GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Het Goede Bericht & De GayPride

08-08-2010 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 8 augustus 2010 in 2B-Home te Zoetermeer.

Terwijl Amsterdam met veel ophef de Gay-Pride vierde, lieten wij Paulus vanuit de Romeinenbrief aan het woord over dit fenomeen. Niet moralistisch, “wat mag wel en wat niet?”, maar om te ontdekken wat het “verwerpelijke denken” is, dat hierachter schuilgaat. Een denken dat God niet vereert als GOD, d.w.z. HEM (mannelijk!!!) die alles en iedereen een plaats geeft. Dit gegeven blijkt de basis van heel Paulus’ boodschap. Het Goede Bericht nl. aangaande Hem die door opstanding… nieuw leven verwekte, zodat sindsdien de schepping ‘in blijde verwachting’ is.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt het denken achter de maatschappelijke acceptatie van homoseksualiteit aan de hand van Romeinen 1. De werkelijke afdwaling van de mensheid is niet het homoseksuele gedrag zelf, maar het feit dat de mens de Schepper heeft weggeredeneerd en vervangen door het schepsel. Doordat God niet meer wordt erkend als de Plaatser van alle dingen, verdwijnt ook het zicht op de goddelijke ordening van mannelijk en vrouwelijk. Desondanks was het niet de bedoeling van Paulus om te moraliseren, maar juist om in deze duisternis het Goede Bericht te brengen van de God die via opstanding nieuw leven wekt.

“De waarheid van de Schepper heeft men vervangen door de leugen van de schepping. De Schepper redeneert men weg en men houdt alleen de schepping over.”

De Gay Pride en het Achterliggende Denken ↑ hoofdstukken

Goedemorgen beste vrienden. Het kan u toch moeilijk ontgaan zijn dat we dit weekend in ons land de Gay Pride hebben kunnen vieren. Ik weet niet of u er geweest bent, maar ik ben in elk geval blij dat u nu hier bent. Er waren maar heel weinig mensen, las ik vanmorgen nog eventjes op een nieuwssite; er waren maar 380.000 mensen dit keer. Toen dacht ik bij mezelf: ik hoop dat we vanmorgen ook met zo weinig mensen zijn. Maar helemaal geen klagen erover.

Hier ziet u wat impressiefoto's, voor zover u dat allemaal nog niet hebt gezien. Want u weet, er gaan dan heel veel mensen daar langs de grachten staan. En om met Joep van 't Hek te zeggen: ze zwaaien allemaal naar homo's in een bootje. En dat is dan heel erg modern. Tenminste, die reputatie heeft het dan, want om te laten zien... Gay Pride, dat betekent de trots dat we zo met homo's omgaan, want dat heet heel erg modern. Maar zo modern is het nou ook weer niet, want wat blijkt is gewoon dat dit hele fenomeen al duizenden jaren oud is. Je zou eens kennis moeten nemen van de geschiedenis en bijvoorbeeld zien hoe het ooit in de nadagen van het Romeinse Rijk is gegaan. Bij beschavingen zie je heel vaak hoe de vrije seks, en daarmee ook de homoseksualiteit, enorm opgang gaat krijgen. Dat is helemaal niet iets van: "Jongens, kijk ons nou eens in 2010 modern zijn." Het is al zo oud als de weg naar Rome.

In ieder geval, men heeft dat allemaal kunnen vieren en er is een heleboel om te doen geweest. Maar wat ik u eigenlijk vanmorgen wil vertellen, is dat dat fenomeen – dat zei ik zojuist – helemaal niet modern is. Paulus heeft er namelijk in zijn dagen al het een en ander over gezegd. Een schitterend hoofdstuk vind ik dat altijd, Romeinen 1, en ik wil u daar graag eens in meenemen. Want we gaan het natuurlijk niet hebben over, en zeker niet tobben over homofilie. Onlangs heb ik daar nog weer een uitzending op de EO voor zitten beluisteren en daar werd me toch moeilijk gedaan. Ik begrijp heel goed hoe mensen soms kunnen tobben met zulke dingen, daar gaat het niet om hoor. Maar dan wordt er zo moralistisch gedaan en de EO heeft momenteel helemaal problemen daarmee, want ze durven niet meer gewoon te zeggen dat homoseks tegennatuurlijk is, want dan lig je eruit natuurlijk. Maar het gaat helemaal niet om moralisme; wat mag wel en wat mag niet, of wat mag nog net wel en zulke dingen.

Daar heeft Paulus het in Romeinen 1 ook helemaal niet over. Het gaat om het denken dat daarachter zit, en dat is wat Paulus in Romeinen 1 aan het licht brengt. Vandaar dus dat ik het als thema heb gegeven: 'Het Goede Bericht'. Het gaat inderdaad over de Gay Pride, niet als fenomeen wat dit weekend in Amsterdam gevierd wordt, maar als algemeen verschijnsel waarbij men homoseks promoot. Het gaat om het denken dat daarachter schuilgaat. Dat is verwerpelijk, niet die homoseks an sich. Dat is niet het punt. Dat is wat Paulus ook in Romeinen 1 laat zien, maar wat hij vooral laat zien – en dat wil ik vanmorgen ook juist in het licht stellen – is hoe tegen die achtergrond juist, en in zo'n wereld, het Goede Bericht van God klinkt. En als ik zeg 'het Goede Bericht', dan bedoel ik gewoon het Evangelie. Dat betekent het Goede Bericht van God en van Hem die opgestaan is uit de doden en zo nieuw leven verwekt heeft.

Ik ga dat straks ook nog wat laten zien, hoe dit soort terminologie alles met dit fenomeen te maken heeft. Dus wacht nog even. Maar hoe God nieuw leven in deze schepping verwekt heeft, zodat deze schepping als een moeder in blijde verwachting is, wachtend op de verlossing. Dat is allemaal hele dubbelzinnige taal die ik nu bezig, maar let maar op. We gaan eerst eens eventjes bij het begin beginnen.

Het Goede Bericht in een Notendop ↑ hoofdstukken

Nou ja, niet bij Romeinen 1 vers 1, want dat zou echt te ver voeren, maar ik val binnen in vers 15. En die verzen moet ik eerst even, zei u het wat vluchtig, dan moet u het mij niet kwalijk nemen, voor het voetlicht brengen. Paulus spreekt tot deze gemeenschap in Rome: "Vandaar mijn bereidheid" — hij had er al het een en ander over verteld — "mijn bereidheid om ook u te Rome het Evangelie te brengen." En het Evangelie, dat is het goede bericht. Hij laat in deze brief zo schitterend, maar ook fundamenteel zien wat dat betekent.

Hij geeft in Romeinen 3 vers 23 een prachtige samenvatting — ik zou er nog meer kunnen geven hoor, maar wat dacht u van deze? Daar staat dit: "Want allen hebben gezondigd" — dat betekent heel het mensdom, niemand uitgezonderd — "en derven de heerlijkheid Gods." Ze missen het; eigenlijk staat er: ze komen tekort. En dan gaat het er niet om of ze veel tekortkomen of wij een beetje, ze komen gewoon tekort. Ze missen, ze derven de heerlijkheid Gods. En dan staat erbij: "en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade door de verlossing in Christus Jezus." Alsjeblieft, als u nou het Evangelie in een notendop wilt hebben: hier hebt u een prachtig voorbeeld van Paulus, de afgevaardigde van Christus Jezus zelf.

Dit is de boodschap. De toestand van de mensheid is hier in één pennenstreek geschilderd in vers 23: allen hebben gezondigd en allen derven, ze missen de heerlijkheid Gods. En wat zegt God dan? Maar ook allen — iedereen in zijn eigen rangorde — allen worden gerechtvaardigd om niet uit zijn genade door de verlossing in Christus Jezus. Voilà. Dat is de boodschap. Dat is het bericht dat Paulus liet klinken. Hij was bereid om dat goede bericht in Rome te vertellen, uit te leggen en uiteen te zetten. Dat is wat hij in deze brief doet; zestien hoofdstukken lang zet hij dat heel grondig en fundamenteel uiteen.

En dan zegt hij: "Want ik schaam mij het Evangelie niet." Staat het er nog mooier eigenlijk? Letterlijk staat er: "het Evangelie beschaamt mij niet." De nadruk ligt niet op: "ik ben zo heldhaftig dat ik ervoor uit durf te komen." Nee, het verhaal is dat de boodschap zo krachtig is, zo solide en zo betrouwbaar ook, dat het mij niet beschaamt. Daarom kom ik er voor uit. De kracht ligt in de boodschap, niet in de spierballen die Paulus laat zien door te zeggen dat hij zich niet schaamt. Nee, het Evangelie beschaamt mij niet.

Waarom niet? Nou, het is een kracht Gods tot behoud voor eenieder die gelooft. Dat wil zeggen: geloof is het kanaal waardoor het behoud tot de mensen komt. Mensen denken weleens dat in een bijeenkomst als deze wordt ontkend dat geloof het kanaal zou zijn. Nou, dat is wel degelijk zo. God redt de mensheid, maar hoe doet Hij dat? Door geloof. Doordat Hij mensen brengt tot erkenning van Hem. Dat is wat geloof is. Want het is een kracht Gods tot behoud voor ieder die gelooft. Eerst voor de Jood, schrijft Paulus, want dat is waar hij zich in de eerste plaats ook toe richtte — want zij zijn de geliefden om der vaderen wil — maar, zegt hij, totaal niet exclusief, ook voor de Griek.

Want, zegt hij, gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard. Dat zijn allemaal op zich hele grootse thema's die je breed zou kunnen uitmeten aan de hand van de Bijbel. Maar laat ik het even kort zeggen, want we moeten naar vers 18, 19 en 20. Gerechtigheid Gods betekent gewoon dit — neem het woord zoals het zich aandient: Gods gerechtigheid betekent dat God recht doet. Aan wat dan? Wel, aan Zijn Woord. Oftewel, aan wat Hij heeft beloofd. God is de God die aankondigt, die tevoren aanzegt, en dat is een belofte. Als God spreekt, dan is het Zijn belofte, en als God recht doet aan Zijn Woord, aan Zijn belofte, dan betekent dat dus dat Hij Zijn belofte vervult.

Er zijn hele theologieën rond dit begrip gefabriceerd over de gerechtigheid Gods die geopenbaard is, maar als je het woord gewoon neemt zoals het zich aandient — gerechtigheid Gods: God doet recht aan Zijn woorden — wel, die gerechtigheid Gods wordt in het Evangelie geopenbaard. En wat betekent dat? Dat God nu Zijn Woord heeft vervuld; Hij heeft Zijn beloften gerealiseerd. Dat is wat het Evangelie vertelt. Wat al duizenden jaren van tevoren was aangekondigd, heeft God inmiddels gerealiseerd.

Gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof. Dat betekent: uit het geloven van God. Sommigen vinden het misschien een beetje vreemd als je dat zo zegt, maar ook dat wordt in de Romeinenbrief uitgelegd. De Bijbel spreekt over het geloof van God. Er is niemand die meer gelooft of meer vertrouwen heeft in het Woord van God dan God zelf. Daar is een hele goede reden voor: Hij weet namelijk dat Hij doet wat Hij zegt. Daarom, die gerechtigheid — het feit dat God recht doet — komt allemaal voort uit Zijn geloof. Hij gelooft in Zijn Woord en Hij vervult dus dat wat Hij beloofd heeft. Het is uit geloof, maar het is ook gericht tot geloof: dat een mens dat zou erkennen. God geeft de ogen om te zien, Hij geeft de oren om te horen en Hij opent het hart om te verstaan. En prijs God als dat u nu reeds ten deel valt. Uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: "De rechtvaardige zal uit geloof leven."

De Toorn van God: een Verduisterd Hart ↑ hoofdstukken

En dan gaat Paulus verder in vers 18. "Want toorn van God..." Heel eigenaardig, die overgang, en toch is er samenhang, maar misschien dat ik daar straks nog even op terugkom. Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden. Let goed op wat er staat. Er staat hier niet dat de toorn van God zich openbaart over ménsen. Nee, dat staat er niet. Dat gebeurt nu ook helemaal niet. Er staat: "openbaart zich", dat is in de tegenwoordige tijd. Wordt Gods toorn vandaag geopenbaard over mensen? Nee, helemaal niet. Dat staat er ook niet. Hij is niet boos op mensen. Waar Gods toorn zich op richt, is goddeloosheid – dat wil zeggen: het niet erkennen van Hem. Oneerbiedigheid staat er letterlijk. En ongerechtigheid. Dat is in feite hetzelfde.

En wat dat alles is? Nou, daar staat het vlak achter: het betekent namelijk dat men de waarheid in ongerechtigheid ten onder houdt. Dat is wat een mens altijd doet, in het algemeen. De waarheid kan namelijk zo confronterend zijn. Dus wat doet hij? De waarheid wordt ten onder gehouden. Dat is moeilijk, dat is echt heel moeilijk. Ik vergelijk het zelf altijd met een bal, een opgepompte bal die je onder water probeert te houden. Dat kan wel, je kunt een bal zo onder water drukken, maar die bal heeft altijd de neiging naar boven te schieten. Daarom moet je moeite doen om de waarheid ten onder te houden. De waarheid komt altijd aan het licht, dat weten we toch? Al gaat de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel. De wereld weet dat ook. Maar de mens heeft de neiging om de waarheid in het algemeen ten onder te houden.

Ik zou er heel wat voorbeelden van kunnen geven. Ik heb in het verleden meegemaakt dat men zei: "Nou André, het is beter dat je niet meer bij ons komt spreken." Ik heb het letterlijk zo gehoord: "Niet omdat wat je vertelt niet waar is, maar het geeft zoveel onrust in onze gemeente." Ja, eigenlijk vond ik dat een compliment. Ik vond het natuurlijk niet leuk dat ik niet meer hoefde of mocht komen, want dat was het eigenlijk, maar... onrust. En dan tegelijkertijd klagen over het feit dat het allemaal zo doods is. En dan komt er iemand die leven in de brouwerij brengt. Gewoon, waarom? Omdat er waarheid verteld wordt. Maar het is confronterend. En dan zeggen ze: "Nee, dat hebben we liever niet." Dat geldt in de wereld ook. Daar kun je ook maar beter niet de waarheid vertellen; die wordt ten onder gehouden.

Hier gaat het trouwens specifiek over dé waarheid. En wat dé waarheid is, zal ik in het volgende vers laten zien, want Paulus heeft het hier heel specifiek over een bepaalde waarheid. Maar nog eventjes over die toorn van God die zich van de hemel openbaart. Waar denkt u dan aan? Dan denkt u misschien aan bliksem en donder die van de hemel neerdaalt, al of niet overdrachtelijk. Maar dat is het niet. Waar Paulus het in dit hoofdstuk over heeft – hoe die toorn van God openbaar wordt – dat is niet in bliksem en donder. Maar weet u waarin wel? Dat het licht uitgaat.

Oftewel, met een ander plaatje: het is niet een plaatje van blikseminslagen, maar het is de zon die ondergaat. Het is het licht dat verdwijnt. Of zal ik het met een ander woord zeggen, zoals dat ook in dit hoofdstuk wordt gezegd? Het is duister geworden in hun onverstandig hart. Het duistert. Het licht gaat weg, het licht verdwijnt. Ja, het geluid ook soms, maar ik heb het over licht. Met andere woorden: het komt er eigenlijk op neer, en dat zie je ook in dit hoofdstuk waar je iedere keer leest: "en daarom heeft God hen overgegeven."

Hij laat hen los. God laat de mensheid feitelijk de wrange vruchten plukken van goddeloosheid. God doet daar niks aan. Nee, Hij geeft de mensheid daarin – niet daaraan, maar dáárin – over. Hij laat dat los, Hij laat dat begaan om ze proefondervindelijk te laten ervaren wat het betekent om zonder Hem te zijn. Om het licht niet te zien, oftewel dat alles verduistert. Dat is de wijze waarop die toorn van God openbaar wordt.

De Onzichtbare Schepper Kennen uit Zijn Schepping ↑ hoofdstukken

Nou, ik zei al: de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, waar gaat het dan over? De waarheid. Want hetgeen van God gekend kan worden, is in hen openbaar, want God heeft het hun geopenbaard. Dat wil zeggen: God kan gekend worden om de simpele reden dat God Zich, al is het heel basaal, bekend heeft gemaakt aan elk schepsel, aan elk mensenkind hier specifiek. En ik zal het vervolg daarvan laten zien. Paulus motiveert dat ook. Hij zegt dus: God kan gekend worden, het is in hen openbaar. Hij zegt: hoezo? God heeft het hun geopenbaard. Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden... Ik leg er meteen al even de nadruk op, op dat woord ‘Hem’. Wie is die Hem? Nou, je zult het in het navolgende vanzelf nog wel zien: dan gaat het over de Schepper. Dat is mannelijk. Het woord God in het Grieks is trouwens ook mannelijk, in het Hebreeuws ook. En God is Hem, is Hij.

Ja, dat willen sommigen niet aan. In het verleden heb ik wel eens gehoord — of er iets van de grond gekomen is, weet ik niet — dat er een feministisch initiatief was, feministische theologen (ja, die bestaan). Die zouden een feministische Bijbel maken en dan werden alle mannelijke aanspreekvormen van God omgezet in vrouwelijke. Dus dan was God niet meer Hij, maar was het Zij. Dan moet je heel wat veranderen. Is die God niet meer onze Vader, is Hij onze Moeder? Anderen wilden het liever sekseneutraal maken en die maakten er ‘het’ van. Maar dan ben je helemaal in de aap gelogeerd, want dan heb je niet eens meer een Iemand, maar een ‘het’. Neutraal heet dat. Het is zo essentieel in de Bijbel, ik zal het vanzelf ook laten zien. God is inderdaad Hij, de Schepper. Als ik het trouwens zo zeg: hetgeen van Hem, namelijk God de Schepper, niet gezien kan worden... Die Hij is de Schepper. Wie is dan zij? Dat is een inkoppertje, hè? Als Hij de Schepper is, als de Man de Schepper is, wie is dan zij, de vrouw? De schepping. Dat is niet zo moeilijk.

Trouwens, later in deze Romeinenbrief komt er nog zoveel aan de orde, maar in deze zelfde brief — dan moet je nog wel weer zeven hoofdstukken verder lezen — eenmaal in hoofdstuk 8 aangekomen, legt Paulus dat ook uit. Dan zegt hij ook dat de schepping is als een hoogzwangere vrouw. Een vrouw die in barensnood is, wachtend op de verlossing. De Schepper is inderdaad de Man en de schepping is vrouwelijk. Die vervult de rol van een vrouw in blijde verwachting. Waarom? Omdat God nieuw leven belooft; nieuw leven in die schepping heeft verwekt. Ik kom daar straks nog even op terug. Dit is zo’n ABC’tje, misschien hebt u er nooit echt goed over nagedacht waarom God Hij is. Sommige mensen zeggen: dat is niet belangrijk. Nou, het begint in Genesis 1 en het komt duizenden keren voor in de Bijbel tot Openbaring 22 aan toe: God is Hij. En feitelijk is het zo dat het mannelijke een uitbeelding is van wie God is. Dat begrijpen we vandaag niet meer, totaal niet meer. En weet u wat het resultaat is? Gay Pride. Dat is het gevolg. Dat fenomeen op zich is niet de afdwaling, ik zal het straks ook nog laten zien. Nee, het gaat om dat denken wat daarachter schuilgaat.

Goed, hetgeen van Hem — laten we even blijven bij vers 20. Hetgeen van Hem niet gezien kan worden, dat is dus de Schepper. Namelijk Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid; dat wordt immers niet gezien. Gods kracht en Zijn goddelijke attributen, dat wat eigen is aan de Godheid — dat Hij alles weet, almachtig is, etc. — dat wordt niet gezien. Maar, staat er vervolgens: ‘wordt sedert de schepping der wereld uit Zijn werken met het verstand doorzien’, zodat zij geen verontschuldiging hebben. Dat wil zeggen: schepping veronderstelt een Schepper. Wie om zich heen kijkt, ziet de schoonheid en ziet dat het een creatie is. Dat is niet het gevolg van een Big Bang. Sommige mensen denken dat als je dat maar in slow motion doet, dat het dan ineens evolutie is, als je die Big Bang, die enorme explosie, uittrekt over miljarden jaren. Ik heb dit plaatje erbij gezet, maar ik las een keertje van een schrijver die zei: “Ik hoef maar een kiwi open te snijden en ik weet dat Hij er is.” Dit is zo! Alles wijst naar het centrum, dat is ook nog heel mooi. En dat spreekt van nieuw leven, maar daar gaat het nu even niet om. Het gaat erom dat die schepping een Schepper veronderstelt. Je ziet de schoonheid en de intelligentie. Je ziet het in alles, in de kleinste details. Of je nou een loep neemt en een cel bekijkt, en de organisatie die dat veronderstelt... daar zit zoveel informatie in, zoveel intelligentie. Het idee alleen al dat dat het resultaat zou zijn van een ontploffing zo lang geleden, is dwaas. Het is gewoon dwaas. Ik zeg dat zonder enige terughoudendheid, maar dat is echt dwaas. Daarom staat hier ook: wat van God niet gezien kan worden... dat is waar, God kan niet gezien worden. Maar dat Hij er moet zijn, dat er een Schepper moet zijn, volgt domweg uit het gegeven dat er een schepping is en alles wat daarachter schuilgaat.

Mooi dat die kinderen ook zo meegenieten. Het goede bericht komt nog. Maar goed, over die Schepper hoeven we verder niet stil te staan. Dat is ook niet het onderwerp, want we moeten natuurlijk wel doorgaan. Het gaat er even om: de Schepper wordt domweg met het verstand doorzien. Ja, ik zeg het expres zo: domweg met het verstand doorzien. Daar heb je helemaal niet veel studie voor nodig. Ik denk wel eens dat je het op de universiteit juist afléért. Een mens weet het intuïtief dat er een Schepper is, en dan ga je naar school en daar leer je het weer af. Dat geldt trouwens voor een heleboel dingen, hoor. Wat dat betreft denk ik wel eens dat je kinderen daar het beste vandaan zou kunnen houden, want daar wordt heel veel vergif ingebracht in het denken van de mensen. Dáár zit het echte probleem: in het denken van de mens. Waarom? Omdat God weggeredeneerd wordt. Maar de mens weet dat. Elk mens weet: er is een God. En dan zal ik er nog een mooie doorgeven: God gelooft niet in atheïsten. Men zegt wel: atheïsten geloven niet in God, maar God gelooft niet in atheïsten. Die bestaan namelijk niet. Het is precies wat hier staat: het wordt met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. En nu komt het, vers 21...

God Niet als Plaatser (theos) Erkennen en Danken ↑ hoofdstukken

Immers, hoewel zij God kenden, hebben ze Hem niet als God verheerlijkt of gedankt. Als God. Dat is heel opmerkelijk zoals het hier geformuleerd wordt. Men weet dat er een God is, maar ze aanvaarden niet de consequentie. Dat is zo'n basaal uitgangspunt: er is een God. Maar als God werkelijk God is, dan betekent dat Hij daarvoor de eer zou krijgen en dat je Hem zou danken.

En weet u wat God betekent? Dat woord God in het Grieks is theos. Ik zei al, dat is een mannelijk woord. En theos betekent plaatser. We herkennen dat nog wel in andere woorden die wij ook in het Nederlands kennen. Je hebt thesen en je hebt antithesen, een stelling en een tegenstelling. Maar dat 'thezen' is afgeleid van een werkwoord dat betekent stellen of plaatsen. Theos is eigenlijk gewoon degene die stelt, plaatst, neerzet. Dat is theos. God is degene die alles een plaats geeft. Op Zijn tijd, op Zijn wijze. Dat is God. Het goede, het kwade, alles geeft Hij een plaats. These en antithese. Mannelijk en vrouwelijk. Licht en duisternis. Hij is degene die alles een plek geeft.

Dat is een enorme rust als je dat kent. Je weet dat er iemand is die alles een plek geeft. Dan hoef je in ieder geval zelf niet meer te toppen om het een plekje te geven. Dat is toch wat mensen vaak doen als ze in de problemen geraken: dan moeten ze leren het een plekje te geven. Of dat je op voorhand al weet dat er iemand is die het een plek geeft. Of wat zeg ik? Die het een plek al heeft gegeven. Nou, dat is God.

Eigenlijk, als dat hier zo in vers 21 wordt geformuleerd: hoewel zij God kennen – ze weten dat Hij er is – hebben ze Hem niet als God verheerlijkt. Dat wil zeggen: als degene die alles een plaats geeft. Of zal ik het dan met nog andere woorden zeggen uit de Romeinenbrief? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen, dat wil zeggen: het al. Hem zij de heerlijkheid tot in de aionen, amen, zegt Paulus. Dat is de waarheid: uit Hem komt het voort, door Hem wordt het gerealiseerd en tot in Hem zal het resulteren. Dat wil zeggen: Hij is het begin, Hij is het einde en tussendoor de hele geschiedenis die tussen 'uit' en 'tot' ligt, dat heeft Hij in handen. Dat is God, de plaatser.

Als je dat weet, geef je Hem de eer. Dan gaat het in het leven ook maar om één ding en al het andere doet er niet wezenlijk toe. Er is één ding waar het om gaat, dat is het beginsel van wijsheid: namelijk Hem te vrezen. Namelijk te erkennen dat Hij God is en Hem daarvoor de eer te geven. En dat betekent dus ook dat je Hem kunt danken in alles. Want hoe moeilijk de dingen ook zijn, en hoezeer wij ook vragen hebben over de gang van zaken, er is één iemand die het allemaal een plaats weet te geven. Dat is de God waar we het over hebben.

Hoewel ze God kenden, hebben ze Hem niet als God verheerlijkt of gedankt. En weet u wat het resultaat is? Dat staat er pal achter. Maar hun overleggingen – letterlijk staat er: hun redeneringen – zijn op niets uitgelopen. En nu komt het waar ik zojuist al even naar verwees: en het is duister, het is donker geworden in hun onverstandig hart. Missen ze intelligentie? Ja, in die zin: ze hebben een dom vooroordeel, namelijk dat ze niet rekenen met God. En dan betekent het dat hoe intelligent je ook bent, al je denkinspanningen op niets uitlopen omdat je uitgangspunt al niet klopte. Dus je begint al verkeerd en dan kan de rest allemaal perfect kloppend zijn, maar toch kom je volkomen in het duister uit.

Hun overleggingen zijn op niets uitgelopen. De uitgangspunten klopten niet. Maar het gevolg is niet alleen maar dat je redeneringen in het niets verdwijnen; het wordt bovendien ook nog donker in je hart. Je hebt geen licht. Je weet dan ook niet meer waar je vandaan komt en je weet niet waar het naartoe gaat, want het dient allemaal tot niks. Het wordt donker en koud in je onverstandig hart.

Ik kan het ook positief formuleren trouwens, want als je God wel als God erkent, dan is je denken zuiver. Als Hij God is, dan kan het met je denken per definitie niet verkeerd aflopen. Dan gaat je denken altijd via de correcte lijn, want er is een God. En het is licht in je hart dat verstandig is. Het beginsel van wijsheid, dat is de vreze des Heren, van God.

Goed. Bewerende wijs te zijn – dat is op zich al niet zo intelligent natuurlijk – maar bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden. Je kunt je dan wel verheffen op intelligentie en zeggen: "Kijk ons nou toch in onze ontwikkeling en hoezeer wij toch wijsheid en verstand en inzicht hebben verkregen." In werkelijkheid is het dwaasheid. Met alle boeken en met alle informatie die je ter beschikking staat, mag je misschien wel heel erg technisch zijn, hoogontwikkeld, maar je bent dwaas.

De Schepper Verruilen voor het Schepsel ↑ hoofdstukken

We komen steeds meer bij het onderwerp waar we uiteindelijk ook inderdaad uit moesten komen. Er staat: "ze hebben de majesteit" – letterlijk staat er de heerlijkheid – "van de onvergankelijke God vervangen." Dat is een belangrijk woord, want we komen het nog een paar keer tegen in dezezelfde context. Zij hebben de heerlijkheid van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetigen en van kruipende dieren. Met andere woorden: men heeft de Schepper vervangen door de schepping.

Daarom staat er dat God hen in hun hartstochten heeft overgegeven aan onreinheid. Ik zei al: de toorn van God openbaart zich. Maar hoe doet Hij dat? Hoe openbaart God dat? Wel, God geeft gewoon over. Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt. Onteerd, dat wil zeggen: ontluisterd; de heerlijkheid ontbreekt. Want de heerlijkheid in het denken is gelegen in het erkennen van God. Als je dat niet erkent, dan betekent dat per definitie dat alles wat je doet, ook in je lichaam, ontering is. Daar ontbreekt de heerlijkheid aan.

Om nog even terug te komen op dat voorgaande vers: men kent de heerlijkheid van God niet en dat betekent dat je aangewezen bent op de schepping. Dan moeten we het zelf allemaal doen, toch? En dat is waar men zich dan vervolgens op focust. Ik liet het net nog even zien in het beginplaatje. Ik wilde er nog een opmerking over maken, maar het was me even ontgaan. Ik wil dat bij dezen alsnog even doen.

Er was gisteren in die Gay Pride, die botentocht, ook een boot – zo las ik – een Joodse boot met Joodse homo's, allemaal met roze keppeltjes en dergelijke. Dat verbaasde mij. Ook Joden kunnen afdwalen, maar wat ik zo frappant vond, was dat dit uitging van een zeer liberale synagoge. Ik ben even op die website geweest en daar was een vrouwelijke rabbijn die schreef over Bijbelse zaken. Ze begon over de uittocht en de bevrijding, waarmee ze de 'bevrijding' van de homo's bedoelde. Ze zei: "Wat we van Mozes hebben geleerd..." en ze haalde nog een paar van die Bijbelse dingen aan. "We moeten zelf de draad oppakken, we moeten zelf daden gaan stellen. Eén mens kan het verschil maken." En dat betekent volgens haar dat wij deze wereld beter moeten maken. Het was allemaal "wij".

Zij beluisteren de Bijbel als een boodschap van: wij moeten het heft in handen nemen. Dat is compleet dwaas, want het staat haaks op alles wat er in de Bijbel staat. Kijk, als je de Schepper wegredeneert, dan ben je dus aangewezen op de schepping. Je staart je daarop blind, maar die schepping is dan ook niet echt meer een schepping. Dat is precies het resultaat. Als er geen God is, dan betekent dat alles ontstaan is uit het niets. En dan wordt het duister in je onverstandig hart.

Maar het heeft nog veel meer gevolgen. Een mens doet het nooit ongestraft: het miskennen van God. Want dat is namelijk de waarheid die ertoe doet. Er is één God; die Joodse mevrouw had het ook moeten weten. Er is één God, het Shema, dat dagelijks op de lippen van elke gelovige Jood ligt: "Hoor Israël, de Heer onze God is één." Er is één God, de Plaatser, Die alles een plaats geeft. Maar als je dat niet weet, dan is een van de resultaten dat een mens aan zichzelf overgeleverd is. Maar ook wat hier staat: dat een mens overgeleverd is en zijn eigen lichaam uiteindelijk onteert. De heerlijkheid ontbreekt.

Zij immers hadden de waarheid van God vervangen door de leugen. De waarheid van de Schepper heeft men vervangen door de leugen van de schepping. De Schepper redeneert men weg en men houdt alleen de schepping over. Ja, weet je wat je dan krijgt? Dan krijg je dit. Wilt u het nog een keer zien?

De man... nee, laat ik het anders zeggen. Laat ik nog even bij de fundamentele waarheid blijven. De Schepper, Hij, de Plaatser, de Vader van deze wereld. Die wordt vervangen, die redeneert men weg. Het resultaat is dat we niet meer het verschil zien. Dat is wat je in Romeinen 1 ziet: het resultaat is dat men de verschillen niet meer ziet. Het wordt duister en dus zie je de verschillen niet meer tussen mannelijk en vrouwelijk.

Mensen hebben zich erover verbaasd hoe Paulus die link legt: men kent de Schepper niet meer en meteen begint hij over homoseksualiteit. Wat heeft dat met elkaar te maken? Alles! Als je Hem niet meer kent, de "Man" niet meer kent, het verschil niet meer weet waarover Schepper en schepping spreken, dan ga je de dingen door elkaar halen. Mannelijk en vrouwelijk. Dan krijg je androgynie; dat is allemaal door elkaar. Zie je het verschil niet, dan krijg je unisex, feminisme...

Uiteindelijk zijn al die filosofieën – ik noemde net evolutie, maar ook feminisme, en het geldt trouwens voor nog veel meer denkstromingen – allemaal loten van één en dezelfde stam. Het komt namelijk voort uit het denken waarbij de Schepper is weggeredeneerd. En men heeft het schepsel vereerd en gediend "naast" de Schepper. Er staat in onze vertaling "boven", maar er staat letterlijk "naast" de Schepper. De Schepper, Die te prijzen is tot in de aionen – want dat is wat er letterlijk staat. Niet tot in eeuwigheid, maar tot in de aionen. Amen, schrijft Paulus. Daarom, dus om die reden dat men de Schepper verwisseld heeft met de schepping en het verschil niet meer ziet...

De Bijbelse Betekenis van Mannelijk en Vrouwelijk ↑ hoofdstukken

Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke lusten, want meer hadden ze niet. Want hun vrouwen, zo staat er letterlijk, hun vrouwelijken hebben de natuurlijke omgang vervangen — hier weer dat woord vervangen — door de tegennatuurlijke. Het gaat hier over mannelijk en vrouwelijk. Dit symbooltje zou voor de elektriciens onder u een veelzeggend genoegen moeten zijn: hoe de dingen in elkaar passen. Mannelijk en vrouwelijk, dat is natuurlijk.

Ik vond het wel grappig in de aanloop naar deze Gay Pride: men had pinguïns uit Artis gehaald. Dat las ik op een van de nieuwssites. Want ja, die pinguïns, dat waren zogenaamde homo-pinguïns. Waar hebben we het over? En dan zegt men: "Ja, want homoseksualiteit is heel natuurlijk, want het komt in de natuur ook voor." Dat is ook zo, hoor. Weet u wanneer? Bij gebrek aan beter. Dat is echt waar. Elk homoseksueel gedrag... Ga maar eens een keer op de apenrots kijken wat voor rare dingen je daar allemaal ziet wat die apen doen. Maar het is altijd bij gebrek aan beter. Je zal het nooit meemaken dat een mannetjesstier de koe niet op wil omdat hij de voorkeur zou geven aan een andere stier. Het is werkelijk belachelijk; zoiets bestaat simpelweg niet in de natuur. Het is niet de natuur waar dat uit voortkomt. Paulus zegt: het is inderdaad tegennatuurlijk.

Hier wordt eerst gesproken over de vrouwen, die de natuurlijke omgang hebben vervangen door de tegennatuurlijke. Het eerste is: men heeft de Man weggeredeneerd — de Man met allemaal hoofdletters — maar met als gevolg dat dit ook in de seksualiteit tot uitdrukking wordt gebracht. Evenzo, zo staat er in vers 27, hebben de mannen — letterlijk staat er trouwens 'de mannelijken'... Zitten er kinderen in de zaal? Ja, er zitten kinderen in de zaal, maar het hoge woord moet er dan toch maar eens een keertje uit. Het Griekse woord voor mannelijk is arsèn. Dat komt van een werkwoord, airo, en dat betekent 'omhoog komen'. Het is hetzelfde woord als waar ons woord 'erectie' vandaan komt. Maar weet u wat dat betekent? Ik zeg het er expres even bij, omdat het in ons denken uiteraard direct een seksuele associatie oproept, maar het betekent: opstanding.

Dan weet je meteen ook waar het van spreekt. Het spreekt van de mannelijkheid. Zulke dingen mag je misschien niet zeggen in een samenkomst als deze, en mensen zeggen dat men dat allemaal taboe heeft verklaard. Men weet ook niet meer waar deze dingen van spreken. En juist omdat men niet meer weet waar mannelijk en vrouwelijk van spreekt, en waar mannelijkheid van spreekt... In het Hebreeuws is het woord voor mannelijk zachar, en dat betekent 'herinnering'. Maar het is ook een monument, een herinneringsteken. De mannelijkheid is voor een Jood sowieso al een monument, hoor. Het is de plaats waar de besnijdenis plaatsvindt, zodat het er voortdurend aan herinnert.

Dat wordt soms wel eens heel weinig eufemistisch gezegd, eventjes tussendoor. Als u een oude Statenvertaling hebt, dan komt dat nog uit de verf. Het komt een aantal keren voor in het Oude Testament dat er staat dat de mannen onder hen, of al wat mannelijk was, werd uitgeroeid. Maar letterlijk staat er in een aantal van die gevallen niet 'al wat mannelijk is' — als u een oude Statenvertaling hebt, dan kun je dat nog lezen — daar staat: "al wat tegen de wand piest". Dat is wat er letterlijk staat. Dat heeft men later allemaal wat schoongemaakt, of in ieder geval wat netter gemaakt. We hebben ervan gemaakt: "al wat mannelijk is". Dat klopt natuurlijk wel, maar het staat er gewoon anders.

Het woord mannelijk heeft inderdaad te maken met opstanding. Het heeft te maken met het creëren van nieuw leven, want dat is wat het is. Trouwens, als we het er toch over hebben: later in Romeinen 4 gaat Paulus dat ook uitleggen. Dan gaat het over Abraham, die zag dat zijn lichaam verstorven was; hij was impotent. Maar Abraham geloofde in de God die de doden levend maakt. En hij heeft inderdaad aan zijn verstorven lichaam de opstanding aan den lijve ervaren. Zo heeft God Zijn belofte, namelijk van nieuw leven uit de dood, gerealiseerd. Ja, dat hoor je niet zoveel, daarom vertel ik het u ook. Maar dit is waar mannelijk en vrouwelijk van spreekt. In wezen zie je in de seksualiteit, in mannelijk en vrouwelijk en de wijze waarop nieuw leven tot stand gebracht wordt, het hele heilsplan en de waarheid van het goede bericht tot uitdrukking komen. Schitterend!

Als je het niet meer ziet, dan ben je in wezen overgeleverd aan de Filistijnen — maar ik wou het anders zeggen — dan ben je gewoon overgeleverd aan het schepsel zelf en dan wordt alles plat. Dan ontbreekt de glorie. Vandaar ook dat Paulus zegt dat hun lichaam onteerd wordt. Dat wil zeggen: de seksualiteit mist de luister van datgene wat het uitbeeldt, namelijk het goddelijke. Dat wist men vroeger nog wel, hoor. Vroeger wist men nog beter dan vandaag dat seksualiteit het goddelijke tot uitdrukking brengt. Weet u waarom? Ook dat is allemaal wat weggemoffeld in de vertalingen. Er is een beeld in het Oude Testament dat Israël op een plaats kwam en dat men al die heidense, afgodische plaatsen moest afbreken. Dan leest u ook dat de gewijde palen moesten worden omgehakt. Maar wat zouden die gewijde palen geweest zijn? Dat waren gewoon fallussymbolen. Omdat men in het heidendom in ieder geval nog wel wist dat het sprak van het goddelijke. Alleen zij hadden ook de kennis van de Schepper gereduceerd tot de schepping. Zij hadden de Schepper vervangen door de schepping, ja. En dat maakt het allemaal heidens.

Maar goed, laten we even teruggaan naar Romeinen 1. Het ging dus over de vrouwen die de man hadden opgegeven en dan staat er vervolgens: "Eveneens hebben de mannen" — letterlijk de mannelijken — "de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven." Letterlijk staat er trouwens: "het natuurlijk gebruik van het vrouwelijke verlaten". Zo staat het er letterlijk. Het natuurlijk gebruik van de vrouwelijkheid hebben ze verlaten. Denk daar maar eens over na. En dan staat erachter: "en ze zijn in wellust voor elkander ontbrand".

Ja, ik zit even te aarzelen, want ik zeg nu toch al van zulke dingen... In de ogen van sommigen die dit via internet nog weer beluisteren of bekijken kan ik toch al geen goed meer doen, dus moet het hoge woord er ook maar weer uit. Nee, ik moest aan een andere tekst denken. Jeremia nam ook geen blad voor de mond. En die hadden het over hen die "in wellust voor elkander ontbrand" waren. Weet u wat Jeremia 5 zegt? "Als geile hengsten". Ja, dat is ook niet erg eufemistisch gezegd, maar zo formuleert hij dat. Ze zijn in wellust voor elkander ontbrand, als mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende. Maar hoezo 'mannen met mannen'? Weet u wat er letterlijk staat? Het staat er nog veel plastischer. Er staat: "mannelijken in mannelijken". Moet ik het toelichten? Dat is niet nodig, hè? Mannelijken in mannelijken schandelijkheid bedrijvende en daardoor het welverdiende — letterlijk staat er trouwens 'het verplichte', dat wat moet — loon of compensatie voor hun afdwaling in zichzelf ontvangende.

Tegennatuurlijk Gedrag als Loon van de Afdwaling ↑ hoofdstukken

En let op wat hier staat. Dus niet die homoseks, die zojuist in de voorgaande verzen was besproken, is de afdwaling. Nee, dat is het loon, het resultaat, het gevolg van hun afdwaling. God doet daar ook niks tegen. Je hebt natuurlijk allerlei van die groeperingen, in het algemeen religieus, maar ook in de christelijke wereld bestaan ze. Die denken dat ze tegen al die seksuele uitwassen wat moeten gaan doen en politieke actie gaan ondernemen, want ja, daar moet wat tegen gedaan worden. Nou, God doet er niks tegen, sterker nog: Hij geeft ze eraan over.

Het is alsof Hij zegt: "Oké, jullie kennen Mij niet meer. De Man, jullie erkennen Hem niet meer? Dan mag je gaan ondervinden wat het betekent en de wrange vruchten daarvan plukken." Opdat je juist daardoor trouwens wijs zou worden. Want God heeft met alles een doel, ook daarmee. Maar ziet u dat hier ook? "En daardoor," of letterlijk staat er: "en daarin juist dat loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangende." Wat is dat loon? Nou, dat is die homoseks die beschreven was. Dat is het loon, dat is het gevolg. Dat is wat het oplevert.

Maar wat was dan de afdwaling? De afdwaling was dat ze Hem niet meer kenden en erkenden, als God verheerlijkten en dankten. Dat was de afdwaling. Homoseks was slechts het resultaat daarvan en Paulus brengt dit daarom als eerste ter sprake. Feitelijk is dat hele fenomeen van gay pride en homoseks een uitbeelding van wat er nu precies mis is gegaan, namelijk dat men de Man, de Schepper, heeft weggeredeneerd. Dat is karakteristiek van de heidense wereld. Men heeft de Schepper weggeredeneerd en daardoor zien we niet meer wat mannelijk en vrouwelijk inhoudt.

En omdat zij het verwerpelijk achtten God te erkennen — hier wordt het direct ook onderstreept — heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken met als gevolg om te doen wat niet betaamt. Maar het probleem zit hem in het denken. Niet in het amusement of in alles wat het gevolg daarvan is; het probleem is het denken. Dat wil zeggen: hier binnen, het hart, wat er binnen zit, wat hier omgaat. Welnu, als God daar niet dé plaats heeft, dan ben je dus bezig met verwerpelijk denken met alle gevolgen van dien. Dan wordt het donker in je onverstandig hart.

En hoe duister kan het worden? Maar laten we wel wezen, dat geldt voor ons ook. Dat geldt voor ons allemaal. Het gaat in het leven om het kennen van Hem en Hem de plaats te geven. Maar weet u, waar het Paulus om te doen was...

De Kern: een Goed Bericht voor Elk Mens ↑ hoofdstukken

Dat is het laatste wat ik erover wil zeggen. Waar het Paulus om te doen was, is niet om te gaan vertellen tegen mensen hoe verkeerd ze bezig waren. Niet om in een wereld waar homoseks ook in die dagen trouwens hoogtij vierde en gepromoot werd, de vermanende vinger op te steken over hoe fout het allemaal was. Nee, het ging hem erom het goede bericht door te geven van de God die houdt van alle mensen. Wie je ook bent, want allen hebben gezondigd en ze derven allemaal de heerlijkheid Gods.

Ik zeg het maar met een liedje na. Dat liedje heet trouwens 'Ik heb een goed bericht' en is destijds geschreven door het BBC Combo. De titel daarvan was 'Ik heb een goed bericht' en dat ging voor ladies en voor hoeren, voor vissers en voor boeren, voor laffen en voor stoeren, maar speciaal voor jou. Ja, dat is het evangelie, dat goede bericht. Het maakt helemaal geen verschil en het maakt helemaal niet uit wie je bent of wat je verleden is.

We hebben een goed bericht en we spreken van Hem die alles op zijn plek zet. Hij heeft nieuw leven gerealiseerd in de opstanding van Jezus Christus, waardoor deze wereld in blijde verwachting is. Deze hele schepping is dat, al weten ze het niet. Daarom vertellen we het hun ook; we vertellen van de blijde verwachting en we vertellen van de verlossing die aanstaande is.

Kijk, daar spreek ik over mannelijk en vrouwelijk, dus ik kan het niet nalaten om die dingen daarom ook zo te zeggen en in dat licht te stellen. Niet negatief, maar positief, om te laten zien waarom het inderdaad een goed bericht is wat we voor iedereen hebben. Goed, ik stel voor dat we een lied gaan zingen.

🎧 Het Goede Bericht & De GayPride
Delen: