het geheim van de godsvrucht
07-05-2023 - Geplaatst door Andre Piet7 mei 2023, Urk
In 1Timotheüs 3:16 spreekt Paulus over “het geheim van de godsvrucht” dat buiten twijfel groot is. Wat is het verband van deze tekst waarin deze tekst staat? Wat is dat geheim (of die verborgenheid) en over wie gaat het? En waarom is dat zo groots?
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie en Aanleiding: 1 Timotheüs 3 Vers 16
- De Historische Context van Paulus' Brief aan Timotheüs
- Het Belang van de Gezonde Leer in het Huis Gods
- De Ekklesia als Huis, Pilaar en Basis van de Waarheid
- De Belijdenis: het Grote Geheim van de Godsvrucht
- "die Geopenbaard Werd in Vlees": een Tekstkritische Blik
- Het Geheimenis Verklaard: de Christus als Hoofd en Lichaam
- Gerechtvaardigd in Geest, Gezien Door Engelen en Geheraut Onder Natiën
- Geloofd in de Wereld en Opgenomen in Heerlijkheid
- Waarschuwing voor Dwaalleraren en de Naderende Afval
Introductie en Aanleiding: 1 Timotheüs 3 Vers 16 ↑ hoofdstukken
Hartelijk dank, Lubb, voor deze introductie en een hele goede middag ook, vrienden, van mijn kant. Ik ben blij dat ik jullie hier weer even mag zien en we elkaar zo kunnen begroeten. Zoals Lubb in zijn gebed ook zei, mogen we elkaar ook bemoedigen in het Woord van God. Ik wil trouwens ook nog even de hartelijke groeten overbrengen van allerlei broeders uit Epe. Daar ben ik vanmorgen geweest en heb ik wat mogen doorgeven. Een aantal van hen is hier bij eerdere gelegenheden ook wel geweest en er is mij op het hart gebonden om de groeten over te brengen, dus bij dezen.
Ik wil trouwens ook een aantal van u heel hartelijk danken voor de felicitaties die ik heb binnengekregen, want wat u hier voor u ziet, dat is een opa. Ja, je wordt maar één keer opa hè? Want de tweede keer ben je het al. Het was een hele bijzondere ervaring en inmiddels kan ik verklaren dat het allemaal heel erg goed ging met zowel moeder als kind. We zijn zeer trots en vooral dankbaar natuurlijk. Want ja, in hoeverre is trots een gepaste eigenschap of is het een prestatie? Dat wij nu zeggen: het is ook begeerlijk naar de redelijke, onvervalste melk, door dewelke zij mag opwassen. Ja, dat is de bedoeling, zeker!
Het onderwerp waar we het vanmiddag over gaan hebben, heeft eigenlijk met zwangerschap en geboorte heel weinig te maken. Maar nog niet zo heel lang geleden kwam ik op deze tekst uit tijdens een telefoongesprek met één van jullie hier — ik zal maar niet zeggen dat het Matanya was. 1 Timotheüs 3 vers 16. Het kwam vrij zijdelings in het gesprek aan de orde en dat triggerde mij. Ik dacht: dat is een heel mooi onderwerp om eens bij deze gelegenheid hier op Urk te bespreken: het geheim van de godsvrucht.
Zojuist heeft Luc een gedeelte gelezen uit inderdaad de Timotheüs-brief, maar die begon waar ik straks eigenlijk eindig. Maar dat maakt niet uit, het is heel goed zo. 1 Timotheüs 3 vers 16. Johannes 3 vers 16 is natuurlijk een hele bekende. Trouwens, 1 Timotheüs 3 vers 16 is dat ook enigszins, maar lang niet in de orde van Johannes 3 vers 16. Maar ik moet erbij zeggen: de tekst zelf is nogal cryptisch. Of mysterieus, zal ik het zo zeggen. En dat is terecht zo, want dat is nu juist ook wat daar in dat vers naar voren gebracht wordt.
Het gaat om de frase 'het geheim van de godsvrucht'. Het hangt er een klein beetje vanaf welke vertaling je hebt; ik meen dat de Statenvertaling de uitdrukking heeft 'de verborgenheid der godsvrucht', of 'het geheimenis van de godsvrucht'. En dan is er ook nog een vertaling die spreekt van 'het geheim van de goede verering'. In feite is dat misschien nog wel de allerbeste, maar ik heb me maar een beetje aangesloten bij de verwoording zoals die gebruikelijk is. Over de details gaan we het nu als vanzelf wel hebben.
De ondertitel zegt genoeg, denk ik: Overwegingen bij 1 Timotheüs 3 vers 16. Dat klinkt misschien niet zo heel erg uitdagend en spectaculair, maar let eens op hoe geweldig groot het is. Dat zullen we vanzelf wel zien; hoe mega het is waar we het over hebben.
De Historische Context van Paulus' Brief aan Timotheüs ↑ hoofdstukken
Ik begin bij vers 14 te lezen; in uw Bijbel begint daar wellicht ook een nieuwe pericoop en dat is terecht. Paulus had Timotheüs al enige instructies gegeven. Want ja, er zijn al drieënhalf hoofdstukken hieraan voorafgegaan — nee, tweeënhalf hoofdstuk natuurlijk. En daar had Paulus Timotheüs het een en ander op het hart gebonden. In vers 14 zegt hij: "Deze dingen schrijf ik je in de hoop snel naar je toe te komen." Dat moeten we weten om wat context aan het geheel te geven. Paulus was namelijk op doorreis naar Macedonië. Dat weten we, en hij had Timotheüs in Efeze achtergelaten. Dat staat gewoon in hoofdstuk 1 vers 3; je kunt het zo nalezen. Hij was naar Macedonië gegaan en liet Timotheüs met opzet in Efeze achter.
Om dat even te visualiseren op de kaart: dan zie je Macedonië, daar waar het huidige Thessaloniki ook ligt, en hier Efeze. Paulus was dus richting Macedonië gegaan en Timotheüs was hier gebleven. De kwestie van de timing van deze brief is nog niet eens zo eenvoudig, want er komen namelijk twee perioden in aanmerking waarin hij deze brief geschreven kan hebben. Wat we over de context weten, is wat ik zojuist zei, maar een van de gedachten is dat Paulus deze brief schreef in de periode dat hij twee jaar in Efeze verbleef. We weten dat hij in die tijd vaker een uitstapje heeft gemaakt naar Macedonië en trouwens ook nog naar Korinthe. Dat weten we weer uit de brieven en is heel gemakkelijk te reconstrueren. Die periode zou dus in aanmerking kunnen komen; dan praten we over ongeveer het jaar 55 van onze jaartelling, waarin hij deze brief aan Timotheüs in Efeze schreef.
Hij zou dan ook weer terugkomen, maar de meest gangbare verklaring is dat hij deze brief eigenlijk na de Handelingenperiode heeft geschreven. Het is allemaal niet zo heel zeker. Van een aantal brieven weten we wel heel zeker wanneer ze geschreven zijn: de Romeinenbrief en de Korintiërsbrief zijn volstrekt helder, en ook de brieven aan de Thessalonicenzen kunnen perfect in het boek Handelingen worden getraceerd. Maar bijvoorbeeld een brief als die aan Titus is al een stuk lastiger en vermoedelijk moet die ook na de Handelingenperiode geschreven zijn. Meestal wordt deze brief daar ook aan toegeschreven. Dat zou dan na de tweejarige gevangenschap in Rome zijn geweest, ergens na het jaar 61. Dat zou dus een jaar of zes later zijn dan de eerste mogelijke timing.
Kennelijk — dat is de conclusie die ik daaruit trek — doet het er niet al te veel toe, want als het werkelijk van belang was, dan zou het wel expliciet in de Schrift hebben gestaan. Maar goed, dit zijn de opties die zich aandienen en die zo worden doorgegeven. Ik geef dat weer om een klein beetje het idee te hebben. Eén ding is zeker: Paulus was in Macedonië en hij schrijft deze brief aan Timotheüs. Hij hoopt weer te komen, zoals hij in dit vers zegt. Hij hoopte snel te komen, hoewel hij niet helemaal zeker wist of dat werkelijk heel snel zou zijn, want hij zegt er in vers 15 nog bij: "Mocht ik echter worden vertraagd..."
Het Belang van de Gezonde Leer in het Huis Gods ↑ hoofdstukken
Dan weet je ondertussen wel hoe men zich in Gods huis moet gedragen. Paulus schrijft dat nogal beslist. Hij weet nogmaals niet helemaal zeker of hij inderdaad wel zo snel weer in Efeze zal zijn, maar het gaat hem om de instructies en dat is feitelijk ook waar de Timotheüs-brief over gaat. Je zou het als titel aan deze brief kunnen toekennen, namelijk: hoe men zich behoort te gedragen in het huis Gods. Als je dat hier leest, dan zou je eigenlijk ook het voorgaande erbij moeten betrekken. Wat heeft Paulus tot dusver gezegd over dat gedrag in het huis Gods? Het blijkt dat hij er voortdurend op hamert dat in dit geval Timotheüs, die daar de verantwoordelijke man was nu Paulus was vertrokken uit Efeze, er op zou toezien dat de gezonde leer zou worden uitgedragen.
Ik ben er de laatste tijd veel mee bezig in de stukjes die ik daarover schrijf. Het is eigenlijk een soortgelijk verhaal als wat je ook in de Titusbrief heel uitdrukkelijk onderschreven vindt: de nadruk op het handhaven van en het toezien op de leer. Je komt heel dikwijls de gedachte tegen van: "Het gaat niet om de leer, maar om de Heer." Nou, ik weet niet wie die uitspraak verzonnen heeft, maar in ieder geval Paulus niet. Dat weet ik wel, want het komt sowieso niet uit de Bijbel. Het gaat er nu juist om dat we de Heer hebben leren kennen doordat we onderwijs omtrent Hem hebben ontvangen. Doordat dat geleerd is. Maar dan gaat het er ook om dat het op een waarachtige, gezonde, solide en betrouwbare wijze zou zijn overgeleverd.
Paulus waarschuwt daar voortdurend over en hij hamert erop. Een van de termen die hij daarvoor gebruikt, is 'de gezonde leer'. Dat is niet alleen maar een leer die geestelijk gezond is; ik geloof dat het in alle opzichten gezond is om het Woord te kennen in lijn met de waarheid. Dat heeft een vitaliserende werking op alles: geestelijk, mentaal en zelfs fysiek. In die zin is het gezond, maar het is ook uitgebalanceerd. Het is evenwichtig, het staat vast en het is solide. Timotheüs zou erop toezien dat dit onderwijs betrouwbaar is en in het algemeen zou men daar het oor aan lenen.
Wat wordt er precies verteld? En hoe weet je dat nu? Dat is natuurlijk een vraag op zich, want mensen vragen dat heel dikwijls. Hoe vaak krijg ik niet te horen dat mensen zeggen: "Wat jij vertelt is niet in overeenstemming met wat de kerk leert, of wat de traditie ons vertelt." Men kan zich dan – volstrekt ten onrechte – beroepen op dit soort Schriftplaatsen waarin gehamerd wordt op het belang van de leer. Men heeft dan de veronderstelling erin gebracht, heel sneaky maar meestal onbewust, dat de kerkleer of de traditie maatgevend zou zijn. Maar let maar eens op: als Paulus het daarover heeft, dan heeft hij het over dat wat híj naar voren heeft gebracht en wat hij heeft opgetekend. Hij spreekt in hoofdstuk 1 vers 1 ook over "de gezonde woorden die jij, Timotheüs, van mij hebt gehoord." Hij zou zich daarop oriënteren en dat zou het patroon van gezonde woorden zijn. Dat is waar het om gaat.
Sterker nog, Paulus waarschuwt ervoor dat in toekomende tijden mensen massaal zouden afwijken. Dat is de tekst uit hoofdstuk 4 vers 1, waar ik straks even op terugkom. Hij waarschuwt dat men in latere tijden – en dan gaat het hier vooral over de leraars – uiteindelijk afstand zou nemen van het geloof. Juist als iets 'mainstream' is of als het gevestigd is en men het allemaal zomaar aanneemt, juist dan zou je alert moeten zijn en jezelf de vraag moeten stellen: is dat waar? Klopt dat? Aantallen doen nooit ter zake als we het hebben over de waarheid. De waarheid is niet democratisch. Het is niet zo dat als 51 procent vindt dat het zus is, het dan ook zo zal zijn. Sterker nog, de Bijbel zegt: "Volg de meerderheid in het kwade niet." De gedachte achter die uitspraak is juist dat de meerderheid de neiging heeft om de verkeerde richting op te gaan. Aantallen zeggen dus niets. Verkijk je daar nooit op. Dat is nooit anders geweest en dat is eigenlijk ook een fiks comfort als je je wel eens eenzaam voelt. Je weet dat wat je gelooft gebaseerd is op wat er staat geschreven.
Ik weet het, een mens moet daar altijd voorzichtig mee zijn, in die zin dat je jezelf niets wijsmaakt wat niet waar is. Je moet er altijd op bedacht zijn dat er dingen zijn die je niet weet. Dat is heel eerlijk. Maar áls je het weet, dan staat het geschreven. Niet alleen hier, maar ook daar. Dan staat de zaak vast. Als je weet: dit zegt de Schrift, maar iedereen zegt: "Nee, daar geloven wij niets van, want dat is altijd afgewezen door de kerkvaders," of wie dan ook, of er zijn concilies geweest waarin dit is verketterd... ja, dan zou je zomaar kunnen denken: "Zit ik er dan helemaal naast?" Het is eerlijk om je die vraag te stellen. En daarom is het zo belangrijk om te onderzoeken en te checken, en niet zomaar een leraar na te volgen omdat hij gepassioneerd is of spreekt met overtuiging. Dat zijn prachtige eigenschappen, maar waar het om gaat is: komt het overeen met wat er staat geschreven? Dat is het enige wat ter zake doet.
Voor mij geldt dat als ik iets mag doorgeven, ik maar één verantwoordelijkheid heb. Uiteindelijk probeer je het zo mooi en duidelijk mogelijk te zeggen, maar het gaat erom of het betrouwbaar is. Klopt het? En voor u, voor jou, of voor jullie is het de zaak: klopt het inderdaad? Het ene is mijn verantwoordelijkheid en het andere is jullie verantwoordelijkheid. Ik kan daar nooit in treden door te zeggen: "Jij moet dat gewoon geloven omdat ik dat heb ontdekt." Want als ik het ontdek, hoe zou u dat dan ook ontdekken? Nou, gewoon: check het maar. Ga in de Schriften na of deze dingen zo zijn. Excuses, ik ga er nu langer op in dan ik gepland had, maar dit is zo elementair. Juist omdat Paulus het zo zegt: dit is waar het om gaat in het huis van God. Dat men luistert naar de gezonde leer. Goed, en dan zegt hij nog over dat huis van God:
De Ekklesia als Huis, Pilaar en Basis van de Waarheid ↑ hoofdstukken
Dat is de ekklesia, namelijk van de levende God. De vergelijking van een huis met de ekklesia vinden we wel vaker. Meestal wordt de vergelijking gemaakt met het bouwwerk aan zich: je hebt het fundament met daarop de hoeksteen en levende stenen. De ekklesia is immers niet gebouwd van bakstenen, maar van levende stenen; dat lees je in de brief van Petrus ook al. Maar in dit geval gaat het niet zozeer om het gebouw, als wel om het huis in de zin van een huisgezin, zoals wij daar ook over spreken: "Ik en mijn huis, wij zullen de HEERE dienen." Dan gaat het niet over de woning van bakstenen waarin je woont, maar over het gezin, de bewoners van dat huis. En wie zijn dat? Dat is de ekklesia van de levende God.
Als je het woord ekklesia uitsplitst in zijn elementen, dan betekent het letterlijk 'uitroepsel'. Dat wat uitgeroepen wordt, geeft natuurlijk perfect aan wat de ekklesia is: een gezelschap dat uitgeroepen wordt uit deze wereld. Dat kan overigens verschillende lagen en toepassingen hebben. Zelfs Israël wordt een uitroepsel genoemd; je leest over de ekklesia van Israël in Handelingen 7. Maar het gezelschap dat God Zich vandaag uitroept, is ook een ekklesia: de ekklesia van de levende God. En waarom is het een huis? Omdat Hij daarin woont.
De ekklesia is meer dan de som der delen. Natuurlijk zijn de gelovigen de ekklesia, maar we zien alle gelovigen bijeen als een eenheid. Vandaar dat het strikt genomen altijd concreet is. De ekklesia is niet slechts een verzameling individuele gelovigen. Wanneer zij vergaderd zijn, heet dat de ekklesia. Vandaar dat het elders vertaald wordt met 'volksvergadering'. Het is een vergadering waar gelovigen bijeenkomen rondom het Woord van de levende God. Waar Christus het Hoofd is en waar Zijn Woord klinkt, daar is de ekklesia. Dat heeft niets te maken met een organisatie; het is organisch, zoals een lichaam. In dit geval wordt het beeld van een huis gebruikt, maar het is dat gezelschap, dat uitroepsel, dat luistert naar het Woord van God en tezamen is.
In het algemeen spraakgebruik wordt dikwijls gesproken over de plaatselijke gemeente of de totale gemeente, of over een huisgemeente, maar de Bijbel doet dat eigenlijk nooit. Waar gelovigen samen zijn rondom het Woord, daar is de ekklesia. Daar wordt het geheel aanwezig gerekend; in feite is het een eretitel. Zelfs als het gezelschap minimaal is, want om van een vergadering te kunnen spreken, heb je er minstens twee of drie nodig. Waar twee of drie vergaderd zijn in Zijn Naam — met dank aan Mattheüs 18 — daar wordt het totaal aanwezig gerekend. De concrete plaatselijke manifestatie krijgt de eretitel 'de ekklesia'. Er is dus maar één ekklesia, en die vergadert op allerlei plaatsen. Of dat nu in een huis is, in een kantine, aan de graskant, in de duinen of op het strand: waar Zijn Woord klinkt en opengaat, daar is de ekklesia. Daar wordt het geheel aanwezig geacht, en ik vind dat een geweldige gedachte.
Ik heb boekjes in de kast staan die gaan over het probleem van de verhouding tussen plaatselijke gemeenten onderling, in wat voor verband ze gebracht moeten worden en hoe dat zich verhoudt tot het totaal. De Bijbel kent dat helemaal niet. De Bijbel kent gewoon 'de gemeente'. En waar is die? Waar gelovigen vergaderd zijn rondom het Woord. Dat is het totaal, het geheel. Daar telt maar één ding: het Woord van de levende God. Of, in een andere beeldspraak: daar waar het Hoofd — Christus — inderdaad centraal staat.
Er wordt hier nog iets gezegd: die ekklesia is een pilaar en basis. Voor 'basis' wordt soms 'fundament' gebruikt, maar dat is eigenlijk een ander Grieks woord. Je zou het beter kunnen weergeven met 'de basis', het grondvlak, dat wat 'gezetteld' is van de waarheid. Wat is de ekklesia? Er is nog zo'n misverstand: de term dat de gemeente 'in puin' zou liggen. Weet u dat de Bijbel dat ook niet zegt? Zelfs in deze tijden waarin velen afstand hebben genomen van het geloof — wat eigenlijk al eeuwen het geval is — is daar altijd die ekklesia. Al zijn het er maar een paar die vergaderd zijn rondom Zijn Woord en luisteren naar wat Hij te melden heeft, dan is daar de ekklesia. Daar wordt het Woord gehoord en daar staat men voor het Woord. Het is een pilaar, een pijler waarop gerust wordt, maar het is ook een monument, een gedenkzuil. Het idee is dat de ekklesia als een pilaar staat voor de waarheid. Daar waar gelovigen samen zijn en Zijn Woord klinkt — de waarheid van de Schriften — daar gaat het om. Mensen zijn betrekkelijk en feilbaar, maar het Woord dat klinkt, daar draait het om in de ekklesia: de waarheid.
Er staat ook nog 'een basis'. Eigenlijk is het woord 'zetel', een gevestigde plaats. De eigenlijke gedachte is dat wat 'gezetteld' is. Ik vind dat wel mooi: een pilaar staat, maar een basis of grondvlak rust, dat ligt. Of 'zit' eventueel, als een zetel. In elk geval is het de plaats waar de waarheid vernomen wordt. Wij leven in een geïndividualiseerde tijd waarin we vooral denken in termen van het individu, maar de Schrift legt een grote nadruk op het feit dat we als gelovigen bij elkaar horen. We zoeken elkaar ook op — niet onder leiding van een mens, maar omdat je bij elkaar hoort. Je leest in de Kolossensenbrief dat het Hoofd het lichaam samenhoudt door contacten en banden. Wat betekent dat? Je zoekt contact omdat je datzelfde leven deelt; je hebt een band en die onderhoud je.
Het geweldige is juist de ontmoeting met elkaar; dat mis je als je op jezelf blijft. Natuurlijk is de Heer jouw Heer en ben je voor Zijn rekening, maar je vormt een eenheid. Als je elkaar zoekt en in vrijheid contact hebt, kun je zoveel voor een ander betekenen: aanmoedigen, aanvuren, vertroosten, net wat nodig is. Daar voorziet het Woord in. Ik geloof dat de ekklesia een geweldige waarheid is om te beleven, om dat samenzijn te koesteren. In Efeze 5 staat dat Christus de ekklesia liefheeft. Dat is wat anders dan dat Hij alle gelovigen liefheeft — natuurlijk heeft Hij alle gelovigen lief — maar Hij heeft de ekklesia lief: daar waar gelovigen elkaar vinden rondom het Woord.
Zo ook op die plek. Dan lees je ook in... de beeldspraak is daar wat anders, maar daar gaat het ook over dat de Heer daar de ekklesia liefheeft en Hij was daar reinigend door het waterbad van het woord. Heb je weer dezelfde gedachte. Hoe onderhoudt Hij dat kleinere of grotere gezelschap rondom dat woord? Door het woord. En zo koestert Hij haar inderdaad ook en maakt Hij haar stralend. De mooiste momenten zijn toch als je als gelovigen samen die dingen mag hebben, samen met alle heiligen die dingen mag beleven. In je uppie is dat allemaal, om het even zo te zeggen, kan dat allemaal niet. Daarom de grote waarde van dat samenzijn van die ekklesia. Ze staat voor de waarheid en dat is ook waar de waarheid gevonden wordt, de basis van de waarheid.
En zegt Paulus, en nu komen we op het vers waar ik het over wil hebben – en u ziet het, ik ben weer erg snel van start gegaan, maar ik heb wel context gegeven. Zoals wordt beaamd... In de beginvertaling staat: "en buiten twijfel groot". Dat zal wel waar wezen, maar letterlijk staat hier echt: "zoals wordt beleden", zoals beaamd wordt. Hier staat eigenlijk het Griekse woord voor belijden, homologeo. En dat op zich geeft al aan dat wat Paulus nu gaat zeggen, dat hij nu gaat verwijzen naar een belijdenis. En dat is vrij duidelijk; het wordt trouwens ook algemeen zo gezien dat Paulus hier in vers 16 een citaat geeft van iets wat beleden wordt en wat hij met instemming citeert.
En die belijdenis, dat wat hij met instemming citeert, dat heeft de vorm van een lied of iets poëtisch. Er zit ritme in, dat zullen we straks ook zien. Nou, dat zullen we niet zozeer zien omdat ik het niet in het Grieks ga vertellen. Daar wordt u niet wijzer van en mensen die daar verstand van hebben zeggen van: je spreekt het helemaal niet goed uit. Maar er zit ook nog rijm in en er wordt gesproken van woordparen, iedere keer met tegenstellingen. Het is heel duidelijk ook, het heeft de constructie, de vorm van een lied of iets poëtisch. En wat hij zegt: en zoals wordt beaamd of zoals wordt beleden?
De Belijdenis: het Grote Geheim van de Godsvrucht ↑ hoofdstukken
En nu voegt Paulus eraan toe: "Groot is het geheim van de godsvrucht." Haha, daar hebben we de term! Groot is het geheim, of het geheimenis, van de godsvrucht. Ik zei al dat ik eventjes eerder naar de naam verwees; in het Grieks staat hier namelijk het woord megas. Zo zeggen wij dat ook als we willen uitdrukken dat iets echt groot is: dan zeggen we "mega". Nou, dat is wat Paulus hier zegt: "Mega is het geheim." Dat klinkt nog veel grootser dan wanneer ik gewoon "groot" zeg. Mega is het geheim van de godsvrucht.
Het woord "geheim" is in het Grieks mysterion, waarin wij uiteraard direct ons woord "mysterie" herkennen. Zonder dat je er erg in hebt, komt er veel meer kennis van het Grieks bij kijken dan je misschien op het eerste gezicht zou denken. Dat geldt trouwens ook voor het Hebreeuws, maar voor het Grieks nog meer, denk ik. Het woord "mysterie" is echt een Pauluswoord. Er is echter een verschil met ons hedendaagse idee van een mysterie. Als wij het daarover hebben, bedoelen we vooral iets wat heel wazig is en wat je eigenlijk niet kunt begrijpen. Het Griekse woord duidt echter op een verborgenheid; iets wat voorheen verborgen of geheim was, of waar een bedekking op lag, en nu niet meer. Dan is de verborgenheid geopenbaard.
Groot is het geheim van de godsvrucht. Paulus beheert die geheimenissen. In zijn geval zijn er zeven geheimenissen die hij in zijn brieven optekent en waarnaar hij verwijst. Deze zijn overigens allemaal facetten van de grote verborgenheid, namelijk de onderbreking in de heilshistorie waar wij nu in zitten. De komst van Christus is onderbroken, en wat daar in de tussentijd gebeurt, is dat er een "uitroepsel" — de ekklesia — wordt verzameld. Wat God daarmee voor ogen heeft, heeft alles te maken met die verborgenheid.
Maar hier zit nog iets aan vast: het geheimenis van de godsvrucht. De term "godsvrucht" is de meest gangbare wijze waarop we het in onze Nederlandse vertalingen tegenkomen. Als je het Griekse woord eusebia uitsplitst in zijn elementen, betekent het "goede verering". Hoe men aan het woord "godsvrucht" komt? Ik heb begrepen dat dit via het Duitse Gottesfurcht tot ons is gekomen. Dat betekent "godsvrezen". Feitelijk is het dus min of meer synoniem met de uitdrukking "de vreze des Heren" of de vreze van Yahweh. Er zijn heel goede redenen om dat als synoniem te zien.
Het gaat om de eerbied voor Wie Hij is; dat is de goede verering. Hoezo goede verering? Wel, je vereert God als God, zoals in Romeinen 1 vers 21 staat. Dat is eigenlijk de houding die elk schepsel zou moeten innemen, en de mensheid in het bijzonder: dat men God de eer geeft. Hij is de Almachtige, de Alwetende, de Alomvattende, die nooit mistast en wiens doel altijd bereikt wordt. Dat is de God. Ik vind het altijd zo mooi dat dit in onze vertalingen dikwijls wordt weggemoffeld, maar er is in de Bijbel zo vaak sprake van "de God", de Ene.
Godsvrezen of godsvrucht... ik heb geen bezwaar tegen die term, áls je maar weet waar het op slaat. Het woord "vrucht" heeft in dit geval niets te maken met fruit; je zou misschien denken aan een appel of een peer, maar dat is het niet. "Vrucht" staat hier voor "vrezen" in de zin van verering. In die zin is "godsvrucht" ook wel een beetje een misleidende term, omdat wij bij "vrucht" al gauw aan de Betuwe denken. Maar dat is niet de gedachte.
Om de termen even bij elkaar te brengen: die goede verering, die eusebia, is de goede verering van GOD. Met opzet schrijf ik dat met allemaal hoofdletters, want Hij is werkelijk GOD: degene die alles plaatst. Dat is feitelijk de expressie van de verborgenheid in Paulus' onderwijs. Wanneer je kijkt naar wat Paulus onderwijst, waarvan hij zegt: "Ik ben gesteld tot een heraut, een apostel en een leraar van de natiën", wat onderwees hij dan inderdaad? De verering! Dat God IS en dat Hij een geweldig plan heeft, juist in deze tijd. Het geheim van Hem te vereren heeft alles te maken met wat Hij vandaag via die specifieke apostel onder de natiën bekendmaakt. Het geheim van de goede verering... nou, dat is mega! Dat is geweldig groot.
"die Geopenbaard Werd in Vlees": een Tekstkritische Blik ↑ hoofdstukken
Nou weten we eigenlijk nog niet eens wat er precies beleden wordt, want dat is wat er nu vervolgens komt. Zoals wordt beleden: "Groot is het geheim van de godsvrucht". En nu volgt eigenlijk het citaat: "die geopenbaard werd in vlees".
Vaak zeg ik dat het in de Statenvertaling wel goed staat, maar in dit geval moet ik zeggen: in de Statenvertaling staat het juist niet goed. Dat heeft niet zozeer met de vertaling zelf te maken, maar meer met de manuscripten waar deze op gebaseerd is. In de oude vertalingen, zoals de Statenvertaling maar ook de King James, luidt de tekst hier: "God geopenbaard in het vlees". Maar dat staat er niet. Het woord "God" staat er simpelweg niet.
De aardigheid is dat zelfs degenen die zeggen dat het er eigenlijk zou móéten staan — puur vanwege hun theologie of de opvattingen die men hanteert — wel toegeven dat er tekstkritisch gezien, zoals dat met een mooi woord heet, geen grond voor is als je het puur vanuit de handschriften bekijkt. De oudste manuscripten lezen hier beslist geen "God".
Trouwens, er is nog een hele goede reden voor, maar dat heeft dan weer te maken met de uitleg: God openbaarde zich niet ín het vlees. Als je denkt aan Christus, dan is dat geen openbaring van God, maar in het vlees verborg God zich juist. In het vlees van Christus werd Hij juist verborgen. Wanneer God zich manifesteert, dan is het vlees juist een bedekking, als een voorhangsel. Ik verwijs hier ook naar Hebreeën 10 vers 26. Daar lees je dat het vlees van Jezus het voorhangsel is waardoor wij toegang hebben tot het binnenste heiligdom. Het idee is juist dat dit voorhangsel een uitbeelding is van zijn vlees. Maar dat voorhangsel is niet iets wat God openbaarde, maar wat God juist verborg. Dus A: het staat niet in de tekst, en B: het kan er ook niet staan omdat het simpelweg niet in lijn is met de Bijbelse gedachte.
Nu wordt het misschien een beetje technisch, maar het zal je verbazen hoeveel er over dit ene woordje "die" in "die geopenbaard werd in vlees" al gestecheld is. Het punt is namelijk dit: het woordje "die" is in het Grieks een mannelijk woord. Wij kennen dat in het Nederlands nauwelijks nog, maar het Grieks is een uiterst precieze taal. Dat woordje "die" is mannelijk en moet dus terugverwijzen naar een mannelijk woord dat daaraan voorafgaat, zoals wanneer ik zeg: "De man die bij ons langskomt". In dit geval zou dat "godsvrucht" of "geheim" moeten zijn. Maar dat klopt grammaticaal niet. "Godsvrucht" (eusebia) is namelijk een vrouwelijk woord en "geheim" (musteerion) is een onzijdig woord. Het woordje "die" kan daar grammaticaal dus niet naar verwijzen.
De verklaring daarvoor bevestigt precies wat ik zojuist al zei: Paulus begint hier een stuk tekst te citeren. Hier openen de aanhalingstekens en begint de belijdenis. Het woordje "die" verwijst niet terug naar iets wat Paulus daarvóór zei, maar het is de start van het citaat dat hij aanhaalt; dat wat beleden wordt. Dan is het heel logisch dat dit niet per se terugverwijst naar wat Paulus vlak daarvoor schreef.
Dit was even een technisch punt, maar ik wilde het toch vermelden om het verhaal nauwkeurig te vertellen. Ik hoop in ieder geval toegelicht te hebben dat het wat complexer is dan je op het eerste gezicht zou denken. Waar het om gaat is dat het hier in ieder geval over een geweldig geheim gaat, dat is een ding dat zeker is.
Het Geheimenis Verklaard: de Christus als Hoofd en Lichaam ↑ hoofdstukken
En ik zal je vertellen: het spreekt van hét geheimenis waar Paulus het altijd over heeft, namelijk van de Christus. En als ik zeg 'de Christus', dan heb ik het niet alleen over het Hoofd, maar over Hoofd en lichaam. Die vormen samen de Christus. Dat zie je ook in die feitelijkheid: de Christus is Hoofd en lichaam als een eenheid. En dat wat het Hoofd wordt toegekend, wat het ontvangt, heeft en bezit, dat behoort onlosmakelijk ook het lichaam, Zijn lichaam, de ekklesia, toe.
Dus wat er vandaag gebeurt, is dat Christus daar inderdaad is opgevaren in de hemel. Maar er wordt vandaag een gezelschap verzameld en dat is een gezelschap dat zo'n hoog lot krijgt toebedeeld, het allerhoogste lot, ook het hoogste deel. Want zij zijn ook een eersteling en ze krijgen een hemels deel, het hoogste wat er bestaat. Is dat verdiend? Nee, helemaal niet. Dat valt hen toe. Het is een lotsdeel, een lot uit de loterij. Realiseer je dat goed. Als je daartoe mag behoren, als God je dat geweldige bericht van Hem laat bekendmaken en het kwartje valt, je ogen het zien, je oren het horen en verstaan, en het in je hart weerklinkt, dan is dat omdat God dat doet. Dan mag je deel uitmaken van dat uitroepsel. En wat de bestemming daarvan is? Nou, die is mega, echt zo geweldig groot.
Dat wordt beschreven in dat stukje tekst waar Paulus nu naar verwijst, naar die belijdenis die hij met instemming citeert. Want ga maar na: "Die geopenbaard werd in vlees." Ja, dan kun je zeggen: dat gaat over Christus Jezus. Hij werd geboren als de zoon van David. Hoe staat het in Romeinen 1? Naar het vlees is Hij de zoon van David, maar naar de geest heeft God Hem opgewekt uit de doden. Dus die toepassing klopt, dat is waar. Maar waar Paulus het hier over heeft, is over dat geheimenis, en dan gaat het over de waarheid dat Christus Hoofd is en wij als de ekklesia Zijn lichaam zijn. En dat is die waarheid, dat geheim: het is geopenbaard in het vlees. Wat bedoel ik daarmee te zeggen? Die waarheid is bekendgemaakt aan een mens. Meer specifiek is aan Paulus deze waarheid onthuld en hij heeft het ook bekendgemaakt aan andere mensen. Geopenbaard is het in het vlees.
En "gerechtvaardigd in geest". Hier loopt de gebruikelijke uitleg vaak stuk. Waarom? Omdat er aan het eind staat: "opgenomen in heerlijkheid." Maar dat klopt niet met die uitleg. Er staat: "gerechtvaardigd" en dan "gezien door de engelen"... maar die hele volgorde blijkt chronologisch niet te kloppen aan het eind. Als alles een opeenvolging is, dan zeggen we: dat is op Jezus Christus van toepassing. Maar aan het eind blijkt "opgenomen in heerlijkheid" te staan. Is dat dan het laatste? Totdat je begrijpt...
Gerechtvaardigd in Geest, Gezien Door Engelen en Geheraut Onder Natiën ↑ hoofdstukken
Het gaat hier over het geheimenis, namelijk over wat Paulus vertelde over de Christus. Die waarheid, dat geheim, is inderdaad geopenbaard in vlees, maar het wordt ook gerechtvaardigd in geest. Misschien is dat de lastigste om te begrijpen, maar toch is het zo. Het is weliswaar bekendgemaakt in vlees, en niet alleen via vlees, maar ook gewoon in het vlees. Maar het wordt gerechtvaardigd; het wordt als recht, terecht en correct gezien, alleen maar op een geestelijke wijze. De waarheid van de Christus wordt geestelijk gerechtvaardigd. Hoe staat dat in 1 Korinthiërs 2? Dat de geestelijke mens alle dingen beoordeelt. Die waarheid die geopenbaard is in vlees, wordt slechts op een geestelijke wijze gerechtvaardigd. Alleen dan is het te verstaan en wordt het ook recht en juist. Dan pas zul je daarvan de waarde kunnen onderkennen. Het wordt geestelijk gerechtvaardigd.
Paulus voegt er nog aan toe: "gezien door engelen". Ja, ook hiervan zou je weer kunnen zeggen dat de Heer Jezus is opgevaren en door de hemelse wereld is ontvangen. Maar dat geldt ook voor ons, en dat maakt dit geheimenis mega. Want wat van toepassing is op Jezus Christus, blijkt ook over de Christus als geheel te gaan, namelijk het geheel van Hoofd en lichaam. De waarheid van de Christus die bekend werd gemaakt, zegt Paulus in Efeze 3, is opdat nu aan de overheden en de autoriteiten te midden van de hemelsen de veelkleurige wijsheid van God bekendgemaakt zal worden door de ekklesia. Dus ja, daar wordt het gezien.
Vervolgens lezen we: "geheraut onder de natiën". Dat wil zeggen: bekendgemaakt. Iets wat geheraut wordt, zoals Paulus daartoe ook is gesteld. Hij zegt in 1 Timotheüs 2 – ik heb er juist vanmorgen over mogen spreken – dat hij een heraut is onder de natiën. Ik stel me bij een heraut altijd iemand voor met zo’n luidspreker, iemand die een roep heeft te laten horen die iedereen moet horen. Vervolgens moet het natuurlijk ook nog onderwezen, uitgelegd en toegelicht worden, dat is allemaal waar, maar het herauten zelf is: iedereen moet het horen. De aardigheid is dat je kunt herauten wat je wilt zodat iedereen het hoort, maar slechts bij een enkeling zal het werkelijk worden verstaan. Maar ook dat is de bedoeling. Geheraut onder de natiën.
Ik wil graag een tekst noemen waarin dat ook zo prachtig naar voren wordt gebracht: Romeinen 16. Helemaal aan het eind staat dat weer in een tussenzin. Ik lees voor: "Aan Hem nu, die bij machte is jullie standvastig te maken..." Dit is het slot van de brief, en nu volgt er een haakje, een tussenzin, eigenlijk een onderbreking. Ik vind dat geweldig, dat heet stileren. Als je aan een bepaalde gedachte vormgeeft op een schilderij of in muziek, maar ook gewoon in een tekst, dan stileer je. Dan geef je daarmee uitdrukking of expressie aan een gedachte. Dat doet Paulus hier. Efeze 3 is ook zo'n prachtig voorbeeld van een onderbreking die gaat over de huidige heilstijd. Hoe doet hij dat? In een tussenzin. Exact hetzelfde gebeurt in Romeinen 16, waar hij over het geheimenis schrijft in een tussenzin, in een pauze. Dat heeft ook weer alles te maken met de naam van Paulus.
Hij schrijft vervolgens: "...volgens mijn evangelie", dat wil zeggen het evangelie dat aan mij werd toevertrouwd, "en de proclamatie van Jezus Christus, volgens onthulling van een geheim" – daar heb je het weer, dat musteerion. Hij zegt dat het zijn evangelie is, de proclamatie van Jezus Christus, in overeenstemming met de onthulling van een geheim dat aeonische tijden – tijden der eeuwen zegt de Statenvertaling – verzwegen is, niet bekend. En hij zegt dan: "...maar nu openbaar gemaakt wordt, als ook door profetische geschriften." Dus niet alleen mondeling, maar ook opgetekend. God zij dank, zeg! Je zou er niet aan moeten denken dat Paulus dat destijds allemaal alleen maar mondeling ten volke had gedaan en dat het niet zwart op wit was gezet. En nu, tweeduizend jaar later, nemen wij hier te Urk daar kennis van en verblijden we ons in deze geweldige dingen. Het is mega!
Paulus zegt: het is nu openbaar gemaakt, ook door profetische geschriften, volgens uitdrukkelijk bevel van de aeonische God. De God der eeuwen is dat, hè? Tot gehoorzaamheid, namelijk van geloof. Niet van werken, maar van geloof; dat je gehoor geeft aan dat wat Hij belooft. En dan zegt hij erbij: "...aan al de natiën bekendgemaakt wordt." Gewoon onder al de natiën heeft hij deze geweldige waarheden geheraut. Het heeft inderdaad alles te maken met een geheimenis. Weliswaar wordt het in de hemelse gewesten vernomen door de overheden, de machten en de engelenwereld, maar onder de natiën wordt het vervolgens geproclameerd en geheraut. En hij zegt er ook bij...
Geloofd in de Wereld en Opgenomen in Heerlijkheid ↑ hoofdstukken
Want het gaat nu verder: 'geloofd in de wereld'. Dat is heel opmerkelijk, want er staat eigenlijk geen lidwoord voor; het is gewoon 'geloofd in wereld, opgenomen in heerlijkheid'. Je ziet hier ook echt het ritme van die drie woordparen. Het is trouwens iedere keer een tegenstelling: tussen engelen en natiën – daar boven – maar ook tussen gezien en geheraut. Dat laatste is vooral vocaal. Je ziet dus dat hij gebruikmaakt van woordparen, maar ook van tegenstellingen en het ritme van die woorden.
En hier dan: 'geloofd in de wereld'. Trouwens, er staat niet 'geloofd dóór de wereld', want dat is niet waar, maar het wordt wel geloofd ín de wereld. Er zijn er bij wie de ogen en oren geopend worden en die het geloven. En dan staat erbij: 'opgenomen in heerlijkheid'. Nou kijk, dit is dus waarom deze tekst altijd als zo problematisch wordt geacht. Waarom? Omdat het zo cryptisch is. Hoe kan dat nou? Dit klopt toch niet? Als het gaat over Jezus Christus, dan is deze laatste regel niet logisch. Maar als het gaat over de christen en het geheim – het geheimenis – en het gaat over 'de Christus', namelijk hoofd en lichaam, dan klopt het wel.
Want dan is inderdaad het eindstation dat we opgenomen worden in heerlijkheid. Dat is het eindstation, de levende verwachting die we hebben: dat wij straks inderdaad weggerukt worden en dat we in de heerlijkheid Hem, en trouwens ook elkaar, gaan ontmoeten. Ja, en als u het mij vraagt: met name deze laatste regel geeft aan dat het om het geheimenis gaat. Dat staat er al, het geheimenis, maar het blijkt ook uit de tekst zelf, want anders klopt het niet. Dan krijg je – als ik het geheel nog even laat zien: geopenbaard in vlees, gerechtvaardigd in geest, gezien door engelen, geheraut onder natiën, geloofd in wereld, opgenomen in heerlijkheid. Dat is die belijdenis die Paulus met instemming citeert. Hij zegt: 'Mega is dat geheimenis!'
Mega is dat geheimenis en het is ook het geheim van de godsvrucht, van de goede verering. Want wat daarin uitgebeeld wordt, is dat geweldige voornemen van de grote God, die de Schepper is van hemel en aarde. 'Gezien door engelen' – is dat gezien door menselijke boodschappers, door de ooggetuigen, of is dat door hemelse wezens? Juist omdat het om die tegenstelling gaat, denk ik dat het hier inderdaad om hemelse wezens gaat. Er staat hier angelos, en dat hoeven op zichzelf genomen niet per se hemelse boodschappers te zijn. U zou kunnen zeggen dat dit van toepassing is op Jezus Christus, die gezien is door mensen die het vervolgens ook hebben verkondigd. En dan 'geheraut', dat is op zich een goede zin.
Alleen ik moet er wel bij zeggen: als het gaat over het geheimenis, dan krijg je een hele mooie tegenstelling. Dan is het namelijk daar 'gezien' en hier wordt het 'gehoord'. Hier op aarde wordt het trouwens niet gezien, maar wel gehoord. Onder de natiën wordt het gehoord, en daarboven bij de overheden en de machten wordt dat gedemonstreerd, ook trouwens via de ekklesia, die feitelijk een soort display is van die waarheid. Ja, en nu hebben we 1 Timotheüs 3:16 over dat geheimenis waar Paulus het over heeft.
Waarschuwing voor Dwaalleraren en de Naderende Afval ↑ hoofdstukken
En wat hij dan aanhaalt, is die belijdenis. Je zou de neiging kunnen hebben om te denken dat hier het hoofdstuk eindigt in een leeswerk, maar het opmerkelijke is dat Paulus dan meteen ook zegt: "Maar de Geest zegt uitdrukkelijk..." Dus nu moet je opletten. In navolgende perioden zullen sommigen afstand nemen van het geloof. Wat blijkt? Dat gaat namelijk over leraren. In feite, als je wilt zorgen dat er massaal afstand genomen wordt van het geloof, dan moet je eerst degenen die het onderwijs geven meekrijgen. De influencers, als je die hebt, dan heb je een veel groter bereik.
Paulus heeft het erover dat er leraren zullen komen die verkeerde dingen vertellen. Zij zullen afstand nemen van het geloof. Dat wil zeggen: ze zullen afstaan van dat wat ik heb geleerd en onderwezen, van wat geloofd wordt. Daar waarschuwt hij dus al voor. Hij zegt er ook bij dat dit gebeurt in huichelarij van leugenwoorden. Hypocrisie. In de Concordant Version spreekt hij over the hypocrisy of false expressions. Valse uitdrukkingen, maar dan hypocriet gebracht. Men zegt het een — dat is een hypocriet, iemand met een mooi gezicht — maar op een heel 'tricky' manier brengt men feitelijk iets anders. Het is huichelachtig; het zijn valse uitdrukkingen. Het zijn geen gezonde woorden, maar valse woorden van valse sprekers. Waarom valse sprekers? Omdat er valse woorden zijn die niet in overeenstemming zijn met het geloof dat Paulus heeft onderwezen.
Ik wilde dit er graag even bij aanhalen, omdat je aan de ene kant de waarheid ziet, die ook de ekklesia is. Dat is de plek waar men zou staan voor de waarheid en waar de waarheid ook gevonden wordt. Maar, zegt Paulus, massaal zal het uiteindelijk misgaan. Als je het leest in de tweede brief aan Timotheüs, dan zegt hij zelfs dat men de gezonde leer in het algemeen niet meer zal verdragen. Maar dat begint al in de navolgende perioden, wanneer sommigen — en dan vooral de leraren — zullen afstaan van het geloof. Dat is de introductie van de afval. Hij zegt: wees erop bedacht. Men komt met huichelarij, maar ook met valse uitdrukkingen. De hele dogmatiek zoals die zich na Paulus' heengaan heeft ontwikkeld, is daarvan doortrokken.
Men zegt te geloven in één God, want ja, dat is toch zo evident in de Bijbel. Jawel, maar via een sluwe omweg introduceert men feitelijk een veelgodendom in de christenheid. Zo is het gegaan. En dat geldt ook voor de geweldige waarheid van het evangelie. Men zegt: "Ja, God laat de werken van Zijn handen niet varen, maar... als jij je niet bekeert, of als jij Jezus niet aanneemt, of als je niet gedoopt bent, of als je niet bij de kerk hoort, of als je zonder liefde bent, dan is het voor eeuwig." Trouwens, het begrip 'aionen' kent men ook al niet meer; daar heeft men 'eeuwigheden' van gemaakt. Het zijn valse uitdrukkingen.
Dat zorgt voor enorme hypocrisie. Men zegt: "God houdt onvoorwaardelijk van jou", maar op het moment dat men zulke voorwaarden stelt, is dat pure hypocrisie. Begrijp je? Dat moet gezegd worden. Het is zo belangrijk om dat te onderkennen. Je zou denken dat je voor het Woord van God moet zijn bij het gezelschap dat de naam van Christus belijdt, maar daar wordt de kern nauwelijks meer geraakt. Paulus heeft deze ontwikkeling al voorzegd en ervoor gewaarschuwd.
Het is herkenbaar aan die valse uitdrukkingen en leugenwoorden die huichelachtig zijn. Men zegt het wel, maar in werkelijkheid introduceert men valse zaken waardoor er van het evangelie niets overblijft. Terwijl we naar de filistijnen gaan — ja, dat is echt zo — blijft er niets van over. Men zegt: "God is almachtig", maar voegt eraan toe: "de mens heeft een vrije wil". Dus als God wil dat alle mensen gered worden, maar jij wilt het niet, of hij of zij wil het niet, dan gebeurt het niet? Hoezo almachtige God? Dat is geen godsvrucht. Godsvrucht is Hem de eer geven. Hij is de Regisseur. Hij plaatst alles. Hij heeft een plan en Hij werkt het ook absoluut uit. Ik ben daar verschrikkelijk blij mee. Dat is de gezonde leer. Daarop kunnen en mogen we staan. Dat is werkelijk een basis om, ook samen, als een pilaar voor te staan en voor uit te komen.
UltimateGoodNews