duur betaald!
07-05-2023 - Geplaatst door Andre Piet7 mei 2023, Epe
Aan het begin van de maand mei worden we altijd extra bepaald bij de enorme waarde van vrijheid. En daarmee ook bij de prijs die aan vrijheid kan hangen. Ook in de Bijbel worden we via tal van begrippen bepaald bij de waarheid van vrijkoping of verlossing. Oftewel bij de waarheid van de losprijs. Wat is die prijs? Aan wie werd die prijs betaald? En door wie? En voor wie werd die prijs betaald? Wat houdt de vrijkoping in? En waarvan worden we vrijgekocht?
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: het Wezenlijke Verschil Tussen Schuldbetaling en Vrijkoping
- Openbaring 5: Vrijgekocht Vóór God, Niet Betaald Áán God
- 1 Timotheüs 2: Eén God, Één Middelaar en een Losprijs voor Allen
- 1 Korinthe 1 & Romeinen 8: de Toekomstige Vrijkoping van Ons Lichaam
- Efeze 1: de Geest als Onderpand en de Loslating van Overtredingen
- 1 Korinthe 6: Duur Gekocht als Ultieme Bepaling van Onze Waarde
- Romeinen 3: Volledig Om Niet Gerechtvaardigd Door Absolute Genade
Introductie: het Wezenlijke Verschil Tussen Schuldbetaling en Vrijkoping ↑ hoofdstukken
Een heel goedemorgen ook van mijn kant. Er zit soms wel nog wat tegen, maar daar hadden we het al eerder over. Ik ben ontzettend blij dat ik vanmorgen weer eens bij jullie hier in Epe mag wezen. Goed jullie hier te treffen, zelfs gezichten die ik hier niet eens verwacht had. Heel erg leuk! Mooi! Hartelijk dank trouwens ook nog voor de felicitatie die ik zojuist doorkreeg voor het feit dat ik opa ben geworden. Ja, u ziet een opa, hoor ik. Het gaat allemaal erg goed; ik zal er straks nog even aan refereren in verband met het onderwerp.
Kijk, waar ik vanmorgen graag jullie aandacht voor wil vragen, is dit thema: 'Duur betaald'. In de ondertitel geef ik aan waar het zoal over gaat, en dat is over vrijkoping. Het idee van vrijkoping komt in onze vertalingen niet altijd even duidelijk naar voren, maar dat is juist voor mij een reden om het eens toe te lichten en te onderstrepen. En daarmee ook verlossing, want vrijkoping en verlossing blijken alles met elkaar te maken te hebben. Sterker nog, ik zal het straks ook laten zien: dat woord 'verlossing' dat wij in ons Nieuwe Testament hebben, is eigenlijk vrijkoping.
Laat ik eerst eens de toon zetten en het onderwerp een beetje inaderen. Het is een heel gangbaar misverstand als we het hebben over de prijs die betaald is. We hebben er zojuist nog over gezongen, over dat wat er ooit tweeduizend jaar geleden plaatsvond, even buiten de poorten van Jeruzalem, namelijk toen de Heer Jezus Christus, de beloofde Messias, Zijn leven gaf daar op Golgotha. Dat is de prijs die betaald werd. Maar wat men meestal daarbij denkt, is dat toen onze schuld betaald werd aan God. En dat is een misverstand, een groot misverstand zelfs. Maar het is wel enorm klassiek en het zit als het ware in allerlei teksten van liederen: 'U hebt onze schuld betaald'. Maar ik zal je dit vertellen: de Bijbel kent dat idee niet, dat daar een schuld betaald werd. Wel de gedachte van een prijs die betaald is, maar dat is geen schuld die betaald werd aan God.
Integendeel, God vergeeft schuld, en dat is het tegenovergestelde van dat de schuld betaald is. Stel je voor: u bent mij honderd euro schuldig en u kunt het niet betalen. Er is een ander die zo aardig is om voor u dat wat u niet kunt betalen aan mij te betalen. Oké, dan is uw schuld betaald. Moet ik daar dan nog iets voor vergeven? Kan ik dan zeggen: 'Ik heb jou die honderd euro vergeven'? Nee, helemaal niet. Het is gewoon betaald. En dat is heel erg goed voor degene die dat dan voor u betaald heeft, maar er valt niets te vergeven als de schuld betaald is. Dus op het moment dat je gaat zeggen: 'Onze schuld is betaald', heb je het begrip vergeving eigenlijk vereideld. Het betekent niets meer, want er valt niets meer te vergeven.
Maar ik zal u vertellen: dat is ook niet wat de Bijbel daarover leert. De Bijbel spreekt wel over de prijs die betaald is, maar niet als schuldbetaling, maar als een losprijs. En een losprijs is een prijs die je betaalt aan degene die jou gevangen hield. Hoort u het verband? Stel je voor: er is een kaping en je wordt vastgehouden. Dan wordt er een losprijs gevraagd. Om jou dan te verlossen, betaal je de prijs aan degene die jou gevangen houdt. Dat kan op allerlei manieren. Het kan ook zijn dat je geld moet betalen om uit de gevangenis geleid te worden. In ieder geval wordt de prijs betaald aan degene die jou gevangen houdt. Nu, is het God die ons gevangen houdt? Nee, natuurlijk niet. Er is een ander die ons gevangen houdt. De macht van de zonde, de macht van de dood houdt ons gevangen, en we zullen ook zien dat de prijs daaraan is gebracht.
Laat ik nog even een paar andere dingen onderstrepen en toelichten. Het gangbare vertaalwoord voor verlossing in het Nieuwe Testament is het Griekse woordje apolutrosis. U mag het weer vergeten, maar het betekent letterlijk een loskoping of een vrijkoping. En dat is van belang. Dus als u in het Nieuwe Testament ons woord 'verlossing' leest, dan is dat eigenlijk vrijkoping. Wat we vanmorgen gaan doen, is een aantal Schriftplaatsen de revue laten passeren waarin dat woord gebruikt wordt.
Ik moet er trouwens nog een aantekening bij maken: verlossing of vrijkoping kan heel letterlijk zijn, zoals de voorbeelden die ik net gaf, maar het kan ook in een meer overdrachtelijke zin waar zijn. In die zin zijn we er recentelijk allemaal bij bepaald. Ik persoonlijk ook, maar laat ik eerst een voorbeeld geven van wat we deze week hebben herdacht: de bevrijding van Nederland. Maar dat was feitelijk ook een vrijkoping, in die zin dat er een prijs is betaald. Op 5 mei vieren we de bevrijding, maar op 4 mei denken we aan allen die hun leven hebben gegeven, via welke weg dan ook, zodat wij in vrijheid kunnen leven. Dan is er een prijs betaald. Niet letterlijk met een portemonnee of een zak losgeld, maar niettemin: vrijheid, zeggen we, is duur. Daar betaal je een prijs voor. In overdrachtelijke zin is dat dus ook een vrijkoping. Je hoeft dus niet per se alleen maar aan geld te denken, maar het idee is wel dat er aan die vrijheid een prijskaartje hangt. Daar is voor betaald.
En ik heb er nog één, uit mijn persoonlijke geschiedenis van zeer recent. Vorige week zaterdag ben ik opa geworden. Ik zal u vertellen: het is een prachtventje en het is uiteindelijk weer helemaal goed gekomen, maar het was buitengewoon spannend allemaal en de verlossing ging zeer zwaar. Het is echt grappig dat wij dat ook een 'verlossing' noemen, waarbij je natuurlijk de vraag kunt stellen: wie wordt er nu eigenlijk verlost? Is dat de moeder of is dat het kind? De oorspronkelijke gedachte is dat het kind wordt verlost. Maar goed, in dit geval is dat met recht ook een verlossing, omdat de vrijheid die het kind krijgt — het zit gevangen in de moederschoot, dat klinkt wat onaardig, maar de bedoeling is dat het eruit komt — daar begint het leven. Dan gaat de leeftijd ook tellen en rekenen. Maar daaraan voorafgaand wordt er een prijs betaald. De moeder betaalt daarvoor een zware prijs, en dat kan heel zwaar zijn, zoals ik dat met onze dochter nu ook heb meegemaakt. Maar goed, ook dat is verlossing. Dan praten we over een verlossing of een vrijkoping in een wat meer overdrachtelijke zin, maar niettemin heet het wel degelijk daarnaar. Nou, laten we... ik zei al...
Openbaring 5: Vrijgekocht Vóór God, Niet Betaald Áán God ↑ hoofdstukken
Laten we eens wat voorbeelden uit de Bijbel geven waarin we dat begrip tegenkomen. De eerste is niet helemaal... daar wordt niet direct het woordje apolutrosis gebruikt, maar er wordt wel gesproken over een prijs die betaald is, of over 'gekocht'. Daarvoor gaan we naar Openbaring 5. Johannes krijgt daar een inzage in wat er in de hemel plaatsvindt, eigenlijk vlak voorafgaand aan de gerichten die binnenkort over deze aarde gaan komen. Je leest dat daar het Lammetje is dat de boekenrol — de eigendomsakte — en de zegels gaat openen. Dan gaan er inderdaad gerichten over deze wereld komen. De Heer Jezus Christus, die nu nog verborgen is, wordt dan openbaar. Vandaar ook dat het boek 'De Openbaring' heet: de onthulling, wat in feite ook een verlossing is. Dat wat verborgen is, wordt openbaar. De apocalypse, dat is het Griekse woord, de apocalypse van Jezus Christus. Hij wordt dan openbaar en Openbaring 5 laat zien wat daaraan voorafgaat.
Je leest daar ook over vierentwintig oudsten of ouderlingen. Ik ga dat nu niet allemaal toelichten, maar als u het mij vraagt, is dat een uitbeelding van het volk van Israël in zijn dubbele functie. Israël is een koninklijk-priesterlijke natie en als zodanig ook bestemd. Die vierentwintig oudsten zijn de eerstelingen die dat volk representeren. Zij zongen een nieuw lied en zeiden: "U bent waardig." Het gaat dan over een Lammetje. Dat Lammetje is geslacht, maar er staat: het stáát. Hoe komt dat? Normaal gesproken staat een lammetje dat geslacht is niet, dat ligt. Maar dit Lam staat, en dat kan maar één ding betekenen: het Lammetje dat geslacht is, is opgestaan. Hij is opgewekt, Hij leeft! Daarom staat er vlak hiervoor: "Ik zag een Lammetje staande als geslacht." Er staat bij: "Zie de Leeuw van Juda." Dat Lammetje dat geslacht is, blijkt bij nader inzien de Leeuw van Juda te zijn, die inderdaad zal gaan regeren in Juda, in Jeruzalem, over uiteindelijk zelfs de hele wereld.
Maar wie is waardig om de boekenrol, de eigendomsakte van het land, in ontvangst te nemen? "U bent waard de boekenrol in ontvangst te nemen en haar zegels te openen, want U werd geslacht..." En nu komt het: "...en kocht ons voor God in Uw bloed, vanuit elke stam en taal en volk en natie." Daar blijkt uit de tekst zelf weer dat het hier gaat over een volk dat verzameld is uit de wereld, namelijk die koninklijk-priesterlijke natie Israël. Maar het gaat me nu even om wat ik heb onderstreept in de tekst: "U kocht ons vóór God." Dit is dus niet een prijs die betaald werd áán God. Nee, het is een vrijkoping zodat we vóór God zijn. Dat volk was verstrooid onder de natiën en eigenlijk ook gevangen in de dood, maar het is vrijgekocht. En voor wie? Wel, voor God. Het idee is totaal niet dat er een schuld betaald is aan God, maar het idee is juist dat er een prijs betaald is zodat er bevrijding is. En met het oog waarop? Wel, om voor God te zijn en de bestemming te krijgen die Hij van origine al heeft gegeven, namelijk opdat het een koninklijk-priesterlijke natie zou zijn.
U kocht ons dus vóór God. Het idee is uitdrukkelijk niet dat er een prijs betaald is áán God. Goed, dan heb ik er nog één... ik heb er eigenlijk een heleboel, maar ze moeten toch kort de revue passeren. Bekend is deze — tenminste, wat heet bekend? De tekst is bekend, maar ik vraag me af in hoeverre het werkelijk... om even in termen van prijs en betaling te spreken: is het kwartje echt gevallen? De losprijs.
1 Timotheüs 2: Eén God, Één Middelaar en een Losprijs voor Allen ↑ hoofdstukken
In 1 Timotheüs 2 schrijft Paulus: "Want er is één God." Dat refereert natuurlijk aan wat eraan voorafgegaan is in vers 4, waar staat dat God wil dat alle mensen worden gered en komen tot kennis, of erkentenis, of besef van de waarheid. Want er is één God. Ja, en ook één middelaar van God en mensen: namelijk de mens Christus Jezus.
Ik zou hier nu natuurlijk een pauze kunnen houden of ik zou hier breed kunnen uitpakken. Wat hier staat, is in feite heel explosief. Hier zet Paulus even iets op papier dat feitelijk vernietigend is voor dogma's die later zijn ontwikkeld, waarbij die ene God een verkapt veelgodendom werd, waarin er verschillende goden zijn. Maar er is één God en er is één middelaar van God en mensen, namelijk de mens Christus Jezus.
Ik ga daar toch snel weer mee verder, want het gaat me namelijk om het vers dat daarop volgt: "Die Zichzelf — namelijk Christus Jezus — die Zichzelf geeft tot een losprijs ten behoeve van allen." Het is een wat letterlijke vertaling; u ziet dat ook in de interlineair die eronder staat. Die Zichzelf geeft tot een losprijs ten behoeve van allen. Het getuigenis bij gelegenheden; hiervan wordt gesproken als God daarvoor de gelegenheid geeft. Maar wat wordt er verteld? Wel, er is één God en er is ook één middelaar. En wat is geweldig: die middelaar heeft een losprijs betaald. Een prijs voor wie? Wel, voor allen. Ja, want God wil dat alle mensen gered worden. Want er is één God en Hij bepaalt de dingen, en Hij heeft ook een middelaar gegeven die daarvoor garant staat.
Dan staat er nog bij in vers 7: "Waarin ik werd gesteld" — Paulus dan. Dus het getuigenis bij gelegenheden waarin ik werd gesteld om hiervan getuigenis te geven. Hij zegt: "Ik ben een heraut." In de NBG-vertaling staat "een verkondiger", maar hij is een heraut en een afgevaardigde. Een apostel is gewoon een afgevaardigde; hij is rechtstreeks afgevaardigd door God Zelf. Of eigenlijk moet je zeggen: door Christus Jezus, die hem riep om naar de natiën te gaan. Ik ben daartoe aangesteld, ik ben een heraut om dat gewoon uit de toeter — als ik het even oneerbiedig mag zeggen — over de volkerenwereld uit te roepen. Hij is afgevaardigd en hij zegt: "Ik spreek waarheid, ik lieg niet." Met andere woorden, hij onderstreept dit: dit is de essentie, doe hier niets van af. Waarheid spreken, ik lieg niet. Hij zegt: "Ik ben een leraar van de natiën." Dat wil zeggen dat ik onderwijs; ik vertel het niet alleen. Ik ben niet alleen een heraut die het roept, maar ik ben ook iemand die het onderwijst, toelicht en bewijst. Hij is een leraar van de natiën in geloof en waarheid. Het is waarachtig, het klopt, het is betrouwbaar.
Geweldig hè, dat we één God hebben, maar ook één middelaar. En die ene middelaar is afdoende. Realiseer je goed dat die prijs die betaald werd, betaald werd voor iedereen. Ja, dat is geweldig. En dat betekent dus ook — en ik ben er zelf een van, en er zijn er hier wellicht meer die reformatorisch zijn opgevoed — dat je dan de Heidelberger Catechismus hebt met 52 zondagen. De eerste zondag luidt: "Wat is uw enige troost in leven en sterven?" Het antwoord is: "Dat ik een eigendom ben van Christus Jezus, mijn getrouwe Zaligmaker." Ik weet niet exact hoe het er staat, maar dat is wat er staat.
Nu denkt u misschien dat ik daartegenin ga. Nee, helemaal niet, want dat is inderdaad de waarheid. Dat je enige troost is dat je Zijn eigendom bent. Maar hoe ben ik Zijn eigendom? Nou, er is een prijs voor mij betaald. Voel je dat? Daar valt niks te voelen. Als je gelooft, dan geeft dat een enorme vreugde. Als je niet gelooft, dan geeft dat geen vreugde en ook geen reden, dan doet het je namelijk niks, of je verzet je er zelfs tegen. Maar het is gewoon een feit, het is een mededeling, een bericht, een goed bericht. Dat is een evangelie.
Dit is de boodschap die we hebben. Wat Paulus zegt is: "Hiervan ben ik een heraut, ik ben een leraar onder de natiën om dat wereldkundig te maken." Er is een prijs voor jou, voor mij en voor iedereen. Voor al die miljarden mensen. Al hebben ze er nog nooit van gehoord. En die prijs is betaald. Dat betekent dus dat iedereen Zijn eigendom is. De meeste mensen weten het niet. En nu ga ik wel iets ongezouten zeggen: het wordt zo niet verteld. Degenen die het zouden moeten vertellen, zeggen dat het gevaarlijk is. Er zou een heel proces aan vooraf moeten gaan voordat jij weet dat je Zijn eigendom bent. Onzin! Een leugen is dat, want je bent Zijn eigendom. Waarom? Want er is een prijs betaald. En dus de mededeling is: je bent van Hem, je bent namelijk gekocht en betaald. Voilà!
1 Korinthe 1 & Romeinen 8: de Toekomstige Vrijkoping van Ons Lichaam ↑ hoofdstukken
In 1 Korinthe 1, in het laatste vers van dat hoofdstuk, relativeert Paulus de wijsheid van deze wereld. Om het heel eufemistisch te zeggen: hij relativeert die wijsheid, maar eigenlijk gaat hij nog een stap verder en zegt hij dat het voor God gewoon dwaasheid is. Omgekeerd geldt trouwens hetzelfde, want de wijsheid van God is voor de wereld ook weer dwaasheid; die twee matchen totaal niet. Maar dan laat hij ook zien wat de wijsheid van God wel inhoudt en dan zegt hij in vers 30: "Maar uit Hem is het dat jullie in Christus Jezus zijn."
Hoe komt het dat je in Christus Jezus bent en dat God je ogen geopend heeft? Hoe komt het dat je in Hem bent? Dat komt omdat het uit Hem is. God is de Handelende Persoon en Hij krijgt daarvoor alle eer. Dat is logisch, want het is immers uit Hem. Het is uit Hem dat jullie in Christus Jezus zijn, die van Godswege voor ons wijsheid werd. Als je ogen geopend zijn voor wie Hij is, begrijp je dat. De wereld denkt bij Hem aan het laatste wat ze van Hem gezien hebben: een kruis en een graf waarin Hij gelegd werd. Dat graf werd op de derde dag spectaculair genoeg leeg aangetroffen – wat overigens nooit ontkend is – maar dat is wel het laatste wat de wereld van Hem gezien heeft. Wij echter weten: Hij leeft! Dat is ons getuigenis.
Dat is de wijsheid van God. En wie zien dat? Dat zien zij die het gehoord hebben en van wie God het hart en de oren heeft geopend. Voor hen wordt Hij Gods wijsheid. Degene aan wie de wereld schouderophalend voorbijgaat of voor wie Hij zelfs een ergernis is. Paulus heeft het daar ook over: hij zegt dat het voor de Grieken dwaasheid is en voor de Joodse orthodoxie een ergernis. Letterlijk staat daar een 'struikelblok', een aanstoot. Men wil het namelijk niet, en dat is het kenmerk van religie in het algemeen: men wil niet van genade leven. Men wil zelf iets doen, zelf een prijs betalen. Men wil zelf een prestatie leveren voor iets. Maar de Bijbel is nu juist genade.
Christus Jezus is van Godswege voor ons geworden: rechtvaardigheid, heiliging en vrijkoping. Het mooie is dat hier in feite drie fasen worden neergezet. Als je in Christus Jezus bent, ben je in het verleden gerechtvaardigd. Dat is een feit, een voltooide zaak. In het heden worden we geheiligd. Hij zet ons apart en Hij verandert ons denken door Zijn woord; dat is hoe heiliging werkt. Hij maakt zo iets van ons, maar het is allemaal Zijn werk. Dat je gerechtvaardigd bent, doet Hij, maar ook dat Hij heiligt is Zijn werk. Er wordt natuurlijk heel vaak gezegd dat je je best moet doen om heiliger te worden, maar vergeet het maar: Hij heiligt. Wij stellen ons beschikbaar als Hij dat doet en zeggen: "Heer, gaat U Uw gang maar en verander mij."
Die heiligheid is dus in het heden, maar in de toekomst is daar de vrijkoping. Hier staat letterlijk de loskoping, de vrijkoping, de apolutrosis, om het even met een technisch begrip te zeggen. Dat is de toekomst. Want die vrijkoping heeft alles te maken met het feit dat ons lichaam verlost zal worden. Kijk, de prijs is betaald, maar dat wij werkelijk vrij zullen zijn, is nog steeds toekomstig. Dat kan ik ook bewijzen; het is weliswaar niet direct uit dit vers af te leiden, maar het wordt er wel in bevestigd. Je ziet hier die drie fasen, waarbij de vrijkoping inderdaad een toekomstige aangelegenheid is.
Laten we hiervoor naar Romeinen 8 gaan. U kent het, Romeinen 8 is een geweldig hoofdstuk waarin Paulus de loftrompet steekt en vertelt over de geweldige glorie van God en over dat wat Hij in Christus Jezus realiseert. Maar hij benoemt ook dat de schepping momenteel onderworpen is aan de slavernij van de vergankelijkheid. Wij zijn vergankelijk, de schepping is vergankelijk, alles vergaat. Dat is slavernij; er is geen ontkomen aan, de schepping is daaraan verslaafd. Dat is gewoon een gegeven waar je moeilijk over kunt doen, maar het is een feit. De schepping zucht, maar Paulus gebruikt hier een prachtig beeld over zwangerschap. Hij zegt dat die schepping feitelijk de rol vervult van een moeder die zucht in barensnood. De schepping is zwanger in blijde verwachting. Waarom? Wel, ze wacht op de openbaring van de zonen van God.
In vers 23 zegt hij: "Maar niet alleen zij, niet alleen de schepping, maar ook wijzelf." Wij als gelovigen zijn een categorie apart. Ook wijzelf, wij die de eersteling van de geest hebben. Daarmee wordt bedoeld: de geest van het leven. Je zou even terug moeten bladeren in het hoofdstuk, maar daar heeft hij het over de Godsgeest die Christus Jezus uit de doden opwekte. Die geest, die tweeduizend jaar geleden Christus Jezus uit de doden opwekte, die geest hebben wij ontvangen. Dat is een eersteling. Wij zijn degenen die daar als eerste de vruchten van plukken: de eersteling van de geest. En toch, hoewel wij die geest hebben, zuchten wij ook in onszelf. Dat is weer dat zuchten van de moeite waar we het eerder over hadden, de pijn en de moeite van de slavernij van de vergankelijkheid. Want het is niet alleen zo dat de dingen vergaan, maar het brengt ook nog eens veel pijn met zich mee. Die slavernij van de vergankelijkheid brengt zuchten met zich mee, en daarom staat er: wij zuchten ook in onszelf.
Wij wachten op de zoonstelling. Dat wil zeggen dat we de erfenis daadwerkelijk in ontvangst zullen nemen. En dan staat er achter de dubbele punt: de verlossing of de vrijkoping van ons lichaam. Dat begrip moet u goed begrijpen. De verlossing van ons lichaam betekent niet dat we ván ons lichaam worden verlost, maar dat ons lichaam wordt verlost. Snapt u het verschil? Dit lichaam is nu vergankelijk, maar het wordt onvergankelijk gemaakt. Dat is de vrijkoping. Hier zie je: daar wachten we nog op. We hebben wel de geest van de zoonstelling, maar de zoonstelling zelf – namelijk de vrijkoping of de verlossing van ons lichaam – is nog toekomstig. De geest hebben we, maar dat lichaam is nog steeds onverlost. Wij wachten geduldig, zuchtend misschien ook, maar niettemin wachten we erop en we weten dat het net zo zeker gaat komen: de vrijkoping, de verlossing van ons lichaam.
Zullen we nog een schriftplaats bekijken? Ik wilde u graag wat schriftplaatsen laten zien, zodat u weet waar de Bijbel dit begrip van de vrijkoping gebruikt en wat het verband is met de losprijs. Wat betekent dat nu eigenlijk en waar wordt dat met name op toegelicht?
Efeze 1: de Geest als Onderpand en de Loslating van Overtredingen ↑ hoofdstukken
Efeze 1 is ook een prachtig voorbeeld. Als we Efeze 1 openslaan, dan stappen we meteen de schatkamer van God binnen. Dan worden al die geweldige schatten die wij in Christus Jezus hebben, uitgestald. Er staat dat we gezegend zijn met elke geestelijke zegen in Christus Jezus, daar te midden van de hemelsen. Er staat niet 'allerlei', maar 'met elke' geestelijke zegen. Wij zijn daar gezegend waar Hij is; Hij heeft alles ontvangen en in Hem hebben wij ook alles. Dat is een van de waarheden die Paulus naar voren brengt, juist ook in deze brief: dat wij Zijn lichaam zijn. Hij het hoofd, wij het lichaam. Alles wat Hij ontvangt, dat hebben wij ook. Hij is opgewekt, wij zijn met Hem opgewekt. Hij zit daar in de hemel, wij zitten daar ook. Zo rekent God. Dat is onze positie. Oké, naar het lichaam ervaren we dat nog niet, maar dat is onze positie, onze bestemming.
En zo, als je wilt weten wie je bent, dan moet je weten waartoe je bestemd bent. God ziet ons nu al zo, ook al wachten wij daar nog op. Ik bedoel, Abraham, die heette zo... God zegt eerlijk: "Jij gaat Abraham heten", een vader van vele volken. Had hij toen nog kinderen? Nee, hij had nog niet eens één kind, of in ieder geval niet de beloofde zoon. En God zegt: "Dat ben jij voor Mij." Dat is jouw identiteit. Dus als je wilt weten wat je identiteit is – het is een actueel onderwerp, nietwaar? Men heeft een identiteitscrisis, men weet niet wie men is. Maar als je wilt weten wie je bent, dan moet je bij de Creator wezen, bij de Schepper. Hij kent jou, Hij heeft jou gemaakt en als je wilt weten wie je bent, dan moet je dat aan Hem vragen. En als je zegt: "Ik mag bij Hem horen, ik ben één in Christus Jezus", prijs God! Als je wilt weten wie je bent, luister naar wat Hij te zeggen heeft. Dat is jouw identiteit, dat is je naam, dat is wat je wezenlijk bent.
In Hem zijn ook jullie... ik lees Efeze 1 vers 13: "In Hem zijn ook jullie, toen jullie het woord van de waarheid hoorden..." Wat is dat woord van de waarheid? Dat is het goede bericht van jullie redding. 'Het evangelie van uw behoudenis' staat er in de vertaling, en dat geeft aan het geloof. Dat is hetzelfde woord: het goede bericht van jullie redding. En wat is het goede bericht van jullie redding? Niet van: "Je moet dit of dat doen om gered te worden." Nee, God is de redder van alle mensen. Dat is het evangelie van jullie redding. Nou, zegt Paulus: "In Hem zijn ook jullie toen jullie het woord van de waarheid hoorden, namelijk het goede bericht van jullie redding. In Hem zijn ook jullie, toen jullie geloofden, verzegeld met de Heilige Geest van de belofte."
Dus op het moment dat je dat evangelie hoort en jouw ogen daarvoor opengaan en je gelooft... Geloven betekent gewoon: ik aanvaard het, ik vertrouw daarop. Dat is eigenlijk wat het is: ik vertrouw erop. Toen jullie geloofden, werden jullie verzegeld met de Heilige Geest, Gods Geest, namelijk die van de belofte. Daar zit namelijk een enorme belofte aan vast. Ik lees verder in vers 14, want daar ging het me om: "...die een onderpand is van ons lotbezit." Lotbezit – ik weet dat het een wat ongebruikelijk woord is, maar het betekent in ieder geval de erfenis. Gewoon dat wat je ten deel gaat vallen als lot. Je krijgt het, en dat vind ik trouwens ook geweldig: een lotbezit is iets wat je niet verdient. Een lotbezit is iets wat je toebedeeld krijgt, waar je helemaal geen invloed op hebt. Dat is juist het idee van een lot, een lot uit de loterij. Je krijgt het. Waarom? Het valt mij ten deel, het valt mij toe. Wij zeggen dan: "Het is toevallig," maar Hij doet dat toevallig.
Kijk, die Geest die we nu al hebben als je Hem kent, daarmee ben je verzegeld. Want het is een verzegeling; dat kan never nooit meer ongedaan gemaakt worden. Gods stempel, je bent verzegeld. Het is een onderpand van ons lotbezit, tot vrijkoping van het verworvene. En dat wil zeggen: dat wat Hij Zich verwerft. En dan staat er: "tot lof van Zijn heerlijkheid." Ook hier weer het idee: die vrijkoping is straks, maar het onderpand hebben we al. Dat is de eerste termijn, dat is wat we nu al hebben en waar we uit leven: het leven van de opgewekte Christus dat nu in ons is. Dat is in feite het levende woord dat in ons is.
Als ik trouwens nog in datzelfde hoofdstuk een paar verzen teruglees, daar wordt ook gesproken over die vrijkoping. Het is heel Efeze 1, dus eigenlijk zijn het maar een paar zinnen. Typisch Paulus, hij heeft van die hele lange zinnen. Hij onderbreekt zichzelf voortdurend met allerlei pauzes. Paulus is gek op pauzes; in zijn naam zit dat eigenlijk al besloten: 'paulussen'. Oké: "...tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade." Het gaat over Gods genade, "welke Hij ons begenadigt in de Geliefde." En die Geliefde is hier uiteraard Christus Jezus. Hij geeft ons zoveel genade. Waarom? Nou, tot lof van Zijn heerlijkheid. Maar in wie dan? Wel, in de Geliefde. In Degene die de man naar Gods hart is. Weet u wat 'David' betekent? Geliefd. Hij is de ware, echte David. Wil de ware David opstaan? De ware David is opgestaan!
En dan staat erbij: "...in wie wij de vrijkoping hebben." Dat wil zeggen: dat is gegarandeerd door Zijn bloed. Weliswaar is de vrijkoping van ons lichaam toekomstig, dat hebben we gezien, maar het is nu al een onderpand. Het is nu al ons bezit: "in wie wij de vrijkoping hebben door Zijn bloed." Ook daarbij is weer het idee: Hij stierf op Golgotha. Dat is de prijs. Ja, maar waarom stierf Hij? Om op te kunnen staan, om leven te geven, om de dood te overwinnen. Hoe zou Hij anders de dood kunnen overwinnen dan door zelf eerst te sterven? Dat is de reden. Waarom stierf Hij? U zegt: "Ja, uit liefde voor mij." Ja, maar waarom dan? Wat word ik er beter van dat Hij stierf? Nou, Hij stierf om te kunnen opstaan en om de dood te overwinnen, en om nieuw leven aan het licht te brengen. En dat is die overwinning, dat is die beker. De beker van verlossing, jazeker. Van de vrijkoping, de triomf.
En er staat nog iets bij – nu wordt het misschien een beetje ingewikkeld, maar het valt mee hoor. Er staat hier... laat ik even zeggen hoe het er gewoon staat. Er staat meestal: "de vergeving van de overtredingen." Maar dat woord vergeving is letterlijk een 'loslating'. Dat moet ik even toelichten, want dat woord vergeving, dat natuurlijk heel vaak voorkomt, is in het Grieks aphesis. Ik zeg dat niet om ingewikkeld te doen, maar dat woord betekent letterlijk een loslating. Het mooiste voorbeeld vind ik in Lukas 4. Daar wordt het ook zo vertaald; daar vind je ook dat woordje aphesis. In bijna alle vertalingen wordt het daar weergegeven met: "omdat het aangename jaar van de Heer wordt aangekondigd... om aan gevangenen loslating te herauten." Want wat is nou een goed bericht voor iemand die gevangen zit? Dat hij losgelaten wordt! Natuurlijk. Dat is wat vergeving is. Het basisidee van vergeven is 'loslating'. Dat kan op allerlei manieren. Het betekent niet alleen dat een ander jou loslaat, maar jij laat ook los. Het feit dat op het moment dat je niet vergeeft – dat is ook psychologisch waar – je nog steeds vastzit. Ze zeggen weleens: "Vergeven doe je niet voor een ander, vergeven doe je ook om zelf vrij te komen, dat je loslaat." Maar de vergeving... of ik houd het liever op dat woordje, gewoon wat het letterlijk betekent: loslating.
De loslating, oftewel de invrijheidstelling van de misstappen. Het idee daarbij is niet zozeer – want bij vergeving van overtredingen denken wij meteen: "O, dat betekent dat de Heer het ons niet meer aanrekent." Ja, dan zeg ik natuurlijk "amen". Maar het betekent meer. De vergeving, of de loslating van de overtreding, betekent dat we in vrijheid zijn gesteld en dat we nieuw leven hebben ontvangen; dat we letterlijk niet meer gevangen zitten in de misstap.
Want dat is wat een overtreding eigenlijk is. Als ik hier over deze krabbels stap – en ik doe het nu goed – dan is dat een misstap. Je stapt er overheen; dat is het idee van een misstap. Welnu, wij kennen Hem en wij leven in het licht. Maar dat betekent ook dat we vrij zijn van de zonden, oftewel van de misstappen. En dat is het nieuwe leven.
Ik ken een heleboel mensen die denken dat je je hele leven maar moet tobben over je zonden. Maar dan denk ik: hoezo? Weet je dan niet dat daar vrijheid is? Dat we in vrijheid zijn gesteld? Dat je daarin mag leven? Dat is juist de bedoeling. Het is geweldig: de invrijheidstelling van de misstappen, naar de rijkdom van Zijn genade. Ik bedoel, we hebben er eigenlijk geen idee van hoe rijk we zijn en hoe rijk we mogen leven in vrijheid.
Het is net 5 mei geweest, maar hoe waardevol en hoe geweldig is het om in vrijheid te zijn. Niet alleen maar vrij van de bezetting – dat is geweldig, begrijp me niet verkeerd – maar om vrij te zijn van zonde. Zonde betekent "doelmissen". Wij hebben echter een doel gekregen. En je bent vrij van de dood. Ik weet het, wat het lichaam betreft is dat nog steeds toekomstig, maar wij leven nu al het nieuwe leven. Toch?
We zijn met Hem gestorven en we wandelen. Zo rekenen wij. Paulus zegt ook: reken er dan mee dat je dood bent voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus. Romeinen 6. Zo leven wij. Zo rekent God. Zo ziet God ons. En de uitdaging is dat wij nu ook echt zo leven. Dat is de werkelijkheid. Niet door wat we zien of wat we voelen, maar door wat God gesproken heeft. Kijk, dat is geloof.
1 Korinthe 6: Duur Gekocht als Ultieme Bepaling van Onze Waarde ↑ hoofdstukken
1 Korinthe 6. "Want jullie werden duur gekocht", zegt Paulus dan. "Verheerlijkt dan God in jullie lichaam." Ik wilde dit gedeelte er even bij betrekken. Hier wordt niet zozeer dat woord 'vrijkoping' gebruikt, maar wel weer het idee dat er een prijs voor betaald is.
En weet je waarom ik dit ook zo mooi vind? Als je wilt weten wat jouw waarde is, dan moet je dat niet aan anderen vragen. Je moet ook niet bij je eigen gevoel te rade gaan: "Wat ben ik nou eigenlijk waard?" Zoveel mensen hebben dat: "Ja, wat ben ik nou eigenlijk waard?" En daarmee gepaard gaat ook weer die identiteitscrisis, omdat ze daar geen idee van hebben. Maar als je wilt weten wat je waarde is, dan moet je kijken naar de prijs die voor jou betaald is. Dat is wat jij waard bent.
En dan kijken we weer naar God. Dat is de waarde die jij en die wij als schepselen voor Hem hebben. Dat is met recht voor ons onbetaalbaar. Zo groots, zo heerlijk! En dat geeft ons leven sowieso een enorme waarde. Daar hangt inderdaad, zoals we dat zeggen, een prijskaartje aan. Er is een prijs betaald, een losprijs. Zo groots! Dat is mijn waarde.
En wat betekent dat? Dat betekent dat ik van Hem ben. En daarom: verheerlijk God in jullie lichaam. Geef Hem daarvoor de credits en de eer. En dan tenslotte nog één schriftplaats: Romeinen 3.
Romeinen 3: Volledig Om Niet Gerechtvaardigd Door Absolute Genade ↑ hoofdstukken
Wat mij betreft is dit 'de klapper'. Eigenlijk vind ik dit zo’n mooi gedeelte omdat het een geweldige samenvatting is van de boodschap die de apostel Paulus onder de natiën mocht bekendmaken, de boodschap waarvan hij zegt: "Ik ben hiervoor gesteld." In Romeinen 3 zegt hij in vers 23 — nou ja, van vers 23 zou je kunnen zeggen: dat vind ik geen Evangelie. Nee, maar het is wel noodzakelijk om te weten. Het is namelijk die donkere achtergrond waartegen het licht van Gods genade juist gecontrasteerd wordt. Als God Zijn rijkdommen uitstalt, de juwelen van Zijn genade, dan doet Hij dat tegen een donkere achtergrond.
Hij vraagt: wat is die donkere achtergrond? Paulus zegt: want allen bezondigden. Allen. Wie? Nou, alle. Is er een uitzondering? Nee. In Adam zijn alle adamieten doelmissers. Heb je daarvoor gekozen? Nee, wij niet, want dat was al zo toen je nog in de wieg lag. Je bent een adamiet en daarmee een doelmisser. Wat betekent dat concreet? Nou, we hebben een tekort aan de heerlijkheid van God. Ik zeg niet dat er helemaal geen heerlijkheid van God in de schepping gelegen is, maar het is in ieder geval een tekort. En hoeveel je tekortkomt, maakt eigenlijk niet uit. Het is net als met een examen: als je een tekort hebt, dan ben je gezakt. Om dan te zeggen: "Ja, maar ik ben maar net gezakt", daar heb je niet veel aan. Gezakt is gezakt. Ze hebben een tekort; allen zondigden en allen hebben een tekort aan de heerlijkheid Gods. In de NBG-vertaling staat dat ze de heerlijkheid Gods 'derven', en dat is precies wat dat woord betekent: ze missen het, ze hebben er een tekort aan. Dat is het idee.
Maar lees dan verder, want dat is de beste boodschap. Dit is de waarheid en niemand kan daar iets aan af- of toedoen. Het is een gegeven: alle mensen zijn doelmissers. Alle mensen zitten in de put, of ze er nu diep in zitten of dat ze dat alleen nog maar zo voelen. Alle mensen zijn stervelingen. We leven wel, tussen aanhalingstekens, maar we hebben een tekort aan de heerlijkheid van God, want er komt een einde aan. We lopen allemaal met de dood in onze schoenen. Maar dan: allen zondigden en hebben een tekort aan de heerlijkheid van God, én allen worden om niet gerechtvaardigd in de genade van Hem, door de vrijkoping die in Christus Jezus is.
Daarmee stellen we opnieuw de geweldige rijkdom van dat Evangelie vast. Want er staat: allen hebben een tekort aan Gods heerlijkheid en worden om niet gerechtvaardigd. Om niet! Dat is dus gratis. Er staat bij: "in de genade van Hem", wat trouwens eigenlijk hetzelfde is. Want als het 'om niet' is, dan betekent dat dus dat het genade is. En dat betekent dat je er niks voor kunt doen, maar ook dat je er niks voor hóéft te doen. Dat is juist de essentie: je krijgt het. Men wordt om niet gerechtvaardigd in Zijn genade door de vrijkoping die in Christus Jezus is.
Hier zien we de waarheid: de prijs is betaald. Ik ben vanmorgen met u langs een heel aantal schriftplaatsen gegaan, en dat is geweldig, maar het heeft zoveel kanten en facetten. Het is net als met een schat of een diamant; er zitten allerlei kanten aan en je kunt het van alle kanten bezien. Niettemin is de waarheid heel simpel: één God, één middelaar, één prijs werd betaald voor iedereen. Het is genoeg. Daardoor wordt de mededeling aangekondigd en geheraald: de prijs is betaald. Dat is die vrijkoping die in Christus Jezus is.
Alle aandacht in heel de Schrift gaat van Gods wege uit naar Hem. In Hem is alles gerealiseerd, het is volbracht. Ga nou niet zeggen: "Ja, maar jij moet nog..." Nee, want op dat moment gaat het mis. Op het moment dat je gaat zeggen: "Ja, maar wij moeten toch ook nog wat doen", dan heb je 'genade ja maar' of 'genade plus'. Dan is het 'bijna' of 'zo goed als gratis'. Wat bizar is, want dat bestaat niet. Een beetje gratis bestaat niet. Ik zeg het wel eens vaker, het is simpel uit te leggen, maar we voelen het allemaal aan: een beetje gratis bestaat niet. Ja, in reclamefolders proberen ze je dat wijs te maken. Dan is iets weer gratis en je trapt er geheid weer in, maar dan blijkt altijd uit de kleine lettertjes: "Ja, je moet wel zus of zo." Daar had je dan net overheen gelezen. Je dácht dat het gratis was, maar dat was het niet.
En weet u wat de ellende is? Dat wat genade is en wat het Evangelie is, dat wordt alsnog weer verkocht door de christenheid of door de kerk. Ik wil niemand zeer doen, maar men probeert het weer te verkopen. Dan zegt men: "Nou, het is zo goed als gratis." Maar weet u, een beetje gratis bestaat niet; het is of gratis, of het is goedkoop. En dat is wat men er vaak van gemaakt heeft: men heeft het Evangelie goedkoop gemaakt. Je hoeft er 'bijna' niks voor te doen of 'bijna' niks voor te geven. Maar dat is net zo’n onzin als 'een beetje gratis'. Het is hetzelfde als 'een beetje zwanger'; dat bestaat niet. Het is zwart of wit, wel of niet. En zo is het ook met de waarheid die we horen: de prijs is betaald en de genade is om niet. We zijn gekocht en betaald. En ik geloof het. Ja.
UltimateGoodNews