is het Evangelie hard?
30-05-2021 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 30 mei 2021 in Benthuizen
Het begrip ‘hard’ heeft vaak een negatieve lading. Dan associëren we het met ‘liefdeloos’. Tegelijkertijd weten we allemaal dat wanneer het gaat om een fundament dat dit hard moet zijn. Want slechts op een solide, harde ondergrond kan worden gebouwd. Waar het gaat om fundamentele zaken kan de Schrift bikkelhard zijn. Hoor hoe Paulus te keer gaat in Galaten 1 als men afwijkt van het Evangelie zoals hij dat onder de natiën had verkondigd. “Anathema!” (= vervloekt), schreef hij. Tot twee keer toe. Dat is geen boodschap waar je vrienden mee maakt…
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- De Paradox van het Evangelie: te Zacht of te Hard?
- Een Onwankelbaar Fundament Moet Noodzakelijkerwijs Hard Zijn
- De Historische Context van Galatië: de Dwang van het Judaïseren
- Het Cruciale Onderscheid Tussen een 'allos' en een 'heteros' Evangelie
- Anathema: de Consequente Vloek over het Verdraaien van Genade
- Slaaf van Christus Zijn Versus het Zoeken van Menselijke Populariteit
- De Goddelijke Oorsprong van de Boodschap aan de Natiën
- De Noodzaak Om Onverdund Pal te Blijven Staan voor de Waarheid
De Paradox van het Evangelie: te Zacht of te Hard? ↑ hoofdstukken
Ik wil het vanmorgen met u eens hebben over deze vraag: "Is het Evangelie hard?" Aan de hand daarvan wil ik ook een Bijbelgedeelte met u bespreken. Want wat bedoel ik daar eigenlijk mee?
Het gebeurt mij met enige regelmaat – heel vaak zelfs – dat ik reacties krijg op dat wat ik uitdraag, op de boodschap die ik mag vertellen. En die reacties kunnen heel wijd uiteenlopend zijn en soms zelfs ook heel tegenstrijdig.
Want aan de ene kant krijg ik te horen dat wanneer je vertelt van die ene God die alles gemaakt heeft en ook alles en iedereen liefheeft, en de hele wereld en alle mensen gaat redden, levend maken en rechtvaardigen, men zegt: "Dat is te groots en dat is ook te zacht, te lief. Dat is te mooi; te mooi ook om waar te zijn."
Aan de andere kant, en dat kan zelfs min of meer tegelijkertijd zijn, krijg je de reactie dat het te hard is. Waar is dat verwijt meestal op gestoeld? Dat is omdat de boodschap zoals ik die meen te mogen uitdragen en waar ik me ook toe geroepen voel – het goede bericht – geen afwijkingen verdraagt. Het is dit, en alles wat ervan afwijkt – en dan bedoel ik niet afwijken van wat ík vertel, maar afwijken van zoals de Schrift dat vertelt – dat heeft geen bestaansrecht.
Daar zijn heel wat voorbeelden van te geven. Als ik zeg "geen bestaansrecht", dan klinkt dat eigenlijk nog heel aardig, maar er zijn nogal wat formuleringen in de Bijbel waarin dat ook – om een leuk woord in dit verband te gebruiken – ongenadig klinkt.
Een Onwankelbaar Fundament Moet Noodzakelijkerwijs Hard Zijn ↑ hoofdstukken
Kijk, het woord 'hard' heeft de reputatie dat het – en het is in feite ook min of meer in een bepaald verband synoniem met – liefdeloos is. Aan de andere kant is het wel zo dat het begrip 'hard', als het gaat om fundamentele aangelegenheden, zelfs noodzakelijk is. Ik bedoel: iets dat geschikt is om als grondslag, als fundament te dienen, dat moet zelfs hard zijn. Want als het namelijk niet hard is, dan kun je daar dus niet op bouwen. Het plaatje hieronder geeft dat misschien ook perfect weer. Trouwens, dat is ook ontleend aan de Bijbelse boodschap, aan de Bergrede zoals u die leest in het Mattheüs-evangelie. Een huis dat gebouwd wordt, ja, dan moet je dat niet op zand doen, want dat is zacht; daar zak je doorheen. En als er dan wind of golven of wat dan ook komt, dan zal dat huis geen stand houden. Daarentegen, als het gebouwd is op de rots – hard dus – dan blijft het staan en dan blijft het overeind. Dat is noodzakelijk.
Dus ja, en dat is eigenlijk ook feitelijk de introductie voor vanmorgen: als het gaat om het fundament, dan moet het hard zijn. Als het fundament niet hard is, dan is het domweg ongeschikt om als grondslag te dienen. En dat blijkt ook wel uit de wijze waarop de Bijbel dat in het algemeen naar voren brengt. Ik zoom nu vanmorgen in op de Galaten-brief. Maar wat dacht je? Als je dat in de evangeliën leest... er zijn van die liederen. Er is één lied, ik meen dat het in Johannes de Heer staat, maar dat weet ik niet eens zeker, maar dan gaat het over de stem van Jezus. "Ik wens te zijn als Jezus, zo nederig en zacht. Zijn stem was altijd vriendelijk." En zijn woorden waren vriendelijk, zijn stem was altijd zacht. Zacht, zijn stem was altijd zacht. Ja, dat is een mooi lied, maar het klopt niet. Nou, dat is hard misschien? Nee, dat is heel eenvoudig ook aan te tonen.
Moet u Mattheüs 23 eens lezen? Het 'zevenvoudige wee' heet dat dan; staat er in mijn Bijbeltje geloof ik ook boven. Namelijk als de Heer Jezus in Jeruzalem zich richt tot de leidslieden in zijn dagen. Het oordeel wat Hij daarover uitspreekt is snoei- en snoeihard: witgepleisterde graven. Of een graven... nee, witgepleisterd ja, maar van binnen zijn ze vol met dorre doodsbeenderen. Nou, de honden – zeggen ze dan – lusten er geen brood van. Het is buitengewoon fel. Trouwens, waar we vanmorgen naartoe gaan in de Galaten-brief, dat zie je ook. We gaan naar Galaten 1, maar als je even doorbladert, dan zie je ook dat als Paulus zich richt tot zijn tegenstanders die de besnijdenis promoten in die gemeenten waar hij de boodschap had neergelegd, dan geeft hij ze het advies: ze zouden zich maar moeten laten 'snijden'. Hij bedoelt gewoon: ze zouden gecastreerd moeten worden. Het mes moet een beetje uitschieten, zeg maar. En dan zeggen we: dat is een grove grap. Of nou, een grap is het sowieso niet, maar het is wel grof, ja. Maar ik bedoel: dat is ook hard. Ja, en dat zijn dus de woorden die je tegenkomt zoals je de Bijbel doorbladert. En ik zou vele voorbeelden daarvan kunnen geven.
Ja, en wanneer is iets nou gepast? Nou, dan moet ik denken aan wat er in Prediker te lezen is, in Prediker 3: er is een tijd voor het één en er is ook een tijd voor het ander. Er is een tijd om inderdaad zacht te zijn, er is ook een tijd om hard te zijn. En wanneer zou je hard zijn? En nu herhaal ik wat ik zojuist al even zei: dat is wanneer het het fundament betreft. Ik ga met u naar Galaten 1.
De Historische Context van Galatië: de Dwang van het Judaïseren ↑ hoofdstukken
En ja, die brief heeft ook de reputatie, en terecht, dat ze nogal hard en ook buitengewoon scherp is. Dat blijkt ook wel uit het feit dat Paulus heel kort is in zijn introductie. Hij valt min of meer meteen met de deur in huis. En ja, dan trekt hij van leer en we zullen dat straks ook zien.
Eerst eventjes iets over de achtergrond. Paulus had in Galatië – dat ligt in het huidige Turkije, zo in het midden, je vindt dat ook terug in het boek Handelingen en je kunt dat allemaal traceren wanneer en hoe hij daar had gepredikt – het Evangelie gebracht. Je leest dat ook in hoofdstuk 4 vers 13; hij was daar dus persoonlijk geweest. En na zijn vertrek zijn daar judaïseerders gekomen. Dat woord, of in ieder geval het werkwoord daarvan, judaïzeren, komt ook letterlijk voor in deze brief. En judaïzeren, dat wil zeggen: verjoodsen.
Kijk, Paulus had daar in Galatië het Evangelie gebracht, de boodschap van Gods genade. Zo noemt hij dat ook; dat is kenmerkend, die genade. En wat was er gebeurd? Daar waren weliswaar ook mensen met een Joodse achtergrond, maar het overige grote deel had een heidense achtergrond, een niet-Joodse achtergrond. En daar waren mensen binnengekomen na Paulus' vertrek die zeiden: "Ja, jullie zijn nu weliswaar gelovig geworden, maar als je werkelijk rechtvaardig wilt leven, dan zul je je moeten houden aan de wetten." En zij promootten de besnijdenis. Daar had ik het zojuist al even over. Zij promootten ook hoogtijden: het waarnemen van dagen, maanden, weken. Nou ja, al de hoogtijden die God aan Zijn volk had gegeven. Het argument was dat als je rechtvaardig wilt leven – want daar gaat het om – je dat moet laten doen. Het ging er niet om dat zij leerden dat je daardoor behouden wordt, maar dat als je rechtvaardig wilt leven, je je daaraan moet houden.
Dat betekent feitelijk dat die heidense gemeenten die ontstaan waren – mensen die hadden gehoord dat God onze Redder is en die hadden gehoord van Christus Jezus die de dood had overwonnen, enzovoort – nu te horen kregen dat ze toch wel bepaalde dingen moesten gaan waarnemen: rituelen of in dit geval hoogtijden. Dat werd aan hen opgelegd. In deze brief krijg je de reactie van Paulus op wat hij daarvan vindt.
Overigens moet ik erbij zeggen dat wat daar in Galatië verteld werd – namelijk dat het Evangelie niet zomaar een blijde boodschap is, maar dat daar deze verplichtingen bij horen – die boodschap feitelijk later mainstream is geworden in de christenheid. Ja, dat is ook heel simpel eigenlijk te bewijzen. Ik moet zelfs nog zeggen dat het nog veel erger is gegaan. Dat is heel goed om even in gedachten te houden: dus als we straks vanaf vers 6 in Galaten 1 gaan lezen, bedenk dan dat het in de christenheid nog veel erger is gegaan. Waarom? Wel, ook in de christenheid ontkent men dat de boodschap 'om niet' is. En sterker nog: ook de dingen die in Galatië gepromoot werden, die zijn vervolgens ook in de christenheid terechtgekomen, in de kerkelijke wereld. Daar heeft men ook de besnijdenis; nou ja, men zegt dan dat in plaats van de besnijdenis de doop is gekomen. En men heeft bijvoorbeeld ook de sabbat; men predikt ook de tien geboden en dat de sabbat onderhouden moet worden, alleen is de sabbat dan de zondag geworden.
In die zin waren ze in Galatië nog zuiverder op de graad, als ik het zo mag zeggen, want daar had men in ieder geval nog het Joodse origineel. Daar was de besnijdenis nog echt de besnijdenis en de sabbat was nog echt de sabbat. Daar was niets aan veranderd. Nu, later in de christenheid is dat allemaal nog veranderd. Het ritueel is eigenlijk niet zozeer gejudaïseerd, maar gekristianiseerd. Maar het blijven allemaal rituelen en gebruiken die opgelegd worden en noodzakelijk zijn. Met dat in gedachten wil ik vervolgens binnenstappen in vers 6 van Galaten 1.
Het Cruciale Onderscheid Tussen een 'allos' en een 'heteros' Evangelie ↑ hoofdstukken
En dan zegt Paulus, nadat hij die korte introductie heeft gegeven over wie hij is en in een paar zinnen al heeft aangegeven wat het oogmerk van zijn schrijven is, in vers 6 dit: "Ik verwonder mij dat jullie zo vlug worden overgebracht." Paulus staat gewoon versteld, in gewoon Nederlands gezegd, van het feit dat sinds zijn vertrek – nog niet eens zo heel erg lang daarvoor – die ecclesia’s, die gemeenten die daar in die landstreek ontstaan waren, zo snel en zo vlug werden omgeturnd. Want "vlug" betekent hier niet alleen snel, maar kennelijk ook gemakkelijk. Dat is een aardig woord in dit verband: omverdraaid. Ze werden overgezet naar een heel andere boodschap.
Hij zegt: "Overgebracht van degene die jullie roept in genade van Christus." En daarmee hebben we meteen een sleutelwoord te pakken: genade. Genade betekent vreugde om niet; dat wat blij maakt zonder dat er enige voorwaarde, prijs of betaling aan gekoppeld is. Het is volstrekt om niet, gratis dus. Ik bedoel de dingen die wij in de natuur zo beleven, zeker op een morgen als vandaag. De zon schijnt, alles ziet er mooi uit, je ziet het voorjaarsgroen en je hoort de vogels fluiten. Dat kan je zo blij maken, en het kost niets. Kijk omhoog en je ziet de blauwe hemel. Dat is wat blij maakt. In het Engels zeggen ze: "The best things in life are free," en dat is ook zo. Daar betaal je niets voor. Het zijn genadegaven van de Schepper en dat is karakteristiek voor de Bijbelse boodschap zoals Paulus die mocht uitdragen onder de natiën. Gewoon genade.
Het is een geweldig goed bericht van een God die niet alleen de Schepper is van alles, maar ook een geweldig plan heeft waarover Hij uitgebreid geschreven en voorzegd heeft. Een plan dat Hij waarmaakt en vervult. Dat is een boodschap voor iedereen, wie je ook bent: dat Hij die hele wereld gaat redden op Zijn tijd, ieder in zijn eigen rangorde. Dat feit staat vast, zonder kleine lettertjes en zonder dat daar iets voor gevraagd wordt. Het is volstrekt om niet. Dat is gewoon een blijde tijding. En als je het gelooft, blijft het waar; dat is het geweldige eraan. Dat is trouwens ook wat het zo "hard" maakt: je kunt er echt op staan.
Op het moment dat dat woord gehoord wordt en het kwartje valt, maakt dat zo geweldig blij. Maar goed, Paulus staat er dus versteld van dat die Galaten zo snel waren overgebracht van Degene die hen roept – het staat er in de tijdloze vorm – in de genade van Christus. Want Christus is Degene in wie dat allemaal belichaamd is; de Opgewekte in wie dat nieuwe leven is geopenbaard. Het is genade, en daarvan waren ze overgebracht tot een andersoortig evangelie.
Dat "evangelie" staat dan echt tussen aanhalingstekens; zo zou je het in het Nederlands moeten weergeven. Dat blijkt uit het vervolg, want Paulus zegt dat het helemaal geen ander evangelie is. Hij speelt hier met twee woorden. Hij spreekt over een "andersoortig" evangelie en gebruikt daarvoor het Griekse woord heteros. We kennen dat woord allemaal van "hetero". Een hetero is aangetrokken tot de andere sekse, zoals de Schepper dat bedoeld heeft: mannelijk en vrouwelijk. De Schepper is niet genderneutraal; Hij heeft mannen en vrouwen gemaakt. Zelfs een paardenbloem illustreert die twee. Heteros betekent dus andersoortig. Paulus zegt: "Jullie zijn overgebracht tot een andersoortig (heteros) evangelie, dat geen ander (allos) is."
Als je dat in verschillende vertalingen nakijkt, zul je ontdekken dat vertalers daar wat moeite mee hebben. Dat komt omdat we de nuance die het Grieks heeft in die twee woorden voor "anders" in het Nederlands niet zo goed kunnen weergeven. Het is altijd een beetje behelpen en je moet het eigenlijk toelichten. Het andere woord dat er staat is namelijk allos. En allos is ook "anders", maar dan als een variant van hetzelfde soort. Heteros is andersoortig, maar allos is anders binnen dezelfde soort.
Laat ik een voorbeeld geven uit de dierenwereld. Bij heteros zie je bijvoorbeeld een snoek, een karper, een paling en een krab. Dat zijn wezenlijk verschillende soorten; allemaal andersoortig. Maar je hebt ook allos. Denk aan de walvissen. Of je nu een blauwe vinvis hebt, een bultrug, een potvis, een orka of een dolfijn: het is allemaal van hetzelfde soort. Een blauwe vinvis is heel wat anders dan een dolfijn, zeker, maar het zijn varianten binnen één soort. Dat is allos. De wezenlijk verschillende soorten, dat is heteros.
Wat Paulus dus zegt, is: "Jullie zijn overgebracht naar een andersoortig (heteros) evangelie dat geen ander (allos) is." Wat bedoelt hij daarmee? Kijk, in de Bijbel is er sprake van verschillende evangelieën. "Heel veel" is misschien wat overdreven, maar ik kan heel wat voorbeelden geven. Zelfs in deze Galatenbrief vind ik daar al voorbeelden van. In hoofdstuk 3 vers 8 lees je bijvoorbeeld dat aan Abraham ooit het evangelie was verkondigd. Dat was 4000 jaar geleden. Aan Abraham was verteld dat in hem en via hem alle geslachten van de aardbodem gezegend zouden worden. Dat is een blijde boodschap, een goed bericht. Het was een belofte die God deed, onvoorwaardelijk. Is dat hetzelfde als wat wij kennen? Nee, natuurlijk niet. Wat aan Abraham beloofd werd, is iets anders dan wat aan ons beloofd wordt, en toch is het allemaal van hetzelfde soort (allos).
Nog een voorbeeld vind je in hoofdstuk 2 vers 7. Helaas wordt het in moderne vertalingen vaak wegvertaald, maar in de Statenvertaling staat keurig dat aan Paulus het "evangelie van de voorhuid" was toevertrouwd – dat wil zeggen: van de natiën. En aan Petrus, Jakobus en Johannes was het "evangelie van de besnijdenis" toevertrouwd. Het evangelie dat hoort bij de besnijdenis en bij Israël is ook zo'n allos-evangelie. Dat was namelijk van Godswege toevertrouwd aan Petrus. Het is volstrekt Bijbels, maar het is niet hetzelfde als wat aan Paulus was doorgegeven voor de natiën. Die boodschappen zijn allemaal allos: legitiem, Bijbels en van goddelijke oorsprong. Het is echt een goed bericht en het is genade, maar het neemt niet weg dat het in verschillende huishoudingen en verschillende tijden een eigen plaats heeft, voor verschillende groepen en met verschillende adresseringen. Het evangelie van de besnijdenis is immers bestemd voor de besnijdenis.
Het evangelie van de voorhuid is eigenlijk voor iedereen bestemd. Daar speelt de besnijdenis totaal geen rol. Alles heeft zo zijn plaats, maar dat is allos. Paulus is erover verbaasd, en daar spreekt hij ook zijn verwondering over uit — en ook zijn verbijstering — dat zij waren afgeweken naar een heteros-evangelie. Een evangelie dat niet een variant is, nee. Hij is erover verbaasd dat zij naar een evangelie zijn gegaan dat andersoortig is, dat ook geen evangelie is.
Laat ik maar gewoon meteen doorlezen, want dan zult u meteen ook zien hoe hij daarover spreekt. Dan zegt hij: "Maar er zijn sommigen..." — en dan heeft hij het met name over de predikers daarvan — "...die jullie verstoren." Dat waren die mensen die binnengeslopen waren en ingang hadden gevonden in de Ecclesia; ze hadden daar een podium gekregen en ook gehoor. Mensen waren daarvoor geporteerd. "Er zijn sommigen die jullie verstoren." In de NBG-vertaling staat: "in verwarring brengen." In de praktijk betekent dat gewoon dat zij rust, vrede en vreugde hadden, en dan waren daar mensen binnengekomen die dat verstoorden.
Ze waren zo blij. Je leest dat ook in de verwijzing naar hoofdstuk 4 vers 15. Daar zegt Paulus: "Weet je het nog? Weet je nog dat je het hoorde? Jullie waren zo enorm blij en gelukkig." Hij zegt: "En wat is daar nou nog van over?" Jullie waren gelukkig, en nu zijn jullie verontrust, want die predikers zeiden: "Dat is nou allemaal wel mooi, maar nu moeten jullie ook dit en dat gaan doen." Dus ja, ineens waren ze niet meer geschikt. Ze moesten weer van alles zo nodig. Anderen zeiden weer: "Nee, je moet het zus doen." Dus er was enorm veel verontrusting en verwarring over hoe het dan precies moest, want ook daar waren dan weer verschillen over.
Maar de essentie was: hen werd iets opgelegd terwijl ze vrij waren. Ze waren vrij en nu werden ze belast. Ja, en daar waren dan ook nog weer tegenstrijdigheden over. Kortom, ze werden verontrust. De vreugde die ze hadden en de rust die ze hadden, was weggenomen. Dat is kenmerkend voor dat andersoortige evangelie. Kijk, het kenmerk van een blijde boodschap is dat je er blij van wordt. En een kenmerk van het goede bericht is dat het werkelijk genade is; Hij doet alles. Op het moment dat er verteld wordt dat jij zus of zo wat anders moet, dan is het geen goed bericht meer.
Paulus zegt hier ook: "Er zijn sommigen die jullie verstoren en het evangelie van de Christus — zoals hij dat had doorgegeven — willen verdraaien." Het gaat dus echt om moedwillig, doelbewust er een draai aan geven. Er was trouwens ook oppositie tegen Paulus. Dat zie je ook heel duidelijk in dat eerste hoofdstuk, dat Paulus heel duidelijk zijn credentials doorgeeft: weet wel met wie je te maken hebt. Dat zei hij niet uit hoogmoed, maar omdat hij zich bewust was van zijn roeping.
Paulus werd eigenlijk ook in diskrediet gebracht. Er werd bijvoorbeeld verteld: "Ja, weet je, die Paulus, die hoort eigenlijk niet eens bij de twaalf." Dat klopt trouwens ook; hij is er later bijgekomen. Hij is hier nooit een discipel geweest. En hij vertelt dingen daar onder de natiën die discutabel zijn. Hij werd in diskrediet gebracht. En dus zeiden ze dat de boodschap die hij brengt, moet worden aangepast. Zij gingen dus heel doelbewust een draai geven aan dat wat Paulus had gebracht. Hij geeft daarmee ook aan wat hun intenties waren; niet alleen wat ze deden. Ze verdraaiden het, ze wilden het ook echt doelbewust verdraaien. En dat deden ze ook mede door Paulus in diskrediet te brengen en te zeggen dat hij niet betrouwbaar was. Want als je dat namelijk gedaan hebt, dan kun je vervolgens ook de boodschap weer aanpassen. En dat is wat zij deden.
Anathema: de Consequente Vloek over het Verdraaien van Genade ↑ hoofdstukken
Paulus reageert daarop en hij zegt: "Maar ook in het geval dat wij..." Hij sluit zichzelf daar overigens bij in. "Of een boodschapper vanuit de hemel..." Nou, geloofwaardiger kan het haast niet. Als er een engel uit de hemel komt en die gaat vertellen van zus of zo. Paulus zegt: "Als wij bij jullie zouden komen, of van mijn part een boodschapper uit de hemel, en jullie zouden evangeliseren..." Dat is het woord dat hij letterlijk gebruikt, evangelie als werkwoord. "Jullie zouden evangeliseren naast wat wij jullie evangeliseerden." Dat wil zeggen: de boodschap die jullie als evangelie, als goed bericht, hebben ontvangen. Als wij terug zouden komen, of er kwamen boodschappers uit de hemel en die zouden iets vertellen naast wat wij jullie ooit evangeliseerden.
Naast, dat is in afwijking van, maar dus ook: mis. Een aardig voorbeeld lijkt mij: als de bal naast het doel is, dan zit je ernaast en dan wordt er niet gescoord. Dan zeggen we: "Ja, maar het lijkt er toch op?" Juist als het erop lijkt, is het des te gevaarlijker. Als het er niet op lijkt, dan is het niet zo gevaarlijk. Dat is het altijd met dingen die misleidend zijn: die zijn bijna waar. Vergis je niet, de effectieve leugen is nooit origineel; die parasiteert altijd op de waarheid. Je geeft het gewoon een slag. Je hebt eerst de feiten nodig van hoe het echt is, en dat hoef je alleen maar een klein beetje te veranderen en dan heb je een leugen. Zo werkt valsmunterij ook. Als je vals geld in omloop wilt brengen, dan is het veel effectiever wanneer het er bijna echt uitziet, dan wanneer het er totaal niet op lijkt. Daar trapt natuurlijk niemand in.
Nee, dat is het punt. De boodschap die zij brachten, waar die Galaten dus oor voor hadden, daarvan zegt Paulus eigenlijk... de alarmbellen gaan bij hem rinkelen. Hij is verbijsterd dat dat zo gemakkelijk heeft gekund. Daarbij stelt hij ook de vraag: hoe diep zat dat eigenlijk bij jullie? In hoeverre zijn jullie daadwerkelijk ingeworteld als je daar nu al oor voor hebt en als je je oor laat hangen naar zulke boodschappen, terwijl het volstrekt anders is? Paulus zag de verschillen; de Galaten kennelijk niet. Ja, degenen die het wilden verdraaien, die zagen ook wel dat het heel anders was, maar als je dat verpakt, dan kun je dat heel subtiel doen.
Paulus zegt: het is er naast. Maar let even op de hele zin: "Maar ook in het geval dat wij, of een boodschapper uit de hemel, jullie zouden evangeliseren naast wat wij jullie evangeliseerden: dat zij vervloekt!" Over duidelijk gesproken, maar ook over hard gesproken. Paulus zegt dus: als ik bij jullie terug zou komen, of er zou een boodschapper uit de hemel komen en die zou iets vertellen dat afwijkt van wat ik jullie eerder heb verteld, daar staat letterlijk "anathema". Dat is de Griekse vorm voor een vloek. Je kunt het ook op zijn Hebreeuws zeggen, dan zeg je "Mara Ata". Dat staat in Zacharia en in Maleachi. Daar moet u maar eens over nadenken. "Mara" is bitter, ook een vloek. "Mara Ata": een vloek ben jij.
Ik moet er trouwens bij zeggen, dat moet ik even toelichten: want hier staat "dat zij vervloekt", en als ik dat zeg, dan slaat dat uiteraard op de boodschap. In de meeste vertalingen staat "die zij vervloekt" en daar slaat het op de persoon. Dat is een beetje lastig. Het staat namelijk in het Grieks in de derde persoon enkelvoud, om het even taalkundig te brengen. Dat kan dus zijn "het", en in dat geval slaat het op de boodschap. Maar het kan ook zijn "hem", en dan slaat het op de boodschapper. In het Grieks kun je dat beide weergeven, maar in dit geval wordt dat in het midden gelaten, en dat wil ik dan ook doen. Het enige wat je kunt zeggen over het verschil is dat Paulus in het ene geval een anathema uitspreekt over de boodschap die zij brachten. Niet de personages, daar gaat het niet om. Het gaat niet om de personen, nee, het gaat om de boodschap. Daar rust een vloek op. Dat is een vloek.
En al doe je dat in de kerk, je kunt vloeken in de kerk. Je kunt verdomd worden in de kerk. Nou, ik zou zeggen: juist daar! Ik bedoel dit: de boodschap van verdoemenis, waar wordt die gebracht? Ja, u zegt: "Mijn niet-kerkelijke buurman die neemt het woord zo vaak in de mond." Ja, maar die gelooft er niet echt in. Er is een categorie die gelooft echt dat God verdoemt, en die prediken dat ook. Die prediken dan hel en verdoemenis. Ik zal u dit vertellen: dat is een vloek. Zelfs naar de letter gesproken is dit niet te ontkennen; dat is een vloek. Als je kijkt in het woordenboek: wat is verdoemenis of verdomd? Hoe staat het er? Ik meen: eindeloos in de hel, of woorden van gelijke strekking. Nou, waar klinkt die boodschap? De boodschap van het evangelie is: God redt iedereen en het leven overwint de dood. Universeel, om niet, als feit.
Hard? Ja, inderdaad. Maar alles wat Paulus hier zegt is: als dat niet verteld wordt, als het niet "om niet" is en als het mensen niet in de vrijheid stelt, dan is dat anathema. Als het daarvan afwijkt, daar is geen ruimte voor. Dat betekent dus dat je in feite een lakmoesproef kunt toepassen op de boodschap. Als je wilt weten of het waar is, of het goed is, dan moet je de vraag stellen: wordt hier, in welke willekeurige kring ook, het evangelie verteld? Fundamenteel zoals Paulus dat deed. Of wijkt het ervan af? Paulus zegt: als dat laatste het geval is: anathema. Meent hij dat? Ja, want ik lees even verder: "Zoals wij eerder hebben uitgesproken..." Hij refereert hier kennelijk aan zijn eerste bezoek aan Galatië. "Zoals wij eerder hebben uitgesproken en ik nu weer zeg..." Hij herhaalt het dus juist. Doordat hij deze boute uitspraken doet en ze niet terugneemt — ik heb begrepen dat het woord "bout" trouwens van het Engelse "bold" komt, dus: duidelijk — deze boute uitspraken neemt hij niet terug. Hij had het ooit al verteld: dit is de boodschap, dit is de waarheid, en als het ervan afwijkt: anathema.
Het feit dat hij het herhaalt, daarmee onderstreept hij dus de waarheid daarvan en ook het belang ervan. "Zoals we eerder hebben uitgesproken en ik nu weer zeg: indien iemand jullie evangeliseert" — dus tussen aanhalingstekens, want het is geen evangelie — "naast wat jullie ontvingen: dat zij vervloekt!" Dat is niet gezellig, nee. Maar dat is zo essentieel. Waarom? Omdat de boodschap fundamenteel is; dat verdraagt geen afwijking. Het is werkelijk een goed bericht, en als het ervan afwijkt, is het geen goed bericht meer. Dat is dus een kwestie van leven en dood. En dan elke onverschilligheid daarin van: "Ach, wat maakt dat uit? Doe niet zo moeilijk daarover. Een beetje water bij de wijn doen. We moeten toch weer door één deur enzovoort." Dat is onverschilligheid. Ik weet het, tegenwoordig wordt dat dikwijls verdraagzaamheid genoemd, of tolerantie. Ik zeg: het is onverschilligheid. Als je onverschillig bent ten opzichte van het goede bericht en zegt: "Ach, die afwijkingen daarvan, als het er een beetje naast zit, het lijkt er toch op?", nee, dat kan niet.
Is dat hard? Ja, dat is erg hard. Maar juist dat is ook een kenmerk van de waarheid daarvan. Alles wat anders is dan de waarheid is een leugen, weet u dat? Van de waarheid is er altijd maar één. Dat is niet divers. De waarheid is er maar één; van de leugens zijn er heel veel. Ik noem altijd het voorbeeld: twee plus twee is vier. Dat is een correct antwoord, één antwoord dat waar is. Elk antwoord daarnaast dat daar dus van afwijkt, ongeacht welke, en dat is eindeloos, is per definitie een leugen. Ook als je zegt: "3,99". Ja, kun je dat niet wat soepeler zien? Nee, 3,99 is ook een leugen. Het is 4. Zo is het ook met het Evangelie.
Slaaf van Christus Zijn Versus het Zoeken van Menselijke Populariteit ↑ hoofdstukken
Hij zegt: "Want overreed ik nu mensen of God?" Het idee van deze opmerking is kennelijk: tracht ik nu met zulke ferme taal mensen te manipuleren of te overrulen? Of misschien zelfs God, door God erbij te halen? Is dat wat ik doe? Probeer ik hiermee te manipuleren of te overreden? Nee. Hij zegt: "Of zoek ik mensen te behagen?"
Dit is een sterke. Ik denk dat dit zo enorm belangrijk is voor iemand die gezonden is. Paulus wist waar hij het over had. Er is maar één ding van belang en dat is: wat is mijn missie, waartoe ben ik uitgezonden? En dat moet ik vertellen. Kijk, in feite is dit natuurlijk een retorische vraag, want het is logisch dat iemand die zoiets zegt... Je schrijft een brief aan een heel aantal ecclesia's, gemeenten daar in Galatië. Daar waren predikers binnengekomen aan wie gehoor werd gegeven. Die waren kennelijk op een of andere manier populair; die hadden invloed.
Nou, Paulus schrijft hen een brief en dan zegt hij dat wat daar verteld wordt, een vloek is. Tracht je dan mensen te behagen? Nou nee, dat is natuurlijk een retorische vraag. Absoluut niet! Met zulk spreken maak je geen vrienden. Is Paulus daarmee een nare persoon? Of onaardig, onvriendelijk of liefdeloos? Nee. Maar als het gaat om de waarheid, verdraagt dat daadwerkelijk geen afwijking. Dat is de reden. En dan speelt populariteit, of in hoeverre dat ingang vindt, geen enkele rol. Als iedereen zegt dat het 'zus' is en het is 'zo', moet je je daarom vanwege de meerderheid dan maar aanpassen?
Paulus is daar niet van. De waarheid is dus niet democratisch. Als negenennegentig procent van de mensen zegt dat twee en twee drieënhalf is, dan is het niet drieënhalf omdat de meerderheid aldus besloten heeft. De waarheid verandert daardoor niet. Ik geef toe: dit zijn in feite open deuren; iedereen begrijpt dit. Daar valt niet mee te sjoemelen. En Paulus zegt: kijk, dit is geen theorie, want in de praktijk zwichten mensen daar altijd weer voor. Je ziet het om je heen gebeuren en ik denk ook daarom dat dit echt heel actueel is, ook voor ons.
Durf je een eenling te zijn? Niet om apart te wezen of omdat je zo'n recalcitrant persoon bent — dat kan allemaal wezen — maar daar gaat het niet om. Het gaat maar om één ding: als je weet dat iets de waarheid is, dan heb je dat te vertellen en daarvoor te staan. Ook als je daardoor niet populair wordt. Ook als een hele grote groep mensen daardoor zegt van... Ik heb een ander voorbeeld. Ik had het zojuist over het Evangelie, maar u moet in Johannes 6 maar eens nalezen: daar heeft de Heer een hele lange rede gehouden naar aanleiding van die wonderbare spijziging. In Johannes 6 kun je dat nalezen en dan staat er dat daar een hele grote schare was — er waren er zelfs duizenden — en ze liepen allemaal weg. Er staat ook bij: "Deze reden is hard, wie kan haar aanhoren?" En dan zegt de Heer Jezus op een gegeven moment, als er nog maar een paar overblijven, de twaalf: "Willen jullie nu ook niet weggaan?"
Zwichten voor de druk van de opinie van mensen... Nee, ik ga het maar niet over de actualiteit hebben, al komt me wel een nieuw voorbeeld voor de geest. Maar ik wil het niet linken aan politieke boodschappen. Het gaat om het fenomeen dat je door druk van wat men zegt, zwicht. Want ja, als iedereen zegt dat je gek bent, of je bent een 'wappie', of je bent... Nou, blijf dan maar eens gewoon op je punt staan, gewoon op het fundament, terwijl je weet dat het zo is. Daar wijk je toch niet van af?
Paulus zegt: "Of zoek ik mensen te behagen?" Dat deed hij met zulke spraak natuurlijk niet. Hij vervolgt in vers 10: "Indien ik nog mensen behaagde..." Als ik in de weer zou zijn om mensen te pleasen, dan was ik nooit een slaaf van Christus. Het is het een of het ander: of je bent een slaaf van Christus, en dan heb je gewoon door te geven wat jou is opgedragen. In dat geval heb je maar één ding te doen, namelijk luisteren naar datgene waartoe je gezonden bent.
Kijk, Paulus was eigenlijk — de terminologie en de metafoor zijn van mij — een doorgeefluik. Hij kon niet creatief omgaan met de boodschap. In de boekhouderij noemen ze dat 'creatief boekhouden'. Er was licht... ja, ineens... Dat is creatief boekhouden. Het is trouwens ook een eufemisme voor gewoon frauderen. Ik geloof dat er varianten zijn van licht en zwaar, maar dat is eigenlijk wat het is. Daar kun je mooie strikken op plakken, maar het is gewoon frauderen.
Of mensen kiezen... Zeker als je een mensenmens bent en je houdt van gezelschap. Je vindt het plezierig om niemand tegen het hoofd te stoten en niemand tegen de schenen te schoppen. Maar ja, dat is niet leuk, zeker niet als het je ook nog wat gaat kosten. Ik bedoel: dit kan financieel zijn, maar er kunnen allerlei kosten aan verbonden zijn wanneer we gaan staan voor de waarheid en daarvoor een prijs betalen.
Maar Paulus zegt: als ik een slaaf van Christus ben, is dat mijn punt helemaal niet. Ik hoef niet te zorgen voor ingang of dat mensen mij populair vinden. Dat is totaal niet mijn punt. Als ik een slaaf van Hem ben, dan ben ik ook voor Zijn rekening. Dan geeft Hij me ook wat Hij vindt dat ik nodig heb. Dus die belangen hoef ik niet te verdedigen; dat is Zijn zaak. Dat is trouwens het heerlijke van het zijn van een slaaf: dan ben je een lijfeigenaar. Hij zorgt voor mij. Nu hoef ik me dus niet druk te maken over al die andere dingen van: "Ja, maar wat zal er dan gebeuren? Als ik voor die waarheid sta, gaat het me dat allemaal kosten." Dat is jouw zaak niet. Je hebt maar één ding te doen en dat is dat wat je opgedragen is. Vertel wat je te melden hebt. Paulus zegt: "Ik ben een slaaf van Christus en dus doe ik dat." Ik tracht geen mensen te behagen. Dat is mijn ding. Daarmee zou ik ontrouw zijn aan mijn missie.
De Goddelijke Oorsprong van de Boodschap aan de Natiën ↑ hoofdstukken
En dan zegt hij in vers 11: "Want ik maak jullie bekend, broeders, dat het evangelie dat door mij geëvangeliseerd wordt..." Dit is eigenlijk weer de inleiding tot een heel veel langer verhaal hier. Ik ga dat nu niet uitgebreid bespreken. Het is een geweldig boeiend verhaal waarin Paulus zijn geloofsbrieven overhandigt en overdraagt. Hij zegt wie hij is, maar stelt in de eerste plaats dit vast: "Ik maak jullie bekend dat het evangelie, dat goede bericht dat door mij geëvangeliseerd wordt..." Waar hij kwam, vertelde hij dat. Hij was een herald en hij onderwees het ook. Hij zegt: "Ik maak jullie bekend dat het evangelie dat door mij geëvangeliseerd wordt, niet is naar de mens."
Het is wel vóór de mens — een heel goed bericht — maar het is niet náár de mens. Dat betekent dat een mens het niet heeft bedacht, maar een mens zou het ook niet eens kunnen bedenken. Het is niet naar de mens. Weet je wat een mens doet? Bij een mens is het altijd 'voor wat hoort wat'. Maar dat is nu juist bij de boodschap van genade die hij bracht niet het geval. Niet voor wat hoort wat. God is God, Hij belooft en Hij maakt alle dingen wel. Geloof het of niet, maar dit is de waarheid. Dat is evangelie. Paulus zegt dat dit niet naar de mens is; daar valt ook geen eer mee te behalen. Het kenmerk van elke religie — ook de christelijke religie — staat daar juist vaak haaks op. Het is altijd: "Ja, maar je moet wel dit..." Het is altijd voorwaardelijk. Zelfs de liefde van God wordt dan voorwaardelijk gemaakt. Maar dit is niet naar de mens.
Paulus zegt dat hij het ook gewoon kan aantonen aangaande zichzelf: "Want van een mens ontving ik het ook niet." Hij gaat in het navolgende beschrijven hoe hij ooit als een Joodse knaap, geboren in Tarsus en opgegroeid in Jeruzalem, aan de voeten heeft gezeten van de theologische universiteit en van de grootste, bekendste hoogleraren. Hij heeft aan de voeten van Gamaliël gezeten en hij was een rising star in de community van het judaïsme, van de Joodse wereld. Hij zegt: "Ik heb het verder gebracht dan vele van mijn tijdgenoten in het Jodendom." Ja, dat kun je wel zeggen. Hij heeft vooral naam gemaakt als vijand van het evangelie van Christus. Op een gegeven ogenblik had hij zijn missie in het Joodse land volbracht en toen ging hij naar Damascus om het daar ook nog eens te keren, om daar verder te gaan en die sekte van de Nazareners uit te roeien.
En toen, u weet het, toen werd hij geroepen vanuit de hemel. Niet door een mens hier op aarde, nee, vanuit de hemel. Een hemels licht verscheen — dat schrijft hij hier niet, maar elders lees je dat een paar keer zelfs. Hij vertelt dat hij een paar dagen blind is geweest en dat zijn medereizigers hem hebben moeten begeleiden. Hij heeft een stem uit de hemel gehoord en alles werd anders voor hem. Zo'n ervaring is dat geweest. "Ik heb het niet van een mens." Als je 'naar de mens' spreekt, was hij gewoon de grootste hater, in de meest letterlijke zin van het woord. Er was in de hele wereld, in de dertiger jaren van de eerste eeuw, geen grotere vijand van dat evangelie van Jezus Christus dan Saulus van Tarsus. Hij had daarin naam gemaakt. Dus het loutere feit dat hij het nu predikte, was niet naar de mens. Hij is op de weg naar Damascus, in het buitenland — wat ook veel zegt — en ook symbolisch en typologisch geroepen en gegrepen. Dat heeft alles anders gemaakt. Hij ontving het niet van een mens, want de Heer heeft hem zelf geroepen: "Saul, Saul, wat vervolg jij Mij?" "Wie bent U?" "Ik ben Jezus van Nazareth, die jij vervolgt." Hij was een paar dagen blind en alles werd anders.
Hij zegt: "Van een mens ontving ik het ook niet, noch werd het mij onderwezen." Dat is ook heel veelzeggend. Het is niet alleen zo dat hij ooit geroepen is op de weg naar Damascus van bovenaf, maar hij is ook onderwezen van bovenaf. Je leest in Handelingen 26 dat toen hij geroepen werd, de Heer zei: "Ik zal aan jou ook nog gaan verschijnen." En wat heeft Paulus gedaan toen hij geroepen werd? Toen is hij naar Arabië gegaan. Arabië, dat is diezelfde streek als waar ooit de wet gegeven werd aan Mozes en aan het volk van Israël. Hij is naar Arabië geweest en zegt: "Ik ben niet te rade gegaan bij vlees en bloed." Hij is niet naar Jeruzalem gereisd om zich vervolgens te gaan vervoegen bij de apostelen die daar al waren. Nee, helemaal niet. Hij is niet naar Jeruzalem gegaan, hij is niet naar Petrus gegaan, of naar Jacobus. Hij zegt later wel dat hij hen inderdaad ontmoet heeft, maar dat is maar heel kort geweest. Juist om daarmee aan te geven: wat ik weet en wat ik vertel, dat heb ik niet van hen, maar van de Heer zelf. Het evangelie van de onbesnedenheid is aan mij van bovenaf door de Heer niet alleen gegeven, maar ook onderwezen. De Heer is aan hem verschenen. Hoe dat allemaal gegaan is, weet ik niet, maar hij is in Arabië geweest en de Heer heeft hem persoonlijk onderwezen. Geweldig. Zijn onderwijs was de laatste update vanuit de hemel. Inmiddels was de boodschap door Israël afgewezen en toen is een dertiende apostel geroepen, buiten de twaalf om. Hij werd niet alleen door de Heer geroepen, maar hij werd ook door de Heer onderwezen, inderdaad in het buitenland.
Paulus zegt dus: "Het is niet naar de mens. Ik heb het ook niet van een mens ontvangen en ik heb het niet van een mens onderwezen gekregen, niet van Petrus en Jacobus en al die anderen." Helemaal niet. Hij zegt: "Maar door onthulling van Jezus Christus." Apocalypsis staat hier, onthulling. De Heer heeft Zich aan hem bekendgemaakt, ook nadat hij in de woestijn daar in Arabië van de Heer onderwijs heeft ontvangen van bovenaf. Dus wat Paulus vertelt, dat is rechtstreeks van Jezus Christus. Hij zegt: "Dat heb ik te vertellen." De Heer heeft het hem zelf duidelijk gemaakt. Trouwens, ik moet erbij zeggen hoezeer men daar in Jeruzalem — Jacobus, Petrus en Johannes — daar ook moeite mee heeft gehad. Dat lees je in Galaten 2. Ik kan u echt aanbevelen om de Galatenbrief in één stuk door te lezen. Ze hebben daar wel moeite mee gehad, want Paulus had weliswaar geen heteros boodschap, maar het was wel anders hoor. Petrus heeft er heel veel moeite mee gehad, maar aan de andere kant hebben ze hem niet ontkend. Integendeel, ze hebben hem de rechterhand van gemeenschap gegeven en daar is toen ook de afspraak gemaakt: Paulus zou naar de natiën gaan en zij — Jacobus, Petrus, Johannes — richten zich tot de besnijdenis. Er is heel veel over te melden, maar het gaat me nu om het punt dat wat Paulus bracht, hij rechtstreeks door onthulling van Jezus Christus had ontvangen. Dat was het goede bericht dat hij te vertellen had. Dat is de boodschap die onder de natiën verkondigd wordt, en mag je daarvan afwijken? Nee. Mag je dat mixen met andere boodschappen? Nee.
De Noodzaak Om Onverdund Pal te Blijven Staan voor de Waarheid ↑ hoofdstukken
Want op het moment dat je het mixt met andere dingen, ja, dan wordt het waardeloos. Iets op zichzelf kan heel goed zijn, maar op het moment dat je het gaat mixen, dan krijg je iets heel anders. Water is prima, wijn erin is ook heel goed, maar je moet het niet bij elkaar doen. Dat is een begrijpelijk beeld. En zo is het ook voor de boodschap die Paulus daar onder de natiën bracht. Zo is het; daarin valt niet te sjoemelen. Blijf daarop staan.
Hoe vaak – dat is waar ik ook mee wil afsluiten – hoe vaak lees je dat ook niet in zijn brieven? Wijk daar niet vanaf, sta daarop, blijf daarop staan, laat je er niet vanaf brengen. En dat zegt hij niet zomaar voor de aardigheid of omdat hij niets anders te melden heeft. Je zou naar de mens gesproken zeggen: daar hoef je toch niets voor te doen? Je hoeft er toch helemaal niets voor te doen om te blijven staan? Nee, dat dacht je maar. Echt wel! Want er zijn zoveel tegenkrachten die je ervan proberen af te brengen en dan heb je inderdaad kracht van boven nodig, gewoon om te blijven staan op die waarheid.
Paulus, die maakt zich daar inderdaad sterk voor. Dat is wat hij aanbeveelt. Dus dat is zo scherp en zo hard als hij het ook doorgeeft. En is dat hard? Ja, het is heel hard. Maar het is vooral hart met een 't'. Het is namelijk de liefde van God die daar inspreekt en doorklinkt. Nou, daar wil ik het bij laten voor vandaag.
UltimateGoodNews