bezinnen op bekeren
30-04-2023 - Geplaatst door Andre Piet30 april 2023, Benthuizen
Volgens Wikipedia betekent bekering het overgaan tot een (andere) godsdienst. Dat weerspiegelt ook het idee dat de meeste mensen hierover hebben. In deze studie willen dit begrip eens tegen het licht van de Schrift houden. Bezinnen… metanoia!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- De Algemene Opvatting Versus de Bijbelse Definitie
- Het Hebreeuwse 'teshuvah': een Letterlijke Terugkeer
- Israëls Belofte van Terugkeer en de Wederkomst
- Het Griekse 'epistrefo': Fysieke en Geestelijke Omkeer
- De Ommekeer van de Natiën van Afgoden tot God
- Het Griekse 'metanoia': Bezinnen als Vernieuwde Denkzin
- Bezinning en Omkering in de Prediking van Petrus en Paulus
- Handelen Naar Wat Je Weet, in Plaats van Wat Je Voelt
De Algemene Opvatting Versus de Bijbelse Definitie ↑ hoofdstukken
Wij gaan ons vanmorgen eens bezinnen. Op wat precies? Op bekeren. Ik had trouwens ook de titel iets kunnen veranderen — slechts één letter verschil — en dat had ook een goede zin opgeleverd, namelijk: 'bezinnen óf bekeren'. Met andere woorden: door die vraagstelling roep je de vraag op wat eigenlijk correct is. Daar komen we vanzelf later in deze studie, in deze toespraak, nog over te spreken.
Maar eerst eens dit. Als je in het algemeen zou rondvragen wat men bedoelt met de term bekering of het werkwoord bekeren, wat doe je dan? Dan kijk je in het woordenboek of, in dit geval, slaan we Wikipedia op. De internetencyclopedie zegt het volgende, en ik denk dat dit aardig reflecteert wat het algemene gevoel is bij het begrip bekering: "Bekering is het overgaan, of het doen overgaan, tot een andere godsdienst. Dit overgaan kan vanuit een vorige religie of vanuit agnosticisme — daar gaan we het zo meteen trouwens ook nog over hebben, tenminste over die term — of een atheïstische overtuiging. In sommige culturen, bijvoorbeeld in het jodendom, betekent bekering zowel lid worden van de etnische groep als de religie aannemen."
Het gaat mij vooral even om wat ik hier geel gearseerd heb: wat is bekering? Volgens deze definitie is het vooral een religieus geladen begrip waarbij je overgaat tot een godsdienst of tot een andere godsdienst. Als dat de betekenis zou zijn van het woord, dan valt er nog een heleboel te bezinnen. Dat is exact ook de reden waarom ik vanmorgen graag eens hierover door wil spreken. De vraagstelling is uiteraard altijd — we willen immers de Schrift openen: wat verstaat de Bijbel onder dat woord? Want laten we wel wezen: in onze gangbare vertalingen komt het woord ook heel dikwijls voor. Maar wat blijkt? Het is de weergave van allerlei verschillende woorden. Dat moeten we dus scherp zien te krijgen.
Laten we gewoon eerst maar eens terugkeren — ook in dit geval letterlijk — naar de Bijbel. Dat is één ding, maar laten we teruggaan naar het begin: naar de Hebreeuwse Bijbel, het Oude Testament.
Het Hebreeuwse 'teshuvah': een Letterlijke Terugkeer ↑ hoofdstukken
Het Hebreeuwse woord voor bekering – en een aantal van u kent dat denk ik wel – is 'teshoewah'. In dat woord teshoewah zit het stamwoord 'shoew'. Dat woord komt ontzettend vaak voor in wat wij het Oude Testament noemen: maar liefst 1132 keer. De betekenis van dat woord is simpelweg: terugkeren. Ik heb hier een afbeelding van een Hebreeuwse website waarop je precies ziet wat terugkeren is. Je ziet daar een pijltje dat een omkeer, of eigenlijk een terugkeer, uitbeeldt. Voor degenen die geen Hebreeuwse letters kennen: hier staat 'shoew'. Dat is het stamwoord en het betekent terugkeren. En dit is dan 'teshoewah', het zelfstandig naamwoord: de bekering.
De aardigheid is – en dat vond ik bij de Joodse beweging Chabad, sommigen van u kennen dat misschien wel; zij zijn erg actief met het verspreiden van kennis van het jodendom onder de natiën – zij merkten op dat het woord teshoewah ook op een andere manier gelezen kan worden als je het puur met Hebreeuwse ogen bekijkt. Het kan namelijk ook worden gelezen als 'de terugkeer van de Hé'. U moet weten dat de Hé de vijfde letter van het Hebreeuwse alfabet is. We kennen trouwens best wel wat Hebreeuwse letters. We kennen de Jod, de tiende letter, maar we kennen ook de Hé, bijvoorbeeld van een 'hijtje'. Een hijtje was van origine vijf stuivers, dus 5 x 5: een kwartje. In het Hebreeuws is een letter echter ook een getal. De vijfde letter staat voor de 5, zoals de tiende letter voor de 10 staat. De elfde letter staat trouwens alweer voor de 20, de twaalfde voor de 30, enzovoort. Dat brengt veel getallensymboliek met zich mee. Als je een Hebreeuws woord ziet, zie je daarin in feite ook een getal uitgebeeld; elk woord heeft een getalswaarde.
Maar dat niet alleen: die letters zijn feitelijk ook pictogrammen. De letters op zich zijn ook gewoon woorden. De vierde letter, de Dalet, is bijvoorbeeld een deur. De zesde letter, de Waw, is een haak. Maar de vijfde letter, de Hé, is een venster. Je ziet dat trouwens ook nog wel uitgebeeld in die heel oude pictogrammen. Wat er zo bijzonder is aan die letter – ook qua getalswaarde – kun je vragen aan Abram of aan Sarai, die op een beslissend moment in hun leven de Hé aan hun naam kregen toegevoegd. Eerst heette hij Abram en toen werd hij Abraham; hij kreeg die Hé aan zijn naam toegevoegd. Dat is een uitbeelding van genade en ook van perspectief: een geopend venster. We zongen er zojuist trouwens over: 'Dank u voor de geopende vensters'. Dat is namelijk wat het Woord altijd doet.
Om even terug te keren naar het onderwerp: teshoewah kan dus ook worden gelezen als de terugkeer van de Hé. De Hé? Dat is ook die uitspraak: 'Hé!', die je doet als je perspectief ziet en een ontdekking doet wanneer de vensters opengaan. Daarmee keert in feite ook de genade terug. Dat is teshoewah: de Hé komt weer terug, de genade is daar, het venster gaat open.
Dat was even een uitstapje, want ik wil verdergaan over het woord zelf. Het is altijd bijzonder: als je een woord onderzoekt in de Bijbel, pak je een concordantie, een trefwoordenregister. Je kijkt dan waar dat stamwoord 'shoew' overal voorkomt. De eerste vermelding is dikwijls, om niet te zeggen altijd, bepalend. Dat zet de toon. Zoals de Engelsen zeggen: 'The key hangs at the door'. De sleutel hangt bij de deur waar je binnenkomt. In dit geval is de plek waar je het begrip teshoewah of shoew voor het eerst binnenkomt, meteen de sleutel tot het verstaan ervan.
We komen dat voor het eerst tegen in Genesis 3 vers 19. Je leest daar over Adam en Eva die van de verboden vrucht hebben gegeten. Adam wordt dan iets aangezegd. Tegen Eva was al vermeld dat zij met smart kinderen zou baren. Daar zijn we deze week inderdaad aan herinnerd. Je zou de vraag kunnen stellen: 'Kan dat niet wat makkelijker?', maar het is een feit, hoe pijnlijk ook. Het is een 'gore inzetting' – een goddelijke inzetting – zoals het werd gezegd. Maar tegen Adam wordt gezegd: 'In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten'. Ik geef de vertalingen vanmorgen vooral weer vanuit de NBG '51; voor zover daar dingen over te melden zijn, ziet u dat vanzelf in de grondtekst die daaronder staat. Er staat achter: '...totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren'.
Hier wordt voor het eerst in de Schrift melding gemaakt van dat woordje 'shoew'. Het moet duidelijk zijn dat het hier niet gaat over bekering in de zin zoals wij dat meestal verstaan. Nee, dit is gewoon letterlijk een terugkeer. De hele context is misschien wat macaber, omdat er wordt gezegd dat wij uit de aardbodem genomen zijn en dat het lot van elk mensenkind is dat hij weer terugkeert tot die aardbodem. Dat is de 'circle of life', de cyclische gang: daar komen we uit voort en daar keren we ook weer naar terug. Waar het om gaat, is dat shoew een letterlijke terugkeer is. Je gaat eigenlijk weer terug naar af; dat is de betekenis van het woord.
Ik blader even verder en geef zomaar een aantal vermeldingen door die meteen licht werpen op wat het woord inhoudt. In Genesis 15 lezen we over Abram – hier was hij nog Abram. Hij wordt in slaap gebracht en terwijl hij slaapt, krijgt hij een geweldige belofte van God. Hem wordt aangezegd dat hij een zoon zou krijgen en dat vierhonderd jaar later het vierde geslacht vanaf dan gerekend zou terugkeren naar het land. Er wordt trouwens ook bij gezegd dat zij in Egypte in slavernij terecht zouden komen. Maar God voorzegt aan Abraham dat hij een kind zou krijgen, al zou dat trouwens nog tientallen jaren duren: de beloofde zoon.
Wanneer die zoon zou komen, zou het nog een hele tijd duren voordat het nageslacht van Abram daadwerkelijk in het land terecht zou komen. Dat zou nog een heel zware zwangerschap zijn. Die hele periode in Egypte was een zwangerschap. Ik blijf maar een beetje in die terminologie; dit is trouwens vrije associatie, want ik heb hier bij de voorbereiding helemaal niet aan gedacht. Maar het is wel heel opmerkelijk dat Egypte zwanger was; zij vervulde de moederfunctie. En toen het volk Israël geboren werd en uit Egypte voortkwam, braken de wateren. Dat is immers een verlossingsterm. Toen werd inderdaad de natie Israël geboren. Er wordt gezegd: 'het vierde geslacht', en dat kun je gewoon echt allemaal natrekken.
Het is exact gegaan zoals God dat voorzegd heeft. Wat ik zo mooi vind, is dat God dat aankondigt met precisie. En Hij voorspelt niet – ik word niet moe om dat altijd te herhalen – God voorspelt niet. Dat doen waarzeggers; die kijken in een glazen bol, naar de wolken of naar statistieken. Resultaten uit het verleden behaald... ja, maar kijk uit.
God voorzegt echter: het vierde geslacht zal hierheen wederkeren. Dat wil zeggen: terugkeren naar het land. Er wordt trouwens ook bij gezegd waarom dat zo is: want eerder is de maat van de ongerechtigheid van de Amorieten niet vol. Dat is in ieder geval één van de motieven. In feite was het zo dat de Amorieten het land uit moesten, maar daarvoor moest eerst de maat van ongerechtigheid bereikt worden. Gewoon dat de maat vol was, zoals wij dat ook zeggen. Dan is de maat vol en dan moet het land ook schoongeveegd worden.
God heeft geduld. Pas in het derde en het vierde geslacht, zo lees je ook in de woorden van Exodus 20, zal Hij de ongerechtigheid van de vaderen bezoeken. Ik ga dat nu niet verder toelichten, maar het is wel heel boeiend. Ook hier dus weer: teshoewah. Dat is letterlijk een terugkeren. Dit is feitelijk wat er bedoeld wordt als je vast wilt houden aan dat woordje 'bekering'. Daar heb ik op zich niet zoveel moeite mee, want in het woord 'bekeren' zit inderdaad ook dat 'keren', die omslag. Dan wil ik tenslotte nog een schriftplaats noemen.
Israëls Belofte van Terugkeer en de Wederkomst ↑ hoofdstukken
En dat brengt ons bij Deuteronomium 30. Daar staat Israël op het punt om het land binnen te trekken en dan doet God bij monde van Mozes een aantal aanzeggingen. Hij zegt dan al – moet je nagaan, ze moesten het land nog binnentrekken – dat er een moment zal komen dat jullie ook weer verdreven zullen worden uit het land, omdat jullie Mijn Woord verlaten. Maar, zegt Hij, ook dat heeft weer een 'totdat'. Want er komt een moment dat jullie je dan ook weer zullen bekeren.
Luister naar vers 2. Ik lees weer vanuit de NBG-vertaling: "En wanneer gij u dan tot de HERE, uw God, bekeert..." – terugkeert dus. De Israëlieten keren van harte terug naar JAHWEH, hun God. Er staat namelijk bij: "...en naar Zijn stem luistert overeenkomstig alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel." Het is niet alleen voorwaardelijk; het is ook gewoon een aanzegging: zo zal het gaan. De Israëlieten keren terug. Hier zie je trouwens dat terugkeren niet alleen maar een fysiek gebeuren is, in de zin van: je was op een bepaalde plaats en je gaat terug naar de plek van oorsprong. In dit geval is het ook een terugkeer van het hart. Jullie keren weer terug naar jullie God.
Dat woord teshoewah is echt een Hebreeuws begrip met een heel specifieke betekenis, juist voor Israël. Israël is geroepen door God; als natie zijn zij door God voorbestemd. God heeft aan hen Zijn Woord gegeven en zij worden ook opgeroepen om terug te keren. Dat lees je niet over de natiën. Israël was bij haar God en kende Zijn woorden, en zij worden dan ook opgeroepen om, als zij dat Woord verlaten hebben, weer terug te keren naar hun God. Maar dat veronderstelt dus dat ze ooit bij God waren, dat ze Zijn Woord kenden en dat ze in Zijn wegen wandelden. Dan zie je dus dat terugkeer een begrip is dat echt past bij Israël en bij de positie die zij heeft gekregen.
Ik lees even verder in ditzelfde gedeelte, Deuteronomium 30 vers 3: "...dan zal de HERE, uw God, in uw lot een keer brengen en Zich over u erbarmen." Hier wordt het misschien iets anders weergegeven, maar hier staat exact hetzelfde woord als in het voorgaande vers; er wordt weer dat stamwoord shoew gebruikt: terugkeren. Dan zal de HERE God 'in uw lot een keer brengen'. Letterlijk staat er: terugkeren uit de gevangenschap of uit de ballingschap. Ze zouden namelijk verstrooid worden onder de natiën en dan zouden ze vanuit die natiën van harte terugkeren naar hun God. En dan zou God hen weer doen terugkeren naar het land. Ook dat is een terugkeer. Dat is het woord dat de betekenis het beste en meest accuraat beschrijft.
In die zin ben ik... nou ja, 'allergisch' is een groot woord, maar met dat woord 'bekering' is wat aan de hand. Als je het goed begrijpt en gebruikt, dan is er niks mis mee, maar het woord is eigenlijk zo besmet. Het heeft een bepaalde klank gekregen in het begrip van de mensen, wat feitelijk onbegrip is. En daar moet je je dus op bezinnen; dat is waar we nu eigenlijk mee bezig zijn. Het is dus letterlijk een 'keer brengen in het lot', een terugkeren uit de natiën. Dat heet trouwens ook in het huidige jodendom, onder Joodse mensen en onder het volk van Israël, inderdaad de teshoewah: de terugkeer vanuit de diaspora, vanuit de verstrooiing, weer naar het land dat God hen heeft gegeven. Dat is een terugkeer. Daar waren ze namelijk ooit, en als je dus weer terugkeert, dan ben je weer daar waar je op de plek van je bestemming hoort te zijn.
En Hij zal u weer bijeenbrengen, zo lees ik verder in ditzelfde vers: "...uit al de volkeren, naar wier gebied de HERE, uw God, u verstrooid heeft." Dat wordt dus al van tevoren gezegd: Hij zal je, als je verstrooid bent uit het land, ook weer doen terugkeren. Maar nu ga ik nog iets zeggen. Er staat namelijk letterlijk iets anders. Als je de kanttekeningen van de Statenvertaling erop naslaat, dan word je er ook op geattendeerd dat er letterlijk staat: "En Hij zal terugkeren en jullie bijeenbrengen." Niet: "Hij zal u weer bijeenbrengen", nee: "Hij zal terugkeren en jullie bijeenbrengen." Wat dacht je daarvan? Dat is ook teshoewah.
Eerst wordt er dus gesproken over: jullie zullen je van harte bekeren, dat wil zeggen van harte terugkeren naar God. Dan vervolgens: Hij zal jullie doen terugkeren naar het land. En er staat ook bij: Hij zal terugkeren en jullie bijeenbrengen. Dat wil zeggen dat de HERE, jullie God, Zelf terugkeert. Dat is met recht een wederkomst. Als ik het zo zeg, dan heb je het eigenlijk direct uitgelegd, want dan zie je precies wanneer deze dingen uit Deuteronomium 30 vervuld worden, namelijk als de HERE terugkeert tot Zijn volk. Dat zal inderdaad zijn bij de gelegenheid wanneer Hij vanuit de hemel weer Zijn volk bezoekt. En dat is een wederkeer, een terugkeer. Het is allemaal teshoewah.
Ik weet dat ik nu misschien wel heel erg kort ben over dit begrip, terwijl het zo ongelooflijk vaak voorkomt. Maar ik heb u in ieder geval hopelijk genoeg duidelijk gemaakt dat het stamwoord shoew letterlijk een terugkeer is, in welke zin dan ook. Of het nu een hartelijke terugkeer is, een terugkeer naar de plek van oorsprong, of een terugkeer van God Zelf: linksom of rechtsom, het is inderdaad een terugkeer.
Het Griekse 'epistrefo': Fysieke en Geestelijke Omkeer ↑ hoofdstukken
We gaan nu naar het Nieuwe Testament en dan komen we bij het woordje omkeren. Ons Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel, is uiteraard geschreven in het Hebreeuws; zo is dat tot ons gekomen. Ons Nieuwe Testament is echter geschreven in het Grieks. Maar ook het Grieks heeft uiteraard een woord hiervoor, en dat is letterlijk 'omkeren', het Griekse woord epistrefo. Dat zeg ik niet om interessant te doen, maar gewoon om het eventjes uit elkaar te halen. Dat woordje epistrefo is eigenlijk 'op-keren'. Dat strefo wordt soms met een voorzetsel gebruikt en soms zonder — laten we het niet te ingewikkeld maken — maar het is in ieder geval keren of omkeren.
Dit is van belang in de Septuagint. LXX betekent 'de zeventig', de Septuagint. Dat is de Griekse vertaling van het Oude Testament. U moet zich realiseren dat ook in de dagen dat het Nieuwe Testament geschreven werd, de meeste Israëlieten niet in, maar buiten het land leefden. Dat is nu feitelijk ook zo, maar dat was toen ook al het geval. Velen van hen beheersten hun oorspronkelijke taal, het Hebreeuws, niet echt meer. Zij hadden toentertijd dus een Griekse vertaling nodig van hun Hebreeuwse Bijbel, en dat is de Septuagint. Welnu, in de Septuagint wordt het stamwoord shuv (of teshoewah) vertaald met dat epistrefo. Het is wat kort door de bocht, want er zitten nog wat nuances aan, maar dit is de algemene gedachte: het woord shuv wordt weergegeven met epistrefo. Zodoende krijg je eigenlijk de gedachte dat het één Hebreeuws is en het ander Grieks, maar dat het feitelijk hetzelfde is, omdat in de omzetting het ene woord gewoon voor het andere geldt.
Toch moet ik op één subtiel verschil wijzen: een omkeer en een terugkeer zijn natuurlijk niet helemaal hetzelfde. Een omkeer wil zeggen dat je omdraait, terwijl een terugkeer wil zeggen dat je gaat naar de plaats waar je vandaan komt. Dat kan ongeveer hetzelfde zijn, want als je omkeert, ga je vaak weer terug, maar dat hoeft niet. Ik kan me immers omdraaien zonder dat ik van de ene plek naar de andere plek ga. In beide gevallen spreek je over een 'keer', een ommekeer. Laat ik het zo zeggen: een terugkeer is altijd een ommekeer, maar een ommekeer is niet altijd een terugkeer. Het is een beetje onder hetzelfde motto als de mus: een mus is een vogel, maar een vogel is niet altijd een mus. In feite is dat epistrefo dus een wat breder woord.
Waarom zeg ik dit? Omdat het toch van belang is voor ons verstaan. Ook dat wil ik illustreren. In de eerste plaats kan 'teruggekeerd' ook nog de betekenis hebben van het herstel naar een oorspronkelijke toestand, nietwaar? Dan zeg je bijvoorbeeld: "de rust is weer gekeerd" of "teruggekeerd". Dat betekent dat de toestand die er was, nu weer is hersteld. Maar goed, epistrefo is natuurlijk letterlijk een omkeren, zoals je een dubbeltje omkeert. Sommige mensen hebben daar heel veel verstand van — of in ieder geval staan Nederlanders er algemeen om bekend: die keren elk dubbeltje om. Oké, dat kan heel letterlijk zo zijn. Dat woordje epistrefo komt vaak voor en ik geef daar graag een paar concrete voorbeelden van.
Je leest bijvoorbeeld de bekende geschiedenis dat de Here Jezus op weg gaat naar het dochtertje van Jaïrus. Dat meisje was twaalf jaar oud. Er komt dan een vrouw uit de mensenmassa naar Hem toe die al twaalf jaar aan bloedvloeiingen leed. Dan lees je dat zij de kwast van Zijn kleed aanraakt — Zijn tzitzit, die gebedskwast. En dan staat er in Marcus 5 vers 30: "En Jezus bemerkte terstond bij Zichzelf de kracht die van Hem uitgegaan was, en Hij keerde Zich om in de schare en zei: Wie heeft Mij aangeraakt?" Wat voor de omstanders een bizarre vraag was, want Hij werd door iedereen verdrongen; iedereen raakte Hem zo ongeveer aan. Maar dit was een heel bijzondere aanraking en Jezus merkt dat op. Het gaat mij hier echter om dat woordje epistrefo. Dit is hier dus letterlijk omdraaien, letterlijk omkeren. Is dit een 'bekering'? Zo zouden wij dat niet noemen. Dit is geen bekering, dit is gewoon een omkeer, een omdraaien voor mijn part, maar in ieder geval is dat wat er letterlijk staat.
Je leest in Johannes 21 nog een voorbeeld daarvan, bij die maaltijd bij het meer van Kinneret. Petrus wordt daar in ere hersteld te midden van zijn collega-discipelen. Dan lees je in vers 20: "Petrus keerde zich om en zag de discipel volgen die Jezus liefhad." Dat was Johannes. Ook hier weer: hij keerde zich om. Het is bijna filmisch beschreven: zo ging het, hij keerde zich om. En ook hier geldt weer dat het uiteraard geen 'bekering' is, maar het is wel een omkeer. Daar gaat het over.
Meestal wordt het woord echter overdrachtelijker gebruikt. Het is dan inderdaad een echte omkeer, maar dan niet zozeer in de fysieke zin van het woord. Je kunt namelijk ook mentaal omkeren, inwendig. Dat wil ik u ook laten zien in 2 Korinthe 3. Daar heeft Paulus het over het oude verbond en het nieuwe verbond. Paulus zegt daar: "Maar tot vandaag, als Mozes wordt voorgelezen..." Mozes staat hier gewoon voor de Torah, de boeken van Mozes. "...ligt er een bedekking op hun hart." Dat wil zeggen: ze begrijpen het niet. En dat vind ik trouwens een heftige uitspraak hoor, als je er goed over nadetkt. Want het is toch een volk dat zich zo intensief bezighoudt met de wet en de bestudering daarvan; ze zijn er altijd mee aan de slag. En dan zegt niet de eerste de beste — dit zegt iemand die door de wol geverfd was in het Joodse gedachtegoed, hij wist waar hij het over had — hij zegt: ze begrijpen het niet. En dat is niet omdat ze niet intelligent genoeg zijn. Dat weten we allemaal, want als er één volk is dat een reputatie heeft juist wel intelligent te zijn, dan zijn zij het wel. Nee, het komt omdat er een bedekking op hun hart ligt.
Die bedekking moet worden weggenomen. De Bijbel spreekt in dit verband ook over de besnijdenis van het hart; dan wordt de 'voorhuid' van het hart weggenomen, dat is die bedekking. Men houdt zich wel bezig met de wet, met Mozes, maar men begrijpt het niet. Dan staat erbij dat die bedekking ook maar op één manier wordt weggenomen, en dat is wanneer men zicht krijgt op de eigen Messias. Als ze dat zien, ja, dan wordt de bedekking weggenomen. Dat legt Paulus allemaal uit in dit gedeelte. En nu komt het: "Zodra het echter zal omkeren naar de Heer, wordt de bedekking weggenomen." Hier wordt weer dat woordje epistrefo gebruikt. Wat hier in feite gezegd wordt, is individueel vandaag al zo: op het moment dat een Jood Mozes leest en hij komt tot ontdekking — de bedekking wordt weggenomen door de Messias — ja, dan ga je ook Mozes begrijpen. Alles wat daarin staat, wordt ineens duidelijk omdat de hele symboliek, de achtergrond, de allegorieën en de diepgang van Mozes en al die boeken dan glashelder worden. Wat een Godswonder gaat er plaatsvinden straks als dat ook nationaal gaat gebeuren!
Als heel Israël inderdaad tot inzicht komt van haar Messias en ze dan hun eigen boeken gaan bestuderen, waar ze altijd zo intensief mee bezig zijn geweest, dan zal de bedekking worden weggenomen. Reken maar dat er straks nog geweldige dingen aan het licht gaan komen, en dat zullen ze dan ook onder de volkeren gaan verspreiden. Dan keren ze weer terug naar hun oorspronkelijke bedoeling. Dat wil zeggen: dan zal vervuld worden waarvoor ze destijds bestemd zijn.
Hier wordt dat dus epistrepho genoemd. In het Grieks is dat de vertaling van wat in het Hebreeuws de teshoewah zou zijn. Eigenlijk is die omkeer hier dus ook inderdaad een terugkeer, omdat het over Israël gaat. Maar het woordje omkeer wordt hier gebruikt. Het is een geweldige gedachte, want dit is in feite ook een profetie. Als het volk inderdaad ook nationaal zal terugkeren naar de Heer...
De Heer, oftewel God, zal hun ogen openen. In feite is dat ook al het wegnemen van de bedekking, toch? Als je ogen opengaan, dan wordt de bedekking van je ogen weggenomen. Vorige week heb ik trouwens een lezing mogen geven in Zeewolde en dat had als thema: ‘Als God ogen opent’. Daar lees je ook over in bijvoorbeeld Jesaja, dat God zegt dat Hij hen geen ogen heeft gegeven om te zien en geen oren om te horen, zodat hun hart het niet zou verstaan en ze zich niet zouden bekeren.
Inderdaad, weet dat dit in de zware ‘Revo-hoek’ – als ik het even oneerbiedig mag zeggen – verschrikkelijk misplaatst wordt uitgelegd. Maar de waarheid op zich, dat God het is die de ogen opent, is zo Bijbels als het maar kan. Want als Hij de ogen niet opent, dan komt er van die ommekeer echt nooit wat terecht. Dat moet Hij doen. Als u zegt dat u dat heel zwaar vindt klinken, dan zeg ik: dank u wel. Ik vind het niet zwaar, ik vind het ergens juist licht. Ja, licht in alle opzichten.
Er is een subtiel verschil tussen omkeer en terugkeren. Israël keert terug.
De Ommekeer van de Natiën van Afgoden tot God ↑ hoofdstukken
Maar nu even een vraag. Ik heb wel eens de bewering gehoord: "Ja, Israël keert terug, maar voor de natiën, de gelovigen uit de heidenen, wordt geen bekering gepredikt." Als je het zo zegt, klopt dat niet helemaal. Of eigenlijk helemaal niet, afhankelijk van hoe zwaar je het wilt aanzetten. Want dat woordje epistrepho, die ommekeer, wordt niet alleen gebruikt in verband met Israël, maar ook in verband met de natiën.
Want weliswaar hoeven de natiën niet – en kunnen ze zelfs niet eens en worden ze ook niet geacht – terug te keren. Nee, want Israël was bij God en de natiën waren juist verder daarvandaan. Maar ze zouden zich wel ómkeren. En die waarheid vind je op allerlei plaatsen in de brieven. Ik wil een paar voorbeelden geven. Dit is trouwens niet uit de brieven, maar uit Handelingen 15. Daar lees je dat Paulus en Barnabas... nee, niet Barnabas, maar in ieder geval Paulus... zij reisden door Fenicië en Samaria en verblijden met hun verhaal van de bekering der heidenen al de broeders met grote blijdschap. Dit is ook weer uit de NBG-vertaling. Hier wordt gesproken over Paulus die door Fenicië naar Samaria trekt en daar iets vertelt. En wat vertelt hij dan? Wel, hij spreekt van de letterlijke omkering van de natiën. Dat wil zeggen: er waren velen onder de natiën die zich hadden omgekeerd. En ja, toen de broeders dat vernamen daar in Samaria en Fenicië, werden ze daar heel erg blij van. Dit is wel opmerkelijk, want hier wordt dus over ommekeer gesproken in verband met de natiën. Terugkeer heeft inderdaad te maken met Israël, maar ommekeer is in feite universeel.
Ik heb er nog één: 1 Thessalonika 1. Daar staat in het laatste vers, of het voorlaatste vers van dat eerste hoofdstuk, iets over de gelovigen in Thessalonika, het huidige Thessaloniki. Daar was een enorme roep uitgegaan van die gelovigen die Paulus nu aanschrijft. Hij zegt: "Zelfs de mensen daar verhalen allemaal over wat er met jullie gebeurd is." Diezelfde verhalen komen tot ons: hoe jullie je van de afgoden tot God bekeerd hebben, om de levende en waarachtige God te dienen. Nou, hier wordt weer het woordje epistrepho gebruikt. Ook hier is dus sprake van een omkeren. En dat is hier ook heel letterlijk: een omkeren naar de God toe. Ziet u trouwens dat zij zich omkeren naar dé God toe? Dit is letterlijk ook een omdraaier. Waarom? Omdat ze namelijk gericht waren op de afgoden, de goden onder de volkeren. Dáár was men op gericht. En door het woord dat Paulus hen had gepredikt, waren ze omgedraaid tot de God. Dat is met recht een totale innerlijke omkeer. Je krijgt dus deze gedachte: men was gericht op de afgoden en dan draaien ze zich om. Een ommekeer tot de God, namelijk de Ene. Dat is letterlijk een ommekeer. Nou, ik had het al aangekondigd in de titel.
Het Griekse 'metanoia': Bezinnen als Vernieuwde Denkzin ↑ hoofdstukken
Er is nog een woord dat beslist nog aan de orde moet komen, en dat is het woord bezinnen. Waarom neem ik dat erbij? Wel, omdat dit eigenlijke woord meestal in de vertalingen wordt weergegeven met bekeren. Laten we eens naar het Grieks kijken. Het Griekse woord voor bezinning is metanoia. Als ik dat even puntsgewijs weergeef: we hebben metanoia als zelfstandig naamwoord — de bezinning — maar ook bezinnen als werkwoord komt in totaal 57 keer voor in ons Nieuwe Testament.
Letterlijk betekent metanoia: meta is een voorzetsel dat 'met', 'na' of 'om' betekent, en noia heeft te maken met de denkzin. We kennen dat principe allemaal nog wel van het woord paranoia. Als je paranoia bent, dan zit je denkzin er letterlijk naast. Waar is je denkzin dan? Nou, niet hier, maar die is ernaast, en dan ben je dus paranoia. In het woord metanoia staat die denkzin centraal.
Ik vind het een heel kwalijke zaak dat in de gangbare vertalingen — ik heb het dan over de NBG-vertaling en de Statenvertaling, maar in het Engels en Duits is het in feite hetzelfde verhaal — dit woord wordt weergegeven met bekeren. Dat is volkomen ten onrechte en soms zelfs onmogelijk. Ook dat wil ik laten zien, want dan krijg je situaties die eigenlijk haast lachwekkend zijn. Hoe redden de vertalers zich hier in vredesnaam uit? Nou, niet dus.
Kijk waarom bekeren hier niet past. Wat ik eerder vertelde over terugkeer of ommekeer, dat is letterlijk een omkering. Maar dit woord metanoia, en het werkwoord daarvan, heeft te maken met de denkzin. Daar zit niet de gedachte in van een ommekeer of een terugkeer, maar het wil zeggen: je denkt, en je denkt óm. Oké, ik begrijp waarom men zegt: "Ja, maar dat betekent dus ook dat er een ommekeer in je denken is." Jawel, maar het heeft wezenlijk te maken met bezinnen. Juist dat woord 'denkzin' is essentieel.
Ik zal een aantal voorbeelden geven. Ik zei al dat juist dit woord in ons Nieuwe Testament vaak wordt weergegeven met bekeren of bekering. Er staat in Mattheüs 4 vers 17, nog aan het begin van Jezus' bediening: "Van toen af aan begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen." Maar hier staat weer: "Bezin je!" Heeft dat dan niks met bekeren of terugkeren of een ommekeer te maken? Jawel, dat ontken ik niet, maar het is een ander woord. Het heeft te maken met "bezin je".
Dat bezinnen zal ik ook laten zien, en dat is in feite hier al het geval. Bezinnen is altijd het gevolg van het feit dat je iets vertelt wat nieuw is, of wat men vergeten was. Je wist het niet of je wist het niet meer; je was er in ieder geval onbekend mee. Dat is belangrijk. Op het moment dat je iets vertelt wat de ander niet wist, dan kan de ander gaan bezinnen. Dat is hier ook het geval, want wat predikt Jezus? Dat lees je in het overzicht daarvoor al: "Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen." Dat wist men blijkbaar niet. Of nou ja, laat ik het goed zeggen: het wordt verteld en het wordt ook onderbouwd. Het is nabijgekomen, de tijd is vervuld, de termijn is verstreken. Dat wat de profeten hebben aangekondigd, dat gaat nu gebeuren, in overeenstemming met de profetie. Daniël had immers al gesproken over de zeventig jaarweken, et cetera. Men had het in feite dus kunnen weten. Wat Jezus dan doet, is dat Hij zegt: "Bezin je, want de tijd is vervuld en het Koninkrijk is nabijgekomen." Er wordt hun iets verteld waar ze onwetend over waren. Op het moment dat je dat te horen krijgt, zeg je: "Denk daar eens goed over na." Want dat is wat bezinnen is.
Je leest dat Johannes de Doper dat ook in feite aankondigde. Paulus zegt dat ook als hij in Handelingen 13 daarop terugkomt. Als hij in Antiochië is, heeft hij het over de doop van Johannes en zegt hij: "Nadat Johannes eerst aan het gehele volk Israël een doop van bekering gepredikt had." Zo staat er dan in onze NBG-vertaling. Maar eigenlijk staat ook hier weer: een doop van bezinning. Hij heeft daar aan het volk van Israël verteld: "Laat je nu dopen." Dat was ook al heel uitzonderlijk nieuw voor hen. Maar het was ook met de betekenis: "Bezin je op wat ik vertel." Het ging om dingen waar ze niet van op de hoogte waren, waar ze geen weet van hadden. En het gevolg is dan heel logisch. Op het moment dat ik u iets vertel wat u niet wist en wat heel belangrijk is, wat zeg ik dan? "Denk daar eens over na. Bezin je." Zo logisch is het. Het is dus niet de religieuze lading van "bekeer je" of "ga over naar een andere godsdienst" of "word lid van een kerk". Nee! Het is: bezin je. Maar dat betekent dus dat je iets verteld wordt wat je niet wist. Handelingen 3 is daar ook een mooi voorbeeld van.
Bezinning en Omkering in de Prediking van Petrus en Paulus ↑ hoofdstukken
Ik zei zojuist al dat woord bezinnen. Dat is essentieel. Waarom? Want op het moment dat je het vertaalt met 'bekering', dan kun je in grote problemen komen. Dat is een aantal keren het geval en ik vind het komisch. Dat is ook hier in Handelingen 3 het geval, waar die beide woorden ineens naast elkaar gebruikt worden. Want wat doe je dan als vertaler? Je hebt het woordje omkeren – dat epistrepho waar we het over hadden – en nu wordt daar ook het woordje metanoia gebruikt in één zinsnede. Als je dat ook weergeeft met 'bekeren', dan heb je twee totaal verschillende woorden. Wat doe je dan als vertaler? Ook weer weergeven met 'bekeren'? Dat jullie je 'bekeren en bekeren'? Dat is toch onwaarschijnlijk? Nee, nou ja, dan krijg je dit.
In de NBG-vertaling staat dan: 'Kom dan tot berauw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen voor het aangezicht des Heren.' Dit is de toespraak die Petrus hield op het tempelplein, vlak na Pinksterdag. Hij maakt aan hen bekend dat God de Jezus die zij enkele maanden eerder hadden gekruisigd, uit de doden heeft opgewekt. Wij zijn daar zelf getuigen van, met vele anderen, zegt hij. En dan zegt hij: 'Kom dan tot...' Ja, 'berouw' staat er dan. Maar dat staat er niet. In één zin worden daar metanoia en epistrepho gebruikt. Dus: kom tot bezinning en omkering. In die volgorde trouwens.
De vertalers hebben van metanoia heel vaak 'berouw' gemaakt, maar dat is het niet. Ik zeg niet dat we er niets mee te maken hebben, want natuurlijk hadden ze hun eigen Messias gedood en werden ze in hun hart en geweten geraakt. Maar dat neemt niet weg dat het woord dat gebruikt wordt, bezinnen is. Jullie moeten weten dat Hij die door God is opgewekt, door jullie een paar maanden geleden is vermoord. Vandaar ook die oproep tot bezinning. Dat is geen berouw. Berouw heeft vooral te maken met gevoel, terwijl het nu juist bij het woordje metanoia niet om gevoel, maar om de denkzin gaat. Nogmaals, niet omdat dat geen gevolgen heeft voor het gevoel. Als je je echt realiseert wat er gebeurd is en je bezint je, dan raakt dat je uiteraard. Maar waar het mij om gaat, is dat het in de eerste plaats te maken heeft met de denkzin.
Let ook op de volgorde: het is eerst bezinnen en daarna de ommekeer. Ook dat is heel logisch. Want op het moment dat je iets hoort wat je niet wist en je krijgt dat vervolgens tot je, dan is het eerste wat je geacht wordt te doen je daarop te bezinnen. Als gevolg daarvan ga je omkeren. Logisch toch?
Ik heb er nog een: Handelingen 17. Dat gaat over Paulus. We waren zojuist op het tempelplein bij Petrus, die de mannenbroeders van zijn eigen volk Israël aanspreekt. Hier is Paulus in Athene en dan zegt hij: 'God, u weet het...' Hij had daar een sokkel gezien. Er stonden er daar heel veel, maar op een gegeven moment komt hij een lege sokkel tegen, gewoon een voetstuk zonder iets erop. Daar staat op met de inscriptie: 'Aan de onbekende God'. Met andere woorden: we hebben zoveel goden, maar we hebben er wellicht ook nog één vergeten. Dit standbeeld, of dit lege voetstuk, is gewijd aan de onbekende God. Paulus houdt daar een geweldige toespraak. Hij zegt: 'Die God die jullie niet kennen, die predik ik jullie.' Geweldig hè?
En dan zegt hij dat dit de God is die hemel en aarde gemaakt heeft. De God die niets nodig heeft, want in Hem leven wij allen en bewegen wij ons. Dat is de God die leven en adem en alles geeft. Dat is de God. De God. Maar die kenden ze inderdaad niet. Ze hadden zoveel goden, maar dé God kenden ze niet. En dan zegt vers 30: 'God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden der onwetendheid, heden aan de mensen dat ze allen overal tot bekering moeten komen.' Nee, net niet. Laten we ons er even op bezinnen. Dan staat hier weer dat woordje metanoia: dat ze tot bezinning zouden komen.
En nu moet u nog iets weten. Ik had het over dat woordje agnosticisme aan het begin in een van de eerste dia's. Hier staat het woordje onwetendheid en dat is in het Grieks agnoia. U ziet hem hier: agnoia. Dat '-noia' heeft weer te maken met weten of denken. Je hebt 'paranoia' – de denkzin is ernaast – en je hebt agnoia. De 'a-' wil zeggen dat de wetenschap ontbreekt; je hebt die wetenschap niet. Paulus zegt nu: jullie waren onwetend, en nu verkondigt God, met voorbijzien van al die tijden van onwetendheid – jullie wisten dit niet, maar ik vertel het jullie nu – dat alle mensen overal tot bezinning zouden komen. Ook hier weer: hen was iets onbekend en nu vertelt Paulus hen van dé God die zij niet kenden. Wat is dan de logische consequentie? Dat je tot bezinning komt.
Laat ik u dit vertellen: de God die hier door Paulus gepredikt wordt in Athene, dat is nog steeds de onbekende God. De God die almachtig is, die Zijn hele schepping omspant en die nooit mistast. Dat is nog steeds de onbekende God. En wat moet je doen? Vertel mensen maar van die God. En wat zeg je dan? 'Je moet je bekeren'? Nee. Je vertelt over wat ze niet wisten en dan zeg je: 'Denk daar eens over na.' En zie dat niet alleen als een aanbeveling. Er staat letterlijk dat alle mensen overal, ongeacht wie en ongeacht waar, zich zouden bezinnen nadat ze geconfronteerd zijn met de God die ze voorheen niet kenden.
Handelen Naar Wat Je Weet, in Plaats van Wat Je Voelt ↑ hoofdstukken
Nou, dan heb ik er nog één. Dat is de laatste. In Handelingen 26 staat Paulus voor Agrippa. Daar moet hij zich verantwoorden nadat hij bij de stadhouders Felix en Festus geweest was. Festus was er nog steeds bij. En dan gaat Paulus echt van wal en blikt hij ook terug op wat hij tot dusver had gedaan. Hij zegt: "Ik heb eerst hen die te Damaskus waren en te Jeruzalem, en in het hele Joodse land, en de heidenen – eigenlijk de natiën, dus gewoon iedereen zonder onderscheid – verkondigd dat zij..." En dan heb je het weer. Hier heb je exact hetzelfde verhaal als in Handelingen 3 vers 19, namelijk weer die twee woorden metanoia en epistrepho in één zin. En hier vallen de vertalers echt door de mand als ze het ene met 'bekering' weergeven en het andere woord ook met 'bekering', want dat kan niet. Hoe hebben ze dat gecamoufleerd? Door in dit geval metanoia weer te geven met 'berauw'. Als je dat niet weet, dan valt het niet op. Daarom vertel ik het u ook. En daarom zeg ik ook: als je het weet, dan moet je erop gaan bezinnen.
Dat zij niet met berauw... Ook dit is trouwens heel erg – ik had het net over de reformatorische wereld – maar is dat ook begrepen? Het is een heel eigen leven gaan leiden. Men zegt: je moet berauw hebben, een waarachtige bekering, en dan moet je berauw hebben van je zonden. Daarbij bedoelt men dus meer dan spijt. Spijt wil nog zeggen dat je het jammer vindt dat het gebeurd is, maar dat is vooral ook nog egoïstisch: "Als ik dat geweten had, want nu zit ik met de gebakken peren." Bij spijt ben je feitelijk nog gewoon je eigen hachje aan het verdedigen. Maar berauw wil zeggen dat het je raakt, of dat je ontsteld bent over het feit wat je de ander hebt aangedaan. Dat is berauw. Dus spijt en berauw zijn niet helemaal hetzelfde.
Maar even terug naar die reformatorische wereld: ben je waarachtig bekeerd, dan moet je ook berauw hebben, en hoe diep heb je dat dan gevoeld? Dan moet je heel diep gaan. Ik zeg het nu zo, maar dit is echt doodserieus voor hele bevolkingsgroepen waar dat er zo in gehamerd wordt. Het is allemaal gebaseerd op dat woordje 'berauw'. Maar het punt is: de Bijbel kent dat in die zin niet. De Schrift spreekt over bezinnen. Kom tot bezinning en weet wie die God is. Dat is wat Paulus aan de natiën vertelt en in het Joodse land vertelt hij in feite hetzelfde, maar dan vooral met dat wat zij vanuit de Schrift ook wisten.
Nou, hier ook weer: bezinnen en omkeren naar de God. En vervolgens ook werken doen met hun berouw... nee, met hun bezinning in overeenstemming. Dus werken in overeenstemming met het nieuwe denken. Wat er gebeurt, is dat God dan dingen gaat uitwerken. En dat niet alleen. Er blijkt nog iets trouwens: de mens wordt geacht te doen. Dat is wat altijd weer in de brieven doorklinkt. De mens wordt geacht te doen, te handelen, te werken – hoe je het ook maar omschrijft, de praktijk dus – in overeenstemming met wat hij weet. Niet met gevoel. Een mens zou niet moeten doen wat hij voelt, maar wat hij weet. Nou, dan moet je het natuurlijk wel weten: wie de God is.
Als je eenmaal weet hoe het zit... Dat is waartoe Paulus in zijn brieven, en trouwens in het algemeen in de Bijbel, oproept: namelijk te handelen naar wat je weet, niet naar wat je wilt. Ik kan het niet nalaten om het toch nog eventjes te zeggen, maar dat is het gif van vandaag. Ik vind het echt gif wat overal doorzijpelt: "Je bent wie je voelt." Het is verschrikkelijke bullshit – nou, dan zeg ik het bij deze maar. Het is niet waar en het zet een mens op het verkeerde been. Het is een absolute leugen dat een mens moet doen wat hij voelt. Met gevoel is niks mis, maar je zou je handelen, je leven en je praktijk moeten oriënteren.
Oriënteren is een mooi woord, hè? Je keert je om naar het oosten, naar waar het licht opkomt. Dat is oriënteren: de oriënt, het oosten. Oké, een mens wordt geacht te doen, te handelen door zijn praktijk te richten naar dat wat hij weet. Dat is essentieel. En ik weet het, dat vergt tijd. Dan moet je elkaar ook de tijd gunnen. Maar dat is waar we toe worden opgeroepen. En als je deze dingen mag weten, als God je ogen daarop opent, dan is dat geweldig. Nou, dat wilde ik graag vanmorgen eens met jullie delen. Bezinnen op bekeren. Omkeren. Terugkeren. Maar vooral ook die nieuwe denkzin, een vernieuwd denken. Daar wilde ik het voor morgen bij laten. Ik stel voor dat we een lied gaan zingen.
UltimateGoodNews