te gaan, want het is een heel betoog dat nu even niet ter zake doet. Het gaat me om wat Paulus zegt over wat er gaat gebeuren: het gericht dat straks zal plaatsvinden.

Hij spreekt over de dag waarin God het in de mensen verborgene oordeelt. Letterlijk staat er dat Hij de verborgen dingen van de mensen – niet alleen ín de mensen, maar ook ván de mensen – zal gaan oordelen. Sommige mensen hebben wel eens de conclusie getrokken – en ik ben er ook wel eens van verdacht of beschuldigd – dat ik het oordeel van God zou ontkennen omdat ik geloof dat uiteindelijk alle dingen recht gemaakt worden. Zou dat een ontkenning zijn van het oordeel? Dat is totaal niet aan de orde. Ook in de boodschap van de apostel Paulus speelt het oordeel, het gericht, een zeer belangrijke rol. Dat moet je nooit wegvlakken.

Er is ook geen enkele reden toe om dat weg te vlakken. Sterker nog, ik durf te beweren dat het feit van een oordeel en van een gericht een goede boodschap is. Het goede bericht is juist goed omdat God ook oordeelt. Dat wil zeggen: Hij zet de dingen recht, want dat is wat "gericht" eigenlijk gewoon betekent. Een richter is iemand die iets rechtzet. En er is zoveel krom in deze wereld, er is zoveel onrecht, maar God gaat dat allemaal rechtzetten. Niets wordt daarbij over het hoofd gezien. Al wat verborgen is, komt in de openbaarheid. Dat wil zeggen dat God daarmee aan de gang gaat en dat wat krom is, zal worden gericht.

Dat is een heel goede boodschap. Ik wil er wel bij zeggen dat oordeel in de Bijbel niet negatief is. Het mag een pijnlijke ingreep zijn, maar het is een operatie die noodzakelijk is. Het feit dat God de mensen opwekt, ook bij de grote witte troon waar de boeken open gaan, is juist omdat God een plan heeft met die mensen en met deze wereld. Hij gaat de dingen rechtzetten, daarom is dat een geweldige boodschap. Vergis u niet hoor, het is een witte troon, maar de Barmhartige zit erop. Dankjewel Theo, voor die opmerking. Paulus zegt erbij: "het in de mensen verborgene oordeelt, volgens mijn evangelie, door Christus Jezus". Hier zegt hij het weer: "volgens het evangelie van mij, door Christus Jezus".

Hij spreekt hier over het oordeel op die dag, ongeacht wanneer dat precies zal zijn, waarin alles wat nu nog verborgen is rechtgezet en gericht gaat worden. En hij zegt daarbij: "volgens mijn evangelie". Volgens het goede bericht dat ik vertel. Want het is een goed bericht. Je zou kunnen zeggen: oordeel en evangelie staan toch tegenover elkaar? Nee, die twee hebben alles met elkaar te maken. Hij gaat alles rechtzetten. En door wie doet Hij dat? Theo gaf al even een voorzetje: de Barmhartige. We lezen ook elders, onder andere in het evangelie van Johannes, dat het oordeel in handen is gegeven van Christus Jezus. Het is het oordeel van God, maar Hij heeft het overgegeven aan Zijn Zoon, Christus Jezus.

Ik heb dan de neiging om daar iets aan toe te voegen of toe te lichten aan de hand van Paulus’ eigen brieven. Christus Jezus, wie is dat? De mooiste tekst daarover vind ik altijd 1 Timotheüs 2: "Er is één God en er is één middelaar van God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zichzelf gaf tot een losprijs voor allen". De prijs is voor allen betaald. Elk mens is Zijn eigendom. Je bent gekocht en je bent betaald; je bent geliefd. Het oordeel is in handen van Iemand die ooit Zijn leven gaf voor iedereen, die de prijs betaalde en iedereen kocht, zodat je Zijn eigendom bent.

In Zijn handen is het oordeel, dus Hij gaat de dingen rechtzetten. En hoe pijnlijk het ook zal zijn dat zoveel dingen die mensen onder het tapijt hadden geschoven openbaar zullen worden – dat is waar – maar Hij gaat het allemaal rechtzetten. Alles. Paulus zegt erbij: "volgens het evangelie van mij, door Christus Jezus". De mens Christus Jezus, die Zichzelf gaf tot een losprijs voor allen. Het is dus inderdaad in goede handen.

2 Timotheüs 2: de Kroonprins uit het Nageslacht van David ↑ hoofdstukken

Ik ga nu nog een schriftplaats aanhalen: 2 Timotheüs 2. Dat is inmiddels de laatste. U hebt gezien dat we begonnen met Romeinen 16; dat is de passage waarin Paulus ongetwijfeld het meest fundamenteel uiteenzet wat 'mijn evangelie' is. Maar hij noemt het dus nog twee keer, en die andere keer in Romeinen 2 hebben we zojuist besproken. In 2 Timotheüs 2 gebruikt Paulus deze uitdrukking voor de laatste keer.

De tweede Timotheüsbrief is zijn laatste brief; het wordt terecht zijn geestelijk testament genoemd. Paulus zegt zelf aan het einde van die brief dat het moment van zijn verscheiden voor de deur staat. Hij zou geëxecuteerd worden en hij had nog een belangrijke boodschap aan Timotheüs, zijn medewerker, te vertellen. Het is dan ook een brief met, als ik het zo mag zeggen, betraande ogen. Er zitten hele aangrijpende passages in — heel nuchter, daar niet van, maar ook heel indringend. Paulus blikt terug op zijn carrière. Dat klinkt misschien wat vreemd, want bij 'carrière' denken we meestal aan steeds hoger in aanzien komen, maar dat was bij Paulus niet zo. Hij eindigde in de gevangenis terwijl hij in deze brief vaststelt dat allen die in Asia zijn — waar hij zo druk gearbeid had en waar gemeenten waren ontstaan — hem hadden verlaten.

Was Paulus daardoor een verbitterd man geworden? Allerminst. Het was natuurlijk pijnlijk als vrienden je verlaten, als mensen met wie je zulke geweldige dingen hebt gedeeld zich van jou afkeren. Dat is moeilijk, en Paulus verdoezelt dat ook niet. Maar die man staat fier overeind omdat er geen millimeter gewijzigd is in de boodschap die hij bracht. De omstandigheden waren inmiddels heel anders dan toen hij ooit begon. Daarom is dit ook zo'n geweldige, solide brief in een tijd van zoveel verwarring. In de dagen dat Paulus dit optekende, was het in de christenheid eigenlijk een zooitje geworden. Dat zijn mijn woorden, dat geef ik toe, maar Paulus zelf spreekt over een ruïne: een groot huis dat vervallen is. Dat staat allemaal in 2 Timotheüs.

Dit was even om de context en de achtergrond van deze brief in een paar zinnen te schetsen. Nu gaan we naar de tekst toe waarin hij spreekt over 'mijn evangelie'. In 2 Timotheüs 2 vers 8 schrijft hij iets persoonlijks; het is immers een brief aan een medewerker die bij hem was gebleven en die de fakkel, het estafettestokje, zou overnemen. Hij zegt: "Gedenk Jezus Christus, uit de doden opgewekt." In de vertaling staat vaak "dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt", maar er staat feitelijk iets anders. Wie heeft het mooier opgetekend dan Paulus zelf? "Gedenk Jezus Christus, de uit de doden opgewekte." Dat is een subtiel verschil. Gedenk hém. Gedenk Jezus Christus.

Jezus was de mens hier op aarde; die naam kreeg Hij toen Hij geboren werd. Toen Hij verrees uit het graf, heeft God Hem tot Christus gesteld. Jezus is Zijn naam, Christus is de titel die Hem officieel werd toegekend toen Hij opstond uit de doden. Dit is eigenlijk een beschrijving van wie Hij is: Jezus Christus, uit de doden opgewekt. Zie je trouwens dat Paulus aan het einde van zijn leven gewoon is weggebleven bij deze boodschap? Dit is de essentie: Jezus Christus is de Verrezene. Dat houdt natuurlijk ook in dat Hij eerst gestorven is. Als we de Opgewekte prediken, prediken we impliciet ook Degene die eerst Zijn leven gaf en stierf. Dat is het evangelie: Hij die stierf, die begraven werd en verrees uit het graf. Het evangelie is niet moeilijk. We prediken Iemand die Zijn leven gaf voor allen — dat zagen we al: "Die Zichzelf gaf tot een losprijs voor allen" — die werd begraven en op de derde dag verrees uit het graf. Welnu, dat is Jezus Christus.

Hij is nu onttrokken aan het oog, maar voordat we daarop doorgaan, wil ik nog iets zeggen. Paulus zegt letterlijk: "Gedenk Jezus Christus, uit de doden opgewekt, uit het zaad van David." Dat is heel welsprekend als je het zo zegt: "uit het zaad van David". Het is opmerkelijk als je daarover doordenkt. Dat klinkt heel aards, maar vergis je niet: Jezus Christus, die opgewekt is uit de dood, is de Kroonprins uit het zaad van David. Wat betekent dat? God had Zijn belofte ooit aan David gegeven. Uit zijn huis, uit de koninklijke lijn en de dynastie van David, zou ooit Hij voortkomen die de dood zou overwinnen. Dat was geen verborgenheid. De dingen die Paulus vertelt over het geheimenis waren "eeuwenlang verzwegen", maar dit — dat de Messias de Zoon van David zou zijn en uit de lijn van die dynastie zou komen — was geen geheim. Vraag het aan een willekeurige Jood en hij kan het je zo vertellen: de Messias, de Gezalfde, is inderdaad Iemand uit het zaad van David.

Dat is inderdaad de Heer Jezus Christus. Je moet er maar eens op letten in de evangelieprediking in het boek Handelingen. Ook bij de apostel Paulus zie je dat hij altijd de boodschap vertelt van de Zoon van David. De Kroonprins uit de Davidische dynastie. En dan voegt hij eraan toe: "uit het zaad van David, naar mijn evangelie." Dat is dus zijn boodschap: de Zoon van David die verrezen is uit het graf. Dat stond trouwens ook allemaal al in de Bijbel, in de Tenach. Lees Petrus op de Pinksterdag of Paulus in Handelingen 13. Als zij voor een Joods publiek in de synagoge staan, dan doen ze het boek de Psalmen open en vertellen ze: "Kijk in Psalm 16 en Psalm 22." Overal in de Tenach staat al geschreven dat Iemand uit de lendenen van David, uit het zaad van David, zou verrijzen uit de dood. Dat staat er gewoon, ook in beeld wordt dat zo duidelijk gemaakt. Waarom noemt Paulus deze dingen dan toch 'mijn evangelie'? Waarom zegt hij: "Ik vertel de boodschap van de Kroonprins uit het huis van David"? Wat is daar dan zo Paulinisch of uniek aan?

Kwaad Lijden voor het Evangelie, maar Gods Woord Is Niet Geboeid ↑ hoofdstukken

Wel, Paulus zegt er nog iets bij: "waarin ik kwaad lijd". Dat wil zeggen: waarin ik zoveel miskenning onderga en afwijzing. Letterlijk staat er niet 'waarvoor', maar 'waarin' ik kwaad lijd. Het blijft een evangelie, het is het beste bericht dat je maar kunt bedenken: de kroonprins uit het huis van David, die volgens de belofte en dat wat aangekondigd was in het Oude Testament – daar was het allemaal al gezegd. Wie Hij zou zijn, waar Hij geboren zou worden, hoe Zijn levensloop zou zijn en zelfs wanneer het zou zijn. Het was in de volheid des tijds. Alles was uniek van tevoren al gezegd en Jezus Christus beantwoordde perfect aan dat profiel.

Welnu, Paulus is degene – en die andere apostelen ook – hij is degene die die boodschap bracht. Hij, de zoon van David, is verrezen uit het graf. Ja, maar Paulus zegt: het is het beste bericht wat je kunt bedenken, de dood is overwonnen met alle consequenties van dien, maar ik lijd eronder wel kwaad. Dat is wonderlijk. Als je het beste bericht hebt wat je maar mag denken en wat je kunt vertellen: dat je door God geliefd bent, dat God God is en een plan heeft, dat je gekocht en betaald bent en dat Hij de Redder is van alle mensen. Dat is de waarheid. Het beste bericht wat hij vertelt, wat je maar kunt bedenken. Maar vertel het maar eens een keer.

Nou, Paulus had daar ervaring mee. Hij zegt: ik lijd er kwaad voor. Miskenning. Je wordt er niet populair door. Of zoals die prediker ooit zei – ik zeg het hem graag na: Jezus Christus kruisigde men, Paulus stenigde men. Denk nou niet dat ze voor jou de rode loper uitleggen als jij diezelfde boodschap gaat vertellen. Gewoon Zijn Woord. Mensen denken dat wel, dat je er 'popiopie' van kunt worden of dat je daar een carrière mee opbouwt. Nou, Paulus zegt dit ook aan het einde van zijn carrière, in een gevangenis. En hij zegt er nog bij: "waarin ik kwaad lijd". Niet alleen doordat hij nu gevangen zat hoor, maar dan ook nog eens een keertje al die tegenstand van binnenuit – dat is nog het ergste trouwens. "Waarvoor ik kwaad lijd en zelfs boeien draag als een misdadiger." Letterlijk staat er: tot boeien aan toe als een crimineel, als een misdadiger. Dus ik lijd kwaad in dat goede bericht. Ik lijd kwaad, miskenning, afwijzing; er wordt kwaad van mij gesproken, tot boeien aan toe.

Nou, zover zijn we nog niet hoor. Je kunt wel eens klagen over miskenning, maar wat Paulus had... Hij schreef dit terwijl hij geboeid was, gevangen, hij kon geen kant op. Hij werd gerekend als een crimineel. Moet u nagaan: zo’n hoogstaande man, zo’n integere man, die het alleen maar om de waarheid ging. Hij vertelde gewoon wat hij wist. Ja, maar hij was wel een crimineel. Door de orthodoxie, moet ik erbij zeggen. Door de godsdienstigheid. Op initiatief daarvan was hij overgeleverd aan de Romeinen. De Romeinen zelf waren nooit op het idee gekomen, maar het was juist door de Joodse godsdienstigheid, de orthodoxie, die hem in de boeien had gebracht. Voor de Romeinen en voor de wereld was hij een verslotene. Zo gaat dat nu eenmaal. Voor de boodschap die we kennen ben je gewoon een 'dorpstrekker', niet helemaal serieus.

Als Paulus in Athene is en hij brengt die boodschap van de opgewekte Christus en van die ene God, dan zeggen ze: "Nou, we horen je hier nog wel eens een keertje over." Kijk, statistisch gezien is het niet erg handig misschien om deze boodschap te brengen, want de kans is groot dat je met afwijzing te maken krijgt. Maar onder die mensen die die boodschap afwijzen – en dat is wat men en masse doet – zijn er enkelingen die hier wel oren naar hebben. Ik moet erbij zeggen: voor wie God de oren en de ogen inderdaad opent in het hart. Want ook dat is geen verdienste. Als je die dingen mag zien, mag horen, mag kennen en mag ervaren, dan is dat een genade van God.

Nou, Paulus zegt: "Ik draag boeien, ik lijd kwaad tot boeien aan toe als een crimineel." Hoe kan dat? Hij had net gesproken over die zoon van David. Maar daar wilde ik nog even één ding over zeggen. Want hoe was het met David? David was gezalfd. Lees het maar na in de boeken van Samuël. Hij was gezalfd tot koning, u weet wel, die man uit de stad Bethlehem. Gezalfd tot koning, die herder. En hij had de overwinning behaald over de vijand, ik bedoel Goliath. Zijn kop had hij meegenomen en begraven in Jeruzalem. Nou, dat is een nadenkertje, maar goed. De overwinning was behaald. Was hij toen koning? Nee, helemaal niet. Ver daarvandaan zelfs. Het zou nog een hele tijd duren. Eerst was hij al wel gesteld tot, hij was de kroonprins, hij was degene die bestemd was voor de troon. Dat stond ook al absoluut vast, maar het zou nog een hele tijd duren alvorens hij daadwerkelijk op de troon kwam. En hij werd vervolgd in die tussentijd door Saul. "Saul, Saul, wat vervolgt gij mij?" Dat noemen ze een anachronisme, ik haal nu twee dingen door elkaar, maar het klopt wel precies. Saul was zijn grootste tegenstander en hij werd door hem vervolgd. Uiteindelijk kwam hij wel op de troon, maar er was ook weer die onderbreking.

Paulus, die eerst Saulus heette, die is de boodschapper van dat bericht van de zoon van David, die nu bestemd is voor de troon. Hij is gezalfd, Hij is de Overwinnaar, maar dat Hij op de troon komt, dat duurt nog even. Ik was afgelopen vrijdag bij Esther, die hier achter in de zaal zit, en toen hebben we nog uitgebreid gesproken over de geschiedenis van de kleine Joas, een kroonprins. En dat is zo mooi. De meesten van u kennen misschien niet eens dat verhaal. Ergens in de koningentijd lees je over die boze feeks van een Atalia, een koningin. Het hele huis van David wordt uitgemoord en dat bestond dus niet meer. Dat is een grote tragiek, want ja, God had Zijn belofte aan het huis van David gegeven en het huis van David was uitgemoord. Ja, maar wat bleek nou? Er was één mannetje, een pasgeboren kereltje, dat in veiligheid was gebracht. Hoe dat precies ging doen we even niet ter zake, maar hij was in veiligheid gebracht en was in de bergkamers ondergebracht van de tempel, van het heiligdom. En dan pas, als hij zeven jaar is, dan wordt hij uitgeroepen tot koning. En inderdaad, dan wordt hij de koning daar in Jeruzalem. Een schitterende geschiedenis.

Toen hebben we het er afgelopen vrijdag over gehad – het staat me nog zo mooi voor de geest – dat dit ook een beschrijving is van het evangelie van de zoon van David. Je zou zeggen: "Ja, die belofte die God ooit had gegeven aan het huis van David, wat zien we daarvan?" Het huis van David, daar in Jeruzalem waar nu zo’n enorme ellende over is en waar de hele wereldpolitiek over struikelt... Huis van David, vrederijk? Daar zien we helemaal niets van. Maar ik heb een goed bericht, "mijn Evangelie": daar is een Kroonprins, die is momenteel onttrokken aan het oog. Heel welbewust. Hij is in veiligheid gebracht. Hij bevindt zich in het heiligdom. Hij is verborgen in het huis van God. En te zijner tijd, als de tijd tot volheid komt – dus als die zeven jaar om zijn – zal Hij alsnog op de troon komen. Er gaat nooit iets mis. Dat bedoel ik te zeggen. Dus er mag dan sprake van een onderbreking zijn, dat is "mijn Evangelie", want God maakt af waar Hij mee begon.

En dan zegt Paulus – en dat is het laatste waar ik u op wijs, want we hebben nu al die schriftplaatsen gezien over "mijn Evangelie" – hij zegt: "tot boeien aan toe als een crimineel, als een misdadiger." Maar, zegt Paulus erbij: "maar het Woord van God is niet geboeid." Met andere woorden: dat doet altijd zijn werk. Ik ben dan geboeid, maar het Woord van God is niet geboeid. Het is wel boeiend trouwens hoor. Het Woord van God is zeer boeiend, maar zelf is het niet geboeid. Het doet altijd zijn werk. Daar hoef je je ook nooit zorgen over te maken.

Misschien mag ik met die tip ook eindigen. Het heerlijke is: dit woord hoef je niet op te leuken. Je hoeft het niet mooier te maken. Vertel het gewoon, want dat woord is namelijk krachtig in zichzelf.

En als u zegt: "Ik kan het niet zo mooi vertellen", nou, dat boeit niet – om even bij dat thema te blijven. Dat boeit niet hoor, dat u zegt dat u niet zo welbespraakt bent of er niet zoveel van weet. Vertel gewoon wat er gezegd is. Zijn woord is niet geboeid en zal altijd zijn werk doen. Dat is zo geweldig krachtig.

Dat is wat Paulus ooit deed; hij was zich ervan bewust en hij schreef het aan Timotheüs: "mijn evangelie".

Amen.

🎧 “Mijn Evangelie”
Delen: