GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

houvast in gevaarlijke tijden

17-07-2016 - Geplaatst door Andre Piet
presentatie gehouden op zondag 17 juli 2016 in Den Haag

De tweede Timotheüs-brief heeft een ernstige ondertoon. Timotheüs wordt gewaarschuwd voor desastreuze ontwikkelingen in de christenheid die tot een climax zouden komen in “de laatste dagen”, voorafgaand aan de verschijning van Christus. Wat is kenmerkend voor die dagen? En wat maakt het gevaarlijk? Maar ook: waar en hoe vinden we in die woelige tijden werkelijk houvast?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze Bijbelstudie behandelt de laatste brief van de apostel, opgetekend vlak voor zijn naderende executie, en waarschuwt voor gevaarlijke tijden in de laatste dagen. Deze gevaarlijke perioden kenmerken zich door een aanzienlijk moreel verval binnen de christenheid, waarbij men de gezonde leer niet langer verdraagt en er slechts een schijn van godsvrucht overblijft. Te midden van deze neerwaartse spiraal wordt gewezen op het enige ware houvast voor de gelovige: de door God geïnspireerde Schriften. Dit levende Woord fungeert als een groot licht in de duisternis en bezit de kracht om de mens volkomen toe te rusten, te onderwijzen en richting te geven.

“De wereld mag duister zijn, en de christelijke wereld in het bijzonder, maar die Schriften zijn het grote licht in onze dagen.”

Een Houvast te Midden van Gevaarlijke Tijden ↑ hoofdstukken

Een hele goedemorgen, vrienden in Den Haag. Ik ben blij dat ik hier weer een keer mag zijn om u te ontmoeten, en dat is mij altijd een groot genoegen, kan ik u wel zeggen. Ik wil vanmorgen met u eens naar een klein briefje gaan, namelijk de tweede Timotheusbrief. Dat verklaart ook meteen de titel die u hier ziet geprojecteerd: Houvast in gevaarlijke tijden.

Nu zou je misschien op het eerste gezicht denken dat dit verwijst naar of is ontleend aan de gebeurtenissen die we de afgelopen week weer hebben meegemaakt, de actualiteit en de terroristische aanslagen, want ook in dat opzicht leven we natuurlijk in gevaarlijke tijden. Zoals gezegd zijn dat misschien wel de eerste associaties die u hebt als u zoiets ziet. Gevaarlijke tijden, ja, daarin leven we wel. Maar ik zal u vertellen: als we vanmorgen zo eens door dat kleine briefje gaan bladeren, dan komen we op iets anders uit. Namelijk een heel ander gevaar; de reden waarom Paulus over gevaarlijke tijden spreekt.

De ondertoon is echter een hele positieve. Het gaat er namelijk om om te midden van die gevaarlijke tijden – en waarom ze gevaarlijk zijn, daarover hebben we het straks – een houvast te hebben. Gewoon een rots waar je op kunt staan. Dat er bij alles wat wegvalt en vervalt, iets is wat werkelijk staat en blijft, en ook blijft staan. En dat is geweldig.

Ik wil u dit vanmorgen presenteren in een vijftal punten. Dat wil zeggen: we gaan naar een vijftal passages toe in deze brief. Het valt niet mee om dat zo even grof samen te vatten, maar ik kan natuurlijk wel vertellen dat de tweede Timotheusbrief – laat ik dat dan meteen maar eventjes doen – terecht Paulus' geestelijke testament wordt genoemd. Het is de laatste brief die hij heeft geschreven en het is een persoonlijke brief. Het is geen brief die hij richt aan een gemeente, een ecclesia of een groep van gemeenten zoals hij dat elders doet. Nee, hij is gericht aan één persoon. Ook in dit opzicht, in verband met het thema, is dat heel veelzeggend.

Afijn, Paulus richt zich tot Timotheus en ik wil wat vertellen over de aanhef. Daarin zullen we inderdaad die adressering zien, aan wie hij de brief richt, maar ook de omstandigheden waarin Paulus zich zelf bevond, namelijk zijn nabije executie. Vervolgens wil ik u meenemen naar een vers waarin gesproken wordt over de omstandigheden van de christenheid, laat ik het dan maar zo noemen. Gewoon die verzameling van christenen, zij die zich noemen naar Christus, en het verval dat zich daar al heel duidelijk aftekent.

Daarna neem ik u mee naar het derde hoofdstuk, waar gesproken wordt over de laatste dagen en waarom die laatste dagen zo gevaarlijk zullen zijn. En tenslotte over wat in die dagen een houvast is. Dat houvast is namelijk de heilige schriften. Daarmee heb ik in feite al verklapt waar het uiteindelijk allemaal om gaat. Maar dat zijn zo de vijf punten die ik u wil laten zien. Ik wil daarbij niets verzinnen; ik wil deze vijf punten bespreken aan de hand van een vijftal verzen, of een vijftal passages in dit briefje. We beginnen gewoon, en dat lijkt me in dit geval wel het meest handig, bij het begin.

Paulus als Afgevaardigde Naar de Belofte van Leven ↑ hoofdstukken

Namelijk hoofdstuk 1, vers 1. Daar stelt Paulus zich voor, zoals hij dat altijd doet in zijn brieven, en dat is ook de meest gebruikelijke manier om een brief te beginnen. Dat is natuurlijk het eerste wat je wilt weten: door wie is dit eigenlijk geschreven? Dan noemt hij zijn naam, de naam die ook speciaal verband houdt met zijn bediening onder de naties. Het is niet zozeer de naam die hij kreeg toen hij geroepen werd, maar het is de naam die aan hem verbonden is sinds hij zich wendde tot de naties, in Handelingen 13 vers 9 om precies te zijn. Vanaf dat moment heet hij Paulus. Die naam Paulus heeft ook alles te maken met ons woordje 'pauze'. Dat wil zeggen: een onderbreking in de tijd. Paulus stelt zich zo voor met die veelzeggende naam.

Hij is een afgevaardigde van Christus Jezus. Even voor de goede orde, want u leest misschien mee in uw Statenvertaling of Telosvertaling of welke dat ook maar mogen zijn, en u zult zien dat de tekst soms wat afwijkt. Dat komt omdat de vertaling die ik hier gebruik eigenlijk niets anders is dan een interlineaire vertaling. Dat wil zeggen dat het een vertaling is die zo dicht mogelijk bij de woord-voor-woordweergave aansluit. Daardoor hoor je hier soms wat stijf Nederlands waarin de Griekse taal die Paulus noteerde nog doorklinkt. Ik excuseer me soms voor het wat vreemde Nederlands, maar het is bedoeld om ons zo dicht mogelijk tot Paulus te richten en te luisteren naar wat hij nu precies zegt.

Het woordje 'apostolos', apostel, betekent eigenlijk gewoon iemand die gezonden is of hoogstpersoonlijk is afgevaardigd. Bij ons is het woordje apostel meteen een op zichzelf staand ambt, maar in feite stel je bij het woord 'afgevaardigde' meteen de vraag: afgevaardigd door wie of door welke instantie dan? Hij is een afgevaardigde van Christus Jezus. Dat is al zo'n typische uitdrukking die we uitsluitend bij Paulus vinden, wel een stuk of honderd keer in het Nieuwe Testament. De andere apostelen spreken consequent over Jezus Christus. Paulus doet dat ook vaak, maar als er gesproken wordt over Christus Jezus, dan kun je er vergif op innemen dat het Paulus moet wezen. U zegt dat dit gevaarlijk is om te beweren, maar ga het maar eens na. Bij 'Christus Jezus' staat zijn titel voorop; de naam of titel die hem is geschonken sinds zijn opstanding en verheerlijking. Zo kende Paulus hem. Die aardse naam van hem staat op de achtergrond. Natuurlijk is het dezelfde persoon, maar wat voorop staat is Hij die opgestaan is en de Christus, de Gezalfde, is geworden. Paulus kende de aardse Jezus niet; hij kende de verheerlijkte. Daarom zegt hij: ik ben een afgevaardigde, hoogstpersoonlijk door Christus Jezus.

Hij zegt er meteen bij — zoals hij vaak doet — dat dit is 'door Gods wil'. Daarin klinkt door dat het niet zijn eigen keuze was. Iedereen die de geschiedenis van Paulus kent, begrijpt meteen waar het over gaat. Het was niet de keuze van Paulus, of toen nog Saulus, om een afgevaardigde van Christus Jezus te zijn. Hij was immers de aartsvijand van die Jezus, die hij vervolgde tot in het buitenland aan toe. Toen werd hij geroepen vanuit de hemel: "Wie bent u, Heer?" "Ik ben Jezus die jij vervolgt." Hij was van de moederschoot afgezonderd, zo lees je. Het was niet zijn wil of zijn keuze; ook de boodschap die hij verkondigt is helemaal van Hem. Een afgevaardigde van Christus Jezus, door Gods wil, naar belofte van leven.

Dat wil zeggen: in overeenstemming met een belofte van leven. Dat is waar het in het Oude Testament, waar de belofte keer op keer wordt herhaald, allemaal om gaat. In een sterfelijke wereld belooft God leven. Maar dan ook werkelijk een leven dat de naam leven waardig is. Wat wij leven noemen is geen leven, dat is eigenlijk sterven; het is de weg die we gaan naar de dood. Echt leven is leven dat de dood achter zich heeft en de dood overwonnen heeft. Dat is leven waar geen einde aan komt. Dat is wat God beloofd had en inmiddels is dat gerealiseerd. Er is vandaag één mens die werkelijk leeft, namelijk Christus Jezus. Hij is de Eerstgeborene uit de doden. Hij leeft en heeft onvergankelijk leven aan het licht gebracht. Dat gaat zich in steeds wijdere kringen openbaren en dat leven zal een deel worden van allen. Zoals in Adam allen sterven, zo zullen in Christus Jezus allen worden levend gemaakt. Maar, zo staat erbij, ieder in zijn eigen rangorde. Dat wil zeggen dat het niet allemaal tegelijk gaat, maar afdelingsgewijs. Eerst zij die van Christus zijn in zijn parousia, enzovoort.

Maar op dit moment is Hij het: Christus Jezus. Naar belofte van leven, hetgeen in Christus Jezus is. Waar is dat leven? In Christus Jezus. Hij is opgestaan uit de doden en leeft. Wij zijn stervelingen, maar Hij leeft, en het feit dat Hij leeft is de garantie dat ook wij — en ieder in zijn eigen rangorde, de mensheid in haar totaliteit — dat leven zullen ontvangen. Dat is die belofte van leven die verankerd en besloten is in Hem. Deze brief heeft een ernstige ondertoon en schildert hele serieuze situaties, zoals we straks zullen zien, maar het begint enorm optimistisch. Wat er ook gebeurt en wat de omstandigheden ook mogen zijn, het kan niet stuk. Als je dit weet, is dat allesovertreffend.

Deze brief is een persoonlijke brief, niet aan een gezelschap gericht maar aan één iemand. Zijn naam is al veelzeggend: Timotheus. Dat betekent letterlijk een 'waardeerder van God'; iemand die God naar waarde schat. Iemand die weet wat voor waarde het heeft om God te kennen en de dingen plaatst zoals Hij, die werkelijk God is, dat doet. Timotheus heette niet alleen zo, hij was ook werkelijk zo iemand. Paulus noemt hem 'geliefd kind'. Dat was de verhouding waarin Timotheus stond tot Paulus. We weten uit het boek Handelingen hoe Timotheus ooit in aanraking kwam met het evangelie, via zijn moeder en grootmoeder, Loïs en Eunice. Van zijn vader weten we verder helemaal niets. Eigenlijk is de enige vader die we van Timotheus kennen Paulus zelf, maar dan in geestelijke zin. Paulus gebruikt die beeldspraak vaker: hij was verwekt door zijn evangelieprediking. Timotheus was een gelovige geworden door het woord dat Paulus ooit in Derbe, Lystra en Ikonium had verkondigd. Zo was Timotheus verwekt als zijn kind, een geestelijk kind dat hij vervolgens ook heeft opgevoed. Paulus nam hem mee en Timotheus werd zijn naaste medearbeider, die hem altijd trouw is gebleven, tot aan zijn dood toe. Dat blijkt wel uit dit geestelijke testament. Aan hem is deze brief gericht.

Genade, Ontferming en Vrede voor de Waardeerder van God ↑ hoofdstukken

Timotheüs, een geliefd kind. En dan begint Paulus met genade. Dat is mooi, want als u even naar het eind van de brief gaat, dan vindt u daar weer genade. Deze brief begint met genade en eindigt met genade. Bedenk daarbij goed dat we het woordje 'genade' in het alledaagse leven misschien niet meer zo gewend zijn te gebruiken, maar genade wil zeggen: vreugde om niet. Ons woord 'gunst' drukt dat ook heel erg goed uit. Iemand die je een gunst bewijst, maakt je blij zonder dat je daarop aanspraak kunt maken. Het hoeft niet altijd per se te maken te hebben met het ontslaan van straf of schuld of vergeving; het woord is ruim genoeg om dat ook in te sluiten, maar het is veel meer. Het is vreugde, want het grondwoord van genade is charis, en dat betekent vreugde. Maar dan wel vreugde die je zomaar krijgt.

Zoals de allerbelangrijkste dingen van het leven; die krijg je. Dat weet u toch? Die verdien je niet en kun je ook niet kopen in de winkel. Zoals de Engelsen zeggen: the best things in life are free. Die krijg je zomaar. Je staat 's morgens op en de zon schijnt, je hoort de vogeltjes fluiten en de hemel is blauw. Wauw, dat krijg je en dan ben je ineens blij. Verdien je dat? Nee, dat is een gunst, dat is genade. Zo overlaadt God ons met genade. Daar begint de brief mee en daar eindigt ze mee. Heel typerend.

Genade en ontferming; het is wel apart dat Paulus ook die ontferming noemt. Maar dat heb je dan ook wel nodig in de tijden waar Timotheüs voor gewaarschuwd wordt en waar hij voor wordt geïnstrueerd. Dan heb je het nodig dat je een God kent die zich ontfermt. Wel, die kennen we. Genade, ontferming en vrede. Van wie komt dat? Wel, van God. En die God is Vader. Dat is wat er staat: vrede vanaf God, de Vader. God is degene die alles beschikt en alles plaatst. Dat is wat het woord 'God' betekent: Degene die alles een plek geeft. Die God kennen wij als Vader, uit wie wij voortkomen en die nooit laat varen het werk van Zijn handen.

De God van vrede ken je, en vrede kun je alleen maar hebben als je God kent als Vader. Hij is God, dat wil zeggen dat er niets buiten Hem om gaat. Dat moet u ook weten. Als u denkt dat God ook met allerlei dingen te dealen heeft die buiten Hem om gaan of tegen Zijn raad of bedoeling ingaan, dan heb je geen echte God. Dan heeft Hij niet alles onder controle. Maar He's got the whole world in His hand. Dat wil zeggen dat er niets is wat buiten Hem om gaat. Hij is God, maar die God die alles beschikt, is ook werkelijk Vader. Hij houdt van Zijn schepping. Waarom? Dat is niet een verdienste van het schepsel, maar gewoon omdat het Zijn schepping is. Daarom is Hij Vader.

Ontferming en vrede vanaf God, de Vader, en van Christus Jezus, de Heer van ons. De Heer Christus Jezus. Hij is niet alleen de Christus, de Gezalfde, degene die overladen werd met geest, maar ook de kurios: de Heer, de Eigenaar, de Bezitter van ons. Wij kennen Hem ook als Heer. Natuurlijk kun je zeggen: de aarde is des Heren en haar volheid, alles is... Nou, dat is de tweede keer. Wat is dat toch? Ruzie met het podium. Maar Hij is de Heer van alles. Hij bezit alles, jawel. Maar wij mogen Hem ook zo kennen en aanroepen. Dat is wat een gelovige ook doet. Hij is de Heer van allen, maar Hij is rijk voor allen die Hem aanroepen. Ziet u? Oké, daarmee hebben we gezien wie de schrijver is en aan wie hij zich richt. Maar nu nog wat verder.

Paulus' Opbreking Is Aanstaande: het Leven als Plengoffer ↑ hoofdstukken

We gaan nu naar hoofdstuk 4 in de brief. Ik zei al: we bladeren er gewoon wat doorheen, zo kriskras, want we gaan van het begin naar het einde en dan weer naar het begin. In die zin zit er weinig structuur in, maar goed, de lijn die we volgen heb ik u van tevoren al even aangegeven.

Nu wil ik u wat vertellen over de omstandigheden waarin Paulus zich bevond toen hij deze brief schreef. Hij schreef deze brief aan zijn erfgenaam, zijn kind, zijn zoon; degene die de erfenis ontvangt. Paulus geeft het stokje als het ware over aan hem, aan Timotheus — die 'waardeerder van God'. Over die omstandigheden waarin Paulus verkeerde, daar lezen we ook over: hij was in gevangenschap. Dat lezen we ook in hoofdstuk 4. Ik kan niet alles laten zien wat we daarover aan de weet komen in dit briefje; ik zei al: het is maar zo links en rechts wat geplukt.

Maar één ding moet u goed weten: Paulus bevond zich in zeer penibele omstandigheden. Je leest in hoofdstuk 4 vers 6 dat hij zegt — en dat staat in het verband waar Paulus zegt: "maar jij, blijf nuchter onder alles, aanvaard het lijden" — hij zegt: "Wat mij aangaat..." en dan begint vers 6: "Want wat mij aangaat, reeds word ik als plengoffer geofferd." Een plengoffer of een drankoffer, zo wordt het ook wel genoemd, is een bekend fenomeen. Tenminste, bekend in de Tanakh, in de Hebreeuwse Bijbel. Dat wil zeggen dat bij veel offers, bij veel brandoffers, ook drankoffers gebracht werden. Er werd drank, wijn, uitgegoten. Wat de symboliek daarvan precies is, is nu even niet aan de orde, maar in dit verband moet het al duidelijk zijn dat Paulus' leven wordt uitgegoten. Wat men dan deed — en sommige mensen zeggen: dat is zonde — maar dat is juist wat het offer is. Er werd drank geofferd als uitbeelding van wijn; een uitbeelding van leven uit de dood. Op het leven! Dat is ook zo'n spul dat uit de kelder komt, uit een graf komt. Het gaat er als druivensap de kelder in, in het graf, en het komt er als geestrijk vocht weer uit. Dat is een geweldige symboliek die daarin meekomt, want het spreekt namelijk van leven uit de dood.

Afijn, Paulus zegt: mijn leven wordt al als het ware uitgegoten. Maar het is voor God. Het feit dat hij geëxecuteerd werd, het feit dat hij gevangen was, was omdat hij een apostel was voor de natieën en dat hele verhaal. We weten dat niet alleen uit de brieven; er is ook een historisch boek dat daarover gaat en dat is het verslag van Lucas in het boek Handelingen. Zijn leven wordt uitgegoten, aan God gewijd. Hij zegt: "Ik word reeds als plengoffer geofferd." Dat wil zeggen dat dit nu al aan de gang is. Dus eigenlijk is Paulus in die zin — ik weet niet of ik het woord nu helemaal goed gebruik, maar — terminaal. Want, zegt hij: "Het tijdstip van de opbreking van mij, het tijdstip van mijn verscheiden is aanstaande." Dat wil zeggen: ik ben hier niet lang meer. "Het staat voor de deur", zegt de MBG-vertaling.

Dat moet ik er dan ook nog even bij zeggen: die onderste regel die u hier ziet in het lichtgrijs, dat is de wijze waarop de MBG-vertaling dat weergeeft. En die tweede regel, dat is dan de meest letterlijke weergave: "Het tijdstip van de opbreking van mij". Er wordt hier een woord gebruikt dat ook elders in het Nieuwe Testament wordt gebezigd voor een leger dat opbreekt. Zoals wij ook zeggen: "nou, wij breken op", je breekt je tent af. Dat werkwoord wordt ook in dat verband gebruikt voor een leger dat opbreekt, wat wil zeggen dat het van de ene plaats naar de andere gaat.

Het is trouwens nog leuker, want voor het eerst deed ik die ontdekking gisteren: het woord dat hier in het Grieks gebruikt wordt, is analuo. Dat betekent heel letterlijk, als je het in zijn elementen opbreekt: "naar boven loslating". Ik heb me weleens afgevraagd: hoezo naar boven loslating? Wel, van origine werd het woord gebruikt voor het ophalen van een anker. Wanneer doet een schip dat? Wanneer het van A naar B gaat. Kortom: wanneer het vertrekt. Maar wat doet het? Het anker wordt naar boven gehaald, waarmee je de bodem waar het aan vastzat, loslaat. Dus het is met recht een naar boven loslating. Dat is heel mooi als je zulke begrippen in hun elementen beziet, want dat onderstreept dan precies de betekenis.

Maar goed, meer idiomatisch is de betekenis dus: mijn verscheiden, mijn vertrek, mijn opbreking, of welk woord je daar ook voor wilt gebruiken. Paulus zegt: het duurt niet lang meer, het staat voor de deur, het is aanstaande. Juist dat geeft deze brief — alleen al Paulus' persoonlijke omstandigheden — zo'n geweldige kleur. Want het is zo persoonlijk. Paulus beschrijft dus: "ja, nog even en ik zal worden geofferd, geplengd." Mijn opbreking is nabij. En zoals het lot van eigenlijk alle apostelen geweest is: ze zijn ter dood gebracht. Maar Paulus was niet bedrukt. Dat vind ik juist misschien wel het allermooiste. In die omstandigheden is Paulus allerminst deprimé. Integendeel: hij is blij. Natuurlijk, hij is ook een mens van vlees en bloed, hij heeft zijn gevoelens gehad, maar je kunt de dingen dan relativeren. Dat wil zeggen: het is betrekkelijk. Het is er wel, natuurlijk; dit zijn pijnlijke dingen als je je realiseert wat er aanstaande is. En dan niet zomaar als een oud mannetje een natuurlijke dood sterven; nee, het is een gewelddadige dood voor de zaak van het evangelie.

Paulus — en dat zegt hij op andere plaatsen — is daar blij om en vindt het een eer om voor Hem en voor dit getuigenis te sterven. Kijk, dat is taal! Daar spreekt zo'n enorme moed en kracht uit. Dan moet je toch echt wel een heel goed bericht hebben om daarvoor te willen sterven en daar ook absoluut van overtuigd te zijn. Wel, Paulus was zo iemand. Hij zegt: "De ideale strijd, de goede strijd." Maar ideaal betekent in dit geval ook goed in de zin van kwalitatief goed. "Die goede strijd heb ik gestreden." Het gaat hier niet zozeer over een strijd in de oorlog, maar over een wedstrijd; dat blijkt uit het verband. Ik heb een goede strijd gestreden. Mijn opa placht dat ook nog weleens aan te halen en die zei dan: "Paulus zei: ik heb de goede strijd gestreden; hij zei niet: ik heb de strijd goed gestreden." Dat vond ik wel een mooie en die zal ik nooit meer vergeten. Dat zegt dus iets over de aard van die strijd: die was goed, die was ideaal, die was mooi. En die had Paulus inmiddels gestreden.

Hij zegt: mijn strijd is nu feitelijk zo goed als voorbij. "Ik heb die ideale strijd gestreden en de loopbaan..." Dat is een carrière die succesvol eindigt, zou je zeggen. Jawel, maar Paulus zei: "ik heb die loopbaan tot een einde gebracht." Paulus kijkt er met voldoening op terug. Hij zegt: "want het was een goede strijd." Het was God dat ik die strijd heb mogen strijden en die loopbaan ook met veel moeite. Ook daarvan weten we alles en heel veel af vanwege het hele relaas dat we in het Nieuwe Testament daarvan aantreffen. Die loopbaan heeft hij tot een einde gebracht. "Het geloof heb ik behouden", staat er in de MBG-vertaling, maar dat is eigenlijk veel te zwak. Er staat: "ik heb het geloof bewaard", in de zin van veiliggesteld, bewaakt. Zo wordt dat trouwens ook elders in het Nieuwe Testament vertaald. Je geeft iets in bewaring zodat het daar ook veilig is. "Wil jij dat voor mij bewaren?", zodat het veiliggesteld is. Dus het is maar niet zo van: "nou, ik ben gelovig gebleven tot het einde aan toe."

Nee, hij zegt: "Ik heb dat geloof." Het geloof, ook de geloofswaarheid – dat wat geloofd wordt dus – dat heb ik bewaard. Bij mij was het veilig. Dat wil zeggen: het is aan mij toevertrouwd en Paulus heeft daarvoor gestreden.

En dat is ook een strijd. Want die strijd is niet iets agressiefs, in de zin dat je de ander aanvalt. Maar het punt is: als je dat geloof hebt, dan word je bestreden. Dus ongewild word je in een strijd betrokken, zodat die strijd feitelijk defensief is. Er worden voortdurend aanvallen gedaan op het geloof, op de waarheid van wat geloofd wordt.

En dan was het bij Paulus veilig. Bij hem werd het bewaakt, bewaard. En dat was inderdaad een strijd. Er waren zoveel andersluidende beweringen, er was zoveel tegenwerking, zoveel vijandschap, en in al die omstandigheden heeft Paulus dat geloof – dat wat hem was toevertrouwd – bewaakt en bewaard. Nu tot het einde aan toe.

Allen in Azië Hebben Zich Afgekeerd van de Gezonde Leer ↑ hoofdstukken

Dan ga ik u nog iets vertellen over de omstandigheden. Want nu heb ik iets gezegd over de adressering en over Paulus' persoonlijke omstandigheden. Trouwens, als u daar meer over wilt weten: u zou die brief zelf eens moeten lezen. In pakweg een half uur tijd zijn deze vier hoofdstukken goed te lezen. Je zou het eigenlijk in één keer moeten lezen, want dan kom je namelijk veel meer te weten, uiteraard ook over Paulus' persoonlijke omstandigheden. Dat zie je ook vooral in dat laatste hoofdstuk, waar hij niet alleen de groeten doet, maar ook bepaalde hele praktische instructies geeft.

Nu wil ik u nog wat vertellen over de omstandigheden daar in Asia. Daar zou Timotheüs ook nog naartoe gaan. Over dat soort details wil ik maar niet te veel vertellen, want het zou ons alleen maar afleiden. Maar in ieder geval lees je dat Paulus — dat weten we sowieso uit de brieven, maar ook uit het boek Handelingen — buitengewoon actief is geweest in Asia. En dan moet u bij Asia natuurlijk niet denken aan dat grote werelddeel van tegenwoordig. Tegenwoordig is het een heel groot werelddeel, maar een honderd jaar geleden sprak men over Klein-Azië en dat was dan Turkije. In werkelijkheid is Asia van origine een landstreek in het huidige en zo turbulente Turkije, in het westen van Turkije. Daarin waren gemeenten in Efeze en Smyrna (dat is tegenwoordig Izmir). Het vliegveld van Izmir was gisteren helemaal afgesloten vanwege de coup die daar was gepleegd, of die er gepleegd zou zijn. Daar hadden we het net ook nog over, maar goed, daar gaan we het maar niet over hebben. In ieder geval hebben we het over die streek; dat is Asia in de Bijbel. Het is niet een land, maar een landstreek in het huidige Turkije.

En dan lees je dit in het vijftiende vers: "Dit heb je waargenomen." De NBG-vertaling zegt: "Dit weet je, Timotheüs." Waarom? Omdat hij dat gewoon uit eigen bevinding, uit eigen waarneming had kunnen vaststellen. "Dit heb je waargenomen: dat van mij werden afgekeerd allen die in Asia zijn." Overigens wil ik op één apart detail wijzen. Er staat in de meeste vertalingen in de actieve zin dat allen zich van mij hebben afgekeerd. Maar er staat niet "hebben afgekeerd", er staat in de passieve vorm: "werden afgekeerd". "Dit heb je waargenomen: dat van mij werden afgekeerd allen die in Asia zijn." Moet u zich dat even voorstellen. Paulus, die zeer actief is geweest in Asia en daar met zoveel vrucht gearbeid heeft. Hele hoofdstukken worden daar in de geschiedschrijving van Lucas ook aan gewijd. In Efeze, maar in veel meer plaatsen is hij zo actief geweest. Velen waren ook gewekt tot geloof; hij had hen verwekt en hij was in die zin de vader van velen. Het Woord heeft daar met enorm veel kracht gewerkt en dan, aan het einde van Paulus' leven, lees je dit. Wat een enorm contrast.

Het is trouwens ook opmerkelijk dat je in Handelingen 19 en 20 leest — het staat me erg bij omdat ik daar in Katwijk momenteel bijbelstudies over doe — dat Paulus een rede houdt en afscheid neemt van de oudsten in Efeze op het strand van Milete. Dan kondigt hij al aan: "Uit uw eigen midden zullen mannen opstaan die verkeerde dingen zullen leren en die de kudde zullen wegtrekken." Paulus heeft het dus voorzien; hij wist dat het zo zou gaan. En nu, aan het einde van zijn leven, stelt hij dit gewoon vast: "Dit heb je waargenomen: dat van mij werden afgekeerd allen die in Asia zijn." Dat woord "allen" is helemaal veelzeggend. Niet sommigen, zelfs niet velen, maar allen. Moet je dat letterlijk nemen? Laten we het gewoon nemen zoals het zich aandient. Ze "werden" afgekeerd. Er waren kennelijk krachten of personen actief die ervoor zorgden dat ze zich in Asia afkeerden van Paulus, zodat ze afgekeerd werden.

Dat dit inderdaad de gedachte is, blijkt wel uit het vervolg: "van wie Fygelus en Hermogenes zijn." Dat zijn kennelijk de figuren geweest die een actieve rol hebben gespeeld in dat hele afkeerproces, waardoor zij die in Asia zijn — allen in Asia — werden afgekeerd.

Ik heb dat woord "afgekeerd" even onderstreept. Dat woord komen we in deze brief nog een keer tegen. Hier is het: allen in Asia werden afgekeerd. Maar als je naar hoofdstuk 4 gaat, dan zegt Paulus over de christenheid in het algemeen, niet alleen meer over Asia: er komt een tijd dat men gewoon in het algemeen de gezonde leer niet meer zal verdragen. Het gaat dan echt over belijdende christenen. "Men zal de gezonde leer niet meer verdragen" wil zeggen dat men het ooit wel verdroeg. Dat bewijst dus dat het over gelovigen gaat, of in ieder geval over belijdende christenen. Maar er komt een tijd dat men die gezonde leer niet meer zal verdragen en dan staat er: "en zij zullen het oor afkeren." Dat is hetzelfde woord wat hier ook in hoofdstuk 1 vers 15 gebruikt wordt. Ze zullen het oor afkeren van de waarheid en zich wenden tot mythen, tot verdichtsels. Gewoon menselijke constructies, dogma's en leerstellingen. En dat is al in een heel vroeg stadium van de kerkgeschiedenis gebeurd.

Paulus bereidt Timotheüs daar ook op voor. Dat nieuws dat Paulus te melden heeft is zo geweldig, maar het is zo groot. Hij zegt: er komt een tijd — en dat is al heel vroeg in de kerkgeschiedenis gebeurd — dat men in het algemeen het niet zal verdragen. Paulus had wat aangekondigd. Als u Paulus een pessimist noemt, dan zeg ik: in één opzicht klopt dat. En dat is als het gaat over de ontwikkelingen in de christenheid. Die waren niet rooskleurig. Dat is geen pessimisme, dat is gewoon realisme. Hij zegt: men zal dat niet langer verdragen. Wat Paulus aan het einde van zijn leven vaststelde over Asia, dat zal in het algemeen in de christenheid gaan gebeuren: dat men de gezonde leer niet meer zal verdragen. Dat betekent dus dat als jij iets onderwijst en dat wordt alom gewoon in de christenheid geaccepteerd, dan is dat een teken dat je zijn boodschap hebt verlaten.

Men had Paulus verlaten. Laten we weer even teruggaan naar de situatie in Asia. Hij zegt: ze werden afgekeerd van mij. Ik, de afgevaardigde van Christus Jezus, die zoveel van God toevertrouwd heeft gekregen en die het allemaal op schrift heeft gesteld. Ze accepteren het niet; ze willen het niet. Nu ga ik weer even verder en nu neem ik u mee naar het derde hoofdstuk. Trouwens, daar blijven we ook voor punt 4: de gevaarlijke laatste dagen. In vers 1 van hoofdstuk 3 leest u dat Paulus dit zegt.

De Gevaarlijke Laatste Dagen Vóór Christus' Verschijning ↑ hoofdstukken

Weet dit echter: dat in de laatste dagen... dat is overigens een bekende term die we heel vaak in de Bijbel tegenkomen, ook al in de Hebreeuwse Bijbel. De 'laatste dagen', dat wil zeggen: die dagen die vlak voorafgaan aan de terugkeer, aan de verschijning van Christus. Weet dat er in de laatste dagen... overigens, als je de eerste Timotheusbrief leest — dit is de tweede Timotheusbrief — dan lees je in hoofdstuk 4 vers 1 dat Paulus zegt dat de Geest nadrukkelijk zegt dat in een latere periode men afstand zal nemen van het geloof. Men zal aandacht geven aan en het volgen van leringen van demonen.

Ik zei al: Paulus’ visie op de kerkgeschiedenis en wat er na zijn dagen zou gebeuren, was niet al te rooskleurig. Hij richt zich ook niet tot gemeenten, tot het geheel, maar tot die enkeling die nog wel oor heeft voor wat hij te melden heeft; die zich niet van hem afkeert en die nog juist wél wil luisteren. Niet naar wat men daar allemaal over zegt, want men was het niet met Paulus eens. Moet je nagaan: ze hebben zich van hem afgekeerd. Dat betekent dus dat hij gewoon niet welkom meer was in de gemeente waar hij notabene zelf ooit aan de wieg heeft gestaan. Dat is nogal wat. Dit schrijft Paulus aan het einde van zijn leven en dan spreekt hij dus over latere perioden waarin sommigen — en dan gaat het vooral over leraren — afstand zullen nemen van het geloof en leringen van demonen zullen volgen. Maar je leest hier ook de uitdrukking over 'laatste dagen'. Je hebt dus de 'latere perioden' en de 'laatste dagen'. Dat is als het ware de vergrotende trap en de overtreffende trap. De laatste dagen, dat wil zeggen: die periode is niet heel scherp afgegrensd, maar het zijn de laatste dagen die voorafgaan aan de verschijning van de Christus.

Paulus zegt: "Ik wil dat je dit weet." En wij nu, anno 2015... Vele, vele eeuwen inmiddels. O, sorry, ja; ik heb niet alleen problemen met het podium, maar ook met bij de tijd blijven. Maar goed, nu 2016; we zijn bijna tweeduizend jaar verder. Eén ding kunnen we volgens mij wel vaststellen: wij leven vandaag onmiskenbaar in die laatste dagen. Het is nu niet het onderwerp om dat uitgebreid duidelijk te maken, maar we leven wat mij betreft onmiskenbaar in die laatste fase vóór zijn terugkeer. We weten trouwens sowieso uit de Bijbel dat die periode tussen de eerste en de tweede komst van Christus gemarkeerd wordt door — de Bijbel zegt dan — twee dagen. Maar dat wil zeggen, zo zegt Petrus: twee keer duizend jaar. Zo rekent hij. Of dat nu precies of ongeveer tweeduizend jaar is, dat laat ik hier in het midden, maar in ieder geval leven wij nu inmiddels in 2016. Die tweeduizend jaren die de Bijbel heeft voorzegd, die lopen bijna op hun eind. Je hoeft dus geen Einstein te zijn om vast te stellen dat wij inderdaad vandaag in die laatste dagen zijn.

Deze woorden zijn vandaag de dag — tussen die twee jaartjes door — dus actueler dan ooit. Paulus zei al tegen Timotheus: "Weet echter dit, dat in de laatste dagen gevaarlijke perioden zullen zijn." In de NBG-vertaling staat "zware tijden", maar het woord komt nog één keer vaker voor in het Nieuwe Testament en dan wordt het wel weer vertaald met "gevaarlijk". Dan gaat het over die man die bezeten was, en die was inderdaad gevaarlijk. Nou, dat is precies het woord dat ik ook gebruikte op de titelpagina, de titel-dia waar het ging over die gevaarlijke tijden.

Waarom is het gevaarlijk? Paulus zegt dat er in de laatste dagen gevaarlijke perioden zullen zijn. Hoezo gevaarlijk? Dan heeft hij het niet over terroristische aanslagen die zomaar kunnen opdoemen, of over oorlogen die uitbreken in het hele wereldgebeuren waarin zoveel aan de hand is. Dat mag dan waar zijn, maar dat is niet het onderwerp waar hij het hier over heeft. Trouwens, als het gaat over het wereldgebeuren en ons aardse bestaan, daarvan hebben we sowieso de verzekering dat de Heer zegt: "Ik zorg voor je, Ik ben bij je, er gaat niks mis." Daar hoef je je dus helemaal geen zorgen over te maken. Trouwens, over dit ook niet. Maar je moet het wel weten; het is van belang om te weten dat die laatste dagen gevaarlijke perioden zullen zijn. Want — en wat hij dan uitlegt, is de reden — de mensen zullen zijn... en dan gaat hij een hele beschrijving geven, een hele lange lijst. Die tijden zijn gevaarlijk vanwege de morele kwaliteiten — voor zover je het woord 'kwaliteiten' kunt gebruiken — of vanwege de morele kenmerken van de mensen. Maar nu zeg ik het nog veel te algemeen; het gaat meer specifiek over de morele kenmerken van de christenheid.

U zou voor de aardigheid deze lijst die hier nu gaat volgen eens moeten leggen naast de lijst die we ook aantreffen in Romeinen 1, waarin Paulus de wereld tekent die God niet kent. Die lijst in Romeinen 1 lijkt als twee druppels water op die in 2 Timotheus 3. Met dit grote verschil: daar gaat het over de wereld die God niet kent, en hier gaat het over een wereld die in ieder geval de schijn heeft God wél te kennen en zich daar ook op laat voorstaan. Een schijn van godsvrucht; ik zal het u straks ook laten zien. En waarom is het gevaarlijk? Wel, het is gevaarlijk omdat je er zomaar in wordt meegenomen. Kijk, dat is die stroom van de tijd. Iedereen beleeft dingen en iedereen heeft zo zijn opinies, en die komen vandaag in alle kracht op je af. Ik denk dat er trouwens nauwelijks een tijd is geweest waarin je zozeer verbonden bent met die hele stroom van meningen, opinies en smaken van de wereld als juist tegenwoordig. Vroeger kon je nog in een hutje op de hei zitten en kon je je afsluiten van wat er gebeurde. Vandaag kan dat nauwelijks nog door al die media die op je afkomen. Dat is nog veel sterker dan decennia geleden, toen je kranten en tijdschriften had. Maar nu, met internet en de sociale media, word je zo enorm meegenomen in de stroom van de tijd. En als iedereen iets zegt, ja, dan zal het wel zo zijn. Dan is dat 'normaal'. Daarin word je zo gemakkelijk meegenomen, en dat maakt die tijden zo gevaarlijk.

Kijk, en dan gebruik ik altijd graag dat beeld: het kenmerk van een levende vis is dat die tegen de stroom in zwemt. Een dode vis gaat gewoon vanzelf met de stroom mee. Als er geen leven in zit, ja, die stroom gaat toch wel; je gaat daar namelijk als vanzelf in mee. Daar hoef je helemaal niks voor te doen. Je leeft in die maalstroom van de tijd, van deze boze aion. Vlak voordat we hiernaartoe gingen, hadden we het daar nog over: over die maalstroom van denken, houdingen en opinies van de tijd. Wel, daarin word je als vanzelf meegenomen, behalve als je echt lééft. Als je een levende vis bent, dan zwem je ook weer als vanzelf tegen die stroom in, want daar kun je niet met de stroom mee gaan; daar zwem je tegenin. Sorry.

Het Morele Failliet van de Christenheid en de Schijn van Godsvrucht ↑ hoofdstukken

Nou, laten we eens eventjes dat lijstje volgen. Ik doe het heel kort, want ik moet bij vers 5 aankomen. Weliswaar gaf Peter mij een carte blanche voor de spreektijd, maar ik wil dat niet misbruiken. Maar toch. Hij zegt: de mensen zullen veel van zichzelf houden. Dat is het eerste wat hij zegt. Ik vond dat zo frappant. Gisteravond, toen ik met mijn vrouw nog eventjes een glaasje dronk, hadden we het daar nog over. Het is zo eigenaardig dat dat als eerste genoemd wordt: veel van zichzelf houdend. Philautos. Phil betekent houden van en autos... nou, dat heeft niks te maken met auto's, maar met jezelf. Ze houden van zichzelf. 'The age of me', spreekt men dan over. Dat is kenmerkend voor deze tijd, waar eigenlijk maar één ding telt; dat is weer Engels: 'me, myself and I'. Dat is het enige wat telt. En er is zelfs vandaag — ik had het net over de social media — maar wat zie je daarin voortdurend? Selfies! Waarin een mens zichzelf op de voorgrond stelt. Begrijp me goed, het gaat mij niet om het woord aanzien of om daar een moreel kenmerk aan te geven, maar u begrijpt hoe de mens vandaag zo vol is van zichzelf. Eigenlijk is er maar één ding, één norm: namelijk jijzelf. Jij moet je er goed bij voelen en wat een ander doet, dat is eigenlijk niet van belang. Jij moet je ontwikkelen en tot uiting komen, of hoe zeggen ze dat? Uit de verf komen. En dat is eigenlijk het enige wat telt. Denk wel aan jezelf. De mensen zullen zijn: veel van zichzelf houdend.

Het tweede wat genoemd wordt is — in de vertaling wordt dan gesproken over geldgierig. Maar dat is niet de gedachte; dat is het idee van vrekkerig of geldzuchtig, dat lijkt me wel. Maar letterlijk staat ook hier weer dat woordje 'houden van': liefhebbers, liefhebbers van geld. Ze zijn liefhebbers van geld. Het eerste wat er gezegd wordt dat karakteristiek zal zijn voor de laatste dagen — dat wil zeggen ook de christelijke wereld, en als u dat heel breed neemt zou je dat zelfs als een etiket kunnen noemen van de hele westerse wereld, het christelijke avondland of wat daarvoor doorgaat: men houdt van zichzelf. Het tweede: het zijn liefhebbers van geld. Niet dat ze zo vrekkerig zijn, dat is geldgierig, dat hoeft helemaal niet. Ze houden van geld. Die dollartekens in de oogjes en in dat hart; daarop gericht zijn. Nou, ik hoef daar verder niks over te zeggen. Het lijkt me... Ik had het er gisteren met Petra ook over. Zo frappant als je deze lijst eens doorgaat. En ik ga het niet woord voor woord doen, want dat voert veel te ver. Maar het is alsof Paulus toen in de gevangenis, toen hij dit optekende, al gekeken heeft in de wereld waarin wij ons bevinden. Het is precies de wereld waarin wij, de christelijke wereld, waarin wij ons bevinden. Een perfecte foto.

Veel van zichzelf houden. Liefhebbers van geld. Arrogant. Hoogmoedig. Lasteraars. Dat is eigenlijk blasfemisch, hè? Ja, dat is het. Ze lasteren. Dat hoeft niet per se alleen God te zijn, maar de heilige dingen zijn sowieso niet heilig, want men kent dat helemaal niet meer. Alles wordt eigenlijk ook gebanaliseerd, in die zin: het heilige bestaat niet. God is er niet, Zijn woord hebben we, maar daar rekent men niet mee. En dat betekent dat alles volstrekt banaal wordt en men dus met het grootste gemak lastert over dat wat echt telt, waar het echt om gaat en over de grote God. In zo'n wereld leven we, en daar hoeven we helemaal niet bang voor te zijn. Integendeel, je kunt er deernis mee hebben dat mensen meegenomen worden in zo'n zinloze neergang, wat het leven ook echt waardeloos maakt. U begrijpt toch wel dat als je God niet hebt, je leven dan volstrekt zinloos is? Het is wat al omgeroepen wordt door de cabaretiers die zeggen: het bestaan is gewoon zinloos. Dat zijn de dominees van vandaag, hè? Die weten dat zo perfect te doorlichten. De wereld, men denkt: het bestaan is zinloos. Daar kun je toch diep compassie mee hebben? Dat je zo moet leven, voor zover dat leven is. Maar goed, en men lastert daarmee ook.

Voor ouders, staat er, ongezeggelijk. De verhoudingen kloppen ook totaal niet meer. En dat is de grote klacht trouwens in het onderwijs. De gezagsverhoudingen, maar goed, die beginnen thuis, die zijn totaal weg. En dan moet je maar eens een keertje vragen aan leerkrachten of aan mensen die daar voortdurend ervaring mee hebben. De kinderen zijn ongezeggelijk, laten zich domweg helemaal niks zeggen. Dat is een kenmerk van die laatste dagen. Voor ouders zijn ze ongezeggelijk. Ondankbaar. Ik zit te denken: zal ik daar wat over zeggen? Nee, dat doe ik niet. Onrechtschapen is een beetje een lastig woord om precies dat te pakken, maar 'onheilig' staat er in de NBG-vertaling. Onrechtschapen: men is niet zuiver, men is niet eerlijk.

Zonder natuurlijke genegenheid. In de NBG-vertaling staat 'liefdeloos', maar dat is niet wat het woord is. Het is 'zonder natuurlijke genegenheid'. Dat wil zeggen, er zijn genegenheden die we hebben gewoon op basis van de natuur. En dan heb ik het vooral over de genegenheid in de onderlinge gezinsverhoudingen. Een vader en een moeder hebben liefde voor het kind, en omgekeerd. Dat zijn natuurlijke verhoudingen. Als er iets vandaag ontwricht wordt, dan zijn dat de gezinsverhoudingen. En ouders die scheiden met het grootste gemak van elkaar, waardoor ze de kinderen ook vervolgens feitelijk... ja, die mogen dan uitzoeken. En ik weet dat het pijnlijk is om zulke dingen misschien te noemen, maar u begrijpt toch wat hier staat: zonder natuurlijke genegenheid. Dat wil zeggen dat de verhoudingen die er zijn in het gezin, de natuurlijke liefde, dat dat allemaal op het spel komt te staan. Zonder natuurlijke genegenheid... En u ziet trouwens ook — wil ik er ook even bij zeggen — het zijn gevaarlijke tijden, maar dit komt ook zo dichtbij. Ik denk dat als ik dit zo benoem, u dat zelf ook wel zult onderkennen. Ja, dat zie ik om me heen, dit onderga ik. En sterker nog, hier lijd ik ook pijn aan. Dus dit is geen ver-van-je-bedshow; dit komt heel dichtbij.

Zonder natuurlijke genegenheid, onverzoenlijk. Eenmaal een standpunt ingenomen, daar niet meer van terug te komen. Verdachtmakers; eigenlijk staat hier het woordje diabolos. Dat is... nou ja, diabolos, duivels, onruststokers. Heb je dat in de andere vertaling gezien? Nee? Oh, oké, dat maak ik er gewoon van. Nou, eigenlijk diabolos, dat is ook wel mooi. Dia betekent door elkaar of, ja, door. En bolos, daar herkennen wij ons woordje bal nog in. Dat is gooien, dus hè. En diabolos, dat betekent gewoon alles door elkaar gooien. En dat heeft ook inderdaad de gedachte van verdachtmaking. En dat is precies wat de diabolos doet. Maar de mensen zullen duivels zijn, verdacht maken en ook overal een complot van maken. Wat zeg ik nou weer? Maar dan niks meer geloven, en dat is eigenlijk ook het grote probleem in deze tijd. De enorme... dus aan de ene kant is het dat informatie zo vrij beschikbaar is, aan de andere kant is er zoveel desinformatie dat je ook niks meer kan geloven.

Onbeheerst, onhandelbaar, afkerig van het goede, verraders, overhaast, beneveld zijnde. Niet meer goed bij zinnen, niet helder meer kunnen denken. Van genot houdend veeleer dan van God houdend. In het Nederlands zeg je: nou, dat rijmt nog. In het Grieks niet, want zo mooi is dat ook niet. Men houdt meer van genot, van plezier, en dat het wel leuk moet zijn en lekker. Maar God... wat echt ertoe doet... nou... niet meer van genot houdend dan van God, maar veeleer houden van genot dan van God. Wat een subtiel verschil. Hebben een vormgeving van eerbiedigheid,

Een schijn van eerbiedigheid, zegt hij in bevlogen taal. Kijk, en hier blijkt dus dat Paulus een beschrijving geeft van de christenheid. Ze hebben een vorm, de buitenkant is: we dienen God. Maar dat is slechts de vorm, dat is de naam. In naam is men misschien al christelijk, of wat daarvoor doorgaat, een vorm van eerbiedigheid. Maar de kracht echter, de dynamis – ons woordje dynamiet en dynamiek zijn daarvan afgeleid – de dynamiek echter daarvan hebben ze geloochend. Dat wil zeggen: waar het werkelijk om gaat in die eerbied voor God, dat loochent men, ontkent men keihard. Dat heeft men geloochend.

Ik zou nog door kunnen gaan in dat derde hoofdstuk, in die beschrijving, maar dit tekent dus in morele zin waar de christenheid op uit zou lopen. Paulus zegt: in Asia hebben ze zich van mij afgekeerd. In latere tijden zou men dat in het algemeen doen, van het Woord. En in moreel opzicht zou het complete failliet van de christelijke wereld zich aandienen. En dat is hier de beschrijving: compleet van God los. In schijn misschien nog niet. Nee, in schijn niet. Maar in werkelijkheid is de kracht, de binnenkant, gewoon compleet van God los.

Dat is de tijd waarin wij leven. En ja, u zegt: dat vind ik niet leuk. Nee, ik zeg ook niet dat het leuk is. Ik zeg: het is gewoon reëel. Dus kijk om je heen. Kijk uit je doppen. Wees reëel. Houd het tegen het licht van de Schrift en stel het vast. En het is van belang om er gewoon vanuit te gaan: deze tijden zijn gevaarlijk. Zodat je weet: ga daar niet in mee. Je denkt misschien dat je heel onafhankelijk je oordeel vormt, maar we zijn heel tijdgebonden hoor. Je gaat zo gemakkelijk mee in die maalstroom als iedereen dat zegt.

Het Absolute Houvast: de Door God Ingeblazen Schriften ↑ hoofdstukken

Kijk, en dan is de vraag: wat is ons houvast? En dan komen we bij het laatste punt. Ik zal het niet te lang maken, maar ik moet daar toch wat over zeggen, want het gaat over het houvast in de laatste dagen. Het echte houvast: de Heilige Schrift.

Maar jij. Ik blijf trouwens even in het derde hoofdstuk waar Paulus dit zegt: "Maar jij". Hij herhaalt dat een paar keer in deze brief. Ik had het net over die vis die tegen de stroom in zwemt; dat klinkt hier zo prachtig in door. Terwijl de hele wereld, zelfs de hele christelijke wereld, meegaat in die neerwaartse beweging met de stroom mee naar de ondergang toe, zegt Paulus: "Maar jij." Dus niet meer "jullie", maar "jij". Vandaar ook dat dit geen wake-up call is voor de gemeente van Asia; nee, het is gericht aan Timotheus persoonlijk. "Jij hebt mijn oor? Luister."

Maar jij, blijf in de dingen die je leerde en die jou gelovig maakten. Je vindt dat misschien een vreemde weergave, maar zo staat het er echt. Het gaat niet zozeer om wat jou toevertrouwd is, maar om wat jou gelovig máákte. We weten van Timotheus – Paulus wijst daar ook op – dat hij grootgebracht was door zijn grootmoeder en zijn moeder, Loïs en Eunice. Hij kende van kindbeen af de Heilige Schriften. Paulus zegt: "Blijf bij die dingen die jij leerde en die jou ook gelovig maakten." Want dat Woord overtuigt een mens; het maakt je niet alleen bekend met de feiten, maar het overtuigt je ook. Dat is geen tactiek of een manier om een mens in een bepaalde mindset te krijgen om gelovig te worden. Dat is allemaal onzin, zo werkt dat niet. Het Woord, en het Woord van God alleen, heeft de kracht om een mens te onderwijzen, gelovig te maken en vertrouwen te geven. Dat is het enige wat telt.

Bij alles wat er dan misgaat, bij al die neergang en desoriëntatie die we vandaag om ons heen zien, is dat ons anker. Mensen weten niet meer waar ze naartoe gaan, waar ze vandaan komen of wie ze zijn; men is kortom compleet verdwaald in het denken. Maar jij? Waar vind je houvast? Waar vind je leven? Waar vind je kracht, vrede, vreugde en hoop? Kortom, alles waar het werkelijk om gaat. Waar vind je dat? Welnu: blijf in die dingen die je leerde en die jou gelovig maakten.

Paulus zegt: "Waargenomen hebbende bij wie jij leerde." Dat "wie" is trouwens meervoud. Dat wil zeggen dat hij het van meerdere mensen heeft geleerd. We weten in ieder geval van zijn moeder en zijn grootmoeder, maar ook van Paulus zelf. Hij zegt heel bewust: "Waargenomen hebbende." Weet wel van bij wie je dat allemaal leerde. Dat zijn jouw modellen, jouw rolmodellen waar je je aan spiegelt. Elk mens heeft die nodig; zeker als kind heb je behoefte aan mensen van wie je dingen onderwezen krijgt en aan wie je je kunt spiegelen.

En dat je van kindsbeen af – als baby al – de dingen hebt waargenomen en gezien. Zo staat het hier: de gewijde documenten, de Heilige Schriften. Ze zijn gewijd. Dit boek dat u hier ziet, is eigenlijk een bibliotheek, een verzameling documenten, maar het is niet zomaar wat. Dit is gewijd, het is heilig, van Gods wege gegeven. Timotheus kende die al van kindsbeen aan. Hij was grootgebracht in de synagoge als Jood en kende de Hebreeuwse Bijbel, ons Oude Testament. Paulus zegt: "Van kindsbeen af ken jij die Heilige Schrift." Dat was toen dus de Hebreeuwse Bijbel, die het vermogen heeft jou wijsheid te geven tot in redding, door het geloof dat in Christus Jezus is.

Kijk, dat is het. Die Heilige Schriften, die gewijde documenten, maken een mens wijs. Ze maken een mens niet zomaar wat wijs, maar ze maken een mens echt wijs. En ze hebben het vermogen te redden, in alle opzichten trouwens, door het geloof dat in Christus Jezus is. En dan zegt Paulus erbij: "En elk geschrift, door God geïnspireerd, is ook nuttig naar onderwijzing toe." Hij zegt: elk geschrift. Hoezo? Hij had het net over de Heilige Schriften waar Timotheus mee groot geworden was, het Oude Testament. Maar inmiddels waren er in die eerste eeuw vele geschriften bijgekomen: ons Nieuwe Testament. Paulus zegt: niet alleen die Heilige Schriften waar je als kind mee groot geworden bent, maar nu ook elk geschrift door God geïnspireerd.

Het woord dat hier gebruikt wordt, betekent eigenlijk letterlijk "door God ingeblazen". Dat woord is dus ook levend. Als het door God ingeblazen is, dan leeft het. U weet wat er gebeurt als God blaast. Je leest al over Adam dat hij uit het stof van de aarde gekneed werd, maar hij werd pas een levende ziel omdat God in hem blies. Dit is levend Woord omdat het ingeblazen is, geïnspireerd door God Zelf. Dat maakt die Schriften nuttig om te onderwijzen, naar onderwijzing toe. Maar ook naar weerlegging – dat wil zeggen: om dingen aan de kaak te stellen – en om te corrigeren en op te voeden. Allemaal in de rechtvaardigheid, op de rechte wijze.

Dat zijn die Schriften. Dat is houvast. In welk opzicht? Onderwijzing, weerlegging, correctie en opvoeding. In alles is het compleet, opdat hij de mens van God zal zijn. Die Schriften zijn niet gegeven voor de massa; het geheel mag dan afdwalen, maar die mens van God, die ene, is toegerust met de Schrift. Er staat bij: "Naar alle goed werk toe volkomen toebereid zijnde." Met andere woorden: in deze tijd, de laatste dagen, is er één ding dat blijft.

En daarover wil ik u nog iets vertellen en daarmee wil ik afsluiten. Er is geen tijd geweest waarin mensen, en ook juist de christelijke wereld, zo compleet gedesoriënteerd en moreel gezien zo van God losgeraakt zijn. Maar de andere kant is: er is geen tijd waarin het licht van de Schrift zo toegankelijk is als in onze dagen. Nooit is er een tijd geweest dat mensen zo gemakkelijk toegang konden hebben tot wat er echt staat geschreven om de Schriften te onderzoeken. De middelen zijn overvloedig. Vroeger moest je soms echt jarenlang studies volgen of bibliotheken doorploegen om te achterhalen hoe het nu eigenlijk precies in de Schriften geschreven staat. Tegenwoordig is het een kwestie van een paar drukken op de knop.

De Schriften stralen als nooit tevoren. De wereld mag duister zijn, en de christelijke wereld in het bijzonder, maar die Schriften zijn het grote licht in onze dagen. Ze zijn nuttig in alle opzichten om ons op te voeden en ons te onderwijzen, zodat we naar elk goed werk toe volkomen toebereid zijn. Die Schrift geeft ons de uitrusting die ons compleet maakt. Daarin zijn wij bijzonder rijk. Ik stel voor dat we met elkaar een lied zingen over deze rijke dingen.

🎧 houvast in gevaarlijke tijden
Delen: