GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

gouden tips voor de jongeling

26-06-2017 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondagmiddag, 25 juni 2017 in Zeewolde

Enkele overwegingen vanuit Prediker 11 en 12.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie over Prediker richt zich in het bijzonder tot de jongere mens en benadrukt dat het vergankelijke leven onder de zon genoten mag worden als een gave van God. In plaats van frustratie te zoeken in idealistische wereldverbetering, is het beter om het levenslicht te waarderen en vreugde te vinden in wat geschonken is. De ultieme aanmoediging voor de jeugd is om in de krachtigste levensjaren de Schepper te gedenken, in het besef dat Hij in het gericht alles recht zal zetten. Hierdoor kan de gelovige, ongeacht uiterlijk verval, tot in de ouderdom innerlijk jeugdig, fris en bloeiend blijven.

“God gaat dat wat krom is, rechtzetten. Dat is wat gericht in de meest letterlijke zin ook is.”

Introductie op Prediker en de Ijdelheid van het Bestaan ↑ hoofdstukken

Een hele goedemiddag allemaal. We zijn hier veilig aangekomen en we zijn erg blij – ik praat natuurlijk ook namens mijn vrouw – dat we zijn uitgenodigd, zeker omdat dit een afsluitingsbijeenkomst is. En als er dan ook nog wat te eten valt, dan zijn wij er natuurlijk bij. Nee, maar het is me een genoegen om hier vanmiddag met jullie de Bijbel te gaan openen. Ik heb al een klein beetje ervaring, want het is ongeveer een jaar geleden dat we hier ook waren.

Ik wil jullie vandaag meenemen naar het boek Prediker. Ik heb de studie genoemd: 'Gouden tips voor de jongeling'. Laten we het zelf even opzoeken in Prediker 11. Terwijl bijna alle jongelui vertrokken lijken te zijn, gaan wij het dus over die jongelingen hebben. Of zeg ik dat verkeerd? Heb ik hier misschien toch jongelingen voor me staan en zitten? Nou ja, dat is trouwens een heel relatief begrip, want wat is een jongere en wat is een oudere?

Ik wil beginnen in Prediker 11 vers 7. Ik stel voor dat we eerst een paar verzen gaan lezen. Dan hebben we een beetje een idee van wat er vanmiddag ter sprake komt, en dan zullen we zinsdeel voor zinsdeel bezien wat Salomo, de schrijver van dit boek, te melden heeft. Ik lees het eerst voor: "Het licht is zoet en het is goed voor de ogen de zon te zien. Daarom, indien de mens vele jaren leeft, zo verheuge hij zich in die alle en gedenkt dat de dagen der duisternis vele zullen zijn. Al wat kwam is ijdel. Verheug je, jongeling, in je jeugd en laat je hart goed zijn in de dagen van je sterkste jaren en ga in de wegen van je hart en in het zicht van je ogen en weet dat om al deze dingen de God jou doet komen in het gericht. En doe getergdheid van je hart weg en laat het kwaad aan je vlees voorbij gaan, want jeugd en de vroege jaren zijn vluchtig. En gedenk jouw Schepper in de dagen van je sterkste jaren, zolang de kwade dagen nog niet komen en de jaren naderen waarvan je zegt: ik heb daarin geen behagen."

Dat was het gedeelte waar ik vanmiddag graag eens op wil inzoomen. De directe aanleiding was een paar weken geleden toen we het over deze bijeenkomst hadden en er een vraag voorbijkwam over dit hoofdstuk en de jongeling. Toen was ik meteen op een idee gebracht. We zijn hier bij de jongere gezinnen, begreep ik, al ken ik daar inmiddels te veel uitzonderingen op.

Het boek Prediker in het algemeen heeft natuurlijk een specifieke reputatie. Het is een heel filosofisch boek, geschreven door de wijze man bij uitstek in de wereldgeschiedenis. Niemand is ooit wijzer geweest dan hij, uiteraard op die ene uitzondering na: de echte Zoon van David, die van Zichzelf zei: "Meer dan Salomo is hier." Dus dat is uiteraard de uitzondering. Maar de meest wijze man in de hele wereldgeschiedenis, Salomo, heeft dit boek opgetekend naast de vele andere boeken die hij schreef, zoals Spreuken en het Hooglied. Hij heeft ook veel meer liederen geschreven.

Het hele boek Prediker biedt een filosofisch inzicht in de vraag: wat is nu de betekenis van het leven? Wat heb je eraan? Als er één refrein door het hele boek doorklinkt, dan is het wel dat van de ijdelheid. Zo begint het en zo eindigt het: "IJDELHEID DER IJDELHEDEN, alles is ijdelheid." Salomo belicht dat thema van alle kanten. Kijk maar even met me mee naar Prediker 1. Als hij daar beschrijft hoe alles in de wereld cyclisch is – dat wil zeggen: daar waar het begint, daar eindigt het weer, waarna hetzelfde cirkeltje opnieuw gaat draaien. Dat geldt niet alleen voor de cyclus van de dag, maar ook voor de maand en het jaar. Het is zoals het water dat opstijgt uit de zee, neerdaalt en uiteindelijk via de rivieren weer terugkeert in de zee. Hij beschrijft allerlei voorbeelden uit de schepping en zegt dan in hoofdstuk 1 vers 8: "Alle dingen zijn onuitsprekelijk vermoeiend; het oog wordt niet verzadigd van zien, het oor niet vervuld van horen. Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, dat zal gedaan worden."

Als Prediker vervolgens in de hoofdstukken 2, 3 en 4 vaststelt dat de mens bij al zijn zwoegen feitelijk geen voordeel heeft, dan bedoelt hij geen netto voordeel. Dat is heel mooi, want je kunt natuurlijk vaststellen dat er allerlei ontwikkelingen zijn waarvan je kunt zeggen: dat is toch een vooruitgang? Jawel, maar die vooruitgang heeft ook altijd weer zijn keerzijde, de schaduwzijde. Als je dat op een weegschaal zou leggen van de plussen en de minnen, dan is het netto resultaat alsnog nul. Ik kijk nu bijvoorbeeld even naar buiten en ik zie auto's. Het is geweldig om een auto te hebben, nietwaar? Ik ben blij dat ik er een heb, anders had ik hier niet gestaan. Het zijn geweldige dingen, zoals zoveel in de techniek. Maar zet eens op een rijtje wat alle nadelen ervan zijn dat die auto ontwikkeld is. Zijn we er werkelijk wijzer van geworden? Heeft de mens voordeel van zulke bezigheden? Prediker zegt: nee. Onder de streep heeft het geen voordeel, dat wil zeggen: geen netto voordeel. Zo betoogt hij dat in deze hoofdstukken.

Natuurlijk zou je kunnen zeggen dat dit een sombere ondertoon heeft als telkens weer klinkt: waar gaat het eigenlijk over? Het is ijdel – en dat is wat het woord ijdel betekent: het is leeg of vluchtig. En toch is het allerminst een somber boek. Als er één boek is waarin juist een ode bezongen wordt aan de vreugde in het leven en al het mooie wat er is om van te genieten, dan klinkt dat juist in dit boek door. Maar wat is het geheim? Ik vind het mooi om dat aan de hand van dit laatste gedeelte van het boek te behandelen. Het gaat met name over de jongelingen in dit gedeelte, maar het geldt voor de mens in het algemeen.

Laat ik eerst iets vertellen over de structuur van deze passage, het korte gedeelte dat we hebben gelezen. Ik houd ervan om te laten zien hoe die verzen zich tot elkaar verhouden. Eerst heb je in de verzen 7 en 8 de mens, met de oproep: "Verheug je!" en "Gedenk!". Daarbij worden de dagen van duisternis genoemd en wordt de ijdelheid beschreven. Vervolgens keert dat weer terug in vers 9, waar de jeugd wordt aangesproken met de oproep "Verheug je!", maar nu ook met "Weet!". Daar wordt gesproken over de dag van het gericht en eindigt het weer met ijdelheid. In hoofdstuk 12 vers 1 wordt de jeugd opnieuw aangesproken met de oproep "Gedenk!", waarbij wordt gesproken over de dagen van het kwaad.

Als je deze structuur bekijkt, zie je duidelijk hoe die dingen zich herhalen en hoe er een duidelijke oproep is. De verzen lopen parallel: de dagen van duisternis, de dag van het gericht en de dagen van het kwaad. Dat is de logische opbouw van dit kleine gedeelte dat we vanmiddag onder ogen hebben.

Het Licht Is Zoet: Levensvreugde als Gave van God ↑ hoofdstukken

Laten we eens kijken wat er precies staat. "Het licht is zoet," zegt Salomo. "En bovendien: het is goed voor de ogen de zon te zien." Ik moet er nog bij zeggen: als u met de Statenvertaling of een NBG-vertaling meeleest, zult u soms wat afwijkingen zien. Deze vertaling die ik gebruik, sluit vooral aan op de interlineair, een nogal letterlijke woord-voor-woordweergave. Het lijkt nog het meest op de Statenvertaling.

Het licht is zoet, het is goed voor de ogen de zon te zien. Daarbij is ook de gedachte dat de zon een type is, een beeld van God Zelf, Die in de Psalmen en elders een zon wordt genoemd, maar tevens een schild: Degene Die het licht verspreidt. Wat is het licht der wereld? Dan zeggen we: dat is de zon. Maar van Wie is dat een beeld? In het algemeen is het natuurlijk zo dat een mens het levenslicht krijgt en het is heerlijk voor de mens om het licht te zien. Ik vind het altijd een opmerkelijk verschijnsel dat elk mens, zeker hier in het noorden, weer verlangt naar de zomer. Als de dagen gaan lengen – we zitten nu ongeveer in het deel van het jaar waarin de dagen op hun langst zijn – ziet alles er anders uit. Zoals André van Duin zong: "Alles ziet er anders uit als de zon schijnt." We drukken dat zelfs uit in termen als stralende ogen en een zonnig karakter; het zonnetje in huis.

In ieder geval associëren we het licht met goedheid en met het leven, zoals de duisternis altijd weer geassocieerd wordt met de dood: de schaduwen van de dood. Maar het is goed voor de ogen de zon te zien en daarvan te genieten, van het levenslicht in het algemeen. Op welk niveau je dit ook beziet, of het nu gaat om het fysieke licht van de zon of in het algemeen dat dingen zichtbaar worden. Er staat een prachtige definitie in Efeze 5; twee weken geleden werd ik er nog bij bepaald. Daar staat een definitie van wat licht is: "Al wat openbaar maakt, dat is licht." Dus alles wat de dingen openbaar of zichtbaar maakt, dat is wat licht doet en dat is geweldig. Daarom doe je trouwens ook Bijbelstudie: zodat dingen in het licht komen te staan, zodat dingen zichtbaar en duidelijk worden, zodat het licht aangaat en je ogen en je hart verlicht worden. Ook op dat niveau is deze waarheid zo algemeen en zo waar: het is goed voor de ogen de zon te zien.

"Daarom," vervolgt Salomo, "indien de mens vele jaren leeft..." Wat trouwens ook nog maar te bezien valt bij de slotafrekening, want ook dat heeft de mens niet in zijn hand. Dat is iets wat telkens weer klinkt in het boek Prediker: de mens heeft, als het erop aankomt, de echt belangrijke dingen totaal niet in de hand. Maar goed, ervan uitgaande dat de mens vele jaren leeft: "zo verheuge hij zich in die alle." Dit boek heeft de reputatie vooral te accentueren dat dit bestaan ijdel is, en juist daarom wordt het zo benadrukt dat de mens zich zou verheugen. Ik zei dat van de week nog; gisteravond hadden we een verjaardag en een gesprek met een paar rasechte, notoire wereldverbeteraars. Aardige mensen, daar niet van, maar ze klonken inmiddels zo gefrustreerd. Het zijn mensen die er echt op uit zijn om de wereld beter te maken. Maar als je zulke hoge doelen hebt... Dat idealisme is heel vaak de beste garantie om uiteindelijk gefrustreerd te raken. Om gefrustreerd te worden heb je sowieso een hoge verwachting nodig. Als je van niets iets verwacht, kun je ook niet teleurgesteld raken. Maar als je denkt dat we de wereld beter kunnen maken, of dat nu in politiek, maatschappelijk of sociaal opzicht is, dan word je daar in je levenservaring niet vrolijk van, want het blijkt namelijk bij je handen af te breken. Het lukt niet.

Laten we het eens over de hele grote linie bekijken, vanaf Adam. Al die pakweg zesduizend jaar die er nu bijna op zitten: wat zijn we nu uiteindelijk opgeschoten? Er zijn heel veel ontwikkelingen, dat is waar, maar wat zijn we werkelijk opgeschoten? "Wat is het voordeel van al het zwoegen van de mens?" vraagt Prediker. Dat is een retorische vraag; hij bedoelt ermee te zeggen: niets. Die wetenschap, als je daarmee begint, behoedt je. Het lijkt een sombere insteek, maar juist als je daarin heel realistisch bent en inziet dat je de dingen niet te groots moet denken – dat is niet aan de mens – geeft dat rust. De zevende dag, het grote Millennium, dat gaat komen. We hebben daar hele hoge verwachtingen van. Waarom? Omdat dan de Heer gaat ingrijpen en Hij orde op zaken zal stellen. Dáár raakt een mens niet in teleurgesteld. Maar alles wat een mens zelf doet, frustreert en stelt teleur. Als je dat van tevoren weet, bespaart je dat die frustratie. Als ik dat iedere keer zo laat klinken, is dat niet pessimistisch; integendeel, het is juist een heel realistische manier om in dit vergankelijke bestaan te staan.

"Indien de mens vele jaren leeft, zo verheuge hij zich in die alle." Als we een hoofdstuk terugbladeren, komen we bij Prediker 3. Daar zegt hij: "Ik heb ingezien dat er geen goed in hen is." Of zoals de NBG-vertaling zegt: dat het niet in onze eigen macht is. "Maar als men zich verheugt tot het goede doen in zijn leven, ja ook dat elk van de mensheid eet en drinkt en het goede ziet in al zijn zwoegen, dan is dat een gave Gods." Met andere woorden: het is geen goed in de mens zelf, het is niet in ons eigen vermogen om dat te bewerkstelligen. Maar als je je te goed mag doen in dit leven, als je mag eten en drinken en het goede mag genieten in al je zwoegen... Want dat zwoegen is er. Zwoegen is niet zomaar werken of arbeiden, maar moeitevol arbeiden. Wat wij hier in deze wereld doen, is echt zwoegen. Ploeteren noemen we dat. De wijze waarop we ons in het bestaan een weg vinden, komt ons door de bank genomen niet aanwaaien. Maar als je bij dat alles, in al je zwoegen, kunt eten en drinken en van het goede kunt genieten, dan is dat een gave van God.

In Prediker 5 staat: "Zie, wat ik als goed heb opgemerkt, is dit: dat het voortreffelijk is te eten, te drinken en het goede te zien in al het zwoegen waarmee iemand zich aftobt onder de zon, gedurende het getal van de dagen van zijn leven die de God hem geeft; want dit is zijn deel." Dat wil zeggen: dat is wat God je toebedeelt. Wees daar tevreden mee. Erken gewoon: dit is een vergankelijk bestaan en het duurt maar kort. Verwacht daar niet veel van – dat wil zeggen: van de wereld en van de ondernemingen van de mens. Maar wees dankbaar als u mag genieten in dat korte bestaan onder de zon.

En in al dat zwoegen mag je eten en drinken en van het goede genieten. Dan is dat van de God. Ik hou ervan om dat bepaalde lidwoord erbij te zetten. Dat wil zeggen: die ene God die dat alles beschikt en plaatst. Dat is je deel en dat mag je genieten. Niet meer en niet minder.

Kijk, ik moet er misschien nog even iets bij zeggen, maar ik denk dat dat in dit gezelschap eigenlijk wel een hele bekende stof is. Prediker beperkt zich gewoon tot de dingen onder de zon. Dat is ook zo'n uitdrukking die telkens weerkeert in dit boek. Hij heeft het niet over de nieuwe schepping. Nee, hij heeft het gewoon over déze schepping en hij aanschouwt de dingen onder de zon. En dan is dit, uitgaande daarvan, de waarheid.

We gaan weer even terug naar Prediker 11. Daarom, indien de mens vele jaren leeft, zo verheuge hij zich in die alle...

De Dagen van Duisternis en het Einde van het Zwoegen ↑ hoofdstukken

En gedenkt – dat is een oproep – dat de dagen der duisternis velen zullen zijn. Wat denkt u dat hij daarmee bedoelt, die dagen van de duisternis? Is er een idee? Zal ik dan een optie voordragen? Ik heb daar weleens een heel vreemde uitleg over gehoord. Ik kom zelf uit een tamelijk zwaar reformatorisch milieu en daar was ik ooit een keertje op bezoek bij een oude mevrouw. Zij had veel angst voor het hiernamaals. Ze had haar hele leven in de kerk gesleten, maar ja, je moest maar net uitverkoren zijn. Ik herinner me heel goed dat ik samen met een meisje van de jeugdvereniging bij haar op bezoek was en toen zei zij: "Want dat staat in Prediker: de dagen der duisternis zullen vele zijn." Zij bedoelde in die context dat het ergste nog moest komen.

Later, als je het boek wat beter gaat bekijken en die woorden weer in je herinnering komen, zie je waar Prediker het werkelijk over heeft. Eén ding is duidelijk: hij zegt dat indien de mens vele jaren leeft, hij zich in die alle moet verheugen. Maar gedenk dat de dagen der duisternis velen zullen zijn; dat is kennelijk dat wat daarop volgt, na die vele jaren van leven. Daar had Prediker trouwens al eerder wat over gezegd. Hoezo zijn dat duistere dagen? Wel, in Prediker 9 – we bladeren weer even terug – zegt hij in vers 10: "Al wat uw hand vindt om naar uw vermogen te doen, doe dat." Heb je het weer: niet te hoog gegrepen, maar doe gewoon waartoe je in staat bent. Al wat uw hand vindt om naar uw vermogen te doen, doe dat, want, zegt hij, er is geen werk of overleg of kennis of wijsheid in het dodenrijk, het Sheol of de Hades – het hangt er maar vanaf in welke taal je dat uitdrukt – waarheen u gaat.

Met andere woorden: als je straks komt te sterven, dan kun je daar niet meer werken. Daar is ook geen overleg, daar is ook geen kennis of wijsheid. Zo zegt Salomo dat. Het is overigens omstreden wat hij hier zegt over de doden. In de Psalmen staat: "De doden zullen de HEER niet loven." Nee, wij levenden doen dat. De doden zijn dood en alle kaarten zijn gezet op de opstanding. Maar even terugbladerend naar Prediker 11: "Gedenkt dat de dagen van de duisternis vele zullen zijn." Dat wil zeggen: je sterft en dan is het donker. Niet in de zin van die vrouw over wie ik het zojuist had, maar dan is voor jou het licht uit en ben je in rust. Zoals wij 's nachts ook slapen en dan de luiken dichtgaan. In die zin.

En dan staat er nog bij: "Al wat gekomen is, is ijdel." Als u een NBG-vertaling hebt, daar staat: "Al wat komt, is ijdel." Als u een Statenvertaling hebt, dat is een andere versie: "Al wat gekomen is" of "al wat kwam, is ijdel." Uit het Hebreeuws blijkt dat niet zo zonneklaar. In beide gevallen is de gedachte: als je eenmaal sterft en daarmee het licht uitgaat – het levenslicht is verdwenen – dan is het leven voorbij. Dit ijdele bestaan is dan voorbij. Al wat gekomen is, alles wat inmiddels in het verleden ligt, is voorbij. Dat ijdele bestaan is daarmee aan het einde gekomen. Als je het leest in de zin zoals de NBG-vertaling dat doet, dan gaat het over die dagen van de duisternis; dat wil zeggen dat je niets meer kunt doen als een mens dood is. Ik laat dat nu even in het midden, maar het gaat me met name om het vervolg.

Een Oproep aan de Jongeling en het Vreugdevolle Gericht ↑ hoofdstukken

Hij zegt – en nu wordt hij specifiek – hij richt zich tot de jongeling. Tot dusver, in de voorgaande verzen, had de Prediker het over de mens in het algemeen, maar nu richt hij zich tot de jongeling: verheug je, jongeling, in je jeugd. Als je jong bent, in je kindertijd, gewoon in je jonge jaren. En laat je hart goed zijn. Er staat eigenlijk tof in het Hebreeuws. Dat woord kennen we allemaal. In deze context geeft de NBG het weer met 'vrolijk'. Een goed hart is een hart dat blij is, dat verheugd en vrolijk is. Laat je hart goed zijn in de dagen van je sterkste jaren; zo staat het eigenlijk in het Hebreeuws. In de dagen van je sterkste jaren, of in je jongelingsjaren. Dat zijn de jaren waarin je in je kracht bent, op je sterkst.

Ga in de wegen van je hart en in het zicht van je ogen. Ook hier weer: volg de lust van je hart. Dat wat je hartje je ingeeft, doe dat. En dat wat je ogen aanschouwen, volg die weg. Dat is prachtig. Ik las in de kanttekeningen van de Statenvertaling dat daar bij stond dat Salomo dit schertsend bedoelt. Dat hij dit nooit zo gezegd kan hebben, want zo kan dat allemaal niet wezen. Maar ik bespeur hier helemaal geen scherts in. Totaal niet. Vooral als je het voorgaande zojuist gelezen hebt, dan past dit helemaal in de lijn. Dat wil zeggen: verheug je werkelijk. Dat geldt voor de mens in het algemeen en in het bijzonder voor degene die jong is. Dit is echt een verzameling gouden tips, hoor. Vooral als je aan het einde leest hoe je je echt ultiem kunt verheugen, met name in die jaren dat je in je kracht bent en je gewoon mag en kan genieten. Hij geeft het je, Hij heeft je gemaakt, Hij heeft je bedacht. En Hij zegt: volg dat wat je hart je ingeeft en dat wat je ogen zien en willen zien. Er is zoveel te leren, er is zoveel te ontdekken. Volg dat.

En weet... Dat is interessant, want in de NBG staat daar 'maar'. En dat voelt dan eigenlijk als een domper. Zo van: volg de lust van je hart en dat wat je ogen aanschouwen, maar... en dan zie je die calvinistische vinger opgestoken worden: maar weet! Op het moment dat je hier 'maar' zet, is dat feitelijk de andere kant van de medaille en zou het een domper zijn op de aansporing tot vreugde. Ik heb in het Engels ooit de uitdrukking geleerd: everything you say before 'but' is bullshit. Dat wil zeggen dat je, op het moment dat je hier 'maar' zet, eigenlijk weer wegstreept wat er zojuist stond. Zeker met de gedachte waar we misschien wel mee grootgebracht zijn: "Ja, weet wel dat God je in het oordeel zal roepen."

Laat ik eerst even de credits voor die gedachte geven, want hij zegt inderdaad: God zal je om al deze dingen in het gericht doen komen. Maar nu even dit: wat bedoelt hij dan met 'al deze dingen'? Dat verwijst naar de dingen die hij zojuist heeft genoemd. "En weet dat om al deze dingen God jou doet komen in het gericht." Al deze dingen. Als God jou straks... want Salomo spreekt weliswaar niet over de nieuwe schepping, maar Salomo weet wel van opstanding. Hij weet dat dit bestaan niet het laatste is en dat God alles recht gaat zetten. Dat is wat het gericht ook betekent. Als u het mij vraagt: dat is geen verdoemenis, het is juist een blijde boodschap. Nou ja, misschien pijnlijk, maar God gaat dat wat krom is, rechtzetten. Dat is wat gericht in de meest letterlijke zin ook is. Ik vind het een prachtige gedachte: God komt om de aarde te richten, de wereld in gerechtigheid. Dat is een blijde boodschap. Alles wat krom is, gaat Hij op Zijn tijd en op Zijn wijze rechtzetten. Dat is wat hier ook staat.

Weet dat God jou om al deze dingen doet komen in het gericht. Al deze dingen. En als je dan bij Hem bent – dat is wat Salomo hier zegt – dan komt er een moment dat alles rechtgezet gaat worden, ook voor jou. Voor jou als jongeling, voor de mens in het algemeen. En dan is de vraag: verheugde je je? En was je hart goed? Ik volg gewoon eventjes dit rijtje: Verheug je, jongeling, in je jeugd. Liet je je hart goed zijn in de dagen van je sterkste jaren? Ging je in de wegen van je hart? Ging je in het zicht van je ogen? Dat is bloedserieus. Dit is dus niet een domper van "maar weet wel...", nee, hij zegt: "En weet dat het zó'n ernst is." Als straks daar het gericht is en je staat voor God, dan is de vraag: heb je je echt verheugd? Heb je genoten van de dingen die Ik jou gegeven heb? Heb je de dingen ontdekt en heb je in het zicht van je ogen je weg gewandeld? Ziet u dat dit een heel andere gedachte is? Totaal niet van een domper. Ik lees nog even verder.

De Helende Werking van de Blijde Boodschap ↑ hoofdstukken

En doe de getergdheid van je hart weg. Dat sluit trouwens ook weer aan op wat we eerder zagen: verheug je aan de wegen van je hart en in het zicht van je ogen. Het wordt nog eens bevestigd, want God is het juist die je daarom ook in het gericht doet komen. Dat zal de grote vraag zijn: heb je dat serieus genomen? En dan ook: "doe de getergdheid van je hart weg" – of het verdriet, of zoals elders staat: de ergernis. Kijk, strikt genomen worden de dingen die hier specifiek tegen de jongeling gezegd worden voor elk mens ter harte genomen, maar het gaat hier specifiek over de oproep om je er, juist als je jong bent, bewust van te zijn van wat Hij geeft.

Getergdheid is dat wat tergt, wat verdriet doet. Houd dat weg, laat het passeren uit je hart en focus je niet op de negatieve dingen. En laat het kwaad aan je vlees voorbijgaan. "Do the cow", dat is een beetje een vrije weergave; houd de kwalen weg van je lichaam. Laat het kwaad aan je vlees voorbijgaan. Nee, dat gaat natuurlijk niet over de barbecue, maar over het vlees als het lichaam. Het is opmerkelijk hoe positief Salomo hier schrijft. Zorg er nou voor dat je, zoals wij zouden zeggen, positief gericht bent in het leven. Ga je nou niet focussen op dat wat irriteert, wat ergert en wat niet goed is, of op alle misstanden in de wereld om die recht te zetten. Nee, houd de getergdheid van je hart weg en zorg ervoor dat je lichaam, voor zover het in je vermogen ligt, gezond is.

Ik heb daar nog een mooie tekst bij die makkelijk te onthouden is: Spreuken 15 vers 30. Daar zegt hij: "Verlichting van ogen verheugt het hart." Daar hadden we het al eerder over: het is goed voor de ogen om het licht te zien. En als er iets is dat de ogen verlicht, dan is het wel dat wat Gods Woord ons heeft gegeven en wat dat Woord ons duidelijk maakt. Verlichting van ogen verheugt het hart. Dat wil zeggen: als je het licht mag zien, als de dingen je duidelijk worden – vooral uiteraard in Zijn Woord – dan gaat een mens stralen. Als je mag leren zien wie Hij is en wat Hij voornemens is, dan krijg je licht in de ogen. Salomo zegt daarover: verlichting van ogen verheugt het hart, en een goed bericht verkwikt het gebeente.

Als u zegt: "Dat doet me te veel denken aan een website", dan zeggen we: nou, dan hebben we het over een goede tijding. Een blijde tijding, als je een goed nieuws mag vernemen. Eigenlijk staat hier gewoon het woord voor evangelie. Het is trouwens opmerkelijk – ik weet niet hoe u over genezingsbedieningen en dergelijke denkt, maar dat is nu helemaal het onderwerp niet – maar ik geloof dat dit zo waar is: er is niets wat zo’n gezondmakend, zo’n vitaliserend effect heeft op het lichaam als juist het kennen van de blijde boodschap. Er zijn heel wat van die teksten, juist in het boek Spreuken, die dat aangeven. Een goed bericht verkwikt het gebeente. Je zou zeggen: "Ja, maar dat is goed voor het hart, dat begrijp ik." Maar er staat dat verlichting van ogen het hart verheugt én het gebeente verkwikt. Een mens is immers een psychosomatisch geheel. Daar waar de mens werkelijk licht in de ogen krijgt, in het hart, en perspectief krijgt, daar werkt dat gezondmakend. Het geeft je namelijk vrede, het geeft je vreugde en het geeft je zin in het bestaan. Ik bedoel dat letterlijk en figuurlijk. Dat is een verkwikking voor het gebeente, gewoon voor je hele gestel, voor je body. Dus als je zegt: "Laat het kwaad aan je vlees voorbijgaan", dan kun je natuurlijk zeggen dat je ervoor moet zorgen dat het lichaam goed getraind is. Dat is prima, helemaal niets mis mee, maar hetgene wat het allerbelangrijkste is om je te verheugen – en wat daarom ook zo’n effect heeft op je lichaam – is werkelijk de blijde boodschap kennen van de Bijbel, van de God.

Laat het kwaad aan je vlees voorbijgaan, want, zegt de Prediker er dan bij: "want jeugd en de vroege jaren zijn ijdelheid." Dat wil zeggen: als je deze dingen wilt, het kwaad aan je vlees voorbij laten gaan, zorg daar dan voor in je jeugd en in de vroege jaren. Die zijn namelijk maar heel vluchtig; voor je het weet is het voorbij. Ik ben zelf inmiddels al 56 – ja, je zou het niet zeggen, maar ik ben het wel. Maar één ding kan ik wel bevestigen, ook al hoor ik mezelf nu zeggen: "opa vertelt". De jeugd is inderdaad zo voorbij. Onze kinderen zijn 18, 20 en 23, en als ze het daarover hebben, herken ik dat ook. Ik weet wel dat ik het altijd maar een beetje 'geleuter' vond van mijn ouders als ze zeiden dat het allemaal zo kort duurde. Je kunt je als je jong bent eigenlijk geen voorstelling vormen van het feit dat het inderdaad maar zo kort is, want je denkt dat het eindeloos is. Maar een aantal jaren later moet je in toenemende mate vaststellen: ja, het is inderdaad gewoon leeg, in de zin van vluchtig. Zo heb je het, en zo ben je het ook weer kwijt, of ben je het aan het kwijtraken.

Het Eigenlijke Geheim: Gedenk Je Schepper ↑ hoofdstukken

En nu komt het eigenlijke geheim. Want we hebben zojuist gelezen dat de mens zich zou verheugen. Over de jongeling die opgeroepen wordt om echt die vreugde uit het leven te halen die God erin gelegd heeft, en daar ook ten volle van te genieten. Ik moet er echt om lachen als mensen zeggen dat Prediker dit vast alleen maar 'schetsend' bedoeld zal hebben, omdat dit een beetje te extreem zou zijn. Maar ik neem het zoals het staat. Dit is echt zo’n 'oude' die geniet van het leven dat God geeft. Enjoy it!

Maar wat is nu de echte vreugde? Ik ben ervan overtuigd dat Prediker, nu hij dit vervolgt, hier het eigenlijke geheim geeft. Verheug je, volg de lust van je hart en wat je ogen aanschouwen, maar hij zegt hier ook: gedenk jouw Schepper in de dagen van je sterkste jaren.

Dat woord 'gedenken' is op zich natuurlijk geen verrassing, want in het Nederlands zit daar de gedachte in van: herinner je. Maar het betekent ook dat er ergens melding van gemaakt wordt; iets wordt vermeld. Zo wordt het in de Bijbel ook heel vaak vertaald. Gedenk jouw Schepper. Maak melding van Hem. Denk aan wie Hij is. Denk aan wie jou gemaakt heeft. Dat is wat er staat: gedenk de Schepper van jou. Het is heel persoonlijk.

De gedachte dat ik ooit bedacht ben door God. Ik weet zelfs – dat is weliswaar niet het onderwerp van Prediker, maar we weten het vanuit de Schrift – dat Hij ons heeft voorbestemd. Als je een gelovige in Hem bent, dan weten we dat je vóór de nederwerping van de wereld bent uitverkoren en voorbestemd tot zoonschap, zoals Paulus daarover spreekt. Ik ben bedacht. Ik ben een creatie van Hem. Helemaal door Hem bedacht, gemaakt en gecreëerd. Hij heeft een geweldig bestemmingsplan voor mij, en dat kan ook niet misgaan. Hij is de God.

Wat is er nu mooier, heerlijker en vreugdevoller dan juist in je sterkste jaren te bedenken dat je die ondergrond al hebt? Dat zeg ik overigens ook gewoon als ouder, inmiddels met de nodige ervaring. Om je kinderen dat bij te brengen. Wat ze er uiteindelijk mee doen, dat is aan hen. Maar ik zeg het iemand na die ik heb gekend: wat ze ermee doen is niet aan mij, daar zijn je armen ook te kort voor, maar weten zullen ze het! Prent het ze in. Prent deze dingen in: geniet van de dingen die God geeft, en bedenk dat er Één is die jou gemaakt heeft, die van jou houdt en die een plan met jouw leven heeft. Hij heeft het beste met jou voor, Hij heeft jou gemaakt en Hij is jouw Schepper.

Ja, de God. Hij geeft alles een plek; dat is die Schepper. Gedenk jouw Schepper in de dagen van je sterkste jaren, want er is geen grotere vreugde dan Hem te kennen. En hij vervolgde daar nog bij: zolang de kwade dagen nog niet komen.

De Kwade Dagen en Vrucht Dragen in Grijsheid ↑ hoofdstukken

Dit is trouwens een inleiding op de rest. Vandaar ook dat dit hoofdstuk 12 vers 1 is. Als je de rest van dit gedeelte er nog bij zou betrekken, vanaf vers 2, dan beschrijft Salomo het hele ouderdomsproces. Het proces van ouder worden, waarbij hij voor elk fenomeen – dat de ogen slechter worden, de oren slechter worden, het loopvermogen afneemt, enzovoorts – een metafoor geeft. Wat er gebeurt als een mens ouder wordt, daar geeft hij zoveel metaforen voor. Dat zijn die kwade dagen waarbij de krachten afnemen. De jeugd, dat zijn je sterkste jaren, en als je dan over de top heen bent, dan vangen de kwade dagen aan. Kwaad in die zin dat dan de sterkste jaren achter je liggen en dat de krachten gaan afnemen. Je vitaliteit en allerlei vermogens worden minder. Daar kun je lacherig over doen en je kunt daar gedetailleerd op ingaan, maar dat is gewoon de werkelijkheid. Je wordt daar vanzelf – de één meer, de ander minder – op getrakteerd. Daarom: gedenk jouw Schepper in de dagen van je sterkste jaren. Juist dan.

Het is ook opmerkelijk dat als er gesproken wordt over offers, God altijd het beste wil. Dat gold voor de vruchten, maar dat gold trouwens ook voor dieren die geofferd werden; dat moest altijd het beste van de kudde zijn. Dat werd aan God geofferd. Als ik eraan denk wat hier staat in Prediker 12: het beste deel van je leven, gewoon in de fysieke, algemene zin van het woord, het beste deel van je aardse bestaan, dat is je jeugd. Als je daar ten volle het rendement uit wilt halen, geniet dan, en dat wil zeggen: gedenk je Schepper in die jaren. Zolang de kwade dagen nog niet komen, wanneer de krachten afnemen en de jaren naderen waarvan je zegt: "Ik heb daarin geen behagen." U kent het gedeelte van Prediker 12 waarin hij spreekt over de afnemende kracht en wat er allemaal gebeurt als een mens ouder wordt. Dan zegt hij inderdaad dat ook de lust afneemt, in allerlei zin van het woord. Je hebt niet zoveel kracht meer en je kunt er niet meer op uit.

Mijn eigen ouders zijn inmiddels 86 en 87. Als je dan ziet hoe de krachten, maar ook de vermogens, zo afgenomen zijn... Dat hoeft overigens niet altijd extreem te zijn; mijn vader is nog in betrekkelijk goede doen. Maar als je ziet hoe dat proces zich onwillekeurig voltrekt, dan kijk je terug op die sterkste jaren. En dan zegt de Prediker: gedenk jouw Schepper in de dagen van je sterkste jaren.

Nog even dit, dat wil ik ten slotte zeggen: in Psalm 92 staat het slot van die psalm. De rechtvaardige zal groeien en dan even later: overgeplant in het huis van Yahweh botten zij uit in de voorhoven van onze God. En zij zullen in grijsheid nog vrucht dragen, fris en bloeiend zullen zij zijn. Dit is nog even een andere gedachte. Want aan de ene kant, in de fysieke zin van het woord, is het zo dat als je eenmaal over de top heen bent, de sterkste jaren voorbij zijn en de kwade dagen toenemen; dat wil zeggen dat de krachten afnemen. Dat zijn dan de kwade dagen. Maar lees het nu eens in het perspectief van Psalm 92. Als je bent overgeplant in het huis van Yahweh en je woont bij Hem en je verblijft bij de rijkdom van Zijn Woord, dan staat er: zij zullen in grijsheid nog vrucht dragen, fris en bloeiend zullen zij zijn, om te vertellen dat Yahweh, de Heere, recht is: "Mijn rots in wie geen onrechtvaardigheid is."

Ik heb het expres even zo onderstreept: in grijsheid zullen ze nog vrucht dragen. Want in fysieke zin mag het dan zo zijn dat de uiterlijke mens in verval is – dat zegt Paulus al in 2 Korinten 4 – maar niettemin wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd. Daar spreekt de psalmist ook over: dat als je in dat besef leeft en je hebt dat al geleerd in je jonge jaren, je zelfs in je grijsheid nog jeugdig bent. Het lijkt een beetje een platitude: "Ik ben jong van hart." Maar wat is écht de jonkheid van hart? Dat je je kunt verheugen in je Schepper en het goede kunt genieten gedurende de dagen van je leven. Dan zul je in dat besef fris en bloeiend zijn en ook blijven. Daarmee worden die gouden tips die Salomo specifiek aan de jongelui geeft, feitelijk ineens actueel voor elk mens om zo jeugdig in je hart en in je denken te zijn en te blijven. En om zo fris en bloeiend in je bestaan te blijven, ondanks misschien het uiterlijke verval, maar doordat je van dag tot dag vernieuwd wordt. Zo mag je het levenslicht in je ogen en in je hart blijven beleven.

🎧 gouden tips voor de jongeling
Delen: