GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Melk & Vaste Spijs

03-02-2013 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie van samenkomst gehouden op 3 februari 2013 in EH-Rotterdam

Gedurende de eerste fase van ons leven, groeien we door moedermelk. Dat is prima maar het is uiteraard de bedoeling dat we na enige tijd toe zijn aan vast voedsel. In de Korinthe- en Hebreeën-brief worden deze stadia vergeleken met de geestelijke ontwikkeling van gelovigen. Waar staan ‘melk’ en ‘vaste spijze’ voor? En wat betekent dit in de praktijk?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt het contrast tussen geestelijke melk en vaste spijs, waarbij melk staat voor de basale evangelieboodschap van Christus' dood en opstanding. Vaste spijs verwijst naar de verborgen wijsheid en diepere typologische betekenissen in de Schriften, bedoeld voor volwassen gelovigen. De spreker legt uit dat geestelijk zijn niet zweverig is, maar betekent dat men het door God gegeven verstand gebruikt om de dingen te onderscheiden. Door Gods woord diepgaand te bestuderen, wordt de gelovige uitgetild boven aardse problemen en leert men alles te relativeren in het licht van Gods toekomstige heerlijkheid.

“Maar waar je echt mee gediend bent, is als je boven de problemen uitgetild wordt. Als je met recht op de hoogte gesteld wordt en vast voedsel krijgt, zodat je over de dingen heen kunt kijken.”

Melk en het Abc van de Evangelieboodschap ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen, vrienden. Het is goed om u hier te mogen treffen. Ik wil vanmorgen heel graag eens naar dat Schriftgedeelte toegaan wat we zojuist met elkaar hebben gelezen of gehoord. Daarbij wil ik met name de aandacht vragen voor het eerste gedeelte uit 1 Korinthe 3. Daar ging het over melk en vaste spijs. Uiteraard gebruik ik dat als metafoor; we gaan het vanmorgen niet hebben over voeding an sich of over het nut van melk, want ook dat staat altijd sterk ter discussie. Als ik het vanmorgen over melk heb, dan heb ik het niet over de melk die je bij de broodmaaltijd drinkt, met een glas melk erbij. Nee, wanneer Paulus in 1 Korinthe daarover spreekt – en trouwens ook de schrijver van de Hebreeënbrief – dan gaat het over moedermelk. Melk uit de borst of uit de fles; in elk geval melk voor een zuigeling dus.

Laten we meteen eens naar dat gedeelte in 1 Korinthe 3 toegaan. U moet zich voorstellen dat Paulus nog maar een paar jaar tevoren – hoeveel precies is niet helemaal duidelijk, maar dat zal niet veel meer geweest zijn dan twee of drie jaar daarvoor – in Korinthe het geweldige goede bericht over Christus Jezus had doorgegeven. Hij sprak over Hem die volgens de profetieën de beloofde Messias is. Hij beantwoordde volledig aan het profiel dat de Schriften tevoren van Hem hadden gegeven. Welnu, Hij heeft Zijn leven gegeven. Hij stierf, en Paulus heeft dat allemaal aan de Korintiërs uitgelegd. Het is een lange brief waarin hij het ABC uitlegt van de boodschap die hij daar gebracht had.

In eerste instantie had hij in de synagoge gesproken en had hij vanuit de Schriften bewezen dat Jezus de Christus is. We lezen ook in Handelingen dat hij dat op die manier in Korinthe gedaan had. Hij heeft de boodschap gebracht van Jezus die stierf en werd begraven naar de Schriften, alles zoals voorzegd is. En daar gaat uiteraard de boodschap over: dat Hij is opgewekt uit de doden op de derde dag, naar de Schriften. Ik citeer nu vrijwel letterlijk het vijftiende hoofdstuk uit deze zelfde brief.

Dat is het evangelie: een hele eenvoudige boodschap. Het gaat over een Persoon, niet over een filosofie, niet over een wet en niet over wat je moet doen, maar over wat er gebeurd is. Het is met recht een bericht, een mededeling. Wat kun je met een mededeling? Daar kun je maar één ding mee doen en dat is: geloven. Een mededeling kun je niet 'doen'; het is namelijk een gegeven. Dat is precies wat de boodschap was die de apostel Paulus daar in Korinthe had doorgegeven. Hij was een heraut; hij had een bericht doorgegeven: Christus Jezus is opgestaan uit de doden! Hij is de Overwinnaar, met alle consequenties van dien. Er is nieuw leven, de steen is weggerold en wij mogen nu al in nieuwheid des levens wandelen.

In 1 Korinthe 15 legt hij dat trouwens ook uit. Paulus neemt een enorme lange aanloop voordat hij eigenlijk bij zijn punt komt. In hoofdstuk 15 gaat hij spreken over de consequenties van de opstanding en dat eens de dood ook werkelijk tenietgedaan zal worden. De dood is al overwonnen, maar we hebben nog even de tijd nodig, want pas als laatste vijand zal de dood tenietgedaan worden. Dan is er geen dood meer, en dat betekent dus dat allen zullen leven.

Dat zet hij allemaal uiteen in die Korinthebrief. Maar zoals gezegd: hij neemt een hele lange aanloop. Hij wilde zoveel aan de Korintiërs kwijt, maar de ondertoon in deze hoofdstukken is toch ook een beetje een klacht. Hij wilde veel kwijt, maar ze konden nog maar zo weinig verdragen. Nu ik dat zo gezegd heb.

Geestelijk Zijn Is Je Door God Gegeven Verstand Gebruiken ↑ hoofdstukken

Dan kan ik hier wel inhaken op wat we lezen in dat eerste vers van 1 Korinthe 3. Hij zegt: "En ik, broeders..." U moet zich het dus voorstellen: er zijn al twee hoofdstukken aan voorafgegaan. "En ik, broeders, kon niet tot u spreken als tot geestelijke mensen." "Als tot geestelijken" staat er eigenlijk letterlijk, wat een wat verwarrend woord is voor ons. Want ik houd eigenlijk niet zo van "geestelijken", omdat dat zo'n religieus of kerkelijk begrip is. Geestelijken, dat zijn de mensen die verheven zijn boven het volk, de scharen die de wet niet kennen; mensen die met een ambt rondlopen of zoiets. Dat zijn dan geestelijken, die misschien zelfs in een klooster thuishoren: de geestelijkheid, de clerus. Maar dat is totaal niet de gedachte. Daarom, als je zo'n woord leest – en trouwens, ik zal straks aan het einde van deze predicatie daar nog eventjes een alternatief voor weergeven – want met dat woord "geestelijkheid" is het, zoals gezegd, niet zo fijn.

Maar laten we eens kijken wat Paulus werkelijk bedoelt met dat begrip, even los van alle ballast waarmee wij het verstaan. Paulus had daar in het voorgaande hoofdstuk juist nog over gesproken. Toen had hij twee dingen tegenover elkaar gesteld – helaas komt het in de vertalingen niet altijd goed uit de verf – maar hij had gesproken over "geestelijk" en over "ziels". Geest- en zielmatigheid tegenover elkaar. En dan lees je in 1 Korinthe 2 vers 15 (ik zie dat er op de dia 1 vers 15 staat, maar dat moet 2 vers 15 zijn): "Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen." Het idee, en dat is iets wat als een rode draad door heel de brief heen loopt, is dat Paulus een heel sterk appèl doet op hun verstand. Je zou dat voor de aardigheid eens een keertje moeten optellen, hoe vaak hij dat zo zegt, maar vooral ook hoe hij inspeelt op die gedachte: gebruik je verstand.

Hij zegt in 1 Korinthe 10 tegen die Korinthiërs: "Ik spreek als tot verstandigen; beoordeelt u zelf wat ik zeg." Paulus legt geen wetten op aan die Korinthiërs. Sterker nog, hij zegt bij herhaling – in 1 Korinthe 6 al twee keer en dan in 1 Korinthe 10 ook nog eens een keertje – dat alle dingen geoorloofd zijn. Want ja, de ellende was daar in Korinthe: ze wilden graag weten waar ze aan toe waren. Wat mag nou wel en wat mag niet? Nou, daar was Paulus heel gauw klaar mee: alle dingen zijn geoorloofd. Dus dan hoeven we daar niet meer over te zeuren. Maar natuurlijk is dat niet het einde van het verhaal. Want als alles geoorloofd is, sta je alsnog voor een keuze: "Ja, maar wat moet ik dan doen?" Wel, zegt Paulus, het criterium daarvoor is heel eenvoudig. Wij zijn als gelovigen in de vrijheid geplaatst en er is één vraag die er voor ons toe doet: wat is nuttig?

Nuttig volgens wat dan? Nuttig voor wat, volgens welke criteria en met het oog op wat? Nou, dat legde hij ook uit. Hij zei: "Wat is nuttig? Wat verheerlijkt God? Wat maakt Zijn heerlijkheid duidelijk?" Dat is een criterium. Hij zegt ook: "Wat bouwt op?" Niet alles is nuttig, niet alles bouwt op. Wat tot opbouw is, niet alleen van jezelf maar vooral ook van de ander, dat is nuttig. Kijk, dat zijn zinvolle gedachten. Maar weet je wat je dan krijgt? Dan moet je ook zelf gaan nadenken. En dat is wat hij ook tegen die Korinthiërs zegt. Hij had de hele tijd tot hen gesproken als tot baby's, niet als tot geestelijke mensen die zelf hun geest gebruiken, hun verstand.

Een geestelijke – en nu ben ik weer even terug bij hoofdstuk 2 vers 15, wat u hier voor u ziet – de geestelijke mens beoordeelt alle dingen. Hij gebruikt hier een Grieks woord en dat is anakrino. Dat woord komt nog wel eens een keertje voor, maar ik wil op één plaats wijzen die toch wel heel erg interessant is in dit verband. Een geestelijke mens beoordeelt, dat wil zeggen: onderscheidt alle dingen. Die kan dingen inderdaad op hun merites beoordelen en daarover nadenken. In Handelingen 17 staat een tamelijk bekend vers waar hetzelfde Griekse woord wordt gebruikt, alleen wordt het daar anders vertaald met "nagingen". Maar het is hetzelfde Griekse woord. Ik wijs er even op om daarmee aan te geven wat een geestelijke mens is. Een geestelijke mens is niet iemand die... ja, wat voor ideeën kun je daar allemaal niet bij hebben? Ik gaf zojuist al allerlei kerkelijke en godsdienstige associaties. Misschien denkt u bij geestelijk wel aan iemand die een beetje zweeft ofzo. Ik bedoel niet letterlijk, maar gewoon iemand van wie we zeggen: die is heel zweverig. Is dat dan geestelijk?

Nou, in de praktijk blijkt, zoals Paulus dat ook in de Korinthebrief aangeeft, dat dit niet geestelijk is; dat is juist heel ziels. Als je op je emoties afgaat, dan is dat ziels. Geestelijk is juist iemand die nadenkt, die checkt, die beoordeelt en die onderscheidt waar het op aankomt. In Handelingen 17 vers 11 lees je over de Bereërs dat zij Paulus hadden aangehoord en dat zij voortreffelijker waren dan die in Thessalonica. En waarom? Wel, ze gingen dagelijks de Schriften na of deze dingen zo waren. Dat wil zeggen: zij beoordeelden de dingen. Zij dachten na en lieten hun denken daarover gaan. Kijk, en dat is wat geestelijk is. Iemand die checkt en de Schriften nagaat, dat is geestelijk. Dat is dus niet zweverig, dat is niet godsdienstig; dat is iemand die het door God gegeven verstand gebruikt. Want verstandig is in de Bijbel niet iemand die veel weet of veel verstand heeft, maar verstandig is degene die het verstand dat hij van God heeft daadwerkelijk ook gebruikt. Hij heeft ons niet voor niets een brein gegeven, het vermogen om te denken. De vraag is: gebruiken we dat ook? Paulus doet bij die Korinthiërs keer op keer een appèl daarop. Wel, een geestelijke mens beoordeelt de dingen. En dat was nou het punt bij die Korinthiërs. Paulus zegt: "En ik, broeders..." Hij spreekt ze aan als broeders, daar gaat het niet om. Maar hij zegt: "Ik kon niet tot u spreken als tot geestelijke mensen, mensen die zelf dingen kunnen beoordelen, maar slechts als tot vleselijke."

Elkaar Niet Vleeslijk Beoordelen, maar als een Nieuwe Schepping Zien ↑ hoofdstukken

Daar moet ik ook eventjes op ingaan. Kijk, laten we welwezen: vleselijk zijn wij allemaal. Wat u hier voor u ziet, is vlees. Ja, en vet. Nou ja, dat valt reuze mee hoor, al zeg ik het zelf. Maar dat is het punt niet. Wat vleselijk is, is niet...

Dat is trouwens in de tweede brief. Daar zegt Paulus dat wij allen leven in het vlees. Maar, zegt hij dan – en dat is een heel ander verband – wij trekken niet ten strijde naar het vlees. Kijk, en dat is precies het hele punt. Vlees zijn wij allemaal; stof, gewoon het materiaal waarmee we zijn opgebouwd. Maar vleselijk is iemand die naar het vlees lééft. Die het vlees – gewoon dat wat we zijn en wat we voelen, alle impulsen die we krijgen – als leidraad neemt in het leven.

Wij hebben hogere criteria. Iemand die naar het vlees leeft, is eigenlijk heel dierlijk: toegeven aan je instincten, aan je impulsen, et cetera. Nee, Paulus zegt: "Jullie zijn eigenlijk nog inderdaad... jullie zijn niet geestelijk." Dat wil zeggen: jullie beoordelen de dingen niet. En bovendien: "Jullie zijn vleselijk." Dat is in dit verband min of meer synoniem: mensen die naar het vlees leven, naar dat wat je ziet en wat je voelt. Is daar iets mis mee, met zien en voelen? Nee, helemaal niet. Maar dat is niet onze leidraad.

Ik wil u weer even meenemen naar de Korinthebrief, de tweede ditmaal: 2 Korinthe 5. Daar lees je in vers 16 wat Paulus zegt in een prachtige context, maar die laat ik nu even voor wat die is. "Zo kennen wij dan..." – dat is min of meer een conclusie. Het idee is: sinds Christus is gestorven voor alle mensen en de losprijs voor iedereen is betaald, en Hij is verrezen uit het graf, "zo kennen wij dan van nu aan niemand meer naar het vlees."

In wezen is dat wat een mens doet: elkaar kennen naar het vlees. Elkaar beoordelen op basis van wat je ziet en wat je vindt, en de bepaalde sympathieën of antipathieën die dat oproept. Het is allemaal heel logisch, ook heel vleselijk. En dat bedoel ik zonder er enig waardeoordeel aan toe te kennen; het is gewoon zoals het is. Iemand roept sympathie of antipathie op. Maar als je dáár je leidraad aan ontleent, dan is dat vleselijk.

Paulus zegt: zo leven wij niet. Wij beoordelen mensen ook niet op basis van het verleden. Juist in dit hoofdstuk, 2 Korinthe 5, had hij ook uitgelegd dat het verleden voorbij is. Dat telt niet meer. Wat er voor in de plaats is gekomen, is een toekomst. Als je dan even verder leest in vers 17: "Zo is dan, wie in Christus is, een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen." Nieuw leven, een nieuwe schepping.

Wat Paulus hier naar voren brengt, is: zo kennen wij elkaar. Zo kijken wij naar elkaar, naar onszelf en zelfs naar deze wereld. We beoordelen de ander niet op basis van het verleden of op basis van onze gevoelens, sympathieën of antipathieën. Nee, we beoordelen elkaar in het licht van the nieuwe schepping.

Dan wordt ineens alles totaal anders. Want de grap is: dan heb je weliswaar te maken met dezelfde realiteit – ik bedoel, we leven hier en nu, in 2013 – maar hoe kennen we elkaar? Hoe beoordelen we elkaar? Zien we elkaar in het licht van het verleden en van onze eigen indrukken, of zien we op grond van het Woord van God, van wat Hij heeft gesproken, elkaar als een nieuwe schepping? Dat wil zeggen: volmaakt.

Dan leef je in dezelfde wereld en toch in een compleet andere. Dan zie je elkaar als nieuwe mensen. Niet op basis van het verleden, maar zoals God rekent. God ziet ons nu al volmaakt; Hij weet namelijk wat wij straks zullen zijn, en zo rekent Hij nu al. Als je in geloof leeft, dan leef je niet naar het vlees. Wel in het vlees, maar niet naar het vlees.

Dan beoordeel je elkaar zoals God ons ziet en zoals Hij ons ook daadwerkelijk zal gaan maken. Zo rekent God met de ander, maar ook met mij. En zo mag ik het dus weten. Zoals Paulus zegt in Romeinen 6: "Zo laat het dan voor u vaststaan, reken ermee dat gij dood zijt voor de zonde en leef voor God in Christus Jezus." Onbekommerd. Nieuw leven. En weet je wat het is? Dan krijg je ook een compleet ander leven. Maar wellicht dat ik daar straks nog eventjes op terugkom.

Onmondigheid in de Ecclesia en de Noodzaak Om op te Groeien ↑ hoofdstukken

Ik ga nog even verder in dat eerste vers van 1 Korinthe 3. Paulus zegt: "Ik kon niet tot u spreken als tot geestelijke mensen, maar slechts als tot vleselijke." Nou, daar hadden we het al over: nog onmondigen in Christus. En nu komen we een beetje bij dat onderwerp waar we het over hadden, wat ik had aangekondigd: melk en vaste spijs. Onmondigen in Christus, dat zijn baby'tjes. Een onmondige, dat is een baby die nog volledige verzorging nodig heeft; een zuigeling. Ja, wat kun je nu van een zuigeling verwachten? We hebben zojuist nog weer een geboortebericht gehoord en wellicht dat de ouders daar heel anders over denken dan dat ik er nu over spreek, maar wat kan een baby nou? Er werd wel eens, en dat is misschien wat oneerbiedig gezegd, opgemerkt: wat een baby kan, dat is huilen en bevuilen. Het trekt een mond open en het begint te krijzen, en iedereen holt meteen om het dat kind maar naar de zin te maken. Daar is niet zoveel voor nodig, dat is waar.

Nou ja, dat zijn onmondigen. Ik zei al: wat heeft een kind nodig en wat doet een kind? Bevuilen; eigenlijk is dat ook de Korinthebrief als je leest wat daar allemaal speelde. Paulus geeft in deze brief antwoord op vragen die aan hem gesteld waren, waarschijnlijk via een brief – dat doet verder niet ter zake – maar hij geeft antwoorden op vragen. En die vragen leggen iets bloot, namelijk hoe daar in Korinthe gedacht werd. Nou, zegt hij: "Ik kan eigenlijk aan jullie niet kwijt wat ik graag zou willen vertellen, waar het werkelijk om gaat. Jullie zijn eigenlijk nog onmondigen." Er is veel gehuil, een heleboel gezeur ook. Normaal gesproken zou je zeggen: een onmondige is een onmondige. We zijn allemaal zo ter wereld gekomen en in die fase zijn we allemaal doorheen gegaan. Je bent een zuigeling geweest, maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat je zo blijft. Kijk, er is van de week weer in ons midden een baby geboren, maar het zou niet normaal zijn als die over een paar jaar nog steeds melk zou moeten drinken en nog steeds verschoond zou moeten worden. U begrijpt wat ik bedoel. Het is een normale fase, maar het is niet de bedoeling dat je daarin blijft hangen.

En dat is eigenlijk een beetje het onderliggende verwijt wat Paulus zo heel voorzichtig laat doorklinken in deze brief: is het nou eens geen tijd, mensen, dat we werkelijk volwassen worden? Jullie zijn nog steeds onmondig. Al die dingen die er spelen; ga maar eens na in de Korinthebrief. Er waren partijschappen, we hebben dat zojuist ook gelezen. De een zegt: "Ik ben van Paulus", de ander: "Ik ben van Petrus", en weer een ander: "Ik ben van Apollos." Dan zou je nog zeggen: Apollos zal wel waarschijnlijk met veel achting spreken over degenen die zeggen dat ze van Apollos zijn. Nee, nee, nee, het is gewoon kinderachtig gedrag. Gebruik je verstand! Die kwesties van hoererij die daar speelden in die stad Korinthe; dat was spreekwoordelijk een onzedelijke en een hele onbeteugelde stad. Er waren onderlinge rechtszaken, nijd en twist, wanorde in de samenkomsten. Nou, vandaar dat Paulus zegt: "Onmondigen in Christus."

En dan zegt hij in vers 2: "Melk heb ik u gegeven." Dat staat trouwens letterlijk in een tijdloze werkwoordsvorm: "Melk geef ik u", als feit, los van enig tijdsbegrip. En dat is dan interessant, want eigenlijk is deze Korinthebrief zelf gewoon melk. Melk en vaste spijs zijn een uitbeelding van het Woord van God, maar voor bepaalde stadia. Melk is voor kleine kinderen, voor zuigelingen. We hebben zojuist trouwens ook gelezen in Hebreeën 5: melk, dat zijn de eerste beginselen of de elementen, het ABC van de uitspraken van God. Dat is niet zo moeilijk, het is een hele eenvoudige metafoor. Daar begint het mee.

Paulus zegt: "Wat ik nu geef en wat ik jullie vertel in die Korinthebrief, is melk." Ik wil juist meer vertellen. En wat hij duidelijk maakt in deze brief – hij geeft antwoorden op de vragen, maar hij laat iedere keer merken als hij de verschillende kwesties aansnijdt die dan ter sprake waren gekomen – dan zegt hij: "Denk zelf! Beoordeel zelf wat ik zeg. Weet je dan niet waar het om gaat? Maak nou eens een keertje ernst ermee dat je volwassen wordt en niet steeds verzorging nodig hebt, huilt en bevuilt, maar dat je zelf gaat staan in de wereld." Zelfstandig; dat is toch wat volwassenheid is? Dat je zelf gewoon kan gaan staan, dat je niet meer opgetild hoeft te worden of gered moet worden. Nee, zelfstandig; dat is zo belangrijk.

Hij zegt: "Melk geef ik u, maar geen vast voedsel." Dat is wat ik jullie graag wil vertellen als jullie geestelijke mensen waren en als jullie zelf konden nadenken. "Want gij kondt dat nog niet verdragen. Ja, dat kunt gij ook nu nog niet." Vandaar dus de inhoud van de brief. En in die brief zegt hij dus iedere keer: "Denk zelf. Wees je bewust van." Een van de dingen die Paulus ook iedere keer in deze brief zegt, is: "Weet gij dan niet dat...?" Ja, melk heb ik u gegeven, geen vast voedsel.

En dan zegt hij in het volgende vers: "Want gij zijt nog vleselijk." Nou, daar hadden we het al over. Maar hoezo dan? Nou, want als er onder u nijd en twist is, zijt gij dan niet vleselijk? Ja, precies. Maar daar hadden we het eigenlijk al over. Als je elkaar beoordeelt puur op basis van gevoelens, indrukken, sympathie, antipathie, eens of oneens, of op het verleden ("Weet je wat hij allemaal op zijn kerfstok heeft? Die deugt niet!"), nou, dat is vleselijk. Als er onder u nijd en twist is, en partijschappen, dan zegt hij: "Zijt gij dan niet vleselijk?" Iedere keer als ik het woord zeg, dan klinkt het als "vreselijk", maar dat maakt eigenlijk ook niet zoveel verschil. Zijt gij dan niet vreselijk? Ja, ongeveer wel ja.

"En leeft gij niet als onveranderde mensen?" Nou, dat woordje "onveranderd" staat er eigenlijk niet; er staat letterlijk: "Wandelen jullie dan niet naar de mens?" Het is heel menselijk, ja, maar dat bedoelt hij hier niet positief. Dan wandelen jullie zoals alle mensen wandelen als jullie zo naar elkaar toe zijn binnen de Ecclesia. Want die Ecclesia was een aantal jaren daarvoor ontstaan. Het was niet een Ebenezer, het was een kleine gemeente die kwam samen in een huis, maar er speelde al zoveel en er was zoveel nijd en zoveel twist. Paulus zegt dan: "Dit is kinderachtig." Kinderachtig, niet kinderlijk. Van kinderen mag je kinderlijk gedrag verwachten, maar als je op een gegeven ogenblik groter wordt, dan gaan we het woord "kinderachtig" gebruiken. Dat wil zeggen: je mag nu toch inmiddels wel eens een keertje even zelf nadenken.

Zelfstandig zijn en worden. Wat zij deden, was dat zij zich totaal niet van hun identiteit bewust waren. Wat Paulus had verteld – het ABC – daar hadden ze niet de consequenties van getrokken. Een nieuwe schepping; er is zoveel. En nou gaan we dan toch uiteindelijk...

Vaste Spijs en de Verborgen Wijsheid van God in de Schriften ↑ hoofdstukken

Even naar dat andere onderdeel van het thema, want ik heb het tot dusver vooral gehad over melk. Maar dan moeten we het ook eens hebben over dat vaste voedsel. Wat is dat nou, vaste spijs? Ook daar had Paulus al een hint naar gegeven in het voorgaande gedeelte. In 1 Korinthe 2 lees je dat Paulus aan hen schrijft: "Wij spreken wijsheid." Daar in Korinthe, dat vlakbij Athene lag, werd heel erg hoog opgegeven over wijsheid en filosofie. De woorden die wij daarvoor gebruiken komen ook nog steeds rechtstreeks uit die contreien. Filosofie is gewoon een Grieks woord. Maar Paulus veegt de vloer aan met de wijsheid van deze wereld. Dat stelt niets voor; sterker nog, hij zegt dat het dwaasheid is voor God. Waar de wereld op haar tenen moet gaan staan en aan haar plafond zit, nou, dat is Gods vloer. Daar begint God. Dat is van een compleet andere orde.

Paulus zegt: ik wil wel graag over wijsheid praten, maar dat is nou juist het punt: dat kan ik bij jullie niet kwijt. Toch spreken wij wijsheid bij hen die daarvoor rijp zijn. Letterlijk staat er: die daarvoor volwassen zijn. Aha, volwassen, vaste spijs, volgroeid. Maar, zegt hij dan even verder in het volgende vers: "Wat wij spreken als een geheimenis is de verborgen wijsheid Gods." Kijk, daar wilde Paulus naartoe. En zoals gezegd, dat kon hij juist niet aan hen kwijt. Hij kon niet tot hen als tot geestelijke mensen spreken. Ze zaten nog zoveel in de ellende van het vlees. Dat bestaan waarin zij leefden, was inderdaad bevuild met nijd, twist en al die toestanden. En Paulus zei: word volwassen, want dan kunnen we het namelijk gaan hebben over zaken die er werkelijk toe doen.

Want dat is vaste spijs, dat is echt voedsel. Natuurlijk moet je daar even op kauwen, dat is het grote verschil. Melk is wel heel erg makkelijk, dat is pap; dat is hap, slik, weg. We leven trouwens ook echt in een pap-tijdperk. Met internet en alles is het allemaal hapklaar. Dat je over dingen moet nadenken, overwegen en mediteren: hoe zit dat? Het is allemaal heel vluchtig. Er staat ons gigantisch veel informatie ter beschikking, maar het staat allemaal op een server of op een harde schijf; het zit niet meer hier. Je kunt er zo bij, maar we leven echt in een zeer oppervlakkige tijd. Leerkrachten klagen er ook over dat de aandacht niet vast te houden is. Als je na één of twee minuten niet alweer iets spectaculairs gedaan of gezegd hebt, dan is de aandacht alweer weg. Dat is veel sterker dan vroeger.

Ik ga nu niet oudbollig klagen over hoe dat nu allemaal is, want ik ben ontzettend blij met internet. Er is bijna niemand die er zo actief op is als ikzelf, mag ik wel zeggen. Maar daar gaat het nu niet om. Het heeft het gevaar van oppervlakkigheid in zich, waardoor je die verborgen wijsheid waar Paulus over wilde spreken niet pakt. Vaste spijs moet je op kauwen, dat is niet hap-slik-weg. Het kost wat langer tijd voordat het allemaal verteerd is en voordat het zijn werk heeft gedaan. Dat kost tijd, maar dan hebben we het ook echt over iets. En dat is wat Paulus juist wilde vertellen. Hij wilde spreken over verborgenheden, de wijsheid van God die verborgen ligt.

En waar dan? Nou, verborgen in de Schriften, in ieder geval. Want er ligt zo enorm veel onder de oppervlakte van de Schrift. Wij zeggen dan meestal: dat is typologie. Laten we dan meteen maar even de koe bij de horens vatten en naar Hebreeën 5 gaan. Weliswaar gaat het daar niet in de eerste plaats over ditzelfde, maar ik wil dat gedeelte erbij betrekken omdat er twee passages in het Nieuwe Testament zijn die het onderwerp van melk en vaste spijs aan de orde stellen als metafoor van geestelijk voedsel en van de verschillende stadia waarin je komt in je ontwikkeling.

En dan zegt de schrijver over hem — en het ging hier over Melchizedek, dat ligt me nog vers in het geheugen omdat ik daar juist vorige week nog een Bijbelstudie over heb gegeven — dat is een geweldig onderwerp, dat kan ik u vertellen. Moet je nagaan, Melchizedek komen we in de geschiedenis in het Oude Testament eigenlijk maar één keer tegen, in Genesis 14. Slechts drie verzen worden aan hem besteed en bijna niets wordt van hem gezegd, behalve dat hij koning-priester was in Salem. Ik zou haast in de verleiding komen om nu over Melchizedek te gaan praten. Maar over hem, zegt de Hebreeënbriefschrijver, hebben wij veel te zeggen. Nou, dat kan ik wel beamen als je daar eenmaal aan geroken hebt, mensen, dat is geweldig.

Want kijk, als je het gewoon oppervlakkig leest, kom je iets tegen dat misschien wat vragen oproept. Maar als je onder de oppervlakte gaat kijken, dan zie je daar geweldige perspectieven. Niet alleen perspectieven, maar er worden ook structuren zichtbaar die zo uniek zijn aan de Schrift en die ook meteen de goddelijke oorsprong van de Schrift bewijzen. Als je die dingen gaat verstaan, dan wordt de Bijbel ook werkelijk de Heilige Schriften; dat wil zeggen: het zijn de woorden van God. Want dit kan geen mens bedenken. Het verraadt zo'n geweldig goddelijk design.

De Hebreeënbriefschrijver, die anoniem is in de brief — wat we maar zullen eerbiedigen — zegt: "Over hem hebben wij veel te zeggen, maar het is moeilijk uit te leggen, omdat gij traag zijt geworden in het horen." Nou, bij die Hebreeën speelde er nog weer iets heel anders, maar daar zullen we het nu maar niet over hebben. In elk geval zegt de schrijver: ik heb veel over hem te vertellen. Hij gaat dat trouwens ook doen hoor; heel hoofdstuk 7 van deze brief gaat over Melchizedek en over de enorme betekenis van hoe hij een type is van de levende, opgestane Messias, de Koning der gerechtigheid die ook Koning is, maar ook Priester. Dus hij gaat er daadwerkelijk veel over zeggen. Maar hij zegt: het is moeilijk uit te leggen. Dat wil zeggen: je moet erop kauwen. Het was niet zo dat de schrijver moeite had om het duidelijk te maken, maar het publiek was er niet aan toe. "Jullie zijn traag geworden." Dat is helemaal erg trouwens. Niet: "jullie zijn nog traag", maar: "jullie zijn traag geworden." Dat is dus echt kinderachtig in dit verband.

Ik lees verder in vers 12: "Want hoewel gij naar de tijd gerekend leraars behoordet te zijn..." Hij zegt: jullie hebben al zo lang onderwijs gekregen, jullie zouden normaal gesproken zelf in staat moeten zijn om dat wat je geleerd hebt door te geven. Maar hij zegt: "Gij hebt het weer nodig dat men u de eerste beginselen, de elementen, het ABC van de uitspraken van God leert." Dan weten we meteen ook wat melk is, want er staat vervolgens achter: "En gij hebt nog melk nodig." Alsjeblieft, dat is melk: het ABC. Natuurlijk begint het daarmee. En de ellende met die Hebreeën was dat ze weer in een zodanige staat waren dat ze weer gewoon melk moesten krijgen. Kennelijk waren ze het vergeten, want mensen zijn vaak vergeetachtig en worden afgeleid door dingen. Maar Paulus zegt: ik wil jullie zo graag vertellen over de dingen die verborgen liggen, de verborgen wijsheid van God.

Op de Hoogte Gesteld Worden en de Dingen Relativeren (geestig Zijn) ↑ hoofdstukken

Ja, dan word je met recht op de hoogte gesteld. Dan ga je niet zweven, maar je komt wel... nou ja, misschien wel zweven, dat weet ik even niet. We hebben het woord zojuist ook gebruikt in het lied. In die zin is het normaal, want ik houd ervan om graag beide benen op de grond te houden. Dat wel, maar met mijn hoofd in de wolken, daar houd ik ook wel van. Dat je over de dingen heen kunt kijken; dat is toch wat er gebeurt als je op hoogte gesteld wordt.

Weet je wat je ook krijgt? Als je op een hoogte gesteld wordt, dan kun je niet alleen over de dingen heen kijken, maar je hebt dan ook een geweldig uitzicht. Dat is zo praktisch en dat blijkt ook die vaste spijs te zijn waar Paulus het over heeft en de schrijver van de Hebreeënbrief. Dat is de verborgen wijsheid van God, wat je leven zo'n enorme inhoud geeft. Wat misschien wat moeilijker is om tot je te nemen, omdat erover nagedacht moet worden, maar dat is zo geweldig en het is ook zo praktisch.

Ik heb dat al zo vaak gehoord: als je in Bijbelstudies zegt dat het wel praktisch moet zijn, dan bedoelen ze meestal dat het 'melk' moet wezen. Maar vaste spijs is juist zeer praktisch. Dan ga je voorbij aan de problematiek die mensen hebben, maar je krijgt antwoorden op vragen die je misschien niet eens gesteld hebt, waarbij je zulke geweldige dingen hoort die je problemen doen vergeten. Je wordt er gewoon bovenuit getild.

Kijk, want het is prachtig natuurlijk als je problemen worden opgelost. Maar weet je wat nog veel mooier is? Problemen zijn er namelijk altijd wel; als de ene is opgelost, dan dient de andere zich alweer aan. Ja, zo is het toch? Maar waar je echt mee gediend bent, is als je boven de problemen uitgetild wordt. Als je met recht op de hoogte gesteld wordt en vast voedsel krijgt, zodat je over de dingen heen kunt kijken. Zodat je de dingen in de toekomst kunt zien en Gods kijk gaat krijgen.

En dan ga je trouwens ook lachen. Dat is het laatste wat ik er graag over wil zeggen in dit verband, want ik had u beloofd nog een alternatief te geven voor dat woord 'geestelijk'. Nou, hier hebt u hem dan: geestig. Dat zeg ik niet om lollig te doen. Geestig is namelijk niet lollig; geestig is wat inhoud heeft. Maar het leert je ook, zeker in verband met die vaste spijs en als je op de hoogte gesteld wordt. Als je weet waar het werkelijk om gaat, dan leer je relativeren.

Zo gaat het toch? Als je op een hoogte gesteld wordt en je kijkt naar beneden, dan worden ineens die problemen enzovoort... het is allemaal hetzelfde gebleven, maar het wordt ineens allemaal heel veel kleiner. Het gaat er niet om iets te bagatelliseren of te klein neer te zetten, maar het is wel zo dat je het in het grote geheel gaat zien. En dat is wat vaste spijs doet. Vaste spijs is voor volwassenen; mensen die zelf kunnen staan in het leven en die niet zomaar meer ondersteboven zijn van de ontwikkelingen als ze heen en weer geslingerd worden door allerlei wind van leer. Dat is trouwens Efeze 4, daar gaat het ook over onmondigen, maar dat even terzijde.

Geestig betekent dat je leert relativeren. Een ander woord daarvoor is humor, maar humor is eigenlijk niets anders dan de dingen relativeren. Dat je erbovenuit getild wordt en dan gaat lachen, of in ieder geval glimlachen. De dingen worden dan allemaal wat relatiever. Relativeren betekent ook: je brengt het in relatie met. Ja, de mensen in de wereld, hoe kunnen die relativeren? Als dit het enige bestaan is wat we hebben, dan valt er weinig aan te relativeren, want dan is dat eigenlijk absoluut.

Maar wij, die op de hoogte gesteld zijn, die een nieuwe schepping kennen en Gods woord kennen, wij weten dat dit leven en dit bestaan hier slechts een zandkorreltje is aan een eindeloos strand. Ja, dan ga je het toch echt relativeren hoor. En het gaat er niet alleen om dat je dat belijdt of dat je dat weet, want daar heb je nog niets aan. Nee, het gaat erom dat je het gaat beseffen. Je realiseren, en dan ga je dingen inderdaad relativeren.

Precies zoals Paulus dat in Romeinen 8 ook doet. Dan zegt hij: "Wij weten..." Er valt niet zoveel te voelen daar, hoor. Als het gaat om de woorden Gods, dan begint het met weten. En dan vervolgens beseffen dat de ogen van het hart verlicht worden, zodat je het gaat zien. Wij weten dat het lijden van de tegenwoordige tijd — en dat is erg, wat er allemaal op iemands bordje kan komen — op een weegschaal gelegd moet worden. Zo doet Paulus dat ook in Romeinen 8. Leg al het lijden van de tegenwoordige tijd, van al die miljarden mensen, eens aan één kant op de weegschaal. Dan zegt hij: "Het lijden van de tegenwoordige tijd is niet waard vergeleken te worden" — zo staat het er letterlijk — "met de heerlijkheid die straks over ons geopenbaard gaat worden."

Al dat zware lijden moet je niet kleineren, nee, maar kleineer vooral niet de heerlijkheid die geopenbaard gaat worden! Want als je het op een weegschaal legt, dan is het geen vergelijk; dat lijden is dan peanuts in relatie tot die heerlijkheid die geopenbaard gaat worden. Kijk, dat is vast voedsel. Dat heeft te maken met waar ik het over had: dat zijn de verborgenheden in de Schriften. Dat ligt allemaal niet zomaar voor het oprapen; je moet er misschien op kauwen, maar het maakt je volwassen. Het leert je te staan en het leert je ook de dingen te relativeren. Kortom, je wordt inderdaad geestig. En dat vind ik nog veel mooier dan geestelijk.

Zullen we een lied zingen met elkaar? Dank u wel.

🎧 Melk & Vaste Spijs
Delen: