GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Mannelijk & Vrouwelijk

20-03-2016 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 20 maart 2016 in EH-Rotterdam.

In Romeinen 1 schrijft Paulus over de erkenning van de Schepper-GOD. Miskenning daarvan verijdelt het menselijk denkvermogen: alle redeneringen leiden per definitie tot niets. Bovendien wordt het duister in het onverstandig hart en de mens degradeert tot een beest. Ook het seksueel onderscheidingvermogen verdwijnt. Paulus legt een direct verband tussen enerzijds de verhouding Schepper-schepping en anderzijds de verhouding mannelijk-vrouwelijk. Maar wat en hoe is de connectie tussen beiden? En wat betekent dat?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De begrippen mannelijk en vrouwelijk overstijgen de ethiek en weerspiegelen fundamenteel de relatie tussen de Schepper en de schepping. Wanneer de mens God niet als de Schepper erkent, ontstaat er een geestelijke duisternis die leidt tot seksuele desoriëntatie. Wordt God wel erkend als de soevereine Beschikker, dan ontstaat er inzicht in de typologie waarin de man de Schepper afbeeldt en de vrouw de schepping. Zoals de schepping voortkomt uit en de heerlijkheid weerspiegelt van de Schepper, zo verhoudt de vrouw zich tot de man. Uiteindelijk bevindt de schepping zich daardoor in de blijde verwachting van een naderende verlossing.

“Als je geen idee hebt van wat je identiteit is als schepsel, als creatuur, dan zal je ook niet meer begrijpen wat je identiteit is seksueel gezien.”

Inleiding: Mannelijk, Vrouwelijk en de Relatie Schepper-schepping ↑ hoofdstukken

Goedemorgen vrienden, ik wil u vanmorgen eens meenemen naar dat niet zo opbeurende zaakje, volgens mijn voorganger, en op mij rust de taak om het op te gaan vrolijken, hoewel ik dat niet in aanvang als mijn grote doel voor ogen heb gesteld. Maar ik zal u vertellen dat dit wel degelijk ook deel uitmaakt van een geweldige, blijde tijding.

Mannelijk en vrouwelijk heb ik als titel boven deze predicatie neergezet, zoals u hier ook ziet op het scherm. En dat is een onderwerp dat spannend is. Ik bedoel, er is een heleboel om te doen over dat seksenverschil. En iedereen herkent het. Iedereen heeft er zoveel mee te maken, want meer smaken zijn er niet. Je bent of mannelijk, of je bent vrouwelijk. Zo ben je ter wereld gekomen. Dat is je seksuele identiteit.

En er is natuurlijk heel veel om te doen in de maatschappij. Trouwens in de religie ook, in de kerk. En dan houdt men zich dikwijls ook vooral bezig met ethiek. Wat mag wel? Wat mag niet? Hoe hoort het? Hoe hoort het niet? En wat Paulus in dit gedeelte doet, is toch echt een paar spitten dieper gaan. En dat hij laat zien dat die begrippen mannelijk en vrouwelijk alles te maken hebben met de verhouding Schepper-schepping. Nou, dat wil ik u vanmorgen heel graag eens laten zien en ook wat de consequenties van dat inzicht, van dat besef zijn.

En dan haak ik aan bij vers 20, hoewel het een beetje lastig is, want dat begint dan met 'want'. Dat betekent dus dat er iets uitgelegd gaat worden wat in het voorgaande gezegd was. Maar dat is niet zo moeilijk om dat eventjes toe te lichten, want wat Paulus in het voorgaande naar voren had gebracht is dat iedereen kan weten dat er een God is, ondanks het feit dat God Zich niet laat zien. Hij is de onzienlijke God, zo wordt Hij ook genoemd. Maar het loutere feit dat Hij deze schepping gemaakt heeft, getuigt van een Schepper.

Nou, dat is wat hij dan vanaf vers 20 naar voren brengt. En dat moeten we eerst eventjes wat voor het voetlicht brengen, voordat ik bij het eigenlijke van mannelijk en vrouwelijk kom. Want ik wil u juist laten zien dat daar een directe relatie bestaat tussen het verstaan van Hem als de Schepper en dus ook je eigen identiteit verstaan als schepsel enerzijds, en het verstaan van je seksuele identiteit van wat mannelijk en vrouwelijk betekent. Want dat is hoogst onbekend.

God als Schepper Doorzien Vanuit Zijn Werken ↑ hoofdstukken

En dan zegt Paulus in vers 20: "Want hetgeen van Hem, mannelijk, God met een hoofdletter, niet gezien kan worden, namelijk Zijn eeuwige kracht..." Eigenlijk staat er Zijn ongeziene kracht, Zijn ongeziene vermogen en Zijn goddelijkheid. Ja, dat onttrekt zich helemaal aan onze waarneming. Jawel, zegt Paulus, maar dat wordt vanaf de schepping van de wereld uit Zijn werken met het verstand doorzien. Dat wil zeggen, iedereen die begiftigd is met intelligentie, een mens, wordt geacht te kunnen denken. Daarvoor hebben we een brein gekregen, nietwaar? En normaal gesproken is het zo dat als je verstand hebt, dan begrijp je dat daar een Schepper moet zijn. Dat heet dan met een mooi woord, dat blijkt ook uit, intelligent design. Dat wil zeggen, een heel intelligent ontwerp dat zich in alles van de schepping uit.

En of je nou het menselijk oog neemt, ik noem maar wat, of niet alleen het menselijke oog, het oog in het algemeen, of het gehoor. Of je neemt één enkele cel van een organisme, of dat nou plantaardig, dierlijk of menselijk is. Of je kijkt naar het grote geheel, de microkosmos. Alles in de schepping zit zo verschrikkelijk knap in elkaar. En hoe meer je je daarmee bezighoudt... Alleen een oogspecialist weet hoe enorm knap het is hoe dat oog in elkaar zit, want die kent de complexiteit ervan. En daarmee dus ook de intelligentie die er nodig is om dat allemaal te laten functioneren. En iemand die zich daar nooit mee bezig gehouden heeft, die denkt van: 'Nou ja, gewoon een oog.' Ja, maar hou je er eens mee bezig! Trouwens, daar hoef je niet eens een onderzoeker voor te zijn. Je stelt jezelf zulke vragen.

Afijn, ik heb dat plaatje er niet voor niks bij gezet. Je ziet een horloge en als je daarnaar kijkt, dan ja, je kent die horlogemaker niet. Je weet überhaupt niet eens of er een horlogemaker is. Maar het wordt met het verstand doorzien dat zo'n creatie verwijst naar een Schepper. Ongeacht of je Hem kent of niet. Je weet gewoon: daar is een Schepper. En dat wordt met het verstand doorzien. Een ontwerp getuigt van een ontwerper. Dat is de vanzelfsprekendheid die Paulus hier naar voren brengt.

Of ik zou het ook nog anders kunnen zeggen: God gelooft dus niet in atheïsten. Ja, meestal wordt het omgekeerd. Maar God gelooft niet in atheïsten. Er was trouwens vorige week, misschien mag ik er eventjes op ingaan, ik had een uitzending gezien via Uitzending Gemist van de EO. Dat was het programma Adieu God. En daarin was een interview met de bioloog Midas Dekkers. Die afficheert zich heel uitdrukkelijk als een atheïst. Maar weet u wat nou zo grappig was in die uitzending? Hij ging uitleggen waarom hij afstand had genomen van zijn katholieke verleden. En hij deed soms voor Thijs van den Brink, de presentator, wat schokkende uitspraken. Maar op een gegeven ogenblik kwam hij te spreken over zijn beide zussen die gehandicapt waren. En toen werd deze atheïst toch ineens boos op God. Ja, echt waar! Want toen zei hij, en je zag de emotie in zijn ogen: 'Als ik Hem...' Ik weet niet meer precies hoe hij het zei. 'Als ik Hem nog eens een keer in een achterafsteegje tegenkom...', nou, en hij was duidelijk verbolgen. Hij was boos op God. En dat vind ik wel leuk. Ik heb nog nooit iemand meegemaakt die boos is op een kabouter.

Hij weet gewoon, deze bioloog weet hoe knap alles in elkaar zit. Alleen hij noemt zich een atheïst omdat hij zoveel onvrede heeft met het godsbeeld wat hem vanuit zijn katholieke jeugd is bijgebracht. En ook het hele gegeven, hij vindt ook dat God er prutswerk van maakt. Dan heeft hij het over het lijden in de wereld enzovoort. Hij kan dat niet plaatsen en daarom heeft hij onvrede met God. En dan zegt hij, om daarmee te dealen ontkent hij Hem maar. Maar uiteindelijk, als het er echt op aankomt, bestaan er geen atheïsten. Als het echt gaat knijpen, als het echt moeilijk gaat worden, roepen ze Hem eens aan.

Want een mens weet dat. Een mens is gewoon onverbeterlijk religieus. Dat wil zeggen, hij weet gewoon diep in zijn hart dat er een God is. Een mens zoekt ook naar de zin van het bestaan. Alleen al het feit dat elk mens zoekt naar de zin van het bestaan, dat veronderstelt al dat hij gelooft en ervan uitgaat dat er een zin is, anders zoek je er niet naar toch? Maar als er een zin in het bestaan is, dan betekent dat dat er ook een Zingever is. Iemand die aan het begin staat en die je bedacht heeft. En die aan alles zin en betekenis en een doel toekent. Een mens zoekt dat. Daarom, je wil dat God er is, maar dat Hij ook werkelijk God is.

We moeten even doorgaan. Want vanaf de schepping van de wereld wordt Gods ongeziene kracht, Zijn vermogen en Zijn goddelijkheid gezien, namelijk in dat wat Hij maakt. In al Zijn maaksels zie je de Ontwerper terug. Als het ware de handtekening van God: 'Alsjeblieft, Ik ben er.' Ja, zodat geen mens een verontschuldiging heeft. Mensen weten dat, ze kunnen dat wegredeneren. Dat is gewoon ook de officiële filosofie die in de hele wereld heerst. Maar een mens weet het gewoon.

Immers, ik lees even gewoon door. Ik kan niet bij alle passages of bij alle tekstdelen al te uitgebreid ingaan. Omdat we naar het onderwerp toe moeten. Maar dit is de noodzakelijke inleiding. Immers, Paulus gaat nog wat nader toelichten. 'Hoewel zij de God kenden.' Ik heb een sterretje voor dat 'God' geschreven. Of eventjes erbij geplaatst. Waarom? Omdat er in het Grieks een bepaald lidwoord staat. Daar staat dus iedere keer 'de God'. En dat maakt het nog zoveel krachtiger. We hebben het niet over een God, alsof we er meerdere zouden hebben. Nee, Hij is juist God omdat Hij de enige is. Ik zeg altijd, als er meerdere goden zijn, of het er nou twee of drie of vijfhonderd zijn, dan moet zo'n God noodzakelijk Zijn macht en Zijn vermogen delen met de ander. Toch? Maar God is juist de God, omdat Hij niets hoeft te delen. Omdat Hij alles beschikt. Op het moment dat je meerdere goden hebt, heb je geen God meer dus eigenlijk. Dus eigenlijk is polytheïsme een vorm van atheïsme. Dat klinkt heel vreemd. Dat bedoel ik er eigenlijk ook mee te zeggen.

Hoewel zij God kenden. Elk mens weet dat God er is, diep in zijn hart voelt hij dat ook. Wil hij dat ook? Een mens kan niet eens anders leven. Diezelfde Midas Dekkers waar ik het zojuist over had, die zegt: 'Ja, ik heb een hele chagrijnige levensvisie.' Hij zegt: 'Want ik geloof dat alles zinloos is.' Daar kan geen mens mee leven natuurlijk. Je kan toch niet leven, je kan toch 's morgens niet opstaan met de gedachte van 'nou het heeft helemaal geen enkele betekenis'. Dat is echt deprimerend hoor. Dat is hem trouwens wel aan te zien ook. Nou, ik weet zeker dat als ik hem recht in zijn gezicht zou zeggen, dat hij het nog toe zou geven. Hij leeft in ieder geval in zekere zin nog consequent met zijn filosofie. Immers...

God Niet als God Verheerlijkt of Gedankt ↑ hoofdstukken

"Hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt." Dat wil zeggen, in het Grieks staat daar THEOS. Dat is afgeleid van een werkwoord dat 'stellen' of 'plaatsen' betekent. Het idee is: God is degene die alles op zijn plek zet. Een plaats geeft. Hij is de Beschikker. En het geweldige daarvan is dat alles wat plaatsvindt... ja, hoe vindt dat plaats? Omdat er een plaatser is. Dus God geeft het een plaats. Dat wil niet zeggen dat alles wat gebeurt Gods wil is, maar Hij geeft het wel een plek, een plaats. Hij is God. God als God verheerlijken, dat wil dus zeggen dat je moet weten wat het betekent dat Hij God is. Wel, Hij is de Beschikker, Degene die alles een plek geeft. Er gebeurt niets zonder dat het Zijn doel dient. De Here God heeft alles, staat er in Spreuken, gemaakt voor Zijn doel. Zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads.

Moet je dat kunnen rijmen? Moeten wij dat plaatsen? Mensen zeggen dan weleens: "Ja, ik moet het een plekje geven." Nou, begin er nu eens mee om God als God te erkennen, dat wil zeggen dat jij het namelijk geen plekje meer hoeft te geven. Hij is het die het een plaats geeft en er is niets wat zo helend is, wat zoveel vrede geeft als te weten dat Degene die alles onder controle heeft, de grote Regisseur, het een plek heeft gegeven. En al begrijp ik er helemaal geen snars van, laat ik het netjes zeggen: so what? Ik ga niet over het geheel. Ik ben God niet, ik ben maar een piepklein schepseltje.

"Hoewel ze God kenden, hebben ze Hem niet als God verheerlijkt of gedankt." Dat is gewoon de algemene teneur in de wereld. Dat was in de dagen van Paulus zo, en ik zou zeggen: neem gewoon een kijkje in Rotterdam anno 2016, of waar dan ook. Dit is de wereld. Mensen kennen God nog wel dikwijls, ze zijn religieus, maar ze kennen niet dé God en vereren Hem dus ook niet als Degene die alles plaatst. En daarmee geef je dus ook... er staat bij: "Hoewel ze God kenden, hebben ze Hem niet als God verheerlijkt of gedankt." Omdat Hij Degene is die alles plaatst, krijgt Hij en verdient Hij ook alle credits voor alles wat plaatsvindt. Let op: voor álles wat plaatsvindt. Goed en kwaad. Ja, als Hij God is, dan gaat Hij dus over alles. Hij vergist Zich niet. En weet u, dit gaat heel diep. Dat betekent dus dat alles wat plaatsvindt door Hem een plek gegeven wordt. Even slikken hoor. En wij zijn helemaal niet eens in staat om dat te beoordelen. Kijk, wij zijn piepkleine schepseltjes, creatuurtjes van die alomvattende God. En wij zouden weleens even God willen beoordelen als we Hem tegenkomen in de achterafsteegjes? Het is absurd! Wat verbeeld je je?

We kunnen helemaal niets beoordelen. We weten niet eens of we straks levend deze zaal uit gaan. Ik moest u even opbeuren vandaag. Nee, maar u begrijpt toch wat ik bedoel? We weten niet wat voor weer het morgen wordt. Ze hebben een idee. Ik had gisteren een gesprek met een grote ondernemer in de bloemenbranche. Hij had gesproken met mensen met veel knowhow over de ontwikkelingen en trends in de branche en hoe het er over vijf jaar uit zou zien. Hij zei: "Geen mens weet het." Ik bedoel, wij weten helemaal niets. We doen wel alsof we veel weten, maar we weten het eigenlijk niet. We weten niet waar we vandaan komen, we weten niet waar we naartoe gaan, tenminste in het algemeen. We zijn gewoon kleine schepseltjes.

En Gods werk is bovendien nog niet af. Dus hoe durven we Gods werk te beoordelen? Hebt u weleens een schilderij beoordeeld terwijl het nog gemaakt werd? Of een muziekstuk waarvan net een paar noten zijn neergezet, terwijl de componist nog bezig is? Als u dan zegt: "Nou, ik vind het niks", dan zou hij zeggen: "Waar heb jij verstand van? Ik ben nog lang niet klaar. Pas je oordeel toe aan het eind." Het rijmt aan het eind, zeggen we dan, niet daarvoor. Elk oordeel voordat het klaar is, is een vooroordeel. Dus hoe kunnen wij God beoordelen op wat er plaatsvindt? Hij, de grote Regisseur, weet wat Hij doet. Het is nog niet af.

God verdient de credits voor alles, goed en kwaad. Als je weet dat God God is, dan begrijp je ook dat Hij Zich niet vergist. Wij mensen vergissen ons, Hij niet. Hij maakt geen fouten. En weet je wat het geweldige daarvan is? Dan heb je vreugde. Dan ga je Hem danken. De dingen die plaatsvinden, goed en kwaad, komen uit Zijn hand. Hij beschikt dat, Hij geeft het een plek. Al begrijp ik het niet, so what? Hij begrijpt het. Hij maakt geen fouten en dus dank je Hem ervoor. Waarom? Hij is goed. Hij maakt geen fouten en dat betekent dat alles in goede handen is. Dan kun je Hem danken. En weet u wat het mooie daarvan is? Of ook het geweldige gevolg daarvan is? Je krijgt blijdschap in je hart. Het Griekse woord voor danken is eucharisteo. Denk aan het woordje eucharistie. Daar zit EU-CHARIS in, en dat betekent genade, maar eigenlijk vreugde. Als je blijdschap wilt hebben, dan moet je Hem danken. Maar dan moet je Hem ook danken als God, dé God.

"Hoewel ze God kenden, hebben ze Hem niet als God verheerlijkt of gedankt. Maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen." Letterlijk: zij werden verijdeld in hun redeneringen. Dan kun je een IQ hebben van hier tot Tokio en allerlei academische titels voor je naam hebben staan, het zegt allemaal niets als je uitgangspunt niet deugt. Dan kun je gewoon al je huiswerk helemaal opnieuw maken. De redeneringen lopen op niets uit. Het is leeg, vanitas, het is feitelijk gewoon flauwekul als je niet begint bij God, de Schepper. Als je Hem wegredeneert zoals de hele wereld dat doet, dan leidt dat tot niets. Het begin van wijsheid is de vreze des Heren: erkennen dat jij een schepseltje bent en Hij de grote Schepper. Daar begint het. Als je daar dus niet start, dan heb je een valse start gemaakt. Dus je uitgangspunt is niet goed. U weet hoe dat gaat met het maken van een som: dan kun je hem helemaal goed maken, maar als het begincijfer net niet goed is, dan heb je het helemaal fout. Je hebt op voorhand al fouten gemaakt.

Hun redeneringen zijn op niets uitgelopen. De ellende daarvan is niet alleen dat je rationeel compleet vastloopt en het helemaal niet begrijpt, maar het wordt bovendien duister in dat onverstandige hart. Wat is onverstandig? Als je niet begint bij het grote begin, namelijk jezelf erkennen als een schepseltje en Hem als de Schepper, dan gaat het donker worden. Dan gaat het licht uit, dan wordt het donker. Er is dan geen zin meer, er is geen begin en er is niemand die aan het einde zit. Om weer even de woorden van Midas Dekkers te gebruiken, ja ik ben nogal met hem bezig vanmorgen. Hij zei: "Er is niemand die op ons past." Nou, ik denk dat er wél Iemand is die op ons past en het geweldig onder controle heeft. Niet na te rekenen, dat is waar, dat is allemaal tot je dienst. Maar Hij past op ons, Hij heeft alles onder controle. En als je dat niet ziet, dan wordt het donker, heel duister en deprimerend in je onverstandige hart. Weet je wat trouwens ook het gevolg is als het duister wordt? Dan zie je de verschillen niet meer. Dan kun je hooguit nog een beetje contouren zien, maar de verschillen zie je niet meer. Dat is wat er gebeurt als het donker wordt. En dat is een aardig opstapje om anderen nog te zien: "Bewerende wijs te zijn..."

Wat op zich al erg eigenwijs is dus. Maar ook, het is precies in tegenspraak met de waarheid. Men denkt wijs te zijn. Men denkt veel te weten. De wereld van vandaag, men zegt ze weten veel. Maar het is niet een kwestie van men weet veel. Men kan veel. Net zoals toen in Babel. Niks is onmogelijk. Dat is waar. Men kan heel veel. Maar men weet niks. Nou ja, daar zal ik straks misschien wel op aangesproken worden, maar ten diepste weet je niks.

Bewerende wijs te zijn, zijn ze dwaas geworden. En dan sla ik eventjes een paar verzen over, gewoon om uit te komen bij dat onderwerp: mannelijk en vrouwelijk. Want let dan eens even op wat er dan staat.

Overgegeven aan Onreinheid en Hartstochten ↑ hoofdstukken

Er staat: daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven. Let op dat woordje, daarom. Daarom wil zeggen, dat betekent dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen het voorgaande en wat er nu gaat volgen. Men ziet de Schepper niet, en dus verstaat men zichzelf ook niet als schepping. En het gevolg daarvan is: daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven.

Let trouwens op dat er staat in hun hartstochten. Dat is passief. Ik vind het belangrijk, want de vertalers maken een uitglijder in de navolgende verzen. En ik heb trouwens ook gezien dat in andere vertalingen, vrije vertalingen, ook hier niet het woordje in gebruikt wordt, maar aan. En je zou zeggen: wat doet dat ter zake? Nou, dat is een groot verschil.

Het ene is namelijk: kijk, als God hen in hun hartstochten overgeeft of overlevert, dan laat Hij hen gewoon begaan zo. Het licht gaat uit en vervolgens, ja, wat er dan overblijft is een eigen hartstocht. Met Hem rekenen ze niet. En God laat hen daarin gaan. God doet daar niks tegen, Hij protesteert niet, staat niet met een spandoek of zo van de macht. Nee, wij gaan. Komen we maar achter. Dus het is niet actief dat Hij aan hun hartstochten overgeeft. Het is niet een handeling, het is juist het ontbreken van een handeling. Het is gewoon het laten begaan, dat is het idee.

Oké, daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid. Dat wil zeggen, ja het is zoals trouwens in het navolgende ook uitgelegd wordt, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt. Wat er dan vervolgens overblijft, is dat de mens niet meer clean denkt en ook niet meer clean handelt. Dat kan ook niet, want het lichaam, eigenlijk staat het in het meervoud, zodat de lichamen van hen onteerd worden. Ja, dat is dan de gedachte.

En weet u, op het moment dat God niet meer gekend wordt als dé God, ja wat ben jij dan als mens? Nou uiteindelijk niks anders dan een dier. Dat is trouwens ook de officiële filosofie hoor, die gewoon op de universiteiten wordt onderwezen. Wij zijn gewoon beesten. En dat is daarmee dus feitelijk, dat is je identiteit. We zijn eigenlijk veredelde apen. We zijn beesten, we zijn dieren. Ja, dat is een ontering.

En dat is trouwens ook een legitimatie. Dat wil zeggen, het is feitelijk ook een goedkeuring voor alle onreinheid en gewoon om je uit te leven. Want geen god, geen meester, dat zeiden ze bij de Franse Revolutie ooit al. Dat wil zeggen, wie zou dan de dingen bepalen? Het is toch allemaal zinloos. En je doet maar wat je doet. Maar dat betekent gewoon dat een mens ook met recht beestachtig wordt. Niet een dier, want daar is niks mis mee. Ik bedoel, een dier is een dier. Maar op het moment dat je je verlaagt, dan wordt het beestachtig. Nou, dat is wat een mens wordt. Als het licht uitgaat, als God niet meer als dé God gekend, verheerlijkt en gedankt wordt... Dan wordt het duister.

Ja, en het gevolg is onder andere ook dit. Immers staat er: zij immers hadden de waarheid Gods. Eigenlijk staat hier ook weer de waarheid van de God. Het gaat er dus niet om dat ze niet meer religieus zijn. Want er zijn velen religieus. Wel in iets hogers. Maar niet dé God kennen. Dat wil zeggen God als God verheerlijken en danken. Nou, als je die waarheid vervangt, ja en als je de waarheid vervangt, wat hou je dan over? Leugen. En het schepsel, staat daar, ze hebben immers de waarheid van de God vervangen — let op dat woord vervangen, want dat speelt een hoofdrol in deze verzen — door de leugen, en het schepsel vereerd en gediend boven, of eigenlijk staat er naast, de Schepper die te prijzen is.

Let trouwens even hierop. Het schepsel, dat is het schepsel of de schepping, dat is vrouwelijk. Want het woord hier is een vrouwelijk woord. Zoals God een mannelijk woord is. God is Hij. De feministische theologen zijn het er helemaal niet mee eens wat ik nu zeg. Maar we luisteren naar Paulus. We luisteren naar wat de Schrift zegt. Dat is gewoon zo evident. God is een Vader. Dat is niet zomaar. Wij noemen God niet Vader, zo wordt het wel eens voorgesteld. Wij noemen God Vader omdat wij kennen het begrip vaderschap en als metafoor projecteren we dat op God. Dan keer je precies de boel om. Weet u dat? Er staat letterlijk zo, dat zegt Paulus in de Efezebrief van Efeze 3 vers 14 geloof ik. Dan zegt hij: ik buig mijn knieën voor de Vader naar wie elk vaderschap in hemel en op aarde genoemd wordt. Letterlijk staat er: naar wie elk vaderschap genoemd wordt. Dat wil zeggen, ons vaderschap wat wij hier kennen is een projectie van het echte vaderschap. Hij is de Vader en dat wat wij hier kennen als vaderschap, dat is daar een beeld van. Het is dus niet omgekeerd. Ook daarin moet je de verhoudingen wel even in de gaten houden.

De Schepper Is Mannelijk, het Schepsel Is Vrouwelijk ↑ hoofdstukken

Het schepsel is vrouwelijk. Dus voor ons al niet vanzelfsprekend meer; wij denken wijs te zijn, maar dat weten we niet meer. We hebben geen idee meer van mannelijk en vrouwelijk en waar het van spreekt, en dat God, de Schepper, mannelijk is: de Vader. Ik kom er straks nog wat uitgebreider op terug, maar nu even dit.

Het schepsel is vrouwelijk, dat is in de Bijbel ook zo. De Bijbel zegt ook, de schepping is aan de ijdelheid onderworpen. Maar er staat ook, ze is in barensnood. Dat wil zeggen, ze is in verwachting. Ja, het is vrouwelijk. Dat is heel basaal. Als je dat verschil niet meer ziet, dan blijft de leugen over en het schepsel wordt dan vereerd en gediend. Dat wil zeggen, dat wordt eerbiedig vereerd, godsdienstig, boven de Schepper, naast de Schepper. En de Schepper, ja het is niet de schepster. De Schepper is mannelijk. Hij is de Schepper, Hij is God, en dat is belangrijk.

Paulus onderbreekt het nog even met een lofprijzing, want als je het hebt over de God, dan hebben we het echt over de grote, het begin, het einde. Degene die alles beschikt. Hij is te prijzen tot in de aionen. En Paulus zegt: Amen! Dat is de waarheid. In feite de enige waarheid. En al het andere, dat zijn allemaal voetnootjes nog, maar dit is de waarheid. Hij is de God. Als je dat weet, dan weet je alles. In principe weet je dan ook meer dan genoeg. Dan zijn je redeneringen zuiver, dan geef je Hem de credits, de eer, dan is er hier dank en daarmee ook vreugde, en dan ga je stralen. Want als het donker wordt, dan straal je niet meer. Dat is het punt.

Het is zo essentieel, en daarom: Hij is te prijzen tot in de aionen. Niet de eeuwigheid, maar de aionen: die wereldtijdperken die nog gaan komen.

En dan zegt Paulus ook hier opnieuw: 'Daarom', weer dat oorzakelijk verband, 'heeft God hen overgegeven aan schandelijke lusten.' En dat waren natuurlijk die verzen die niet zo opbeurend waren, waar zojuist Evert het ook nog over had, maar even dit nog: het is een oorzakelijk verband. Kijk, je leest in Genesis 1 vers 27, praten we over het eerste Bijbelhoofdstuk, dan lees je: "God schiep de mens naar zijn beeld". En wie zijn beeld is? Ja, dat moet u maar eens in het Nieuwe Testament lezen. Wie het beeld is van de onzienlijke God? Dat is Christus, hè, de Zoon van Gods liefde. Hij is het beeld en God had Hem voor ogen toen Hij ooit Adam schiep. Dus feitelijk, wie was er nou eerder?

God schiep de mens naar zijn beeld. Naar Gods beeld schiep Hij hem, staat er dan. Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen, met een 'n'. Christus is het beeld Gods, maar de man werd geschapen naar Gods beeld. En vervolgens de mens, de mens is mannelijk en vrouwelijk. Heel de natuur, heel de levende natuur zit met dat onderscheid. Overal zien we dat fenomeen: seksualiteit.

Maar de man werd geschapen naar Gods beeld. En Paulus in 1 Korinthe 11 gaat daar nog op in. Hij zegt dan: 'De man heeft het beeld en de heerlijkheid Gods. Maar de vrouw is de heerlijkheid van de man.' Ja, ik zeg een heleboel dingen vanmorgen, realiseer ik me nu, die je natuurlijk in het blad Opzij niet zult aantreffen. En bij het VOC ook niet, maar we hebben het nu over Bijbelse waarheden. Trouwens, als je bereid bent gewoon eerlijk over deze dingen na te denken, dan kan je toch ook niet ontkennen dat dit zo elementair en waar is.

Nog even dit, voordat ik daar nu mee doorga. Dit is dus de gedachte: de man is geschapen naar Gods beeld. En de vrouw is inderdaad een beeld van... als de man een beeld is van de Schepper, dan is de vrouw daarmee dus noodzakelijk een beeld van de schepping. Maar voordat ik dat nog even wat nader toelicht, eerst nog dit.

Die lastige verzen dan, zeggen ze dan. Maar weet u wel het probleem? Paulus gaat hier helemaal niet ageren tegen homoseks. Hij heeft het daar wel over. Maar het is niet een protest daartegen. Hij laat iets zien, namelijk dat als je het ene niet meer ziet, dan zie je het andere ook niet meer. Als je geen idee hebt van wat je identiteit is als schepsel, als creatuur, dan zal je ook niet meer begrijpen wat je identiteit is seksueel gezien. Dan zie je de verschillen niet meer. Het is donker geworden. Dan ben je gedesoriënteerd. Dan weet je niet meer wie jij bent en dus waar je op moet richten, op oriënteren. En dan zoek je het dus eigenlijk ook aan de verkeerde kant. En ik gebruik expres natuurlijk nu een nogal dubbelzinnige term. Dat is de relatie. Als je het ene niet ziet, zie je het andere ook niet meer.

Seksuele Desoriëntatie Door Geestelijke Afdwaling ↑ hoofdstukken

Daarom, zegt Paulus, heeft God hen overgegeven aan schandelijke lust. Eigenlijk ook hier weer niet "aan", maar "tot ín" hartstochten van oneer. Dus niet het woordje "aan". God doet daar niks tegen, Hij protesteert er zelfs niet tegen van: "Oké, in je denken ben je verduisterd, dan zul je dat in je lichaam en in je hele seksuele leven ook gaan ondervinden." Die desoriëntatie, dát is het.

Want, zegt Paulus dan, hun vrouwen – eigenlijk staat er hun vrouwelijken. De nadruk ligt dus juist op de seksuele identiteit. Hun vrouwelijken hebben de natuurlijke omgang, het natuurlijke gebruik vervangen door de tegennatuurlijke. Letterlijk staat er "naast-natuurlijk". En er is wel discussie over wat Paulus hier doet. In ieder geval, het natuurlijke gebruik is natuurlijk dat de vrouw zich richt op de man. Ik bedoel, dit is geen ethiek hoor wat ik nu vertel, dit is gewoon natuurkunde. Het vrouwelijke is bedoeld voor het mannelijke. Dit is gewoon biologie. Anatomisch zit dat zo in elkaar dat het een bestemd is voor het ander. Net zoals vice versa.

En als je dat niet meer ziet, als je seksueel ook gedesoriënteerd raakt, wel, dan grijp je er ook naast in de natuur. Er is veel voor te zeggen dat Paulus hier doelt op wat bijvoorbeeld ook in Leviticus genoemd wordt: bestialiteit. Dat betekent gewoon seks met dieren. Dat Paulus daarop doelt. Ik ga daar nu verder niet op in. Andere mensen denken hier gewoon aan dat vrouwen met vrouwen, dus lesbiennes. Het is trouwens nog maar de vraag, want het gaat juist over seksuele gemeenschap. Maar dat is nu eenmaal niet mogelijk tussen vrouwen en vrouwen.

Ja, u zegt misschien van: "Waarom praat je daar nou op een zondagmorgen op het podium over?" Nou, bijvoorbeeld omdat Paulus hierover spreekt in een brief aan de gemeente die hij zelfs nog nooit gezien had. Ik bedoel, dit zijn toch dingen, allemaal aannames waar we dag in dag uit via de tv, de radio, de pers, internet, dagelijks op getrakteerd worden? Mogen we dan niet eens een keertje gewoon de dingen scherpstellen? Wat zegt de Schrift daar nou over? Goed, dat zegt Paulus. Hij zegt: ja, als je dan gedesoriënteerd raakt, dan raak je er ook in de natuur helemaal naast.

Eveneens, staat er dan, hebben de mannen, of hier ook weer, de mannelijken, de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven. Het natuurlijk gebruik van het vrouwelijke. Want ik zei wel, het een is voor het ander nu eenmaal gemaakt. Zo zit dat in elkaar, natuurlijk en biologisch gezien. Wel, als je dat niet meer ziet, raak je gedesoriënteerd en dus zijn zij in wellust voor elkander ontbrand. Dat wil zeggen, mannelijken met mannelijken. Eigenlijk moet ik zeggen, zoals Paulus zegt: als mannen met mannen. Maar weet u, het staat er nog veel sterker: als mannelijken ín mannelijken, schandelijkheid bedrijvende.

En daardoor, zegt Paulus, het welverdiende... eigenlijk letterlijk niet "welverdiend", maar het bindende, het onontkoombare. Het een is het logische gevolg van het ander. En daardoor het bindende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangende. Die afdwaling, dat moet u even goed begrijpen. Die afdwaling is níet die homoseks waar hij het over had. Dat mannelijke in mannelijke of dat natuurlijk gebruik verlaat. Nee, dat is niet de afdwaling. Dat is de consequentie van de afdwaling.

Wat is de afdwaling? Wel, dat is dat de waarheid vervangen wordt door de leugen. De Schepper wordt vervangen door het schepsel. De mens zegt: "De Schepper is er niet en wij zijn dus ook geen schepping. We zijn het noodlottig gevolg van een of andere oerknal enzovoorts, en er zit helemaal geen concept, geen gedachte achter, helemaal niks." Nou, dan betekent het dus dat je al je waardigheid, je zin en je doel, je bestemming compleet kwijt bent. Dan is het hier gewoon donker geworden in je onverstandig hart. Dan gaat het licht uit. Dát is de afdwaling.

Ja, en de consequentie daarvan is dat de vrouw dus ook niet meer... Ook seksueel is de desoriëntatie, het gericht zijn op, ja, het gevolg. De vrouw vervangt de man, de man vervangt de vrouw. En dan wil ik dat ten slotte nog eens graag op een rijtje zetten, want dit is geweldig. Kijk, dit is de negatieve consequentie als je het niet ziet, als je God niet als God verheerlijkt. Ja, dan wordt het duister in je onverstandig hart.

Laten we het eens positief bekijken. Als je God wél als God verheerlijkt en dankt, dan worden je redeneringen dus niet verijdeld en dan wordt het licht in je verstandig hart. En dan ga je begrijpen, of dan begrijp je ook... Zoals trouwens, vroeger begreep men deze dingen veel meer. Wij zeggen: "Wij leven in een verlichte tijd." Onzin! We leven niet in een verlichte tijd, we leven in een duistere tijd. Verduisterd, en dan bewerend wijs te zijn, zijn ze dwaas geworden. Compleet stupide. We zien het totaal niet meer.

En wij zeggen: "Die Bijbel is tijdgebonden." Dus wij realiseren ons niet eens dat wij zélf zo tijdgebonden zijn. En plaatsgebonden. Want in een groot deel van de wereld begrijpen ze het Westen ook helemaal niet, van hoe hier "verlicht" gedacht wordt over mannelijk en vrouwelijk, en ook in seksueel opzicht. Dan zeggen ze: "Hoe is het mogelijk?", als je naar Azië komt of naar Afrika. En dan zeggen wíj: "De Bijbel is tijdgebonden." Bewerende wijs te zijn, zijn ze dwaas geworden. Deze dingen, over die typologie van mannelijk en vrouwelijk, waar dat naar verwijst... Vroeger werd dat veel beter begrepen: Schepper, schepping.

De Typologie van Mannelijk en Vrouwelijk ↑ hoofdstukken

Dus het is een beeld, het wordt typologisch uitgedrukt in mannelijk en vrouwelijk. Nou, laat ik u zo'n paar dingetjes op een rijtje zetten. Daarmee wil ik dat dan inderdaad ook afsluiten. Ik wil het graag zo ook illustreren, want het is schitterend. Kijk, de schepping is uit de Schepper voortgekomen. Zo is de vrouw ook uit de man. Dit verwijst helemaal naar het verhaal, naar de geschiedenis van de schepping van man en vrouw. De vrouw is uit de man. De vrouw is trouwens ook geschapen om de man. Zoals de schepping geschapen werd om de Schepper. De schepping is de heerlijkheid van de Schepper. Als je wilt weten hoe groot en heerlijk de Schepper is, dan kijk je om je heen. Dat is de heerlijkheid van de Schepper. Zoals de maan de heerlijkheid is van de zon. Het licht van de zon dat zien we weerkaatst, weerspiegeld en gereflecteerd in de maan. Wel, zo is de heerlijkheid van de Schepper in de schepping. Zoals we de heerlijkheid van een artiest of van een creator of van een componist zien in zijn muziekstuk of zijn meesterwerk. Dat is zijn heerlijkheid. Wel, zo is de vrouw ook de heerlijkheid van de man. Dat wil zeggen, op de man rust ook de taak om zijn vrouw te laten stralen. Een onderwerp apart.

Trouwens nog iets, ga maar naar het andere. De Schepper is ook aansprakelijk voor de schepping. De Schepper staat garant voor de goede uitkomst. Prijs God, zou ik zeggen. Zo is trouwens de man ook aansprakelijk voor de vrouw. Zo was het al in de hof ooit. Zo hoort het ook: de man is verantwoordelijk voor de vrouw. De man wordt geacht... ik zei al, laat ze het niet weten bij het blad Opzij en bij zoveel anderen, maar ja, dit zijn Bijbelse vanzelfsprekendheden: de man is verantwoordelijk. En je kunt vragen: waarom? Aansprakelijk, waarom moet een man dan zo gediscrimineerd worden met zo'n zware last op zijn schouders? Nou ja, over die vraag moeten we het nog maar een keertje hebben, maar zo is het. De man is de heer des huizes. Al gaat het fout, dan wordt de man erop aangesproken. Waarom is dat? Dat is geen ethiek, dat is typologie. Omdat de man een uitbeelding is van de Schepper, van God. Daarom. Zoals God aansprakelijk en verantwoordelijk is. Ik weet niet welk woord ik daar het beste voor kan gebruiken, maar ik begrijp het punt. De Schepper staat garant voor de schepping. Alsjeblieft.

En daar kan ik het als creatuurtje helemaal mee doen en daar ben ik verschrikkelijk blij mee. Dan wordt het licht in mijn, ja, als ik dat mag zien, in mijn verstandig hart, want dat is verstandig. Hij laat het stralen. De schepping is ondergeschikt aan de Schepper. Is dat minderwaardig? Nee, dat is juist haar waarde. Hij is de Schepper. Wel, zo is het ook met de vrouw, zij is ondergeschikt aan de man.

De Schepper over seksualiteit en de typologie daarin. Ook in de religie, in de kerk met name. Altijd hebben ze seks maar als feitelijk iets zondigs aangemerkt. En weet u, dat is zo verschrikkelijk. Feitelijk heeft men daarmee ook aangegeven dat men God niet als de God kent. Als Hij de Schepper is van mannelijk en vrouwelijk, wie is dan de bedenker van de seksualiteit? En er wordt altijd maar zo... Ja, hoe wordt erover gedaan? Nou, een soort spastisch. Het is gewoon normaal. Elk mens zit zo in elkaar, mannelijk, vrouwelijk. En de Schepper verwekt door opstanding – wij zeggen dat meestal in het Latijns en daar laat ik het maar even bij – Zijn zaad, Zijn woord. God heeft Christus doen opstaan en daardoor nieuw leven gecreëerd, zoals de man door opstanding zaad verwekt. Zo werkt het trouwens niet alleen bij de mens, gewoon in het algemeen. In de hele levende natuur zien we dat fenomeen. En waar is dat een uitbeelding van? Wel, van de Schepper die nieuw leven verwekt door opstanding heen.

De Schepping in Blijde Verwachting van de Verlossing ↑ hoofdstukken

En daardoor, de schepping is nu in blijde verwachting. Ik speelde daar eerder al even op aan, op Romeinen 8, als we de acht hoofdstukken laten, dat Paulus daar dan eigenlijk op voortborduurt. De schepping is in barensnood, maar ook in blijde verwachting. De schepping vervult de rol van een moeder. Ze heeft namelijk zaad, Gods woord ontvangen en daardoor is er leven en daardoor is ze in blijde verwachting. Zoals een vrouw zwanger wordt.

En dat brengt lijden met zich mee, maar dat is een goddelijke wetmatigheid. Door lijden heen tot heerlijkheid. Er is geen ontkomen aan. En dat betekent dus ook, en dat is het eindpunt, en dat is het laatste wat ik wil zeggen. En dat lijkt me toch een heel hoopvol einde, broeder Manak.

De schepping wacht op de verlossing. Dat is een heel dubbelzinnig woord, verlossing natuurlijk. Je kunt een verloskundige zijn, de verlossing, het eindpunt van de blijde verwachting van de zwangerschap. Wel! Dat is precies wat er gebeurt. De Schepper heeft nieuw leven verwekt in deze schepping. En het wachten is op het grote moment, de verlossing. Dat het nieuwe leven openbaar wordt. Een openbaring. Wat dacht u daarvan?

Kijk, dat is de toekomst. Dat is de bestemming. Dat is de man. God onze Vader die trouw is aan Zijn schepping. En ik stel voor dat we daar een lied over gaan zingen. Want daar is het inmiddels hoog tijd voor geworden.

🎧 Mannelijk & Vrouwelijk
Delen: