GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de grote opdracht… onderbroken

02-07-2017 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 2 juli te Rotterdam EH

Vlak voor zijn vertrek vanaf de Olijfberg gaf Jezus zijn discipelen ‘de grote opdracht’. Alle volken moesten worden gediscipeld. Israël eerst. Te beginnen in Jeruzalem. Maar zelfs jaren nadien dacht geen van de apostelen er aan om naar de volken te gaan. Waarom was dat? Waarom moest een 13e apostel geroepen worden om naar de natiën te gaan?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt de ontwikkeling van de 'grote opdracht' in het boek Handelingen. Aanvankelijk was het de bedoeling om vanuit Jeruzalem via Israël alle volken te bereiken. Omdat Israël de Messias echter afwees, werd dit traject tijdelijk onderbroken. God riep vervolgens Paulus als apostel om direct naar de natiën te gaan en daaruit eerst een volk voor Zijn naam te verzamelen. Wanneer dat is voltooid, zal de Heer terugkeren om de vervallen tent van David te herstellen, zodat daarna alsnog de overgebleven mensheid Hem zal zoeken.

“Dat wilde ik u vanmorgen graag vertellen over die grote opdracht: hij is onderbroken, maar God gaat gewoon verder.”

De Grote Opdracht Vanuit Jeruzalem ↑ hoofdstukken

De klok is verdwenen, dus ik stel maar even mijn stopwatch in. Hoewel ik zojuist een carte blanche had gekregen van de gebroeders Boukema; want ja, na de dienst moet er straks nog snoep op, hè? Dus dat betekent dat ik heel lang door kan gaan. Of zijn jullie zulke snelle eters? Een hele goedemorgen overigens allemaal, broeders en zusters, vrienden! Het leek mij op zich al duidelijk voor u dat we het vanmorgen eens gaan hebben over Handelingen 15, het gedeelte wat we zojuist hebben gelezen. Maar ik wil dat vanuit een bepaald perspectief benaderen. U ziet dat hier op de eerste dia: 'De grote opdracht... onderbroken'. Het plaatje dat u daarboven ziet, zullen we aan het einde nog wel even nader bezien en toelichten.

Eerst even over 'de grote opdracht'. Niet voor iedereen zal deze term wellicht helemaal duidelijk zijn. Als je een christelijke, meer specifiek evangelische achtergrond hebt, dan is de uitdrukking heel bekend omdat het in het algemene spraakgebruik standaard ergens naar doelt. De uitdrukking zelf komt niet uit de Bijbel, maar men doelt daarbij op de laatste — ik zeg het nu even plechtig — marsorders die de Heer heeft gegeven. Ik bedoel de Here Jezus, toen Hij het aardse toneel ging verlaten, vlak voor Zijn hemelvaart op de Olijfberg. Trouwens, ook daarvóór heeft Hij hen instructies gegeven. Ik wil u eens laten zien wat die grote opdracht is, dat is vrij gauw verteld, maar ook hoe dat in de loop van de geschiedenis gegaan is, zoals de Bijbel daarvan verhaalt. Dan doel ik uiteraard vooral op het boek Handelingen, want dat is toch het geschiedenisboek in het Nieuwe Testament na de hemelvaart van de Here Jezus. We gaan kijken hoe die grote opdracht gestalte kreeg, maar eigenlijk ook hoe dat onderbroken werd. Nou, dat leek me de moeite waard.

Ik weet niet of u het allemaal goed kunt zien in die kleinere lettertjes, maar ik licht het alsnog even toe. Van die grote opdracht is vooral de versie bekend zoals we hem vinden in Mattheüs. Want u vindt hem in Mattheüs, in Marcus, in Lukas en Johannes (iets minder expliciet) en ook in Handelingen 1. In Mattheüs 28 zijn de laatste woorden die we daar aantreffen ongeveer: "Gaat dan heen". De Heer zegt dat tegen degenen die daar zijn; de elf, de twaalf, of misschien zelfs nog een veel grotere menigte, wie zal het zeggen? Dat staat er niet zo direct. Hij zegt: "Gaat dan heen", of "heengaande, maakt al de volkeren tot mijn discipelen". Dat wil zeggen: discipelt, onderwijst alle natiën. En dan zegt Hij er nog bij: "dopende in de naam van de Vader...". Dat is een wat omstreden gedeelte, maar daar hebben we het nu verder niet over. In ieder geval zegt Hij dan, en dat zijn de laatste woorden in Mattheüs 28: "En zie, Ik ben met jullie tot aan de voleinding van de..." — niet de wereld, maar de voleinding van deze eeuw, deze aeon.

Eén ding is duidelijk, want dat is waar de Heer ook mee begon. Hij, de Opgestane, zei vlak voordat Hij definitief (tussen aanhalingstekens) het aardse toneel verliet: "Mij is gegeven van Godswege alle macht, alle volmacht in hemel en op aarde." Vanuit dat gegeven zegt Hij: "Gaat dan heen en discipelt al de volkeren." Omdat Ik degene ben aan wie alle autoriteit is toegekend, is de logische consequentie dat de hele wereld daarvan op de hoogte gesteld wordt en dat het koninkrijk gevestigd gaat worden. Wat daarbij trouwens ook nogal bijzonder is, en we vinden dat met name in Lukas en in Handelingen 1, is dat Hij zegt: "Jullie zullen mijn getuigen zijn." Dat moet je niet opvatten in de wettische sfeer van de gebiedende wijs: "Gij zult mijn getuigen zijn, want jullie móéten over Mij spreken." Nee, het is feitelijk een geweldige belofte. Het is een aankondiging: "Jullie zúllen mijn getuigen zijn."

Vervolgens zegt Hij: in Jeruzalem. Want daar moesten ze beginnen, heel uitdrukkelijk. En dan Judea, Samaria en tot aan het uiterste van het land of van de aarde. Maar in ieder geval beginnend in Jeruzalem, want per slot van rekening is dat de stad van de Grote Koning. Ik heb het ook wel eens zo uitgelegd gekregen dat je "thuis moet beginnen". Dat is een hele aardige praktische invulling, maar het idee is juist dat Jeruzalem de stad van de Grote Koning is. Daar staat de troon, en daar zal de troon ook staan. Die is nu nog vakant, maar vanaf Zijn troon — we zingen het ook wel eens in een lied — vestigt de Zoon Zijn heerschappij. Dus dat Jeruzalem betekent niet zomaar "daar waar jij bent", willekeurig waar dat dan ook is. Afijn, dat is die grote opdracht, dan weten we even waar we het over hebben.

Ik wil u vervolgens laten zien hoe dat in het boek Handelingen zijn beslag krijgt en hoe zij inderdaad daadwerkelijk erop uittrekken. Ze beginnen inderdaad in Jeruzalem. Ze hebben eerst gewacht op de belofte die tien dagen later vervuld zou worden, toen de Geest heel demonstratief neerdaalde in Jeruzalem. In hoofdstuk 2 lees je dat Petrus op de Pinksterdag het woord richt tot alle inwoners van Jeruzalem en tot de pelgrims die bij die gelegenheid in de stad waren. Wat hij daarbij naar voren brengt, zie je vooral in Handelingen 3, als er een man genezen is bij de Schone Poort. Dat is een wonderbaarlijke genezing van een man die van moederslijf af verlamd was en niet in staat was om in te gaan. Petrus, die op weg naar de tempel was, zegt dan: "Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik je: in de naam van Jezus Christus de Nazarener, sta op en wandel!" En die man staat niet alleen op, hij spríngt op en hij danst zo de tempel in. De hele schare die die man kende, staat versteld.

Naar aanleiding van dat wonderteken gaat Petrus het woord richten. Het is heel bijzonder hoe hij een relatie legt tussen dat wonder in Jeruzalem en die man die daar aan de Schone Poort zat. Hij zegt eigenlijk: "Jullie zijn die verlamde." Dat wil zeggen: jullie kunnen zo het koninkrijk binnengaan, maar dan zou je één ding moeten doen, en dat is net wat die man deed: opzien naar boven. Hij zegt tegen Jeruzalem en Israël: "Kom tot bekering." Jullie hebben een paar maanden geleden Jezus de Nazarener gedood, de Messias die de profeten hadden aangekondigd. Maar, zegt hij erbij, God heeft Hem opgewekt uit de doden. Dan volgt die oproep om zich te bekeren, om zich te bezinnen, om terug te keren naar het Woord van God en inderdaad hun bloedeigen Messias te erkennen.

Dat is de prediking. Alle volkeren moesten gemaakt worden tot discipelen, maar men moest beginnen in Jeruzalem. Eerst moest Jeruzalem zeggen: "Gezegend Hij die komt", en Hem herkennen. Dat is de boodschap. In Handelingen 3 — u zou het gewoon zelf na moeten lezen, want het is te veel om dat allemaal nu te noemen... Nou ja, die zak snoep is natuurlijk nog niet op, maar ik ga het niet doen; we gaan niet helemaal naar Handelingen 3 toe. Maar u kunt daar lezen dat Petrus zegt: als jullie als stad en als volk tot bekering komen in jullie Messias, in de inmiddels opgestane Messias, dan zal Hij...

Die nu inmiddels ten hemel is gevaren, zal terugkeren naar deze aarde en dan zal Hij Zijn koninkrijk hier op aarde gaan vestigen. De tijden van de wederoprichting van alle dingen, waarvan de profeten hebben gesproken, zullen dan in vervulling gaan. Dat wil zeggen, in gewoon Nederlands: het koninkrijk zal dan wereldwijd gaan baanbreken. In Hem, en via jullie – het volk Israël – zal het koninkrijk gevestigd worden over alle volkeren.

Dus de gedachte is: alle volkeren moeten gemaakt worden tot discipelen, te beginnen bij Jeruzalem, te beginnen bij het volk van Israël. Als Israël zich bekeert, dan komt de Heer terug en dan vervolgens gaat het naar alle volkeren toe. Dat is de prediking, heel duidelijk. Met name in Handelingen 3 zie je zo duidelijk dat het in dat perspectief geplaatst wordt. Zo van: waarom Jeruzalem? Nou, dat is nogal wiedes. Dat is de stad die Hem zal gaan erkennen. En in feite is dat nu – en nu spreek ik hier in 2017 – nog steeds de waarheid. Op het moment dat Jeruzalem komt tot erkenning van Hem, dan zal de Messias ook daadwerkelijk terugkeren.

Maar goed, dat was toentertijd de prediking. En het opmerkelijke is trouwens ook dat geen van de apostelen het ooit in zijn hoofd heeft gehaald om in die eerste jaren Jeruzalem te verlaten. We zien trouwens ook een andere ontwikkeling in het boek Handelingen zich heel duidelijk aftekenen, en dat is dat het volk de boodschap afwijst. Dat wil zeggen: ze hadden ooit Jezus gekruisigd en nu kwam daar opnieuw dat aanbod. Inmiddels was Jezus de opgestane Messias en nu werd het volk opgeroepen om alsnog in de inmiddels opgewekte Messias te geloven.

Wat je ziet, is eigenlijk een herhaling; men wijst Hem opnieuw af. Niet alleen de Jezus hier op aarde heeft men afgewezen, maar ook nu de inmiddels opgestane, de verheerlijkte Messias wijst men eveneens af. En dat is iets wat zich zo duidelijk aftekent.

De Afwijzing Door Israël en de Onderbreking ↑ hoofdstukken

En eigenlijk is dat een hele tragische ontwikkeling, want daarmee stokt feitelijk die hele grote opdracht. Het moest naar alle volken gaan, maar het bleef nu staan bij Jeruzalem. En het krijgt ook hele officiële proporties als je in Handelingen 7 leest dat Stefanus door het Sanhedrin, de volksvertegenwoordiging zeg maar, werd gestenigd. Het is opmerkelijk trouwens dat bij die gelegenheid het Sanhedrin officieel Stefanus – wat 'kroon' betekent – afwijst. Terwijl zij hem afwijzen, zien we achter de coulissen Saulus van Tarsus al warm lopen, om het zo maar te zeggen. Hij support daar de boel nog; hij is in geestelijk opzicht nog heel ver weg, maar voor het eerst wordt die naam genoemd. Let op hem!

Dan lees je ook dat er een grote vervolging begint daar in Jeruzalem tegen de gemeente, die inmiddels trouwens grote vormen had aangenomen. Er waren velen in de stad die inderdaad geloofden in hun Messias. Opmerkelijk is trouwens dat je in Handelingen 8 leest dat de apostelen in Jeruzalem blijven. Ze blijven daar gewoon honkvast. Die mensen waren buitengewoon gedreven, dat was geen luiheid, maar het kwam simpelweg niet in hun hoofd op om verder te gaan, om naar de volkeren te gaan.

Eerst nog even dit: dan lees je in Handelingen 9 – de getalletjes die u ziet duiden op de hoofdstukken in het boek Handelingen; we bladeren eigenlijk even snel door het boek heen om bij Handelingen 15 uit te komen – dat Saulus geheel tegen zijn wil wordt ingeroepen op de weg naar Damaskus. De grootste vijand en tegenstander van het evangelie en van de Zoon van David, de Messias; uitgerekend hij wordt geroepen, echt in zijn nekvel gegrepen. Terwijl hij inmiddels zijn taak in het Joodse land had gedaan en de gemeente vervolgd had, wilde hij nu in het buitenland verdergaan. En uitgerekend dán, als hij naar het buitenland gaat, op de weg naar Damaskus, overstraalt een hemels licht hem en hij kan er niet onderuit. De grootste tegenstander wordt geroepen.

Paulus zegt dat ook iedere keer in zijn brieven als hij begint: "Paulus, een geroepen apostel" of "gezondene door de wil van God". Dat vind ik altijd mooi klinken als je zijn achtergrond kent. Dat wil zeggen: het is nooit mijn keuze geweest, beste mensen, maar God wilde het. God had mij nodig, zegt hij ook elders; Hij had me van de moederschoot al afgezonderd. God heeft een plan en Hij is trouw, Hij houdt zich daaraan.

Maar er gaat soms wel een omweg, en dat zie je in het boek Handelingen ook heel duidelijk. Saulus wordt geroepen buiten het land, op zich ook alweer zo’n markant gegeven. Dan lees je nog de geschiedenis in Handelingen 10 en 11, dat Petrus, toch wel de woordvoerder bij uitstek onder de twaalf, naar een heiden, een niet-Jood, geroepen wordt daar in Caesarea. Dat deed hij heel aarzelend. Als je dat met een gewoon traditioneel christelijke mindset bekijkt, dan is dat eigenlijk vreemd. Dan zou je zeggen: die mannen waren vlak voordat de Heer ten hemel voer geïnstrueerd om heen te gaan naar alle volkeren en hen tot discipelen te maken, en jaren later zitten ze daar nog steeds in Jeruzalem. En nota bene als hij dan een hint krijgt om naar een heiden toe te gaan, dan is hij aarzelend en wil hij dat eigenlijk ook niet. Er ontstaat zelfs nogal wat commotie over en hij moet dat in Jeruzalem gaan uitleggen. Want wat is dat nou? Dat begrijp je alleen maar als je ook inziet dat God een programma had. Die grote opdracht, jazeker, alle volkeren moeten bereikt worden, maar dat gaat via Jeruzalem. En nu blijkt, nu Jeruzalem en het Joodse volk in het algemeen het evangelie en de Messias afwijst, dat daar een nieuwe situatie ontstaat. Want ja, wat nu?

Gods Zijpad: de Roeping van Paulus en de Deuren Naar de Natiën ↑ hoofdstukken

Nou ja, en dan gaat God als het ware een zijpad in. Hij roept een Saulus van Tarsus. Vervolgens wordt de deur naar de natiën ook officieel geopend door Petrus. Petrus doet daar verder niets mee, maar hij opent de deur. Hem waren ooit de sleutels gegeven, en wat doe je daarmee? Nee, dat is niet Petrus die daar bij de hemelpoort bepaalt of u naar binnen mag of zo; u kent dat rooms-katholieke verhaal wel. Nee, dat heeft een heel andere betekenis, die zich ook duidelijk aftekent en gedemonstreerd wordt in het boek Handelingen. Hij opent de deuren naar de Samaritanen, hij opent de deuren naar de natiën, naar de poort.

Caesarea was ook een haven, en daar in Caesarea heeft hij aan de eerste mensen uit de natiën het Evangelie verkondigd. Eigenlijk waren dat gewoon vreemdelingen binnen de poorten. En dan – we komen er wel hoor – Handelingen 13. Daar vind je pas echt een hele massieve beweging naar de natiën toe. Dat wil zeggen via Saulus, die in dat hoofdstuk ook Paulus wordt. Heel bijzonder.

En dat ook tegen de achtergrond dat de Joden het Evangelie heel uitdrukkelijk afwijzen; juist om die reden gaat het naar de natiën. U moet zich voorstellen dat dit in de Joodse gedachtegang een omgekeerde volgorde was. Zij dachten: als de Joden, het volk van Israël, tot erkenning zijn gekomen, dan zal het via een hersteld Israël, een gelovig Israël, naar de natiën gaan. Maar nu was het juist zo dat Israël het niet geloofde, en om die reden gaat het naar de natiën. Dat was niet de gedachte; dat is niet wat men in ogenschouw nam of de visie die men in aanvang had.

Afijn, Saulus wordt Paulus. Hij gaat naar de natiën. Nou, daar gebeurt heel veel. In Handelingen 13 en 14 wordt beschreven dat Paulus daar met zijn medewerker Barnabas actief is en dat het Evangelie met grote kracht verkondigd wordt. Maar dan ontstaat er in Jeruzalem, onder het Joodse volk in Israël, een andere kwestie. Moeten die mensen die nu allemaal gelovig worden, niet gewoon de wet van Mozes houden? Moeten die niet besneden worden en in andere opzichten ook de Joodse leefregels gaan onderhouden? Dat was de grote vraag. En dan komen we aan in Handelingen 15, het hoofdstuk dat daarover gaat.

De Vergadering in Jeruzalem: Redding Door Genade ↑ hoofdstukken

De vergadering in Jeruzalem. Er wordt gesproken naar aanleiding van de vraag die ik zojuist formuleerde: moeten die mensen die nu uit de natiën tot geloof gekomen zijn, nu joods gaan leven? Ik zeg het nu even met mijn eigen woorden: ja of nee? En het antwoord daar in Jeruzalem is unaniem: nee. Er wordt geen last opgelegd. Nou ja, unaniem... dat was uiteindelijk het resultaat, dat men unaniem een besluit nam, maar in aanvang was er heel veel strijd en waren er veel kwesties.

Ik begin te lezen in vers 11 van Handelingen 15. De vergadering is dus gaande en er waren al verschillende geluiden geweest. Op een gegeven ogenblik neemt Petrus het woord. Als ik vers 11 lees van dit hoofdstuk, dan komen we tevens bij de laatste uitspraak van de apostel Petrus in dit boek. In Handelingen zie je dat de weg van Jeruzalem naar uiteindelijk Rome toe gaat. Het begint bij Petrus en het eindigt bij Paulus. Hier wordt het stokje als het ware overgegeven. Dit is zijn final statement, zijn laatste uitspraak, maar die daarmee ook kleurt, tekent en typeert wat er aan de hand is.

Om te motiveren dat de natiën niets opgelegd zou worden, maar dat ze in vrijheid gelaten zouden worden, zegt hij: "Maar door de genade van de Heer Jezus geloven wij gered te worden op dezelfde wijze als zij." Zojuist waren die natiën ter sprake gekomen en dan moet u weten: 'wij' zijn de Joden en 'zij' zijn de niet-Joden, de natiën, de volkeren, de goyim. Let goed op hoe Petrus het formuleert. Hij zegt niet dat zíj, de natiën, op dezelfde wijze gered worden als wíj, de Joden. Nee, het is omgekeerd. Hij zegt: wij Joden worden op dezelfde wijze gered als zij, de natiën, die helemaal geen wet hebben. Daarmee wordt de toon gezet in deze vergadering. Het is door de genade van de Heer Jezus dat er redding is, en dat is voor ons Joden met de wet niet anders dan voor hen die geen wet hebben. Die genade, daar gaat het om. Dat lijkt mij ook de mooiste introductie tot degene die de rest van dit boek kleurt: Paulus.

Ik lees verder: "En de hele menigte nu zweeg. En ze hoorden Barnabas en Paulus ontvouwen hoeveel God aan wonderen en tekenen door hen deed onder de natiën." Dat verhaalt dus over wat er gebeurd was in Handelingen 13 en 14. Let ook op die formulering: niet dat Barnabas en Paulus die wondertekenen déden, maar God dééd die wondertekenen door hen heen. Vaak zelfs 'huns ondanks', zoals we dat wel zeggen. Dat wil zeggen: ondanks henzelf; het gebeurde zomaar. Later lees je zelfs dat de kleding en de zakdoeken van Paulus geneeskracht hadden. Zakdoeken hebben we meestal niet — daar moet je mee uitkijken — maar die van Paulus wel. Van Petrus lees je dat eerder trouwens ook al.

God deed daar zo duidelijk wondertekenen. Vergis u niet: die wondertekenen die plaatsvonden onder de natiën door de handen van Barnabas en Paulus, dat was uiteraard Gods werk. Dat doet een mens niet. Maar die wondertekenen waren er ook als bewijs voor Israël. Israël moest overtuigd worden dat nu zij niet geloofden, God de deur had geopend naar de natiën en dat de boodschap van Paulus en Barnabas als het ware goddelijk bevestigd werd. Dat moest Israël goed weten. Die wondertekenen waren dus demonstratief. Met andere woorden: God wendt Zich nu tot de natiën. Daar konden ze niet onderuit. Dat was niet alleen maar een claim van Paulus die zei: "De Heer heeft mij daartoe geroepen." Nee, het was onmiskenbaar. God deed wondertekenen door hen heen onder de natiën, juist ook om Israël ervan te overtuigen dat Gods weg nu, nu Israël niet geloofde, naar de natiën was gegaan.

Dan lees je: "Nadat zij echter zwegen" — dat wil zeggen: Barnabas en Paulus hadden hun verhaal gedaan — "toen antwoordde Jakobus." Jakobus is niet de apostel, maar de broeder des Heren, de halfbroer van Jezus. Hij was dé man in Jeruzalem en hij heeft ook het laatste woord in die vergadering. Hij zei: "Mannenbroeders, hoort mij! Simeon ontvouwde hoe God eerst omzag om vanuit de natiën een volk voor Zijn naam te nemen." Simeon is een andere naam voor Petrus, Simon Petrus. Hij noemt zichzelf ook zo in de tweede Petrusbrief.

Simeon ontvouwde dus hoe God eerst omzag om vanuit de natiën een volk voor Zijn naam te nemen. De vergadering was bezig, de vraagstelling was duidelijk en Petrus had al eerder gezegd: "God heeft mij verkoren om de deur naar de natiën te openen." Nu hebben Paulus en Barnabas het woord gevoerd. Zij zijn door de deur heen gegaan naar de natiën en God heeft dit duidelijk bevestigd. Nu zegt Jakobus: God heeft klaarblijkelijk, zoals Simeon al heeft uiteengezet, eerst uitgezien of omgezien om vanuit de natiën een volk voor Zijn naam te nemen.

Kennelijk verzamelt God Zich nu eerst een volk vanuit de natiën. Niet dat alle natiën nu geroepen of bekeerd worden, dat is niet aan de orde, maar er wordt een volk uít de natiën verzameld. In het boek Handelingen is dat allemaal nog niet zo heel erg duidelijk; de ontwikkeling tekent zich steeds weer af. Paulus werpt later vanuit de gevangenis nog veel meer licht op deze dingen. Maar één ding is duidelijk: het Joodse volk geloofde niet. God had in de eerste plaats voor hen Zijn Messias gegeven, maar nu geloofde dat volk niet en Jeruzalem had de boodschap afgewezen. Nu ging het naar de natiën en verzamelt God Zich uit de natiën een volk voor Zijn naam. Eerst dit.

Ik heb dat woordje 'eerst' ook expres even in vette letters afgedrukt om aan te geven dat hier een programma wordt afgewikkeld. Dat zult u zien in de volgende verzen. Dat is wat God nu bezig is te doen: een volk voor Zijn naam uit de natiën, dat door de genade van de Heer Jezus gered wordt. Dat had Petrus zelf ook al gezegd: genade zou de boventoon voeren. De natiën hoeven niet "verjoodst" te worden, niet gejudaiseerd. Nee, de natiën zijn vrij. Zij zijn natiën en hoeven helemaal niet joods te worden. Het gaat nu eigenlijk zelfs buiten het volk Israël om. Dat was trouwens een hard gelag. Vandaar dat Paulus daar in Jeruzalem heel moeilijk lag, dat kan ik u vertellen. Dat is een pil die men heeft moeten slikken.

Jakobus is dus aan het woord en hij zegt: "Simeon heeft al ontvouwd hoe God eerst omzag om vanuit de natiën een volk voor Zijn naam te nemen." En hij voegt eraan toe: "En hiermee stemmen overeen de woorden van de profeten, zoals staat geschreven." Nu volgt een citaat uit het laatste hoofdstuk van Amos, vers 11 en 12. Jakobus citeert; hij zegt dat wat nu gaande is in overeenstemming is met wat al in de profeten staat geschreven, zoals bijvoorbeeld in Amos. "Daarna zal Ik wederkeren..." Even één korte toelichting: als je dit citaat in Amos 9 leest, dan staat er niet "daarna", maar "te dien dage". Jakobus verandert de tekst hier even omwille van zijn verhaal en het punt dat hij gaat maken, om dat duidelijk te maken voor het publiek.

Het Herstel van de Vervallen Tent van David ↑ hoofdstukken

De Heer keert terug. Dat is bijzonder. Dus als dat volk uit de natiën verzameld is, wat mogen we dan verwachten? Het volgende programmapunt is: daarna zal Ik, de Heer, terugkeren. De Heer keert terug; wat wij dan ook altijd de wederkomst noemen, wat trouwens helemaal niet zo’n Bijbelse term is. Maar goed, de gedachte is duidelijk. De Heer is heengegaan, maar Hij komt terug. En hier wordt niet gesproken over een tijdsperiode, maar er wordt gewoon gezegd: als dat programmapunt voorbij is, als dat volk verzameld is uit de natiën, wel, daarna zal Ik wederkeren.

De Heer keert terug tot Zijn volk. Overigens moet ik erbij zeggen: nadat het volk is teruggekeerd tot de Heer. Het is allemaal terugkeren. Israël zal weer terugkeren naar haar Heer, wat wij dan bekering noemen. Trouwens, de Heer zal dan ook terugkeren tot Zijn volk en bovendien zal het volk ook weer terugkeren naar het land. Allemaal terugkeren. Zie je ook dat het woordje bekering, in de zin van terugkeer, heel specifiek ook alles te maken heeft met dat volk Israël?

Maar goed, daarna zal Ik wederkeren en wat gaat de Heer dan doen? Daarin weer opbouwen de vervallen tent, of de vervallen hut van David. Weet u wat het is, die vervallen tent van David? Een Jood had er geen moeite mee om dat te duiden. Want die vervallen tent van David, dat is gewoon de dynastie of het koningshuis van David, dat vele honderden jaren geregeerd had in Jeruzalem. David was de eerste koning van die dynastie en God had van oudsher al aan David beloofd dat het huis van David, de troon van David, in Jeruzalem zou staan. Iemand uit de lendenen, zoals dat Bijbels heette, een lijfelijke nakomeling van David, zou zitten op de troon. Definitief, eens voor altijd: dé Zoon van David. Zo begint het Nieuwe Testament ook, heel triomfantelijk: de Zoon van David, de Erfgenaam, de troonpretendent. Degene die zal zitten in Jeruzalem.

Wat er dan gaat gebeuren is dat dat huis van David, dat inmiddels gewoon een hut, een vervallen tent is geworden – daar is niks van overgebleven – weer hersteld wordt. Die troon staat al pakweg 2.500 jaar vacant, is leeg, maar die troon gaat weer bezet worden. Wat God gaat doen als Hij terugkeert, als het eerste programmapunt voorbij is, is dat Hij die hut, die tent van David, die dynastie, gaat herstellen. Met andere woorden: in Jeruzalem, de stad van de Grote Koning, daar zal de Zoon van David Zijn koninkrijk gaan vestigen. Hier op aarde, in het Midden-Oosten. En mag ik er inmiddels bij verklappen: dat gaat niet zo lang meer duren. Dat programmapunt zal t.c.t. binnenkort vervuld worden, dus het wordt spannend. Het aftellen is begonnen. Want op die tent van David zijn de ogen gericht. Tenminste, die van mij wel, en ik hoop die van u ook.

We moeten het niet hebben van de inspanningen van mensen om deze wereld te redden, met alle bezorgdheid daaroover. Dat is niet de mijne. Ik weet dat er van alles aan de hand is, maar dan denk je: mijn hoop is gevestigd op die Zoon van David en op de Heer die gaat terugkeren. Hij gaat hier orde op zaken stellen in deze wereld. Dan breekt een hele nieuwe aeon aan, een heel nieuw wereldtijdperk.

En weet u wat de Koning zou doen als Hij terugkeert? Gewoon eerst op de troon gaan zitten en regeren. Nu is die Zoon van David nog steeds verborgen, maar Hij keert terug. Hij zal Zijn troon vestigen daar in Jeruzalem. Hij gaat hem weer opbouwen. Het is de afgehouwen tronk van Isaï, waar een twijgje, een rijsje, een nieuwe scheut uit zou voortkomen.

Terug naar het citaat van Jakobus. Hij zegt: 'Daarna zal Ik wederkeren en weer opbouwen de vervallen tent van David; en wat daarvan is ingestort of wat daarvan is geslecht, wat is afgebroken, dat zal Ik weer opbouwen en Ik zal haar weer oprichten.' Mooi hè? Iedere keer: 'Ik doe dat'. Met andere woorden: succes verzekerd. Daar houd ik wel van. Ja, op het moment dat zo'n taak of zo'n opdracht op ons zou rusten... ik denk: o mijn hemel, dat gaat nooit goed. Als iets aan een mens wordt toevertrouwd, zelfs niet als het aan een prins is toevertrouwd. Maar wat daarvan geslecht is, dat zal Ik weer opbouwen, zegt de Heer, en Ik zal haar weer oprichten.

Opdat ook, let op, het overgebleven deel van de mensen, oftewel de rest van de mensheid, de Heer zou zoeken. Daar hebben we weer die Grote Opdracht. Dus toch. Dan mag die Grote Opdracht nu dan gestokt zijn, even onderbroken, een intermezzo of hoe dat maar heten mag, maar God laat niet varen het werk van Zijn handen. Hij maakt soms een omweg, Hij heeft de tijd, maar Hij komt echt weer terug daar waar Hij wezen wil. Dat wil zeggen: alle volkeren gaan onderworpen worden aan de Koning. Alle volkeren, de rest van de mensheid, het overgebleven deel van de mensen.

Nog even voor de goede orde: de Heer keert terug. De Zoon van David zal gaan zitten op de troon van David in Jeruzalem. Daar zal het koninkrijk gevestigd worden, opdat ook de rest van de mensheid de Heer zou zoeken. Dus toch inderdaad: via Jeruzalem, via Israël, gaat de hele mensheid onderworpen worden aan de enige Rechthebber, aan Hem die gegeven is alle autoriteit in hemel en op aarde.

Het overgebleven deel van de mensen... ik moet er trouwens nog iets bijzeggen. Ik praat er nu zo enthousiast over en dat doe ik met opzet, daar heb ik alle reden toe. Maar vergis je niet: die hele transitie van deze aeon naar de volgende wordt heel heftig. Heel veel mensen zullen in die periode ook omkomen. Heel veel. Dus veel mensen zeggen dan: ik kijk er helemaal niet naar uit. Als je in het boek Openbaring leest over alle gerichten die de wereld zullen treffen – de oceanen, de aarde en noem maar op – en hoeveel mensen er zullen omkomen... het is als het ware een grote schoonmaak. Ik wil dat helemaal niet bagatelliseren. Maar daarom staat er hier ook: 'opdat het overgebleven deel van de mensen', dat wil zeggen: dat wat nog leeft, de Heer zou zoeken.

Ik zeg het nu even in een paar woorden, want in werkelijkheid spreekt de Schrift heel veel over deze overgang van de ene tijd naar de andere. Maar dit moeten we weten: de mensheid, heel de mensheid, het overgebleven deel van de mensheid zal de Heer gaan zoeken, die dan inmiddels onmiskenbaar is. Nu wordt Hij ontkend, want Hij houdt Zich verborgen. "Waar is Hij dan?", kunnen mensen nu zeggen. Maar dat zal straks niet meer de vraag zijn, echt niet. Het zal volstrekt evident zijn. Niemand twijfelt er dan nog aan dat Hij er is en dat die Zoon van David inderdaad is teruggekomen.

Afijn. Opdat ook het overgebleven deel van de mensen de Heer zou zoeken en alle natiën. Aha, dat was toch die Grote Opdracht: onderwijs, discipel alle natiën. Natiën waarop Mijn naam is uitgeroepen. Ik citeer nog even Matteüs 24. Dat is een rede die de Heer heeft gehouden op de Olijfberg. Toen had Hij al gezegd, als er gevraagd wordt naar het einde en het teken van Zijn parousia: 'En dit evangelie van het Koninkrijk' – dat wil zeggen: dat Ik Koning ben en dat het Koninkrijk gevestigd wordt over de aarde – 'dat zal geproclameerd worden in heel de bewoonde wereld tot een getuigenis voor al de natiën.'

En dan zal het einde gekomen zijn, of arriveren. Met andere woorden: dan breekt een nieuwe aeon aan. Als alle volkeren inmiddels daar kennis van hebben genomen, ja, dan eerst Israël en dan de rest van de volkeren.

"En alle natiën waarop mijn naam is uitgeroepen," zegt de Heer die deze dingen doet. Weer, hè? Het viel ons al eerder op, die klemtoon: de Heer doet dat. Maar hier wordt dat nog eens even benadrukt: dat zegt de Heer die deze dingen doet. Niemand anders. Hij heeft geen hulp van mensen nodig. Helemaal niet.

En deze dingen zijn al bekend vanaf de aeon. De profeten hebben daarover gesproken en het aangekondigd. En dat mag dan heel onwaarschijnlijk allemaal lijken. Zo wat? Als God gesproken heeft, dan gebeurt het gewoon. Zo simpel is dat. Geloven is heel simpel eigenlijk, in die zin. Want Hij moet het doen. Maar het geweldige is nu juist: Hij doet het ook.

Ja, niet alleen voor het grote geheel; dat geldt voor ons toch ook nu in ons leven? Als Hij nou zegt: "Jij zult heilig zijn," wie zijn wij dan om dat tegen te spreken? Dank U wel Heer, dat U dat dan doet in mijn leven. Dat je in die dankbaarheid elke dag mag opstaan: U doet het, Heer, alles.

Ja, nou, nu heb ik nog een plaatje.

De Metafoor van de Snelweg: Route A12 en A13 ↑ hoofdstukken

Als u zegt: "Ik vind het een beetje moeilijk te onthouden", dan heb ik hier een aardige metafoor voor u. Daar wees ik al even op bij het eerste plaatje van deze presentatie. Het plaatje is inmiddels een beetje veranderd, maar het punt is duidelijk: hier moet A12 staan. Wat heb ik nu eigenlijk gezegd?

Kijk naar de grote opdracht. Wat was die opdracht? Rechttoe rechtaan zei de Heer, terwijl Hij het aardse toneel verliet: "Alle volken gaan gemaakt worden tot mijn discipelen, want Ik heb alle macht gekregen in hemel en op aarde. Ga er dus op uit." Je begint in Jeruzalem en via Israël zal de boodschap tot alle volkeren komen. "Ik ben met jullie tot aan de voleinding van de eeuw." Dat was de opdracht waar de twaalf op werden uitgezonden. De twaalf apostelen: de A12. Ga hier overigens geen valse verkeersinformatie uit afleiden, anders word ik nog van valse profetie beschuldigd ook.

De grote opdracht was dus een rechte weg naar alle volkeren, en dat zou gebeuren via Jeruzalem en Israël. Maar Jeruzalem wijst de boodschap af en Israël gelooft het niet. Door hun ongeloof wordt er een dertiende apostel geroepen — de A13. Deze dertiende apostel wordt inderdaad ook naar alle volkeren gezonden, maar niet om alle volkeren te onderwerpen of om alle volkeren nu reeds tot Zijn discipelen te maken. Mensen zijn vaak druk bezig met de grote opdracht, maar ik heb vaak gedacht: dat moet toch heel frustrerend zijn als je denkt dat wij nu alle volkeren tot Zijn discipelen moeten maken. We zijn nu tweeduizend jaar verder en er is nog geen enkel volk collectief tot Zijn discipel geworden. Dat is frustrerend, tenzij je de afslag kent.

De lijn van de twaalf, de rechte lijn, is tijdelijk verlaten. Nu gaat de boodschap via de apostel Paulus naar de natiën. Door hun val gaat de boodschap naar de wereld. Als u feitelijk wilt weten waar we vandaag staan, dan bevindt u zich in die afslag. Als u wilt weten hoe het vandaag zit, dan moet u hier wezen. En ik heb nog een extra stukje verkeersinformatie voor u: de A12 is voor twee dagen afgesloten. Dat ga ik nu niet verder toelichten; dat hebben we bij een andere gelegenheid al eens gedaan. Volg route A13.

Wilt u weten op welke lijn we zitten en waar we ons bevinden in Gods programma? Dat is eigenlijk heel simpel, maar het moet wel verteld worden. Is Israël ongelovig? Dat is dramatisch, zou u zeggen. Jawel, maar God heeft nu een dertiende apostel uitgekozen die naar de natiën gaat, en zo. En dat is het geweldige: juist wat hij te melden heeft in die pauze, in dat intermezzo, is zo adembenemend groots dat het de heerlijkheid van de rechte lijn zelfs overtreft. Natuurlijk gaat God de draad weer oppakken; die A12 wordt op een dag weer opengesteld, maakt u zich geen zorgen. Maar nu zitten we op de lijn van de A13. Nu moet u bij de apostel Paulus wezen. Andere apostelen zijn ook geweldig — neem er vooral kennis van, het is schitterend — maar u moet bij Paulus wezen als u tot de natiën rekent. Als u dat niet begrijpt, mist u het onderwijs van de apostel van de natiën.

Dat wilde ik u vanmorgen graag vertellen over die grote opdracht: hij is onderbroken, maar God gaat gewoon verder. Ik stel voor dat we tot slot een lied gaan zingen over de dag die gaat aanbreken: "Nu daagt het in het oosten". Dat hoeft niet per se alleen in december gezongen te worden; wij doen dat gewoon in juli. Als het licht namelijk opkomt, breekt de dag aan. En reken maar dat het allemaal zijn vervulling zal krijgen.

🎧 de grote opdracht… onderbroken
Delen: