GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

is de Bijbel een leesboek?

12-01-2020 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 12 januari 2020 in Zoetermeer

De Bijbel is de van GOD geïnspireerde bibliotheek. Het zijn levende woorden die elkaar uitleggen. Maar hoe neem je die woorden tot je? Door vanaf bladzijde één tot aan de laatste bladzijde alles achter elkaar te lezen? En dan weer van vooraf aan opnieuw beginnen? Werkt het zó? Wat zegt de Schrift daar zélf over?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de vraag of de Bijbel primair een leesboek is. De spreker betoogt dat de Bijbel veeleer een complete bibliotheek van studie- en naslagwerken is, die diepgaand bestudeerd en onderzocht moeten worden. Het louter ritueel lezen van de Bijbel, vergeleken met een protestantse rozenkrans, heeft weinig geestelijke waarde zonder de intentie om het te begrijpen. Om de Schriften werkelijk te verstaan, heeft men een betrouwbare vertaling nodig en een leermeester die de weg wijst, zoals de apostel Paulus. Door de Schriften actief en kritisch te onderzoeken ontdekt men levende, door God geïnspireerde waarheid die wijsheid geeft.

“Feitelijk durf ik te zeggen dat heel de Bijbel een verzameling studieboeken is, namelijk bedoeld om te onderzoeken.”

De Bijbel als Bibliotheek en Verzameling Studieboeken ↑ hoofdstukken

Is de Bijbel een leesboek? Dat is de grote vraag die boven deze dia prijkt en dus ook het thema van deze samenkomst, want daar is toch wel wat meer over te melden. Ik zal u vertellen dat ik de laatste tijd nogal eens vragen kreeg via mail of persoonlijk contact over het onderwerp bijbellezen in het algemeen. Hoe doe je dat eigenlijk? En dan stuit je ook op andere dingen, namelijk dat het soms knap lastig kan wezen. Nou, dat leek me in ieder geval reden genoeg om daar eens wat dieper op in te gaan.

Is de Bijbel een leesboek? Ik zou natuurlijk eerst een enquête kunnen gaan houden, zo hier voor de vuist weg, over hoe dat bij u werkt en hoe vaak u hem leest, maar ik wil uw geweten niet op de proef stellen. Laat ik eerst eens een aantal dingen ter inleiding daarover zeggen voordat we de Bijbel zelf gaan openen. In de eerste plaats placht ik heel graag te zeggen – want degenen die deze samenkomsten vaker bezoeken hebben mij dat ongetwijfeld wel meer horen vertellen: de Bijbel is geen boek, nee, ze is een bibliotheek.

Het woord Bijbel is afgeleid van het woord biblia en dat is het meervoud van boeken. Een bibliotheek is eigenlijk een plaats waar boeken verzameld zijn. Dus dat is wat de Bijbel is, namelijk niet één boek maar een hele complete verzameling. Met de nadruk op beide woorden, want het is een verzameling, maar het is ook compleet. Al die boeken horen bij elkaar en er zijn verschillende wijzen waarop je dat kunt tellen. De gemakkelijkste manier is om erop te wijzen dat de Bijbel zeventig boeken telt. Met de aantekening – want als u op Wikipedia kijkt dan staat er 66 boeken – dat dit niet klopt, omdat het boek van de Psalmen namelijk vijf boeken zijn. U kunt het gewoon in uw eigen Bijbeltje nalezen, het staat er gewoon allemaal bij: vijf boeken, dus dan zijn het er zeventig.

Het is een compleet aantal en in feite zou je ook kunnen zeggen dat die Bijbel een bibliotheek is waarin al die boeken bij elkaar horen. Zoals in dit plaatje ook uitgedrukt: het is als een puzzel. Dat is trouwens ook een geweldig bewijs; voor iedereen die zich vertrouwd maakt met de Bijbel is het een wonder, echt zo'n geweldig Godswonder, hoe al die boeken die geschreven zijn in uiteenlopende tijden over een periode van duizenden jaren en op allerlei plaatsen ontstaan zijn, toch een eenheid vormen. Zoals die stukjes van een puzzel bij elkaar horen en zoals alle onderdelen – als ik het zo onerbiedig mag zeggen – van uw lichaam ook bij elkaar horen. Dat zijn geen losse onderdelen; nee, dat is een eenheid. Zo is die Bijbel een eenheid. Het één verklaart het ander, het één sluit ook aan op het ander en dat is een geweldig Godswonder.

Maar goed, we blijven even bij de vraag. De Bijbel is geen boek, maar een bibliotheek. Dat betekent trouwens ook dat je de vraag niet zomaar kunt stellen: is de Bijbel een leesboek? Bepaalde boeken lenen zich heel erg goed om gewoon te lezen en om ook trouwens direct verstaan te worden. Daar heb je eigenlijk niet eens een inleiding voor nodig. Het boek van de Psalmen bijvoorbeeld is daar bekend om en voor de Spreuken geldt dat ook; er zijn heel veel boeken die daarvoor in aanmerking komen.

Maar er zijn ook boeken die van een heel ander genre zijn, en dat brengt mij op het tweede punt: niet elk boek in die Bijbel, in die verzameling, is geschikt om sec te lezen. Dat wil zeggen: zonder meer, zonder toevoeging. Want dat heeft ermee te maken dat die Bijbel ook bestaat uit boeken die feitelijk een naslagwerk vormen, zoals een encyclopedie dat is. Een encyclopedie is ook niet om te lezen. Nou ja, uiteraard moet je elk boek lezen, dat begrijp ik ook wel, maar een encyclopedie is geen leesboek. Je begint niet bij bladzijde één om vervolgens naar bladzijde twee te gaan en zo door die encyclopedie heen te bladeren. Zo werkt het niet. Het is om na te slaan: hoe was dat ook alweer?

Ik weet niet wat uw gewoonten zijn en wat uw achtergrond is, maar bij ons thuis vroeger – ik ben er tientallen jaren mee groot geworden – was het echt de gewoonte om bij elke maaltijd de Bijbel te lezen. Ik kom daar straks nog even op terug. Dan werd van voor naar achter gewoon de hele Bijbel zo doorgenomen. Maar dan kom je soms ook bij passages terecht... ik noem bijvoorbeeld de eerste acht of negen hoofdstukken van Kronieken. Daar is geen doorkomen aan! Want het zijn namelijk allemaal verzamelingen of lijsten van namen: de genealogieën of geslachtsregisters. Nou, dat is buitengewoon nuttig om te raadplegen, maar niet om zomaar te lezen om 's avonds nog een meditatief moment te hebben voordat je gaat slapen, of 's morgens bij het wakker worden, of om de dag mee door te komen. Daar is het gewoon niet voor geschikt. Daar is het ook niet voor bedoeld.

Trouwens, er zijn ook boeken die eigenlijk ook niet in aanmerking komen om leesboeken genoemd te worden omdat ze namelijk echt bedoeld en bestemd zijn om te bestuderen. Feitelijk durf ik te zeggen dat heel de Bijbel een verzameling studieboeken is, namelijk bedoeld om te onderzoeken. Ook daar komen we straks nog even op terecht. En natuurlijk kun je zeggen: een studieboek lees je ook. Ja, als je hem niet leest, dan kun je niet studeren. Maar studeren is meer dan alleen maar lezen. Want als je studeert en onderzoekt, dan lees je de zinnen en dan kijk je nog een keertje naar de onderdelen: welke woorden worden hier gebruikt? En dan maak je aantekeningen, je verwijst en je kijkt naar de voetnoten. Dat is niet een gewone roman natuurlijk die je zomaar even leest.

Dus ja, dat is ook een aantekening die ik daarbij maak: niet elk boek is zomaar geschikt om te lezen. En dat is ook een waarschuwing, want er worden soms wel eens van die verhalen verteld: "Ja, ik lees de Bijbel van kaft naar kaft." Dat is een hele prestatie, dat zal ik u vertellen. Sommige mensen zeggen: "Heerlijk", nou, ik spreek daar geen oordeel over uit, maar ik durf te beweren dat dat voor in ieder geval lang niet alle mensen geldt dat je zomaar de Bijbel met gemak van de eerste naar de laatste bladzijde leest. Want sommige hoofdstukken, sommige boeken of zelfs verzamelingen van verschillende boeken bij elkaar... daar moet je echt doorheen worstelen als je het gewoon leest.

Dan heb ik nog een aantekening. Eigenlijk zijn al die punten weer onderwerpen op zich, maar ik wil het toch eventjes in verband met de grote centrale vraag eruit lichten.

De Noodzaak van een Leermeester en Betrouwbare Vertaling ↑ hoofdstukken

Om de Bijbel te verstaan, hebben we ook een leermeester nodig. Ik bedoel dit: de woorden Gods, dat staat in Romeinen 3 vers 1, zijn aan de Joden toevertrouwd. Paulus vraagt zich daar af: wat is het voorrecht van de Jood en van de besnijdenis? Dan geeft hij als eerste dit antwoord: aan hen zijn de woorden Gods toevertrouwd. In feite is deze hele Bijbel een complete bibliotheek die eigenlijk deel uitmaakt van het volk Israël. Aan hen is het gegeven. Het grootste gedeelte, de Hebreeuwse Bijbel — ons Oude Testament — is geschreven in het Hebreeuws. Met uitzondering van misschien een groot gedeelte van het boek Genesis is alles geschreven in de tijd van Israël, in het Hebreeuws. Het verraadt een Hebreeuwse, Joodse en Israëlitische achtergrond. Het geeft ook voor een groot gedeelte de vaderlandse geschiedenis van Israël weer.

Om dat te verstaan als mensen die niet Hebreeuws, niet Joods en niet Israëlitisch zijn — mensen uit de natiën — daar komt heel wat bij kijken. Daar heb je echt iemand voor nodig die jou daarin de weg wijst. Een leermeester, een onderwijzer, iemand die vertelt hoe het zit; zeg maar een gids. En dat is het geweldige van de Bijbel: wij hebben ook zo’n gids. Die gids heet Paulus. Hij zegt ook in de Schrift — en er zijn meer plaatsen waarin daarop gewezen wordt — dat God hem gemaakt en gesteld heeft tot een heraut, maar ook tot een onderwijzer, een leraar en een leermeester van de natiën. Als je de Bijbel wilt begrijpen, dan zul je echt bij hem in de leer moeten gaan, anders zul je het niet verstaan. Dat is een heel belangrijk punt.

Heeft u wel eens het woord 'hermeneutiek' gehoord? Hermeneutiek is een theologisch vak en dat wil zeggen: uitlegkunde. Dit is een van de allerbelangrijkste beginselen van de uitlegkunde: als je de Schrift wilt verstaan, recht wilt verstaan, dan moet je bij Paulus beginnen en wezen. Hij wijst ons de weg in heel de Bijbel. In zijn brieven verwijst hij naar de Schriften en legt hij uit hoe wij die Schriften hebben te verstaan. Wij, als mensen die niet-Joods zijn, moeten bij hem wezen, want hij vertelt daarover. Het is een prachtig onderwerp, maar ik laat dat nu verder even rusten. Het is echter wel heel belangrijk dat wanneer je de Bijbel leest en onderzoekt, je je licht opsteekt bij hem.

Dan heb ik nog iets, ook een heel mooi onderwerp, maar het moet toch even gezegd worden. Als je de Bijbel leest, is het ook buitengewoon belangrijk dat je een goede, betrouwbare vertaling hebt. U zegt misschien: "O, dat is die Groot Nieuws Bijbel, die ga ik morgen meteen aanschaffen." Maar zo bedoel ik het eigenlijk niet. Heel veel van zulke populaire, moderne vertalingen zijn helemaal ter wille van het taalgebruik modern en lekker vlot gemaakt. De ene na de andere verschijnt, maar dat zijn vaak geen betrouwbare vertalingen. Of je wordt opgezadeld met de theologische visie van de vertalers, of er worden woorden gebruikt die weliswaar een lange traditie hebben en het gevoel van de christelijke wereld weergeven, maar die absoluut onbetrouwbaar zijn.

Ik noem een voorbeeld dat in deze samenkomst geen verrassing is, maar het is wel een woord waar je iedere keer op stuit: het vertaalwoord 'eeuwigheid'. Als je een Bijbel hebt waarin gebruik wordt gemaakt van het woord 'eeuwigheid', dan heb je een groot probleem, zal ik u vertellen. Gewoon als je hem leest. Je wordt via het lezen opgezadeld met ideeën en concepten die absoluut ingaan tegen de oorspronkelijke bedoeling. Als je leest over een 'eeuwige straf', dan denk je als Nederlandse lezer bij zo'n begrip: dat is eindeloos. Maar als je zou weten wat er echt staat — dat het te maken heeft met een 'eeuw', met een tijdperk — dan krijg je ineens een heel ander idee.

Ik geef nu één voorbeeld, maar ik zou er tig kunnen geven. Het geeft allemaal aan hoe belangrijk een betrouwbare weergave is. De Bijbel is immers niet geschreven in het Nederlands, maar in het Hebreeuws en het Grieks. Als je die talen niet machtig bent, heb je een vertaling nodig. Maar uiteraard is het dan van belang dat die vertaling ook betrouwbaar is. Ziet u, dat zijn nogal wat hobbels voordat je tot die Bijbel komt. De Bijbel hier aan de rechterkant kan ik u trouwens wel aanbevelen: een Concordant Literal New Testament. Dat is Engels, maar er zijn ook Nederlandse weergaven. Concordant letterlijk, die zo betrouwbaar mogelijk, woord voor woord, bij het origineel blijven. Want dat is wat van belang is. Ja, ik heb nog een aantekening.

De Protestantse Rozenkrans: Bijbellezen als Leeg Ritueel ↑ hoofdstukken

Ik maak deze opmerking ook een beetje vanuit mijn eigen achtergrond, en velen van u zullen dat wel herkennen. Ik noem het hier even een 'protestantse rozenkrans'. Die uitdrukking heb ik zelf bedacht, maar het idee is dit: als je een rooms-katholieke achtergrond hebt, dan ken je het ritueel van de rozenkrans. Voor mij is dat vrij vreemd, maar u kent die kettinkjes wel. Dan bid je een x-aantal keer – ik weet niet eens hoe vaak – al die kralen langs. Je bidt een Onzevader, een Weesgegroetje, en nog wat. Dat is eigenlijk een heel ritueel gebeuren, vaak onnadenkend. Ik heb daar verhalen over gehoord van rooms-katholieke mensen: dan hadden ze hun rozenkrans en dan gingen ze dat achter elkaar reciteren, heel snel, zodat je weer een kraaltje verder kon. Als je dan die hele ketting gehad had, dan had je je plicht gedaan.

Protestanten hebben geen rozenkrans, maar bijbellezen heeft voor veel protestanten wel ongeveer diezelfde gevoelswaarde en betekenis. Want ja, je moet de Bijbel toch elke dag lezen? Ik had het zojuist over het gebruik om aan tafel altijd de Bijbel te lezen. Dat vind ik een lastig en 'tricky' onderwerp om aan te snijden, omdat ik hiermee midden in de praktijk stap. Dat besef ik heel goed.

Laat ik eerst iets heel positiefs daarover zeggen. Ook nu spreek ik een beetje uit persoonlijke ervaring, maar ik weet dat er velen zijn die dit kunnen beamen: als dat de gewoonte is waarmee je grootgeworden bent, dan heeft dat een enorm voordeel. Je raakt van jongs af aan al vertrouwd met die hele Bijbel en met de geschiedenissen die daarin staan; met de verschillende genres. Zelfs als een groot gedeelte van het voorlezen aan je voorbijgegaan is doordat je gewoon geen aandacht had... Ik bedoel, als je net een warme maaltijd hebt genuttigd, dan ben je meestal niet in de uiterste concentratie om je te richten op wat er verteld wordt. Ook hier spreek ik weer uit ervaring. Maar dan nog: er blijft altijd wat van hangen. Als je inderdaad van kindsbeen af daarmee groot wordt, met die gewoonte om de Bijbel te lezen, dan is dat heel goed. Daarmee raak je vertrouwd met de inhoud. Zelfs al gaat tachtig procent, of pak 'm beet nog meer, aan je voorbij, dan blijft er toch veel hangen en dat kan veel voordelen hebben.

Maar ik moet er tegelijkertijd bij zeggen: als ritueel – van 'ja, we moeten een stukje uit de Bijbel lezen' – heeft het nauwelijks enige geestelijke waarde. Als je het alleen maar leest omdat het moet, 'and that's it', zonder dat je erover nadenkt, zonder dat je je vragen stelt en zonder dat je daar verder over spreekt, dan is het dus eigenlijk een soort protestantse rozenkrans. Bij de rooms-katholieken wordt de Bijbel niet gelezen, zoals u weet; dat maakt geen deel uit van het dagelijks leven en speelt nauwelijks een rol. Maar voor protestanten speelt dat wel, en als het een leeg ritueel wordt, als een soort rozenkrans, dan is de betekenis daarvan heel gering.

Dan kan het zelfs een negatief ding worden, omdat je voortdurend getrakteerd wordt op allerlei passages, Bijbelgedeelten en boeken die je totaal niet begrijpt. Het wordt te snel voorgelezen en je hebt geen idee waar het over gaat. Dat kan zelfs weerzin wekken. Want ja, het is heel goed om iets te lezen, maar als de betekenis je totaal ontgaat, wat is de waarde er dan van?

Ik heb het dus over de 'protestantse rozenkrans'. U kent wellicht voorbeelden waarin dat geïllustreerd wordt, zoals bijbelleesmarathons. Vorige week las ik daar toevallig nog iets over. Ik heb het hier van internet geplukt: Opwekking 2019, die conferentie met Pinksteren. Daar was een voorleesmarathon uit de Bijbel. Dan wordt de hele Bijbel zo doorgenomen. Maar gewoon lezen en verder helemaal niks, alleen maar snel lezen om van het begin tot het eind te komen... Wat is de waarde daarvan? Men zegt dan: 'Ja, maar het is de Bijbel!' Juist daarom! Als ik hier kritiek op heb, dan is dat niet omdat ik de Bijbel minder belangrijk vind. Integendeel, de Bijbel is té belangrijk en heeft een té hoge waarde om er op die manier achteloos zomaar doorheen te lezen. Dan ontgaat je zoveel.

Ik ken ook wel mensen die zeggen dat je eigenlijk elk jaar een keertje helemaal door die Bijbel heen moet gaan. Je hebt bijbelleesroosters en alles. Laat ik het zo zeggen: als iets voor jou dienstbaar is en je zegt 'op die wijze vind ik het heerlijk om vertrouwd te raken met de Bijbel', prima! Altijd doen! Geweldig! Top! Maar als het alleen maar een leeg ritueel is, zonder dat je echt bepaald wordt bij de inhoud en daarover gaat nadenken, dan heeft het niet of nauwelijks waarde.

Nou, dat waren wat inleidende opmerkingen. Ik wil u graag meenemen naar een aantal passages waarin je feitelijk stuit op diverse aspecten die met deze vraag te maken hebben.

De Ethiopische Kamerling: Versta Je Wat Je Leest? ↑ hoofdstukken

Ik neem u als eerste mee naar Handelingen 8. Versta je wat je leest? Nou ja, dan kom je midden in een geschiedenis die gaat over ene Filippus en die wordt op weg gestuurd. En die ontmoet dan een man. En dan staat er in vers 27 dit: "En let op, een man, een Ethiopiër, een eunuch." Wat is een eunuch? Dat is iemand die gecastreerd is en die gaat over de harem – nou ja, een harem – en die dus niet ongevaarlijk is. Maar hij was ook een eunuch-machthebber. In de gewone vertalingen wordt hij een kamerling genoemd. En er staat bij: een machthebber van Kandake, zij was de koningin van de Ethiopiërs. Hij was bovendien minister van Financiën, want hij ging over haar hele schatkist, en hij was gekomen om te aanbidden in Jeruzalem.

Vermoedelijk was hij een proseliet; daarom ging hij naar Jeruzalem, naar de tempel, en nu was hij op de terugweg. Want dat staat in vers 28: hij was op de terugweg en hij zat op zijn strijdwagen en hij las de profeet Jesaja. Een rol, want boeken zoals wij die kennen had je toen nog niet. Die zijn juist in de eerste eeuw ontstaan, de boekvorm zoals wij die kennen, de codex, waar Paulus wellicht ook al gebruik van heeft gemaakt. Maar goed, dat is een ander verhaal. In ieder geval was het een boekrol, zo staat het er ook.

De Geest zei tot Filippus – die hem ook op weg had gestuurd: "Kom er naartoe en voeg je bij deze strijdwagen." Filippus liep er snel naartoe en hoorde hem de profeet Jesaja lezen. Ja, want zo gaat dat van oudsher. De rabbi's hebben dat altijd ook erg aanbevolen: dat als je leest, je dat hardop doet. Dus je hoort iemand lezen. In het Hebreeuws is het woord voor lezen eigenlijk ook 'qara' – dat is roepen. Je zegt het dus. Het idee van stillezen kent de Bijbel niet zozeer. Als je leest, dan spreek je het hardop uit, met name ook omdat je het tegelijkertijd hoort. En het gehoor is het primaire kanaal waardoor het Woord tot je komt. Dus niet eens de ogen, maar het gehoor.

Enfin, hij hoorde hem de profeet Jesaja lezen en hij zei: "Versta jij ook wat je leest? Begrijp je het?" En dan zegt die kamerling, die minister, die Ethiopiër: "Hoe zou ik dat toch kunnen als niet iemand mij de weg wijst?" En dat vond ik wel een hele mooie, ook in verband met dit onderwerp. Je kunt de Bijbel nu wel lezen, hardop lezen – en die man heeft dat ongetwijfeld ook met passie gedaan. Hij leest aandachtig. Hij stelt zich daar ook vragen bij, want hij begrijpt het niet. Hij zegt: "Ik kan het alleen maar begrijpen als iemand mij daarin ook behulpzaam is." Je hebt iemand nodig.

Ja, een leermeester, daar had ik het zojuist over, maar in de praktijk is het vaak ook nodig. Laat ik het zo zeggen: je kunt iemand gewoon een Bijbel geven en zeggen: "Hier staat alles in." En dan kun je nog zeggen: "Begin met Paulus." In theorie kan dat, en ik zeg ook niet dat het nooit gebeurt, maar het is niet de normale wijze waarop je met het Woord in aanraking komt. Er moet iemand zijn die wijst op de betekenissen, die inmiddels weet hoe het zit en die jou daarin wegwijs kan maken. En deze Ethiopiër die vraagt dat dus, of hij stelt eigenlijk een retorische vraag aan Filippus: "Hoe zou ik het verstaan? Er zal mij dan toch echt iemand behulpzaam in moeten wezen om mij daarin de weg te wijzen." En dat is ook zo. Je hebt iemand nodig, wie dat dan ook is, maar iemand die je inderdaad kan vertellen: zo zit dat. En dan is het maar te hopen natuurlijk dat dat ook betrouwbare informatie is en dat je daarin echt de weg gewezen wordt.

Nou, van die Ethiopiër lezen we dan dat hij Filippus aanmoedigde bij hem in te stappen en naast hem te gaan zitten. Het tekstgedeelte nu van de Schrift dat hij las, was dit – daar heb ik het de vorige keer over gehad in een heel ander verband – dat was Jesaja 53. Dat is zo'n markante profetie over de Messias. Als de Messias zou komen, zou hij dít zijn, dan zou dít met hem gebeuren. Ongelooflijk indrukwekkend. Maar goed, hij leest dan uit Jesaja 53 dit: "Als een schaap werd hij naar de slachtbank geleid, en als een stemmeloos lam in de tegenwoordigheid van zijn scheerder, zó deed hij zijn mond niet open."

Het citaat loopt door en dan stelt de eunuch de volgende vraag. Hij antwoordt en zegt tegen Filippus: "Ik smeek je, omtrent wie zegt de profeet dit?" Dit geeft wel aan dat hij heel aandachtig aan het lezen was, want hij heeft een vraag en hij is er echt op gebrand om het antwoord te vinden op die vraag. Hij zegt: "Omtrent wie zegt de profeet dit? Ik smeek je om dat te vertellen. Omtrent zichzelf? Is Jesaja dat schaap dat naar de slachtbank geleid wordt, die stom is voor zijn scheerders? Is hij dat zelf of spreekt hij over iemand anders?"

En dan staat er: "En Filippus nu opende zijn mond en beginnend vanaf dit Schriftwoord..." – dus Jesaja 53. Die man had een boekrol, wat trouwens in die dagen een heel kostbaar bezit was. Alles was handgeschreven; drukwerken bestonden er niet. De gewoonte om de Bijbel te lezen, gewoon om die in huis te hebben, is nog maar een paar eeuwen oud, sinds de boekdrukkunst. Daarvoor was het hebben van een boek een buitengewoon kostbaar bezit. Als daar ergens een Bijbel was, dan lag hij aan een ketting. Dat wordt ook wel eens anders uitgelegd, maar dat was ook omdat zoiets enorm kostbaar was en dus zomaar gejat zou kunnen worden. Maar goed, deze man was beheerder van een schatkist, dus hij had geld en hij was zelf in het bezit van zo'n boekrol.

En dan staat er: "Filippus opende zijn mond en beginnend vanaf dit Schriftwoord evangeliseerde hij hem Jezus." Dat wil zeggen: hij heeft hem gewoon uitgelegd waar Jesaja eeuwen terug over sprak. Het was een aankondiging van Hem die inmiddels – in die tijd nog maar zeer kort tevoren – was gekomen en die volledig beantwoordde aan dat wat over Hem voorzegd was. Dus Hij die zou komen, is inmiddels gekomen en dus evangeliseerde hij hem Jezus: "God heeft Zijn belofte waargemaakt, Zijn voorzegging vervuld." En dus kon hij wijzen op Jezus, uitgaande van dat Schriftwoord. Dat was een profetie die je normaal gesproken eigenlijk ook niet zou kunnen begrijpen als je daar niet wegwijs in gemaakt wordt; als niet iemand jou vertelt dat het spreekt van Hem en hoe dat vervuld is.

Kijk, en toen ging er een licht op. En dan lees je ook inderdaad even later dat Filippus hem weer verlaat en dat de Ethiopiër terugging naar Ethiopië. En hij vervolgde zijn weg met blijdschap. Ja, hij had een goed bericht gehoord. En wat gebeurt er dan? Dan word je veranderd, dan word je blij. En zo werkte dat ook: de Schrift ging open. Een tweede punt. Nu gaan we naar een hoofdstuk of wat later in datzelfde boek Handelingen.

De Bereeërs: Kritisch Nagaan of de Dingen Zo Zijn ↑ hoofdstukken

Daar vind je de Bereeërs. Voor sommige mensen is dit een begrip wat ik nu zeg, en ik denk terecht. Kijk, Paulus was dan zojuist in Thessalonica geweest, het huidige Saloniki daar in Griekenland, Macedonië. Vervolgens was hij op doorreis gegaan naar Berea, dat lag daar vlakbij. En dan staat er: "Maar dezen in Berea, die waren edeler dan degenen in Thessalonica." Dat wil zeggen: die hadden een bepaalde eigenschap die de Thessalonicenzen niet hadden. Hoezo? Nou, "daar zij het woord ontvingen" — ja, maar dat deden velen in Thessalonica ook — "met alle bereidwilligheid." Dat wil zeggen dat ze bereid waren om te luisteren naar wat er gezegd werd.

Nou ja, zo was het trouwens in Thessalonica niet overal, want daar werd Paulus al in no time de synagoge uitgekringerd. Ik had heel wat woorden tot mijn beschikking en ik heb voor deze versie gekozen. In Berea waren ze gewoon bereid om hem aan te horen. Vertel maar wat je te melden hebt. Ze ontvingen het woord en ze waren bereidwillig, ze stonden open-minded. Oké, kom maar met wat je te melden hebt.

En waar het me nu even om gaat: wat deden die Bereeërs? Die ontvingen het woord in alle bereidwilligheid en dagelijks gingen zij na in de Schriften — dat was hier dus nog gewoon het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel — of deze dingen zo waren. Dus, wat was het verhaal? Paulus vertelt hen van de Messias die inmiddels gekomen is. Die stierf zoals voorzegd, die was begraven zoals voorzegd en die ook is opgestaan zoals was voorzegd. Nou, en vervolgens gingen deze Bereeërs wat ze hoorden in alle bereidwilligheid elke dag checken. Want dat woord wordt gebruikt: ze gingen het na. Dat woordje dat hier gebruikt wordt, dat betekent kritisch beoordelen. Dat is checken, controleren: is het inderdaad zo? Nagaan.

Dat is dus een heel kritisch proces. Ze waren bereidwillig om te horen, ze waren open-minded, maar ze lieten zich geen knollen voor citroenen verkopen natuurlijk. Ze wilden weten: klopt het? En dat was wat hen zo edel maakte. Voor hen waren de Schriften een naslagwerk, of de Schriften, meervoud, een verzameling naslagwerken. Paulus refereerde aan de Schriften en zei dat het voorzegd was. Nou, dan gingen dezen vervolgens inderdaad ook controleren of dat zo was. En dat is de mooiste eigenschap die je kan bedenken: je hoort iemand aan, je bent open om het te ontvangen en vervolgens wil je weten of het zo is.

Als ik daarover nog even iets persoonlijks mag zeggen, als het dan toch over dat onderwerp van 'bijbelleven' gaat: ik ben van jongs af aan altijd al enorm geïntrigeerd geweest door de Bijbel. Ik kan me geen tijd heugen dat het anders is geweest. Maar ik zal je vertellen: ik heb geloof ik nog nooit de Bijbel van voor naar achter gelezen. Ik ben inmiddels 58, misschien moet het er nog eens van komen. Als je nou vraagt: "Hoe ga jij eigenlijk om met die Bijbel?", niet dat dat nou zo heel interessant is, maar ik zeg het ook ter bevestiging zoals het voor velen denk ik ook werkt: je hoort iets en je wilt weten of dat klopt. Dan gaat er geen dag voorbij of je hoort een bewering en dan vind je het interessant, of je hebt er moeite mee, ongeacht wat, maar dan wil je het vervolgens checken: is het zo?

Dan ga je vervolgens de Bijbel na. Om het na te gaan heb je het vaak ook nodig om even een stuk te lezen, bijvoorbeeld als gerefereerd wordt aan Jesaja 53, om even bij het voorbeeld te blijven. Waar heeft Jesaja het over? Wie was Jesaja eigenlijk? Dan moet je dus wat meer lezen. Maar dat is wat anders: dan ben je dus echt aan het onderzoeken en aan het checken. Klopt het? Is het inderdaad waar? Dat is dus niet zomaar lezen. Die Bereeërs lazen erbij, want ze gingen in de Schriften na. Ze maakten aantekeningen: "Ja, wacht even, dat klopt," en ze bevestigden daarmee.

En dat is het geweldige. Kijk, als ik hier op dit podium sta en ik vertel u iets en we doen de Bijbel open, dan bent u tot dusver heel luisterend en bereidwillig naar wat ik te melden heb. Maar het heeft pas echt waarde wanneer je het vervolgens ook gaat nagaan of het inderdaad zo is. Niet iedereen is hetzelfde, ook die aantekening moet ik erbij maken. Niet iedereen is nou zo'n checker en de een is kritischer dan de ander, maar in het algemeen is deze eigenschap goud: dat er gecontroleerd wordt. En ik ben echt heel dankbaar dat er hier mensen in het gezelschap zitten die heel kritisch zijn. Waarom? Omdat het maar om één ding gaat en dat is de waarheid. Het hoeft niet mooi te zijn; nee, het moet waar zijn. En als het waar is, dan is het mooi. Ik vind het al heel mooi als het waar is. En daar gaat het om.

Als het gecheckt wordt en als naderhand mensen zeggen: "Joh, je zei dat, maar er staat iets anders," geweldig! Goud! Altijd zo doen. Ik heb nooit per definitie op voorhand gelijk. Nee, het moet gecontroleerd worden. En je weet het pas inderdaad als je het nagegaan bent. Oké, de een is daarin anders dan de ander, maar dat is de beeldspraak die ik graag gebruik: check de bonnetjes. Kijk eventjes na: is dat inderdaad zo? Nou, deze Bereeërs die deden dat. En ze deden dat dagelijks. Zo waren ze vertrouwd bezig met de Schriften. Goud is dit. Ze waren edeler dan die in Thessalonica. Die deden dat niet zo; die waren kennelijk niet zo kritisch. Die waren trouwens ook niet zo bereidwillig... nou ja, enzovoorts. Nagaan, checken, controleren, de Schriften onderzoeken.

Jezus en de Theologen: Onderzoek de Schriften ↑ hoofdstukken

In Johannes 5 staat in vers 39 — en ook daar zou je eigenlijk de hele context moeten lezen, want ik wijs nu wel op vijf schriftplaatsen, maar iedere keer ga ik zomaar een bepaald Bijbelboek of een bepaald hoofdstuk in, terwijl dat ook weer in een context staat. Als je deze context leest, dan zie je dat Jezus op dat moment in keiharde confrontatie is met de leidslieden in Jeruzalem. Ik bedoel de geestelijke leidslieden, zeg maar de theologen van Zijn dagen. En als ik zeg dat ze het niet met Hem eens waren, dan is dat een understatement, want dat is veel te eufemistisch; de tegenstand was veel sterker. Het was een enorme, massieve tegenstand.

Moet je nagaan: dit waren mensen die professioneel altijd maar bezig waren met de Bijbel. Ze hadden hun status zelfs te danken aan wat toen nog het Oude Testament was; ze waren er altijd mee bezig. En juist dán zegt Jezus dit: "Onderzoekt de Schriften, omdat jullie menen daarin eeuw-ig leven te hebben." Dat was trouwens op zich terecht. U ziet het: eeuw-ig leven, dat is het leven van die toekomende eeuw. Omdat jullie menen daarin eeuw-ig leven te hebben — was dat onjuist? Nee, dat is op zich juist, maar dan word je natuurlijk wel geacht om te lezen wat er staat en ook bereid te zijn te geloven wat daar staat.

Ik lees het dus nog een keer: "Onderzoekt de Schriften, omdat jullie menen daarin eeuw-ig leven te hebben, en die Schriften namelijk, die zijn het die getuigenis geven aangaande Mij." Dus als je echt met die Schrift bezig zou zijn en die serieus zou nemen, dan zou je bij Mij uitkomen. Het loutere feit dat jullie je verzetten tegen Mij, geeft aan dat je die Schriften niet echt onderzoekt, ook al ben je daar professioneel en theologisch altijd mee bezig.

Ik zal u vertellen, er zijn er ook vandaag velen — om niet te zeggen veruit de meerderheid van de mensen die bezig zijn met de Bijbel — die er geen bal van begrijpen. Dat is een harde uitspraak die ik doe, maar die staat geheel voor mijn rekening. Mensen zijn bezig met de Bijbel, en zelfs al zijn ze dokter of professor daarin, ze begrijpen er echt helemaal niets van. Ja, dat is triest, maar niet nieuw hoor. Kijk het maar eens na in Johannes 5, daar vindt die confrontatie plaats.

Waarom? Wel, als je die Bijbel wilt begrijpen, dan zul je die Bijbel ook werkelijk serieus moeten nemen en ook de sleutels moeten gebruiken die zij aandraagt om haar te openen. Als je dat niet doet, dan blijft de Bijbel gewoon een gesloten boek, ook al noem je het een openbaring. Dat is het grote probleem: de Bijbel reikt ons inderdaad sleutels aan, maar als je die sleutels laat liggen, dan zul je hem niet kunnen begrijpen. Sterker nog, op het moment dat je die Bijbel niet serieus neemt, dan sluit de Bijbel zich als het ware uit, ook als je er altijd mee bezig bent. Ik ken daar heel veel voorbeelden van, niet alleen hoe dat werkt, maar ook van personen bij wie ik dat gewoon zie gebeuren.

De Bijbel laat zich alleen verstaan voor degene die serieus neemt wat daar echt in staat. En daar stokt het al. Mensen lezen de Bijbel bijvoorbeeld en zien het als een losse verzameling van onderdelen; ze laten de Bijbel niet zichzelf uitleggen. Als je bijvoorbeeld het boek Genesis niet gebruikt om Openbaring te begrijpen, dan zul je het niet verstaan. Dan ga je op eigen houtje verder, neem je de verkeerde afslag en verdwaal je op voorhand. Dat kan niet missen.

Trouwens, er staat hier ook wat de Heer Jezus tegen hen zegt, nota bene tegen theologen. Ik zal u ook dit vertellen: theologen in het algemeen — en dat klinkt misschien onaardig, maar het is eigenlijk een vaststelling — zijn niet zozeer bezig met het onderzoeken van de Bijbel, maar ze onderzoeken dat wat over de Bijbel gezegd is. Dat is echt waar. Je kunt bijvoorbeeld promoveren op Luther of Augustinus, en dan ben je dokter in de theologie. Dan heb je dus je titel ontleend aan het feit dat je een studie hebt gemaakt van wat professor X of kerkvader die-en-die gezegd heeft over de Bijbel.

Ik ken heel wat mensen die op een gegeven ogenblik gegrepen werden door de Bijbel, helemaal geweldig. Zulke jonge mensen zeggen dan: "Ik ga theologie studeren, want dan ben ik altijd bezig met de Bijbel." Het is de foutste keuze die je ooit kunt maken. Ook daarvan ken ik de voorbeelden. Je denkt: geweldig, altijd met de Bijbel bezig zijn. En dan gaan ze naar de theologische opleiding — ken je dat, Aad? — en dan ga je met de Bijbel bezig... denk je? Nee, je gaat helemaal niet met de Bijbel bezig. Als die Bijbel al gelezen wordt, dan laten ze de Schrift zichzelf niet uitleggen. Meestal bestudeert men mensen die over de Bijbel hebben geschreven. Men spreekt niet vanuit de Schrift. Echte Bijbelstudie houdt in dat je de Schriften zelf onderzoekt. Maar nee, men onderzoekt mensen die zich beziggehouden hebben met de Bijbel. Men spreekt óver de Bijbel, maar je moet niet over de Bijbel praten, je moet vanuit de Bijbel praten. Wat zegt die Schrift nou? Geleuterd is er al genoeg, op hoog niveau, dat wel, maar men blijft leuteren.

Wat hier staat, "Onderzoekt de Schriften", is eigenlijk een aansporing die Jezus doet: "Ga nou eens een keertje de Schrift onderzoeken." Jullie dénken dat je daar altijd mee bezig bent, maar dat is niet zo. Als je echt die Schriften zou onderzoeken, dan zou je weten dat het waar is wat Ik zeg. Het loutere feit dat jullie daartegen staan, betekent dat je die Schrift niet echt onderzoekt. Let er trouwens op dat Hij niet zegt: "Léést de Schriften". Er staat nergens in de Bijbel: lees de Schriften. Ik was ooit een keertje op een conferentie in Zwolle waar een Engelsman, een Jood, dat ook zei. Zo'n dertig of vijfendertig jaar geleden zei hij: "Weet je dat er nergens in de Bijbel staat: lees de Schriften? Er staat: onderzoekt de Schriften." Ja, dat gaat dieper.

Het liedje is natuurlijk: "Lees je Bijbel, bid elke dag." Ik wil niet te veel van jullie afpakken hoor, en om te onderzoeken moet je inderdaad wel eerst lezen, dat is waar. Maar het gaat erom: onderzoek die Schriften. Dat is de echte waarde, want zo kom je erachter. En dan ontdek je — dat is ook een mooi woord: ontdekken. Onderzoeken betekent dat je zoekt onder de oppervlakte; het ligt niet aan de oppervlakte. Als je leest, is het feitelijk oppervlakkig, maar je moet onderzoeken. Dat is met een goudmijn ook zo: je moet niet aan de oppervlakte blijven, je moet erin. Dat is vaak nog hard werken ook om goud te vinden, maar wauw mensen, wat je dan allemaal vindt! Fantastisch, geweldig! Kijk, je onderzoekt en dan ontdek je. De bedekking wordt weggenomen en dan zie je geweldige dingen. Heb ik er nog eentje? Openbaring 1, daar wil ik kort over zijn.

Openbaring 1: Lezen, Horen en Bewaren ↑ hoofdstukken

Het boek Openbaring begint zo: "De openbaring..." Het is goed gecontroleerd. Ik zei al: iemand die onderzoekt, moet natuurlijk ook wel eerst lezen. Iets onderzoeken zonder het te lezen bestaat niet. Maar alleen lezen? "Gelukkig is hij..." Dat is de inleiding van het boek, de intro van het boek. De Openbaring zegt: "Gelukkig is hij die leest." Dat is enkelvoud; dat is hij die voorleest.

En dan: "en degenen die horen". Dat is meervoud. Ik zei al dat het gehoor, het oor, de primaire bron van geloof is. Geloof, zegt Paulus in Romeinen 10, is uit het gehoor. Zo komt het woord tot je. In de praktijk is dat voor verreweg de meeste mensen ook het geval. Ik zei al: je kunt zomaar iemand een Bijbel geven en zeggen: "Hier alsjeblieft, heb je het, lees het maar. Veel plezier en succes ermee." Maar nee, je hoort het.

Er staat trouwens nog iets bij: "Gelukkig is hij die leest en degenen die horen de woorden van de profetie, de voorzegging, en de dingen die daarin geschreven staan bewaart." Meestal is lezen niet bewaren, maar is het eigenlijk ook weer vergeten. Het gaat er gewoon overheen en een minuut later ben je het weer kwijt. Nee: lezen, horen, erover nadenken, vragen stellen, checken en controleren. Zo bewaar je het, zodat je het niet vergeet.

Lezen is eigenlijk verzamelen. We kennen die uitdrukking ook in verband met aren lezen. Dat deed Ruth; die ging aren lezen. In het Oudnederlands is "lezen" een woord voor verzamelen. Dus je verzamelt. Eigenlijk is Bijbelonderzoek, het onderzoeken van de Schriften, aren lezen. Dat is brood, en dat verzamel je.

Bewaren, waar bewaar je die woorden? Gewoon hier in je hart. Zo lees je dat over Maria ook. Ze hoorde de woorden van de boodschapper en ze bewaarde ze in haar hart. En er staat bij: overleggende wat het betekenen mocht. Dan ga je na en zeg je: "Zou dit het zijn?" En dan overleg je met een ander: "Zou dat ermee bedoeld worden?" Zo overweeg je de dingen.

Timotheüs 3: de Godgeademde Schrift Rust Volkomen Toe ↑ hoofdstukken

Nou, en dan gaan we ten slotte naar 2 Timotheüs 3, Paulus’ geestelijk testament. Het is een brief die hij geschreven heeft vlak voordat hij geëxecuteerd zou worden; je leest dat ook in deze brief. Er gaat een enorm appèl van uit. Het is een heel aangrijpende, persoonlijke brief aan zijn jongere medewerker Timotheüs. En dan zegt hij dit: "Maar jij..." Hij voorzegt al dat de christenheid in het algemeen bergafwaarts zou gaan en dan zegt hij iedere keer: "Maar jij." Van de massa heb je het niet te verwachten, die gaat toch wel die kant op, en als je niks doet, ga je daar gewoon in mee. Als je niks doet en je drijft in een rivier... ja, maar ik verander niet? Je gaat gewoon met de stroom mee. Alleen een levende vis gaat tegen de stroom in. Maar jij, blijf in de dingen die je leerde en waarin je bevestigd werd. Wees je bewust bij wie je het leerde. Daarmee doelt hij niet alleen maar op zijn moeder en grootmoeder. Oh Lois... nee, ik dacht even aan Priscilla, maar dat was weer een ander. Ja, Lois en Eunice waren de grootmoeder en moeder, daar had hij het van. Maar ook van Paulus natuurlijk. Dus het is niet alleen maar: je hebt het geleerd, maar je hebt het ook van iemand geleerd bij wie dat woord ook zijn werk gedaan heeft.

En dan zegt hij ook tegen Timotheüs dat hij van kindsbeen af de heilige Schriften heeft waargenomen. Wauw, dat is geweldig als je zo groot geworden bent. Lang niet iedereen heeft die achtergrond. Er zitten hier ook mensen in de zaal die er pas op latere leeftijd mee in aanraking zijn gekomen, en dan heb je nog een hele inhaalslag te maken. Want als er dan gerefereerd wordt aan personages – ken je dat fenomeen, Kim? – weet je, dan wordt er gerefereerd aan geschiedenissen en alle Bijbelboeken en dat is je dan volstrekt vreemd. Je kent het niet. Het is trouwens opmerkelijk dat als je echt interesse hebt, je in no-time ook die inhaalslag kunt maken. Maar goed, Timotheüs had het voorrecht dat hij van jongs af aan de verhalen kende, de geschiedenissen; hij was vertrouwd met de Schriften. Hij zag die Schriften altijd, er werd uit gelezen, het was gewoon zijn leven. Je hebt van kindsbeen af de heilige Schrift waargenomen, en dan staat erbij: "die wijsheid vermogen te geven". Geweldig, man. Wat voor uitzicht de Schrift geeft! Dat is echt wijsheid, overzicht. Je wordt op een toren gezet. 'Filosofie'... 'sofie' heeft eigenlijk te maken met een uitkijktoren waardoor je uitzicht en overzicht hebt; dat is wijsheid. Die wijsheid vermogen te geven tot redding door geloof dat in Christus Jezus is. Daar ga ik even aan voorbij, het is te mooi om dat nu maar kort aan te stippen.

Maar lees even verder: "Elk geschrift door God geïnspireerd is ook nuttig." Kijk, het idee is dit: Paulus wijst Timotheüs op die heilige Schriften die hij van kindsbeen af kende. Dat was gewoon de Hebreeuwse Bijbel, het Oude Testament. Dat kende hij. Maar nou zegt Paulus: "Ja, maar elk geschrift door God geïnspireerd is ook nuttig." In die dagen van Paulus waren er in die eerste eeuw een heleboel geschriften bijgekomen, ook geïnspireerd. Er staat letterlijk een woord: 'God-geademd' of 'God-geblazen'. Inspireren, daar zit het woordje 'spirit' in, maar dat betekent eigenlijk blazen. En als God blaast, dan geeft Hij ook leven. Moet je maar eens aan Adam vragen: die werd genomen uit de stof van de aarde en God blies in hem en alzo werd Adam een levende ziel. Dat is leven. De Schriften in hun geheel zijn levend; ze zijn geïnspireerd. Al die woorden, elk geschrift dat is opgeslagen, is geïnspireerd. Levend, krachtig, wijsheid gevend... nou ja, alles. Levend, ja.

En daarom is het ook nuttig. Er worden hier vier doeleinden genoemd: tot onderwijzing – gewoon om onderricht te worden; om te weerleggen – daar is die Schrift ook uitermate geschikt voor. Hoe het wel zit, weerleggen... als je het woord letterlijk neemt, ook in het Grieks, betekent dat eigenlijk dat je het opnieuw weer legt, zodat je het dus bevestigt. Je legt het opnieuw neer, zodat het volstrekt vast komt te staan en je ook waarheid van leugen kunt onderscheiden. Het corrigeert ook. Je wordt in de Schriften voortdurend hervormd in je denken. Je dacht dat het zus was en het blijkt zo te zijn. Dat is een voortdurend proces en het voedt op, het maakt je volwassen. Je denkt misschien in eerste instantie nog: ja, zo gaat dat, dat is een natuurlijk proces. Kinderlijk hoor, maar je perspectief wordt groter en je leert je betekenis ook te verstaan, te plotten. Je leert je weg te vinden; er staat: "in de rechtvaardigheid", de rechte weg. Kijk, die Schrift is nuttig tot al deze doeleinden, daar is ze ook voor gegeven.

Ik hoorde laatst nog iemand zeggen: "Het gaat om die brieven van Paulus", en dat is helemaal waar, maar vergis je niet: alle Schrift, dus dat geldt voor de hele Bijbel. We beginnen bij Paulus, maar we blijven niet bij Paulus. Juist via Paulus komen we in de hele Schrift uit. Al die Schrift is nuttig tot onderwijzing, tot weerlegging, tot correctie, tot opvoeding in rechtvaardigheid. Dat wil zeggen: om de rechte weg daarin te vinden, opdat de mens Gods toegerust zou zijn. Dat is dus wat die Schriften ook doen: ze maken je toegerust. Niet alleen maar in de zin dat je er rust bij vindt, maar ze rusten je ook uit, in de zin dat je voldoende bewapend bent. De mens van God oriënteert zich op die levende woorden Gods.

En nou wil ik nog één dingetje erover zeggen, en dat is dat er geen tijd is geweest waarin de Schriften zo enorm tot ons komen, en zo eenvoudig ook. Als je in het verleden, zelfs honderd jaar geleden, precies wilde weten hoe het er stond geschreven, dan moest je de weg naar bibliotheken weten te vinden. Dat was een heel proces. Als iemand een bepaalde bewering deed, dan kon je dat misschien in je eigen Bijbel nog nagaan, maar om te weten hoe het origineel precies was, dat was een enorm traject. Nu, in de laatste twintig, dertig, veertig jaar, is het eenvoudiger dan ooit tevoren om de Schriften te verstaan. Ik bedoel, ik pak een mobiel en ik kan zo opzoeken wat er in de grondtekst staat; ik kan het woord voor woord allemaal checken. Het is onvoorstelbaar hoe eenvoudig dat vandaag is in een interlinear-programma. Dat kan ik ook zeer aanbevelen, gewoon om bij die Schrift uit te komen. Het is geweldig, want je kunt natuurlijk zeggen: we leven in een tijd waarin zo verschrikkelijk veel desoriëntatie is, waarin men zo afglijdt... ja, maar er is ook nooit een tijd geweest waarin de Schriften in hun volle glorie zo eenvoudig en gemakkelijk beschikbaar zijn geweest als juist in onze dagen. Daar wijst Paulus trouwens ook op in deze brief, dat het in de laatste dagen zo zou zijn, opdat de mens Gods toegerust zou zijn. Tot alle goed werk volkomen toegerust, toebereid. Dat is wat die Schriften doen. Die Schriften zijn ook een bron, daarom ook dat plaatje: het is een naslagwerk, het zijn studieboeken, maar het is ook een bron van levend water waar je kracht vindt en uitzicht. Gewoon alles wat je nodig hebt, dat is wat de Schriften zijn.

Dus ja, de vraag: is de Bijbel een leesboek? Ja, misschien ten dele, maar de Bijbel is bovenal die levende bron. Nou, zo hoop ik dat we na een uur toch wat wijzer geworden zijn in dezen. Ik stel voor dat we met elkaar nog een lied gaan zingen.

🎧 is de Bijbel een leesboek?
Delen: