GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

uitverkoren & voorbestemd

06-11-2022 - Geplaatst door Andre Piet
zondag 6 november 2022, Epe

Voor de meeste kerkmensen zijn uitverkiezing en predestinatie begrippen waar men liever maar niet over nadenkt. Want hoewel het pastoraal wordt toegedekt, zijn deze woorden volgens de kerkleer onvermijdelijk verbonden met het noodlot. Immers, wie niet is uitverkoren beland voor eeuwig in de hel, zo is de gedachte. Maar hoe anders is de boodschap van de Bijbel! God laat niet varen de werken van zijn handen en brengt elk van zijn creaties tot hun bestemming. Dat is Gods alomvattend voornemen. En om dat universele doel te bereiken kiest Hij sommigen uit als instrumenten…

Deze studie is in gesproken vorm ook in andere talen beschikbaar. 

📝 Samenvatting & Transcriptie: uitverkoren & voorbestemd

Samenvatting van deze toespraak

De Bijbelse begrippen uitverkiezing en voorbestemming wijzen niet op willekeurige uitsluiting, maar zijn positieve middelen waarmee God Zijn exclusieve instrumenten kiest voor een universeel doel. God heeft al vóór de wereldtijdperken een onwrikbaar voornemen gemaakt waarin de mens geen enkele verdienste heeft. Degenen die nu worden uitgeroepen, zijn voorbestemd om gelijkvormig te worden aan Zijn Zoon en delen als lotsdeel in Zijn erfenis. Uiteindelijk is het Gods alomvattende plan om in de volheid van de tijdperken de hele schepping in Christus samen te vatten. Alles is louter Gods genade en soevereine werk, opdat alle lof uitsluitend aan Hem toekomt.

“Dus uitverkiezing is het kanaal of het instrument dat uitgekozen wordt, dat is exclusief. Maar de doelstelling erachter is juist inclusief.”

Introductie: de Betekenis van Uitverkiezing en Voorbestemming ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen, vrienden! Dankjewel Frans Gerard voor deze mooie introductie. Het onderwerp is toch wel heel boeiend. Hoewel ik me realiseer dat een heleboel mensen — al was het alleen maar in de omgeving waar we ons hier bevinden en een groot gedeelte van de Veluwe, en ik denk dat dat ook opgaat voor veel andere delen van ons eigen landje, om over daarbuiten nog maar te zwijgen — de rillingen krijgen bij het lezen van deze woorden en de begrippen die daarmee verband houden: uitverkiezing en voorbestemming.

Dat roept meteen de gedachte op: “Ben ik dan wel een van hen?” U zou ze de kost moeten geven, maar doe dat maar niet, die inderdaad hun hele leven in angst zijn over de vraag of ze wel uitverkoren zijn, en bang zijn dat dit niet het geval is. En waarom? Omdat men denkt dat als je niet uitverkoren of gepredestineerd bent — ik kom daar straks nog even op terug — je dan bestemd bent voor de hel, voor de verlorenheid, of welk begrip je daar dan ook maar aan plakt.

Nu zou ik die insteek kunnen nemen en negatief kunnen doen over die benaderingen die op allerlei wijzen tegen de Bijbel ingaan, maar waarom zouden we niet gewoon de positieve, de directe manier kiezen door ons te bepalen bij de vraag: wat zegt de Bijbel hierover? Laat ik er maar meteen duidelijk over zijn: beide begrippen, uitverkoren zijn (of uitverkiezen) en voorbestemd zijn, zijn zeer Bijbelse begrippen.

Er zijn ook mensen, met name in de evangelische wereld, die zeggen: “Nee, er bestaat helemaal niet zoiets; de mens heeft een vrije wil en een God die Zich daarbij voegt.” Zij moeten dan alle zeilen bijzetten om deze woorden en begrippen eigenlijk weg te verklaren. Dat is ook niet juist. Maar goed, daarmee is dus gezegd dat uitverkiezing en voorbestemming Bijbelse begrippen zijn.

Laten we eerst de woorden zelf eens wat nader ontleden. Uitkiezen of uitverkiezen is gewoon… als je in het woordenboek kijkt, zie je dat het Bijbels gebruik daar in wezen niet van verschilt: het is selecteren. Je hebt een hele grote groep, of een kleinere groep, en daar moet uit worden gekozen. In feite doen we de hele dag niet anders. Als u in de supermarkt bent, doet u niet anders dan uitkiezen. Of je kiest een kandidaat uit; er zijn sollicitaties binnengekomen en daar moeten mensen geselecteerd, uitgekozen worden. Wie is dan de uitverkorene? Dat is op gewoon menselijk niveau al het geval.

Als we ons dan bepalen bij dat andere woord, “voorbestemmen”: dat betekent gewoon vooraf een bestemming geven of voorbeschikken. Kijk het maar na, het is niet zo moeilijk. Het betekent vooraf een bestemming geven. Er zijn zoveel dingen in het leven die eigenlijk al voorbeschikt zijn. Je zult maar Amalia heten en kroonprinses in Nederland zijn; dan ben je voorbestemd. Eigenlijk was zij, nog voordat zij geboren was, al voorbestemd om op de troon terecht te komen. Of je dat nu leuk vindt of niet, dat is een heel andere vraag, maar die voorbestemming was gewoon al helemaal geregeld.

Dat bepaalt ons trouwens ook bij dat andere woord, dat misschien wat in onbruik is geraakt, maar exact hetzelfde weergeeft, namelijk predestinatie. Dat is eigenlijk een Latijns woord, waarbij “pre” “voor” betekent en “destinatie” — denk aan het Engelse woord destination — “bestemming” betekent. Toen ik vanmorgen hiernaartoe ging, had ik mijn auto ook voorbestemd. Je klikt de app Waze aan: ik wil naar Epe toe. Ik was in Rijnsburg en toen ik hier arriveerde, kreeg ik de melding: “Bestemming bereikt.” Maar dat was dus gewoon tevoren bestemd. Dat zijn hele triviale dingen waar we dagelijks mee te maken hebben, maar het zijn evengoed Bijbelse begrippen.

Bijbelse Voorbeelden: de Aartsvaders en het Universele Doel ↑ hoofdstukken

Laat ik er een paar Bijbelse voorbeelden van geven. En dan kom ik eigenlijk automatisch al bij de aartsvaders terecht. Laten we maar eens beginnen bij Abraham. Ik ben niet compleet, ik geef gewoon een paar bekende Bijbelse voorbeelden hier. God koos Abraham ooit uit in het land van Ur der Chaldeeën, daar in het huidige Irak. En Hij heeft hem verkoren, of uitgekozen, of uitverkoren – het zijn allemaal dezelfde begrippen. En dit is trouwens ook een heel belangrijk ding. Je leest dat in Genesis 12. God koos één iemand uit: uit zijn land, uit zijn maagschap, uit zijn familie; en Hij had voor hem en zijn nageslacht een land bestemd. Weer: voorbestemd. Het zou nog eeuwen duren voordat het daadwerkelijk enigszins in vervulling ging, maar niettemin was dat de voorbestemming.

Wat je hierin heel sterk ziet, is dat uitverkiezing op zich een exclusief ding is. Want de één wordt wel… ik bedoel, Abraham was uitverkoren, Lot niet. Nou ja, dat is nog een verhaal apart trouwens, maar in die zin niet. En al die mensen die in Ur woonden, die waren niet uitgekozen. Abraham was uitgekozen, maar dan moet je eigenlijk altijd de vraag stellen: uitverkoren voor wat dan wel? Een heleboel mensen stellen die vraag niet eens en dan komen we weer een beetje in de christelijke wereld terecht. Men denkt bij uitverkiezing meteen aan hemel, hel, behouden worden of niet behouden worden. Dat zul je in de Bijbel dus niet aantreffen. Je bent uitverkoren met een specifiek doel en dat mag dan op zichzelf staan.

Uitverkiezing is exclusief, dat is waar. De een wel, de ander niet; dat is uitkiezen. Maar de doelstelling zelf is universeel. Dat vind ik misschien wel het mooiste voorbeeld juist in Abrahams geschiedenis. Want Abraham was uitverkoren, maar dat was niet omdat de rest van de wereld God niet interesseerde. Integendeel, God koos Abraham uit om alle geslachten van de aardbodem – zo lees je dat in Genesis 12 – te zegenen. Dus uitverkiezing is het kanaal of het instrument dat uitgekozen wordt, dat is exclusief. Maar de doelstelling erachter is juist inclusief. Het sluit niemand uit. God gaat namelijk de hele wereld zegenen via Abraham en zijn zaad, moet ik dan eigenlijk zeggen. En strikt genomen is dat Christus. Maar goed, het gaat me nu even om die uitverkiezing aan zich.

Dus houd hem vast: uitverkiezing is niet negatief, maar is positief. Degenen die niet uitverkoren zijn – alle geslachten van de aardbodem – die zijn niet uitgekozen zoals Abraham uitgekozen is. Maar dat wil niet zeggen dat de rest van de wereld of alle geslachten van de aardbodem God niet interesseren. Integendeel. Nou, die moet je heel goed vasthouden, want ik denk dat we hiermee misschien wel een van de meest basale waarheden achter dit begrip van uitverkiezing te pakken hebben.

Laten we nog even verder gaan in de generaties, want dan heb je Abraham. Izaäk was voor zijn geboorte uitverkoren, lees je ook, om zoon te zijn van de belofte. Niet Ismaël. Bekende geschiedenis, en zo niet, dan moet u dat nog maar eens nalezen. Gerard, je hebt al meer opdrachten gegeven of suggesties gedaan om thuis nog eens te lezen, maar dan heb ik er nog eentje. En in Romeinen 9 wordt dat… Met name Romeinen 9 is een hoofdstuk bij uitstek dat gaat over dit onderwerp waar we het vanmorgen over hebben. Maar Izaäk was inderdaad uitgekozen en ook voorbestemd om de zoon van de belofte te zijn.

En hetzelfde verhaal doet zich dan nog weer een generatie later voor. Dan krijg je Jakob. Rebekka, lees je dan, was zwanger van een tweeling. Maar God had voor de geboorte al gezegd: de oudste zal de jongste dienstbaar zijn. Jakob had God uitgekozen. En dat staat er nog bij in die toelichting in Romeinen 9 vers 11 – 9-11, makkelijk te onthouden – dan staat erbij: nog voordat ze goed of kwaad gedaan hadden. Het zou hen niets baten natuurlijk; ze konden zelfs nog niet hun gelijk bewijzen. Maar God had Zijn keuze al gemaakt: Jakob, niet Ezau. Niet omdat God een hekel had aan Ezau – dat wordt wel zo gezegd – maar Hij stelde hem op de tweede plaats. Er staat inderdaad in de Bijbel: ‘Jakob heb Ik liefgehad en Ezau heb Ik gehaat’. Maar haten in de Bijbel, het Bijbelse woord daarvoor betekent: op de tweede plaats stellen. Achterstellen. Dus dat is belangrijk.

Jakob had God uitgekozen, niet omdat het zo’n fraaie vent was. Want later in de geschiedenis… als je gewoon de geschiedenis leest in Genesis… nou, ik weet niet hoe het u vergaat, dat is een persoonlijke impressie, maar dan moet ik u zeggen: eigenlijk gaat mijn sympathie meer uit naar Ezau dan naar Jakob. Ja, maar daar gaat het helemaal niet om. God had Zijn keuze gemaakt. Waarom? Nou, en dat staat er nu ook bij – dat moet u echt lezen in Romeinen 9 – in die verzen daar staat: nog voor de tweeling geboren was, nog voordat de kinderen geboren waren, had God gezegd dat de oudste de jongste dienstbaar zou zijn. En er staat Paulus bij als toelichting, als commentaar, dat het uitverkiezend voornemen van God zou blijven – niet uit werken, maar uit God die kiest.

Dus het hele idee is: het gaat niet om verdiensten. Het gaat er niet om dat de één beter is dan de ander. God kiest uit. God heeft een voornemen, een plan, en daarvoor verontschuldigt Hij zich niet. Hij heeft een plan en don’t worry, Hij heeft de hele schepping op het oog. Het is het werk van Zijn handen. Maar in dat plan zijn er wel instrumenten die Hij uitkiest om dat doel, dat plan, te realiseren. Dat zijn twee verschillende dingen. Dus dat instrument, ja, dat is heel specifiek, heel exclusief. Maar de doelstelling, bij Abraham en bij Izaäk en bij Jakob – God gaat gewoon door de generaties heen verder – de doelstelling is universeel.

Oké. Nou, wat ik vanmorgen graag wil doen… dit waren vooral even wat inleidende overwegingen om ook duidelijk te maken, niet alleen wat uitverkiezing en voorbestemming betekenen, maar ook gewoon dat het pure Bijbelse begrippen zijn. Dat moet je weten. En nu wil ik vanmorgen jullie ook meenemen naar een drietal schriftplaatsen. Dat zijn namelijk… nou, niet echt willekeurig, het zijn wel de schriftplaatsen bij uitstek die handelen over deze dingen. Het is ook met name de apostel Paulus die over deze dingen uitweidt; vandaar ook dat ik naar zijn brieven toe ga. Er is op veel meer plaatsen sprake van uitverkiezing en voorbestemming, maar ik neem u mee naar drie schriftplaatsen: Romeinen 8, 1 Korinthe 1 en Efeze 1.

Romeinen 8: de Gouden Ketting van Voorbestemming ↑ hoofdstukken

Om te beginnen dus: Romeinen 8. Ik haak aan bij vers 28. Ik kan niet op alles al te zeer ingaan, maar we lezen daar: “Wij weten nu…” Kijk, dat is de taal van het geloof. Geloof oriënteert zich op wat God gesproken heeft en dan weet je het. Een heleboel mensen denken bij geloven dat het een kwestie is van voelen, maar dat is het niet. Als je het voelt: halleluja, prijs de Heer dat je gevoel het bevestigt, maar ga er nooit op af, want er is niets zo misleidend als jouw eigen emoties. Het woord zegt het eigenlijk al; het is zo bewegend: “emotie” en “motion” beweegt. Maar als je echt wilt weten, dan gaat het om dingen die niet veranderen. Je gevoel verandert wel, maar twee en twee is vier; dat weet ik. Dat is geen kwestie van voelen, dat heeft er niks mee te maken, dat is gewoon wetenschap. Wij weten waarom we geloven, niet omdat we het voelen of omdat we het zien — dat is trouwens ook heel misleidend — maar omdat God gesproken heeft.

Wij weten nu dat voor degenen die de God liefhebben — zo staat het er letterlijk — alle dingen meewerken ten goede, voor degenen die naar Zijn voornemen geroepenen zijn. U voelt nu meteen al aan waarom ik deze tekst lees: “die naar Zijn voornemen geroepenen zijn.” Eerst nog even dit: wij weten dat wat er ook gebeurt, alles moet meewerken. Dat betreft een heleboel dingen. Ik weet zeker dat als ik nu mensen naar voren zou halen om te vragen of er dingen in hun leven zijn waar ze moeite mee hebben, of waarvoor ze misschien elke dag tot God bidden: “Neem het van mij af,” dat u zegt: “Ja, ja, ja.” Daar zeg ik verder niets van, maar Paulus deed dat ook een keer. Die had ook zo’n last van iets en daarvan lees je dat hij God vurig aanbad, wel drie keer. Om het even in mijn eigen termen te zeggen, zei God eigenlijk: “Hou nu eens op met zeuren. Mijn genade is jou genoeg.” Wat Ik jou geef, Mijn weg… Kijk, we zingen het wel: “Gods weg is de beste, de beste altijd.” En dat weten wij. Er zijn dus een heleboel dingen die je liever niet wilt, maar wij weten dat voor degenen die God liefhebben, die Hem als God kennen, alle dingen onvermijdelijk meewerken ten goede.

Al die negatieve dingen… Dat is mijn favoriete metafoor: er zijn zoveel minnen in je leven, maar God ziet geen minnen, God ziet plussen. Alleen zijn die plussen nog niet af. Elke plus bevat een min. Wij zien die minnen, maar God zegt: “Nee, dat zijn plussen, alleen Mijn werk is nog niet af.” Als je zo tegen de dingen aankijkt, dan is dat met recht positief denken. Er is een God, en met alles wat er plaatsvindt: het vindt plaats omdat Hij het een plaats geeft, anders zou het niet gebeuren. Hij is God. Hij doet al die dingen medewerkende voor degenen die naar Zijn voornemen geroepen zijn. God heeft een voornemen en in dat voornemen zijn er mensen die Hij gaat roepen. En waarom roept Hij ze? Gewoon omdat Hij een “Voornemer” is. Daarom.

Ik lees verder: “Want die Hij tevoren kende…” Dat is voorkennis. God staat nooit voor verrassingen. God hoeft ook nooit op plan B over te schakelen. Dat vind ik een geweldige zekerheid, want er is een God die alles beschikt. Er staat in Jesaja dat Hij van den beginne de afloop verkondigde. God heeft alles in Zijn hand. En die Hij tevoren kende, die bestemde Hij ook tevoren. Dat is predestinatie. Om even bij het voorbeeld van Jakob en Esau te blijven: God heeft een voornemen en in dat voornemen kiest Hij uit. Het is Zijn plan en die mensen bestemt Hij ook tevoren. Dat gaat altijd zo door. Ik had het net over Abraham; als je een generatie verder gaat, kom je bij Jozef uit, en nog een generatie verder bij Efraïm. Kent u die geschiedenis van die zegen? Dat is allemaal uitverkiezing hoor, en voorbestemming. Dat zijn zulke elementaire Bijbelse waarheden en het bepaalt ons bij de geringheid van de mens en daarmee de grootheid van God. Hij is God, Hij heeft een voornemen, Hij heeft een plan en daar zet Hij mensen in; Hij roept mensen.

Wie Hij in Zijn voornemen tevoren kende en daarom ook tevoren bestemde… Wauw. Dus voordat je geboren was — wat zeg ik? We zullen het straks zien: zó ver naar voren had Hij dat voornemen al. Degenen die Hij tevoren kende, bestemde Hij ook tevoren. Dat bevestigt precies wat ik zojuist al zei: je bent voorbestemd voor een bepaald doel. In dit geval zegt Paulus: “om tot gelijkvormigen van het beeld van Zijn Zoon” te zijn. Dat wil zeggen dat je voorbestemd bent om de positie van Zijn Zoon te delen. Dat is een van de grote onderwerpen in de brieven van Paulus. God roept mensen uit, over de hele wereld, uit miljarden mensen momenteel. En er zijn mensen die Hij “uitroept”. Hoezo? Omdat Hij hen een bestemming heeft gegeven om deel uit te maken van het lichaam van Christus. Hij het Hoofd en wij de Ecclesia. Ecclesia betekent trouwens ook “uitroepsel”. Zij delen in Zijn positie; in dat wat Christus krijgt, delen zij ook. Ze zijn gelijkvormig aan de Zoon en daartoe zijn we voorbestemd. Dat is een lot uit de loterij, dat zal ik u vertellen. Ik zal het u straks zelfs letterlijk laten zien.

Met welk doel zijn wij tevoren bestemd? Tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon, opdat Hij zou zijn de eerstgeborene onder vele broeders. Het idee is dat er een gezelschap is waar Christus de eersteling is, de eerstgeborene, maar Hij deelt Zijn positie met Zijn broeders. Dat is die andere metafoor: Hoofd en lichaam. Hij is de Erfgenaam, want dat is in feite wat de eerstgeborene is; die krijgt het dubbele deel van de erfenis. En de rest deelt ook mee. Dat is ook Romeinen 8: wij zijn erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus. Dat is enorm.

Trouwens, in Romeinen 8 zie je ook heel sterk hoe God heel de schepping op het oog heeft. Er staat dat de ganse schepping in al haar delen momenteel zucht. God heeft die schepping momenteel aan de vergankelijkheid onderworpen, aan de eindelijkheid. Heel de schepping is aan de eindelijkheid onderworpen en er staat bij: “niet vrijwillig”. Weer zoiets: geen eigen keuze. Nee, het is om Hem die haar schepping daaraan onderworpen heeft. Maar er staat bij: “in hoop echter”, omdat de schepping zelf verlost zal worden en bevrijd zal worden. Zij wacht op de onthulling van de zonen Gods. Dat staat allemaal in hetzelfde hoofdstuk. Dus de hele schepping wacht op iets, namelijk op de onthulling of de openbaring van de zonen Gods. Dat wil zeggen: van Hem die de eerstgeborene is en Zijn broeders. Dat unieke gezelschap is een “uitroepsel”, de Ecclesia. De hele schepping is niet het uitroepsel; het uitroepsel is een speciaal gezelschap dat bestemd is tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon.

Dat heeft een heleboel gevolgen, dat realiseer ik me, maar het idee is in feite heel eenvoudig. Heel de schepping wacht daarop, zoals alle geslachten van de aardbodem wachten op de zegen die God gaat geven via Abraham en zijn zaad. Zij zijn de uitverkorenen en de rest zal via dat kanaal van zegen worden verzekerd. In feite is dat Christus, want Christus is dat zaad van Abraham en wij zijn in Christus. De lijnen lopen allemaal identiek; het is een herkenbaar patroon dat je overal ziet terugkomen. Het verhaal is heel consistent.

God zegent de wereld via Abraham en zijn zaad, dat is Christus. En aangezien wij in Christus zijn, zijn lichaam zijn of zo u wilt: Hij is de eerste woning, wij zijn zijn broeders. Wij zijn die zonen Gods waar de hele schepping op wacht.

Ik ga nog even verder, in Romeinen 8 vers 30 staat: “Degenen nu die Hij tevoren bestemt, dezen roept Hij ook.” Dan moet ik er even iets taalkundigs bij zeggen, want dat is een lastig ding. Het staat in de meeste vertalingen in de voltooid tegenwoordige tijd: “Degenen die Hij tevoren bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen.” Maar het staat hier in een Griekse werkwoordsvorm die niet de voltooid tegenwoordige tijd is, maar een aorist. Een aorist wil eigenlijk zeggen: zonder horizon. Het is een feitloos feit. Wij kennen die werkwoordsvorm in het Nederlands niet zo sterk, maar het gaat gewoon om het feit. Het idee van een aorist komt heel vaak voor in het Griekse Nieuwe Testament: het is een feit, ongeacht wanneer; de tijd speelt geen rol. In dit geval gaat het erom dat God tevoren bestemt. Degenen die Hij tevoren bestemt, die roept Hij ook. Het gaat er niet om dat Hij dat gedaan hééft, maar Hij bestémt tevoren. En degenen die Hij tevoren bestemt, die roept Hij ook. Dus eerst voorbestemd, en die Hij voorbestemt, die roept Hij. Hoe komt het nou dat je geroepen bent? Omdat je tevoren gekend en dus tevoren bestemd bent. Dáárom.

Ik heb dat plaatje ernaast, dat is een gouden ketting. Waarom een gouden ketting? Het zijn allemaal gouden schakels. Waarom goud? Omdat God degene is die in deze verzen handelend optreedt. Hij alleen. Hier is de mens echt lijdend voorwerp in de zin van: God is degene die acteert. God is degene die voorkent, een voornemen heeft, die tevoren kent, die tevoren bestemt en die roept. Een mens kan daar niets aan af of toe doen. Dat is geweldig en daarom is het een gouden ketting, want al die schakels zijn onverbrekelijk. Het zijn gouden schakels, maar het zijn ook goddelijke schakels. Het is onvergankelijk en onverbrekelijk. Prijs God! Degenen nu die Hij – als je de klemtoon goed legt, dan is het helemaal duidelijk – dezen roept Hij ook. En degenen die Hij roept, dezen rechtvaardigt Hij ook.

Je ziet hier gewoon de ketting: Hij kent het tevoren, Hij bestemt het tevoren en vervolgens: degenen die Hij tevoren bestemt, die roept Hij ook. En degenen die Hij roept, die rechtvaardigt Hij ook. Wat is de bijdrage van een mens? Niente, 0,0. Hij is namelijk degene die alles doet. Alles is hier Gods zorg. En degenen die Hij rechtvaardigt, zo staat er dan, dezen verheerlijkt Hij ook.

Bij dat laatste zie je trouwens heel sterk dat dit inderdaad een aorist is. In de NBG staat: “die heeft Hij ook verheerlijkt.” Maar dat klopt niet. Het hele idee is juist dat wij verheerlijkt wórden. Nu lijden wij met Hem om straks – dat is Romeinen 8 vers 7 – om straks met Hem verheerlijkt te worden. Dat is niet in het verleden al gebeurd, nee, dat gaat nog gebeuren. Maar het gaat niet om de tijd; het gaat om degenen die Hij tevoren kent en die Hij tevoren bestemt.

Laat ik het zo zien in een plaatje: God kent tevoren, God bestemt tevoren, God roept, God rechtvaardigt en God verheerlijkt. Alles doet Hij. Inderdaad, voor dat tevoren kennen moeten we heel ver teruggaan in de tijd. Ik zal straks ook laten zien dat dit inderdaad was voordat de tijdperken aanvingen; toen was dit allemaal al, als ik het zo mag zeggen, in kannen en kruiken. Vervolgens is Hij in de tijd degene die roept en die rechtvaardigt. En in de toekomst worden wij ook verheerlijkt. Jawel, maar Hij is degene die van het begin tot het einde de regie heeft: van degenen die Hij voorkende en met wie Hij een voornemen had, totdat Hij ons verheerlijkt en heel de schepping daarin deelt. Hij is degene die dat alles doet.

Dat is geweldig. Als je eenmaal zicht mag krijgen op deze dingen, op uitverkiezing en voorbestemming, dan krijg je een geweldige bewondering voor een God die een voornemen heeft. Een plan, een alomvattend plan, waarin wel hele unieke instrumenten worden uitgekozen. Dan zeg je: “Wauw, wat een voorrecht.” Maar het is ook een taak. U weet hoe Joden over uitverkiezing denken. Ik heb vaak gelezen over Joden die zich maar al te zeer bewust zijn van het feit dat zij een volk zijn dat uitverkoren is. Met alles wat er de afgelopen duizenden jaren is gebeurd, denken ze wel eens: “Lieve God, had U niet een ander kunnen uitkiezen?” Want het is niet alleen maar voorrecht. God kiest uit, maar daar hangt ook lijden aan vast.

Als je uitverkoren bent en je bent nu geroepen, dan ben je bevoorrecht. Jij weet nu al wat de hele schepping straks zal weten. Ik bedoel: jij mag nu al je knieën buigen en Hem kennen als Heer, terwijl je weet dat straks heel de schepping de knieën gaat buigen. Elk schepsel gaat zijn knieën buigen en Hem herkennen als Heer. Dat is geweldig als jij dat nu al mag weten. Maar het is ook eenzaam. Want als jij degene bent die Hem kent en Hem erkent, en de rest niet, dan word je voor gek versleten. Je bent een dwaas, je wordt een eenling. It’s all in the game; het zijn twee zijden van dezelfde medaille. Aan die uitverkiezing hangt dus ook lijden vast, dat is onverbrekelijk daaraan verbonden. Romeinen 8 laat dat ook heel erg zien.

Daar zitten nogal wat kanten aan. Ik neem u eerst nog even mee naar 2 Korinther 1.

Korinthe 1: Voorbestemd Vóór de Aionen ↑ hoofdstukken

Nee, dat is de tweede schriftplaats en het is 1 Korinthe 1. En daar staat in vers 7 dit — ik begin midden in de zin, dat is eigenlijk onvermijdelijk. Paulus zegt daar: “Wij spreken Gods wijsheid.” En dan heeft hij het over het werk dat God vandaag doet. Dan heb je het weer: dat uitroepen. Hij roept uit. Eerder in deze passage had hij al gezegd dat hij het heeft over de boodschap. Voor de Joden een ergernis, een aanstoot; voor de Grieken… maar voor wie geroepen is, voor de geroepenen, is hij de kracht Gods en de wijsheid Gods. Ja, precies.

Maar met dat uitroepen heeft God een geweldig plan. Dat heeft geen oor gehoord en geen oog gezien en in geen mensenhart stond het — het stond allemaal in deze zelfde passage. Er staat: “Wij spreken Gods wijsheid in verborgenheid die verhuld is.” Dat wil zeggen: dat is wat nu bekendgemaakt wordt. Paulus zegt dat heel vaak in zijn brieven, maar het was verborgen in het Oude Testament. Ik denk trouwens dat dit betekent dat het er wel te vinden is, maar verborgen onder een bedekking.

“Wij spreken Gods wijsheid in verborgenheid die verhuld is.” En nu komt het, want ik ben nog steeds bij mijn onderwerp: “Die God voorbestemde vóór de aeonen tot onze heerlijkheid.” Dit staat trouwens ook in de… nee, “vóór de aeonen tot onze heerlijkheid”. Nu moet ik daar even iets bij zeggen. De meeste vertalingen zeggen: “van eeuwigheid af”. Vergeet het maar, dat staat er niet. Hier wordt het woord “aeon” gebruikt — we hebben het er al een paar keer over gehad, zelfs ik heb hierover gesproken — maar het staat niet in het enkelvoud, maar in het meervoud. Bovendien staat er niet “van eeuwigheid af” of “vanaf de aeonen”. Nee: “vóór de aeonen”.

Wat trouwens betekent dat de aeonen dus niet zoiets zijn waarvan men zegt: “Ja, de eeuwigheid heeft geen begin en geen einde.” Dat is ook niet waar; de aeonen hebben een begin. Vóór de aeonen… een aeon is gewoon een wereldtijdperk. Nou ja, “gewoon”… een wereldtijdperk. En voordat de aeonen, de wereldtijdperken, aanvingen, had God een voornemen. En die wijsheid die Paulus onder andere mag onthullen, daarvan zegt hij: “Dat heeft God al voorbestemd.” Vanaf wanneer? Nou, vóór de aeonen. Vóór de aeonen en tot onze heerlijkheid.

Alsjeblieft. Hoe bevoorrecht ben je als je daarvan deelgenoot mag zijn? “Die God voorbestemde vóór de aeonen tot onze heerlijkheid.” Ja, daar gaat Paulus dan nog verder over spreken. Maar ik neem u nu mee naar de derde schriftplaats. De laatste ook. Naar een tweetal passages in ditzelfde hoofdstukje.

Efeze 1: Uitverkoren Vóór de Nederwerping van de Wereld ↑ hoofdstukken

Nou, Efeze 1 mag ik wel zeggen, dat is Gods schatkamer. Daar worden gewoon alle schappen… Er staat in de NBG-Bijbel boven – en ik denk dat daar de rijkdom van God uitgekomen is – ‘De rijkdom van Gods genade’. Het is een schatkamer. Gaat hij los? Ja. Oei, ik heb hier ook nog wat voor. Misschien kan je me even helpen, want ik zie niet dat het allemaal weer… Hij hinkt de hele tijd al los, dus het gaat niet meer goed. Oké, oké, ik ga gewoon verder.

Er staat in onze Bijbel over de rijkdom van Gods genade, en dat is ook zo. Het is een schatkamer. Ik begin nu te lezen in Efeze 1 vers 4. Aha, een nieuw plakkertje. Ze zeggen wel eens: het geheim van het leven is dat je moet leren loslaten. Maar dan wel de goede dingen natuurlijk. Dit is mijn kerstplakker. Oké.

Efeze 1 vers 4: ‘Zoals Hij ons uitverkoos in Hem voor de nederwerping van de wereld.’ Letterlijk staat er ‘voor de nederwerping van de wereld’. Dat is een term apart, maar die wordt vaker gebruikt. De nederwerping is in de Bijbel vaak een term voor de geboorte. Wij spreken daar ook over in verband met de dierenwereld: als een dier ‘werpt’, dan is dat een bevalling. De nederwerping van de wereld heeft dus te maken met de geboorte van deze wereld.

Maar het gaat me nu even niet om die term; het gaat erom dat God uitkoos. Hij heeft ons uitgekozen in Hem, dat wil zeggen in Christus, voor de nederwerping of voor de geboorte van deze wereld. En waarom? Omdat wij zouden zijn: heiligen – apart gesteld – en smetteloos voor het aangezicht van Hem in liefde.

Ik lees verder. Het eerste waar ik de nadruk op wil leggen, is dat God uitkiest. God koos ons, die Hem vandaag mogen kennen, uit. En wanneer deed Hij dat? Dat is niet onze keuze, dat is Zijn keuze. En die keuze had Hij al gemaakt voordat de wereld neergeworpen werd, voor de geboorte van deze wereld. Of, om in de termen van 1 Korinthe 2 te spreken: voor de aeonen, voor aeonische tijden, voor de tijden der eeuwen. Ver voor onze geboorte, voordat er een mens hier op aarde was en voordat de tijdperken begonnen te draaien, voor de schepping van hemel en aarde, had God een plan. En in dat plan dacht Hij al – je moet het heel persoonlijk maken – aan mij.

‘Zoals Hij ons uitverkoos in Hem voor de nederwerping van de wereld, opdat wij zouden zijn heilig en smetteloos voor het aangezicht van Hem in liefde.’ In liefde, let op. Dat wil zeggen dat God niet uitkiest omdat Hij de rest laat zitten, maar het is in liefde. Die uitverkiezing is juist bedoeld om daarna de rest te gaan zien. Ik zal dat ook laten zien vanuit dit schriftgedeelte.

‘Die ons tevoren bestemde tot zoonstelling.’ Dat is eigenlijk exact hetzelfde als in Romeinen 8, namelijk om gelijkvormig te zijn aan het beeld van Zijn Zoon. Dat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. Om zoon te zijn. Het gaat hier niet om kindschap; ‘zoonstelling’ is veel meer. Zoonstelling wil zeggen dat je de erfenis krijgt, dan word je een zoon. En daartoe zijn we bestemd: ‘Die ons tevoren bestemden tot zoonstelling door Jezus Christus voor Hem, naar het welbehagen van Zijn wil.’

Ik geef toe, de termen zijn misschien wat onwennig, maar dat is wat er staat: die ons tevoren bestemden tot zoonstelling door Jezus Christus voor Hem, naar het welbehagen van Zijn wil. Zie je, de grote nadruk ligt erop dat Hij uitkoos voor de nederwerping van de wereld en dat Hij ons tevoren bestemde. Het gaat over God; God wil dat zo. ‘Welbehagen’ is misschien een wat oud woord, maar het betekent gewoon dat God er behagen in heeft. Het behaagt Hem. Hij heeft er een plezier in om het zo te doen: ons bestemmen om de positie van de Zoon te delen. Dit lezen we in vers 4 en 5. En als je dan even doorleest in ditzelfde hoofdstuk…

De Volheid van de Tijdperken: het Al Samengevat in de Christus ↑ hoofdstukken

En dan kom je aan in vers 10. Het is een opeenstapeling van waarheden en schatten die Paulus hier uiteenzet. Hij spreekt over: “tot in het beheer van de volheid van de tijdperken”. Laten we daar eens helder over nadenken. Wat wil dat zeggen, de volheid van de tijdperken? Dat wil zeggen dat al die tijdperken die er zijn, op een gegeven ogenblik tot volheid komen. Dan is alles vervuld. Het laatste tijdperk. In deze zelfde brief wordt daar later, aan het einde van hoofdstuk 3, aan gerefereerd; daar heet dat de aeon van de aeonen. Helaas is ook dat vaak wegvertaald. Alles wat je verbonden houdt met de aeonen hebben de vertalers meestal weggemoffeld. Ik kan het ook niet helpen, don’t shoot the messenger, zeggen ze dan. Kijk het maar na: elke interlineair of elk bijbelprogramma kan het u gewoon vertellen.

Die volheid van de tijdperken, dat is de aeon van de aeonen. God heeft een plan van aeonen, van wereldtijdperken, en op een gegeven moment wordt dat plan vervuld in die volheid van de tijdperken. Dat is de grote, meest overtreffende tijd die nog gaat komen. Er gaan nog aeonen aanbreken waarin Christus zal heersen, maar er komt een moment dat die tijden vervuld zijn. Dan wordt ook de laatste vijand tenietgedaan: de dood. Dan worden de mensen die daar nog dood zijn, levend gemaakt. Dan heeft de Zoon alles aan zijn voeten onderworpen en zal Hij het Koninkrijk teruggeven aan zijn God en Vader, opdat God alles in allen zal zijn. Dat is die volheid van de tijdperken. Dat is in feite nog een verre toekomst, maar het staat van tevoren vast, want God heeft een voornemen en Hij verkondigt van den beginne de afloop. En de afloop is dat Hij in het beheer van de volheid van de tijdperken alles samen gaat vatten.

“Alles” staat er in het Grieks als ta panta. Misschien kent u die term; het betekent eigenlijk “het al”, zoals wij spreken over het heelal. Het doel is om het al samen te vatten in de Christus. Dat wil zeggen: Hij is degene in wie heel de schepping besloten is. We hebben geen overleg gehad, Gerard, en ik wist niet eens wat je zou gaan lezen, maar jij las uit Kolossense 1. Daar staat dat de hele schepping bestemd is voor de Zoon. God gaat heel de schepping samenvatten in de Christus. Als dat eenmaal gerealiseerd is en tot volheid is gekomen, dan is dat voornemen stapsgewijs vervuld. Hij zal dan in de volheid van de tijdperken het al — gewoon alles, niets en niemand uitgezonderd — samenvatten. God denkt groots; Hij denkt universeel en alomvattend. Hij heeft de schepping voorbestemd om in Christus te worden samengevat. En voor het geval het nog niet duidelijk was dat Hij met “het al” ook echt het heelal bedoelt, staat erbij: “hetzij wat in de hemelen en hetzij wat op de aarde is”. Kortom: het al.

In de volheid van de tijdperken wordt het al dus samengevat in de Christus. En dan staat er: “In Hem, in wie ook ons lotsdeel werd toebedeeld”. De gangbare vertalingen zeggen vaak dat wij “het erfdeel ontvangen hebben”. Dat komt er weliswaar enigszins bij in de buurt, maar er staat hier in het Grieks letterlijk een woord dat te maken heeft met een loting: een lotsdeel. Ik weet niet of u dat wel eens is uitgelegd, maar denk bijvoorbeeld aan het land Israël. Dat werd door loting aan de stammen en alle geslachten toebedeeld. Het idee bij een loting is altijd dat de mens er geen invloed op heeft. Dat is bij ons ook het idee van een loterij: je trekt een lot en dan is het afwachten; je hebt er zelf geen invloed op. Als je er wel invloed op hebt, dan is het geen eerlijke loting meer, dan is er gefraudeerd. Bij een loting hebben wij mensen geen inspraak.

Zo staat het ook in de Spreuken: “Het lot wordt in de schoot geworpen, maar elke beslissing daarvan is van de HEER.” Wij zeggen dan: je gooit een dobbelsteen en het is een zes, dat is toevallig. “Toevallig” betekent letterlijk dat het je toevalt. Wij denken bij toeval vaak aan willekeur, en voor de mens is dat ook zo, maar bij God bestaat er geen toeval. Toevallig bestaat er bij God geen toeval! Of, als u daar toch aan vast wilt houden: prima, maar dan komt het op hetzelfde neer als u beseft dat God het u doet toevallen. Hij beschikt alles. Voor Hem bestaan er geen verrassingen. Het is niet zo dat wanneer u een dobbelsteen gooit of ergens om loot, Hij denkt: “Hoe zal het vallen?” Natuurlijk niet. Hij is de Alwetende, de Almachtige. Over die God hebben we het.

Dit woord “lotsdeel” wordt meestal vertaald als erfenis, en daar heb ik op zich niet zoveel moeite mee, want een erfenis krijg je ook gewoon; dat is ook je lot. Het loutere feit dat prinses Amalia de troonopvolgster is — om even bij dat voorbeeld te blijven — is haar toegevallen. Ze heeft er geen invloed op, het is wat het is. Dat is wat dat woord “lotsdeel” uitdrukt. En waarom heeft God mij uitgekozen? Ben ik beter, knapper of intelligenter? Alleen al het noemen van die opties is bizar en krankzinnig. Hou toch op zeg. We zijn gewoon klei in de hand van de Pottenbakker en Hij maakt ons. Voor zover ik iets ben, dan is dat omdat Hij iets van mij gemaakt heeft. Alles wat ik ben, ben ik door mijn Heer. Alles wat ik heb, heb ik van mijn Meester. Ik heb niets van mezelf. Dat wat ik heb, is mij toebedeeld. Het feit dat ik Hem mag kennen, dat ik het Woord gehoord heb, dat het hier binnen is gekomen en in mijn hart is neergedaald… God opent oren en Hij opent harten. Altijd.

Nu zegt u misschien: “Maar hebben we dan helemaal niets?” Nee! Alle roem is uitgesloten. “Onverdiende zaligheid heb ik van mijn God genomen, ’t is vrije gunst alleen.” Dat is geen theorie, al is het voor de meeste mensen helaas wel zo. Ook voor christenen die zich zo enorm op de borst kloppen en zeggen: “Ik heb voor de Heer gekozen.” Dan denk ik: je kent het evangelie blijkbaar niet. Als je het evangelie écht kent, dan weet je namelijk dat de mens geen eigen rol heeft. Het evangelie is nu juist een boodschap die niet van de mens is. Alles is van Hem. Op het moment dat je een boodschap hoort waarbij de mens wel “iets in de melk te brokkelen” heeft, dan heb je niet te maken met het evangelie. Dat is gewoon een boodschap van werken; dat is religie. Daar is eigenlijk alle religie op gebaseerd, ook de christelijke. Dit klinkt misschien erg zwart-wit, dat weet ik, maar dat is de Bijbel ook als je hem in dit licht beziet.

In Hem, in wie ook ons lotsdeel werd toebedeeld. Het is een voorrecht dat ik in Hem mag zijn en mag genieten van wat ik als uitverkorene ontvangen heb. Wij als gelovigen, bij wie de oren en harten geopend zijn, hebben dat toebedeeld gekregen. Het is als een lot uit de loterij waar je zelf part noch deel aan had; het is je toegevallen. Prijs God! Want er staat: “wij die tevoren bestemd worden naar zijn voornemen”.

Mocht het nog niet duidelijk zijn, ik hoop dat inmiddels toch het kwartje gevallen is. Wij worden tevoren bestemd naar zijn voornemen. God heeft een plan en daar staat het bij: naar zijn voornemen. Het gaat over God, die in alles werkt — hier staat hetzelfde woord als waar ik het zojuist over had — die in het al werkt of inwerkt naar de raad, de bedoeling van zijn wil.

In elk geval: God heeft een plan en niets kan daar buiten vallen. Als je daar eens over nadenkt… Ik had het net over Romeinen 9, daar lees je over de geschiedenis van Farao. Farao zei ‘nee’ tegen God. God had gezegd: ‘Mijn wil is: laat mijn volk gaan.’ Farao zei ‘nee’, maar op een gegeven moment dreigde hij te bezwijken onder de druk van de plagen. Toen ging God zijn naam vragen, want God had namelijk een onwillige tegenstander nodig. En dan zegt Paulus: ‘Maar wie heeft zijn raad dan weerstaan?’ Nou, niemand. Zelfs een Farao die ‘nee’ zegt tegen Gods oproep, vervult nog dat wat God gepland heeft.

In Spreuken 16 staat ook: God heeft alles gemaakt voor zijn doel, zelfs de goddeloze voor de dag van het kwaad. Ik heb er bijna niet bij geschreeuwd hoor. Dan ben ik ook blij. Ben je blij? Ja, maar het is toch geweldig? Zo’n God hebben we. Goed en kwaad heeft Hij in zijn handen toebedeeld. Hij werkt in alles naar de raad van zijn wil.

Daar sluit ik ook mee af. Het is bijna te hoog gegrepen om een punt te zetten; het zijn eigenlijk een paar puntjes, want de zin gaat nog verder. Alles zal van Hem afhangen. Niets is ontzettend veel anders. Maar er staat nog bij: ‘Opdat wij zouden zijn tot lof van zijn heerlijkheid.’ Kijk, als je eenmaal in de gaten hebt dat Hij met de hele schepping komt en dat elke creatuur een plaats heeft… En als je dat dan nog mag weten… Dat is een wonder, hè? Maar het is een wonder boven wonder.

Ja nee, daar heb ik het niet over beetjes. Nee, het is een wonder boven wonder als je Hem nu al mag kennen en als je nu deel mag uitmaken van die uitgeroepenen die tevoren gekend zijn en tevoren bestemd zijn. En dat Hij je roept, dat Hij je rechtvaardigt en dat Hij je tussendoor ook verheerlijkt om een kanaal te zijn van zegen voor de hele, godgansche schepping. Dat bedoel ik met de grootste heerlijkheid. Maar dat is Gods belang: allemaal tot lof van zijn heerlijkheid. En dus alle ogen op Hem, en op Hem alleen. Amen.

📝 Samenvatting & Transcriptie: uitverkoren & voorbestemd (vragenbeantwoording)

Samenvatting van deze toespraak

Deze Bijbelstudie behandelt waarom de waarheid en het Evangelie vaak weerstand oproepen: het laat niets over van menselijke prestaties en geeft alle eer aan God. Aan de hand van de verharding van Farao wordt Gods absolute soevereiniteit geïllustreerd, waarbij zelfs tegenstanders Zijn universele plan dienen. Er wordt benadrukt dat gelovigen zelf de Bijbelse grondtekst moeten onderzoeken in plaats van blindelings vertalingen te vertrouwen. Tot slot leert de studie dat geestelijke zekerheid niet rust op veranderlijke emoties, maar uitsluitend is gefundeerd op het onwankelbare, geschreven Woord van God.

“Ik denk dat de reden precies datgene is waar ik de vorige keer mee afgesloten ben: omdat dit niets van de mens en de menselijke prestaties overlaat. Alle eer gaat naar God.”

Waarom de Waarheid het Vlees Uitsnijdt en Weerstand Oproept ↑ hoofdstukken

U borstelt daar vaak tegenaan; u borstelt tegen religie, u borstelt tegen bolwerken, daar borstelt u dan ook tegen. Ik wilde de vorige keer al zeggen: kom met vragen, want geen vraag is te dom. U kunt nooit een domme vraag stellen. Normaal gesproken zou ik soms willen schreeuwen, maar u kunt echt nooit een domme vraag stellen. Dus ik zou zeggen: heeft u vragen op uw hart? Stel ze. Misschien heeft u er deze week al over nagedacht. Het is ook belangrijk dat u niet met vragen naar huis gaat. We hebben nu de mogelijkheid om die vragen te stellen, zodat ik daar een Bijbels antwoord op kan geven. Dus ik zou zeggen: brand los. Mag ik het microfoontje hebben? Ja, dat kan ook via het internet.

Ik weet niet of er al vragen zijn; misschien ben ik wel zo duidelijk geweest. Oh, dan zijn er sowieso al twee. ‘Waarom denk je dat het zo’n weerstand oproept?’ Ik denk dat de reden precies datgene is waar ik de vorige keer mee afgesloten ben: omdat dit niets van de mens en de menselijke prestaties overlaat. Alle eer gaat naar God. Een mens zoekt van nature altijd zijn eigen roem, dat zie je altijd. In feite is dat het hele religieuze idee: de mens die zich een weg baant naar God. Maar de Bijbel zegt: ‘Nee’. Niet wij zoeken God; er is niemand die God zoekt, als het er helemaal op aankomt. En voor zover je Hem zoekt, dan is het omdat Hij jouw hart daartoe heeft overreed.

Niets van de mens… dat betekent dat het echt in het vlees snijdt. Dat is trouwens een Bijbels symbool bij uitstek: het snijden in het vlees. De besnijdenis van het hart betekent: niets van de mens. Ik denk dat dat de belangrijkste reden is. Natuurlijk zijn er meer redenen, in die zin dat God een tegenstander heeft op het Evangelie. Hoe staat het in 2 Korinthiërs 4? Daar staat dat de tegenstander, de god van deze aion, de harten verblindt voor het Evangelie en voor de heerlijkheid. Hij is buitengewoon handig en… nou, dat klinkt bijna te positief… hij is sneaky. Ja, dat is het woord. Hij komt heel geniepig, spreekt met een dubbele tong en verwart de woorden door er een dubbele betekenis aan te geven, zodat de begrippen vertroebeld raken.

Diabolos, ons woord voor duivel, betekent letterlijk ‘hij die de dingen door elkaar gooit’. Dat is altijd zijn strategie. Hij heeft het over Bijbelse zaken, heel theologisch. Het eerste gesprek dat hij voerde, was nota bene een theologisch gesprek: ‘God heeft zeker wel gezegd dat…?’ Ja, en vervolgens gaat hij daar twijfel over zaaien. Hij spreekt God vervolgens zelfs direct tegen. Altijd is het zijn doel om verwarring te creëren. En er is heel veel verwarring.

Ik had het net al even over het woord ‘aion’. Ik zal u dit vertellen, volgens mij heb ik het de vorige keer ook al aangegeven: als je niet weet dat een aion inderdaad te maken heeft met een tijdperk dat een begin en een einde heeft… u zou misschien op het eerste gezicht zeggen: dat is een technisch dingetje, taalkundig leuk voor academici. Maar nee! Als u het idee heeft dat een aion een ‘eeuwigheid’ is, weet u wat dat betekent? Dan herkent een aionische straf of een aionisch oordeel dus ook geen einde. Dan ga je spreken over een ‘eeuwige straf’.

De meeste mensen hebben dat als een groot bezwaar: ‘wij spreken over een eeuwige straf’. We hebben niet in de gaten dat het te maken heeft met een aeon, met een tijdperk dat een begin en een einde heeft. Als je dat niet ziet, dan betekent het dus dat het eindeloos is. Maar dan verlies je het universele doel van God uit het oog. Als er een eindloze straf is, dan is God niet meer de God die heel Zijn schepping op het oog heeft en ieder creatuur gaat brengen waar Hij het hebben wil. Dus u ziet hoe belangrijk het is om dat recht te zien, en ook hoe kwalijk het is wanneer die begrippen worden verward. Ja, ik vond het een mooi en duidelijk verhaal. Ik zat net nog even na te denken over een detail dat we op de reis hebben…

Gods Soevereiniteit en de Verharding van Farao ↑ hoofdstukken

Het ging eigenlijk om de Farao. Dat hij een beslissing nam en dat God toen zijn hart verhardde. Het is dan net alsof je daar voor een keuze staat, alsof je kunt kiezen tussen A of B, en dat wanneer hij een keuze maakt, God zijn hart verhardt. Nee, als het zo overgekomen is, dan is dat een mooie gelegenheid om dat bij dezen even recht te zetten.

Je leest dat toen God Mozes riep, Hij al zei – en dan heb je het pas over een Mission Impossible – toen zei God al: “De Farao gaat niet luisteren.” Dat is niet erg bemoedigend, hè? Je wordt geroepen voor een taak en God zegt: “Nou, je gaat naar de Farao toe en je zegt: Let My people go, laat Mijn volk gaan, maar hij zal niet luisteren.” Vervolgens lees je zes keer dat er staat dat de Farao zijn hart verhardde. Precies zoals God al van tevoren had gezegd.

U kent die verhalen, de geschiedenis van de plagen; de druk wordt steeds groter. Op een gegeven moment dreigde de Farao inderdaad te bezwijken onder de druk en wilde hij het volk laten gaan. Maar dán lees je: “En God verhardde zijn hart.” Of er staat in het Hebreeuws: “Hij versterkte zijn hart.” Moet je nagaan: God gaf de Farao de kracht om ‘nee’ te zeggen tegen Zijn eigen oproep.

Dan krijg je de vraag: “Ja, maar als dat zo is, wat heeft Hij dan nog aan te merken?” Hoe kon de Farao dan nog een positief antwoord geven op de oproep? Nou, dat kon hij ook niet. Maar mensen zeggen: “Wat heeft God daar dan nog op aan te merken?” Welnu, God maakt vaten tot eer en tot oneer. God wilde Zijn kracht betonen, zo staat het er, opdat Mijn Naam verbreid zou worden over de ganse wereld. Hij had een sterke tegenstander nodig om Zijn krachten te betonen.

Zo werkt het nog altijd. Als ik wil laten zien dat ik goed kan schaken, dan moet ik niet tegen een kind van drie jaar gaan schaken. Nee, dan moet ik tegen de wereldkampioen. Dan kan ik bewijzen dat ik een goede schaker ben. Dat ga ik overigens niet doen, maar u begrijpt het voorbeeld. God had een grote tegenstander nodig en op het moment dat die tegenstander dreigt te bezwijken, dan geeft Hij die tegenstander de kracht om ‘nee’ te blijven zeggen, om zo Zijn kracht te betonen. Alles verloopt naar Zijn plan. Het is niet het enige wat ik erover zou kunnen zeggen, maar misschien helpt dit.

Oké, zijn er nog meer vragen? Ik vind het heel lastig om…

Vertalingen Toetsen en de Grondtekst Onderzoeken ↑ hoofdstukken

Je hebt heel veel verschillende vertalingen en in de ene vertaling staat dit, in de andere vertaling staat dat. Kijk, ik kan best wel goed de Bijbel lezen, ik weet wel wat dingen betekenen, maar hoe kan een heel simpel persoon die dat gewoon niet inziet, bepalen welke vertaling er dan gelezen moet worden? Dat is echt heel lastig. Ja, dat is ook zo.

Je moet je realiseren: er is één ding, en dat is dat God Zijn woord niet in het Nederlands heeft gegeven. Dus die vertaling die ik hier heb, met alle respect, het is een vertaling. En u weet hoe dat gaat met een vertaling. Een vertaling moet wel betrouwbaar zijn, maar in hoeverre is een vertaling betrouwbaar? De vraag is eigenlijk hier, als ik het goed versta: wie ben ik om dat te checken?

Juist de afgelopen week ben ik daar heel erg bij bepaald dat er geen tijd in de geschiedenis is geweest waarin het zo eenvoudig is, waarin het woord zo dichtbij komt als juist in onze dagen. We zijn nu in de bevoorrechte situatie dat zelfs een volstrekte leek, ook al heb je geen enkele notie van Grieks of Hebreeuws, toch zicht kan krijgen. We hebben computers, we hebben bijbelprogramma’s. Als je wilt weten wat er in de grondtekst staat, dan kun je dat zien.

Dat is trouwens ook een reden waarom u het al vaker van mij meegemaakt hebt als ik hier spreek: ik maak altijd gebruik van een interlineair, zo’n woord-voor-woord vertaling. En daar kun je gewoon kijken. Daar kun je zelf controleren of bijvoorbeeld een bepaald woord een code heeft – een Strong-code heet dat. En als je wilt weten wat de betekenis van dat woord is, dan kun je dat in een woordenboek nakijken.

Maar je kunt ook zeggen: ik ben een Bereër. Ik laat me geen knollen voor citroenen verkopen. Ik wil gewoon weten of het wel klopt. Ik wil het checken. Ik wil nagaan of deze dingen echt zo zijn. Dat is toch de instelling? Je wilt de waarheid weten, en om de waarheid te weten moet je het checken. Je moet controleren. Sommige mensen zeggen: “Oh, ik geloof wel wat hij zegt.” Nou, dat vind ik heel aardig, maar ik zou zeggen: controleren, checken is veel beter. En nu hebben we inderdaad de mogelijkheid om, als je dat wilt, inderdaad voor jezelf na te gaan of het inderdaad zo is.

Wat ik zei over de aion – laten we even concreet zijn. Aeonen hebben een begin en een einde. Dat is wat ik beweer en ik hoop dat u het controleert. Want pas als je het gecontroleerd hebt, dan weet je gewoon: verrek zeg, het is echt waar. En dan staat er: “in de raadspraak van vóór de aeonen”. Daarmee weet je inderdaad meteen: de aeonen hebben dus een begin gehad. En ook dat er sprake is van het einde van de aeonen. Al die termen meer, ja, dat moet je weten.

Het is jammer, het is tragiek zelfs, dat de vertalingen ons dikwijls op een verkeerd spoor zetten. U zegt misschien: “Nu word ik heel erg wantrouwend.” Maar er bestaat ook zoiets als een gezond wantrouwen. Check het maar. Er wordt nu eenmaal inderdaad mee gerommeld. Maar wat ik eigenlijk wilde zeggen: wees zo dankbaar dat we vandaag in een tijd leven dat het zo makkelijk is.

We hoeven niet helemaal naar de bibliotheek in Amsterdam te fietsen om te weten of iets inderdaad zo is. Tegenwoordig kan iedereen die een mobiel heeft, zelf nagaan wat er staat in 1 Korinthe 1 vers 31. En welke woorden daar gebruikt zijn en hoe die woorden elders nog meer gebruikt worden en hoe ze vertaald worden. Iedereen kan dat tegenwoordig gewoon zelf checken. Nu zegt u misschien: “Ik ben niet zo handig met internet.” Oké, maar als je wilt, kan het tegenwoordig. We leven wat dat betreft in zulke unieke tijden. De verwarring is groot, ja, maar de tools die wij vandaag in handen hebben om dingen te checken zijn ook ongekend. Dat vind ik een groot voorrecht. Ik weet niet of dit een hint is naar de spreker toe: je hebt al lang genoeg gepraat.

Zekerheid van Roeping en Religieuze Onwetendheid ↑ hoofdstukken

Ik heb ook wel een vraag gekregen over de onzekerheid die soms vanuit het vlees op ons af kan komen, de stem die zegt: “Nee, maar hoe weet je nu dat je erbij hoort?” Want daar kan natuurlijk ook angst een rol spelen. In religie en traditie is daar heel veel angst over. Hoe kun je op grond van Gods Woord nu zeggen: “Ik ben geroepen”?

Nou ja, je leest in wat ik zojuist uit 1 Korinthe 1 voorlas, dat Paulus zegt dat het kruis van Golgotha – het kruis van Christus – voor de Joden een ergernis en een aanstoot is. Ze struikelen daarover. Voor de Grieken is het een dwaasheid. Maar voor hen die geroepenen zijn, is het de kracht Gods en de wijsheid Gods. Als je eenmaal verstaat dat het niets van de mens is, en dat Hij inderdaad de Redder van deze wereld is… als die boodschap in je hart komt, dan weet je wat een geweldig evangelie dit is. Dan zijn je ogen open en dan ben je geroepen. Is dat een prestatie? Nee. Hij heeft jou het Woord gegeven en Hij heeft ook je oren en je hart ervoor geopend. Als je dat mag nazeggen, dan zeg ik: wauw, geweldig! Nou, prijs God!

Maar dan is de tegenvraag van heel veel serieuze mensen die in de kerk zitten – die soms nog “onder hun bed” leven van angst: “Zijn er dan geen geroepenen onder hen?” Er zitten immers ook mensen bij van wie ik weet dat ze een nieuw leven hebben ontvangen. Ja, er zijn veel mensen… Kijk, in feite zie je iets wat niet helemaal exact hetzelfde is, maar Paulus had een voortdurend hartzeer vanwege zijn broeders naar het vlees, zo lees je in Romeinen 9. En dat is niet religieus bedoeld. Hij zegt: “Ik getuig van hen dat ze ijver hebben voor God, maar zonder verstand.” Zonder epignosis, zonder werkelijk inzicht. Stel we zeggen: ze zijn Bijbelgetrouw en ze hebben ijver voor God – ik getuig dat van hen – maar het zijn vijanden van het evangelie. En dat is in feite het criterium: wat is de houding ten opzichte van het evangelie?

Stel dat je wilt weten of iemand een gelovige is. Nou, vertel het evangelie dan eens helemaal. En merk dan op wat de reactie is. Als men zegt: “Weet je dat Hij de Redder is? Jouw Redder en de Redder van deze hele wereld? Want Hij heeft je gekocht en betaald, puur om niet.” Als mensen dan zeggen: “Wauw, is dat echt zo? Dat is bijna niet te geloven!”, dan is het prachtig. Maar als ze zeggen: “Nee, we moeten zelf ook nog iets doen… want de dominee zegt…”, ja, dan kun je zeggen: “Ook al ken je het niet en geloof je het niet, Hij houdt van jou. Je bent het werk van Zijn handen en Hij komt ook met jou tot Zijn doel. Maar een geroepene ben je op dit moment kennelijk nog niet.” Want een kenmerk van een geroepene is dat hij het evangelie omarmt en dat hij er van harte “amen” op zegt.

Ja, dat is denk ik echt het criterium: hoe staat iemand ten opzichte van het evangelie? Dan moet je natuurlijk wel weten wat het evangelie inhoudt. Maar een heleboel mensen kennen inderdaad het evangelie niet. En nu ga ik misschien iets heel onaardigs zeggen, maar een heleboel mensen die vandaag de dag in de kerk zitten – ook zij die in het zwart gekleed gaan en daar in alle ernst zitten – zij hebben wel ijver voor God, maar als je aan hen vraagt: “Ben je blij omdat je Hem kent?”, dan zeggen ze: “Nee.” Trouwens, ze kennen het evangelie vaak ook echt niet. Dat is geen verwijt, zo bedoel ik het niet. Het wordt hun ook vaak niet verteld. Sterker nog: als het vanaf de kansel verteld zou worden, dan kan ik u dit verzekeren: dan is dat de laatste spreekbeurt van die predikant.

Ik realiseer me dat het geweldig is, zo’n God als wij kennen en de rijkdom van dat goede bericht van Hem. Maar het is ook heel zwart-wit. Het snijdt in het vlees en het is heel heftig om je te realiseren wat er eigenlijk in de christelijke wereld gebeurt. De gezonde leer verdraagt men niet, wat Paulus trouwens ook al gezegd had. Er komt een tijd dat men in het algemeen de gezonde leer niet meer zal verdragen. Nou, ik zou zeggen: vertel dit vandaag de dag maar eens een keertje. Meestal is het niet zo dat ze – om het eufemistisch te zeggen – de rode loper voor je uitleggen. Zo werkt het niet. Ook daarvan zeg ik: it’s all in the game. Dat hoort erbij.

Gisteren zei iemand tegen mij, terwijl ik hiernaartoe ging: “Kijk eens naar je eigen werk. In de kerk, in Handelingen, daar voegde de Heer dagelijks toe. Maar bij jou lopen de mensen weg.” Dat is een stukje spanning dat er altijd in zit. Men wil die tekst uit Handelingen dan als een soort vormelijk etiket op de neus plakken om aan te tonen dat het bij ons niet deugt. Maar het loutere feit dat daar toestroom is, is geen bewijs dat het dus de waarheid is. Er zijn zoveel boodschappen die enorm succesvol zijn, maar die pure leugen zijn. En omgekeerd moet ik er ook bij zeggen: het is niet zo dat het loutere feit dat je tegenspraak oproept, per definitie een bewijs is van de waarheid. Aan de andere kant: in een tijd waarin de waarheid ten onder gehouden wordt, is het een kenmerk dat als je de waarheid vertelt, dit per definitie op veel tegenstand stuit. Dus als men zegt: “Er lopen zoveel mensen weg” of “Het roept zoveel verzet op”, dan zeg ik: “Eigenlijk gefeliciteerd!” Want daar zouden we het over hebben in het boek Handelingen.

Paulus kwam ergens – was dat meestal succesvol? Hij ging naar de synagoge in Thessalonica, of in Efeze, of in een willekeurige andere plaats. Hij werd er uiteindelijk na één, twee of drie zaterdagen weer uitgegooid. “Je werk wordt niet erg gezegend,” zouden mensen dan zeggen. Nee, maar Paulus zegt ook: het is voor de Joden in het algemeen een aanstoot, ze struikelen daarover. En voor de natiën, voor de Grieken, is het een dwaasheid. In het algemeen is het een uitwerpsel, het is een uitzondering voor degenen die het wel vatten. Wie het vatten kan, die vatte het. Dan kijk je niet naar de aantallen; dat is nooit het criterium.

De vraag is: wat is de waarheid? En wordt er ook opgeroepen om het zelf te controleren? Als er een prediker is die in het algemeen zegt: “Geloof mij op mijn woord, want ik heb een woord van de Heer gekregen,” geloof hem dan niet! Check it! Gewoon, wees nuchter. En dat zeg ik ook vanmorgen. Ik zeg niet tegen iedereen: “Geloof mij maar op mijn woord.” Nee, de enige manier om te weten of iets waar is… Kijk, als ik wil weten of dit katheder stevig is, dan moet ik er een goede trap tegen geven. Als het dan blijft staan, dan zeg ik: “Nou, die is wel stevig.” Dat geldt ook voor de boodschap die verteld wordt en waarvan de claims heel groot zijn. Nou, ik zou zeggen: wees kritisch, beoordeel het, geef er maar een goede trap tegen. Als de boodschap dat kan hebben, dan is dat een bewijs dat hij inderdaad stevig is. En als je het nog niet helemaal weet, geef er dan nog een hardere trap tegen. Als het blijft staan… dat is het geweldige van de waarheid. Men zegt weleens: “De waarheid is zo hard.” Ja, goddank! Want daarom kun je erop staan. Dat zijn mijn gevoelens niet, de waarheid staat vast.

Het Onwankelbare Woord Versus de Misleiding van Emoties ↑ hoofdstukken

Ik heb eigenlijk een vraag over iets wat ik persoonlijk best moeilijk vind. Als ik in het leven tegen dingen aanloop die me op de een of andere manier raken, dan wil ik me het liefst op God richten door de Bijbel te pakken en daar helende woorden in te vinden. Maar dat lukt mij haast nooit; om het er zó uit te halen dat ik dan denk: “Oh ja,” waardoor ik me weer beter voel. Dan ga ik naar andere bronnen, pak ik andere boeken en hang ik teksten op mijn wand die me helpen. Maar ik wil dat eigenlijk veel liever uit het geestelijke halen, alleen gaat dat iedere keer heel moeilijk. Snap je wat ik bedoel?

Ik denk het wel. Ik denk dat dit ook heel sterk te maken heeft met wat ik zojuist aanstipte tijdens de toespraak over dat weten en horen. Kijk, je gevoelens verschillen van persoon tot persoon; dat heeft ook te maken met je temperament. Het is een vreselijk cliché, maar vrouwen zijn over het algemeen vaak wat gevoeliger ontwikkeld dan mannen. Dat heeft echter ook een nadeel, en dat is dat je sneller van slag bent wanneer de gevoelens van rust, zekerheid en vreugde ontbreken. Maar geloven spreekt vanuit: “wij weten”. Waarom? Omdat er staat geschreven. Niet omdat een boekje dat zegt. Het kan natuurlijk goed zijn dat een bepaald boekje, een toespraak of een mp3’tje je helpt om het zicht daarop weer te vergroten, en dat is ook mooi. Maar dan gaat het er toch altijd weer om dat je bepaald wordt bij wat er te weten is. Waar je werkelijk op aan kunt, oftewel wat zwart op wit staat. Dat zegt de Schrift: “Er staat geschreven.”

Er kunnen heel veel misleidende boodschappen komen, en dan wil je altijd kunnen zeggen wat de Heer Jezus ook zei toen Hij in de woestijn door de diabolos verleid werd. Iedere keer was Zijn antwoord: “Er staat geschreven.” Het werd helemaal link toen de diabolos ook zei: “Er staat immers geschreven: de engelen zullen u op handen dragen.” Maar wat hij daar deed, was fout citeren of misplaatsen; hij trok het uit zijn context. En weet je wat de Heer toen zei? Dat was eigenlijk de meest linke aanval. Hij zei: “Er staat óók geschreven.” Altijd weer dat: “er staat geschreven”. Op het moment dat je dat als uitgangspunt neemt in je geloofsleven en daarin ook vastheid vindt, dan kun je inderdaad zeggen — ook als je even geen Bijbeltje bij je hebt: “Ik wéét het, de Schrift zegt het namelijk.” Daarom is het zo belangrijk dat je weet wat er staat en dat je het in je hart weet. Daar moet je telkens weer bij bepaald worden.

De aardigheid daarvan is dat als dat je instelling is, je leven daardoor juist stabieler wordt. Dat klinkt heel tegenstrijdig, maar het is echt waar. Ik weet dat er heel wat mensen zijn die dit ronduit zullen bevestigen: hoe minder waarde je gaat toekennen aan gevoel, hoe blijer je wordt. Waarom? Omdat je bepaald wordt bij dat wat je weet. En wat je weet is stabiel en onveranderlijk. Juist daarom vind je daarin rust en vrede. Dat is gewoon waar. “Ik voel het totaal niet, maar ik dank U dat het waar is, want U hebt gesproken.” Het is iedere keer weer terug naar het Woord; wat er zwart op wit geschreven staat.

Ja, dat is helder. Alleen denk ik voor mezelf toch vaak: ik wil het wel ergens voelen. Want zo doe ik eigenlijk alles; ik vind het heel fijn en belangrijk als ik dat gevoel ook heb. — Sommige mensen hebben dat, en misschien mag ik dat nog even ter toelichting zeggen: ik ben van nature — ik geef het gewoon toe, u had het misschien al in de gaten — nogal rationeel ingesteld. Dat is gewoon mijn temperament. Mijn vrouw bijvoorbeeld, die hier nu niet bij is, is heel anders; zij is juist veel meer vanuit de emoties bewogen. Dat is geen kwestie van goed of fout, het is gewoon wat het is. Mensen zijn verschillend en je hoort dat ook in de manier waarop ik spreek. Ik ben rationeel als ik argumenteer. Dat helpt mij trouwens bij het spreken, dat moet ik erbij zeggen. Maar dat is geen waardeoordeel en het is ook geen miskenning van het gevoel. Het is niet zo dat ik zeg dat gevoelens niet belangrijk zijn. Gevoelens zijn verschrikkelijk belangrijk; wij hebben die emoties niet voor niets van onze God gekregen.

Ik zeg alleen dat emoties voor één ding volstrekt ongeschikt zijn: om je de waarheid te wijzen of om op de waarheid te staan. Daarvoor zijn gevoelens juist het grootste gevaar; ze misleiden je namelijk zo ontzettend makkelijk. Dus gevoelens: heel goed, maar als het gaat om de waarheid, zijn ze volstrekt irrelevant. Ik volg een account op Twitter van een Amerikaan die sommigen van jullie misschien wel kennen, Ben Shapiro, een Joodse influencer in Amerika. Hij heeft een motto dat ik altijd erg mooi vind. Ik zeg het nu even in mijn eigen woorden, maar het komt hierop neer: “De waarheid interesseert zich niet voor jouw gevoelens.” En zo is het! Iets is waar of het is niet waar. Of jij dat nu voelt of dat je zegt dat je er moeite mee hebt… ja, en? Er zijn zoveel dingen waarvan ik liever had gehad dat ze niet waar waren als ik het aan mijn gevoelens had gevraagd. Maar als het wel waar is, dan is dat hoe dan ook zo. Zie daarom de waarheid zoals bij de rechtbank: de waarheid, alleen de waarheid en niets dan de waarheid. Dankjewel. — Oké, graag gedaan. Ik hoop dat de vragen hiermee enigszins beantwoord en duidelijk zijn. Nou, ik heb in ieder geval mijn best gedaan. Wil jij misschien afsluiten?

🎧 uitverkoren & voorbestemd


Powered by RedCircle

Powered by RedCircle

Delen: