GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Jezus is Heer!

24-11-2019 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 24 november 2019 in Zoetermeer

In dit ene korte zinnetje wordt het hele Evangelie samengevat. In deze studie wordt dat bewezen en duidelijk gemaakt.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt de diepe betekenis van de uitspraak 'Jezus is Heer' uit Romeinen 10 en plaatst dit tegenover rechtvaardigheid uit werken. Omdat Jezus stierf en opstond, is Hij door God verhoogd en de rechtmatige eigenaar (kurios) geworden van alle mensen, zowel levenden als doden. Deze universele waarheid houdt in dat Hij als Redder iedereen uiteindelijk tot erkenning zal brengen, zonder dat de mens daar zelf iets aan kan of hoeft bij te dragen. Het woord van geloof is nabij, en door simpelweg te vertrouwen op Hem en Hem aan te roepen, ervaart men deze rijke redding in de praktijk.

“Dat Jezus Heer is, wil zeggen dat alles — en eigenlijk moet ik zeggen: iedereen — zijn eigendom is.”

Inleiding: de Samenhang van Romeinen 10 ↑ hoofdstukken

De titel van de toespraak vanmorgen is heel kort en heel krachtig. Ik ga u straks uitleggen dat die titel vanuit het Grieks, waarin het in het origineel is opgetekend, eigenlijk nog korter is. Ik neem u daarvoor mee naar Romeinen 10. Ik had andere Bijbelgedeeltes daarvoor kunnen uitkiezen, maar om redenen die ik straks duidelijk hoop te maken, zal dat vanzelf wel helder worden.

Jezus is Heer. Ik wil eigenlijk — daar komt het op neer — uitleggen en duidelijk maken waarom deze titel en deze frases, deze woorden, feitelijk een samenvatting zijn van heel het goede bericht van het evangelie.

Laat ik, voordat ik u meeneem naar Romeinen 10 en we inderdaad de tekst gaan lezen, eerst iets vertellen over de hele samenhang en de context van Romeinen 10. We vallen zomaar midden in een brief waar al negen hoofdstukken aan voorafgegaan zijn, dus Paulus betoogt in deze brief heel wat. Dit is trouwens een gedeelte waarin hij spreekt over het ongeloof van Israël; hoe Israël tot op de dag van vandaag is gestruikeld over de boodschap van haar eigen Messias, die was aangekondigd, maar die ze hebben afgewezen. Paulus handelt daarover: hoe dat ook in overeenstemming is met de profetie, maar ook hoe God straks weer de draad gaat oppakken met het volk. Dat is feitelijk het onderwerp van wat hij zegt in Romeinen 9, 10 en 11.

Twee Soorten Rechtvaardigheid: Wet Versus Geloof ↑ hoofdstukken

Om nog eventjes wat meer in te zoomen: je ziet dat Paulus twee soorten rechtvaardigheid tegenover elkaar plaatst. Aan de ene kant heeft hij het over de rechtvaardigheid vanuit wet, vanuit het principe of het beginsel van de wet. Dat houdt in dat je rechtvaardig bent op basis van het feit dat je de dingen doet die van je gevraagd of verwacht worden. Kortom: dan ben je rechtvaardig vanuit de wet om dat wat je doet.

Hij plaatst dat tegenover een ander soort rechtvaardigheid, en dat is eigenlijk het grote onderwerp van de hele Romeinenbrief als je het goed beschouwt: de rechtvaardigheid vanuit geloof. Paulus legt dat al in het begin van de brief uit aan de hand van een man als Abram. Waarom was hij rechtvaardig voor God? God had hem onvoorwaardelijk een belofte gedaan op een nacht dat hij naar buiten geleid werd en de sterren moest tellen. God zei toen: "Zo zal jouw nageslacht zijn." Over Abram lees je dan: hij geloofde God, hij beaamde God en dat werd hem tot rechtvaardigheid gerekend. Dat wil zeggen dat Abraham voor God een rechtvaardige was. Waarom? Omdat hij "amen" zei op Gods onvoorwaardelijke belofte. Hij vertrouwde God; daarom was hij voor God rechtvaardig. Hij vertrouwde zijn God.

Dat zijn de twee soorten rechtvaardigheid. Paulus legt dat ook uit in de direct voorafgaande verzen, waarvan we vanaf vers 8 straks de draad weer gaan oppakken. Paulus had in vers 6 en 7 een gedeelte uit Deuteronomium aangehaald, het laatste boek van Mozes. In Deuteronomium 30 geeft hij een vrij lang citaat. Je leest daar dat Mozes al voorzegt hoe Israël ooit in de toekomst verzameld zou worden uit alle volkeren. Dat is heel opmerkelijk: terwijl ze het land nog moeten ingaan, wordt er al voorzegd hoe het uiteindelijk zou gaan; dat ze verstrooid zouden worden onder de natiën, maar dat het daar niet bij zou blijven. God zou hen verzamelen uit de volkeren. Dat voorzegt Mozes daar in Deuteronomium 30, of ik moet eigenlijk zeggen: God voorzegt het bij monde van Mozes.

Bij die gelegenheid, als Israël dan verzameld zal worden uit alle volkeren, dan zal JAHWEH, de Heer zelf, tot hen wederkeren. Zo staat het er. Helaas wordt dat in de vertalingen wat weggemoffeld, maar er staat echt: "Ik zal tot hen wederkeren." Eigenlijk gaat het daar dus over een terugkeer, een wederkomst van de Heer die dan zal plaatsvinden.

Er staat ook bij dat het hart van het volk besneden zal worden. Dat is een hele eigenaardige uitdrukking. Het is niet meer een uiterlijke besnijdenis, maar het hart van het volk zal besneden worden. Het idee daarbij is dat de bedekking weggenomen zal worden, want dat is wat besnijdenis feitelijk is: een bedekking wordt weggenomen. Maar het is ook een embleem van nieuw leven. Dat is allemaal zoveelzeggend, want als Israël uit de volkeren verzameld zal worden — wat tot op de dag van vandaag toekomstig is, maar wel heel nabij omdat het zal gebeuren op de "derde dag" — dan zal de Heer tot hen terugkeren.

Wat er dan gebeurt, is dat het volk dé ontdekking zal doen. De Schriften zullen opengaan, de bedekking zal worden weggenomen en ze zullen ontdekken om wie het allemaal gaat in de Schriften. Dat is niet alleen een ontdekking, maar daarmee ook het vinden van nieuw leven. Welnu, daar spreekt die besnijdenis ook van. Dat is wat in dat gedeelte in Deuteronomium 30 naar voren gebracht wordt.

Het Woord van Geloof Is Nabij ↑ hoofdstukken

Nou, nu heb ik iets verteld over de samenhang van Romeinen 10, over wat Paulus betoogd had. En dan pak ik de draad op bij vers 8, waar Paulus dit zegt: "Maar wat zegt zij?" En die 'zij', dat is gepersonifieerd; het wordt nu voorgesteld als een persoon: de rechtvaardigheid vanuit geloof. Wat zegt de rechtvaardigheid vanuit geloof? Dat begint bij dat principe. Wat zegt zij? Dit — en nu volgt er weer een deel van het citaat: "Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart."

Terwijl ik dit vertel, denk ik: ik had eigenlijk dat gedeelte uit Deuteronomium 30 erbij moeten betrekken. Maar lees het nog eens na. U ziet het ook aan die aanhalingstekens. Wat zegt zij, de rechtvaardigheid vanuit geloof? "Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart." Nabij u is het woord. Wat had Mozes namelijk in het voorafgaande gezegd? Je hoeft het niet te halen. Dat woord hoef je niet te halen uit de hemel boven, en je hoeft het ook niet te halen uit het dodenrijk beneden. Nee, je hoeft het niet te halen; het komt tot je. Sterker nog, het komt van daaruit: vanuit de hemel, maar ook vanuit het dodenrijk komt het tot je. En dan blijkt dat woord niets anders dan eigenlijk het Woord in persoon te zijn, namelijk Jezus Christus. Hij komt inderdaad uit het dodenrijk; Hij is opgestaan uit de doden. Maar bovendien: het woord komt nu ook vanuit de hemel waar Hij nu is. Ik geef toe, ik vertel nu een heleboel zonder al te veel toe te lichten, maar dat is waar het eigenlijk over gaat.

"Nabij u is het woord," dat had Mozes al gezegd. Waar is dat woord dan? Heel ver weg? Nee, helemaal niet. Nabij. Dichterbij kan niet. Het is in je mond, in je hart. Het komt vanuit de hemel of, zo u wilt, vanuit het dodenrijk tot je. En ik zeg het nog eens: tot ín je, namelijk in je hart en in je mond. Eigenlijk, als je het in de rest van Romeinen 10 ook nog leest: het komt via het oor binnen, en als het op vruchtbare grond valt, dan komt het in het hart terecht. En als het hart er vol van is, dan spreekt de mond ervan. Altijd die combinatie: hart en mond. Als het zich in het hart bevindt, dan spreekt de mond ervan. Dat is een eenheid.

"Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart," namelijk het woord van geloof dat wij herauten. Kijk, de wet — rechtvaardigheid vanuit de wet — dat doe je met handen en voeten. Dat zeggen we ook vaak: dat geef je handen en voeten. Er wordt een opdracht gegeven en dat moet je dan doen door middel van je handel en wandel. In ieder geval is dat iets wat je op die manier doet. Maar rechtvaardigheid, of het woord van geloof, dat doe je niet met je handen en voeten. Geloven doe je niet met je handen of met je voeten, al heeft het consequenties daarvoor; dat is wat anders. Maar geloven, dat doe je met je hart. En als je het gelooft in je hart, dan spreekt de mond ervan. Dus het woord van geloof is niet iets van handen en voeten; nee, het is iets van hart en van mond. Dáár is het, het woord van geloof.

En feitelijk is dat waar het allemaal om gaat: het is de binnenkant. Het gaat niet om de buitenkant, want je kunt iets met je handen en voeten doen terwijl je hart er ver vandaan is. Dat staat ook heel wat keren als verwijt in de profeten: dat het hart ver van de Heer was. Afijn, het woord van geloof, waar bevindt zich dat? Uiteraard in het hart en in de mond. En dan zegt Paulus er nog bij: "het woord van geloof dat wij herauten." Als je het goed leest, heeft hij het daar dus over: wie zijn die 'wij'? Nou, dat is Mozes al in Deuteronomium 30; die sprak al over dat woord van geloof. Kijk, in de hele wet onder het oude verbond ging het om rechtvaardigheid vanuit de wet, maar in de toekomst zou het gaan om rechtvaardigheid vanuit geloof. En Paulus zegt dat Mozes daar ook al over had gesproken. Jazeker, in Deuteronomium 30. En hijzelf bijvoorbeeld in deze brief; dat is namelijk het woord wat hij predikt. Want, zegt hij dan...

De Diepe Betekenis van Kurios (heer) ↑ hoofdstukken

Dit is min of meer het centrale vers voor nu: "Want indien je met de mond belijdt dat Jezus Heer is en gelooft in je hart dat God Hem opwekte uit de doden, zul je gered worden." Dat moeten we eens wat nader bezien. Eerst dit: "indien je met de mond belijdt dat Jezus Heer is." Ik zei bij de titel al: "Jezus is Heer", maar feitelijk is het in het Grieks nog korter. Daar staat gewoon: "met een mondbelijdenis: Heer Jezus."

Wij begrijpen dat vaak al helemaal niet goed meer, omdat wij de term "Heer Jezus" als een eigennaam opvatten. We spreken over "de Heer Jezus" en dan denken we dat dit de naam is, maar dat is niet correct. Jezus is Zijn naam; Heer is de titel die Hij ontvangen heeft. Dus als hier staat: "belijdt met je mond: Heer Jezus", dan zeg je iets over wie Jezus is. Wat die naam Jezus betekent, daar kom ik straks nog even op terug, maar de vraag is: wie is Hij? Hij is degene die door God tot Heer is gemaakt.

Ik moet hierbij toch eens even wat uitleggen, want het woord "Heer" is in het Grieks kurios. Laten we eens op dat woord kurios inzoomen. Dat is dus een Grieks woord, maar de betekenis ervan is: een eigenaar, oftewel een bezitter en daarmee ook een beschikker. Ik bedoel: op het moment dat je over iets het bezit hebt, als iets mijn eigendom is, dan kan ik daar ook over beschikken. Dan kan ik ermee doen wat ik wil; dat is juist wat het begrip eigendom ook inhoudt. Dat is de diepste of de eigenlijke betekenis van het woord kurios. Als je heer bent — dat is de mannelijke vorm, je hebt ook de vrouwelijke vorm — dan ben je een eigenaar, een bezitter en beschikker.

Om het even toe te lichten: wij kennen dat trouwens ook nog wel wanneer we spreken over de "heer des huizes". Die term komt eigenlijk vanuit de Bijbel. Een heer van een huis is gewoon een bezitter, een eigenaar van een huis. Of een heer van een wijngaard, of een heer van een slaaf. Want een slaaf is ook eigendom; dat is het grote verschil tussen een slaaf en een werknemer. Een werknemer is niet het eigendom van zijn baas — dat denk je soms misschien wel, maar dat is niet zo. Nee, een slaaf is echt een lijfeigene, vierentwintig uur per etmaal en zeven dagen in de week. Je bent het eigendom van de heer, dat is een slaaf.

Trouwens, een stadhouder wordt ook een heer genoemd, of de keizer. In feite bezit een stadhouder een stad of een bepaalde regio, en een keizer helemaal. Dat zijn feitelijk dus posities waarin je eigenaar bent, bezitter, maar ook beschikker. Want op het moment dat jij keizer of stadhouder bent, dan beslis jij over het gebied dat jou is toegewezen en wat jou toekomt. Dan ben jij daarover de beschikker. Jij zegt: "Doe dat", en dan gebeurt dat.

Dat is dus de betekenis van het woord kurios: het is een heer, een beschikker, eigenaar of bezitter. Ik wil een tweetal schriftgedeelten noemen waarin dat nader wordt uitgelegd in verband met het feit dat Jezus Heer is. Hoezo is Hij Heer? Sinds wanneer is Hij Heer? En wat betekent het? Waarom is dat überhaupt zo'n "woord van geloof" en waarom is dat zo'n goed bericht? Nou, dat wil ik graag uitleggen.

Hij Is Heer van Doden en Levenden ↑ hoofdstukken

Ik ga nu eerst eventjes doorbladeren naar Romeinen 14, dezelfde brief als waar we nu mee bezig zijn, maar dan vier hoofdstukken verder. In Romeinen 14 legt Paulus ook dingen uit en dan zegt hij in vers 9 — en de exacte reden waarom hij dat dáár zegt, doet nu even niet ter zake, het gaat vooral om het volgende: "Want hiertoe stierf Christus en werd hij levend, opdat hij én van doden én van levenden Heer zou zijn." Als je die tekst heel goed leest en probeert te begrijpen — en dat is niet zo moeilijk — dan zie je dat hier feitelijk een drietal vragen wordt beantwoord.

De eerste vraag: waartoe stierf Christus? Als je puur naar deze tekst kijkt, is het antwoord: om levend gemaakt te kunnen worden. Want als hij niet eerst was gestorven, had hij niet levend gemaakt kunnen worden. Dat is heel simpel, maar het is iets wat dikwijls vergeten wordt: Christus stierf om op te kunnen staan uit de dood. Dat is de eerste vraag. Hiertoe stierf Christus en werd hij levend; als hij niet eerst gestorven was, had hij niet levend kunnen worden.

De tweede vraag is: waartoe moest hij levend gemaakt worden? Ook die vraag wordt hier perfect beantwoord: "opdat hij Heer zou zijn." Oftewel eigenaar, bezitter en beschikker zou zijn. Daartoe. En de derde vraag is dan vervolgens: Heer van wie of van wat? Ook die vraag wordt beantwoord: "van én doden én van levenden." Kortom, daar is iedereen bij ingesloten. Want je valt ofwel in de ene categorie ofwel in de andere categorie: van doden en levenden. Hij is een beschikker, een bezitter, een eigenaar van doden en levenden.

Dit is zo essentieel. Dit moet je goed tot je laten doordringen, want dit is de essentie. Dat Jezus Heer is, wil zeggen dat alles — en eigenlijk moet ik zeggen: iedereen — zijn eigendom is. Wat in de christelijke orthodoxie een vraag is, is juist het uitroepteken in de Bijbelse verkondiging. De vraag is namelijk altijd... Ik ben daar zelf ook mee groot geworden. Het is de vraag die luidt in zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus, maar in feite is dat ook in de evangelische wereld altijd de kwestie: ben jij zijn eigendom? Vraagteken.

Zondag 1, waar ik aan refereer, is niet voor iedereen even bekend, dus ik zal het kort toelichten. Je hebt de Heidelbergse Catechismus, dat zijn 52 zondagen; het is een leerboek voor in de reformatorische kerken. In zondag 1 wordt de vraag gesteld: "Wat is uw enige troost in leven en sterven?" En dan is het antwoord dat ik mag weten het eigendom te zijn; dat ik niet van mezelf ben, maar het eigendom van Jezus Christus. Een geweldig antwoord, daar niet van. Maar het punt waar ze volstrekt de mist in gaan, is dat het in feite een zoektocht is. Dat wil zeggen: een mens moet een antwoord zien te vinden op de vraag: "Ben ik zijn eigendom?" Voor de meeste mensen, zeker in bepaalde regionen van de reformatorische kerken, is dat een zoektocht die het hele leven duurt. "Mag ik zeggen, kán ik zeggen dat ik het eigendom ben van...?"

En in de evangelisatie — ik zeg dat tussen aanhalingstekens, want dat is met recht tussen aanhalingstekens — klinkt ook die vraag: "Ben jij zijn eigendom? En hoe word je dan zijn eigendom? Hoe wordt Jezus jóúw Heer?" Doordat je hem vraagt: "Wilt u mijn Heer zijn?" Dan ga je op je knieën en dan vraag je: "Wilt u mijn Heer zijn?" Ik ga u dit vertellen: dat is een regelrechte ontkenning van het evangelie. Namelijk dat Jezus Heer ís. Van wie? Van doden, van levenden, van iedereen. Hij heeft de prijs betaald, de losprijs betaald. En dat betekent ook — dat staat in 1 Timotius 2 — dat hij de prijs betaalde voor allen.

Kent u die gelijkenis in Matthäus 13 over die man die een schat in de aarde vond? Wat deed hij? Hij wilde die schat hebben. En wat kocht hij? De hele akker. Verderop in datzelfde hoofdstuk staat: "en de akker is de wereld." Hij kocht de hele wereld. In 1 Corinthe 10 staat dat de aarde en haar volheid des Heren is. De aarde, het land en alles wat daarin is, is van hem. Om meer dan één reden: hij is de Schepper, maar hij is ook degene die de prijs heeft betaald door het los te kopen. In ieder geval is de prijs betaald; alles en iedereen is zijn eigendom. Hij wordt niet mijn eigenaar doordat ik iets doe. Dan heb je er weer een wet van gemaakt, namelijk dat de mens er iets aan zou kunnen bijdragen door te kiezen of zich te bekeren.

Nee, hij is Heer van alle mensen. Van al die miljarden mensen die nu leven, maar ook van al die miljarden mensen die inmiddels al gestorven zijn. Ik heb me wel eens laten vertellen dat er op dit moment net zoveel mensen leven als er in al die duizenden jaren hiervoor op aarde gewandeld hebben. Ik geef het door voor wat het waard is; het zou kunnen. Het maakt voor het verhaal natuurlijk geen enkel verschil, want het is een universeel principe en een universele waarheid. Elk creatuur, en meer specifiek het mensdom, alle mensen zijn zijn eigendom. Dat is geen vraagteken van "Bent u zijn eigendom? Heb je daar al wat voor gedaan?" of "Is er al wat met jou gebeurd zodat jij dat ook kunt zeggen?" Nee, het is een verklaring, een proclamatie, een bericht. Je bent van hem en er verandert in die zin dus helemaal niets op het moment dat jij dat herkent; dan heb je de waarheid erkend. Het wordt niet waar doordat jij het herkent; het is waar, en dat herken jij.

Ziet u dus een totaal andere benadering. En ja, we praten over de basis. Waarom stierf Christus? Wel, om op te kunnen staan. En wat gebeurde er toen hij opstond? Toen werd hij Heer. Eigenaar.

Elke Knie Zal Buigen en Elke Tong Belijden ↑ hoofdstukken

Voordat ik er nog wat meer over vertel, gaan we naar Filippi 2. Daar staat dit, nadat Paulus had verteld over dat Christus Jezus gehoorzaam werd tot de dood, ja, tot de dood van het kruis. En dan staan er in vers 9 die bekende woorden — nou ja, wat heet: "Daarom ook", omdat Hij zich tot het uiterste vernederde, "verhoogde God hem uitermate". Dat wil zeggen: tot de uiterste maat. Het kon niet hoger. "Daarom ook verhoogde God hem uitermate en schonk God hem in genade de naam boven alle namen." Want in zijn naam ligt inderdaad de naam van JAHWEH zelf besloten.

Opdat in de naam van Jezus — en wat betekent de naam van Jezus? JAHWEH is Redder of JAHWEH redt. Wie? Dat hoeft er niet bij gezet te worden, want Hij redt namelijk gewoon, punt. Of, zo u wilt: uitroepteken! Hij redt. En de naam van Jezus, daarin is de naam boven alle naam besloten. Het verwijst namelijk naar JAHWEH zelf. Wie is JAHWEH? Hij is Redder. En door wie redt Hij? In wie redt Hij? Via wie redt Hij? Wel, via deze Yeshua. Want eigenlijk is het een Hebreeuwse naam. Jezus of Yeshua, over Hem hebben we het en het gaat uiteraard om de betekenis.

"Opdat in de naam van Jezus alle knie zal buigen van hemelsen, aardsen en onderaardsen." Dus ja, van elke creatuur. Elke creatuur die kan buigen, zal buigen. Boven, hier en hieronder. Ook hier is het weer universeel; daar gaat het juist om. Hij is deze Jezus die zich zo vernederd heeft en van God de naam heeft ontvangen boven alle namen, en in de naam van Jezus zal alles gaan buigen. Weet u trouwens, hier wordt gerefereerd aan Jesaja 45, waar God een eedzwering doet. God heeft het ooit gezworen dat dit zou gebeuren.

En dan staat er in vers 10: "Opdat in de naam van Jezus alle knie zal buigen, hemelse, aardse, onderaardse, en alle tong..." Niet alleen de lippen; de binnenkant zal instemmen, belijden. Hier staat trouwens een nog sterker woord voor belijden dan in Romeinen 10. Er staat het voorvoegsel 'ex' voor: ex-homologeo. Dat 'ex' betekent, dat weten we allemaal, 'uit'. Vanuit of van binnenuit. En alle tong zal van binnenuit belijden, zal instemmen dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God de Vader.

Dat Jezus Heer is van allen, leidt uiteindelijk tot erkenning van die positie. Ik bedoel dit: als Hij van Godswege gemaakt is tot Heer, en alles dus zijn eigendom is, dan kan Hij daarmee doen wat Hij wil. Hij brengt alles tot erkenning; dat is zijn missie en daarom heeft Hij van God die naam ontvangen. Opdat Hij alles tot erkenning zou brengen, tot heerlijkheid van God de Vader. Hij heeft die naam ontvangen om heel de schepping — hemelsen, aardsen en onderaardsen — allemaal daar te brengen waar God het hebben wil. Daarom heeft God Hem tot Heer gemaakt.

Door de wereldtijdperken, door de Aionen heen, gaat Hij dit bereiken. Hij is Heer, en omdat Hij Heer is, zal Hij het ook zo maken. Dat kan Hij, want Hij is Heer. Alles zal tot die hartelijke herkenning komen dat Hij Heer is, en dat zal zijn tot heerlijkheid van God, namelijk de Vader, want Die heeft Hem die naam gegeven en verleend. Ziet u hoe universeel dat is? Hoe allesomvattend het is? Hij is Heer, en of je dat nou gelooft of niet, de waarheid is er niet minder om. Hij is Heer; je bent zijn eigendom. Je bent duur gekocht en dat laat Hij nooit meer gaan. Vandaar ook dat in het feit dat Hij Heer is, besloten ligt dat Hij je Redder is. Hij redt je, want JAHWEH is Redder, en dat is de naam van Jezus: Hij is Heer.

Zodat in die korte frase "Jezus is Heer" al besloten ligt dat niet alleen alles zijn eigendom is, maar ook dat iedereen daar komt waar Hij het hebben wil. Want anders zou het namelijk helemaal niets betekenen. Omdat alles en iedereen zijn eigendom is, bréngt Hij ze daar. Dat is precies wat hier staat. Daarom is Hij Heer. Dat is de missie die Hij van God heeft ontvangen in de positie die Hij heeft gekregen, en in die positie brengt Hij heel de schepping — hemelsen, aardsen en onderaardsen — tot die erkenning, tot heerlijkheid van God de Vader.

Daar komen ze uit, en dat is werkelijk een goed bericht. Want het betekent namelijk dat er niets van een mens gevraagd wordt. Er wordt iets verteld, er wordt iets medegedeeld: jij bent zijn eigendom en je zult ook komen tot die erkenning. Het unieke vandaag is dat er nu al mensen zijn bij wie dat kwartje, als ik het zo mag zeggen, vijf bij vijf gevallen is. Mooi hè? Als je dit nu al mag weten, dan ben je een voorloper. Dan hoor je bij een oogst van eerstelingen; de grote oogst moet nog komen.

De wereld noemt de naam van Jezus nu vaak om een heel andere reden, als een vloek of een stopwoord. Men heeft geen idee wat het betekent. Maar herinner de mensen er maar aan: als die naam zo valt, ook al is het in volstrekte onwetendheid, dit gaat een universele erkenning worden van heel het mensdom. En niet alleen van het mensdom, maar van alle creaturen. Dat gaat nog veel verder, want niet alleen de mensheid kan erkennen; er zijn nog veel meer creaturen in het universum.

Jezus is Kurios. Jezus werd Kurios door te sterven en op te staan. Hij is Kurios, en dus Eigenaar en Beschikker. En omdat Hij Kurios of Heer is van de doden, kan en zal Hij hen ook opwekken. Omdat Hij Kurios is van de doden — wat betekent dat? Die doden liggen daar in het graf dood te wezen. Dat Hij hun Heer is, betekent dat Hij over hen beschikt. Hij kan hen levend maken. Hij kan hen opwekken en levend maken zoals Hij zelf levend gemaakt is als Eersteling. En omdat Jezus Kurios van de levenden is, kan en zal Hij hen ook tot erkenning brengen. Waarom? Hij is Heer. Hij beschikt daarover en Hij is in staat om daarmee te doen wat Hij wil. Dat is die positie, tot heerlijkheid van God de Vader.

Met het Hart Geloven Dat God Hem Opwekte ↑ hoofdstukken

Nou, dat was eventjes een uitstapje naar andere gedeelten om wat licht te krijgen op die ene uitdrukking: "Jezus is Heer". Nu gaan we weer even terug naar Romeinen 10. "Want indien je met de mond belijdt dat Jezus Heer is en gelooft in je hart dat God Hem opwekte uit de doden, zul je gered worden." Dat zijn geen twee verschillende dingen. Met de mond belijden dat Jezus Heer is en in je hart geloven dat God Hem opwekte uit de doden, dat is in feite één. Want Hij is juist Heer ómdat God Hem opwekte uit de doden.

Ook hier zijn trouwens weer van die versperringen opgeworpen door de orthodoxie, waardoor je niet goed in staat bent om dit te zien, te begrijpen of te erkennen. In de christelijke verkondiging in het algemeen zijn er allerlei versperringen gemaakt voor het zicht op het feit dat God Hem opwekte. Want op het moment dat je denkt en meent dat Jezus zelf God is, kun je nooit van harte geloven dat God Hem opwekte uit de doden. Dan zou Hij immers zijn opgestaan uit eigen kracht, en dan kun je dus nooit van harte geloven dat Gód Hem opwekte uit de doden.

En we praten hier over de essentie. Paulus zegt: "Indien je met de mond belijdt dat Jezus Heer is en gelooft in je hart dat God Hem opwekte uit de doden." Omdat Hij als eersteling is opgewekt uit de doden, is Hij de Vorst en dus de Heer. Hij is degene die als eersteling werd opgewekt uit de doden; de oogst zal volgen. Dat wil zeggen dat er niemand wordt uitgezonderd, maar Hij is de eerste.

En dan staat er: "en geloof in je hart dat God Hem opwekte uit de doden." Is dat een prestatie, dat je dat gelooft? Ik vind geloven sowieso totaal geen prestatie. Je gelooft iets of je gelooft het niet; je vertrouwt erop dat het waar is. Dat is van geloof, maar het is geen prestatie. Daarom zeggen mensen ook weleens: "Waarom zou God daar belang aan hechten?" Maar dat is niet juist. Waar het om gaat, is niet iets wat de mens doet; het gaat allemaal om wat God gedaan heeft. En juist dat is de garantie dat de rest zal volgen.

"Wel, geloof in je hart dat God Hem opwekt uit de doden, zo zul je gered worden." Let op, dit is heel belangrijk. Dat "indien" je met de mond belijdt dat Jezus Heer is en gelooft in je hart dat God Hem opwekt uit de doden, je gered zult worden... dat "indien" is geen beperking. Zo wordt het wel vaak opgevat, maar het is geen beperking; het wijst de weg aan waarlangs redding plaatsvindt. Er is geen andere weg.

Ik hoor het vaak nog wel eens bij geestverwanten, mensen die de boodschap geloven van de Redder van alle mensen. Die maken dikwijls de fout – en het is echt een grote denkfout – door te zeggen: "Alle mensen zijn gered. Ik geloof dat alle mensen gered zijn." Dat is niet waar! Hij is de Redder van alle mensen en dat betekent dat Hij alle mensen redt, maar niet alle mensen zijn gered. Want redding vindt plaats doordat je Hem belijdt en erkent. Zo staat het hier ook. Er is geen andere weg; die redding vindt plaats doordat een mens tot erkenning komt.

Maar wat hebben we zojuist gezien? Heel de mensheid, en sterker nog elke creatuur, komt ook tot die erkenning. En op die wijze zal God een Redder zijn van alle mensen. Hij redt alle mensen, maar hoe doet Hij dat? Wel, doordat een mens komt tot geloof en tot erkenning, tot de belijdenis van wie Hij is. Dus het is geen beperking, maar het wijst de weg aan hoe dat plaatsvindt. Want, zo vervolgt Paulus: "Met het hart gelooft men tot rechtvaardigheid." Dat had hij de hele brief al uitgelegd, zoals dat ook al verteld werd over Abraham: je gelooft en dat rekent God tot rechtvaardigheid. "En met de mond belijdt men tot redding." Dat gaat Paulus nu in de navolgende verzen ook aantonen. "Want," zegt hij, "de Schrift zegt..." En ik kan u verklappen, nu gaat hij weer iets citeren uit Jesaja 28. Neem het me hopelijk niet kwalijk dat ik daar nu niet naartoe ga, maar ik wijs er alleen op waar het staat. Want de Schrift zegt: "Ieder die op Hem zijn geloof vestigt, zal niet beschaamd uitkomen." Er is geen andere weg. Hoe komt een mens tot redding? Wel, door erkenning van Hem. En wie op Hem zijn vertrouwen vestigt, die zal daarin nooit beschaamd uitkomen.

Geen Onderscheid: Rijk voor Allen Die Hem Aanroepen ↑ hoofdstukken

Want er staat: er is geen onderscheid. Deze waarheid houdt in dat wie op Hem zijn geloof vestigt, ongeacht wie dat ook is, daar nooit beschaamd mee uitkomt. Als je Hem vertrouwt, dan is dat geen kwestie van doen, van slimheid of van een bijzonder vermogen. Het gaat niet om talenten of geweldige prestaties; het heeft er niets mee te maken. Je vertrouwt Hem, Hij is bij machte, en als je daarop je geloof vestigt, is dat een universele waarheid. Als je op Hem vertrouwt, dan zul je daar nooit beschaamd mee uitkomen. Never. Nooit.

Want er staat: er is geen onderscheid. Dit geldt namelijk voor alle mensen. God gaat een specifieke weg met Israël en dat is een heel apart verhaal, maar als het gaat om de waarheid van redding en de waarheid van geloof, dan is dat een universeel principe. Wie in Hem gelooft, ongeacht wat je achtergrond of etnische afkomst is – het doet niet ter zake. Sterker nog, het doet er ook helemaal niet toe wat je verleden is of wat je positie is. Totaal niet. Je verleden speelt geen rol en je verleden is dus ook nooit een verhindering. Wie op Hem vertrouwt, zal er nooit beschaamd uitkomen.

Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek als het hierom gaat. Er staat immers: dezelfde is Heer van allen. We hadden het er al over: Jezus is Heer. Maar van wie is Hij Heer? Welnu, van levenden en doden. Hier staat het ook: dezelfde is Heer van allen. Hoe duidelijk wil je het hebben? Wie is Zijn eigendom? Ben jij Zijn eigendom? Nee, Hij is Heer van allen en dus is iedereen, al die miljarden mensen, Zijn eigendom. Hij is Heer van allen. Dat had Petrus ooit in het huis van Cornelius ook al gezegd: Hij is Allerheer. Er staat niet, zoals in de NBG-vertaling, 'een Heer over allen', maar het staat er echt in de tweede naamval: Hij is Heer van allen. Allerheer. Alles is Zijn eigendom; iedereen.

Dezelfde is Heer van allen en nu staat er: 'rijk voor allen die Hem aanroepen'. Dat is iets anders. Dat Hij Heer van allen is, is een mededeling, of je het nu gelooft of niet. Maar Hij is rijk voor allen die Hem aanroepen. Hoe komt die rijkdom van alles wat het betekent dat Hij Heer is tot een mens? Er is één weg: doordat je Hem vertrouwt en Hem dan dus ook aanroept. 'Die Hem', dat lees ik gewoon als: dezelfde Heer van allen is rijk voor allen die Hem – diezelfde Heer van allen – aanroepen. Zie je hoe belangrijk het is om te geloven dat Hij Heer van allen is? Want als je niet gelooft dat Hij de Heer van allen is, dan kun je die Heer van allen ook niet aanroepen.

De waarheid dat Hij de Heer van allen is, is niet zomaar een theologische fijnproeverij. Het is niet slechts een variant of een theologische visie; nee, het is de essentie. Hij stierf, Hij werd opgewekt uit de doden en sindsdien is Hij Heer van alle mensen. Jij bent Zijn eigendom. En hoe komt die rijkdom tot je? Door Hem te herkennen: rijk voor allen die Hem aanroepen. Paulus legt dit nu verder uit aan de hand van de Schrift, de oudtestamentische geschriften, de Hebreeuwse Bijbel zo u wilt. Hij citeert hier uit Joël 2 vers 32. Eigenlijk is het hele gedeelte hier in Romeinen 9, 10 en 11 een aaneenschakeling van citaten uit de Hebreeuwse Bijbel. Er volgt weer een citaat: 'Ieder die de naam van de Heer aanroept, zal gered worden.' Dat staat inderdaad al in Joël.

Als we straks, in de dagen van de toekomst – binnenkort eigenlijk, moet ik zeggen – de situatie zien dat alle volken zich zullen verzamelen in het land en Jeruzalem in grote benauwdheid zal komen, wat gebeurt er dan? Als de nood het hoogst is, dan zal inderdaad de Redder worden aangeroepen. De Naam wordt aangeroepen en dan zal Hij komen. Hoe komt redding tot stand, via welke weg? In het aanroepen van de Naam. Ieder die de naam van de Heer aanroept... en de naam van de Heer, ja, die kennen wij. Dat is Jezus. Want Hij is Heer, dat is Zijn naam. JAHWEH redt, Hij is Heer. En dan gaat Paulus een aantal vragen stellen.

De Noodzaak van de Heraut en de Vreugdebode ↑ hoofdstukken

Maar hij zegt: hoe zullen zij dan Hem aanroepen in wie ze niet geloven? Ja, dat is nogal logisch. Je roept iemand aan omdat je diegene vertrouwt. Je stelt je vertrouwen uitdrukkelijk op zo iemand. Maar dan de volgende vraag: hoe zouden ze geloven van wie ze niet horen? Dat is voor mij altijd een zin die ik heel vaak voor mezelf herhaal. Want hoe zouden mensen nou geloven als ze het niet te horen krijgen? Je kunt niet in iemand geloven als het niet eerst aan je bekendgemaakt is.

En dan de volgende vraag: maar hoe zouden ze horen zonder een heraut? Zonder dat er iemand is die het je bekendmaakt. Er moet dus iemand zijn die het je bekendmaakt, zodat je het kunt horen. En als je het hoort, dat je daarop je vertrouwen stelt, zodat je vervolgens die persoon ook kunt aanroepen. Het is een ketting met allemaal van die hele logische schakels. Want je kunt het ook omkeren: als er een heraut is, dan kun je het dus ook horen. En als je het hoort, dan kun je het ook geloven. En als je gelooft, dan kun je Hem ook aanroepen. Dan heb je precies vanaf de andere kant de reeks gevolgd.

Je kunt de vraag trouwens nog wat verder stellen: hoe zou men herauten indien men niet afgevaardigd is? Dat wil zeggen, dat woord van de Heer, want daar gaat het hier over. Hoe kun je dat vertellen als diezelfde Heer je daartoe niet gezonden of afgevaardigd heeft? Zoals geschreven staat — en nu komt er weer een woord uit de profeten, en wel uit Jesaja 52. Dat is een bekend woord en sommige mensen kunnen het zingen uit de Messiah: "How beautiful are the feet of them that bring the gospel of peace." Zo was die toch?

En dat zijn deze woorden: hoe mooi, hoe liefelijk, hoe prachtig zijn de voeten van hen die goede dingen evangeliseren. Eigenlijk staat hier het woordje 'evangelie', maar dan als werkwoord: evangeliseren dus. Evangeliseren wil zeggen dat je goede dingen te melden hebt. Let er trouwens op dat er staat: hoe mooi zijn de voeten. Wat is er zo bijzonder aan de voeten van hen die goede dingen evangeliseren? Het plaatje moet het ook een beetje duidelijk maken, maar dat komt omdat iemand die goede dingen meldt — de heraut — is gezonden om iets geweldigs te vertellen.

Die voeten zijn inderdaad mooi. Maar wat is er zo bijzonder aan die voeten? We kennen in het Nederlands het woord 'lichtvoetig'. Die voeten gaan huppelen. Waarom? Omdat je iets geweldigs te vertellen hebt. De boodschap die gebracht wordt, is werkelijk een goede tijding. Er wordt niets gevraagd; er is een mededeling. Er is een geweldig grote God. Hij heeft een plan en Hij heeft iemand in de Hebreeuwse Bijbel duizenden jaren tevoren aangekondigd die zou komen. En toen kwam Hij. Hij is ook gestorven, zoals voorzegd en geschreven was.

Die ene persoon is als Eersteling opgewekt uit de doden en Hij is door God gemaakt tot Heer. Wat is het geweldige daarvan? Waarom is dat zo'n geweldig goede tijding? Via Hem gaat God Zijn naam waarmaken, namelijk dat Hij Redder is. En iedereen... ik weet het, dat is wat ik vanmorgen ook vertelde. Mensen zeggen: "Dat is veel te gemakkelijk, dat is goedkoop." Maar het is niet goedkoop, het is gratis! Het is ook niet iets wat ik aan de man moet brengen; ik vertel het gewoon. Geloof het of geloof het niet, maar de waarheid blijft: Hij is jouw Heer en Hij is jouw Redder. Je bent van Hem en Hij laat je nooit gaan.

Ik kan ook één ding verzekeren: vroeg of laat — en je bent zeer gelukkig te prijzen als je het vandaag al mag weten — maar vroeg of laat komt het moment dat je die erkenning zult belijden. Dat je dit van harte zult erkennen, je knieën gaan buigen en iedereen zal zeggen: wat een God! En hoe Hij door Jezus Christus alles tot een geweldig goed einde gaat brengen. Dat is de betekenis van "Jezus is Heer". Hoe mooi zijn de voeten van hen die goede dingen evangeliseren.

🎧 Jezus is Heer!
Delen: