GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Psalm 146 – Jakobs God

05-11-2012 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van samenkomst gehouden op 4 november 2012 in Rotterdam

De laatste vijf psalmen zijn een Pentateuch op zichzelf. Ze representeren de vijf boeken van Mozes. Psalm 146 verwijst naar het boek Genesis, in het bijzonder naar de God van Jakob. Gelukkig hij die zijn God ter hulpe heeft!

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de diepere structuur van de psalmen en richt zich in het bijzonder op Psalm 146. De focus ligt op het scherpe contrast tussen het vergeefse vertrouwen op stervelingen en de onwankelbare trouw van God. Aan de hand van de geschiedenis van Jakob wordt aangetoond dat God genade en onvoorwaardelijke beloften schenkt aan wie zelf niets te bieden heeft. Ware redding en vastigheid zijn uitsluitend te vinden bij Hem, die in de toekomst daadwerkelijk als Koning over de aarde zal heersen.

“Je kunt van één ding werkelijk op aan en dat is de God die trouw houdt.”

De Structuur van het Boek Der Psalmen ↑ hoofdstukken

Ook van mijn kant een hele goede morgen, vrienden. Ik wil u vanmorgen graag meenemen naar de psalm die we zojuist met elkaar hebben gelezen. Dat is niet zo’n hele lange psalm; hij telt in totaal maar tien verzen. Toch denk ik dat we onze tijd hard nodig hebben om daar de highlights uit te bespreken. Ik heb deze studie als titel meegegeven: 'Jakobs God'.

Psalm 146 maakt deel uit van het vijfde boek der Psalmen. Dat is iets wat nog wel eens vergeten wordt, maar het boek der Psalmen bestaat feitelijk uit vijf boeken. Bij Psalm 1 begint het eerste boek, wat nogal logisch lijkt. U ziet het trouwens ook als u een goede Bijbelvertaling hebt, want dan staat het er meestal boven: boven Psalm 1 'het eerste boek der Psalmen'. Bij Psalm 42 staat 'het tweede boek der Psalmen', boven Psalm 73 het derde boek en boven Psalm 90 – de bekende psalm van Mozes – het vierde boek. Vanaf Psalm 107 tot en met de laatste psalm, Psalm 150, spreken we over het vijfde boek der Psalmen.

Het opmerkelijke is dat die vijf boeken weer corresponderen met wat de Pentateuch wordt genoemd, de vijf boeken van de Torah, de boeken van Mozes. Het eerste boek der Psalmen correspondeert qua inhoud met het boek Genesis, het tweede boek met Exodus, het derde boek met Leviticus, het vierde boek met Numeri en het vijfde boek met Deuteronomium. Dat betekent dat er een heel opmerkelijke, goddelijke structuur in de opbouw van die boeken gelegen is.

Dat betekent trouwens nog iets waar het de moeite waard is om even aandacht aan te geven. Het is namelijk niet waar wat u altijd te horen krijgt, wat u leest in encyclopedieën of wat u op godsdienstles meekrijgt, namelijk dat de Bijbel 66 boeken bevat. Ik heb daar altijd al moeite mee gehad, niet alleen omdat het zo gezegd wordt, maar ook omdat het op de een of andere manier niet correspondeert met de hele Bijbelse typologie en de Bijbelse symboliek. Eigenlijk zou je op voorhand al moeten weten: daar klopt iets niet aan. Je hoeft er nog maar een zes aan vast te plakken en dan weet je het helemaal zeker. Zes is een veelvoud van zes.

Maar het is ook feitelijk niet zo. Want als het waar is wat ik zojuist zei – en u kunt het zelf controleren in uw eigen Bijbeltje – dat het boek der Psalmen niet één boek is, maar een verzameling van vijf boeken, dan betekent dit dat er vier boeken bij komen. Met andere woorden: de Bijbel telt zeventig boeken, en dat klopt nou weer net wel. Het is een veelvoud van zeven, het goddelijke getal van volheid en volmaaktheid.

En dat plaatje daaronder is nog weer een verhaal apart. Ik wil er alleen maar even op wijzen: het is geen plaatje van Elim, maar als je Exodus 15 vers 27 leest, dan lees je dat Israël daar arriveert, net nadat ze de Rode Zee waren doorgetrokken. Ze komen aan in Elim en daarvan staat vermeld dat het een oase was met twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen. Nou, daar mag u nog eens over nadenken wat dat toch te betekenen heeft. Heeft dat iets met Israël te maken en met het Woord voor deze wereld? Zeventig volkeren, zeventig boeken... Er is een veelheid van gedachten, je zou haast zeggen dat zeventig gedachten zich met gemak opstapelen wanneer je over deze dingen nadenkt.

Maar hier wil ik in elk geval op gewezen hebben: Psalm 146 maakt deel uit van het vijfde boek der Psalmen. Helemaal in deze lijn wil ik daar nog iets over vertellen, namelijk dat de laatste vijf psalmen – waarvan Psalm 146 de eerste is in die reeks – op zichzelf ook weer zo’n Pentateuch vormen. Psalm 146, 147, 148, 149 en 150 vormen samen weer één geheel. Waarom? Ze worden ook wel de 'Halleluja-psalmen' genoemd, omdat alle vijf deze psalmen beginnen met 'Halleluja' en ze eindigen ook allemaal met 'Halleluja'. Daarmee is dat vijftal psalmen ook weer een groep op zichzelf.

En wat dacht u? Ook die vijf psalmen corresponderen weer met de vijf boeken van Mozes, de Pentateuch. Psalm 146, de psalm waar we vanmorgen nader bij stilstaan, correspondeert met het boek Genesis. Dat wil zeggen dat juist de inhoud verwijst naar Genesis; bijvoorbeeld naar de schepping van hemel en aarde, naar de geschiedenis van Jakob en naar het feit dat een mens maar stof is en weer terugkeert naar de aardbodem. Psalm 147 verwijst naar Exodus – daar gaan we het nu dus niet over hebben – en Psalm 148 op een bijzondere wijze naar Leviticus. Psalm 149 verwijst naar het boek Numeri en Psalm 150 naar Deuteronomium. Soms is dat misschien wat lastig te herkennen, maar de structuur is in het algemeen heel duidelijk. Zo zie je dat ook in dat vijfde boek der Psalmen die structuren en goddelijke lijnen onder de oppervlakte zichtbaar worden. Waarvan akte.

Goed, laten we gewoon eens bij het begin beginnen. Ik wil alle tien de verzen even laten passeren en zo af en toe bepaalde dingen onderstrepen. Deze psalm begint zoals gezegd met 'Halleluja', dat wil zeggen 'loof de HERE'. Vervolgens wordt het herhaald: "Loof de HERE, mijn ziel." In vers 2 staat: "Ik zal de HERE loven, mijn leven lang; mijn God psalmzingen, zolang ik nog ben." Het idee daarbij is uiteraard dat er maar één ding werkelijk in het leven telt, en dat is dat we Hem de lof geven. Het gaat niet om onszelf en het gaat niet om deze wereld; het gaat uiteindelijk maar om één ding, of wat zeg ik, om één Iemand: en dat is Hij.

Waarom hebben wij adem? Dat is trouwens ook het onderwerp van de laatste psalm: "Alles wat adem heeft, love de HERE." Waarom geeft de HERE ons lucht? Wel, omdat we Hem zouden loven. Dat is de enige echte reden waarom wij hier bestaan: dat we Zijn Naam in het licht zouden stellen en zouden laten schitteren. Het mooie van het woordje 'Halleluja' is dat het in het Hebreeuws is afgeleid van het werkwoord 'halal'. Nee, dat is geen Arabisch woord, dat is weer wat anders. 'Halal' betekent schitteren of schijnen. Een mens gaat schijnen op het moment dat hij Gods Naam op de lippen neemt en Hem verheerlijkt. Want dat is, nogmaals, het enige waar het werkelijk om gaat. Ik zal de HERE loven mijn leven lang; mijn God psalmzingen zolang ik ben. Vanaf het eerste moment dat ik een woord kan spreken tot de laatste dag dat ik mijn adem uitblaas.

Vertrouw Niet op een Mensenkind ↑ hoofdstukken

En dan staat er in vers 3: "Vertrouwt niet op edelen, op hooggezetenen, mensen van adel, mensen die in aanzien zijn." Natuurlijk, daar zou je respect voor hebben. Hen komt eerbied toe, gewoon voor de positie die zij ook van Gods wege daarin bekleden. De Bijbel is daar heel duidelijk over. Maar aan de andere kant: stel niet je vertrouwen daarop. Leun daar niet te veel op.

Natuurlijk is het ook waar dat de hele maatschappij, elke samenlevingsvorm – of dat nu in de kleine vorm van een huwelijk is, een gezin, een bedrijf, een geloofsgemeenschap of de maatschappij in het algemeen – gebaseerd is op vertrouwen. De jongeren onder ons zullen het waarschijnlijk niet meer direct herkennen, maar als ik zeg: "Als je elkaar niet meer vertrouwen kan, ja, waar blijf je dan?" Zo is het toch? Dat is ook zo. Want als er geen vertrouwen is, dan heeft communicatie geen zin. Waarom zou ik iets vertellen als u het toch niet gelooft? Dus elke afspraak, elke vorm van communicatie heeft slechts betekenis omdat er toch enig vertrouwen is. Maar we weten allemaal dat je daar zo gemakkelijk doorheen zakt.

De frustratie van heel veel mensen – misschien herkent u dat wel – is juist dat gegeven dat je een woord had, dat je dacht op iemand aan te kunnen, en je zakt er doorheen. Dat kunnen de mensen om je heen zijn, maar dat kunnen ook edelen zijn, mensen in hoogheid gezeten. Ik hoef alleen maar het woordje politicus of politiek te zeggen. Juist deze week klinken woorden weer als verkiezingsbeloften. En we weten allemaal: daar kun je niet van op aan. Dat wat mensen, wat edelen zeggen – en dat zeg ik zonder enig verwijt, maar gewoon als vaststelling – daar kun je niet altijd op bouwen. Mensen worden voor de verkiezingen allerlei dingen voorgehouden van: "Dat gaan we doen" en "Hier staan wij voor", maar na de verkiezingsdag blijkt dat dan toch allemaal wat anders te zijn. Dan kun je dat weer goedpraten met het feit dat er nu eenmaal compromissen gesloten moeten worden, maar dat geeft precies aan waar het hier over gaat. In deze wereld blijkt het altijd weer zo te zijn dat er water bij de wijn gedaan moet worden, dat woorden niet echt zuiver zijn en dat men ze niet werkelijk waar kan maken.

"Vertrouwt niet op edelen", staat er. Zelfs dus niet op edelen, op een mensenkind. Letterlijk staat er trouwens: op een zoon van Adam. Het begrip "de Mensenzoon" is hier ook direct aan verwant. Vertrouwt niet op een mensenzoon bij wie geen heil is. Een zoon van Adam; eigenlijk is dat ook een status. Adam was immers het beheer over deze wereld gegeven, maar op zijn erfgenamen moet je ook al niet je vertrouwen stellen. Daar kun je niet op leunen. Als het er echt op aankomt, blijkt dat geen houvast te bieden. Dat is de simpele waarheid die we hier in Psalm 146 vinden, en elders in de Psalmen komen we het ook weer tegen. Eigenlijk is het iets wat we talloze keren in de Bijbel op een of andere manier lezen.

Een zoon van Adam bij wie geen heil is. Het is trouwens opmerkelijk – ik heb het woordje even onderstreept – dat bij "heil" letterlijk staat dat er geen redding is. Ik heb hierbij ook weer verwezen naar Jezus. Waarom? Wel, het woord wat hier in het Hebreeuws staat, is teshua. Wellicht hoort u dat dit direct verwant is aan de Hebreeuwse achtergrond van de naam Jezus: Yeshua. Het is vrijwel hetzelfde en het duidt op redding. Jezus, Yeshua of Jozua: de HERE is Redder, bij de HERE is redding. Welnu, bij een zoon van Adam is geen redding, behalve dan bij die ene Zoon, de Zoon van Adam, de Mensenzoon bij wie wel redding is. Waarom? Al was het maar omdat Hij van Gods wege die naam heeft gekregen. Let wel: van Gods wege. Het komt van bovenaf. Het is niet van een mens, maar God heeft Hem tot Redder gemaakt. Als het in het algemeen gezegd wordt, kun je inderdaad beweren dat er bij een mensenkind, bij een zoon van Adam, geen redding te vinden is. Dat is waar. Maar wij kennen Iemand die van Gods wege tot Redder is gesteld. Daarop kunnen we vertrouwen, juist omdat God gesproken heeft en God Hem ook verwekt heeft, letterlijk en figuurlijk – ooit bij Maria, maar ook uit de doden. Op Hem kunnen we vertrouwen, op Hem kunnen we steunen.

Laten we de draad weer oppakken over een mensenkind in het algemeen. Ook al is het een edele, ook al is het een erfgenaam van Adam in het algemeen, we kunnen daar niet op steunen. Want, staat er vervolgens in vers 4: "Gaat zijn adem uit..." En dat is nu eenmaal de weg van alle vlees, zoals de Bijbel dat noemt. We krijgen adem en op zeker moment blazen we die adem ook weer uit. En dan staat er: "Dan keert hij weder tot zijn aarde." Dat voert ons terug naar het boek Genesis: hij is uit de aarde genomen, uit moeder aarde. Dat is trouwens opmerkelijk in het Hebreeuws: het woord voor mens is Adam en het woord voor aarde is Adama. Adam betekent eigenlijk iemand die uit de aarde is gekomen, iemand die door de aarde gekenmerkt wordt. Daarom keert hij ook gewoon weer terug tot de aarde.

En dan staat er nog bij: "Te dien dage vergaan zijn plannen." Dat is om zo te zeggen de uiterste houdbaarheidsdatum van de mens. De Concordant Version zegt: "Zijn reflecties, zijn gedachten." Dat is dan voorbij. Daarmee is ook aangegeven waarom een mens niet te vertrouwen is; er is geen redding bij te vinden. Waarom niet? Wel, een mens is gewoon een sterveling. Zoals wij hier zitten, zijn wij allemaal stervelingen. Daar is geen redding bij te vinden. We zijn namelijk zelf allemaal stuk voor stuk afhankelijk van Iemand die ons redt, Iemand die onvergankelijk is. Zelf zijn we allemaal gewoon voorbijgangers. We kunnen heel veel moeite doen – in de auto hiernaartoe hadden we het er nog over dat zoveel mensen daar hun hele leven mee tobben. Als ze wat ouder worden en bijvoorbeeld de leeftijd van vijftig bereiken, krijgen ze moeite met het feit dat ze ouder worden. Ze zien de krachten afnemen en de aantrekkelijkheid verdwijnen. Er zijn uitzonderingen natuurlijk, maar ik drink even een slokje als u het niet erg vindt.

Daar kun je moeilijk over doen, maar het is gewoon een gegeven. Het is echter helemaal niet zo'n kwalijke boodschap dat een mens een sterveling is. Want het betekent dat we onze ogen naar boven zouden richten. Van Hem hebben we het te verwachten. Voor zover wij wat zijn, dan is dat omdat Hij wat van ons leven maakt. Hij heeft inderdaad een plan met elk mensenkind. Maar ik lees even verder in vers 5.

Gelukkig Wie de God van Jakob tot Hulp Heeft ↑ hoofdstukken

Welzalig hij. Dat klinkt heel erg mooi, maar de meeste mensen begrijpen dat woord denk ik niet zo goed. Want 'welzalig', wanneer gebruiken we dat nou? Letterlijk staat er het Hebreeuwse woord Asjer, en dat betekent gewoon 'gelukkig'. Gelukkig is hij! Ik kan trouwens ook bewijzen dat het dat betekent. Gaat u maar eens terug in de Bijbel naar het boek Genesis. In Genesis 30 vers 13 lees je dat Lea zei: "Ik gelukkige! Voorzeker zullen de jonge dochters mij gelukkig prijzen." En zij gaf hem de naam Aser. Dat is exact het woord dat hier ook in Psalm 146 vers 5 gebruikt wordt: Asjer, gelukkig. Dat is wat het betekent.

Wie is nou gelukkig? Gelukkig is hij die de God van Jakob tot zijn hulp heeft. Op een mens kun je niet steunen en dat kan je frustreren, maar dat zou je niet hoeven te frustreren als je weet waar het werkelijk in het leven om gaat en als je omhoog kijkt. Het is zo opmerkelijk wat hier staat: "Welzalig of gelukkig is hij die de God van Jakob tot zijn hulp heeft." Die voorzien wordt door, geholpen wordt door en gesteund wordt door de God van Jakob. Let op deze formulering, u vindt hem vaker in de Bijbel: de God van Jakob. Er staat niet 'de God van Israël'. Dat was de naam die hij later kreeg, toen hij op zijn terugtocht uit Mesopotamië bij zijn oom Laban weer terugkeerde naar het land. Dan lees je dat hij inderdaad de naam Israël kreeg. Maar hij was eerst Jakob.

Dat herinnert ons nou niet bepaald aan een man waar we waardering voor zouden opbrengen. De God van Jakob. Wanneer kwam Jakob God tegen? Ja, bij de Jabbok, maar dat was bij die latere gelegenheid toen hij die omkering meemaakte. Vandaar ook Jabbok en Jakob. Maar wanneer kwam God Jakob tegen in die eerste hoedanigheid? Dat was na die bekende geschiedenis waarin hij zijn broer en zijn vader zo afschuwelijk bedrogen had. Ik zei al: voor die man heb je geen respect. Als je dat gewoon in het boek Genesis leest, gaat je sympathie veel meer uit naar een man als Ezau, waar wellicht ook genoeg op aan te merken is. Maar die Jakob, dat was zo’n – zal ik het zo zeggen – hielelichter. Daarmee heb ik zijn naam ook aardig getypeerd. Een man van bedrog.

Dan zie je dat plaatje van die geschiedenis. De zon was ondergegaan en hij was op de vlucht, want hij moest zijn vege lijf redden omdat zijn broer hem achterna zat om hem te vermoorden. Dan lees je dat Jakob zijn ogen dichtdoet en zijn hoofd op een steen legt. De zon was ondergegaan; het is donker geworden in zijn leven. Jakob verdiende niets; hij verdiende straf en van de menselijke kant minachting. Jakob had ook helemaal niets, hij moest echt zijn vege lijf redden. Later lees je dat hij alleen met zijn staf de Jordaan doortrok, wat trouwens ook veelzeggend is. Hij had niets en hij verdiende niets. Maar let op: hij legt zijn hoofd op een steen en wat krijgt hij? Hij krijgt alles. Dat is de God van Jakob. Want dan krijgt hij die droom. Nee, geen nachtmerrie, wat je in zulke omstandigheden zou verwachten, maar hij krijgt een droom van Godswege. Van bovenaf ziet hij een trap – geen ladder, maar een stenen trap – en dat de engelen Gods daarop op- en neerdalen. Communicatie tussen hemel en aarde. Hij ziet een verbinding tussen hemel en aarde. Niet omdat de mens een toren bouwt die tot de hemel reikt, nee, hij ziet een trap die van Godswege op de aarde wordt neergelaten. Dat wil zeggen: hij ziet de verbinding tussen hemel en aarde. Waar die stenen trap van spreekt, lijkt me nogal duidelijk: dat spreekt uiteraard van de Messias, die ook uit hem zou voortkomen, zoveel jaren later. Hij die de verbinding tot stand zou brengen.

En weet je wat je dan leest van deze Jakob, deze hielelichter? Wordt hem enig verwijt gemaakt? Laten we eens opletten in Genesis 28, bij de geschiedenis van Bethel – 'Huis Gods', want zo noemt Jakob deze plaats vervolgens. Hij ziet die stenen trap in die droom en er staat: "En zie, de HERE stond bovenaan en zeide: Ik ben de HERE, de God van uw vader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop gij ligt, dat zal Ik aan u en aan uw nageslacht geven." Opmerkelijk hè, geen enkel verwijt wordt hier uitgesproken. Er wordt alleen vastgesteld: dat land waar jij hier ligt, dat geef Ik naar Mijn belofte. En dan staat erbij: "En uw nageslacht zal zijn als het stof der aarde en gij zult u uitbreiden naar het westen, naar het oosten, naar het noorden en het zuiden. En met u en met uw nageslacht zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden."

En zie: "Ik ben met u." Ja, dat wordt tegen die Jakob gezegd, die helemaal moederziel alleen daar onder die open hemel lag te slapen, achternagezeten door zijn broer Ezau. Er zou nog heel wat water door de Jordaan moeten vloeien voordat dat allemaal weer in orde kwam, maar in ieder geval kreeg hij dit te horen: "En zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, en Ik zal u terugbrengen naar dit land, want Ik zal u niet verlaten totdat Ik gedaan heb wat Ik u heb toegezegd." Alleen maar belofte. Een Jakob die niets had en niets verdiende, maar hij kreeg van God Zijn belofte. Dat is nou typisch voor de hele Bijbelse boodschap: wat een mens krijgt, krijgt hij gratis en voor niets. Dan ben je helemaal geschikt om de God van Jakob te kennen.

Gelukkig is hij die de God van Jakob kent. Het is trouwens opmerkelijk dat Jakob vervolgens, als hij die droom gehad heeft, herkent dat dit heel bijzonder is: "Dit is niet anders dan een huis Gods." Bethel noemde hij daarom die plaats. En de steen waar hij op gelegen had, die zet hij overeind. Hij doet die steen opstaan – denk daar maar eens over na. Hij giet er olie overheen. Hij maakte die steen, als ik het op zijn Hebreeuws zeg, tot een mashiach, tot een messias. Hij wist echt wel dat er iets bijzonders aan de hand was met die steen. Jakob wist veel meer dan wij vaak denken, daar ben ik vast van overtuigd. Jakob heeft geweten waar die steen van spreekt, die de verbinding brengt tussen hemel en aarde en die inderdaad opstaat. Hij zet hem overeind als een opgericht teken en maakt hem tot een gezalfde. Het spreekt uiteraard letterlijk en figuurlijk van de Mashiach, van de Christus.

Ik moet teruggaan naar vers 5 van Psalm 146: "Gelukkig hij die de God van Jakob tot zijn hulp heeft en wiens verwachting is op de HERE, zijn God." Dat wil zeggen: Jakobs God. Ziet u dat er voor God nooit hopeloze gevallen bestaan? Jakob krijgt gewoon zijn toezeggingen. Er wordt ook niets van hem gevraagd in de zin van: "Dit moet je doen" of "Als jij nou zus en zo doet". Nee, hij krijgt alleen maar Gods belofte. Dat is waarom hij gelukkig geprezen wordt. En iedereen wordt gelukkig geprezen die de God van Jakob tot zijn hulp heeft.

Wiens verwachting daarom op de HERE, zijn God, gesteld is. Die hemel en aarde gemaakt heeft, de zee en alles wat erin is. Weer zo'n verwijzing naar het boek Genesis.

Die trouw houdt tot in eeuwigheid. Ja, dat wordt hier dan gezegd tegen de achtergrond van Jakob, die de hele boel fleste en bedroog. Maar godzijdank kennen wij Iemand die waarmaakt wat Hij spreekt.

Wat in de mensenwereld zo sporadisch te vinden is en waar je ook bepaald niet op af moet gaan: op een mens en zijn woord. Nee, ook niet op dat van mij. Ik bedoel me hier helemaal niet te verheffen. Ik sta hier wel op een podium, maar dat zegt helemaal niets. Ik bedoel dit te zeggen.

De Trouwe Schepper en Bevrijder ↑ hoofdstukken

Je kunt van één ding werkelijk op aan en dat is de God die trouw houdt. Letterlijk staat er: die de waarheid bewaart, die de waarheid 'safet'. Hij doet namelijk wat Hij zegt. Hij houdt trouw tot in eeuwigheid. Letterlijk staat daar voor eeuwigheid het woord le’olam. Dat heeft te maken met een Hebreeuws werkwoord dat 'verbergen' betekent. Het woord eeuwigheid heeft in het Hebreeuws te maken met een tijd met verborgen einden; je ziet de grens niet, je ziet de horizon niet. Het is onafzienbaar, dat is de gedachte van dat woord.

Vervolgens vinden we een hele uitgebreide beschrijving waarin God wordt getypeerd. In de eerste plaats wordt vermeld dat Hij de Schepper is van hemel en aarde, de zee en alles wat daarin is. Hij is degene die de verdrukte recht verschaft en die de hongerige brood geeft. Natuurlijk kun je dat geestelijk opvatten – dat is ook waar – en dan betreft het echt universele waarheden. Heb je honger? Wel, Hij geeft jou brood. En Hij maakt de gevangenen los. Ben je gebonden? Dan moet je het niet van een mens hebben, hoor. Nee, dan moet je het hebben van Hém die de gevangenen inderdaad bevrijdt en losmaakt, en die de blinden ziende maakt.

Ook dat is natuurlijk geestelijk absoluut waar vandaag. Je bent gelukkig te prijzen als je de God van Jakob kent en als de Here je ogen heeft geopend. Ik bedoel dat precies zoals ik het nu zeg: dat Hij de ogen van je hart geopend heeft voor wie Hij is en voor de rijkdom van Zijn Woord. Dat is geen verdienste. Als je mag zien, dan is dat toch geen verdienste? Ik haal altijd graag dat woord aan uit het boek Spreuken: "Het oog dat ziet, het oor dat hoort, beide heeft de HERE gemaakt." Er is toch geen verdienste in het feit dat ik kan kijken? Dat betekent simpelweg dat je gezicht hebt gekregen. Maar dat is geestelijk net zo goed waar. Als je dingen mag verstaan en mag zien: prijs God! En verbeeld je nou niet dat jij zelf voor Jezus hebt gekozen. Weet u, dat soort terminologie hoor je heel dikwijls onder christenen, maar ik geloof daar geen barst van, echt niet. Híj is het namelijk die je ogen daarvoor opent. En als Hij het niet doet, dan blijf je blind.

De Here maakt blinden ziende en Hij richt de gebogenen op. Als je belast bent, dan neemt Hij die last van je af en geeft Hij je rust. Dat is wat geen mens je kan geven in een onrustige wereld waar zoveel instabiel is en waar we van de ene crisis in de andere vallen. Wel, Hij richt de gebogenen op. Ik weet wel, ik krijg weleens het verwijt als ik altijd naar boven wijs, dat men zegt: "Ja, dat is allemaal wel heel makkelijk." Dan zeg ik: "Hoezo? Wat dacht je dan? Dacht je werkelijk dat je het te verwachten hebt van de mensen om je heen? Dat stelt teleur." Hij stelt niet teleur; Hij kan namelijk oneindig veel meer doen dan wij bidden of beseffen. Daarom moet een mens omhoog kijken, waarheen anders? Het mooie daarvan is dat als je omhoog kijkt, je eindelijk ook een reden krijgt om vooruit te kijken. Ik heb het over vooruitzicht, over perspectief. Dat krijg je zomaar, gratis voor niets. Ineens krijg je een reden om te leven en ga je de Here loven. Kortom, je leven krijgt gewoon inhoud en zin.

Hij richt de gebogenen op en Hij heeft de rechtvaardigen lief. Waarbij ik trouwens aanteken dat het woord 'rechtvaardig' in de Bijbel alles met geloof te maken heeft. Dat zou u aan de opa van Jakob eens moeten vragen. Van hem lees je dat God hem een belofte deed, volkomen onvoorwaardelijk. Die man had de belofte gekregen dat hij een vader van vele volkeren zou worden, maar inmiddels was hij een oud man geworden en zijn vrouw was onvruchtbaar. En dan wordt er tegen hem gezegd, terwijl hij omhoog kijkt naar de nachtelijke hemel: "Zo zal jouw nageslacht zijn." En Abraham geloofde God. Er werd niets van hem gevraagd; er werd een belofte gedaan. Hij kon niets 'werken', want er werd niets van hem gevraagd. Hij kreeg een belofte, en wat kun je met een belofte anders doen dan alleen maar zeggen: "Ja, als U het zegt, dan zal het wel zo zijn. Amen!"

Dat is wat Abraham deed. In Genesis 15 vers 6 staat het, en het wordt nogal eens aangehaald: "Abraham geloofde de HERE en het werd hem tot gerechtigheid gerekend." Dat wil zeggen: voor God was hij een rechtvaardige. Waarom? Omdat hij bouwde op Zijn Woord, op Zijn belofte. Niet omdat het zo’n vrome man was. Van Jakob kun je dat in ieder geval ook niet zeggen. En daarom ben ik zo blij dat ik de God van Jakob tot mijn hulp heb. Dan denk ik: in dat gezelschap durf ik me nog wel te voegen. Ziet u? De Here heeft de rechtvaardigen lief; dat wil zeggen degenen die Hij rechtvaardig rekent omdat ze Hem gewoon op Zijn Woord nemen. De Here behoedt de vreemdelingen; de wees en de weduwe houdt Hij staande, maar de weg van de goddelozen maakt Hij krom.

De Heere Is Koning voor Eeuwig ↑ hoofdstukken

En nu zou je je de vraag kunnen stellen: waar gaat dit nu eigenlijk over? Gewoon heel letterlijk ook. Natuurlijk kun je de toepassing direct naar ons maken, maar ik geloof dat het tiende vers het antwoord geeft. Al deze dingen die hier gezegd worden over de vreemdelingen die Hij behoedt en de wezen en de weduwen die Hij staande houdt, en de weg van de goddelozen die Hij krom maakt — doet Hij dat nu? Nee. In de concrete, letterlijke zin van het woord gaan deze woorden niet over de tegenwoordige tijd. Er zijn nog te veel blinden, ook letterlijk, in deze wereld, en te veel hongerigen.

Wanneer gaan deze woorden dan wel in vervulling? Dat staat in vers 10: "De Heere is Koning voor eeuwig." Met andere woorden: wanneer zullen deze woorden waar worden en waarheid blijken? Als de Heere Koning wordt. Er staat bij: "Uw God, o Sion, is van geslacht tot geslacht. Halleluja!" Ja, dat is het einde van de psalm. Deze psalm en deze woorden over de Heere die de hongerigen zal voeden, de blinden de ogen zal openen en het zal opnemen voor wees en weduwe, worden niet in deze tijd gerealiseerd. Ja, u zegt: "Politici beloven dat toch?" Dan zeg ik: ze zijn ook veelbelovend, maar daar blijft het bij. Dat is de ellende.

Maar deze woorden gaan letterlijk in vervulling wanneer de Heere Koning zal worden in Sion. Inderdaad, die plaats wordt hier ook nog bij genoemd: "De Heere is Koning voor eeuwig. Uw God, o Sion, is van geslacht tot geslacht." En als Hij straks zal komen en Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg — ik wijs daar expliciet op, want ik verwijs nu naar Zacharia 14 — dan lees je inderdaad dat de Heere straks zal verschijnen en een einde zal maken aan duizenden jaren menselijk getop. Dan breekt de dag aan van Hem, de dag des Heren. Dan zal Hij Koning worden, letterlijk in Jeruzalem, daar in het Midden-Oosten waar nu nog zoveel gedoe om is en waar de hele wereldpolitiek over struikelt en zich in verslikt. Het is een steen die de natiën moeten heffen, om met de woorden van Zacharia te spreken, maar ze verwonden zich deerlijk.

Van die stad lees je dat de Heere daar Koning zal worden. Dat staat er. De Heere zal Koning worden als Hij straks present zal zijn. Dan zal Hij inderdaad het koningshuis van David weer gaan herstellen en daar zal de Messias heersen. De Heere zal Koning worden over de hele aarde, niet alleen over Israël, maar over alle natiën. U leest het allemaal in dat bewuste hoofdstuk waar ik naar verwijs: te dien dage zal de Heere de enige zijn en Zijn naam de enige. Daarom vinden die woorden uit Psalm 146 hun vervulling wanneer de Heere Koning zal worden over deze hele aarde. Dan zal dat ook heel concreet, allemaal stuk voor stuk, waarheid zijn.

Ondertussen is het zover nog niet — het duurt niet lang meer voor die dag gaat aanbreken — maar dat neemt niet weg dat wij zingen. En dat doe ik letterlijk: wij zingen gewoon het lied van Jacobs God. "Zalig hij die in dit leven Jacobs God ter hulpe heeft." Wij zingen het op de vrolijke manier. Er zijn twee versies in omloop: eentje in mineur en eentje in majeur. Ik geef de voorkeur aan de majeur. "Zalig hij die in dit leven Jacobs God ter hulpe heeft, hij die door de nood gedreven zich tot Hem om troost begeeft."

Ik heb hem vroeger op school al moeten leren en we zongen hem in de kerk ook zo vaak. "Hij die door de nood gedreven zich tot Hem om troost begeeft, die zijn hoop in 't hachelijk slot, als de zon is ondergaan — alles is puur duisternis, letterlijk en figuurlijk." Wel, tot wie zou je je anders begeven? En dan geeft Hij Zijn Woord, Zijn pure belofte. Daarop mag je steunen, daarvan mag je uitgaan. Gelukkig hij die in dit leven... Zullen we dat lied zingen met elkaar?

🎧 Jakobs God
Delen: