GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

is de Bijbel een moeilijk boek?

30-10-2022 - Geplaatst door Andre Piet
30 oktober 2022, Benthuizen

Voor de één is de Bijbel het Woord van de levende God en een licht op het pad. Voor een ander daarentegen is er geen doorkomen aan, een moeilijk boek en een vat vol tegenstrijdigheden. Vanwaar dat verschil? Beiden hebben het over hetzelfde ‘boek’, dus dat verschilt niet. Het verschil zit ‘m in de wijze waarop men het ‘boek’ tegemoet treedt. Dit ‘boek’, of beter: deze bibliotheek laat zich slechts verstaan wanneer men de Schrijver ervan serieus neemt en de sleutels hanteert die Hij daarvoor heeft aangereikt.

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De Bijbel is geen enkel boek, maar een bibliotheek met geschriften die elkaar onderling verklaren wanneer ze met de juiste houding worden gelezen. Het begrijpen van dit Woord vereist een geestelijke instelling die gericht is op de waarheid, in plaats van op zintuiglijke gevoelens. Omdat God Zijn waarheden vaak verbergt, moet de lezer bereid zijn om te onderzoeken en zich te laten onderwijzen. Pas wanneer de Schrift wordt geopend met de sleutels die zij zelf aanreikt, worden de diepe betekenissen helder.

“Kijk, de Bijbel kun je alleen maar verstaan als je haar opent met de sleutels die ze zelf aanreikt.”

Inleiding: de Bijbel Is een Bibliotheek ↑ hoofdstukken

De laatste paar keren dat we hier bij elkaar waren, hebben we ons nogal diepgaand beziggehouden met de geschiedenissen in het boek Genesis en de diepere betekenissen die achter het verhaal van Jozef schuilgaan. Dit keer hebben we een wat basaler thema. U ziet het achter mij geprojecteerd: “Is de Bijbel een moeilijk boek?” Kun je daar zomaar ja of nee op antwoorden? Ik denk dat als ik hier de rijen langs zou gaan en aan jullie zou vragen wat jouw antwoord is, dat de reacties wel wat divers zouden zijn.

Laat ik eerst een paar aantekeningen bij de titel zelf mogen maken. De eerste is dat de vraagstelling eigenlijk al niet juist is. De Bijbel is namelijk helemaal geen boek. Ik weet dat het altijd zo wordt genoemd, maar ‘Bijbel’ komt van het Griekse woord biblia en dat is een meervoud van boeken. In feite is de Bijbel een bibliotheek. Als je even naar de woorden zelf kijkt – Bijbel, bibliotheek – dan herken je ook de Griekse achtergrond van ons woord bibliotheek: biblos. Dat heeft allemaal te maken met ‘boek’ of in dit geval de meervoudsvorm. Dat is ook vrij logisch, want de Bijbel is een hele collectie van boeken. Vandaar dus met recht een bibliotheek, waarbij ik graag altijd de aantekening maak waarvan ik weet dat een aantal van jullie zegt: “Oh, daar heb je hem weer, dat heb ik wel eens vaker van je gehoord.”

Jawel, maar ik wil er graag op wijzen, want nog steeds is het zo dat de grote handboeken en encyclopedieën – ondanks wat ik daarover naar voren heb gebracht – vasthouden aan het hardnekkige misverstand dat de Bijbel 66 boeken zou tellen. Nu denken sommige mensen dat ik wat tegen dat getal 66 heb. Dat klopt in bepaalde opzichten ook wel, maar laten we het niet over politiek hebben. Bovendien hoef je er aan 66 nog maar één zes aan toe te voegen en dan weet je meteen dat dit iets beestachtigs is. Maar bovenal klopt de telling niet. Alle handboeken zeggen: de Bijbel telt 66 boeken. Het is gewoon niet waar.

Kijk maar naar het boek de Psalmen, dat altijd als één boek wordt geteld. Maar de Psalmen zijn niet één boek; ze vormen een vijftal boeken. Je hebt het eerste boek der Psalmen, het tweede boek, het derde, het vierde en het vijfde. Zodat het boek de Psalmen niet één boek is, maar ook weer een collectie van vijf boeken. Dat betekent dat er bij die 66 nog vier boeken moeten worden bijgeteld. Dan kom je uit op 70, en dat klopt dan weer helemaal. Ik bedoel niet alleen dat de telling zo zuiver is, maar als we de proef op de som nemen wat betreft de typologie en de symboliek, dan zie ik dat 70 een veelvoud is van zeven. En zeven is in de Bijbel het getal van de volmaaktheid.

Het aardige is dat het Hebreeuwse woord voor zeven ook identiek is aan het woord voor volheid. Met Hebreeuwse oren beluisterd begrijp je meteen inderdaad dat zeven iets met volheid te maken heeft. Ach, er zijn zoveel dingen in de schepping alleen al waarbij we inderdaad verzamelingen van zeventallen zien; ik heb het niet alleen over de kleuren van de regenboog, de dagen van de week of de toonladder. Alles is zo: God werkt met zevens. Nou ja, de Bijbel is dus geen boek maar een bibliotheek. Ik kom daar straks misschien nog op een andere wijze op terug.

En ja, dan nog iets: je moet wat specifieker zijn, want is de Bijbel moeilijk? Ja, voor wie dan? Dat maakt namelijk nogal wat verschil. Wat is jouw achtergrondkennis? Als jij helemaal nooit iets van de Bijbel hebt vernomen en je kent de verhalen niet van de zondagsschool – ik had het zojuist over Jozef of over Abraham – en je slaat een Bijbel open, dan wordt dat over het algemeen een wat lastig verhaal. De achtergrondkennis is zo divers. Het probleem in de huidige tijd is dat de kennis van de Bijbel echt met sprongen achteruitgaat. Het is de klacht van vele docenten en leraren dat de achtergrondkennis sowieso met rasse schreden omlaaggaat. Waarom zou je ook kennis verzamelen? Je hebt toch Google? Dan hoef je het niet zelf te weten; dat lijkt een beetje de instelling te zijn. Ik las een keer over iemand die zei: “Laatst nam ik een paar lifters mee in de auto en toen kon ik over de Bijbel beginnen. Die dames wisten niet eens wie Sodom en Gomorra waren.” Ja, dat wordt wel heel erg zo.

De term ‘de Bijbel’ is in feite ook een generalisatie. Ik bedoel dit: het is een hele bibliotheek en ja, wat is moeilijk? Dat is niet alleen de vraag aan wie je het stelt, maar ook over specifiek welke passage of welk boek je het hebt. Het ene boek is nu eenmaal veel toegankelijker dan het andere, en dat geldt trouwens ook voor passages. Er zijn tal van passages die je zo aan iedereen kunt meegeven en waarvan de kracht voor de lezer onmiddellijk duidelijk is, zelfs als het veel diepgang heeft. Er zijn natuurlijk heel veel Bijbelgedeeltes die zich daarvoor lenen; de Psalmen zijn bekend, de Spreuken, of een 1 Korinthe 13 om maar eens wat dwarsstraten te noemen.

Hoe was het ook alweer? In bepaalde kringen is het gebruikelijk dat wanneer je gaat evangeliseren, je niet een hele Bijbel geeft. Nee, dan geef je een Johannes-evangelie, altijd onder het motto dat dit zo lekker eenvoudig is. Nou, ik zal u dit vertellen: het is het moeilijkste evangelie dat er is. In die zin is het inderdaad krachtig, doordat het heel veel met simpele contrasten werkt: licht en duisternis, leven en dood, enzovoort. In die zin is het simpel, maar er is geen evangelie van de beschrijvingen van Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes dat zoveel diepgang en zoveel lagen heeft als juist het Johannes-evangelie. Dat soort aantekeningen wilde ik vooraf even maken.

Versta Je Wat Je Leest? (handelingen 8) ↑ hoofdstukken

Wat ik vanmorgen wil gaan doen, is aan de hand van een zevental passages in de Bijbel de vraag beantwoorden: is de Bijbel een moeilijk boek? Er zijn allerlei aanvliegroutes die je daarvoor kunt kiezen, maar ik begin eigenlijk met deze: “Versta je wat je leest?” Een aantal van jullie weten nu al dat ik naar Handelingen 8 ga, maar dat is dus precies waar ik het net over had: het hangt er ook maar weer net vanaf wat je achtergrondkennis van de Bijbel is.

In Handelingen 8 is er een geschiedenis waarin je leest over een minister uit Ethiopië, een minister van financiën. Hij was de opperschatbewaarder en was op pelgrimage geweest in Jeruzalem. Dat is een hoge pief, als ik het even onerbiedig mag zeggen. Hij was weer op de terugweg en zat in zijn wagen. Je mag aannemen dat hij daar ook veel bedienden en dergelijke bij zich had; hij werd in elk geval begeleid. Waarschijnlijk was deze man een proseliet. Hij was in Jeruzalem geweest om te aanbidden en was nu weer op de terugweg.

Dan wordt Filippus — zijn naam wordt vaak genoemd in het boek Handelingen, hij was een evangelist — door de Geest geroepen en eigenlijk gestuurd om naar die man toe te gaan. Dat is daar ergens in de Gazastrook, lees je dan. Filippus staat aan de kant van de weg en daar komt net die stoet aan, de wagen van die minister van financiën uit Ethiopië. De man leest in de boekrol van Jesaja en hij leest dat hardop. Dat is eigenlijk heel grappig, want in het Hebreeuws is het woord voor ‘lezen’ eigenlijk ook ‘roepen’. Wat wij heel vaak doen, zachtjes lezen, dat kende men toen niet. Als je leest, dan spreek je het ook uit. Filippus hoort die man dus gewoon die passage lezen.

Ik haak nu aan bij vers 30, dat is de achtergrond van het verhaal. Daar staat: “En Filippus liep er snel naartoe en hij hoorde hem de profeet Jesaja lezen.” Ik kan u verklappen dat het uit Jesaja 53 was; dat blijkt uit de rest van het verhaal. Filippus vraagt dan: “Versta je ook wat je leest?” Jesaja is nogal een uitgebreid boek, maar die man leest dat en Filippus stelde meteen de vraag ’to the point’: “Begrijp je ook wat je leest?”

Dat is eigenlijk wel de vraag waar we het vanmorgen over hebben. Is het een heel moeilijk boek? Je kunt het wel lezen en dan kun je ook allerlei dingen aanspreken, maar waar gaat dit eigenlijk over? Of in dit geval: over wie gaat het dan? Ik moet er ook nog even bij zeggen: Jesaja 53 is een profetie. We hebben het er in deze zetting ook al een paar keer over gehad. Het is een profetie, een voorzegging van pakweg zes eeuwen voor onze jaartelling over de Messias. Hoe Hij voor Israël de Messias zou zijn en dat Hij verstoten en veracht zou zijn onder Zijn volk, en dat Hij als een lam ter slachting geleid zou worden, als een schaap dat stom is voor zijn scheerders.

Dat wordt daar beschreven en over Hem leest dus die kamerling uit Morenland, uit Ethiopië dus. Een zwarte man; ‘moor’ betekent gewoon zwart hoor. Ja, zo heet je kat ook: Moortje. Oh ja, bij jou hoef ik er helemaal niet over te beginnen met die vijf katten die thuis rondlopen; er zal vast wel een Moortje tussen zitten. Goed, even terug naar de les.

“Versta je wat je leest?” En dan zegt die man: “Hoe zou ik dat toch kunnen als niet iemand mij de weg wijst?” Hij moedigde Filippus aan in te stappen en te gaan zitten naast hem. Hij gaat er kennelijk meteen vanuit dat degene die die vraag stelt hem wel op weg zou kunnen helpen. Ik vind dit eigenlijk wel een heel mooi antwoord. In de praktijk is het zo dat je meestal — ik houd een slag om de arm, want het is geen wet van Meden en Perzen — iemand nodig hebt die je wegwijs maakt in hoe de vork aan de steel zit.

Deze man leest Jesaja en in dit geval had hij trouwens ook geluk dat hij Filippus treft. Dan lees je ook het vervolg — ik laat dat nu verder niet zien — dat Filippus hem aan de hand van dat schriftgedeelte uitlegt wat daar staat geschreven, maar ook hoe het zijn vervulling gevonden heeft in de Messias die inmiddels gekomen is. Hij vertelt het allemaal en die kamerling is ook meteen overtuigd. Het was volstrekt helder wat hij te horen heeft gekregen. Je leest ook dat hij zich meteen, naar goed Joods gebruik, laat dopen in water dat daar was. Zo, zonder een kerkelijke commissie; gewoon pardoes onder kopje onder.

Maar die vraag: “Hoe zou ik het kunnen begrijpen als niet iemand mij de weg wijst?” In de praktijk heb je dat nodig. Ik weet het, er zijn mensen die puur door de Schrift zelf te lezen op het spoor komen en de dingen ontdekken. Dat kan, maar je moet ze met een lampje zoeken. De normale gang van zaken is dat er iemand is die jou gewoon de weg wijst en je vraagt: “Heb je dat wel eens gelezen?” En als je dan zegt dat je er geen snars van begrijpt, dat iemand je vertelt: “Kijk, zo zit het.” Niet ‘zo móét je het lezen’, maar gewoon tekst en uitleg geven.

“Versta je wat je leest?” “Ja, hoe zou dat kunnen als niet iemand mij wegwijs maakt?” In dit geval was deze Ethiopische minister het voorrecht toebedeeld dat hij iemand kreeg die naast hem kwam zitten en die hem vertelde hoe de vork inderdaad aan de steel zat. Dan moet ik er ook meteen even bij zeggen: je moet maar hopen dat er inderdaad iemand is die je wegwijs maakt. Want er zijn natuurlijk ook genoeg mensen — ik kom daar straks nog wel op terug — die misschien wel de naam hebben alles over de Bijbel te weten, maar die de weg niet kunnen wijzen. Sterker nog, van mensen waarvan je zou mogen verwachten dat ze je vanuit hun professionaliteit en studie kunnen vertellen wat de Bijbel betekent, sturen je in werkelijkheid met een kluitje in het riet of ze brengen je compleet in verwarring. Die gaan er dus niet naast zitten om je te helpen. Nee, die zitten er wel naast, maar dan in de zin dat ze het volkomen mis hebben.

Oké, dit was een eerste voorbeeld.

Gods Heerlijkheid Is een Zaak te Verbergen (spreuken 25) ↑ hoofdstukken

Ik zei het al: ik heb een zevental schriftplaatsen geselecteerd, en dit is nummer twee. Die vind ik ook wel heel apart. Het is in een betrekkelijk willekeurige volgorde geworden dat ik wat schriftplaatsen aanwijs die licht werpen op de vraag van deze samenkomst: ‘Is de Bijbel een moeilijk boek?’ Op de dia ziet u een plaatje met een kompas dat de richting wijst naar een schat die ergens verborgen moet liggen. Dat brengt mij meteen bij deze schriftplaats in Spreuken 25. Het is een hele mooie, ik citeer hem graag: ‘Het is Gods heerlijkheid een zaak te verbergen en de heerlijkheid van koningen een zaak te onderzoeken.’

Het Hebreeuwse woord voor heerlijkheid is trouwens kabod. Ik hoor mensen denken: ‘Hé, er was iemand die heette Ikabod.’ Dat betekent: de eer, de heerlijkheid is weg. Maar kabod is letterlijk het woord voor gewicht; eigenlijk dat wat gewicht in de schaal legt. ‘Gewichtig’ zijn, dat is de gedachte bij dat Hebreeuwse woord. U leest hier twee keer over heerlijkheid, of eventueel eer. We zien hier twee zinsdelen die parallel aan elkaar lopen, een mooi voorbeeld van parallelisme. Ze zeggen niet precies hetzelfde, maar vormen in dit geval een contrast. Het is Gods heerlijkheid een zaak te verbergen, maar daarentegen is het de koningsheerlijkheid om een zaak juist te onderzoeken, na te speuren, te checken en aan het licht te brengen.

Er staat ‘een zaak’. Dat woord staat er twee keer, net als heerlijkheid. Het Hebreeuwse woord daarvoor is dabar, en letterlijk betekent dabar ‘woord’. Dat is een heel mooi fenomeen, want in de taal van God — want dat is wat het Hebreeuws is — is het woord voor ‘woord’ identiek aan het woord voor ‘daad’. Dat is voor ons Nederlanders lastig uit te leggen, want voor ons zijn dat twee verschillende dingen. Maar in het Hebreeuws is dabar een woord, maar het is ook een zaak; dat wat werkelijkheid wordt. Als je helemaal teruggaat naar de essentie daarvan: bij God is Zijn woord ook altijd daad. De eerste keer dat we in de Bijbel lezen dat God spreekt, zegt Hij: ‘Er zij licht,’ en er was licht. Zijn woord werd onmiddellijk werkelijkheid. Dat is altijd het geval: Hij gebiedt en het staat er, Hij spreekt en het is er. Dat is de kracht van het Woord. Alle dingen zijn uit het Woord geworden. Dat is dat woordje dabar.

Het is trouwens ook de naam van een vrouw in de Bijbel: Deborah. Die uitgang ‘-ah’ wil zeggen dat het vrouwelijk is. Het is ook het woord voor ‘bij’. U zegt misschien dat dit een bijzaak is, maar een bij produceert honing, en honing is in de Bijbel weer een beeld van het Woord. Zo is de cirkel weer rond. Maar wat hier staat is: het is Gods heerlijkheid een zaak te verbergen. Veel mensen hebben kritiek op de Bijbel, juist vanwege dat motto. De Bijbel heeft in het algemeen de reputatie moeilijk te zijn; mensen zeggen: ‘Ik snap er geen snars van.’ Maar dat is nu juist Gods heerlijkheid. Het is inderdaad een verborgen schat. In de Bijbel lees je dat het onderzoeken ervan als een goudmijn is. God zoeken is een behoorlijk intensieve bezigheid, maar wat je allemaal op het spoor komt, is geweldig. Gods rijkdommen en de schatten die Hij te bieden heeft, liggen niet zomaar voor het oprapen. De mooiste en grootste rijkdommen liggen inderdaad verborgen. Dat doen wij met onze schatten ook; dat zijn verborgen schatten.

God verbergt Zijn Woord in zoveel zaken, alleen al in de schepping. Van de schepping gaat een geweldige sprake uit. We zitten nu in het najaar; alles gaat dood, alles is stervende. Daarna komt het winterseizoen waarin de dood heerst, maar na de winter ontluikt er weer nieuw leven. Leven uit de dood! Ik kan u vertellen dat het hele fenomeen van herfst, winter, lente en zomer een sprake is van wat God te melden heeft: namelijk dat de dood niet het laatste woord heeft, maar dat het leven triomfeert. Mijn broer Dirk heeft hier al heel wat keren gesproken over de natuur. Hij zit momenteel weer in Afrika, maar zijn hobby is tegenwoordig honingbijen. Hij heeft al vaker verteld over de geweldige betekenis die daaraan vastzit. Het hele verhaal van die honingraat en hoe dat gaat, is één compleet Godswonder. Het spreekt allemaal van het Woord.

Ik geef nog een voorbeeld: de sterrenhemel. Niet zo lang geleden heb ik me daar opnieuw in verdiept. Al die 48 sterrenbeelden vertellen een verhaal. De hemelen vertellen Gods eer, maar het zit erin verborgen. Om het simpel te zeggen: vanaf de Maagd tot aan de Leeuw — van Virgo tot Leo — vertellen al die 48 sterrenbeelden gewoon het evangelie! Het evangelie staat elke nacht gewoon aan de hemel geschreven. Het hele verhaal van hoe het ooit begon bij de Maagd en hoe het uiteindelijk eindigt bij de Leeuw van Juda staat gewoon in de sterren geschreven. Ja, verborgen, maar dat is Gods eer. Het is Gods eer een zaak te verbergen.

Er is ook een specifiek woord voor verbergen: Esther. We hebben een Bijbelboek dat zo heet, en dan weet u meteen wat Esther betekent, namelijk ‘verborgen’ of ‘verborgenheid’. Weet u hoe vaak de naam van God daarin voorkomt? Niet één keer. Maar op een verborgen wijze staat die naam er heel vaak in. God verbergt Zijn naam in die hele geschiedenis van Esther over het Joodse volk dat door het noodlot getroffen lijkt te worden, maar waarin God hen op verborgen wijze bewaart. In feite is dat het verhaal van de verborgenheid. Ik ga daar nu verder niet op in, want jongens, wat er allemaal verborgen ligt onder de oppervlakte!

Het is Gods eer een zaak te verbergen. Mensen zeggen: ‘Ik snap er helemaal niets van,’ maar dat is juist Gods eer. In feite, als je er niet in geïnteresseerd bent, dan is het ook helemaal niet voor jouw oren bestemd; dat is in zekere zin een win-winsituatie. Maar daartegenover staat de tegenstelling: het is Gods eer een zaak te verbergen, maar het is de heerlijkheid van koningen om een zaak — het woord — te onderzoeken, na te speuren en aan het licht te brengen. Er is een volk dat bestemd is om straks een koninklijke functie te hebben in deze wereld: het Joodse volk, het volk van Israël. Petrus zegt dat dit koninklijke volk straks het Woord gaat naspeuren en al die verborgen schatten aan de wereld zal etaleren. Dat is de functie die het volk van Israël straks, in de nabije toekomst, wereldwijd gaat vervullen. Dat bedoel ik met diepgang. Het is een royale, koninklijke eer om inderdaad dat wat verborgen ligt aan het licht te brengen. Volgende tekst, nummer drie.

Een Zielsmens Ontvangt de Dingen van Gods Geest Niet (1 Korinthe 2) ↑ hoofdstukken

Een zielsmens ontvangt niet. Ik vond het wel een aardig plaatje om erbij te hebben, want bij ons heeft het begrip ‘ontvangen’ ook de klank van… nou ja, het is een moderne betekenis. Je ontvangt een zender of een bepaald signaal via een antenne of via – hoe heet zo’n ding? Een schotel, juist ja. Maar een zielsmens ontvangt niet. Dit is opnieuw, via een andere route, een antwoord op de vraag: is de Bijbel een moeilijk boek?

Ik neem u mee naar 1 Korinthe 2 vers 14. We gaan echt kriskras door de Bijbel, ‘leuk raak’ zoals ik dat noem, maar toch heeft alles te maken met die ene vraagstelling. Er staat in 1 Korinthe 2 vers 14 – Paulus schrijft die brief aan de Korinthiërs – het volgende: ‘Een zielsmens ontvangt niet de dingen van de Geest van God, want het is hem dwaasheid.’ In sommige vertalingen staat dat er een ‘ongeestelijk mens’ staat, maar dat staat er niet; er staat een zielsmens. Hij snapt het niet, maar het is eigenlijk nog erger. Hij snapt het niet alleen maar niet, hij vindt het stupide, hij vindt het dwaas. Dat is ook logisch, want het ontbreekt hem simpelweg aan het vermogen om dat signaal op te vangen. Hij ontvangt het niet.

Dat woord ‘zielsmens’ moet ik even toelichten, want we weten eigenlijk niet meer wat ziel en geest is. Dat is best zielig dat we dat onderscheid niet meer kennen. Misschien vindt u dat ‘geestig’, maar het is een serieus punt. Ik heb een boek mogen schrijven – het ligt hier ook, en voor belachelijk lage tarieven kunt u het boek en de brochures hier verkrijgen – over de Korinthebrief en dat heet: ‘Zielig is niet geestig’. Ik heb die titel zelf bedacht. Het gaat over de betekenis van dat woord ‘ziels’, want we kennen dat woord eigenlijk allemaal wel. In het Grieks staat er psuchikos, waar je ons woord ‘psyche’ direct in herkent. Dat is het woord ziel. Psuchikos betekent zielkundig en een psycholoog is een zielkundige; dat is letterlijk de betekenis.

De psyche – dan moet je weten vanuit de Bijbel – in de Bijbel heeft de mens niet zozeer een ziel, maar is hij een ziel. En weet u, de eerste keren dat de Bijbel het woord ziel gebruikt, gaat het niet eens over een mens, maar over dieren. Zij worden ‘levende zielen’ genoemd. Van huis uit en vanuit de traditie is ons altijd wijsgemaakt dat wat de mens onderscheidt van het dier is dat wij een ziel hebben. Forget it, dat is niet waar. Juist het zielse – het ‘zielige’, zo u wilt – hebben wij gemeen met de dierenwereld. Dat heeft te maken met de sensaties via de zintuigen. Een plant heeft geen ziel en is ook geen ziel, maar dieren wel. Zij hebben zintuigen op alle niveaus en die wekken sensaties en gevoelens op. Dat is wat de ziel in feite is.

En als je daarop georiënteerd bent, ontvangt een zielsmens niet de dingen van de Geest van God. Want de Geest van God, die geest… in de Bijbel staat ‘geest’ voor alles wat je niet kunt zien. Het is eigenlijk een verzamelbegrip. Het woord voor geest is pneuma. Wij kennen dat ook van ‘pneumatiek’, maar pneuma betekent ook adem of wind. Het is een heel breed begrip. Wat is nou het karakteristieke van pneuma? Je kunt het niet zien. De uitwerking ervan kun je soms wel zien – als het waait, zie je de bomen heen en weer bewegen – maar de wind zelf zie je niet. Geest staat dus voor alles wat je niet kunt zien.

Nu staat hier: ‘Een zielsmens ontvangt niet de dingen van de Geest van God.’ Hij begrijpt het niet. Het zijn namelijk twee heel verschillende signalen. Het ene heeft te maken met de zintuigen en het andere heeft juist te maken met wat je niet ziet. Het zielse heeft dus te maken met de oriëntatie op sensaties en voelen. De zielsmens kan het niet kennen, omdat het op een geestelijke wijze kritisch wordt beoordeeld.

Hier komen we op een heel belangrijk spoor: geest heeft te maken met de waarheid. Degene die geestelijk georiënteerd is, die wil weten wat de waarheid is. Dat is het grote verschil. Een zielsmens is gericht op de sensaties, op de gevoelens. Terwijl een geestelijk mens – ik zou kunnen zeggen: een ‘geestig’ mens – niet gericht is op het voelen, maar geïnteresseerd is in de waarheid. Daarom staat er ook bij dat het op een geestelijke wijze… ik moet even goed de tekst lezen, sorry… ‘Een zielsmens ontvangt niet de dingen van de Geest van God, want het is hem dwaasheid.’ Hij pakt dat niet. Hij kan het ook niet kennen, omdat het op een geestelijke wijze kritisch wordt beoordeeld.

Hier staat dus het woord pneumatikos. De zielse mens is georiënteerd op gevoel, maar de geestelijke mens is georiënteerd op de waarheid. Vandaar ook dat een geestelijk mens de dingen kritisch onderzoekt. In het Grieks staat daar het woord anakrino. Dat betekent iets kritisch beoordelen. Een heel mooi voorbeeld daarvan vinden we in Handelingen 17 vers 11. Dat moet u onthouden. Daar lees je over de Bereeërs. Paulus was daar in Berea aangekomen en dan lees je dat hij de Bijbel open deed en vertelde. En dan staat er over die Bereeërs: zij gingen dagelijks in de Schriften na of die dingen inderdaad zo waren. Daar staat exact hetzelfde woord: anakrino. Dat wil zeggen dat ze luisterden naar wat daar verteld werd en ze worden geprezen om het feit dat ze nagingen of dat al zo was, of het waar was. Ze checkten het, oftewel: ze beoordeelden het kritisch.

Dat is een kenmerk van iemand die geestelijk ingesteld is. Die stelt niet de vraag: ‘Voelt dat lekker?’ of ‘Is er wat te zien?’. Laten we wel wezen, in veel kerkdiensten met grote kathedralen en orgels wordt daarop ingespeeld. Wij hebben hier natuurlijk ook een geweldige begeleiding, daar niet van – ik moet uitkijken wat ik zeg tegen André – maar begrijp me goed: ik heb niets tegen de ziel. Het is niet zo dat ik iets tegen gevoelens heb. Ik zeg alleen dat het onderscheiden moet worden van het geestelijke. Een geestelijke instelling is de interesse, de belangstelling, het willen weten hoe het zit. De waarheid. Of dat prettig voelt, is in feite irrelevant. Daar gaat het niet om.

Sterker nog: hoe worden mensen misleid? Juist vaak door die ‘lekkere’ woorden. Het ziet er zo mooi uit, het zijn mooie kleuren en het maakt indruk. Met wierookgeuren en dergelijke poogt men indruk te maken op de zintuigen. Maar in feite zet het een mens heel gemakkelijk op het verkeerde been. Het gaat om maar één ding: om heel ‘clean’ te denken. Klopt het? Is het waar? Ik vind het zo geweldig dat Paulus hier zegt dat dit geestelijk is. Wij denken bij ‘geestelijke oorlog’ vaak aan iemand die helemaal in de zevende hemel is, met de handen in de lucht en die helemaal blij is. Ik heb daar niets op tegen, nogmaals, maar dat is niet wat geestelijk is.

Geestelijk is degene die checkt of het waar is. En die zich dus ook niet laat overdonderen door de gedachte: ‘Jij moet dat vinden, want ik zeg dat.’ Dat is heel sektarisch. Dan laat je je overdonderen door een instituut of door de gedachte dat iets nu eenmaal altijd zo gezegd is, dus zo is het. Nee, degene die geestelijk is, die wil weten: ‘Wacht even, dat zeg jij nou wel…’. Ik hoop ook dat u zo naar mij luistert en u afvraagt: ‘Zegt die André Piet dat nu wel terecht?’

Wie is André Piet dan? Nou, dat is een hele goede… Nee, wat ik hoop dat u doet, is dat u luistert naar wat ik te zeggen heb en dat u vervolgens zelf gewoon checkt of het waar is. Dat is het enige wat interessant is: om de bonnetjes. Daarom zeg ik heel erg: ja, de bonnetjes. Klopt het? Is het waar? Ik vertel in vrijheid wat ik u te melden heb en het is aan jullie de taak gewoon om het te checken. En wat u ermee doet, dat is volstrekt uw zaak. Of jouw zaak, niet de mijne. En wat je ermee doet, daar gaat het niet om. Dat is ook een hele volwassen instelling.

Maar dat is geestelijk. Geestelijk is: hoe zit het? Is het waar? Klopt het? Je checkt het. En dan moet je je niet laten misleiden door gevoelens. Is de Bijbel een moeilijk boek? Ja, maar je moet wel inderdaad geestelijk ingesteld zijn en je niet laten leiden door gevoel. Dat is een hele zielse en in feite ook een zielige instelling, want het brengt je namelijk nooit bij de geestelijke dingen.

De aardigheid is trouwens dat als je geestelijk georiënteerd wordt, dan wordt het leven ook daadwerkelijk vreugdevol en heel geestig. Dat is maar geen woordgrapje, het is echt zo. Dan wordt de Bijbel buitengewoon interessant. Ja. De geestelijke mens echter beoordeelt kritisch alle dingen. Dat is pneumatikos, psuchikos… zo leer je ook nog eens wat Grieks. Oké, nog eentje, nummer vier.

Zwaar Om te Begrijpen (2 Petrus 3) ↑ hoofdstukken

Ik moet een beetje opschieten. “Zwaar om te begrijpen”, daarvoor ga ik naar 2 Petrus 3. Dat is het nadeel van allerlei passages: dan moet ik iedere keer even tekst en uitleg geven over de context en de samenhang. Maar in dit geval is dit aan het einde van de laatste brief die Petrus heeft geschreven. Daar gaat het eigenlijk over de vraag die hij al voorzegt: in die dagen – de eerste eeuw – komt er een tijd dat mensen zeggen: “Waar blijft de belofte van zijn komst?” Dan geeft hij antwoord en zegt hij: “Ja, dat komt. De Heer draalt niet, Hij vertoeft niet.” Het is niet zo dat Hij het heeft uitgesteld, nee, het zit anders. Eén ding moeten jullie weten: voor de Heer is één dag als duizend jaar. Als je dat weet, dan begrijp je ook waarom het zo lijkt te gaan. Dan duurt het namelijk maar twee dagen en dat is eigenlijk toch heel kort.

Hij gaat dan nog uitgebreid verder in op die vraag en eindigt uiteindelijk de beantwoording over het uitblijven van die terugkeer van de Heer. Dan zegt hij dat achter het geduld van de Heer – het feit dat Hij maar uitblijft en niet ingrijpt – redding zit. Dat is juist waar het om gaat. Hoezo? Nou, dan zegt hij: “Zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de wijsheid die aan hem gegeven wordt, aan jullie schreef.” Dit staat weer tussen haakjes. Ik denk dat hij hier doelt op de Hebreeënbrief, die Paulus inderdaad heeft geschreven aan Joden, zoals Petrus zich ook adresseerde. Afijn, het gaat mij nu even om het punt dat Petrus zegt: als je wilt weten hoe dat nou helemaal zit met het feit dat de Heer maar niet terugkeert en dat het langer duurt dan we aanvankelijk dachten, dan moet je wezen bij Paulus. Hij zegt: want die heeft ook aan jullie daarover geschreven.

En dan zegt hij in vers 16: “Zoals ook in al de brieven waarin hij over deze dingen schrijft.” Dat is eigenlijk een van de hoofdonderwerpen van de apostel Paulus. En dan zegt hij erbij: “Daarin zijn sommige dingen zwaar te begrijpen.” Moet je nagaan: Petrus zegt dat over de brieven van Paulus! Hij zegt er diverse dingen over, maar zijn persoonlijke beleving is: “Ja, die Paulus, hij is wel lastig hoor.” Of nou ja, lastig… ik bedoel: moeilijk te verstaan, moeilijk te begrijpen, zwaar om te verstaan. En ja, dat weten we ook uit de Bijbel: Petrus heeft verschillende keren moeite gehad met Paulus. Maar aan het eind van zijn leven geeft hij hem volledig alle credits. Hij zegt: “Als je wilt weten hoe het echt zit, moet je bij hem wezen.”

Dat heeft er ook alles mee te maken dat Paulus bepaalde dingen wist die Petrus niet wist. Paulus is later geroepen dan Petrus. Aan Paulus zijn geheimen bekendgemaakt waar de anderen, de twaalf van Petrus, geen notie van hadden. In zekere zin was het een update, maar feitelijk ook een hele nieuwe gang van zaken die Paulus inluidde. Dat is een heel uitgebreid onderwerp wat ik nu ter sprake breng, maar het gaat hierom: Paulus wist dingen. En Petrus, met alles wat hij wist en te melden had, had moeite met Paulus. Paulus had namelijk een andere bediening en een andere taak. Aan hem zijn andere dingen bekendgemaakt en dat was een hele… ja, hoe moet je dat zeggen? Het was een hele reset. Nee, dat is niet het goede woord, maar hij moest op zoveel fronten helemaal gaan omdenken vanwege die boodschap van Paulus. Petrus heeft de waarheid ervan onderkend, maar het heeft hem jaren gekost om zich daar vertrouwd mee te maken en om het te verstaan.

Nu, aan het eind van zijn leven, zegt hij: “Daar moet je wezen.” Maar hij geeft dan eigenlijk al min of meer de disclaimer: het is wel vreemd lastig om soms te begrijpen. Zo gaat dat; je moet ook niet alles in de Bijbel mixen. Als je wilt weten hoe het zit, dan geef ik dat als laatste tip in dit verband even mee: als je wilt weten hoe het vandaag zit, moet je bij Paulus wezen. Mensen vragen wel eens: “Waar moet ik nou beginnen in de Bijbel?” Begin bij de brieven van Paulus. Daar moet je wezen. De hele Bijbel is voor ons, maar als je echt wilt weten hoe het zit in verband met deze tijd, moet je eerst beginnen bij Paulus. Hij is de apostel van de natiën, voor ons, voor u en voor mij.

Petrus zegt er trouwens nog bij: “Ja, daarin zijn sommige dingen zwaar te begrijpen, want de onkundigen en labielen – degenen die dus niet zo stabiel staan – die zullen dat verdraaien.” Zoals hij erbij zegt: “Ook de overige Schriften, tot hun eigen ondergang.” Zo gaat dat. Uiteindelijk is het gebrek aan kennis van zaken – in dit geval over de Schriften – een bron van misverstanden, onbegrip en vaak ook valse beschuldigingen over tegenstrijdigheden in de Bijbel. Ik zal je dit vertellen: als mensen daarover beginnen… ik had gisteravond nog even een gesprek over al die tegenstrijdigheden in de Bijbel. Degene die dat tegen mij zei, zei: “Ja, ik ken de Bijbel niet hoor, maar er staan zoveel tegenstrijdigheden in.” Ik vroeg: “Heb je er ooit bij stilgestaan dat er misschien verband bestaat tussen het een en het ander?” Dat zou ik graag herzien. Het klinkt misschien wat flauw, maar het is gewoon zo: je moet weten hoe het zit.

Je moet de dingen onderscheiden en dus het woord der waarheid recht snijden. Je moet dat niet allemaal door elkaar gaan husselen, want dan krijg je gewoon een potpourri en snap je er helemaal niets meer van. Dan krijg je dus met recht verwarring. Dan gaan de dingen door elkaar lopen en er is één iemand die daar heel knap in is, die zijn naam daar zelfs aan ontleent: Diabolos. En Diabolos is ons woord duivel, maar het betekent letterlijk degene die de dingen dooreenwerpt. Dat is zijn professie, daar is hij buitengewoon goed in. En hij is een theoloog, moet ik er ook nog bij zeggen. Het eerste wat we weten van de Diabolos is wat hij doet: “God heeft zeker wel gezegd dat…” Hij praat over de dingen die God gezegd heeft. Hij zegt niet wat God gezegd heeft, maar hij praat óver wat God gezegd heeft. Een groot verschil. Je moet weten waar je het over hebt. Dan heb ik er nog één.

Geen Profetie van de Schrift Heeft een Eigen Uitlegging (2 Petrus 1) ↑ hoofdstukken

Geen eigen uitlegging. Dat staat in de brief waar ik het net over had, maar dan een paar hoofdstukken eerder: 2 Petrus 1. Daar vertelt Petrus over de ervaring die hij ooit heeft gehad op de berg van de Verheerlijking. Hij vertelt over de geweldige dingen die hij daar heeft gezien en waar hij getuige van is geweest, samen met Johannes en Jakobus.

In vers 19 van 2 Petrus 1 zegt hij: “En wij hebben het profetische woord des te vaster.” Dat wil zeggen: het is bevestigd. En jullie doen er wel aan daarop acht te geven als op een lamp die schijnt in een troebele plaats. Dat is eigenlijk wat er staat. Wij hebben het profetische woord, de Schriften. Profetie betekent letterlijk ook voorzegging. Als je wilt weten hoe de vork in de steel zit en goddelijk licht wilt hebben – ik bedoel, mensen voorspellen maar wat, maar God voorzegt – dan is dat profetische woord vast. Het is een kompas en wij doen er goed aan daar acht op te geven, want het is een lamp die schijnt in een troebele plaats. Deze wereld is een troebele plaats; je ziet de dingen niet scherp en voor zover je ze wel ziet, helpen anderen je wel met een kluitje in het riet en dat soort zaken.

Maar wij doen er dus goed aan er acht op te geven en dan zegt Petrus dit erbij: “Dit eerst wetende…” Dus als je acht geeft op dat profetische woord, weet dan dit: dat geen profetie der Schrift haar eigen uitlegging voortbrengt. Als je het hele verband bekijkt, dan wordt het meteen simpel, hoewel de tekst zelf eigenlijk ook wel duidelijk is. Geen profetie van de Schrift – je hebt immers allerlei voorzeggingen in de Schrift – en nu zegt Petrus dat je eerst dit moet weten als je het wilt verstaan: dat zo’n profetie van de Schrift zichzelf niet uitlegt. Hoe komt dat? Dat is heel simpel. Profetieën leggen elkaar uit. De ene profetie van de Schrift legt de andere profetie van de Schrift uit.

Dit is een mooi fenomeen. Ik had het in het begin over de Bijbel als een bibliotheek, maar het geweldige van die bibliotheek is dat al die boeken een eenheid vormen. Het is een van de meest indrukwekkende dingen van de Bijbel: geschreven gedurende duizenden jaren, met zoveel verschillende achtergronden, zo divers en in allerlei talen, maar wat blijkt nou? Dat al die stukjes bij elkaar één panorama opleveren. Het zijn in feite puzzelstukjes. Al die boeken, al die profetieën der Schrift, ze leggen elkaar uit. De Schrift als geheel legt zichzelf uit en daarmee bewijst ze ook haar eenheid.

Kijk, als je dat niet weet en je zegt: “We hebben hier deze profetie,” en je benadert het op een puur theologische manier… Ik ben misschien niet zo aardig over theologen vanmorgen, maar in de praktijk maken zij zich vaak meester over de Bijbel. Zij zullen wel eens even vertellen wat de Bijbel betekent: “Wat zegt theoloog A en wat zegt theoloog B?” Maar waar het om gaat, is dat de Schrift zichzelf uitlegt. Als ik wil weten wat er in Genesis staat, dan zal ik de hele Bijbel erbij moeten betrekken. Zo ga ik het verstaan, want het is één geheel. Dan blijkt ook inderdaad dat al die boeken samenhangen en dat ze één bron hebben, één Auteur.

Vorige week hadden we goede vrienden op bezoek. Hij had een uitgesproken atheïstische achtergrond. Zij had later het Woord leren kennen; zij was er helemaal door overmeesterd, overtuigd en blij mee. Maar hij nog niet. Toen ze weggingen, had zij tegen hem gezegd: “Je moet die Bijbel eens gaan lezen.” Ze gingen een paar dagen weg en hij zou dan de Bijbel gaan lezen. Maar hij had er helemaal geen zin in, want hij dacht dat hij het toch niet zou snappen. Het is een buitengewoon intelligente vent, daar niet van, maar hij zei: “Nee, die snap ik toch niet.” Toen zei zij tegen hem: “Weet je waarom jij het niet begrijpt? Je kent de Afzender niet.”

Ja, dat is het. Als je op voorhand al niets wilt… Kijk, de Bijbel kun je alleen maar verstaan als je haar opent met de sleutels die ze zelf aanreikt. Als je zegt: “Dat vind ik niet interessant, wij hebben zo onze eigen manieren wel,” en je komt vervolgens tot de conclusie dat de Bijbel een heel complex boek is, ja, dank je de koekoek! Je moet die Bijbel lezen volgens de juiste criteria, met de sleutels die ze zelf aanreikt. Dan laat ze zich verstaan. Dat is de grap: op het moment dat je de Schrijver serieus neemt door inderdaad de sleutels toe te passen die de Bijbel zelf aanreikt, dan ga je hem verstaan. De Bijbel sluit zich echter af en je zult haar nooit kunnen begrijpen als je die sleutels niet toepast.

Zo krijg je dus twee verschillende kampen. Zeer intelligente mensen zeggen: “Die Bijbel is geweldig, het is een kompas, het is een licht en een schat.” En een ander, ook zeer clever en bestudeerd, misschien wel een theoloog, zegt: “Die Bijbel is zo moeilijk, we kunnen er eigenlijk geen kant mee op.” Hoe kan het dat er twee zulke diametraal tegenover elkaar staande conclusies getrokken worden terwijl we het over hetzelfde boek, dezelfde bibliotheek hebben? De houding verschilt, de benadering verschilt. Neem je de Schrijver op voorhand serieus of niet? Als je dat niet doet, dan zul je het nooit verstaan. Liefere koekjes worden er niet gebakken. Maar ik ben blij dat het zo is: geen profetie der Schrift heeft haar eigen uitlegging. De Schrift bewijst en verklaart zichzelf.

Verborgen voor Wijzen en Verstandigen (mattheüs 11) ↑ hoofdstukken

Hebben we dan toch nog Rob? Die… ja, we hadden het voor de samenkomst eventjes over paarden en over ezels. Je leest in Mattheüs 11 – ik lees hem meteen maar even voor – dat in die periode Jezus antwoordde. Hij heeft Zijn ogen naar boven gericht en Hij zei: “Ik juich U toe, o Vader, Heer van hemel en aarde, dat U deze dingen verbergt voor wijzen en verstandigen.” U moet weten: Hij was daar net in Kapernaüm actief geweest in de synagoge en Hij kreeg vanuit de geestelijke leiding zoveel verzet. Ze moesten er eigenlijk niets van hebben; de theologen van Zijn dagen moesten niets van Hem hebben.

En wat zegt de Heer Jezus dan? Je zou zeggen: als Hij daar zo actief mee bezig is en iedere keer de synagogen wordt uitgetrapt, dan zou je daar heel gefrustreerd van raken. Maar nee, Hij zegt: “Ik juich U toe, o Vader, Heer van hemel en aarde, dat U deze dingen verbergt voor wijzen en verstandigen.” Hij is blij. Hij dankt God dat die wijzen en verstandigen – mensen die professioneel geacht worden het te weten – er niets van begrijpen. De Heer Jezus dankt Zijn God voor dat feit. Hij zegt: “Ik dank U dat U het zo geregeld hebt dat het niet is voor degenen die met al hun vermogens, capaciteiten en titels op hun tenen staan om het te begrijpen.” Nee, zo werkt het niet.

Weet je hoe het wel zit? Er staat bij dat U deze dingen verbergt voor wijzen en verstandigen, maar onthult aan onmondigen, aan kindertjes. Aan kinderkens. Ja, een kind. Een kind dat nog helemaal niets weet en niets pretendeert, maar wel geïnteresseerd is. De houding van een kind is dat het geïnteresseerd is en luistert naar zijn vader. Die wijzen en verstandigen, in dit geval die theologen, die wisten het allemaal al. Ze hadden hun tradities en er waren zoveel boeken geschreven; het waren altijd die tradities die hen ervan weerhielden om de Schriften werkelijk te verstaan.

Ik zal je vertellen: nu zijn we tweeduizend jaar verder en het is nog steeds hetzelfde liedje. Er is niets wat een mens zo verblindt en verhindert als juist traditie. Je moet dus gewoon weer helemaal fris van voren af aan beginnen. We gooien alles weg wat er is afgesproken: die riten en tradities. Interessant, mooi en leuk om kennis van te nemen, maar het zegt niets. Het gaat om de Schrift. Als je die houding hebt, is het prachtig wat je dan allemaal te horen krijgt. Dan ben je misschien geen wijze en verstandige in de ogen van de wereld, maar een heel simpel iemand. Prijs God, want Hij maakt het jou bekend!

Zo werkt het echt. “U onthult het aan onmondigen. Ja Vader, want zo werd het een welbehagen voor U.” Zo wil Hij dat. God heeft er een plezier in om het op die manier te verbergen voor al die mensen met die knappe koppen. Maar Hij vertelt Zijn geheimen aan degenen die Hem zoeken. Nou, dan heb ik nog een laatste.

De Opening van Uw Woorden Geeft Licht (psalm 119) ↑ hoofdstukken

Dus nummer zeven. U begrijpt hem al, er zit typologie achter. Het gaat over de opening van Uw woorden. Daar kan ik kort over zijn, dat staat in de Psalmen. Psalm 119, een hele lange psalm is dat, en daar staat dit – en eigenlijk is dat ook wel een antwoord op de vraag: “De opening van Uw woorden geeft licht, begrip gevend aan eenvoudigen.”

Eigenlijk is dit een constatering. Op het moment dat het Woord geopend wordt… Kijk naar het woord ‘opening’, dat is hetzelfde woord dat ook gebruikt wordt voor het openen van een deur met behulp van sleutels. Dat Woord, de Schriften, dat is een schatkamer. Maar die is alleen maar toegankelijk als je de sleutel hebt. “De sleutel is gebroken, is er dan geen timmerman die de sleutel maken kan en het Engelenland…?” Het land van de engelen, de hemel is gesloten. Er zit trouwens heel veel diepgang in zo’n liedje hoor. Maar je hebt een sleutel nodig om die schatkamer te openen. Over die sleutel hadden we het zojuist.

Maar als dat dan geopend wordt, ja, dan staat er: de opening van Uw woorden… Vroeger had je zo’n motto van De Telegraaf. Marcel, misschien voor jouw tijd dat jij bij De Telegraaf zat, had je de rubriek Privé. Die heb je nog steeds natuurlijk. En die hadden als motto: “Privé opent deuren die voor anderen gesloten zijn.” Nou, daar hebben we het nu dus eigenlijk ook over, maar dan over wat hogere dingen, zeg maar. We hebben het over dingen waar je een sleutel voor nodig hebt, zodat je toegang krijgt tot zaken die eigenlijk voor de meerderheid van de mensen volstrekt onontvankelijk zijn. Maar als het geopend wordt, nou ja, de opening van Uw woorden verspreidt licht. Oftewel: het maakt de dingen helder en duidelijk. Het verdrijft de duisternis en geeft begrip aan de eenvoudigen.

Je leest over de dag dat de Heer Jezus opstond – dat is het laatste wat ik erover wil zeggen. Op de dag dat de Heer Jezus opstond, vervoegde Hij Zich incognito bij twee mannen die op weg waren naar Emmaüs. Wisten zij veel met wie ze van doen hadden. Ze raakten in gesprek en ze waren bedroefd over al die dingen die de afgelopen dagen gebeurd waren in Jeruzalem. En dan neemt die vreemdeling, de Heer Jezus, het woord: “O onverstandigen en tragen van hart, dat jullie niet geloven alles wat de profeten hebben gesproken!”

En dan lees je: en van Mozes aan beginnende, en al de Schriften en de profeten, legde Hij hun uit waar de Schriften bedekking hadden. En dan komen ze later weer terug. Dan gaan ze weer van Emmaüs naar Jeruzalem en dan zeggen ze tegen elkaar: “Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften opende?” Hij deed de Bijbel open en het werd een openbaring, ja met recht. Het ging open en wauw! Zo geweldig! Het geeft licht, het verlicht, het maakt de dingen duidelijk. Het geeft perspectief, het opent deuren maar ook vensters, en het is zo’n geweldige rijkdom.

Dus ja, concluderend: is de Bijbel een moeilijk boek? Zegt u het maar. Als je de sleutels in handen hebt, dan nog is het soms een heel traject om allerlei dingen te vinden, maar het is een adembenemend avontuur. Het wordt nu hoog tijd om af te sluiten en het hierbij te laten.

🎧 is de Bijbel een moeilijk boek?


Powered by RedCircle

Delen: